Rook uit de motorkap

  • Gepost op vrijdag 13 juni 2008 om 18:05
  • door De Standaard Online
  • in Geert Ruysschaert

Geert Ruysschaert BP’s Statistical Review of World Energy: we kijken er ieder jaar naar uit. En dit jaar nog iets meer dan anders. Zou dat iets te maken hebben met de olieprijs? Inderdaad, het zwarte goud zit momenteel in uncharted territory. Omgerekend naar dollars van vandaag hebben we de laatste honderdvijftig jaar slechts twee keer een periode meegemaakt waarin de olieprijs naar 100 USD of meer ging. Maar meer dan 135 USD per vat? Neen, dat is nieuw.

Wat opvalt is dat die pieken in het verleden een zeer tijdelijk karakter hadden. Eerst gingen de prijzen verticaal de hoogte in en daarna even verticaal naar beneden. Pure speculatie dus, ingegeven nu eens door het enthousiasme rond de mogelijkheden van olie als energiebron (de zogenaamde Pennsylvania oil boom in de jaren ’60 van de 19de eeuw), dan weer door paniek omtrent een mogelijk tekort aan olie na de religieuze revolutie in Iran (1979-1981).

Ook vandaag gaat de olieprijs quasi verticaal de hoogte in. Speculatie? Wij denken van wel. Al is er wel degelijk een kink in de kabel. De wereldwijde consumptie van olie steeg vorig jaar, de productie daalde. Dat vraagt om spanningen. Los van de politieke spelletjes, waarbij landen hun olierijkdommen zoveel mogelijk in macht proberen te vertalen, hebben heel wat oliebedrijven het knap lastig om hun productie op peil te houden.

Er moeten nieuwe velden aangeboord worden. Die velden zijn er, maar ze liggen vaak diep in zee, waar de exploitatie een stuk duurder is. Dat laatste geldt ook voor de Canadese teerzanden. Daar we sowieso in toenemende mate die nieuwe velden zullen moeten aanspreken om aan de vraag te voldoen, is het logisch dat de olieprijs stijgt, maar daarom niet loodrecht. Gevraagd naar wat dan wel de faire prijs van olie is, krijg je antwoorden gaande van 75 USD tot 250 USD per vat. Het enige relevante aan deze cijfers is dat ze mijlenver uit elkaar liggen. Dat heb je nu eenmaal met speculatie.

Speculatie kan enkel overleven, zolang ze gevoed wordt door grote ideeën. Een ervan is dat er momenteel geen volwaardig alternatief bestaat voor olie als energiebron. Of beter gezegd, een alternatief dat de markt als volwaardig percipieert of erkent. Steenkool is overvloedig aanwezig, maar heeft de reputatie milieuonvriendelijk te zijn. Rond kernenergie hangt dan weer een taboe, al vertoont dat taboe de laatste tijd aardig wat barstjes. En biobrandstoffen – toch degene die we nu commercialiseren – doen zowel naar milieu-efficiëntie als ethische gevolgen  steeds meer vragen rijzen. Olie en gas zijn dus nog steeds incontournable.

Anderzijds  zijn er de haperingen in het marktmechanisme. Normaliter zou je kunnen veronderstellen dat naarmate de olieprijs stijgt, de vraag gaat dalen. Ofwel omdat mensen overschakelen op alternatieven (al is het maar als aanvulling), ofwel omdat ze simpelweg minder gaan verbruiken. In Europa en Japan zien we inderdaad een dalende olieconsumptie.

Maar in een land als China blijft de olieconsumptie fors stijgen. Subsidies houden er de olieprijs kunstmatig laag. De Chinese  consument voelt de internationale prijsstijgingen niet en blijft dus gewoon consumeren. Logisch, maar het kan er wel voor zorgen dat de olieprijs zelf zwaar in het rood gaat. Vergelijk het met een oververhitte automotor. Als het wijzertje op uw instrumentenbord stuk is, zal u pas merken dat er iets niet klopt wanneer er rook uit de motorkap komt.

De oververhitte olieprijs versterkt de wereldwijd stijgende inflatie. De aandelenmarkten gruwen hiervan. Zij hadden al af te rekenen met een economische groeivertraging en een kredietcrisis en daar krijgen ze nu nog eens de inflatie bovenop. Die duwt de intrestvoeten en financiële lasten omhoog en  bedreigt de winstmarges. Na een mooie remonte gekend te hebben in april, zijn de beurzen sinds de tweede helft van mei terug gecorrigeerd.

Ze moeten nu door de smalle en gevaarlijk kloof tussen recessie en inflatie door. Enige ontspanning op de oliemarkt zou daarbij bijzonder welkom zijn. Speculatie vaststellen is een ding, voorspellen wanneer ze ophoudt een ander. Herinner u Greenspan, die in het najaar van 96 de beurzen “irrational exuberance” aanwreef. Gelijk had hij, maar om gelijk te krijgen moest hij wel nog meer dan drie jaar wachten.

Geert Ruysschaert, aandelenanalist Fortis Bank.


 

Reacties

 Vermeulen Jean-Paul zei op 6 juli 2008 om 12:01

Ik heb mijn aantal km per jaar drastisch verlaagd, door bv. ritten te combineren, ook wat discipline hebben, enz...
Nieuwe tip: hoe lichter de wagen hoe kleiner het verbruik. Ik ga nu ook proberen flink te vermageren. 't Is nog gezond ook.



Beursblogs