Cusco - The Sacred Valley

De volgende ochtend was er van het slechte weer niets meer te merken: stralende zon en aangename temperaturen. Na het ontbijt gingen we op verkenning door Cusco. Eerste opdracht: een reisagentschap zoeken voor onze trektocht naar Machu Picchu. De officiêle Inca-trail konden we ons niet veroorlovendus gingen we op zoek naar een leuke, alternatieve optie. Het eerste agentschap waar we ons licht gingen opsteken was Inka Time, een professioneel ogend bedrijfje dat bovendien ook nog eens outdoor-materiaal verkocht. Toevallig hadden wij de avond voordien nog beslist om nieuwe rugzakken en regenkledij te kopen voor de trekking naar Machu Picchu... hadden wij eventjes geluk! (dachten we, waarover later meer :p).
We kregen twee opties voorgeschoteld: de jungle-trail en de Salkantay-trail. Na de nodige besloten we dat de Salkantay-optie echt iets voor ons was: een trektocht van 5 dagen / 4 nachten met 3 overnachtingen in een tent en eentje in een hostal. De tocht zelf (in totaal zo'n 65-tal km) zou ons tot op 4600m hoogte brengen (te voet wel te verstaan :p) en de laatste dag konden we dan genieten van het hoogtepunt van deze trail: Machu Picchu! Als klap op de vuurpijl konden we zelfs de volgende dag al vertrekken! Om toch maar geen overhaaste beslissingen te nemen, bezochten we nog een aantal andere agentschappen, maar die waren of te duur of konden pas binnen enkele dagen een trekking aanbieden. Een verleidelijk aanbod was de mogelijkheid om de echte Inca-trail te kunnen doen en dat voor 'maar' $290. Bovendien konden we al over vier dagen vertrekken, maar uiteindelijk bleven we toch bij onze eerste keuze: Salkantay (want wij vinden het oh zo leuk om 5 dagen af te zien :p).

Uiteindelijk, na veel wikken en wegen, kozen we voor Inka Time. We besloten om toch nog een dag te wachten voor we aan deze uitdaging zouden beginnen. Sangita voelde zich niet echt tiptop in orde (wat toch een must is) en bovendien konden we van deze extra dag gebruik maken om de Heilige Vallei rond Cusco te bezoeken (met een heleboel interessante Inca sites). We kochten er alvast een rugzak en regenkledij en gingen daarna op zoek naar een rugzak voor Sangita. Dankzij het vele heen-en-weer geloop tussen de verschillende agentschappen hadden we ook al wat van de stad zelf gezien en het moet gezegd worden: Cusco is prachtig! Een schitterende Plaza de Armas (centraal plein), mooie koloniale gebouwen, gezellige sfeer en heel veel leuke, kleine (maar ook steile, aaargh!) steegjes. Eigenlijk kunnen we maar over 1 aspect van de stad negatief zijn, namelijk het feit dat toeristen constant opgejaagd worden door souvenir-verkopers, massage-aanbiedingen (minstens 100: massage señor/señorita?) en dergelijke. Verschrikkelijk! Geen minuut rust heb je... of toch wel, als het begint te regenen Maar zelfs dan staan er een paar slimmeriken met ponchos te leuren. Ach ja, je kan het die mensen niet kwalijk nemen natuurlijk . Na een hele dag Inca-trail-shoppen besloten we om 's avonds te gaan eten in een vegetarisch/peruviaans restaurantje waar we een menu met voor- en hoofdgerecht voor maar 7 PEN (een kleine €2) konden bestellen. En het bleek nog lekker te zijn ook! Daarna gingen we nog iets gaan drinken in een kunstzinnig ingericht cafeetje. Veel volk was er niet (weinig toeristen in Peru tijdens het regenseizoen) en dus speelden ik en Sangita een spelletje UNO, the Africa-edition, zalig! We raakten toch nog aan de praat met een Amerikaan die voor een paar dagen in Cusco was.  Dan gauw terug naar het hostel, want de volgende dag moesten we al vroeg uit de veren voor onze uitstap naar de Heilige Vallei (op eigen houtje, zonder touroperator).

De dag nadien gingen we al vroeg op weg richting bushalte. We waren nog maar net aangekomen bij de terminal of de chauffeurs waren al bijna met op de vuist gegaan om ons in hun busje te krijgen. Na wat geroep en getrek zaten we veilig op een collectivo richting Pisac, onze eerste stop van de dag. Daar aangekomen namen we een taxi naar de hoger gelegen ruînes. Onderweg moesten we wel nog even stoppen om onze toegangstickets te kopen. Een onaangename verrassing, want ze bleken verschrikkelijk duur te zijn (spijtig genoeg zijn we geen studenten meer *snif*). Aangekomen bij de ruînes bezochten we eerst het bovenste gedeelte. We waren jammer genoeg niet de enige toeristen die van deze Inca-site kwamen genieten, maar gelukkig zaten wij niet in een grote groep... we konden met ons tweetjes zelf de ruînes verkennen. Via de 'Tunnel van de Poema' kwamen we aan bij de lager gelegen resten van die Inca-heiligdom. Net op dat moment begon het te gieten... lang leve het regenseizoen. Gelukkig hadden we onze ponchos bij de hand en bleven we toch behoorlijk droog. Na een paar minuutjes te hebben geschuild onder een afdakje samen met 100 andere toeristen beseften we dat het hier niet om een gewoon regenbuitje ging en trotseerden we dapper de regen om de rest van de ruînes te bezoeken. Gelukkig stond onze taxi ons iets lager al op te wachten en deze bracht ons terug naar het dorpje.
Daar konden we al bijna onmiddellijk met een andere collectivo richting Ollantaytambo. Ook daar konden we een indrukwekkend Inca-fort bewonderen. We bezochten eerst de 'Baño de la Prinsesa' en ook een soort thermencomplex, Inca-style! Net toen we begonnen aan de klim naar de top van de ruînes begon het nog maar eens te gieten (en echt wel GIETEN). Opnieuw bewezen onze ponchos hun nut en konden we ons bezoek toch nog zonder problemen verder zetten. Dan ging het terug richting terminal voor een collectivo naar Maras. Ook deze rit verliep heel vlot, behalve dat we 4km buiten het dorp werden gedumpt. Daar stonden wel taxi's te wachten die ons naar het amfitheater van Moray kon brengen. Na heel wat onderhandelen konden we dan toch vertrekken (vermoeiend, dat afdingen). De rit voerde ons door een fantastisch landschap met velden, omgeven door besneeuwde bergtoppen.
Eenmaal aangekomen bij het amfitheater, een complex geheel van terrassen die voor landbouw gebruikt werden, stopte het eindelijk met regenen en brak de zon zelfs door. We daalden af in het amfitheater (niet zonder gevaar!) en maakten een heleboel foto's. Een beetje verder lagen nog twee andere, iets kleinere en minder goed bewaard gebleven amfitheaters. De combinatie van deze Inca-site en het omliggende landschap bood echt een adembenemend spektakel.
Helaas hebben we van deze hele dag geen foto's meer, omdat onze camera met geheugenkaartjes (!!!!!) enkele dagen later gestolen werd... waarover later meer.

De taxi bracht ons vervolgens terug naar de bushalte en alweer hadden we geluk en kwam er na vijf minuten al een bus voorbij die ons mee kon nemen naar Cusco. Een prachtige dag met heel wat mooie Inca-ruînes!!
Bij aankomst in Cusco moesten we eerst nog wat inkopen gaan doen voor onze trektocht (powerfood!) en daarna zijn we nog iets gaan eten in alweer een ander vegetarisch restaurantje. (jawel, veel vegetarische restaurantjes in Cusco, zalig!) Terug aangekomen in het hostel hadden we nog heel wat tijd nodig om onze rugzakken klaar te maken voor de Salkantay-trek, zodat we uiteindelijk pas om middernacht in ons bed lagen. We waren dus uitstekend voorbereid om de volgende dag om 4u op te staan voor het begin van onze trektocht naar Machu Picchu, waarover meer in onze volgende blog!
 

La Paz - Copacabana - Lago Titicaca

Over onze eerste dag in La Paz kunnen we kort zijn: na het zoeken van een hostel gingen we naar een internetcafe om onze blog bij te werken. Hier waren we enkele uren zoet mee (zie vorige blog :p). 's Avonds zijn we in een kleine bistro gaan eten: lekker mexicaans eten en als dessert een eeeenooooormmmmmeeee chocoladecake. Sangita moest er zelfs de helft van laten liggen! (en als vrouw een stuk chocoladecake laten liggen, beschouw ik als een persoonlijke nederlaag)
De volgende ochtend wouden we toch even rondkijken om te zien of er nog een ander hostel was dat ons meer aansprak (we waren wel tevreden, maar de avondklok van 12u 's nachts stond ons niet aan :p). We maakten van de gelegenheid gebruik om alvast een deel van La Paz te verkennen. Eigenlijk is La Paz gemakkelijk in 1 woord te beschrijven: CHAOS! Auto's, heeeeel veeeeel busjes en massaal veel mensen op straat. Doe daar nog een scheutje verkiezingen bij (waarbij de politie met enorme machinegeweren door de straten paradeerde) en je hebt een beetje een idee over de drukte in La Paz. De zoektocht naar een hostel was geen succes, want overal was het duurder... en dat voor minder service!
's Middags aten we in een vegetarisch restaurant met een enorm, superlekker buffet! We moesten ons bijna naar buiten laten rollen na het eten. In de namiddag was het tijd voor één van de belangrijkste momenten van deze reis (voor jullie dan toch): souvenirs kopen!! Na een hele middag shoppen, gingen we meteen naar het postkantoor om alles naar België op te sturen (het is al toegekomen en staat onder de kerstboom... en mag pas geopend worden als wij terug zijn!!). 's Avonds hebben we gewoon broodjes gegeten op de kamer en zijn dan vroeg gaan slapen.
De volgende ochtend zijn we om 6.30 opgestaan om zo vroeg mogelijk de bus naar Tiwanaku te kunnen nemen, om zo de grote hordes toeristen voor te zijn en om zoveel mogelijk uit onze dag te kunnen halen. Uiteindelijk zaten we rond 7.30 als sardientjes op elkaar gepropt in een klein busje (lokaal vervoer, leuk!) richting de ruines van Tiwanaku. Daar eenmaal toegekomen konden we aansluiten bij een groepje Amerikanen die een gids hadden ingehuurd om meer uitleg te geven over dit heiligdom. De rondleiding was interessant en indrukwekkend. Deze beschaving ging vooraf aan de Inca-beschaving en heeft enkele duizenden jaren over grote delen van Zuid-Amerika geheerst. Ze bouwden onder andere indrukwekkende tempels, waarbij ze rekening hielden met de stand van de zon tijdens de verschillende seizoenen. De precizie die daarbij aan de dag werd gelegd is fascinerend. Ook een groot deel van de Incaroutes zijn eigenlijk eerst door de Tiwanaku aangelegd en pas daarna door de Incas uitgebreid. Helaas kunnen we jullie geen foto's laten zien, want onze camera werd een paar dagen geleden gestolen... en daarbij zijn heel wat foto's verloren gegaan :'(. De musea konden we maar gedeeltelijk bezichtigen door een elektriciteitspanne.
Daarna keerden we met een busje terug naar La Paz en gingen nog eens eten in het vegetarisch restaurant. Daarna bleef er enkel nog een beetje tijd over om de laatste souvenirs te kopen en zijn we 's namiddags nog uit La Paz vertrokken naar Copacabana. We wouden namelijk uit La Paz weg zijn voor de stad hermetisch afgesloten werd voor de verkiezingen.
De weg naar Copacabana was heel erg mooi en bij aankomst aan het Titicaca-meer konden we genieten van een prachtige zonsondergang (helaas, ook geen foto's, boehoe). Een uurtje later kwamen we dan aan in Copacabana, de bus stopte zelfs vlak aan ons hostel! Nog snel een hapje eten en dan nog iets gaan drinken in een plaatselijk cafétje. Wegens geldgebrek moesten we ons beperken tot één drankje.
Zondag, dag van de verkiezingen! Tot onze grote verbazing was Copacabana niet volledig dood en konden we zelfs een aantal reisagentschappen aflopen om te informeren voor een tochtje naar de Isla del Sol in het Titicacameer. Ook beklommen we een steile berg (een voormalige Inca-sterrenobservatiepunt) vanwaar we een prachtig uitzicht hadden over het dorp, het meer en de bergen (snif, zo mooi en geen foto's) en twee kleine Inca-ruines (niet zo indrukwekkend).
Aangezien het prachtig weer was, hebben we de rest van de dag aan het meer doorgebracht, zalig! ´s Avonds nog eens Mexicaans gegeten (onze nieuwe verslaving)... en dan bedje in!

De volgende ochtend moesten we al om 8.15 aan de oever van het meer staan om daar een bootje naar Isla del Sol te nemen. De dag begon al heel Boliviaans, want de boot vertrok met een half uur vertraging (wat naar Boliviaanse normen nog normaal is :p). Daarna ging het met een slakkegangetje richting het noordelijk deel van het eiland, een tocht van zo'n 2,5 uur. Onderweg genoten we van het mooie weer en het mooie landschap... nu ja, eigenlijk waterschap. Daar aangekomen bezochten we eerst een heeel klein museum over de 'gezonken stad' die vlak bij het eiland teruggevonden is. Daarna ging het onder begeleiding van een gids naar een Inca-tempel op het meest noordelijke punt van het eiland. Vlakbij was ook een rots waar de Inca's magische krachten aan toeschreven en een offertafel. We kregen een zeer interessante uitleg over de ligging van deze offertafel tov de zon tijdens de verschillende zonnewendes (21 juni en 21 september) en de bergen waartussen de zon zich bevindt tussen deze twee zonnewendes. Afin, redelijk ingewikkeld om uit te leggen maar indrukwekkend hoe ze die positie zo precies konden bepalen.

Na het bezoek hebben we nog snel iets gegeten (broodjes met kaas!) en zijn dan naar het zuiden van het eiland gewandeld. Een mooie, maar ook intensieve wandeling (bergen, jawel, ook op dat eiland!).

Na een goeie twee uur kwamen we aan bij het haventje vanwaar onze boot terug naar Copacabana zou varen. Ons plan was om toen gauw naar de bank te gaan om wat geld af te halen, want we hadden geen cash geld meer. Jammer genoeg was de bank net die dag gesloten (op een maandag, schandalig!) en waren er nergens bankautomaten (abnormaal voor zo'n toeristisch plaatsje). We zijn toen een vijftal hotels afgelopen in de hoop dat we daar met onze VISA-kaart wat geld konden afhalen, zonder succes! (zelfs niet met een commissie, de gierigaards) Dan hebben we maar al onze Euro's, Dollars en Argentijnse Pesos bij elkaar gezocht en die gaan wisselen in een wisselkantoortje. Daarmee konden we nog net ons hostel en het avondeten (een afschuwelijke pizza) betalen. Voor de bus hebben we een regeling moeten treffen waarbij we pas bij aankomst in Puno (Peru) moesten betalen. HANDIG!


We vertrokken de volgende ochtend om 10.30 met de bus richting Cusco, met een tussenstop in Puno om over te stappen op een andere bus. Daar moesten we de buschauffeur nog een fooi geven, omdat hij ons 'op krediet' tot in Puno had gebracht (bende afzetters). Gelukkig verliep de rest van de reis zonder problemen en kwamen we rond 19h30 aan in het regenachtige Cusco (hallo regenseizoen!). Samen met twee meisjes uit Nieuw-Zeeland kropen we in een mini-taxi (echt, supermini!) richting hostel.

We hadden nog net energie genoeg om te gaan eten in een Hare Krishna - restaurantje (helaas, een tegenvaller dit keer) en kropen daarna uitgeput ons bed in.



Meer over Cusco en de Salkantay-trek naar Machu Picchu in onze volgende blog!


 

Santa Cruz - Samaipata (condor troubles!)

De busreis naar Santa Cruz zal in ons geheugen gegrifd staan als de meest onaangename lange-afstandsrit van onze reis (tot nu toe :p). Het begon al in de busterminal van Sucre. We wouden onze busrit ofwel bij Bolivar, ofwel bij Copacabana boeken. Aangezien de bus van Copacabana al volzet was, besloten we om snel naar het kantoortje van Bolivar te gaan om daar een plaatsje te reserveren. Achteraf bleek echter dat we bij een andere maatschappij hadden geboekt, eentje die niet in onze gids stond… en we kwamen er al snel achter waarom: een oude, gammele bus zonder slaap-zetels (semi-cama dus) moest ons veilig en wel tot in Santa Cruz brengen. Er waren geen voorzieningen op de bus (tv, wc, …) en ook de weg zelf was hobbelig en stoffig, waardoor we nauwelijks konden slapen. Onderweg moesten we dan ook nog eens aan de buschauffeur vragen om toch tenminste één keer te stoppen, zodat Sangita naar de wc kon gaan (blijkbaar moeten Bolivianen niet vaak naar de wc :p).

Rond half acht de volgende ochtend kwamen we aan in het zwoele Santa Cruz. Een taxi bracht ons naar hostal Bolivar, vlakbij de centrale plaza. Een leuk, proper hotelletje met een mooie binnenplaats en de ventilator op de kamer was zeker geen overbodige luxe. Na een broodnodige douche brachten we eerst onze kleren naar de lavanderia. Daarna gingen we op zoek naar een reisagentschap die ons naar het Nationaal Park van Amborro kon brengen. Tijdens onze zoektocht kregen we ook al een eerste indruk van Santa Cruz en die was niet bepaald positief: weinig bezienswaardigheden, veel gesloten winkels (en dus ook reisagentschappen) en zwoel, onaangenaam weer. Het enige reisagentschap dat toch open was, kon ons niet overtuigen en was bovendien veel te duur. Na een korte zoektocht op het internet besloten we om de volgende dag door te reizen naar Samaipata, een klein dorpje in de buurt van het Nationaal Park van Amborro. Daar hadden we veel meer keuze voor leuke excursies en wandelingen. We wouden Santa Cruz toch nog een kans geven en gingen op verkenning door de stad. Al gauw bleek dat ook alle musea gesloten waren en zelfs het stadspark was volledig afgezet voor werken, leuk! Daarna probeerden we nog op zoek te gaan naar extra kledij voor een rondreis door het Nationaal Park (t-shirts met lange mouwen,…) maar tevergeefs… Zelfs ons avondmaal werd geboycot, want de twee vegetarisch restaurantjes in Santa Cruz waren alle twee ‘s avonds gesloten. GA NOOIT NAAR SANTA CRUZ OP ZATERDAG!! (of ga gewoon niet :p) Uiteindelijk hebben we wel nog lekker gegeten in een ‘crêperie’ en zijn daarna vroeg naar bed gegaan. Een dag en een stad om snel te vergeten.  

De volgende ochtend gingen we met onze rugzakken op weg richting taxi-standplaats voor de rit naar Samaipata. Samen met een Engels koppel (die een rondreis van 8 maanden maken, de gelukzakken!) deelden we een taxi en kwamen 3uur later aan in het mooie, rustige Samaipata. Op aanraden van Rebecca en Marc boekten we een kamer in La Posada del Sol. Een voltreffer, want de kamers waren proper, er was Internet, dvd’s en blijkbaar was het ontbijt er legendarisch! Enige minpuntje: de muggen! Maar ja, in zon’n tropische omgeving hadden we niets anders verwacht J. De eigenaars van het hostel boden zelfs aan om contact op te nemen met een lokale gids om de verschillende trekking-mogelijkheden in de omgeving te bespreken. Een uurtje later zaten we met Rufo (de gids) aan tafel. Hij raadde ons een 2-daagse condor-trekking aan en daarna een wandeling van 1 dag door het Nationaal Park van Amborro. Aangezien wij al een paar keer vruchteloos op ‘condor-jacht’ waren geweest en zowel de gids als Trent (de eigenaar van het hostel) beweerden dat dit de ideale plaats was om condors van dichtbij te kunnen spotten, besloten we op zijn voorstel in te gaan. Het grote voordeel was dat we de volgende ochtend al konden vertrekken. Die avond maakten we eerst en vooral onze rugzakken klaar voor de twee-daagse condortrekking en gingen daarna op zoek naar een leuk restaurantje om iets te eten. We kwamen terecht in een klein en gezellig eetcafeetje aan de plaza. Helaas was de bediening ondermaats en na lang wachten had ik een falafel-burger i.p.v. een vegetarische hamburger gekregen (gelukkig alletwee vegetarisch :p). Sangita moest nog iets langer wachten, maar kreeg wel het juiste gerecht voorgeschoteld. Ach ja, het was lekker en dat is uiteindelijk het voornaamste :p.  

De volgende ochtend moesten we om 7u klaar staan voor vertrek. Trent had ervoor gezorgd dat het ontbijt al klaarstond. Het ontbijt had heel wat lekkers in petto, alleen spijtig dat je voor al die extraatjes moest bijbetalen! Het basisontbijt (inbegrepen in de prijs) was wel lekker, maar simpel. We bestelden nog pannekoeken en een schaal vers fruit en toegegeven, het was echt lekker! De zon scheen, geen wolkje aan de lucht… het ideale weer voor condors volgens gids, joepie! Daarna gingen we per jeep op weg naar het gebied waar we naar condors op zoek zouden gaan. Na een rit van drie uur kwamen we aan bij de voet van de berg die ons naar de ‘Mirador de los Condores’ zou brengen, een stevige klim van ongeveer 3 uur. Onderweg konden we genieten van prachtige, groene berglandschappen (als ons zweet tenminste het zicht niet vertroebelde :p)… echt een mooie klim, waarbij we onderweg zelfs al een aantal condors (welliswaar vanuit de verte) te zien kregen. We zagen het al helemaal zitten! Maar aangekomen bij onze kampeerplaats (in het midden van een bos, spannend!) begon de bewolking toe te nemen en tegen dat we, gewapend met een verrekijker, aan de Mirador de los Condores waren aangekomen, was er van het prachtige weer niets meer te merken. Wind, wolken… en uiteindelijk zelfs regen! En laat dat nu net het type weer zijn waarbij de condors het laten afweten… jawel, de vloek van de condor slaat opnieuw genadeloos toe. Ik en Sangita bleven nog even op de uitkijk terwijl onze gids (en nog een extra drager) alvast de tenten gingen opzetten en voor vuur zouden zorgen. We zagen nog één condor (in de verte) voorbij vliegen, meer niet! Na een uurtje keerden ook wij terug naar onze kampeerplaats, waarbij er kort paniek ontstond omdat we niet meer wisten in welk stuk bos we moesten zijn :p Gelukkig wees de rookpluim van ons kampvuur ons de weg en kwamen we veilig bij de tent aan. Nog even helpen om de buitentent op te zetten en ons nestje voor die nacht was klaar. Ondertussen was het ook harder beginnen regenen… en het is blijven regenen tot ‘s avonds. Gezellig, nietwaar? We waren ook niet voorzien op slecht weer (bezigheidsgewijs bedoel ik dan) en dus hebben we ons nogal zwaar verveeld. Enkel het spaghetti koken op het kampvuur (ongelooflijk lekker, echt waar!) en filosoferen met onze gids bij het kampvuur bracht nog enige afleiding. Om 21h besloten we dan maar om te gaan slapen, in de hoop dat het de volgende dag beter weer zou zijn. Wonder boven wonder hebben zowel ik als Sangita goed geslapen die nacht (ondanks de hard ondergrond) en waren we al helemaal klaar voor een tweede poging condor-spotting. Helaas was het weer nog steeds slecht: veel wind en wolken, maar we besloten om toch ons geluk te beproeven. Resultaat na drie uur wachten: één condor van behoorlijk dichtbij en een stuk of drie condors heel ver van ons vandaan (met moeite zichtbaar door de verrekijker).

Ok, toegegeven, we hebben condors gezien… maar niet zoals het ons beloofd was! Maar ja, het weer heb je helaas niet onder controle. Daarna braken we de tenten af en begonnen aan de afdaling richting jeep, alweer een ´condor-teleurstelling’! De namiddag was uiteindelijk toch nog geslaagd toen we bij de watervallen van ‘La Pacha’ aankwamen, een schitterende 70m-hoge waterval gelegen in een kleine oase van groen en rust. Terwijl de gids en drager op zoek gingen naar een middagmaal, namen ik en Sangita een frisse duik in het meertje bij de waterval. Frisjes, maar zalig!! Iets minder zalig waren de teken die bij bosjes uit de bomen vielen en zich aan onze lijven vastklampten. We dachten dat we in de schaduw van de bomen veilig waren voor de zon, maar blijkbaar zijn er nog een heleboel andere gevaren waar we geen rekening mee hadden gehouden. Maar bon, dat mocht de pret niet bederven en het maakte toch een deel van de teleurstelling goed.

Na een stevige lunch (jawel, gekookte aardappelen in de schil met gekookte eieren) keerden we met de jeep terug naar Samaipata. Onderweg reden we nog door een dorpje waar ook Ché Guevarra regelmatig vertoefde (en naar het schijnt zelfs een zoon verwekte!). Rond een uur of half zeven kwamen we aan in het hostel en gingen we nog gauw iets gaan eten in ‘La Tierra Libre’, een aanrader! Daarna gauw ons bed in om nog wat bij te slapen voor onze trekking door Parque Nacional Amborro.   De volgende ochtend was het weer echter niet al te best (toch tof, zo’n regenseizoen): veel wind en wolken en zelfs af en toe een spatje regen. Toen Trent ons dan ook nog eens kwam vertellen dat er morgen nog veel meer slecht weer verwacht werd en dat er zelfs gevaar bestond dat de wegen zouden afgesloten worden, besloten ik en Sangita om onze trektocht door Amborro af te lasten en diezelfde dag nog naar La Paz te vertrekken. We wouden niet het risico lopen om 2 of 3 dagen in Samaipata vast te zitten, zeker omdat de tijd zo langzaam aan toch een beetje begint te dringen. Trent was niet zo blij met de beslissing (alhoewel hij ze zelf veroorzaakt had), omdat nog één andere gast met ons mee zou gaan naar Amborro. Uiteindelijk kon ook voor die man een oplossing geregeld worden en begonnen wij aan de voorbereidingen voor ons vertrek: snel rugzakken maken, een kleine lunch en dan de taxi in richting Santa Cruz.

Rond half vier waren we in de busterminal en om 16h konden we al de bus nemen richting La Paz. En eindelijk hadden we eens geluk met de bus: mooie zitplaatsen, veel ruimte en jawel… ligplaatsen!! Dat konden we wel gebruiken voor deze busrit van ongeveer 18u. Met een half uurtje vertraging gingen we dan op weg naar La Paz. Enige minpuntje op de bus: geen verwarming, waardoor we ‘s nachts nauwelijks konden slapen! Blijkbaar hadden net iets minder geluk met deze bus dan dat we oorspronkelijk dachten J. Toen dan ook nog eens de wc op de bus defect bleek te zijn, werd het laatste uur van de rit een echte nachtmerrie voor Sangita! De enige twee mogelijkheden om te plassen waren: op een smalle strook gras tussen twee heel drukke straten (met ochtendspits!!) of…. de broek. Uiteindelijk heeft Sangita haar schaamte opzij gezet en is ze op de strook gras naar de wc gegaan, met waarschijnlijk veel aandachtige toeschouwers :p Rond half acht kwamen we uiteindelijk aan in de busterminal van La Paz en namen daar de taxi richting centrum.   Meer spannende bus- en plasverhalen in onze volgende blog … en ja, we zijn nu helemaal bijgewerkt (na zes uur internetcafé… leuk, zo’n blog! :p)


 

3-daagse rondreis door de Jalq'a vallei

Woensdag ochtend kwam Lorenza een half uur te laat toe aan ons hostel, dat begint al goed dachten wij… maar bleek dat heel de stad afgezet was voor de wielrenners van de Zuid-Amerikaanse spelen. We namen een taxi en probeerden toch zo dicht mogelijk bij de bus/vrachtwagen halte te komen. Wat niet evident was maar een vriendelijke agent en wat omwegen later was het dan toch gelukt. Eenmaal daar aangekomen bleek er geen bus te zijn en zagen we de vrachtwagen waarmee we zouden reizen, de laadbak zat al vol met mensen! Eerst werd ons verteld dat de vrachtwagen pas om 12 uur zou vertrekken door de wielrenners in de stad. Gelukkig konden we na een klein half uur toch al vertrekken. Nog een kleine omweg via de parking van de luchthaven en we waren onderweg naar Chataquila. We hadden weinig plaats in de overvolle laadbak en de weg was in erg slechte staat maar al bij al viel onze eerste reis per vrachtwagen goed mee. We waren de enigste toeristen en een paar nieuwsgierige (maar erg sympathieke) locals knoopten een gesprek met ons aan.

Na 2 uur rijden kwamen we aan in Chataquila, waar de wandeling richting de rotsschilderingen van Incamachay begon. Onze bagage dumpten we eerst achter wat stenen en daarna wandelden we langs prachtig landschappen. Al gauw kregen we de krater van Maragua te zien. De wandeling naar de rotsschilderingen ging heel vlot, het was dan ook voornamelijk bergaf. Tijdens de wandeling vertelde Lorenza ons over allerlei (gekke) gewoontes  in kleine bergdorpjes. Bijna aangekomen bij de rotsschilderingen van Incamachay werden we begeleid door een jong tienermeisje (die spijtig genoeg niet naar school gaat) en eenmaal aangekomen hebben we lekker geluncht onder de rotsschilderingen. De rotsschilderingen waren indrukwekkend maar het waren er toch iets minder dan verwacht. Daarna zijn we ook nog naar de rotsschilderingen van Pucamachay gegaan. We namen een short-cut en moesten via een heel stijle rotswand (ja mama zonder beveiliging) en erg smalle weggetjes langs diepe afgronden naar boven klimmen. Maar zoals je kan lezen, zijn we nog levend en wel onze blog aan het bijschrijven Deze rotsschilderingen waren heel anders en minder goed bewaard omdat ze heel wat ouder zijn. Hoe oud beide rotsschilderingen zijn weet men niet precies, ze worden geschat tussen de 1500 en 2000 jaar oud. Daarna namen we dezelfde weg terug, 2,5 uur wandelen alleen maar bergop! We waren blij toen we eindelijk terug bij de hoofdweg aankwamen. Daar namen we een oude incaweg (deze keer alleen maar naar beneden, oef!) richting Chaunaca waar we de nacht zouden doorbrengen. Dit was nog eens 2 uur wandelen langs prachtige landschappen.

Tevreden maar uitgeput kwamen we aan in het kleine dorpje. Lorenza had ons gewaarschuwd dat onze slaapplaats basic zou zijn… en dat was ze ook! We kwamen aan bij een boerengezin en Lorenza leidde ons via het aardappelveld naar onze slaapplaats. Deze was toch net iets meer basic dan verwacht. Onze matrassen bestonden jute zakken gevuld met stro en daarnaast lagen rollen prikkeldraad en bovendien stonk het er verschikkelijk. En het toilet… daar zullen we maar over zwijgen, bah! We werden er wel vriendelijk ontvangen en hebben samen met de inwoners een pintje gedronken, wat coca blaadjes gekauwd en daarna nog wat spaghetti gekookt. Toen we wouden gaan slapen werden, we geconfronteerd met onze huisgenoot, een reusachtige spin! Na een achtervolging met onze schoen konden we dan eindelijk gaan slapen.  

De volgende dag zijn we vroeg opgestaan om naar Maragua te wandelen. Het was een echte kennismaking met het leven op het platteland in Bolivia. Het was een pittige wandeling van 3 uur die vooral steeg maar, het uitzicht was prachtig. Onderweg kwamen we kinderen tegen die achter snoepjes vroegen, hier waren we niet op voorzien en onze koekjes waren dan ook veelste snel op waardoor we andere kinderen moesten teleurstellen.  Eenmaal aangekomen in Maragua konden we ons opfrissen bij een waterval. Net op dat moment kwam een groep schoolkinderen voorbij. Gelukkig had Lorenza nog koekjes bij en ze stonden al snel allemaal rond haar te duwen en te trekken. Toen we daarna naar beneden klommen richting de waterval bleven ze heel geïnsteresseerd kijken hoe we ons in de waterval wasten. Na een paar uurtjes luieren in de zon waagden we ons terug naar boven. Een serieuze klim die ons behoorlijk wat moeite kostte. De meisjes die naar ons aan het kijken waren moesten verschikkelijk lachen met onze onhandigheid. We kregen nog een typisch Boliviaanse lunch (gekookte aardappels in de schil met gekookte eieren) aangeboden in het ziekenhuis van het dorp, waar een familielid van Lorenza woonde en daarna wandelden we verder naar Niñu Mayu. Het eerste deel van onze wandeling was een pittige klim, maar we kregen gelukkig wat hulp van Fransico en zijn ezel die onze bagage droeg. Zo’n 3 uur later kwamen we moe en stijf in het dorpje aan. Onze slaapplaats zag er toch al beter uit dan de vorige. Eerst gingen we nog kijken naar dinosaurus-afdrukken, de ene al wat beter zichtbaar dan de andere, maar toch vrij indrukwekkend. ‘s Avonds kregen we nog maar eens een typische Boliviaanse maaltijd van het platteland. Tarwesoep en gekookte aardappels in de schil met gekookte eieren. En we kregen zelfs een echte matras om op te slapen!  

‘s Ochtends kregen we nog een typisch ontbijt: tarwesoep en gebakke tarwe (echt wel lekker!) en ontmoetten we opnieuw Fransico met zijn ezel die om naar school te gaan dezelfde richting uit moest als wij, waardoor we weer konden profiteren van de voordelen van een ezel. De wandeling richting Potolo viel heel goed mee, weer een wandeling van zo’n 3 uur maar deze keer voornamelijk bergaf. Het laatste deel van de wandeling moesten we wel in lichte looppas afleggen, omdat we anders onze vrachtwagen die naar Sucre ging niet zouden halen. Eenmaal aangekomen bleek de vrachtwagen te vroeg vertrokken te zijn, maar gelukkig kwam er een uur later nog een andere langs. Toen het begon te regenen werden we door een local thuis ontvangen met een tas thee en een bord witte mais.

De terugreis met de vrachtwagen verliep minder vlot, want na een uurtje begon het te gieten. De vrachtwagenchauffeur gaf ons een groot blauw zeil om onder te schuilen. We zaten allemaal dicht bij elkaar en hielden het zeil boven onze hoofden vast. Maar al na een paar minuten werd de laadbak van de vrachtwagen kleddernat en werd het erg moeilijk om droog te blijven. Ook werd het heel warm onder het zeil waardoor we het erg benauwd kregen en ik kreeg ook nog last van reisziekte. Heel gezellig dus! We waren dan ook blij toen we 2 uur later eindelijk toekwamen in Sucre. Eenmaal terug aangekomen bij ons hostel (waar we onze grote rugzakken hadden achter gelaten) hebben we ons nog een beetje opgefrist, iets gegeten en zijn daarna met de bus naar Santa Cruz vertrokken.


 

Sucre

Na een busreis van 3 uur in een oude bus met heel weinig beenruimte (een taxi naar Sucre was maar 1 euro duurder geweest, stom!) kwamen we in de namiddag aan in Sucre. Een hostel hadden we deze keer heel snel gevonden, het Pachmama hostel zag er heel gezellig uit en was bovendien niet duur. Later gingen we de stad in op zoek naar reisagentschappen die open waren (het was namelijk zondag) en ‘s avonds zijn we lekker indisch (Sangita) en mexicaans (Filip) gaan eten in restaurant Locots’. De avond hebben we afgesloten in café joy ride (nederlandse uitbater) met een cocktail en een dessert (appeltaart op grootmoeders wijze en bossche bol).  

De volgende dag zijn we na een heerlijk ontbijt (met onder andere vers fruitsap van kiwi, mango en appelsien :p mmmm, thx Filip!) de stad gaan verkennen. Eerst zijn we nog naar een paar andere reisagentschappen gegaan, maar dit zonder veel succes. ‘s Middags zijn we dan naar de dienst toerisme van de universiteit gegaan waar we Lorenza tegen kwamen. Zij bood een 3 daagse tour aan met daarin alle bezienswaardigheden in de streek rond Sucre die ons interesseerden en dit voor een heel voordelige prijs. We spraken af om de volgende dag samen inkopen te doen om proviand in te slaan voor deze excursie. Daarna zijn we de kathedraal, kappel en museum gaan bezoeken. Dit viel toch wel tegen, de inkom was duur terwijl het museum en de kappel niet veel voorstelden en enkel de kathedraal wel mooi was. Ook hebben we nog de kerk en klooster San Felipe de Neri bezocht. Dit was wel erg mooi. We kregen een interessante rondleiding en boven op het klooster had je een prachtig uitzicht over Sucre. Daarna nog snel onze was ophalen bij de lavanderia en naar de markt voor het avondeten.

De markt in Sucre is fantastisch; grote standen met allerlei soorten groenten en vele tropische vruchten, verse vruchtensappen (zelf samen te stellen voor maar 1 euro), verschillende soorten kaas, droogvoeding,… je vindt er echt alles en spotgoedkoop!

Dinsdag ochtend wouden we nog wat van de stad verkennen maar toen bleek dat alle bezienswaardigheden dicht waren omdat het een feestdag was. Dan maar ‘s middag naar Cal Orck’o, de op een na grootste vindplaats van dinosaurus sporen. Het busje zou om 12 uur aan plaza 25 de Mayo vertrekken. We kwamen er een kwartier vroeger aan maar het busje bleek al vertrokken te zijn. ‘s Middags zijn we een almuerzo (lunch) gaan eten in een vegetarisch resaurantje, lekker en grote proties en dit maar voor 1,30 euro (soep, hoofdgerecht, fruit en drankje)! Het was er behoorlijk druk en we zaten als enigste toeristen tussen allemaal locals. Daarna zijn we nog even naar een internetcafe gegaan om wat foto’s op onze blog te zetten en hebben we in de namiddag samen met Lorenza boodschappen gedaan voor onze 3 daagse tour. ‘s Avonds zijn we nog een pizza gaan eten en hebben we nog wat lekkere pralines gekocht als dessertje.


 

Potosi - Cerro Rico (de mijnen)

Na een afschuwelijke busreis van 7 uur (zeer hobbelige weg en tot op de draad versleten bus) kwamen we behoorlijk geradbraakt (Sangita vindt dit een prachtig woord!) in Potosi aan. Alsof dat nog niet genoeg was, stond er ons nog een serieuze klim naar het hotel te wachten... leuk, zo'n stad op 4000m hoogte! De ijle lucht maakte de wandeling er ook niet gemakkelijker op. Uiteindelijk kwamen we dan toch aan op onze eindbestemming: de 'Koala Den', een leuk hostel midden in een typische wijk met kleine huisjes en smalle straatjes. Het interieur zag er proper en gezellig uit, voorzien van alle nodige extraatjes (internet, dvd room, bibliotheek,...) en dus besloten we om hier te overnachten. Bovendien kon je in dit hotel ook rondleidingen door de mijnen bezoeken, één van de hoogtepunten van het bezoek aan Potosi. Na de check-in bleef er nog wat tijd over voor een kleine wandeling door de stad. We bezochten het theater, waar we vanop het dak van een prachtig uitzicht over de stad konden genieten, wat een aantal heel mooi foto's opleverde. Daarna konden we voor zo'n 15 Bolivianos de kathedraal bezoeken, maar al bij het binnenkomen beseften we dat we in't zak waren gezet: de kathedraal was volledig leeg, op enkele steigers na. Ze werd namelijk volledig gerestaureerd in het kader van het 200-jarig bestaan van Potosi. We kregen nog een rondleiding van een gids, maar als je niets kan bekijken, dan valt er ook niet veel te vertellen :p. We beklommen ook nog de klokkentoren, vanwaar we (alweer *geeuw*) een mooi uitzicht hadden over Potosi.

Ondertussen was het donker geworden, hoog tijd voor het avondeten! Snel naar ons hotelletje om ons wat op te frissen en dan richting de 'Manzana Magica', een vegetarisch restaurantje dat hoog aangeprezen stond in onze trotter-gids. Spijtig genoeg had de schrijver van de gids het verkeerde adres opgegeven, waardoor dit restaurantje niet zo gemakkelijk te vinden was! Na een kwartiertje ronddolen stonden we als bij toeval toch plots voor de deur van de 'Manzana Magica'... net op tijd, want we waren bijna een verschrikkelijke hongersdood gestorven. Het eten was gelukkig superlekker en goedkoop (lang leve Bolivia) en dus besloten we om onze trotter-gids dan toch maar te vergeven. Daarna besloten we om nog iets te gaan drinken in 'La Casena', een gezellig cafeetje met live muziek. Die avond stond er toevallig reggae op het programma dus besloten we om alvast in de sfeer te komen met een kan sufflay (een geliefde cocktail bij de plaatselijke bevolking) die zo'n 45 Bolivianos kostte (jawel, een KAN cocktail voor €4,5!). Onder invloed van de goede muziek en de gezellig sfeer bestelden we ook nog een kan Caipirinha voor het belachelijke bedrag van €5. Lichtjes aangeschoten keerden we rond middernacht terug naar het hostel, een superleuke avond!


De volgende dag moest ik om 7.30 opstaan voor het bezoek aan de mijnen van Potosi, pijnlijk! Sangita had besloten om dit bezoek over te slaan en mocht blijven liggen, de gelukzak. Om 8.30 kwam onze gids ons ophalen en reden we in een klein busje naar een mijnwerkershuisje, waar de onze aangepaste outfit mochten aantrekken: trainingsbroek (very comfy), poncho (modieus) en rubberlaarzen. Een mijnwerkershelm en -lamp vervolledigden ons uniform. Daarna ging het richting mijnwerksmarkt, waar we geschenkjes gekochten die we later in de mijnen aan de mijnwerkers zouden overhandigen: sigaretten, cola (de echte, onbetaalbaar voor de mijnwerkers), cocablaadjes (tegen de honger en vermoeidheid) en dynamiet (de échte :p). Vervolgens brachten we ook nog een bezoek aan een verwerkingsfabriek waar de ertsen, die de mijnwerkers naar boven halen, gescheiden worden door een hele reeks chemische processen (zilver, lood, tin,...). Deze fabriek was in Boliviaanse handen en probeerde de mijnwerkers een eerlijke prijs te geven voor hun ertsen (zo'n 10 Bolviano's of €1 per kilo). 

Volgende stop: Cerro Rico, de mijnen van Potosi. Mijnwerkerslamp aan, bandana voor neus en mond (tegen het stof) en dan de eerste tunnel in, zo'n kilometer lang. Lopen ging hier nog behoorlijk gemakkelijk en ik moest mij maar heel af en toe bukken voor half ingestorte steunbalken (leuk :p). Dan ging het via een smalle, steil afdalende tunnel richting tweede niveau van de mijn. Lopen was niet meer mogelijk, enkel kruipen op handen en voeten. Daar aangekomen kwamen we een eerste mijnwerker tegen die net een shift van 20 uur achter de rug had. Met een doffe blik in de ogen vertelde hij over zijn leven in de mijn, schrijnend. Die dag had hij zo'n 5 kilo bruibare ertsen naar boven gehaald, omgerekend zo'n 50 Boliviano's... en dat voor 20 uur hard werken! Ik hoop dat onze geschenkjes hem toch een beetje konden opvrolijken...

Na deze confronterende ontmoeting daalden we af naar niveau 3, waar een groep mijnwerkers zo'n 30 ton hout aan het verplaatsen was met kleine wagentjes op rails om de mijngangen te stutten. De jongste onder hen was 17 jaar en werkte al 5 jaar in de mijnen (kinderarbeid is hier meer de regel dan de uitzondering). We mochten zelfs met hen op de foto en ze kregen daarvoor ook een deel van de door ons gekochte geschenkjes. Op het vierde niveau (zo'n 120m diep in de mijnen) kwamen we 2 mijnwerkers (15 en 35) tegen die samen een nieuwe ertslaag aan het uitgraven waren (de dynamietstaven lagen al klaar). Ongelooflijk hoe zij in die verschrikkelijke omstandigheden konden werken: enorm veel stof en warm!! Ondertussen zaten we al zo'n 2,5 uur in de mijnen en we voelden we het stof in onze kelen en longen branden. Hoog tijd om terug richting daglicht te klimmen. Voor de 'die hards' was er nog een extra smalle tunnel om van het derde naar het tweede niveau te klimmen en die uitdaging kon ik natuurlijk niet laten schieten. Als slangen wrongen we ons door de nauwe tunnels, niet geschikt voor claustrofoben! Uiteindelijk kwamen we veilig terug boven, frisse lucht heeft nog nooit zo, uhm... fris aangevoeld, zalig! Respect voor de mijnwerkers die elke dag opnieuw in deze hel moeten afdalen.


Rond half twee kwamen we terug aan bij ons hostel en na een kleine lunch verkenden ik en Sangita de rest van Potosi. Heel veel kerken in barok-stijl (één van de redenen waarom Potosi op de lijst van het werelderfgoed van de UNESCO staat) en koloniale gebouwen. Ook de typische smalle straatjes en huisjes gaven de stad een gezellige aanblik. We bezochten ook nog het klooster-museum Santa Teresa, maar de rondleiding kon ons maar gedeeltelijk boeien. Na al dat stappen was het tijd om het tweede vegetarische restaurantje van de Potosi op de proef te stellen, gelukkig dit keer wel op het juiste adres, maar de inrichting was niet zo gezellig als onze gids ons wou doen laten geloven. In Potosi hebben we alvast geleerd dat we onze trotter niet blindelings mogen geloven :p. Het voorgerecht was heerlijk, het hoofdgerecht al iets minder (te weinig)... maar bon, we zijn al blij dat er zoveel vegetarische restaurantjes in Potosi (en in Bolivia in het algemeen) te vinden zijn. Geen cocktails die avond, we kozen ervoor om wat met onze foto's bezig te zijn en om daarna te gaan slapen. De volgende ochtend zouden we dan rond de middag richting Sucre vertrekken.


Daarover meer in onze volgende blog (die eigenlijk al online staat :p)


groetjes en kus,

Filip en Sangita


 

Rondreis: Zuid-Lipez en de Salar de Uyuni

Om 9u stond onze jeep klaar voor ons hostel. Eerst en vooral kennis maken met onze reisgenoten voor de komende vier dagen: de chauffeur en gids Rafael, de kokkin Modesta en 3 Ieren: Adam, Andy en Paul. We reden door een rivierbedding met prachtige rotsformaties en langs mooie bergen naar de ruïne vam een mijnwerkersdorp die men had verlaten toen de mijn uitgeput raakte. Na een lekkere lunch ging de tocht verder langs nog meer prachtige berglandschappen, hele kleine dorpjes en veel, heel veel lama's. In de late namiddag kwamen we aan in ons hostel. Eerst alle spullen uit de auto en daarna was het tijd voor voetbal! Niet zo eenvoudig op meer dan 4000 meter. Ik (Sangita) heb niet mee gedaan (ik ben echt onzettend slecht in voetballen) maar ik zag wel dat de jongens het de eerste 5 minuten lastig hadden. De ijle lucht gaf een brandend gevoel in hun longen. Maar al bij al een leuke match, waarbij de teams bestonden uit mensen van verschillende jeeps en de plaatselijke bevolking van het dorpje. Daarna was het etenstijd. Eerst een heerlijke soep (het begon al serieus koud te worden dus dat heeft ontzettend goed gesmaakt) en daarna een lekkere maaltijd met onder andere zelfgemaakte groentenburgers voor de vegetariërs. Daarna direct ons bed in want de volgende dag moesten we er heel vroeg uit.

Om 4uur ging de wekker al, pijnlijk! Na het ontbijt al de spulletjes terug in en op de jeep en dan waren we klaar om te vertrekken. Eerst hebben we de ruïnes El Pueblo Fantasmo bezocht. De zon begon steeds meer op te komen en de temperatuur steeg ook langzaam terwijl we deze door deze indrukwekkende ruïnes liepen. De ruïnes waren van een Inca stam die de duivel aanbad (voor meer rijdom) en mensenoffers deed. Het zou er tot op de dag van vandaag nog steeds spoken... Maar de enige bewoners die we daar hebben gezien waren viscayas (kruising tussen een konijn en een eekhoorn).
Onze volgende stop was de lagune celeste op 4800 meter. De eerste lagune van de vele die nog zouden volgen. Maar eerst werden we geboycot door een platte band. Onze chauffeur had daar duidelijk al
veel ervaring mee want na hooguit 10 minuten zat de nieuwe band er al op en waren we weer onderweg. We zagen nog een heleboel andere prachtige lagunes, onder andere: lagune Hedionda Sur en  Kollpa lagune. Vervolgens reden we langs een kleine zoutvlakte (salar De Chalviri) naar de aguas calientes, een lagune met een kleine warm water-bron waar we in mochten zwemmen. De lagune was ontzettend prachtig en het water was heerlijk. Het enigste minpunt was dat we hier voor het eerst met de vele jeeps geconfronteerd werden die dezelfde tour deden, waardoor er veel mensen in het zwembadje waren. Na het zwemmen hebben we lekker geluncht en zijn we naar de laguna Blanca en de laguna Verde gegaan. Beiden waren prachtig maar de laguna Verde was toch de meest speciale, elke ochtend van rechts naar links verandert ze in een fel groene kleur. Aan deze lagune grenst een vulkaan van zo'n 6800 meter. In deze vulkaan heeft men koralen terug gevonden. De zee heeft nooit zo hoog gestaan, zelfs niet duizenden jaren geleden. Men denkt dat de Inca's er voor hebben gezorgd dat deze koralen in de vulkaan terecht zijn
gekomen.
Daarna zijn we nog naar de Dali woestijn gegaan, een woestijn met vreemde rotsblokken. Deze rotsblokken zijn vele duizenden jaren geleden gevormd door magma uit een vulkaan.Na de woestijn nog
even onze kokkin Modesta terug ophalen en dan gingen we naar de geysers op 5000 meter hoogte. Eenmaal daar aangekomen drong de sterke geur van rotte eieren (zwavel) in onze neus. Het stonk er verschikkelijk. De geysers bestonden uit een dikke grijze of bruine vloeistof die door de kokende
temperatuur omhoog borrelde. Indrukwekkend en heel anders dan de Tatio Geysers die we in Chili hebben gezien. Na 20 minuten was het echt tijd om te vertrekken want de stank werd onhoudbaar.
Daarna reden we langs nog vele mooie berglandschappen naar ons hostel. Eerst alles uitladen en dan was het tijd om de lagune Colorado nog te bezoeken. Weer een prachtige lagune, diep rood/oranje van kleur met heel veel flamingo's. Helemaal uitgeput van deze lange dag kwamen we terug aan in ons hostel. We hebben er weer lekker gegeten (Viva Modesta!) en na het eten zijn we buiten naar de sterren gaan kijken. Zooooo veeel sterren, ongeloofelijk! Minstens 10x meer dan je er in België kunt zien. Er is dan ook geen lichtvervuiling in een klein dorpje hoog in de bergen. Daarna kropen we volledig uitgeput ons bed in. Het was een lange maar prachtige dag. We hebben zoveel prachtige dingen gezien, bijna te veel om in ons op te kunnen nemen.

De volgende dag mochten we uitslapen, namelijk 6:30! Ach toch al beter dan 4u! Maar voor mij was het toch een zware ochtend, ik ben opgestaan met een verschikkelijke hoofdpijn en ik voelde me niet zo goed
(hoogteziekte!). Een uur later vertrokken we naar Arbol de Piedra (stenen boom) Een rotsblok gevormd door magma en die door de vele jaren van erosie en wind de vorm van een boom heeft gekregen. Deze stond
tussen een heleboel andere rotsblokken. Daarna zijn we nog 5 lagunes gepasseerd (laguna Ramaditas, -Honda, -Charcota, - Hedionda en -Cañapa). Laguna Hedionda was de grootste en ook de lagune met de
meeste flamigo's, vele duizenden! Indrukwekkend. Filip, Adam, Andy en Paul gingen er op zoek naar flamingopluimen maar zonder veel succes. Mijn hoogteziekte was ondertussen erger geworden en ik heb zelfs moeten overgeven. We passeerden we nog vele vulkanen (al dan niet actief). Voor de lunch zijn we gestopt bij een heleboel magma rotsblokken, ook deze waren erg mooi. Ikzelf was nog niet in staat om te eten. Na de lunch zijn we door een kleine zoutvlakte gereden (Salar de Chiguana) richting San Juan. In San Juan hebben we nog een Necropolis bezocht. Hier lagen oude mummies begraven in rotsen van koraal, ook was er een klein museum van kleren en werktuigen van Aymara indianen. We kregen er ook een interessante uitleg van de plaatselijke gids. Ze vertelde over de Aymara indianen die weggejaagd of uitgebuit werden door de Inca's, die later op hun beurt verdreven werden door de Spanjaarden. Over Panchamama (Quechua voor moeder natuur die men hier vereert) en over de verschillende planten die hier al eeuwen lang geteeld worden. En zelfs over de politiek in Bolivia. Op de weg naar ons hostel (gemaakt uit zoutblokken) maakten we nog een stop in een kiosk waar we quinoa-bier en chips kochten om er een gezellige avond van te maken.
Eenmaal aangekomen in ons hostel was het eerst tijd voor een langverwachte douche (in de vorige hostels waren er geen douches, want ze waren nogal primitief). De stank van zwavel zat nog in onze haren en dat konden we eindelijk met veel shampoo wegwassen. Mijn hoogteziekte was ondertussen voorbij en dus kon ik ook genieten van een lekker quinoa-biertje en heerlijke lasagne, jamie! Buiten was er ondertussen een zware zandstorm opgestoken.

De laatste dag was de dag van de Salar de Uyuni. Het opstaan verliep die ochtend niet zo vlot. We moesten om 4:30 opstaan maar er was geen electriciteit en geen water, dat waren ze de avond voordien vergeten te vertellen. Daardoor hadden we geen zaklamp bij de hand en moesten we ons behelpen met een kleine, opwindbare zaklampje zonder batterijen. Absoluuuut niet handig. Zeker nooit kopen!
Je moet lang draaien voor maar 2 minuten licht. Ook was ons flessenwater bijna op en hadden we maar net genoeg om allemaal onze tanden te poetsen. Met een kwartier vertraging konden we dan toch vertrokken. We waren laat voor de zonsopgang, maar probeer maar eens een valiezen in te pakken in het donker! Toen we stopten voor de eerste foto's van de zoutvlakte was de zonsopgang grotendeels voorbij. Daarbij hoorden we van onze gids dat de zoutvlakte niet mooi was vandaag. Door de storm van gisteren was deze wat grijzig van kleur (door het zand) terwijl hij anders stralend wit is. Toch hebben we een paar mooie foto's kunnen nemen en zijn dan doorgereden naar Isla de Pescado, een heuveltje midden in de zoutvlakte bedekt met vele oude cactussen. We hebben er eerst wat rondgewandeld (je had er een mooi uitzicht over de zoutvlakte) en er daarna ontbeten. Na het ontbijt hebben we (Filip, ik was suporter: "GOOOOOOOOOOOAAAAL" ) weer gevoetbald, deze keer met nog meer mensen. Verschillende
jeeps van verschillende reisagentschappen waren gelijktijdig op deze plaats. Daarna was het tijd voor crazy-pictures (perspectief foto's) in de zoutvlakte. Dit heeft voor een paar zeer geslaagde exemplaren gezorgd, zie foto's! De fun was wel snel voorbij toen we daarna langs de zoutontginners reden. Deze mensen moeten handmatig met een schop het zout eerst op stappeltjes leggen en later dit zout in een vrachtwagen doen. De combinatie van de zon en het zout maakt dit tot een echte slavenarbeid. Het maakt hun huid volledig kapot en ze hebben enkel een sjaal en zonnebril om hun gezicht te beschermen. Alsof dit allemaal nog niet erg genoeg is, staat er vlak naast deze werkplaats van de zoutontginners een groot super luxueus hotel.
We zijn gestopt in het dorpje dat aan de zoutvlakte grenst, de zoutvlakte of het toerisme is voor deze mensen de belangrijkste bron van inkomsten. Ze verkochten er namelijk kleurrijke artisanale mutsen, sjaals, tassen,... noem maar op. Daar hebben we nog gegeten en onze gids en kokkin goede punten gegeven. We kregen namelijk een evaluatiepapier over de 4 daagse. We waren heel blij met onze gids (alleen spijtig dat hij geen engels sprak), je kon hem alles vragen en we kregen dus ook veel informatie. Onze kokkin was ook super, niet alleen maakte ze lekker eten, ook hield ze veel van humor en lachte ze de hele dag.
Na het eten was het tijd om naar Uyuni te gaan waar onze 4 daagse eindigde. Onderweg voelde ik me niet goed, maar ik dacht toen nog dat het door de vermoeidheid kwam. Toen we aankwamen in Uyuni was daar een zandstorm aan het woeden. Onze gids was nog zo vriendelijk om ons voor het hostel af te zetten (uiteindelijk is het toch nog een andere geworden, want bij deze moesten we nog 3 uur wachten voor de check-in). Eenmaal in ons kamertje ging ik direct op bed liggen en daar ben ik ook niet meer uit gekomen.
Al snel bleek ik niet enkel moe te zijn maar ook hoge koorts te hebben (39,4!) De nacht die daar op volgde was verschikkelijk, 5 keer opstaan door diarree en bijna flauwgevallen.
Dit was het begin van een week buikgriep. Hier kunnen we kort over zijn. Ik lag de hele dag in bed terwijl Filip zijn dagen vulde met naar de markt te gaan, voor mij te zorgen, lezen, internet en pizza eten In Uyuni valt niets te beleven dus dat was nogal saai voor Filip. We zijn nog een keer van hostel veranderd. In dit hostel was er een keuken die we mochten gebruiken en onze kamer had een eigen badkamer en tv, wat het ziek zijn iets comfortabeler maakte. We waren blij toen ik eindelijk genezen was en we weer verder konden reizen.

Nu zijn we in Potosi. Filip is net terug van een bezoekje van de mijnen. Daar wil ik nu eerst alles over weten en meer daarover in onze volgende blog

Kus en groetjes
 

The road to Bolivia - Tupiza

Na een busrit van ongeveer 7-8 uur kwamen we aan in La Quiaca, een klein stadje gelegen aan de grens met Bolivia. Ondanks veel speurwerk op het internet wisten we niet goed hoe we nu juist de grens moesten oversteken. Bij aankomst werden we aangesproken door een Amerikaans koppel, ook backpackers, die vroegen of we geinteresseerd waren om een taxi te delen die ons tot aan de grenspost zou brengen. Enthousiast gingen we op hun aanbod in, blij dat er toch iemand was die wist hoe alles precies in zen werk ging (laat andere mensen het denkwerk maar doen, het motto van de ECHTE backpacker :p). Uiteindelijk bleek dat we ons eigenlijk geen zorgen hadden moeten maken: na het invullen van wat formulieren en het controleren van onze paspoorten stonden we plots in Villazon - Bolivia. Waren alle grensovergangen maar zo eenvoudig!

Volgende missie: een bus zoeken richting Tupiza, onze uitvalsbasis voor een vierdaagse rondreis door Zuid-Lipez met als top of the bill: de Salar van Uyuni!


Eenmaal de grens over zagen we onmiddellijk het verschil tussen Argentinie en Bolivia. Overal liepen mensen rond in traditionele kledij ('indiaanse' vrouwen met bolhoedjes, kleurrijke rokken en omslagdoeken, ...), een leuke afwisseling na het vrij Europese karakter van Argentinie en Chili... naar dit moment hadden we ook echt uitgekeken! Zonder veel problemen vonden we een bus richting Tupiza en na een hobbelige rit van drie uur (met onderweg nog een olielek-panne :p) en een heleboel omwegen langs EN door rivieren door wegenwerken kwamen we veilig aan op onze bestemming. Samen met de twee Amerikanen gingen we op zoek naar hotel/reisagentschap El Torre om daar informatie over de vierdaagse tour naar Uyuni te vragen.

Uiteindelijk boekten we daar de tour en besloten om er ook de nacht door te brengen, aangezien de jeeps de volgende dag om 9u 's ochtends zouden vertrekken aan het hotel. Daarna namen we nog de tijd om de stad te bezoeken (niet echt veel te zien) en beklommen de heuvel naar de 'Mirador van Tupiza'. Het toeval wou dat we op de top nog twee Belgische meisjes tegenkwamen en tijdens het gesprek bleek dat Annelies via het leger geneeskunde had gestudeerd (zoals mijn pa EN samen met de zus van Jeroen Sleeckx!!) en dat ze zelfs in Duitsland in de BSD had gewerkt (en dat ze daar ook mijn pa was tegengekomen -> papa, haar naam is Annelies Aerssen.. of zoiets :p... en ze heeft in Spich gewerkt). De wereld is toch klein!!

Daarna nog iets gaan eten (een etentje om snel te vergeten, bah!) en dan bed in... in volle verwachting voor de onze rondreis!


Meer hierover in onze volgende blog!


 

Salta - Cafayate - Humuahaca

Onze eerste nacht in Salta zullen we ons nog lang herinneren: het was bloedheet in de kamer wat slapen onmogelijk maakte. 's Ochtends zaten we dus met kleine oogjes aan het ontbijt: cornflakes, croissants, vers fruit, koffie/thee/chocomelk,... zalig!! Met een goed gevulde maag brachten we eerst een enorme berg vuile kleren naar de lavanderia (zalig om niet zelf te moeten wassen en strijken :p), passeerden nog even langs de supermarkt en gingen dan op zoek naar... een kapper (voor mij, spannend...zeker toen ik het Spaans moest uitleggen hoe ik mijn haar wou :p). Het eindresultaat was dik in orde, een opluchting!

Daarna informeerden we bij een aantal reisagentschappen naar leuke excursies in de omgeving van Salta en besloten om Cafayate en Humuahaca te bezoeken. Hoog tijd om de stad zelf een beetje te verkennen en dus liepen we langs de belangrijkste bezienswaardigheden (letterlijk, want ze waren allemaal gesloten vanwege de siesta *grommel*) om vervolgens met een kabelbaan naar de top van Cerro San Bernardo te gaan, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de stad en de omgeving. Op de top waren ook een aantal 'attracties' (watervallen, amfitheater en ecologische wandeling), maar die stelden eigenlijk niet veel voor. We besloten om aan de afdaling te beginnen, niet via de kabelbaan maar via 1070 trappen (vermoeiend, zelf bergaf!). Met pijnlijke kuiten stonden we een dik half uur later aan de voet van deze heuvel bij het monument van de bevrijder van Salta. Daarna ging het richting busterminal om daar ons busticket naar de grens te kopen. Dan snel terug naar het hostel, want om 20h hadden we afgesproken met Dorina, Ines en Marije aan de centrale Plaza om samen iets te gaan eten. We besloten om in een vegetarisch restaurantje met Peruviaanse en Indische specialiteiten te gaan eten. Heerlijk eten en fantastisch lekkere vruchtensappen *kwijl*, maar door de kleine porties moesten we uiteindelijk nog een extra hoodgerecht bestellen :p

Daarna nog gezellig nagepraat op een terrasje om rond 23h30 terug in het hostel aan te komen, hoog tijd om te gaan slapen!


De volgende ochtend werden we om zeven uur (alweer kleine oogjes) aan het hostel opgepikt voor de excursie naar Cafayate, een klein dorpje ten zuiden van Salta, gekend voor haar heerlijke wijnen. Onze reisweg voerde ons door de Quebrade de las Conchas, een vallei met spectaculaire rotsformaties, het resultaat van miljoenen jaren erosie. Zo zagen we ondermeer 'de Titanic', 'het Kasteel', 'de Priester' en´'de Duivelskeel' (vrije vertalingen van de Spaanse benamingen :p). Rond de middag kwamen we aan in Cafayete en mochten we wijnen proeven in de bodegas van Domingo Hermanos en Nanni. Enkel bij de biologische wijngaard Nanni kregen we nog een mini-rondleiding; de nadruk lag overduidelijk op het proeven en vooral het kopen van wijnen. Daarna genoten ik en Sangita van een leuke picknick in het park van Cafayate. We wouden ook nog de lokale chocoladefabriek bezoeken, maar helaas was deze gesloten, alweer vanwege de siesta (Argentijnen zijn lui!). Daarom besloten we om nog wat rond te wandelen in Cafayate en een ijsje te eten... niet zo lekker als zelfgemaakte chocola, maar toch een uitstekende 2e keus :p.

Dan ging het met de bus terug richting Salta. Onderweg viel er ook nog een vrouw flauw op de bus (hitte, dehydratatie,... ?) waardoor we meer dan een uur later dan voorzien terug in ons hotelletje waren. Normaal wouden we de volgende dag al naar Humuahaca gaan om dan 's nachts door te reizen naar Bolivia, maar omdat Sangita moe was van de korte nacht en de uitputtende reis besloten we om onze tweede excursie en het vertrek naar Bolivia een dag uit te stellen. Wonder boven wonder konden we zonder veel problemen onze reisplannen wijzigen, een opluchting! We gingen gauw nog wat inkopen doen in de plaatselijke overdekte markthal (enorm groot, zottekes!) voor het avondeten en kropen rond 23h uitgeput in bed.


Over onze derde dag in Salta kunnen we kort zijn: lekker uitgeslapen, nog wat praktische spulletjes gekocht voor onze reis naar Bolivia, onze blog bijgewerkt en tegen de avond nog wat gewinkeld in het centrum, op zoek naar een teenslippers en een leuk t-shirtje voor Sangita (het vele wassen in de lavanderia's had namelijk 1 van haar t-shirtjes uitgelodderd, prachtig woord vind ik dat :p). En om deze heerlijke luilekkerdag af te sluiten, besloten we om 's avonds onze eigen empanadas te maken. Zeer tijdrovende bezigheid (tot 23h!!), maar het eindresultaat mocht er zijn: 10 heerlijke empanadas met spinazie, prei, courgette en blauwe kaas... jummAY! Daarna nog snel onze rugzakken klaarmaken voor de reis naar Bolivia en dan (eigenlijk veel te laat) ons bedje ingekropen.


Op onze laatste dag in Salta stond nog de excursie naar Humuahaca op het programma. Om 7.15 zaten we met, u raadt het al, kleine oogjes op de bus en doorkruisten we de stad om her en der nog andere toeristen op te pikken. Dit verliep niet geheel vlekkeloos (verkeerde adressen voor de ene, verkeerde bus voor de andere) zodat we met redelijk wat vertraging Salta achter ons lieten. Ook tijdens deze reis was er onderweg al heel wat moois te zien, waaronder de 7-kleuren-berg in Purmamarca (waarbij de verschillende kleuren het resultaat zijn van geoxideerde mineralen, indrukwekkend!), het oude Inca-fort van Tilcara (waar we spijtig genoeg maar een half uurtje mochten rondlopen), een artisanale pottenbakkerij (waar we dan opeens wel meer dan drie kwartier bleven staan, zodat er toch maar veel handwerk zou gekocht worden) om dan uiteindelijk rond 13h in Humuahaca aan te komen. Daar gingen ik en Sangita weer picknicken op een bankje aan de centrale plaza.

Daarna kregen we nog een rondleiding door de stad, waarbij onze gids ons heel wat wist te vertellen over de onafhankelijkheidsstrijd, waarbij de gauchos (plaatselijke bevolking) een belangrijke rol gespeeld hebben. Klinkt saai, maar het was echt superinteressant! Daarna ging het richting Jujuy, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. Onderweg kwamen we nog voorbij 'het schilderspalet' een reeks heuvels met fantastische kleuren, een onvergetelijk spektakel (hopelijk komt het op de fotos even mooi over als in werkelijkheid).

In Jujuy was ons ook een rondleiding beloofd, maar uiteindelijk kwam het erop neer dat we een half uurtje de tijd hadden om zelf wat rond te lopen, cheap! Dusja, veel kunnen we niet van deze stad zeggen, alhoewel deze op het eerste gezicht wel wat te bieden had... we zullen het nooit weten!


Terug aangekomen in Salta (rond 20h30) maakten we van de tijd die ons nog restte voor het vertrek naar Bolivia (zo rond 00.45) gebruik om nog wat te koken en foto's op onze USB-stick te zetten (we zitten al over de 10 Gigabyte aan foto's, aaaahhhhhh). Om 00.15 namen we dan de taxi richting terminal en om 00.45 vertrokken we richting Bolivia, nieuw land, nieuwe indrukken, nog meer cultuur... laat maar komen!


Meer over de grensovergang en onze eerste ervaringen in Bolivia in onze volgende blog!!


groetjes en kus

Filip en Sangita


 

San Pedro de Atacama - Valle de la Luna - Tatio Geysers

Zondagochtend kwamen we aan in San Pedro, midden in de woestijn. De zon brandde genadeloos op onze hoofden tijdens onze zoektocht naar een leuk hostel. Uiteindelijk kwamen we terecht in Hostal Eden. Op het eerste gezicht heel gezellig, met een grote, schaduwrijke binnenplaats en veel hangmatten (chilluhhh).

De driedaagse rondreis en de daaropvolgende busreis hadden ons behoorlijk uitgeput, dus we besloten het die dag rustig aan te doen. Eerst en vooral gingen we richting centrum om wat informatie in te winnen over de talrijke excursies die we hier konden boeken. Het eerste wat meteen opviel was dat er enkel toeristen rondliepen... en veel! Eigenlijk zagen we maar heel weinig locals (er wonen hier ook maar ongeveer 2000 mensen), het was duidelijk dat alles rond Señor Turista draaide: reisagentschappen, winkeltjes met handwerk en restaurantjes... meer was er eigenlijk niet te zien.

We moesten onze zoektocht naar een leuk reisagentschap al snel staken, omdat Sangita heel erge buikpijn had. Ze besloot om een paar uurtjes te rusten en ik zette ondertussen nog wat foto's op onze blog. Later die dag ontmoetten we een Frans koppel uit Parijs (Damien en Charlotte) die ook al informatie hadden ingewonnen bij verschillende touroperators en we besloten om samen met hen de Valle de la Luna en de Tatio Geysers te bezoeken.

De rest van de dag hebben we vooral geluierd (het is dan ook zondag!), onze blog bijgewerkt (tijdrovende bezigheid!) en boodschappen gedaan (lang geleden!). 's Avonds hebben we Ratatouille Spéciale gemaakt (eigen recept van Sangita) en daarna snel ons bedje in!


De volgende ochtend hadden de kuisvrouwen eindelijk de badkamers proper gemaakt(propvolle vuilbakken, smerige toiletten en douches!) en konden we een broodnodige douche nemen. We stonden eigenlijk op het punt om een ander hostel te zoeken, maar besloten dan toch te blijven. Blijkbaar nemen ze het hier niet zo nauw met de hygiëne en vinden ze het belangrijker om tv te kijken!

In de namiddag vertrokken we dan naar de Valle de la Luna. De excursie bracht ons naar het midden van de woestijn voor een eerste wandeling door de Valle de la Muerte, een spookachtig landschap waar enorme zandduinen en door erosie vervormde rotsen elkaar afwisselden. De zon brandde recht boven onze hoofden en het mulle zand maakte de wandeling nog een stuk zwaarder. Ondanks dat alles was het best wel indrukwekkend en gelukkig moesten we die enorme duinen enkel aflopen, wat trouwens een aantal leuke foto's opleverde :p

Een beetje verder wachtte het busje ons op en reden we naar de 'Coyote-rots'. Als jullie vroeger vaak naar Roadrunner *miepmiep* hebben gekeken, dan kennen jullie vast wel de rots waarvan Coyote altijd te pletter viel. Wel, die kan je dus vinden in de Atacama-woestijn! Iedereen mocht op de foto in allerlei poses, gelukkig zonder ongevallen (ondanks een enorme barst in die rots).

Daarna maakten we nog een wandeling van 6km door een oeroude rivierbedding, die door het water van duizenden jaren geleden, de wind en het zand in allerlei speciale vormen was geslepen. Indrukwekkend, met als enige minpunt dat we als het ware in lichte looppas het laatste deel van de wandeling moesten afwerken (anders zouden we te laat zijn voor de zonsondergang), omdat een vrouw met hoogtevrees voor heel wat vertraging zorgde.

Dan terug de bus op richting Valle de la Luna voor de zonsondergang. Het landschap hier doet, u raadt het al (hoop ik), een beetje denken aan de maan, alhoewel Sangita en ik zelf nog nooit op de maan zijn geweest. Maar het zag er inderdaad wel heel speciaal uit. De zonsondergang zorgde voor een prachtig kleurenspektakel in de vallei, een romantisch moment! Daarna was het wachten op de volle maan... en wachten... en wachten... geen maan te zien! Dus vertrok de bus dan maar richting San Pedro tot de maan plots laag aan de hemel tussen twee heuvels tevoorschijn kwam. Ohhh's en Ahhh's mochten niet ontbreken en iedereen propeerde het moment op foto vast te leggen, wat helaas niet lukte.

Terug aangekomen in ons hostel aten we de rest van de ratatouille en een mega-empanada. Dan snel gaan slapen want om 4u 's ochtends (u leest het goed!) moesten we alweer klaarstaan voor de excursie naar de geisers.


Met kleine oogjes stonden we om 3.45 op en stonden om 4.00 te wachten voor het hotel. De gids vertelde ons dat het ongeveer 2uur rijden was naar de Tatio geisers en dat de weg een beetje bumpy (hobbelig) zou zijn. Een zwaar understatement, want 2,5 uur lang werden we door elkaar geschud en leek het alsof het busje elk moment uit elkaar kon vallen... precies een op hol geslagen trilplaat zaten.

Rond 6.30 kwamen we aan bij de geisers en zagen we de eerste rookwolken in de verte opstijgen. Ondanks onze dikke laag warme kledij stonden we toch te bibberen (-10 tot -15 graden, alstublieft!) en keken we verlangend uit naar de zonsopgang. Het spektakel van de geisers was wel adembenemend: kokend heet water en stoom spoten met grote kracht meters hoog de lucht in. Andere geisers waren precies grote kookpotten, waar het water constant uit omhoog borrelde. Het enige minpunt was het grote aantal toeristen... maar ja, het was dan ook wel de meest spectaculaire excursie... iedereen wou getuige zijn van dit prachtige natuurfenomeen.

Rond 7.30 kregen we een lekker ontbijt voorgeschoteld met verschillende soorten cake, brood, kaas, yoghurt, thee... de melk werd op natuurlijk wijze opgewarmd, namelijk in de geiser zelf! Ondertussen was de zon opgekomen boven de bergen en werd het onmiddellijk 5 a 10 graden warmen. Net op tijd, want onze vingers waren al stijf bevroren!

Dan ging het verder richting een semi-thermale zwempoel op een 70-tal km van de geisers. Sangita had opnieuw heel veel buikpijn, maar hield toch dapper vol. Een 2-tal uurtjes en heel wat mooie landschappen later kwamen we aan bij een kloof, waar we na een korte wandeling aankwamen bij de 'thermen'. Prachtig gelegen tussen de bergen en geen andere toeristen die de rust kwamen verstoren, zalig! We mochten een half uurtje dobberen (warm in het water, maar koud eenmaal uit het water!) en gingen daarna op weg naar een speciaal cactus-veld. Daar aangekomen was Sangita haar buikpijn (zware krampen) zo erg geworden dat ze de korte wandeling niet meer aankon. Ze bleef rusten in het busje terwijl ik samen met de groep naar de cactussen wandelde. We konden er twee enorme cactussen van 7m en 12m (jawel, ongelooflijk) bewonderen. In mijn enthousiasme om met deze cactussen op de foto te staan, heb ik mij eerst lelijk geprik en ben daarna nog eens onderuit gegaan met een aantal zware blessures (nee hoor, gewoon wat schaafwondes) tot gevolg.


Dan ging het terug richting San Pedro, waar Sangita nog een paar uurtjes op bed heeft gelegen en ik weeeeeeeeeeeeer onze blog heb bijgewerkt (stom ding). 's Avonds ging het gelukkig al terug beter en zijn we lekker gaan eten, met een flesje wijn erbij om het einde van de pijn te vieren :p


De volgende ochtend stonden we om 10.30 klaar voor de busreis naar Salta - Argentinië. Met een uur vertraging gingen we eindelijk op weg. De grensovergang verliep deze keer (halleluja) supervlot, de Argentijnen zijn een stuk gemakkelijker in al dat administratief gedoe dan de Chilenen. Ook nog het vermelden waard was het adembenemende landschap onderweg. Drie uur lang reed onze bus over de altiplano (meer dan 4000m hoog) langs zoutvlaktes, lagunes en zelfs vulkanen! Mooi meegenomen tijdens deze 12 uur durende busreis. Rond 22h kwamen we aan in Salta en namen een taxi richting Hostal del Centro.



Aangezien we morgen om 00.45u naar Bolivia vertrekken, zullen we proberen om voor het vertrek nog over onze avonturen in Salta te vertellen. We hebben zo'n vermoeden dat we in Bolivia niet altijd even gemakkelijk toegang tot het internet zullen hebben.


Groetjes en kus,

Filip en Sangita


 

Zoeken op deze blog





Vlaamse blogs