Even douchen

Pieter-Dirk Uys is een instituut in Zuid-Afrika. De blanke cabaretier, theatermaker en activist is gigantisch populair, en trekt op dit moment volle zalen met zijn verkiezingsshow ‘Elections and Erections’ en zijn theatervoorstelling ‘MacBeki’, waarin hij oud-president Thabo Mbeki genadeloos neersabelt.

‘Ik hou vooral van de vrouwelijke typetjes die hij speelt’, zegt een glunderende jonge tiener, in het uitverkochte Baxter Theatre in Kaapstad. Ze kijkt vooral uit naar zijn sketches over Jacob Zuma, de leider van de regeringspartij ANC en de gedoodverfde nieuwe president van Zuid-Afrika. ‘Als je Zuma zegt, dan denk ik vooral aan dat liedje dat hij zingt, Bring me my machine gun. Daar moet Pieter-Dirk Uys gewoon iets mee doen vanavond. Het is te leuk om te laten liggen.’

Maar Uys gebruikt het niet. De cabaretier heeft wél een buikspreekpop van Jacob Zuma gemaakt. Het is een pop in Zulu-outfit, en erboven bengelt een douchekop. Uys beëindigt het eerste deel van zijn voorstelling ermee. ‘Wat is de favoriete manier van Jacob Zuma om de actie te beëindigen?’ De zaal kijkt vol verwachting. Een seconde later stroomt het water uit de douchekop boven de zuma-pop. De zaal giert het uit.

Douchekoppen boven poppen, of afbeeldingen ervan in krantencartoons, of zelfs gewoonweg de zin ‘ik ga eventjes douchen’: het is op dit moment dé favoriete politieke grap in Zuid-Afrika, om met Jacob Zuma de draak te steken.

De douchekop is een allusie op Zuma’s uitspraak dat hij na betrekkingen met een seropositieve vrouw een douche nam, om het risico op een hiv-besmetting te beperken. Eén op vijf volwassenen is seropositief in Zuid-Afrika. Door de jarenlange ontkenning van de epidemie door de regering-Mbeki heeft aids in Zuid-Afrika een ravage aangericht.

‘Die oliedomme uitspraak zal Jacob Zuma voor de rest van zijn leven achtervolgen’, zegt Pieter-Dirk Uys, tijdens een gesprek in de artiestenbar, na de voorstelling. ‘Terwijl ik hem de kans heb geboden er een eind aan te maken. Ik heb Zuma voorgesteld dat ik een persconferentie zou houden, en dat hij daar samen met mijn zuma-pop met de douchekop zou komen opdagen. Dat zou meteen het einde van de douchegrappen hebben betekend. Maar hij wilde niet.’

De grappen erover zijn misschien geslaagd, het incident zelf is tragisch: ‘Ik trek in Zuid-Afrika rond in scholen om over aidspreventie te praten. Weet je hoe vaak ik sindsdien van scholieren heb gehoord dat een douche wel zal volstaan, als de toekomstige president dat zegt?’

Pieter-Dirk Uys behoort tot de kleine blanke minderheid in Zuid-Afrika, en is de zoon van een calvinistische Afrikaner. Tijdens de apartheid was Uys een hevige opposant van het regime. ‘Daardoor werden haast al mijn theaterstukken gecensureerd.’ Maar op de live shows had het regime veel minder controle. En dus zei Uys bij die gelegenheden waar het op stond.

Tijdens de show heeft Uys het publiek helemaal op zijn hand. De grappen volgen elkaar vlot op. Maar als hij vertelt over het moment waarop hij een democraat werd, wordt het stil in de zaal. Pieter-Dirk Uys vertelt over zijn eerste seksuele ervaring, als jonge twintiger, met een kleurling. Uys is homoseksueel, wat in de apartheidsjaren verboden was. En seks met een kleurling was niets minder dan een misdaad, vertelt hij.

‘Ik was vijftig jaar, toen aan apartheid een einde kwam. Dat betekent dus dat ik de eerste vijftig jaar van mijn leven als een blanke racist ben opgevoed. Een blanke racist zijn, was politiek correct in Zuid-Afrika. Na die nacht dwong hij me via de tuin te vluchten. “Het komt wel goed, de buren hebben enkel honden en geweren”, riep hij me na. Voor mij was die nacht gevaarlijk. Maar hij, hij riskeerde gewoon zijn leven. Ik heb hem nooit teruggezien.’

Pieter-Dirk Uys was meedogenloos voor het oude regime, dat hij ‘oergemeen’ noemt: ‘Er is geen vergelijking mogelijk met vandaag, want nu hebben we een democratie, en er zijn ook goeie mensen onder onze leiders.’ Maar tegelijk noemt hij de voormalige ANC-president Thabo Mbeki ‘het ergste wat Zuid-Afrika is overkomen sinds Hendrik Verwoerd, de belangrijkste vormgever van de apartheid.

Maar zijn humor is nooit zuur of zwartgallig, en Uys houdt ook het in grote mate blanke theaterpubliek gretig een spiegel voor. ‘Bedankt; allemaal, om vanavond te komen! Wat jullie er allemaal niet voor over hebben gehad. Jullie zijn thuis vertrokken, nadat het alarm is aangezet. Dan hebben jullie je leven gewaagd, in zo een van die township-taxi’s, waarin jullie op veertig seconden tijd racist zijn geworden. En sommigen onder jullie zijn zélf met de auto gekomen. Daarna hebben jullie hem geparkeerd en vaarwel gekust.’

‘Maar kijk! Er is ook goed nieuws! Loop even naar buiten, de auto staat er wellicht nog, en in de straten van Kaapstad zullen de meeste verkeerslichten vast wel werken.’

‘Dames en heren, verdedig onze jonge democratie. Het is de enige die we hebben. Amandla, Vrystaat!’


 

De ster van AmaZulu

Oude voetbalfans in Durban kennen hem nog wel. Patrick Diutu Biyela, vandaag 49 jaar oud, was middenvelder bij de club AmaZulu. ‘Aanvallende middenvelder’, preciseert hij. ‘Ik heb in acht seizoenen zo’n driehonderd keer gescoord.

Die wedstrijd tegen de Celtics van Bloemfontein herinnert Patrick zich nog als gisteren. ‘We hebben hen thuis verslagen, met 1-2. En ik scoorde de twee doelpunten.’

 

 

Maar Patrick haalt geen herinneringen op aan de zijlijn van de groene grasmat, maar in de tbc-kliniek van Durban, waar hij elke ochtend voor hij naar zijn werk vertrekt, zijn injectie komt halen.

‘Al sinds ik twee jaar oud ben, lijd ik aan tuberculose’, vertelt Patrick. ‘Tot mijn veertiende ben ik behandeld. Daarna ging het een hele poos goed, tot in 1996. En dan ben ik weer in 2004 hervallen. Ze gaven me toen iets om de borst te zuiveren.’

‘Maar in november vorig jaar kwam die zware hoest terug. Ik had een longontsteking. Omdat ik al eerder tbc had, duurt mijn behandeling nu langer. Ik woon in de voorstad Hillary, elke dag pendel ik 28 kilometer naar het ziekenhuis. De medicatie tegen tbc maakt me soms slaperig overdag. Maar ik verzet mij. Ik werk nu als electricien. Dat is gevaarlijk, als je even je aandacht er niet bij houdt.’

Patrick is een sportman, en ziet er ook erg fit uit. Alleen is er af en toe die vervelende hoest. ‘Natuurlijk hangt tuberculose met hiv samen. Ik weet sinds 2004 dat ik seropositief ben. Gaandeweg ben ik het als een “gewone” ziekte gaan beschouwen. Van zodra je hiv aanvaardt, kan hiv je een stuk minder treffen. Vanaf dat moment kan je er iets mee doen.’

In Zuid-Afrika duurt het elke dag iets minder dan een minuut voor opnieuw iemand met het hiv-virus wordt besmet. Elke dag weer zijn er meer dan tweeduizend nieuwe seropositieven. Wat betreft preventie en behandeling, hinkt Zuid-Afrika jaren achterop, omdat de regering jarenlang de epidemie heeft geminimaliseerd en de werking van aidsremmers in twijfel heeft getrokken.

‘De regering heeft veel te lang met aidsremmers gewacht’, vindt Patrick. ‘Daardoor zijn heel wat mensen nodeloos gestorven.’ In 2003 gaf de Zuid-Afrikaanse overheid eindelijk toe. Een jaar later ging de regering aidsremmers verdelen.

 

Van de nieuwe minister van Gezondheidszorg, Barbara Hogan, wordt veel verwacht. Zij wil seropositieve patiënten veel eerder aan aidsremmers krijgen, als hun weerstand nog een stuk hoger is. Het contrast met haar voorganger, die kruiden en wilde knoflook aanraadde als remedie tegen aids, kan niet groter zijn.

Maar ook de gedoodverfde nieuwe president, de ANC-kandidaat Jacob Zuma, is inzake hiv en aids absoluut geen onbesproken blad. Hij werd vrijgesproken in een verkrachtingszaak, maar had met het seropositieve meisje in kwestie wel onbeschermde seks. Zuma zei achteraf dat hij ‘een douche had genomen’, wat het risico op hiv-besmetting volgens hem zou hebben ingeperkt.

In de provincie Kwazulu-Natal hoor je moeilijk een verkeerd woord over de vermoedelijke nieuwe president. Jacob Zuma is een Zulu uit Natal, hier wordt hij op handen gedragen. Ook door Patrick. ‘Hij komt uit mijn provincie, ik kan toch niet anders dan van hem te houden?’

En dan, formeel: ‘Nee, natuurlijk heb ik Zuma geen uitspraken over hiv en aids horen doen. Maar de vorige president deed dat evenmin. Niemand in Zuid-Afrika zal je hardop horen zeggen dat hij zich engageert om de aidsepidemie aan te pakken. Daarom weet ik dus niet hoe Zuma zich zal gedragen, eens hij president is. De overheid stelt nu eindelijk aidsremmers ter beschikking. Dat is veel belangrijker dan woorden.’


 

Een kind van Madiba

Zaf Thandiswa Sejosengoe is letterlijk een kind van het nieuwe Zuid-Afrika. ‘Ik ben vijftien jaar’, vertelt het meisje. Thandiswa is geboren in het jaar dat Nelson Mandela, die liefkozend ‘Madiba’ wordt genoemd, de eerste zwarte president werd van Zuid-Afrika.

Ze woont in Milnerton, een voorstad van Kaapstad. ‘Die naam staat voor velen synoniem voor "de betere buurt", maar ik verzeker je dat het ook maar gewoon een township is. De woonwijk van de blanke middenklasse is weliswaar net om de hoek, maar ik woon tussen zwarten, kleurlingen en buitenlanders.’

Met die buitenlanders bedoelt Thandiswa de immigranten uit Nigeria, Malawi, en uiteraard de recente golf vluchtelingen uit Zimbabwe, het buurland dat in de ravijn is gestort.

Vorig jaar kwam het in de zwarte townships tot rellen tussen de Zuid-Afrikanen en de nieuwkomers uit het buitenland. De arme zwarte Zuid-Afrikanen beschouwden de immigranten als indringers, die hun banen inpikten en zelfs de hand legden op de zogenaamde ‘Mandela-huisjes’, de sociale huisvesting waarmee de ANC-regering het woningtekort in de sloppenwijken wil aanpakken.

Bij de gewelduitbarsting vorig jaar sloegen tienduizenden op de vlucht. Zeker vijftig immigranten, uit Zimbabwe, Mozambique, Somalië en Pakistan, lieten het leven. Ook in Thandiswa’s wijk vielen doden. ‘Het was een opstoot van xenofobie’, vertelt ze. ‘Xenofobie van de zwarte Zuid-Afrikanen, tegenover de Somaliërs, omdat die nu ook winkeltjes hebben. Tegenover de Zimbabwanen, omdat die hier ook een baan nodig hebben. En natuurlijk tegenover de Nigerianen, die in de townships drugs dealen. Maar de Nigerianen konden zich verdedigen, want zij zijn gewapend.’

Zwart vocht tegen zwart, en arm tegen arm. ‘Ik herinner me de schietpartijen nog’, vertelt Thandiswa. ‘En de plunderingen in de winkels.’

En toch woont ze er dolgraag, vertelt ze, terwijl ze haar parelwitte tanden bloot lacht. ‘Het is mijn wijk. En ik ben er tevreden mee. Ze vertellen me dat het beter is dan toen, better than before.’

Before, toen, in die duistere tijd. Before, dat is hier het codewoord voor de jaren van apartheid. ‘En daarom stemt mijn familie op het ANC. Zij zijn het toch, die nu huizen voor de armen bouwen? Apartheid is voorbij. Dat danken we aan het ANC.’


 

‘Een nasie, een toekoms’

Ineroox In het stadhuis van de wijnstad Stellenbosch, op zo’n drie kwartier rijden van Kaapstad, zit de sfeer er al goed in. Aanhangers van de Kaapse burgemeester Helen Zille – Afrikaanssprekende blanken, maar ook bijzonder veel bruinmense – stappen als opwarmer dansend en heupwiegend door de zaal. Hun verkiezingsborden, in het Afrikaans, zijn eenduidig: ‘Stem en Wen!’ of ‘Een nasie, een toekoms’ - zolang de Democratic Alliance (DA) aanstaande woensdag tenminste ruim in de prijzen valt.

De populaire burgemeester van Kaapstad, Helen Zille, is partijleider van de belangrijkste oppositiepartij van Zuid-Afrika. Volgens de prognoses duwt de Democratic Alliance – die staat voor ‘goed bestuur’ – op 22 april het ANC uit de provinciale regering. En dan wordt Helen Zille premier van de provincie Westkaap.

De blanke Helen Zille – de oppositieleider is van Duitse afkomst – onthulde als onderzoeksjournaliste de moord door de Zuid-Afrikaanse geheime politie op de zwarte activist Steve Biko, in 1977. Zille groeide uit tot een hevige anti-apartheidsactiviste. Op dat vlak erkent ze de erfenis van het ANC wel. Maar nu laakt ze de corruptie en de machtsspelletjes binnen het ANC, dat volgens haar partij is uitgegroeid tot ‘een monster in ons midden’, waarbij de partijvoorzitter Jacob Zuma ‘moet worden weggeveegd’.

Goed bestuur, daarvoor staat de Democratic Alliance. Helen Zille heeft er goede hoop op dat de inwoners van Kaapstad en van die gemeenten die door de DA worden bestuurd, het verschil met het geknoei door het ANC wel voelen.

Op nationaal vlak kan de Democratic Alliance het ANC niet verslaan. De ambitie is de ‘Weskaap’ binnenhalen, en het ANC nationaal van een tweederde meerderheid weerhouden.

Helen Zille, vorig jaar uit 820 kandidaten gekozen voor de eretitel van ‘Burgemeester van de Wereld’, weet hoe ze haar publiek moet bespelen. Blank, maar niettemin erg bedreven in het Afrikaanse heupwiegen, springt ze dansend het podium op. En wisselt ze Afrikaans en Engels moeiteloos af met Xhosa.

‘Macht leidt tot corruptie’, roept ze. ‘En absolute macht leidt tot absolute corruptie!’ Gejoel in de zaal. ‘Samen kunnen we méér, zegt het ANC! Inderdaad! Nog meer misdaad! Nog meer corruptie! En nog meer schade! Breek volgende woensdag de absolute macht van het ANC. Belet dat Zuid-Afrika verder afglijdt naar een ANC-machtsstaat. Waarom telt het Afrikaanse continent zoveel failed states? Omdat de oppositie in die landen het laat afweten. Maar wij geven nooit op.’ Benieuwd hoever deze Wereldburgemeester volgende woensdag springt.


 

Change is gonna come

Ineroox  ‘Ik zie de verandering wel’, zegt Simnikiwe (18). Het meisje woont met haar moeder en vier jaar jongere broer in een barak, in de sloppenwijk Khayelithsa, even buiten Kaapstad. ‘Welke verandering? Elke school is nu toegankelijk voor zwarte leerlingen, zoals ik.’ Voor de rest is haar wijk, Khayelitsha, nog altijd een synoniem voor druggebruik, tienerzwangerschappen en een wijdverspreide armoede.

Vandaag, over exact een week, trekken de Zuid-Afrikanen naar de stembus. Ze kiezen een nieuwe nationale regering, en nieuwe provinciale overheden. Het is ook precies vijftien jaar geleden dat Zuid-Afrika voor het eerst algemene, en vrije verkiezingen hield. Dat Nelson Mandela de eerste zwarte president van het land werd. Dat aan het verguisde apartheidsregime een eind kwam.

Velen maken dezer dagen een balans op van vijftien jaar ANC-bewind. De vraag is ook nu niet of het ANC deze verkiezingen zal winnen, maar wel hoe groot die zege wordt.

Nelson Mandela kwam op 11 februari 1990 vrij. ‘We hebben nu het onmogelijke bereikt. Nu komt het erop aan het mogelijke in goede banen te leiden’, schreef de Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink kort daarna. ‘Wie had ooit gedacht dat dat laatste zo’n klus zou worden’, heeft hij er onlangs aan toegevoegd.

In Kaapstad blijken de structuren van het apartheidssysteem door de ruimtelijke ordening nog grotendeels intact. De townships – zwarte woonwijken – werden precies gebouwd om de zwarten uit het centrum van de stad te houden. Ook voor bruinmense – of kleurlingen – was er een apart hokje. Voor Indiërs ook. Zelfs zwarten werden van zwarten gescheiden: Zulu’s en Xhosa in eenzelfde woonwijk onderbrengen, dat is toch om problemen vragen?

Precies door die ruimtelijke ordening lijkt een belangrijke structuur van de apartheid intact te zijn gebleven: Khayelitsha is een zwarte sloppenwijk. In de aidskliniek van Guguletu wachten zwarte hiv-patiënten op hun gratis aidsremmers.

En op een verkiezingsmeeting op het stadhuis van de wijnstad Stellenbosch, waar de blanke Kaapse burgemeester Helen Zille komt spreken, stroomt de zaal vol met haar blanke en bruine aanhangers. Geen zwarte die de zaal die avond heeft gevonden.


 

Over deze blog

Op 22 april trekt Zuid-Afrika weer naar de stembus. Buitenlandredactrice Ine Roox blogt uit de Regenboognatie.


Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs