Round-up

Het zit erop: ik ben weer in België, de pijn is verdwenen, de foto's zijn opgeslagen, familie en vrienden zijn gebeld en mijn loopschoenen staan opnieuw in de kast. Maar lang zullen ze daar niet blijven: ik heb nu alweer zin om de benen los te draven, misschien waag ik me morgen wel aan een 5-tal kilometer.

Als afsluiter van deze blog maak ik graag een overzichtje met enkele tips en bevindingen. Niet datgene wat iedereen kant-en-klaar en beter op meerdere websites kan lezen en van begeleiders kan horen, maar wel de antwoorden op vragen die de afgelopen maanden door mijn hoofd spookten.

1. Iedereen kan een marathon lopen. In New York waren we afgelopen zondag met ongeveer 44.000, maar ook de rest van de wereldbevolking moet dit kunnen. Ikzelf ben het voorbeeld dat je geen magere topatlete met aanleg voor langeafstandlopen moet zijn: zolang je je eigen tempo vindt, is 42 km haalbaar. En dan bedoel ik echt haalbaar voor íedereen: ik heb in New York mensen met één of géén benen de finish zien halen, blinden, mensen die ziektes als kanker en obesitas overwonnen hadden, mensen van meer dan 70 jaar oud,...

2. Begin bescheiden. Hoewel marathons dus niet onoverkomelijk zijn, mag je ze niet onderschatten. Ik heb op aanraden van mijn dokter meerdere sites afgespeurd, op zoek naar het makkelijkste schema. Uiteindelijk kwam ik bij eentje terecht dat me niet verder pushte dan een training van 32 kilometer. Dat lijkt (te) weinig, maar het bleek voldoende. Je zal er geen tijd van 3u30 mee halen, maar dat is een ambitie die je voor later kunt houden.

3. Overschat je uitdaging een beetje. Meer dan eens heb ik te horen gekregen dat het parcours in New York veel zwaarder is dan het op het eerste gezicht lijkt. Ik werd gewaarschuwd voor erg veel stukken vals plat, voor moeilijke bruggen, voor venijnige hellingen in Central Park. En dus legde ik mezelf geregeld een moeilijk trainingsparcours op. In mijn generale repetitie van 32 km heb ik 17 hellingen overwonnen. Dat hielp: de marathon viel me veel beter mee dan ik gevreesd had.

4. Laat je niet gek maken. Ik heb nu in totaal aan vijf wedstrijden deelgenomen (Halve marathon Brussel '08/'09, 20 km Brussel '09, Dwars door Mechelen '09 en NYC Marathon '09) en keer op keer voelde ik me bij de start geïntimideerd door medelopers in uiterst professionele pakjes, die bovendien erg professionele praat verkochten. Bleek dat je ook zonder dat alles de meet kan halen: gebruik enkel dat waarmee je vertrouwd bent. Als je op training zonder gels en camelbags loopt, hoef je die niet aan te schaffen voor het echte werk.

5. Neem elk pijntje serieus. Het voelde als een beetje overbelasting, maar de pijn in mijn onderbenen bleek toch serieuzer te zijn: mocht ik niet naar de kinesist gestapt zijn, dan zou ik nooit de finish van de marathon gehaald hebben. Probeer dus niet verder te lopen met een ongemakje, want voor je het weet, ligt je droom aan diggelen.

6. Panikeer niet als er iets misloopt. Bij de start van mijn voorbereiding was ik zwaar op mijn zij gevallen, waardoor ik al meteen met een week achterstand moest beginnen. En de avond voor de marathon leek alles alsnog in het water te vallen, toen ik door omstandigheden veel meer moest stappen dan goed voor me was. In beide gevallen dacht ik meteen aan het ergste, maar uiteindelijk liep alles nog goed af. Blijf dus kalm, en bedenk hoe je de situatie het best kunt aanpakken.

7. Kom op tijd, maar gun jezelf ook vakantie. Als je een marathon in een ander land of zelfs een ander continent gaat lopen, zoals die in New York, hou dan rekening met het uurverschil en de tijd die je nodig hebt om je aan te passen. Maar overdrijf niet: ik was dinsdag al ter plaatse, meer dan vier volle dagen voor de start, en dat was voor mij veel te vroeg. Tegen vriijdag was ik al ongeduldig en gefrustreerd omdat ik toch niet ten volle de stad kon bezoeken. Mocht ik op donderdag gekomen zijn, was het mij ook nog gelukt om de jetlag te verwerken en had ik na de marathon nog een paar dagen extra van New York kunnen genieten.

8. Drink, maar verdrink niet. Tijdens de marathon stond er vanaf de vijfde mijl (8 km) elke mijl (elke 1,6 km) een drankstation waar je keuze had tussen water en Gatorade. Ik heb élke keer gedronken, behalve de laatste twee keer, toen ik zo goed als binnen was. In New York serveren ze de drank in grote bekers, en wanneer je die niet gewoon bent, kan je maar beter de tijd nemen om ze te leren kennen. Bij het eerste drankstation probeerde ik toch koppig al lopende te drinken, met als gevolg dat ik proestend het water langs mijn neus weer naar buiten voelde lopen. Gewoon een paar passen stappen is dus de betere oplossing.

9. Schrijf je naam op je shirt. Een beetje persoonlijke aanmoedigingen kunnen, denk ik, wonderen doen. Ik had mijn naam niet op mijn shirt staan, maar hoorde wel wat de supporters naar mijn medelopers riepen. Zelfs een land volstaat: ik heb wel tien keer "Go Egypt" en "Go Denmark" gehoord.

10. Geniet. Op de ferry naar de start hoorde ik een Amerikaanse ervaren loper aan een groentje vertellen dat de marathon van New York lopen zo fantastic is, dat het publiek the best is, dat het amazing voelt, dat je van elke stap moet genieten. Omdat ik op dat moment bloednerveus was en echt geen nood had aan dat positivogeklets, ergerde ik mij. Maar hij had wel gelijk: je moet elke minuut van een marathondag koesteren, ook wanneer het moeizaam gaat. Het draagt bij tot het onbeschrijfelijke gevoel dat door je heen gaat wanneer je die langverwachte meet overschrijdt.


 

Hell-o-ween

Er zijn zo van die verhalen die verschrikkelijk waren om te beleven, maar leuk zijn om achteraf te vertellen. Ik heb er zo eentje van de avond voor de marathon.

Zaterdag was ik - zoals mijn loopschema het voorschreef - twee kilometer gaan loslopen, in het mooie Riverside Park. Nadien bezocht ik met mijn familie het Metropolitan Museum, waar mijn oudste broer werkt en waar we dus een exclusieve rondleiding konden krijgen. Erg ideaal is een museumbezoek niet - wie krijgt er geen vermoeide benen van? - maar het duurde maar een goed uur en dat vond ik wel kunnen. Wel op voorwaarde dat we nadien zoals afgesproken met de taxi naar een restaurant zouden gaan en dat ik vervolgens op tijd zou kunnen gaan slapen.

Het draaide anders uit: ik wou nog wat spullen afzetten in de studio die ik met mijn jongste broer deelde, dus lieten we de taxi een ommetje maken. Bleek dat 6th Avenue volledig was afgesloten en dat we dus nog een stukje te voet zouden moeten afleggen. Mijn twee broers, mijn moeder en ik naderden ons appartementsgebouw tot op 50 meter, maar konden dan niet verder: er kon elk moment een Halloweenparade beginnen en we mochten het kruispunt niet oversteken. En dus zochten we elders naar een opening. Achter elkaar wurmden we ons een weg tussen een gigantische massa van verklede Amerikanen.

We mochten van de politie niet in het metrostation dat ons ondergronds naar de overkant zou kunnen leiden. Er kwam een te grote stroom mensen uit, waardoor de omgekeerde beweging niet werd toegestaan. We begonnen dan maar naar het einde van de afgebakende zone te zoeken.

Ondertussen was het beginnen te regenen. Met nat haar en een natte broek probeerde ik tussen de mensenzee mijn twee broers te volgen, die resoluut de leiding hadden genomen. Maar ik wou geen al te grote inspanning leveren, dus probeerde ik tegelijkertijd rustig te stappen. Met als gevolg dat we elkaar meer dan eens moesten terugvinden. We liepen in een straat parallel met de Halloweenparade, waar taxi's nemen onmogelijk was omdat ze in de andere richting moesten rijden. Af en toe probeerden we op aanraden van agenten weer door te steken naar 6th Avenue, maar elke keer weer bleken ze niet goed op de hoogte: we stuitten telkens op een haag van vrolijke feestvierders.

Mensen met half verrotte gezichten, monsters, apen, Spidermen, Catwomen: ze maakten allemaal deel uit van mijn nachtmerrie. Toen we voor de zoveelste keer verkeerd de weg waren gewezen en toen ik vervolgens mijn oudste broer definitief kwijtspeelde, was ik de wanhoop nabij. Ik begon mijn benen te voelen, ik moest ook zo snel mogelijk gaan slapen, maar kon ook niet in bed zonder eten. Ik dacht dat al mijn trainingswerk voor niets zou zijn geweest.

Net toen ik overwoog om me gewoon ergens neer te planten en de horrorparade uit te zitten, vonden we een opening. De politie liet ons oversteken en we waren zo op twee straten verwijderd van het restaurant waar mijn andere familieleden ons al lange tijd zaten op te wachten. Toen ik daar kwam binnengesloft stond het huilen me nader dan het lachen. Dat laatste kan ik nu wel, achteraf bekeken. Want de volgende dag bleek ik toch fit genoeg. Maar Halloween zal je me niet snel een feest horen noemen.


 

16018 seconden

Alsof de 43.000 finishers van de marathon over mij gelopen waren: zo voelde het toen ik gisteren opstond. Ik heb de hele dag met bijna gestrekte benen rondgewaggeld. De meest onmogelijke beproeving was het trappen aflopen. Mijn bovenbenen waren in staking.

Ik kan ermee lachen. Wie mij ziet stappen doet dat ongetwijfeld ook. Mij zorgen maken doe ik niet: in de drie jaar dat ik loop, heb ik dit soort pijn al veel vaker gevoeld. Ik mag zoveel trainen, stretchen, slapen als ik wil: mijn quadriceps kunnen maar niet wennen aan mijn hobby. Het enige wat echt helpt is meteen na het lopen een half uurtje rustig fietsen om afvalstoffen af te voeren. Maar fietsen was afgelopen zondag geen optie. Ik zal deze pijn gewoon weer enkele dagen moeten uitzitten.

Wat belangrijker is: ik voel me fantastisch. Ik heb een gezonde eetlust en loop over van de energie. En ik ben bovenal nog volop aan het nagenieten. De felicitaties van vrienden en familie, van lezers hier op de site en elders: het doet erg veel deugd.

Met dit gelukzalig gevoel wil ik nu het beste maken van mijn laatste volle dag in New York. Ik kan nu eindelijk voluit de toerist uithangen. Benieuwd of ik ook nu weer mensen tegenkom die hun medaille om de nek dragen. Gisteren was de stad alleszins vergeven van de trotse finishers. Zelf bewaar ik de mijne op een veilige plaats in mijn grote rugzak, zodat ik hem zeker niet vergeet. 

Mijn medaille is nu overigens gegraveerd, met naam en eindtijd. Een leuk aandenken waarvoor mijn ouders gisteren uren aanschoven voor een tent in Central Park - ik was ondertussen een verslag van de marathon aan het schrijven voor de krant. En wat blijkt: mijn officiële tijd is nog een seconde sneller dan de officieuze die meteen na de wedstrijd online stond. Het zijn er nu 16018, in plaats van 16019...


 

Gloeien

Het is gelukt. Wat een zalig gevoel.

Ik zou een leuke invalshoek kunnen bedenken voor een nieuwe blog. Ik zou diep kunnen nadenken over leuke woordspelingen, een mooie zinsnede hier en daar en mijn tekst kneden tot een zo vlot mogelijk lezend geheel. Maar het spijt me, op dit moment wil ik gewoon gezegd hebben dat het gelukt is, want dat is ook het enige waaraan ik nu kan denken. Dit is genieten.

Ik heb afgeklokt in 4 uur, 26 minuten en 59 seconden, net onder de 4u30 die vereist is om morgen in de New York Times te staan, wat op het eind toch wel een motivatie was om mijn tempo te handhaven. Want dat is ook gelukt: ik heb vanaf de eerste kilometer nagenoeg hetzelfde ritme kunnen aanhouden, toch een teken dat ik mijn race goed heb ingedeeld en dat ik voldoende voorbereid was. De man met de hamer hield zich met anderen bezig. Marathon01     

Ik héb afgezien, maar niet half zo erg als ik had gevreesd. Tegen het einde aan, tussen kilometer 35 en 41, was het vreemd genoeg zelfs vrij aangenaam lopen. In het zicht van de meet begon ik dan toch te grimassen en te harken: ik heb me echt over de streep gekéken. Ik fixeerde mijn blik op de aankomstboog en liet die pas weer los toen ik eronderdoor was gelopen, met gebalde vuist.

Pas 15 meter na de meet barstte de hel los in mijn benen. Alsof ze binnenin ontstaken in een ontembaar vuur. Ik kon niet stilstaan, ik moest ze in beweging houden om de pijn draaglijk te houden. Mocht ik dit gevoel op een doordeweekse dag ervaren, dan lag ik kermend in mijn bed. Maar na een dag als vandaag kan ik het hebben. Meer nog, ik hoop dat mijn benen nog een paar dagen branden, zodat ook de voldoening blijft gloeien.


 

Kameel

Nog een beetje en ik rol de marathon uit. Ik ben nu voor de tweede dag op rij bezig met carbo-loading: koolhydraten vreten. Een week geleden vond ik het een leuk vooruitzicht om me vol te mogen proppen met pasta en andere meelproducten, maar gisteren was ik het al na enkele uren beu.

Twee bananen, een graanreep, vier sneden krenten- en notenbrood met confituur en choco, muesli met yoghurt en fruit, noedels met tomaten en champignons, een muffin, een gigantisch diep bord vermicellinoedels met springrolls en broodpudding was het beste wat ik op mijn eerste koolhydratendag voor mekaar kreeg. Vandaag deed ik ongeveer even goed met naast opnieuw twee bananen en vier sneden brood, nu ook drie graanrepen, een American cookie, een wafel met verse aardbeien, pasta met broccoli en parmezaanse kaas, wit brood, en een Italiaans gebakje.

En alsof dit alles mijn maag nog niet genoeg vult, drink ik ook de hele dag door liters water en thee. Met gevolg dat ik ook om de haverklap naar het toilet moet en op de mooie Washington Square ter plaatste stond te trappelen omdat er niet meteen een klein kamertje in de buurt was. Er zijn leukere manieren om een stad te bezoeken.

De theorie achter bovenstaande schranstraining is de volgende: tijdens mijn eerste dagen in New York heb ik zo goed als géén koolhydraten gegeten - op het menu stonden toen vooral vis en groenten - waardoor mijn lichaam snakte naar zetmeel en aanverwanten. Die krijgt het nu wel waardoor het gretig een reserve opbouwt. De extra calorieën moeten mij dan zondag voor een groot deel door de marathon loodsen. Het extra water behoedt me kameelgewijs voor snelle dehydratatie.

Het zou moeten werken: een vriendelijke lezer/loopcoach heeft me dit voedingsschema opgestuurd en hij heeft hier zondag 22 lopers aan de start staan, wat toch wel wat wil zeggen. Ik wil hem dan ook oprecht bedanken, mocht blijken dat deze vreetpartij de man met de hamer op afstand houdt.


 

Finish

Ik heb de finish gehaald. Te voet, tijdens een wandelingetje, terwijl ik een muffin aan het eten was. In de zuidwestelijke hoek van Central Park zijn nu al de hekken, de tribunes, de aankomstboog, de toiletten en de EHBO-tent opgesteld. De lopers zijn er ook al: ze verkennen in pelotonnetjes de slotmeters, velen van hen getooid in hun ING New York Marathon T-shirt.

Ook ik ben nu officieel lid van dat clubje: het shirt - een dry fit longsleeve van Asics - zat in de goody bag die ik deze middag kreeg toen ik mijn startnummer ging oppikken in het Javits Center, een groot congrescentrum aan de oever van de Hudson. Zodra ik mijn hand legde op de 46012 die ik zondag op mijn buik speld, begon mijn hart sneller te kloppen. En ik was kennelijk niet de enige die in de grote hal overmand werd door de marathonkoorts: iedereen liep er uitgelaten rond, shopte naar hartenlust in de talrijke standjes van de sponsors en poseerde onnozel maar ongegeneerd voor de muur waarop het parcours geschilderd is.

Het virus verspreidde zich vervolgens ook in de rest van de stad: de straten en de metro's vulden zich met mensen die de ING-zak rond de schouder hadden hangen. En inmiddels gaat de invasie van buitenaf onverminderd voort: mijn familieleden die vandaag kwamen overgevlogen vanuit Brussel zeiden dat ze in het vliegtuig omringd werden door lopers, die uren over niets anders praatten dan over de marathon.

Deze mensen moeten ongetwijfeld denken wat door mijn hoofd gaat: laat het nu maar snel zondag zijn. Geen enkel verkenningstochtje kan mijn zelfvertrouwen opkrikken, enkel starten en vervolgens aankomen kunnen mij genezen van deze allesoverheersende spanning.


 

Schuldig

Verdorie, wat is het moeilijk om te rusten in New York. Ik zou deze laatste dagen vooral moeten stilzitten, maar hoe kan je dat in godsnaam doen wanneer je voor het eerst in een van 's werelds boeiendste steden bent? Ik kan toch niet in mijn hostelkamer blijven liggen? 

Deze avond kon ik me gelukkig in de zetel nestelen in het appartement van mijn broer, die hier woont en werkt. En ook op restaurant gaan, voor het ontbijt en voor de lunch, paste perfect in mijn schema: zitten en eten, meer wordt van mij niet verwacht. Maar in de voor- en namiddag ben ik bijna de hele tijd in beweging gebleven. 

De lange afstanden heb ik dan wel zittend in de metro afgelegd, maar wanneer je bovengronds wil geraken moet je toch weer heel wat trappen op. Tussendoor liet ik me verleiden door winkels en bezienswaardigheden, wat helemaal nefast is voor de benen. Al slenterend pers je ze langzaam maar zeker uit. 

En als ik dan in een fantastisch gebouw als het treinstation Grand Central ben, vergeet ik waarom ik in New York ben. Ik kijk mijn ogen uit en wil dan elke hoek om; zo tellen de meters op. Pas wanneer ik op de zoveelste affiche van de marathon bots, voel ik me schuldig. 

Ik heb mijn benen dan maar op een andere manier verwend. Aan Columbus Circle heb ik ze in een gigantische runners store van een nieuwe loopbroek voorzien, zogenaamde Pro Tights, met ondersteunende strips. Een dure verpakking die zal dienen voor na de marathon, want tijdens heb ik mijn vertrouwde driekwartbroek aan. Zo heb ik mezelf al meteen een aanzet gegeven om ook na zondag te blijven lopen.


 

In korte broek

Hier ben ik dan. New York, Manhattan, Central Park. Hier moet het gebeuren.

Geen wonder dat de marathon van New York de bekendste ter wereld is. Het groene hart van de Big Apple blijkt het loopparadijs te zijn. Ik had al vaker gehoord dat je wel altijd joggers ziet in Central Park, maar dat het er werkelijk krioelt van de hardlopers had ik nooit verwacht. 

Meteen na aankomst in mijn hostel heb ik me omgekleed voor een eerste rustige training. Hoewel het regende, schatte ik in dat een T-shirt zou volstaan. De portier dacht daar anders over, maar ik verzekerde hem dat ik het niet te koud zou hebben. Ik liep vervolgens op goed geluk het park binnen, in de hoop meteen de weg te vinden naar het Reservoir, de gigantische plas water waarrond ook in Hollywood-films gelopen wordt. Lang moest ik niet zoeken: ik kon gewoon de stroom lopers volgen. 

Terwijl ik me even daarvoor in de straat bekeken voelde omdat ik met korte mouwen de regen indook, keek ik zelf met stijgende verbazing naar de schaars geklede kerels die me in het park voorbij snelden. Bij de eerste jongen in bloot bovenlijf dacht ik nog dat het om een uitzondering ging, een plaatselijke gek. Maar niet veel later raasden drie mannen met louter een shortje aan voorbij. Hun ruggen zagen zwart van de opspattende modder. Na hen heb ik er zo nog wel een tiental zien passeren. 

Een half uurtje, langer heeft mijn eerste kennismaking met Central Park niet geduurd. Maar toch was dit al een onvergetelijke ervaring. Ik schat dat ik in die korte tijd wel tweehonderd lopers gezien heb. Hardlopers, met nadruk op hard. Het was pas in de laatste meters dat ik voor het eerst iemand voorbijstak. Waardoor ik me in extremis toch nog goed genoeg voelde om me onder de sportieve uptowners te mengen. 


 

Vanzelfsprekend

Het is zover. Dinsdagochtend om 9u05 vertrekt mijn vliegtuig richting New York. De eerstvolgende keer dat ik voet aan de grond zet in België hoop ik 42,195 km in de benen te hebben.

Ik ben bloednerveus. Al maanden beheerst de marathon mijn leven. Iedereen uit mijn kennissenkring weet wat ik komende zondag ga doen. En nu ben ik bovendien aan het bloggen op een publieke website. Er is geen weg terug, hier wil ik zo graag in slagen.

'Veel succes in New York, maar het zal wel lukken', dat is wat ik de afgelopen dagen het meest gehoord heb. Toen ik daarnet nogmaals hetzelfde hoorde uit de mond van een collega, vroeg ik of het ook ok was als ik de finish niet haal. Ik wil niet pessimistisch klinken, maar dat iedereen er zomaar vanuit gaat dat ik de marathon zal uitlopen, maakt me extra zenuwachtig. Een andere collega had goed geluisterd, hij nam afscheid met 'Veel geluk. Maar het is voor jezelf hé.' En dat is waar, ik had dit ook willen doen als er niemand op de hoogte was van mijn plannen. Ik moet af en toe eens een grens kunnen verleggen, dan ben ik weer voor een tijdje opgeladen.

Toch wil ik deze uitdaging niet ten koste van alles halen. De afgelopen week werd ik meer dan eens met de risico's geconfronteerd. Drie mensen stierven tijdens de marathon van Detroit, een van hen was, net als ik, 26 jaar oud. Diezelfde dag kwam ook de broer van zanger en presentator Jan Leyers om het leven tijdens de marathon van Amsterdam. Het gaat dan wel om uitzonderingen - statistisch gezien moet ik me nauwelijks zorgen maken - maar toch zat ik de hele week met mijn gedachten bij hen. Hoe ook zij uitkeken naar die ene dag, hoe ook zij maanden trainden, hoe ook zij met zelfvertrouwen aan de start verschenen. Hun dramatische dood mag geen reden zijn om dromen op te bergen, maar ze waarschuwen wel voor vanzelfsprekendheid.


 

De kunst van het stappen

Enkele dagen voor mijn vertrek naar New York ben ik nog even mijn zinnen gaan verzetten in de Ardennen, ver van de drukke steden, winkels en bussen waarin de griep dezer dagen wild om zich heen slaat. We zijn er tussen de watervallen van Coo en het mooie Stavelot een 17-tal kilometer gaan wandelen. Stilaan moet ik voldoende rust nemen - lees: zitten en liggen - maar beschouw het voorbije weekend als mijn laatste stuiptrekking in de voorbereiding op de marathon.

Stappen vermoeit nauwelijks. Een mens is door de evolutie heen gekneed tot de meester-wandelaar. Niemand zal al lopende een hert vangen, maar onze voorouders hadden wel het geduld en de fysiek om vele uren de sporen van een vluchtend dier te volgen tot ze hun stilaan uitgeputte prooi inhaalden en tenslotte afmaakten. Als we rechtop staan valt ons lichaam liever van de ene pas in de andere, dan dat het blijft staan, slentert of loopt.

Toch is het mogelijk de biomechanica tegen te werken, merk ik. Wanneer je maanden aan een stuk vier keer per week vele kilometers gaat lopen, dan is het moeilijk om geduldig te wandelen. Ik merkte dit weekend dat ik op de vlakke stukken op springen stond, klaar om de weg voor me in looppas op te vreten.

Die potentiële loopenergie die mijn benen doet gloeien wanneer ik stap, ben ik al een tijd geleden gewaargeworden. Meer bepaald wanneer ik mijn dagelijkse wandeling naar het werk maak. In een gemiddeld tempo ben ik er op 22 minuten, al lopende zou ik al in een dikke 10 minuten op de redactie zijn. Maar ik moet me inhouden: ten eerste is het voor mezelf en mijn collega's niet aangenaam als ik bezweet aan mijn bureau ga zitten, bovendien is lopen met gewone kleding en met bijvoorbeeld bottines aan allesbehalve bevorderend voor spieren en gewrichten.

Ik blijf dus nog een weekje als een springveer door het leven gaan, tot ik op 1 november meer mag lopen dan mijn benen wensen.


 

Over deze blog



Webredactrice Lotte Alsteens loopt op 1 november - als alles goed gaat - de marathon van New York. Het is de eerste (en laatste?) keer dat ze zich aan 42,195 kilometer zal wagen. Uitlopen is het enige doel.

Na maanden langzaam opbouwen, staat nu de laatste, intensieve trainingsmaand voor de deur. De eindsprint richting Big Apple begon op 4 oktober met de Brussels Half Marathon.


Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs