13 april 1975

  • Gepost op vrijdag 13 april 2007 om 15:59
  • door Peter Speetjens

Het is vandaag, 13 april, precies 28 jaar geleden dat de Libanese burgeroorlog officieel begon. De boekhouder herinnerde me daaraan. Hij was toen een 17-jarige student. “Toen de eerste schoten vielen, zijn we met de familie meteen naar Byblos vertrokken,” zei hij. “We dachten dat het na een paar dagen wel voorbij zou zijn, maar er bleek iets in gang te zijn gezet, dat niet meer viel te stoppen.”

De burgeroorlog zou 15 jaar duren.

Het startschot klonk toen een groep Christelijke Phalangisten een bus onder vuur nam, waarbij 27 Palestijnen werden gedood, uit wraak op een aanslag eerder die dag, waarbij een groep nooit geidentificeerde mannen een kerk onder vuur nam en 4 Phalangisten doodden. Zodra het nieuws van de aanslag op de bus zich verspreidde, werden barricades opgeworpen en verschenen jonge mannen met geweren ten tonele die zich, in naam van de halve maan, het kruis, het vaderland of gerechtigheid, wilde meten met andere jonge manen met geweren. Een burgeroorlog bestaat slechts dankzij een overdosis tostestoron.

Het zou naief zijn meer dan een symbolisch belang te hechten aan de begindatum van de oorlog. Het incident van 13 april was slechts het lont in het welbekende kruitvat. De oorlog had talloze malen eerder kunnen beginnen en, indien hij niet op 13 april 1975 begonnen was, talloze malen later. De enige zekerheid die we hebben, is dat hij ooit moest beginnen, althans, zo lijkt het nu.

Iedereen kent de aanleiding van de oorlog, maar geen mens kent de uiteindelijke oorzaak, mijns inziens, omdat die er uiteindelijk niet is. Elke oorzaak heeft helaas een oorzaak. Het is wellicht juister de oorlog te zien als het gevolg van een (ongelukkige) samenloop van omstandigheden, waarvan sommige meer gewicht hebben dan andere.

De meeste Libanezen wijzen op de Palestijnen als oorzaak. Zij waren georganiseerd en hadden wapens, hetgeen ertoe leidde dat andere politieke groepen zich organiseerden en bewapenden. “Hoe zou jij het vinden wanneer je in je eigen land je paspoort moet tonen aan een groep gewapende vreemdelingen?” zo vroeg me ooit Camille Chamoun, kleinzoon van de voormalig president.

De Palestijnen kwamen echter niet uit het niets en belandden niet in het niets. Sinds 1948, bevonden zich enkele honderd duizenden Palestijnse vluchtelingen in Libanon. Anders dan Jordanie of Syrie, wilde Libanon hen geen paspoort geven, omdat het de interne machtsverhoudingen zou verstoren. De meeste Palestijnen zijn immers Moslim, hetgeen vooral Libanons Christenen deed vrezen voor hun overwicht. Indien Libanon niet zo’n vreemd sektarisch stelsel had, hadden dan de Palestijnen geintegreerd kunnen worden, en had er wellicht nooit een aanslag op de bus plaats gevonden?

De Palestijnen die sinds 1948 in Libanon woonden, hadden zich altijd vrij rustig gehouden. Dat veranderde in 1970 toen de Jordaanse Koning Hoessein met grof geweld een eind maakte aan de aanwezigheid van Palestijnen guerillas op zijn grondgebied, waarna Arafat en de zijnen naar zuid Libanon trokken, om van daaruit de strijd tegen Israel voort te zetten. Indien Koning Hoessein had gefaald, had dan de aanslag op de bus nooit plaats gevonden?

De Arabische Liga sloot een deal met de Libanese regering om Arafat een thuishaven te bieden en militaire acties jegens Israel toe te staan. Libanon was te verdeeld en zwak om dat te weigeren. Bovendien kreeg het goed geld voor bewezen diensten. Indien Libanon minder zwak en gretig was, had dan de aanslag op de bus nooit plaats gevonden?

En tenslotte, indien er geen Palestijnse vluchtelingen waren, had dan de aanslag op de bus nooit plaats gevonden?

En zo kunnen we voort gaan. Het zoeken naar oorzaken en omstandigheden is als een oneindig dominospel. Een niet onbelangrijk spel, willen we ook maar iets van het verleden leren en oog houden voor de finesses van de werkelijkheid.

Nu, u zou wellicht denken dat er vandaag in Libanon tal van herdenkingen en toespraken worden gehouden en dat 13 april een nationale herdenkingsdag is. Maar nee hoor, dat is niet zo. Er is geen nationale herdenkingsdag, vandaag niet, en ook vroeger of later niet. Er is ook geen nationale dag, zelfs geen monument, ter ere van de 150,000 slachtoffers die vielen.

Wat er wel is, zijn de leiders van toen. Jumblatt, Geagea, Gemayel, Berri, Aoun zijn er allemaal nog, elk met een eigen versie van het verleden, elk met een eigen visie op de toekomst.


 

Reacties

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.

Zoeken op deze blog






Vlaamse blogs