De voorbije on-Hollandse warme dagen leenden zich uitstekend voor de barbecue. De winkeliers houden dan daar met het oog op hun omzet graag rekening mee. Assortimenten vlees en vis worden tijdig in de gekoelde schappen gelegd om het de consument gemakkelijk te maken. Overal steeg de blauwe walm dan ook in het voorbije weekend boven de schuttingen uit. En omdat de tuintjes overal te krap bemeten zijn om ook nog veel gasten te kunnen verwelkomen, kan de grill wel eens op straat komen te staan. De buurtbarbecue is dan geboren. Soms als middel om de verzuring van het sociaal bestel tegen te gaan of om de sociale cohesie te verbeteren. In sommige wijken komt er dan een heuse welzijnswerker aan te pas. In de wijken waar het zelfredzame deel van de natie huist, hoeft dat niet. De kratten pils worden hier niet hoog opgestapeld en het gehakt en het spek liggen hier niet noodzakelijk op de grill. Hier valt geen onvertogen woord. Sociale vaardigheden en financiële armslag zijn hier ook wat beter ontwikkeld. En men praat er met deskundigheid en enige pathos over de ingekochte wijn of het varkenshaasje. Ook als die van de Aldi of de Liddel komen.
Gisteren was het weer zo ver in mijn buurtje. Sinds 1991 wordt er bij mij op straat gebarbecued. Weer of geen weer. Desnoods klappertandend met een paraplu of onder een wapperend tentzeil. Maar nu werd voor het eerst niet bij mij de straatkant opgezocht. Er waren enkelen die niet meer wilden meedoen. De kink in de kabel dus. Vandaar dat we noodgedwongen de straatkant moesten inruilen voor de tuinkant. Waardoor het gebeuren ook voor de voorbijgangers geen manifestatie meer van eigen kracht kon uitstralen.
De laatste jaren heeft blijkbaar een sluipende verzuring aangevuld met de onvermijdelijke barbecuemoeheid de sociale cohesie aangevreten. Komt daarbij nog de doorstroming. Nederlanders plegen vaker te verhuizen. En dat is niet goed voor de duurzaamheid van zoiets als een buurtbarbecue. Dissidenten, he vindt ze overal, kunnen altijd nog letterlijk en figuurlijk roet in het eten gooien. Ook al gedraagt de Nederlander zich veelal als een kuddedier, toch laat hij ook graag blijken het niet altijd en overal mee eens te zijn. Het is maar hoe je het bekijkt. De eigen mening, weet je wel. En lak aan de buren hebben. Kortom, de Wilders in de medemens steekt dan de kop op.
Vandaar dus dat enkele dissidenten de barbecue uit de publieke ruimte naar de besloten ruimte van de tuin hebben verdreven. Niemand die er echter van de week om treurde. Er was zelfs sprake van enige opluchting. Want in besloten kring kan men niet alleen beter rouwen, maar ook fijner feesten. Men is dan immers onder gelijkgezinden. Ook al zo een voorwaarde om het wat gezelliger te kunnen maken.
In de beginperiode was die gezelligheid gebouwd rond de vele kleine kinderen in de buurt. Die moesten zich ook kunnen bezighouden. Gezelschapsspelletjes boden een uitkomst om de lange avond te vullen. Die kinderen zijn nu allemaal volwassen en de deur uit. Hun ouders hebben inmiddels koers gezet naar het pensioen. En dan zit je al denkende aan vroeger tegen elkaar aan te kijken. Dan worden ineens de foto’s van de eerste barbecues erbij gehaald en stijgen verwonderde kreten op. “Jij was toen nog niet grijs!”. Of nog erger: “Ik herkende je helemaal niet op die foto! Wanneer was dat?”.
Blinde ervaring sierde het verloop van deze barbecue. De ervaring van de achterblijvers. Nee, ditmaal was zeer gepast ingekocht. Daaraan werd telkens herinnerd als weer de volgende ronde vlees werd aangedragen. Er bleef ditmaal niets over. Zelfs geen blaadje sla of geen sneetje brood. Dat was ooit wel eens anders geweest. De eerste barbecue had de volgende dag een gedwongen vervolg gekregen om alle overschotten op te maken. Met de jaren is niet alleen de matiging gekomen, maar het gevoel voor de juiste proporties. Ook bij zoiets als een informeel buitengebeuren dat meer op een tuinfeest dan op een barbecue geleek.
- del.icio.us
- MySpace
- Netlog
Zoveel te langer je als expat in een ander land verblijft, zoveel temeer vervagen de normen die je gewoon was in eigen land. Na tien jaar Braziliaanse televisie is het wat moeilijker om nog te vergelijken met wat er in eigen land op het scherm vertoond wordt. Ik waag me daar dan ook niet aan, maar blijf me niettemin verbazen over de eigenaardige en soms angstwekkende manier waarop hier televisie gemaakt wordt. Laat me meteen zeggen dat de Braziliaanse tv-stations erg luidruchtig zijn, meestal ronduit schreeuwerig. Ik probeer dan ook het beste mee te pikken, en laat de rest gewoon aan me voorbij gaan. Toch kan je er moeilijk aan ontsnappen, tenzij je verkiest om in de rimboe te gaan wonen met de mooie Braziliaanse fauna & flora als kleurrijke achtergrond. Zowat ieder Braziliaans restaurant of botequim (straatbar) heeft een of meer tv's aan de muur hangen, en heus niet als versiering. Idem dito voor wachtzalen bij dokters, hospitalen, klinieken, openbare instanties. Televisie hoort bij het dagelijkse leven van de Braziliaan waarbij ik soms de indruk heb dat de grote hoop gewoon gehersenspoeld wordt door wat er allemaal te zien, en vooral te horen valt.
Dus... zoals gezegd is bij vier procent van de families met schoolgaande jeugd in Oostenrijk het weekend niet zo vrolijk: kindlief moet zittenblijven. De andere 96% is volledig in vakantiesfeer. Een zalige tijd om in Wenen te blijven en te genieten van halflege straten, geen files meer in de stad, elke dag wel ergens een festival, de zwemgelegenheden langs de Donau brengen verkoeling.
Ideaal moment voor mij dus om er even tussenuit te knijpen. Het gaat voor een dag of vijf met dochterlief richting Altaussee. Was ik nog niet, en ik wil eens kijken hoe ver de oever aan de overkant ligt.
Ik vertrek met een paar uitspraken die me deze week getroffen hebben.
Ik neem ze mee in een klein notaboekje, in de hoop met de voeten hoog wat te kunnen nadenken tussen het puzzelen, zwemmen in ijskoud water, de nieuwe Asterix voorlezen en Halli-Galli.
Zalmforel wordt levend vers gegrild (zo werd me beloofd), en voor een fris Weißbier en rode wijn is gezorgd.
Sprokkels die ik meeneem:
• Jens Petersen werd voor zijn roman "Tot de dood" (ons scheidt) bekroond met de prestigieuze Bachmannpreis. De 33-jarige auteur en arts antwoordt een journalist in Der Standard van dit weekend: "Schrijven is zeer lang een niet zo aantrekkelijke bezigheid. Het is een asociale bezigheid, en mocht men strategisch denken, is het de meest onaantrekkelijke optie die men kan kiezen. Bij mij is het zoals bij vele auteurs: als ik niet schrijf is het alsof ik niet eet. Ik moet elke dag schrijven, anders gaat het me slecht. Ik heb vastgesteld dat mijn psychisch evenwicht van schrijven afhangt. Of dat schrijven dan lukt of niet, is een andere vraag. Om mij goed te voelen moet het niet lukken, ik moet het gewoon doen."
foto © DVA
• Georges Soros, miljardair en belegger wordt gevraagd waarheen de huidige crisis ons nog leiden kan. "Ik kan de toekomst niet voorspellen, omdat mijn theorie zegt dat de toekomst niet voorspelbaar is. Maar... de richting die de massa volgt, is bij voorbaat de verkeerde richting." En daar is zijn hele theorie op geschoeid.
• Walter Kappacher, winnaar van de Büchner-preis, antwoordt op de vraag: "U denkt dus, terwijl u schrijft, aan het feit dat het gepubliceerd zal worden?"
Kappacher: "Ik schrijf uiteraard niet alleen voor mezelf. Maar publicatie komt pas op de tweede plaats. Mocht ik het gevoel hebben dat ik me jarenlang uitsluitend voor de kat uitsloof, dan had ik mijn roman nooit geschreven."
• "If our life has to be chaotic, I prefer to create chaos myself." Auteur bekend maar verkiest anoniem te blijven.
• Mijn vijfjarige dochter: "In welk land ligt Altaussee?" Ik: "In Oostenrijk." Zij: "En dat moet dan vakantie zijn?"
Tot binnen een week...
Roel Verschueren, Wenen 4 juli 2009
Rijdt u met benzine of diesel, en wat is beter voor het milieu? Voor de Brazilianen is dat simpel, zij rijden "Flex". Diesel is voor vrachtwagens en bussen, en bovendien stinkt dat meneer. Het begrip “Flex” is inmiddels zeer goed ingeburgerd bij Braziliaanse autobezitters: velen onder hen bezitten immers een “Veículo Flex”, een voertuig dat aangedreven wordt door een Flex motor. Om meer precies te zijn: op iedere tien verkochte nieuwe auto's zijn er negen met een Flex-motor. Het woord werd afgeleid van de Engelstalige omschrijving “Flexible-Fuel Vehicle” (FFV), ook omschreven als “Dual-Fuel Vehicle”. De meestbekende FFV’s zijn de voertuigen die aangedreven worden door ethanol en gewone benzine, zowel de eerste als de tweede brandstof, al dan niet gemengd en opgeslagen in dezelfde tank. Die rijden voornamelijk rond in de Verenigde Staten (bijna 8 miljoen), Brazilië (7,5 miljoen), Canada (600.000) en Europa, met Zweden (bijna 300.000) op kop. Een sensor detecteert de verhouding ethanol-benzine in de tank en past de injectie van de brandstof in de motor aan. Braziliaanse voertuigen doen dat met een speciale software die door Braziliaanse ingenieurs werd ontwikkeld. In Brazilië wordt er voornamelijk ethanol geproduceerd uit suikerriet, dit in tegenstelling tot de Verenigde Staten waar maïs gebruikt wordt.
Een Volkswagen Kombi (nog steeds gemaakt en verkocht Brazilië) in met een Flex-motor. Het Flex-logo werd uitgeknipt en vergroot. Foto: Mario Roberto Duran Ortiz (Wikimedia Commons).
De prijs van de ethanol in Brazilië is verschillend van staat tot staat. Hierdoor is die alcool slechts competitief in 18 van de 26+1 Braziliaanse staten. De potentiële energie die geleverd wordt door ethanol bedraagt 70% van de motoren die met benzine aangedreven worden. Na een tankbeurt met ethanol zie je dan ook de brandstofmeter angstwekkend snel dalen tijdens het rijden. In 6 Braziliaanse staten is het voordeliger om met benzine te rijden; in de staten Amazonas, Paraíba en Rondônia maakt het niet uit met welke brandstof men rijdt. De ethanol is het goedkoopst in de staat São Paulo met een gemiddelde van R$ 1,158 per liter (0,42 euro). Een liter benzine kost daar iets meer dan het dubbele. In andere staten is dat verschil veel kleiner. President Lula heeft in de jongste jaren erg veel gelobbyed om “zijn” ethanol te slijten aan de rest van de wereld. Het zou mooi zijn mocht hij wat meer inspanningen doen in eigen land zodat het overal financiëel interessanter is om met ethanol te rijden. De Braziliaanse consument zal immers sneller geneigd zijn om milieubewust te rijden als hij daar ook financiëel voor beloond wordt. Hij heeft met zijn Flex-motor de keuze. Maar dat ziet Petrobras dan waarschijnlijk weer niet zitten. Aangezien Lula onlangs schertste (?) dat hij het wel zag zitten om CEO te worden van Petrobras na zijn tweede ambtstermijn, zal hij wel even pragmatisch blijven als altijd. Zowel het staatsbedrijf Petrobras als de ethanol industrie zijn immers belangrijk voor Brazilië.
Ik herinner mij, van lang geleden, ik zat nog op de lagere school, de Japanse soapserie 'Oshin' op de BRT. Wat ik er mij vooral van herinner, zijn de vreemde klanken die de personages uitstootten, hoestten, proesten en blaften: "OSHIN, UDACH KASJON TAKAYA!" rochelde de vader dan naar het meisje Oshin, en eronder de vertaling van de BRT: "Oshin, knip je aub even een stukje van de bonzai"? Het was een merkwaardige taal, en een merkwaardige serie.
Eenzelfde gevoel van verveemding had ik ook toen ik voor het eerst een groep Grieken Grieks hoorde spreken, als student in Duitsland: het leek op niks dat ik kende. Niet noords, niet slavisch, niet romaans, zelfs niet mediterraan. Ze spraken luid, tegelijkertijd (maar toch gaven ze de indruk elkaar te verstaan) en het leek wel het geratel van een vreemd machinegeweer: tikitikitaketok... allemaal korte klanken, harde klinkers, harde medeklinkers, snel en droog uitgesproken zonder intonatie, behalve een lichte verhoging op het einde van de zin. Vreemde taal, vreemde mensen. Toen ik dan later Grieks ging leren aan het Centrum voor Levende Talen in Leuven, bleek het te kloppen: het Grieks heeft enkel korte klinkers: a, e, i, o, oe, uitgesproken op z'n Antwerps, met daartussen veel harde, snelle medeklinkers: p, t, k, f, r, ..., en veel i's: er zijn maar liefst 5 manieren om een i te schrijven: ι, η, υ, οι, ει.
Wanneer ik dan uiteindelijk in Griekenland kwam wonen, werd het me snel duidelijk dat behoorlijk Grieks spreken een noodzaak was voor integratie. Veel Grieken spreken wel wat Engels, maar al bij al toch eerder beperkt, en meestal ook niet voor heel lang. Dus om er niet altijd voor spek en bonen bij te zitten, moest ik aan mijn Grieks schaven, en een beetje is niet goed genoeg: waar een Amerikaan bijna alles zal verstaan wat een beetje naar het Engels neigt, moet het voor de Grieken bijna perfect zijn als je niet getracteerd wil worden op een luid "E?!", vaak met hoofd lichtjes vooruit en omhooggeschroefd in een halve draai, 1 oog (het hoogste) half dichtgeknepen, en soms ook met een geassorteerde schroefbeweging met de linkerhand, een voor ons vrij agressieve lichaamstaal.
Maar na 8 jaar heb ik het wel redelijk onder de knie, en hoor ik niet meer enkel geratel, maar ook woorden en zinnen. Maar de omgangsvormen zijn in Griekenland niet altijd wat we vanuit Belgie gewoon zijn, en dus soms, heel soms, maar toch soms, wilde ik dat ik geen woorden hoorde, en geen zinnen, maar enkel riketiketiketok...
Profil, het ‘meest toonaangevende’ weekblad van de Republiek besteedt deze week voorpagina en hoofdartikel 9,5 pagina’s lang aan:
De 10 grootste misverstanden aangaande opvoeding.
De onderkop op de voorpagina
is veelbelovend:
“Het Profil-rapport over onrustige kinderen,
gelijkgerechtigde ouders, te veel liefde, slachtoffers van echtscheiding en nog
zo van die dingen.”
De kop boven het artikel zelf: “Kinderen hebben nood aan… ja, wat eigenlijk?”
Ik moet eerlijk zeggen dat dit alles als ‘commerciële teaser’ niet slecht gevonden is, maar nu nog de inhoud en ik ga voor de korte pijn.
De 10 misverstanden (dus
foute stellingen) zijn:
1. Je kan kinderen niet genoeg liefhebben
2. Onrustige kinderen zijn
ziek
3. Meisjes hebben het
moeilijk met wiskunde
4. Kinderen willen door hun
ouders als gelijke behandeld worden
5. Legasthenie is geneesbaar
6. Computerspelletjes maken
kinderen agressief en autistisch
7. Lof motiveert
8. Als maar meer kinderen
hebben psychofarmaca nodig
9. Kinderen moeten zo vroeg
mogelijk intellectueel gestimuleerd worden
10. Kinderen van gescheiden
ouders hebben minder kansen
Je zou als vader echt van
minder depressief worden, en wat doe ik hier eigenlijk met twee kleine kinderen
die ooit in dit systeem zullen terechtkomen?
Ik zou het liefst mijn twee
jongste kinderen in Vlaanderen naar school laten gaan, net zoals mijn twee
oudsten dat gedaan hebben. Maar dat gaat niet. We wonen nu eenmaal hier, en
daar is ver weg.
Oké, en daar moeten we het
dan mee doen.
We hebben volgens de analyse
onze kinderen veel te laat gekregen, waren op ouderschap niet voorbereid,
voeden ze op zonder discipline en negeren de misverstanden. Bergmann formuleert
het zo: “In de schemerzone tussen het ultra-liberale “laisser-faire” en
opvoeding met de stok als pedagogisch hulpmiddel hebben zich de laatste jaren
aanzienlijke misverstanden genesteld die het probleem alleen maar ernstiger maken.”
Alle ouders die dus aan de basis liggen van alle problemen waarmee hun kinderen te kampen krijgen slagen dus best meteen een groot mea culpa, lezen beter de duizenden boeken over opvoeding waaruit we dan moeten distilleren hoe het wel moet, en maken best geen kinderen meer bij, want ze worden hoe dan ook nog onhandelbaarder, nog meer hyperactief en complete tirannen.
Roel Verschueren, Wenen 2
juli 2009
Nederland kent een vleesverwerkende industrie waar men “u” tegen kan zeggen, zo ontwikkeld. Omdat de Nederlandse boeren al meer dan een eeuw geleden hun heil zochten in de varkenskweek, konden ze ook aan een groeiende vraag vanuit de buurlanden, vooral Engeland en Duitsland, naar goedkoop varkensvlees voldoen. Liefst in verwerkte vorm. Van ham tot worst. Zo een befaamde worst uit die heroïsche periode is vandaag de rookworst.
De rookworst? Ja, dat is een worst met een onbestemde inhoud die in een rookkanaal gehangen onder een plastic velletje een specifieke smaak heeft gekregen. Over het procédé bestaat in Nederland nog altijd een mystiek. Maar dat is niet terecht. In heel Europa rookt men vis, worst en ook kaas, want dat bevordert de houdbaarheid.
Onlangs was er echter enige ophef ontstaan rond de kwaliteit van dat roken. Nu bleek ineens dat de befaamde Nederlandse rookworst niet meer ambachtelijk wordt gerookt, maar met een of andere chemische spray van een smaakje wordt voorzien. Het is immers te duur om die goedkope worsten in een met bronsgroen eikenhout gestookt rookkanaal te stoppen.
Inmiddels is het consumentenvertrouwen in de rookworst weer wat hersteld. En wel door de befaamde firma Flandria. Die is ooit bekend geworden van (brom)fietsen. Met die tweewielers is het daarna wel bergafwaarts gegaan, maar intussen heeft Flandria geïnnoveerd door een ambachtelijke rookoven in de handel te brengen. Als bouwpakket Made in China uiteraard. In dat Flandria-oventje kan men zowel warm als koud roken. En je verstookt alleen maar houtsnippers, liefst uit de eigen tuin. Is lekker voordelig. Komt goed uit. Want in Nederland mag je nog altijd een fikkie stoken in de tuin. Dat heet dan barbecuen en mocht het ’s nachts onverhoeds wat kouder worden, dan mag ook de brasero aan. Dus die rookketel voor je worst hoort er gewoon bij. En mocht je op een woonboot zitten, dan is het risico dat het vuur overslaat op je ark van Noach erg miniem. Een geruststelling voor de fanaten op het water.
Hoe zit het nu weer met die rookworst? Is daar ook een markt voor buiten Nederland? Men zou het nog altijd moeten onderzoeken. De Hollandse watertomaten uit de roemruchte met aardgas gestookte kassen hebben ooit Duitsland veroverd. En de komkommers en andere smakeloze producten ook. Dus waarom dan niet de pittig gekruide rookworst? De vraag stellen is ze beantwoorden.
Aan de rookworst hangt een smetje. Ze werd ooit tijdens de Duitse bezetting “uitgevonden” door de winkelketen HEMA die bij gebrek aan vlees toch een worst aan de klanten wilde voorhouden. In de beste vegetarische traditie uiteraard. De belangrijkste ingrediënten waren zout, peper, plantaardige oliën, meel en ga zo maar door. Na de oorlog bleef deze "vegetarische" rookworst in het assortiment. Maar dan gevuld met slachtafval.
De worst begon zelfs als “gemaksproduct” aan een wonderbaarlijke zegetocht. Volgens sommigen kwam dat door de voorgeschreven bereidingswijze. De rookworst wordt immers in een warm badje gelegd om te wellen. Dan kan ze in zuinige plakken samen met de zuurkool op tafel worden gebracht. Zonder dat er in de keuken ooit spatjes zijn rondgevlogen. En dat allemaal in een mum van tijd. Ziedaar de ingrediënten van dat fabelachtige succes van de rookworst. Niet buiten Nederland, maar wel in de buurt van elke Nederlandse HEMA. Want daar wordt in Nedeland sinds mensenheugenis de vette hap verkocht.
Vrijdag 3 juli loopt Ralph en Madu’s eerste schooljaar in Zwitserland af. Onnodig te vertellen dat ze al verlangend uitkijken naar een welverdiende vakantie. Het schooljaar is immers zwaar geweest voor beide kinderen…
Omdat we in augustus 2008 halsoverkop verhuisden (in juni hoorden we van Roel’s nieuwe job, half augustus waren we al verhuisd!) was er geen plaats meer op de internationale school. We konden hen op een wachtlijst zetten, maar na een paar slapeloze nachten beslisten we om ze toch naar een lokale school te sturen. Vermits we van plan zijn om hier te blijven wonen (enfin, dat hopen we!), leek het ons een betere manier om te integreren. Het betekende wel dat ze een geheel nieuwe taal moesten leren…
Ze begonnen beiden in hetzelfde integratieklasje. Het klinkt allemaal mooi : men laat de kinderen langzaam groeien tot ze de taal onder de knie hebben, om ze daarna naar het gewone onderwijs te sturen… In de praktijk liep het echter vierkant : een tiental leerlingen van allemaal verschillende nationaliteiten, allemaal verschillende leeftijden (van 6 tot 12 jarigen), allemaal net verhuisd (en uit hun normale doen) in één klas! De kinderen konden niet met elkaar communiceren en moesten alles met gebaren (vuisten) duidelijk maken… Onze jongens voelden er zich helemaal niet goed.
Vooral de jongste (6) had het hard te verduren. In Amerika was hij altijd een primusje geweest, nu voelde hij zich ‘stupid’ (om het met zijn woorden te vertellen). De oudere kinderen plaagden hem om zijn hanepoten, lachten hem uit als hij antwoorden niet wist (hij was de jongste in de klas!) enz… Hij had geen vriendjes van zijn leeftijd en voelde zich heel alleen. Hij huilde veel, werd agressief… we kenden hem niet meer terug. Toen zijn we verschillende malen met de juf gaan praten en na lang (5 maand) aandringen, mocht hij overstappen naar een gewoon eerste leerjaar. Sindsdien heeft ons ventje zijn evenwicht terug gevonden. Hij heeft het schooljaar zonder verdere problemen afgewerkt.
Voor de oudste lag het anders. Hij had 3 jaar in te halen, dus kon hij niet zomaar in het gewone onderwijs binnenstappen, vertelde men ons. Hij moest en zou dit jaar in de integratieklas blijven. Het heeft ons bloed, zweet en tranen gekost… en vooral veel huiswerk! Bijna elke namiddag spendeerden we anderhalf tot twee uur om al het huiswerk af te krijgen. De kinderen krijgen er immers slechts halve dagen les, de andere helft wordt thuis al studerend doorgebracht… Verwondert het jullie dat Ralph echt snakt naar vakantie?
Het integratieklasje heeft natuurlijk ook positieve kanten : het heeft onze kinderen veel sterker gemaakt en wat een levenservaring kregen ze hier niet mee! Als we onder de Vlaamse kerktoren waren blijven wonen, konden ze nu geen 4 talen spreken (Nederlands, Engels, Duits en Zwitsers Duits… dat een hele andere taal is, maar daar kom ik later wel op terug). Wie doet hen dat na?
De bankencrisis in Nederland heeft nog maar eens mooi aangetoond dat het parlement weinig of geen macht heeft om het financiële systeem te controleren. De regering met minister Wouter Bos (Financiën) op kop heeft vanaf september vorig jaar grotendeels op eigen houtje gehandeld. Bos heeft daarbij verzuimd om het publiek en de parlementsleden voor te lichten over de ware toestand bij de banken en over hetgeen alles zal gaan kosten. Aan de belastingbetaler uiteraard. Nu ABN Amrobank onlangs weer 2,5 miljard aan staatssteun nodig had, klonken dan toch enige kritische stemmen op. Te meer daar nu niemand nog gelooft dat dit de laatste keer zal zijn dat er weer om staatssteun zal worden gebedeld.
De boel stond pas op stelten toen Bos ook nog eens de “durf” had om de pensioenfondsen, die toch al in zwaar weer verkeren en overwegen om te korten op de pensioenuitkeringen, te verzoeken om een “strategisch aandeel” in het kapitaal van de banken en de verzekeraars te nemen. Uiteraard met de waarschuwing dat anders buitenlandse vrije jongens wel eens hun slag zouden kunnen slaan. Kortom, de deelnemers aan de pensioenfondsen, en dat is in Nederland bijna iedereen, worden nu opgetrommeld om de volgende gaten te vullen. Kortom, als de pensioenfondsen ook nog eigenaars van banken en verzekeraars worden dan zal een moloch van ongekende omvang ontstaan die bij een mogelijke verdieping van de recessie zelf ten gronde gaat. Met gepensioneerden en al. Men vraagt zich dus daarom af of “Bosje nog wel goed bij zijn hoofd is”.
Het probleem van Bos ligt dieper. Hij heeft zijn vroegere liberale minister Gerrit Zalm, bij wie hij ooit staatssecretaris was, aan het hoofd van het inmiddels ook in staatshanden verkerende ING geplaatst. Dezelfde Zalm was als minister de hoofdverantwoordelijke voor de liberalisering van de financiële markten en het versoepelen van de bankregulering. Dezelfde Zalm heeft zich in zijn nieuwe functie bij ING tot verbazing van iedereen, maar niet van Bos, ontpopt tot een grote graaier. Maar een crisismanager als Zalm hoeft een dergelijke ondankbare klus uiteraard niet voor nop op te knappen, zei Bos. Een tweede probleem voor Bos is dat zijn eigen sociaal-democratische PvdA ooit eveneens zwaar heeft ingezet op de ontwikkeling van de financiële dienstverlening in en rond Amsterdam. Met als gevolg een vastgoedspeculatie van rampzalige omvang.
In het parlement zijn er weinigen die eigenlijk precies weten wat er sinds september 2008 allemaal achter de schermen is bedisseld en welke koers de regering vaart in deze bange dagen. Uiteindelijk, en dat is altijd erg laat, is er een parlementaire onderzoekscommissie ingesteld die op tafel moet krijgen hoe de vork nu precies aan de steel zit. Alweer een parlementaire onderzoekscommissie? Men kan er in Nederland niet meer zonder. Als het parlementaire systeem beter zou functioneren, dan hoefde al dat onderzoek achteraf uiteraard niet. Feit is nu dat in het parlement vooral over ideologische kwesties, die veelal gratuit zijn, wordt gebekvecht en soms gescholden, terwijl datzelfde parlement specialistische kennis ontbeert om daadkrachtig op te treden. Toen de financiële zeepbel alsmaar groter werd, wilde niemand hierover een debat. Men leefde nu eenmaal graag in de illusie dat Nederland het aardig deed, dat de op hol geslagen prijzen voor het onroerend goed de mensen een lekkere geldillusie gaven en dat de dienstensector die nu eenmaal de toekomst had, dus voor werk en inkomen zou zorgen. Waardoor de lasten voor de mensen automatisch zouden dalen en de regering gemakkelijk aan inkomsten kon geraken zonder de belastingen te moeten verhogen. Deze illusie ligt nu aan gruzelementen. En dat doet minister Bos duidelijk pijn. En wat nog erger is, er zal een moment komen dat zijn eigen PvdA hem letterlijk het bos zal insturen. Zo gaat dat immers in die partij van bestuurders.
Athene is een zeldzaamheid in Europa: een hoofdstad aan de zee. En niet zomaar een beetje zee, tientallen kilometers kustlijn, van Pireus tot Vouliagmeni, en verder tot Sounion, en aan de andere kant de hele kust van Marathon (zo'n 42 km van Athene...), en in het westen helemaal tot in Korinthe. In de hete zomerweekends trekken de 4 miljoen Atheners dan ook met z'n allen naar het strand. Dat zorgt voor kleurrijke optochten langs de uitvalswegen, de geblindeerde Porsche Cayenne naast de aftandse Datsun met vader, moeder, drie kinderen, schoonmoeder, twee neefjes, een bootje, drie emmertjes en een frigobox op vakkundige wijze erin gepropt, en daartussenin een heel gezin op 1 mobilette, alles begeleid door uitbundig getoeter en ratelende bouzoukis.
Genoeg strand voor iedereen, zou je denken, maar daar wringt het schoentje: grote delen van de stranden rondom Athene zijn niet vrij toegankelijk: ofwel zijn ze werkelijk prive, voor een hotel of een blitse beachclub - dit is tegen de grondwet, maar de tarieven voor een grondwetsinbreuk zijn best betaalbaar -, enkele worden uitgebaat door de gemeentes, maar de meeste zijn door die gemeentes in concessie gegeven aan privebedrijven; die houden de stranden dan min of meer proper, installeren bars, ligzetels, wat boompjes, een douche, cabines, een winkeltje ... en natuurlijk vragen ze ook .......... inkomgeld.... En dat is vaak niet min: 6 EURO per persoon + 8 Euro voor twee ligzetels en een parasol komt al gauw op 32 EURO voor een gezin met twee kinderen voor een half dagje strand, en dan is er nog niet gegeten en gedronken... sommige 'topstranden' vragen zelfs 20 EURO in het weekend.
En dat stuit natuurlijk op veel protest - voor veel Grieken is dat teveel geld, maar de plaatsen op de vrije en goedkopere stranden zijn beperkt, of verder weg van Athene. De bevolking vraagt dus massaal goedkopere stranden, maar de overheid reageert maar zuinigjes. Naar het waarom moet je in Griekenland meestal niet lang zoeken: het volstaat je af te vragen wie er rijker van wordt, en dat zijn in dit geval natuurlijk de gemeentelijke overheden, en vooral hun mandatarissen en ambtenaren, die bij het toekennen van die concessies wellicht heel wat commissies opstrijken... zelf heb ik altijd een dubbele houding gehad: enerzijds is het natuurlijk normaal dat de burgers gratis op het openbaar domein kunnen, maar anderzijds herinner ik mij ook nog de tijd van voor de concessies, toen de gemeentes of de Griekse toerismeorganisatie de stranden 'uitbaatten': dat waren afvalhopen vol vuil, glas, peuken, hondendrollen, waar zelfs geen vuilbakken waren, de mensen alle viezigheid op het strand achterlieten, en hun autos parkeerden tot bijna in de zee. Dan betaal ik liever een beetje voor een mooi wit strand met een leuke bar en zonder honden...
In de zomer van 2007 escaleerde het burgerprotest in de kustgemeente Elliniko, waar vroeger de luchthaven was. Elliniko heeft een tiental kilometer kust, maar had geen enkel openbaar strand - alles was in concessie gegeven door allerlei overheden via ondoorzichtige juridische constructies. In de zomer van 2007 pikten ze het niet langer: onder leiding van de volkse, goedlachse, besnorde burgemeester Xristos Kortzidis besloten de inwoners van Elliniko het recht in eigen handen te nemen, de hekken af te breken en zich een doorgang te forceren tot aan het strand. De Griekse oproerpolitie kwam erbij, maar zelfs zij begrepen dat het weinig zin had die tieners, oma's en opa's, kinderen en kleinkinderen de weg naar de zee te versperren. Gisteren ben ik even een kijkje gaan nemen: op de foto's zie je een grote Asterix bij de ingangsweg naar het strand, met de vermelding 'Welkom in het Gallisch Dorp - Vrijheid voor het Openbaar Domein', ook op het strand zelf is er een opschrift met 'Dit strand werd met strijd gewonnen. Zorg ervoor als voor je ogen'. Op de andere foto's kan je zien dat het effectief een mooi strand is, proper en verzorgd, zonder veel franjes weliswaar, en de ingang...is vrij! Blijkbaar kan het dus toch....
Vorige week was er nog een fietstocht van Pireus naar Vouliagmeni voor Vrije Stranden. Miscchien dat ik volgende keer ook maar eens mijn kuiten insmeer. Petje op, allez Eddy! En daarna een gratis duik.
Ik ben nogal een straatloper moet ik toegeven. Niet het type dat uit noodzaak en gebrek aan onderkomen geen andere uitweg heeft, eerder iemand die weet dat op straat ook inspiratie te rapen valt. Misschien compenseer ik voor de tijd voor ik in Wenen woonde, en me weinig of niet onderdompelde in het sociale leven wegens een ander soort werk en wonen buiten de stad.
Er moeten volgens mij een paar duizend trucs bestaan om van mensen geld te krijgen. Iedereen kent er zeker een paar en ik neem aan dat geografische ligging en cultuur voor nogal wat verschil kunnen zorgen. Ik heb het niet over het zuivere bedelen. Bedelen is van alle tijden en alle culturen en hoewel het einddoel hetzelfde is wil ik bedelen niet gelijkschakelen met het opgezette spel, de vernuftig doordachte truc waarover werd nagedacht, die werd uitgeprobeerd, bijgeschaafd en alsmaar werd verfijnd.
Ik ken Iona, het Roma meisje in de wijk, dat dag in dag uit de daklozenkrant verkoopt tegen 2 Euro per stuk en waarvan ze de helft van het geld mag behouden. Ik kan aan Iona's vriendelijk gezicht niet weerstaan en dat weet ze. Als ze me ziet weet ze ook dat ik haar waardeloos krantje koop en dat de twee Euro gegarandeerd zijn.
"U gaat daar niet echt in lezen, of?" vraagt ze telkens weer.
"Nee."
"Mag ik het dan terug, dan kan ik het nog eens verkopen?" Twee Euro zuiver verdient, met een onweerstaanbare glimlach.
Vandaag is me iets nieuws overkomen. Iets waarvan ik aanvankelijk absoluut geen vermoeden had dat het ook een truc kon zijn.
Ik had in de late namiddag nog wat levensmiddelen gekocht toen ik op mijn terugweg een vrouw - zo'n tien meter van me verwijderd - zag bukken om iets op te rapen.
Ik dacht eerst aan een verloren muntstuk en vond het normaal, dat doe ik namelijk ook. Je weet wel, wie het kleine niet begeert... Opvoeding schudt je niet zomaar van je schouders.
Tot mijn verbazing en schijnbaar tot die van haar, had ze een zware goudkleurige ring in de hand. Ze keek me even verrast aan als ik haar. Haar gezicht evolueerde van ongeloof over twijfel naar gelukzaligheid en terug naar twijfel.
"Gold?" vroeg ze toen ze me de ring toonde. Het kon een toeriste uit een van de buurlanden zijn, ik had geen vermoeden.
Ik zei dat ik daarvan niets ken en ze stond met die ring tussen twee vingers geknepen alsof ze niet wist wat ermee aan te vangen.
Ze probeerde de ring en stak hem uiteindelijk in mijn richting. Ik zou hem nemen, het was tenslotte en ring voor mannen.
"Keep it, or sell it," zei ik, "I dont want it!"
Ze trok haar schouders op en antwoordde me in gebroken Engels dat hij haar toch niet paste, dus dat ik hem maar moest aannemen. Toen ze de ring in mijn hand stopte en ik ernaar keek vroeg ze me binnen de seconde of ik haar misschien 20 Euro vindersloon zou kunnen geven. Ik nam haar hand, opende de handpalm en gaf de ring terug. Ik bedankte haar en ging verder. Ik zwaaide zelfs nog en wenste haar een goede geluksdag. Ik stapte de straat in waar ik woon, maar kon na enkele ogenblikken niet weerstaan toch nog eens om de hoek te kijken.
Ze stond met een man te praten die een briefje van 50 Euro in de hand had en de ring aannam.
Ik ben teruggegaan, heb haar aangesproken en gevraagd of ik haar op de hoek van de Naschmarkt een koffie mocht aanbieden. Dat mocht ik.
Sanda verdient gemiddeld 120 tot 180 Euro per dag met haar truc. En ik had een voorgevoel... haar dochter... Iona, moet voor een vergelijkbaar bedrag bijna zeventig mensen zoals mij vinden per dag.
De ring is fake. Kost 40 cent en ze heeft er zoveel van dat ze nog wel een tijdje bezig is.
Ze vroeg me wat ik zoal deed en ik legde het haar uit. Ze drukte me op het hart haar echte naam niet te gebruiken, wat ik haar beloofde.
En ik vertel het ook aan niemand verder.
Roel Verschueren, Wenen 29 juni 2009
Brazilië komt de jongste tijd niet alleen in het nieuws als een van de vier economisch sterkere Bric-landen, maar helaas ook als een land waar de justitie vierkantig draait, en vooral erg traag. De Amerikaan David Goldman kan er over meepraten. Zijn negenjarige zoon Sean werd vijf jaar geleden meegenomen naar Brazilië door de (Braziliaanse) moeder Bruna Bianchi die van daaruit doodleuk plots liet weten dat het huwelijk voorbij was. Zij begon een nieuwe relatie, werd zwanger maar overleed na de geboorte. De jongen verblijft sindsdien bij zijn stiefvader João Paulo Lins e Silva, afkomstig uit een rijke en invloedrijke Braziliaanse familie. Goldman is nu al vijf jaar in een gerechterlijke strijd gewikkeld om de jongen terug naar de States te kunnen halen, daar waar hij feitelijk thuishoort. Het hele verhaal kan u hier lezen, een website waar alles van naadje tot draadje wordt uitgelegd. Deze week besloot het Braziliaanse gerecht dat de jongen bij zijn stiefvader mag blijven tot dat de eindbeslissing valt in het proces. Deze beslissing annuleert de vorige die inhield dat Sean Goldman tijdens de weekdagen bij zijn natuurlijke vader mocht blijven (die hier in Brazilië is) en op zondag bij zijn stiefvader.
Deze week kwam een ander verhaal in de media, nog pijnlijker omdat er deze keer een dodelijk slachtoffer viel.
Sinds augustus 2008 verhuisden we naar Zwitserland, één van de redenen waarom ik een tijdje gestopt was met bloggen op DS-Online. Het was een heel drukke periode en – ik moet het toegeven - de zwaarste verhuis ooit. We zijn nochtans min of meer ervaren expats (leefden voordien 4j in Engeland en ook 4j in St.Louis), maar nooit had ik gedacht dat de aanpassing zo moeilijk zou verlopen…
Wat nu de echte reden hiervoor is, wie zal het zeggen? Is het omdat we in St.Louis zo’n druk sociaal leven hadden sinds het prille begin (onze ‘neighborhood’ was een grote vriendenkring waarin we onmiddellijk werden opgenomen) terwijl we hier langzaam aan een vriendenkring moeten bouwen? Is het omdat we een nieuwe taal moesten leren en de conversaties niet meer zo willen vlotten als voorheen? Is het omdat onze kinderen nu groter zijn (7 en 9) en ook meer aanpassingsmoeilijkheden vertonen? Is het omdat ze het eerste jaar naar een integratieklas werden gestuurd en we ons hierdoor zowat tweederangsburgers voelden? Of ligt het aan het feit dat we ons groot Amerikaans huis moesten ruilen voor een kleinere (maar charmantere) woning en we ons hieraan moesten aanpassen? Of omdat de Zwitserse cultuur zoooo verschilt van de Amerikaanse? Tja, het zal allemaal wel aan de basis gelegen hebben, zeker?…
We zijn nu ongeveer 11 maand verder en voelen ons hier stilaan thuiskomen. We hebben door de zure appel gebeten. Het is net of de lente een nieuw ‘thuis’gevoel bij ons ontluikte… We genieten nu volop van de schoonheid van dit prachtige land en ik hoop hier weer regelmatig een stukje over onze ervaringen te kunnen neerpennen. Ja, we zijn terug van weggeweest!
Ik heb nogal wat 'nieuwe' vrienden sinds ik vijf jaar geleden naar Wenen ben verhuisd. Heel wat mannen die nu veertig zijn en redelijk laat in hun leven aan een gezin zijn begonnen. Eerst gestudeerd en genoten, dan gewerkt en genoten ondertussen verliefd en genoten, dan weer single en opnieuw genoten, en dan de ware en pats... de kinderwens is daar en wordt vervuld met de vrouw van hun leven.
Ik moet dan altijd even slikken - ik ben zo'n vijftien jaar ouder - omdat ik weet wat hen te wachten staat als jonge vaders in de eerste decade van de eenentwintigste eeuw.
Zoals Mark. Mark is een moderne man. Misschien behoort hij eerder tot de categorie "nieuwe man", ik kan het niet precies zeggen, hij weet het eigenlijk zelf ook niet zo goed meer. Want sommige van zijn vrienden bestempelen hem ook als een geëmancipeerde man, een zelfs "ge-evrouwcipeerde" man want die predikt dat het feit dat het woord "man" erin voorkomt als uiterst discriminerend moet worden beschouwd. En die preek duurt niet zo maar een paar minuten, die loopt als een oneindige tape en al zolang ik hem probeer te vermijden.
Mark heeft een voltijdse baan, staat meestal met de kinderen op, wast en kleedt hen en brengt ze elke morgen 20 kilometer van huis en werk naar de kindertuin. Een paar maal in de week kookt hij 's avonds, hij brengt het hele weekend in zijn gezin door, gaat elke woensdag kletteren met de oudste en als het werk en het weer meezit, haalt hij ze soms vroeger af en neemt ze mee naar de oude Donau om te zwemmen.
Hij ruimt regelmatig de keuken op, onderhoudt de tuin - samen met de kinderen - en hij houdt van zijn vrouw en Lucy houdt van hem.
Als hij met de kinderen speelt hangt hij niet aan de telefoon, doet hij niet gelijktijdig de was, of zit hij niet in een tuinstoel met een vriend te praten... nee, hij is er dan 200% met zijn gedachten bij.
Hij doet de huishoudelijke inkopen in de supermarkt in de helft van de tijd die anderen daarvoor nodig hebben, zeker in vergelijking met Lucy, want als die al een lijstje heeft gemaakt dan is dat steevast thuis vergeten, en zij neemt telefoontjes aan terwijl ze voor het diepvriesvak overlegt wat nog op het lijstje had kunnen staan.
Lucy kan als zelfstandige werken van zodra Mark met de kinderen de deur uit is tot zij ze gaat afhalen in de kindertuin om 4 uur. En ja, ze is een liefhebbende en perfecte moeder, en doet alles in het huishouden, maar toch...
Hoewel Lucy en Mark van elkaar houden, breekt om de zoveel tijd dezelfde heftige discussie los. Lucy vindt dat ze van Mark te weinig waardering krijgt voor haar rol in het huishouden, en Mark vindt dat hij meer dan zijn deel van het werk overneemt.
Wat Mark en Lucy nog moeten leren is ophouden te vergelijken.
Want wanneer doet een moderne, nieuwe en geëmancipeerde man genoeg? Als hij precies 50% overneemt van wat vroeger meestal alleen door de vrouw werd gedragen? (En dat is niet langer dan een halve generatie geleden).
Is dat het criterium? Gaat het alleen maar over de herverdeling van de huishoudelijke taken? Elk evenveel wasmachines vullen, vaatwasmachines ledigen, supermarkt rondjes maken, keuken opruimen, kamers opmaken, ritjes naar kletteren, kindertuin of ballet?
Of gaat het over iets anders?
Gaat het misschien niet eerder over de intensiteit waarmee elkeen de dingen doet, over kwaliteit, energie, frequentie, overgave, toewijding, praattijd, voorleestijd...?
Gaat het misschien niet over het herkennen en erkennen van de specifieke ouderlijke kwaliteiten die per definitie eerder complementair dan gelijk zouden moeten zijn?
Er liep eind de jaren negentig een campagne in Oostenrijk die als doel had ouders te stimuleren om meer kinderen te krijgen (kwestie van de pensioenen te kunnen betalen en het geld voor het kerklidmaatschap te kunnen blijven innen).
Helga Konrad, toenmalige minister voor vrouwenaangelegenheden (een minister voor mannenaangelegenheden hebben we blijkbaar niet nodig), bedacht er de slogan voor:
"Volwaardige mannen gaan voor 50/50"
De campagne was - net als haar carrière van minister trouwens - een kort leven beschoren.
Ze had niet begrepen dat partners zelf tot een aanvaardbare consensus moeten komen waarbij 50/50 het meest desastreuze dogma is dat - ook vandaag - een leefbare harmonie tussen die partners onmogelijk maakt.
Zo lang de discussie binnen een koppel zich toespitst op de kwantificering van het huishoudelijk werk dat elke partner per week voor zijn rekening neemt, zolang het gaat over wie het meest heeft gepresteerd, de meeste kilo's was heeft opgehangen of de meeste maaltijden heeft bereid, zullen zowel de vrouwen van de 'nieuwe mannen' als de 'nieuwe mannen' zelf onvoldaan, gefrustreerd en verslagen achterblijven.
Mark is een nieuwe man. Geen halve moeder maar een volle vader. Geen halve vrouw bij de haard maar een volwaardige partner in ALLES waar het in het gezin om draait.
Oude regels passen niet in nieuwe concepten. Het gaat niet over de herverdeling van de 'moedertaken', maar over de herverdeling van alle taken, ook deze die altijd al als typisch mannelijk werden beschouwd.
Als sommige geëmancipeerde vrouwen daar even bij stilstaan worden de terugkerende discussies vermeden en het algehele welbehagen van het gezin een eindje verder geholpen.
"Het wordt zeker beter, maar nooit meer zoals voorheen," is een uitspraak van Mark die ik graag zou counteren. Met de hulp van alle vrouwen ter wereld, ook die in Oostenrijk.
Roel Verschueren, Wenen 25 juni 2009
Niets is zo leuk als multicultureren. Eens per maand organiseren we op kantoor
een maaltijd, waarbij elke collega iets anders meebrengt. Aangezien hier verschillende nationaliteiten samenwerken en sommigen onder ons redelijk bereisd zijn, levert dat altijd een gevarieerde en vooral internationale menukaart op. Vandaag vertegenwoordigd: Spanje met croquetas de pollo caseras (zelfgemaakt kipkroketjes) en tortilla de patatas (dit behoeft toch zeker geen vertaling?), Peru met pollo al ají (pikante kipschotel), Mexico met nachos en Griekenland met tzatziki. Dat laatste was mijn inbreng. Vorige keer bracht ik het Boliviaanse Causa Rellena con Salsa Criolla op tafel. Ik heb namelijk een probleem. Ik weet niet welk typische Belgisch / Vlaams gerecht ik mee naar dit bacchanaal zou moeten brengen. Het moet makelijk vervoerbaar zijn, opwarmbaar in de magnetron of koud, niet te consistent want de anderen brengen ook schotels mee en het is niet de bedoeling met een indigestie op de spoefafdeling van het dichtstbijzijnde ziekenhuis te belanden,....
Frikadellen met krieken??? Daarop heb ik tot noch toe steeds dezelfde reactie gekregen: frikadellen (of ‘gehaktballen’ voor de taalpuristen) alleen is lekker, kriekensaus alleen is lekker, maar sáaaaaaaaaamen???? Hoe haal ik het in godsnaam in mijn kop??? Zelfde verhaal met de kip met appelmoes. De aardappelkroketjes gaan er wel goed in, maar aangezien we hier op het werk niet over een friteuse beschikken en opwarmen in de magnetron het krokante eraf haalt, is die optie ook afgeschreven. Friet met biefstuk? Afgeschreven omwille van dezelfde praktische bezwaren. Gentse waterzooi? Rode kool met appeltjes? Wortelpuree (pekesstoemp voor de kenners)? Worstenbroodjes? Ik sta open voor uw suggesties... Gelieve evenwel rekening te houden met de gevoelige paladar van de gemiddelde Spanjaard: ze zijn wel eens geneigd de neus op te halen voor alles wat ‘vreemd’ is. Als ze dan toch geproefd hebben – met het kleinste lepeltje of een vingerpuntje –wil het nogal meevallen: mijn kooksels en baksels zijn er tot noch toe vlot ingegaan. Ik wacht dus vol spanning jullie input af: het zou fijn zijn de Vlaamse keuken eervol te kunnen verdedigen. Tot zolang blijf ik noodgedwongen aanmodderen met Ecuadoriaanse cebiche, Italiaanse tiramisu en, zoals vandaag, Griekse tzatziki....
De eedaflegging van een Brussels parlementslid met een hoofddoek, was ook in Frankrijk op de televisie belangrijk nieuws. Daar speelt het debat over het dragen van de boerka, nicaab en andere radicale sluiers op dit moment een belangrijke rol. Het dragen van te extreme lichaam-bedekkende kleding staat hier immers al lang ter discussie. In het openbare onderwijs is het dragen van een hoofddoek al geruime tijd verboden, en dit geldt in het openbaar onderwijs overigens voor alle uiterlijke religieuze tekenen. Op zich is deze keuze voor strikte neutraliteit erg begrijpelijk en rechtvaardig, en kadert deze in de opvattingen die men in Frankrijk over de lekenstaat heeft. Als alternatief is er het privéonderwijs, dat vaak Christelijke dan wel Katholieke kenmerken draagt, maar dat ook wel vrij duur is voor bijvoorbeeld Islamitische migranten uit meestal zeer bescheiden milieus.
Maar ik ben wel verplicht om ook na te denken over alternatieven. Is het een betere oplossing om Islamitische scholen op te richten, waar enkel nog gelijkgestemden les krijgen? Is dat niet wat men in bijvoorbeeld Nederland doet met scholen die opereren onder een streng gereformeerde onderwijskoepel? En wat is dan het verschil met een mogelijke Islamschool? En bestaat er in het Antwerpse geen school die opereert onder het Judaïsme? En waarom zijn die scholen dan wel of niet een goed idee? De idee dat iemand zijn godsdienst vrij moet kunnen beleven - of men van die godsdienst houdt of niet - is op zich, denk ik, een onaanvechtbaar principe. Maar waar liggen de grenzen van wat wij als samenleving nog kunnen absorberen, dan wel aanvaarden? Waar en wanneer wordt een godsdienst een onderdrukking en is er dan nog echt sprake van godsdienstvrijheid? En is het echt wel verstandig om ook voor deze godsdienst een onderwijsnetwerk op te richten dat de toch al moeilijke integratie nog meer zal belemmeren, en zelfs de meest bescheiden emancipatie van Islam-vrouwen allicht nog ingewikkelder zal maken?
Dat de druk vanuit het mannelijke deel van de Islamitische gemeenschap op de vrouwen groot is, is absoluut onaanvaardbaar en ook niet te ontkennen. Dat maatregelen moeten overwogen worden om deze chantage in te dijken, met de schamele middelen waarover de overheid op dat vlak beschikt, lijkt mij een rechtvaardige maar ook aartsmoeilijke opdracht. Het is echter mijn oprechte overtuiging dat het neutrale deel van onze samenleving de plicht heeft om bepaalde grenzen te stellen, en ook haar verantwoordelijkheid te nemen. Enkele honderden leerlingen hebben er onder aanvuring van een toch vrij radicale imam in Antwerpen mee gedreigd om hun meisjes vanaf 1 september niet meer naar school te sturen. Dat is erg schokkend en absoluut niet aanvaardbaar. In dat geval is het aan de overheid om met een actief debat en daarna een vervolgingsbeleid deze kinderen terug naar school te dwingen. Als dit het enige ware gezicht van de Islam zou zijn, zou ik er weinig moeite mee hebben om deze godsdienst uit onze samenleving te verdringen met alle mogelijke wettelijke middelen. Ik geloof echter absoluut niet dat dit het enige ware gezicht van de Islam is. Ik ben er ook van overtuigd dat - na een initiële protest-golf - de gemoederen wel weer zullen bedaren. Er is immers buiten de schoolpoort niemand die deze meisjes het recht ontzegt om zichzelf te zijn, ook als het over hun godsdienst gaat. En misschien moeten een aantal organisaties eens de hand in eigen boezem steken, en in plaats van met doorgedreven tolerantie, actiever durven door te redeneren over wat goed is voor mensen en wat onrechtvaardig. De gettovorming in bepaalde wijken is ook een sociaal onrecht, voor de onderdrukte vrouwen, maar ook voor de vele kansarme autochtonen die al zoveel moeilijkheden hebben om te overleven in een voor hen alsmaar ondoorzichtiger samenleving. In vele wijken in Frankrijk is de boerka een frequent deel van het dagelijkse leven, en ik kan best begrip opbrengen voor mensen die dat als bedreigend ervaren. Dat wij zullen moeten leren leven met de aanwezigheid van de Islam in onze samenleving lijkt me op zich normaal. Maar kan er bijvoorbeeld niet gewerkt worden aan een actiever spreidingsbeleid, en zou het voor de hele gemeenschap niet beter zijn om in het onderwijs een algemeen verbod op religieuze symbolen uit te vaardigen, zodat hierover geen discussie meer kan ontstaan? En zou het dan niet opbouwend en creatiever zijn om de mogelijkheid van Islamitische lessen in zowel openbaar als privéonderwijs te vergroten, en bijvoorbeeld tijdens Islamitische keuzelessen wél tijdelijk het dragen van hoofddoeken toe te staan? Ik zeg maar iets, het is maar een denkpiste.
Ik heb op deze pagina's wekenlang in de aanloop naar de verkiezingen de verdediging op me genomen van een beleid en discussie zonder haat en zonder de bittere anti-vreemdelingenpraatjes die je her en der de laatste tijd weer veelvuldig tegenkomt. Bij deze wil ik graag getuigen van het schrijnende conflict dat ik met één van mijn beste vrienden over dit onderwerp heb. Hij woont schuin tegenover het Atheneum in Antwerpen waar zich het huidige conflict afspeelt. We hebben allebei een groot gevoel van sympathie en solidariteit voor de zwakkere in de samenleving, we verschillen enkel in onze mening over de manier waarop en hoe we hun problemen zouden kunnen aanpakken. Ik ben oprecht van mening dat een hoofddoekenverbod een aanvaardbare en terechte keuze kan zijn. Toen ik mijn keuze probeerde uit te leggen was hij geschokt en wilde de komende tijd niet meer met me spreken. Beste vriend, je reactie heeft me natuurlijk gekwetst (en zeer diep)en al zeker omdat mijn eigen opkomen voor naastenliefde en de zwakkere steeds ook mijn eerste prioriteit is geweest. Bovendien liet je me aanvoelen dat er naast jouw manier van denken geen andere weg meer bestaat, dat ik als het ware niet meer op mijn eigen manier opbouwend over deze problematiek mag nadenken. Je zweeg lange minuten aan de telefoon en hing toen op. Je hebt niet echt naar me geluisterd. Als we niet meer mogen denken en discussieren zonder taboe's is het fout, en zeker als ook ik vanuit de naastenliefde probeer te vertrekken. Ik heb er een halve nacht van wakker gelegen, wat wellicht ook je bedoeling was. Maar ik hou nog steeds van je want je bent mijn dierbaarste vriend, en dat blijf je ook, want ik weet vanuit welke edele bedoelingen en groot hart je denkt, en daarom zie ik je ook graag. Maar ik zie al deze moslima's ook graag, beste vriend, en zelfs die vermaledijde moslimmannen met hun soms akelige mentaliteit. Het zijn ook voor mij mensen, en geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om het haatverhaal van de tweede wereldoorlog te herhalen. Of het nu in Frankrijk is of hier, laten we dat debat, in Godsnaam en in naam van de Medemenselijkheid, ten gronde en zonder taboes voeren. En mogen uitkomen waarvoor we staan.
Wanneer je naar een ander land gaat, verwacht je je uiteraard altijd wel aan producten die je niet kent, dat is een van de redenen dat het zo leuk en interessant is.
Ik besef dat het sommigen tegen de borst stuit, maar ik moet het zeggen: die gestolen parthenonfriezen komen mijn strot uit. Waren ze niet al gestolen, ze konden mij gestolen worden! U weet wellicht wel waarover ik het heb: de zogenaamde 'Elgin marbles', merkwaardig genoeg genoemd naar hun dief: de Earl of Elgin die als Brits vertegenwoordiger bij het Ottomaanse Rijk (die waren hier toen de baas) heelder stukken van het Parthenon en de Akropolis naar Engeland verscheepte en ze daar verkocht aan het British Museum. Dat ze onrechtmatig verwijderd werden, staat wel vast na een reeks internationale studies: ofwel was er helemaal geen toelating van de bevoegde Sultan, ofwel heeft de Earl of Elgin de grenzen van de toelating ruim overschreden.
Het British Museum is dus in het bezit van gestolen marmer van het Parthenon, en dat zorgt in Griekenland met geregelde tussenpozen voor een nationale psychose van jewelste, die nu, bij de opening van het nieuwe Akropolismuseum, weer naar grote hoogtes piekt. Volledige nieuwsuitzendingen, voorpagina's van kranten, met hoodfletters en termen als 'Schande' en 'Onrecht' in vele synoniemen. Het zou inderdaad ongetwijfeld fijn zijn als de friezen zouden terugkeren naar Griekenland, en het is inderdaad helemaal niet lief van die stoute Engelsen dat ze dat niet toelaten, maar die volledige, georchestreerde obessie met die friezen, dat is werkelijk te gek: experts die elkaar overtroeven in het uitroepen van het Nationale Verdriet, cameraploegen die elke toevallig voorbijslenterende toerist aanklampen om het gelijk van de Grieken te bevestigen, Griekse huisvrouwen die tranen in hun ogen krijgen bij het zien van de lege plaatsen in het museum, ik heb soms plaatsvervangende schaamte... En dan natuurlijk de obligate politici die grootsprakerig claims komen maken (in Griekenland tegenover Grieken), terwijl ik mij toch niet kan herinneren dat deze regering ernstige pogingen heeft ondernomen om de friezen terug te krijgen, laat staan dat onze gezellige dikkerd (premier Karamanlis) eens in het Engelse parlement zijn eis zou formuleren, waar iedereen zo dicht in je nek staat te hijgen, en 'yeah' en 'boo' roept bij elke zin... . Maar het is een liedje dat snel en zonder uitzondering aanslaat bij de Grieken: ER IS ONS ONRECHT AANGEDAAN! NIEMAND ZIET ONS GRAAG! Het hakt in op de Griekse ziel en het is een knopje waarop wanhopige politici graag drukken. Je kan je afvragen: wie gunt de huidige regering eigenlijk zo'n succes? zouden ze het zelf wel willen, want als ze die friezen terugkrijgen, moeten ze andere truukjes zoeken? en wie zou er nu zo'n kostbare museumstukken aan Kostas Karamanlis geven - die man is een omgekeerde Midas: alles wat hij aanraakt, gaat kapot...? En heeft het echt zoveel belang - de Grieken gaan het Parthenon niet heropbouwen, ze gaan die stukken toch ook gewoon in een museum zetten...?
Uiteindelijk zullen de friezen wel terugkomen, en dat zou enkel rechtvaardig zijn, maar nu ik eraan denk: ze zijn gestolen toen de Ottomanen hier de baas waren, al vele honderden jaren lang. Zijn ze dan niet eigenlijk gestolen van de Ottomanen, eerder dan van de Grieken? Misschien moeten de Turken ook maar eens een claim formuleren, en dan de friezen inruilen voor een eilandje of twee? Tegen dan zal ik de vlaggen maar eens wassen, en het volkslied opnieuw oefenen.
Ik vlieg binnenkort met mijn bijna vijfjarige Weense dochter nog eens naar België. Het uitdrukkelijke verzoek komt van haar. Niet slecht voor een vijfjarige... "papa, we moeten 'unbedingt' nog eens naar België."
Oké, denk ik dan, dat kost me nog eens een hoopje geld en dan heb ik het nog niet over alles wat we dan voor de familie vanuit Wenen willen meenemen, maar vooral over wat we vanuit Gent terug naar huis willen slepen. Een flesje Duvel kost in die ene winkel in de stad die het in de rekken heeft staan snel zo'n vijf Euro.
Maar goed, contact met het thuisland is belangrijk, lijfelijke aanwezigheid nog meer.
Toen mijn jongste dochter geboren werd, hebben we van de Oostenrijkse wettelijke vrijheid gebruik gemaakt om haar de familienaam van haar moeder te geven. Die is namelijk korter, klinkt vooral meer Oostenrijks dan 'Verschueren' en het was voor mij een overtuigde blijk van emancipatie om in dit verhaal mee te gaan. Want een leven lang je Vlaamse naam in het buitenland moeten spellen heeft iets wat vermeden moet worden als het kan. Het was wel even aanpassen en twee keer slikken, ook de stamboom ziet er wat anders uit maar ook daar leert een Vlaming mee leven. Voor mij draagt ze mijn naam, ook als dat officieel niet zo is, ik denk daar eigenlijk niet meer zo over na.
Omdat mijn dochter de dubbele nationaliteit heeft, heb ik de dag na haar geboorte voor haar een Europese reispas aangevraagd via onze ambassade in Wenen. Vriendelijke mensen, moet me van het hart. Daar hoort dan een foto bij (van een onherkenbare slapende baby) en dat document is duur maar vijf jaar geldig (geen kat die haar op de foto nog herkent na een paar weken), dus alles in orde. Zou je denken.
Check-in in Wenen Schwechat International Airport, SkyEurope, basisprijs voor de vlucht oké, maar met taksen en verzekering, toeslag voor bagage, buggy en keuze van zitplaats, uiteindelijk niets om mee te lachen, nog minder om over naar huis te schrijven.
Mijn dochter staat met verworven Vlaamse trots en aangeboren Oostenrijkse stoerheid aan de incheckbalie en overhandigt haar bordeaux paspoort en internet boeking, ze wil het zo dus ook dat laten we gebeuren.
"Is dat jouw papa?"
Ze kijkt me vertwijfeld aan, ik zie haar aarzelen hoewel we het genoeg geoefend hebben.
"Ja," zegt ze iets te traag naar de zin van de juf achter de balie.
"En u kunt dat bewijzen veronderstel ik?" Ze kijkt me streng recht in de ogen.
Ik voel me plots de ontvoerder van mijn eigen dochter. Krantenkoppen en achtervolgingen, vingerafdrukken en DNA-onderzoek, ik zie het alsof ik het zelf heb gepland. Ik heb er begrip voor, daar niet van, want er lopen inderdaad heel wat dubieuze mensen rond. Maar ik?
Hij was kort, maar hij was er. Die typische Robert de Niro blik met gespreide handen, zo van "hoe kunt u daaraan twijfelen?" Kort, maar genoeg om de incheckbaliejuf te laten vragen naar mijn bewijs van vaderschap. Toen ik naar mijn dochter wees, bleek dat voor de bediende onvoldoende bewijs.
Dan was die ontwapende Robert de Niro blik er weer "hoe kunt u daaraan twijfelen?" maar ze hield zich hardnekkig aan de procedure.
En toen vond ik het. Het in acht gevouwen bewijs van vaderschap, met alle stempels en handtekeningen die zo'n document blijkt nodig te hebben, achteraan in mijn Europees Paspoort, en het stemt de SkyEurope-juf onmiddellijk tevreden.
We mochten probleemloos door, boarding pass overhandigd.
Wat ze zeker niet gelezen heeft was de kleine tekst onderaan het document. Ik had het bij de aangifte van mijn dochter bij de burgerlijke stand ook bijna over het hoofd gezien. In het vak waar de lieve moeder van mijn dochter moet ondertekenen en bevestigen dat ik de vader ben, staat in een paar zinnen dat ze een jaar de tijd krijgt om het document te herroepen.
De moeder mag het vaderschap herroepen. De vader niet! Emancipatie heeft een prijs.
Een jaar tijd heeft de Oostenrijkse regering haar gegeven om te verklaren dat ze eraan twijfelt dan wel steevast weet dat de gedeclareerde vader de vader is of niet.
Er is geen vak voor mij. Ik kan niet terug naar de burgerlijke stand om te zeggen: "ik ben de vader niet" want dat is geen optie. De moeder weet toch beter dan wie ook, met wie er werd gestoeid rond de datum van de conceptie... dus... vaders moeten wachten. Een heel jaar lang. Een heel lang jaar.
Als we terug in Wenen zijn ga ik onmiddellijk naar de ambassade. Ik moet zo snel mogelijk mijn beide kinderen laten inschrijven in mijn reispas. Met bewijs van vaderschap uiteraard, anders sta je er als vader van kinderen die de naam van hun moeder dragen in Oostenrijk wat lullig bij.
Ik heb vandaag echter een antwoord gekregen van de Ambassade op mijn vraag wanneer ik kan langs komen. Ik mag altijd langskomen, maar niet om mijn kinderen in mijn reispas te laten opnemen want dat kan niet. Ik leef volgens het rechts-katholieke Oostenrijk immers in zonde ("samenwonend", dus ongehuwd), hoe mijn kinderen bestempeld worden wil ik zelfs niet weten. Ze dragen de familienaam van de moeder, volgens de Oostenrijkse wetgeving moet ik me mijn hele leven lang, telkens opnieuw, als vader van mijn kinderen legitimeren, met een vodje papier waarvan ondertussen gelukkig de datum van de herroeping van het vaderschap is verlopen. De lieve moeder van mijn kinderen schreef in het vak: "hij is de vader en daarmee uit!!!"
Roel Verschueren, Wenen 23 juni 2009
Het mooie aan ouder worden is,
dat als alles goed gaat,
je ook dat kunt overleven.
Roel Verschueren
(gelukkige verjaardag beste vriend)
Roel Verschueren, Wenen 22 juni 2009
Nog één nachtje slapen en dan: la verbena de San Juan! In de straten duiken overal houten stalletjes op waar vuurwerk verkocht wordt (vooral petardos – hoe meer lawaai hoe liever) dat tijdens de verbena afgeschoten zal worden om de slechte geesten af te schrikken en geluk voor de rest van het jaar af te dwingen. In de bakkerijen en supermarkten stapelen de ‘cocas’ zich op, een anijsgebak dat zeker niet mag ontbreken tijdens de verbena. De Nationale Lotterij kondigt een speciale San Juan-trekking aan en de jeugd slaat volop alcohol in om de langste nacht door te komen.
Volgens een nieuwe wet zou het vanaf dit jaar verboden zijn de nacht op het strand door te brengen, maar eerlijk gezegd zie ik niet in hoe de politie dat gaat afdwingen. Strand en San Juan horen nu eenmaal samen. Wie tijdens de langste nacht samen met zijn lief de zee in waadt, weet zich de eeuwige liefde verzekerd. Wie kan aan zo'n belofte weerstaan?
Y el tiempo acompaña: strakblauwe lucht en stralende zon en volgens het weerbericht geen verandering in zicht. Zaterdagmorgen kregen we even een onweertje op de kop, waarmee de broeierige hitte van de voorgaande dagen vervangen werd door een aangename zomerwarmte. Perfect dus. Het belooft een lange, lange nacht te worden...Gelukkig maar dat we de volgende dag niet hoeven te gaan werken en lekker thuis (of op het strand) van de feestelijkheden kunnen bekomen.
San Juan wordt niet in heel Spanje gevierd, naar ik begrepen heb is het vooral een Catalaans gebeuren (waarmee ik dan bedoel Catalunya, Baleares, Valencia).
Sinds de privatisering en opsplitsing van de Nederlandse Spoorwegen (NS) in een vervoersbedrijf (NS) en een spoorbeheerder (ProRail) met de introductie van concurrentie op regionale lijnen heeft de Nederlandse regering voor de voortdurende vervoerschaos gekozen. Weinig treinen rijden nog klokvast. De infrastructuurbeheerder maakt er een potje van. Wissel- en seinstoringen zijn aan de orde van de dag. “Met excuses voor het ongemak”, laat een ingeblikte stem dan van zich horen. Maar ook de vervoersmaatschappij NS gooit er met de pet naar. Het rijdend materieel wordt matig tot nauwelijks onderhouden of schoongemaakt. Bij gebrek aan voldoende reservetreinen worden soms oude bakken (“hondenkoppen”) van stal gehaald. En dan het managent. Dat heeft sinds de privatiseringen fors de eigen salarissen en bonussen verhoogd. Business as usual.
Wat doet de politiek nu in deze tijden van populistisch ongenoegen? Niets. Het parlement heeft sinds de privatiseringen niets meer te zeggen over de spoorwegen. Dus de parlementsleden houden hun mond en heeft daardoor meer tijd om elkaar in de haren te zitten over de zwaarwichtige vraag of de islam wel of niet een achterlijke godsdienst is. En de regering als toezichthouder in laatste instantie? Die toetst, zoals dat hier in ambtelijke taal heet, slechts marginaal of de contractanten wel volgens de spelregels opereren.
Maar welke spelregels dan? Bij voorbeeld dat machtsmisbruik uit den boze is. Want ProRail is natuurlijk een monopolist. De sporen moeten wel worden opengesteld voor derden, maar iedereen weet ook dat treinen elkaar op hetzelfde spoor niet kunnen inhalen en niet te hooi en te gras overal mogen stoppen op elk willekeurig station. Ondanks de concurrentie moet men om chaos te vermijden volgens het oude spoorboekje blijven rijden. Daar ontstond enige tijd geleden heisa rond toen NS aankondigde de dienstregeling om te gooien en treinen geen vaste tijden meer op te leggen. Stap maar in als een trein komt en wanneer de volgende komt willen we lekker niet weten. Deze ballon was goed voor een stevige opiniebeweging. De regering reageerde niet. Want die gaat niet over het spoorboekje.
Een andere spelregel is de prijsvorming. Concurrentie zou tot lagere vervoersprijzen en tot betere service moeten leiden. Dat is de fictie. Want sinds de liberalisering van het openbaar vervoer zijn de prijzen alleen maar gestegen. Uiteraard op basis van de inflatiecijfers. Maar nu is er wat nieuws aan de hand. ProRail verhoogt de prijzen voor het gebruik van de infrastructuur forser dan het gemiddelde inflatiecijfer met de mededeling dat allerlei investeringen moeten worden terugverdiend. Logisch toch? Toen dit jaar ProRail aankondigde dat de prijzen met 17 procent zouden stijgen en NS zich dan gedwongen zou zien om die extra uitgaven aan de reiziger door te betekenen, was de beer los. NS klopte aan bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Nu reageerde de regering wél. Dergelijke buitensporige tariefswijzigingen zijn uit den boze. En nog andere opmerkingen. Zoals de waarschuwing dat de NS een jaar van tevoren veranderingen in de dienstregeling moet aankondigen, in de spitsuren het personenvervoer voorrang moet geven aan het (veel lucratievere) goederenvervoer en regionale vervoerders meer faciliteiten moet gunnen.
Van terugdraaien van de privatiseringen is natuurlijk geen sprake. Ook hier weer verschuilt men zich achter de oekazes van “Brussel”. Het geloof in de concurrentie bij het spoor wil men niet afvallen. De remedie zou, aldus een rapport uitgebracht door de commissie-Sorgdrager, liggen in een nog verdere opsplitsing van NS, waarbij de exploitatie van al het onroerend goed in een apart bedrijf zou worden ondergebracht. Het is immers reeds lang bekend dat de grote Nederlandse stations inmiddels tot shopping malls met aanpalende kantorencomplexen en parkeergarages zijn omgebouwd. Hier wordt een alsmaar groeiende omzet met dito winsten geboekt. Treinen zijn er om tussen deze complexen te sporen, liefst zo goed mogelijk volgestouwd met kantoorpersoneel in de spits en met een winkelend publiek in de daluren. Een andere sociale functie heeft het spoor niet meer. Je neemt niet meer de trein om ergens op de Veluwe te gaan fietsen. Of ergens in de provincie bij de kleinkinderen langs te gaan.
Wie Griekenland een warm hart toedraagt of anderszins een beetje volgt, zal het niet ontgaan zijn:enkele decennia na de eerste voorzichtige plannen, is eergisteren dan uiteindelijk het nieuwe Akropolismuseum opengegaan. Gebouwd aan de voet van de Akropolis, werd het een monumentaal bouwwerk vol licht en moderne technologie, waar de historische collectie voluit tot haar recht zal komen. Op de Griekenlandblog van Bruno Tersago staan meer bijzonderheden. Vanbuiten ziet het er alvast prachtig uit, en ik sta al te popelen om het ook vanbinnen uitgebreid te bezoeken.
Er wordt verwacht dat het nieuwe museum ook een hoop citytrippers naar Athene zal brengen. We zouden het bijna vergeten met alle negatieve berichten over branden, binnenlands terrorisme, vervuiling, stakingen, relletjes, onmenselijke leefomstandigheden voor illegale immigranten en chemische moussaka, maar Athene is wel degelijk een fantastische bestemming voor een driedaage trip, of veel langer natuurlijk. De omgeving van het nieuwe museum is al enkele jaren opgeknapt, met een prachtige wandelweg achter de Akropolis door, tot in Thisseion, voor mooiere terrasjes zal je ver moeten reizen. Het voetgangersgedeelte loopt door via Monastiraki tot Plaka en het centrale Syntagmaplein, of je kan de andere kant op naar het 'Oostelijk' Athene van Omonia, Athinas, de Vleesmarkt en de gezellige chaos. De boetieks in Kolonaki moeten niet onderdoen voor om het even welke Europese grootstad, de metro is de mooiste waarin ik al ben geweest, en om te verkoelen kan je een treintje of taxi nemen tot in Pireus voor verse vis, Glyfada en Vouliagmeni voor de beste stranden en beach bars of de nieuwe Marina Flisvou in Paleo Faliro voor een hapje en drankje naast de nieuwste jachten. En 's avonds kan je uitgaan in Gazi en Rouf voor de trendy bars en tavernes, en overal met uitzicht op het verlichte paradepaardje Akropolis.
Uiteraard, when in Greece, do as the Greeks: doe je dingen in de voormiddag, neem uitgebreid de tijd om te lummelen en koffie te drinken, wind je niet op (zweet!), blijf 's middags binnen of ga naar het strand, maak nog een toertje in de vooravond en ga eten vanaf half tien. In de zomer overdag in Athene rondsjokken met een kaart is echt niet aan te raden - je blijft ze tegenkomen: roodaangelopen toeristen stijf van de stress en het ongemak (zweet, zweet, zweet, en een paar muggen, en smeltende voeten door de botinnen met kousen), op zoek naar verse moussaka in de plaka (wat vermoedelijk tot nieuwe ongemakken leidt). Een beetje alertheid is natuurlijk geboden. Je kan een geweldige citytrip maken in Athene, maar die man in de witte gilet die zo vriendelijk zegt dat de Akropolisverlichting er is 'especially for you and your beautiful lady', die man is vermoedelijk niet te vertrouwen! Doorlopen!
De 79-jarige José Ribamar Ferreira de Araújo Costa, beter gekend als ex-president José Sarney, krijgt sinds hij senaatsvoorzitter werd, de ene opdoffer na de andere te verwerken. Het regent gewoon schandalen. Het begon allemaal enkele maanden geleden toen uitlekte dat de Braziliaanse senaat wel erg gul was met het uitdelen van directeurs postjes. Een recenter rapport spreekt over meer dan 500 zogenaamde "atos secretos" (geheime maatregelen) die genomen werden om vriendjes en/of familieleden aan een baantje te helpen, om banen te scheppen, om salarissen te verhogen of zelfs om de limieten voor overuren van medewerkers te schrappen. Sarney verdedigde zich deze week in een toespraak van een halfuur waarin hij stelde dat de crisis niet de zijne is, maar wel die van de senaat. Duidelijk geëmotioneerd stelde hij ook dat zijn naam gedurende zijn 60-jarige politieke carrière nooit betrokken werd in een schandaal en verwees, al even geëmotioneerd, naar de ziekte van zijn dochter Roseana Sarney (gouverneur van de staat Maranhão) die net geopereerd werd voor een hersenletsel (met gunstige afloop). Allemaal boter aan de galg.
Oud-president en huidige senaatsvoorzitter José Sarney met dochter Roseana.
Foto: José Cruz/ABr (Creative Commons Licence)
Columnist Ricardo Noblat van de krant O Globo pakte uit op zijn blog met het verhaal van senatrice Serys Slhessarenko (PT) die in haar kabinet een medewerkster op de loonlijst heeft met een salaris van R$ 12.000/maand (ongeveer 4.500 euro). Niet zo ongewoon, ware het niet dat Solange Amorelli (de medewerkster in kwestie) al twee jaar in de USA woont na haar huwelijk met een directeur van de Wereldbank, meer bepaald in Bethesda (Washington). De dame blijft wel keurig haar salaris opstrijken, inclusief overuren. En de krant Estado de São Paulo kwam met een bezwarend verhaal over Roseana Sarney. De senaat betaalt maandelijks een salaris van (eveneens) R$ 12.000 aan een man van 51 die als butler werkt in de persoonlijke residentie van Roseana in de hoofdstad Brasília. Hiermee werd José Sarney nog wat meer onder druk gezet en kon hij niet anders dan nieuwe maatregelen nemen. Gisteren kondigde hij tijdens een persconferentie de oprichting aan van een nieuwe "Comissão de Sindicância" aan die een onderzoek moeten uitvoeren naar alle "atos secretos". De eerste comissão de sindicância werd al opgericht in mei, na het uitlekken van de vele postjes als directeur, allemaal betaald met overheidsgeld. Die commissie is zo goed als klaar met een rapport dat deze week zal ingediend worden. Sarney werd deze week wel verdedigd door president Lula die zei dat hij (Sarney) niet als een gewone burger mag behandeld worden en dat er maar eens een einde moest komen aan al die "onthullingen" die hij bestempelde als "denuncismo". Hoe dan ook, corruptie en nepotisme blijft een oud zeer in dit land. Zo lang de gewone burger echter blijft meedoen en bij de eerste de beste verkeerscontrole uit gemakzucht de voorkeur geeft aan wat "zakgeld" boven een normale boete wegens een of andere onregelmatigheid, zie ik dat nog niet meteen veranderen.
Speranza's wortels liggen in Servië. Er is ook een snuifje Roemenië, en Moldavië zit zeker ook in haar bloed. Dat wordt onmiddellijk duidelijk als je twee minuten met haar praat.
Duits ligt haar nog altijd moeilijk, misschien niet alleen omwille van de complexiteit van de taal.
Haar zoon en dochter zijn sinds lang officieel Oostenrijkse burgers met alle toeters en bellen die de staat daarvoor verlangt. Haar zoon werkt in een bedrijf waarin geen Oostenrijkse arbeider nog wilt werken, haar schoondochter is verpleegster, in een van de vele hospitalen waar families hun te oude ouders of grootouders laten verplegen, kwestie van even op te ruimen en thuis rust te brengen.
Oostenrijk heeft altijd dringend nood gehad aan buitenlandse zorgverleners, die de alsmaar ouder wordende bevolking met evenveel liefde begeleiden in hun oude dag. Die hen professioneel maar menselijk terzijde staan naar het onvermijdelijke einde.
En Serviërs, Roemenen, Slovenen, Kosovaren hebben daar minder problemen mee dan de Oostenrijkse verplegers zelf, want ze hebben er alles voor over om in ruil voor de echte warmte en genegenheid die ze geven, voldoende betaald te worden zodat ze een permanente verblijfsvergunning kunnen krijgen en Oostenrijks staatsburger kunnen worden.
Speranza is in Oostenrijk met een toeristenvisum dat al een paar keer werd vernieuwd. Haar dochter woont immers in Wenen, samen met haar schoonzoon en die stellen het werkelijk goed. Dus even bezoeken mag.
Om te mogen blijven moet Speranza echter bewijzen dat ze sinds een aanvaardbare periode 2.000 Euro per maand verdient. Alleen zo komt ze in aanmerking voor familievereniging en dus Oostenrijks staatsburgerschap.
Hallo?
Ze moet met een toeristenvisum bewijzen dat ze genoeg verdient om de Oostenrijkse staat niet ten laste te zijn? Ze kàn met een toeristenvisum niet anders dan in het zwart werken. En ze moet 12,50 Euro per uur verdienen om 2.000 Euro per maand bijeen te rapen als ze veertig uur per week werkt. Geen Wener echter die meer dan 8 Euro per uur zal betalen, en dan bijna uitsluitend zwart.
Minister Maria Fekter (ÖVP - Christen-democraten) is de vrouw die met het asielbeleid gaat slapen. En er spijtig genoeg ook af en toe mee opstaat. Ze is ervoor verantwoordelijk hoe Oostenrijk met buitenlanders omgaat, met mensen die hier werk komen zoeken, familie vervoegen, een leven willen opbouwen.
En deze vrouw gaat over lijken. Dat is niet alleen te wijten aan haar hoog gehalte alfa-mannetjes-trekken, ze moet - voor welke reden dan ook - dermate overtuigd zijn dat ze de Oostenrijkers en haar land moet beschermen, anders zou ze deze absurde regels niet in leven houden. En ze gaat nog elke dag verder met ze strenger te maken.
Want wat ze niet weet is dat Speranza zich geen acht maar natuurlijk zestien uur per dag uit de naad werkt, voor acht Euro per uur, en daardoor meer verdient dan ze officieel nodig heeft om aan de inkomensgrens te voldoen waardoor ze in aanmerking komt voor staatsburgerschap.
Ware het niet dat Speranza dat MOET in het zwart verdienen omdat ze op een toeristenvisum leeft en daardoor geen officiële vaste baan kan krijgen, en meer dan de helft van haar inkomen naar haar achtergebleven familie in Servië stuurt. Terwijl haar illegaal in Oostenrijk verblijvende man elke morgen om zes uur aan de Brico staat in afwachting dat iemand hem voor een paar uur een miezerige job geeft.
Mensen gebruiken als het land die mensen absoluut nodig heeft, dat gaat de Oostenrijkers goed af. Maar dat noem ik eerder misbruiken. Mensen echter aanbieden zich te integreren als andere familieleden zich al geïntegreerd hebben, en toelaten dat ze zich uit de naad werken om de achtergebleven familie te onderhouden valt de staat zeer moeilijk. En dit is niet alleen een Oostenrijks probleem.
Maar hoe ziet Europa er uit met politici zoals Fekter? Als het meest ongastvrije, rigide, inflexibele en xenofoob clubje van egocentrische navelstaarders van staten die men zich kan voorstellen. En dat is in België niet anders dan in Oostenrijk.
Dat zijn de momenten waarop ik me diep schaam en vastgeroeste politici zonder hart verwens.
Want Minister Fekter vergeet dat als haar moeder of zij zelf oud en ziek zullen zijn, mensen zoals Speranza haar zullen verzorgen. En niemand anders. Want de minister voor asielbeleid en immigratie, gezondheidszorg of economie, justitie of onderwijs, zal bezig zijn te debatteren over hoe ze in Oostenrijk alle Speranza's kunnen buiten houden.
Ik woon in een nieuw land, waar de problemen zijn zoals ze zijn, maar waar het stilaan tijd wordt om de Dirndl-kleedjes-mentaliteit wat bij te stellen en de Lederhosen te laten zakken. Want de veronderstelde "Gemütlichkeit" waar vele Vlamingen zo op gesteld zijn tijdens hun weekje skiën in de Alpen, bedekt massief de existentiële vragen waar deze halve Duitsers liever feestelijk en theatraal omheen walsen.
Maar er is wat hoop, een sprankel licht op het einde van de tunnel. Gisterenavond verzamelden zich zowat 4000 mensen, meestal jongeren, rond het parlement in Wenen en vormden een 'lichtketting' voor meer respect, burgerlijke moed en menswaardigheid. Alles georganiseerd door twee studentinnen via het internet. "We staan hier omdat er grenzen moeten worden gesteld. Omdat haat, discriminatie en sociale uitsluiting niet als normaal mag worden beschouwd. Omdat het ons collectief ontbreekt aan een correcte houding tegen rechts-extremisme en neonazisme."
Er is altijd een sprankel hoop, misschien ook voor Speranza. Maar dan moet het wel zeer snel gaan want ze moet op 20 juni het land verlaten. De politici moet keihard een geweten worden geschopt.
Roel Verschueren, Wenen 19 juni 2009
Brazilië staat niet bepaald bekend voor de uitstekende staat van zijn wegennet. In Mato Grosso of Amazonas kan men nog natuurlijke redenen aanhalen waarom de wegen er niet als een biljartlaken bijliggen. In dichter bevolkte gebieden is het echter niet de natuur die stokken in de wielen steekt, maar gewoon het gebrekkig onderhoud. De meeste municípios of federale wegen krijgen zo nu en dan een operatie “Tapa Buraco” behandeling, en daar houdt het dan weer mee op. Tapa buraco wil zoveel zeggen als gaten vullen. En aan gaten ontbreekt het niet, tot grote ergernis van de bestuurders. Brazilianen zijn echter een creatief volkje en hebben zo hun eigen gevoel voor humor. Het was een “borracheiro” (banden hersteller) uit Rio de Janeiro die op het idee kwam een pop te maken. Hij gaf die pop een naam: João Buracão. Ter verduidelijking: buraco betekent gat, buração is een groot gat. Die pop plaatste hij in een stoeltje, vlak voor een enorm gat in het asfalt van zijn straat, en stopte hem een hengel in de hand waarmee João kon vissen in de plas, gevormd door het regenwater. De actie trok de aandacht van de pers en de krant Extra (O Globo) adopteerde João Buracão die vanaf toen regelmatig gefotografeerd werd in zowat elke straat van de cidade maravilhosa, ontsierd door een of ander gat in het asfalt.
De overheid kon niet anders dan toegeven en stilaan werd hier en daar al snel begonnen met herstellingswerken, zo gauw João weer eens grijnzend te zien was in de krant. De actie kende succes en breidde zich stilaan uit over Brazilië. Er kwam een Zé do Lixo (José Afval), een Zé Vergonha (José Schande) en een Buraconildo, een afgeleide persoonsnaam van het woord buraco. Het kwam zelfs zover dat burgemeesters zich lieten fotograferen naast de pop, met uiteraard de belofte dat de gesignaleerde gaten in hun gemeente meteen zouden hersteld worden. Sommige Brazilianen maken er nu een sport van om naar het grootste gat te zoeken. In Duque de Caxias (Rio de Janeiro) werd er eentje gevonden van 4,74 m op 4,70 m met een diepte van 30 cm, een heus zwembad. In Rio de Janeiro werd er een funknummer opgedragen aan de gatenjager (zie video hieronder). Men zegt dat “João Buraco, o caçador de crateras” het pas zal opgeven als het laatste gat van Brazilië gedicht werd. Zijn pensionering ligt nog ver in de toekomst.
Ik ga ervan uit dat kinderen grootbrengen altijd zowat in het ijle gebeurt. Maar in een ander land is het echt wel een beetje dobberen op de oceaan, zonder herkenningspunten, zonder ankerplaatsen.
Zelf heb ik een jeugd gehad waarvan ik vermoed dat ze eerder typisch is: dorpsschool naast de kerk, fiets (met buis) voor de Eerste Communie, stereo ('radiocassetterecorder'!) voor de Plechtige Communie, zondagmiddag naar de scouts, 22 jaar lang, voetballen in het naburig dorp (vaal groen-wit), jongenscollege (roken in de toiletten), een kus tussen de rekken van de dorpsbibliotheek, een eerste fuif (volksdansfuif bij de chiro!), op kot, studeren, diploma, job. Zo ging dat ook bij mijn vrienden, zo ging dat ook bij mijn ouders, en zo lijkt het ook te gaan bij de nieuwe generaties. Ik vermoed dat vele ouders zelfs bewust die orde in stand houden, want het biedt een fantastische houvast: je kinderen aanbieden wat je zelf leuk vond, dat geeft zekerheid. Het is herkenbaar, het is 'zeker niet slecht'.
Maar dat hele referentiekader valt weg als je in het buitenland woont. Hier geen communies, geen colleges, weinig verenigingsleven, geen scouts, geen volksdansfuiven in de parochiezaal, zeker geen fietsen, weinig boeken, weinig bibliotheken... het is allemaal anders, en de totale vertwijfeling bij het opvoeden van mijn twee belgo-helleentjes slaat dan ook vaak toe. Maar soms, dan krijg ik ook hier een heldere flashback en word ik teruggeslingerd naar mijn kindertijd. En niet enkel bij het zien van de vele Datsuns en Nissan Sunny's die hier nog loodhoudend rondrijden. Het overkomt mij ook steeds bij de berichtgeving rond de Asopos-rivier. De Asopos is een rivier die vanuit Centraal-Griekenland de Attica-regio binnenkomt, en uiteindelijk nog maar voor een klein gedeelte uit water bestaat; al de rest is Chromium 6 en andere giftige rommel. Een honderdtal bedrijven uit de chemische en aluminiumindustrie loost er al jarenlang ongestoord hun afval recht in de rivier, die enkel nog een stinkende, zwart-purperen dikke brij is. De kankerpercentages in de regio swingen de pan uit, het 'drinkwater' is niet te drinken. Als u 'Asopos' googelt kan u alle details vinden. Erin Brockovich zelve (u wellicht bekend van de film met Julia Roberts) heeft er zich mee beziggehouden (link hier), net als het Europees Parlement.
Maar al die berichten slingeren mij dus terug in de tijd, naar onze jaarlijkse familievakanties in Oostduinkerke (was het toen echt altijd mooi weer? bestaan die windzeilen nog, die je met van die grote houten hamers in het strand moest rammen?). Tijdens die vakanties gingen we ook altijd op fietstocht in het achterland van de kust: tot in Diksmuide, Veurne (babelutten!) en het hele gebied rond de Ijzer, maar ook, en het waarom heb ik nog steeds niet kunnen achterhalen, langs de Wulpenvaart. Die Wulpenvaart loopt, als ik mij niet vergis, tussen Nieuwpoort en Veurne en loopt enkele kilometers achter Oostduinkerke door. En het was een echte smeerboel: het water was troebel, zwart, met blaasjes en brokken, en de vaart stonk tot honderden meters verder, een afgrijselijke, braakopwekkende stank - zelfs terwijl ik dit schrijf kan ik de Wulpenvaart nog ruiken. En daar fietsten wij dan langs.
Ik weet niet wat de Wulpenvaart zo vervuilde, maar een korte zoektocht op het internet leert me dat er nu vlottentochten en viswedstrijden georganiseerd worden (link hier en hier). Ik veronderstel dus dat de Wulpenvaart, net als zoveel andere waterlopen in Vlaanderen, nu veel properder is, dankzij de strengere milieuwetgeving en de betere controles. Er is dus misschien zelfs voor de Asopos nog hoop?
Maar laat ik daar eerst maar eens gaan fietsen met mijn kinderen. Met monddoekje. En dan babelutten, of een ijsje van Dodoni.
‘Het ergste van de crisis hebben we achter de rug’, aldus Zapatero. Op mijn werk is daar althans nog niet veel van te merken: we zitten in het topseizoen voor ons marktsegment, maar de telefoons blijven opvallend stil en als er al wat besteld wordt gaat het om wisselstukken en accessoires, niet om grote apparatuur. Iedereen zit hier al het hele jaar op eieren omdat aanhoudend gedreigd wordt met personeelsinkrimping. En we zijn zeker niet het enige bedrijf noch het enige marktsegment dat getroffen is door de crisis. In mijn vriendenkring zitten velen thuis zonder werk of met loonsvermindering omdat de extra uren afgeschaft zijn, zoals onder meer het geval is van mijn echtgenoot. Anderen zijn aan het werk maar zijn al een paar maanden niet uitbetaald. In Ecuatoriaanse kringen wordt ernstig overwogen huiswaarts te keren onder het motto: para pasarlo mal, mejor pasarlo mal en tu propia casa.
Laten we hopen dat Zapatero het bij het rechte eind heeft. Om de grootste gaatjes te dichten heeft hij begin van de week de belastingen op sigaretten en brandstof verhoogd. De diesel komt daarmee weer op bijna 1€ te staan en het dagelijkse pendelen wordt weer een stuk duurder. Roken doe ik gelukkig niet. Goed nieuws evenwel: in de maand mei zouden de prijzen in de restaurants gezakt zijn. Niet dat ik daarvan veel merk, want geld om op restaurant te gaan schoot er zowiezo niet meer over.
Ik weet nu hoe het komt.
Het heeft me lang bezig gehouden en ik heb er nog langer over nagedacht, maar het gaat uiteindelijk over "verstand op nul en blik op oneindig".
Oostenrijk ligt ingesloten door acht landen.
Oké, hoor ik u zeggen... en dan?
Wel, water is geen land. En ik wil het over water hebben.
Aan de Belgische kust ligt geen grens, voelt een mens zich niet ingesloten. En dat is nog peanuts in vergelijking met het noorden, westen en zuiden van Frankrijk, zelfs Duitsland en vooral Spanje en Portugal, Italië en Griekenland kennen dat machtige gevoel van onbegrensd kijken. Oningeslotenheid. Ze hebben minder buurman en meer open blik. Op oneindig.
Voor de Oostenrijkers ligt dat toch wel even anders. En het bepaalt volgens mij in grote mate hun mentaliteit. Als je zoveel landen om je heen hebt, ontstaat misschien de neiging tot xenofobie? Hoe diep geworteld ligt de angst om op een frisse morgen op te staan en acht andere volkeren voor je deur te zien staan? Met die dreiging kan een Oostenrijker niet om, zelfs als hij weet dat dit niet zal gebeuren... het kan gebeuren en dat is voor mijn nieuwe landgenoten genoeg om nog meer de beslotenheid van hun eigen huis, dorp of gemeenschap op te zoeken. Nog meer in zichzelf gekeerd naar de rest van de wereld te kijken die ze eigenlijk niet willen zien.
Als je geen zee hebt, dan noem je een meertje een See en kijk je van de ene oever naar de andere oever. Verder gaat niet, hoe mooi de begrensde blik ook mag zijn.
Ze kijken altijd wel ergens tegenaan, of tegenop. En dat klink letterlijk maar heeft een hoog figuurlijk gehalte. Een massieve berg in de Alpen denk je niet zo maar even weg. En als ze dan al helemaal boven op de top staan zien ze alleen maar dal. Vooral veel dal. Voor lucht moeten ze altijd naar omhoog kijken. Weet je wat zoiets met een mens doet? Niet horizontaal naar oneindig kunnen kijken? Dan loop je constant met je neus naar de hemel gericht. Je zou voor minder in therapie of naar de kerk gaan.
Ik ben wel zeker dat mocht een Tiroler aan de Franse Rivièra of de Atlantische Oceaan wonen, hem het pijnlijke jodelen binnen de dag vergaat. Er valt niets meer om naar of tegen te jodelen, er komt geen echo meer.
Moeten leven met je eigen echo, dag in dag uit, dat heeft toch iets beangstigend?
Dus bij gebrek aan "blik op oneindig", zetten ze hun verstand op nul.
Want wie wil nog ergens over nadenken als je daarvoor de ruimte niet hebt?
Ik wens de Oostenrijkers een echte zee, met hoge golven en veel wind. Kwestie van eens goed uit te waaien en met een frisse neus naar de wereld te kijken...
Roel Verschueren, Wenen 17 juni 2009
Elders in de krant werd al uitgebreid aandacht besteed aan de dood van deze icoon van het zogenaamde 'meubeltoerisme'. Ik wil graag, samen met mijn al jaren overleden grootvader 'pit', zoals we hem noemden, die afkomstig was van vlakbij Hulst en het beruchte Morres, uit het grensplaatsje Sint Jansteen met name, een nostalgische blik werpen naar de jaren zestig, toen ik nog als kleine jongen ging logeren bij mijn grootvader die een echte figuur was in dat dorp. Wij gingen er niet enkel graag logeren omdat we dan naar de schitterende kinderprogramma's van de Nederlandse televisie konden kijken, genre Swiebertje en later de Fabeltjeskrant, of Dorus waarvan hij enkele platen bezat, maar ook omdat we dan met de voeten in de fietszakken met hem meemochten achterop naar Hulst om een pakje friet of een ijsje te krijgen, en een stukje speelgoed, een niemendalletje, in de toen ook nog bescheiden Hema. Soms ging het met de fiets, soms ook met de legendarische Solex waarvan ik me het geruststellende geluid herinner. In die tijd was Morres nog een piepklein meubelwinkeltje aan een pleintje in het centrum van Hulst. Ik zie en voel me nog langs die lange dorpsstraat en langs de typische rijen populieren en kleurige nette straten met Zeeuwse huisjes met gebroken zadeldaken naar het mythische Hulst rijden door een landschap dat na de verschrikkelijk lelijke rotzooi van het Belgische Waasland een ware verademing was. Toen al voelde ik een zekere weerzin tegen dit wanstaltige België waarvan ik pas door op te groeien in Antwerpen langzaam genas. Pit nam ons ook mee naar al die mooie plekken langs de Oosterschelde. Op de oude boekenplanken boven de bedden van mijn tantes waarin we logeerden, stonden nog de boeken met grote verhalen over de overstromingsramp van 53 die we onder de dekens met een zaklamp stiekem met rode oortjes lazen. Overdag kwam de oudste tante vaak bij de ouders stofzuigen en het huis opruimen terwijl ze op een schattig groen designradiootje uit de jaren zestig naar Radio Veronica en Radio Noordzee luisterde. Land van Maas en Waal, die tijd. Maar hij reed met ons tot aan de overzetboot naar Perkpolder en een enkele keer reden we tot aan zee. Morres stond bij ons niet altijd bekend als de meest hippe meubelzaak. Bij oude mensen had je in die streken nog zo'n typisch vloerkleed dat de tafel sierde in plaats van een tafelkleed. En de rest van de stijl was navenant: veel oubollige gedraaide tafelpoten en dito zetels in lelijke pluche tinten, met stevige robuuste onderstellen. Morres was vooral erg populair bij dat wat oudere conservatieve cliënteel. Maar toen de magazijnen tussen Sint Jansteen en Hulst werden gebouwd, kwam er steeds meer concurrentie van jongere concepten als Ikea. Naar zo'n hippe spulletjes was het gedurende jaren bij Morres zoeken met een vergrootglas. Heel langzaam kregen ze ook de nieuwe dingetjes in de aanbieding. Een grote meubelzaak ergens tussen Antwerpen en Hulst in speelde al heel wat beter op die vernieuwing in. Ik ben er zeker van dat die met de jaren Morres heel wat clienteel hebben gekost. Een aantal jaren geleden werkten bij Morres nog meer dan 600 mensen, de laatste jaren waren dat er nog een 150tal. Was Morres uiteindelijk het slachtoffer van een erg lokale visie op meubels die niet meer aansloot bij de moderne tijd? Er was altijd al een enorme kloof tussen de trends in Zeeland, het Waasland en het trendy Antwerpen. Morres was echt iets 'van over het water', zoals men in Antwerpen wel eens spottend zei, terwijl men ons vanuit Sint Jansteen in Antwerpen beschouwde als pretentieuze gasten van 'het stad'. Die kloof speelde zelfs een beetje in de familie. Maar ik denk nog met plezier terug aan de logeerpartijen op het 'Steen', zoals Sint Jansteen werd genoemd, en aan de smokkeltochten naar de winkels in Hulst om 'echte Hollandse boter' en om vooral het hier toen nog vrij onbekende 'pindakaas' op te kop te tikken. Smokkeltochten die soms echt spannend waren, wanneer er stevig werd gecontroleerd. We piesten als kinderen soms haast in ons broek van de schrik, een sfeertje dat mijn vader met veel zin voor avontuur op de spits wist te drijven. En nog dit nostaligisch beeld uit de jaren zestig van wanneer we over de lange expresweg terug naar Antwerpen reden: mijn vader had in de auto altijd zijn mondharmonica bij en terwijl we in de verte de grote vlammen van de haven zagen naderen, speelde hij, één hand aan het stuur, bekende liedjes die we als kinderen allemaal meezongen. Waar zie je dat nog? Morres was honderd jaar oud, en soms denk ik wel eens dat ik zelf nog veel ouder ben. Maar vroeg of laat verdwijnt alles...en ligt het altijd aan de crisis?
Eindelijk nog eens reden voor de Franse linkerzijde om zich te verheugen. Zonet heeft Manuel Valls zich in het journaal van France 2 eindelijk kandidaat gesteld voor de volgende presidentsverkiezingen. Ik heb die man al jaren in de gaten, en zijn toch ook linkse discours is het eerste verfrissende geluid sedert eeuwen aan de Franse linkerzijde. Hij heeft roots ergens in de buurt van het Spaanse Barcelona, maar Manuel Valls is de eerste socialist die eindelijk de dingen zegt waarop heel links Frankrijk al jaren en jaren zit te wachten. Hij wordt niet voor niets de socialistische Sarkozy genoemd, en zou wel eens een sterk geluid kunnen betekenen in de strijd tegen Sarko, die in de laatste opiniepeilingen overigens wel terrein heeft weten terug te winnen. Valls durft eindelijk de moeilijke kwesties aansnijden die ter linkerzijde al jaren het debat vergiftigen, durft bijvoorbeeld open en bloot een lans breken voor de ondernemingen en hun kracht en meerwaarde voor de economie, en dat op een ondubbelzinnige en intelligente wijze. Hij laat er daarbij ook geen twijfel over bestaan dat het vechten voor gezonde ondernemingen ook een sociaal belang van de eerste orde is. Hij gelooft ook dat hoe Frankrijk omgaat met immigratie een ware sociale schande is, waarvan vaak vooral de kleine man de dupe is. Ook de timing van Manuel Valls is natuurlijk perfect. Meteen na de desastreuze verkiezingsuitslag waarbij de PS werd gereduceerd tot de risée van de Europese socialistische partijen, en de verdeeldheid waarmee niemand echt raad weet in die partij, bestond er een levensgroot machtsvacuum. Hoe groot dat vacuum was, werd bewezen door het succes van de ecologische partijen en een linkse (Trotskistische) groupuscule rond babyface en dameslieveling, en ex-postbode, Olivier Besancenot. Al jaren was Valls stilletjes aan de weg aan 't timmeren, en elke interview met hem was een verademing in het politiek-correcte geleuter tussen en bij traditioneel links. De analyses die overal in Europa over veel socialistische partijen werden gemaakt, en die er vaak op neer kwamen dat links de voeling met zijn eigen achterban aan het verliezen was, maakte Valls ook heel helder en verfrissend. En wat erger is: het socialisme was ook zijn visie op de moderne wereld stilaan aan het verliezen. Vandaag zou ik ongetwijfeld in Frankrijk voor de door velen zo verfoeide Sarkozy stemmen, maar Valls zou mij wel eens kunnen overtuigen dat net hij beschikt over die lucide en interessante kijk op de toekomst van Frankrijk en Europa. Dat alleen is al een revolutie: dat ik dat vandaag terug opnieuw durf overwegen. Nog even de kat uit de boom kijken, maar zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd had.
Als expat in Brazilië zit je niet bepaald te wachten op uitingen van racisme die zeventig jaar geleden gemeengoed waren in Duitsland. De nieuwsberichten van de jongste maanden over Braziliaanse groepen neonazi's rijmen niet echt met de kleurrijke bevolking van dit land waar er eerder sprake is van een sociaal racisme, niet zozeer haat tegen ras of huidskleur. Maar ze bestaan, de skinheads en punks die dwepen met Hitler en soortgenoten, inclusief alle rituelen die gepaard gaan met de ideologie van het "herrenvolk". Het kan echter nog gekker. Ricardo Barollo (34), een economist uit São Paulo werd ervan beschuldigd de aanstoker te zijn van de moord op het jonge koppel Bernardo Dayrell en Renata Waechter. Motief: een machtstrijd omwille van de leiding van een groep neonazi's. De misdaad leidde tot de ontdekking van een plan tot de oprichting van een nieuw land dat "Neuland" zou gedoopt worden. Barollo en Dayrell waren de leiders van een van de belangrijkste groepen neonazi's van Brazilië, met vertakkingen naar het buitenland. Zij besloten dat het blanke ras met uitroeiing bedreigd werd, en daarvoor moest er een einde gemaakt worden aan rassenvermenging. Neuland zou het nieuwe land worden met een extreem rechtse ideologie, gelijkaardig aan die van Adolf Hitler in de jaren dertig. De groep zou eerst São Paulo veroveren, daarna de meest zuidelijke staten van Brazilië. Alsof dit niet volstond, bestonden er plannen om nadien 22 Europese landen in te nemen. Barollo zou de president worden van Neuland. Zelfs zijn salaris werd vooraf bepaald en opgenomen in de plannen. De nationale feestdag van Neuland zou gevierd worden op 18 juli, Barollo's verjaardag. De nationale vlag, het aantal ministers, wetten, bedrijven en de belangrijkste postjes waren al bepaald.
Het onafhankelijke tijdschrift Istoé wijdde een uitgebreid artikel aan de "Nazistas Brasileiros" waarin de activiteiten, plannen en netwerken van het racistische volkje netjes uit de doeken gedaan werden. Er zouden in totaal 350 mensen betrokken zijn, afkomstig uit de staten Distríto Federal, Goiás, Minas Gerais, Paraná, Santa Catarina, São Paulo en Rio Grande do Sul. De organisatie is verdeeld in verschillende cellen: propaganda, politiek en paramilitair. De communicatie verloopt hoofdzakelijk via het internet. Om toegelaten te worden tot de groep moest er een proef afgelegd worden met dertig vragen. Een van die vragen luidde: wat is de waarheid over dat wat "Holocaust" genoemd wordt? Ontmoetingen gebeurden in het geheim, de locatie werd pas enkele uren vooraf medegedeeld aan de deelnemers die een eed van trouw moesten afleggen. De groep zou connecties hebben met neonazi's in Engeland, Frankrijk, Argentinië en Chili.
Na de moord op het jonge koppel greep de politie in en naast een aantal arrestaties werd er ook veel nazi-materiaal in beslag genomen, alsook wapentuig. Het hele gedoe krijgt niet zoveel weerklank in de Braziliaanse pers, ook al omdat het om een zeer beperkt clubje gaat, in verhouding met een bevolking van meer dan 190 miljoen Brazilianen waarvan een flink deel niet eens weet wie Adolf Hitler was, of wat het woord Holocaust betekent. Maar het blijft een bijzonder onfrisse zaak, iets wat je niet meteen verwacht in het land van samba, voetbal en een opgewekt & kleurrijk volkje, tenzij je concludeert dat het om afstammelingen gaat van de nazi's die destijds naar Zuid-Amerika gevlucht zijn. Er blijft wel zoiets hangen van: ach, die idiote skinheads neemt toch niemand ernstig. Barollo was echter geen skinhead, maar wel een welopgevoede werknemer van het gerespecteerde bedrijf Camargo Corrêa met een salaris van meer dan R$ 8.000/maand (bijna 3.000 euro) en wonend in een luxe appartement in de betere wijk Moema (São Paulo). Op zijn persoonlijke pagina op het internet plaatste iemand de volgende boodschap: "Idiot, ich habe dir gesagt, mach es nicht. Jetz bist du in alle Zeitungen..."
Het rapport van het Europees milieu agentschap over de kwaliteit van het water aan de kusten is uitgekomen en heeft België in diepe rouw en vuile voeten gedompeld. Slechts 15% van de gemeten kustplaatsen beantwoordt aan de gewenste norm. Het gaat hier over 40 gemeten plaatsen van onze 65 km kust. Dat komt natuurlijk omdat bij mooi weer gans België op dat kleine strookje kust de voeten gaat wassen en dan nog op hetzelfde moment. Het kan niet anders dan dat het zeewater die toevloed niet kan verwerken.
In Letland is het anders. Letland heeft een kustlijn van 531 km en daarvan beantwoordt 98% aan de hoogste Europese norm. Dus voor de 2,5 miljoen Letten (in een land dat 2 keer zo groot is als België) is er nog hoop in bange dagen.
Op een moment dat er elke dag wel een onheilstijding komt (massale ontslagen, onzeker pensioen, dalende lonen, een stilstaande economie, prijsstijgingen) krijgen ze van Europa een opsteker van formaat. Ze hebben tenminste proper zeewater. En als door de crisis de grond onder de voeten te heet wordt, kunnen ze massaal de voeten gaan koelen in proper water. Een luxe waarvan de Belg de komende vakantiemaanden ontstoken blijft, tenzij ...
Tenzij de Belg een goedkope vlucht boekt en met vrouw en kinderen komt uitwaaien in Letland. Een lege kust, vakantiehuisjes (met sauna) op loopafstand van het proper zeewater en om af te koelen een prachtige natuur in plaats van een overvolle dijk met torenhoog beton.
Dat Toronto een uitzonderlijk groene stad is, zal wel duidelijk zijn uit wat ik vroeger al heb geschreven. Hoe groen, blijft echter verbazen. Hoewel ik hier ondertussen al meer dan een decennium woon, heb ik onlangs een uniek schouwspel kunnen gadeslaan in College Park, een gedeeltelijk historisch pand in het centrum van Toronto.
** Vrij naar "Fire Water Burn" - Bloodhound Gang, 1996
De Griekse zomer is nu officieel begonnen: de bossen branden!
Eigenlijk was ik niet van plan hier ooit een blog aan te wijden, omdat het een beetje een symbool is geworden van alles wat misloopt, het verenigt in zich het slechtste wat Griekenland en de Grieken te bieden hebben: onverschilligheid, hebzucht, onbekwaamheid, onwil. Het is een onderwerp met veel tristesse, en dat is niet leuk, noch om te schrijven, noch om te lezen, veronderstel ik. De branden worden aangestoken door grondspeculanten die geleerd hebben dat als ze de bomen verbranden, die gronden vroeg of laat, mits wat 'aanmoedigingspremies', door de overheid worden vrijgegeven als bouwgrond - het zijn dan ook vaak de 'filets' die worden afgebrand. De brand van gisteren was slechts enkele honderden meters van mijn appartement, op de heuvel waar mijn terras op uitkijkt (Ymittos). Geur en lawaai kunnen nog niet digitaal doorgegeven worden per foto, maar ik denk dat de foto's hieronder, genomen vanop mijn terras gisteren rond een uur of 5, voor zich spreken. Ook nu nog wordt er geblust.
Gisteren keek ik uit op een groene bergwand. Vanaf vandaag op een zwarte. En stinken doet het ook...
70% van alle huwelijken in Japan in zijn 'kapelhuwelijken'. Toch is maar 1 percent van de bevolking christelijk. Jonge mensen vinden een kerkceremonie modern, romantisch en de daarenboven is de bruid de prinses van de dag.
Vaak wordt gezegd dat de Japanners shintoïstisch geboren worden, christelijk trouwen en boeddhistisch sterven. Ze hebben niet één godsdienst. Japanners nemen over wat ze kunnen gebruiken uit verschillende religies. Niemand die daar een probleem in ziet.
Zo komt het dat hele kerken en kapellen uit Europa worden geïmporteerd. Bij het decor hoort natuurlijk ook een blanke priester. Omdat er te weinig ‘echte’ priesters zijn in Japan, wordt beroep gedaan op buitenlanders die niet noodzakelijk iets met het geloof te maken hebben. Een Japanse trouwceremonie draait eerst en vooral om spektakel.
Zo ben ik op een dag in een aangename weekendjob getuimeld: priester spelen.
Vanaf 19 juli zal Canvas een tiendelige documentaire uitzenden over Japan. In aflevering 2 heb ik kort uitleg moeten geven over het trouwfenomeen:
Meer over de documentaire hier:
http://www.youtube.com/watch?v=_n3MtRHv_fU
Geen paniek, het was niet mijn baby en het kindje is intussen veilig en wel teruggevonden.
Het hoofdtema van het nieuws gisteren: De roof van een baby uit de materniteit.
Het moedertje is 15, de vader 18 en gisteren kregen de jonge ouders te horen dat hun baby gestolen was. Niet de eerste keer dat diut voorvalt overigens. Maar ook aan het Argentijns geduld is een grens. Na zovele verdwijningen van volwassenen en babies was nu de maat vol.
Komt er nog eens bij dat het jonge koppel uit een eerder bescheiden buurt van Buenos Aires komt.
Nadat het verschrikkelijke nieuws van de babyroof bekend werd, barstte er een ware volkswoede los. Mensen kwamen op straat en er waren rellen. Vooral het ziekenhuis moest eraan geloven. En weer dus klachten aan de (corrupte, het mag gezegd worden) politie. En kijk! na 26 uur was de kleine terug bij de ouders, ook al dankzij de oplettendheid van een Remis chauffeur (een remis is nog het best te omschrijven als een goedkope taxi. Een beetje kort door de bocht mischien, maar ik wil hier geen technische uiteenzetting gaan houden over het verschil tussen taxi en remis, daar heeft niemand wat aan denk ik...) Maar we dwalen af. De brave man vond het eigenaardig dat zijn klant een baby bij had die slechts in een dekentje verpakt zat. Het is koud in Buenos Aires deze tijd van het jaar. En temperaturen van rond de 7 graden zijn niet meteen de geschikte temperaturen om met een baby van tien dagen enkel in een dekentje gewikkeld de baan op te gaan.
Hoedanook, de "politie" had de zaak opgelost en dat wordt dus weeral breed uitgesmeerd in het nieuws. Laura vertelde me dat er jaarlijks nogal wat babies spoorloos verdwijnen, gestolen en verkocht. De volkswoede of pueblada is het enige wapen, de enige manier om aandacht te vestigen op deze gevallen. En blijkbaar werkt het. Dit verhaal had gelukkig een goeie afloop. Maar er zijn o zo vele gevallen die nooit opgelost raken. Verdwenen is verdwenen, op is op, zeker als de moedertjes tienermoedertjes zijn die makkelijk te intimideren zijn.
Ik durf er wat op verwedden dat de zaak van de politie-dievegge ook wat mee te maken had dat deze zaak zo snel opgelost raakte.
Enkele dagen geleden was er een item in het nieuws over een politie agente die in uniform (!) betrapt werd op winkeldiefstal. De veiligheidscameras van de winkel konden duidelijk de nodige identificatie vastleggen. Niet erg slim natuurlijk om als agente te gaan shopliften, in uniform dan nog. Iemand van die stiel zou toch moeten weten dat er zoiets als veiligheiddscameras bestaan zou je denken. Niet dus...
De afloop van deze zaak? Wel onze vingervlugge politieagente wordt niet vervolgd. Ze is wel haar baan kwijt, en mag haar uniform inleveren. Een gewone burger zou dus wel mogen brommen... Maar ach, las ik niet in deze eigenste Standaard over de assistent belasting controleur die betrapt werd op fraude en toch zijn job mag houden? Mischien heeft onze Miss Wetsdievegge nog toekomst in Belgie...
Op 12 juni 2009 zou Anne Frank tachtig geworden zijn.
De dagboeken hebben we gelezen, het museum hebben we bezocht, de holocaust blijft ons dagelijks achtervolgen, de fouten van toen zijn door iedereen gekend.
Ik schreef als opening in mijn roman "zwijg als je praat":
"Ik twijfel, het meest nog aan de waarheid,
nooit aan de waarde van het toeval."
Toeval wil dat vandaag in alle Oostenrijkse kranten uitvoerig wordt gerapporteerd (in Der Standard alleen al twee volle pagina's) over hoe de Oostenrijkers zich vandaag voelen en wat hun wensen zijn.
De titel van het artikel luidt: "Tussen verlangen naar een 'Führer' en vreemdelingenhaat."
Mochten beide vaststellingen nog antipoden zijn had ik de titel begrepen. En vergis u niet, ik heb de titel wel degelijk begrepen, maar dat stemt me niet gelukkiger.
De autoren van de omvangrijke wetenschappelijke studie verklaren zelf: "Dit resultaat moeten we als een crisis-signaal voor de democratie aanzien."
Het onderzoek toont duidelijk een neiging naar meer autoriteit.
27% van de bevraagden onderschrijven de uitspraak "Waar een strenge autoriteit heerst, daar is ook gerechtigheid."
40% van de bevraagden zijn van mening dat "... het belangrijkste wat kinderen moeten leren is gehoorzamen."
20% van de geïnterviewde Oostenrijkers verklaart zich te kunnen voorstellen "een sterke 'Führer' te hebben die zich noch om het parlement, noch om verkiezingen zorgen zou moeten maken."
De Oostenrijkers, en daarin staan ze in Europa niet alleen, staan meer en meer weigerachtig tegenover politiek, zelfs de democratie is hen niet meer heilig. En dit zijn uitspraken die niet alleen aan uiterst rechts kunnen worden toebedeeld, dit is het doorsnee antwoord van de Oostenrijkse bevolking.
57% van mijn nieuwe landgenoten zouden migranten het liefst gewoon het land uitwijzen.
Meer dan de helft van de bevraagde bevolking is ondertussen de mening toegedaan dat een team van experteshet land zou moeten leiden, niet een regering.
De Oostenrijker wil orde en veiligheid.
Oostenrijkers, aldus nog Der Standard, zijn "sceptisch, ontgoocheld en xenofoob."
What else is new?
Ik ben van nature geen negativist. Maar ze hebben de les dus niet geleerd, en dat wist ik al toen ik hier vijf jaar geleden aankwam.
Het verleden is te zwaar, de verwerking heeft nooit plaatsgevonden, en het verborgene breekt op.
Een generatie later dan bij ons.
De zelfverklaarde slachtoffers hebben een ziekelijke nostalgie naar wat Anne Frank de dood heeft ingejaagd. Er is meer dan één Freud nodig om dit collectief probleem op te lossen.
En weet je... ik weet sinds kort dat het onder andere de sneeuw is die hen verblindt.
Maar daarover volgende keer meer.
Roel Verschueren, Wenen 16 juni 2009
Carlos Minc kon onlangs zijn eerste verjaardag vieren als milieuminister van Brazilië. Hij nam de ondankbare job over nadat Marina Silva er de brui aan gaf, in mei van vorig jaar. In de jongste weken heeft Minc het ernstig aan de stok met lui uit de landbouwsector waaronder enkele volksvertegenwoordigers en zelfs enkele collega's. Het begon allemaal toen Minc hen bestempelde als "vigaristas" (oplichters), bepaald geen flatterend etiketje. Lula moest zelfs tussenkomen en riep Minc op het matje. De minister verklaarde nadien dat men wel zijn nek mag eisen, maar dat hij vooralsnog stevig in het zadel blijft zitten. En dat zal nodig zijn. Minc's tegenstanders, met senatrice Kátia Abreu (ook voorzitster van de CNA - Confederação Nacional de Agricultura) op kop, kloegen hem aan bij de "Procuradoria-Geral da República" en gaven een nota uit waarin letterlijk gesteld wordt dat hij "niet gekwalificeerd is voor zijn taak als milieuminister".
"Ministro do Meio Ambiente" Carlos Minc. Foto: Marcello Casal Jr./ABr
(Creative Commons License)
Een en ander wordt duidelijker als men het pas uitgegeven rapport "Slaughtering the Amazon" van Greenpeace er even op naleest. Het verslag is het resultaat van een onderzoek van drie jaar en niet mals voor de Braziliaanse veekwekers, evenmin voor enkele topmerken uit de sector voeding, kleding en sportartikelen. Het rapport werd ook vertaald naar het Portugees met als titel “A farra do boi na Amazônia” (als u wil weten wat farra do boi betekent, klik dan hier). Die term is zo mogelijk nog straffer als "vigaristas" en zorgde voor bijzonder zure oprispingen bij de veeboeren die Greenpeace voor het gerecht willen dagen. Uiteindelijk kan gesteld worden dat wij als consument allemaal schuld hebben. We willen immers allemaal een lekker stukje vlees, en vragen ons niet af waar dat vandaan komt als we naar de slager gaan. Het kwam zo ver dat drie belangrijke supermarktketens (Pão de Açúcar, Walmart en Carrefour) lieten weten dat ze geen vlees meer zullen aankopen van 11 “frigoríficas” (vleesboeren) uit de staat Pará die beschuldigd worden van illegale ontbossingen om vee te kweken. De maatregel is gewoon een opvolging van een besluit van het MPF (Ministério Público Federal) dat dreigt met een boete van R$ 500 (185 euro) per kilogram vlees dat aangeboden wordt en waarvan bewezen kan worden dat het door de bewuste vleesboeren geleverd werd. Anderzijds zijn er, ondanks acties als Zero Fome en Bolsa Família, nog steeds miljoenen mensen in dit land die al blij zijn als ze zich een stukje "linguíça" (worst) kunnen veroorloven met hun dagelijkse portie rijst & bonen. De prioriteiten zijn niet voor iedereen hetzelfde.
(Uit goede bron vernomen...)
Op een koude, donkere winteravond in een staatshospitaal aan de rand van een township in Zuid-Afrika is het druk op de neonatologie-afdeling. Het ligt er vol met zieke babytjes, de ene al wat zieker dan de andere.
Dat is dagelijkse kost, maar toch is er een verschil met andere dagen. De opslagruimte is immers maar half gevuld in vergelijking met vroeger. Ondanks het feit dat het nieuwe financiële jaar nog maar onlangs is begonnen, is er niet genoeg geld om alle noodzakelijke uitgaven te bekostigen. Zo zijn de fijne naaldjes, nodig om in de adertjes van de baby’tjes te prikken, al enkele maanden niet meer voorradig.Ook is men is de vorige dag begonnen aan het laatste pak wegwerpbare papieren handdoekjes, onmisbaar voor goede handhygiëne, een must op elke neonatologie-afdeling. De plakband die men gebruikt om ondersteunend materiaal zoals infuzen en endotracheale tubes aan de baby te fixeren, is vervangen door een goedkopere variant. Het plakkend vermogen van deze ‘plak’band is voor discussie vatbaar.
22 uur: een alarm, een kindje dat niet meer ademt, de dokter wordt erbij gehaald, een reanimatie volgt…
Het kindje komt weer bij, maar heeft symptomen van een infectie. Het heeft nood aan meer intensieve verzorging. Er wordt besloten om het te beademen.
Een buisje wordt in de luchtpijp geplaatst. De ‘plak’band wordt bovengehaald, maar plakt niet… Het buisje verplaatst zich richting uitgang, bijna uit de luchtpijp. Gelukkig heeft de verpleegster een snelle reflex.
Ze is niet blij. De hoofdgeneesheer van wacht heeft haar net gebeld en was boos dat hij om 23u gebeld werd met de mededeling dat de plakband die in het ziekenhuis gebruikt wordt, niet plakt. Hoe durft een dokter van wacht de hoofdgeneesheer van wacht midden in de nacht wakker te bellen om zoiets banaal te bespreken? De dokter legt uit dat het een medische urgentie is, met eventuele ernstige gevolgen voor de baby, en dat hij vindt dat medische problemen tussen diensdoende dokters dient besproken te worden. Helaas kan deze, met voorsprong meest stijlvol geklede vrouw in het hele ziekenhuis, geen hulp bieden.
Moraal van het verhaal: het lot van arme Zuid-Afrikanen is van ondergeschikt belang, enkele hersencellen meer of minder zullen het verschil niet maken, maar ze kunnen er gelukkig op rekenen dat ze in stijl zullen verzorgd worden!
Schrijf mee
Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.beBlogs De Standaard
Zoeken op deze blog
Laatste berichten
Wie is wie?
Categorieën

