Israël - Dat is waar het gebeurt?

Het is alweer een kleine twintig jaar geleden. Ik zat nog midden in de computeropleiding toen mijn vrouw aan de slag kon in Israël. Er was al een bedrijf in Nederland dat mij wilde aannemen zodra ik afstudeerde, maar nu moest ik opeens zoeken in dat vreemde land in het Middenoosten. Ik wendde mij tot mijn studiebegeleider voor advies.

"Israël, dat is waar het gebeurt," sprak hij met een mengeling van waardering en jaloezie. Ik had me dat nooit gerealiseerd, maar hij wist me snel bij te praten. Alles leuk en aardig in België of Nederland, maar naast de VS geschiedt de meest geavanceerde software-ontwikkeling in Israël. "Als u daar aan de slag kunt komen, zit u in het centrum van de industrie." Om een lang verhaal kort te maken, sindsdien werk ik in de Israëlische software industrie en ben ik deel geweest van menig innovatie.

Momenteel ben ik werkzaam voor het Israëlische bedrijf Jinni dat een vernieuwer is op het gebied van toegepaste semantiek. Het eerste terrein waar Jinni's technologie is ontwikkeld is de wereld van Film en Televisie. Met behulp van de semantische technologie is een aanbevelingssoftware gemaakt dat de gebruiker films en TV programma's kan aanraden conform diens smaak en voorkeuren.

Anders dan andere software die films (of andere media) aanbeveelt, gebruikt Jinni geen statistische maar een semantische methode. Om het anders te zeggen, de semantische technologie begrijpt de inhoud van films en tv en kan daardoor veel nauwkeuriger voorspellen welke titels elke specifieke kijker zullen bevallen. Het resultaat is dat de gebruiker zich veel beter herkent in de aanbevelingen en op een geheel intuïtieve manier zijn of haar weg kan vinden in het enorme aanbod van Film en TV-titels.

Voor mijn werk ben ik dagelijks in de slag om de kwaliteit van deze aanbevelingen te controleren en helpen verbeteren. Ik zou graag vertellen dat ik op kantoor met mijn set-top box televisie zit te kijken, maar helaas, voor mij zijn de aanbevelingen slechts titels in een zee van xml code. Het is bij onze eindgebruikers dat de technologie pas goed tot zijn recht komt.

Een van de eerste aanbieders in de media die de techniek van Jinni in zijn aanbod heeft verwerkt is Belgacom. Met een zekere jaloezie denk ik aan de kijkers van Belgacom TV. Die kunnen volop genieten van de code waar ik de hele tijd aan werk. Zo'n aanbieder heb je in Israël niet.

België - Dat is waar het gebeurt.
Belgacom-new-UI

 

Palestinareis 31.10 – 07.11.2009

 

 

7. Nablus, de Samaritanen, Bedoeïenen, Sebastia

 

Nablus: eind 1995 is het bestuur van de stad overgedragen aan de Palestijnse autoriteit als onderdeel van de Oslo-verdragen. Het is een van de zogenoemde A-gebieden, wat inhoudt dat de Palestijnse autoriteiten controle hebben over het gebied. In 2002 heeft het Israëlische leger een grote anti terreur actie gehouden waarbij de binnenwanden van de huizen werden opgeblazen. Anno 2009 staat Nablus weer volledig onder bestuur van de Palestijnse autoriteiten. Veel  militanten hebben hun wapens ingeleverd, er is nu een vreedzame sfeer. Iedereen die hier is omgekomen ten gevolge van de bezetting krijgt de martelarenstatus; een barende vrouw die door de check- point controle niet tijdig een ziekenhuis heeft kunnen bereiken en is overleden, is ook een martelaar. Toeristen zijn nog een zeldzaamheid. We raken in gesprek met een man die vier jaar heeft vastgezeten in een Israëlische gevangenis: aanklacht onbekend. Bij een reis naar Jordanië in gezelschap van zijn moeder en zus is hij opgepakt. Zijn koffer is buiten de auto gezet en opgeblazen. Een beproefd middel voor een redelijk gevangenisregime is een hongerstaking van 10 à 20 dagen. Voorwaarde is wel dat er internationale aandacht aan besteed wordt; spreker kent geen haat of wraakgevoelens tegenover de Israëliërs, hij heeft zich in gevangenschap ontwikkeld en werkt nu als vrijwilliger aan de universiteit aan een bewustwordingsprogramma bekend onder de naam BDS: Boycot, Desinvestment en Sanctions.
Nablus is bekend om zijn zeepfabriek. Buiten de stad zijn er veel steen- en marmergroeven. Nablus is tevens thuishaven van de Knefeh, een warmzoet gerecht op basis van polenta, ricotta, suiker, cinnamon, water en rozenwater. Verrukkelijk!

Nederzettingen: tussen Jerusalem en Nablus ligt een van de grootste en rijkste nederzettingen in het gebied. Voor de nederzettingen is water geen probleem, er zijn zwembaden, er zijn groen gesproeide parken aangelegd. Opvallend is de eeuwenoude olijfboom die bij de entree van de nederzetting een symboolfunctie vervult, terwijl in de wijde omgeving duizenden jonge olijfbomen zijn gekapt voor security reasons: er zouden zich terroristen kunnen verstoppen achter een olijfboom! Er is dan ook geen gevaar voor olijfoogst door tientallen ‘terroristen’ tegelijk!

Een nederzetting of settlement herkent men onmiddellijk aan het ontbreken van waterreservoirs op het dak. Palestijnse huizen daarentegen hebben altijd een eigen tank, de bewoner moet noodgedwongen een eigen reserve aanleggen omdat de waterdruk erg laag is en er voor Palestijnen slechts enkele uren per dag water beschikbaar is. 

Samaritanen: de berg Gerizim is hun thuishaven en ligt buiten Nablus. Zij hebben een aparte status en drie paspoorten: Jordanees, Israëlisch en Palestijns.  Zij zijn de kleinste sekte in de wereld, ca. 750 personen. De priesters stammen in rechte lijn af van Levi, en de erfopvolging geschiedt in mannelijke lijn, de oudste priester is tevens hoofd van de sekte. De Samaritanen zijn Joden binnen het Jodendom, maar de Joden zoals wij ze kennen beweren uit Juda te komen, waarin men heel duidelijk het woord Jewish herkent. Tegelijkertijd leven zij als Arabieren onder de Arabieren. De Samaritanen erkennen één God, één Profeet en één Heilig boek: de Pentateuch. Zij leven in het jaar 3648. In hun visie zal de laatste dag de Messiah komen. De Samaritanen zijn zeer religieus, en besteden vele uren per dag aan hun religie. Zij hebben de oudste taal en een eigen schrift dat ook in een andere taal gelezen kan worden. Zo verwijst het Ancient Hebrew naar een teken van het lichaam als tand, oog, arm, enz… in het Assyrian Hebrew spreekt men de woorden anders uit, en toch verstaan zij elkaar. Heel binnenkort zal het eerste museum der Samaritanen geopend worden. Financiële steun hiervoor hebben ze van Arafat gekregen, nadat de Israëliërs een verzoek hadden geweigerd. Zij zijn zeer vredelievend. Volgens hen is vrede tussen de Israëliërs en de Palestijnen een basisvoorwaarde voor mondiale vrede. Verder onthouden zij zich van een politieke mening. Voor de Christenen zegt hij: ‘Jesus came with peace and love’. Hun oude stevig gevestigde status weerhoudt hen niet van moderne aansluiting met de wereld: zij hebben T.V., internet en ook Facebook. Zij hebben een vrouwen tekort en trekken regelmatig vrouwen aan van buitenaf die voorgeselecteerd worden in 25 Joodse, 5 Christenen en 3 Moslim, bij voorkeur Turkse moslims.

 

Bezoek aan de Samaritanen kan alleen via check-point controle. Hier moet in een soort veldhut het paspoort achtergelaten worden, zij worden op een campingtafeltje op een grote stapel gegooid, als dit maar goed gaat!? Gevolg: uren lang loop ik rond zonder paspoort en dat in bezet gebied! Ik probeer in gesprek te geraken met de dienstdoende militair maar de enige woorden die ik uit zijn mond heb gehoord zijn no, no, en nog eens no.

 

Bedoeïenen: Onderweg naar Nablus zien we herhaaldelijk kleine groepen Bedoeïenen. Hun vee staat onder schamele afdakjes, het regent die dag zwaar, de straten veranderen snel in modderweggetjes. Bedoeïenen mogen geen asfaltwegen aanleggen, er wordt geen afval opgehaald in hun gebied, er is geen verlichting. Israël wil de Bedoeïenen het liefst domesticeren, maar dat is lastig met een nomadenvolk. Israël erkent hun systeem van landbezit niet en zegt: jullie zijn Bedoeïenen, jullie hebben geen land, jullie zijn nomaden. Zij zouden afstand moeten doen van het land van hun voorvaderen, maar wijzen dit totaal af.

Sebastia: is bekend om zijn Romeinse ruines. Sebastia ligt in Palestijns gebied maar de Israël Nature and Park authorities bepalen wie hier mogen komen, voor bezoek aan de ruines is permissie nodig. Sinds de tweede Intifada komen nog zelden toeristen uit Jerusalem naar Sebastia, en als dat al gebeurt dan worden zij begeleid door Israëlische soldaten. Wij reizen op eigen houtje, zonder begeleiding, en hebben ons geen moment onveilig gevoeld. De lokale leerkracht is onze gids. Hij laat ons de gerestaureerde gedeeltes van de ruines zien, de sporen van een amfitheater, restanten pilaren langs de wegen. De Baptistenkerk van Johannes de Doper heeft een zelfde historische waarde als de Geboortekerk en andere Christelijke bouwwerken. De Kerk stamt uit de tijd van de  Kruisvaarders. Italianen en Fransen hebben vele restauraties gefinancierd. Een wandeling voert langs 600-700 jaar oude olijfbomen. Sebastia is de oude hoofdstad van Samaria, het land van de Samaritanen.

 

 


 

Palestinareis 31.10 – 07.11.2009

 

6. Hebron, de Aartsvaders en the Hebron Rehabilitation Comm.

 

Bezetting, intimidatie, geweld, mitrailleurs, geloofsfanatici: Hebron heeft ze allemaal bij elkaar en overtreft hierin alle fantasieën. Hebron ligt volledig op Palestijns gebied. Het is van oudsher een handelsstad met 1001 kleine winkeltjes naar Arabische stijl. Met de komst van de militairen is dit drastisch veranderd: de stad is omgeven door wachttorens, er is een VN vluchtelingenkamp, ca. 500 huizen in de binnenstad zijn door militairen dichtgelast, een typisch voorbeeld van een Silent Wall. Ca. 1.000 winkels uit de binnenstad hebben vrijwillig hun deuren gesloten. In de smalle straten kan bij zware regenval het water niet weg, waardoor er overstroming ontstaat, alle dwarsstraten zijn ook dichtgelast. Dat alles om één reden: de kolonisten hebben met behulp van het leger huizen gebouwd boven de huizen van de oorspronkelijke bewoners. Over de smalle straten is een net gespannen ter bescherming tegen allerlei soorten afval als huisvuil en lege flessen, dat naar beneden wordt gegooid. Ca. 400 kolonisten worden er beschermd door zo’n 1500 militairen. In sommige straten mogen alleen Israëliërs en buitenlanders komen. De atmosfeer is bijzonder grimmig, we worden  geobserveerd vanuit wachttorens, overal zijn zwaar bewapende militairen.

 

De stad ziet er verlaten uit. The Hebron Rehabilitation Committee,  www.hebronrc.org doet er alles aan om mensen terug te doen keren, maar zij kunnen geen veiligheid garanderen, de oorspronkelijke bedrijvigheid is verdwenen, het is moeilijk om terug te gaan naar de normaliteit. Er is enige economische bedrijvigheid in de glas industrie en de aanbouw van druiven. Voorwaarde is o.a. ook dat er genoeg water beschikbaar is. We worden ontvangen door de HRC en zitten op de stoel waar Tony Blair een dag eerder zat. Wat hij verteld heeft weten we niet, in het Westen is de problematiek van Hebron zeer wel bekend.

 

We bezoeken ook het oord waarom al deze ellende draait: de begraafplaats van de Aartsvaders: Abraham of Ibrahimi, Jacob en Isaac liggen er, maar hen is weinig rust gegund. De Aartsvaders liggen er begraven met hun echtgenotes, behalve Rachel, die ligt in Jerusalem. Abraham zou het gebied gekocht hebben zo’n 3700 jaar terug. Wie spreekt hier de waarheid: de profeten waren goede vertellers en in die dagen was er nog geen kadaster! Arme Aartsvaders, het is goed dat ze niet weten hoe er met hun lijken wordt omgegaan!  Bezoek aan de graven doen Moslims en Joden ieder op hun stuk. Een half uur voor en na de diensten is er geen bezoek toegestaan. Er zijn beroemde schietpartijen geweest, allemaal op heilige grond, in 1929 schoten de Moslims op de Joden, in 1967 schoten de Joden op biddende Mohammedanen in de Moskee. Voor dat laatste kregen notabene de Palestijnen een jaar lang restricties bij het verlaten van hun huis. Het einde van de ellende is nog niet in zicht. De kolonisten willen de Moskee veranderen in een Synagoge. Het spreekt voor zich dat de Mohammedanen zich niet zomaar hun heiligdommen laten afpakken. Niet alle Joden zijn kolonisten, velen distantiëren zich van hen, van de staat Israël echter krijgen zij alle mogelijke ondersteuning en aanmoediging.

 

Een ander groot probleem: Israëliërs hebben spionnen en infiltranten aan Palestijnse zijde.. Een vermoed exemplaar krijgt het benauwd en neemt de benen als hij zich door een groep buitenlanders omringd weet in een koffiebar. Omgekeerde spionage komt zelden voor.

 

 

 


 

Palestinareis 31.10 – 07.11.2009

In deze Advents- en Kerstperiode reizen vele Christelijke pelgrims naar Bethelehem.

 

5. Bethelehem, en de Muur

 

Een klein stukje rijden van Jerusalem begint de Muur, dé Muur, die we nog ontelbare keren zullen zien. De betonnen Muur is ca. acht (8) meter hoog, sommige stukken Muur bestaan uit gaas, dicht en hoog. Andere stukken Muur hebben een geveegde zandstrook zodat de voetsporen van ongewenste gasten getraceerd kunnen worden. Binnen 500 meter van de Muur mag er geen bebouwing zijn. We leren ook een stille Muur kennen. De Muur is twee keer zo lang als de grens met de Bezette Westelijke Jordaanoever.

 

1.   Een bijzondere plaats voor zij die de heilige plaatsen rondom Jesus willen opzoeken is Bethelehem. Bethelehem is belangrijk vanwege de Geboortekerk en de St. Catharinakerk aan, het Mangerplein. Bethelehem is een centrum van Christelijke religieuze activiteiten. In een nabijgelegen dorp Beit Sahour worden de herders herdacht. Hiervoor is wat fantasie nodig: wie zal ons zeggen of in deze grot – een grot zoals er vele zijn in de wereld – de herders hebben gelegen? Wij blijven maar bij de symboliek. Het dorp heeft er een toeristische attractie aan over gehouden. Met een speciale touringbus vanaf Jerusalem rijdt een toerist langs een aangepaste check-point, Bethelehem ligt immers op de bezette Westelijke Jordaanoever. Israël wil zijn toeristen niet confronteren met de behandeling die ze voor Palestijnen hebben bedacht. Dus: controle met een mild regime. Wij kiezen voor de gewone bus en krijgen te maken met een ‘gewone’ behandeling, of wat daar voor ‘gewoon’ doorgaat: de bus wordt bij het check-point leeg gemaakt, uitstappen, bagage meenemen, en dan komen we in een ruimte  onderverdeeld in torenhoge hekken met stalen pinnen en waar we via een tourniquet langzaam en een voor een voor controle langs mogen. Een ‘terminal’ is de officiële benaming. Bagage wordt gescand, paspoortcontrole. Daarna nog x-tunneltjes doorlopen, links en rechts zware hekken en als men dat allemaal heeft ondergaan is men op de bezette Westelijke Jordaanoever. Officieel mag het stukje land – of wat er van overgebleven is - zich geen Palestina noemen, het heeft geen onafhankelijke status. Zolang er geen zekerheid is over de definitieve grenzen tussen Israël en Palestina, is een volwassen pacificatie niet mogelijk. En zonder die pacificatie kan het echte gesprek over het samenleven binnen en/of buiten deze twee – volwaardige - landen niet beginnen. De Muur is officieel gebouwd om Israël te beschermen tegen Palestijnse aanvallen. Uiteraard mogen de Israëliërs die muur op hun eigen grondgebied bouwen,  net zoals elk land dat mag doen. Het probleem met de Muur is dat hij voor een groot gedeelte gebouwd is of gebouwd zal worden – de Muur is nog niet af - op Palestijns gebied. Israël is hiervoor veroordeeld in Den Haag, maar bouwt toch rustig verder.

2.   De echte reden voor de muur zijn annexatie van Palestijns gebieden en vooral ook identiteitscontrole.  Officieel behoren bezette gebieden niet aan Israël en Israël heeft geen enkele juridische zeggenschap  over de inwoners. Maar de praktijk is anders.

3.   Een blik op de website van Anja Meulebelt  www.anjameulebelt.com leert ons bv. hoe hier met kinderen wordt omgegaan. Hoewel Israël het Verdrag van de rechten van het Kind heeft geratificeerd, verklaart het vervolgens eenzijdig dat het niet van toepassing is in de bezette gebieden. Palestijnse kinderen worden daar ‘berecht’ door de militaire rechtbank. (Settler kinderen vallen onder burgerlijk strafrecht). Het is geen uitzondering dat een kind tot 18 maanden cel wordt veroordeeld voor het gooien van stenen tegen de omheining van een nederzetting of naar en legerjeep - en dat nadat zijn advocaat strafvermindering heeft weten te krijgen. Vrijspraak is vrijwel onmogelijk, ook als het kind onschuldig is. Kinderen bekennen altijd, die ondervragingen duren ca. 10 uur en bekentenissen zijn opgesteld in het Hebreeuws, een taal die een Arabisch kind niet kan lezen. Geen bekentenis betekent automatisch langer de cel in. En onderhandelen met de aanklager kan alleen na een bekentenis. Een Palestijns kind wordt vanaf 16 jaar als volwassenen ‘berecht’ - settler kinderen vanaf 18 jaar. De leeftijd (van Palestijnse kinderen) op het moment van het vonnis geldt, niet het moment van het vermeende vergrijp. Identiteitscontroles bij een check-point zijn hiervoor heel geschikt. Bezoek in de gevangenis wordt vaak niet toegestaan, helemaal niet als de gevangenis zich in Israël bevindt, dat is verboden terrein voor Palestijnse mensen.

 

4.   Groot Bethelehem liep vroeger tot de Dode Zee. De goed geasfalteerde weg tussen Jerusalem en Bethelehem is een by-pass road, en daarop mogen auto’s met een niet Israëlisch nummerbord alleen rijden als het de autoriteiten belieft. Belieft het hen die dag niet – uitleg wordt hierover niet gegeven – dan moet er omgereden worden langs een ingewikkelde route en secundaire wegen. Bethlehem kent zeven toegangswegen en is met zeven soldaten af te sluiten van de buitenwereld. Officieel hebben de Palestijnse Autoriteiten (PA) het hier voor het zeggen. Maar hun macht is zwak en zeer beperkt. Zo is het gebied ingedeeld in zones A, B en C. A gebied wordt geregeerd door de PA – hoewel wij langs Israëlische check-points kwamen – A en B gebieden vallen overdag onder gemengde controle, ’s avonds patrouilleren er Israëliërs, zoals overal met machinepistolen,  en in C gebieden hebben uitsluitend de Israëliërs het voor het zeggen. Op de grens met Beit Sahour ligt een klooster van een Italiaanse Franciscaner orde. Het is nu in zijn voortbestaan bedreigd door de bouw van de Muur. Soms lukt het religieuze instanties hierover in hun voordeel te onderhandelen.

 

In het Citadel restaurant in Bethelehem raken we in gesprek met een aantal lokalen. Zij vertellen ons dat de Israëliërs het hele land, incl. de bezette gebieden,  onder controle houden middels de ca. 780 check-points. Er is grote werkloosheid onder de Palestijnen. Een spreker komt zelf uit een familie met 14 personen waarvan slechts 2 personen werk hebben. Ook de handel is zwaar getroffen door de bouw van de Muur: had men vroeger op zaterdag een omzet van zo’n 1.000 shekels, nu is de dagomzet gedaald naar zo’n ca. 300 shekels. De grote verdienste van Arafat was zijn Awareness of Palestinians, verder is er veel kritiek op hem te horen. Niettegenstaande zijn corrupte omgeving had hij toch een halfgod status. Abbas wordt ervaren als de nieuwe marionet van Israël en USA, niemand spreekt zijn vertrouwen in hem uit.

 


 

Palestinareis 31.10 – 07.11.2009

3. Jerusalem, en het geloof

 

Nauwelijks hebben we ons hotel verlaten, ontmoeten we een stoet bedevaarders die zich een weg baant door de souk: een lange rij prevelende gelovigen draagt het kruis tot de kerk van de VIIe statie, waar ze opgewacht worden; buitenstaanders wordt de toegang ontzegd. In dezelfde via Dolorosa zijn meerdere kerken, soms onopvallend achter een huizengevel verstopt zoals de kerk van de heilige Veronica of de VIe statie. We bezoeken het Jerusalem binnen de oude stadswallen, de kerk van het Heilig graf, de Calvarieberg, de Klaagmuur waar vrouwelijke en mannelijke devotie gescheiden worden.  De oude stad vormt een harmonisch geheel. Het is ingedeeld in vier stadsdelen: Joods, Arabisch, Armeens en Christelijk. Heel duidelijk zichtbaar is dat de voorzieningen in West Jerusalem en in de nederzettingen in Oost Jerusalem  heel goed georganiseerd zijn. Er zijn trottoirs, straatverlichting, parken, bankjes om te zitten en het afval wordt regelmatig opgehaald. In het Palestijnse deel van Jeruzalem zijn al deze voorzieningen niet of nauwelijks aanwezig, terwijl ze net zo goed belasting betalen aan de gemeente en aan de staat Israël. Een dwarsstraat richting Al Aqsa Moskee is versperd door een militair met machinegeweer: ‘it’s closed’ zegt hij bij herhaling. ‘Closed?’, ik zie toch dat de doorgang open is?! Meer dan ‘it ’s closed’ verneem ik niet, ik zal het er mee moeten doen. We maken kennis met het fenomeen joodse kolonisten: zij hebben zich gevestigd midden in een Arabische wijk, naast een kleine moskee. Zij genieten politiebescherming, en krijgen ondersteuning van het leger. Kolonisten staan in Israël buiten de wet, zij kunnen het zich zelfs permitteren bevelen van het Hoogste Gerechtshof te negeren. Elk stukje huis of land dat zij innemen, op wiens grondgebied dat ook zij, krijgt politiebescherming. Onder de label ‘Security’ kunnen zij ongestoord hun gang gaan. In gedachten ben ik nog een beetje in EU en stel mij zo voor: opeens vestigt zo’n kolonist zich in of bovenop mijn huis, verjaagt mij met machinepistolen, en dan sta ik daar rechteloos op straat!? We weten dat zoiets in Israël bestaat maar toen ik het zag komt het als onwezenlijk over. Bij een wandeling out of the Damascus gate komen we een demonstratie tegen van een Chassidische bewegingen. Het is zaterdag,  = sabbat. Een politieagente legt ons uit dat er elke zaterdag hele koren op straat komen ‘Sabbas Sabbas’ roepen ze, het is een demonstratie tegen betaald parkeren. 

Opvallend in een eerste contact met Jerusalem: overal is demonstratief het geloof, aanwezig. Joden al dan niet in witte gewaden en keppels, nonnen en Christenen uit alle windhoeken, Moslims met hoofddoekjes, soms gesluierd maar altijd zijn de ogen vrij.

 

Israël kent vier soorten paspoorten wat ook voor binnenlands reizen consequenties heeft.  Hillary Clinton verklaart diezelfde avond (31.10) tijdens een snelbezoek aan Jerusalem dat niet zij, doch president Abbas van Fatah, tegen de uitbreiding van Israëls nederzettingenpolitiek is. Maar Abbas kan niet zo veel, dat weet elk Israëliër. Volgens anderen bereidt Miss Clinton hier haar presidentsambities voor.

 

Op zondag mogen we de houten loopbrug oversteken die naast de Klaagmuur loopt en oversteekt naar de tuinen van de Al Aqsa moskee. Al jaren wordt onder de Tempelberg gegraven en gezocht naar bewijsstukken van het joodse karakter van de Tempelberg. Vriend en vijand weet dat daar geen religieuze Joodse plaatsen zijn maar toch blijven de Settlers, met steun van de regering,  maar graven en graven. Wachten op een nieuw mirakel?

 

Eerst moeten we een zware controle bij een check-point ondergaan: tourniquet door, bagage wordt gescand, vrouwen worden van mannen gescheiden en op bevel van de dienstdoend militair ook nog gefouilleerd. We staan midden in Arabisch gebied omgeven door Israëlische militairen. Elke controlepost, waar dan ook in het land, is altijd bemand door zwaar bewapende Israëliërs, helmen, machinepistolen, kogelvrije vesten. Legereenheden bestaan uitsluitend uit joodse Israëliërs, Arabische Israëliërs mogen niet in het leger. Mannen hebben drie jaar legerdienst, vrouwen twee jaar. Israëlische Bedoeïenen hebben wel legerdienst. Tot voor kort hadden de Bedoeïenen een ongeschreven bewakingsmonopolie van Israëls atoomonderzoekcentrum in Dimona. Zij zijn nu vervangen door een andere ‘underdoggroep’ in de hiërarchie: de Ethiopische Joden.

 

In de verte ligt de Olijfberg. Aan de rand van de Olijfberg zijn een paar olijfbomen bewaard gebleven. De Olijfberg is nu een begraafplaats voor Joden, het terrein is gehuurd voor 99 jaar. Alleen joodse Israëliërs mogen overal in het land terrein of huizen huren of kopen, ook in Palestijns gebied, terwijl Palestijnen niet eens in Israël mogen komen. Zij hebben hiervoor een speciaal pasje hebben. Speciale pasjes worden om religieuze redenen verstrekt, meestal één keer per jaar. Als er de dag waarop men reistoestemming heeft een speciale security reden van kracht is, dan is het pasje opeens waardeloos geworden. Palestijnen die in Israël willen werken moeten weer een ander speciaal pasje hebben, hiervoor moeten ze eerst ca. $ 100,--, investeren, ouder zijn dan 30 jaar en een familie gesticht hebben. Arabische Israëliërs mogen zich vrij bewegen.

 

Volgens de Israëlische grondwet is de Staat Laïc, en dat wil zeggen: seculier, wereldlijk, zonder kerkelijke binding. Maar … er is in Israël geen geschreven grondwet.

 

In het moderne stadsgedeelte van Jerusalem bezoeken we het King David hotel, waar alle groten der aarde hun handtekening hebben achtergelaten. In het King David hotel huisde vroeger de Britse Mandaatgroep; de akkoorden over de overdracht van Palestina zijn er ondertekend.

 

 

 

4. Diner buiten de Muur

 

Een grote eer viel ons te beurt: eten buiten de Muur. Het was een bijzondere ervaring. Eerst lopen we onder een hele hoge brug op peilers door: boven onze hoofden loopt een by-pass road uitsluitend te berijden door auto’s met een geel kenteken = joods of Arabisch Israëli. Wij zijn uitgenodigd bij een olijvenboer met een stuk land net buiten het dorp Beit Jalla, dat door Jerusalem geconfisqueerd is. De eigenaar is Palestijn en heeft alleen maar een Westbank ID (identiteitskaart) en is daardoor nu op zijn eigen land illegaal in Jerusalem. Zijn land is inmiddels alleen nog toegankelijk via twee hekken waarvan hij wel de sleutel heeft, maar zonder toestemming van de Israëlische commandant mag hij niemand binnenlaten. Gevolg: als wij in aantocht zijn wordt de militaire garde gebeld, zij komen met een vierkoppige bemanning aan, waarvan slechts eentje de jeep verlaat voor paspoortcontrole. Bij het verlaten van het terrein volgt hetzelfde ritueel. De Muur is op deze hoogte nog niet af, de lijnen zijn uitgezet door middel van gaas, prikkeldraad, en een hek. De taxi brengt ons tot het hek, soldaten controleren de grens. Het landschap is prachtig, zacht glooiende heuvels met ontelbare olijfbomen. Het huis is uit de Ottomaanse tijd en geniet om die reden afbraakbescherming. Anders is het gesteld met de keuken en de badkamer, die zijn later aangebouwd en worden nu  bedreigd door een afbraakverordening. Zonder keuken en badkamer wordt het huis niet alleen onleefbaar klein, de eigenaar moet zelf de afbraakkosten betalen. Het dak boven het terras moest om dezelfde reden al eerder afgebroken worden. Rechtsbijstand is voor een particulier een dure aangelegenheid. Militairen regeren over bezet gebied. In hetzelfde gebied hebben zich sinds kort nog een paar lieden gevestigd. Het is niet duidelijk wat zij willen en doen. De bewoners onderhouden geen relatie en zijn een bedreiging voor elkaar: met de aantallen neemt het risico toe dat de militairen hen allemaal de toegang ontzeggen. In de verte ligt een Franciscaner klooster met daarnaast een wijngaard waar de Cremisan wijnen worden gemaakt.

 

Menu: Warekdewali is de vrije uitspraak van het hoofdgerecht. Het is een druivenblad gevuld met een mengeling van rijst, lamsvlees, olijfolie, paprika, kruidnagel, zout en peper. Blad voor blad en met een engelengeduld wordt een hele pan gevuld en gerangschikt zodat er een structuur ontstaat. Daarna gaat er bepaalde dosis water en zout bij en het gerecht is klaar als het water is opgezogen. Dezelfde vulling gaat ook in kleine courgettes. We zitten buiten op het terras, alles om ons heen is aardedonker, stil met als enige geluiden het aflikken van alle vingers en een beetje smakken omdat het zo lekker is. Verder krijgen we nog les in olijven inmaken en traditioneel borduren, een specialiteit van onze gastvrouw. Het is een heel bijzondere avond, op dit stukje aarde buiten/binnen de Muur, we genieten van deze ongekende gastvrijheid, en de uniciteit van dit bezoek.

 

 

 
 

Sjawoeot op de Kibbutz

50 dagen na pesach is het Sjawoeot (Shavuot), wat ik in Nederlandse kalenders vaak vertaald heb gezien als het Wekenfeest. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat er zeven weken geteld worden en Shavuot is inderdaad, letterlijk vertaald, het meervoud van week. Maar wij waren voor dit festival het afgelopen weekend op een Kibbutz en daar werd ons door een rabbi in opleiding uitgelegd dat het volgens hem Sjwoeot is (zelfde spelling, andere uitspraak) en dan is het het meervoud van eed, de eed om zich aan de Torah te houden.


Shavuot Gan Shmuel Sjawoeot is inderdaad de herdenking van het ontvangen van de Torah, maar net zoals bovenop dat oude feest door de Christenen het Pinksterfeest werd geplakt, bedekt die herdenking van de ontvangst van de Torah een oogstfeest; de viering van de eerstelingen der oogst. Andere benamingen van het feest, Chag haKatzir (feest van de pluk) en Chag haBikoerim (feest van de eerstelingen) laten deze betekenis uitkomen.


De kibbutz, met zijn seculiere landbouwaard, heeft zijn eigen manier om Shavuot te vieren en daarbij is het oogstfeest volledig op de voorgrond komen te staan. De kibbutz waar wij waren, Gan Shmuel, heeft nogal een naam opgebouwd als het gaat om deze versie van vieren. De kibbutz heeft een van de meest uitgebreide en professioneel uitgevoerde rituelen bij Shavuot van het land. Het is er een van zang en dans, waarbij de produkten van de kibbutz in processie naar een centraal schavot worden gebracht. De dansers gaan barrevoets over het grasveld en zijn gekleed in gewaden die meer Grieks dan Joods aandoen. De versierselen, bloemenkransen, aren, palmtakken en strobalen maken het aangezicht compleet. Zoals gezegd, aan de Torah wordt geen woord vuil gemaakt, maar of het nou daarmee volstrekt areligieus is, kan je betwijfelen. Zo wordt het echter in Israel wel ervaren.


De afbeelding is afkomstig uit het archief van Gan Shmuel en behoort tot het publiek domein (Wikimedia Commons)


 

Barbecue op Onafhankelijkheidsdag

De staat Israel werd uitgeroepen op 14 mei 1948, maar volgens de joodse kalender was die dag Heh van de maand Iyar en zodoende valt Onafhankelijkheidsdag steeds weer elders in de standaardkalender. Dit jaar was het op 29 April en stonden we opnieuw voor de vraag: wat gaan we doen op die dag?

De Israelische traditie is om te gaan barbecuen en als gevolg daarvan zit elk vrij stukje groen op die dag vol met rond de mangal (barbecue) geschaarde families. Plantsoenen, parken en zelfs vluchtheuvels slibben dicht; het is een drukte die wij liever vermijden. Maar om dan toch te barbecuen, hadden we de buren uitgenodigd voor een barbecue op het dak van ons appartementgebouw.

Daags tevoren was het vlees in de marinade gelegd en 's ochtends werden de salades klaargemaakt, om vervolgens een halve dag ontspannen rond te hangen onder het canvas dat we als zonnescherm hadden opgehangen. Wat nu, kon ik als ingebrugerde Nederlander aan dit nationale feestmaal bijdragen? Ik heb in de loop der jaren al de nodige Hollandse versnaperingen geprobeerd aan de man te brengen, maar kennelijk moest de integratie toch ook door naar de keuken. Inmiddels heb ik mij bekwaamd in het maken van de bij de mangal onvermijdelijke chumus-salade.
Chumus
Hier nu het geheim (want zo eenvoudig is hij niet) voor het zelf bereiden van chumus.
500 gram gedroogde kikkererwten
250 gram tahin (techina golmit)
bakpoeder (sodium bicarbonaat)
zout
gemalen komijn
knoflook
citroen
water

De kikkererwten moeten een nacht weken met ruim water en een volle theelepel bakpoeder. Daarna afspoelen en koken met vers water en opnieuw een schep sodium bicarbonaat. Dit zorgt ervoor dat de erwten beter zacht worden en sneller van hun vliesjes gescheiden worden. Tijdens het koken met een schuimspaan het schuim uit de pan halen en de losgeraakte vliesjes wegscheppen. Na 15-20 minuten koken zijn de erwten zacht en kunnen ze van het vuur. Afspoelen met ruim koud water om nog meer vliesjes af te scheiden en de erwten enigszins te koelen.

Vervolgens gaan de erwten in de keukenmachine. In de keukenmachine fijnmalen met een theelepeltje komijn, zout en geperste knoflook (naar smaak; ik gebruik twee tenen). De tahin toevoegen. Het geheel wordt een harde klont die met water moet worden verdund. Steeds water toevoegen, tot de chumus bijna een creme is. Pers een hele citroen en voeg het sap in de keukenmachine toe. Voeg eventueel nog water of olijfolie toe om de gewenste zachtheid te krijgen.

De Sefardische buurvrouw verklaarde dat ze nog nooit zo'n goede chumus van een Ashkenazi gehad had. Dat is dan toch maar een betrekkelijk compliment, maar voor een Nederlander met integratie ambities mag dat als geslaagd beschouwd worden.


 

Moedeloos

Een vertrouwde moedeloosheid maakt zich van ons meester. Het wordt minder uitgesproken dan in 2006 na de tweede Libanon-oorlog, maar het gevoel is hetzelfde. Los van de vraag of je vond dat oorlog in Gaza gevoerd moest worden of niet, of de Palestijnen maar eens flink op hun kop moesten krijgen, of juist veel minder. Dit is wat belangrijk is voor alle Israëlis: dat er geen raketten meer vanuit Gaza worden afgevuurd en dat Gilad Shalit door Hamas wordt vrijgelaten. De raketten vallen nog steeds en Gilad Shalit zit al bijna duizend dagen vast, ergens in Gaza.

Wat is de reden dat die deperimerende, teleurgestelde, wanhopige gevoelens (nog) niet zo tot uiting komen? Misschien houden we nog even de adem in. Misschien komt er toch nog een bestand. Misschien komt Gilad gauw thuis. Misschien dat met een andere wind uit Washington er een onverwachte draai aan de onverdragelijke patstelling wordt gegeven. Of misschien wachten velen ook op onze eigen regering.

Dan kunnen ze nog lang wachten. Er is niet een twee drie een coalitie gevormd in het verdeelde parlement. Livni heeft al verklaard niet onder Netanyahu in een regering te gaan zitten. Waarom eigenlijk? Wie heeft die partijpolitiek nodig? Waarom moet elke coalitie op voorhand wankel en vleugellam zijn? Zit Livni te wachten op Netanyahu's falen, zodat zij zelf aan het roer mag? En dan? Gaat zij wel een evenwichtige, slagvaardige regering kunnen creëren?

Dit is mijn moeeloosheid: dit land heeft een moedige en visionaire politiek nodig maar zit zo muurvast in verdeeldheid en oude politieke spelletjes, dat elke willekeurige regering niet anders dan meer van hetzelfde kan bieden. En meer van hetzelfde is de oude patstelling. Raketten, krijgsgevangenen, wegversperringen, armoe in Gaza, meer nederzettingen. Stilstand is het en dit is het schoolvoorbeeld van stilstand is achteruitgang.


 

De verkiezingen in beeldtaal

Livni Hoewel de feitelijke race om de verkiezingswinst en de positie van premier lijkt te gaan tussen Tzipi Livni (Kadima) en Bibi Netanyahu (Likud), kan voor de oppervlakkige kijker een heel andere indruk ontstaan. Wie zich in Israël op straat begeeft en de aanplakbiljetten op zich in laat werken kan gaan denken dat de wat al te neutrale portrettering van Livni op de Kadima posters (bij moderne verkiezingen gaat het immers om personen en plaatjes en niet om partijen en standpunten) een aanwijzing is dat men te maken heeft met een kleinere partij met een bescheiden rol. Ook de ultra-rechtse Avigdor Lieberman, die naar verluidt nog wel eens voor een verrassing kan gaan zorgen, valt in het straatbeeld niet zo op. De twee oude rivalen Likud en Avodah (Arbeiderspartij) strijden met de meest in het oog lopen beeldtaal.

Likud heeft hierbij de boventoon. De partij ademt het zelfvertrouwen in de verkiezingswinst en spreekt met een van haar meest in het oog lopende posters een bijna filmische taal. Als vier helden van de apocalypse, staan vier archetypische Likud politici opgesteld. Ya'alon de voormalige chef staf, Netanyahu de voormalige premier, Begin de zoon van de grondlegger en de representant van de nationalistische ideologie en Meridor de intellectueel - voor elk wat wils en dit alles met de slogan waar het in elke Likud verkiezing om gaat: Veiligheid van Israël. Saillant detail is echter wel dat alle vier Ashkenazim zijn en dat het traditionele electoraat van Likud een dominant percentage verongelijkte Sefardim omvat. Is dat vergeten, of zijn die sentimenten niet meer zo van belang, of is dat deel van de aanhang verzekerd?


Bibi


Het antwoord van de arbeiderspartij moet natuurlijk zijn dat haar kandidaat Ehud Barak, ook voormalig premier, de echte leider is. Kennelijk voelt men dat Barak in de verdrukking zit en het eigenlijk om Livni en Netanyahu gaat, zodat al weken de naam Barak vergezeld is gegaan van het woord manhig - leider. En tenslotte is er een poster gekomen, waarin hij wordt afgebeeld tussen Livni en Netanyahu op een manier die zich door iedereen laat lezen. Op het moment van de waarheid: Barak, luidt de slogan. En dit is dan ook meteen een woordspeling, omdat de verkiezingscode van de arbeiderspartij de drie letters alef, mem, tav zijn die het woord emet - waarheid vormen.


Barak


 

Virtueel samenleven

Het conflict tussen Israel en de Palestijnen laat zich beter typeren als een conflict tussen gemeenschappen dan als een conflict tussen staten. Los van het feit dat de Palestijnen geen staat hebben, ligt de wezenlijke betekenis van deze typering hierin dat het het conflict in het Middenoosten in een vergelijking plaatst met andere gemeenschapsconflicten, waar etnische groepen door elkaar wonen en op voet van oorlog raken, zoals in het voormalig Joego-Slavië, zoals in Rwanda en zoals op zoveel meer plekken in de wereld. Niet alleen is vergelijkbaar hoe diep geworteld het conflict zit en hoe moeilijk het op te lossen is, vergelijkbaar is ook hoe het dagelijks leven van beide gemeenschappen met elkaar verstrengeld is.

In ons land hier is het een permanent samenleven van joden en Arabieren (waaronder Arabieren met de  Israelische nationaliteit), van gemeenschappen die door elkaar leven en tegelijk door een culturele kloof gescheiden worden. Het is daarbij gemakkelijk voor te stellen hoe de beide gemeenschappen langs elkaar heenleven en daar komt het veelal op neer. Elke gemeenschap met haar eigen taal, haar eigen media, haar eigen politieke partijen (in de volgende blog meer over de verkiezingen), haar eigen scholen en haar eigen religieuze instanties. Bijna kan je aannemen dat er twee gescheiden economieën zijn, al wordt er noodzakelijkerwijs ook veel samengewerkt.

Ghostlogo Een opmerkelijk voorbeeld van samenwerking is het bedrijf G.ho.st, een high-tech bedrijf dat gezamenlijk gerund wordt door Israëlis en Palestijnen en dat daarom behalve een bedrijfsmatig oogmerk ook een vredesdoel dient. Veelzeggend is het wellicht dat het bedrijf gespecialiseerd is in virtuele computers, waarbij men via het internet een computer heeft in plaats van fysiek in huis. het bedrijf is in zekere zin ook virtueel - de medewerkers zitten niet bij elkaar in een gebouw, maar werken samen op afstand. In zoverre dit bedrijf een succes is, met zijn virtuele produkt, is het er ook een van een virtuele vrede in een virtuele samenleving. Een mooi idee blijft het wel.


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog