Biddende moslims opgepakt in ... moskee!

Ze kochten entree kaartjes, huurden een audiogids en begonnen aan een rondleiding. Toen ze even halt hielden om te bidden liep het mis. Veiligheidsagenten en politie kwamen er aan te pas en het incident ontaarde in een heuse rel. Resultaat: 2 toeristen aangehouden en 3 securityguards gewond.

Het toneel van dit spijtige voorval was de beroemde "Mezquita" van Cordoba: Symbool en architectonisch hoogtepunt van het Kalifaat van Cordoba dat duizend jaar geleden de plak zwaaide over "Al Andalus", het Spaanse moslimrijk. Alle oorlogen en plunderingen ten spijt stond Cordoba toen vooral te boek als een culturele wereldstad waar verschillende bevolkingsgroepen en godsdiensten relatief vreedzaam samenleefden.

Aan dit gulden tijdperk kwam een einde toen het kalifaat onder toenemende druk van de christelijke troepen in kleinere "Taifas" uiteen viel en radicale huurlingen de Straat van Gibraltaar overstaken om  de moslimstaatjes te verdedigen. Na meer dan 700 jaar moslimheerschappij viel Granada als laatste stad uiteindelijk in 1492. De katholieke vorsten bouwden de bestaande moskees om tot kerken en de bevolking werd "uitgenodigd" om zich te bekeren.

De makeover die de Mezquita van Cordoba in dit opzicht te verwerken kreeg, spant hoedanook de katholieke kroon: De nieuwe kathedraal van de voormalige hoofdstad werd pal in het midden van de moskee opgetrokken.. als een tang op een varken, de islamitische context ten spijt..

De "Mezquita" is ook vandaag nog steeds de belangrijkste katholieke tempel van de stad en de katholieke rite heeft er het monopolie. Hieraan verschillende geloofsuitingen worden dus niet geduld, ook niet als het gebouw in kwestie één van de fraaiste Europese voorbeelden van moslimarchitectuur blijkt te zijn.

Enkele jaren geleden werd een voorstel om de Mezquita om te vormen tot een oecumenische tempel voor christenen en moslims in de kiem gesmoord. Lang vervlogen zijn de tijden van het Cordobese Kalifaat en zijn culturele ontplooiing over de religieuze grenzen heen. 

De Mezquita in 3D

Het bericht in de lokale pers 

Move your Class



 

Sus Domesticus

Sus Domesticus, het huis-, tuin- en keukenvarken dat in zijn hedendaagse versie wel eens als Gandaham of ribbekes op uw bord durft te eindigen, heeft, hier in het zuiden van Andalucia zo een kleine vijfduizend jaar geleden zijn eerste sporen achtergelaten, met name in de Cueva de Nerja.

De Cueva de Nerja (de grot van Nerja) werd exact 50 jaar geleden bij toeval ontdekt en is één van de belangrijkste prehistorische grotten van Spanje. In verschillende zalen zijn de "traditionele" tekens, afbeeldingen van handen en tekeningen van dieren gevonden. Archeologen hebben tot 17 bewoningslagen gerepertoriëerd, de oudste dateert van zo een 25.000 jaar geleden, de jongste van zo een 3500 jaar geleden. In één van de meest recente lagen (van zo een een 5000 jaar geleden) zijn dus resten van beenderen van Sus gevonden, de eerste sporen van domesticatie van het varken in deze contreien. De Cueva de Nerja is te bezoeken. Niet alle zalen zijn voor het publiek toegankelijk, maar één van de zalen is zo indrukwekkend groot dat er klassieke concerten of flamenco-festivals in doorgaan. Nerja zelf, een kustplaatsje dat 50 jaar geleden nog een armzalig regionaal centrumetje van de zoete aardappelteelt was, is intussen één van die nieuwe Engelse kolonies op Europees grondgebied geworden.

Sus domesticus van zijn kant, heeft de reis door vijfduizend jaar Andalusische geschiedenis goed doorstaan, heeft ook de moorse tussentijd overleefd, en eindigt sinds 1492 ook hier regelmatig als jamon op één of ander bord. Het blijft voor vele noorderlingen een vreemd wat hilarisch fenomeen: de hespen hangen hier nog steeds bij tientallen in de (echte) Spaanse bars en bij honderden in de supermarkten. Het geven van een hesp als kerst- of nieuwjaarsgeschenk is en blijft een klassieker en de supermarkten hebben in deze periode speciale stands waar de hespen, becommentariëerd, geproefd en (na verkoop) netjes in feestpapier verpakt worden. De duurste hespen van de beste soort, de bellotas, gingen tot vorig jaar aan een 110euro per kilo over de toonbank (a rato van 7 - 8 kg per hesp).  De bellota varkens hebben de laatste zes maand van hun leven een eikel-dieet achter de rug (bellota = eikel): je vindt hen dan ook vrijwel altijd, vrijuit rondlopend en rustig knorrend, op de uitgestrekte kurkeikdomeinen van Huelva, Sevilla en het zuiden van Extremadura. De bellota produktie was vorig jaar goed voor een 800.000 stuks, de iberico kwaliteit (afgezien van de bellotas) was goed voor een 3.800.000 stuks, van de serrano kwaliteit werden er een 15.000.000 geproduceerd en van de curado, de laagste kwaliteit, een 20.000.000 stuks (deel steeds door 2 als je wil weten hoeveel Sus-sen naar de eeuwige jachtvelden werden gestuurd). Een overproduktie (hoe kan het anders in Spanje ?) heeft voor een ineenstorting van de prijzen gezorgd: de hespen van de geringste kwaliteit gaan van de hand voor een 50-60euro per stuk (niet per kilo !), boek je een reis, je krijgt een hesp, open je een bankrekening, je krijgt een hesp, etc etc.; de produktie van bellotas is op het zelfde niveau gebleven en de belotta lijkt enigszins te weerstaan aan de prijsdruk. Het weze hoe dan ook duidelijk dat toekomstige archeologen niet vreemd zullen opkijken over de aanwezigheid van Sus-resten tussen Spaanse restanten van rond 2000 na Christus.

Op de Fiesta de los Verdiales zal er wel een paar kilos jamon-tapas door de kelen gejaagd zijn. Het jaarlijkse festival van deze zeer oude zang en muziek had plaats op Onnozele Kinderen (Santos Inocentes) in Malaga. Helaas regende het festival uit. Het is een zeer warme en zeer lange zomer en nazomer geweest, maar sinds vorige week is het zover: regen, regen, regen, du jamais vu, op één week is in de provincie Malaga genoeg water verzameld voor de consumptie van anderhalf jaar. Sommige stuwdammen bereikten zelfs hun veiligheidsniveau en moesten hun sluizen openen om uit te storten in de zee. De weg waarlangs Lagabella ligt en die twee dorpen verbindt is 24 uur lang afgesneden geweest omwille van aardverschuivingen. En met een grote glimlach gaf de malagueense schepen van feestelijkheden deze week toestemming tot een botellon (alcohol drinken op straat) voor de nacht van 31 december: er wordt zodanig veel regen voorspeld dat je al echt zeer dronken moet zijn om op straat te willen (voort?)drinken. Hopelijk wordt januari beter...

Hasta el año proximo. Un saludo cordial!

links: www.cuevadenerja.es , www.verdiales.net (inclusief youtube link)


 

el sur

Niet alleen Noord-Europa, ook een groot deel van Spanje ploegt zich door sneeuw en ijs. Andalucia ontsnapt aan de (vries)kou, en zelfs de Sierra Nevada kan zichzelf voorlopig niet echt nevada noemen. Het is in Lagabella wel beginnen regenen -eindelijk- en dat laat steller dezes toe om -ook eindelijk- weer te berichten over dit deel van de wereld, dat zich de twee voorbije weken wentelde in conflicten met zijn zuiderse buren.

Het eerste is in wezen niet meer dan een faits-divers in het immer terugkerende haantjesgedrag van twee Europese staten: een boot van de Spaanse Guardia Civil die, naar eigen zeggen drugsmokkelaars achtervolgde, voer de territoriale wateren van Gibraltar in, werd door de Gibraltarese kustwacht onderschept en de Guardias mochten een aantal uur de binnenkant van de instellingen van hun collega's van dichterbij bewonderen. Een rimpel op de eeuwige zee, maar helaas zijn dergelijke incidenten steevast aanleiding tot een opstoot van nationalisme en gekwetste trots. Onlangs nog had ik een gemoedelijk gesprek met een -geëduceerd- persoon, waarbij -uiteraard- onder meer de economische en politieke problemen van dit land aan bod kwamen: het eindigde, als toppunt van alle kommer en kwel en  als ultieme verzuchting en ergernis, met een zeer gemeend "...y un Gibraltar libre!"  De "kwestie" Gibraltar sluimert, maar leeft. In de nasleep van de overdracht van Hong Kong aan China (1997), hoopte Spanje op een gelijkaardige oplossing van het "probleem". Gibraltar is sinds 1713 Engels en er is eigenlijk geen enkele Spaanse politicus die, ondanks al de opstoten van nationalisme, -verdragrechterlijk- dit Engelse bezit betwist. Wel had men in de jaren negentig gehoopt op een soort van co-bestuur maar dat is op niets uitgelopen. Puur verdragrechterlijk (we hebben het hier zelfs niet over Engels prestige of militaire argumenten) is het grote struikelblok dat Gibraltar niet eenzijdig onafhankelijk kan verklaard worden -om dan verder binnen de EU als een soort mini Luxemburg te functioneren-: Spanje heeft bij een eventuele souvereiniteitsafstand een eerste keus-recht en zou dat in voorkomend geval ook uitoefenen. Het probleem is dat de Gibraltarezen zich al in verschillende referenda met meerderheden die we enkel uit de voormalige volksrepublieken en arbeidersparadijzen kennen, tegen opname in Spanje hebben uitgesproken. Puur technische verwezenlijkingen van goed nabuurschap (zoals de voorbije week, de ook toeristisch interessante, reintroductie  - na 40 jaar !- van een ferry-service tussen Algeciras -Spanje- en Gibraltar) zullen dus ook de komende decennia nog regelmatig overschaduwd worden door politiek geïnspireerde, wederzijdse, nijdige pesterijen.

Van een gans andere orde en veel diepgaander was de diplomatieke aanvaring met Marokko. De aanleiding was de Marokkaanse weigering om een Saharawi-activiste weer tot het land toe te laten en haar daaropvolgende hongerstaking in de luchthaven van Tenerife waar ze gestrand was. (Het treurige verhaal van de Spaanse Westelijke Sahara is een Spaanse variante op het algemene Europees-Afrikaanse dekolonistatie-fiasco dat op hetzelfde moment -1975- onder meer de burgeroorlogen van Angola en Mozambique zou veroorzaken. Dit stukje is niet het middel om één en ander trachten te duiden: www.westelijkesahara.be kan dienen als inleiding).

De verhoudingen met Marokko zijn zeer gevoelig niet alleen op het niveau van staat tot staat (ik geef maar wat raakpunten: de Spaanse "enclaves" Ceuta en Melilla en de paar Spaanse rotsen in de Zee van Alboran vlak voor de Marokkaanse kust, mensentrafiek, drugstrafiek, terrorisme -de daders van de aanslagen op de Madrileense treinen waren van Marokkaanse origine-), maar zijn ook bijna tastbaar in de dagelijkse Andalousische praktijk. Al eerder verwees ik naar de geringe aandrang tot maurofilie bij de gemiddelde Andalou. Een nieuw akkoord met de EU dat Marokko zal toestaan beduidende hoeveelheden tomaten en andere groenten op de Europese markt te brengen zal daar niet veel aan verhelpen. Grote delen van -vooral- de provincie Almeria leven van de serre-groententeelt en dit akkoord wordt voorgesteld als de doodsteek voor de sector: naast de ineenstorting van la construccion zou het de volledige teloorgang van alle economische activiteit veroorzaken. Bij het begin van de volgende oogst mag u zich dus verwachten aan een nieuwe setting voor het leeghalen van trucks en weggooien van tonnen groenten: niet meer aan de Frans/Spaanse grens, zoals de voorbije jaren regelmatig gebeurde, maar ergens bij de invoerplaats van de Marokkaanse producten. Wat de entrepreneurs er niet bij zeggen is dat ze al een tiental jaar zelf in Marokko groenten- en fruit(aardbeien)plantages opstarten omdat de loonkost in Spanje ondanks alle zwarte (in alle mogelijke betekenissen van het woord) tewerkstelling, te hoog zou liggen.

Op de olijf(olie)markt is de Noord-Afrikaanse concurrentie voorlopig minder van tel. De olijvenoogst is een tweetal weken geleden op gang gekomen: het eindresultaat ervan (de oogst loopt tot ongeveer eind januari) wordt geschat op een miljoen ton olie, waarvan ongeveer de helft uit de provincie Jaen komt. (De oogst van eetolijven is al achter de rug: de opbrengst wordt geschat op een kleine 400.000 ton). Tachtig procent van de Spaanse niet gebottelde olijfolie wordt uitgevoerd naar Italië. Wordt ze daar gebotteld?  Vraagteken: wie heeft daar binnen de EU zicht op ? Misschien de nieuwe commisaris van handel, maar als het zo is, heeft "de beste olijfolie ter wereld" er al heel wat kilometers opzitten. Ons zal het niet echt raken: de beste olijfolie ter wereld komt uit Mondron, hier een twintigtal kilometer vandaan. Maar blijf niet waar u bent: ergens begin mei zal oogst 2010 al uitverkocht zijn.

Un saludo cordial.


 

monfies

De Sierras van het zuiden van Andalucia waren tot voor kort vrijwel ontoegankelijk: zo is "onze" huidige provincieweg die een aantal dorpen op de zuidkant van de Sierra de Tejeda verbindt -in vogelvlucht liggen ze alle op een 10-15 km van de zee- nog maar een vijftiental jaar geleden geasfalteerd. Voordien lag er een verharde grindweg, uitgekapt in de rotswand en waren de verbindingen traag, de dorpen afgelegen en op zichzelf gekeerd. Dat was (is) zo voor de Sierra de las Nieves (Ronda), de Montes de Malaga, de Sierra de Tejeda, en de Alpujarras die in het uiterste oosten geleidelijk aan overgaan in de mythische halfwoestijn van de Tabernas waar Clint Eastwoods geest, als good, bad of ugly, nog steeds doorheen waart. (Ik moet hier in alle eerlijkheid zeggen dat de relatief recente snelweg Almeria-Granada het mystieke van het landschap van de Tabernas enigszins ontluistert, maar komend van het Noorden, en afzakkend over de Filabres blijft het een uniek spektakel).

Het onherbergzame van de Sierras maakte hen tot uitstekende schuilplaatsen voor alle mogelijke groepen die op één of andere manier overhoop lagen met het gezag. De bandoleros (de Spaanse versie van de Amerikaanse outlaws, de laatste stierf in 1934) hebben intussen in Ronda hun eigen museum. In de loop der tijd hebben ze een Robin Hood-achtige faam gekregen, maar veelal waren ze eerder Jan de Lichte-achtige arme luizen. Dat was wellicht het enige kenmerk dat ze gemeen hadden met hun voorgangers, de monfies, die in hun tijd een religieus ideologische tint gaven aan het struikroversschap. De monfies waren moslim-struikrovers/bandoleros die na de reconquista van het koninkrijk Granada (1492), in een soort van politiek verzet, een guerrilla avant la lettre opzetten tegen de nieuwe -christelijke- machthebbers. De monfies-leiders waren (ondermeer omwille van hun kennis van het terrein) dan ook dikwijls de aanvoerders van de twee grote algemene opstanden van de resterende Moorse bevolking van dit vroegere koninkrijk Granada tegen de sociaal, economische en godsdienstige politiek van eerst Karel V en later Filips II; een aantal belangrijke episodes van deze opstanden speelden zich af in de bergen van de dorpen hier in de buurt. In een mij wat vreemd aandoende poging tot recuperatie van een tot voor kort ontkend/miskend verleden -duidelijk gericht op het toerisme en met een zweem van antiklerikalisme en opstoot van "tolerantie"-, hebben vrijwel al die dorpen in hun hoofdstraten nu azulejos hangen met de kroniek van de toenmalige gebeurtenissen -al dan niet rechtstreeks met betrekking tot het dorp zelf;  even was er zelfs sprake van de oprichting van een monfies-museum, maar blijkbaar is dat niet doorgegaan. De monfies zelf verdwenen als individuen en als fenomeen na de laatste opstand van 1569-70: alle moriscos werden uit het vroegere koninkrijk Granada verbannen naar andere delen van Spanje (vooral Valencia) of vluchtten naar Afrika.

Een museum van de guerrilla tegen Franco bestaat niet en zal wellicht nooit bestaan. Nochtans waren de beweegredenen van de meeste guerilleros vermoedelijk moreel hoogstaander dan die van de Ronda-bandoleros, al vrees ik dat de meesten van hen niet wisten waar ze aan begonnen toen ze de sierra introkken. In 1945 was de guerilla in wezen al ten dode opgeschreven: internationale geopolitiek zorgde voor de versteviging van het Franco-regime en de opname, vanaf 1950, in de internationale organisaties consolideerde het regime ten volle. De arme luizen in de bergen hadden geen enkel benul van de hogere politiek. In de provincie Malaga zijn een 1500 guerilleros gerecenseerd. Vrijwel zonder uitzondering waren het analfabeten die dikwijls onwetend/onwillend in een spiraal terechtkwamen waaruit ontsnappen onmogelijk was. Hun gereconstrueerde levensverhalen zijn van een ontzettende treurnis en banaliliteit, met amper een paar maanden tussen de beslissing de bergen in te trekken en de dood bij een schermutseling met de veel beter bewapende en georganizeerde repressiemacht of door executie na een schijnproces. De tijd in de bergen dagen, weken, maanden van honger, ontbering, kou, ontgoocheling, solidariteit, radeloosheid en onderlinge argwaan (verschillende guerilleros werden door hun compagnons geliquideerd omdat ze er van verdacht werden zich te willen overgeven). De steun of sympathie van de bevolking nam af of werd onmogelijk gemaakt. In 1951 was de guerrilla letterlijk een marginaal fenomeen geworden, teruggedrongen naar dezelfde grotten in de sierras als die van hun voorgangers de monfies een kleine vierhonderd jaar eerder, met sporadische overvallen op  boerenhoven als laatste stuiptrekkingen. In 1953 werden de laatste guerilleros geëxecuteerd. Het nieuws was voor het regime nog nauwelijks een faits-divers waard. Velen van hen liggen in het massagraf op het voormalige kerkhof van San Rafael in Malaga (waarover later meer).

Sindsdien zijn de sierras -buiten het jachtseizoen weliswaar- vrij van gewapende menselijke aanwezigheid, en de kennis van het terrein neemt af met elke anciano die sterft.  De enigen die de Sierras nog kennen zijn Salvador, die de gieren van aas voorziet, en de paar cabreros, de geitenkwekers die met hun kudden de bergen intrekken. Daarmee is de cirkel rond: cabreros werden door de guerrilla goed- of kwaadschiks gebruikt als verbindingsmannen, doorgeefluiken van voedsel en informatie. Tot het regime ook hun bewegingsvrijheid beperkte en de guerrilla letterlijk uithongerde. Ik vrees echter dat de huidige generatie cabreros nog amper iets af weet van de situatie van hun voorgangers. Daarin verschillen ze niet van de rest van hun dorpsgenoten: twee, drie generaties hebben hun herinneringen verdrongen en de volgende weet nog nauwelijks wie Franco was.

Un saludo cordial!

http://www.libreriarayuela.com/libros/CENSO-DE-GUERRILLEROS-Y-COLABORADORES-DE-AGRUPACION-GUERRILLERA-DE-MALAGA-GRANADA/72017/978-84-7785-615-3

http://www.museobandolero.com/


 

Mlk

In 2016 mag een Spaanse (en een Poolse) stad zich Culturele Hoofdstad van Europa noemen. Het lijkt nog veraf, maar de Hoofdstad 2015 (Mons -Bergen-) is al een tijd bekend, en voor Spanje 2016 moet in volgend jaar één en ander in een stroomversnelling geraken. Zestien steden hebben zich kandidaat gesteld, de meesten zijn in de recente traditie van het Cultureel Hoofdstedendom relatief onbekend (Oviedo, Gijon), al staan een aantal van hen op de Unesco lijst van het Patrimonium van de Mensheid (wat hen helaas bij het grote publiek niet veel bekender maakt of heeft gemaakt: Cuenca, Tarragona, Caceres, Alcala, Segovia, wie is er ooit geweest of voor wie vaut het un détour ?). In vrijwel alle zestien steden ben ik aantal keer geweest, sommigen zijn mij zeer bevallen (Burgos, Zaragoza, Cuenca), voornamelijk Caceres kon me niet enthousiasmeren, maar dat is uiteraard puur subjectief (een groot aantal steden heeft Extremadura sowieso niet: de schoonheid ligt in zijn dorpen, landschappen en verlatenheid, al blijven Merida en Trujillo m.i. wel een must).

Bij de zestien zijn ook twee Andalousische pretendenten: Malaga en Cordoba (dat ook op voornoemde Unesco-lijst staat). Om hun kandidaturen aan te prijzen, hebben ze beiden (voorlopig?) in elk geval een totaal oninteressante, bureaucratische website gemeen waar de individuen die met de uitwerking van een eventueel project belast zijn, belangrijker lijken dan het project zelf. Hoe dan ook: Cordoba gaat zijn verleden van de "drie culturen" (islam, joods, christelijk) uitspelen; voor Malaga wordt Picasso de spilfiguur van een eventuele organisatie. Op Cordoba en het beeld van de drie culturen, kom ik in een later bericht terug.

Kiezen voor Picasso als centrale figuur voor de Malagueense kandidatuur is eerbaar: hij werd in Malaga geboren en bleef er tot zijn tiende wonen (Gent kan op zijn Keizer Karel niet veel langer prat gaan). Na 1901 is hij er echter nooit meer geweest (hij stierf in 1973) en specifieke referenties in zijn werk en leven naar (situaties in) de stad zijn uiterst schaars. Daarmee is tevens het grote probleem aangegeven van het huidige Museo Picasso in Malaga: het gebrek aan "grote" werken (die nu eenmaal in Parijs, New York, Madrid of Barcelona hangen) en het daarmee gepaard gaande gebrek aan puur artistieke aantrekkingskracht. Om de figuur "Picasso" in Malaga te integreren heb je maw een visie nodig die verder reikt dan het pure wedden op de naam. Geen van de drie directeurs van het Museo die elkaar sinds de opening zes jaar geleden hebben opgevolgd, heeft dergelijke visie kunnen ontplooien. Dit neemt uiteraard niet weg dat er zeer mooie werken hangen (én dat het museum als gebouw op zich al de moeite waard is). In elk geval is het de bedoeling om Malaga -Culturele Hoofdstad of niet- op de landkaart van de moderne en hedendaagse kunst te zetten: in 2011 zou normaal gezien het Museo Carmen Thyssen Bornemisza, van de gelijknamige flamboyante barones, née Carmen Cervera, miss Spanje 1961, zijn deuren openen. (La Carmen is één van die figuren die de verkoopcijfers van de "revistas de corazon" -"de boekskes", Hola!- de hoogte instuwen: voor de kunst doe je al eens wat; maar afgezien daarvan is het "hoofdhuis", het Museum Thyssen, de derde grote pijler van het kunstaanbod in Madrid, naast het Prado en het Reina Sofia).

In de sousterrains van het Picassomuseum bevinden zich de interessante archeologische resten van het Malaga toen het nog Mlk (Fenicisch) en later Malaca (Romeins) was. In de buurt bevindt zich het Romeinse theater dat op dit moment ten volle geëxploreerd wordt; boven het theater ligt het Moorse Alcazaba van toen Malaga nog Malaqa was. Ook al zijn deze resten van een andere aard (we spreken uiteraard niet over "waarde") dan de kathedraal (mezquita) van Cordoba, het zou jammer zijn mocht dat verleden geen rol spelen in de eventuele projecten van de eventuele Culturele Hoofdstad: het ongekende succes van het nieuwe "interpretatiecentrum" van Medina Azahara bij Cordoba bewijst de toeristische waarde van goed uitgewerkte ideeën over het valoriseren van materieel-archeologisch cultureel erfgoed.

Un saludo cordial!


 

quebrantahuesos

Gier webfoto

De gieren zijn terug. Het heeft dit jaar wat langer geduurd, maar sinds een paar dagen cirkelen ze weer bij tientallen boven Lagabella.

De Junta de Andalucia (mutatis mutandis: de Vlaamse regering) heeft een aantal jaar geleden een reïntroductie-/instandhoudingsprogramma opgestart ter bescherming van de Vale Gier. Het centrumpje ervan (niet meer dan een kot en een stevige afspanning) ligt hier wat verderop, een halfuurtje stappen de berg op. Het programma is een succes, al moeten de beestjes bijna dagelijks van aas voorzien worden. Een viertal vrouwelijke giertjes zijn hier permanent, hun pennen zijn uitgetrokken -waardoor ze niet kunnen vliegen-, en ze dienen dus letterlijk als lokvogel. (Een tweetal jaar geleden was er eentje weggehuppeld en zat aan de rand van onze tuin, foto). Het grote probleem is uiteraard de druk van de mens op het natuurlijk habitat van de dieren, niet zozeer door de steeds toenemende bewoning, maar vooral door de praktijk van het achterlaten van vergiftigd voedsel, waarbij gieren, als laatste in de ketting, de kadavers eten van vossen, everzwijnen, etc die het doel zijn van dit giftig aas achtergelaten door landbouwers en kleinveehouders (kippen, geiten,..).

Dergelijke praktijken treffen niet enkel "onze" Vale Gieren: ook de Iberische Lynx en de Lammergier, beiden onderwerp van twee van de meest prestigieuze projecten van de Junta, zijn er het slachtoffer van. Het zijn beiden projecten van lange adem, met vooral voor de lynx veel tegenslagen en terugval, maar sinds een paar maanden zijn de rapporten voorzichtig optimistisch. Het totale aantal diertjes zou nu op een kleine tweehonderd liggen, een tachtigtal meer dan zes jaar geleden, toen de soort met uitsterven bedreigd was. Het optimisme is vooral gestoeld op het aantal "vrije" geboorten (dus niet in "gevangenschap gestimuleerd"). Het is een zeer intensief programma, met veel actoren die moeten overtuigd worden om mee te werken (of in elk geval niet tegen te werken: één van de nevenprogramma's is bvb jagers ervan te overtuigen bij de jacht op konijnen en patrijzen een deel van de populatie over te houden voor "hun concurrenten", de lynx). De lammergier (de quebrantahuesos) was in Andalucia al uitgestorven en in geheel Spanje was er nog enkel een kleine populatie in de Pyreneeën toen de Junta haar project opstartte. De lammergier is wellicht de grootste vogel van Europa (met een spanwijdte tot 2m70). Het is een project (centrum in de Sierra de Cazorla) van zeer lange adem: op zeven jaar is het aantal "zich reproducerende koppels" amper van één naar vijf gestegen, en het aantal borelingen in die periode is niet meer dan 21. Een fascinerend aspect aan dit project is dat alle nieuwelingen zijn uitgerust met een GPS-zender, zodat alle vluchten kunnen gevolgd en in kaart gezet worden. Ook hier is men voorzichtig optimistisch in verband met de uiteindelijke slaagkansen, en begint men onder meer te denken aan een tweede kweek-/protectiecentrum dat hier dan in ons dorp, Sedella, zou komen.

Het succes en de ambitie van deze programma's zijn helaas geen graadmeter voor de ideeën over zijn natuurlijke omgeving vanwege de modale Andalou, (qua zuiver behoud van de species is op dit moment één van de nijpende problemen de quasi industriële stroperij op inmaduros, te kleine, te jonge vissen waarvoor blijkbaar een grote afzet is bij restaurants en individuen) of van zijn overheden -inclusief andere departementen van de Junta de Andalucia- voor wie gemakkelijk geldgewin en prestigeprojecten (golfterreinen) met een steeds weerkerend reukje van speculatie en corruptie, veel zwaarder doorwegen dan het behoud of welzijn van een "paar dieren, bomen of landschappen".

Un saludo cordial

links: -in het Spaans maar laat u daar niet door afschrikken: alleen de foto's zijn al de moeite waard-

1. http://www.gypaetus.org/portada.html

2. het adres van de junta is te lang, daarom: http://www.juntadeandalucia.es/medioambiente/site/web , doorklikken "informacion ambiental", idem: "biodiversidad", "fauna", "gestion y conservacion", 

en dan voor de lynx: "programas de conservacion", en dan "lince iberico"

voor de quebrantahuesos (lammergier): "programas de reintroduccion"


 

Boabdil

De nationale politiek wordt momenteel beheerst door de kaping van de Alakrana, een Baskische atunero (tonijnvangst-schip) door Somalische piraten. Die houden de bemanning nu al een zestal weken gegijzeld. Tot zover, de jongste paar jaar althans, niets bijzonders. De piraten eisen geld, en zouden dat op één of andere manier wel krijgen. In dit geval echter, eisen ze ook de vrijlating van twee Somalis die bij een eerdere kapingspoging werden opgepakt en naar Spanje werden gebracht om er te worden berecht (ze zijn intussen in staat van beschuldiging gesteld). De dreigementen, het doodschieten van de gegijzelden, worden zeer ernstig genomen. Zware chantage die de regering in een zeer lastige positie brengt. Wellicht wordt er uit één of andere hoed een juridisch-technologisch hoogstandje getoverd om de normale procesgang te ontwijken/vermijden en de twee op een diplomatische manier met een aantal koffers geld het land uit te sluizen.

Sign o' the times, deel 2. Een gans ander niveau: Canillas de Aceituno, ons buurdorp, gaat zijn wapenschild veranderen.Op het huidige staat onder meer een geketende Boabdil. Boabdil was de laatste koning van het Moorse koninkrijk Granada (wiens dynastie bouwheer was van het Nasriden-paleis in het Alhambra van de stad Granada): hij gaf zich in 1492 over aan de "katholieke koningen" Ferdinand en Isabella. Zijn overgave vervolledigde de christelijke "Reconquista" van al-Andalus (dat als benaming sloeg, -en in het discours van al-qaida nog altijd slaat-, op het gehele Iberische gebied dat -ooit- onder Moorse heerschappij leefde en als dusdanig veel groter was dan het huidige Andalucia). Dit wapenschild is vijfhonderd jaar oud. Gaat men het veranderen om het aan te passen aan de historische werkelijkheid ?(Boabdil werd nooit door christenen geketend weggegevoerd. Er werd hem een groot stuk land toegewezen, van waaruit hij een tijd later vrijwillig vertrok naar Fez). Neen. Het gaat hem om "una iniciativa que tiene como objetivo eliminar elementos xenófobos y racistas". Ik neem aan dat ik dit niet hoef te vertalen. Tempora. Mores. Bange blanke man ?

Escudos con otra historia

Ironie van de geschiedenis. De verovering van Granada, intensifieerde een fenomeen dat al eeuwen bestond, maar nu op quasi professionele schaal werd georganiseerd: de moslimpiraterij vanop de Afrikaanse kusten op Spaanse schepen inclusief raids op Spaanse dorpen. Het doel, behalve de voor de hand liggende buit, was christenen als cautivo te ontvoeren om er losgeld voor te vragen. In de loop der tijden hadden een aantal kloosterorden (los padres redentores) zich gespecialiseerd in onderhandelingen met de ontvoerders en in het vrijkopen van de gegijzelden. Op de website van de Trinitarios España staat nog altijd het lemma voorop: "Gloria a ti, Trinidad, y a los cautivos libertad" ("glorie aan u, Drievuldigheid, en aan de gevangen de vrijheid"). Het zijn, met de loop der eeuwen die er zijn over gegaan, boeiende verhalen van leed en avontuur.

El Cautivo de Málaga sale en procesión para conmemorar el 75 aniversario de la cofradía

Wellicht zullen de redentoristen in de afloop van de Alakrana geen enkele rol spelen. Maar wie weet hun grote baas, onze Heer zelf, wel ? Hij werd in elk geval vandaag, in een merkwaardige speling van het toeval, als cautivo rondgedragen door de straten van Malaga in een processie ter ere van de gelijknamige Hermandad.

Over hermandades en cofradias later meer, in de Semana Santa!

Un saludo cordial!


 

al-Garbiya

Het was een tijd geleden dat we nog in Portugal waren. Onze herinnering eraan werd grotendeels bepaald door de bijzonder gevaarlijke Portugese manier van autorijden: we waren er verscheidene keren met de motor, en waren er ook telkens verscheidene keren, als gevolg van het roekeloze rijgedrag, net niet betrokken bij een ongeval. Dat blijft hangen, en we zijn er pas vorige week pas, voor het eerst in jaren, teruggekeerd. Met de auto. Ze rijden er weliswaar nog steeds als zot, maar je bent, of je voelt je in elk geval, in een auto veiliger. 

Het meest zuidelijk stuk Portugal -de Algarve- heeft als al-Garbiya (het Westen), een vijfhonderd jaar deel uitgemaakt van al-Andalus. Al-Andalus zelf refereert als benaming naar de Vandalen. Die Germaanse volksstam bezette in de vijfde eeuw het zuidelijk deel van Spanje,, -als onderdeel van wat nu migratiestromen heten, en vroeger volksverhuizingen waren-,  stak in de zesde eeuw de Straat van Gibraltar over, en vestigde zich tenslotte in het noorden van het huidige Marokko. Voor de Berbers (en later de Arabieren) was de streek waar zij vandaan kwamen "Vandalenland", al-Andalus, Andalousië.

De comarca waarin ons dorp ligt, heet de Axarquia. Een comarca is een niet-officiële benaming voor een bepaalde regio, te vergelijken met de benamingen "Pajottenland" of "Haspengouw". Axarquia is dan weer een verbastering van het Arabische aš-šarqíyya, het Oosten, in ons geval de streek ten Oosten van de relatief belangrijke "Arabische" handelsplaats Malaga.

Over de al-Garbiya/Algarve kan ik me niet uitspreken, maar in de Axarquia heerst op dit moment de droogte. Herfst-winter-lente 2008-2009 was in vergelijking met de vorige jaren relatief nat. Opluchting en vreugdekreten alom begin van dit jaar, de periode van sequia (droogte) was voorbij. De vreugdedansen zijn intussen echter alweer marches funèbres geworden. Hier in Lagabella heeft het sinds 10 april amper twee halve dagen geregend, dat was ergens eind september. De watervoorraden beginnen te slinken, de oogsten beginnen te mislukken. Zo was de oogst van kastanjes al ondermaats (voor Noord-Europa misschien een wat raar bericht, maar hier staan in alle stadscentra nog "gepofte kastanje"-kraampjes), en ook de oogst van eetolijven, die nu net achter de rug is, was niet succesvol: kwantitatief relatief normaal, maar kwaltitatief ondermaats. De olijven zijn wegens een gebrek aan water gewoonweg te klein gebleven. Wellicht veel ingrijpender is dat een tekort aan water blijkbaar de ontwikkeling van parasieten bevordert en dat zelfs de kurkeiken, één van de emblematische bomen van Andalucia, beginnen te lijden onder de aanhoudende droogte. Drinkwater is er voorlopig voldoende, zegt men, al plant men wel een versnelde in gebruikname van de waterontziltingsinstallaties in Marbella.

Is alles dan kommer en kwel? Natuurlijk niet! Deze week werd de officiële campagne voor de Loteria de Navidad voorgesteld: El Gordo (de dikke, de vette), de staatsloterij met Kerstmis. Een totaal van 2.320.500.000 € aan prijzengeld. Als dat geen goed nieuws is. (Onder meer) daarover binnenkort meer. 

Un saludo cordial!


 

Beer

De deksels van de beerputten van twee gemeenten hier relatief dichtbij (Almogia en Alfarnatejo) werden deze week even opgeheven; van een derde gemeente, El Ejido, wat verder verwijderd, is het al sinds een tiental jaar onmogelijk het deksel er weer stevig op te krijgen. De beer is het kluwen van corruptie, machtsmisbruik, samenzwering, oplichting, geldhonger, uitbuiting, cliëntelisme, ongeletterdheid en populisme dat zich op alle politieke en administratieve échelons, over alle partijen heen, in dit land heeft ingeworteld.  De abcessen hebben dertig jaar kunnen gisten en worden pas sinds kort, af en toe, onderzocht; of ze ook zullen worden weggesneden staat nog lang niet vast. 

Het evenement in Alfarnatejo kan gelden als paradigma voor de verdraaide geestestoestand waarin een gemeenschap van ongeletterde boeren verzeild raakt, eerst wanneer het geld onverwachts, van alle kanten, moeiteloos en quasi onophoudelijk binnenstroomt, en dan wanneer plots, bijna van slag op slinger de kraan wordt dichtgedraaid.  In een nacht van de voorbije week werd er een relatief amateuristische aanslag gepleegd (een soort van brandbom met twee ketels petroleum) op het huis van de burgemeester. Geen gewonden, geen doden, wel veel schade. Onmiddellijk werd de aanslag in verband gebracht met het kernprobleem van deze streek (en bij uitbreiding van alle Spaanse kuststreken en van alle Spaanse grootsteden): grondspeculatie en illegale bouwprojecten op verboden terreinen, tot in de Parques Naturales toe. Tot voor kort was het leven hier simpel: Pepe had een stuk land op een berghelling, liet er een terras op trekken, verkocht zijn stuk land aan een guiri (de dag voordien geland op Malaga-luchthaven, en nog nooit eerder in Spanje geweest), vertelt de guiri dat zijn schoonbroer een aannemer is die voor een prijsje een huis kan zetten en dat hij alles wel zal regelen. Guiri doodgelukkig met die buitenkans en de dag nadien back to England. Pepe en zijn schoonbroer zetten inderdaad -zonder enige factuur of zonder voorafgaande toestemming- iets wat op een huis lijkt, incasseren en beginnen aan een volgend stuk land dat ze nog wel ergens liggen hebben, en aan een volgend en aan een volgend... Iedereen content. Burgemeester doet net hetzelfde, heeft bovendien dikwijls een negocio in bouwmaterialen, laat op geregelde basis wat geld in zijn richting schuiven en ziet uiteraard niet dat de huizen als paddestoelen verschijnen in suelo non urbanizable. In onze streek, de Axarquia, (32 gemeenten) schommelt de schatting van het aantal illegale woningen tussen de 10.000 (gemeenten zelf) en de 22.000 (Ecologistas en accion) eenheden. Afgezien van de aanslag op de natuur en het landschap, heeft de toevloed van el dinero facil gezorgd voor een aberrante mentaliteit: "welke reglementering ook, ze staat onze welvaart in de weg"; wat met een zeker cynisme beschouwd, nog correct is bovendien. Een tweede aberratie is namelijk dat el dinero facil ervoor gezorgd heeft dat geen enkele jongere ook maar enige ambitie had om te studeren; allen rolden ze de construccion binnen zonder ook maar enige opleiding. Om het wat lapidair te zeggen: ze kunnen niets anders dan metsen. (Terzijde: één van de gevolgen daarvan is dat alle huizen die ze neerplantten, gebouwd zijn met overjaarse, oubollige technieken. Vraag bvb. nooit een aannemer wat isolatie is, of een ramenmaker wat de K-waarde is).

Het begin van het einde van de Wild West was het optreden van politie en gerecht vanaf 2006 tegen de corruptie in Marbella (om kort te gaan: vrijwel het gehele gemeentebestuur afgezet en beschuldigd, ongeveer 30.000 illegale wooneenheden, persoonlijk fortuin van de organisator van het systeem geschat op meer dan een miljard euro). Het gerecht begon zich daarop ook te interesseren voor de praktijken in andere gemeenten: intussen zijn al vijf (ex-)burgemeesters van de Axarquia effectief beschuldigd van corruptie en aanverwanten (alle zaken zijn nog hangend), en al de anderen krijgen schrik want allen hebben ze boter op het hoofd: sinds kort leggen ze illegale bouwwerken stil of weigeren nog één en ander te arrangeren. Dat leidt dan weer tot nijd, wrok en afgunst bij de "gedupeerden" ("hij mocht wel en ik niet!") in een kleine gemeenschap waarvan de leden, van hoog tot laag ongecultiveerd, zich nooit hebben willen houden aan, voor hen, externe regels opgelegd door een overheid die zich niet met hen hoort te moeien. Komt daarbij de hier exponentiële boom van de crisis, in een economie die enkel en alleen gebaseerd was op de construccion (in de dorpen van de Axarquia heerst 70-80% werkloosheid) en de abcessen barsten open.

El Ejido is nog een kwadratering van al het voorgaande. Kort: alles wat Noord-Europa eet aan groenten wordt geproduceerd in de serrecultuur in en om El Ejido. Gaat u eens op Google Earth: alle witte plekken die u ziet als u inzoomt -over een oppervlakte van een 500km²- zijn serres: el mar del plastico. De mensen die er werken zijn bijna allen immigranten, de meesten illegaal, hun aantal -per definitie- niet te schatten (30.000?). Uitbuiting en/van miserie. Onversneden racisme, drijvend op het populisme van de burgemeester, die, typerend voor dat slag individuen en naar het grote voorbeeld van Jesus Gil in Marbella, zijn eigen partij oprichtte om te "kunnen uitvoeren wat het volk wil".

Of de beerputten geruimd zullen worden? Of Spanje, Andalucia, het land is om een civitas te ontwikkelen, waarbij de poltieke klasse zichzelf reglementeert en een etische code opstelt? Tsja...


 

El picudo rojo

El picudo rojo is als klein insect een niet te stoppen massamoordenaar.  Hij zorgt zonder enige tegenstand en aan een verbijsterende snelheid voor een ecologische ramp. Zijn werkterrein is bij voorkeur de dadelpalm en de Canarische palm. Zijn larven trekken vanaf de kroon, in de stam van de boom, banen die tot een meter lang kunnen zijn (dit is per larve, en elk picudootje legt een 300-400tal eieren). Die honderden holtes verhinderen dat de boom nog voedsel en water kan optrekken waardoor hij uiteindelijk sterft. Het hele proces gaat heel snel: vanaf het moment dat de eerste uiterlijke tekenen van de aantasting (slaphangende bladeren) duidelijk worden, zie je de boom voor je ogen sterven. Elke dag rij je voorbij minstens één nieuw slachtoffer. Het gaat dan ook niet enkel om een puur ecologisch verschijnsel, het is tevens een aanslag op het gecultiveerde landschap. Veel van de aangetaste palmbomen vormen (vormden) het cachet van hun omgeving: de charme van een cortijo, finca, ramblas of avenida wordt dikwijls gemaakt door één of een aantal van die tientallen jaar oude palmbomen; op korte termijn onvervangbaar, op langere termijn worden ze wellicht vervangen door de veel minder aantrekkelijke Washington-variant. Bij mijn weten is er, in Andalucia, geen gecoördineerd bestrijdingsplan uitgaande van één of andere hogere overheid (in Malaga-stad rekent de plantsoendienst dat er nog dit jaar 300 bomen moeten gerooid worden, de bomen op privé-eigendom niet meegerekend), op de Canarische Eilanden, producenten van één van de geaffecteerde boomsoorten, bestaat zo een plan wel.

Palmera picudo rojo

Het overgrote deel van de jongste dadelpalmen (én hun belager) zijn recente importprodukten. Sinds begin jaren '80 zijn ze massaal, zonder grondige fytosanitaire controle, ingevoerd uit Egypte. Invoer van en handel in fauna en flora zijn inherent aan menselijke activiteit: menselijke migratie is migratie van plant en dier. Zelfs de olijfboom, hét symbool van Andalucia, is als importproduct wellicht uit het Midden-Oosten door de Feniciërs meegebracht (langs de kusten van de huidige provincie Malaga zijn verschillende Fenicische sites blootgelegd; het Picassomuseum in Malaga-stad staat op Fenicische grondvesten: de restanten ervan zijn op oordeelkundige wijze ingewerkt in het sousterrain van het museum), en zo een vierhonderdvijftig jaar na de "ontdekking" van de vrucht, zorgde een andere invoer voor een grondige, bijna groteske, verstoring van het landschap in een 15-tal kilometer brede strook achter de kustlijn tussen grosso modo Motril en Malaga: el aguacate, de avocado. Heelder heuvels en bergen zijn sinds de jaren '80 in terrassen platgetrokken en in avocadoplantages omgezet. Deze week is in onze streek (de Axarquia) het oogstseizoen gestart: de opbrengst ervan wordt geschat op een 45 miljoen kg. (aan 150 kg. per boom, kan u zelf het aantal bomen uitrekenen), Spanje is de vierde producent ter wereld. Naar waarheid dien ik te zeggen dat de aguacates uit de Axarquia, versgeplukt, ook de beste ter wereld zijn.

link: http://www.picudorojocanarias.es/


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog