Groen gras

Het is natuurlijk louter toeval. Deze week getuigt een Oekraïense poetsvrouw in Jobat hoe blij ze is met haar loon van 1.136 euro per maand. Een heuse vertienvoudiging van haar inkomen in vergelijking met wat ze in haar geboorteland verdiende als verpleegster. Even verderop lees je dat een op de twee Vlamingen niet tevreden is over zijn loon. Want - zo denkt hij toch - ‘op een ander’ kan je voor dezelfde job meer verdienen.

Het gras lijkt voor veel werknemers altijd groener aan de overkant. Ze staren zich blind op hun eigen loonbrief, en worden maand na maand ongelukkiger. Waarom? Omdat werknemer A denkt dat werknemer B aan de overkant van de straat met net dezelfde job vijftig euro per maand meer verdient. En het kan best zijn dat die werknemer B op zijn beurt even jaloers is op werknemer A. Want heeft die geen maaltijdcheques, en krijgt die geen geschenken met Sinterklaas? En zo raken ze verstrikt in een spiraal van negatieve afgunst.

Het probleem is dat verloning nog altijd in de no comment-sfeer zit. We durven en mogen vaak ook niet praten over hoeveel we verdienen, en dat zorgt ervoor dat er luchtkastelen worden gebouwd op de lonen van anderen. Als er beter zou worden gecommuniceerd over verloning, zouden heel wat frustraties snel verdampen.

Maar zo ver zijn we nog lang niet. Jobadvertenties die loonschalen vermelden, zijn bij ons nog altijd meer uitzondering dan regel. Werknemers kunnen natuurlijk wachten op meer transparantie, of ze kunnen intussen stoppen met zich op te winden over loonverschillen. Want wie echt niet tevreden is, zoekt beter een andere job. Vraag dat maar aan de Oekraïense poetsvrouw.


 

Crisis lost knelpunten niet op

 De afgelopen weken en dagen werden er wederom verscheidene collectieve ontslagen aangekondigd, onder andere bij Daf Trucks, ArcelorMittal, Aleris en Philips. In de media is er al sprake van een ‘tweede herstructureringsgolf’. Ook de alarmerende boodschappen van Paul Soete (Agoria) en Rudy De Leeuw (ABVV) in DS van vandaag doen vermoeden dat de economische crisis in het tweede kwartaal van dit jaar nog heel wat meer schade zal aanrichten op de Vlaamse arbeidsmarkt.

 

Die arbeidsmarkt heeft vandaag echter niet alleen te lijden onder massaal banenverlies, maar kampt tegelijk met een massaal tekort aan arbeidskrachten. Uit de zopas door de VDAB gepubliceerde lijst met de ‘knelpuntberoepen’ voor 2008 blijkt namelijk dat die nog 84 beroepenclusters met 204 beroepen bevat. In 2008 waren die ‘knelpuntberoepen’ samen goed voor 123.086 jobs of 45,7% van het totale aantal ontvangen vacatures.

 

Hoewel het op het eerste gezicht misschien paradoxaal lijkt dat er zoveel vacatures open blijven staan terwijl er zoveel werkzoekenden zijn, bewijst de lijst met knelpuntberoepen ook dat de arbeidsmarkt nog heel wat kansen te bieden heeft. En dat niet alleen voor ‘hogere profielen’. Zo wordt er bij 53% van de knelpuntvacatures geen enkele diplomavereiste gesteld en is bij 78% de gevraagde talenkennis beperkt tot het Nederlands.

 

Precies daarom moet er volop in werkzoekenden en werknemers geïnvesteerd blijven worden, precies daarom is er nood aan een grootscheeps competentieoffensief in bedrijven en bij opleidingsverstrekkers. We hebben niet alleen nood aan méér investeringen in infrastructuur en innovatie maar ook aan een Keynesiaans beleid van bijkomende investeringen in het menselijk kapitaal. Competenties moeten ‘warm’ gehouden worden, gevalideerd, aangescherpt en geheroriënteerd om compatibel te zijn met de reële arbeidsvraag die momenteel her en der al nijpend is en dat in de toekomst alleen maar meer zal worden.

 

 

Fons Leroy

Gedelegeerd bestuurder

VDAB


 

Zekerheid

770 jobs weg bij het aluminiumbedrijf Aleris in Duffel. Het is de zoveelste klap voor de technologische industrie in Vlaanderen. Mensen die al een kwarteeuw werken bij hetzelfde bedrijf, komen plots op straat te staan. Jobzekerheid bestaat niet meer. Maar de zekerheid dat ze opgevangen worden door de maatschappij, hebben ze wel. Niet dat die ‘matras’ zo comfortabel is, maar ze hebben wel recht op een uitkering, en belangrijker nog op begeleiding naar een nieuwe job. Voor velen zijn de uitkeringen te laag, en de begeleiding onvoldoende, maar het is toch relevant om af en toe de dingen in perspectief te plaatsen.

Nieuwe cijfers van de OESO bevestigen nog maar eens dat de meeste ‘werknemers’ nog veel minder zekerheden hebben dan op onze arbeidsmarkt. 1,8 miljard mensen - 60 procent van de wereldwijde arbeidspopulatie - werken in het informele circuit. Concreet wil dat zeggen; geen contract, geen vast loon, geen pensioen, geen zekerheden, laat staan een begeleiding na een ontslag. In een land als India, waar al jaren lovende economische berichten over verspreid worden, heeft negen op de tien werknemers geen sociale zekerheid. 1,2 miljard mensen - ruim veertig procent van alle werkende mensen - verdienen minder dan twee dollar per dag. De vrees bestaat dat het aandeel van informele jobs door de wereldwijde economische crisis nog drastisch zal toenemen. In veel landen staat geen werk gewoon gelijk met maatschappelijke uitsluiting.

De Verenigde Naties heeft een ambitieuze doelstelling om de armoede wereldwijd te halveren tegen 2015. Met miljoenen mensen die vandaag uitgespuwd worden op de formele arbeidsmarkt zal die communiebelofte dode letter blijven. Dat het slechter gaat wereldwijd, kan en mag natuurlijk geen troost zijn voor wie hier zijn job verliest. Maar de cijfers moeten beletten dat we al te veel navelstaren. En geachte heer Van Rompuy, riskeer het niet om te besparen op ontwikkelingssamenwerking.

Grafiek


 

School's Out

Het kwam haast niet in het nieuws. Uit een recente studie van het Universitair Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen blijkt dat 14,5% van de Vlaamse leerlingen de school verlaat zonder diploma of getuigschrift. Bij de jongens loopt dit percentage zelfs op tot 17,5%, bijna één op vijf jongens komt dus ongekwalificeerd op de arbeidsmarkt.

De hoge ongekwalificeerde uitstroom uit het onderwijs is bijzonder verontrustend, vooral omdat ze de laatste jaren in sterke mate is toegenomen. Deze evolutie staat in schril contrast met de beleidsintenties. Zo stelde de Vlaamse regering in het Pact van Vilvoorde een halvering van de ongekwalificeerde uitstroom tegen 2010 voorop. Dit zou betekenen dat we slechts 6% schoolverlaters zonder diploma of getuigschrift zouden mogen hebben; we zitten helaas aan méér dan het dubbele. En we hebben het dan maar enkel over de ongekwalificeerde uitstroom en nog niet over de “mis-gekwalificeerde” uitstroom nl. de jongeren die afstuderen in richtingen waarvoor en geen of een onvoldoende vraag is vanuit de arbeidsmarkt. De jaarlijkse schoolverlatersstudie van de VDAB illustreert haarfijn waar de aansluitingsproblemen zijn per studieniveau en –richting.

Deze evolutie moet ons allen sterk bekommeren want zo gaan (te) veel talenten verloren op de arbeidsmarkt en dat kunnen we ons echt niet permitteren.

“School’s Out” was een mooie hit van Alice Cooper, laat ons het daarbij houden en het geen hit maken van ons onderwijsssyteem.

 

Fons Leroy

Gedelegeerd bestuurder

VDAB


 

Tijdelijk werk ook in deze tijden een springplank naar de toekomst

Met de publicatie van het jaarverslag van Federgon wordt opnieuw bevestigd dat de uitzendsector bijzonder zwaar getroffen wordt door de huidige economische crisis. Zo daalde het aantal gepresteerde uren uitzendarbeid het voorbije jaar in Vlaanderen met 5,77%. In februari ging de uitzendactiviteit er met 23,6% op jaarbasis op achteruit. En daarmee lijkt het ergste leed nog niet geleden… Er wordt echter niet lijdzaam toegekeken terwijl uitzendtalent verloren gaat voor de arbeidsmarkt. Dankzij hun werkervaring beschikken uitzendkrachten namelijk over heel wat competenties die op korte en lange termijn waardevol zijn om te remediëren aan de knelpunten langs vraagzijde. Knelpunten die er vast en zeker nog te over zijn. Daarom heeft de VDAB samen met de uitzendsector een gerichte actie opgezet om uitzendkrachten op te vangen waarvan het contract collectief niet verlengd wordt. Hoewel de sector kraakt onder de conjunctuuromslag, blijf ik geloven in het tewerkstellingspotentieel ervan. Tijdelijke arbeid biedt heel wat kansen om de deelname aan het arbeidsbestel te verhogen, in het bijzonder voor werkzoekenden die niet hoog scoren op de hitparade van de traditionele arbeidsmarkt. Illustratief is hier het succes van het Brusselse sociale uitzendkantoor Exaris, dat er door middel van individuele begeleiding in slaagt om laaggeschoolde jongeren tussen 16 en 30 jaar na interim-werk te laten doorstromen naar een vast contract. Of nog: de toename van het aantal jobstudenten in 2008. In complementariteit met het vaste banencircuit vormt tijdelijke arbeid daarnaast een essentieel ingrediënt van de innovatieve arbeidsorganisatie die broodnodig is voor de realisatie van een duurzaam economisch weefsel.


Fons Leroy
Gedelegeerd bestuurder VDAB


 

Nummer 100 voor Nationale Arbeidsraad

Woensdagmiddag worden in de kantoren van de Nationale Arbeidsraad de champagneflessen ontkurkt. Het mag dan al economische crisis zijn, de onderhandelaars van vakbonden en werkgevers hebben toch iets te vieren. In de NAR wordt woensdag immers de honderdste nationale cao ondertekend. 

En dat is geen 1 april-grap. Dit symbool van volgehouden en succesvol sociaal overleg verdient vanzelfsprekend een (kleine) plechtigheid annex receptie. Hopelijk hebben de aanwezigen op het feestje de tekst vooraf al eens doorgenomen, want cao nr. 100 slaat op het 'voeren van een preventief alcohol- en drugsbeleid in de onderneming'.

Johan Rasking

 

Werven zonder scherven

 

Gisterenavond organiseerde de vzw Cocom – Ode aan de mens een gala-benefietconcert met Dirk Brossé in de Bijloke in Gent. De opbrengst van dit concert ging naar de armoedebestrijding, meer bepaald naar Prof. Dr. Bea Cantillon om onderzoek naar gekwetste biografieën en loopbanen te financieren. In dat kader werd ook het Charter “Werven zonder Scherven” voorgesteld (zie www.cocom.be). Dit Charter wil bedrijven en intermediaire organisaties aanmoedigen om bij werving- en selectieprocedures geen mensen af te schrijven omwille van “dode of lege periodes”. Zo’n periodes vinden we meestal bij voorbaat “verdacht” en een reden om de sollicitatie verticaal te klasseren. Ten onrechte. Bepaalde werkzoekenden hebben nu éénmaal een carrière met “scherven” ingevolge persoonlijke of familiale problemen, een burn out, diepe armoede, sociaal-psychische problemen, gevangenschap…. Toch verdienen ze een tweede kans. Die kans zullen ze maar echt krijgen indien we met zijn allen niet blijven focussen op de “leegheid” van die periodes maar juist in die periodes op zoek gaan naar verworven competenties waarop men positief kan verder bouwen. Als (over)morgen na de economische crisis de economie herneemt, zullen we alle potentiële talenten broodnodig hebben en kunnen we ons niet veroorloven kansen te missen omdat we met vooroordelen tegen over “lege CV-periodes” kijken.

 

 

 

Fons Leroy

Gedelegeerd bestuurder

VDAB


 

Ecocheques kleuren vakbondsgroen


In hun nationaal loonakkoord voor de periode 2009-2010 hebben de vakbonden en werkgevers zich van hun meest innovatieve kant laten zien en de invoering van zogenaamde ecocheques mogelijk gemaakt. Naar analogie met de 'fiscaal vriendelijke' maaltijdcheques kunnen de bedrijven hun werknemers voortaan dus ook ecocheques toekennen. Daarmee kunnen de betrokken werknemers een reeks energiezuinige en/of milieubewuste producten en diensten aankopen. 

Wie alles over de ecocheques te weten wil komen, kan daarvoor op een speciale website terecht: www.ecocheque.be. Voor wie een letter meer wil intikken: www.ecocheques.be bestaat ook. Beide sites kleuren, zoals het in dit dossier hoort, helemaal groen. Bij nader inzien heeft die groene kleur echter niets met ecologie te maken, maar alles met de eigenaar van beide internet-domeinnamen: de christelijke vakbond ACV. Die was er als eerste bij om zich de ecocheques toe te eigenen en te linken aan het eigen groene vakbondslogo.

Het ACV heeft duidelijk geleerd uit het verleden. Bij de opkomst van het internet bleek de grootste vakbond van het land te traag om de domeinnaam www.acv.be te claimen. Wie daar naartoe surft, kan een excellente keuze maken uit... warmwaterboilers van producent ACV. Wie de vakbond nodig heeft moet www.acv-online.be intikken.

 

Ministers mobiliseren voor Brussel

Vandaag vond in Brussel een speciale conferentie plaats om na te gaan hoe tewerkstelling, beroepsopleiding en onderwijs in het hoofdstedelijk gewest beter op elkaar kunnen worden afgestemd.

Dat klinkt heel lovenswaardig en zelfs nuttig. Goed overleg tussen ministers, ambtenaren en sociale partners kan in dit soort dossiers alleen maar vooruitgang brengen. Maar zoals wel vaker als het om Brussel gaat, is het ook op deze tewerkstellingsconferentie vooral zaak om geen enkele beleidsbetrokken minister over het oog te zien. 

Na afloop lieten liefst negen ministers hun naam achter op een gezamenlijk persbericht. Daar gaan we: Charles Picqué, Benoit Cerexhe, Francois Dupuis en Guy Vanhengel vanuit Brussel; Rudy Demotte, Christian Dupont en Marc Tarrabella vanuit Wallonië/Franse Gemeenschap; en Kris Peeters en Frank Vandenbroucke vanuit Vlaanderen. Als dat geen mooie 'mobilisatie voor werk' is. Nu nog jobs vinden voor de Brusselse werklozen.

Johan Rasking

 

LIFO? FIFO? Neen, DIFO!

Het FIFO-principe “First In, First Out” heeft de voorbije decennia voor een massale uitstoot van oudere werknemers gezorgd. De gevolgen zijn nog altijd voelbaar en zullen weer prominent opduiken bij een economische heropleving: een manifest tekort aan ervaren medewerkers. Het LIFO-principe “Last In, First Out” is als tegenhanger opgezet en stuurt bij een economische schok de jongeren als laatste bijkomers terug naar af. Deze tendens wordt versterkt door de vertijdelijking van een gedeelte van de arbeid.

 

In het licht van de toegenomen diversiteit op de arbeidsmarkt, de vergrijzing van de beroepsbevolking en de absolute noodzaak om in de toekomst alle talenten te mobiliseren (ook talenten die vandaag nog verborgen zijn of zich buiten de arbeidsmarkt bewegen), bieden de principes van FIFO en LIFO absoluut géén duurzame oplossingen.

 

Daarom pleit ik voor een nieuwe ontslagpraktijk, volgens de principes van de DIFO of “DIversiteitsFOcus”. Willen bedrijven ook in deze economisch moeilijke tijden de brug slaan naar de toekomst, dan moet er resoluut geopteerd worden voor het behoud van een goede personeelsmix in de onderneming. Als morgen, na de economische crisis, weer volop moet worden aangeworven, zullen werkgevers meer dan ooit voordien geconfronteerd worden met een erg kleurrijke kandidatenvijver, waarbij ook grijs een veel voorkomende kleur is. Welk bedrijf is dan nog geloofwaardig? Het bedrijf dat alle diversiteit heeft uitgestoten of het bedrijf dat diversiteit waarborgde – ook in moeilijke tijden? De keuze lijkt me vlug gemaakt…

 

Fons Leroy

Gedelegeerd bestuurder

VDAB


 



Beursblogs