Tarin Kowt, woensdagmiddag

  • Gepost op woensdag 11 juni 2008 om 07:29
  • door De Standaard Online

Pé-pé-pé-pepepepe-pé, en we zijn weer op weg. De auto van korporaal Bibi (25) kan immers niet aan zijn patrouille beginnen zonder de muziek van Full Metal Jacket uit de mp3-luidsprekertjes.

We zijn er klaar voor. Onze chauffeur Flo (19) had zijn T-shirt dan wel achterstevoren aangetrokken (het was nog donker toen ik me aankleedde), maar behalve ik had niemand dat in de gaten.

De etensbak was tot aan de nok gevuld: pringels, snickers, winegums, pannekoekenmix (hopelijk zijn ze de melk niet vergeten), elf blikjes drank en nog veel meer snoep.

We vertrekken vanochtend om vier uur voor een patrouille van twee dagen. Vannacht zullen we onder de blote hemel slapen. De voertuigen zullen in een driehoek worden geplaatst, en de hele nacht zullen soldaten wacht lopen.

Monica en ik stonden te trappelen om mee te mogen. Dat we in een gebied gaan patrouilleren waar de Taliban zich ook af en toe vertonen, zijn we gemakshalve even uit het oog verloren. We zijn hier nu sinds zondag en tot nu hebben de Talibanstrijders zich ver van ons gehouden. Zo gaat dat waarschijnlijk met guerilla: je hoort ze een hele tijd niet en dan maken ze plots slachtoffers.

De jongens van het peloton, onder leiding van luitenant Gijs (31), zijn hier sinds april en hebben tot nu geen ‘contact met de vijand’ gehad. Ze blaken van zelfvertrouwen. ‘Laat de Taliban zich maar eens tonen, dan zullen we hen wel mores leren’, klinkt het. Ze gaan er vanuit dat de Talibanstrijders zich niet wagen aan een gevecht met de Nederlandse troepen, omdat die beter bewapend zijn. In plaats daarvan leggen de Taliban bermbommen, die –soms met behulp van een gsm- ontploffen als de Nederlandse legervoertuigen passeren.

Flo, Bibi, Rick en ik rijden in een Mercedes-Benz, die geen schijn van kans maakt tegen een bermbom. ‘Toch zou ik niet willen wisselen’, zegt Rick (22). Hij staat met zijn automatisch vuurwapen, de MAG, achteraan in de open wagen. Rechtop staan in de buik van een afgesloten tank, trekt ‘m zeker niet aan.

Ons peloton rijdt langzaam de weg af die van het kamp naar het dorpje Tarin Kowt leidt. De zon komt op achter de bergen en verjaagt de koelte van de nacht. Een grijze weg, okerkleurige bergen, een begraafplaats voor de Mujahedinstrijders. De vlaggetjes op de graven brengen wat kleur in het vale landschap. Dit gaat een prachtige dag worden. Ik heb me ondertussen al lang verzoend met mijn schermvest en mijn helm, en ik heb me lekker ingenesteld achteraan in de open auto. Voorlopig moet ik alleen maar kijken, grapjes met de jongens maken en genieten.

‘Alle stations, hier Romeo, Bravo heeft problemen.’ De YPR-pantser blijkt al een kilometer lang oliespoor achter zich te hebben gemaakt. ‘Een Afghaanse familie langs de weg wees nog naar de streep, maar ik dacht dat ze grapjes aan het maken waren’, zegt er een.

De luitenant laat het peloton rechtsomkeer maken om het voertuig te laten controleren, en een uur later valt het verdikt: er wordt vandaag niet meer uitgereden.

Balen, man!!! Want dat betekent voor de meeste militairen een dag in het kamp blijven, auto’s nakijken, rondhangen en dvd’s op de portable bekijken.

En voor ons? Rondlopen met een nachtkijker op onze helm, gevriesdroogd voedsel eten, onder de blote hemel slapen en bewaakt worden door drie soldaten…We kunnen er alleen maar van dromen, want vannacht slapen we weer in het stapelbed in de gele container KLAU402930(0).

Balen, man.


 

Reacties

 Beijersbergen zei op 14 juni 2008 om 20:01

Gezellig stuk, bibi is onze zoon, hebben jullie nog foto's van deze onderneming gemaakt.

Een trotse moeder

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Over deze blog

De Standaard-journaliste Corry Hancké en fotografe Monica Monté logeren twee weken embedded bij de Nederlandse militairen in Uruzgan.



Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs