Lange tenen

Steven Er zijn misschien veel verschillen tussen Frans- en Nederlandstaligen. Maar een journalist van de Standaard die een week op de redactie van Le Soir verzeilt, merkt toch ook enkele treffende gelijkenissen op. Neem bijvoorbeeld de kritiek van minister van Financiën Didier Reynders (MR) op bepaalde media.

Sinds De Standaard een aantal kritische artikelen schreef over de werking van de fiscus, laat de Franstalige liberaal niet na om de krant op de korrel te nemen. Dinsdag haalde de minister in Antwerpen op een diner voor 500 vermogende Vlamingen nog een aantal keer zwaar uit naar De Standaard.

Deze week ontdekte ik dat wij geen uitzondering zijn. Le Soir kreeg in het verleden blijkbaar ook al meer dan één veeg uit de pan. De MR-voorzitter haalde zelfs ooit op een partijcongres uit naar deze krant.

Gisteren raakte dan weer bekend dat Reynders een klacht tegen de RTBF heeft ingediend bij de Conseil supérieur de l'audiovisuel. Reden: PS-voorzitter Elio Di Rupo krijgt volgens hem teveel aandacht op de openbare zender.

De vicepremier toonde een collega-politicus onlangs zelfs lachend een vlammend sms-bericht dat hij naar een journalist had gestuurd omdat hij in een artikel naar zijn mening te kritisch was aangepakt.

Het doet denken aan Guy Verhofstadt (VLD) die als kersvers premier de gewoonte had om journalisten persoonlijk de mantel uit te vegen na kritische berichtgeving. Vlaams minister-president Yves Leterme (CD&V) schrikt er trouwens ook niet voor terug te klagen bij hoofdredacteurs over hun ondergeschikten.

Het is niet duidelijk of de politici fundamentele bezwaren hebben of het gewoon om een tactische steekspel gaat. Misschien hopen de politici dat boze sms'jes, mails of telefoons tot een Wiedergutmachungs-gebaar van de kritische journalisten zullen leiden. Zeker in de aanloop naar de verkiezingen is een positief artikel om een kritisch bij te sturen altijd welkom.

Journalisten en politici die niet tegen kritiek kunnen, zoeken beter een andere job. Maar de inflatie aan uithalen en conflicten leiden niet tot betere journalistiek. Niet alleen in de Franstalige pers, ook in de Vlaamse reserveren politici immers steeds vaker primeurs, grote interviews en mooie verhalen voor journalisten die zich niet te kritisch uitlaten.

Kamervoorzitter Herman De Croo (VLD) benadrukte gisteren tijdens een lunch voor de wetstraatjournalisten dat iedereen die een kwade sms, mail of brief van zijn hand kon tonen als reactie op een mediabericht prompt een cadeau mocht komen ophalen. Mochten alle politici dezelfde belofte doen, dan was het morgen Sinterklaas voor de verzamelde wetstraatpers.

(de Franstalige versie van dit stuk verscheen vandaag in Le Soir. Naar verluidt is Reynders ontstemd, maar tot dusver reageerde hij nog niet)


 

Cadeau

Steven_2 Een vriend leerde mij lang geleden de uitdrukking: ,,Cadeaus onderhouden de vriendschap''. Meestal hoor ik de uitspraak pas in december, als hij verjaart. Vandaag werd ik er echter spontaan aan herinnerd toen hoofdredactrice Béatrice Delvaux met een brede glimlach en lichte twinkeling in haar ogen op de redactievloer verscheen. ,,Jullie zijn te genereus bij De Standaard'', benadrukte Delvaux enthousiast terwijl ze in haar handen een grote snoeptaart (inclusief heerlijke fluoroze schuimspekken) hield. Aan de taart hing een kaartje van Peter Vandermeersch met het opschrift: ,,we hebben van jullie teksten gesnoept''.  Ideeën over een mogelijke vertaling van die uitdrukking heb ik nog niet gevonden. Suggesties zijn dan ook welkom, zelfs als spreekt de meerderheid van de journalisten hier een aardig woordje Nederlands. De Franse stagair die hier net zijn laatste dag vierde met bier (hij lustte vreemd genoeg als Fransman geen wijn of kaas) was de taal van Vondel duidelijk niet machtig. Toen hij de voorbije week naar het kabinet van een Vlaamse minister belde, kreeg hij iemand aan de lijn die geen Frans sprak. Aangezien in dat geval zelfs luider en trager Frans spreken geen oplossing is, vroeg de jongeman plots ,,habla espanol?'' Ik weet niet of hij uiteindelijk iets te weten gekomen is, maar lang heeft het gesprek in elk geval niet geduurd.   


 

Hotel Soir

Steven Hoewel het gebouw waar Le Soir huist nog een werf is, is 's ochtends binnenraken eenvoudig. Je stapt gewoon tussen de verfpotten door en loopt langs de schilders die de onthaalbalie onder handen aan het nemen zijn naar de lift. Wie 's avonds het omgekeerde traject volgt, botst aan de ingang op een automatische deur die gesloten is en dat ook blijft. Een knop om de deur te openen is er niet. Staan wuiven in de hoop een elektronische sensor te activeren levert evenmin iets op. De mensen op het voetpad kijken trouwens redelijk vreemd op als ze 's avonds in een onafgewerkt kantoorgebouw iemand voor een glazen deur zien zwaaien.

Het heeft even geduurd, maar na een paar dagen begin ik door te hebben hoe je het pand kan verlaten. Het eenvoudigste was natuurlijk geweest om gewoon aan een tijdelijke collega te vragen waar de avonduitgang is, maar waarschijnlijk ben ik daar te koppig voor. Het voordeel is dat ik ondertussen blindelings mijn weg ken in de kelders van Le Soir. Brandtrappen, de garage (die ik probeer te vermijden sinds mijn wagen onzacht in aanraking is gekomen met een steunpilaar), half verduisterde gangen, deuren, nog gangen, ... en dan een klein trapje omhoog en een nooduitgang. 

Het tafereel heeft een hoog 'Hotel California'-gehalte. ,,You can check out on anytime you like, but you can never leave''.


 

Dynamisme

Steven_5 De liften in het nieuwe gebouw van Le Soir werken ondertussen. Maar om een of andere reden - die ik ondanks intensief diepgravend journalistiek speurwerk nog niet achterhaald heb -  blijft iedereen de trap nemen. Zelfs de journalisten die op gezette tijdstippen op straat een portie teer en nicotine gaan inhaleren, nemen gezwind de trap. Wie zei er ook alweer dat er te weinig dynamisme is in Franstalig België?

Opmerkelijk is dat het hele trapgebeuren een spontaan iets is. Wie bij De Standaard de lift wil nemen, kan het metalen bordje met het opschrift ,,Voor uw gezondheid, neem de trap'' niet ontwijken. Het is elke dag weer ontroerend om te merken hoe je werkgever intens begaan is met je gezondheid.

De journalisten van Le Soir hebben daarvoor hun werkgever niet eens nodig. De werknemers sporen elkaar aan. Toen ik daarnet de lift wou nemen, kreeg ik een welgemeende ,,hé, luiaard'' te horen. Mijn welgemeend antwoord heb ik binnensmonds gemompeld.


 

Tommeke bis

Steven_4 Een doorgaans welingelichte bron op Le Soir meldt me dat er op het computerscherm van mijn tijdelijke collega naast de foto van Tom Boonen ook nog een van Steve Stevaert hing. Die blijkt echter bij de verhuis gesneuveld te zijn. Steve heeft in elk geval geen Lambo. Of zijn sticker er hing omwille van het feit dat hij in Hasselt af en toe op de fiets wordt gesignaleerd is niet bekend.


 

Tommeke

Steven_3 Hoewel De Standaard en Le Soir nu al ruim drie weken intensief samenwerken, worden in Vlaanderen vaak vraagtekens geplaatst bij het 'vlaams(on)vriendelijke karakter' van een aantal redacteurs/redactrices van Le Soir.

Wie echter de gelegenheid krijgt om op de Franstalige krant een blik achter de schermen te werpen, stoot op een aantal zaken die alles in een nieuw perspectief plaatsen. Vandaag werk ik bijvoorbeeld op de computer van een journaliste die in bij de Nederlandstalige journalisten niet echt bekend staat als iemand die met een fluwelen pen over de Vlamingen schrijft.

Groot was mijn verbazing toen ik vanmorgen op de rand van haar scherm een sticker van Tom Boonen opmerkte. Vlaanderens favoriete schoonzoon die gehuld in een bruine leren jekker een kristallen fiets de lucht in steekt en mij lachend aankijkt. Let wel, de sticker hangt er niet omwille van Tommekes sex appeal. En nog minder omwille van zijn kanariegele Lamborghini sportwagen. Mijn buurman is zo vriendelijk om te benadrukken dat de journaliste in kwestie een grote wielerfan is. In de wielerwereld vervagen blijkbaar alle mogelijke taalbarrières. Daar zijn het de benen die spreken.


 

Echt nieuws

Steven_2 Koffie is misschien de brandstof, maar het nieuws is de adrenaline waarop een krantenredactie draait. Le Soir vormt daar geen uitzondering op. Afdankingen bij Opel in Antwerpen, de schietpartij op een Amerikaanse campus, nieuwe de Franse presidentsverkiezingen, ... telkens als er nieuws binnenloopt of bekend raakt voel je dat er op de redactievloer een tandje wordt bijgeschakeld.

Al zijn er van die dagen dat niet het internationale of nationale nieuws centraal staat. Vandaag heeft iedereen maar aandacht voor één ding: een nieuwe lading foto's op het intranet. Zaterdag werd officieel afscheid genomen van de oude redactielokalen met een (naar verluidt) spetterende fuif. ,,Ik moet toegeven dat er zich enkele redacteuren zwaar misdragen hebben'', stelt hoofdredactrice Béatrice Delvaux op de ochtendvergadering. ,,De man die naast je zit, stond bijvoorbeeld om 2 uur nog op de tafels te dansen.''

Op de vraag tot hoe laat het feestje heeft geduurd antwoordt (een niet nader genoemende) tijdelijke collega even later: ,,wel, ik herinner mij slechts zaken tot 2 uur''. Waarna een andere journaliste eraan toevoegt: ,,bwa, het zal een uur of 5 geweest zijn.'' Leuk was de fuif in elk geval, daar is iedereen het over eens. Alleen valt de confrontatie met foto's die in het heetst van de actie zijn genomen, niet voor iedereen even flatterend uit. Hoe ze het gedaan hebben is niet duidelijk, maar de fotografen zijn de hele nacht door blijkbaar haarscherpe sfeerfoto's blijven maken.

Als de chef van de fotoredactie op de middagvergadering een suggestie moet doen voor de foto die morgen de voorpagina zal sieren, zegt hij met een uitgestreken gezicht: ,,er is een beeld waar we niet omheen kunnen''. En legt een foto van Béatrice op de dansvloer op tafel. 


 

Zwarte goud

De redactie van Le Soir verhuisde vorige week naar een nieuw gebouw. Dat zorgt voor de nodige logistieke problemen. ,,Neem voor alle zekerheid voorlopig maar de trap maar in plaats van de lift'', krijgen bezoekers te horen. Het laven van de dorstige redacteurs is een ander probleem. Een drankautomaat of watermachine is nog niet geïnstalleerd. Even erg is het met de koffiebevoorrading gesteld. Het is misschien een cliché, maar een redactie zonder koffie is als een café zonder bier.

In de nieuwe keuken is weliswaar koffie te vinden, maar daarvoor moeten journalisten van de tweede verdieping naar de kelder trekken (via de trap natuurlijk) en vervolgens tussen de stellingen van de stukadoors slalommen. Twee enorme kuipen zwart goud moeten de journalisten draaiend houden. Alleen zijn die na de middag leeg. Om te weten welke impact dat heeft op een krant, moet u deze week maar Le Soir lezen.   


 

Flamand en Néerlandais

Vierde en laatste dag op Le Soir.

Mijn aanwezigheid op de redactie zal, hoop ik, sporen laten. Elke keer wanneer iemand hier over ,,le flamand'' sprak corrigeerde ik minzaam maar beslist: le néerlandais. Nu merk ik dat een aantal collega's zichzelf al spontaan corrigeren wanneer ze ,,le flamand''  zeggen en dat onmiddellijk verbeteren in ,,le néerlandais''. Ik hoop dat dit niet alleen aan mijn verwijtende blikken ligt, en dat mijn collega's het ook onthouden wanneer ik hier weg ben.

Ik heb uitgelegd waarom Vlamingen daar gevoelig voor zijn. ,,Le flamand'' herinnert aan de tijd waarin de Franstaligen, ook in Vlaanderen, zegden dat toch niet kon vewacht worden dat ze ,,le flamand'' zouden spreken, dat allegaartje van dialecten, die primitieve koeterwaals die toch geen cultuurtaal was. Ten hoogste sprak de Franstalige elite in Vlaanderen ,,le flamand''  om ,,le petit personnel''  opdrachten te kunnen geven.

Ten tweede is het ,,Vlaams'' niet en het Nederlands wel een officiële taal van de EU. Spreken over ,,Frans en Vlaams'' geeft de indruk dat maar één van de twee grote landstalen een erkende taal van de Europese Unie is.

Van mijn kant zal ik het na vier dagen weer moeten gewend worden namen en woorden volledig uit te spreken. Zoals veel Fransen hebben ook de journalisten van Le Soir de neiging heel wat laatste lettergrepen te laten vallen. In de discussie over de inhoud van de krant wordt de Belgische premier ,,Verhof'', de faits divers zijn ,,les faits div'' en mijn Soir-collega die deze week op De Standaard verbleef, Bénédicte Vaes, is ,,Béné''. Het is een gewoonte waar je nogal makkelijk in meegaat. Ik zal die moeten veranderen wanneer ik maandag terugkeer naar ,,De Stan'' in ,,Groot-Bij''.


 

Le Soir is goed voor het milieu

Dag 3 op Le Soir.

Zoals de voorgaande dagen kan ik, als Brusselaar, mijn auto thuis laten. Met de tram sta ik op 20 minuten van deur tot deur. En voor de meeste contacten ,,in 't stad''  is er hier evenmin een auto nodig. Ze zijn binnen loopbereik of op enkele tram- of metrohaltes afstand.

Ik ga beseffen hoe milieuvriendelijk het is als werkplaatsen zich in het hart van de stad bevinden. Zeer veel  collega's van Le Soir komen met het openbaar naar het werk. Voor wie buiten Brussel woont is het Centraal Station vlakbij, de Brusselaars en randbewoners hebben de keuze uit trams en metrolijnen.

De industrieterreinen waarnaar zovele  bedrijven, ook kranten, zijn uitgeweken worden daarentegen heel slecht ,,bediend'' door het openbaar vervoer. Veel werknemers moeten wel met de auto naar het werk rijden. Dat geldt ook voor de Corelio-kranten. Voor verslaggeving moeten de journalisten bovendien ook telkens weer de auto in. Dat is nadelig voor de informele contacten die ze nodig hebben om goed geïnformeerd te zijn. Naar het centrum rijden, een parkeerplaats zoeken, een gesprek voeren, al of niet bij een lunch, de auto weer gaan halen, terug naar de krant rijden, vaak al in het spitsverkeer, dat is niet alleen belastend voor het milieu, het is ook zo tijdrovend dat heel wat ontmoetingen eraan opgeofferd worden.

Vandaag is op de redactie Anne Delvaux op bezoek, de populaire ankervrouw van het RTBF-journaal die gisteren bekendmaakte dat ze naar de politiek overstapt, in de CDH. Ik kan het interview bijwonen. Een paar collega's van Le Soir menen te weten dat de Delvaux Nederlandsonkundig is. Het lijkt me ondenkbaar dat in het jaar 2007 een journalist(e) van een grote omroep geen notie zou hebben van de tweede landstaal.

Ik ga dus verifiëren bij de bron, bij Anne Delvaux zelf. ,,U mag wie u dat gezegd heeft een oorvijg geven'', antwoordt ze. Ze heeft op school Nederlands geleerd en bovendien behoorde de Nederlandse taal ook tot de cursussen van haar journalistenstudies. Ze geeft toe dat haar actieve kennis momenteel niet zo goed is ,,omdat ik heel weinig praktijk had''. In de politieke arena zal ze die kennis wel kunnen en moeten aanscherpen.

Ik geef geen oorvijg aan de collega's die dachten dat Delvaux Nederlandsonkundig was.


 

Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs