‘Wil jij de nieuwe Justin, Kanye of Beyoncé worden?’, vraagt de muziekzender TMF. En dat is niet eens zo’n gek idee. Urban doet het goed: op de glimmende dansvloeren van chique discotheken, maar evenzeer op de plakkende planken van feesttenten.
En toch heeft het genre nog geen sterren van eigen bodem opgeleverd. Skeemz deed een verdienstelijke poging, Kaye Styles was populair bij de lezers van de Jommekeskrant en Brahim lanceerde het hoedje als te mijden accessoire (behalve op de glimmende dansvloeren van chique discotheken).
The project wil TMF nu op zoek gaan naar vaderlands urbantalent. De winnaar krijgt een platencontract. Een prima initiatief, maar de zender heeft er ook een televisieprogramma van gemaakt, en dat lijkt helaas nergens naar.
In dancing Carré verzamelden in februari vijfhonderd mensen die de nieuwe Justin, Kanye of Beyoncé willen worden. Ze hadden evengoed in een loods van een boerderij kunnen samenkomen, want met de locatie wordt niks gedaan: de selecties worden gehouden in een karakterloos kamertje ergens in de discotheek.
Drie juryleden (een Duitse en twee Belgen) hangen in de zetel en geven commentaar dat scherp, noch grappig is. De beelden zwiepen alsof de cameraman zijn sleutels zoekt en vergeten is dat hij ondertussen ook aan het filmen is.
En de kandidaten? Van hen zien we in deze eerste aflevering vrijwel niks. Je komt geen namen te weten, je maakt er geen kennis mee, je hoort zelfs nauwelijks muziek. Het is een opeenvolging van onsamenhangende en ultrakorte fragmentjes: eentje krijgt tijdens de auditie telefoon (hij neemt ook op; het is zijn mama), een andere heeft een black-out en nog eentje heeft een stem die alle glas in een omtrek van 250 meter rond de Carré kan doen springen.
Zijn ze goed, zijn ze slecht? Je komt het niet te weten. Eén kandidaat was zo verlegen, dat het leek alsof hij tijdens het imiteren van Justin Timberlake onder zijn hoed wou kruipen van schaamte. Helaas deed de cameraman niet hetzelfde.
Filip Van Ongevalle
The project, woe. 12.30u & 21.30u, za. 12.30u, zo. 14u.
- del.icio.us
- MySpace
- Netlog
Oud-premier Wilfried Martens vertelde dat ze hem ‘een surrealist’ noemden toen hij in 1958 pleitte voor een federaal België. Een halve eeuw later is dat een uiterst gematigde opvatting geworden, nu zelfs grote Vlaamse politieke partijen officieel ijveren voor een nog veel verder gaand confederalisme. En anders dan de federalisten van toen, worden aanhangers van het separatisme vandaag niet door de Staatsveiligheid in de gaten gehouden, maar mogen ze BV’s worden in spelletjes op de openbare televisie.
Het is dus snel gegaan met de staatshervorming. Hoe snel precies, viel te leren uit de eerste aflevering van de vierdelige serie Het onvoltooide land van VRT-hoofdredacteur Jos Bouveroux, die de geschiedenis van de communautaire verhoudingen sinds de Tweede Wereldoorlog vertelt.
Dat eerste deel toonde vooral hoe politieke conflicten als de Koningskwestie of de Schoolstrijd al snel een communautair tintje kregen. Dat kwam eerst doordat in die conflicten een overwegend katholiek en conservatief Vlaanderen tegenover een overwegend socialistisch en progressief Wallonië kwam te staan, en vervolgens doordat het Vlaanderen almaar beter verging, terwijl Wallonië economisch in een sukkelstraatje belandde.
De serie vertelt het verhaal op een klassieke, chronologische, maar ook afstandelijke manier en zonder veel jargon. Haar grote verdienste is dat ze dit verhaal in een ruimere historische context inpast. Daarvoor zorgen onder meer de korte interventies van de Vlaamse socioloog Luc Huyse en diens Franstalige collega Vincent de Coorebyter, aangevuld met beknopte commentaren van politieke actoren van toen, zoals de Vlaamse christendemocraat Wilfried Martens en de Franstalige socialist Philippe Moureaux.
Dat levert een goed uitgebalanceerd geheel op, zozeer zelfs dat – o, uitzondering! – ook de RTBF de reeks zal uitzenden, op 19 mei alle vier de afleveringen op één avond. Het geheel is snedig gemonteerd – elke aflevering duurt ook maar een half uur. De makers deden zelfs de moeite om de bevrijding van 1944 te ensceneren, wat ze voortreffelijk deden, maar waarvan de goede zin toch wat in het ongewisse bleef. En deze enscenering leed onder een euvel dat wel vaker voorkomt bij historische reconstructies: de uniformen van de geallieerde soldaten zagen er veel te netjes uit, zoals hun voertuigen ook te hard blonken.
Marc Reynebeau
‘Het onvoltooide land’, Canvas, zondag 21u.
Twee scènes hadden we nodig om te beseffen dat Verborgen gebreken een pulpreeks van het zevende knoopsgat is.
De openingscène: de makelaar Bob (een bijrol voor Jeroen Krabbé) vertelt in voice-over dat hij zijn huis verkoopt. Het is het laatste huis dat hij ooit zal verkopen. Daarna wordt hij neergeschoten.
Een leuke binnenkomer, maar de scène is slecht in beeld gebracht en de voice-over blijft te lang doorzeuren.
De tweede scène: Joep en Bobs dochter Noor hebben seks. Noor kan zich niet concentreren en blijft doorbomen over de vraagprijs van een huis. Joep komt kreunend klaar. Een veel te doorzichtige poging om de personages kleur te geven - jong, ambitieus, mooi, gejaagd, rijk... - en bovendien onrealistisch.
De Nederlandse serie Verborgen gebreken volgt vijf vastgoedmakelaars in Amsterdam en doet dat à la Desperate housewives: mooie mensen, intriges en luchtige grapjes. Alleen, in Desperate housewives wordt goed geacteerd, zijn de scenario's sterk en zit de sfeer goed.
Aan Verborgen gebreken mangelt werkelijk alles. Egbert Jan Weeber is verschrikkelijk als de gevoelige, incompetente maar knappe Bram. Zijn huilscène moet de slechtst geacteerde scène zijn die we dit jaar al zagen. De rest van de cast doet maar net beter en daar zijn de bordkartonnen personages niet vreemd aan. Alleen Maryam Hassouni overtuigt voorzichtig als de pas aangenomen Mouna.
Het scenario rammelt als een oude melkkar: Puck (wie heeft die naam verzonnen?) valt zonder verklaring voor een foute patser en laat hem dan weer staan, Mouna wordt aangenomen door iemand die daar helemaal niet mag over beslissen, en ga zo maar door. Verborgen gebreken is ontzettend onrealistisch.
Wij kijken volgende week niet meer en die keuze hebben nog meer mensen gemaakt. In Nederland keken 648.000 mensen naar de eerste aflevering. De zevende trok nog 351.000 kijkers. De al te opzichtige cliffhangers - Wie vermoordde Bob? Wat is het geheim van Pucks loverboy? - konden ons tijdens het kijken al niks meer schelen. Schrappen die boel.
Werkelijk: de enige reden om te kijken zijn de shots van de prachtige stad die Amsterdam is.
(kho)
Verborgen gebreken, elke dinsdag om 20.40 uur op Eén. 493.915 kijkers.
'Mag 'em uit', vraag Lieve Blancquaert, verwijzend naar de brandende sigaret. 'Ja' antwoordt Carl Ridders. En dan volgt een bruusk, gitzwart beeld. Dat is het laatste beeld van de terminaal zieke theateracteur. Daarna zal hij door euthanasie sterven.
De fotografe Lieve Blancquaert heeft Ridders het laatste halfjaar van zijn leven met film- en fotocamera gevolgd. Voor Canvas maakte ze in de reeks Puur persoonlijk de documentaire 'Zondag gaat gebeuren'.
Ze volgde de vijftigjarige acteur van juni tot begin december vorig jaar. Bij elke ontmoeting zijn de sporen van de spierziekte A.L.S. meer zichtbaar, tot de man verlamd in een rolstoel zit en hij nog met moeite kan praten.
Dat Blancquaert hem over zo'n lange periode heeft kunnen volgen, maakt de documentaire uniek. Ook de manier waarop de terminale man over de dood spreekt, is intrigerend. In het begin is hij de waarnemer van een lichaam in verval. Pas na drie maanden zien we hem voor het eerst huilen.
Helaas krijgen we daar in 'Zondag gaat het gebeuren' minder van te zien dan we zouden willen. Carl Ridders is een intrigerende figuur, maar je blijft als kijker op je honger. Je probeert je in te leven in de twijfels en gevoelens van deze terminale patiënt. Maar de documentairemaakster zelf maakt dat moeilijk. Blancquaert is veel in beeld en haar tussenkomsten zijn eerder storend dan opbouwend.
Om een voorbeeld te geven: enkele weken voor zijn dood fantaseert de biseksuele Ridders dat hij terugkomt als een mooie, zwarte prins. Als kijker word je daardoor meegesleept. Tot de documentairemaakster het moment verknalt met haar retorische vraag: 'Een negertje?'
De beelden in de documentaire zijn mooi, poëtisch en filmisch. Maar is het echt nodig om de overleden acteur zelfs het laatste beeld niet te gunnen? Na de sigaret en het zwarte scherm zien we niet Carl Ridders, maar wel de fotografe Lieve Blancquaert gehurkt voor de kist zitten. (pl)
Puur persoonlijk, 'Zondag gaat het gebeuren', gezien op maandag 13/4.
Stijn Meuris is een amateurastronoom. Hij houdt ervan naar de sterren te staren en is gepassioneerd door de ruimte. Dus vroeg Canvas hem om Stijn en het heelal te maken, een zesdelige reeks waarin Meuris vertelt over de ruimte: zo eenvoudig kan televisie zijn. Het concept is leuk, al is het toch te veel schooltelevisie.
Aanvankelijk stoorden we ons wat aan de nogal hyperkinetische vertelstijl van Meuris. Hij loopt over en weer, briest, zucht, gesticuleert hevig, overdrijft. Zijn manier van doen deed ons denken aan de cabaretier Theo Maassen. Alleen heeft Meuris minder goede grappen dan Maassen. En er sijpelde in zijn causerie ook heel wat Limburgs door.
Na een kwartier waren we aan de gastheer Stijn Meuris gewend. Erger was dat we het lastig hadden om het verhaal te volgen. Hij praatte een hele aflevering over de grootte van het heelal.
En daar bleek heel wat over te vertellen, maar door zijn vele zijstapjes hadden we het moeilijk om een rode draad te ontwaren.
Als iemand ons na het programma Piet Huysentruyt-gewijs had gevraagd wat we vandaag geleerd hadden, zouden we geen coherent verhaal hebben kunnen vertellen.
In zijn hit 'Van God los' zong Meuris 'Er is niets of niemand in de kosmos, het is zonde van de tijd.' En dat gevoel hadden we ook een beetje na het kijken naar Stijn en het heelal, dat liefst vijftig minuten duurde. (kho)
Stijn en het heelal, elke dinsdag om 22.10 uur op Canvas.
The battle of the sexes blijft de mensen fascineren en de creatieve geesten inspireren. Die strijd wordt nu zelfs al geleverd op Ketnet.
Het opgefokte sfeertje roept herinneringen op aan wijlen het Swingpaleis, maar dan op kindermaat en niet zo zwoel. Net zoals Felice laat Sam De Bruyn - de sidekick van Siska Schoeters op Studio Brussel - geen kans onbenut om de competitiegeest in de studio verder aan te wakkeren.
De inzet van de strijd zijn de vele clichés die over jongens en meisjes bestaan, zoals: jongens kunnen beter rekenen, meisjes kunnen beter hun evenwicht bewaren, jongens zijn handiger dan meisjes, meisjes kunnen beter haar knippen...
Die 'hardnekkige clichés' worden dan in de boksring op de gekste manier uitgetest.
De jongens en meisjes krijgen de steun van hun persoonlijke BV-kapitein. Deze week waren dat Brahim en Lien Van de Kelder. Nou ja, steun is veel gezegd, want het grootste deel van de tijd zitten ze erbij voor spek en bonen. Alleen in de Kapiteinsronde moeten ze uit hun pijp komen, om bijvoorbeeld met een reuzenoorstok elkaar van hun troon te stoten.
In Clash komt het erop aan om in elke ronde aan de tegenpartij een uppercut uit te delen. Wie de meeste uppercuts uitdeelt, wint de wedstrijd. Na zes weken - zolang loopt het programma - zullen we dan weten welke groep als eindwinnaar uit de Clash-ring stapt.
Uiteraard moeten we die strijd niet ernstig nemen en willen de makers vooral een prettig gestoord spelprogramma maken. Al is het dat vooral voor de jongens en meisjes in de studio en niet voor de kijkers thuis, waar het allemaal nogal geforceerd overkomt. (lb)
Clash, van maandag tot vrijdag om 18.20 uur op Ketnet.
In Melbourne, Australië vindt het wereldkampioenschap voetbal voor daklozen plaats. En België wil zich daarvoor plaatsen. Het Eén-programma Homeless World Cup is de zoektocht naar een team. Maar niet eender wie mag meedoen: deelnemers moeten een dag dakloos geweest zijn of sukkelen met een verslaving.
De coach van dienst is Gilles De Bilde. En dat is een goede keuze. De Bilde mag er dan als een gladde jongen uitzien - hij droeg iets té nette kleren toen hij op kerstavond voor het eerst op zoek ging naar daklozen - maar hij is het niet. De Bilde kent de wetten van de straat; hij is zelf opgegroeid tussen de allochtonen op de Brusselse pleintjes. En hij weet ook wat een agressieprobleem is.
Hij slaagt erin respectvol en toch met voldoende afstand om te gaan met de daklozen. Hij praat oprecht met hen en wordt aanvaard, waardoor er mooie gesprekken ontstaan. Zoals het gesprek waarin Steve vertelt over hoe zijn verslaving zijn relatie met zijn vrouw heeft kapotgemaakt, waardoor hij zijn kind moest achterlaten. De gesprekken worden prachtig in beeld gebracht. Enkel de voice-over van De Bilde is soms wat stroef en hoekig.
Voor de kijker worden de trieste figuren die je passeert als je de trein neemt in het Antwerpse Centraal Station plots mensen. Ze krijgen een gezicht en diepgang.
Maar Homeless World Cup is niet alleen kommer en kwel. Er is ook humor. Het is leuk om de daklozen te zien opleven; hier en daar wordt een grapje verteld en het voetbaltornooitje op het De Coninckplein in Antwerpen wordt aangevat als was het de finale van de Champions League. Voetbal is voor hen een manier om uit een diep dal te klimmen.
Homeless World Cup is een mooi programma, dat toont dat aan de onderkant van de maatschappij ook mensen van vlees en bloed toeven, die een tweede, derde of -tigste kans verdienen.
Al vraagt een cynische kijker zich wel af: wat gebeurt er met de daklozen na het tornooi in Melbourne, nadat alle structuur in hun leven wegvalt, als ze weer overgeleverd zijn aan de harde wetten van de straat?
Homeless World Cup, elke maandag om 20.35 uur op Een.
Yves Leterme had van zijn optreden in 'Voor eens en voor altijd' een geweldig moment kunnen maken om zichzelf en enkele van zijn minder gelukkige mediamomenten te relativeren. Het werd een pijnlijke confrontatie.
Even, midden in het programma, liet Yves Leterme zijn kwetsbare zelf zien. Nadat Tom Lenaerts en Michiel Devlieger een resem vernietigende krantenkoppen over de ex-premier hadden getoond, zei hij: 'Dat komt niet zacht aan...' Hij fluisterde het bijna. Je voelde hoe hard hij zich gepakt voelde. 'Ik zou het niet willen meemaken', zei Michiel. 'Ik ook niet', zei Leterme. Het was een verademing om Yves Leterme heel even te zien zonder zijn masker.
Maar het beeld verdween na enkele seconden. 'De bladzijde is gedraaid, zoals Herman (Van Rompuy) zegt', zei Leterme op andere vragen over opkomst en neergang. Het gesprek verzuurde snel. 'Geen commentaar', zei hij een eerste keer. 'Geen commentaar', kwam er een tweede keer. En toen hij voor een derde keer in minder dan twee minuten 'geen commentaar' zei, dreigde het programma volledig onderuit te gaan.
'Als je nog iets wil doen, ga je best naar een ander onderwerp', beet de ex-premier een wat geschrokken Tom Lenaerts toe. Zijn ogen lagen diep in de kas en er zat een verbeten trek rond zijn mond. Toen was het voor iedereen duidelijk: Yves Leterme deed zichzelf nog maar eens meer kwaad dan goed door zijn televisieoptreden.
Letermes tegenspeler Bart Peeters deed er alles aan om de sfeer, die intussen beneden het vriespunt was gezakt, nog min of meer te redden. Maar hij was als de nonkel die op het familiefeest een liedje zingt nadat er ruzie is gemaakt over de erfenis.
De programmamakers hadden zelf al in de eerste seconden de toon gezet met een citaat van Leterme over het programma. 'De zendtijd zou nuttiger gebruikt kunnen worden', vond de ex-premier. Hij deed zijn best om zichzelf te zijn. Toen hem gevraagd werd hoe het met hem ging, antwoordde hij met zijn intussen stereotiep en zelfs enerverend 'Het gaat goed, en met uzelf?'
Even nog zagen we wél een man die met de nodige ironie en zelfkennis terugkeek op zijn moeilijke periode als formateur en premier Als fragment dat hij 'voor eens en altijd' gewist zou willen zien, koos hij voor de memorabele 21 juli 2007. Toen debiteerde hij op de trappen van de kathedraal van Brussel de Marseillaise in plaats van ons nationaal volkslied. 'Het is toen dat het fout is beginnen gaan', analyseerde Leterme. En hij voegde eraan toe: 'Op de duur is het nooit meer goed'.
Jammer toch dat hij niet op die toon voortging. Dat hij even zijn garde liet zakken en zichzelf meer bloot gaf.
Enkele weken geleden raadde Herman Van Rompuy in de 'Keien van de Wetstraat' zijn voorganger aan om 'de pagina om te draaien'. Het is duidelijk dat Yves Leterme dat nog niet heeft gedaan. Over zijn opvolger zei Leterme gisteravond dan weer: 'Het weze hem gegund'. En ook dat was een mooi momentje.
Voor eens en voor altijd. Vrijdag om 20.40 u. op Canvas
‘Een persoonlijk relaas van een persoonlijke ontmoeting’ moest het worden, maar dat was buiten de oud-premier gerekend. Toch levert ‘In het spoor van Verhofstadt’ unieke beelden van een unieke periode uit de Belgische politiek.
‘De redder van België’, horen we koning Albert tegen Guy Verhofstadt (Open VLD) zeggen, voor de handcamera het bureau van de vorst uit moet. Even later staat de moeder van Verhofstadt met tranen in de ogen op de afscheidsreceptie van haar zoon. ‘Allé moeder, ge gaat nu toch niet wenen? Ik ga gewoon met prepensioen’, grapt Verhofstadt onhandig.
VRT-journaliste Sarah De Bisschop volgde gedurende acht maanden de oud-premier, van augustus 2007 tot maart 2008. Niet alleen de politieke situatie zelf – Verhofstadt komt na maanden van impasse terug op de bühne, maar ook haar aanpak – maanden embedded in de Wetstraat Zestien – leverden unieke beelden op. De docureeks ‘Puur Persoonlijk’ kiest voor de menselijke aanpak, personages worden vol empatie benaderd. De Bisschop onderschat op dat vlak de kracht van haar eigen werk. Op het moment dat Verhofstadt eindelijk terug op het voorplan komt, spatten zijn revanche en zijn herwonnen politieke daadkracht van het scherm. ‘Geef me eens een spuitwater’, snauwt de veldheer zijn personeel toe, de rug opnieuw recht. Een wat naïeve voice-over werkt dan eerder storend dan ondersteunend, een euvel waar de documentaire meermaals mee kampt. Nooit raakt De Bisschop echt af van het rolletje dat Verhofstadt graag speelt, alsof hij achteloos en onverschillig zijn taak vervult.
De Bisschop doorbreekt het pantser dan maar via Verhofstadts entourage. Kabinetschef Wouter Gabriëls uit zijn degout van het politieke spel, na maanden crisis. Moeder Verhofstadt brengt het revanchisme, als ze ongegeneerd afgeeft op ‘de tsjeven’. En als zoon Louis zijn ‘buis voor Latijn’ probeert achter te houden voor zijn vader, wordt de oude rebel in hem wakker. ‘Ikzelf heb ooit een slecht rapport een week onder de mat in de garage verstopt’, vertelt hij trots aan zijn personeel.
Het afscheid van secretaresse Magda Destrijcker – die hij na dertig jaar nog altijd ‘Madam’ noemt’ – is een prachtig moment. Verhofstadt verontschuldigt zich zowaar voor dertig jaar weinig gemanierd en onbehouwen gedrag.
Het blijft wat jammer dat De Bisschop ervoor koos van zichzelf een deel van het verhaal te maken. Het format voorspelde ‘een persoonlijk relaas van een persoonlijke ontmoeting’, maar discussies met Verhofstadt die geen prikker – een klein microfoontje – wil dragen, blijken weinig relevant. In haar honderden minuten beeldmateriaal moeten vast en zeker interessantere passages gezeten hebben, die het verhaal net iets meer diepgang hadden kunnen geven.
Wouter Verschelden
Puur Persoonlijk. Gezien op maandag 6 april om 22 uur 05 op Canvas
Zou de ergste kunstangst wat aan het wegebben zijn? Er mag weer
eens een artiestenportret gemaakt, een hele reeks zelfs. Goudvis, op zondagavond op Canvas, roept sterke
herinneringen op aan Rubriek 700 en Oude Meesters. Het lijkt alsof de tijd heeft stilgestaan,
en we opnieuw bij het verleden aanknopen.
Wat heeft ons al die tijd tegengehouden? Ik kan me niet inbeelden dat we door de voorraad artiesten zaten. Dat er niets te rapporteren viel, lijkt ook al weinig aannemelijk. De jongste jaren maken nogal wat artistieke landgenoten het mooie weer in het buitenland. Het lijkt me veeleer een grove nalatigheid dat het niet gebeurde.
Wie zondagavond naar de eerste Goudvis keek, een portret van Josse De Pauw, kan zich al evenmin inbeelden dat een artiestenportret zou afgeschoten worden als te moeilijk of te saai. Dit is een laagdrempelige documentaire, met veelsoortig materiaal, met tal van insteken, over een kleurrijke figuur met persoonlijkheid.
Archief
Dit ‘Portrait of the artist’ is opgebouwd rond archiefmateriaal (vraag: wat gaan de documentairemakers van de toekomst doen, die merken dat er amper beeld over onze huidige tijden bestaat?) en versgedraaid beeld. En dat was een beetje het probleem van de eerste uitzending. Het archiefmateriaal droeg bij tot een artiestenprofiel, de nieuwe getuigenissen leenden zich eerder tot een menselijk portret. De uitzending liet het ongemakkelijke gevoel achter dat de makers niet goed hadden kunnen kiezen.
De makers weten nochtans goed waar ze het over hebben. Dat blijkt al vrij snel. Ze laten De Pauw een stukje uit Werk lezen dat hem zeer typeert. Vervolgens brengen ze getuigenissen van de juiste mensen: Marianne Van Kerhhoven, Pat Van Hemelrijck, Dominique Deruddere, Hugo Degreef, en zelfs ma De Pauw. Die wisselen ze af met stukjes film, passages uit theaterstukken en archiefgetuigenissen. Vooral de kliekgeest rond de Beurs (met ook nog Jan Decorte, Arno en Mark Didden erbij) roept in één keer een stemming op die ik kwijt was.
Ondanks dat rijke materiaal en de vlotgemonteerde wisselingen is de uitzending niet in balans. Ze blijft bijzonder lang steken bij de Radeisjaren, maar de jaren bij Schaamte en het Kaaitheater lijken niet te hebben bestaan. Ook de bijzonder creatieve jaren rond de millenniumwende krijgt amper focus.
Sprongen
Er worden grote en abrupte sprongen gemaakt in deze uitzending. Het komt me over dat de makers beginnen filmen zijn wat hen onder de hand kwam: er zijn veel recente voorstellingen en een opname in Avignon (op de paardenmolen op de Place de l’Horloge na, had ze in de Roma in Borgerhout kunnen gefilmd zijn).
Hoe leer je het best iemand kennen? De Pauw is een innemend causeur met duidelijke stellingnames. Hem zou je lang kunnen laten praten. De makers hebben echter ook, en dat gebeurt niet vaak, een omtrekkende beweging via derden willen maken. Ze hebben echtgenote Fumyo Ikeda en dochter Hana aan het woord gelaten, en bevriende artiesten. Hebben ze te veel willen doen? Of was er toch nog kunstangst, en moesten er daarom snelle montages gemaakt?
Laten we het eens positief samenvatten. Goudvis is een reeks over kunstenaars die de aandacht waard zijn, die interessant en veelsoortig beeld aanbiedt en een warme, menselijke aanpak heeft. En die, jammer genoeg, de eerste keer de indruk gaf wat verwrongen samengesteld te zijn. Maar waar ik erg graag naar gekeken heb. (gse)
Goudvis, zondag 5/4, Canvas 21-21.55 uur
Blogs De Standaard
Zoeken op deze blog
Laatste berichten
Categorieën
Bloggende politici
Bloggende journalisten
Vlaamse blogs
Stadsblogs
Fotoblogs
Buitenlandse blogs
Blogosfeer
