'De maat is vol'

Gisteren was het stil in Isfahan, maar tegen de avond was de politiek plots weer aanwezig in de straten van de stad. Een honderdtal fans van Ahmadinejad reden met hun scooters rondjes op het Naqsh-e Jahan plein en staken juichend de Iraanse vlag in de lucht. De meeste families die in het gras zaten te picknicken besteedden maar weinig aandacht aan de vreugdekreten.

Vanmorgen liepen we opnieuw Martin tegen het lijf, een jonge Britse rugzaktoerist die een paar dagen in Isfahan verblijft en straks samen met ons naar  Yazd vertrekt. “I just can’t believe people remain so calm,”  zei hij. “Ik vraag me af hoe lang het zal duren tot de protesten van Teheran naar hier overwaaien.” Martin zag gisteren in de vooravond hoe een vijftigtal aanhangers van Mousavi hun groene linten en vlaggen bovenhaalden en een demonstratie op gang probeerden te brengen, maar de politie kwam al snel tussenbeide.

Toen we net met Martin stonden te praten, kwam een man van een jaar of veertig naar ons toe, en de woede spatte uit zijn ogen. “Ahmadinejad is a fucking little shit,” zei hij. “It’s all lies. Don’t believe a word of it.”

Intussen doen steeds meer geruchten over massale verkiezingsfraude ronde. The Lede Blog, op de site van The New York Times, laat Iraniërs aan het woord over wat zij denken en meemaken. Nahid Siamdoust van Time Magazine vertelt bijvoorbeeld dat in Teheran hier en daar de kreet ‘Allah-o Akbar’ te horen is – net als ten tijde van de Revolutie. Een ander verhaal, dat intussen ook op straat de ronde doet, is dat Mousavi vrijdagnacht werd gebeld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken met de mededeling dat hij de winnaar was, maar dat dat nog niet publiekelijk mocht worden meegedeeld. Mousavi negeerde die vraag en deelde wel mee dat hij gewonnen had. Een uur later liet het Ministerie van Binnenlandse Zaken weten dat Ahmadinejad de grote winnaar was, en dat terwijl nog maar twintig procent van de stemmen geteld was. Dat moment maakten we zelf mee toen we vrijdagnacht in het hotel naar de Iraanse televisie keken, en ik denk niet dat ik eerder in mijn leven zo verontwaardigd ben geweest als toen.

 

Tijdens de voorbije verkiezingscampagne heeft het Iraanse volk even van relatieve vrijheid kunnen proeven, maar nu slaat opnieuw de angst voor repressie toe. Zelf ondervinden we ook de veranderingen en de censuur: het internet werkt tergend langzaam of soms zelfs helemaal niet, websites als YouTube, Facebook en BBC zijn geblokkeerd, en telefoneren en sms’en is vaak onmogelijk.

 

Dat Iran een land van tegenstellingen is, dat wist ik al, en het is precies een van de dingen waarnaar we met deze reportage op zoek wilden gaan: enerzijds het traditionele Iran laten zien, en anderzijds het Iran

dat volop bezig is met verandering. Zelfs in mijn meest pessimistische gedachten had ik niet kunnen geloven dat die verandering op zo’n pijnlijke manier zou worden tegengehouden.

“De Perzen zijn in hun recente geschiedenis al vaak vernederd,” zei Hamid me, een Mousavi-supporter die zijn volledige naam niet in de krant wil. Door buitenlandse machten en door onze eigen leiders. Maar dit hebben we nooit eerder meegemaakt. Ik geloof dat de maat nu echt vol is.”

 

Deze reportage komt tot stand met steun van deBuren en het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek


 

Stilte in Isfahan

Toen we vanmorgen de taxi namen om een visumverlenging te regelen, zat een supporter van Mir-Hossein Mousavi voorin met de chauffeur te praten. Hij leek nog hoop te hebben: niet alle stemmen van de verkiezingen waren geteld, dus misschien was er een kans dat Mir-Hossein, zoals hij door zijn aanhangers vaak wordt genoemd, alsnog zou winnen. Bovendien, zei de man: "Als Ahmadinejad het haalt, zal Rafsanjani actie ondernemen." Akbar Hashemi Rafsanji, voormalig president van Iran en een van de steunpilaren van de Islamitische Republiek, werd tijdens een televisiedebat tussen Mousavi en Ahmadinejad op 4 juni door de laatste zwaar aangevallen: zo beschuldigde Ahmadinejad hem onder meer van corruptie. Rafsanjani liet het daar niet bij en schreef een brief naar ayatollah Khamenei, waarin hij zijn beklag deed dat de opperste leider stil bleef bij het horen van "ongegronde en onverantwoordelijke opmerkingen" van de president.
 
"Rafsanjani zal ook nu stappen ondernemen," aldus de man in de taxi. "Als Ahmadinejad dan toch wint, is hij onze hoop." De taxichauffeur schudt het hoofd. "Het probleem Rafsanjani zal wel snel met een of ander vliegtuig worden opgelost." "Hoezo?" zegt de man. De chauffeur laat zijn stuur los en gooit zijn handen in de lucht: "Het is toch eenvoudig! Rafsanjani is te kritisch en moet verdwijnen."
 
Vanmiddag werd de overwinning van Ahmadinejad uiteindelijk officieel meegedeeld: maar liefst 62.6 procent van de Iraanse bevolking zou op hem gestemd hebben, tegenover 33,75 procent voor Mousavi. Zo verpletterend is de overwinning van Ahmadinejad dat we het zelf nauwelijks konden geloven: zoveel groen in de straten van dit land, zelfs in Qom, dat hadden we toch niet zomaar gedroomd?
 
Intussen spreekt Mousavi over fraude en hoor je op straat dezelfde geruchten, maar toch blijven de protesten hier vooralsnog uit. In Teheran gaat het er intussen heel wat minder rustig aan toe, en dat terwijl de politie verklaard heeft dat demonstraties verboden zijn.
 
"We hadden het moeten weten," zei een aanhanger van Mousavi me net. "Ik ben zeker dat er fraude is gepleegd. De winst van Ahmadinejad is gewoon te groot. Voor bedrog hadden we gevreesd, maar we lieten de angst daarvoor ons niet verlammen, omdat we met Mousavi voor het eerst sinds lang weer hoop hadden. Hoe het nu verder moet? Dat weet ik niet. Ik ben bang voor wat er nu zal komen. Zo'n grote ontgoocheling hebben we sinds de Revolutie niet eerder meegemaakt."
 
Na dagen enthousiaste campagnevoerders te hebben gezien, voelt de stilte van zoveel mensen rond mij erg vreemd aan, en al een paar uur vraag ik me af dit nu stilte na of voor de storm is.
 

 

Shah Abbas verwelkomt Mousavi

“Vrijheid van mening is onmogelijk zonder Mousavi”, “Dokter Ahmadinejad, ga naar de dokter”, “Als je vals speelt zal er chaos zijn in Iran”, “Mahmoud zal spijt hebben als er bedrog is in Iran”: het zijn maar een paar van de slogans die ik gisteren hoorde tijdens een indrukwekkende pro-Mousavidemonstratie in het historische centrum van Isfahan. De voormalige Iraanse president Khatami, die Mousavi steunt, kwam hier een toespraak houden, en het leek wel alsof de hele stad naar buiten was gekomen om naar hem te luisteren. Had ik totnogtoe soms nog de indruk dat de fans van Mousavi vooral jongeren zijn, dan werd dat beeld nu bijgesteld: jong en oud, arm en rijk – alle lagen van de bevolking liepen zingend, roepend of schreeuwend naar het fabuleuze Naqsh-e Jahan plein, dat in het begin van de zeventiende eeuw door Shah Abbas I werd aangelegd. Het is het tweede grootste plein ter wereld en lang geleden werd er polo gespeeld, maar gisteren stroomden er duizenden Iraniërs toe die hun ontevreden wilden uiten over het beleid van president Ahmadinejad.

Ik loop een tijdje mee met de demonstranten maar hou dat niet lang vol: bijna iedereen wil een interview en vraagt me wat ik van Agaye Mousavi (Mijnheer Mousavi) vind. Langs de kant van de weg is er iets meer ruimte om een rustig gesprek te voeren, en Yasamin (20) denkt er hetzelfde over: ze vraagt of ze naast me mag zitten. In het begin is ze wat verlegen, maar al snel vertrouwt ze me toe dat ze de leugens van Ahmadinejad beu is. “Ik schaam me dat hij de president van dit land is.” Een vrouw van een jaar of veertig in zwarte chador komt erbij zitten en zegt dat ook zij er genoeg van heeft: “Ik heb de politie een tijd geleden gezegd dat de kledingvoorschriften zo streng zijn dat ik geen zin meer heb om buiten te komen. Ze antwoordden: blijf dan gewoon binnen. Je ziet hoe ik gekleed ga – kan het nog islamitischer? Leugens, alleen maar leugens krijgen we te horen.”

Er worden groene papieren petjes uitgedeeld, vuisten gaan gebald de lucht in en een jongeman draagt op zijn buik een groot verbodsteken met daarop ‘liegen verboden’. Ik lees genot op het gezicht van vele mensen: verkiezingstijd geeft hen de kans om hun mening te uiten, en dat is anders in dit land verre van evident.

Na een klein uur verlaat de massa het Naqsh-e Jahan plein, dat sinds de Revolutie ook het Imamplein wordt genoemd. Sommigen vertellen me dat ze van de toespraak van Khatami niet zoveel gehoord hebben, omdat het plein daar veel te vol voor was. Mohammad (60) geeft een snelle samenvatting van de speech: Khatami heeft de mensen opgeroepen op Mousavi te stemmen, want hij is degene die de bevolking zal geven waar ze naar verlangen. Twee knappe jongedames komen meeluisteren en zeggen dat Khatami het ook over vrouwenrechten had, en dat was precies wat ze wilden horen. Mohammad onderbreekt hen: hij wil iets kwijt en vraagt me of ik het alsjeblieft verder wil vertellen. “Ik heb tijdens de oorlog tussen Iran en Irak in Khorramshahr gevochten. Ik hield veel van Khomeini. Maar er is een ramp gebeurd in dit land. Mensen over de hele wereld praten met elkaar via het internet, en onze president heeft het alleen maar over de komst van de Mahdi. Het is beschamend.”

Even later ga ik een kijkje nemen op het plein waar Khatami zijn toespraak hield. Boven het podium staat ‘Khatami, be Isfahan khosh amadi’ (Khatami, welkom in Isfahan). De duizenden posters van Mousavi en Khatami die hier werden achtergelaten kleuren het gras nog groener.

Ik had gisteren het gevoel getuige te zijn van een historisch moment in de geschiedenis van dit land: Isfahan, altijd een erg religieuze stad in Centraal-Iran, heeft op het Naqsh-e Jahan plein met duizenden de hervormingsgezinde Mir-Houssein Mousavi verwelkomd.


 

Ex-president Khatami spreekt de Musavi supporters toe in Esfahan

634W3855

634W3825 

634W3769

634W3733

 634W3714

634W3669

 634W3662

634W3651

634W3616

634W3585

634W3576


 

De halve wereld in het vooruitzicht

“Wat brengt jullie hier?” Het is de vraag die me in Arak het vaakst gesteld werd, en zo verwonderlijk is dat niet: voor de inwoners van deze stad is het een ongewoon beeld dat buitenlanders hun straten verkennen. Arak, dat in het Westen vooral bekend is voor zijn kerncentrale, is een van de belangrijkste industriesteden van Iran. Met onder meer Wagon Pars en Arak Oil Refinery Company zijn respectievelijk de metaal- en de petrochemische industrie hier goed vertegenwoordigd.

 

Dat is meteen duidelijk wanneer onze trein de rand van Arak binnenrijdt: de ene grote fabriek ligt er naast de andere. Ook in het centrum van Arak is, behalve de prachtige bazaar, weinig Perzische charme te vinden. Het was dan ook niet de stad zelf die me aantrok, maar wel de streek errond: Farahan is de regio waar ’s lands bekendste Perzische tapijten worden vervaardigd, en heeft enkele van Irans belangrijkste politici voortgebracht, onder meer Mirza Abolghasem Ghaem Magham Farahani en Amir Kabir.

Over de vele charmes van het platteland had ik al eerder gehoord, en mijn verwachtingen werden ingelost: toen we Arak - een van de meest vervuilde steden van het land - verlieten, zagen we eindeloze gouden graanvelden en hoorden we kwetterende vogels - een geluid dat ik sinds mijn vertrek uit Belgie amper nog had gehoord.

 
De politiek was hier ver weg: geen affiches van Ahmadinejad of Mousavi maar oude lemen huizen, verdwaalde katten en vrouwen in vrolijke chadors. Wat precies de reden is weet ik niet, maar op het platteland, ver weg van de controle van politie en andere officiële instanties, verkiezen vrouwen misschien de bebloemde chador boven de zwarte. 
 
In Moslehabad stoppen we een paar uur bij het winkeltje van Azam Navi en Fazlollah Mosleh. We worden als koningen ontvangen, en krijgen een rondleiding door hun prachtige, verwilderde tuin. De jongste dochter van Azam en Fazlollah, Mozghan (14), volgt me overal en is in de wolken met het onverwachte bezoek uit Belgie. Ze oefent haar Engels met mij en wanneer ik haar vraag wat ze later worden wil, zegt ze met blinkende ogen: "A doctor!"
 
Toen we ’s avonds weer in het centrum van Arak aankwamen, leek het alsof de stad in brand stond. Jongeren scheurden op hun motorfietsen door de straten: de aanhangers van Mousavi riepen dat je het land niet met een baard kan besturen, en wat de Ahmadinejad-fans schreeuwden kwam erop neer dat Mousavi een mietje is.Tientallen jonge Araki's kwamen naar me toe omdat ze me wilden vertellen wat ze dachten over de toekomst van hun land. Voor het eerst sinds mijn verblijf hier merkte ik dat ik op mijn hoede was: nadat we in Qom een paar uur werden opgepakt door de politie – die ons van straat wilde houden omdat er een pro-Mousavibetoging aan de gang was – hou ik mijn ogen extra open voor de zwart geklede Basiji of traag voorbijrijdende politiewagens. Angst heb ik niet, want die geeft altijd slechte raad, maar voorzichtigheid is wel geboden. In alle Iraanse steden die we totnogtoe bezochten, voel je dat er iets aan het gebeuren is: in Arak zag ik, na Teheran, jongeren uit hun auto stappen en dansen op straat – een erg gewaagde actie in de Islamitische Republiek.
 
Laat op de avond was er opnieuw een debat tussen de presidentskandidaten, deze keer tussen Mousavi en Rezaii. Het is voor het eerst dat hier live een dergelijk debat wordt georganiseerd en uitgezonden, en de aandacht is dan ook enorm. Ahmadinejad zei dat het goed ging met de economie, en toen Rezaii statistieken liet zien met daarop de enorme inflatie waaronder Iran lijdt, zei Ahmadinejad zonder blozen dat hij andere bronnen had om zijn berekeningen te maken. Vanmorgen hoorde ik dat de straten van Arak na het debat deels werden afgesloten: de politie was bang dat de situatie uit de hand zou lopen.
 
Straks nemen we vanuit Kashan de trein naar Isfahan, een stad die in Iran 'nesf-e jahan' (de halve wereld) wordt genoemd.


 


 

Arak en de streek Farahan

634W3324 

634W3310 

634W3304 

634W3294 

Fazlollah Mosleh, die in Moslehabad eigenaar is van de enige winkel

634W3274 

634W3233 

Een Araki aan het werk in de oude bazaar van de stad

634W3193 

Ayatollah Khomeini en Khamenei zijn werkelijk overal aanwezig

634W3188

634W3170 634W3099


 

Van Qom naar Arak

634W3161 

Zondag 7 juni. Om 15.30u nemen we  vanuit Qom de Teheran-Khorramshahr-trein naar Arak. Een goede twee uur later konen we aan. In Arak zullen we twee dagen blijven en vooral het platteland rond de stad verkennen.

634W3156 634W3147 634W3134

Het stoffige en monontone landschap tussen Qom en Ara. De relatieve rijkdom van Teheran is hier ver weg.

634W3124 


 

Verkiezingskoorts in Qom

634W2926

Op bezoek bij ayatollah Hosseini in Qom

634W2943

634W2958

Een jonge Mousavi-supporter in het religieuze bolwerk Qom

634W2960

634W2974

634W2998

634W3000

634W3010

634W3028

634W3086634W3095 634W2851


 

Absolute vrijheid in Qom

De weg van Teheran naar Qom is lang, stoffig en monotoon. Een kwartier nadat onze trein stipt op tijd de hoofdstad heeft verlaten, wordt bruin de overheersende kleur van het landschap. De rijkdom van het noorden van Teheran is hier ver weg: overal zie ik vervallen huizen, leegstaande fabrieken en kapotte auto’s. Af en toe rijdt in de verte een eenzame vrachtwagen voorbij of duwt een man een steekkar vol lompen voort.

 

Het is warm in de trein, maar met de ramen wijd open is de hitte draaglijk. We kopen thee, water en juju kabab (chicken kebab). In Iran heeft elke trein zijn eigen restaurant, al is die naam wat overdreven. Het eten heeft weinig smaak, maar de weg is nog lang en we kunnen beter met een volle maag toekomen in Qom.

 

06061

(foto Ann)

 

Na Masshad is Qom de meest religieuze stad van de Islamitische Republiek. Het was hier dat ayatollah Khomeini in 1963 zijn ziedende speech gaf tegen de shah: zo zei hij onder meer dat wanneer de shah op de ingeslagen weg verderging, het volk dankbaar zou zijn wanneer hij het land op een dag zou verlaten. Khomeini werd in 1964 verbannen uit de stad, maar de conservatieve geestelijken bleven zich vanuit Qom tegen het bewind van de shah verzetten en het was hier dat uiteindelijk de Islamitische Revolutie haar oorsprong had.

 

Drie uur na ons vertrek uit Teheran rijdt de trein langzaam en met piepende remmen het station van Qom binnen. “Qom, Qom, Qom!” hoor ik iemand roepen. Wanneer we uitstappen, blijkt meteen dat we in een totaal andere wereld dan Teheran zijn terechtgekomen: ik word door bijna iedereen aangestaard. “Je bent westers,” zegt de gids, “lang en blond, en dat hebben de mensen nog niet vaak gezien.” Ik lach en zeg Ahmad dat ik helemaal niet blond ben, maar hij antwoordt dat ik naar Iraanse normen héél erg blond ben. Zowat alle vrouwen dragen hier de zwarte chador, en vooral oudere dames werpen me af en toe een verwijtende blik toe. Ik heb nog nooit zulke verhullende kledij als nu gedragen, maar toch voel ik me soms bijna naakt.

In Qom zie je niet de grote shops van Teheran, maar wel kleine winkeltjes waar vers brood wordt gebakken of sohan wordt gemaakt, de bekende zoetigheid uit Qom. De straten van deze stad lopen vol geestelijken in wapperende gewaden, druk bellend met hun supermoderne mobiele telefoons en daarna wegscheurend op hun motorfietsen.

 

06069

 (foto Ann)

 

We bezoeken het indrukwekkende Hazrat-e Masumeh, de plek waar Fatemeh, de zus van imam Reza in de negende eeuw begraven werd. Hassan (28) is leraar Engels in Qom en leidt ons rond. Wanneer ik hem vraag of hij voor Mousavi of Ahmadinjead zal stemmen, wil hij eerst niet antwoorden. Dan klinkt het tenslotte aarzelend: “Mousavi.” Meteen bespeurt hij de verrassing in mijn ogen: “Ik weet dat je dit niet zou verwachten op deze plek. Al mijn collega’s hier stemmen op Ahmadinejad. Maar het is genoeg geweest. Die man is echt veel te conservatief. Hij is zelfs gevaarlijk. Obama heeft gezegd dat hij wil praten, en dat is belangrijk, maar zolang Ahmadinejad aan het roer blijft, zal er van contact met Amerika geen sprake zijn. Nochtans hebben we dat nodig. Dit land heeft verandering nodig."

Even later bevinden we ons in de drukke hoofdstraat van Qom, en hier is Ahmadinejad werkelijk overal aanwezig. Vrouwen in zwarte chador houden met de ene hand hun gewaad vast en in de andere hand een poster van hun president. Kapperszaken, bakkerijen, boekenwinkeltjes: het is al Ahmadinejad wat de klok slaat.

 

06064

(foto Ann)

Plots zien we hoe een grote menigte zich verdringt bij een lange muur vol affiches. We gaan dichterbij en zien dat hier de supporters van Mousavi hun tenten hebben opgeslagen. Op een hoge tafel staat een televisie waarop een video wordt afgespeeld die het beleid van Ahmadinejad evalueert. Zodra we worden opgemerkt, verdringen tientallen mensen zich rond mij en smeken ze bijna om geïnterviewd te worden. Ze zijn overwegend jong, tussen de twintig en veertig, maar vanop op een afstand kijkt een oude man van een jaar of tachtig glimlachend toe. Hij vangt mijn blik op, wijst naar een poster van Mousavi en steekt zijn duim in de lucht.

 

06063

(foto Ann)

 

Pezhman (20) stemt voor Mousavi omdat zijn sociale en economische plannen ‘stukken vooruitstrevender’ zijn dan die van Ahmadinejad. Wanneer ik hem vraag voor wie hij de vorige keer heeft gestemd, antwoordt hij dat hij zich dat niet meer herinnert. “We willen weer de banden aanhalen met de Verenigde Staten. We willen vrijheid en democratie. Khamenei is mijn leider en is goed, maar Ahmadinejad is niet goed.”

Mohammed Hussein (25) duwt Pezhman weg en zegt dat Ahmadinejad de enige keuze voor Iran is, omdat hij de morele waarden van dit land verdedigt. Bovendien: “Mousavi is een zwak man, want hij kan niet zonder de steun van Khatami.” Mohammed lijkt steekt een stevig betoog te willen afsteken, maar wordt plots naar buiten geduwd door een aantal aanhangers van Mousavi. “De fans van Ahmadinejad hebben genoeg kansen om hun boodschap te verkondigen. Dit is ons hoofdkwartier, en hier moeten ze wegblijven.”

We wandelen verder en stuiten op een ander campagneteam: dat van Mehdi Karroubi. Sadeq Chehrqani is twintig en zegt dat vele kandidaten voor de verkiezingen maar een paar maanden daarvoor de politieke arena betreden, maar dat geldt niet voor Karroubi: hij heeft ervaring in de Iraanse politiek. “Karroubi zal vrouwen en etnische en religieuze minderheden beter behandelen. Hij heeft de jonge mensen ook verandering beloofd.” Achter Sadeq (links) hangt een poster van Karroubi waarop in grote Perzische letters ‘BIG CHANGE’ staat.

 

06062

 (foto Ann)

’s Avonds laat zijn de straten van Qom nog steeds in de ban van de verkiezingscampagne: op televisie wordt het tweede live debat tussen de presidentskandidaten uitgezonden, deze keer tussen Ahmadinejad en Karroubi. Aan elke winkel die een televisie heeft, verdringen de mensen zich om een glimp van het debat op te vangen. Op een pleintje aan de rand van de stad hebben fans van Ahmadinejad een tafel met een wit deken bedekt en daarop een televisie neergezet. Ik vraag Mansoureh, een jong meisje dat de chador draagt, waarom ze voor Ahmadinejad stemt. “Hij is dapper. Hij is van het volk. Hij is rechtvaardig. Hij is de allerbeste.” Ik vraag haar of ze het rechtvaardig vindt dat onder deze president bijvoorbeeld de kledingvoorschriften voor vrouwen zoveel strenger zijn geworden? “Hij is rechtvaardig. Jullie begrijpen niet dat vrijheid in je hoofd zit. De hijab is absolute vrijheid.”

 

Deze reportage komt tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos en deBuren


 

Van Tochal naar Qom

Vandaag deden we wat veel Teherani’s tijdens hun weekend doen: we trokken de bergen in. Het noorden van Teheran staat bekend als het rijkste deel van de stad, waar de clandestiene feestjes plaatsvinden, vrouwen hun nagels in felle kleuren lakken en jonge koppeltjes hand in hand lopen.

Over de feestjes kan ik niets vertellen, maar voor de rest bleek het beeld te kloppen: op weg naar Tochal, dat zich aan de voet van het Alborzgebergte bevindt, leken we plots in het westen te zijn beland. De beeltenis van Khomeini heb ik er maar zelden opgemerkt, de meisjes waren haast  te mooi om waar te zijn en ik zag reclameborden van DeLonghi, Nescafé en Mercedes.

Op het razend drukke centrum van Teheran , maar het was een opluchting om even schone lucht te ademen: na vier dagen heb ik keelpijn van de smog en ziet mijn huid er niet bepaald fris uit. Maar wat ik aan onze wandeling door het voorgebergte nog het leukst vond, was dat niemand er zich leek aan te storen dat ik mijn sluier helemaal achterop mijn hoofd liet vallen: haast alle vrouwen lopen er in Tochal zo bij. Ik voelde me op bepaalde momenten in vergelijking met de Perzische meisjes zelfs totally overdressed: strakke jeans, manteau en zelfs hoge hakken maken er het straatbeeld uit.

Over de liberale sfeer in het noorden van Teheran had ik al veel gehoord en gelezen, maar toch werd ik vandaag nog verrast: in Tochal zag ik hoe een razend knappe Iraanse jonge vrouw zich oefende in de kunst van het boogschieten, en iets verder bleek er zowaar een paintballclub te zijn.

De veertienjarige gids van onze zoon kwam vandaag met ons mee, en hij vond het heerlijk om met mij over westerse muziek te praten. Nóg enthousiaster was hij toen hij ontdekte dat ik Benyamin ken. “Ci? Wat? You know him? How come?” Benyamin is in Iran een superster: zijn muziek heeft flink wat westerse invloeden en zijn liedjes zijn echte meezingers. Elke dag sinds mijn verblijf hier heb ik ergens wel Benyamin horen zingen.

Wanneer we ’s avonds terug in de benedenstad zijn, lijkt het alsof de stad in brand staat. Het verkeer zit muurvast: de supporters van Mousavi voeren campagne in de wijk Tadjris, in het noorden van de stad. Aan de antennes van hun wagens wapperen groene ballonnen, en jongens en meisjes hangen uit het raam met aan hun armen en rond hun nek groene linten. “Mousavi, Mousavi, Mousaviiiiiiii!” Tot mijn verbazing stappen uit een gammele auto plots een vijftal jongens en meisjes die midden op straat uitbundig beginnen te dansen – ten strengste verboden in de Islamitische Republiek. Langs de kant van de weg zie ik een politieagent toekijken. Hij lijkt zijn ogen niet te kunnen afhouden van het spektakel, maar begint dan toch maar duchtig te sms’en en aan zijn sigaret te trekken. De orde herstellen doet hij niet, en dat past bij het plaatje dat me eerder deze week werd geschetst door een aantal locals: de busjes van de zedenpolitie, een schrikbeeld in de straten van Teheran, zijn sinds een tweetal weken verdwenen. Ahmadinejad weet dat zijn herverkiezing op het spel staat en voelt de hete adem van Mousavi in zijn nek, dus werd het tijd om even zijn imago op te poetsen.

Na een tijdje willen we weg uit de razende drukte, maar een taxi te pakken krijgen die ons naar Meydune Ferdousi (Ferdousi Square) wil brengen is haast onmogelijk: het hele noorden van Teheran is op zoek naar een taxi. Een kleine maar stevig gespierde Teherani snelt ons ter hulp: hij hoeft helemaal niet in het centrum van de stad te zijn maar wil ons helpen: we zijn immers buitenlanders, zegt hij, en bovendien zijn we journalisten. In ons land zijn journalisten niet erg geliefd, maar in Iran is dat helemaal anders: omdat zij degenen zijn die vaak de waarheid over het regime aan het licht brengen, krijg je van Iraniërs een glimlach wanneer je vertelt dat je journalist bent.

Over glimlachen gesproken: het cliché dat Perzen zo vriendelijk en gastvrij zijn, klopt helemaal. Zodra ze nog maar zien dat je bijvoorbeeld de weg niet goed weet, komen ze dichterbij. Toen we gisteren in een fruitwinkel met euro wilden betalen omdat er op zondag geen wisselkantoor open was, zei de eigenaar dat hij alleen dollars kon aanvaarden, maar om het goed te maken, kregen we een gratis een halve kilo kersen. In de meeste moskees delen mensen ’s avonds snoepjes uit, en toen we gisteren naar de optocht voor Mousavi keken, trakteerde een oude man zowat heel Tadjriz Square op dadels.

 

Eerst dacht ik dat die grote vriendelijkheid kwam omdat we buitenlanders zijn, maar dat is een vergissing: ook onder elkaar zijn de Iraniërs vriendelijk en vooral beleefd. In België de weg aan iemand vragen stuit nogal vaak op een kort en warrig antwoord, maar wanneer hier een taxichauffeur in het gigantische Teheran de weg vraagt, komen er meestal meerdere mensen rond zijn auto staan om hem verder te helpen.

 

Vanmiddag vertrekken we met de trein naar Qom, na Masshad de heiligste stad van het land. Benieuwd hoe het daar gesteld is met de aanhang van Mousavi.


 

Over deze blog



Journaliste Ann De Craemer (28) en fotograaf Pieter-Jan De Pue (27) trekken zes weken lang door Iran. In deze blog leest u hun verslag voor en na de presidentsverkiezingen de Iraanse presidentsverkiezingen. Niet zozeer de politieke kant van het verhaal, maar wel de maatschappelijke kant: hoe kijken gewone Iraniërs naar de verkiezingen en naar hun land?

Het volgen van de verkiezingen is echter niet het hoofddoel van hun reis: na anderhalve maand rondtrekken door het land willen ze terugkomen met een portret, in woord en beeld, van het leven van de gewone Iraniërs, die dagelijks vechten voor hun vrijheid maar niettemin ook léven en genieten van het leven.

Ann en Pieter-Jan doen alle verplaatsingen per trein, om zoveel mogelijk tussen de gewone Iraniërs te zijn. Ze volgen daarbij een groot deel van de Trans-Iraanse Spoorlijn. In maart 2010 zal bij Uitgeverij Lannoo een boek verschijnen van hun reis.


Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs