VERDEELD HONGARIJE - vervolg 5 - geen verrassingen!

De uitslag was inderdaad met grote zekerheid te voorspellen!


Vanuit (subjectief!) politiek standpunt:


- grote winst voor FIDESZ: 56,37% van de stemmen, 14 zetels;

- groot verlies voor MSZP: 17,37%, 4 zetels;

- opkomst van JOBBIK: 14,77%, 3 zetels (wel verrassend is het groot aantal stemmen);

- aftakeling van de kleine partijen: SZDSZ met 2,16% verdwijnt bijna helemaal van het politiek toneel, MDF is met 5,3% net over de schreef.


Bekijken we nu de uitslag vanuit objectief standpunt.


De opkomst bedroeg 36,28%. Dit is meer dan 6 punten lager dan het EU gemiddelde van 43%, wat ook al niet schitterend kan genoemd worden!

Als we de scores vertalen naar het aantal stemmers (36,28), dan komen we tot de volgende objectieve uitslag:


- Eerste plaats: ZW ("partij" van de Zwijgende Meerderheid) met 63,72% van de "stemmen": dat zijn de burgers die óf foert zeggen tegen het politieke gedoe, óf genoeg hebben van valse beloftes/leugens/ moddergooierij, óf dezen van "vroeger was het beter" die zich geen illusies meer maken.

- Tweede plaats: FIDESZ met 20,45% (36,28% van 56,37);

- Derde plaats: MSZP met 6,3% (36,28% van 17,37);

- Vierde plaats: JOBBIK met 5,35% (36,28% van 14,77);

- Vijfde plaats: MDF met 1,9% (36,28% van 5,3).


Het verschil tussen het subjectieve politieke standpunt en het objectieve is dat zegevierende politiekers en politieke partijen er de facto van uitgaan dat de zwijgende meerderheid akkoord gaat met hun visie. Indien dit zo zou zijn dan moeten zij ook aannemen dat de zwijgende meerderheid tevens akkoord gaat met de visie van alle andere partijen, vermits de niet-stemmer op voorhand niet kan weten welke partij als winnaar uit de bus zal komen! Dit is dus volkomen absurd!

Het objectieve standpunt wordt niet alleen hier, maar nergens in de wereld gehanteerd. Partijpolitiek en objectiviteit zijn inderdaad twee tegengestelde dingen.

Nochthans zouden politiekers zich moeten afvragen waarom de meerderheid niet gaat stemmen Dat doen ze niet, want dan moeten ze zichzelf in vraag stellen. Integendeel, ze kraaien victorie, maar dat is meer het gekraai van de haan op de mesthoop.


Vermits MSZP reeds heeft laten weten dat ze verder zal regeren is het politieke scenario voor het komende regeerjaar, tot de verkiezingen in 2010, reeds bekend. Zie daartoe mijn vorige bijdragen.


 

VERDEELD HONGARIJE - vervolg 4 - EU of nationale verkiezing?

Het wordt zonder enige twijfel een nationale verkiezing, of veeleer een referendum!


Sedert het begin van de crisis is het aantal werklozen gestegen met meer dan 120.000 (10% werkloosheid).
De waarde van de Forint is met 15% gedaald (van gemiddeld 250 Ft. naar 280-290 Ft./Euro). Gevolg is dat aangegane langlopende leningen (huizen, auto's) op basis van buitenlandse valuta eenzijdig, arbitrair en buitensporig "aangepast" zijn (bij sommige kredietverleners met 30-50%!). Daardoor zijn tienduizenden gezinnen in de grootste problemen gebracht, niet alleen diegene die getroffen zijn door plotse werkloosheid, maar ook waar nog een loontrekkende is (veel gezinnen kunnen de rekeningen van verwarming, gas, water en electriciteit niet meer betalen).
Het aantal huizen/appartementen/auto's die zwaar onder de marktwaarde (tot 30-40%) worden aangeboden is niet meer te tellen. Gezinnen worden bedreigd met afsluiting van verwarming, electriciteits-, gas-  en watervoorziening, zelfs met uitzetting uit hun woning. Auto's worden massaal opgeëist door de kredietverleners.


Na het aftreden van Gyurcsány Ferencs (april) is er een zakenregering op de been gebracht die herstelmaatregelen afkondigde (reeds aangenomen door het parlement), waaronder voor de doorsneeburger de pijnlijkste:


- verhoging van de BTW van 20 naar 25% (= significante verhoging) en verlaging van de BTW van 20 naar 18% voor de levensnoodzakelijke levensmiddelen: brood en melkproducten  (= zo miniem dat er zelfs geen prijsverschil zal zijn!);
- bevriezing van de pensioenen en afschaffing van de dertiende pensioenmaand (ondraaglijk voor de meeste gepensionneerden);
- loonstop in de openbare diensten (waarbij de private sector automatisch zal volgen);
- drastische verhoging (10%) van de taksen op brandstoffen;
- invoering van vermogensbelasting (vastgoed, luxeauto's);
- (met groot trompetgeschal) verlaging van de persoonsbelasting (die evenwel volkomen teniet wordt gedaan door alle andere verhogingen!)


Al deze toestanden, samen met de onpopulaire maatregelen, zijn koren op de politieke molen van de oppositie.
De Hongaar, die al teleurgesteld was na de bevrijding van het communisme ("Vroeger was het beter!") en na de aansluiting bij de EU ("Vroeger was het beter!"), en nu geconfronteerd wordt met gigantische sociale problemen is daardoor uitermate vatbaar voor zelfs de geringste vorm van demagogie en populisme.
Onafgebroken wordt het de bevolking ingehamerd dat deze toestanden uitsluitend veroorzaakt zijn door de kliek (sic) van Gyurcsány en zijn opvolger, en dat FIDESZ (= Orbán) de énige partij is die de zaak kan oplossen en de burgers opnieuw welstand kan verzekeren.
De (weinige) plakaten langs de weg (bijna uitsluitend in Budapest en omgeving) met als énige slogan "GENOEG" zegt inderdaad genoeg!
De andere slogans waarmee men de burger dagelijks om de oren slaat via krant, radio en TV zijn onveranderlijk populistische stemmentrekkers:


- wederinvoering van de dertiende pensioenmaand (= stemmen van de gepensionneerden);
- afschaffen van de maatregelen die nadelig zijn voor de loontrekkende (= stemmen van de loontrekkers);
- creëren van 1 miljoen (!!!) arbeidsplaatsen (= stemmen van de werklozen);
- afschaffen van de vermogensbelasting (= stemmen van de rijken).

Hierbij wordt wijselijk niet gesproken over de noodzakelijke en eveneens pijnlijke maatregelen die een nieuwe regering hoe dan ook zal moeten nemen. Sanering van de hachelijke toestand kan immers niet anders dan met harde maatregelen.


Mijn persoonlijke mening is evenwel dat de rijksten, die uiteindelijk het meest hebben geprofiteerd van de graai-economie, ook het meest moeten bijdragen. Op dit vlak ben ik het volledig eens met de woorden (slechts woorden! ref.: afschaffen van de vermogensbelasting!) van de oppositie: de gewone burger moet hierbij zoveel mogelijk gespaard blijven!


Gesprekken met Hongaren maken het overduidelijk: geen hond is geinteresseerd in de EU. De steeds weerkerende vraag is "Wat voordeel heeft de EU mij gebracht? -Geen enkel!"


De uitslag is nu al met zekerheid te voorspellen:


grote winst voor FIDESZ
groot verlies voor MSZP
opkomst van het extreem rechtse JOBBIK
verdere aftakeling van de kleine partijen SZDSZ en MDF


De enige vraag die overblijft: hoeveel burgers zullen een stem uitbrengen? Dit zou nog wel eens voor een grote verrassing kunnen zorgen.


Zondagnacht zullen we het weten.
Tot dan.


 

VERDEELD HONGARIJE - vervolg 3 - bevolkingstijdbom

In 2002 las ik in de krant een alarmerend artikel over de evolutie van de hongaarse demografie. Hierdoor was mijn (geografische) nieuwsgierigheid gewekt en besloot ik dit nader te onderzoeken. Het resultaat van mijn opzoekingen en de projecties naar de toekomst heb ik gebundeld in "2001 Az Időzített Bomba = A Kompromittált Jövő" (2001 De Tijdbom = De Gecompromiteerde Toekomst).


Img034

Vermits de toenmalige regering (FIDESZ) zich ook "bezighield" met dit probleem dacht ik dat het misschien nuttig zou zijn om ook mijn steentje bij te dragen. Ik dus op weg met mijn dossier naar het ministerie. Daar werd ik ontvangen op "hoog" niveau door een secretaresse die, terwijl ze me aankeek op de manier van "waar moei jij je mee", me verzekerde dat de hongaarse meisjes dit probleempje beslist zouden oplossen, en tevens dat er reeds een commissie was opgericht om het te onderzoeken en om oplossingen te formuleren. Of deze commissie ooit is samengekomen is me niet bekend. Wel bekend is dat niemand er zich nog mee bezig heeft gehouden.


Het is niet de bedoeling om deze demografische studie hier uitvoerig te bespreken. Hier volgt een summier overzicht van mijn bevindingen.


Een bevolking in demografisch evenwicht bestaat uit 25% kinderen, 60% volwassenen en 15% 65-plussers. Dit vertaalt zich in een bevolkingspiramide met een keurig driehoekige opbouw: brede basis, hoge top en rechtlijnige schuine zijden. Om dit evenwicht in stand te houden moet elke vrouw minstens twee kinderen ter wereld brengen.


Het hongaars demografisch beeld wijkt sterk af van de ideale piramide. Deze is niet driehoekig dan wel rechthoekig (zie boven): een smalle basis (zeer sterke daling van de geboortecijfers sedert 1980), een breed middenveld (de babyboom van de na-oorlogse jaren tot 1980), vervolgens een langzame versmalling (de vergrijzende bevolking), gevolgd door een abrupte afname, vooral bij de mannelijke ouderen (korte levensverwachting).
De hongaarse bevolkingspiramide is evenwel misleidend doordat het een algemeen gemiddelde is van zowel de Hongaren als van de Roma's.
De bevolkingspiramide van de Roma's afzonderlijk geeft een totaal ander beeld te zien: een driehoekige opbouw met een zeer brede basis (hoog geboortecijfer), een lage top (korte levensverwachting) en concave schuine lijnen (hoog sterftecijfer bij de volwassenen). Niettegenstaande de hoge sterfte bij de volwassenen blijft het saldo positief door de zeer hoge geboortecijfers.
De hongaarse vrouwen brengen gemiddeld 1,3 kinderen ter wereld tegenover de Romavrouwen 4,5 kinderen (3,5 maal meer!).
Dit betekent dat de bevolkingsafname volledig op rekening komt van de Hongaren, terwijl de Romabevolking in aantal snel toeneemt


Aan de hand van de gegevens over de jaren 1980 tot 2001 heb ik drie prognoses opgesteld: positief, stagnering, negatief.
Nu, 9 jaar later, blijkt de evolutie mijn negatieve prognose volledig te bevestigen.
 
 
Mijn negatieve prognose in 2001 was volgende:

leeftijd

2001

2006

2011

2021

2031

2041

2051

2061

2071

%

%

%

%

%

%

%

%

%

Oud

15,28

15,06

15,84

18,51

19,03

21,19

23,33

23,31

21,01

Volw.

61,47

62,98

63,52

62,35

62,17

60,03

57,46

56,04

56,16

Kind.

23,24

21,96

20,64

19,14

18,80

18,78

19,21

20,65

22,82

  Tot.

10.240

9.990

9.586

9.087

8.350

7.550

6.756

6.044

5.468

Oud = 65-plussers
Volw. = leeftijdsgroep 21 - 65 jaar
Kind. = kinderen 0 - 20 jaar
Tot. = totaal bevolking in duizendtallen
 
 
Wat valt hieruit te leren?

Niettegenstaande paradoxale fluctuaties in de cijfers is de trend duidelijk: de bevolking neemt snel en ongeremd af. Deze afname wordt wel gedeeltelijk gecompenseerd door inwijking die echter niet voldoende is om het tij te keren.
De afname is volledig toe te schrijven aan het sterk dalende geboortecijfer bij de Hongaren, terwijl de Romabevolking constant toeneemt. Het valt te verwachten dat binnen afzienbare tijd de ethnische minderheid de meerderheid zal uitmaken!
Vanaf het midden van de eeuw zal de verhouding tussen de leeftijdsgroepen dermate ontwricht zijn  dat daaruit onoplosbare sociale problemen zullen voortkomen: de arbeidenden zullen de zware kosten van de vergrijsde bevolking niet meer kunnen dragen (één werkende zal moeten opdraaien voor minstens één oudere), de beroepsgroep zal uit meer Roma's dan Hongaren bestaan, en dan rijst de vraag of zij tegen die tijd klaar zijn voor de vervanging.
 
 
Dit brengt ons rechtstreeks bij de sociale positie van de Roma's. Hoe leven zij, wat zijn hun toekomstmogelijkheden? Hoe staan de Hongaren tegenover deze minderheid?
 
 
2/3-en van de Roma's leven in mensonwaardige krotten-ghetto's, meestal zonder individuele (of helemaal geen) waterleiding of riolering, en met een totaal gebrek aan de meest elementaire hygiëne. In deze krotten leven gemiddeld twee tot drie complete generaties. Volwassenen hebben meestal slechts lage scholing. Vooral in het Oosten van het land zijn nog talrijke analfabeten. Minder dan één procent van de jongeren volgt een hogere opleiding.
De Hongaar walgt van deze "vieze zigeuners" want: ze zijn vuil (hoe kan het anders als men in dergelijke smerige ghetto's moet leven), ze zijn lui (inderdaad, weinigen werken: immers werkgevers nemen ze niet op omdat ze vuil zijn en geen vakkennis hebben), ze "stelen" het geld uit de zakken van de hardwerkende Hongaar (ze zijn inderdaad gedoemd om te leven van uitkeringen), ze stelen als eksters (niet goed te praten, maar wel begrijpelijk als men moet rondkomen met ontoereikende steun), ze zijn lawaaierig en zuipen zich te pletter(alcoholisme is inderdaad een plaag in dat milieu, zoals in elk milieu waar men in mensonterende toestanden moet leven).
 
 
 

 

VERDEELD HONGARIJE - vervolg 2

Ook de socialistische regering onder leiding van Horn Gyula (de man die de deuren naar het Westen openzette) was niet in staat de chaotische sociale/maatschappelijke omstandigheden te verbeteren. In die periode kwamen evenwel de grote schandalen bovendrijven.

De verkiezingen van 1998 brachten FIDESZ (Hongaarse Burger Partij - Orbán Viktor) aan de macht.

[ In tegenstelling tot de MSZP is er geen enkele oud-communistische politieker te vinden bij FIDESZ. Alhoewel ... Bijna de hele top van FIDESZ bestaat uit oud-KISZ bestuursleden. KISZ was onder het communistisch regime de officiële jeugdorganisatie. Het is vanzelfsprekend dat onder het dictatoriaal regime de bestuursleden van de jeugdorganisatie met grote zorg uitgekozen werden: wie niet absoluut ideologisch betrouwbaar was had geen enkele kans verkozen te worden.
Het zijn diezelfde oud-bestuursleden die nu bij FIDESZ (en óók bij het huidige verjongde MSZP) het bestuur uitmaken. Terloops: onder deze vroegere KISZ-ers zijn tevens geen armoelijders te vinden (zonder commentaar)
]

Orbán Viktor bracht een regering FIDESZ-FKGP (Onafhankelijke Landbouwer en Burger Partij)-MDF op de been. Voor het FKGP en zijn leider werd het de doodsteek: het verdween definitief van het politiek toneel. Het MDF overleefde ternouwernood het huwelijk met FIDESZ: het werd, en is nog steeds, een marginale, politiek afbrokkelende partij.
Tijdens deze regeerperiode ging FIDESZ langzaam de weg op naar het extreem rechts nationalisme waarbij het meteen ook MIÉP, een oudere extreem rechtse partij, van het politiek toneel veegde.

Niettegenstaande het nationalisme en populisme van FIDESZ, en tevens dank zij de sympatieke "vader"figuur van Medgyessy Péter, won MSZP nipt de verkiezingen van 2002.
Tijdens deze regering werd Hongarije opgenomen in de Europeese Unie en daarmee leefde bij de bevolking de hoop op welzijn en welvaart weer op.
De politieke "onbekwaamheid" (te veel mens, te weinig politieker) van Medgyessy Péter leidde tot een crisis en bracht uiteindelijk Gyurcsány Ferencs aan de top.

De verkiezingen van 2006 bevestigden de macht van MSZP tegenover FIDESZ, vooral dank zij het rethorisch overwicht van Gyurcsány Ferencs tegenover Orbán Viktor.
Toen kwam het schandaal van de in het geheim opgenomen en "toevallig" in handen gekomen bandopname waarin Gyurcsány Ferencs tijdens een MSZP congres de aanwezigen vergaste op de bekentenis van de leugens tijdens de vorige verkiezingskampagne.
Koren op de molen van FIDESZ!
Sedertdien boycot FIDESZ systematisch het parlementair werk. Omzeggens dagelijks wordt de burger met de slogan "MSZP=leugen" om de oren geslaan: toenemende werkloosheid: door de leugens van de MSZP, verminderende koopkracht en toename van de armoede: door de leugens van MSZP, onbetaalbare rekeningen van verwarming en electriciteit: door de leugens van MSZP, economische crisis: door de leugens van MSZP, failliet van de gezondheidszorg: door de leugens van MSZP, enz. ... Alles wat slecht gaat komt door de leugens van Gyurcsány en zijn kliek (sic). Wanneer FIDESZ aan de macht komt zal alles veranderen! (Wat dat "alles" betekent wordt wijselijk niet gezegd: er zijn immers harde, niet populaire maatregelen nodig om de toestand te verbeteren!)

Het is deze bandopname en de daaropvolgende populistische demagogie die de polarisatie tot het uiterste heeft gevoerd, niet alleen op politiek vlak maar ook sociaal-maatschappelijk is de hongaarse bevolking tot twee vijandige kampen verdeeld. Wie nu nog durft zeggen dat hij MSZP-gezind is wordt door het andere kamp als vijand en volksverader bestempeld.

Objectief gezien had Gyurcsány Ferencs wel de morele cosequentie moeten opbrengen en (oneervol!) ontslag moeten nemen.

Tekenend voor de wending naar extreem rechts nationalisme tijdens de periode van socialistische regering (2002-2009):

- De band van FIDESZ met JOBBIK (Rechtsen). Het is inderdaad Orbán Viktor die Vona Gábor in het rechtse kamp bracht. Vona Gábor is niet alleen de huidige leider van JOBBIK, maar tevens oprichter en leider van de Magyar Gárda (Hongaarse Garde, een uitgesproken fascistische paramilitaire groep). Het provocerend optreden van deze groep in gemeenten met grote Romaconcentratie, afgekeurd door alle weldenkende mensen, wordt niet ter discussie gesteld door FIDESZ.
- De publieke uitspraak van een politiecommisaris dat alle misdaden (van de laatste tijd) bedreven zijn door zigeuners (Roma's), uitspraak die quasi ongewijzigd werd overgenomen door de propagandamolen van de oppositie.
- Het toenemend aantal onopgehelderde aanslagen tegen Roma's, waarvan reeds 6 met dodelijke afloop, waaronder óók onschuldige kinderen.
- De steeds hardere taal van de president tegen het racisme (de president die tijdens zijn ambtstermijn dikwijls zijn voorkeur voor FIDESZ/afkeur van MSZP niet onder stoelen of banken schoof).
- De openlijke inmengingen in de binnenlandse politiek van buurlanden waar een Hongaarse minderheid aanwezig is. Hierbij moet wel aangestipt worden dat deze landen (vb. Slovakije) zich óók sterk nationalistisch opstellen tegenover deze minderheden!

De strijd om de macht speelt zich af boven de hoofden van de burger. Hem wordt wel om zijn steun gevraagd terwijl zijn noden, een wapen in deze strijd, onveranderd blijven bestaan.
Op de vraag of de bevrijding van het communisme hem beterschap heeft gebracht, en de vraag of de aansluiting bij de Europeese Unie zijn levenssituatie heeft verbeterd, is het antwoord van "Jan met de pet" en "Marie met de schort" onveranderlijk: "Vroeger was het beter!"

In mijn bijdrage van morgen, woensdag 3 juni, geef ik een idee van de bevolkingstijdbom en de levensomstandigheden van de Roma-minderheid.


 

VERDEELD HONGARIJE - vervolg 1

Met Gorbacsov kwam er geleidelijk een versoepeling in het systeem (1980), niet alleen in de Sovjet Unie maar ook in zijn vazallanden. Deze versoepeling opende voor die landen een venster op het "Rijke Westen". Wat ze te zien kregen was luxe en rijkdom waarvan zij slechts konden dromen ... tot in 1989 het communistische systeem ineenstorte en hun droom werkelijkheid werd. Zo dachten zij tenminste in de euforie van de eerste dagen.
Hun droom was evenwel slechts van korte duur!

In een mum van tijd werd Hongarije (zoals alle andere gewezen vazallanden) overrompeld door Westerse bedrijven die dicht bij hun deur nieuwe lage-loonlanden vonden.
Lage-loonkosten betekent niet alleen lage lonen maar tevens de kleinste loon-last: zo weinig mogelijk (geschoolde) arbeiders voor een zo groot mogelijke productie van (kwaliteits)goederen. Hiermee deed de werkloosheid, onbekend in het oude systeem en inherent verbonden aan het kapitalistisch systeem, zijn intrede in de nieuwe democratie.
Bestaande bedrijven werden geherstructureerd, nieuwe bedrijven rezen als paddestoelen uit de grond en de regering strooide met gulle hand subsidies en belastingsvoordelen in de hoop op hoge werkgelegenheid.
De klap van de realiteit kwam onverwacht en hard aan: het vroegere teveel aan arbeidskrachten en onbekwame arbeiders werd in een recordtempo afgevoerd.

De begunstigden van het vroegere systeem en "handige zakenmensen" (?!) waren de eersten, en omzeggens de enigen, om te profiteren van de chaos die volgde op de bruuske ineenstorting van het communistisch systeem en de plotse overgang naar het keiharde kapitalisme.
Het aantal miljonairs en miljardairs (samen met de schandalen) groeide met de dag.
De eenvoudige burger echter, die zich tevergeefs in de wolken had gedroomd, werd met een smak in de realiteit gegooid: stijgende werkloosheid en inflatie maakten van velen in geen tijd armoezaaiers. (Hongaren zijn evenwel handige jongens: klusjes en zwartwerk moest hun verminderd inkomen dan maar aanvullen. Het zwart circuit is hier ongeëvenaard hoog).
Naast de werklozen was er ook het enorm aantal gepensioneerden dat door de inflatie en de stijgende prijzen van goederen en diensten (vooral van electriciteit en verwarming) eveneens in de armoede terecht kwam. Dit is nog steeds de meest kwetsbare groep, temeer daar de meesten moeten rondkomen met een minimumpensioen (gerelateerd aan hun inkomen uit het vroegere systeem) en minder in staat zijn om zich een zwart inkomen te verschaffen.
Geen wonder dat de meesten zegden: "vroeger was het beter!"

Ook op politiek vlak was de chaos totaal.
De overgangsregering bestond hoofdzakelijk uit politiekers van het oud regime, zij het dat zij niet meer communisten waren maar socialisten.
De eerste vrije verkiezingen kwamen er in 1990 waarbij de socialisten werden weggestemd en het MDF (Hongaars Democratisch Front) de regerende partij werd tot 1994. Deze regering was evenwel niet in staat om de snelle sociale neergang om te buigen. De onvrede van het ontredderde volk omwille van de steeds verslechterende levensomstandigheden kwam tot uiting bij de verkiezing in 1994 van een socialistische regering waarin opnieuw de oud-communistische politiekers de plak zwaaiden ("vroeger was het beter"!).

Volgende week vervolg 2.: de extreme politieke polarisatie en de gevolgen op de samenleving.


 

Verdeeld Hongarije

Een verslag over de aanloop van Hongarije naar de Europeese verkiezingen is voor een westerling moeilijk te begrijpen wanneer hij niet op de hoogte is van de voorgeschiedenis noch van de huidige politieke en sociale omstandigheden.
Enkele jaren na de val van het communistisch regime heb ik me in Hongarije gevestigd en heb de evolutie van nabij kunnen volgen. In deze en volgende bijdragen geef ik een ooggetuigeverslag van de drastische en moeilijk te verwerken gevolgen van deze ommezwaai bij de bevolking.

Vóór de val van het communistisch regime waren er drie bevolkingsklassen:

1.de machthebbers en hun aanhang: dit was de héél beperkte groep die in weelde leefde;
2. het ambtenarenapparaat: de grote groep van de bureaucratie met aan de top de rijkelijk betaalde zolenlikkers, en daaronder de goed betaalde "trouwe" medewerkers;
3. de arbeiders: de hele massa die niet tot 1. of 2. behoorde.

De arbeidersklasse had niet te klagen: iedereen had werk, werkloosheid bestond niet. Wie te lui was om te werken werd er toe gedwongen. Het gevolg was dat er te veel arbeiders waren voor te weinig werk, hetgeen leidde tot onverschilligheid inzake de kwaliteit van het werk, wat op zijn beurt leidde tot inferieure produkten.
Het voornaamste was evenwel dat iedereen een loon ontving, waarvan men niet rijk kon worden, maar waarvan men wel degelijk kon leven en eventueel zelfs een Trabantje kopen.
Daanaast was er een onvoorstelbaar grote massa werkonbekwamen ( dokters waren héél soepel inzake "invaliditeit") die leefden van staatsbijstand.

Met andere woorden: weinigen hadden te klagen over het communistisch regime! Zij die wel te klagen hadden waren de ideologische tegenstanders ervan: zij werden wel degelijk gemuilbekt en "onschadelijk" gemaakt. Echter de grote massa was van deze zaken niet op de hoogte en zij die het wel wisten hielden wijselijk hun mond en leefden verder hun eigen onbekommerd leventje tot de val van het regime.
(Gelieve te noteren dat ik geen communistisch ideoloog ben!)

In een volgende bijdrage bespreek ik de dramatische overgang van communisme naar kapitalisme.


 

Hongarije

Marc Demaesschalck begint binnenkort voor ons te bloggen vanuit Hongarije. Bekijk alvast zijn profiel door te klikken op 'Wie schrijft mee aan deze blog.


 

Zoeken op deze blog






Vlaamse blogs