Het gordijn is gescheurd

Dit opiniestuk verscheen eerder deze week op De Standaard Online

 

Teheran, 4 juni. Het is mijn derde avond in de Iraanse hoofdstad en ik zit uit te rusten in de binnentuin van ons hotel, dat zich vlakbij Ferdousi Square bevindt. “Mousavi! Only Mousavi!” hoor ik een jongeman roepen. Zijn stem klinkt hoopvol en vastberaden.

 

Teheran, 21 juni. Na een reis van twee weken door de provincie zijn we opnieuw in de hoofdstad. Het hotel verlaten is geen optie: de situatie is te ontvlambaar. Om negen uur wordt de grimmige stilte doorbroken door een meisjesstem die luid “Allahuuu Akbar!” schreeuwt. Algauw gaat de kreet van huis tot huis en staat de hele wijk rond Ferdousi Square in vuur en vlam.

 

Het contrast tussen de hoopvolle stem van de jongeman aan het begin van mijn verblijf en de hartverscheurende kreet van het meisje in de duisternis van Teheran vat de indruk samen die mijn tocht door Iran in juni 2009 op mij heeft achtergelaten: ik heb het gevoel dat ik door twee verschillende landen heb gereisd. Er is het Iran van voor 12 juni, en er is het Iran dat sinds de presidentsverkiezingen in lichterlaaie staat. Tijdens de twee weken voor de verkiezingen sprak ik ontelbaar veel Iraniërs die na de koude winter onder president Ahmadinejad in Mir-Hossein Mousavi het begin van een nieuwe Iraanse lente zagen.Toegegeven, klonk het regelmatig, ook Mousavi is goedgekeurd door het regime en zó ingrijpend zal het land niet veranderen, maar we zijn bereid om een systeem dat we afkeuren te tolereren in ruil voor een beetje vrijheid. Na 12 juni werd alles anders: in alle steden waar ik kwam was er niet alleen verzet tegen Ahmadinejad maar óók tegen het systeem en de geestelijke leider. De haast lachwekkende manier waarop de verkiezingsuitslag werd vervalst heeft de bereidheid om met Mousavi als president de grillen van het regime te tolereren doen omslaan in een volkswoede die sinds het ontstaan van de Islamitische Republiek in 1979 ongezien is. Vóór 12 juni heette de keuze tussen Mousavi en Ahmadinejad voor sommigen nog een keuze tussen ‘slecht’ en ‘slechter’. Vandaag is Mir-Hossein voor dezelfde mensen een held geworden.

 

Een van de grootste fouten die het regime tijdens de nacht van 12 juni heeft gemaakt is dat het de Iraanse bevolking diep heeft beledigd: amper twee uur na het sluiten van de stemhokjes werd meegedeeld dat Ahmadinejad de onbetwiste winnaar was. Iraniërs zijn een trots volk, en dat het regime miljoenen van hun stemmen negeerde en hen dus als idioten behandelde, zullen ze niet zomaar vergeten. De opperste geestelijke leider Ali Khamenei deed daar nog een schepje bovenop: hij zei dat de overwinning van Ahmadinejad het vertrouwen van de bevolking in de Islamitische Republiek duidelijk had gemaakt. Het omgekeerde is het geval: miljoenen Iraniërs zijn hun vertrouwen definitief kwijtgeraakt. Precies dat is de belangrijkste politieke aardverschuiving die in Iran op dit moment aan het plaatsvinden is: de Islamitische Republiek heeft haar legitimiteit verloren. De veelgestelde vraag of er in Iran een revolutie op komst is, is daarom overbodig: die revolutie vindt op dit eigenste moment al plaats. Wat begon als protest tegen een gemanipuleerde overwinning van president Ahmadinejad is uitgemond in steeds verder uitdijend verzet tegen de Islamitische Republiek als systeem én tegen de opperste geestelijke leider Ali Khamenei. “Marg bar rahbar” - dood aan de geestelijke leider - hoorde ik zondagavond iemand roepen op een dak in Teheran, en velen herhaalden zijn tot voor kort ondenkbare kreet. Nog belangrijker als revolutionair teken aan de wand dan het straatprotest is de interne verdeeldheid binnen het regime tussen hardliners en hervormingsgezinden. “Rafsanjani is een van de steunpilaren van de Islamitische Revolutie,” zei een geestelijke me in Qom. “Dat hij door Ahmadinejad zo zwaar werd beledigd en daarbij steun kreeg van Khamenei, betekent het begin van het einde van de Islamitische Republiek.” Die uitspraak kwam er twee dagen voor de verkiezingen, en ik kon toen niet vermoeden hoe profetisch de woorden van de man waren.

 

Dertig jaar lang heeft de Islamitische Republiek haar politieke koers uitgestippeld op een golf van ambiguïteit: Iran is een theocratie, maar, zo werd daar altijd graag  aan toegevoegd, wel een theocratie waar mensen om de vier jaar hun stem kunnen uitbrengen. Het was een van de weinige democratische vrijheden waar de Iraanse bevolking af en toe kon van proeven. Op 12 juni 2009 is ook dat recht hen afgenomen, en het gevecht dat miljoenen Iraniërs deze dagen voeren is een gevecht voor een einde van de ambiguïteit en een begin van ondubbelzinnige vrijheid.

 

Het Iraanse regime heeft op 12 juni zichzelf de doodsteek gegeven, en niets zal ooit nog hetzelfde zijn in Iran, zélfs als Ahmadinejad dan toch aan de macht zou blijven. Het is ondenkbaar dat miljoenen strijdvaardige jonge Iraniërs nog langer tolereren dat hij dure woorden als ‘vrijheid’ en ‘rechtvaardigheid’ gebruikt nadat hij de demonstranten ‘stof’ en ‘hooligans’ heeft genoemd en zijn troepen Neda Agha-Soltan koelbloedig laat afknallen. Zeventig procent van de Iraanse bevolking is jonger dan dertig jaar. Zij zijn de kinderen van de generatie die de Islamitische Revolutie teweegbracht en daar vandaag onder te lijden hebben; ze zijn de Facebook- en Twittergeneratie en ze snakken naar vrijheid en contact met het Westen. Niemand, geen duizenden ayatollahs en geen tienduizenden Basiji, kan hun strijd stoppen; niemand kan het lied dat ik hen dagelijks in Iran hoorde zingen negeren:

 

“Onze handen zouden de woestijn van onze ongeletterdheid water moeten geven, het hart van de mensen die in deze woestijn leven is dood, onze handen zouden het gordijn dat ons zicht belemmert moeten scheuren.”

 

Het gordijn van de Islamitische Republiek Iran is op 12 juni 2009 definitief gescheurd, en daarachter ligt een nieuw begin.

 

 


 

Terugblik op drie weken Iran - foto's van Ann

 

Teheran1

Downtown Teheran, 4 juni

Teheran2

Teheran, 5 juni

Teheran3

Acht uur 's morgens in de Amir Kabir-wijk in Teheran

Khomeini2

Een supporter van Mousavi discussieert met een aanhanger van Ahmadinejad bij het graf van Imam Khomeini in Zuid-Teheran

Khomeini1

Teheran, Imam Khomeini Shrine, waar na de verkiezingen een bom zou ontploffen 

Zuid-Teheran

Kapperszaak in Zuid-Teheran

Qom1

Twee jonge Ahmadinejad-fans in Qom

Trein

De trein van Teheran naar Qom

Behesht1

De martelarensectie op het Behesht-e Zahra kerkhof in Teheran

Arak1

Jonge Mousavi-supporter in de Bazaar van Arak

Yazd2

De Zoroastrische Torens van Stilte in Yazd

Yazd1

Imam Hossein afgebeeld op een waterreservoir in de woestijn nabij Yazd

Trein2

In de trein tussen Yazd en Bandar Abbas

BandarAbbas1

Op de vismarkt in Bandar Abbas

Shiraz1

Jong fotomodel in Shiraz

Cyrus1

De ondergaande zon bij het graf van koning Cyrus in Pasargadae


 

Khoda hafez

Na een rondreis van twee weken door de provincie zijn we vannacht in Teheran aangekomen. De laatste dag in Shiraz was onvergetelijk: we bezochten de  rustplaatsen van de klassieke Perzische dichters Saadi en Hafez. Bij het graf van Hafez was het druk, maar er was iets wat me meteen opviel: een jongeman zat op de grond en liet zijn hoofd rusten op de tombe van Hafez. Hij huilde en hield een roos in zijn hand.

Even later zit hij in de schaduw onder een boom en ga ik met hem praten. Hamid (20) studeert elektromechanica aan de Universiteit van Shiraz en komt elke week naar het graf van Hafez. "Hij is alles voor mij. Hij is mijn leermeester en mijn hoop. Hij leert me hoe ik moet leven en hoe ik moet liefhebben. Hij leert me om meer te zijn dan ik werkelijk ben. " Ik vraag Hamid voorzichtig waarom hij daarnet huilde. Meteen springen de tranen in zijn ogen. "Het is een persoonlijk probleem. Maar Hafez heeft me geleerd dat als je echt van iemand houdt, je bereid moet zijn op hem of haar te wachten. Als je echte liefde voelt, kan je zelfs jaren op iemand wachten."

 

De terugvlucht naar Teheran was de meest turbulente die ik ooit meemaakte: het vliegtuig verloor geregeld aan snelheid, de motor maakte vreemde geluiden en er hing angst in de lucht. Bij onze tussenstop in Isfahan moest iedereen uit het vliegtuig: er was een koffer in de bagageruimte waarvan men niet wist aan wie hij toebehoorde, en om alle risico's te vermijden moest de koffer doorzocht worden.

Op Mehrabad Airport was het rustig, maar eenmaal in de taxi zagen we meteen dat Teheran niet meer de stad was die we twee weken geleden hadden achtergelaten. "Kijk naar alle stenen op straat," zei de taxichauffeur. "Overblijfselen van de betoging van gisteren." Overal waar we keken, zagen we politie.

Zoals verwacht hebben we geen visumverlenging meer gekregen: alle buitenlandse journalisten moeten het land uit eenmaal hun visum verstreken is. Voor ons is dat morgen, dus vannacht vliegen we terug naar huis. Een week of twee eerder dan gehoopt, maar een ding is zeker: als het hier wat rustiger is, komen we terug.

 

Ik bedank van harte iedereen die deze weblog heeft gevolgd en ervan genoten heeft.

 

Khoda hafez,

Tot snel

Ann en Pieter-Jan

Deze reportage kwam tot stand met steun van deBuren en het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek


 

Persepolis

Over het oude Perzië had ik veel gelezen, meer nog misschien dan over het moderne Iran. Persian fire van Tom Holland is het boek dat ik in dit verband iedereen wil aanraden die op een historisch accurate en meeslepende manier kennis wil maken met het oude Perzische rijk.

 

Geen lectuur echter die mijn bezoek gisteren aan de sites van Persepolis en Pasargadae kan overtreffen. Het was groots en het was ontroerend. Het was in 518 voor Christus dat koning Darius I de bouwwerken aanvatte, en hoewel er van de stad (Takht-e Jamshid in het Perzisch) niet erg veel meer overblijft, is het niet moeilijk om er je er de monumentale grootsheid van voor te stellen.

 

Wat ik nooit zal vergeten, is mijn korte babbel met een koppel uit Isfahan dat Persepolis voor het eerst in hun leven bezocht. Wanneer ik hen vraag wat ze voelen, wijst de man om zich heen en antwoordt hij: “Dit zijn de bewijzen van ons glorieuze Perzische verleden. Het is prachtig, maar tegelijk doet het ons pijn om dit te zien. Kijk wie we ooit waren, en kijk wie we nu zijn. Voor de komst van de islam waren we Iraniërs, maar nu zouden we daaraan moeten beginnen twijfelen. Wat er vandaag in dit land gebeurt is zo pijnlijk dat we naar móesten komen. We hebben het gevoel dat we onze identiteit worden afgenomen. Hier kunnen we tenminste nog trots zijn op Iran, of toch op wat het land ooit was – een voorbeeld voor de wereld. Dat is het laatste wat we nu kunnen zeggen.”

 

Vandaag wordt onze laatste dag in de ‘provincie’. Vanavond nemen we het vliegtuig naar Teheran, waar we hopen nog een dag te kunnen blijven.


 

Het eeuwige Perzië

Het is zes uur ’s morgens en ik sta met blote voeten in het natte zand. Voor mij ligt het water van de Perzische Golf te fonkelen in de ochtendzon. Af en toe rijdt een auto over het strand en drie jongens spelen handbal in de branding. We zijn aangekomen in de havenstad Bandar-Abbas en hebben daarmee het meest zuidelijke punt van onze tocht door Iran bereikt.

 

Een nachtelijke treinreis van tien uur in een bloedhete wagon heeft me geradbraakt, en om krachten op te doen gaan we ash – een soort Iraanse ontbijtsoep – eten in het centrum van Bandar-Abbas. Hossein, de eigenaar van de eetwinkel, staat erop om ons rond te leiden door zijn stad: hij ontmoet immers niet elke dag buitenlanders. Even later scheurt een oude motorboot met daarin Hossein, mezelf en enkele donkergekleurde Bandari’s over de Perzische Golf. We zijn op weg naar de Straat van Hormoz, een belangrijke scheepvaartroute voor aardolie uit de Golfregio die voor Iran van onschatbare strategische waarde is.

 

Hossein, grootvader van vier kleinkinderen, houdt al de hele tijd zijn rozenkrans vast en tuurt over het water. “Persian Gulf,” glimlacht hij. Not Arab Gulf. De Arabieren proberen al een tijd de naam van deze wateren te veranderen, maar dat zal hen niet lukken. Weet je wat een van de grootste problemen van dit regime en van president Ahmadinejad is? Ze hebben geen respect voor de bevolking en voor ons grootse verleden. Persepolis, Cyrus de Grote, het Perzische wereldrijk: die woorden hebben voor Ahmadinejad helemaal geen betekenis.”

 

Hossein is diepgelovig, maar toch heeft hij – samen met zijn hele familie – voor Mousavi en dus tegen het regime gestemd. “Wanneer je erg religieus bent, zijn veel mensen verrast dat je voor Mousavi hebt gekozen. Maar hij is een betere moslim dan Ahmadinejad. In de Koran staat dat je het goede moet doen, terwijl deze president ons vier jaar lang alleen maar kwaad heeft berokkend. Ahmadinejad is meer met de Palestijnse kwestie bezig geweest dan met zijn eigen bevolking. Het land is er economisch erg slecht aan toe. Elke week zie ik uit Bandar-Abbas vrouwen vertrekken naar een van de Arabische staten in de Golf. Ze gaan er hun lichaam verkopen, omdat hier alleen maar armoede en werkloosheid is.”

 

Helemaal voorin onze boot begint een zwarte vrouw met een feloranje sluier plots uitbundig naar me te wuiven. “Ik ben Khadidje!”, schreeuwt ze in de wind. “O, je bent de vrouw van de profeet Mohammad!” roep ik terug. Ze schaterlacht, en Hossein legt kort zijn hand op mijn schouder om opnieuw mijn aandacht te trekken.

 

“Dit regime heeft onze profeet met jarenlange leugens diep beledigd. In alle grote steden van dit land protesteren mensen tegen de verkiezingsuitslag, en de regering denkt dat het gewoon om een studentenrevolte gaat, zoals we in 1997 al meemaakten. Maar nu zijn het niet alleen de studenten die op straat komen. De hele natie zal zich bij hen aansluiten. Er is een nieuwe revolutie in de maak, daar ben ik zeker van. Dit regime is tijdelijk, maar de kracht en grootsheid van Perzië zijn eeuwig. We zullen sterker uit deze crisis komen.”

 

Wanneer we voet aan land op het eiland Hormoz zetten en ik over mijn schouder naar het water kijk, doen de woorden van Hossein me even de tijdelijkheid van de politiek vergeten en is er een paar seconden lang alleen maar de onvergetelijk mooie, eeuwige Perzische Golf.


 

“Ahmadinejad komt zijn beloftes na”

Omdat de uitlaatgassen in het drukke centrum van Yazd de hitte ondraaglijk maken, zijn we de stad ontvlucht naar de Dakhmeh-ye Zartoshtiyun, of de Torens van Stilte. De woestijnstad Yazd is het hart van het zoroastrisme in Iran, en de Dakhmeh behoren tot de oudste overblijfselen van deze religie die hier voor de komst van de islam in de zevende eeuw de staatsgodsdienst was. In het preïslamitische Perzië geloofden de volgelingen van Zarathoestra dat om de puurheid van de aarde te eren men lichamen niet mocht begraven: de doden werden in open lucht achtergelaten in hoge torens, zodat roofvogels hen tot op het bot konden schoonmaken.

 

De Torens van Stilte hebben hun naam niet gestolen: ik hoor alleen wind, vogels en in de verte het vage geluid van auto’s en bromfietsen. Yazd ligt een paar honderd meter onder ons, en net wanneer ik de gids zeg dat we vandaag alleen op de wereld lijken, komen twee jongens de andere kant van de berg opgeklommen. Mohammad (21) en Masoud (30) wonen al hun hele leven in Yazd, maar nooit eerder hebben ze de Torens van Stilte bezocht. “Vandaag hadden we een dagje vrij, en we vonden dat het tijd was om iets nuttigs te doen,” lacht Masoud. Hij en Mohammad zijn gediplomeerde bouwvakkers, en beiden hebben ze een baan bij een constructiebedrijf dat Iraanse huizen van mozaïektegeltjes voorziet.

 

Masoud wrijft het zweet van zijn voorhoofd, zet zijn zonnebril af en kijkt me ernstig aan. “Khareji hasti, je bent buitenlander - wat vind je van de verkiezingen in Iran?” Ik kaats de bal terug en vraag hem op wie hij heeft gestemd. “Wat denk je?” antwoordt hij. Ik zeg dat ik vermoed dat hij een supporter is van Mousavi: hij draagt immers een zwart hemd, de kleur die veel aanhangers van Mousavi op dit moment dragen als teken van rouw. Hij lacht en schudt het hoofd: “Dat ik zwart draag, is puur toeval. Ik heb op Ahmadinejad gestemd en ben daar heel trots op.” Mohammad, die zich eerst wat op de achtergrond hield, komt dichterbij en knikt instemmend. “Ik heb ook voor Ahmadi gestemd. Er is geen andere keuze.” Waarom? Wat maakt hem in hun ogen zo geschikt als president van dit land? “Khube,” antwoordt Mohammad vol overtuiging,  kheili khube.” Ze vinden hem goed, heel goed, maar kunnen ze zich daar wat concreter over uitlaten? “Kijk,” neemt Masoud opnieuw het woord, “het is heel simpel. Ahmadinejad geeft om de armen, terwijl Mousavi alleen maar aan de middenklasse en de rijken denkt. Ik ken tientallen mensen die dankzij Ahmadi voor het eerst water en electriciteit in hun dorp hebben. Hij komt zijn beloftes na. Hier in Yazd heeft hij een brug aangelegd waar we al jaren zaten op te wachten. Hij is een man van de actie. En nog belangrijker: hij heeft lef. Heb je het debat op televisie gezien, waarin hij onze vroegere president Rafsanjani beschuldigde van corruptie? Fantastisch vond ik dat. Niemand in Iran durft zoiets hardop te zeggen, maar Ahmadinejad wel. Hij trekt zich niets aan van wat zijn tegenstanders van hem denken. Gisteren heeft hij zelfs gezegd dat Rafsanjani en Khatami hem hebben aangeboden om samen met hen in hun paleizen te gaan wonen, maar hij heeft geweigerd, omdat hij het liefst tussen de gewone mensen wil zijn. Dat vind ik mooi. Het ontroert me. Hij is een eenvoudige man. Wij begrijpen hem.”

 

Wanneer Mohammad me over zijn opleiding en zijn baan vertelt, vraag ik er of er op dit moment genoeg werk voor hen is. “Nee,” zegt hij. “Het gaat heel slecht. Er is weinig vraag naar wat wij doen en vaak moeten we tegen de helft van de prijs werken. Maar het is nu eenmaal zo. Het is kiezen tussen onderbetaald worden of helemaal niets verdienen.” Ik vraag of dit niet wat vreemd is: net zeiden ze dat Ahmadinejad goed is voor arme mensen en zijn beloftes nakomt, terwijl ze zelf moeten vechten om rond te komen? “Ahmadinejad kan niet alles oplossen,” haalt Mohammad zijn schouders op. Overal in de wereld is er crisis, maar het Westen doet alsof alle problemen in dit land de schuld zijn van Ahmadinejad.”

 

Over het Westen gesproken: Mohammad en Masoud geloven beiden dat de demonstraties in Teheran tegen de overwinning van Ahmadinejad gedirigeerd worden door Amerika. “Zij hebben alle belang bij een zwakke president," zegt Masoud. "Ze misbruiken ons land. Er is geen sprake van dat Ahmadinejad de overwinning heeft gestolen. Ik ben er zeker van dat de protesten binnen een week afgelopen zullen zijn. Dan kan de rust terugkeren in dit land.” Wat bedoelt hij daarmee? “Gewoon, de normale manier van leven. Heb je gezien hoeveel meisjes de hijab niet respecteerden tijdens de verkiezingstijd? Dat stoorde me. Ze moeten zich islamitisch kleden. Dat is nu eenmaal de wet."

 

Wanneer Masoud en Mohammad de berg weer willen afdalen, reiken ze onze gids de hand. Omdat mannen en vrouwen elkaar volgens de islam geen hand mogen geven, leg ik mijn recherhand op mijn hart en bedank ik hen, maar tot mijn verbazing komt Masoud naar me toe en geeft hij me een stevige handdruk

Na twee weken in dit land moet ik er nog steeds aan wennen: in de Islamitische Republiek is niets ooit wat het lijkt.


 

Lachen met Reza

Dat er in tijden van politieke kommer en kwel in Iran ook nog plaats is voor humor, mocht ik vandaag ondervinden in het hotelletje in Yazd waar we verblijven. Toen we hier drie dagen geleden na een vermoeiende treinreis aankwamen, bleek de man achter de balie tot mijn grote verbazing Nederlands te spreken. Hij glimlachte breed en zei: "Goede dag! Iek heb twee kamers voor joelie!" Groot was uiteraard mijn verbazing, en nog groter de trots van Reza dat hij ons kon verwelkomen in onze eigen taal.
 
Reza is nooit in Belgie geweest, maar omdat in zijn hotel veel Belgische en Nederlandse toeristen komen, besloot hij op een dag om hen telkens naar een paar nieuwe zinnetjes te vragen. Na jaren heeft hij op die manier een basiskennis van het Nederlands opgedaan - naar eigen zeggen met veel hulp van de liedjes van Frank Boeijen.
 
Omdat we de kabab wat beu zijn, kookten we gisterenavond Belgisch, al was dat improviseren geblazen: aardappelen met een omelet-tomaat. Reza en onze gids genoten niettemin met volle teugen en "hadden nooit eerder zoiets gegeten". Na het avondmaal vroeg Reza me wat verlegen of ik hem misschien wat nieuwe Nederlandse zinnetjes kon leren. Ikzelf zal alvast één zin van hem nooit vergeten. Toen we net aankwamen in het hotel en hij ons de sleutel van de kamer gaf, zei hij met een grijns op zijn gezicht in haast vlekkeloos Nederlands: "geen pis in de asbak en geen as in de pisbak". Ik kan u verzekeren: zijn glimlach toen hij mijn schaterlach hoorde was goud waard.
 
Morgen vertrekken we naar Bandar-Abbas, een havenstad aan de Perzische Golf - een treinreis van tien uur wordt dat. Maar vanavond koken we nog als afscheid voor Reza spaghetti op zijn Belgisch-Perzisch.


 

Supporters van Ahmadinejad na de verkiezingsuitslag

634W4015 

634W3982


 

Ook in Yazd is er stilaan verzet

Sinds in Teheran massale protesten tegen de verkiezingsuitslag van afgelopen vrijdag zijn uitgebroken, krijg ik veel verontruste mailtjes van vrienden en familie. Of ik veilig ben, of ik iets merk van de onrust, hoe de situatie nu is?

Op dit moment zijn we in Yazd, een stad aan de rand van de Dasht-e Kavir en Dasht-e Lut woestijnen, en hier is het eigenlijk relatief rustig. Gisteren werd me in een aantal winkels verteld dat er een pro-Mousavidemonstratie was bij de Jameh-moskee, maar toen ik er meteen naartoe ging, was daar niets van te merken. Wel is er op straat meer en meer stil protest: vanmorgen zag ik een aantal mensen met in hun hals een sjaal met de groene kleur van Mousavi, mensen maken het vredesteken in onze richting en roepen 'Mousavi', en in de taxi's wordt volop geklaagd over de huidige situatie.

Zelf hebben we het moeilijk om aan objectieve informatie te raken over wat op dit moment in Teheran en een aantal andere grote steden aan de hand is: de meeste nieuwssites zijn hier geblokkeerd. Ook het telefoonverkeer blijft een probleem: ik kan nog steeds geen sms'jes sturen. In het Iraanse journaal werden gisteren eerst beelden getoond van de protestmarsen in Teheran, en meteen daarna lieten ze Hillary Clinton zien, die zich uitsprak over de situatie in Iran. Protest in verband brengen met de Verenigde Staten en op die manier inmenging suggereren: duidelijker kon het niet.

In het internetcafe waar ik deze blog schrijf, is er ook stil verzet: onophoudelijk wordt hier het liede Yare dabestani gedraaid, dat de aanhangers van Mousavi tijdens de campagne zongen en dat ook ten tijde van de Islamitische Revolutie erg populair was:

“De sfeer is donker, jij en ik zijn vrienden, je bent mijn kameraad, wie anders dan jij kan mijn pijn verzachten. Onze handen zouden de woestijn van onze ongeletterdheid water moeten geven, het hart van de mensen die in deze woestijn leven is dood, onze handen zouden het gordijn dat ons zicht belemmert moeten scheuren."

Deze reportage komt tot stand met steun van deBuren en het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek



 

"De hoop is vermoord"

Ze is zomaar een meisje dat aan de rand van de woestijnstad Yazd woont. Of nee, ik vergis me, eigenlijk is ze niet zomaar een meisje. Bij het Iraanse nationale ingangsexamen voor de universiteit eindigde ze bij de eerste vijftig, en dat op miljoenen deelnemers.


Sepideh – ‘hemel’ in het Perzisch - viel me meteen op toen ze ons kruiste. De warme wind speelde met de stof van haar lange zwarte chador en liet daardoor af en toe een glimp van haar strakke jeans en felgroene sneakers zien. Of zij misschien wist waar we water konden vinden, vroegen we, en vijf minuten later zaten we bij haar thuis op het tapijt. In haar gedrag bespeurde ik iets vreemds: onophoudelijk liep ze het huis rond  en kwam ze de woonkamer binnen met telkens een andere Perzische lekkernij op een dienblad. Het leek alsof ze bang was om naast ons te komen zitten. Ze liet de tapijtjes zien die ze zelf geweven had, de gelooide geitenhuid waarmee ze boter maakt en de bronzen waterkoker die ze van haar voorouders had geërfd.


Wanneer ze na heel wat aandringen dan toch bij ons komt zitten, begint ze haar verhaal, zonder dat ik daarnaar gevraagd heb. “Ik ben gelukkig als ik buitenlanders in mijn huis kan uitnodigen. Het is mijn enige contact met de buitenwereld. Onze satelliet hebben we onlangs moeten weghalen: de politie deed er lastig over en de imam van de moskee zei dat het ongepast is dat een respectvolle familie van martelaren contact heeft met het Westen.”


Sepideh haalde een paar jaar geleden een Master in Psychologie aan de universiteit van Teheran en kon daarna aan de slag bij het Ministerie van Onderwijs. Een goedbetaalde baan, maar lang bleef het liedje niet duren. “Ik heb dit nooit eerder aan iemand verteld, maar ik denk dat ik het in de huidige omstandigheden gewoon móet doen. Ik ben ontslagen bij het Ministerie omdat ik make-up en nagellak gebruikte. Mijn baas zei dat ik een schande was voor de islam.” Ze speelt met de vele kleurrijke ringen om haar vingers. “Ik heb toen een zware depressie gehad. Soms kan ik het hier niet meer dragen en wil ik terug naar Teheran, maar hoe kan ik zomaar mijn familie achterlaten?


Haar hoge stem gaat plots nog scherper klinken. “Wat voor een land is dit eigenlijk? Ik rijd graag met de motorfiets, maar dat is ongepast voor een vrouw. Achterop mag ik zitten, dat wel, maar het stuur vasthouden is voorbehouden voor mannen. Als dat geen veelzeggend symbool is voor de Islamitische Republiek.”


Sinds haar ontslag bij het Ministerie werkt Sepideh nu als maatschappelijk assistente bij een NGO en moet ze met honderd dollar per maand zien rond te komen. “Het is erg moeilijk, en nu Ahmadinejad heeft gewonnen, heb ik nog maar weinig hoop. Ik kan het nog steeds niet geloven. Al onze waardigheid wordt ons afgenomen.” Wat als de kaarten toch plots anders komen te liggen en Mousavi de president van dit land wordt? Komt er dan verandering?

Sepideh slaat haar armen om haar knieën en kijkt naar buiten. “Misschien. Wie zal het zeggen? Veel Iraniërs durven niet meer te hopen, zeker niet na afgelopen vrijdag. De grootste misdaad van dit regime is dat ze onze hoop en daarmee onze menselijkheid hebben vermoord.”

Wanneer we terug in ons hotel aankomen, zit Sepideh tot onze verrassing op ons te wachten in de lobby: meteen nadat we vertrokken, is de politie bij haar langsgeweest. Toch wil ze dat ik haar verhaal neerschrijf: "Het is mijn plicht als Iraanse vrouw. Het is het enige wat ik kan doen. Vertel de mensen wat hier aan de hand is."


 

Over deze blog



Journaliste Ann De Craemer (28) en fotograaf Pieter-Jan De Pue (27) trekken zes weken lang door Iran. In deze blog leest u hun verslag voor en na de presidentsverkiezingen de Iraanse presidentsverkiezingen. Niet zozeer de politieke kant van het verhaal, maar wel de maatschappelijke kant: hoe kijken gewone Iraniërs naar de verkiezingen en naar hun land?

Het volgen van de verkiezingen is echter niet het hoofddoel van hun reis: na anderhalve maand rondtrekken door het land willen ze terugkomen met een portret, in woord en beeld, van het leven van de gewone Iraniërs, die dagelijks vechten voor hun vrijheid maar niettemin ook léven en genieten van het leven.

Ann en Pieter-Jan doen alle verplaatsingen per trein, om zoveel mogelijk tussen de gewone Iraniërs te zijn. Ze volgen daarbij een groot deel van de Trans-Iraanse Spoorlijn. In maart 2010 zal bij Uitgeverij Lannoo een boek verschijnen van hun reis.


Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs