Na de woede volgt het verdriet. Het ene kind versteend in stof, de tut nog om de nek, het ander met geknakt hoofd zwevend in de armen van haar vader. Het zijn slechts de laatste beelden op die enorme grafzerk der menselijke beschaving. In Qana, waar Jezus ooit water in wijn veranderde, vindt nu twee maal per jaar een dodenherdenking plaats. Het idee was even de tientallen slachtoffers naast Rafic Hariri te begraven, op het Plein der Martelaren in herrezen Beiroet. Dat heeft het uiteindelijk niet gehaald, wellicht vanwege het gevaar dat het hart van de hoofdstad tot kerkhof wordt.
Nu, men zegt dat Hezbollah het conflict begonnen is en dat Israel het recht heeft zich te verdedigen. Beide zijn onomstotelijk waar. Daarom, zegt men, is Hezbollah verantwoordelijk voor de huidige tragedie. Maar is de causaliteit zo’n rekbaar begrip? Wanneer de een de ander een dreun geeft, mag de ander de een dan twee gebroken benen slaan? Gaat het recht op zelf verdediging niet hand in hand met het principe der proportionaliteit?
Men zegt dat Hezbollah strijders zich verschansen in woonwijken, en dat zullen ze vast. Maar maakt dat de burgers rondom hen ook maar een gram schuldiger, wetende dat de hoofdrolspelers het na de act meteen op een lopen zetten? Heiligt het doel alle middelen? En hoeveel lijken gaan er in het begrip “collateral damage?"
Men zegt ook dat het Israelische leger een en al laser, infrarood en precisie is. En dat is het vast. Maar hoe vaak zat het er al naast? Hoe veel van de nu al 350 getroffen vrachtwagens vervoerden wapens? Hoe vaak moest het Rode Kruis het ontgelden? En hoeveel van de honderden flats in Zuid Beiroet waren Hezbollah hoofdkwartieren? Men zegt dat Israel de bevolking waarschuwde, en dat deed het, hoewel niet altijd. Maar wie verlaat huis en haard onder een regen van vuur? Over verkrachte wegen en wie weet waar naar toe? En is een waarschuwing meteen ook een “license to kill?”
Men zegt men dat Israel de burgerbevolking nooit bewust tot doelwit maakt, en dat het oprecht mee leeft in de rouw. Ik geloof het graag. Een kind blijft een kind blijft een kind. En alle moeders huilen. Tenslotte zegt men dat, met de geschiedenis als leerschool, een mens veranderen kan. Ik hoop het van harte.
Op 15 mei 1978, publiceerde Israels bekendste militaire analyst, Ze’ev Schiff, een interview met de toenmalig stafchef Mordechai Gur. Dat was vlak na de Israelische invasie van Libanon in 1978. Volgens Gur, voerde het Israelische leger al 30 jaar strijd tegen een bevolking in steden en dorpen en hij gaf een aantal voorbeelden, waaronder het bombardement op de Jordaanse stad Irbid. Schiff schreef: “In South Lebanon we struck the civilian population continuously because they deserved it … the importance of Gut’s remarks is the admission that the Israeli army has always struck civilian populations, purposely and consciously … the army, he said, has never distinguished civilian [from military] targets … [but] purposely attacked civilian targets even when Israeli settlements were not struck.” (1)
In 1982 viel Israel Libanon opnieuw binnen. Er vielen meer dan 20,000 doden en Hezbollah werd geboren. Is het dan al met al zo vreemd dat wij, als mens, hier en daar een vraagteken zetten?
NB (1) Haaretz, 15 mei 1978 uit Noam Chomsky, The Fateful Triangle .
Peter Speetjens om 23:57 | Link | 121 Reacties | 0 TrackBack
Oorlogshumor is hard, snel en cynisch. Zo werd het bloedbad van gisteren binnen enkele uren tot “Qana II, The Return” bestempeld, alsof het een vervolg op een Hollywood zomerhit betreft. In Qana I kwamen 106 mensen om, in Qana II meer dan de helft, waarvan het merendeel kinderen. Zoals altijd, bewandelde het Israelische legertje woordvoerders, politici en deskundigen meteen de oude vertrouwde weg. “We are deeply, deeply saddened,” zo begon het vrouwtje met de korte blonde haren, dat de laatste tijd steeds vaker als woordvoerder van de Israelische regering op treedt. Ze ziet er uit als een gewoon huisvrouwtje. Het jongensachtige kapsel echter, verraadt een gedegen militaire achtergrond. “Het is een vreselijke vergissing,” zo vervolgde ze, daarbij bijna een traantje latend.
Volgens haar, richtte het Israelische leger haar bommen niet op het gebouw – het Israelische leger neemt immers nooit burgers als doelwit – maar op de “Gissballa” lanceer installaties. Interessant, die bevonden zich volgens haar niet alleen naast het gebouw, maar op tal van plaatsen rondom het gebouw. Tot slot, zou het Israelische leger onmiddelijk een diepgaand onderzoek starten. Nou, ik vind het altijd heel attent van de Israelis dat ze meteen aan het onderzoeken slaan. Ik vraag me alleen af, of ze dan ook de plaats des onheils bezoeken en slachtoffers ondervragen? En zo niet, hoe diepgaand is dan een onderzoek betreffende het leger door het leger?
Gissballa is natuurlijk gewoon Hezbollah. Om de een of andere reden, staan Israelische woordvoerders erop om de ‘h’ als harde ‘g’ uit te spreken en de ‘z’ uit te spugen als een scherpe ‘s.’ Dat werkt goed. Gissballa klinkt vreselijk. Gissballa: de eenzame heks van het noorden, die zeehondjes voor ontbijt at, totdat tovenaarsleerling Harry Potter haar neer sabelde in een vuurbalwedstrijd. Gissballa: het zusje van de monsterdraak in “Godzilla II, The Return.”
Zoals gezegd, het kleine blonde kindvrouwtje is bepaald niet de enige troef in de Israelische mediamachine. Deze week was er een wat oudere woordvoerder op CNN te bewonderen, die ik al een tijdje niet had gezien. Hij verscheen naar aanleiding van Israels weigering op verzoek van de VN een staakt-het-vuren van 72 uur tot stand te brengen. Volgens deze man was dat niet nodig, omdat Israel al lang een vrijweg voor hulp en vluchtelingen tot stand had gebracht. Ik dacht even dat ik het verkeerd verstond, maar nee, dat zei hij echt.
De VN en het Rode Kruis weten echter van niets en ook Ben Wiedeman, correspondent van CNN in Tyre, moest toegeven dat hij nooit een vrijweg had gezien. Volgens hem, vluchtten mensen van het zuiden nog altijd met witte vlaggen op hun auto’s naar het noorden, waarbij “keer op keer die auto’s toch onder vuur worden genomen.”
Maar onze senior woordvoerder was nog niet uitgesproken. Volgens hem was het namelijk niet Israel dat humanitaire hulp en een tijdelijk staakt-het-vuren in de weg stond. Nee, het was Hezbollah welke opzettelijk hulpgoederen tegen hield en dan Israel de schuld gaf. Arme man. Hij moet zo in zijn nopjes geweest zijn, dat hij eindelijk weer eens mocht. En dat dit. Ik had bijna medelijden met hem, want ik denk niet dat er voor onze senior nog een sequel in zit. Zijn laatste show moet zelfs in Jerusalem en Tel Aviv verkeerd gevallen zijn.
Peter Speetjens om 17:42 | Link | 57 Reacties | 0 TrackBack
Ik ontmoette hem toevallig, via een bekende, in een cafe ergens in Beiroet. Ik werd geintroduceerd als journalist. Hij werkte bij een bank. We hadden het aanvankelijk over voetbal. Hij is met Frankrijk en in de Premiere Division met Paris St. Germain. Drie keer per jaar bezoekt hij een wedstrijd en staat dan het liefst tussen tussen de Boulogne Boys, de harde kern van de Parijse fans. Hij had nu ook weer kaartjes voor begin augustus en had, vanwege het hoogseizoen, weken geleden al een vliegticket gekocht. “Maar ik denk niet dat ik dat ga redden,” zei hij. “De oorlog is dan nog niet voorbij. Ik hoop dat ik mijn geld terug krijg, maar dat zal wel niet.”
Het duurde niet lang of de oorlog kwam ter sprake. Elie, laten we hem Elie noemen, had een duidelijke mening. “Van mij mogen ze ze allemaal uit moorden, die vuile terroristen.” Ik wees hem erop dat niet iedereen in het zuiden bij Hezbollah hoort en dat meer dan 500,000 burgers gevlucht zijn, maar hij haalde achteloos zijn schouders op. De onverschilligheid is helaas herkenbaar. In Libanon soms, maar vooral daarbuiten.
“Ik ben Christen,” zei hij even later veelbetekenend. “Libanese Strijdkrachten.” Dat dacht ik al. De Libanese Strijdkrachten (LS) werden tijdens de Libanese burgeroorlog opgericht als een Christelijke militie ter bescherming van Christelijk Libanon. Na de oorlog werd het een politieke partij. Zoals de meeste Libanese milities, heeft de LF nogal wat oorlogsmisdaden op haar kerfstok.
“Weet je, wij zijn net als de Israelis,” zei hij. “Een religieuze minderheid, omringd door een zee van Moslims. Hezbollah wil een Islamitische staat in Libanon, maar wij zullen dat nooit laten gebeuren. Wij zijn Christenen. Wij zijn trots op onze cultuur, en zullen die bewaken. Wij zijn met Europa en wij zijn Europa dankbaar voor alles wat ze voor ons gedaan heeft. Net als Israel.”
Tijdens de burgeroorlog had Israel nauwe banden met de LF. Het leverde wapens, uniformen en militaire training. Israel zag wel wat in de droom die sommige LF-ers nog altijd koesteren: een onafhankelijk Christelijk hartland. Zuid Libanon, en vooral het water van de Litani Rivier, kon tussen beiden verdeeld worden.
“Weet je, ik ben niet slechts geinteresseerd in het Christendom in Libanon, maar in allerlei landen,” zei hij. “In Servie bijvoorbeeld. Ik vind dat de VS een fout hebben gemaakt door Servie aan te vallen. Okay, de Serven werden beschuldigd van allerlei bloedbaden, maar niemand vertelt je dat de Kosovaren door de Turken op hun land waren gezet, en dat zij kerken in bordelen veranderden en systematisch alle vrouwen verkrachtten. De VS zeggen wel dat ze een Christelijke natie zijn, maar in wezen zijn ze dat niet.”
“In Frankrijk ben ik met Le Pen,” zei hij later. “I love le Pen. Hij komt op voor de Franse Christelijke cultuur. Weet je, ik heb niets tegen buitenlanders, zolang ze zich maar aan passen. Waar ik dan ook niet van houd, is wanneer de Boulogne Boys ape-geluiden maken wanneer er zwarte spelers het veld op komen in het Parc des Princes. Dat is ‘aib’(zonde). Ik ben een fascist, geen racist.”
Peter Speetjens om 13:40 | Link | 29 Reacties | 0 TrackBack
De Israelische raket die maandag vier blauwhelmen doodde, werd volgens Israel niet opzettelijk afgevuurd. Dat kan. Je kunt daar je twijfels bij hebben, maar nader onderzoek zal moeten uit wijzen of dat wel of niet zo is. Wat mij mateloos irriteert is de morele verontwaardiging die ten tonele wordt gevoerd, wanneer Kofi Annan suggereert dat de aanval “schijnbaar opzettelijk” was. Ik bedoel, je hoeft geen genie te zijn om te concluderen de aanval opzettelijk “lijkt,” wetende dat de VN basis 10 maal telefoneerde met de Israelische legerleiding gedurende een 6 uur durend bombardement. Overigens wilde China de aanval veroordeeld zien, maar Washington, zoals gewoonlijk, blokkeerde dat. Voor de Libanezen is de hele affaire een nogal ongewenst deja-vu.
We schrijven 1996, het jaar dat ik in Libanon belandde. Dat gebeurde in nogal ongelukkige omstandigheden. Binnen een week begon Israel operatie "Druiven der Gramschap," een militair offensief tegen Hezbollah, waarbij ook Libanons infrastructuur zwaar onder vuur genomen werd. Zo werden alle electriciteitscentrales gebombardeerd, ook die aan Christelijke kant. De hele operatie eindigde “zuur” toen de Israelische artillerie op 18 april een VN basis bombardeerde, die op dat moment volgepakt zat met zo’n 800 vluchtelingen. 106 mensen werden gedood, 116 mensen raakten gewond. Volgens Israel, was er geen enkele opzet in het spel. Het doel was een Hebollah positie in de buurt, maar de kanonnen mikten net te hoog. Zoals Olmert gisteren met een stalen gezicht zei “diepe spijt” te hebben, zo zei Peres dat indertijd ook.
De VN stelde een onderzoek in dat onder leiding stond van een Nederlander, Generaal-Majoor Franklin van Kappen. Hij concludeerde: “While the possibility cannot be ruled out completely, it is unlikely that the shelling of the UN compound was the result of gross technical and/or procedural error.” Voor Amnesty International was er zelfs geen enkele twijfel: “Israel mikte doelbewust op de VN post.”
Volgens aanwezige VN soldaten werden gedurende 12 minuten 38 artillerie granaten afgevuurd op de basis, waaronder clusterbommen. De meeste lijken, en gewonden, waren dan ook vreselijk verminkt. Israel stelde zich niet bewust te zijn van wat er gaande was, omdat het geen “ogen op de grond” had. Uit het VN onderzoek bleek echter, dat er een onbemand vliegtuigje boven de locatie hing. Ook waren er twee gevechtshelicopters in de buurt. Van Kappen bestudeerde verder granaatinslagen en concludeerde dat die niet overeenstemden met een simpel over-schieten van een positie.
En toen? En toen niets. Israel verwierp het onderzoek en de conclusies. Een en ander kwam niet voor de Veilgheidsraad, waar Washington toch een veto zou hebben uitgesproken, Toenmalig President Clinton heeft nooit een woord vuil gemaakt aan Qana en ontving Peres een week na het bloedbad op het Witte Huis. En Libanon? Libanon herdenkt en vreest een volgend Qana.
Peter Speetjens om 11:05 | Link | 54 Reacties | 0 TrackBack
Het is beangstigend hoe snel de oorlog banaal wordt. Gistermiddag waren er een zestal enorme explosies in zuid Beiroet. Telkens twee inslagen kort na elkaar, alsof de bommen met een ketting aan elkaar vast zaten. Het waren enorme klappen, maar ik en mijn collega schrokken er nauwelijks nog van. We stonden op en keken vanaf het balkon naar de voormalige flat gebouwen die nu traag als tempels van stof ten hemel trokken. Het had bijna iets moois. Een soort van Michelin mannetjes die zichzelf almaar groter en groter bliezen.
Ik blijf me af vragen wat het strategisch nut is van deze bombardementen. Er zijn (gelukkig) nauwelijks nog mensen in dat deel van de stad. Hezbollah is er nog wel. En misschien hebben die inderdaad een enorme militaire bunker waar de voltallige leiding bijeen zit, zoals Israel stelt, maar ik betwijfel het. Hezbollahs militaire tak is een guerilla beweging, zonder bases, beweeglijk en onzichtbaar. En de scooter boys die ter bewaking rond rijden, hebben voldoende tijd om zich uit de voeten te maken. En dus lijken de Israelische bombardementen op niets anders gericht dan de moedwillige vernietiging van de civiele infrastructuur. Het is welhaast een teken van onvermogen. Zo van: “tja, wat moeten we anders.”
Ik heb een goed uitzicht op het zuiden van de stad, omdat ik regelmatig gebruik mag maken van een kantoor op de 7e verdieping op de rand van Achrafieh (oost Beiroet). Vorige week was dat nog even angstig. Ik zit namelijk omringd met glas, terwijl het gebouw naast een belangrijke brug staat. Vorige week voelde ik me ook niet op mijn gemak wanneer ik een vrachtwagen of brug passeerde. Dat waren immers geliefkoosde doelwitten.
Maar nu, na twee weken oorlog, lijkt er een patroon zichtbaar in de Israelische bombardementen. Het is gericht op de sjiieten in zuid Beiroet en zuid Libanon, en het laatste wat de Israelis willen, is de overige Libanese bevolkingsgroepen van zich te vervreemden. En zo komt Beiroet weer langzaam tot leven in andere delen van de stad, waar winkels en cafe’s aarzelend hun deuren openen. Je weet immers waar je wel en niet kunt gaan, althans zo lijkt het.
Zo vinden wij ons pad binnen het bompatroon en wordt de oorlog langzaam maar zeker deel van het dagelijks leven, wordt het absurde de norm. We kijken niet meer op van een bom of dode meer of minder. Nog even, dan vliegt het media circus der gieren elders in haar eeuwige zoektocht naar “breaking news.” Nog even, en dan kijken we niet meer op van het journaal, waar Libanon volgens de ijzeren wetten der nieuwswaardigheid onherroepelijk zal dalen in de pikorde, tot we het uiteindelijk tegenkomen als tekst berichtje “gisteren vielen 3 doden bij een bombardement op zuid Beiroet,” terwijl de commentator onder beelden van Man U en Real vol enthiousiasme verkondigt dat de voetbal weer begonnen is. “It’s all entertainment,” zoals een Amerikaanse fotografen vriend gisteren zei. “And that’s all it is.”
Peter Speetjens om 11:15 | Link | 19 Reacties | 0 TrackBack
Washington stuurde gisteren haar charme offensief, Condeleeca Rice, naar Beiroet met onder haar arm een voorstel tot een staakt-het-vuren tussen Israel en Hezbollah. Nou, dat klinkt goed, zou je zeggen, ware het niet voor het feit dat dit geen gewoon staakt-het-vuren was, maar een ‘sustainable ceasefire based on endurable principles.’ Nu, in mijn woordenboek is dat gewoon drie maal hetzelfde, en stalen Condy stotterde dan ook even toen ze dat uit moest brengen. De zenuwen waar op zijn plaats. Stel dat iemand had gevraagd wat het verschil is met een gewoon staakt-het-vuren. Dat deed geen mens, het voorstel haalde het niet, en vredesduif Condy, met haar rood gestifte glimlach en klikklak hakjes, vloog door naar Tel Aviv.
Hier verwachtte niemand iets van het voorstel en ik geloof elders in de wereld ook niet. Volgens Washington heeft Israel het recht zichzelf te verdedigen, hetgeen het geenszins buitensporig doet en, in het kader van het 'nieuwe Midden Oosten,' dient Hezbollah zich volledig te ontdoen van haar wapens die, zo wordt voortdurend benadrukt, uit Syrie en Iran komen. Dat doen ze ook. Kalashnikovs, RPGs, Katushas en, naar verluid, zelfs gerafineerdere raketten. Je hoort echter zelden een woord over het feit dat 95% van Israels wapens uit de VS komen. Het World Policy Institute in New York publiceerde daar vorige week een rapport over.
Heel in ‘t kort: de Amerikaanse militaire hulp aan Israel bedraagt momenteel zo’n $3 miljard per jaar. Da’s $500 per inwoner. Zo’n twee Kalashnikovs per jaar. Nou is dat een slecht voorbeeld, want die zijn Russisch, en Israel besteed haar geld het liefst bij Amerikaanse bedrijven als Lockhead Martin en Boeing. Sinds Bush aan de macht kwam werd bovendien nog eens $6.3 miljard aan wapens verkocht. Ook die komen voor het overgrote deel uit de magazijnen van de grote Amerikaanse producenten. In totaal, leverde de VS van 1950 tot 2005 bijna $60 miljard aan wapens. Overigens is bij wet bepaald dat die slechts geexporteerd mogen worden indien bestemd voor “zelfverdediging” of het handhaven van de “interne veiligheid.”
Een van de auteurs van het rapport, Frida Berrigan, vatte het als volgt samen: ‘You have maybe ten weapons corporations in this country that have a stake in, essentially, Israel using its military arsenal, so that it can be replenished again. And the great thing about this relationship with Israelis that Israel deosn't have to pay for itself. It comes directly from US taxpayers in the form of foreign military financing, which is transferred to Israel and then turns right back to Lockheed Martin or Raytheaon.'
Wil u weten wat en hoeveel waar gekocht: World Policy Institute: U.S. Military Assistance and Arms Transfers to Israel (July 20, 2006)
Peter Speetjens om 09:51 | Link | 20 Reacties | 0 TrackBack
Ik kon zaterdagmorgen mee naar Tyre in zuid Libanon, maar ben niet gegaan. Om verschillende redenen. Ik was doodop, had al 10 dagen mijn vriendin niet gezien, en, ik zou liegen als ik het niet zou zeggen, had ook enige angst om af te reizen. Wat normaal 45 minuten vergt, duurt nu bijna 5 uur met een taxi van $500, en dat meestal in het vizier van Israelische straaljagers en onbemande vliegtuigjes. Nou zijn die ‘pinpoint’ nauwkeurig, zo zegt men, maar persoonlijk rijd ik liever zonder toeschouwers, zeker indien die bewapend zijn met laser-geleide raketten. Ik bedoel, iedereen maakt wel eens foutje, toch?
Verder ligt Tyre vlak bij de grens waarachter het Israelische leger zich heeft verzameld en de stad wordt geregeld onder vuur genomen. Vrijdag was er nog een massabegrafenis. Een zestigtal kisten met slechts een naam gingen in een kuil. En Nick, die er al week zit, heeft een hond aan een lijk zien vreten. Met andere woorden, Tyre, is niet bepaald een weekendje aan zee of naar Parijs. Ik ben inmiddels wel begonnen met de voorbereidingen voor een reis zuidwaarts, maar het afgelopen weekend was ik effe “off.” Dat ging heel goed zaterdag overdag en ‘s nacht. Ik viel in slaap voor de TV, sliep dwars door de bombardementen heen en werd 10 uur later wakker. De volgende dag nam ik een taxi naar Cynthia en de familie.
Die zitten in Bikfaya, een Christelijk stadje in de veilige bergen ten noorden van Beiroet. Cynthia’s zus en haar man huren daar elke zomer een Libanees landhuis met tuin. Voor de kinderen. Kunnen die buiten spelen. Toen de bombardementen op Beiroet begonnen, zijn ook Cynthia, haar ouders en een vriendin daar naar toe gegaan. Zij wonen meer dan een kilometer van zuid Beiroet verwijderd, maar de explosies zijn daar zo krachtig, dat de ruiten telkens op springen stonden. Bovendien deden ze geen oog dicht.
Het huis is een hoge stenen villa met rood pannendak, neo-klassieke pilaren op de balkons en geboogde ramen, met in de tuin een heuse Ceder en Walnoot. Het huis heeft uitzicht op een groene vallei en Sannine, de kale bergreus waar je ‘s winters kunt skien. En, last but not least, je hoort hier niets van Beiroet. Een paradijsje. Libanon op zijn best. En dan is er de tafeltennistafel en de kinderen die zich heerlijk nergens bewust van zijn.
Vooral Yann stal de show. Hij is 2, heeft blonde krullen, blauwe ogen, en hoewel klein van stuk in zijn blauw gestreepte broek, uiterst vastberaden. Zijn favoriete woord is ‘pipi, kaka.’ Hij weet wel dat hij dat eigenlijk niet mag zeggen, maar doet dat voortdurend toch. Niets geeft immers meer aandacht. Een bestraffende blik van mama en oma en een lach van ons. Zo is de oorlog even verdwenen, zolang je niet denkt aan de tientallen Yanns die in het zuiden wonen.
Na de lunch kijken we echter toch weer TV. Wij doen dat in de ene kamer, de kinderen in de andere. Hezbollah vuurde raketten op Haifa, zo leren we. Twee mensen werden gedood. Israel bombardeerde Tyre, Saida en Beiroet. Tal van doden. Tot dan toe, blijft iedereen vrij rustig, maar dan verschijnen beelden van Tanayel, waar de Israel een houtbewerkingsbedrijf en yoghurt fabriek heeft gebombardeerd, en dan heeft oma Hercile het even helemaal gehad.
‘Waarom bombarderen ze in Godsnaam Tanayel?” roept ze. “Er is niets in Tanayel, alleen boeren en yoghurt. En er is het klooster. Ya’ammi, alle wegen zijn kapot, alle bruggen, heel Beiroet ligt plat, en nu de yoghurt! Hoe kan het dat de wereld dit toe staat? Is iedereen blind? Libanon wordt verwoest en iedereen kijkt toe!’ Niemand antwoordt en kijkt naar de zwarte pluimen boven Tanayel. Israel zal ongetwijfeld stellen dat het wapen fabrieken waren, een deel van Libanons terroristische infrastructuur.
Er zijn nogal wat mensen, die geloven dat veel Libanezen Hezbollah haten en harstikke blij zijn met de grote Israelische schoonmaak. Dat eerste klopt voor ongeveer de helft van de bevolking. Ook Hercile is op zijn zachts gezgd niet bepaald een liefhebber. Maar tegelijkertijd gaat het verhaal dat het voortbestaan van Israel op het spel zou staan met Hezbollah’s Katushas, terwijl Israel met F16s heel Libanon bombardeert en een arsenaal atoomwapens achter de hand heeft, er gewoon niet in. ‘Yann is de enige die het snapt,” zegt ze. “Pipi kaka, het is allemaal pipi kaka.'
Peter Speetjens om 09:13 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Lang leve Amerika, en dat de evacuatie eeuwig moge duren! Voor de kust van Beiroet liggen een tiental Amerikaanse fregatten. Amerika geeft om haar burgers en evacueert. Kosten? Zo'n $3 miljoen. En Israel, dat haar suikeroompje niet wil onbehagen, gedraagt zich voorbeeldig. Zelden een straaljager, zelden een ontploffing. De lollie kwam vrijdag, toen het Pentagon bekend maakte dat het Israel speciale 'JP-8 aviation fuel' ter waarde van $210 million zou leveren, zodat de Israelische luchtmacht “vrede en veiligheid in de regio kan garanderen.”
Omdat het ook gisteren relatief rustig bleef, besloot ik met Joeri naar ‘Dahieh’ (zuid Beiroet) te gaan. Hij was een dag eerder met een taxi uit Damascus aangekomen. Normaal kost dat $50, hem $350, terwijl sommigen $800 of meer neer tellen om uit Beiroet weg te komen. Wij wilden de verwoesting van het Hezbollah ‘bolwerk’ met eigen ogen zien. Het veel gehoorde ‘bolwerk’ schept overigens een verkeerd beeld. Het doet denken aan een afgelegen fort op een berg, terwijl Dahieh de meest dicht bevolkte betongordel van Beiroet is. Althans, tot voor kort.
De reis begint bij de bom krater naast de kerk van Mar Michael. Joeri verbaast zich over de grootte van het gat. “Jezus, hoeveel kilo moet dat wel niet geweest zijn,” zegt hij. We lopen de kerk voorbij. De straat is leeg. Af en toe schiet een taxi voorbij. Twee jonge dames hebben geen tijd om te praten en rennen met een tas naar een klaar staande auto. Het Internet cafe is dicht, shoarma zaken zijn dicht, coffee shops zijn dicht. Alles is pot dicht. Dahieh is een stad achter gordijnen en rolluiken. Alsof dat zou helpen tegen een 500 kilo bom. Hoe verder we van de kerk vandaan lopen, hoe onwerkelijker en benauwender de sfeer wordt. Huizenblok na huizenblok is leeg en levenloos. Een goed decor voor een Hollywood helden film. Blade Runner of zo.
Ik wist natuurlijk wel dat je niet zomaar Haret Hreyk binnen loopt. Maar ik kon Hussein, de Hezbollah mediaman, al dagen niet bereiken. Hij is te druk zich de longen uit het lijf te schreeuwen op allerlei televisie stations. Hij doet dat niet goed voor een politiek PR man. Te emotioneel, te ideologisch voor het beredeneerde westen. Hoe dan ook, ik vond het wel een goed idee om de Hezbollah scooter boys om een rondleiding te vragen. Loop richting Haret Hreyk en je ziet ze vanzelf. Makkie.
Na een kilometer door het betonnen niemandsland, komen we een gezin tegen. Zij kwamen slechts wat spullen halen en gaan weer naar de bergen. Het is te gevaarlijk hier, zeggen ze. Dan, van de overkant, roept een man. Het circus kan beginnen. Hij is een grote kerel met op zijn binnenarm een tatouage van de “sulfiqar,” het zwaard van Ali. Hij heet ook Ali en wil onze paspoorten en perskaarten zien. Wij leggen uit wie we zijn, wat we doen, waar we vandaan komen en wat we willen. “Tien minuten rondkijken om een idee te krijgen van de verwoesting, da’s alles,” zeg ik.
“Get me my scooter,” zegt hij tegen het veel kleinere mannetje naast hem en even later is hij er met onze paspoorten vandoor. Ik vertrouw het niet helemaal. Normaal hebben de Hezbollah scooter boys walkie talkies bij zich. Hij niet. Hij zou toch niet een ordinare dief zijn? Het kleine mannetje biedt ons water en sigaretten aan en zegt dat we ons geen zorgen hoeven maken.
Het duurt bijna 20 minuten voordat spierbundel Ali op zijn te kleine scooter terug komt. En geloof me, 20 minuten wachten zonder paspoort in een gebied dat zo gebombardeerd kan worden wordt, is 20 minuten te lang. “5 minuten,” zegt Ali. Blijkbaar worden we zo opgehaald. Dat klinkt veelbelovend. Ali zegt dat ze gedwongen zijn te controleren wie er binnen komt. “Veel Israelische spionnen komen als journalist,” zegt hij. “En vorige week werden 22 Libanezen, Soedanezen en Irakis gearresteerd. Zij lieten hun mobiele telefoon ergens achter, waarna het gebouw werd gebombardeerd.”
Na nog drie sigaretten en Ali’s constatering dat “Nederland met Israel is,” worden we opgehaald door een 4WD met daarin twee mannen van een jaar of 25. Beiden hebben een walkietalkie, een heuppistool en een Kalashnikov. Vlot gekleed, geen baarden. Weer worden de papieren gecontroleerd, en weer leggen we uit wat we willen. Zij zijn kalm, en prettiger in de omgang dan Ali. Wij gaan 3,4 hoeken om, en passeren het bordje Haret Hreyk. Dat gaat goed, dacht ik, maar even later stoppen we onder een leeg gebouw. Een man in een getreept overhemd komt naar buiten. Hij draagt sandalen.
Het ritueel herhaalt zich. Weer leggen we uit wie we zijn en wat we willen. Haret Hreyk kun je niet in, zegt hij. Alle straten zijn onbegaanbaar. Hele huizenblokken zijn opgeblazen, en stel dat er gebombardeerd wordt Je moet tevoren toestemming hebben. Maar ik kan Hussein niet bereiken, zeg ik, en het gaat maar om 10 minuten, en gisteren leidde Hezbollah gisteren twee bussen met journalisten door Haret Hreyk. Maar de man is niet te vermurwen.
Shit. Wij zijn nu al een uur bezig, en maar 10 minuten verwijderd van het hart van Haret Hreyk. Ik wil weten of de kerk nog staat, het bakkerijtje naast de moskee, de lingeriezaak naast het Hezbollah Media Office. O, en zouden de Hezbollah souvenir winkels met Nasrallah sleutelhangers en aanstekers weggevaagd zijn wegens terrorisme verheerlijking? Wij proberen het nog een keer, maar tevergefs. De man geeft ons een telefoon nummer. Als we dat bellen, kunnen we volgende week mee op een journalistieke bus. De moraal van dit verhaal? Het is voor het individu momenteel slecht reizen in Dahieh, want Hezbollah doet slechts aan groepsreizen.
NB volgende week toch maar op de bus ...
Peter Speetjens om 18:12 | Link | 9 Reacties | 0 TrackBack
Geen goede ochtend om te schrijven. Het was te laat gister, teveel drank in mijn stamkroeg waar eigenaar Andreas klaagde over het leger journalisten dat inmiddels in de stad is geland en elke dag om hetzelfde interview vraagt, omdat hij als een van de weinigen nog altijd open is. Leila’s verhalen over de Israelische invasie van 1982 deden me ook geen goed. Ik ken 1982, ik ben bang van 1982, en teveel mensen spreken over 1982. Teveel mensen verwachten dat Israel na de evacuatie van de buitenlanders pas echt begint. Teveel mensen spreken over de aanstaande invasie van zuid Libanon. Leila doet dat. En Leila is niet de eerste beste. Maar meer over Leila later. Het was een zware avond, en het is nu geen ochtend om te schrijven. Te meer dat ik zo naar Haret Hreyk in zuid Beiroet moet, of althans, naar wat daar nog van over is.
Gisteren vond ik een radio interview met Nick op het Internet. Ik ken Nick al jaren. Hij heeft het conflict tussen Hezbollah en Israel altijd nauw gevolgd en zit momenteel voor The Sunday Times in Tyre. Volgens hem zijn er inmiddels 35 doden in Srifa geborgen en liggen er nog tal van lijken onder het puin. Hieronder volgen enkele fragmenten uit het vraaggesprek, hetgeen een goed beeld geeft van hoe het zuiden momenteel tikt ...
“Any travel south of Tyre towards the border is effectively committing suicide at the moment. The Israelis have turned most of south Lebanon into a free-fire zone, since this whole escalation began. They are allowing a few vehicles to leave villages closer to the border to head north. But any other vehicles are being hit.”
”The roads have all been cratered. The Israelis are dropping very large aerial bombs into the roads, effectively cutting off one village from another, making travel almost impossible. They've been hitting houses, civilian houses in almost every case, with these aerial bombs, which just basically turn large buildings into a pile of rubble with a large crater, killing the families within.”
Question: Nicholas, the attack on Srifa, we understand that's a Christian part. Do we know why that was targeted?
”Well, frankly, their targeting is pretty indiscriminate at the moment and there doesn't really seem to be much of a pattern in terms of attacking military targets. All the people that are coming here are saying that the houses that are being blown up are civilian houses. Now, obviously Hezbollah lives in these villages as well. It's not like they have military bases out in the fields or mountains.”
”But, for instance, I went up to one house just on the outskirts of Tyre yesterday, which had completely disappeared - a two-storey home. And the people living there was a grandmother, her daughter-in-law and the daughter-in-law's four children.”
”And they used to live in Africa and they just returned recently from Africa to live here, and all five of them were killed. And their bodies are still, again, under the rubble.”
Peter Speetjens om 11:39 | Link | 24 Reacties | 0 TrackBack
Ze is 14 en vertelt het verhaal van haar vader. Ze doet dat onbewogen en zonder veel franje. Naast haar staan haar beste vriendinnen. De een, zoals zij, in jeans met blauwe hoofddoek. De ander, ook in jeans, de haren los.
Een groepje Hezbollah strijders was ‘s ochtends vroeg het dorp in getrokken, vuurde enkele Katusha raketten af, en maakte zich uit de voeten. Het Israelische leger antwoordde met artilleriegeschut. Toen was het stil en zweefde een onbemand vliegtuigje met camera over. De mensen schuilden in hun huizen.
Het vliegtuigje verdween weer, maar niet veel later verschenen 3 Israelische jets. Zij bombardeerden niet slechts de plek van waar de raketten werden afgevuurd, maar de hele woonwijk. Haar vader wist niet precies hoeveel huizen waren verwoest, maar dacht 15. Hij en vier anderen probeerden te helpen, want er waren nog levenden onder het puin, maar de straaljagers kwamen terug en bombardeerden opnieuw.
Hij besloot toen dat het genoeg was geweest, pakte zijn auto en reed bijna 5 uur lang, langs verwoeste huizen en uitgebrande auto’s, naar Aley. Hij moest regelmatig om keren en een andere route nemen omdat een weg of brug niet langer was. Een uur geleden kwam hij aan en vertelde zijn verhaal. Eerst schreeuwde hij nog wel dat hij terug naar Srifa wilde, maar toen stortte hij in.
Dat was gisteren in een school met 400 vluchtelingen. Ik had haar vader wel zien aan komen. Hij werd door een haag van mensen naar het klaslokaal op de eerste verdieping afgevoerd. Daar woonden zijn dochter en de rest van de familie al bijna een week. Toen het verhaal zich langzaam maar zeker vanuit het lokaal binnen de school verspreidde, was de chaos compleet. Er was geschreeuw, tranen vloeiden rijkelijk, en mensen vielen flauw. Velen hadden familie in Srifa zo bleek.
Hala, een medewerkster van de school, vroeg of ik een interview wilde met de vader, maar ik vond dat op dat moment ongepast. Hala vond dat het verhaal naar buiten moest. Dit was een bloedbad, schreeuwde ze. Even later stond ze voor me met het meiske en haar blauwe hoofddoek. Zij vertelde het verhaal verassend onbewogen. Eenmaal terug in Beiroet, leer ik dat er in Srifa een woonwijk met 15 huizen is plat gebombardeerd. Volgens de burgemeester van het dorp, zijn er minstens 17 doden en 30 gewonden, maar onder het puin liggen wellicht nog meer lichamen. Behalve The Guardian hoorde geen enkele van de internationale media de trieste ballade van Srifa.
Peter Speetjens om 13:37 | Link | 7 Reacties | 0 TrackBack
Het was vandaag even als vanouds. Ik was vroeg op, dat ben ik meestal dezer dagen, en zat met koffie op het terras. In de verte omarmden lucht en zee elkaar in een innig helder blauw. Mijn kat, ze heet gewoon kat, lag lui op een stoel en in de olijfboom naast het huis zong een krekel. Even leek alles heel gewoon. Maar niet lang voor lang, want daar waren ze weer, de Israelische F16s, die als wespen in de zomer maar niet weg te slaan zijn. Je raakt eraan gewend, aan het gegrom, ergens, onzichtbaar, in die schijnbaar vredig blauwe lucht, tot dat even later de explosie volgt. Het is 7.51. Mijn eerste bom van de dag.
Waar de bom viel? Waarschijnlijk in dat 'bolwerk van Hezbollah' zuid Beiroet, dat op plaatsen al toont als een klein Grozny. Hoeveel doden? Wie het weet, mag het zeggen. Ik ben al vooralsnog veilig, althans dat denk ik. Ik woon immers in Christelijke oost Beiroet, 5-hoog, met uitzicht op zee en haven. De haven werd in het weekend nog gebombardeerd, maar nu schrijdt er traag een cruiseschip binnen. De Amerikanen worden geevacueerd, dus de Israelis blijven weg. Elke dag vertrekken de eerstewerelders. Even vraag ik me af of ik toch ook had moeten gaan. Volgens mijn vriend Daryl gaan de deuren van de hel pas echt open, nadat alle buitenlanders vertrokken zijn.
Gisteravond sprak ik nog met Abdel en Nisrine. Abdel is een Nederlandse schrijver Zijn vriendin doet film en video. Abdels vader, een slager in Rotterdam, belde hem de laatste dagen suf. Hij stond erop dat zoonlief naar huis kwam. Hij had immers drie dagen voordat het conflict los barstte al een slecht voorgevoel. Maar Abdel staat, zoals ik, bij zijn vriendin en bij het door ons zo geliefde Beiroet. 'Echte mannen rennen niet, Abdel,' grapte ik, wel wetende dat hij graag marathons loopt. We lachten en namen nog een biertje.
Voor mij bestond er eigenlijk geen twijfel dat ik zou blijven. Ik vond dat ik niet weg kon. Ik woon hier nu 10 jaar en Libanon is altijd goed voor me geweest. Mijn lief woont hier, al heb ik ze al een week niet gezien. Zij is zoals zovelen met haar familie naar de bergen gevlucht. Ik ben voorlopig in Beiroet gebleven, maar vanaf morgen ga ik wat regelmatiger op en neer, zo heb ik me voorgenomen.
Ik zet de TV aan. Israel is vanmorgen met grondtroepen Libanon binnengevallen, zo medlt CNN. Het zou gaan om een 'limited pin point operation.' Natuurlijk. Even later, onder beelden van de tsunami in Indonesie, loopt een tekst voorbij. Bush noemt Syrie het brein achter de huidige crisis met het doel invloed in Libanon terug te winnen. Een tweede boodschap volgt: Britse en Amerikaanse militairen bereiden zich voor vandaag twee “Taliban steden” in te nemen. Ik vraag me af hoe die eruit zien. Gefortificeerde steden vol baarden en kalashnikovs, zonder vrouwen, zonder muziek? Of stoffige boerendorpen vol oude mannen met vooroorlogse geweren? Dan valt de electriciteit uit. Dat gebeurt de laatste tijd steeds vaker.
Vandaag is de oorlog een week oud. Het resultaat: 242 doden in Libanon, 25 in Israel, tientallen verwoeste bruggen en wegen, tienduizenden vluchtelingen in eigen land en zuid Beiroet plat gewalst door vacuum bommen. Op straat is er nauwelijks verkeer, winkels blijven dicht en bij snackbar Barbar, dat er prat op gaat tijdens de burgeroorlog altijd open te zijn geweest, hebben ze geen sinaasappelsap meer. Ik kan wel wortelsap krijgen. Ik neem maar een fles water. Ik heb nog water, maar zoals Daryl al waarschuwde, bereid je voor op spoedige tekorten aan alles. En veteraan Daryl kan het weten. Die zat ooit in Afghanistan. Het was vandaag even als vanouds. Heel even.
Peter Speetjens om 11:57 | Link | 15 Reacties | 0 TrackBack