Monica blikt terug

Fotografe Monica Monté blikt terug op haar twee weken embedded in Uruzgan.


 

Foto's


 

Tarin Kowt, dinsdagochtend

De DEET stond klaar, de zonnecrème ook. Ze hadden zelfs after sun gekocht. De militairen van Kamp Holland in Tarin Kowt hadden werkelijk aan alles gedacht.

De dag van onze aankomst werd naar onze bloedgroep gevraagd. ‘Het zal wel niet nodig zijn, maar je weet maar nooit’. We hebben moeten oefenen hoe je een snelverband aanlegt. ‘Je zal het wel niet gebruiken,  maar je weet maar nooit’, en we hebben zelfs een verband meegekregen waarmee je een hoofdslagader van een olifant kunt afknijpen. ‘Je zal wel niks tegenkomen, maar ‘je weet maar nooit.’
Ik stond versteld van hun vooruitziende blik en vroeg me af of ze ook al muziek hadden gekozen voor ‘Je…, … nooit’.

Het is duidelijk dat de Nederlandse Defensie heeft nagedacht hoe ze met journalisten moeten omgaan. Dat blijkt uit het communicatieplan, dat werd opgesteld toen de Nederlanders naar Uruzgan gingen vertrekken. ‘Naar alle waarschijnlijkheid zal er vanuit de Nederlandse en internationale media relatief veel belangstelling bestaan voor deze missie. Het is daarom van belang om open, helder en uitgebreid te vertellen en te laten zien hoe onze militairen hun opdrachten in Afghanistan uitvoeren. Hierbij gaat het steeds om het schetsen van een realistisch beeld.’ Uit het document blijkt dat defensie er vanuit gaat dat de waardering voor de missie zal toenemen naarmate de mensen beter begrijpen wat de militairen in Uruzgan uitvreten.

Monica en ik hebben bijna twee weken de kans gekregen om tussen de militairen door te brengen. We zijn mee op patrouille mogen gaan, we hebben een training van het Afghaanse leger meegemaakt, we hebben met de dokters van dienst gepraat.

Er werd ons een realistisch beeld geschetst: de ochtendlijke vloeken van de soldaten, de brullende stem van de sergeant-majoor, de vette boeren na de cola en de grapjes over de meiden.

Een peloton van de Bravo Compagnie van het 45 ste regiment Infanterie Oranje-Gelderland heeft ons twee dagen op sleeptouw genomen. Twee vrouwen, die nog nooit in het krijgsgewoel hadden gestaan: misschien zouden ze wel gegild hebben, misschien zouden ze uit de linies gestormd zijn omdat hun vrouwelijke intuïtie zei dat het wel veilig was. De soldaten die voor onze veiligheid instonden, namen een risico. Ze namen twee onvoorspelbare figuren mee, die ze bovenal ook nog eens heelhuids moesten thuisbrengen.


De Press Information Officer (PIO) heeft ons verblijf volgestouwd met gesprekken met deskundigen die wij wilden interviewen. Hij heeft overuren gemaakt om de antwoorden te zoeken op de vragen die wij hem stelden. Hij heeft diplomatisch de puntjes op de i gezet, als we volgens hem alweer te kort door de bocht gingen.

Hij zal een zucht van verlichting slaken als hij ons morgen op het vliegtuig kan zetten.
‘Embedded journalism’ heeft vele voordelen: je ziet de militairen aan het werk, en je krijgt antwoorden op de vragen die je stelt. Je eet goudakaas en poffertjes, en je supportert mee voor Oranje.
Er is ook een keerzijde aan de medaille: bij de meeste –aangevraagde- interviews zit de PIO mee te luisteren, en geeft aanvullingen of correcties die hij noodzakelijk vindt. Alle teksten die de deur uitgaan, moeten op voorhand worden gecontroleerd of er geen geheime informatie wordt prijsgegeven.
Eenmaal embedded, is het ook vrij moeilijk om alleen op onderzoek uit te gaan. Defensie is immers verantwoordelijk voor onze veiligheid en is -alleen daarom al- niet geneigd om ons een tête-à-tête met een talibanstrijder toe te staan. En vind maar eens iemand die binnen de muren van Kamp Holland kritiek op het optreden van het Nederlandse leger zal spuien.

Het waren twee uiterst leerzame en boeiende weken, waarin we op onze wenken werden bediend. Alleen jammer dat we tevergeefs op die rugmassage zijn blijven wachten.


 

Foto's


 

Tarin Kowt, vrijdagavond

Het waren enkele angstige mails die Monica wakker schudden. ‘Alles ok daar? We’re worried, lazen over zware gevechten in Uruzgan. We denken aan je!’

Blijkbaar was vanmiddag serieus strijd geleverd in de provincie waar wij verblijven. Volgens CNN hebben 100 talibanstrijders een aanval gelanceerd op een patrouille die de Amerikanen samen met het Afghaanse leger hebben uitgevoerd. Dat nieuws vonden we op de website van onze eigen krant. Later hebben we ons met Bert, de press information officer van Kamp Holland over de kaart van Uruzgan gebogen, en ontdekt dat de aanval in het noordoosten van de provincie is gebeurd. Enkele dagen geleden waren we daar in de buurt aan het patrouilleren.

Alles veilig, dacht ik toen we na een halve dag sjokken in de broeierige hitte geen enkel verdacht voertuig, geen ezel met springstoffen, geen bermbom, geen zak met opium of geen baardige man met machinegeweer waren tegengekomen.

Toen we gisteren weer op patrouille waren, begon ik me zelfs af te vragen of al dat wapenvertoon wel nodig was.

We kwamen aanrijden in een tiental voertuigen, waarvan de meeste gepantserd waren. Pantsers met rupsbanden, bushmasters die de knal van de bermbommen kunnen opvangen, of zeswielige trucks waarin zo’n man of zeven kan meerijden. En een herrie dat we maakten!

Bij elke bocht, bij elk kruispunt werd het mortiergeweer zo opgesteld dat de andere straten in het vizier kwamen. Een zelfmoordterrorist die op zijn brommer op de colonne zou afrijden, zou oog-in-oog komen te staan met de loop van een geweer.

Auto’s die we onderweg passeerden, moesten stoppen en de passagiers moesten uitstappen. ‘Da’s om te vermijden dat ze vanuit de auto een IED (Improvised Explosive Device) tot ontploffing brengen’, zei soldaat Rick, bij wie ik in de auto zat.

Toen we dan uiteindelijk bij de quala’s arriveerden waar de militairen een praatje wilden slaan met de bevolking, werd de directe omgeving afgezet. Zo’n vijftig militairen, met scherfvest en helm en een geladen geweer, stelden zich op strategische punten op. Daarna gingen wij met enkelen gezellig thee drinken met de lokale bevolking.

Ik vond het nogal raar. Door het gewicht van het scherfvest waggelde ik een beetje, en de groene pothelm op mijn kop was niet bevorderlijk om een vriendelijke eerste indruk te maken.

Bovendien vond ik niet dat thee drinken met een persoonlijke lijfwacht op het balkon bijdroeg tot het creëren van een joviale sfeer.

Kortom, ik had zo mijn bedenkingen bij de strategie van de Nederlanders om de Hearts and Minds van de bevolking te winnen. Te veel overbodige bescherming, was mijn oordeel.

Na vandaag denk ik er wel anders over. De taliban kunnen dus inderdaad nog toeslaan op de meest onverwachte momenten.

Misschien draag ik vanavond wel mijn helm en mijn scherfvest om naar bed te gaan. Dan heb ik ze alvast aan voor het geval ik vannacht in het kamp naar de wc moet.


 

Foto's


 

Afghanistan in cijfers

  • 6,58 kinderen per gezin
  • Gemiddelde levensverwachting: 44,2 jaar
  • 154 op 1000 kinderen sterft voor zijn vijfde
  • 43% van de mannen kan lezen en schrijven, 13% van de vrouwen
  • 53% van de bevolking leeft onder de armoedegrens
  • 80% van de Afghanen leeft van de landbouw

 

Foto's


 

Het keurige Belgische dagblad

De Pers.nl heeft de blog van onze redacteurs ook ontdekt: 'De Standaard, het keurige Belgische dagblad, stuurt twee journalisten ‘embedded’ naar de Nederlandse militairen in Uruzgan.'


 

Tarin Kowt, woensdagmiddag

Pé-pé-pé-pepepepe-pé, en we zijn weer op weg. De auto van korporaal Bibi (25) kan immers niet aan zijn patrouille beginnen zonder de muziek van Full Metal Jacket uit de mp3-luidsprekertjes.

We zijn er klaar voor. Onze chauffeur Flo (19) had zijn T-shirt dan wel achterstevoren aangetrokken (het was nog donker toen ik me aankleedde), maar behalve ik had niemand dat in de gaten.

De etensbak was tot aan de nok gevuld: pringels, snickers, winegums, pannekoekenmix (hopelijk zijn ze de melk niet vergeten), elf blikjes drank en nog veel meer snoep.

We vertrekken vanochtend om vier uur voor een patrouille van twee dagen. Vannacht zullen we onder de blote hemel slapen. De voertuigen zullen in een driehoek worden geplaatst, en de hele nacht zullen soldaten wacht lopen.

Monica en ik stonden te trappelen om mee te mogen. Dat we in een gebied gaan patrouilleren waar de Taliban zich ook af en toe vertonen, zijn we gemakshalve even uit het oog verloren. We zijn hier nu sinds zondag en tot nu hebben de Talibanstrijders zich ver van ons gehouden. Zo gaat dat waarschijnlijk met guerilla: je hoort ze een hele tijd niet en dan maken ze plots slachtoffers.

De jongens van het peloton, onder leiding van luitenant Gijs (31), zijn hier sinds april en hebben tot nu geen ‘contact met de vijand’ gehad. Ze blaken van zelfvertrouwen. ‘Laat de Taliban zich maar eens tonen, dan zullen we hen wel mores leren’, klinkt het. Ze gaan er vanuit dat de Talibanstrijders zich niet wagen aan een gevecht met de Nederlandse troepen, omdat die beter bewapend zijn. In plaats daarvan leggen de Taliban bermbommen, die –soms met behulp van een gsm- ontploffen als de Nederlandse legervoertuigen passeren.

Flo, Bibi, Rick en ik rijden in een Mercedes-Benz, die geen schijn van kans maakt tegen een bermbom. ‘Toch zou ik niet willen wisselen’, zegt Rick (22). Hij staat met zijn automatisch vuurwapen, de MAG, achteraan in de open wagen. Rechtop staan in de buik van een afgesloten tank, trekt ‘m zeker niet aan.

Ons peloton rijdt langzaam de weg af die van het kamp naar het dorpje Tarin Kowt leidt. De zon komt op achter de bergen en verjaagt de koelte van de nacht. Een grijze weg, okerkleurige bergen, een begraafplaats voor de Mujahedinstrijders. De vlaggetjes op de graven brengen wat kleur in het vale landschap. Dit gaat een prachtige dag worden. Ik heb me ondertussen al lang verzoend met mijn schermvest en mijn helm, en ik heb me lekker ingenesteld achteraan in de open auto. Voorlopig moet ik alleen maar kijken, grapjes met de jongens maken en genieten.

‘Alle stations, hier Romeo, Bravo heeft problemen.’ De YPR-pantser blijkt al een kilometer lang oliespoor achter zich te hebben gemaakt. ‘Een Afghaanse familie langs de weg wees nog naar de streep, maar ik dacht dat ze grapjes aan het maken waren’, zegt er een.

De luitenant laat het peloton rechtsomkeer maken om het voertuig te laten controleren, en een uur later valt het verdikt: er wordt vandaag niet meer uitgereden.

Balen, man!!! Want dat betekent voor de meeste militairen een dag in het kamp blijven, auto’s nakijken, rondhangen en dvd’s op de portable bekijken.

En voor ons? Rondlopen met een nachtkijker op onze helm, gevriesdroogd voedsel eten, onder de blote hemel slapen en bewaakt worden door drie soldaten…We kunnen er alleen maar van dromen, want vannacht slapen we weer in het stapelbed in de gele container KLAU402930(0).

Balen, man.


 

Foto's


 

Tarin Kowt, maandagavond

Gisteravond, toen Monica, de PIO (Press Information Officer) Bert en ik naar de voertuigen kuierden, wees Bert me op een Mercedes Benz. Het zijn de meest kwetsbare voertuigen. Ze zijn zo goed als niet gepantserd en ze hebben geen dak. Het waren de inzittenden van zo’n wagen die een maand geleden zijn omgekomen, toen hun auto op een bermbom reed.

We zouden vandaag voor het eerst buiten de poort komen en meegaan op patrouille. Het risico was berekend - dachten we. Er stonden immers een tiental wagens, waarvan de meeste zo beveiligd zijn dat een bunker er een kaartenhuisje naast lijkt.  Een zwaar gepantserd voertuig leek ons de ideale instap voor het échte leven.

‘Monica en Corry, alletwee in een Mercedes’, riep luitenant Gijs van het peloton. De open, licht beveiligde wagen, dus. Een secondelang vroeg ik me af wat ik toch alweer in Afghanistan te zoeken had.

Vanochtend moesten we om drie uur uit de veren, maar ik was al vanaf twee uur de onderkant van Monica’s bed aan het bestuderen (wij hebben een stapelbed). En toch klonk het ‘Goeiemorgen elitepeloton’ om half vier in de eetzaal nog iets te enthousiast.

Een half uur later zaten we daar: Monica in de ene MB, en ik in de andere. Droge mond, droge lippen. Cacaoboter smeren en water drinken hielp geen ene moer.

Rick zou over mij waken. Hij zou niet alleen het automatisch vuurwapen, de MAG, bedienen, maar hij had bovendien beloofd dat hij zijn leven veil had om mij veilig terug in het kamp te brengen.
Daar gingen we dan, om tien na vijf. De zon begon aan de horizon te gloren en de stofwolk die onze voertuigen maakte, zou Francis Ford Coppola kunnen inspireren tot een nieuw Amerikaans oorlogsepos.
‘Té-té-té-tététété-té’ klonk het uit de luidsprekertjes van de MP3 speler aan boord. ‘Da’s onze muziek om te vertrekken’, riep Rick, terwijl hij alweer een sigaret opstak. ‘Komt uit Full Metal Jacket’.

De rit was fantastisch. De streek rond Tarin Kowt ontwaakte langzaam en de eerste mensen begonnen op het land te werken. Kinderen staken hun duim op, of riepen ‘pen, pen’ terwijl ze met hun hand een schrijfbeweging maakten in de palm van hun ander hand.

Daar zat ik. Achterop een Mercedez-Benz, mijn helm op en mijn scherfvest aan (of wat dacht je), naast mij een MAG, die volgens Rick zo’n 1.000 meter ver kan schieten. De zachte bries was zelfs op dat vroege uur zeer welkom.

Rond tien uur hadden we onze bestemming bereikt. Het waren enkele boerderijen die al maanden geen bezoek meer hadden gehad van het team dat instaat voor de reconstructie van de regio. Om de afgelegen quala’s te bereiken, moesten we nog een flinke afstand afleggen. In een op voorhand afgesproken volgorde gingen we op weg. Bibi werd voor het loopgedeelte mijn chaperon ‘Je kleeft maar tegen hem aan’, hadden ze mij gezegd.

Het werd een tocht van drie uur, stappend door de velden, wachtend in de zon, balancerend op dunne richeltjes, wadend door het water. Ik voelde de militair in mij groeien.
De natte broek na een sprong over een beek, maakte mij evenwel duidelijk dat een bureau meer mijn natuurlijke habitat is.

De patrouille verliep zonder enig incident, maar ze was wel zwaar. Ik vond de scherfvest al moeilijk te torsen, maar de soldaten liepen gemiddeld met tien kilo’s meer op hun rug bij een temperatuur van zo’n 40-45 graden. De verpleger sjouwde een rugzaak waarin volgens hem 22 kilo medisch materiaal zat. Soldaat Rick droeg boven zijn schermvest nog een vest met munitie, die ook niet van de lichtste was. En allen hadden ze een geweer in hun handen.

Hoewel er de hele tijd grapjes werden gemaakt en de milde spot niet van de lucht was, besefte iedereen dat we aan de grens van het gebied liepen waar de Taliban het voor het zeggen hebben. Dat merkte je aan de manier waarop ze de omgeving bestudeerden, en hoe ze tijdens de korte rustpauzes op zo’n manier gingen zitten dat ze de velden en de wegen konden taxeren.

Uiteindelijk hebben we geen taliban gezien, geen krijgsheren gehoord. ‘Wij hebben minstens tien engeltjes op onze schouders zitten’, zei Bibi, want zijn peloton heeft tot nu toe nog geen contact met de vijand gehad.

Toen we rond drie uur weer op het kamp kwamen, werden de voertuigen volgetankt en gecontroleerd. Daarna de douche in, en oranje T-shirts aan. Nederland speelde ’s avonds tegen Italië, en dat wilden de meesten toch niet missen. Ondanks dat ze de volgende dag weer voor het hanegekraai uit bed moesten.


 

Foto's


 

Foto's


 

Tarim Kowt, zondagmiddag

KLAU402930(0). Dat is ons adres deze week.

Het is een gele container, met twee bedden, twee tafels, twee stoelen en twee airco’s (een oude en een nieuwe). We zijn in Tarin Kowt, het militaire kamp ten noordwesten van Kandahar, waar Nederlanders, Australiërs en Slovaken verblijven.

KLAU402930(0) is bestand tegen een mortieraanval. Dat is een hele geruststelling, nietwaar?

Monica en ik wonen in de Fabs 5. Het is een gang die gevormd wordt door twee rijen containers (prefabs), waarvan de deuren op de corridor uitgeven. Smalle streepjes zonlicht sijpelen door de dakplaten op de gang. Het zou een Arabische soeks kunnen zijn, ware het niet dat de zware stapschoenen die buiten aan de deuren staan, niets gemeen hebben met de elegante babouchen van de mannen in de soeks.

Onze buren hebben gisteren kapsalon gehouden. Een gordijn voor de open deur, zachte muziek op de achtergrond, een knippende schaar en stilletjes pratende vrouwen.

Jelena heet onze buurvrouw. Ze is afkomstig uit Bosnië en ze werkt voor Echos, een protestantse organisatie die over het welzijn (en de coupes?) van de soldaten waakt. Ze blijft hier een jaar. Ze heeft ook al een jaar in Irak voor de soldaten gezorgd. Als ze niet moet werken, ligt ze in de kussens van de patio naast onze Fabs 5.

Jelena vindt het hier best in orde. Ze verdient meer dan in Bosnië, en ze geeft zo goed als geen cent uit. Zo kan ze een spaarcentje opzij zetten voor later. Dat ze bijna nooit buiten de muren van het kamp komt, vindt ze niet erg. Er is immers genoeg vertier binnen de muren: gym, cinema, praten met mensen…Outside is prison, zegt ze.

In het gymcentrum is het vanaf een uur of zeven ’s avonds druk. Sommigen lopen binnen op de crosstrainers, anderen laten hun spieren in de late avondzon rollen buiten op het plein. Optrekken, pompen, gewichten heffen. Het zweet gutst van de gebruinde, glimmende driehoeken. Ik tel mee, maar ik geef het op als er een boven de vijftig push-ups is gekomen.

Buiten aan de wallen stond een jongetje. Hij droeg stoffige, zwarte mocassins en broek met een lang hemd erover. Hij was komen aanfietsen in het dorre landschap. Wij zaten op een heuveltje naar het Afghaanse landschap te kijken. Monica, de Nederlandse persverantwoordelijke (PIO), de journalist van Le Soir, Alain Lallemand, en ik. Het jongetje kreeg ons in de gaten en hij stopte met fietsen op zo’n honderd meter van ons. Toen begon het staren: hij naar ons, wij naar hem. Minutenlang.

Langzaam legde hij zijn fiets neer. Schoorvoetend kwam hij dichterbij.

Zeer langzaam, bijna ongemerkt.

Turend, zich heel goed bewust van de foto’s die Monica aan het maken was. Hij stak een sigaret op. Ik weet niet hoe oud hij was, maar ik vermoed dat hij volgens de Belgische wet geen sigaretten zou kunnen kopen.

Stapje voor stapje…

En toen vond de PIO dat het tijd was om op te stappen. Het jongetje riep nog wat, maar wij waren al te ver weg. Terug naar de jeep, terug naar het kamp, terug naar de pompende mannen.

Corry en Monica


 

Over deze blog

De Standaard-journaliste Corry Hancké en fotografe Monica Monté logeren twee weken embedded bij de Nederlandse militairen in Uruzgan.



Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs