het waarom

Was het mijn lot of was het mimetisme, dat is de vraag. In ieder geval, kan ik zeggen dat ik enigszins in de voetsporen van mijn vader ben getreden. Het reizigersvirus is besmettelijk en heeft zich van vader op dochter overgedragen. Als kind uitte dat zich in een afkeer van mijn eigen roots. Ik wilde weg, het gras is steeds groener aan de andere kant. De fantastische reizen naar exotische oorden vanaf mijn kinderjaren hebben hier aan bijgedragen. Heerlijk was het verwend te worden aan boord van Sabenavliegtuigen. De stewardessen hielden ervan het UMmeke (UM = Unaccompanied minor) van 4 onder hun hoede te nemen. Ik voelde me groot, flink en zelfstandig. Op bestemming maakten mijn vader en ik er liedjes over: "Helemaal alleen naar Afrika gaat die kleine Laura". 

Het is een hele eer elke vakantie weg te mogen vliegen, weg van de grijs- en grauwheid in ons Belgenlandje. Ik ruilde de regen even voor palmbomen, woestijnen, tropische stranden, en nieuwe kleuren, geuren en smaken. Ik leefde van die momenten, ik kon niet wachten om weer een wolkenlandschap te zien en brieven op kotszakjes te schrijven op wankele klaptafeltjes. En even een deel van een andere wereld te zijn. Opgroeien in meerdere werelden heeft me beslist wat schizofreniteit aan de hand gedaan. Vandaar dat ik vaak word overvallen door onrust (dat virus) en wil vertrekken, even adem halen. Ik ga ervan uit dat mijn 'geschiedenis' de reden is voor de nood me in een ander land als mijn thuisland te vestigen en een ander en nieuwe plek te exploreren.


 

Wet 1 oktober

Ik las overlaatst in de Belgische krant dat er vanaf 1 oktober nog maar 42 soorten zoogdieren toegelaten zijn als huisdieren. Wat ik echter nergens gelezen heb, is dat vanaf 1 oktober geen Spaanse honden België nog binnen mogen. Nu worden in Spanje windhonden en ook andere honden veelal enkele seizoenen gebruikt voor de jacht en daarna, wanneer ze “niet meer nuttig zijn”, worden ze mishandeld of op brutale wijze vermoord, ongeveer 50 000 per jaar. Verschillende Belgische organisaties zorgen dat deze mishandelde dieren geadopteerd worden. Daarom wou België kijken of ze geen uitzondering konden maken voor dit ras want in Spanje worden ze meestal naar “dodingsstations” gebracht (meer uitleg niet nodig denk ik). Ze zijn gaan praten met vertegenwoordigers van de Spaanse staat en wat zeggen deze laatste? Dat misbruik van honden hier uit den boze is en dat ze helemaal niet meer afgeslacht worden. Enig persoon die een beetje op de hoogte is van het nieuws hier, weet dat dat pure onzin is.

Wat is er dan aan de hand? Spanje wil af van zijn imago als een land waar dieren gemarteld worden. Hoe werd Spanje nu ook alweer voorgesteld tijdens Eurovisie? Juist ja, door een stier. Zo zien de meeste buitenlanders Spanje en zo is het ook: de regering investeert nog altijd miljoenen in stierengevechten en “traditionele” feesten tijdens welke dieren mishandeld worden. Natuurlijk, want dat trekt toeristen en brengt veel geld op…

Het zal dus nog lang duren eer dit zuiderse land van zijn wrede imago afkomt. Maar zolang er geen grote veranderingen komen in de mentaliteit wat betreft de toros, wordt er ook geen wet getekend ter bescherming van andere dieren. ¡Qué pena!


 

Tengo una corazonada

Het was te mooi om waar te zijn. De EURIBOR gedaald, de inflatie op zijn laagste punt,... en dan kondigt de regering een voorstel tot belastingsverhoging aan. De algemene BTW, bijvoorbeeld, zou worden opgetrokken van 16% tot 18%. Volgens de regering zullen vooral de hoogste inkomens iets merken van de verhoging, maar zoals een vakbondsvertegenwoordiger al terecht opmerkte: ‘De hogere inkomens hebben spaarcapaciteit en zullen dezelfde koopkracht behouden. Het zijn de lagere inkomens, die zowiezo niets overhouden aan het einde van de maand, die aan koopkracht zullen moeten inboeten.” Logisch. Even een klein rekensommetje:

200€ + 16% = 232€

200€ + 18% = 236€

Dat lijken peanuts, maar als alle artikelen in je winkelkarretje plots 2% duurder worden, dan slik je wel even. Vooral ‘en pleno crisis’. Spanje is nog steeds vaandeldrager wat werkloosheidscijfers betreft. De economie ligt op zijn gat. Cualquiera durft bij zo’n panaroma het kantoor van de baas binnenstappen en om loonsverhoging vragen om het effect van de BTW-verhoging te counteren...

Gelukkig zijn de Spanjaarden vlug afgeleid. Was iedereen twee dagen geleden nog aan het kibbelen over het project tot belastingshervorming, dan zijn nu alle ogen gericht op Madrid 2016 en David Bisbal die vrolijk krullentjeszwaaiend de burgemeester van Madrid omhelst. ¡Tengo una corazonada! Ik anders ook wel: la corazonada dat aan het einde van dit jaar mijn portemonnee weer een stuk lichter zal zijn....


 

Fiesta Mayor

De voorbije week was het Fiesta Mayor waar wij wonen en dat zal iedereen geweten hebben! Het dorp heeft trouwens nog geen 10 000 inwoners en ligt op ongeveer 40km van Barcelona, in een vallei tussen twee bergketens. Rust alom dus zou men denken, maar daar bracht de Fiesta Mayor even verandering in.

De laatste zondag van augustus waren er al “pre-feestactiviteiten” zoals de gastronomische beurs. Op de centrale esplanade stonden kraampjes opgesteld van restaurants en patissiers uit de regio. Lange tafels waren opgesteld en het was bijna vechten om een plekje in de schaduw te bemachtigen. De sfeer zat er goed in, een weerzien voor velen na hun vakantie, en het eten was erg lekker, vooral de desserts die in dit geval toch even deden wegdromen naar Belgische desserts.

Een paar dagen voor de aanvang van de feesten kregen we een briefje in de bus van de burgemeester die zich al op voorhand excuseerde voor het lawaai van de 3 dansavonden. Wel netjes vond ik, maar ik moet er wel bij zeggen dat dit waarschijnlijk ook vrij uitzonderlijk is in Spanje, want een beetje meer of minder lawaai, daar geeft niemand om hier.

Het dorp wordt elk jaar verdeeld in de rode groep en de blauwe groep, afhankelijk van aan welke kant van de rivier je woont. De twee groepen moeten het dan tegen elkaar opnemen in ludieke activiteiten zoals een wateroorlog, een olijfpitje zo ver mogelijk gooien, touwtjetrekken, ezelkoers en “trempa la caixa”. Dit laatste bestaat erin dat je een zo hoog mogelijke toren maakt van frisdrankbakken door zelf op de bakken te klimmen telkens je er eentje bovenop zet en dan proberen niet te vallen natuurlijk!!

Vrijdag waren er ook “castellers” of menselijke torens (zie foto), een Catalaanse traditie. Het was de eerste keer dat ik het live zag en ik moet zeggen dat ik wel onder de indruk was.

De hele week lang waren er nog veel meer dingen te doen zodat je je geen enkel moment hoefde te vervelen. Toch een heel ander sfeertje dan de Fiestas in Barcelona stad.DSC03431


 

reactie op artikel uit de krant

Spanje bezorgd om drankfestijnen van jeugd, kopt de Standaard vandaag, na een serieus uit de hand gelopen botellón in een Madrileense voorstad. Een in Madrid wonende lezer, reageert op dit artikel met volgende commentaar:

Op 09 september 2009 omstreeks 10u19, zei Ilse Wouters:

Positief is het wanneer er gezocht wordt naar een oorzaak van dit probleem, maar dat dan toeschrijven aan de foute dagindeling lijkt me vooral gemakzucht! Ik woon zelf in een Madrileense voorstad, heb een Spaanse partner en ik zie in mijn omgeving Spanjaarden die net zo goed die foute dagindeling hebben, maar daarom niet vernieling zaaien 's nachts! Trouwens, het lijkt me dat het steeds dezelfde generatie is die zo in het nieuws komt; er moet dus gezocht worden waarin zij verschillen van oudere generaties, die heus geen botellón moesten organiseren om zich te amuseren. 'Alcohol in een bar is te duur', zo wordt steeds vermeld als reden voor die botellones...tja, als die 16-18jarigen meteen het zware spul willen en niet een biertje of een wijntje, dat - eerlijk is eerlijk - in Spanje heus niet veel kost, en in vele streken (zoals Madrid) krijg je er nog een tapa bij, dan vrees ik dat de oorzaak elders moet gezocht worden. Trouwens, kladden zij hier ook niet alles vol met graffiti?

Ya estamos.  De jeugd van tegenwoordig weer. ‘Er moet dus gezocht worden waarin zij verschillen van oudere generaties, die heus geen botellón moesten organiseren om zich te amuseren’. Natuurlijk niet, de oudere generaties bedronken zich op de bierfeesten, de worstenfeesten, de plaatselijke kermis of éénder welk dorpsfeest. En de generaties voor hen bedronken zich bij weet ik veel welke andere gelegenheid. Zoals de generaties daarvoor en daarvoor en daarvoor. De zeden zijn nu niet (veel) losser dan vroeger. Alleen worden de uitspattingen meer belicht, want onze samenleving is nu eenaal gemediatiseerd a no más poder. Werd er vroeger iemand bij een zatte vechtpartij neergestoken tijdens, ik zeg maar wat, Zussen-Zichem-Bolder-kermis dan spreidde dat nieuws zich waarschijnlijk niet veel verder dan de omliggende dorpen. Nu kunnen we de steekpartij bijna live volgen op CNN. Met herhalingen ieder uur.

16-jarigen en 18-jarigen die meteen het zware spul willen? In de Spaanse uitgaanscultuur zijn de ‘cubatas’ – sterke drank aangelengd met frisdrank – reeds jaren ingeburgerd.(komt oorspronkelijk van de naam ‘cuba libre’ die gegeven werd aan een rum-cola cocktail maar verwijst nu naar bijna elke mix van sterkedrank en frisdrank). Een cubata hoeft niet per sé ‘zwaarder’ te zijn dan bier of wijn.  Meestal krijg je één vinger drank en de rest puur cola of tonic of wat dan ook. Een cubata in een discotheek kan makkelijk 10€ of meer kosten.  Een biertje of wijn indezelfde discotheek, als dat überhaupt al te verkrijgen is daar, kost trouwens net zoveel. En ik heb de meer bier-geörienteerde Vlaamse jeugd zich even zat zien zuipen als de Spaanse jeugd, die dus eerder kiest voor het zogenaamde ‘zware spul’. Wie zich zat wel zuipen drinkt eender wat.

Maar terugkomende op de prijs van de geliefde cubata. Voor de jeugd van tegenwoordig, la generación mileurista genaamd, omwille van het feit dat het bijna onmogelijk is meer dan 1.000€ per maand te verdienen ook al neem je twee jobs aan, kost een nachtje uit dan natuurlijk al snel vermogen. Of kan u de hele nacht dansen op 1 colaatje? Drink dan water zult u argumenteren. FYI: 250ml water in een discotheek kost u ook 8€. Dat het in de bar goedkoper is? Natuurlijk, maar ook weer niet zoveel meer, en dansen mag je er niet. En dan moet je ook wel nog een beetje uitkijken in welke bar je neerstrijkt. Ik betaalde onlangs in hartje Barcelona nog 8€ voor een ‘gewoon’ biertje.

Maar goed. De feiten zijn de feiten. De botellons zijn uit de hand aan het lopen. Teveel mensen op te weinig vierkante meters met teveel drank. Altijd al een slechte combinatie geweest. En profesor Alonso, naar wie in het artikel verwezen wordt, heeft overigens gelijk: de Spanjaarden houden er een onmogelijk uurrooster op na. Ik verbaas me elke ochtend weer over collega’s die om 10u ’s avonds avondeten en dan om ‘het eten te laten zakken’ twee uur of meer voor de televisie blijven hangen en desalniettemin ’s anderendaags vroeg moeten opstaan om de trein te halen. Persoonlijk kan ik dat ritme niet volgen. Ik moet om 11u in mijn nest liggen anders ben ik de volgende dag een wrak. Maar iedereen is anders, natuurlijk.


 

In de greep van de griep

We kunnen weer op twee oren slapen. Na maanden ophef over de te verwachten massale uitbraak van ‘la Gripe A’ bij de aanvang van het nieuwe schooljaar en het begin van de herfst en sensationale berichtgeving over het aantal doden, heeft Minister van Gezondheid Trinidad Jimenez toegegeven dat het misschien allemaal toch ‘een beetje overdreven is’. Dit na aanhoudende kritiek van verschillende artsenverenigingen die de manier waarop het nieuwe griepvirus in de media belicht wordt en de rol van de regering daarin als ‘alarmistisch’ definiëren. Ja, het griepvirus kan dodelijk zijn in combinatie met bepaalde andere pathologiën. Nee, dit virus is niet per sé dodelijker dan het gewone griepvirus de toda la vida. En het is ook niet nodig elke dag de teller van het dodental bij te stellen, noch elk geval uitgebreid te belichten.

Een pak van mijn hart, het mag gezegd worden. Want ik behoor tot de zogezegde categorie ‘risico-gevallen’. Diabetes. Ja ja, ik heb in geen jaren een griepje meer onder de leden gehad, maar ik zag me daar al geveld door de Mexicaanse griep. Dode nummer X, padecía patologías previas adicionales que agravaron su caso y le causaron la muerte. ‘Maar ik ben veel te jong om te sterven’, dacht ik in een van pathos en drama vervuld moment, terwijl vóór mij, op het televisiescherm ingezoomd werd op een ziekenhuis vol grieppatiënten.

Ik ben het volledig met die artsenverenigingen eens dat de excessieve berichtgeving mensen alleen maar bang maakt en dat schrijnende beelden van begrafenisstoeten en lijkwagens geen enkel preventief doeleinde dienen. En ik ben ontzettend blij dat ook de Minister van Gezondheid nu toegeeft dat de regering dit thema misschien niet al te best heeft aangepakt. Nu maar hopen dat dit bericht evenveel weerklank vindt in de media als de volgende griepdode... Want het is natuurlijk een pak minder sensationeel zo...


 

OngeZONd?

Hij is weer voorbij die mooie zomer… Na drie welverdiende weken vakantie ben ik weer volop aan de slag. Nou ja, volop... de negatieve berichtgeving over zonnebanken en UV-stralen van de afgelopen weken heeft zo zijn uitwerking op de markt... Zo’n drietal weken geleden stuurde het IARC (International Agency for Research on Cancer) een nieuw rapport de wereld in, volgens hetwelke het risico van UV-stralen verhoogd wordt van ‘mogelijk kankerverwekkend’ tot ‘kankerverwekkend’ tout court (Categorie1). Zonnebanken wordt even gevaarlijk geschat als pakweg arsenicum. De polemiek was daarmee natuurlijk geserveerd. Dat zonnebanken en UV-stralen mogelijk kankerverwekkend zijn is niets nieuws. Ook de gewone zonnestralen zijn reeds sinds 1992 ondergebracht in de categorie ‘mogelijk kankerverwekkend’. Het is niet het rapport zelf dat de zonnebanksector zorgen baart, maar wel de ongenuanceerde berichtgeving aangaande. De gemiddelde leek weet niet dat in Categorie 1 waarin UV-stralen nu zijn ondergebracht, niet alleen producten zoals arsenicum en mosterdgas zijn opgenomen, maar ook gewone produkten van dagdagelijks gebruik zoals rode wijn, bier en gezouten vis. Het etiket ‘Categorie 1’ is namelijk geen indicatie van de omvang van het risico, maar gewoon een indicatie van het feit dat een risico bestaat. Dit wordt in de media evenwel niet toegelicht en krantenkoppen als  ‘zonnebank gelijk aan arsenicum’ jagen de gewone mens logischerwijze de stuipen op het lijf. Men vergeet overigens ook meer dan eens te vermelden dat bakken en braden op de Spaanse stranden even schadelijk en kankerverwekkend wordt geacht en dat zonnestralen óók UV-stralen zijn.

Verscheidene gerenommeerde wetenschappers wereldwijd hebben overigens reeds openlijk kritiek geleverd op het rapport van de IARC. Vreemd genoeg wordt daar in de media merkerlijkerwijs minder aandacht aan besteed. En dat is jammer. Een gemiste kans om het brede publiek te informeren over hoe gezond en verantwoord te bruinen. Toch niet onbelangrijk tijdens deze lange hete zomermaanden, nu de Spaanse stranden afgeladen vol liggen met toeristen die zich niet of onvoldoende beschermen of die na de ongenuanceerde berichtgeving van de laatste weken hun bungalow niet meer uit durven komen.


 

Waar men gaat op Spaanse wegen, overal komt men fitipaldis tegen

 Telkens ik hier in Spanje in mijn auto stap bid ik een weesgegroetje en hoop ik vandaag van fitipaldis (snelheidsduivels – genoemd naar de Braziliaanse F-1 piloot Fitipaldi), zondagsrijders en ramptoeristen gespaard te blijven. Rondtoeren in Barcelona, altijd een beetje een avontuur...

Toegegeven, toen ik hier 5 jaar geleden aankwam, beperkte mijn rij-ervaring zich tot rustige ritjes door de Stille Kempen en een paar zondagse bezoekjes aan Antwerpen-Zuid, maar zelfs een ervaren Vlaamse chauffeur zou hier geregeld ‘een koppel ogen trekken’. Dacht u deze vakantie Barcelona te bezoeken en voor het gemak een autootje te huren? Bezint eer ge begint en houd rekening met volgende parameters,  resultaat van mijn onderzoek naar het Spaanse rij-gedrag na 5 jaar observatie en 3,5 jaar praktijk-ervaring:

  1. De Spanjaard en richting aangeven: de gemiddelde Spanjaard vind het gebruik van knipperlichten om de richting aan te geven tijdsverlies. Tijdens de kerstperiode mooi ter versiering maar voor de rest van het jaar veelal in ongebruik. Waarom met je knipperlicht voorafgaand aangeven dat je graag links zou willen invoegen als er toch niemand op je let en het veel efficiënter is gewoon met een krachtige zwik aan het stuur uw auto op de gewenste rijstrook te manoevreren? De meer bewuste Spaanse bestuurder is bereid na de zwik alsnog zijn knipperlicht te gebruiken. Mocht het dan tot een botsing komen, kan hij toch mooi zeggen dat hij wel degelijk zijn manoeuver correct had aangekondigd. Uitzondering op de regel: doet er zich achter de bocht een onverwachte verkeersopstopping op, dan laat de gemiddelde Spanjaarde beide knipperlichten overuren draaien om de achterliggers te waarschuwen voor het gevaar. En kijk, zo’n blijk van solidariteit, dat vind ik dan weer mooi, zie.
  2. De Spanjaard en zebrapaden: een zebrapad is een exotische decoratie van het wegdek. De moedige voetganger die het waagt van het zebrapad gebruik te maken  weet dat de strepen hem alleen maar recht geven op een uitkering van de verzekering mocht hij een aanrijding overleven, een garantie tegen aanrijdingen biedt het zebrapad hem generlei. Dient evenwel ook te worden vermeld dat de gemiddelde Spanjaard de vreemde neiging heeft op 3 metervan een zebrapad over te steken. Drie meter zijn drie meter, het is warm, we zijn moe en wie heeft überhaupt besloten dat zebrapad drie meter verderop te leggen als het ergens anders veel beter oversteken is? De gemiddelde Spanjaard is een eigengereid baasje en regels breken is een nationale sport. Van mijn collega’s ben ik de enige die de hoofdstraat netjes per zebrapad oversteekt, al de rest steekt midden over het kruispunt over. Telkens ik twee meter verder loop om correct over te steken kan ik het niet helpen me een beetje een neurotische noorderling te voelen.
  3.  De Spanjaard en het carné por puntos: sinds een tweetal jaar is in Spanje het rijbewijs per punten ingevoerd. Dat zorgde aanvankelijk voor een redelijke terugval in het aantal dodelijke ongevallen. De Spanjaard zou evenwel geen Spanjaard zijn, had hij geen achterdeurtje gevonden in deze wetgeving, kwestie van het verlies van het rijbewijs te voorkomen.Op internet bloeit de handel in punten weelderig, werknemers op de dgt (dirección general de tráfico) zijn bereid tegen betaling het schrappen van punten te annuleren, slimmerikken verkopen ingenieuze truukjes om je nummerplaat te vervangen door een ander nummer als je een flitspaal passeert,.... Wie een overtreding begaat en punten moet inleveren, beschouwt dat meestal niet als de te verwachten straf maar wel als een laffe streek van de flikken. “Klootzakken, ze moesten mij weer hebben....”  
  4. De Spanjaard en parkeren: parkeren in Barcelona en voorsteden zoals Hospitalet en Cornellà is geen sinecure. Te weinig plaats, te veel flatgebouwen en teveel auto’s per flat. Alle beschikbare plaats dient dan ook ten volle benut te worden, of dat nu tegen de verkeerscode indruist of niet.  Dubbel of driedubbel parkeren, parkeren op zebrapaden, voor uitritten van garages en ziekenhuizen of midden op de baan, ook al sluit je dan de rest van het verkeer af, het kan allemaal. De politie komt hier handen te kort om parkeerboetes uit te schrijven... De nieuwe hype om zoveel mogelijk straten verkeersvrij te maken ten behoeve van toeristen en voetgangers, draagt uiteraard niet bij tot de verbetering van het parkeergedrag van de gemiddelde Spanjaard. Je auto geschramd of gebutst terugvinden is heel normaal. Niet iedereen heeft rijstuurbekrachtiging en niet iedereen schat de afstand altijd even goed in.  Oeps. De auto naast je geraakt? Even de gaspedaal indrukken en maken dat we wegkomen... Niemand iets gezien, toch?Even midden op straat stoppen om een praatje te slaan met een kennis die je net op het voetpad voorbij ziet lopen is ook absoluut geen probleem. Pas wanneer het toeter- en fluitorkest achter je wagen te luidruchtig wordt om nog een gesprek te voeren, zet je rustig je auto in eerste, je zwaait nog een uitgebreid naar de kennis op het voetpad en terwijl je auto tergend langzaam optrekt spreek je nog even af voor volgende zaterdag: ‘En Bar Leopolado, a las 9, vale, hablamos!”
  5. De Spanjaard en Kontrijden: ik weet niet of hier een Freudiaanse verklaring voor bestaat, maar de gemiddelde Spanjaard vindt het ontzettend fijn op de autostrade in de kont van zijn voorganger te hangen. Afstand bewaren om ongevallen te voorkomen? Anda ya! Maak plaats, maak plaats, maak plaats, we hebben ongeloofelijke haast... Wie 120 rijdt en meent daarmee aan de vereisten te voldoen, vergist zich lelijk: op het linkerrijvak wordt een gemiddelde snelheid van 140/160 gehanteerd met uitzondering van de bruuske terugval tot 120 of minder in zones waar flitspalen gesignaleerd zijn.  Wie koppig vasthoudt aan 120, kan rekenen op flitsende koplampen achter zich, toeterconcerten en hevig gesticulerende chauffeurs. Dat je niet rechts kan invoegen omdat een gigantische trailer het rijvak blokkeert zal de fitipaldi achter je worst wezen: hij drukt de gaspedaal nog wat dieper in in je achteruitkijkspiegel doemt zijn bumper levensgroot op. Slik...
  6. De Spankaard en de Eenrichtingstraat:om te vermijden onnodige ommetjes te moeten maken is het officieus toegelaten achteruit een eenrichtingsstraat in te rijden. Benzine kost geld! Time is money! Etcetera, etceterea, etcetera. Wel opletten dat er geen vervelende flik in de buurt is tijdens het uitvoeren van dit tijdwinnende manoeuvre.

De eerlijkheid en de volledigheid gebieden mij te zeggen dat niet ALLE Spanjaarden de regels aan de laars lappen. Ik merk dat de laatse campagne van de DGT (lichten aan, ook overdag) vrij veel succes heeft geboekt en sinds de maximumsnelheid rond Barcelona van 120 km/u naar 80km/u werd verlaagd, gebeuren er ook veel minder ongevallen. En er wordt mij steevast verzekerd dat het in het zuiden van Spanje ‘nog veel erger is’. Moge dat een troost zijn voor wie zich deze vakantie op de Barcelonese wegen waagt! ¡Suerte!


 

Viva San Fermín ?¿

Sinds Hemingway las fiestas de San Fermín wereldwijd bekend en berucht maakte, stromen jaarlijks duizenden toeristen van verschillend pluimage toe om de stierenlopen en stierengevechten van dichtbij mee te maken. Pamplona kleurt wit en rood, de hotels zijn volgeboekt en op de terrasjes is het vechten voor een plaatsje.

Toch waren de sanfermines niet altijd zo internationaal. De feestelijkheden vinden hun oorsprong in een middeleeuwse veebeurs, die aan het begin van de zomer in Pamplona georganiseerd werd. Om alle dieren op de markt te krijgen, werden de kuddes ’s morgens door het stadscentrum gedreven en de stalknechten maakten graag van die gelegenheid gebruik om hun atletische kunstjes aan het publiek te tonen door voor de dieren uit te rennen. Dat gebeuren werd mettertijd een vast onderdeel van de feestelijkheden, oogluikend toegelaten door de overheden. Pas in 1867 werden de eerste officiële maatregelen op papier gezet om de ‘encierros’ in goede banen te leiden. Dat deze plaatselijke feestelijkheden zo’n internationale faam verwierven is in grote mate te danken aan Ernest Hemingway, die in de jaren 50 Pamplona bezocht en daarna in zijn schrijfsels de loftrompet stak over dit, in zijn  ogen,  heroïsche gebeuren.

Wat maakt dit gebeuren dan zo aantrekkelijk? Meer dan waarschijnlijk het gevaar dat er bij komt kijken. Niets is zo leuk als ‘living on the edge’. De adrenalinestoot als je je net aan het gevaar ontsnapt weet.... 15 dodelijke slachtoffers, allemaal in de laatste 84 jaar. Spanjaarden mogen graag vertellen dat alleen de onwetende en ongetrainde buitenlanders in het algemeen en Amerikanen in het bijzonder het loodje leggen tijdens de Sanfermines, omdat ze zich dronken in de massa storten, geen ervaring hebben met stieren of niet over de noodzakelijke fysieke conditie beschikken, maar dit jaar leggen de feiten die kwatongen het zwijgen op. Een 27-jarige Madrileen liet het leven nadat hij door de stier ‘Capuchino’ op de horens genomen werd. De hoorn doorboorde zijn keel.

Zoals altijd wordt er nu weer hevig gedebatteerd tussen voor- en tegenstanders van de encierros en de stierengevechten. Gaat het hier om een historische traditie die in ere dient gehouden te worden, koste wat het wil, of zijn de Sanfermines reeds lang verworden tot een massa-evenenment met als enige doel de Pamplonese kassen te spekken? Zijn de ‘mozos’ en ‘mozas’ die meelopen onnozele waaghalzen of verdienen zij respect en bewondering?  Wat is er nog authentiek aan deze ‘sanfermines’? Is het niet gewoon hetzoveelste excuus voor slemp-en braspartijen en roekeloos gedrag? Hoeveel van de deelnemers kennen de betekenis achter de religieuze rituelen waarmee de sanfermines gepaard gaan of besteden er aandacht aan? En is dat dan van enig belang?

La discusión está servida. De ouders van de overleden Madrileense jongen hebben overigens laten weten dat volledig achter de Sanfermines te staan, ondanks hun zware verlies. ‘Volgend jaar zien we elkaar hier terug’, zeiden ze tegen elkaar, alvorens met de lijkkist van hun zoon, broer, vriend of neef richting Madrid af te reizen.


 

Tzatziki, tortilla, tiramisu en... pekesstoemp?

 

 

Niets is zo leuk als multicultureren. Eens per maand organiseren we op kantoor

een maaltijd, waarbij elke collega iets anders meebrengt. Aangezien hier verschillende nationaliteiten samenwerken en sommigen onder ons redelijk bereisd zijn, levert dat altijd een gevarieerde en vooral internationale menukaart op. Vandaag vertegenwoordigd: Spanje met croquetas de pollo caseras (zelfgemaakt kipkroketjes) en tortilla de patatas (dit behoeft toch zeker geen vertaling?),  Peru met pollo al ají (pikante kipschotel), Mexico met nachos en Griekenland met tzatziki. Dat laatste was mijn inbreng. Vorige keer bracht ik het Boliviaanse Causa Rellena con Salsa Criolla op tafel. Ik heb namelijk een probleem. Ik weet niet welk typische Belgisch / Vlaams gerecht ik mee naar dit bacchanaal zou moeten brengen. Het moet makelijk vervoerbaar zijn, opwarmbaar in de magnetron of koud, niet te consistent want de anderen brengen ook schotels mee en het is niet de bedoeling met een indigestie op de spoefafdeling van het dichtstbijzijnde ziekenhuis te belanden,....

Frikadellen met krieken??? Daarop heb ik tot noch toe steeds dezelfde reactie gekregen: frikadellen (of ‘gehaktballen’ voor de taalpuristen) alleen is lekker, kriekensaus alleen is lekker, maar sáaaaaaaaaamen???? Hoe haal ik het in godsnaam in mijn kop??? Zelfde verhaal met de kip met appelmoes. De aardappelkroketjes gaan er wel goed in, maar aangezien we hier op het werk niet over een friteuse beschikken en opwarmen in de magnetron het krokante eraf haalt, is die optie ook afgeschreven. Friet met biefstuk? Afgeschreven omwille van dezelfde praktische bezwaren. Gentse waterzooi? Rode kool met appeltjes? Wortelpuree (pekesstoemp voor de kenners)? Worstenbroodjes? Ik sta open voor uw suggesties...  Gelieve evenwel rekening te houden met de gevoelige paladar van de gemiddelde Spanjaard: ze zijn wel eens geneigd de neus op te halen voor alles wat ‘vreemd’ is. Als ze dan toch geproefd hebben – met het kleinste lepeltje of een vingerpuntje –wil het nogal meevallen: mijn kooksels en baksels zijn er tot noch toe vlot ingegaan. Ik wacht dus vol spanning jullie input af: het zou fijn zijn de Vlaamse keuken eervol te kunnen verdedigen. Tot zolang blijf ik noodgedwongen aanmodderen met Ecuadoriaanse cebiche, Italiaanse tiramisu en, zoals vandaag, Griekse tzatziki....


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog