Tarin Kowt, vrijdagavond

  • Gepost op zaterdag 14 juni 2008 om 08:49
  • door De Standaard Online

Het waren enkele angstige mails die Monica wakker schudden. ‘Alles ok daar? We’re worried, lazen over zware gevechten in Uruzgan. We denken aan je!’

Blijkbaar was vanmiddag serieus strijd geleverd in de provincie waar wij verblijven. Volgens CNN hebben 100 talibanstrijders een aanval gelanceerd op een patrouille die de Amerikanen samen met het Afghaanse leger hebben uitgevoerd. Dat nieuws vonden we op de website van onze eigen krant. Later hebben we ons met Bert, de press information officer van Kamp Holland over de kaart van Uruzgan gebogen, en ontdekt dat de aanval in het noordoosten van de provincie is gebeurd. Enkele dagen geleden waren we daar in de buurt aan het patrouilleren.

Alles veilig, dacht ik toen we na een halve dag sjokken in de broeierige hitte geen enkel verdacht voertuig, geen ezel met springstoffen, geen bermbom, geen zak met opium of geen baardige man met machinegeweer waren tegengekomen.

Toen we gisteren weer op patrouille waren, begon ik me zelfs af te vragen of al dat wapenvertoon wel nodig was.

We kwamen aanrijden in een tiental voertuigen, waarvan de meeste gepantserd waren. Pantsers met rupsbanden, bushmasters die de knal van de bermbommen kunnen opvangen, of zeswielige trucks waarin zo’n man of zeven kan meerijden. En een herrie dat we maakten!

Bij elke bocht, bij elk kruispunt werd het mortiergeweer zo opgesteld dat de andere straten in het vizier kwamen. Een zelfmoordterrorist die op zijn brommer op de colonne zou afrijden, zou oog-in-oog komen te staan met de loop van een geweer.

Auto’s die we onderweg passeerden, moesten stoppen en de passagiers moesten uitstappen. ‘Da’s om te vermijden dat ze vanuit de auto een IED (Improvised Explosive Device) tot ontploffing brengen’, zei soldaat Rick, bij wie ik in de auto zat.

Toen we dan uiteindelijk bij de quala’s arriveerden waar de militairen een praatje wilden slaan met de bevolking, werd de directe omgeving afgezet. Zo’n vijftig militairen, met scherfvest en helm en een geladen geweer, stelden zich op strategische punten op. Daarna gingen wij met enkelen gezellig thee drinken met de lokale bevolking.

Ik vond het nogal raar. Door het gewicht van het scherfvest waggelde ik een beetje, en de groene pothelm op mijn kop was niet bevorderlijk om een vriendelijke eerste indruk te maken.

Bovendien vond ik niet dat thee drinken met een persoonlijke lijfwacht op het balkon bijdroeg tot het creëren van een joviale sfeer.

Kortom, ik had zo mijn bedenkingen bij de strategie van de Nederlanders om de Hearts and Minds van de bevolking te winnen. Te veel overbodige bescherming, was mijn oordeel.

Na vandaag denk ik er wel anders over. De taliban kunnen dus inderdaad nog toeslaan op de meest onverwachte momenten.

Misschien draag ik vanavond wel mijn helm en mijn scherfvest om naar bed te gaan. Dan heb ik ze alvast aan voor het geval ik vannacht in het kamp naar de wc moet.


 

Reacties

O.Tita zei op 15 juni 2008 om 02:28

Goed weer iets te kunnen lezen, over wat jullie daar uitspoken. De berichten hier stemden ons inderdaad tot bezorgdheid, maar zolang er een grapje bij kan, zullen jullie het verder wel volhouden!
O.Tita

 Sara zei op 15 juni 2008 om 14:32

En nu weer ontsnapte gevangenen... Ze willen jullie zien, zeker? ;-)

 nathalie lb zei op 16 juni 2008 om 02:35

Veel nieuws over afghanistan in het journaal, en niet over jullie, dat was inderdaad even schrikken voor de 'fans'. Maar zo te horen zijn jullie nog veilig en wel. Lang leve het scherfvest.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Over deze blog

De Standaard-journaliste Corry Hancké en fotografe Monica Monté logeren twee weken embedded bij de Nederlandse militairen in Uruzgan.



Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs