Donderdagavond zijn we naar het jeugdhuis gegaan. Ik heb de indruk dat dat een typisch Vlaamse instelling is, net zo taai en hardnekkig als de volkshuizen bij ons in Wallonië. Op vrijdag, zaterdag en zondag komen jongeren hier de wereld verbeteren. En dankzij de prijs van een pintje (één euro) kunnen ze er stevig invliegen.
Dat jeugdhuis ligt vlak bij de Schelde. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om te gaan kijken hoe de aanblik by night was. Het spijt me dat ik het moet toegeven, maar het is mooier dan de Maas.
Vervuld van dat landschap in het schemerduister, werd ik bij het binnenkomen van het jeugdhuis teruggebracht naar een zeer aardse realiteit: er hing een penetrante urinelucht alsof er een samenkomst was geweest van de anonieme incontinenten. Schuld van de 'parochie', volgens Jeroen. Zij is de eigenaar, moet een loodgieter inhuren, maar weigert dat.
Navraag wijst uit dat de parochie overhoop ligt met het jeugdhuis, sinds de komst van de nieuwe pastoor. De vorige pastoor was veel toffer, maar zat iets te vaak op café. En dus werd hij de laan uitgestuurd. De nieuwe is 'stijver'.
Toen ik de plek ben gaan bekijken, was het jeugdhuis leeg (vanzelfsprekend: 't was donderdag). Jeroen ging erheen voor overleg met nog drie bestuurders. Vijf biertjes later hadden ze de boekhouding in orde gebracht, gepraat over het rookverbod en het tekort in de kassa weggewerkt. Na afloop vernam ik dat een van hen bij de verkiezingen opkomt voor de Senaat. Voor ik de kans kreeg om te vragen voor welke partij, had Jeroen al gezegd: ,,Bernard is een Waal. Voor jou is dat een buitenlander.'' Ik wist genoeg. Het spijtige is dat het echt een aardige kerel was.
Ik heb dus voor één keer in mijn leven iemand van Vlaams Belang ontmoet. Je overleeft het, blijkbaar.
Nu mijn Vlaamse 'onderdompeling' afloopt, wil ik vooral de mooie herinneringen bewaren: de fietstochten, de spelletjes 's ochtends met de kinderen, de beelden in de tuinen, de gevulde paprika's, de pintjes 's avonds, Flikken op de televisie en de wandelingen langs de Schelde.
Daarom Jeroen en Inge, Jasper en Gitteke, wil ik jullie bedanken. Ik vermoed dat het niet zo gemakkelijk was om iemand over de vloer te krijgen die vooral op zoek was naar de verschillen tussen ons. Elke dag hebben jullie mijn artikels in het Frans gelezen. En waarschijnlijk heb ik af en toe dingen geschreven die jullie niet zo leuk vonden. Nooit hebben jullie mij hierop aangesproken. Ik voelde me altijd vrij om te schrijven wat ik wilde. En dat waardeer ik enorm.
Hartelijk bedankt,
Bernard Demonty
- del.icio.us
- MySpace
- Netlog
,,We zoeken iemand om een week in te wonen bij een gezin in Wallonië en zijn bevindingen daarover neer te schrijven.'' Zo begon de e-mail die alle redacteurs van De Standaard in februari ontvingen en die me uiteindelijk naar Luik zou voeren, waar ik zes dagen te gast was bij Matteo, Marie en hun twee schatten van dochtertjes. ,,Een week is echt niet lang'', stond er bij wijze van aanmoediging nog bij. Dat laatste klopt, een week is veel te weinig om een echte analyse te kunnen maken. Bovendien maakt een zwaluw de lente niet, laat staan een gezin de hele Waalse bevolking. Het was dan ook een onderwerp dat vaak aan bod kwam tijdens de gesprekken met Matteo en Marie. Hoe representatief was hun manier van leven? Hoe gemiddeld was hun gezin en bestond zoiets eigenlijk wel, een doorsnee Waals gezin?
Op het eerste zicht springt het leven van Marie en Matteo niet uit de band. Ook zij ontbijten met koffie en brood, scheiden hun afval en doen beroep op een kindercrèche. Matteo neemt dagelijks de fiets naar het station om te werken. Hij gaat op zondag voetballen en zijn dochter Clara op zaterdag naar de jeugdbeweging. Het klinkt allemaal heel gewoon en het zou evengoed het profiel van een gemiddeld Vlaams gezin kunnen zijn. Het verschil zit hem meer in de nuances, kleinigheidjes die plots opvallen en je doen stilstaan bij het feit dat het leven hier toch anders is. Er bestaan veel clichés over de Walen (net zoals over Vlamingen overigens). Soms zag ik elementen bevestigd, andere keren bleef van het vooroordeel niet veel overeind.
Zo was de ontvangst erg hartelijk, niet alleen bij Matteo en Marie, maar bij zowat alle andere mensen die ik tegenkwam. Na de nodige kussen en 'enchantés' komt de wijn heel snel op tafel, ook al een teken van gastvrijheid. Dat soort eerste contacten verlopen erg vlot, misschien net iets vlotter dan we in Vlaanderen gewoon zijn. Natuurlijk hielp het feit dat ik er als journalist op missie was het ijs breken, maar de spontane interesse van mijn gesprekspartners leek steevast gemeend. Ook de mensen die ik op straat aansprak, reageerden open op mijn vragen en het wantrouwen was ver weg. Of het was die ene keer aan de toog in café Le Tube waar een man duidelijk geen zin in een babbel had.
Is het omwille van dat spontane karakter dat Walen wel eens de stempel 'nonchalant' krijgen? Ik kwam een paar keer in situaties terecht waar het er inderdaad iets losser aan toeging. Niet iedereen op zijn eigen stoel, maar gewoon aanschuiven op de bank in broodjesbar Djou Djou of op het terras van Philip waar we pizza's maakten. Een keer werd ik uitgenodigd op een barbecue waar geen couverts waren voorzien maar iedereen een setje plastic bestek kreeg. Toen ik de scene in de krant beschreef (dagelijks verscheen een stukje in Le Soir) reageerde Maries moeder geschokt dat zij nooit plastic vorkjes op tafel zou leggen. Het illustreert dat er net zoveel gewoontes als mensen zijn, Waals of niet.
Mijn week bij Matteo en Marie bleek uiteindelijk niet de grote cultuurshock te zijn. Veel patronen lopen parallel en als er al een echt belangrijk verschil zichtbaar was, dan was het misschien de taal die we gebruikten: zij spreken Frans en wij Nederlands. Maar wat ik vooral van mijn verblijf onthoud, zijn de vele contacten met mensen van goede wil. Mensen die niet bij de pakken blijven zitten maar van hun stad iets willen maken. Dat merk je ook wanneer je door het centrum loopt. Winkels gaan weer open, gevels worden opgepoetst. Er broeit iets in de vurige stede.
Je me sens de mieux en mieux chez Inge et Jeroen. Le petit Jasper a décidé de me réserver une chaise à table, que personne d’autre ne peut utiliser. Pour lui, je ne suis plus « een meneer » comme les premiers jours, je suis Bernard, qu’il prononce à la française, op zijn frans. Et quand on se sent à l’aise, on peut aborder les questions plus délicates, comme la chose linguistique. Alors allons-y !
Tout est parti de la Grèce antique. Lors de l’un des cours de grec qu’elle donne à Anvers, Inge a expliqué à ses élèves qu’il fut un temps où les Grecs ont dû prendre une décision difficile : acheter des armes pour se protéger de la Macédoine, ou renoncer à sa défendre et consacrer les fonds à la culture.
Inge a demandé à ses étudiants ce qu’ils auraient fait si les Anglais voulaient la Vlaamse Kust. Accepteraient-ils de la céder ? Ils ont dit non. Mais l’un deux a dit : « En revanche, si la France voulait la Wallonie, je ne m’y opposerais pas. Les Wallons ne sont même pas obligés d’apprendre le néerlandais à l’école. »
Inge m’a demandé si c’était vrai. « Aaaaalors. Eh ben euh hum euh laisse-moi réfléchir. Even nadenken. Je crois oui, qu’ils sont obligés de choisir le néerlandais comme seconde langue, maar ik ben er niet zeker van. Mais alors, pas du tout. »
Vérification faite, c’est l’élève qui avait raison. Non, les Wallons ne sont pas obligés d’apprendre le néerlandais. Ils peuvent préférer l’anglais. Il faut vraiment se retrouver à table en Flandre avec des Flamands (sympas) pour se rendre compte à quel point une telle dissonance est impossible à défendre.
Manifestement, la question des langues est sensible. Et pas seulement dans les journaux. Démonstration. Ce matin, sur la table de la cuisine, je vois la une du Standaard, qui parle d’une entreprise qui a interdit à ses ouvriers de parler turc à l’usine et à la cantine. Après trois « infractions », les contrevenants sont licenciés.
J’encaisse. Je sèche mes presque larmes en dévorant le pain de Jeroen, qui a un goût dont on n’oserait rêver à Bruxelles. Puis je lui pose la question.
- « T’en penses quoi, toi ? »
- « Cela fait débat », me dit-il.
- « Oui mais toi, t’en penses quoi ? », je dis.
- « Licencier, c’est aller trop loin. Mais je trouve normal de prévoir quelques règles pour faciliter l’intégration. »
Je respecte.
Il ajoute : « Parfois, les Turcs parlent leur langue quand ils ont envie de dire quelque chose sur le dos des gens. Je les ai déjà vus faire cela à Termonde. Cela crée un sentiment d’insécurité, je trouve. »
On va faire du vélo ?
BERNARD DEMONTY
Er zijn misschien veel verschillen tussen Frans- en Nederlandstaligen. Maar een journalist van de Standaard die een week op de redactie van Le Soir verzeilt, merkt toch ook enkele treffende gelijkenissen op. Neem bijvoorbeeld de kritiek van minister van Financiën Didier Reynders (MR) op bepaalde media.
Sinds De Standaard een aantal kritische artikelen schreef over de werking van de fiscus, laat de Franstalige liberaal niet na om de krant op de korrel te nemen. Dinsdag haalde de minister in Antwerpen op een diner voor 500 vermogende Vlamingen nog een aantal keer zwaar uit naar De Standaard.
Deze week ontdekte ik dat wij geen uitzondering zijn. Le Soir kreeg in het verleden blijkbaar ook al meer dan één veeg uit de pan. De MR-voorzitter haalde zelfs ooit op een partijcongres uit naar deze krant.
Gisteren raakte dan weer bekend dat Reynders een klacht tegen de RTBF heeft ingediend bij de Conseil supérieur de l'audiovisuel. Reden: PS-voorzitter Elio Di Rupo krijgt volgens hem teveel aandacht op de openbare zender.
De vicepremier toonde een collega-politicus onlangs zelfs lachend een vlammend sms-bericht dat hij naar een journalist had gestuurd omdat hij in een artikel naar zijn mening te kritisch was aangepakt.
Het doet denken aan Guy Verhofstadt (VLD) die als kersvers premier de gewoonte had om journalisten persoonlijk de mantel uit te vegen na kritische berichtgeving. Vlaams minister-president Yves Leterme (CD&V) schrikt er trouwens ook niet voor terug te klagen bij hoofdredacteurs over hun ondergeschikten.
Het is niet duidelijk of de politici fundamentele bezwaren hebben of het gewoon om een tactische steekspel gaat. Misschien hopen de politici dat boze sms'jes, mails of telefoons tot een Wiedergutmachungs-gebaar van de kritische journalisten zullen leiden. Zeker in de aanloop naar de verkiezingen is een positief artikel om een kritisch bij te sturen altijd welkom.
Journalisten en politici die niet tegen kritiek kunnen, zoeken beter een andere job. Maar de inflatie aan uithalen en conflicten leiden niet tot betere journalistiek. Niet alleen in de Franstalige pers, ook in de Vlaamse reserveren politici immers steeds vaker primeurs, grote interviews en mooie verhalen voor journalisten die zich niet te kritisch uitlaten.
Kamervoorzitter Herman De Croo (VLD) benadrukte gisteren tijdens een lunch voor de wetstraatjournalisten dat iedereen die een kwade sms, mail of brief van zijn hand kon tonen als reactie op een mediabericht prompt een cadeau mocht komen ophalen. Mochten alle politici dezelfde belofte doen, dan was het morgen Sinterklaas voor de verzamelde wetstraatpers.
(de Franstalige versie van dit stuk verscheen vandaag in Le Soir. Naar verluidt is Reynders ontstemd, maar tot dusver reageerde hij nog niet)
Wat is het verschil tussen Vlamingen en Walen? Wie kan het antwoord beter weten dan de marktkramers, zij die dagelijks op straat staan en duizenden mensen langs hun koopwaar voorbij zien trekken. Op zondag komen ze met honderden hun tenten opzetten in Luik langs de kaai aan de Maas waar de markt georganiseerd wordt. Luikenaars zijn trouwens erg fier op 'La Batte' en noemen hun markt de grootste van Europa. Zeven kilometer kraampjes, dat kan wel tellen.
La Batte trekt een internationaal publiek: Vlaanderen ligt op tien kilometer, maar ook de Duitse en de Nederlandse grens is niet veraf. Dat zorgt voor een internationale mix van bezoekers, die inkopen doen of gewoon komen rondneuzen. Naast Frans hoor je ook Nederlandse en af en toe Duitse klanken. Ook bij de marktkramers zijn veel Vlamingen en dat zorgt voor onverwachte wendingen. Een Hollandse dame haalt haar beste Frans boven om aubergines te bestellen, maar wanneer ze in de mot krijgt dat ook de verkoper Nederlandstalig is, begint ze smakelijk te lachen. ,,Ik had het wel door, hoor'', lacht ze.
Maar terug naar onze vraag. Hoe zit het nu met dat verschil tussen Vlamingen en Walen? Myriam verkoopt taartjes en zoetigheden achter een kleine, witte toonbank. ,,We doen vooral markten in 'de Walen' maar we staan ook in Sint-Truiden'', zegt ze met een Limburgs accent. Ze ziet alvast enkele verschillen tussen de twee taalgroepen. ,,Walen zijn ongeduldiger dan Vlamingen, ze willen ook sneller bediend worden. Ze komen bijvoorbeeld makkelijker tussen, ook al ben je met een andere klant bezig en dat kan soms lastig zijn'', vindt ze. Vlamingen vindt ze wat dat betreft meer gedisciplineerd.
Even verder staat Freddy, 'de mooiste marktkramer van het land' zoals op zijn naamkaartje staat. ,,Ik verkoop al veertig jaar kleren op de markt, meneer. En het zijn vooral de Vlamingen en Hollanders die kopen. De Luikenaars zijn minder bezorgd om hun uiterlijk, zij gaan meer voor eten en drinken.'' Toch komt hij graag naar Luik en hoewel hij vindt dat de markt niet meer hetzelfde opbrengt als vroeger, doet hij nog steeds goede zaken.
Een Franstalige klerenverkoopster, die anoniem wil blijven, ziet dan weer weinig verschil tussen de Vlamingen en Walen. ,,Het zijn allemaal klanten die kledij willen kopen. Zo simpel is dat.'' De man naast haar, van Italiaanse afkomst zo blijkt, knikt bevestigend. ,,Het is de overheid die de verschillen creëert, maar de mensen denken zo niet'', vindt ze. ,,We zijn toch allemaal Belgen?''
Viviane staat al sinds 1982 op de markt. ,,Een zwaar beroep om in je eentje te doen'', zegt ze terwijl ze de overblijvende truien weer in de dozen opbergt. ,,Maar de mensen kennen me hier. Als je al die jaren op de markt staat en je materiaal is goed, dan komen de mensen steeds terug.'' Viviane heeft klare kijk als het op haar klanten aankomt. ,,Het verschil is dat Vlamingen letten op hun geld. Wanneer ze iets leuks zien, vragen ze zich eerst goed af of ze het wel nodig hebben. Luikenaars zijn meer impulsieve kopers. Als ze iets leuk vinden, een bloesje of een T-shirt, dan moeten ze het hebben.'' Maar ook het budget speelt een rol. ,,Vlamingen vinden twintig euro niet duur voor een kledingsstuk. Walen struikelen daar gemakkelijker over'', zegt Viviane. En bij wijze van besluit: ,,Je voelt wanneer de centen binnen zijn. Als er geld zit bij de Luikenaar, moet het rollen.''
Een vriend leerde mij lang geleden de uitdrukking: ,,Cadeaus onderhouden de vriendschap''. Meestal hoor ik de uitspraak pas in december, als hij verjaart. Vandaag werd ik er echter spontaan aan herinnerd toen hoofdredactrice Béatrice Delvaux met een brede glimlach en lichte twinkeling in haar ogen op de redactievloer verscheen. ,,Jullie zijn te genereus bij De Standaard'', benadrukte Delvaux enthousiast terwijl ze in haar handen een grote snoeptaart (inclusief heerlijke fluoroze schuimspekken) hield. Aan de taart hing een kaartje van Peter Vandermeersch met het opschrift: ,,we hebben van jullie teksten gesnoept''. Ideeën over een mogelijke vertaling van die uitdrukking heb ik nog niet gevonden. Suggesties zijn dan ook welkom, zelfs als spreekt de meerderheid van de journalisten hier een aardig woordje Nederlands. De Franse stagair die hier net zijn laatste dag vierde met bier (hij lustte vreemd genoeg als Fransman geen wijn of kaas) was de taal van Vondel duidelijk niet machtig. Toen hij de voorbije week naar het kabinet van een Vlaamse minister belde, kreeg hij iemand aan de lijn die geen Frans sprak. Aangezien in dat geval zelfs luider en trager Frans spreken geen oplossing is, vroeg de jongeman plots ,,habla espanol?'' Ik weet niet of hij uiteindelijk iets te weten gekomen is, maar lang heeft het gesprek in elk geval niet geduurd.
Vlaanderen en de fiets zijn als twee handen op een buik. Logisch dus dat we ook willen weten hoe het er in een Waalse stad aan toe gaat. Daarom heb ik vandaag mijn fiets op de trein gezet naar Luik. Matteo en Marie hebben elk een eigen fiets, al staat die van Matteo nu al een tijdje op slot in de fietsbergplaats van het station Luik-Guillemins. ,,Sleuteltje verloren. Ik zal dus het slot moeten forceren of openknippen met een tang’’, zegt Matteo. ,,Net als een echte fietsendief’’, knipoogt hij.
Het gezin probeert af en toe de fiets boven te halen, maar met twee jonge kindjes is dat niet evident. Voor Clara (6) heeft Matteo een verlengstuk met pedalen gekocht die hij aan zijn fiets kan vasthaken zodat zijn dochtertje kan meetrappen. Zo rijden ze bij mooi weer de heuvel op naar Clara’s school. Marie is minder zeker van haar stuk. ,,Toen ik nog in het centrum werkte, heb ik welgeteld twee keer de fiets genomen. Het traject liep langs een drukke weg, waar geen enkele fietsvoorziening is. Het verkeer raasde voorbij en ik was doodsbang. Ik geloof dat ik op een gegeven moment zelfs het trottoir ben opgesukkeld.’’
We namen de proef op de som en doken het Luikse verkeer in op twee wielen.
Vaststelling één: Luik is lekker plat, althans zolang je in de buurt van het water blijft. Eens het echter begint te stijgen, dan stijgt het ook echt. Een lange adem is in dat geval gewenst. De staat van het wegdek is redelijk, al beland je af en toe op een vergeten strook kasseien.
Vaststelling twee: fietspaden zijn onvindbaar. Luik maakt het de auto erg gemakkelijk met brede invalswegen, die tot in het hart van de stad reiken. Aan de fietser is minder gedacht en fietspaden zijn er nauwelijks.
Auto’s snorren voorbij op de rue Louis-Fragneux, een verbindingsweg met de autosnelweg die midden doorheen een woonwijk loopt. Ook langs de wijk Sainte-Marguerite en de stationsbuurt rijd ik gewoon op de baan tussen het andere verkeer. Wel mag ik vaak tegen richting rijden in de eenrichtingsstraten, merk ik aan de verkeersborden.
Op de Avenue Rogier duikt uit het niets zowaar een oversteekplaats voor fietsers op! Ik steek over maar meteen word ik weer aan mijn lot overgelaten. Echt gevaarlijk wordt het op de Boulevard Frère-Orban, waar ik intussen nietsvermoedend beland ben. Dit is een viervaksbaan zonder uitwijkmogelijkheden. Het verkeer drukt me tegen de betonnen wand en ik ben opgelucht wanneer tweehonderd meter een afrit in zicht komt.
,,C'est fou, hein'', zegt een meisje dat net haar fiets stalt aan het Justitiepaleis. ,,Veel automobilisten vergeten ook dat er fietsers zijn in het verkeer. Je moet echt uit je doppen kijken.'' Ik kan haar geen ongelijk geven.
Hoewel het gebouw waar Le Soir huist nog een werf is, is 's ochtends binnenraken eenvoudig. Je stapt gewoon tussen de verfpotten door en loopt langs de schilders die de onthaalbalie onder handen aan het nemen zijn naar de lift. Wie 's avonds het omgekeerde traject volgt, botst aan de ingang op een automatische deur die gesloten is en dat ook blijft. Een knop om de deur te openen is er niet. Staan wuiven in de hoop een elektronische sensor te activeren levert evenmin iets op. De mensen op het voetpad kijken trouwens redelijk vreemd op als ze 's avonds in een onafgewerkt kantoorgebouw iemand voor een glazen deur zien zwaaien.
Het heeft even geduurd, maar na een paar dagen begin ik door te hebben hoe je het pand kan verlaten. Het eenvoudigste was natuurlijk geweest om gewoon aan een tijdelijke collega te vragen waar de avonduitgang is, maar waarschijnlijk ben ik daar te koppig voor. Het voordeel is dat ik ondertussen blindelings mijn weg ken in de kelders van Le Soir. Brandtrappen, de garage (die ik probeer te vermijden sinds mijn wagen onzacht in aanraking is gekomen met een steunpilaar), half verduisterde gangen, deuren, nog gangen, ... en dan een klein trapje omhoog en een nooduitgang.
Het tafereel heeft een hoog 'Hotel California'-gehalte. ,,You can check out on anytime you like, but you can never leave''.
La Tefal de la salle de bain de Jeroen et Inge est formelle : j’ai perdu deux kilos depuis vendredi. Normal : chez mes hôtes on mange sainement. Dimanche : perche du lac Victoria en papillote avec des légumes (mon néerlandais jardinier ne m’a pas permis de tous les identifier). Lundi : salade de Termonde. C’est une salade de pâtes hyper « gezond » avec du saumon, des olives et beaucoup de légumes frais.
Et hier soir : « gevulde paprika’s ». Deux mots qui m’ont d’abord évoqué mes habituelles chips. Mais non : il s’agit de poivrons farcis. Avec du riz. Et quelques brins de « bieslook » (ce qui doit vouloir dire « ciboulette »). Attention : chez Jeroen et Inge, on ne verse PAS sur son Uncle Ben’s le reste d’huile qui stagne dans le plat.
Bref, si l’on ajoute à ces menus diététiques les promenades matinales en vélo, je commence à me convaincre que le système des poids et mesures n’est pas régionalisé : la Tefal dit vrai.
Au son des fourchettes, nous avons des conversations intéressantes. On parle souvent de la vie à Termonde. Deux sujets font la « une » de nos repas du soir. Le premier, c’est le déménagement de la prison. Elle ne répond plus totalement aux attentes : cet été, 28 détenus se sont fait la belle. Et sans hélico, alstublieft. Du coup, on déménage tout pas loin de chez nous (enfin de chez Inge et Jeroen).
Les riverains apprécient peu. Non qu’ils craignent pour leur sécurité, mais cette industrie de la détention ne manquera pas de générer un trafic hautement nuisible à la tranquillité du coin. Hier soir, Inge m’a indiqué qu’une pétition circulait pour qu’une seconde voie d’accès soit construite, histoire de répartir le bruit, comme à Zaventem.
Parfois, nous parlons aussi du quartier difficile, situé à la sortie de la ville. Jeroen m’a dit franchement qu’il préférait ne pas s’y promener le soir tombé, pas plus qu’à Bruxelles, d’ailleurs. Il faut dire que la situation n’est pas simple : au début, les Belges et les immigrés se partageaient deux immeubles. Mais la vie commune n’avait pas la tranquillité de l’Escaut voisin.
Du coup, les Belges ont occupé un immeuble. Et les étrangers sont dans l’autre. Et ça ne se passe bien non plus. Il arrive que des bagarres se déclenchent parce qu’un gars du premier immeuble a regardé un peu trop goulûment une fille du second.
Inge et Jeroen ne voient pas de solution à ce problème. « C’est vrai qu’il y a des différences culturelles. Mais ce système de ghetto n’est pas bon non plus. »
Ouf : mes hôtes sont tolérants, à mille lieues d’une certaine Flandre, qui, elle, m’aurait coupé l’appétit…
BERNARD DEMONTY
Vandaag is Marie alleen thuis. Matteo is gaan werken en de kinderen zitten op school of in de crèche. Nadat het huis is opgeruimd en de was binnengehaald, besluiten we een ritje te maken door Luik. ,,Let maar niet op de rommel in de wagen. We zijn wat dat betreft niet het doorsnee Waals gezin’’, zegt ze lachend. Veel meer dan wat kruimels en stof zie ik nochtans niet.
Wij rijden door de Sainte-Margeritte wijk en langs de Saint-Martin-kerk waar de begrafenisdienst voor Julie & Mélissa werd gehouden. ,,Dat was een grote gebeurtenis. Duizenden mensen waren toen op de been’’, herinnert Marie zich. Ze woonden toen vlakbij de kerk, in een huis aan het voorplein. ,,We konden zelfs onze deur niet meer uit vanwege alle cameraploegen die zich op de stoep geïnstalleerd hadden.’’
Later klimmen we de heuvel achter het station op en belanden we in een prachtige villawijk uit het begin van de twintigste eeuw. Bovenop bevindt zich een Memoriaal voor de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog. Ik herken het bouwwerk omdat je het vanuit de trein kan zien liggen. De toren is (langs de buitenkant) opgeknapt, maar de kerk ernaast is in lamentabele staat. Stukken plaaster zijn van de muur naar beneden gekomen en hier en daar liggen de bakstenen bloot.
,,Toch triest hé’’, zegt een oudere dame die haar hondje uitlaat. ,,Ze mogen er zelfs geen misvieringen meer houden, dat mag alleen nog in de crypte.’’ De vrouw kent de kerk goed want haar kleindochter heeft er haar communie gedaan. ,,Ik kom haar vanmiddag oppikken’’, glundert ze. ,,Dan mag ze mee naar Ans, waar ik woon.’’ Ook Maries kinderen blijven vanmiddag bij de grootouders. Dat is zo afgesproken, legt ze uit. Zo hebben zij en Matteo een rustpunt in de week om eens stoom af te blazen en tijd voor elkaar vrij te maken. Dan gaan ze iets drinken, pikken een filmpje mee, of blijven gewoon thuis voor de buis.
Tot slot rijden we nog even langs ‘Le Terrain d’Aventures du Peri’, een speeltuin vlakbij waar ook Maries oudste dochter af en toe naartoe gaat. Kinderen kunnen er vrij spelen maar ook creatief zijn in het atelier, waar volwassen begeleiders hen helpen bij het knutselen of timmeren. In de bosjes rondom staan een dozijn hutten, die de kinderen zelf gebouwd hebben. ,,Ze zijn een beetje ons handelsmerk geworden’’, zegt Tihamer, de coördinator van het project. ,,Het is belangrijk dat kinderen die in de stad wonen en vaak geen tuin hebben, een eigen plek kunnen bouwen. We helpen hen daarbij en verzamelen ook afgedankte bouwmateriaal die ze kunnen gebruiken.’’
KLAAS DEBACKER
De liften in het nieuwe gebouw van Le Soir werken ondertussen. Maar om een of andere reden - die ik ondanks intensief diepgravend journalistiek speurwerk nog niet achterhaald heb - blijft iedereen de trap nemen. Zelfs de journalisten die op gezette tijdstippen op straat een portie teer en nicotine gaan inhaleren, nemen gezwind de trap. Wie zei er ook alweer dat er te weinig dynamisme is in Franstalig België?
Opmerkelijk is dat het hele trapgebeuren een spontaan iets is. Wie bij De Standaard de lift wil nemen, kan het metalen bordje met het opschrift ,,Voor uw gezondheid, neem de trap'' niet ontwijken. Het is elke dag weer ontroerend om te merken hoe je werkgever intens begaan is met je gezondheid.
De journalisten van Le Soir hebben daarvoor hun werkgever niet eens nodig. De werknemers sporen elkaar aan. Toen ik daarnet de lift wou nemen, kreeg ik een welgemeende ,,hé, luiaard'' te horen. Mijn welgemeend antwoord heb ik binnensmonds gemompeld.
Een doorgaans welingelichte bron op Le Soir meldt me dat er op het computerscherm van mijn tijdelijke collega naast de foto van Tom Boonen ook nog een van Steve Stevaert hing. Die blijkt echter bij de verhuis gesneuveld te zijn. Steve heeft in elk geval geen Lambo. Of zijn sticker er hing omwille van het feit dat hij in Hasselt af en toe op de fiets wordt gesignaleerd is niet bekend.
Hoewel De Standaard en Le Soir nu al ruim drie weken intensief samenwerken, worden in Vlaanderen vaak vraagtekens geplaatst bij het 'vlaams(on)vriendelijke karakter' van een aantal redacteurs/redactrices van Le Soir.
Wie echter de gelegenheid krijgt om op de Franstalige krant een blik achter de schermen te werpen, stoot op een aantal zaken die alles in een nieuw perspectief plaatsen. Vandaag werk ik bijvoorbeeld op de computer van een journaliste die in bij de Nederlandstalige journalisten niet echt bekend staat als iemand die met een fluwelen pen over de Vlamingen schrijft.
Groot was mijn verbazing toen ik vanmorgen op de rand van haar scherm een sticker van Tom Boonen opmerkte. Vlaanderens favoriete schoonzoon die gehuld in een bruine leren jekker een kristallen fiets de lucht in steekt en mij lachend aankijkt. Let wel, de sticker hangt er niet omwille van Tommekes sex appeal. En nog minder omwille van zijn kanariegele Lamborghini sportwagen. Mijn buurman is zo vriendelijk om te benadrukken dat de journaliste in kwestie een grote wielerfan is. In de wielerwereld vervagen blijkbaar alle mogelijke taalbarrières. Daar zijn het de benen die spreken.
Koffie is misschien de brandstof, maar het nieuws is de adrenaline waarop een krantenredactie draait. Le Soir vormt daar geen uitzondering op. Afdankingen bij Opel in Antwerpen, de schietpartij op een Amerikaanse campus, nieuwe de Franse presidentsverkiezingen, ... telkens als er nieuws binnenloopt of bekend raakt voel je dat er op de redactievloer een tandje wordt bijgeschakeld.
Al zijn er van die dagen dat niet het internationale of nationale nieuws centraal staat. Vandaag heeft iedereen maar aandacht voor één ding: een nieuwe lading foto's op het intranet. Zaterdag werd officieel afscheid genomen van de oude redactielokalen met een (naar verluidt) spetterende fuif. ,,Ik moet toegeven dat er zich enkele redacteuren zwaar misdragen hebben'', stelt hoofdredactrice Béatrice Delvaux op de ochtendvergadering. ,,De man die naast je zit, stond bijvoorbeeld om 2 uur nog op de tafels te dansen.''
Op de vraag tot hoe laat het feestje heeft geduurd antwoordt (een niet nader genoemende) tijdelijke collega even later: ,,wel, ik herinner mij slechts zaken tot 2 uur''. Waarna een andere journaliste eraan toevoegt: ,,bwa, het zal een uur of 5 geweest zijn.'' Leuk was de fuif in elk geval, daar is iedereen het over eens. Alleen valt de confrontatie met foto's die in het heetst van de actie zijn genomen, niet voor iedereen even flatterend uit. Hoe ze het gedaan hebben is niet duidelijk, maar de fotografen zijn de hele nacht door blijkbaar haarscherpe sfeerfoto's blijven maken.
Als de chef van de fotoredactie op de middagvergadering een suggestie moet doen voor de foto die morgen de voorpagina zal sieren, zegt hij met een uitgestreken gezicht: ,,er is een beeld waar we niet omheen kunnen''. En legt een foto van Béatrice op de dansvloer op tafel.
Tous les matins, avec Jeroen, on va conduire Gitte (un an et demi) à la crèche et Jasper (3 ans et demi) à l’école. Jusque-là, rien de très exotique. Sauf qu’on y va à vélo. Jeroen fixe à sa monture un buggy à deux places, aux couleurs de la Flandre, remonte la bâche s’il pleut ou s’il vente, et en avant !Ça ne rate jamais : le spectacle des deux enfants babillant leur néerlandais naissant dans leur véhicule de luxe me fait fondre.
Pour le reste, ce trajet matinal m’a permis de résoudre un grand mystère : mais où diable vont les statues de chiens, de chats, d’anges et de lutins que j’ai vues exposées par milliers devant les magasins de la nationale 4+5, Bruxelles-Termonde.
Bingo : elles vont toutes, ou presque, dans la Botermelkstraat, à deux coups de pédale de chez Jeroen et Inge. À ma demande, Jeroen vous a photographié un joli spécimen canin.
Dans cette rue-là, tous les jardins ont leur musée Rodin. Certains sont spécialisés dans les animaux. D’autres penchent pour les fontaines, parfois illuminées d’un rayon ultraviolet. D’autres enfin sont spécialisés dans tout en même temps. Chaque matin, je pouffe. Jeroen sourit : « Et tu n’as encore rien vu. À Noël, c’est la surenchère ! »
Les venelles de Termonde à 8 heures du matin, c’est comme les quatre bras de Tervueren. Sauf que les véhicules n’ont que deux roues. Les plus jeunes sont remorqués en buggy, et les grands pédalent, mallette au dos, jusqu’à la cour de récré. Ca slalome, ça sonne, ça rigole. Devant les écoles, pas de concert de klaxons. C’est la petite reine qui se donne en spectacle.
Puisque j’en suis à parler du vélo, aussi indissociable de Termonde que le cuistax d’où vous savez, je ne résiste pas à vous livrer le chemin de la petite promenade que nous avons faite dimanche avec le buggy derrière le fiets.
Vous partez de la Grand-Place (Grote Markt) et vous vous dirigez vers les rives de l’Escaut. Puis vous longez le fleuve dans le sens du courant en direction d’Anvers. Vous arrivez dans le riant village de Vlassenbroek. Puis vous longez l’église et arrivez dans le « centre ».
Là, vous vous installez en terrasse et dites « Een Duvel alstublieft ». Ensuite vous continuez à longer l’Escaut jusqu’à Baasrode. Puis vous faites demi-tour et longez l’Escaut dans l’autre sens en suivant la Broekkantstraat. Sur le chemin, vous vous arrêtez chez Dream Ice et dites « Een ijsje alstublieft ». Puis vous continuez en suivant la direction Vlassenbroek, puis Termonde. Si vous avez de la chance, vous pourriez apercevoir les phoques, qui remontent l’Escaut.
Mais qui a dit qu’il ne se passait rien, à Termonde ?
Bernard Demonty
<p><p><p><p><p><p><p><p><p>Hoe herken je de wagen van een Luikenaar</p></p></p></p></p></p></p></p></p>
Hoe herken je de wagen van een
Luikenaar? Aan zijn bumpersticker ‘1983: Standard Champion’. Het
is een mop die mijn Waalse vriend Vincent me eens vertelde, maar er
zit ook een triest randje aan. Net als de stad zelf moet ook haar
voetbalclub het vooral hebben van het roemrijke verleden.
Vanavond staat een belangrijke wedstrijd op het programma. Standard speelt de heenwedstrijd van de halve finales in de beker van België op het veld van aartsrivaal Anderlecht. In café Le Tube aan het station Luik-Guillemins volgt een man of vijftien de wedstrijd op een groot scherm. Er zijn potige kerels bij met brede borstkas, tatoeage en sportief petje, maar ook magere jongens met lang haar en een meisje met een ponystaart. De sfeer is amicaal. Sommigen geven luid commentaar over de zwakke tegenstander, de gele kaart van Deflandre of het fluitgedrag van de scheidsrechter.
Naast me knikt een oudere man
minzaam mee. ,,Wanneer Standard speelt, is het hier altijd
ambiance’’, zegt hij. ,,Zeker nu het tegen Anderlecht is.’’
De ploeg uit de hoofdstad is vanzelfsprekend kop van Jut. ,,Oú
sont les Mauves?’’, brullen de supporters in koor, afgewisseld
met ,,We’re gonna win the Cup’’. Hier zit de buik van Standard
Luik, trouwe fans die geen ticket hebben kunnen bemachtigen of geen
geld genoeg hadden om de verplaatsing naar Brussel te maken. Zelf is
de man op de barkruk te oud om nog naar het stadion te gaan, zegt
hij. ,,Vroeger ja, toen ging ik wel eens supporteren. Nu ga ik liever
op café kijken. Da’s toch beter dan thuis alleen, hé.’’
En dan bijna halverwege de tweede helft is het raak. Standard-speler Jovanovic schiet onhoudbaar binnen en zet het café in rep en roer. De voetbalfans springen, stampen en schreeuwen erop los. Jooo-va-no-vic! De man op de barkruk glimlacht. ,,Wacht maar tot de meegereisde supporters straks uit Brussel terugkeren’’, knipoogt hij.
Zolang blijf ik echter niet. Wanneer de wedstrijd is afgelopen, verlaat ik het café. Buiten is het fris. Op de bouwwerf van Luik-Guillemins aan de overkant lichten felle vonken op. Lassers zijn aan het werk op het dak van het nieuwe treinstation. In 2009 moet alles klaar zijn.
KLAAS DEBACKER
Niet alleen in Vlaanderen wordt volop gebarbecued wanneer het plots begint te zomeren, ook in het Luikse kennen ze er wat van. Wat daarbij opvalt, is het spontane karakter van zo’n avond. Alleen al de introductie. Zaterdagavond ging ik met mijn gastvrouw Marie naar een barbecue van mensen die ze kende via de school van haar dochter. Mijn komst was volledig onaangekondigd, maar niettemin werd ik overladen met kussen van alle aanwezigen en een regen van ,,enchantées’’. Ook Jean-Yves (haast alle Waalse mannen lijken Jean-Yves te heten... of Jean-Michel, of Jean-Christophe), die de avond organiseerde, weet van mijn komst niet af. Niettemin ontvangt hij me met open armen en troont me meteen mee voor een korte rondleiding door het huis. Daarna krijg ik een glas wijn en kan het feest beginnen.
Opmerkelijk hoe Walen zo’n barbecue aanpakken. Zitten doen we niet op stoelen - zoals dat in Vlaanderen doorgaans het geval is - maar op een houten bank. Eten doen we met plastic bestek (!) uit plastic bordjes. Tafeldekken hoeft niet, servetjes worden rondgedeeld. Niemand stelt zich vragen, alles gebeurt spontaan.
Natuurlijk is het uitwisselingsproject voer voor discussie. Iedereen heeft wel een opinie over Vlamingen en Walen - en vooral over Luikenaars. Een enkeling maakt een scheve opmerking over Vlamingen, maar nooit heb ik het gevoel een vreemde eend in de bijt te zijn. Een vrouw weet me zelfs te zeggen hoe schattig ze mijn zachte ,,accent malinois'' vindt - hoewel ik nooit banden met Mechelen gehad heb.
Dan gaat het gesprek over dialecten en patois. In Vlaanderen heeft elke streek wel zijn eigen dialect, bevestig ik. In Wallonië blijkt het meer om accentverschillen te gaan, al spreken de meesten ook een mondje Waals. Een sleutelwoord blijkt ‘oufti’ te zijn, iets wat wij Vlamingen als ‘amai’ zouden vertalen. Al klinkt ‘oufti’ in mijn oren meer als een term uit een stripverhaal.
Intussen is het vuurwerk losgebarsten boven Chênée, het dorpje vlakbij Luik waar we ons bevinden. Het is de apotheose van het jaarlijkse lentefeest en de kinderen stormen naar buiten om de vuurpijlen beter te kunnen zien. Het is tijd om afscheid te nemen van Jean-Yves en zijn vrouw Nathalie. In de feesttent naast de kermisattracties op het plein is het volop ambiance terwijl we naar de wagen terugwandelen. Bier, tent, vuurwerk: het kon evengoed een dorpsfeest in Vlaanderen zijn. Op weg naar huis zet Marie me af in het centrum van Luik waar ik nog even van het nachtleven ga proeven.
Ook zondag is het weer schitterend en we worden uitgenodigd bij Philippe, een goede vriend van Matteo die in een schattig huisje op een heuvel woont met zicht op Luik. Tijdens een reis in Italië werd Philippe verliefd op de smaak van pizza’s uit een houtoven en sindsdien wilde hij koste wat kost een eigen exemplaar. Dus bouwde hij in een annex van zijn huis een eigen oven met gerecupereerd bouwmateriaal en organiseert hij regelmatig een soirée-pizza.
De spelregels: iedereen neemt een paar ingrediënten mee, Philippe zorgt intussen voor het deeg. Terwijl de flessen wijn ontkurkt worden, verdwijnt de eerste in het bijgebouwtje om ‘zijn’ pizza te maken: deeg uitrollen, beleg kiezen en daarna hop, de oven in. Eerst dacht ik dat het om een grap ging, maar nee hoor: iedereen moest wel degelijk aan de slag, ook de kinderen, en dus ook die journalist uit Vlaanderen.
Wanneer het mijn beurt is, kies ik voor tomaat, tonijn, ajuin, olijven en kappertjes en ondanks het feit dat mijn exemplaar tegen de vlakte gaat alvorens ie de oven heeft bereikt (stilhouden, aub), wordt mijn pizza een succes. Net als alle andere pizza’s trouwens, die telkens in kleine partjes gesneden worden zodat iedereen ervan kan proeven. Bordjes zijn er dit keer al helemaal niet bij, eten doen we uit de hand. Op de zitbank - alweer - genieten we intussen van de oplichtende skyline terwijl de nacht zachtjes valt.
KLAAS DEBACKER
Samedi soir, c'était jour de « feestje ». Avec mes hôtes, Jeroen et Inge, nous nous sommes rendus à une petite fête en banlieue gantoise. Comme chez nous, il ne sied pas d'arriver trop tôt : pas cool. On a donc un peu bullé à Gand avant de débarquer vers 22h.
C'est la pendaison de crémaillère de Bert. Il est architecte et a dessiné sa maison lui-même. Elle est couverte de fines planches de bois foncé. Un rien m'as-tu-vu, mais pas moche. Tout le monde s'extasie. Surprise 1: Bert ne doit pas avoir trente ans. Surprise 2: sa maison a une taille dont la plupart des trentenaires de chez nous n'oseraient rêver.
J'y vois un indice de la célèbre prospérité nordique, peut-être sous l'influence de mes préjugés, je l'admets. L'assemblée d'une cinquantaine de personnes me semble assez fortunée, elle aussi, mais pas snob du tout. La conversation s'engage facilement.
J'aborde une accorte Limbourgeoise. Je lui demande si elle a l'accent. Ses yeux s'agrandissent. «Ben non, j'habite Anvers depuis quelques années. Je n'ai pas l'accent. Si?» Aucune idée. Mais pour la drague, je repasserai. L'ambiance est bon enfant. On se moque gentiment des Ouest-Flandriens, une origine lourde à porter, apparemment. Echaudé par mon léger impair limbourgeois, je n'entre pas dans ce débat-là.
Au fil de la soirée, une autre de mes représentations tombe à l'eau, si j'ose dire. Pour moi, Wallon = Jupiler. Flamand = Stella. Erreur: le frigo de Bert, que j'ai consulté à maintes reprises, n'abrite que de la bière de chez nous. Et, sans se concerter, les convives qui arrivent à présent en masse, amènent, eux aussi, des casiers jaunes.
Pour égayer la feestje, Bert a invité un petit groupe blues rock, dont il connaît le guitariste. Depuis mon arrivée, j'ai déjà perçu la présence du rock flamand. Dans la Toyota de Jeroen, le CD d'Ozark Henry tourne en boucle. Et mon hôte tient aussi un blog consacré à dEUS (qui atteint des pics de 1.500 visiteurs par jour). Le groupe de la feestje s'appelle Mr Bones.
Je m'attends à un récital de fancy fair de collège, comme c'est trop souvent le cas chez nous dans ce genre de circonstance. Grave erreur: ces gars-là assurent. Comme les vrais, ils ont la «track list», la liste des morceaux, à leurs pieds, et ils chantent et jouent juste. Cela me touche. Pourtant, les applaudissements sont mous, comme si l'on était habitué à mieux, par ici.
On boit, mais pas à l'excès. On ne danse pas. On «babbele» encore un peu. «C'est dingue, il y a des gens de tous les pays, à cette fête, me dit une invitée. Il y a un Autrichien, un Espagnol, et toi, le Wallon.» Merci. Mais j'en suis sûr: c'était dit sans malice*
BERNARD DEMONTY
Blogs De Standaard
Zoeken op deze blog
Laatste berichten
Bloggende politici
Bloggende journalisten
Vlaamse blogs
Stadsblogs
Fotoblogs
Buitenlandse blogs
Blogosfeer
