De verkiezingscampagne loopt op haar laatste benen en ze begint ook in mijn benen te kruipen. Wat het zondag voor mezelf gaat geven, weet ik niet. Ik wil niet te hard gaan dromen, maar misschien brengt die dertiende plaats op de senaatslijst me toch nog geluk. In elk geval begint het te kriebelen om er na de verkiezingen tegenaan te kunnen gaan en al die beloftes van de campagne in beleid om te zetten. Er zijn een aantal thema’s waar ik me wil voor inzetten, het drugsbeleid bijvoorbeeld. Ik vind het terecht dat mijn partij aandringt op meer transparante regels. Ik ben er zelfs blij om. Het moet duidelijk zijn wat mag en wat niet, en bij overtredingen moet er gestraft worden. Dat repressieve luik is nodig, maar ik dring ook aan op meer preventie om te vermijden dat jongeren die stap naar drugs doen. Ik wil me ook inzetten om die absurde regels af te schaffen waar jeugdorganisaties mee worden geconfronteerd. Zo mag een speelpleinwerking wel een gratis fruitsapje uitdelen aan de kinderen, maar als ze er ook een koek bijgeven, moeten ze een erkenning vragen bij het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid. Ik ben het ermee eens dat ook jeugdorganisaties veilig voedsel moeten aanbieden, maar dat is toch echt wel absurd. Dat moet veranderen. En ook aan ontwikkelingssamenwerking wil ik aandacht besteden. Ik stort zelf 0,7 procent van mijn campagnebudget aan een project in Afrika. Ook België moet er nu eindelijk werk van maken om het budget voor ontwikkelingssamenwerking op te trekken. 0,7 procent is nog altijd niet veel. Waar ik straks terechtkan als ik vertrek bij de scouts, weet ik nog niet. Misschien kan ik bij CD&V beginnen, misschien in een of andere organisatie, we zien wel. De politiek is tot nu toe leuk, maar vermoeiend voor mij en ik ben klaar voor meer. Mijn honger is aangescherpt. Laat de verkiezingen dus maar komen.
De Standaard Weblog om 23:12 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Tussen de marktbezoeken, het ophangen van de affiches en het uitdelen van folders door, geef ik ook veel speeches en spreekbeurten. Van al dat praten was ik even mijn stem kwijt, maar dat deert me niet. Zeker niet als ik de tijd krijg om over dingen te praten die mijn 'dada' zijn. België in de wereld bijvoorbeeld. Ik was deze week te gast bij studenten internationale politiek en daar heb ik mijn verhaal kunnen doen. Mij valt het op dat België vroeger een grijze muis was, een klein landje waarmee niemand rekening hield. Dat is veranderd. Nu tellen we mee. Ik herinner me hoe moedig we waren om ons radicaal te verzetten tegen deelname aan de oorlog in Irak. Ook zijn we actief in de Balkan, in Zuid-Libanon en in Afghanistan. Onze blauwhelmen helpen er om het land weer op te bouwen. Dat zijn heel wat prestaties voor ons land. Ik vraag me dan ook af -en de studenten met mij- wat Pieter de Crem (CD&V) bedoelt wanneer hij zegt dat we nog meer risicovolle operaties moeten doen. Wil hij naar Irak of zo?
Ik ben ook trots op wat we in Congo deden. Daar heerste vroeger straffeloosheid, maar nu zijn er democratische verkiezingen geweest. Oké, het is allemaal nog pril, maar het geeft hoop. Daarom vind ik dat we verder moeten doen. De 0,7 procent ontwikkelingshulp halen bijvoorbeeld. Hoe eerder, hoe liever. Maar wat nog veel structureler kan helpen, is volgens mij de afbouw van de schandalige exportsubsidies. Die veroorzaken echt de armoede in Afrika. Ik heb er mijn thesis over gemaakt. Het is vreselijk dat de Boerenbond zich nog steeds met hand en tand verzet tegen elke beknotting van het protectionisme. Dat Yves Leterme in 2004 meeliep met een betoging van hen, is nog erger. Dat is dan de man die vandaag voor meer solidariteit pleit. Met Verhofstadt staan we op de kaart. Dat moet zo blijven. We moeten de verantwoordelijkheid die we in de wereld hebben opgenomen, behouden.
De Standaard Weblog om 11:38 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Vorige week was rustiger, toen had ik drie dagen vakantie genomen om campagne te voeren. Deze week sta ik weer met de ochtendploeg bij Ford, en dan is zo'n verkiezingscampagne toch vermoeiend. We werken zelfs op zaterdag, want we moeten nog wat productieachterstand inhalen.
Hoe ik het na 10 juni ga doen met mijn baan bij Ford, vragen heel wat vrienden me. 'Ik wil wel voor je stemmen, en ik steun je campagne. Maar als dat betekent dat we je dan verliezen, is dat wel heel jammer', heb ik ook al van een pak collega's gehoord.
Zelfs als ik verkozen word voor de Kamer, zou ik doodgraag nog één dag in de week blijven werken
bij Ford Genk. Ik wil het contact met de mensen niet verliezen, je hoort en ziet er zoveel. Ik krijg er indrukken en informatie die ik nergens anders kan krijgen. Ik ga het de directie voorleggen als het zover is en hoop dat ze het toestaan.
Wat me opvalt is dat veel mensen niet precies weten hoe ze moeten stemmen. 'Mag ik op u stemmen, en op een kandidaat van een andere partij', vragen veel oudere mensen me. Of 'mag ik op twee mensen van dezelfde lijst stemmen', willen ze weten. Ik leg dan heel geduldig uit wat ze wel en wat ze niet kunnen doen.
Ondertussen heb ik er ook mijn eerste tv-optreden bij de VRT opzitten, in hun Terzake 07. Nadeel was dat ik bij het publiek zat, en dus maar heel kort kon reageren in het debat over de pensioenen. Wij willen de mensen duidelijkheid geven, zodat ze kunnen rekenen op een deftig pensioen. Het CD&V-programma is op dat punt helemaal niet helder.
Het was dan ook wat frustrerend dat Inge Vervotte (CD&V) tijdens het debat niet op mijn vraag inging. Na de opname was ze meteen weg, Mathias De Clercq (Open VLD) kwam tenminste vriendelijk 'hallo' zeggen.
Ondertussen houdt de processierups Limburg in zijn greep, ik heb zelf ook al serieus last van jeuk gehad. Die beestjes worden vernietigd, maar hun gifdeeltjes komen via de lucht toch tot in de huizen. Hier in Maasmechelen rukken elke dag 7 mensen uit om de rupsen te bestrijden.
Vrijdag trekken we nog naar Herstappe, de kleinste gemeente van België. Ik weet wel dat daar niet veel stemmen te winnen zijn (in 2006 waren er 69 stemgerechtigden, red.) maar als je in elke gemeente geweest bent moet je er Herstappe toch ook bijdoen?
De Standaard Weblog om 07:42 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Over media-aandacht mag ik niet klagen. Ik zit woensdag in de studio van de VRT, als jonge belofte van Groen! Zaterdag ben ik te gast in de VTM-verkiezingsshow. Radio 1 en 2 volgen me. ATV, de kranten... Zondag ga ik om 12 uur stemmen, daarna gaat het richting VRT. Het houdt niet op. Tussendoor probeer ik de laatste dagen voor de verkiezingen nog wat markten te doen. Biomarkten ook. Er is nog een te groot prijsverschil tussen bioproducten en gewone groenen en fruit. Bio moet ook betaalbaar zijn voor mensen die het financieel niet breed hebben. Daar is een rol weggelegd voor de overheid. De landbouw krijgt veel subsidies. Waarom kan daarvan niet een groter deel naar de biolandbouw?In Duitsland bieden ook Aldi en Lidl bioproducten aan. Waarom kan dat niet bij ons? Als ik straks in de Kamer zou zitten, zal ik me op die praktische ecologie toeleggen. Thuis eten we ook bio, zo veel als mogelijk toch. Het prijsverschil is soms nog een drempel. Ik eet ook geen vlees meer, sinds mijn zestiende al. Ik heb de vleesindustrie toen resoluut de rug toegekeerd. Ik ben voor dierenrechten, en lid van Gaia. Vis eet ik wel. Met een viswijzer probeer ik in de gaten te houden welke vissoorten bedreigd worden. Mijn eerste verkiezingscampagne is een overweldigende ervaring. Ik krijg veel kritische reacties, doorgaans positief. Soms ook negatieve, duidelijk van mensen die voor die andere partij stemmen (Vlaams Belang, red.). Neen, geen scheldwoorden, zo ver gaan de meeste mensen niet. Als we rond de acht procent zouden uitkomen zijn de verkiezingen voor mij geslaagd. Het mag altijd meer zijn, maar ik hoop vooral op die tweede zetel voor Antwerpen. Als we niet boven de kiesdrempel zouden uitkomen, zal ik niet goed slapen. Ik slaap nu al niet zo goed meer, door de campagne. (fvg)
De Standaard Weblog om 21:37 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Leerrijk, boeiend en stresserend. Eigenlijk piek je tijdens zo'n campagne naar de verkiezingsdag. Ik heb heel veel geleerd. Maar ik heb ook gemerkt dat ik nog veel te leren had. Je sais maintenant que je ne sais rien, zong Jean Gabin ooit.
Op geen enkel moment kan ik die stress afbouwen. In die zin zal ik best tevreden zijn als het allemaal achter de rug is.
Natuurlijk word ik ook in het zakenleven geconfronteerd met druk. Maar dat is toch van een heel ander niveau. Ik kan daar veel makkelijker mee omgaan, gewoon omdat ik daar veel meer ervaring heb.
Vorige week moest ik Frank Vanhecke vervangen tijdens een Voka-debat in Roeselare. Er waren meer dan 1.000 aanwezigen. Ik denk niet dat ik daar ben afgegaan, ik heb zelfs een aantal punten gescoord. Goed dat ik het debat op voorhand had ingestudeerd. Yves Leterme en Johan Vande Lanotte waren er ook, maar ik heb met hen niet gepraat. Ze kwamen veel te laat aan.
Een paar dagen later debatteerde ik in het Antwerpse Sint-Lievenscollege, waar ik ooit nog school liep. Het was een heel aangename ervaring. De leerlingen waren buitengewoon leergierig. Het debat sneed allerlei onderwerpen aan.
Ook de hoofddoeken, maar dat was slechts zijdelings. Vooral SP.A en Groen! zaten elkaar in de haren. Ondertussen kon ik toekijken. Voor ons is het evident dat de hoofddoek wordt afgelegd.
Van de vijandige reacties trek ik me niets aan.
Het valt me trouwens op dat de meeste vijandigheid zich bevindt achter de debattafel, niet in het publiek. Vertegenwoordigers van Groen! en SP.A geven me nooit een hand.
De afgelopen week hebben we ook gemanifesteerd rond kernenergie. Donderdag hadden we een zeer interessant gesprek met de directie van Doel. Die verzekerde ons dat een sluitingsscenario voor Doel in 2015 een utopie is.
De pleitbezorgers van een vierde generatie van kerncentrales missen 20 tot 30 jaar. De eerste centrale van het nieuwe type gaat ten vroegste tussen 2030 en 2050 open.
De Standaard Weblog om 07:26 | Link | 3 Reacties | 0 TrackBack
De Standaard Weblog om 06:41 | Link | 1 Reacties | 0 TrackBack

Het was even slikken de voorbije week, na de reacties op mijn optreden in Terzake. Ik ben erg geschrokken en ook een beetje geraakt door wat er is gebeurd. Als ik lees dat politici me op hun website als een stuk onbenul omschrijven, als ik de artikels in de pers lees, vraag ik me af hoe ze dat kunnen zonder me ooit gesproken te hebben.
Politiek is een harde stiel, dat heb ik nu op een onzachte manier geleerd, maar ik wil niet op die manier aan politiek doen. Oké, ik was onervaren en ben een beetje afgegaan, maar ik heb op zich niets verkeerds gezegd. Zorg op maat blijft voor mij het belangrijkste.
Moet de gezondheidszorg daarvoor gesplitst worden? Misschien wel, ik sta helemaal op de lijn van CD&V, maar misschien had de partij beter iemand anders gestuurd naar dit debat, iemand die meer beslagen is in staatshervorming.
Het is een les geweest, ik moet wennen aan het leven in de politiek en hoop dat ik niet te veel eelt op mijn ziel krijg. Toch blijf ik vinden dat zowel Christine Van Broeckhoven als ikzelf heel hard zijn aangepakt. Wij zijn nieuw. Geef ons de kans om nieuw te zijn en fouten te maken. Ook Van Broeckhoven probeerde een oprecht antwoord te geven. Ze moet wel de kans krijgen.
Ik blijf niet bij de pakken zitten. Na de kritiek ben ik nog harder campagne gaan voeren. Ik wil tonen dat ik wel degelijk een politicus ben die ergens voor staat. Er zijn thema's waar ik niet veel kaas van gegeten heb, zoals de staatshervorming, maar over de rol van het middenveld of het jeugdwerk heb ik wel degelijk een mening. Daar wil ik de komende dagen voor gaan.
De Standaard Weblog om 13:47 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Vanavond (gisteravond, red.) mag ik naar TerZake07 om er te debatteren over de pensioenen. Of er geen jaloezie is in de partij omdat ik zoveel mediakansen krijg? Daar hou ik me echt niet mee bezig, de VRT heeft me gebeld en ik heb ja gezegd.
Het debat in TerZake tussen Herman Van Rompuy en Freya Van den Bossche over normen en waarden heb ik met argusogen gevolgd. Op ethisch vlak zit ik helemaal op de lijn van de socialisten; op andere vlakken dan weer niet. Ik kan niet aan het gevoel ontsnappen dat CD&V de ethische klok wil terugdraaien. Het voorbehoud dat de partij maakt bij de schuldloze echtscheiding bijvoorbeeld.
Ik ben zelf het kind van gescheiden ouders en ik weet hoe zwaar dat kan zijn. Ik geloof er rotsvast in dat je mensen zelf moet kunnen laten vaststellen dat ze hun huwelijk schuldvrij willen beëindigen, zonder dat je daar termijnen op plakt.
Ik ben deze week ook gaan spreken voor holebi's, in mijn vriendenkring zitten trouwens verscheidene homo's. Die mensen staan zeer huiverachtig tegenover iemand als Wouter Beke (CD&V-senator) die zich heeft laten ontvallen dat bij jongeren in het algemeen het anders geaard zijn vaak moeilijk aanvaard wordt.
Ik pas er in elk geval voor om de ethische klok terug te draaien. Zie je wat er gebeurt in Nederland? Daar staat het homohuwelijk weliswaar in de wet, maar in de praktijk zie je dat het gedwarsboomd wordt; ambtenaren kunnen weigeren op basis van gewetensnood.
Als ik dan hoor dat Herman Van Rompuy eigenlijk wil dat ethische kwesties niet meer door het parlement zouden worden beslecht, word ik achterdochtig. Open VLD komt op voor zelfbeschikking, ook voor euthanasie voor jongeren die onmenselijke pijn lijden bijvoorbeeld. Je moet mensen niet aan de ketting leggen. Christendemocraten als Herman Van Rompuy, Hugo Vandenberghe of Wouter Beke lijken heimwee te hebben naar de tijd waarin gezagsdragers beslisten wat voor hen de beste ethische keuze was. Welnu, die tijd is voorbij. (ita)
Elke dag brengt De Standaard een dagboek van een beginnend politicus. Morgen: Rudy Verhoeven.
De Standaard Weblog om 00:20 | Link | 3 Reacties | 0 TrackBack
Ik heb heel hard moeten lachen deze week, in een debat voor tv-Limburg. De Vlaams Belanger van dienst was maar aan het doorrazen over hoe de integratie van niet-Belgen in Limburg compleet mislukt was, en hoe al die gemeenschappen naast elkaar leefden. 'Dus u vindt dat Meryame Kitir niet geïntegreerd is in onze provincie', vroeg de moderator. 'Neen, in tegendeel, ze is een voorbeeld van geslaagde integratie', repliceerde de Vlaams Belanger. Iedereen moest lachen, in één seconde had de man heel zijn eigen stelling onderuit gehaald.
In feite lig ik er helemaal niet wakker van dat ik een Marokkaanse achtergrond heb, ik heb veel liever dat mensen me zien als Meryame, en niet als 'dat Marokkaanse meisje'.
Ik moet eerlijk zeggen dat het hoofddoekendebat mij niet bezig houdt, in Maasmechelen leeft dat ook niet. Persoonlijk zie ik niet in waarom de overheid ambtenaren zou verbieden een hoofddoek dragen. Zolang iedereen zijn werk maar goed doet. Anderzijds begrijp ik wel dat mensen die aan een loket komen, er aanstoot aan nemen bediend te worden door iemand met een hoofddoek. Ik zou ook niet willen dat zo iemand een pin met het Vlaams Belang-logo zou dragen.
Ik word hoe dan ook veel vaker herkend als 'dat meisje dat in de fabriek werkt', dan als allochtone kandidaat. Ik richt me ook niet specifiek op de allochtone gemeenschap, zoals sommige Turkse of Marokkaanse kandidaten. 'Mijn merk', als je dat zo mag noemen, is 'arbeidster'.
Ondertussen heb ik ook een slogan in die richting gelanceerd: 'fabriek in de politiek'. Het slaat aan, iedereen is enthousiast. Op het college in Maasmechelen is zelfs een half uur gedebatteerd onder de leerlingen over mijn campagne.
Gisteren en vandaag is onze voorzitter, Johan Vande Lanotte, in Limburg om campagne te voeren. Dan merk je toch een serieus verschil hoor, plots krijgt onze ploeg veel meer aandacht. Als ik op een markt ga, spreekt men mij wel eens aan. Maar met een nationaal kopstuk, dat is een heel ander verhaal.
De Standaard Weblog om 14:33 | Link | 1 Reacties | 0 TrackBack
Ik heb afgelopen week heel wat Turkse journalisten te woord gestaan, live of via het internet. Op een feest van de Kaukasische Turken in Antwerpen was bijvoorbeeld de Turkse satellietzender Euroturk aanwezig, die uitzendingen verzorgt voor Turken in Europa.
De buitenlandse journalisten hebben gehoord dat er bij de verkiezingen in België een Turkse lijsttrekker is en stellen me allen dezelfde vraag: hoe komt het dat in België een Turkse zover in de politiek doorstoot? Ik vraag hen of ik in Europa dan de enige Turkse lijsttrekker ooit ben, en daar kunnen ze mij niet op antwoorden. Maar het fascineert hen.
Ik voer geen politiek omdat ik Belgisch-Turkse ben. Mijn achtergrond is van belang voor mijn wetenschappelijke expertise (Almaci is onderzoekster aan de Vrije Universiteit Brussel over diversiteit, red.) en is ook een insteek voor sommige van mijn politieke inzichten, bijvoorbeeld over de hoofddoek. Soms hoor ik als commentaar: ‘Kind, waarom ben je niet bij een andere partij opgekomen? Dan zou je het wellicht nog verder kunnen schoppen.’ Maar fierheid speelt ook een rol in de belangstelling van de Turkse journalisten. Ook mijn moeder is heel fier, maar terzelfder tijd bezorgd, omdat de verkiezingscampagne zo veeleisend is en ik zwanger ben. Mijn familie kwam in 1974 uit Anatolië, in Centraal-Turkije, naar België. Mijn vader volgde de lokroep van het werk, zoals zovelen. De peiling van De Standaard, met het goede resultaat voor Groen, was een opsteker, maar het blijft een peiling. We mogen niet op onze lauweren rusten. We moeten er nog twee weken keihard tegenaan gaan. De zenuwen beginnen in elk geval te spelen. De verkiezingen mogen er wat mij betreft aankomen.
De Standaard Weblog om 12:24 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack