Is een combinatie van het voorzetsel wegens met een bijvoeglijk naamwoord correct, zoals in de zin Hij werd geweigerd wegens te agressief ?
In welke mate combinaties als wegens te agressief , wegens te druk , wegens ziek , wegens beu standaardtaal zijn, is niet helemaal duidelijk. Daarom kunt u in verzorgde schrijftaal beter na het voorzetsel wegens een zelfstandig naamwoord laten volgen ( wegens zijn agressiviteit ) of een bijzin gebruiken ( omdat hij te agressief is ).
Normaal gezien kan een voorzetsel niet gecombineerd worden met een bijvoeglijk naamwoord, maar bij wegens is er - vooral in informeel taalgebruik - een tendens om dat wel te doen, wellicht omdat het een kernachtige manier van uitdrukken is. Er is daarnaast ook een tendens om niet of geen te gebruiken na het voorzetsel wegens : wegens niet relevant , wegens niet thuis , wegens geen tijd , wegens geen geld . Zulke combinaties worden ook niet algemeen aanvaard. Wel aanvaard in de standaardtaal is de combinatie wegens overcompleet , die vooral in Nederland gebruikelijk is.
Dirk Caluwé
Redactie Lettermetaal om 16:59 | Link | 4 Reacties | 0 TrackBack
Wat is correct: Zij beweerden dat het aantal moeilijke woorden was beperkt of Zij beweerden dat het aantal moeilijke woorden beperkt was? Beide zinnen zijn correct, maar er speelt een betekenisverschil. In de eerste zin is was beperkt een passieve vorm. De zin kan als volgt aangevuld worden: Zij beweerden dat het aantal moeilijke woorden door iemand was beperkt. In de actieve vorm luidt de zin: Zij beweerden dat iemand het aantal moeilijke woorden had beperkt.
De tweede zin heeft dezelfde betekenis als de eerste ( dat het aantal moeilijke woorden door iemand beperkt was) , maar kan daarnaast ook nog een andere betekenis hebben. In de tweede betekenis is zijn een koppelwerkwoord en beperkt het naamwoordelijk deel van het gezegde. In deze betekenis kan de zin als volgt geparafraseerd worden: Zij beweerden dat het aantal moeilijke woorden klein was. Als we het koppelwerkwoord combineren met de volgorde zoals in de eerste zin, krijgen we een ongrammaticale zin: Zij beweerden dat het aantal moeilijke woorden was klein.
Redactie Lettermetaal om 10:33 | Link | 1 Reacties | 0 TrackBack
Wat is juist: solliciteren naar een baan of solliciteren voor een baan ?
Beide voorzetsels zijn correct in combinatie met het werkwoord solliciteren in de betekenis 'zich kandidaat stellen voor een bepaalde functie'. In woordenboeken en naslagwerken over voorzetsels wordt voor deze betekenis alleen het voorzetsel naar vermeld, maar in de praktijk komen beide voorzetsels naast elkaar voor, zowel in Vlaanderen als in Nederland.
In de betekenis 'zich op de hals halen, min of meer bewust aansturen op' is alleen het voorzetsel naar correct: zij solliciteerde naar haar ontslag; hij solliciteerde naar bitsige reacties.
Daarnaast komen bij het werkwoord solliciteren ook nog de voorzetsels op en bij voor: hij solliciteerde op een advertentie van de Vlaamse overheid; zij solliciteerde bij Belgacom.
Dirk Caluwé
Bart Van Belle om 07:03 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Komt er een vraagteken na een zin als Mogen wij u vragen het bijgevoegde formulier terug te sturen voor 26 juli 2005 ?
Nee, dat hoeft niet. Naslagwerken zeggen nogal vlug dat je bij zinnen met een vraagstructuur altijd een vraagteken moet gebruiken. Alleen voor uitroepen van verbazing - zoals Hoe is het mogelijk! - wordt een uitzondering gemaakt. Maar ook in andere gevallen is een punt of een uitroepteken soms goed te verdedigen.
Een zin als de bovenstaande is een verzoek in de vorm van een vraag. Er wordt als reactie geen antwoord maar een handeling verwacht. Vergelijkbare voorbeelden zijn: Mag ik u verzoeken dit nooit meer te doen! ; Mogen wij u daarom uitnodigen over te gaan tot betaling . Zinnen als deze krijgen doorgaans geen vragende intonatie. Door het gebruik van mag ik of mogen w ij ligt de nadruk bovendien meer op de spreker dan op de toegesprokene. Dat is een verschil met een verzoek als Kunt u het bijgevoegde formulier terugsturen voor 26 juli 2005? , waarbij we meestal wel een vraagteken zullen gebruiken.
Het vraagteken kan ook wegblijven bij zinnen die beginnen met een vraag, maar eindigen met een mededeling. Bijvoorbeeld: Kun je ons je opmerkingen bezorgen, dan kunnen wij de tekst aanpassen en publiceren . U kunt het leestekenprobleem ook vermijden door zulke zinnen op te splitsen: Kun je ons je opmerkingen bezorgen? Dan kunnen wij de tekst aanpassen en publiceren.
An Bosmans
Redactie Lettermetaal om 12:17 | Link | 2 Reacties | 0 TrackBack
Schrijf je na enz. aan het eind van een zin nog een tweede punt om de zin af te sluiten?
Nee. Als de zin al op een afkortingspunt eindigt, komt er geen tweede punt. Bijvoorbeeld: Zij werkt voor Jansens B.V. Hij is gespecialiseerd in aandelen, obligaties e.d. Samen willen ze een bedrijf oprichten dat foto's afdrukt op T-shirts, muismatten, bekers enz.
Ook na de drie puntjes van het beletselteken volgt er geen extra punt. Bijvoorbeeld: Als je eens wist Vraagtekens en uitroeptekens blijven wel staan na een afkortingspunt of een beletselteken. Bijvoorbeeld: Komt hij zaterdag a.s.?; Reageer a.u.b.!
In veel gevallen is het overigens aan te raden de afkorting voluit te schrijven of de zin zo te herschrijven dat u geen afkorting nodig hebt. Bijvoorbeeld: Hij is gespecialiseerd in aandelen, obligaties en dergelijke. Samen willen ze een bedrijf oprichten dat foto's afdrukt op onder andere T-shirts, muismatten en bekers.
An Bosmans
Redactie Lettermetaal om 10:57 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Is de komma correct in de zin: ,,In het kader van onze samenwerking, kunnen de leden van beide verenigingen gratis aan de sportactiviteiten deelnemen''?
Nee, er mag in deze zin geen komma staan. Als het eerste zinsdeel niet de vorm van een bijzin heeft, komt er bij zinnen met inversie geen komma tussen het eerste zinsdeel en de persoonsvorm. Sommigen hebben wel eens de neiging om daar toch een komma te plaatsen. Ze doen dat wellicht onder invloed van het Engels of het Frans, waarin er vaak wel een komma voor het onderwerp staat als er een bijwoordelijke bepaling aan voorafgaat. Bijvoorbeeld: ,, In the first case, he learned that one of his students was deaf ''; ,, Dans le cadre de sa participation au programme, le ministre a présenté son plan d'action ''.
Als het eerste zinsdeel de vorm van een bijzin heeft, is een komma meestal wel noodzakelijk. Dat is bijvoorbeeld het geval in de vorige zin omdat het eerste zinsdeel een voorwaardelijke bijzin is. Bij zo'n als-zin schrijven we altijd een komma na de bijzin. Als het eerste zinsdeel een wat langere beknopte bijzin is, kunnen we ook een komma voor de persoonsvorm zetten om de bijzin af te zonderen: ,,Uitgerust met de modernste snufjes uit de wereld van de navigatie, voer het schip de haven binnen''. Bij een korte beknopte bijzin laten we de komma weg: ,,Strompelend kwam hij de kamer binnen''.
Dirk Caluwé
Redactie Lettermetaal om 11:22 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Ik ken de uitdrukking verzamelen blazen alleen in de volgende vorm: het is/was verzamelen geblazen. Maar ik kan er niet van uitgaan dat u daarover dezelfde intuïtie hebt als ik.
Ten eerste staat de uitdrukking niet in de vorm waarin ik ze ken in de recentste druk van de Grote Van Dale. Wél staat onder het lemma verzamelen: ,,er werd verzamelen geblazen’’, maar die vorm ken ik dus niet.
Ten tweede: op 16 maart becommentarieert VRT-taaladviseur Ruud Hendrickx in zijn wekelijkse taalmail (een lijstje met kromme zinnen die hij gehoord heeft op radio en tv) de zin ,,55 hete luchtballonnen blazen verzamelen in Canberra, in Australië’’. (Niet van belang in dit stukje is zijn terechte opmerking dat heteluchtballonnen in één woord moet.) De taaladviseur zegt dat ,,de actieve vorm verzamelen blazen vreemd klinkt’’. Ik dacht: het is gewoon een woordspeling. Dergelijke zinnen kom je in het echt nooit tegen. Verbazing toen ik in Metro van 21 maart — nog geen week later dus — de volgende kop las: ,,Moslimfeministen blazen verzamelen in Amsterdam.’’ Dus toch de actieve vorm, en deze keer geen woordspeling.
Voortaan blaas ik opletten met deze constructie.
Freek Van de Velde
(Nederlandse Taalkunde — KU Leuven.)
De Standaard Weblog om 21:25 | Link | 1 Reacties | 1 TrackBack
Onlangs kreeg ik een mail van een meneer die zich stilaan begon te ergeren aan bepaalde omroepsters op tv. ,,Waarom'', zo vroeg de gekwelde kijker, ,,hebben ze het toch steeds over mijn 'luie zetel'? Ik kan misschien wel lui zijn, maar mijn zetel toch niet!'' De man heeft natuurlijk een beetje gelijk: een levenloos ding als een stoel of fauteuil kan bezwaarlijk van luiheid worden beticht. Is de uitdrukking 'vanuit je luie zetel' dan fout? Nee hoor. We hebben hier te maken met een stijlfiguur: metonymie. Een ander woord voor metonymie is naamsverwisseling. We vervangen het ene woord door het andere omdat er een verband bestaat tussen de twee. Metonymieën schuilen overal: we drinken een bordeaux, bekijken een Picasso of lezen een Couperus, terwijl het eigenlijk gaat om wijn uit de Bordeauxstreek, een schilderij van Picasso en een boek van Couperus. Een luie zetel is dus niet echt lui, een rokkenjager jaagt niet echt rokken en een taaladviseur verdient niet echt een boterham. En dat kunt u natuurlijk op twee manieren interpreteren.
Sara Brouckaert
De Standaard Weblog om 18:19 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Niet lang geleden rolde de volgende taalvraag mijn mailbox binnen: ,,Is de schrijfwijze beschermingswaardig correct of moet het beschermenswaardig zijn? Ik kan dat in geen enkel naslagwerk terugvinden!'' Uit een snelle Googlesearch blijkt inderdaad dat beide vormen vrij courant gebruikt worden, en dat kan voor verwarring zorgen.
Redactie Lettermetaal om 14:40 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Vrouwelijke persoonsnamen krijgen vaak het achtervoegsel -ster: bestuurster, werkgeefster, voorzitster. Naar analogie van mannelijke persoonsnamen, wordt nogal eens een d ingelast: toehoordster (naast toehoorster), aanvoerdster (naar aanvoerster).
Over die vormen met d bestaat wat onenigheid. Sommigen keuren ze af, anderen vinden ze wel kunnen. Vast staat dat de d niet kan worden gebruikt bij grondwoorden op -uur of op -eer, zoals huurster of codeerster. Als u het mij vraagt, laten we de d dus beter helemaal achterwege, om verwarring te vermijden.
Het vormen van vrouwelijke persoonsnamen op -ster is trouwens een zeer productief procédé. Er komen er steeds nieuwe bij. We hebben het bijvoorbeeld over fietssters en nieuwsleessters. En Kim Clijsters is een tennisster, met twee s'en.
Sara Brouckaert
Redactie Lettermetaal om 14:45 | Link | 7 Reacties | 0 TrackBack
Wat is juist: te doorprikken of door te prikken?
In de krant kom je zowel te doorprikken tegen: ,,om () de bestaande vooroordelen bij het brede publiek te doorprikken'' (DS 30 september 2004) , als door te prikken : ,,om de clichés over moord en criminaliteit door te prikken'' (DS 6 oktober 2004) .
Werkwoorden met een 'partikel' heb je in twee types. Een voorbeeld van type één is voorlezen . Het partikel (voor) kan gescheiden worden van het werkwoord: ,,hij leest verhaaltjes voor''. De klemtoon ligt op het partikel: vóórlezen . En in het voltooid deelwoord wordt ge- tussen het partikel en het werkwoord geplaatst: voorgelezen .
In het andere type, bijvoorbeeld voorzien , wordt het partikel nooit gescheiden van het werkwoord. Je zegt niet: ,,hij ziet moeilijkheden voor''. De klemtoon ligt niet op het partikel, maar op het werkwoord: voorzíén , en het voltooid deelwoord moet het stellen zonder ge-: heeft voorzien .
Je hebt verder partikelwerkwoorden die er hetzelfde uitzien, maar toch verschillen wat scheidbaarheid betreft: voorkomen gedraagt zich anders als het ,,beletten'' betekent dan in de betekenis ,,gebeuren''. Doorprikken in de betekenis ,,de onjuistheid aantonen'' komt alleen in Vlaanderen voor als niet-scheidbaar samengesteld werkwoord. Als je een eenheidstaal voorstaat, zeg je dus beter door te prikken .
Freek Van de Velde
Redactie Lettermetaal om 09:59 | Link | 1 Reacties | 0 TrackBack
Er zijn van die dingen in ons taalgebruik die we maar moeilijk kunnen verklaren. Zo vroeg iemand me onlangs waarom we zeggen ,,het is beginnen te regenen''. Het voltooid deelwoord is toch ,,begonnen''? Inderdaad, dat is zo. Ik stond dan ook met mijn mond vol tanden en heb er thuis meteen de Algemene Nederlandse Spraakkunst op nageslagen. En zo heb ik kennisgemaakt met de vervangende infinitief. Als ,,beginnen te'' in een voltooide tijd gezet wordt, krijgt het niet altijd de vorm van een voltooid deelwoord, maar soms ook van een infinitief. We maken voortdurend gebruik van zulke constructies, zonder erbij stil te staan: dat had ze niet hoeven te doen, hij is in Spanje gaan wonen, we hebben haar zien voorbijkomen. We gebruiken een infinitief in plaats van een voltooid deelwoord (gehoeven, gegaan, gezien).
Ik hoor het u bijna denken. We zeggen toch wel ,,ik ben begonnen de krant te lezen''? Waar zit ik dan, met mijn infinitief? Inderdaad, maar we zeggen ook ,,ik ben de krant beginnen te lezen''. Dat heeft te maken met groepsvormende en niet-groepsvormende werkwoorden. En zo is er voor mensen als ik gelukkig altijd iets om uit te leggen.
Sara Brouckaert
Redactie Lettermetaal om 15:55 | Link | 2 Reacties | 0 TrackBack
Wat is correct: ik heb of ik ben mijn krant vergeten?
Ik heb mijn krant vergeten. Maar in toenemende mate wordt in gesproken taal ook de vervoeging met zijn gebruikt.
Het werkwoord vergeten heeft twee betekenissen: ,,verzuimen te doen, er niet aan denken'' en ,,iets niet meer weten''. Bij vergeten in de eerste betekenis gaat het om de gebeurtenis van het vergeten. In dat geval heeft de vervoeging met hebben de voorkeur. Ik heb mijn krant vergeten betekent dan zoveel als ,,ik heb er niet aan gedacht ze mee te nemen''. In gesproken taal wordt in dat geval ook steeds vaker zijn gebruikt.
Bij vergeten in de betekenis ,,niet meer weten, zich niet meer herinneren'' gaat het om het resultaat van het vergeten. Het werkwoord wordt in de voltooide tijd gecombineerd met zijn , bijvoorbeeld: ik ben de regels vergeten ('ik ken de regels niet meer').
Natalie Hulsen
Redactie Lettermetaal om 09:18 | Link | 5 Reacties | 1 TrackBack
Wat is juist: ik wil dàt boek of ik wil dát boek?
Correct is: ik wil dát boek, met een accent aigu op dat.
In het Nederlands is het klemtoonteken altijd het accent aigu. Bijvoorbeeld: dat is jé van hét; hij is dé atleet van het jaar. Klanken die met twee letters worden geschreven, krijgen twee accenten: moet je je vóórstellen! Bij drie opeenvolgende beklemtoonde letters in dezelfde lettergreep krijgen alleen de eerste twee letters een accent, zoals in het duurt ééuwen voor ik aan de beurt ben. Soms is het technisch niet mogelijk om een accent op een bepaalde letter te schrijven. In dat geval staat het accent alleen op de eerste letter van de klank, zoals in blíjft.
Het accent aigu geeft ook de uitspraak van de letter e aan in woorden als hé, café. Ook het accent grave wordt als uitspraakteken gebruikt in woorden als hè, blèren.
Natalie Hulsen
Redactie Lettermetaal om 11:04 | Link | 6 Reacties | 0 TrackBack
Correct is: brutoloon. Brutoloon is een samenstelling van het bijwoord bruto en het zelfstandig naamwoord loon. Samenstellingen schrijven we in het Nederlands zoveel mogelijk in één woord. Zo schrijft u ook brutoaandeel, brutogewicht en brutosalaris. Als bruto gevolgd wordt door een zelfstandig naamwoord dat met een o, u, i of e begint, schrijft u een koppelteken: bruto-opbrengst, bruto-uurloon, bruto-inkomen, bruto-effect. Zo vermijdt u dat de opeenvolgende klinkers verkeerd gelezen worden als oo, ou, oi en oe. Voor samenstellingen met netto geldt hetzelfde. Een combinatie waarbij bruto en netto niet door een zelfstandig naamwoord worden gevolgd, wordt niet aaneengeschreven: bruto nationaal product, bruto binnenlandse uitgaven, netto financiële schuld, netto belastbaar inkomen.
De Standaard Weblog om 18:39 | Link | 1 Reacties | 0 TrackBack
Een mens moet meegaan met zijn tijd. En onze tijd is er een van chatten, mailen, downloaden, inzoomen, upgraden, deleten en af en toe eens crashen. Als al de voorgaande werkwoorden moeten worden vervoegd, bijvoorbeeld.
Het is nochtans niet zo moeilijk als het lijkt: de uit het Engels afkomstige werkwoorden volgen min of meer dezelfde regels als de Nederlandse. Als de stam van het werkwoord eindigt op de klank t, k, f, s, ch of p (de medeklinkers uit 't kofschip ), dan krijgen de verleden tijd en het voltooid deelwoord respectievelijk -te en -t. Delete (de stam van deleten) eindigt op een t-klank, dus we schrijven deletete, gedeletet. Bij werkwoorden waarvan de stam niet eindigt op een van de bovengenoemde klanken, eindigt de verleden tijd op -de en het voltooid deelwoord op -d: upgradede, geüpgraded.
Bij dezen heb ik misschien onbewust bijgedragen aan het promoten van Engelse werkwoorden. En dat vervoegen we als promootte, gepromoot. Waar zouden we zijn zonder uitzonderingen?
Sara Brouckaert
(Centrum Nederlandse Rechtstaal, KU Leuven)
Redactie Lettermetaal om 05:47 | Link | 9 Reacties | 1 TrackBack
Wordt een precedent geschept of geschapen?
Een precedent wordt geschapen.
In het Nederlands zijn er twee werkwoorden scheppen: een met een zwakke en een met een sterke vervoeging. Het zwakke werkwoord scheppen betekent ,,putten, ergens uithalen'' of ,,zich verwerven, opdoen''. Bijvoorbeeld: hij schepte een emmer water, hij heeft troost geschept uit haar hulp. Als sterk werkwoord betekent scheppen ,,creëren'', zoals in sfeer scheppen, duidelijkheid scheppen. Als u een precedent schept, creëert u een situatie waarop iemand anders zich kan beroepen bij een latere beslissing. In de verleden tijd zegt u dus dat iemand een precedent schiep, in de voltooide tijd gebruikt u het voltooid deelwoord geschapen.
Natalie Hulsen
Redactie Lettermetaal om 18:39 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Wat is er mis met een zin als: ,,Ik maak nooit geen fouten''?
In deze zin wordt een dubbele ontkenning gebruikt. Constructies met nooit geen , nergens geen , nooit niet , nooit niks komen vooral voor in de spreektaal. U kunt dergelijke constructies beter vermijden, omdat ze niet voor iedereen aanvaardbaar zijn.
Vroeger werden dubbele ontkenningen als in ,,ik mag nooit niks en dat heb ik nooit niet meegemaakt'' afgekeurd omdat daarmee het tegendeel beweerd zou worden van wat men bedoelt. Net zoals in een wiskundige vergelijking zou de ene ontkenning de andere opheffen. Ondertussen is men tot het besef gekomen dat dubbele ontkenningen - althans in de spreektaal - eigenlijk een versterkende functie hebben. Door twee ontkennende woorden wordt de negatie beklemtoond, niet opgeheven. Veel taalgebruikers blijven zo'n dubbele ontkenning echter als niet-correct ervaren.
Het fenomeen van dubbele ontkenningen is overigens niet beperkt tot het Nederlands. Ook in andere talen worden ze gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan het Engelse you don't know nothing ('Jij weet niets').
Sara Van Calster
Redactie Lettermetaal om 18:15 | Link | 3 Reacties | 0 TrackBack
Enkele weken geleden had Piet Creten het hier over het werkwoord willen (DS 6 januari) . Ik ga daar nog even over door en wil het hebben over de verleden tijd van dat werkwoord. In het enkelvoud gebruiken we het regelmatige wilde of het onregelmatige wou , al komt wou meer voor in de spreektaal dan in de schrijftaal. In deze krant lezen we dat Trabelsi de militaire luchtmachtbasis in Kleine Brogel wilde doen ontploffen, in een radiogesprek horen we dat hij ze de lucht in wou blazen.
In het meervoud bestaan, naast de regelmatige vorm wilden , de onregelmatige vormen wouden en wouen . Anders dan wou komen ze alleen voor in de spreektaal. In de schrijftaal gebruiken we met z'n allen keurig wilden en dat is ook maar beter zo. Want laten we eerlijk zijn: wouen mag dan prima klinken, op papier ziet het er niet uit.
Sara Brouckaert
Redactie Lettermetaal om 12:46 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Wat is correct: ,,Moest ik nog tijd hebben, dan ga ik mee een kop koffie drinken'' of ,,Mocht ik nog tijd hebben, dan ga ik mee een kop koffie drinken?
Alleen de constructie met ,,mocht ik nog tijd hebben'' is correct.
Voorwaardelijke bijzinnen worden over het algemeen ingeleid met als/indien in combinatie met een verleden tijd, of met zou + infinitief: ,,indien u de paus was'' of ,,als ik koning zou zijn''. Als de voorwaarde in de bijzin niet erg waarschijnlijk is, kunt u ook mocht in combinatie met een infinitief gebruiken: ,,mocht ze niet op tijd zijn'' en ,,mocht hij zijn kaartje vergeten hebben''.
In Vlaanderen worden ook wel eens voorwaardelijke bijzinnen met moest gebruikt, zoals ,,moest ze niet komen opdagen''. In de spreektaal hebben weinig mensen een probleem met een dergelijke bijzin, maar in verzorgd taalgebruik kunt u zulke constructies beter vermijden.
Er zijn natuurlijk ook correcte constructies met moest . Zo kunt u moest wel gebruiken om een mogelijkheid uit te drukken met de implicatie van een verrassing: ,,je moest eens weten hoe gelukkig ik ben''. Ook als verledentijdsvorm van moeten is moest correct: ze moest nog examen afleggen.
Sara Van Calster
Redactie Lettermetaal om 12:48 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Wat is correct: ,,tram- en bushokje'' of ,,tram-en-bushokje''?
Beide schrijfwijzen zijn correct, maar er is een verschil in betekenis.
Een tram- en bushokje verwijst naar twee hokjes, namelijk naar een tramhokje en een bushokje. Het weglatingsstreepje geeft in deze samentrekking aan dat het woorddeel hokje is weggevallen. Er staat eigenlijk: ,,een tramhokje en een bushokje''.
Een tram-en-bushokje is een hokje waarin u zowel op de tram als op de bus kunt wachten. Het eerste deel van de samenstelling is de woordgroep tram en bus. De koppeltekens geven aan dat de woorden vlak ervoor en vlak erna één geheel vormen binnen de samenstelling. Andere voorbeelden van zulke samenstellingen zijn peper-en-zoutstel (stel dat zowel een peper- als een zoutvaatje bevat), bak-en-braadboter (boter om te bakken en te braden).
Katleen Maesen
Redactie Lettermetaal om 12:49 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Zijn wouen en wouden correcte meervoudsvormen van willen of is alleen wilden correct in de verleden tijd?
De meervoudsvorm van willen in de verleden tijd is wilden . In de spreektaal wordt wel eens wouden of wouen gebruikt, maar in verzorgd taalgebruik kunt u die vormen beter vermijden.
Het werkwoord willen kan in het enkelvoud zowel zwak als sterk vervoegd worden. Naast ,,ik wilde geen dt-fouten maken'' is ook ,,ik wou geen dt-fouten maken'' correct. De sterke vervoeging wou is de oudste vorm, die ontstaan is uit de Oudnederlandse vorm wolde . Door een klankverschuiving in het Oudnederlands werd de vorm wolde omgezet tot woud , net zoals old en gold omgezet werden tot oud en goud . Wat later is de d van woud weggevallen, zodat de vorm ontstond die wij vandaag nog steeds gebruiken: wou . De zwakke vervoeging wilde werd pas in het Middelnederlands gangbaar, en is gevormd volgens de regel van de zwakke werkwoorden: stam + de. Deze vorm is vandaag het gebruikelijkst.
In de verleden tijd meervoud heeft willen maar één correcte vervoeging: ,,Ze wilden niet naar het feestje komen''. De oudere meervoudsvormen wouden en wouen komen af en toe nog voor, maar deze vormen zijn ondertussen beperkt tot de spreektaal.
Sara Van Calster
Redactie Lettermetaal om 12:50 | Link | 1 Reacties | 0 TrackBack
Sommige lezers hebben een moeilijk te overwinnen weerzin tegen bepaalde woorden en ze zouden willen dat de krant die vreselijke termen nooit meer gebruikt. Vorige week kreeg ik een hartenkreet van lezer D.M. uit Watervliet: ,,Voor de zoveelste keer tref ik het afschuwelijke woord panne aan in de rubriek Auto met een artikel over de nieuwe Citroën C6. Hoe is het toch mogelijk dat men dit blijft gebruiken?"
Dit is de zin waar onze lezer over struikelt: ,,Veel Europese constructeurs kampen immers met tal van elektronische pannes die hen tot dure terugroepacties verplichten.''
Ik begrijp het bezwaar van onze lezer uit Watervliet niet goed en grijp dus naar de dikke Van Dale. Die beschrijft twee betekenissen van het woord panne : ,,1. gedwongen oponthoud door storing aan de motor van een auto of vliegtuig; 2. storing aan de motor''. Ik weet niet of u het subtiele verschil ziet: in de eerste betekenis overvalt de panne een bestuurder of passagier, in de tweede het voertuig. De eerste betekenis zal wel afgeleid zijn van de tweede.
De betekenisomschrijving van Van Dale vind ik een beetje krap, en zeker voor Vlaanderen. Want niet alleen een voertuig kan hier panne hebben. Ook bijvoorbeeld een drukpers, een wasmachine, een seininstallatie, de elektrische stroom kan door panne worden getroffen. Maar naar mijn aanvoelen niet een computer, een nachtlampje, een horloge. Die zijn defect . Panne zou ik allen gebruiken als een beweging wordt onderbroken, ook al is het een onzichtbare zoals die van signalen of een elektrische stroom. Een afschuwelijke situatie soms. Maar een afschuwelijk woord?
Ludo Permentier om 12:53 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack