Over kredietzwendelaars en falende toezichthouders

  • Gepost op dinsdag 9 juni 2009 om 04:43
  • door pascal dendooven

De uiteenzettingen op  Columbia University geven stof tot nadenken. Je kunt die stof indelen in twee grote hoofdstukken: pessimisme over de toekomst van kranten en pessimisme over de oprechtheid van mensen die moeten waken over de belangen van burgers.

Het is beslist gemakkelijker te schrijven over de manier waarop toezichthouders samenzweren met het management van banken met de nobele bedoeling de brutale waarheid over de gezondheid van het banksysteem te verzwijgen en de klanten rustig te houden.

De uiteenzetting van professor David Beim bijvoorbeeld, die uitlegde waarom het banksysteem gedoemd is telkens weer te crashen, was interessant maar brengt niet noodzakelijk veel nieuwe inzichten. De interessante vaststelling was dat Beim op een zeer open manier de waarheid durft te zeggen over een sector waarover vaak de waarheid niet mag gezegd worden.


Het deed me ook denken aan een belangrijke advocaat in België,  vertrouwd met onder meer effectisering, die vijf jaar geleden al tegen zijn private banker zei van geen enkel bankaandeel in zijn portefeuille te stoppen omdat hij wist dat de banken op doping draaiden en dat het systeem ging ontploffen. Uiteraard wisten heel veel mensen dat het fout zat met de banksector en dat de miljardenwinsten er het gevolg waren van een enorme schuldenhefboom, maar iedereen keek de andere kant op. Management, bestuurders, toezichthouders, analisten…vaak ook journalisten.


Trouwens, wie wijst op een zeepbel terwijl iedereen nog van het feest geniet, wordt verweten een onheilsprofeet of een nestbevuiler te zijn. De particuliere aandeelhouder Erik Geenen bijvoorbeeld, bij wiens stijl
  je waarschijnlijk terecht veel vragen kunt hebben, stelde zaterdag op de aandeelhoudersvergadering van Cera verschillende pertinente vragen over de boekhouding van Cera en het feit dat het dividend er gewoon uitbetaald wordt  alsof er niets aan de hand is.  Enkele kleine coöperatieve aandeelhouders wilden het slechte nieuws niet horen. ‘Verkoop je aandelen dan man als je het toch allemaal slecht vindt', zei één van hen die probeerde de micro af te nemen. Het feit dat Ceraeen raad van bestuur van maar liefst 20 personen heeft, sterkt paradoxaal genoeg niet de hoop dat het toezicht er beter is.

Beim bijvoorbeeld schetste vandaag hoe een grote Amerikaanse bank, gespecialiseerd in consumentenkrediet, op heel veel slechte kredieten zit omdat het kredietbeheer te laks was. Dat die bank slechts 5,5 miljard dollar nodig heeft, zoals de Amerikaanse stresstesten uitwijzen, is voor hem allesbehalve een boodschap die gerust stelt. ‘Heel veel toezichthouders spannen gewoon samen met het bankmanagement om de waarheid voor het publiek verborgen te houden. Het publiek denkt dat de toezichthouder aan hun kant staat, maar dat is niet zo.’ Volgens Beim is het gevolg dat men een kleine crisis laat uitdijen in een grote crisis. Tja, had David Einhorn, de hefboommanager van Greenlight Capital dat vorige week ook al niet gezegd? Maar wie neemt het nog op voor de burger dan?


Beim legde ook uit hoe banken de kapitaalratio’s omzeilden en hoe op die manier een enorme zeepbel werd gecreëerd.  Banken die
  AAA-obligaties kochten voor hun handelsportefeuille (trading book) moeten geen kapitaal opzij zetten als risicobuffer tegen wanbetaling. Als het om papier gaat, die tot op de vervaldag bijgehouden wordt, is slechts een vijfde van de normale risicobuffer vereist.

Op die manier staat er bijna geen rem op de schuldenhefboom. En schulden waren een fantastische techniek om de inkomsten van banken op te krikken. Banken leenden goedkoop kort geld en herbelegden dat in AAA-papier dat meer rente opbracht en verdienden op het renteverschil (spread). Ondertussen weet iedereen dat de banken enorme risico’s opbouwden omdat de waarde van AAA-papier zeer relatief was.

KBC Groep legde bijvoorbeeld recent uit dat doordat het obligaties liet verzekeren bij de Amerikaanse herverzekeraar MBIA die zelf een AAA-rating had, de betrokken obligaties daardoor automatisch opgewaardeerd werden tot AAA. Vandaar dat wel eens gesproken werd over ‘kredietverbeteraars’. 

Vandaag zou je het wellicht hebben over kredietzwendelaars want MBIA verzekerde veel meer risico’s dan dat het ooit zou kunnen effectief afdekken, maar iedereen keek de andere kant op. In de eerste plaats de kredietagentschappen. Iedereen had immers te winnen bij het systeem. De banken konden door het massaal inzetten van de schuldenhefboom vette winsten boeken, MBIA streek verzekeringspremies op en de kredietagentschappen verdienden goed aan het afleveren van kredietbeoordelingen.


De Duitse banken bijvoorbeeld hadden een hefboom van 42,1 wat wil zeggen dat voor iedere euro eigen kapitaal er 42,1 euro schulden waren. De Belgische banken waren in 2007 goed voor een schuldenhefboom van 28,2. Hebben we de toezichthouder in zijn jaarrapport daar ooit horen over praten? De Luxemburgse banken stonden op een hefboom van 36, idem voor de Zwitsers terwijl de Fransen op 31,6 uitkwamen. Nederland deed met 27,1 al niet veel beter en dat was even erg als de Britten. De USA zat op 12, zegt Beim.


Met wat we vandaag weten, blijft de burger met een zeer onaangenaam gevoel zitten. Hoe kon het systeem zo ontsporen? Revisoren, management, bestuurders, toezichthouders… Niemand heeft blijkbaar zijn job gedaan. En welke zekerheid hebben we dat het vandaag beter is? Zegt Beim niet dat de algemene overtuiging bij de autoriteiten is dat het publiek beter niet weet hoe erg het is? Als dat zo is, hoe kan je dan weten dat het bijvoorbeeld bij Dexia Bank en Ethias vandaag beter zit en dat de buitenwacht er niet opnieuw om de tuin geleid wordt? Als niemand in het systeem er belang bij heeft de waarheid te zeggen, welke houvast heb je dan nog als gewone spaarder?


Wellicht gewoon al om die reden hebben Nicholas Lemann en William Grueskin (beiden decaan op Columbia) gelijk dat - ook al ziet de toekomst voor gewone kranten er slecht uit - er altijd nieuwsorganisaties zullen bestaan. Maar sommigen zullen volgens hen meer gefocuste nichespelers zijn.
  Journalistiek zou immers altijd een toekomst hebben. ‘Journalisten moeten berichten over wat ze zien en horen. Het is niet omdat de toezichthouder de andere kant opkijkt, dat de pers dat ook moet doen’, zegt Beim. En vanuit dat perspectief is en blijft er werk te over.


 

Reacties

 Sabrina zei op 10 juni 2009 om 13:08

Astrid - dringend even bellen

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.



Beursblogs