Populariteit vs. Euroverkiezingen

Stijn-croes Vlamingen zijn traditioneel Eurooptimistisch. Ik denk dat dat veelal te maken heeft met het feit dat veel Vlamingen wel iemand kennen, die in Brussel op één of andere Europese instelling werkt. Of de Vlaming ook echt met hart en ziel voor Europa gaat, durf ik niet dubbel en dik te onderstrepen. De Tsjechen hebben een Eurosceptisch imago, met name door de vele uitspraken van president Václav Klaus. Bovendien talmen de Tsjechen met de invoering van de euro en is Lissabon nog niet door de senaat geraakt. Zijn de Tsjechen dan alleen maar lid geworden van de EU omdat ze zaten te wachten op lucratieve geldpotten uit Brussel?
Die vraag zie je wel vaker verschijnen op verschillende discussiefora en maakt deel uit van de opinie, die toch nog altijd heersend is in de oude EU-lidstaten. Er wordt dan ook niet alleen gesproken over Tsjechië, maar over alle post-communistische nieuwe EU-lidstaten.

Hoe langer ik in dit land woon, weet ik dat de waarheid ergens in het midden ligt. Het klopt, dat veel Tsjechen historisch niet altijd de beste herinneringen overhouden aan Europa, maar in het mediale en politieke discours wordt Europa wél als een positief verhaal naar voren gebracht. Bovendien heeft de Tsjechische bevolking, en dat bewijzen opiniepeilingen, meer vertrouwen in het Europees parlement dan in het Tsjechische hoger- en lagerhuis. Betekent dat de Tsjechen in juni massaal naar de stembus trekken? Neen, een doorsnee Tsjechische familie heeft in het weekend wat anders te doen, dan te stemmen voor tweederangspolitici. De Tsjechen stemmen traditioneel op vrijdag en zaterdag, want als er gekozen werd op zondag, zou de opkomst nooit boven 5% uitkomen. Gaan de Tsjechen op zondag dan zo lang en uitgebreid naar de kerk? Neen, want het leeuwendeel van de Tsjechen is uitgesproken atheïstisch. De Tsjechen zitten het hele weekend in hun chata. Het buitenhuis of het vakantieverblijf. Centraal- en Oost-Europeanen hebben tijdens het communisme aangeleerd, dat je de weekenden doorbrengt op het platteland. Geen wonder, want de natuur is prachtig en je kon er destijds toch enigszins ontkomen van het allesomvattende (en vooral alles-controlerende) totalitaire regime. Deze trend is na 1989 eigenlijk ook niet gekeerd - Tsjechische steden lijken in het weekend wel uitgestorven. In Praag of andere grote steden, kom je nog wel eens een Duitser of een andere verdwaalde toerist tegen, maar in het algemeen is het gewoon rustig in de binnenstad. Zijn alle Tsjechen dan op het platteland in het weekend? Ook deze these moet ik helaas weerleggen. Want als er iets sinds 1989 wel veranderd is, dan is het het winkelaanbod. Rondom de grote steden zijn ongelooflijk grote shoppingmalls ontstaan en die barsten tijdens het weekend uit haar voegen. Goed of slecht weer. Valentijn of Kerstmis. Pasen of gewoon helemaal niks. Het is er in het weekend koppenlopen.

Kort gezegd: het komt er op neer dat de Tsjechen in het weekend gewoon niet stemmen. Door de week in de kroeg wordt er wel over politiek gepraat. Dus zou het eigenlijk niet zo gek zijn, om verkiezingen te laten vallen op weekavonden in de vele dorps- en stadskroegen die Tsjechië rijk is. Ik veronderstel dat de opkomst dan op 85% zou liggen, ik sta dan wel niet garant voor de uitslag van deze bizarre kroegverkiezingen.

Wat de Europese verkiezingen betreft, net zoals ook in de meeste andere lidstaten uitgezonderd België, zijn de kandidaten tweederangspolitici of politici, die men eigenlijk liever kwijt dan rijk is. Neem nu Vladimír Špidla, Commissaris voor Sociale Zaken. De intellectuele en niet populistische politicus was in Tsjechië zo onpopulair, dat hij na de vorige Europese verkiezingen zelf ontslag nam en naar Brussel verkaste. Dezelfde geruchten doen nu de ronde over de ex-premier Mirek Topolánek. De kanidaten op de lijsten zijn in Tsjechië illustere onbekenden en treden ook nauwelijks met elkaar in de debat. De echte politieke strijd wordt tussen de kopstukken van de partijen gevoerd, maar die blijven - zolang hun populariteit het toelaat - liever in Praag.


 

EU2009.CZ - Kunnen ze het in Tsjechië dan echt niet?

Pakweg een half jaar geleden werden vele Europese leiders zenuwachtig, het Franse voorzitterschap kwam ten einde en de relatief nieuwe lidstaat Tsjechië ging het heft in eigen handen nemen. Woelige tijden waren aangebroken, aangevoerd door één van de ergste economische crisissen sinds de Tweede Wereldoorlog. Niet volledig naar de zin van Nikolas Sarkozy werd Tsjechië dan toch op 1 januari volwaardig EU-voorzitter. Europa hield het hart vast - president Václav Klaus (oh ja, deze blog leent zich ook wel om de Tsjechische uitspraak te oefenen, dus uit te spreken als Vaatslav Klaus) staat er nu niet echt om bekend een brave Europese jongen te zijn.

De Tsjechische premier, Mirek Topolánek, van de rechtsconservatieve ODS had het niet gemakkelijk. In eigen land lag zijn regering al onder vuur sinds dag één van haar ontstaan. De regering van Topolánek had namelijk geen stabiele meerderheid, de verhoudingen in het parlement waren na de verkiezingen in 2006 in een patsituatie terecht gekomen. Kort gezegd: net zoals in Duitsland of Groot-Britannië, kent Tsjechië twee politieke machtsblokken - ODS en ČSSD, rechts en links zeg maar. De ODS wordt langs rechts bijgestaan door de Christendemocratische KDU-ČSL en de Tsjechische Groenen, Strana Zelených en de ČSSD langs links door de communistische KSČM (pikant detail: KSČM is de enige niet omgevormde communistische partij, die na 1989 gewoon is blijven doorgaan). De twee politieke blokken waren even groot, dus stond Topolánek voor de aartsmoeilijke klus zijn eigen regering in stand te houden. En om even aan de West-Europese stereotypen over Centraal- en Oost-Europa tegen moet te komen, haalde Topolánek twee leden uit het oppositiekamp over om voor zijn regering te stemmen. Hoeveel daarvoor betaald is, weet niemand, maar dat er betaald werd moge duidelijk zijn.

Drie jaar later staat Topolánek met zijn wankele team aan het hoofd van Europa. Maar Topolánek is een doorzetter en sloeg het aanbod van de oppositie af om de regering tijdens het EU-voorzitterschap met rust te laten. Voorwaarde was de snelle ratificatie van Lissabon, een datum vastprikken voor de invoering van de Euro en last but not least, het uitstellen van de ratificatie van het Amerikaanse radarschild. Misschien wou Topolánek de eisen van de oppositie wel inwilligen, maar in zijn eigen ODS is men op zijn zachtst gezegd nogal Eurosceptisch, gewoon wonder met Václav Klaus als oprichter van die partij. Topolánek, één van de euro-optimisten binnen zijn partij, kon de gelederen niet tot bedaring brengen en tijdens de ratificatie van Lissabon verloor hij zijn meerderheid. Lissabon kwam er in het parlement wel door, dankzij de steun van de sociaal-democraten van Jiří Paroubek (voormalig premier).

De ODS verloor intussen de steun van vier van haar volksvertegenwoordigers en ook binnen de groene coalitiepartner rommelde het en twee volksvertegenwoordigers stapten op. De facto werd Tsjechië geregeerd door een minderheidskabinet. De sociaal-democraten en communisten maakten daar handig gebruik van en een maand geleden viel het kabinet Topolánek, door de steun van haar eigen voormalige volksvertegenwoordigers.

De val van de regering maakte het Tsjechische voorzitterschap plots enorm wankel: het vertrouwen dat tijdens de eerste maanden was geschapen, werd plots teniet gedaan. En inderdaad, er was vertrouwen gegroeid in de Tsjechen - de gascrisis hadden ze opgelost, in het Gazaconflict hadden ze aardig rust gezaaid en tegen de economische crisis werd gepleit voor eenheid en geen tweespalt tussen West- en Oost-Europa. Topolánek scoorde door zijn Europese succesjes ook in eigen land. Voor het eerst sinds lang, won zijn regering aan populariteit. Zelfs aan de harde woorden van president Václav Klaus in het Europese parlement werd weinig rukbaarheid gegeven, buiten Ivo Belet van de CD&V werden de woorden geslikt en werd er voortgegaan met het werk - Business as usual.

Maar Mireks regering viel dus. En plots werd ook de oppositie wakker, want wat zou er met het Tsjechische prestige gebeuren mocht Václav Klaus de teugels in handen nemen en een nieuwe eurosceptische regering aanduiden? Uit angst van Klaus vonden voor het eerst sinds jaren Paroubek en Topolánek elkaar wel erg snel in het zoeken van een nieuwe voorlopige premier in afwachting van de vervroegde verkiezingen in oktober. Die premier werd Jan Fischer, een onbekende technocraat zonder politieke ambities. Op dit moment stelt hij zijn regering samen en over die regering vertel ik graag meer in mijn volgende blog uit Tsjechië...   


 

Zoeken op deze blog






Vlaamse blogs