Waarheid en politiek. (4) ‘Een vluggertje in 15 minuten’

Een vluggertje, in 15 minuten. Van 50 tot 800 zloty [12,5 EUR tot 200 EUR]. Voor werkenden, voor gepensioneerden en steuntrekkers, zonder toestemming van de echtgenote, op basis van een verklaring, zonder de centrale gegevensbank’, aldus de letterlijke vertaling van één van de duizenden reclames voor een krediet in mijn handen gestopt tijdens een recente  wandeling door Warschau. Er wordt van alles in je handen gestopt wanneer je door de straten van gelijk welke Poolse stad wandelt, maar in meerderheid gaat het om kredieten die je heel gemakkelijk op basis van een simpele verklaring kunt verkrijgen. Doorgaans weiger ik met een vriendelijke glimlach, maar toen heb ik het reclamekrantje aanvaard. Niet om 50 zloty te lenen, maar om dit artikel te schrijven. Laten we even stilstaan  bij de inhoud: je kan zonder al teveel formaliteiten (een simpele verklaring volstaat) in 15 minuten een bedrag lenen tussen de 50 en 800 zloty. Er wordt ook niet gekeken of je als ontlener op de zwarte banklijst staat (zonder de centrale gegevensbank). De doelgroep is duidelijk!  Hier worden arme, ontredderde mensen aangesproken die zich in een hopeloze financiële toestand bevinden. Zelfs mensen met schulden kunnen geld lenen! De man kan dit zelfs buiten weten van zijn echtgenote doen [ik vertaal gewoon letterlijk]!  Wie anders dan de maatschappelijke underdog leent een bedrag tussen de 12,5 en 200 EUR? Een bedrag van 200 EUR wordt niet geleend voor de aankoop van bijvoorbeeld een auto. Zo’n bedrag wordt vooral geleend door mensen die ten einde raad zijn omdat ze geen geld meer over hebben om bv. eten te kopen of in de winter de verwarmingsfactuur te betalen of in de feestperiode dan toch nog cadeautjes te kunnen kopen. En zo geraakt men in een vicieuze cirkel van feitelijke slavernij.

Banken en allerlei (soms duistere) financiële instellingen zijn heel actief aanwezig in het straatbeeld. Naast een immens aanbod aan kredieten is er een haast even groot aanbod aan spaarformules. De gemiddelde interest is niet hoog: tussen de 2 – 3 % op jaarbasis, maar het interestaanbod wordt bij zowat alle banken heel interessant wanneer je je geld voor een aantal maanden wil blokkeren. Een heel bekende bank geeft op dit moment 7,25% op jaarbasis als je je geld voor 9 maanden blokkeert, een andere grote bank geeft 6% voor het blokkeren van 3 maanden kapitaal. Mensen met een spaarboekje kunnen dus eigenlijk een mooi extraatje verdienen in Polen!

Een analyse van de diverse soorten van kredietverstrekkingen en spaarrekeningen geeft een goed beeld van hoe een vrije marktsamenleving in elkaar zit. Ik durf voor Polen te concluderen dat we met een duale samenleving te maken hebben:  simplistisch voorgesteld: er is een grote groep kapitaalkrachtigen naast een grote(re) groep armen. De middenklasse is nauwelijks vertegenwoordigd. Dit is volgens mij één van de grootste sociaal-economische verschillen met België. Dit wordt indirect bevestigd in een krantenartikel met als titel ‘Polen willen niet verhuizen van de ouders’  (Gazeta Wyborcza 10.10.2010: ‘Polacy nie chcą przeprowadzać się od rodziców’). In dit artikel staat dat ongeveer 44% mannelijke Polen en 30% vrouwelijke Polen tussen 25 en 34 jaar nog bij de ouders woont.  De krant vermeldt Eurostat als statistische bron. Hiermee staat Polen volledig alleen aan kop in de hele Europese Unie. In vele gevallen is dit geen vrije keuze, maar een economische noodzaak!

Laten we de vorige stelling in andere termen formuleren:  in Polen heb je een groep (permanente) spaarders naast een groep mensen met (permanente) schulden.  Een groot aantal families die normaal tot de arme groep zouden behoren hebben hun status kunnen optrekken doordat één of meerdere familieleden in het buitenland werken. De groep rijken bestaat vooral uit:

(1)    mensen die na de val van het communisme de kans hebben gehad om te profiteren van de grootschalige vaak spotgoedkope openbare verkopen van onroerend goed, bedrijven, aandelen en dies meer. Je kon in die periode bijvoorbeeld  je woonflat  die (of voor boeren het landbouwbedrijfje dat)  na de val van het communisme door de nieuwe vrije marktgeoriënteerde overheid voor een appel en een ei van de hand werd gedaan. Juist daarom is de oudere generatie er doorgaans in geslaagd om een bescheiden eigendom te verwerven. Vanaf 2006 zijn de vastgoedprijzen in een niet bij te houden tempo de hoogte gegaan waardoor het voor veel jongeren vandaag quasi niet mogelijk is om een eigendom te verwerven [toen ik in 2005 in Polen kwam wonen kon je in het centrum van Gdansk een flat van 50m2 voor 50 000 PLN kopen, vandaag staan dezelfde flats te koop voor 500 000 tot zelfs 600 000 PLN] ;

(2)    mensen die een lange tijd in het buitenland hebben gewerkt en met het gespaarde geld de juiste investeringen hebben kunnen doen in Polen;

(3)    mensen die door een combinatie van creativiteit, geluk en familiale solidariteit een eigen succesvolle zaak hebben kunnen opstarten en zo hogerop zijn kunnen opklimmen. Arm zijn degenen die slechts van één enkel Pools salaris moeten leven en natuurlijk degenen zonder werk. Dit laatste nuanceer ik onmiddellijk: in bepaalde sectoren zijn er hoge salarissen te verdienen en in bepaalde sectoren stijgen deze salarissen ook behoorlijk snel. Maar mensen tewerkgesteld  aan universiteiten, in warenhuizen, horeca, fabrieken en  ziekenhuizen hebben nog steeds zeer lage salarissen.

De groep werklozen is er natuurlijk het ergst aan toe. Een werkloostheidsvergoeding zoals in België bestaat niet, en als je er dan recht op hebt, dan is deze uitermate beperkt in tijd. Dit brengt ons bij het fenomeen van bedelarij. Het is quasi onmogelijk om in Polen  rond te lopen zonder bedelaars te ontmoeten. In stations, op parkings en drukke marktpleinen komen ze vaak rechtstreeks naar je toe en vragen om een beetje geld voor eten. Ik heb het zelf al honderden keren meegemaakt. Tot nu toe ben ikzelf nog nooit het slachtoffer geweest van fysische agressie [alhoewel ik reeds onaangename verhalen heb gehoord van goede kennissen], maar het blijft steeds een moeilijke confrontatie. In deze zoektocht naar geld proberen sommigen nog creatief te zijn. Naast het gewoon vragen naar geld voor eten, de moeder met kind voor de kerk of de man zonder benen op de stoep bieden sommigen hun diensten aan als bewaker van je auto op de parkeerplaats. Soms gebeurt het dat bedelaars een territorium op het binnenplein van een woonwijk afbakenen en er de ‘wacht’ houden voor de bewoners. Anderen zijn bereid om je bagage te dragen. In stations word je in een niet zeldzaam aantal gevallen aangesproken door iemand die net 2 zloty mist voor een treinticket. Deze personen zijn soms een hele dag 2 zloty aan het verzamelen voor zo’n treinticket. Ik heb geleerd om van mijn hart een stenen spons te maken. Aalmoezen geven stopt nooit en lost helaas fundamenteel niets op. Als compensatie voor deze hardheid heb ik mijn attitude ten opzichte van fooien geven veranderd. Niet zonder blozen geef ik toe dat ik op dit vlak vroeger in België wat gierig was. Mijn filosofie was: ‘Waarom fooien geven als iemand normaal wordt betaald? En waarom fooien geven aan bv. een opdienster van een restaurant terwijl dit nooit gegeven wordt aan een kassierster van een supermarkt ?’. In Polen heb ik geleerd om met de glimlach fooien te geven aan vriendelijk ogende mensen. Een vriendelijke taxichauffeur, een vriendelijk barmeisje of dito barman, met de glimlach geef ik een fooi. Ik verdien veel minder in Polen dan in België maar ik geef veel meer fooien uit dan tijdens mijn België-periode. Ik doe dat, omdat ik weet hoe hard deze mensen moeten werken voor een laag salaris. Als deze mensen erin slagen om toch nog vriendelijk te blijven, dan vind ik dat een prestatie dat met een concreet tegengebaar mag worden beantwoord. Ook straatmuzikanten die erin slagen om mij met hun muziek te ontroeren beloon ik doorgaans met een bescheiden muntje.

Wanneer ik België met Polen vergelijk dan merk ik, boutadisch geformuleerd, 1 groot verschil: ‘In België werken mensen om te leven, in Polen leven mensen om te werken’.  Het Belgische systeem werkt, want de mensen leven er veel langer (zie ook vorig artikel van mijn hand over de Poolse gezondheidszorg: http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/polen/ ), in Polen werken velen zo hard dat ze geen (normaal) familiaal leven meer hebben. Ook in Polen wordt vandaag onder politici heftig gediscussieerd om de pensioenleeftijd op te trekken van 65 naar 68, want de pensioenen zijn onbetaalbaar. Een sociale organisatie heeft naar aanleiding hiervan een paar maanden geleden een propagandaspot op de televisie laten zien. In deze spot zien we een aantal levensfasen van Maciek die op dezelfde bank zit en even nadenkt over zijn leven: ‘scène 1: Maciek 20 jaar, vol levensenergie, nog 48 jaar tot zijn pensioen; scène 2: Maciek 44 jaar, zwaar vermoeid van het werken, maar vol hoop, want hij reeds halverwege, nog 24 jaar tot zijn pensioen; scène 3:  Maciek 56 jaar, bijna uitgeput, nog even volhouden, slechts 12 jaar tot mijn pensioen;  scène 4: Maciek 65 jaar, volledig versleten, niet ophouden, we zijn er bijna, nog 3 jaar volhouden; ….  Scène 5: Maciek 68 jaar, slechts het geraamte zit op de bank, pensioen niet meer nodig’

Toch heeft de Poolse bevolking redenen om optimistisch te zijn. Ik citeer en duid terwijl de hoopvolle passages in onderlijnd vet aan: ‘ Polen is het enige EU-land dat in 2009 niet in een recessie verkeerde. De Poolse economie groeide dat jaar met 1,7 procent, terwijl de economie van de EU als geheel met 4,2 procent kromp. Daarmee stak Polen ook positief af bij diverse buurlanden die wel hun bbp in 2009 zagen dalen. Volgens de EIU zal de groei van de Poolse economie in 2010 en 2011 aantrekken tot respectievelijk 2,6 procent en 3,1 procent. De waarde van de import en de export bedroeg in 2009 respectievelijk 40,2 en 41,0 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Hiermee boekte Polen een overschot op de lopende rekening, na een tekort in voorgaande jaren. De EIU verwacht dat de Poolse import in 2010 en 2011 weer de export overstijgt, waarmee het land weer een (bescheiden) tekort op de lopende rekening zal hebben. De inflatie bedroeg in 2009 4,0 procent. Dit was iets lager dan in 2008 (4,2 procent), waarmee de inflatie-ontwikkeling ook dit jaar gematigd bleef. Volgens de EIU loopt de prijsstijging in 2010 en 2011 licht terug. Voor 2010 schat de EIU de inflatie op 2,8 procent, waarna de prijzen in 2011 met 2,4 procent zullen stijgen. Door de teruggang in economische groei is het aantal werklozen licht opgelopen. De werkloosheid bedroeg in 2009 8,2 procent, tegenover 7,1 procent in 2008. De verwachting is dat de werkloosheid in 2010 zal stijgen naar 10,0 procent. Volgens de EIU zullen de lonen de komende jaren gematigd stijgen, mede door de opgelopen werkloosheid. De terugkeer van Poolse werknemers uit het buitenland draagt eveneens bij aan de gematigde loonstijging. Dit heeft weer een neerwaarts effect op de inflatie. De particuliere consumptie groeide in 2009 met 2,3 procent (in volume). Daarmee omvatten de consumentenbestedingen 60,3 procent van het bbp. De EIU verwacht dat consumptieve uitgaven in 2010 met 1 procent groeien en in 2011 met 2,3 procent toenemen. (http://www.internationaalondernemen.nl/zoeken/showbouwsteen_dtb.asp?bstnum=4760 ). Eveneens van de EU blijkt de Poolse regering onlangs complimenten te hebben gekregen voor haar economische beleidsvoering (Gazeta Wyborcza, 29.11.2010: ‘Bruksela chwali polską gospodarkę, ale martwi się finansami publicznymi’). Maar de EU heeft eveneens een grote ‘MAAR’. De EU maakt zich immers enige zorgen over de besteding van de  openbare financiën.

Ikzelf schuif eveneens een grote ‘MAAR’ naar voren. Voor een crisisperiode zijn er inderdaad enkele hoopvolle vooruitzichten voor Polen te noteren. Toch vrees ik dat observators vanop afstand te weinig voeling hebben met wat er echt leeft in de maatschappij zelf en zich daardoor blind staren op zielloze cijfergegevens. Vandaar dat ik een aantal kritische kanttekeningen meen te moeten maken:

-          Polen maakt op dit moment gretig gebruik van een groot regionaal ontwikkelingsfonds van de EU. Polen heeft eveneens aanvulende kredieten gevonden via leningen bij het IMF. Dit geld wordt vooral geïnvesteerd in tal van bouwprojecten, de oprichting van zelfstandige ondernemingen, modernisering van bestaande grote ondernemingen en onderwijsprojecten. Het positieve korte-termijneffect is hierdoor duidelijk: de werkloosheid wordt hierdoor op korte-termijn in toom gehouden en hierdoor blijft de particuliere consumptie vergeleken met de andere jaren op peil. Maar deze EU-fondsen houden na 2013 op. Dat betekent dus dat 2013 het Jaar van de Waarheid wordt. Ofwel zal blijken dat het geld uit de fondsen goed werd geïnvesteerd, en dan zou Polen na 2013 een grote sprong voorwaarts moeten maken, ofwel zal blijken dat de fondsen in hun totaliteit niet goed werden aangewend wat zal betekenen dat Polen in 2014 in een grote economische crash terecht komt à la Griekenland.

-          Er is dus helaas  geen garantie dat dit positieve korte-termijneffect van de rijk gevulde EU-fondsen  zal overgaan naar een positief lange-termijneffect. De EU-fondsen geraken binnenkort op en dan moet blijken of hierdoor de economie voldoende aangezwengeld is geworden. Een aantal persoonlijke constateringen baren mij enige zorgen:

  • Polen is op bepaalde plaatsen 1 groot bouwwerf. Maar de werkzaamheden gaan traag vooruit. Vaak is men met bepaalde bouwwerken begonnen die ondertussen voor bepaalde tijd stilliggen. De organisatie is niet altijd voorbeeldig te noemen. Zo gaat de bouw van autowegen maar heel traag vooruit. Polen heeft vroeger reeds een bepaald bedrag aan Euro-subsidies moeten terugstorten omdat bepaalde wegenwerken niet waren uitgevoerd volgens afgesproken plan. Het is niet onmogelijk dat dit zich zal herhalen. Zonder goed autowegennet kan je echter geen goede duurzame economie opbouwen. Bovendien blijken vele projecten veel duurder uit te vallen dan bij aanvang geraamd waardoor particulieren en overheden extra schulden hebben moeten maken.
  • Elke particulier heeft het recht om een zaak op te starten en hiervoor eurostartkapitaal aan te vragen.  Als gevolg hiervan zie ik in sommige steden een explosie van kapperszaken, schoonheidssalons en taxichauffeurs. Ook het aantal privétaalscholen rijst als paddestoelen uit de grond. Dit heeft natuurlijk een gunstig korte-termijneffect op de huidige werkloosheidscijfers, maar ik merk dat vele zelfstandigen feitelijk werkloos zijn waardoor vele van die zaken gedoemd zijn om failliet te gaan. Vele kleine zaken krijgen de hele dag door nauwelijks klanten over de vloer. Zo moet ik bijvoorbeeld zelden wachten om mijn haar te laten knippen in de kapsalon, en ik maak nooit een afspraak.
  • Het is overduidelijk dat de overheid een aantal sectoren verwaarloost. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan de gezondheidssector en de wereld van de wetenschap. De zorg die de Poolse overheid draagt voor de universiteiten is lager dan ondermaats. Ik ga op deze materie dieper in in een volgende blog-artikel.
  • Indien de crisis zich in een aantal West-Europese landen zich doorzet, dan zal dit onvermijdelijk een dubbel negatief effect op Polen hebben. Veel interne consumptie in Polen draait immers rond geld dat buitenshuis werkende Polen importeren. Wanneer in Ierland bv. de  economie volledig zou ontsporen met ontslagen tot gevolg, dan zullen de honderdduizenden Polen die op dit moment in Ierland werkzaam zijn hier ook in delen en noodgedwongen werkloos moeten terugkeren naar Polen. Hierdoor dreigt een problematische kettingreactie te ontstaan die veroorzaakt wordt door een plotse daling van de interne consumptie. Ik ben in elk geval blij te mogen lezen dat de huidige prognoses voor Ierland voorzichtig optimistisch zijn.
  • In de krant Rzeczpospolita van 2 weken geleden (exacte referentie ben ik helaas verloren) las ik dat uit een studie blijkt dat Polen toch nog tot 30% buitenlandse investeringen zou  missen omwille van het vreselijke bureaucratische doolhof. Vele buitenlandse bedrijven worden hierdoor afgeschrikt. Ik sluit niet uit dat een aantal (kleinere) buitenlandse bedrijven die toch moedig geweest zijn om in Polen te investeren ontgoocheld kunnen geraakt zijn en zullen besluiten om uit Polen weg te trekken. Ik neem tijdens het schrijven van dit artikel de gelegenheid te baat om ook even mijn hart te luchten, ikzelf ben coördinator van een academisch bedrijf, nl de leerstoel voor Nederlandse filologie aan de Katholieke Universiteit te Lublin, en ik moet toegeven dat ik in de loop van 5 jaar zovele onverwachte bureaucratische problemen ben tegengekomen waardoor ik vaak 20 tot 30 uur extra onbetaalde stressvolle overuren in 1 week tijd heb moeten steken om deze op te lossen, dat ik het gevoel heb in die 5 jaar 15 jaar te zijn verouderd. Nee beste lezer, maak je geen zorgen, ik heb ondertussen al een aantal beslissingen genomen om ervoor te zorgen dat ik niet in het voetspoor van Maciek uit de propagandaspot zal treden. Ik sta op het punt om terug een verjongingskuur te ondergaan.

Ik vrees dat Polen veel te snel is geëvolueerd in de richting van een duale samenleving.  In bepaalde sectoren stijgen de lonen, in andere sectoren dalen ze zelfs. Er is nauwelijks een middenklasse. Op dit moment zijn er zowel veel rijke Polen als veel arme Polen. De rijke Polen doen de economie draaien. De kans is echter reëel dat in de heel nabije toekomst het aantal rijke Polen zal verminderen en het aantal arme Polen zal vermeerderen.  Hierdoor dreigt een negatieve economische kettingreactie te ontstaan.

West-Europese economieën hebben een sterke middenklasse die aan de basis ligt van een grootschalige consumptie wat op haar beurt het bedrijfsleven en de werkgelegenheid te goede komt. Zolang Poolse politici dit niet inzien zal Polen nooit een echte welvaatsstaat worden. Ik heb het gevoel dat Polen nog minstens 1 generatie nodig heeft om de extreme uitspattingen van de dualiteit beter onder controle


 

Tips voor een winterse treinreiziger in Polen

Vrijdag 17 december 2010, ik zit voor de zoveelste keer weer op te trein, Lublin-Gdansk, 610 km sporen (deze trein maakt nu een ommetje via Torun). Het hele traject duurt 8u40 minuten (als er geen problemen zijn natuurlijk). Het is een rechtstreekse verbinding, ik kan dus de hele dag lekker lui in de antieke treinzetel zitten tussen de 7 andere treinreizigers in de coupé van 1,5 m2 (ik heb het ooit tamelijk exact uitgerekend, 1x1,5m). Het is een TLK, een Tanie Linie Kolejowe of vertaald een Goedkope Trein Verbinding. De prijs van het treinticketje valt echt wel mee: 63 PLN of tegen de huidige wisselkoers 15,94 EUR. Het is wel 7 PLN duurder dan vorige week, maar we zullen niet klagen over deze 10% prijsstijging.  Er zijn vele TLK trajecten doorheen Polen, dus voor de Vlaams-Nederlandse toerist goed nieuws: je kan echt heel goedkoop door Polen reizen! Toch een paar tips van een ervaren man op middelbare leeftijd:

  • Zorg dat je een deken bij hebt. De verwarming werkt niet altijd. In Lublin was het deze morgen bij vertrek -10. De verwarming in de trein werkte niet gedurende 2 uur tot net voor Warschau. Ijsklompen overal zichtbaar, zowel binnen als buiten het lange voertuig. Dit is niet de eerste keer dat ik dit meemaak. Ik had gelukkig vandaag mijn slaapzak mee die ik gebruikt heb om mijn koude billen warm te houden. Mijn jeansbroek bleek immers niet voldoende isolerend te zijn. Ik heb natuurlijk ook mijn dikke jas aangehouden.
  • Zorg dat je stevige anti-slipbergschoenen aanhebt. De voettocht van de loketten tot en met de treincoupé is vol gevaren: geen roltrap of lift, op de trappen en zelfs in de ondergrondse gang die de verschillende perrons met elkaar verbindt ligt nog heel wat ijs. Ook op de hoge trappen die je moet nemen om in de trein te klauteren ligt veel ijs, tot zelf in de treingang.
  • Zorg ervoor dat je een waaiertje en verfrissingszakdoekjes bijhebt. Plots begint de verwarming te werken, en dan begint het heel snel te stomen. In 2 minuten tijd een temperatuursstijging van 25 graden. Iedereen zweet. Het is niet mogelijk om de verwarming af en toe gewoon af te zetten. De ramen zijn geblokkeerd door het ijs, geen mogelijkheid dus om het raam even open te doen. Ik zou ook bijna durven suggereren om een broekshort bij de hand te hebben, alhoewel ik nog niemand onder deze omstandigheden een short heb zien aantrekken. Ik ben nog iets te verlegen om dit soort baanbrekende acties te ondernemen.
  • Heb je eigen toiletpapier bij, best een heel rolletje. Of als alternatief een hele pak papieren zakdoekjes. Droog papier op de trein is een schaars goed. Enkele laagjes om rond de toiletbril te draaien om het achtergelaten menselijke restmateriaal te bedekken en natuurlijk nog enkele blaadjes om …
  • Neem ook zo’n flesje anti-bacteriële gel bij de hand. Dit is zo’n gel waarmee je je handen kunt inwrijven en zo ontsmetten zonder dat je water nodig hebt. Want het waterkraantje in het toilet werkt natuurlijk niet. Ik hoop dat alle reizigers zoiets bij zich hebben, want indien niet, dan zou dit betekenen dat niemand zijn handen wast na het beëindigen van de boodschap. Het doet er me trouwens aan denken dat ik vaak wat ziek ben na een lange treinreis. Misschien is er een verband.
  • Zorg dat je voldoende eten en drinken bij hebt. Er is niet altijd een barwagon, en het is eveneens niet gegarandeerd dat de coupéservice komt. Vandaag kwam de rijdende bardienst een half uur na het vertrek uit Lublin koffie en thee en wat snoepgoed (niet echt goedkoop) aanbieden. Dat was voor nog te vroeg mij, ik had pas ontbeten. Ik heb de persoon helaas geen 2de keer meer gezien en we zijn ondertussen 6u verder. Voor koffie- of theeliefhebbers is een eigen thermos echt wel een must. Dit is alvast mijn tip voor mijn kerstcadeautje.
  • Verfrissende pepermuntjes of kauwgom kunnen echt deugd doen. Het is ook een goed middel om de illusie te creëren de onaangename geurtjes in de treincoupé onder controle te houden.
  • Zorg natuurlijk voor enige lectuur
  • Voor de echte toerist is fototoestel eveneens een aanrader.

Je kunt ook voor de veel duurdere express- of intercitytreinen kiezen. De prijs is ongeveer het dubbele. Het is niet altijd gegarandeerd veel sneller maar dit zijn de verschillen:

  • Je krijgt een gratis koffie en thee
  • Er is een restauratiewagen (geen alkohol weliswaar, geen dronkemannen op de trein!)
  • Er zijn vaak stopcontacten in de coupé, ideaal voor laptops. Helaas werken die nooit.
  • De treinen zijn iets moderner, er is dus minder kans dat de verwarming niet werkt.
  • Soms heb je geluk dat je slechts met max. 6 personen in de treincoupé zit i.p.v. met 8. Als je dat gegarandeerd wilt, dan koop je beter een ticket 1ste klas. Dat is ongeveer 50% duurder.
  • Je hebt gereserveerde plaatsen, dus gegarandeerd een zitplaats. Dit is in de TLK niet steeds het geval. Ik heb in de TLK nog 4 tot 5 uur continu moeten rechtstaan in de gang.
  • Er is een mobiele barservice die ongeveer om de 2u naar je toekomt, en zoals gezegd, het 1ste drankje is gratis.

In ruil voor de ongemakken krijg je natuurlijk heel wat terug:

  • Prachtige uitgestrekte open sneeuwlandschappen waar kale bomen in lijken te zwemmen
  • Soms heb je het  geluk om een groep herten te zien, of zelfs een vos. (In de zomer soms ook een roofvogel en natuurlijk de ooivaar).
  • Tijd om na te denken, of wat slaapachterstand in te halen
  • Inspiratie die je artistieke prestaties bevorderen
  • Met wat geluk een interessante medepassagier met wie je een leerzaam en inspirerend gesprek voert (met wat geluk kan dat ook in het Engels, maar dit is verre van algemeen).
  • Tijd om iets te schrijven, zoals ik nu op dit moment

 

Eindejaarsgeld voor een Poolse werknemer

Oef, net op tijd mijn aanvraagdocument ingevuld en ingediend om mijn eindejaarsgeld te ontvangen. Het gaat om een bescheiden bedrag, ongeveer 500 zloty (ca. 130 EUR), maar alle baten helpen. We kunnen er in elk geval enkele bescheiden kerstcadeautjes mee kopen. Als universitaire medewerker krijg je dit eindejaarsgeld niet automatisch op je rekening. Je moet dit elk jaar op tijd aanvragen. Hiervoor moet je een bepaald standaarddocument invullen, ik vertaal letterlijk: een aanvraagdocument voor de toekenning van eindejaarssteun uit het fonds voor sociale voorzieningen van KUL [KUL= afkorting voor Katholieke Universiteit van Lublin]. Op dit document vul je in: Familienaam + Voornaam en de naam van de universitaire eenheid (Faculteit – Instituut). Hieronder staat de volgende gedrukte standaardtekst, ik vertaal opnieuw letterlijk: ’Ik richt me tot het fonds voor sociale voorzieningen van KUL met het verzoek tot toekenning van eindejaarssteun’. Onder deze tekst moet je vervolgens de datum en je handtekening plaatsen. Je brengt dat, net zoals je 2000 andere collega’s vóór 3 december bij het secretariaat binnen. Daar worden alle aanvragen verwerkt en voor kerstmis staat het geld op je rekening.

Ik heb nog goed nieuw! We hebben jaarlijks in juli ook recht op vakantiegeld! Wel niet vergeten om voor 15 juni (of een datum ergens hierrond, de exacte datum wordt nog uitgehangen!) een gelijkaardig aanvraagdocument in te vullen, gericht tot het zelfde fonds voor sociale voorzieningen. Alleen zal het woordje ‘vakantiesteun’ i.p.v. ‘eindejaarssteun’ op het document terug te vinden zijn. We zullen in juni wel nog een 2de document moeten invullen, nl. een document waarop je de exacte data van je vakantieperiode meedeelt en waarop je moet aanduiden of het om een ‘privévakantie’ gaat dan wel een ‘vakantiekamp’.


 

Waarheid en politiek in Polen. (3) De Poolse gezondheidszorg

Injectieschema

‘Mama, papa, jullie hebben een keuze! Jullie kunnen een combinatievaccin kiezen met minder pijn en minder tranen’, aldus de vertaling van de hoofdtekst van een overheidspromotiefolder voor het officiële vaccinatieprogramma (pasgeborenen – 3 jaar; zie foto). In Polen is het bij wet verplicht om baby’s te laten vaccineren tegen tuberculose, difterie, tetanus, kinkhoest, hepatitis B, Haemophilus influenzae type B, polio en de klassieke kinderziektes (mazelen, bof, rode hond).  Een aantal andere vaccins zoals deze tegen hepatitis A, het rotavirus, pneumopokken en de waterpokken worden aanbevolen maar zijn niet verplicht. In België is alleen het vaccin tegen kinderpolio bij wet verplicht, maar de meeste andere vaccins worden ten zeerste aanbevolen. Voor het toedienen van de vaccins moet een kalender worden gevolgd, een aantal vaccins moet worden herhaald  (zie foto). Er bestaan verschillende soorten vaccinatieprogramma’s. In Polen worden van overheidswege 3 programma’s voorgesteld. Het eerste programma is gratis: 21 spuitjes verspreid over 3 jaar. Het tweede programma kost in totaal ongeveer 500 PLN (125 EUR) en bevat 14 spuitjes verspreid over 3 jaar omdat er een combinatievaccin wordt gebruikt. Zoals de folder benadrukt: minder pijn, minder tranen. Het derde en laatste programma bevat 12 spuitjes (maar liefst 9 minder! wordt in de folder beklemtoond!) verspreid over 3 jaar met een kostenplaatje van ongeveer 1500 PLN (375 EUR, net iets hoger dan het maandloon van een assistent-docent aan een universiteit of een kassabediende in een supermarkt). Met andere woorden, het laatste – maar helaas het duurste programma – is het minst pijnvol voor de baby met het minst aantal tranen tot gevolg!

De hierboven besproken officiële reclamefolder  is  één van de meest immorele die ik ooit in mijn leven heb gezien!  Alsof mensen met gemiddelde Poolse salarissen werkelijk een keuze zouden hebben! Ikzelf heb voor mijn dochtertje betaald voor een programma met ‘minder tranen’, niet met geld van mijn Poolse rekening  waarvan het bedrag  zich altijd dichtbij het nulpunt bevindt, maar met geld van mijn Belgische spaarrekening!  

Er is trouwens nog een kleine praktische moeilijkheid verbonden met de toediening van zo’n combinatievaccin. De zorgcentra hebben deze immers niet in voorraad in hun medische koelkast. Je moet zelf met een briefje van de dokter naar de apotheek gaan om het gekozen combinatievaccin te bestellen. De volgende dag kan je die dan bij de apotheek oppikken. Je hebt dan maximum 30 minuten om naar de dokter te gaan die het vaccin toedient, want het is belangrijk dat het vaccin op lage  temperatuur wordt gehouden. Op een bijgevoegd papiertje noteert de apotheker immers heel exact de datum en het uur waarop het vaccin werd opgepikt. De dokter of verpleegster die het vaccin toedient moet dit controleren en mag het vaccin niet toedienen wanneer de termijn van 30 minuten werd overschreden.  Wij hadden trouwens bij het eerste vaccin een bizarre ervaring. Toen we het vaccin wilden ophalen gaf de apothekersvrouw met schaamte toe dat ze het vaccin had ontvangen maar onmiddelijk had moeten weigeren. De dienstdoende koerier van het medische magazijn waar het vaccin door de apothekersvrouw was besteld was zich niet bewust van het feit dat het vaccin het hele traject  in een koelzak op lage temperatuur moest gehouden worden. De apothekersvrouw was naar eigen zeggen zo verontwaardigd dat ze het vaccin in een ander magazijn had besteld. Ik weet niet of het  opgewarmde vaccin uiteindelijk werd vernietigd, maar we moesten omwille van deze reden ons doktersbezoek naar een andere datum verschuiven.

Het is niet mijn bedoeling om met de aanzet van dit artikel een persoonlijke klaagzang in het openbaar te introduceren, alhoewel het goed doet om enkele persoonlijke ervaringen schriftelijk vast te leggen en op die manier te delen met mijn landgenoten. Mijn keuze om dit artikel te beginnen met deze promotiefolder heeft vooral te maken met mijn mening dat dit gegeven typerend is voor de hele Poolse ziekenzorg! Tijdens het grote presidentiële verkiezingsdebat van 30 juni 2010 op TVP 1 werd  gesteld dat de Poolse ziekenzorg ‘gratis’ is.  Maar tussen theorie en praktijk  ligt een hemelbreed verschil.

In eerste instantie is er de vreselijke administratie die elke zorgtrekkende moet ondergaan om te kunnen genieten van de zogenaamde gratis ziekenzorg. Ik verwijs naar een vorige bijdrage van mijn hand van februari 2009 over de Poolse ‘stempelmaatschappij’ (http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/2010/02/stempelaars-in-polen.html)

Elke zorgbehoevende moet ingeschreven zijn in een ‘przychodnia’, een eerstelijnszorgcentrum. In zo’n centrum heb je een secretariaat waar je je moet inschrijven, en minstens 1 dokter voor algemene ziektes (wij noemen zo’n dokter een huisarts). Doorgaans zijn er ook nog een aantal specialisten verbonden aan zo’n przychodnia: otolaryngoloog, gynaecoloog, pneumoloog, pediater, ... Wegens besparingen zijn vele van deze zorgcentra gesloten met als gevolg dat de overblijvende zorgcentra veel meer klanten hebben. Ik hoor regelmatig van mensen dat ze uren moeten wachten in de gang alvorens bij de dokter te kunnen.  Jawel, in de gang!  Ikzelf heb nog nooit een zorgcentra gezien die een aparte wachtkamer had. Ook ziekenhuizen hebben zelden een wachtkamer, de gang functioneert als wachtkamer!  Bepaalde zorgcentra hebben het zo druk dat je pas over 1 of meerdere dagen bij de dokter terecht kan.  

Natuurlijk kan het allemaal veel sneller, er is gelukkig steeds de mogelijkheid om naar het privékabinet van de dokter te gaan, tegen betaling! Gemiddeld 80 tot 100 PLN (20-25 EUR) volledig uit eigen zak te betalen. Bijna alle dokters zijn verbonden aan 1 of meerdere zorgcentra en ziekenhuizen en hebben daarnaast nog een privépraktijk.

In geval van nood kan men zich steeds buiten de daguren aanmelden op de spoedafdeling van het ziekenhuis. Ikzelf heb dit reeds een aantal keer ervaren, eens voor mezelf, een aantal andere keren moest ik dringend naar de spoedafdeling voor mijn dochtertje, mijn vrouw en  2 keer met de grootouders van mijn vrouw. Daarnaast was ik reeds een aantal keer op ziekenbezoek. Achteraf bekeken zeer unieke ervaringen in schril contrast met de ervaringen die je opdoet in Belgische ziekenhuizen.  Maar ik hoop dat het wat mij betreft bij de reeds opgedane ervaringen mag blijven.

Persoonlijke ziekenhuiservaring 1: 2 jaar geleden in Lublin. Mijn vrouw kreeg ademnood waardoor ik het verstandig achtte om voor alle zekerheid naar de spoedafdeling te gaan. Het was ondertussen al laat op de avond. In het eerste ziekenhuis kregen we te horen dat er geen samenwerkingsakkoord bestond met ons eerstelijnszorgcentrum (verbonden met de universiteit waar ik werk) wat betekende dat we eerst moesten betalen om tot de dokter te worden toegelaten.  Dat was nieuw voor ons, het feit dat je op voorhand moet weten met welke ziekenhuizen de eerstelijnszorgcentra akkoorden hebben. Aangezien het ondertussen wat beter met mijn vrouw ging besloten we naar een ander ziekenhuis te gaan. Zelfde verhaal. Er werd gesuggereerd om naar het militaire ziekenhuis te gaan want vermoedelijk had dat ziekenhuis wel met ons universitair eerstelijnszorgscentrum een akkoord. We reden naar het militair ziekenhuis. Daar werd ons meegedeeld dat er vroeger een akkoord met het universitair zorgcentrum bestond, maar dat dit akkoord een jaar tevoren niet was verlengd. Wij dus naar het  4de ziekenhuis. Daar werden we heel vriendelijk en kostenloos behandeld.

Persoonlijke ziekenhuiservaring 2: Stevig in de geldbeugel getast om een dokter privé naar onze woning te laten komen om ons pasgeboren dochtertje van 1 week te onderzoeken. De dokter vermoedde  een infectieziekte en stuurde ons onmiddellijk naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. We schrijven januari 2010, hevige winter, pakken sneeuw. We rijden naar het provinciale ziekenhuis. Eerste probleem: geen parkeerplaats. Vrouw met schoonouders gedropt en dan met de auto een kilometer verder. Ik wandel terug naar het ziekenhuis, er blijken vele spoedgevallen te zijn. Een lange rij wachtende zieken in de gang! Ik doe samen met mijn vrouw alles om ons dochtertje te beschermen tegen de  mogelijke extra bacterieën die in de lucht hangen. De voordeur gaat geregeld open, een koude luchtstroom waait telkens naar binnen. We houden ons dochtertje warm. Na een paar uur blijkt dat ons dochtertje wel degelijk een bacterie te pakken had en worden we doorverwezen naar een ander ziekenhuis gespecialiseerd voor de behandeling van kinderen. Het is uiteindelijk allemaal goed gekomen na nog heel wat andere minder leuke ervaringen.

Persoonlijke ziekenhuiservaring 3: Met de grootmoeder van mijn vrouw  om 20u00 naar de spoedafdeling. Eerst inschrijven in de receptie en daarna naar de wachtgang. Daar wachten  tot 3u ’s morgens om eindelijk te vernemen dat grootmoeder een aantal dagen in het ziekenhuis moet blijven. Ze heeft vermoedelijk één of andere voedselvergiftiging opgelopen. Tijdens de lange wachttijd zijn we getuige van een schrijnend tafereel. Een oude vrouw ligt zieltogend op een draagberrie in de wachtgang. Haar dochter doet wat ze kan om haar te steunen. Telkens wanneer een verpleegster passeert vraagt ze met geïrriteerde stem wanneer de dokter komt. De verpleegster antwoordt dat ze dat niet weet, de dokter van nachtdienst is bezig met een spoedoperatie. De vrouw schreeuwt dat het schandalig is dat haar moeder aan het sterven is terwijl niemand haar kan helpen. Op een bepaald moment neemt ze haar gsm en telefoneert naar een journalist. Ze vertelt hem dat haar moeder in het ziekenhuis in de gang ligt te sterven terwijl niemand iets doet. Ze nodigt hem uit om naar het ziekenhuis te komen, dit wordt beslist een interessant verhaal voor de krant. De journalist kon zich blijkbaar niet vrijmaken. Ik weet niet in hoeverre de vrouw  al dan niet gedreven door paniek overdreef. Ik weet ook niet of de oude vrouw het heeft gehaald. Ik beschrijf alleen wat je kan meemaken als wachtende in het ziekenhuis.

Maar de ziekenzorg is gratis! Zo werd het tijdens het grote presidentiële verkiezingsdebat van 30 juni 2010 verkondigd. Er werd niet gezegd tijdens dat debat dat elke maand een overheidsinstantie op basis van statistieken bepaalt aan welke quota elk ziekenhuis zich moet houden. Concreet: om de kosten in de hand te houden wordt elke maand vastgelegd hoeveel geld een ziekenhuis mag uitgeven voor bv. operaties, chemotherapie, nierdialyses, ... Het gevolg: iedereen heeft het recht op heelkundige behandelingen, maar je moet soms wat geduld hebben. Ik ken persoonlijk een aantal mensen die 4 tot zelfs 6 maanden moeten wachten voor een hartoperatie of de heelkundige verwijdering van een gezwel. Dit kan natuurlijk veel sneller, als je privé gaat en betaalt! In het geval dat je daadwerkelijk aan het sterven bent dan heb je wel het recht op een prioritaire behandeling! Maar voor de interpretatie van dit gegeven bestaan geen eensluidende criteria.

Toch is niet alles gratis. Voor medicijnen wordt een kost aangerekend. Niet alle ziekenhuisbehandelingen zijn gratis. Voor bepaalde labo-onderzoeken wordt ook een kost aangerekend. Het begrip ‘gratis’ moet in haar context worden geplaatst.

‘De Poolse ziekenhuizen zijn niet geprivatiseerd’. Ik kom hier terug op de delicate discussie die tijdens de verkiezingscampagne van mei-juni 2010 werd gevoerd (zie eerste bijdrage van deze reeks over politiek en waarheid in Polen van 6 juli 2010: http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/2010/07/waarheid-en-politiek-verkiezingen-in-polen-1-inleidende-terreinverkenning.html). Private ziekenhuizen bestaan in Polen, maar die zijn in de minderheid. Maar de wijze waarop de officiële ziekenhuizen georganiseerd worden tart elke verbeelding.  Ik illustreer de situatie in Trójmiasto (het stedentrio Gdańsk-Sopot-Gdynia). In dit gebied zijn er 11 ziekenhuizen. 1 van deze 11 is volledig privaat (http://www.swissmed.com.pl/index.php?menuGlowne=1&page=onas.php). De 10 andere zijn overheidsziekenhuizen. Opmerkelijk is dat slechts 4 van die 10 ziekenhuizen een eigen bloedcentrum hebben en eigen labo’s. Voor bloedanalyses of bloedvloeistof (nodig voor transfusies) moeten 6 ziekenhuizen een beroep doen op privé-labo’s en de privébloedbank of op de labo’s van de 4 andere officiële ziekenhuizen (die vaak overbelast zijn). Er zijn in Gdańsk 2 privébloedbanken. Het moet gezegd dat deze bloedbanken  dankzij EU-kapitaal over de modernste apparatuur beschikken. Vaak gebeurt het als volgt. Een ziekenhuis in Gdańsk heeft dringend bloed  nodig. Er wordt getelefoneerd naar de bloedbank. Alles wordt in gereedheid gebracht en met de bloedtransportwagen 10 km verder naar het desbetreffende ziekenhuis gebracht. Pech voor het slachtoffer wanneer dit in een file-uur moet gebeuren. Ook voor wat betreft bloedanalyses kan men in 6 ziekenhuizen niet altijd efficiënt werken: het bloed moet gebracht worden naar het labo (soms 15 km verder), daar wordt het geanalyseerd en de gegevens worden dan doorgebeld. Ook andere onderdelen van de officiële ziekenhuizen zijn vaak geprivatiseerd: de maaltijddienst, de poetsdienst, de revalidatiedienst, en naar ik heb vernomen (maar ik heb dit nog niet kunnen verifiëren) soms ook de rőntgendienst.

Dokters en verpleegsters zijn overwerkt, onderbetaald en onderbemand. Ik heb al gewezen op het feit dat dokters heel vaak in 2 tot 3 ziekenhuizen en/of zorgcentra werken en daarnaast nog een eigen privépraktijk hebben. Dokters en verpleegsters werken doorgaans tussen de  70 en 90 uur per week. In mijn kennissenkring bevinden zich een aantal mensen die in de ziekenzorgsector werken. Een heel normaal werkpatroon: men werkt tijdens de dag (7u00-15u00) maar men moet daarnaast nog 7 tot 8 keer per maand de nacht doen. De nacht komt bovenop de dag (niet in plaats van), dus 15u00-7u00 komt daar nog bij. Het is niet zeldzaam dat dokters en verpleegsters 8 keer per maand 24 tot 26 uur in 1 blok presteren. Als het wat minder druk is hebben ze de mogelijkheid om zich even neer te leggen voor een nachtelijke siësta, maar vaak is het druk! Er wordt immers bespaard op personeel en salarissen, dus moet men steeds meer werken. De grootste problemen van het ziekenhuispersoneel zijn  oververmoeidheid en stress. Hierdoor worden extra fouten gemaakt, soms met fatale gevolgen! De kop van jut is natuurlijk de dokter of de verpleegster. Hierdoor lopen inderdaad ook vele norse, minder beminnelijke dokters en verpleegsters rond (hoewel ikzelf op dit vlak tot nu toe niet mag klagen). Ik bezie dit met verbijstering! Het systeem is verantwoordelijk voor een falende organisatie van de zorgsector.  Omdat ik me afvroeg of de gevolgen van dit alles statistisch zichtbaar is heb ik een kijkje genomen in de internationale gegevensbank van de CIA (https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/region/region_eur.html). Ik heb even België vergeleken met Polen voor het jaar 2009. Ik laat de volgende gegevens ongecommentarieerd voor zich spreken:

· Kindermortaliteit:  België:  4,44 per 1000 levendgeboren/ Polen: 6,8 per 1000 levendgeborenen [in Polen dus 50% meer kindermortaliteit]

· Levensverwachting vanaf de geboorte: België: 79,22 jaar/Polen: 75,63 jaar

· Percentage 65-plussers: Belgie: 17,6 %/Polen: 13,4%

· Fertiliteitsgraad: België: 1,65 geboortes per jaar per vrouw/Polen: 1,28 geboortes per jaar per vrouw  

 


 

Waarheid en politiek in Polen. (2) De strijd tegen het water

In mei 2010, nu ondertussen ruim 2 maanden geleden, voerde een deel van de Poolse bevolking een ongelijke strijd tegen het water. Hevige regens in combinatie met snel smeltende sneeuw uit de berggebieden (Polen heeft een extreem zware winter achter de rug, met dikke lagen samengeperste sneeuw in de berggebieden tot gevolg) deden het peil van een aantal rivieren in een ijltempo stijgen met een aantal dijkbreuken tot gevolg. Honderden huizen en zelfs enkele appartementsblokken kwamen volledig onder water te staan. Ongeveer 60 000 mensen moesten worden geëvacueerd, enkele duizenden onder hen verloren hebben en houden. Voor de meeste lezers van dit artikel is deze gebeurtenis voltooid verleden tijd want we hebben reeds volop kunnen genieten van - wat volgens de weerspecialisten werd beschreven als - één van de warmste zomers sinds het begin van de officiële meteorologische metingen. Maar enkele duizenden Polen leven nog steeds in die nachtmerrie. Sommigen hebben het geluk dat ze voor (on)bepaalde tijd onderdak hebben kunnen vinden bij familie, maar psychologisch is dat elke dag zwaarder te dragen want ze willen hun familieleden niet tot last zijn. Anderen hebben minder geluk en wonen in caravan- of barakachtige toestanden. Voor degenen die een hele woning hebben verloren is de maximumcheque van 100 000 PLN (ca. 25 000 EUR) overheidssteun verre van toereikend om op korte termijn de draad van het vroegere leven herop te nemen. Er gaat trouwens een hele lijdensweg vooraf om die overheidssteun te krijgen. Voor velen is die weg nog steeds niet afgelegd: foto’s nemen, tal van documenten invullen, expertises, ... Sommigen slagen er gewoonweg niet in om de juiste administratieve wegen te vinden!

De waterramp weekte vele maatschappelijke en – bijgevolg ook – politieke discussies los: Welke personen en/of instanties dragen de grootste verantwoordelijkheid? Hoe moeten de getroffenen geholpen worden? Wat kan en moet gedaan worden om een dergelijke ramp in de toekomst te vermijden? De ramp gebeurde een maand voor de eerste ronde van de Poolse presidentsverkiezingen van  20 juni 2010, aan de vooravond van de verkiezingscampagne dus! Bijgevolg werd dit een van de grote thema’s van de verkiezingsdebatten. Dit menselijke lijden kreeg hierdoor nog een extra wrange en zelfs cynische smaak. Grote woorden, grote beschuldigingen, grote beloftes tot uitdrukking gebracht op gebroken ruggen van menselijke ellende.

De discussie begon al onmiddellijk over het al dan niet officieel erkennen van de overstromingen als een natuurramp. Partij X vond dit een evidentie, partij Y vond dit een brug te ver. De regering (partij Y) beklemtoonde herhaaldelijk haar wil om een totaal bedrag van 2 000 000 000 PLN (500 000 000 EUR) aan noodhulp te reserveren met een maximum van 100 000 PLN (25 000 EUR) per gezin, maar het uitroepen van een natuurramp was niet nodig. Partij X wees erop dat bij het uitroepen van een natuurramp extra steun uit een Europees rampenfonds zou kunnen worden verkregen. Het statuut natuurramp werd uiteindelijk niet verleend. Elke kritische observator doorziet een belangrijke reden: de Poolse grondwet stipuleert dat bij een natuurramp voor bepaalde tijd geen verkiezingen mogen gehouden worden (Poolse grondwet hoofdstuk 12, artikel 228). Dit zou in het nadeel hebben kunnen gespeeld van één van de twee partijen. Als we dit inzicht confronteren met de geografische uitslag van de verkiezingen (zie 1ste bijdrage over waarheid en politiek op deze standaardblog van 6 juli 2010, http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/2010/07/waarheid-en-politiek-verkiezingen-in-polen-1-inleidende-terreinverkenning.html) dan blijkt wel degelijk dat de getroffen gebieden vooral potentiële kiezers van de oppositie bevatte. Een aantal getroffenen werden door journalisten geïnterviewd en doorgaans was het antwoord dat ze zoveel problemen hadden dat ze zich niet met politiek konden bezighouden. De meeste getroffenen zijn gewoon niet gaan stemmen. Voor velen van hen was stemmen ook formeel problematisch. Velen hebben door de watervloed alle documenten (inclusief identiteitskaart) verloren. Het kost wat tijd om dat alles via de bureaucratische mallemolen te herstellen. Sommigen slaagden er sowieso niet in om op tijd voor de verkiezingen een nieuwe identiteitskaart te bemachtigen. Bijgevolg konden sommigen gewoon niet gaan stemmen omwille van officiële identificatieproblemen.

Ikzelf was getuige van een andere cynisch gekleurde discussie op TVP 1 begin juni. Een vooraanstaand politicus van partij X verklaarde dat zijn partij  4 jaar geleden (toen zij de regeringsmeerderheid had) een plan had opgesteld om met geld uit een Europees fonds tal van waterwerken uit te voeren die waterrampen zouden moeten tegengaan. In 1997 werd Zuid-Polen immers ook geconfronteerd met een vreselijke waterramp, de Poolse regeringen zijn zich bewust van de enorme zwaktes die moeten worden aangepakt. In die discussie vroeg de politicus van partij X zich af waarom partij Y bij de machtsovername na de toenmalige parlementsverkiezingen dat plan niet had uitgevoerd. De politicus van partij Y antwoordde droogweg dat het plan niet goed was voorbereid. Ironie van het lot is dat Polen dreigt een deel van het geld terug te moeten storten aan de EU omdat elk project door de EU gesponsord binnen een bepaalde tijd moet worden gerealiseerd. Zo heeft Polen in het verleden reeds heel wat geld aan de EU moeten terugstorten omdat de bouw van autowegen niet op tijd was afgerond. Met bepaalde werken was (en is) men zelfs nu nog steeds niet begonnen!

De discussies worden nog pikanter wanneer het gaat over de verantwoordelijkheid. Tijdens de tweede ronde van het grote presidentiële verkiezingsdebat op 30 juni 2010 op TVP 1 ging het over een modern pas gebouwd appartementsblok in de Kozanówwijk te Wrocław waarvan een aantal verdiepingen volledig onder water kwamen te staan (http://wroclaw.gazeta.pl/wroclaw/1,35771,7930131,Dlaczego_Kozanow_nie_jest_chroniony_przed_powodzia.html) . Alle inwoners moesten worden geëvacueerd. Het gebouwencomplex is tot nader order onbewoonbaar verklaard. De kandidaat van  partij Y stelde dat de kopers ‘de risico’s kenden en bijgevolg zelf verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van hun koop’. Ironischer kan dit volgens mij niet. Ik had namelijk een drietal weken voor het debat een reportage op dezelfde tv-zender gezien waarin het ging over de bouw van het desbetreffende moderne appartementsblok in Wrocław. In 1997 werd Wrocław immers ook volledig door water overspoeld. Twee jaar later kreeg een bouwfirma van de stad Wrocław de toestemming van de stedelijke overheid om op die plaats die in 1997 volledig overstroomd was het moderne bouwcomplex neer te zetten. In de tv-reportage werd een interview getoond uit het jaar 1999 met een stadsbestuurslid. De journalist vroeg de lokale politicus of het geen risico was om net in deze wijk een modern appartement neer te zetten. Antwoord van de politicus: ‘Dergelijke rampen komen slechts 1 keer om de 500 jaar voor’.

Ik blik nog even terug op het grote presidentiële verkiezingsdebat van 30 juni 2010 op TVP 1. Op een bepaald moment stelde de kandidaat van partij Y dat de eigenaars van de appartementswoningen ook zelf verantwoordelijk zijn omdat je bij de aankoop van een eigendom de mogelijkheid hebt om een degelijke verzekering af te sluiten. Deze stelling klinkt heel aannemelijk, maar iemand die de Poolse realiteit kent weet wel beter! Voor de meeste gezinnen is het reeds een huzarenstuk om een eigendom van bescheiden formaat te bemachtigen. De lage lonen in Polen volstaan doorgaans niet. Heel vaak is de aankoop van een eigendom mogelijk door een combinatie van werken in het buitenland, overuren, sparen, sober leven en zware leningen afsluiten. Voor vele gezinnen is er gewoon geen geld meer over om een aanvullende dure verzekering af te sluiten. Men staat gewoon niet stil bij het feit dat de woning misschien wel eens zou verloren kunnen gaan door een overstroming.

Ik schrijf dit artikel omdat ik met machteloze woede toekijk op mensen die voor de rest van hun leven in de ellende zullen moeten leven door een falend systeem. Het laatste causale gedeelte van mijn vorige zin is – ik geef het toe – een persoonlijke conclusie, maar het eerste deel van de vorige zin is een feit. In een tv-reportage over de waterramp van 1997 – want er werd natuurlijk een vergelijking gemaakt – werden een aantal getroffenen geïnterviewd. Na 13 jaar leven velen nog steeds in barakken. Die barakken werden op de televisie getoond, ik vind het schrijnend. Ik durf te stellen dat het gaat om een falend systeem omdat men zich reeds lang bewust is van de problemen maar de daadwerkelijke aanpak steeds is blijven uitstellen. Nochtans is het mogelijk om de strijd tegen het water te winnen. Nederland heeft een vreselijke waterramp gehad in 1953, maar de Nederlandse regering heeft onmiddellijk de daad bij het woord gevoegd door met de deltawerken van start te gaan met een verbluffend succesvol resultaat tot gevolg. Bovendien is reeds lang Europees geld in Polen beschikbaar voor waterwerken, een deel van dat geld dreigt verloren te gaan door een te lang uitgestelde uitvoering. Er bestaan Poolse plannen om de strijd tegen het water te voeren, maar deze blijven vaak liggen. Daarbovenop lijkt het mij de evidentie zelve dat bevoegde politici moeten uitmaken welke gebieden veilig zijn voor nieuwbouwprojecten en welke niet. Gezagsdragers beschikken over wetenschappelijke studiecomités, politici hebben de plicht om de burger te beschermen door bv. geen bouwvergunningen te verlenen in risicogebieden. Het is maar al te gemakkelijk om de verantwoordelijkheid in de schoenen van de – vaak nietsvermoedende – burger te schuiven om op die manier eigen politieke carrières veilig te stellen.

Er mag niet gesteld worden dat de getroffenen totaal aan hun lot werden overgelaten. Ik heb reeds vermeld dat de overheid een rampenfonds van 2 000 000 000 PLN heeft opzij gezet. Helaas is de maximumcheque van 100 000 PLN voor velen verre van voldoende en slaagt niet iedereen erin om de weg in de administratie te vinden. Daarnaast werden tal van caritatieve acties op touw gezet: concerten, inzamelacties, verkoop van allerlei prullaria, ... In alle kerken werden een aantal collectes gehouden, de meeste kloosters (er zijn er nog veel in Polen!) hebben ook diverse intitiatieven ondernomen. Ik minimaliseer deze acties niet, onmiddellijke noodhulp en psychologische bijstand zijn zeker belangrijk. Maar helaas brengen deze acties geen structurele meerwaarde op. Voor de structurele meerwaarde zijn de politici integraal verantwoordelijk.


 

Waarheid en Politiek. Verkiezingen in Polen. (1) Inleidende terreinverkenning

Tijdens gesprekken die we voeren vinden we het belangrijk dat mensen geloven dat we de waarheid spreken.  Meestal is dit een onbewust proces. We vertellen iets, de personen rondom ons knikken, en we voelen ons hierbij goed, want we hebben de indruk dat de inhoud van ons verhaal naar waarde wordt geschat. Wanneer iemand je tegenspreekt, dan komen emoties van een geheel andere orde los. Wanneer we nu even stil staan bij het begrip ‘waarheid’, dan valt het op dat ‘waarheid’, ‘geloof’ en ‘communicatie’ samenhangen. Een zin als: ‘deze politicus is waar’ heeft geen zin. Een uitspraak van of over de politicus kan waar of onwaar zijn, wat betekent dat wat de politicus zegt (of wat over de politicus wordt gezegd) ‘strookt met de feiten’. Om zeker te zijn of dit klopt, moet dit natuurlijk worden geverifieerd. Een zin als: ‘deze politicus is de ware’ kan wel een zinvolle betekenis hebben. Dit betekent dat de mensen die achter deze uitspraak staan geloven dat deze politicus het best in staat is om bepaalde actuele problemen aan te pakken. De toekomst moet in dit geval uitwijzen of dit met de feiten klopt.  Een zin als ‘deze politicus is de waarheid’ vind ik interessant. Een dergelijke zin wordt zelden gebruikt, de zin klinkt niet zinloos maar vooral verheven. Dit heeft te maken met de bekende analogie: ‘Jezus is de Waarheid’. Deze zin klinkt betekenisvol, omdat we ze al zo vaak gehoord hebben. Met betekenisvol spreek ik me niet uit over het waarheidsgehalte ervan, ik bedoel hiermee niets meer dan dat we begrijpen wat de zin betekent. Het is wel boeiend om te constateren dat van bepaalde dictators zo’n zin wel als normaal werd beschouwd: ‘Stalin als de Waarheid’, ‘Mao als de Waarheid’. Maar een zin als ‘Bart De Wever is de Waarheid’ klinkt helemaal niet omwille van de verheven en ondemocratische naklank.

Waarheid wordt een heel delicaat gegeven als we ons op het politieke terrein begeven. De doorsnee-mens vindt het belangrijk dat een politicus de waarheid zegt, de doorsnee-politicus vindt het vooral belangrijk dat de mensen geloven dat hij de waarheid spreekt. Een politicus moet dus de mensen overtuigen! Wanneer we het hele politieke schouwspel kritisch analyseren, dan valt het ons op dat de collectieve overtuiging dat iets waar is, veel belangrijker is dat de waarheid op zich! En daar draaien politieke debatten om, niet altijd om de waarheid zelf, maar om te overtuigen, te doen geloven! Als we, vanuit deze invalshoek, de uitslag van de recentste verkiezingen in België analyseren dan kunnen we stellen dat Bart De Wever gewonnen heeft omdat hij een groot deel van de Vlamingen heeft kunnen overtuigen dat een fundamentele hervorming van de Belgische staatsstructuur absoluut noodzakelijk is om België (met inbegrip van Vlaanderen) te besturen en op deze manier de welvaart in stand te houden. Veel mensen geloven dus zijn basisstelling: ‘zonder hervorming van de Belgische staatsstructuur geen efficiënt bestuur, en zonder efficiënt bestuur geen welvaart!’ Deze stelling is van zo’n complexe orde dat het waarheidsgehalte ervan niet onmiddellijk kan worden geverifieerd. Het gaat hier om een proces in tijd! Maar onbetwistbaar is dat een groot aantal mensen de indruk heeft dat de Belgische staatsstructuur niet meer goed werkt en aan een update toe is. Eigenlijk werd Yves Leterme een aantal jaar geleden omwille van een gelijkaardige redenering verkozen. Alleen, veel kiezers hebben de indruk dat hij er niet in geslaagd is om iets te veranderen.  Nu is Bart De Wever ‘de ware’, want op dit moment gelooft een groot aantal kiezers dat hij een goed inzicht heeft in de actuele situatie en dat hij erin kan slagen om met deze situatie om te gaan.

Als blijkt dat iemand niet de waarheid spreekt, dan kan dat 2 oorzaken hebben. Ofwel spreekt hij de waarheid niet omdat hij de feiten niet (volledig) kent. In dat geval zeggen we dat hij zich vergist. Ofwel spreekt iemand de waarheid niet omdat hij deze (bewust) wil verborgen houden. In dat geval zeggen we dat hij liegt. Algemeen wordt een vergissing sneller door de vingers gezien dan een leugen. In de politiek speelt dat onderscheid een heel grote rol. Een politicus die toegeeft dat hij een fout heeft gemaakt wordt veel sneller vergeven dat een politicus die blijkt te liegen. Natuurlijk mag een politicus zich niet te vaak vergissen, want dan schiet hij intellectueel tekort. Een politicus die liegt schiet moreel tekort. De ware politicus is deze die weinig fouten maakt in woord en daad (een teken van intelligentie) en steeds de waarheid nastreeft (moreel hoogstaand en dus betrouwbaar).

Ik heb in de vorige alinea’s gepoogd om een zo waarheidsgetrouw mogelijke, louter  objectieve analyse te maken van de relatie tussen waarheid en politiek, met een toepassing op België.  Mijn eigen oordeel  heb ik in mijn analyse niet ingesloten. Ik wil hetzelfde doen in een aantal bijdragen over de Poolse verkiezingen tijdens de voorbije  weken. Wat me vooral is opgevallen is dat ‘waarheid’ als invalshoek bij de analyse van de Poolse verkiezingen tot zeer boeiende inzichten leidt. Als begin van de verkiezingsperiode plaats ik als datum 18 april 2010, een week na de vliegtuigramp in Smolensk waarbij president Lech Kaczyński en ruim 90 Poolse hoogwaardigheidsbekleders omkwamen. 10-17 april 2010 was officieel een periode van nationale rouw, en nationale eenheid. Maar na deze week van rouw werden de messen geslepen ter voorbereiding van de grote verkiezingsoorlog. Gedaan met de verzoening, gedaan met de eenheid, gedaan met het respect. De oorlog om het presidentschap moest gewonnen.  Het viel me al onmiddellijk op dat er zich een bizarre relatie rond Waarheid en Politiek ontspon.  Over het ongeluk zelf is het laatste woord nog niet gezegd.  De eerste officiële informatie over het onderzoek naar de oorzaak van de ramp liet lang op zich wachten, af en toe kreeg de Poolse bevolking te horen dat Rusland nauwelijks wilde samenwerken met Polen in het onderzoek en dat Polen moest wachten tot  Rusland klaar was met de analyse van de zwarte doos en het ondervragen van de getuigen.  Pas op 1 juni (bijna 2 maanden na de ramp) werd de inhoud van gesprekken bewaard in de zwarte doos vrijgegeven voor het publiek. De meeste kranten publiceerden het hele stenogram.  Eergisteren nog verkondigde Jarosław Kaczyński tijdens zijn toespraak na de bekendmaking van zijn verkiezingsnederlaag dat het een kwestie van moraal is dat de absolute waarheid moet worden gekend.  Een dikke sluier blijft nog steeds hangen boven de waarheid rond Smolensk.   

Tijdens het communisme bestond er in Polen ook een heel bizarre relatie met de waarheid. Informatie werd verzwegen, verwijderd, verdraaid, en soms gebeurde dit op nogal gewelddadige wijze. Nu is Polen sinds 20 jaar een democratische, parlementaire republiek. Feiten kunnen door de perscontrole niet meer zo snel worden verborgen.  Er worden nu allerlei democratische trucs aangewend om de ene waarheid te doen prevaleren boven de andere. Er wordt gebruik gemaakt van slogans, eenzijdige accenten, het beklemtonen van de slechte eigenschappen van de tegenstander, het beklemtonen van de fouten die de tegenstander heeft gemaakt, soms een stemverheffing, een belediging, een showopvoering, en zelfs de rechtbank als hoge instantie. Ik heb doelbewust gewacht tot  na de laatste verkiezingsronde met de publicatie van deze artikels omdat ik mezelf volledig  buiten de verkiezingen alsdusdanig wil houden. Ik wil gewoon de waarheid schrijven over de hedendaagse Poolse politiek en de Poolse samenleving zoals ik deze heb kunnen observeren.

De meeste buitenlandse kranten hadden het over de Poolse verkiezingen als een strijd tussen de liberale PO  (Komorowski, Burgerplatform) en het conservatieve PIS (Kaczyński, Partij voor Recht en Rechtvaardigheid). Ikzelf behoed me steeds voor het gebruik van het woord ‘conservatief’. Ik citeer liever uit een onderzoek uit de Poolse krant Rzeczpospolita (30 juni 2010) waarin men in een steekproefenquěte gevraagd heeft aan de bevolking waarvoor volgens haar Kaczyński en Komorowski staan. De beeldvorming van de eigen Poolse bevolking over haar presidentskandidaten zegt veel meer dan een begrip als ‘conservatief’. Deze beeldvorming ligt ook aan de basis van het stemgedrag.  Ik vat een aantal basiskenmerken samen (%):

Eigenschap

Patriot

Werkt samen met de katholieke kerk

Zal politieke conflicten uitlokken

Bereid tot compromissen

Bekommerd om de landbouw

Streeft naar betere relaties met Rusland

Wil zich engageren voor het werk van de mensen

Engageert zich voor de kleine bedrijven

Engageert zich voor de grote bedrijven

Wil de positie van Polen versterken op internationaal vlak

Bekommert zich om veiligheid en orde

Bekommerd om het gezin

Bekommerd om goed verstandhouding met regering

Is voor de privatisering van de gezondheidszorg

Zal een sterke president zijn

Komorowski

59

32

27

69

66

71

47

48

62

66

58

55

78

62

50

Kaczyński

79

84

68

35

53

31

57

37

27

50

65

57

25

15

44

Zowat de helft van de Polen gelooft niet dat er een sterke president zal zijn, ongeacht de uitslag van de verkiezingen. Kaczyński is  (In vergelijking met Komorowski) meer patriot, minder gericht op internationale relaties, veel minder gericht tot compromissen, veel minder voor privatisering van de gezondheidszorg en veel minder gericht op de grote bedrijven.

Eergisteren werd aan een aantal mensen gevraagd voor wie ze zouden stemmen en waarom. Vaak was het antwoord ‘Komorowski’ met als hoofdreden dat er met Komorowski veel minder ruzie zou zijn in de politiek. Blijkbaar hebben nogal wat mensen problemen met het eindeloze gebakkelei.

Er zijn natuurlijk ook nog andere partijen in Polen, maar die spelen voorlopig een heel kleine rol. De enige partij die nog een beetje meedoet is SLD, het verbond van de linkse democraten. Voor veel Polen wordt zij beschouwd als de erfgenaam van de oude communistische partij.  De nog relatief jonge Napieralski (geboren 1974) deed het uiteindelijk tijdens de eerste ronde van de verkiezingen nog niet zo slecht. Hij haalde 13,7 % van de stemmen, genoeg om noch Kaczynski, noch Komorowski een 50% meerderheid te geven waardoor een 2de stemronde nodig was. Napieralski doet zijn best om de kiezers ervan te overtuigen dat modern links niet hetzelfde is als oud-communistisch.

In de Standaard van 21 juni 2010 las ik: Kaczynski's populariteit steeg gevoelig na de dood van zijn tweelingbroer. Lech Kaczynski, zijn vrouw en nog 94 anderen kwamen op 10 april om het leven toen hun vliegtuig tijdens de landing in Rusland verongelukte. Maar het verdriet en de sympathie waren onvoldoende om de oud-premier aan de overwinning te helpen’ Ikzelf geloof niet dat veel mensen voor Kaczyński stemden omwille van dit soort emotionaliteit. Mensen die voor Kaczyński stemmen doen dat vooral omdat PIS de klemtoon legt op het belang van katholieke waarden in de samenleving.

Op vrijdag 18 juni 2010 gaf Le Soir de volgende beschrijving van Polen aan de vooravond van de eerste verkiezingsronde van 20 juni: ’2 landen kiezen in Polen op zondag een nieuwe president. Deze vekiezingen zijn een confrontatie tussen 2 Polens, het Polen van de Rijken en het Polen van de Armen. Een confrontatie tussen degenen die wonnen na de transformatie en zij die verloren, tussen de modernen en degenen die wegkwijnen in het verleden.’  Op zondag 20 juni 2010 won Komorowski de eerste verkiezingsronde van Kaczyński met 41,5%  tegenover 36,5%. Als we uitslag per kiesdistrict bekijken, dan zien we iets heel merkwaardigs:

Geografische spreiding verkiezingen


Uit Gazeta Wyborcza 21 juni 2010

Polen blijkt inderdaad in 2 grote geografische kampen verdeeld. Om het met de typische clichés uit te drukken: het rijke industriële West-Polen tegenover het arme agrarische Oost-Polen.  Komorowski vertegenwoordigt de eerste groep, Kaczyński de tweede groep. De eerste groep is eerder pro-Europa en liberaal, de tweede groep veeleer eurosceptisch en op grotere schaal praktiserend katholiek.

Komorowski had uiteindelijk 5% meer stemmen behaald dan Kaczyński. Eergisteren heeft hij de tweede verkiezingsronde met een vergelijkbare voorsprong gewonnen. Toch kan je dit een eerder bescheiden resultaat noemen in het licht van de verkiezingsvoorspellingen voordien waarin soms zelfs aan Komorowski een overwinningsresultaat van 54% in de eerste verkiezingsronde werd toegezegd tegenover kaczyński 35%. Komorowski deed het veel minder goed dan voorspeld, Kaczyński deed het beter. Newsweek pakte uit met een artikel met als titel ‘Waarom liegen de Polen tijdens de verkiezingspeilingen’ (Newsweek, 4 juni 2010). In het artikel worden een aantal peilingen uit het verleden met hun respectievelijke feitelijke resultaten geconfronteerd. Doorgaans springt het verschil heel sterk in het oog. De auteur van het artikel, Piotr Bratkowski, poogt een dubbele verklaring te geven. Hij stelt dat een deel van de bevolking nog mentaal vecht met de spionnen van de politie uit het communistisch verleden. Bijgevolg worden deze peilingen, ongeacht het feit dat deze door private organisaties worden afgenomen, aangevoeld als een element van de staatsrepressie. Een tweede oorzaak zou te maken hebben met het feit dat Polen een heel laag zelfbeeld hebben. Polen vinden zichzelf slechter dan andere Europese landen, twijfelen continu, ... Het gevolg is dat velen nog plots van idee veranderen wanneer uiteindelijk de stem moet worden uitgebracht. Volgens mij is er nog een 3de reden die meespeelt. Polen is als land zo intern verdeeld, dat het niet simpel is om een relevante steekproef te maken voor een enquěte-onderzoek. Bijgevolg moet steeds rekening gehouden worden met een ruime foutenmarge.

De Poolse bevolking blijkt dus de waarheid niet te spreken! Maar ook de politici spreken soms volledig naast de waarheid. Het valt me op dat tijdens de verkiezingsdebatten tal van onwaarheden werden verkondigd. Ik spreek me niet uit of het hier gaat om vergissingen dan wel leugens. Zoals bijvoorbeeld de uitspraak van Komorowski tijdens het voorlaatste televisieverkiezingsdebat op maandag 28 juni. Hij stelde dat de salarissen van de leerkrachten in de voorbije 2 jaar met 30% zijn gestegen. Dit klopt gewoonweg niet! Ikzelf werk al 3 jaar als assistent aan de universiteit in Lublin, en mijn loon is zelfs netto naar beneden gegaan, want de sociale bijdrage stijgt af en toe. Ik heb geïnformeerd bij de collega’s van het middelbaar onderwijs. Zij zijn formeel: hun salaris is gemiddeld 7% gestegen! Bizar is dat een leerkracht in het middelbaar onderwijs gemiddeld ongeveer 500 PLN (125 EUR) meer verdient dan een assistent-doctorandus aan de universiteit die met een wetenschappelijk onderzoek bezig is. Tijdens gesprekken met mensen uit andere beroepssectoren blijkt dat de meesten echter geloof hechten aan wat tijdens dit debat werd beweerd. Over lonen in Polen bestaat immers vaak een zekere geheimhouding. Het bedrag ligt ook veel minder vast. Een assistent-doctorandus aan de universiteit krijgt een bruto-salaris tussen minimum 1740 PLN en maximum 3120 PLN (op dit moment delen door 4 om het Eurobedrag te kennen; Ministrieel besluit 22 december 2006). De inrichtende macht van de universiteit beslist autonoom welk bedrag het personeelslid krijgt. Normaal krijgt een beginnende docent het minimum, en vaak blijkt dat na een aantal jaar nog niet verhoogd. Het krijgen van een hoger loon hangt niet af van vastgelegde objectieve factoren (zoals bv. loopbaanduur, ervaring). Volgens mij diametraal in tegenspraak met Straatsburg. Indien docenten het idee zouden hebben om samen naar Straatsburg te trekken, dan geloof ik niet dat de Poolse overheid ook maar een schijn van kans heeft om de zaak voor deze hoge juridische Europese instantie te winnen.

Tijdens dezelfde discussie van maandag stelde Komorowski dat Kaczyński in 2006 in een interview met de  ‘European Voice’ had gezegd dat de EU haar dotaties aan de boeren zou moeten annuleren om meer geld over te houden voor een sterk Europees leger.  ‘Niet waar’ reageerde Kaczyński, ‘ wel waar’ riposteerde Komorowski. De Gazeta Wyborcza heeft het een dag later geverifieerd en de European Voice is formeel, Kaczyński heeft dit wel gezegd (Gazeta Wyborcza, 29 juni 2010).

Een andere waarheidsdiscussie gaat over het verwijt van Kaczyński tijdens een toespraak voor de eerste verkiezingsronde dat PO met Komorowski voor de privatisering van de gezondheidszorg zou zijn. Komorowski stelde dat dit niet klopt en dat tijdens de voorbije PO-regering niet 1 hospitaal was geprivatiseerd. Huidig premier (Tusk) was zelfs zo kwaad dat hij naar het gerecht trok. De uitspraak van het gerecht was verpletterend voor Kaczyński: wat Kaczyński zegt strookt niet met de waarheid en hij mag dit niet meer zeggen tijdens de verkiezingen.  (Gazeta Wyborcza 17 juni 2010). Zwijgverbod dus als het gaat over de privatisering van de hospitalen. Deze hele gerechtszaak rond de waarheid vind ik fascinerend. Het is ook behoorlijk uniek dat het gerecht wordt ingeroepen om zwijgverbod te geven rond een bepaalde stelling. Ik stel me trouwens de vraag wat dit zou geven als bv. in Belgie (en eigenlijk in gelijk wel democratisch land), bij elke onware uitspraak van een politicus tijdens een verkiezingscampagne de tegenpartij naar de rechtbank zou trekken. In België (en naar ik veronderstel in alle landen) worden ook soms onwaarheden  door politici verkondigd, maar is het aan de tegenpartij om met de juiste dossierkennis de juiste argumenten te vinden om deze onwaarheid te ontkrachten.  Zo werkt een gezonde democratie. De hele zaak wordt nog interessanter als we bovenstaande enquěte-onderzoek bekijken. Op de vraag ‘denkt u dat de kandidaat voor de privatisering van de gezondheidszorg is’ antwoordt 62% van de ondervraagden dat ze geloven dat dit wel degelijk het geval is bij Komorowski, resultaten 2 weken gepubliceerd na het verdict van de Hoge Poolse Rechtbank. Met andere woorden, 62 % van de bevolking (volgens de enquěte) hecht geen geloof aan de uitspraak van de rechter.  Laten we dan even kijken op het terrein. Het klopt dat er in Polen weinig ziekenhuizen  geprivatiseerd zijn, maar vele  ziekenhuizen hebben tal van onderdelen geprivatiseerd. Bv. de labo’s, de bloedbank, fysiotherapie en dergelijke werden geprivatiseerd om de financiële problemen op te lossen. Na een uitvoerig onderzoek blijkt dus dat Kaczyński eigenlijk had moeten zeggen dat in de loop van de voorbije jaren heel wat onderdelen van de ziekenhuizen werden geprivatiseerd. Ik schrijf in een volgend artikel uitvoeriger over de Poolse gezondheidszorg.

Tijdens de verkiezingsdebatten in Polen kwamen vele thema’s aan bod: de invoering van de Euro, de Poolse gezondheidszorg, Poolse pensioenen, internationale relaties (Polen-Rusland, Polen-VSA, Polen EU), ethische thema’s (in vitro fertilisatie, het homo-huwelijk, abortus), .... Het is interessant om al deze discussies te analyseren met de waarheidsvraag in het achterhoofd.  Ik heb  3 thema’s gekozen om in de diepte te analyseren die vaak de discussies  warm deden oplopen tijdens deze verkiezingen: (1) de strijd tegen het water, (2) de Poolse gezondheidszorg, (3) armoedebestrijding.  Mijn keuze heeft te maken met mijn overtuiging dat dit de grootste problemen zijn waarmee gewone mensen vandaag  te maken hebben in Polen.


 

 

Natie in rouw, mensen in de kou

Er zijn zo van die mensen die geboren zijn voor het ongeluk, die op de één of andere manier steeds opnieuw alle mogelijk denkbare ellende naar zich toe trekken, alsof zij door het Noodlot werden uitgekozen om telkens weer de pechtvogelprijs in ontvangst te mogen nemen.  Ik denk dat je dit ook kunt zeggen van bepaalde naties. Ik denk vooral aan Polen. Het is niet moeilijk om een lange opsommingslijst te geven waaruit blijkt dat Polen in de loop van de voorbije 3 eeuwen herhaaldelijk door de Geschiedenis getracteerd is geworden met een fikse dosis pech.  Ik reduceer deze lijst tot 4 sleutelgebeurtenissen: op het einde van de 18de eeuw in 3 stukken gescheurd door Pruisen, Oostenrijk en Rusland; in de 19de eeuw gedomineerd door de 3 omringende grootmachten en in de 20ste eeuw bezet door Nazi-Duitsland en erna voor ruim 40 jaar gedomineerd door de Sovjet-Unie.

Katyn is voor Polen een begrip, een symbool voor de harde confrontatie die het Poolse volk met de Geschiedenis heeft moeten aangaan. In de bossen van Katyn, een plaats net over de grens in Wit-Rusland, werden in april 1940 op bevel van Stalin 22 000 potentieel lastige Poolse officieren afgemaakt. Stalin heeft gepoogd deze daad in de schoenen van Hitler te schuiven, maar de ware toedracht van een misdaad van een dergelijke omvang kon niet lang verborgen worden gehouden.

Voor Rusland is dit een vervelend historisch gegeven. Toch had Rusland uiteindelijk de herdenkingsplechtigheid ’70 jaar Katyn’ op 10 april 2010 niet tegengewerkt, meer zelfs, premier Poetin had toegezegd om op de plechtigheid aanwezig te zullen zijn ondanks het feit dat de relaties tussen Rusland en Polen allerminst hartelijk kunnen worden genoemd. In Polen werd de herdenkingsplechtigheid reeds lang voordien voorbereid. Vooraanstaanden uit de Poolse maatschappij zouden naar Katyn trekken om hulde aan de vermoorde Poolse helden te brengen.

Op 10 april 2010 werd het begrip Katyn een ware vloek. Het Poolse presidentiële vliegtuig gevuld met de ministeriële top, de legertop, het hoofd van de Poolse nationale bank, de clericale subtop, een aantal burgerlijke helden en president Lech Kaczynski met zijn vrouw daalde iets te snel, vloog op nauwelijks een kilometer afstand van de militaire luchthaven van Smolensk enkele meters te laag, raakte een  paar boomtoppen en spatte volledig uit elkaar. Al wat overbleef waren ontelbare brokstukken verspreid in een straal van zo’n 2 kilometer.  Ik denk dat dit de meest ironische gebeurtenis uit de geschiedenis van de mensheid kan worden genoemd. Je zou haast bijgelovig worden en denken dat de geest van Stalin is blijven ronddwalen door de bossen van Katyn om de Poolse natie te tracteren op een wansmakelijk cynisch dessert. Ik hoorde het nieuws  op straat op weg naar de slager, ik kon het niet geloven. Niemand kon het geloven. Een hele natie perplex.

Zondag 11 april, een dag na de tragedie, ik moest met de trein van Gdańsk naar Lublin. Dit is een traject van 500 kilometer dat ongeveer 8 uur duurt. Zoals gewoonlijk kocht ik in de kiosk de ‘Gazeta Wyborcza’. Er was iets raars met die krant. Het was – uiteraard – de weekendeditie, de krant die vrijdagavond was gedrukt bestemd voor zaterdag en zondag. De redactie heeft immers ook het recht op een weekend familiale rust. Voor mij leek het even alsof zaterdag 10 april 2010 nooit had bestaan. Ik las in de krant hoe op vrijdag 9 april reeds 300 mensen met de trein naar Katyn vertrokken waren, dat president Kaczynski zijn opperbest had moeten doen om een redevoering te schrijven in een diplomatische taal, dat de herdenkingsplechtigheid voor Polen uitermate belangrijk was, ... Ik las dit allemaal, op 11 april 2010, de dag na de tragedie. Voor het eerst in mijn leven voelde ik zo sterk dat een krant slechts over het verleden bericht en niet over de actualiteit, het begrip ‘actualiteitskrant’ is een contradictio in terminis. Nog nooit had ik zo sterk het gevoel gehad dat 1 gebeurtenis zo bruusk, zo radicaal plots en onverwacht kan plaatsvinden en een radicale breuk tussen heden en verleden kan creëren. Steeds heb ik gedacht dat de geschiedenis in golfbewegingen verloopt, maar 10 april 2010 is een uitzondering, 10 april 2010 is een historische breuklijn.

In welke richting Polen zal evolueren is op dit moment een vraag die niet wordt gesteld. Het land is voor 1 week in nationale rouw. De Poolse vlag hangt met een zwart lint overal halfstok, mensen verzamelen dagelijks op diverse moment in de kerk, ik zie zwarte kleren, mensen die een zwart lint hebben opgespeld, er wordt bezonnen, er wordt gebeden, kaarsen branden, foto’s van de nieuwe nationale helden verschijnen op steeds meer plaatsen, Poolse websites hebben een grijze kleur, Poolse magazines en tijdschriften hebben een grijze opmaak, ereprocessies worden georganiseerd, ...  De natie is onthoofd, de natie huilt, de natie bidt, de natie is nog steeds perplex, de natie wordt terug één, de natie rouwt, de natie bloedt, ...

Er zijn 3 zaken die mij in het bijzonder treffen. Het eerste is het feit dat het individu troost en steun zoekt in de massa. Men noemt het solidariteit en patriottisme. Voor mij is de naam niet belangrijk. Het raakt me wanneer ik zie op welke massale schaal mensen het verdriet met elkaar delen. Dit is een spontane en oprechte reactie, dit is volgens mij niet artificieel. Het tweede dat me positief raakt is de manier van communiceren van media tot maatschappij. Algemeen klinkt de boodschap dat het geen zin heeft om de speculeren over de oorzaak van de ramp. Eerst nationale rouw en hulde aan de slachtoffers, we moeten sereen afwachten naar de resultaten van het onderzoek en niet zelf wildweg speculeren.  Er wordt ook beklemtoond dat het belangrijk is dat de Poolse Natie één moet blijven  in het verwerken van het collectieve verdriet en dat politieke tegenstellingen nu niet meer bestaan. Een derde element dat me bijzonder diep treft is de soort berichtgeving in de media. Heel vaak wordt beklemtoond dat de slachtoffers niet alleen politici of militairen waren, maar ook gewone mensen met een gezin. Lech Kaczynski wordt voorgesteld als een man die altijd met zijn vrouw optrad, een liefhebbende echtgenoot met een dochter van 18 jaar, die nu als wees achterblijft. Het moet gezegd dat vóór de ramp Kaczynski niet zo vriendelijk werd behandeld door de pers, maar over de doden niets dan goeds! Ik denk dat vele journalisten eveneens enorm zijn getroffen door de gebeurtenis en vanuit een soort schuldgevoel iets goed proberen te maken.

Op donderdag 15 april ging ik met vrouw en kind in Gdańsk naar het Driekruisenplein voor de scheepswerven van Gdańsk om er een kaars aan te steken. Dit plein heeft grote symbolische waarde. Daar hield Lech Wałęsa in 1980 zijn bekende toespraken, daar bracht de Poolse vakbond Solidarność honderduizenden mensen op de been die zich tegen het communisme keerden, daar wordt het begin van de val van het communisme geplaatst. Een lange muur met opschriften brengt de gesneuvelde bestrijders van het communisme in herinnering. Een hoog monument van 3 kruisen symboliseert het lijden maar tegelijkertijd de kracht van de Poolse natie. Daar heb ik een brandende kaars achtergelaten tussen een mozaiëk van tienduizenden andere kaarsen, foto’s van de omgekomen helden en afscheidsboodschappen (zie foto). Onder 1 van de opschriften staat een hartverscheurende vraag: ‘Wat verlangt God aan de Polen en aan de wereld te tonen?’

DSC_1031

Ik hoor allerlei slogans. Zo ook de overtuiging dat Polen door God werd uitverkozen. Voor mij, Vlaming, moeilijk te vatten, alsof God je eerst laat lijden om je daarna in zijn hemelrijk op te nemen. Maar Gods wegen zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk. Ikzelf geloof niet in naties, ik geloof in mensen, in persoonlijkheden, en dat heeft niets met een lap grond te maken. Op woensdag 14 april zat ik de hele dag in de trein (terugtocht Lublin-Gdańsk). Ik had een boeiend gesprek met een heel nuchtere Pool. Hij vond dat het belangrijk is om in alles, zelfs in het meest verschrikkelijke, het meest positieve te proberen ontdekken en pas dan kan je constructief verder.  Het konden mijn eigen woorden zijn!  Hij zei dat het vliegtuigongeluk paradoxalerwijze ook als een overwinning van Polen op Rusland kan worden gezien. Immers, Katyn zal nu bekender dan ooit worden in de westerse wereld, Katyn zal nu beslist in de geschiedenislessen in West-Europese scholen worden behandeld, en dat is nu net wat Rusland steeds heeft proberen te vermijden. Lech Kaczynski is als een mythische held gestorven en heeft Katyn meer publiciteit gegeven dan ooit. Een grotere hulde aan de 22 000 vermoorde Poolse officiers kon niet worden gebracht.

Ik beleef dit allemaal als een Vlaming, maar het heeft ook mij diep getroffen. Ik leef mee met mijn Poolse levensgenoten. De gebeurtenis heeft me diep doen reflecteren over de Poolse maatschappij. Zo hoor ik continu dat opnieuw wordt bewezen dat Polen echte patriotten zijn en dat het Poolse volk één is.  Misschien kan je spreken van een bepaalde vorm van patriottisme, maar ik geloof niet dat dit met eenheid te maken heeft. Wat we zien is verdriet en verwarring, en mensen met verdriet proberen steun te vinden in elkaar. Dat verdriet heeft te maken met de schock veroorzaakt door de omvang, het plotse en onverwachte karakter van de gebeurtenis. Het verdriet is heel spontaan en oprecht. Het verdriet doet even de vele interne tegenstellingen vergeten, maar ik vrees dat deze daarom niet verdwijnen. Collectief verdriet heeft volgens mij niets te maken met eenheid, volgens mij is de Poolse eenheidsidee een illusie die op dit moment noodzakelijk is om kracht te verzamelen. Polen blijft een land met vele contrasten zoals bijvoorbeeld een enorm contrast tussen rijk en arm. Die kloof wordt onder andere veroorzaakt door de enorme salarisverschillen. Mensen in het onderwijs verdienen schandalig weinig (ca. 350 EUR netto per maand), een beginnend wetenschapper aan de universiteit verdient doorgaans niet veel meer, en 350 EUR is eveneens het gemiddelde loon dat de meeste verpleegsters in de ziekenhuizen verdienen. In andere sectoren ligt het loon echter opmerkelijk hoger (gemeentelijke ambtenaren, spoorwegbedienden, stadswerkers, ...).  In de tertiaire private sector liggen de lonen veel hoger. Dit zou volgens mij met een beetje politiek goede wil kunnen verbeteren. Zo kent het Poolse belastingssysteem 2 belastingsschijven: 18% en 32%. Dat betekent dat de hogere lonen maximum 32% worden belast. Dit lijkt me een immens verschil vergeleken met België waar de hoogste belastingsschijf 50% bedraagt. Ikzelf heb toen ik in België werkte nooit problemen gehad met het feit dat een deel van mijn salaris met 50% werd belast. Dit betekende immers dat ik niet zo slecht verdiende. Ik heb het steeds aangevoeld als een vorm van solidariteit met de maatschappij. Dankzij die 50% is de Belgische (Vlaamse) overheid in staat om leefbare weddes uit te betalen en goede salarissen betekent gemotiveerde leerkrachten, gemotiveerd verpleegkundig personeel, en zo kunnen we een hele kettingreactie van positieve effecten opbouwen. Steeds heb ik het gevoel gehad dat we mede dankzij het Belgische belastingssysteem een welvaarsstaat hebben, het met de glimlach betalen van belastingen is een vom van solidariteit met de maatschappij, en solidariteit is eenheid. Een ander deel van het belastingsgeld wordt gebruikt om de sociale zekerheid te betalen, en sociale zekerheid is solidariteit, meer eenheid. Ik denk dat de Poolse regering een 3de belastingsschijf zoals in België zou moeten doorvoeren. Hiermee zouden naar analogie met België betere salarissen kunnen worden uitbetaald aan onder andere leerkrachten en verpleegkundigen, er zou een algemeen kindergeld kunnen worden ingevoerd (dit bestaat niet in Polen), het sociale opvangnet zou kunnen worden verbeterd.  

Bovendien ligt het probleem van de lage salarissen in Polen aan de basis van een ander probleem. Om het hoofd enigszins boven het water te houden kunnen velen niet anders dan hard werken: een dubbele job, overuren, werken in het buitenland. Zo is het normaal dat verpleegkundigen 7 tot 10 keer per maand nachtwerk verrichten in de ziekenhuizen. Nachtwerk is niet in plaats van dagwerk, nachtwerk komt bovenop het dagwerk met als gevolg dat de verpleegsters tot 26u aan één stuk moeten werken. Dit geldt trouwens ook voor vele dokters. Vele dokters zijn verbonden aan 2 tot 3 ziekenhuizen en hebben ernaast nog een privépraktijk. In vele gezinnen gaat een gezinslid soms voor weken (zelfs maanden) naar het buitenland om in een bepaalde periode zoveel mogelijk geld op te sparen. De meeste docenten aan de universiteit hebben een voltijdse betrekking in 2 of zelfs 3 universiteiten (en/of werken in private scholen). Arbeiders werken overdag in een fabriek en doen daarnaast nog allerlei klusjes. Het gevolg is dat de vrouw er vaak helemaal alleen voor staat bij het grootbrengen van de kinderen. Het is vaak smachten tot manlief (of vaderlief) eens thuis is en zich kan engageren in het huishouden. Dit staat volgens mij volledig haaks op de hoge gezinswaarden die door zovele Poolse moraalbepleiters worden gepropagandeerd.  Vele van die moraalbezorgers verdedigen eveneens met hand en tand de strikte katholieke ethiek in verband met het huwelijk en seksualiteit. Geen seks zonder huwelijk, geen huwelijk zonder seks! In het huwelijk moet je openstaan voor het krijgen van kinderen. Geen anticonceptie dus, periodieke onthouding is eventueel nog net aanvaardbaar. Ik constateer gewoon dat dit voor vele gezinnen niet evident is: ofwel  is vader vaak thuis maar is er een te gering inkomen om normaal door het leven te gaan ofwel is het inkomen aanvaardbaar maar dan is vader nooit thuis. Laat de kinderen maar komen in deze omstandigheden!

Er wordt in Polen wel veel aan caritas gedaan en er worden behoorlijk veel aalmoezen uitgedeeld, maar dat is volgens mij gewetensusserij, door middel van caritas en het uitdelen van aalmoezen kan een maatschappij nooit structureel worden omhooggetild.

Al deze bedenkingen brengen mij opnieuw bij het belastingssysteem waarover ik het een paar alinea’s terug heb gehad. Pas wanneer de overgrote meerderheid van de Poolse bevolking haar steun zal betuigen om een hogere belastingsschijf door te voeren zal ik geloven in de daadwerkelijke eenheid van de Poolse natie.  Pas dan zal ik geloven dat het solidariteitsgevoel veel dieper gaat dan het zichtbare collectieve gebed en pas dan zal het mogelijk zijn om de waarde van het gezin niet alleen in theorie maar ook in de praktijk te verdedigen.


 

Stempelaars in Polen

Een stempelaar is in België iemand die werkloos is, iemand die dus geen werk heeft en geacht wordt tot een bepaalde leeftijd werk te zoeken. Zowat 20 jaar geleden moest de werkloze elke dag naar het stempellokaal om een stempeltje te krijgen. Dit gold ook als een soort controle tegen zwartwerk.  De stempelaar was niet de persoon die het stempeltje zette (dat werd door een staatsambtenaar gedaan) maar de persoon die om een stempeltje vroeg! Het werkwoord ‘stempelen’ geraakte ook heel snel in voege.  ‘Stempelen’ kreeg dus de betekenis van ‘werkloos zijn’. In het West-Vlaams dialect geraakten  heel snel de synoniemen ‘doppen’ voor ‘stempelen’ en ‘dopper’ voor ‘stempelaar’ in gebruik.

Nu is het systeem gemoderniseerd. Er wordt niet meer gestempeld, maar het begrip ‘stempelaar’ wordt nog steeds gehanteerd. Er wordt een kaart met vakjes bijgehouden. Op zo’n kaart staan 31 vakjes, want elk vakje verwijst naar een dag van een bepaalde maand. Als je een bepaalde dag niet hebt gewerkt, dan laat je het vakje verwijzend naar die dag leeg, als je het geluk  (of ongeluk) hebt gehad dat je een dag hebt kunnen (moeten) werken, dan kleur je dat vakje zwart. Als je  tijdens een dag hebt gewerkt en je hebt het vakje niet zwart gekleurd, dan ben je volgens de Belgische wetgeving een zwartwerker, en zwartwerk wordt heel zwaar gestraft! Aan het begin van een volgende maand moet je de kaart indienen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorzieningen, de ‘RVA’.  Een computer verwerkt razendsnel de kaartgegevens en alles staat geregistreerd.

In  Polen zijn er vele stempelaars, eigenlijk is zowat iedereen een stempelaar. Dagdagelijks moet je als inwoner voor allerlei diensten stempeltjes en handtekeningen verzamelen. Hoe meer stempeltjes hoe beter, beter eentje teveel dan te weinig! Ik geef aan het woord ‘stempelaar’ dan wel een heel andere inhoudelijke betekenis dan deze voor België. Ik illustreer dit graag aan de hand van enkele voorbeelden uit mijn dagelijkse leven:

Als werknemer heb je een basisziekteverzekering. Ik werk als loontrekkende voor de Katholieke Universiteit van Lublin (KUL), ik ben dus verzekerd in geval van ziekte. Dat betekent dat ik gratis naar de eerstelijnsdokter kan, en indien die me doorverwijst naar een specialist, dan is dat bezoek ook kostenloos. Medicijnen moet ik wel zelf betalen. Voor zo’n gratis bezoek heb ik een ziekteboekje nodig. Nee, geen chipkaart, maar een ziekteboekje! Bovendien moet dit ziekteboekje elke maand van een nieuwe stempel en een handtekening voorzien zijn van de de werkgever.  Mijn vrouw, toen ze nog maar pas was afgestudeerd en nog niet werkte (nu heeft ze een eigen bedrijfje), was verzekerd op mijn naam. Maar zij had toen ook een ziekteboekje nodig, waarin eveneens elke maand een nieuwe stempel en handtekening van de secretariaatsbediende van KUL moest worden gezet. Ik moest dus elke maand met 2 boekjes naar de vriendelijke dame om 2 handtekeningkjes en 2 stempeltjes te vragen. Eens was ik door vergetelheid 2 dagen te laten met het afstempelen van de 2 ziekteboekjes. Ik moest echter dringend met mijn vrouw naar de dokter. Ze had een astma-aanval gekregen. Het bleek al onmiddellijk dat de voorschriften bikkelhard waren: eerst het stempeltje en de handtekening en pas daarna naar de dokter! Helaas was het reeds na 15u00 en was het secretariaat gesloten. Gelukkig was de dokter bereid om een snelle oplossing te vinden, ik kon ook betalen, 70 zloty of 18 EUR of 3,5% van mijn maandelijks salaris. Ik heb betaald, gelukkig maar. Mijn vrouw had dringend medicijnen nodig.

Dat stempeltje kan je alleen maar krijgen bij je werkgever, voor mij dus op het secretariaat in KUL, in Lublin. Dat zorgt voor een groot probleem, wanneer ik meer dan een maand niet in Lublin ben, want dan heb ik geen geldig stempeltje meer, en ben ik niet verzekerd. Dit probleem zou volgens mij op een heel simpele manier kunnen worden opgelost, nl. door 2 stempeltjes en 2 handtekeningen ineens te krijgen, voor 2 maanden. Maar zo werkt het systeem niet. Er zijn in geval van lange afwezigheid slechts 3 mogelijkheden: (1) een snelle dagreis heen en weer naar Lublin voor een stempeltje en een handtekening, (2) niet ziek worden, (3) betalen! Er is eigenlijk nog een 4de mogelijkheid, nl. de privéverzekering, maar die is niet zo goedkoop.

Nu moet je weten, beste lezer, dat er in KUL ongeveer 2 000 mensen op de een of andere manier tewerkgesteld zijn. Dat zijn dus maandelijk 2 000 stempeltjes en handtekeningen. Eigenlijk iets meer, want sommige mannelijke werknemers hebben beslist nog, net zoals ik vroeger, een vrouw ‘ten laste’. Het zetten van zo’n stempeltje en een handtekening kost gemiddeld een minuut. Er zijn dus maandelijks ongeveer 2 000 minuten nodig om alle personeelsleden van het nodige stempeltje en handtekening te voorzien. Dat zijn, afgerond, 33 betaalde werkuren alleen voor een stempeltje en een handtekening in het ziekteboekje.

Dit is slechts één voorbeeld uit de duizenden. Want voor alles en nog wat is een stempeltje nodig. Voor het verplichte medisch onderzoek (5 stempels voor 5 soorten onderzoeken), voor het belastingsformulier, voor de bestelling van wat papier, voor delegaties, voor de ontvangst van de docentenkaart, ... Ruw geschat denk ik dat ik gemiddeld zo’n 20 stempels en handtekeningen per maand verzamel. Als alle docenten zoals ik zoveel stempels verzamelen, dan komen we aan 2 000 x 20 = 40 000 minuten of 666 betaalde werkuren om te stempelen!!! Dit zijn 4,1 full-time jobs per maand!!!

Het stempelverhaal is nog niet gedaan. Ook studenten moeten vaak stempelen. Eigenlijk gedurende hun hele studieloopbaan, maar op het einde van de loopbaan is er nog een extra intensieve stempelactie. Zo’n 3 000 afgestudeerde studenten van 1 universiteit moeten in de maand juni dan 8 stempels en handtekeningen verzamelen op 8 verschillende plaatsen in de stad:  een stempel en een handtekening in de stadsbibliotheek als bevestiging dat alle boeken zijn ingeleverd, in het sportcentrum als bewijs dat alle schulden zijn vereffend, in de universitaire bibliotheek, op het decanaat, het studentenhome, ... Pas na het verkrijgen van alle stempels kan het diploma effectief in ontvangst genomen worden. Laten we hiervan de rekensom even maken: 3000 x 8= 24 000 minuten of 400 betaalde werkuren. Dit zijn maar liefst 2,5 fulltime jobs voor 1 volle maand!

Ik  zou nog tientallen, zelfs honderden bladzijden kunnen schrijven met tal van stempelverhalen. Maar dat doe ik niet, ik vind dat saai, even saai als stempels verzamelen. Ik leef nu in een stempelsamenleving, België is ondertussen veeleer een chipsamenleving geworden. Polen stempelen, Belgen ‘chippen’, Polen zijn stempelaars, Belgen zijn ‘chippers’.  Maar ik ben een Belg die in Polen stempelt. Ik leg me neer bij dit gegeven, ik heb immers niet de autoriteit om mijn stempel op de Poolse maatschappij te drukken.


 

Poolse woonruimte

Toevallige botste ik op een artikel dat ruim een jaar geleden in het Nederlandse NRC-handelsblad verscheen waarin de onmenselijke leefomstandigheden van Poolse gastarbeiders in Nederland worden aangekaart (http://www.nrc.nl/economie/article1875294.ece/Slag_om_de_Polen_begonnen).

In het artikel wordt minister van sociale zaken Donner geciteerd die toegaf dat het soms gebeurt dat ’16 tot 17 mensen samenleven in een kamer voor 5 personen’. Minister Donner beloofde toen om een einde te maken aan deze wanpraktijken, want Poolse gastarbeiders zijn ‘zonder twijfel’ nodig voor de Nederlandse economie. Een bijbehorende foto ‘toont’ de lezer de ernst van de situatie. Op die foto zien we een kleine kamer (ik schat ongeveer 3 op 4 meter) met links en rechts een stapelbed. Tussen de twee stapelbedden is net genoeg plaats om een klein tafeltje te plaatsen en helemaal rechts van het kamertje bevindt zich een kleine radiator waarop enkele handdoeken te drogen liggen. Wat hoger aan de wand is nog net een plaatsje voor een schilderij om het kamertje wat artistiek op te smukken. Ik vind het een mooi schilderij. Eigenlijk vind ik het tafeltje ook esthetisch gezien aanvaardbaar. En de wand ziet er eigenlijk ook niet zo slecht uit, ik bedoel, ik zie geen vuile, vieze plekken op de wand, de beige kleur ligt minder in mijn smaak.

Ik hoop dat ik de lezer niet heb gechockt met mijn bovenstaande persoonlijke bemerkingen. Ik relativeer de ernst van het feit, namelijk dat 4 mensen een kamertje van ongeveer 12 m2 moeten delen, helemaal niet! Ik wil gewoon zeggen dat de auteur van het artikel volgens mij een foto heeft gekozen die helemaal niets zegt. Op de foto zien we dat 4 mensen een niet slecht onderhouden kamer delen. De kamer ziet er niet vies uit, de kamer is gewoon klein. De foto geeft ons geen informatie over de achtergrond van deze specifieke huisvesting. Werden deze 4 arbeiders onderbetaald? Werden deze 4 arbeiders gedwongen om in deze kamer te slapen? Hoe lang moesten deze arbeiders in deze kamer wonen? Hoeveel moesten deze arbeiders betalen voor deze kamer? Deze bemerkingen borrelen in mij op omdat in Polen veel mensen in dergelijke omstandigheden wonen. Ik beweer niet dat dit de algemene regel is, maar het komt vaak voor. Vraag me niet hoe vaak, het is in elk geval veel te vaak. Het spreekt voor zich dat dit sterk verschilt van regio tot regio.

De meeste Polen wonen in een flatgebouw. Deze conclusie is niet het resultaat van een diepgaand wetenschappelijk onderzoek. Ze is het gevolg van een aantal persoonlijke observaties. Zo kan je gewoonweg niet naast de talrijke appartementsblokkenwijken kijken die doorgaans het beeld van elke Poolse stad domineren. Ik onderscheid algemeen 2 of misschien zelfs 3 type-appartementen, nl. de grijze, grauwe betonblokken als getuigenis van het communistisch verleden naast de talrijke moderne flats die nog steeds als paddestoelen uit de grond oprijzen. Daarnaast werden sommige grijze communistische bouwwerken onder een geel,groen of blauw verflaagje verstopt en deze stralen zo een wat frissere adem uit. In Polen wordt vandaag heel veel gebouwd! En natuurlijk wil iedereen een eigen flat hebben. Maar een flat is duur! Afhankelijk van de locatie en het bouwjaar betaal je 1000 tot 3000 euro per vierkante meter.  Een leraar in het middelbaaronderwijs verdient ongeveer 300 euro per maand. Een toiletruimte van 1 vierkante meter is dus hetzelfde als ruim 3 maanden je volledige salaris sparen en streng diëten. En dan heb je het toilet nog niet! Huren is eveneens niet goedkoop. In Lublin, één van de goedkopere steden in Polen, bedraagt de gemiddelde huurprijs voor een flat van ongeveer 40 m2 (exclusief water en electriciteit) ongeveer 1200 PLN of 300 euro per maand. Polen moeten dus heel creatief zijn om te kunnen wonen.

Een eerste oplossing om met weinig geld toch te kunnen wonen is tevreden zijn met een kleine woonruimte. De gemiddelde Pool woont met zijn gezin in een flat van ca 40 m2 met als klassieke ingrediënten een woonkamer met een keukenannex die ’s nachts wordt omgetoverd tot de slaapkamer van de ouders, een slaapkamer voor de kinderen, een  kleine inkomhal en een badkamertje. Dit wordt beschouwd als een gemiddelde standaard, want er zijn ook heel wat Polen (zelf ken ik een aantal personen uit mijn nabije omgeving voor wie dit geldt) die het moeten stellen met 20 m2 tot 30 m2 (1 multifunctionele keuken-woon-slaapkamer voor man, vrouw en 2 kinderen + badkamert en inkomhalletje). Mijn schoonvader moest tijdens het communisme overleven samen met zijn 2 broers en zus en zijn ouders in een woning van 25 m2. Je telt het goed, ze waren met z’n zessen! De ene woonkamer diende tijdens de dag als werkatelier van de vader, en ’s nachts werden de stapelbedden uitgeklapt en de zitzetels omgetoverd tot bedden. Ik constateer dat dit vandaag nog steeds voorkomt. Mensen gaan nu wel eens op internet te rade bij elkaar hoe in dergelijke omstandigheden te overleven. Ik vertaal een paar getuigenissen (http://www.babyboom.pl/forum/rodzenstwo-f37/dwoje-dzieci-i-rodzice-w-jednym-pokoju-11639/index6.html)

(1)    Wij wonen op 37m2, wij met mama. Mama slaapt in de keuken, en wij drieën in de grote kamer. Ik weet niet wat dit zal worden wanneer ons 2de kind geboren wordt’ (3 oktober 2009).

(2)    Ik huur met mijn echtgenoot een woning van 39m2, we hebben 2 kinderen en ik vind het nog niet zo slecht. We hebben 2 kamers waaronder 1 met een keukenannex, ik geef toe dat een extra kamer ons goed zou uitkomen, ik hoop dat dit nog verandert in de loop van het jaar, maar indien niet, nou ja, ik klaag niet, de kinderen slapen in hun kamer en wij slapen in die kamer met de keukenannex en we trekken wel ons plan’

(3)    Ik woon nog samen met de kinderen in een eenkamerswoning van 32 m2. Over een half jaar verhuizen we naar een  huisje. Deze 3 jaren waren niet gemakkelijk, maar ergens overleef je het wel.’

(4)    Hai! Ik woon samen met mijn schoonouders en we hebben 1 kamer, weliswaar een heel grote kamer... in het begin was dat zelfs leuk (met de schoonouders konden we lang praten), het was in het begin zeker niet slecht, integendeel, Emilka wist altijd wel iets te doen. Ik, mijn echtgenoot en ons kind in 1 kamer en mijn schoonouders in de 2de kamer (sic), de keuken en de badkamer gemeenschappelijk. Maar de laatste tijd begint het me soms wel te storen, dat gedrag van de schoonouders, ....’

Omdat een woning uit de privémarkt duur is, zoeken vele mensen naar alternatieven. Bepaalde steden hebben ook sociale woningen die goedkoper worden verhuurd. Niet iedereen heeft hiervan echter de kans. Een voor mij merkwaardig gegeven is dat ook sommige Poolse universiteiten een aantal flats tegen een heel goedkope huurprijs ter beschikking van hun personeelsleden stellen! Doorgaans is hier echter de vraag veel hoger dan het aanbod. Bovendien moet je tevreden zijn met een heel beperkte leefruimte. Ikzelf behoor tot die gelukkigen! 4 jaar geleden, aan het begin van mijn universitaire loopbaan, kreeg ik een kamertje van 13m2 ter mijner beschikking. Een contrast met het kasteel in Torhout (zo noemen mijn schoonouders mijn ouderlijke woning in Belgie althans), maar een boeiende ervaring. Omdat ik ondertussen al getrouwd ben heb ik een ruimere woning van maar liefst 21 m2 gekregen (grote kamer van 15 m2, badkamer 3 m2 en inkomhal 3 m2). Ik heb vooral geleerd creatief om te gaan met ruimte. Onze tafel kan langs beide zijden worden opgeklapt, onze zetel wordt ’s nachts uitgetrokken tot een bed, onze klerenkast heeft schuifdeuren,... Soms hebben we wel eens een moeilijke situatie. Zo moest ik vorige week om 6u ’s morgens het bed uit, mijn vrouw kon nog wat blijven liggen. Ik had echter mijn hemd de avond tevoren vergeten te strijken. Maar de kamer is te  klein met dat uitgetrokken bed om behoorlijk te kunnen strijken. Er zat toen niets anders op dan mijn vrouw te verzoeken om even naar de badkamer te gaan, vervolgens kon ik het bed in elkaar schuiven tot een zetel, daarna had ik plaats om de strijkplank uit te halen en te strijken. Natuurlijk heb ik de strijkplank weer netjes opgeborgen en het bed terug gemaakt zodat mijn vrouw weer verder kon slapen. Deze toestanden zullen echter voor ons over een aantal dagen tot het verleden behoren. Voor mij was deze woonvorm een boeiende ervaring, maar een ervaring die niet langer meer hoeft te duren. Gelukkig verkeren mijn vrouw en ik (en onze bijna geboren dochter) in de mogelijkheid om een andere en ruimere oplossing te vinden. Vele Polen hebben deze mogelijkheid echter niet. Onze rechterbuur is een dame die samen met haar broer een woonruimte van 13 m2 deelt, onze overbuurvrouw woont samen met haar 2 zonen in een kamer van 20 m2.

Een tweede oplossing om met weinig geld toch te kunnen wonen is samenwonen met vrienden of familieleden. Het is in Polen heel normaal dat kinderen lang samenwonen met hun ouders en grootouders. Dit ligt natuurlijk vaak aan de oorzaak van de voorspelbare problemen.

Als derde oplossing laten sommige mensen zich verleiden door de vele kredietverstrekkers die soms op een nogal opdringerige manier reclamefoldertjes in je handen stoppen wanneer je op straat aan het wandelen bent. Dat vele mensen hierdoor hun hele leven lang gebukt gaan onder onmenselijke schulden hoef ik niet te vertellen.

De vierde oplossing is het wonen in een (bijna) krot of caravan in je moestuintje. Hoewel niet altijd even legaal, komt het toch voor.

Tenslotte vermeld ik de vele Polen die voor een bepaalde tijd in het buitenland gaan werken. Zij willen in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk geld verdienen om hiermee een ruimere woning te kopen in Polen. Het is doorgaans dankzij het werk in het buitenland dat vele gezinnen zich een ruimere woning kunnen permitteren. Het feit dat vader of moeder voor enkele maanden niet thuis is weegt natuurlijk op de gezinssituatie, maar anderzijds is dit voor vele gezinnen de enige manier om een normaler leven te kunnen leiden. Ik weet vanuit mijn eigen vriendenkring dat deze Polen het liefst van al zo weinig mogelijk geld verspillen aan wonen in het buitenland. Een kleine kamer, zoveel mogelijk geld sparen en met dat geld terug naar Polen! Dit is doorgaans een vrije keuze! En hiermee kom ik terug bij minister Donner van Nederland. Ik vind het heel positief dat hij de strijd wil aanbinden met malafide werkgevers, want die bestaan! Het spreekt voor zich dat de gastarbeiders het wettelijk minimumloon moeten krijgen en de wettelijke sociale bescherming! En natuurlijk moeten de gastarbeiders de vrijheid hebben om hun eigen woning te kiezen.  Maar we moeten heel voorzichtig zijn wanneer we met onze cultureelbepaalde kwaliteitscriteria ons oordeel vellen over de 'wanpraktijken in de huisvesting'. Daarnaast hoop ik vooral dat de hoofdmotivatie van minister Donner niet te maken heeft met het feit dat de Poolse gastarbeiders nodig zijn voor de Nederlandse economie, maar dat het in de eerste plaats te maken heeft met menselijke rechtvaardigheid waar alle mensen fundamenteel recht op (zouden moeten) hebben.


 

Een beleefde Vlaming in Lublin


 Ik denk dat ik een goede opvoeding heb gekregen. Dit is natuurlijk een persoonlijk oordeel, ik heb eigenlijk nog nooit gevraagd aan iemand of dat ook zo overkomt. In elk geval weet ik dat mijn ouders hun best hebben gedaan opdat ik een beleefde jongen zou zijn en opdat ik respect zou hebben voor mijn medemens.

Ik  heb nog vele andere waarden van mijn ouders geleerd. Zo is het ook belangrijk dat je zelfrespect hebt.  Als je niet durft uitkomen voor je eigen rechten, dan overleef je het niet in maatschappij waar concurrentie en ongeremde drang naar extra winst de struikelblokken vormen op de weg naar de eeuwige zaligheid. Ondertussen heb ik al veel zalige momenten in mijn leven gehad. Maar ik ben ook al vaak gestruikeld. Alleen die eeuwigheid, daar heb ik nog steeds geen vat op.

Met ouder worden heb ik ingezien dat het ongelooflijk moeilijk is om een evenwicht te vinden tussen respect voor de medemens en zelfrespect. Want teveel zelfrespect wordt vaak als onbeleefd en onrespectvol voor anderen gezien, terwijl je door extreme beleefdheid en respect voor anderen soms wel eens een gouden zaak aan je neus voorbij kan zien gaan. Deze evenwichtsoefening wordt nog veel moeilijker als je in een ander land gaat wonen.

Een gebeurtenis uit mijn Leuvense studententijd zal me altijd bijblijven. Sorry beste lezer, als je nu van mij verwacht dat ik een of andere spectaculair levensgeheim zal onthullen moet ik je onmiddellijk ontgoochelen. Het is eigenlijk een heel banale gebeurtenis. Ik leerde namelijk een meisje kennen. En we gingen naar een feestje. Ik voelde het als een natuurlijke evidentie om haar een drankje aan te bieden. Dat hoort een gentleman te doen. Dat eerste drankje weigerde ze niet. Toen ik een tweede drankje aanbood stelde ze haar voorwaarde, zij zou betalen. Dat was emancipatie. Voor het eerst in mijn leven begreep ik wat emancipatie betekende! Ik verzette me niet. Ik was (en ben) voor emancipatie!  Dat meisje had Poolse wortels. Haar ouders waren in de jaren ’60 naar België geëmigreerd. Maar Polen was toen voor mij een ver land.

Vandaag, vele jaren na mijn Leuvense studententijd, woon ik in Polen. Het meisje met de Poolse wortels over wie ik het in de vorige paragraaf had heeft hier niets mee te maken. Een andere Poolse vrouw, namelijk mijn huidige vrouw, is de oorzaak van dit gegeven. In België kan ik mezelf zijn zonder als onbeleefd te worden beschouwd. Met mijn Vlaams gedrag in Nederland word ik doorgaans als superbeleefd beschouwd! Maar ik merkte algauw dat ik in Polen met mijn Vlaams gedrag wel als heel onbeleefd zou kunnen worden beschouwd. Gelukkig functioneer ik in een omgeving waarin de meesten weten dat ik een buitenlander ben en mijn houterig Vlaams gedrag wordt met een vriendelijke lach geaccepteerd. Toch doe ik mijn best om een beleefdheidsupgrade te ondergaan.

Zo is de ‘U’-vorm het meest gebruikte onderwerp in een Poolse zinsconstructie. ‘U’ wordt op diverse manieren vertaald al naargelang de situatie. Letterlijk naar het Nederlands vertaald gebruik je zinnen als: ‘Wenst mijnheer (pan) nog koffie?’ ‘Heeft mevrouw (pani) nog zin in een stukje taart?’ In het meervoud wordt het woord ‘państwo’ gebruikt wat eigenlijk ‘mevrouw en mijnheer’ betekent. Dus: ‘Wensen mijnheer en mevrouw nog een kopje koffie’. Tegen grootmoeder vraag je niet ‘Hoe gaat het met je?’ maar eerder ‘Hoe gaat het met oma?’ En tegen een student vraagt de docent niet ‘Jan, wat betekent ...’ maar veeleer ‘Mijnheer Jan, wat betekent ...?’ Dat laatste is voor mij heel moeilijk wennen. Gelukkig ben ik in mijn Poolse beroepsleven docent Nederlandse taalbeheersing. Ik spreek dus bijna uitsluitend Nederlands en ‘mijnheer Jan’ is gewoon ‘Jan’.

Een andere moeilijke situatie voor mij is wanneer ik een deur nader. Vooral als er een vrouw naast me loopt. Want de beleefdheid schrijft voor dat je de deur voor de dame openhoudt. Het is dus, om niet al te stuntelig te lijken, belangrijk dat je weet hoe de deur geopend wordt. Er zijn normaal 4 mogelijkheden: Duwen waarbij de deur een draaibeweging maakt van links naar rechts (situatie 1), duwen van rechts naar links (situatie 2), trekken van links naar rechts (situatie 3) en trekken van rechts naar links (situatie 4). Situatie 3 is verschrikkelijk onhandig wanneer de dame toevallig rechts van je loopt. Je kan het je voorstellen, je neemt de deur in je hand, je maakt de beweging naar rechts en algauw merk je dat de dame in je weg staat.  Je moet er dus voor zorgen in situatie 3 dat jij rechts van de dame staat, zodat de dame, na een snel openingsgebaar van links naar rechts, aan je linkerzijde ongestoord kan verder gaan. Een handige tip is dat je in situatie 3 de deur met je rechterhand opent, want anders is er meer kans dat je struikelt over jezelf. Een gelijkaardig probleem stelt zich in situatie 4 wanneer de dame links van je wandelt. In situatie 4 open je deur het best met je linkerhand! Het openen van een deur door middel van een duwbeweging is doorgaans eenvoudiger, alhoewel!!! Wees toch ook in dit geval niet al te overmoedig! In situatie 1, van links naar rechts dus, is het toch het best dat je rechts van de dame staat. Je moet er dan wel voor zorgen dat je op een afstand van ongeveer 3 meter voor de te openen deur de dame een beetje naar links doet wandelen , dan neem je het handvat van de deur met je rechterhand vast (heel belangrijk!!!) om vervolgens heel soepel deur deur te bewegenen van links naar rechts. In situatie 2 is het uiteraard net andersom. Doe je dat niet, dan moet je bij het openen van de deur je pas plots versnellen om te vermijden dat de dame over je voeten struikelt.  Poolse mannen zijn van nature getraind om dit vlekkeloos te doen. Voor mij heeft dat nog heel wat moeite gekost, maar het begint me al aardig te lukken. In België is het eenvoudig, soms opent de man de deur, soms de vrouw. Dit is emancipatie. Ik voel me in Polen in elk geval  nog steeds nog meer op mijn gemak wanneer ik een automatisch deur door moet gaan.

Een volgende moeilijke situatie is de lift. Gemiddeld kunnen zo 8 tot 10 personen in de lift. Poolse mannen hebben de gewoonte om een aantal vrouwen voor te laten. Ik constateer wel dat, bij een grote massa wachtenden, de beleefde man in kwestie niet de gewoonte heeft om alle vrouwen door te laten. Een aantal vrouwen, en er vooral voor zorgen dat hij zelf toch nog net met dat aantal vrouwen in de lift geraakt! De volgende man in de file heeft dan wel eens pech. Als het noodlot op deze manier toeslaat, dan kan je, als pechvogel, volgens de ongeschreven etiquette, 2 dingen doen. Ofwel neem je de trappen, en ben je een held. Ofwel laat je, wanneer de lift teruggekomen is, op jouw beurt een aantal dames voor om vervolgens nog net tussen hen te glippen. Dan ben je een gentleman. Ik neem doorgaans de trap. Niet om een held te zijn, maar gewoon omdat het goed is voor de conditie.

Andere ongeschreven regels zijn: af en toe een complimentje geven aan de dames, een handkus bij de ontmoeting en het afscheid, de mantel afnemen en aan de kapstok hangen, de zware tas (niet de handtas!) die de dame draagt overnemen, ... Voor ons Vlamingen voelt het allemaal nogal stroef aan. Complimentjes geven voelt aan als flirten, de handkus is misschien toch wel een beetje te opdringerig of toch tenminste snoeperig, de mantel afnemen van de vrouw is wat oubollig en de tas van de dame dragen lijkt nogal onemancipatorisch. Vandaar dat ik als een echte Vlaming in Polen naar een cultureel compromis heb gezocht. Ik blijf gewoon moeiteloos vriendelijk, ik geef doorgaans een hand zonder kus, ik help bij het afnemen van de mantel als ik zie dat het niet vlot gaat en ik draag alleen de tas als die zwaar is. En dat is iets wat ik gewoon ben te doen, overal.


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog