Tarim Kowt, zondagmiddag

  • Gepost op zondag 8 juni 2008 om 17:51
  • door De Standaard Online

KLAU402930(0). Dat is ons adres deze week.

Het is een gele container, met twee bedden, twee tafels, twee stoelen en twee airco’s (een oude en een nieuwe). We zijn in Tarin Kowt, het militaire kamp ten noordwesten van Kandahar, waar Nederlanders, Australiërs en Slovaken verblijven.

KLAU402930(0) is bestand tegen een mortieraanval. Dat is een hele geruststelling, nietwaar?

Monica en ik wonen in de Fabs 5. Het is een gang die gevormd wordt door twee rijen containers (prefabs), waarvan de deuren op de corridor uitgeven. Smalle streepjes zonlicht sijpelen door de dakplaten op de gang. Het zou een Arabische soeks kunnen zijn, ware het niet dat de zware stapschoenen die buiten aan de deuren staan, niets gemeen hebben met de elegante babouchen van de mannen in de soeks.

Onze buren hebben gisteren kapsalon gehouden. Een gordijn voor de open deur, zachte muziek op de achtergrond, een knippende schaar en stilletjes pratende vrouwen.

Jelena heet onze buurvrouw. Ze is afkomstig uit Bosnië en ze werkt voor Echos, een protestantse organisatie die over het welzijn (en de coupes?) van de soldaten waakt. Ze blijft hier een jaar. Ze heeft ook al een jaar in Irak voor de soldaten gezorgd. Als ze niet moet werken, ligt ze in de kussens van de patio naast onze Fabs 5.

Jelena vindt het hier best in orde. Ze verdient meer dan in Bosnië, en ze geeft zo goed als geen cent uit. Zo kan ze een spaarcentje opzij zetten voor later. Dat ze bijna nooit buiten de muren van het kamp komt, vindt ze niet erg. Er is immers genoeg vertier binnen de muren: gym, cinema, praten met mensen…Outside is prison, zegt ze.

In het gymcentrum is het vanaf een uur of zeven ’s avonds druk. Sommigen lopen binnen op de crosstrainers, anderen laten hun spieren in de late avondzon rollen buiten op het plein. Optrekken, pompen, gewichten heffen. Het zweet gutst van de gebruinde, glimmende driehoeken. Ik tel mee, maar ik geef het op als er een boven de vijftig push-ups is gekomen.

Buiten aan de wallen stond een jongetje. Hij droeg stoffige, zwarte mocassins en broek met een lang hemd erover. Hij was komen aanfietsen in het dorre landschap. Wij zaten op een heuveltje naar het Afghaanse landschap te kijken. Monica, de Nederlandse persverantwoordelijke (PIO), de journalist van Le Soir, Alain Lallemand, en ik. Het jongetje kreeg ons in de gaten en hij stopte met fietsen op zo’n honderd meter van ons. Toen begon het staren: hij naar ons, wij naar hem. Minutenlang.

Langzaam legde hij zijn fiets neer. Schoorvoetend kwam hij dichterbij.

Zeer langzaam, bijna ongemerkt.

Turend, zich heel goed bewust van de foto’s die Monica aan het maken was. Hij stak een sigaret op. Ik weet niet hoe oud hij was, maar ik vermoed dat hij volgens de Belgische wet geen sigaretten zou kunnen kopen.

Stapje voor stapje…

En toen vond de PIO dat het tijd was om op te stappen. Het jongetje riep nog wat, maar wij waren al te ver weg. Terug naar de jeep, terug naar het kamp, terug naar de pompende mannen.

Corry en Monica


 

Reacties

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Over deze blog

De Standaard-journaliste Corry Hancké en fotografe Monica Monté logeren twee weken embedded bij de Nederlandse militairen in Uruzgan.



Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs