Tarin Kowt, maandagavond

  • Gepost op maandag 9 juni 2008 om 19:09
  • door De Standaard Online

Gisteravond, toen Monica, de PIO (Press Information Officer) Bert en ik naar de voertuigen kuierden, wees Bert me op een Mercedes Benz. Het zijn de meest kwetsbare voertuigen. Ze zijn zo goed als niet gepantserd en ze hebben geen dak. Het waren de inzittenden van zo’n wagen die een maand geleden zijn omgekomen, toen hun auto op een bermbom reed.

We zouden vandaag voor het eerst buiten de poort komen en meegaan op patrouille. Het risico was berekend - dachten we. Er stonden immers een tiental wagens, waarvan de meeste zo beveiligd zijn dat een bunker er een kaartenhuisje naast lijkt.  Een zwaar gepantserd voertuig leek ons de ideale instap voor het échte leven.

‘Monica en Corry, alletwee in een Mercedes’, riep luitenant Gijs van het peloton. De open, licht beveiligde wagen, dus. Een secondelang vroeg ik me af wat ik toch alweer in Afghanistan te zoeken had.

Vanochtend moesten we om drie uur uit de veren, maar ik was al vanaf twee uur de onderkant van Monica’s bed aan het bestuderen (wij hebben een stapelbed). En toch klonk het ‘Goeiemorgen elitepeloton’ om half vier in de eetzaal nog iets te enthousiast.

Een half uur later zaten we daar: Monica in de ene MB, en ik in de andere. Droge mond, droge lippen. Cacaoboter smeren en water drinken hielp geen ene moer.

Rick zou over mij waken. Hij zou niet alleen het automatisch vuurwapen, de MAG, bedienen, maar hij had bovendien beloofd dat hij zijn leven veil had om mij veilig terug in het kamp te brengen.
Daar gingen we dan, om tien na vijf. De zon begon aan de horizon te gloren en de stofwolk die onze voertuigen maakte, zou Francis Ford Coppola kunnen inspireren tot een nieuw Amerikaans oorlogsepos.
‘Té-té-té-tététété-té’ klonk het uit de luidsprekertjes van de MP3 speler aan boord. ‘Da’s onze muziek om te vertrekken’, riep Rick, terwijl hij alweer een sigaret opstak. ‘Komt uit Full Metal Jacket’.

De rit was fantastisch. De streek rond Tarin Kowt ontwaakte langzaam en de eerste mensen begonnen op het land te werken. Kinderen staken hun duim op, of riepen ‘pen, pen’ terwijl ze met hun hand een schrijfbeweging maakten in de palm van hun ander hand.

Daar zat ik. Achterop een Mercedez-Benz, mijn helm op en mijn scherfvest aan (of wat dacht je), naast mij een MAG, die volgens Rick zo’n 1.000 meter ver kan schieten. De zachte bries was zelfs op dat vroege uur zeer welkom.

Rond tien uur hadden we onze bestemming bereikt. Het waren enkele boerderijen die al maanden geen bezoek meer hadden gehad van het team dat instaat voor de reconstructie van de regio. Om de afgelegen quala’s te bereiken, moesten we nog een flinke afstand afleggen. In een op voorhand afgesproken volgorde gingen we op weg. Bibi werd voor het loopgedeelte mijn chaperon ‘Je kleeft maar tegen hem aan’, hadden ze mij gezegd.

Het werd een tocht van drie uur, stappend door de velden, wachtend in de zon, balancerend op dunne richeltjes, wadend door het water. Ik voelde de militair in mij groeien.
De natte broek na een sprong over een beek, maakte mij evenwel duidelijk dat een bureau meer mijn natuurlijke habitat is.

De patrouille verliep zonder enig incident, maar ze was wel zwaar. Ik vond de scherfvest al moeilijk te torsen, maar de soldaten liepen gemiddeld met tien kilo’s meer op hun rug bij een temperatuur van zo’n 40-45 graden. De verpleger sjouwde een rugzaak waarin volgens hem 22 kilo medisch materiaal zat. Soldaat Rick droeg boven zijn schermvest nog een vest met munitie, die ook niet van de lichtste was. En allen hadden ze een geweer in hun handen.

Hoewel er de hele tijd grapjes werden gemaakt en de milde spot niet van de lucht was, besefte iedereen dat we aan de grens van het gebied liepen waar de Taliban het voor het zeggen hebben. Dat merkte je aan de manier waarop ze de omgeving bestudeerden, en hoe ze tijdens de korte rustpauzes op zo’n manier gingen zitten dat ze de velden en de wegen konden taxeren.

Uiteindelijk hebben we geen taliban gezien, geen krijgsheren gehoord. ‘Wij hebben minstens tien engeltjes op onze schouders zitten’, zei Bibi, want zijn peloton heeft tot nu toe nog geen contact met de vijand gehad.

Toen we rond drie uur weer op het kamp kwamen, werden de voertuigen volgetankt en gecontroleerd. Daarna de douche in, en oranje T-shirts aan. Nederland speelde ’s avonds tegen Italië, en dat wilden de meesten toch niet missen. Ondanks dat ze de volgende dag weer voor het hanegekraai uit bed moesten.


 

Reacties

Lien zei op 9 juni 2008 om 21:58

Lol @ pindakaas! Die Hollanders toch :p

Voor de rest, man man man... stikjaloers dat jullie die ervaring mogen meemaken (alléja op voorwaarde dat alles veilig blijft é).

Ik zal vanavond nog eens een kaarsje aansteken.

 Paul Kolken zei op 10 juni 2008 om 08:23

Ik lees dagelijks met veel plezier jullie stukjes. Ook goed voor mijn talenkennis. Mijn vlaams gaat met sprongen vooruit. Ik zie sterke gelijkenis met de ervaringen van twee niet-militairen uit de theaterwereld (orkater) die Kamp Holland hebben bezocht om inspiratie voor het schrijven van een toneelstuk op te doen. Zie www.volkskrantblog.nl (de poort uit)
Groet aan jullie begeleidende persofficier Bert.

Sterkte, en hou goesting

 Robin zei op 10 juni 2008 om 12:15

Met alle respect maar de tekstjes die jullie schrijven laten toch een echt negatief beeld achter over de situatie in Afghanistan. Misschien kan je eens iets schrijven over de bevolking ipv over het wapen van de soldaten. Ik ken een aantal mensen die werken voor de VN (wel in kabul) en het wordt tijd dat de media eens aan objectieve verslaggeving beginnen doen!

 Aurelia Jonkman zei op 10 juni 2008 om 17:22

Leuk berichtje in de krant. Mijn complimenten voor de berichtgeving in een positieve setting. en leuk om te lezen dat mijn zoon voor jullie veiligheid moest zorgen.

 Koen zei op 11 juni 2008 om 09:45

Robin, ik begrijp niet waarover je het hebt... Dit is het relaas van twee moedige dames, die op een objectieve wijze een wereld beschrijven die niet de hunne is. Ze doen dit naar mijn mening met grote klasse! Ik ben er zeker van dat er in hun volgende stukjes ook aandacht zal besteed worden aan andere aspecten van de opdracht in Afghanistan (o.a. de bevolking), maar ik kan me zeer goed voorstellen dat het militaire element misschien wel het meest indruk maakt op deze burgerjournalisten. Je negativisme over "objectieve verslaggeving" deel ik dus niet.

 an-katrien zei op 11 juni 2008 om 14:15

ik begrijp robin zijn bezorgdheid! hoe kunnen journalisten die (met de beste bedoelingen wie weet) embedded meegaan met het leger ooit objectief verslag geven over de feiten? het is toch onmogelijk om kritische duiding te geven over deze missie en de oorlogsmisdaden die ermee gepaard gaan, als alles eerst door het leger gelezen moet worden! als hiermee de toon voor de Belgische berichtgeving over onze soldaten in Afganistan gezet is, dan is dit ronduit zorgwekkend.

 Koen zei op 12 juni 2008 om 16:19

Daar gaan we weer: "embedded" betekent per definitie subjectief. Neen! Het leger oefent een controle uit om te vermijden dat er gegevens openbaar gemaakt worden, die de veiligheid van de troepen ter plaatse (en hun families aan het thuisfront) in het gedrang kunnen brengen. Van censuur is geen sprake. Ik ben er zeker van dat Corry dat ook niet zou aanvaarden, maar misschien kan ze daarover zelf uitsluitsel geven...?
De gelegde link tussen de missie en "oorlogsmisdaden" doen me echter vermoeden uit welke hoek de commentaar komt. Misschien toch maar eens ter plaatse gaan kijken, embedded of niet?

 an-katrien zei op 16 juni 2008 om 20:28

koen, maakt niet uit uit welke 'hoek' ik dan zou komen. zelf ben ik niet ter plaatse gaan kijken, maar gelukkig heeft een collega van corry, arnold karskens, dat wel gedaan. hij maakte voor zembla (vara) een 'ongecensureerde' reportage over uruzgan, zonder de bescherming van het leger dus. het toont goed de andere kant van de medaille. ik zou zeggen, bekijk het en oordeel zelf.
wat de oorlogsmisdaden betreft; de principes van distinctie en proportionaliteit worden ook tijdens deze oorlog vaak met de voeten getreden, met alle trieste gevolgen van dien. burgerdoden worden maar al te gauw als collateral damage geclasseerd... als de afganen zelf zeggen dat ze beter af waren onder de taliban dan nu tijdens deze oorlog (zie zembla), dan zijn we toch niet zo goed bezig denk ik...

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Over deze blog

De Standaard-journaliste Corry Hancké en fotografe Monica Monté logeren twee weken embedded bij de Nederlandse militairen in Uruzgan.



Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs