Sinterklaas uit Nederland De dag na het heerlijk avondje

 

 

Vanochtend hadden de radiozenders het over het omsmelten van de niet verkochte chocolade, Sint met z’n Pieten zijn naar de zolder verhuisd, de kerstversiering is naar beneden gekomen, de volgende cadeautjesronde kan beginnen. Bij de kerstboom moet er niet gedicht worden, ook geen surprise, oef, wat een rust komt er – tijdelijk! - over het land. Vandaag en morgen hebben met name de grootwinkelbedrijven het nog druk met ruilen. Dat gaat zo: veel cadeaus zijn van praktische aard of hebben een plagerige ondertoon. Stel een vrouw heeft cup A en wil in het nieuwe jaar een borstvergroting laten doen. De gever die dat weet koopt als cadeau een b.h. cup F. Bij zo’n cadeau stop je dan wel het aankoopbonnetje.  

Deze week kan er weer gewoon gewerkt worden in dit land. Ik liet mij door een medewerker van een groot bedrijf vertellen dat er afgelopen woensdag geen contact mogelijk was met een leverancier. Reden: het voltallige personeel vierde Sinterklaas.

 

Die rust is heel betrekkelijk: in december moet het vuurwerk voor Oudejaarsavond besteld worden. Niet besteld = geen vuurwerk. Wie in het grensgebied woont spekt de Belgische kassa’s. De douanediensten draaien dan overuren.


 

STORMFRONT

Onlangs kreeg ik een uitnodiging van een vriendin uit Maagdenburg om er op 16 januari 2010 voor de democratie te komen demonstreren. In de meeste grote Duitse steden wordt die dag trouwens ook gedemonstreerd. Maar voor Maagdenburg is 16 januari tevens een triest moment in het collectieve geheugen. Want op die dag in 1945 werd de stad er door een geallieerd bombardement volledig in puin gelegd. Meer dan 2.500 doden bleven onder het puin liggen. Volgens het stadsbestuur van Maagdenburg hoort de komende demonstratie dan ook ondubbelzinnig tegen de oorlog te zijn én moet ze de nazi’s verantwoordelijk stellen voor de moord op en de dood van twaalf miljoen mensen.  

 

Ik kon mijn Maagdenburgse vriendin Paula alleen maar feliciteren met deze oproep. Het organiserend comité spreekt immers over een straßenbreite optocht met spandoeken over de grote boulevards. Dit jaar wil men meer dan de gebruikelijke 5.000 manifestanten op de been brengen. Bij de laatste verkiezingen van september werden de neonazi’s tegen elke verwachting plaatselijk van de kaart geveegd. In Maagdenburg waren de antifa’s er toen zelfs in gelaagd om de democratische partijen in één front tegen uiterst rechts te verenigen. Van de zomer waren er alle ramen van een leegstaande kantoortoren met hun affiches tegen de neonazi’s afgeplakt. Maagdenburgse Paula meende echter dat ook de “goede” Hollanders – ik werd voor de gelegenheid maar in die zak gestopt – bij deze gelegenheid op 16 januari 2010 niet aan de kant mochten blijven staan. Waarom niet meedoen? Zeker nu Nederlandse “stormfronters” in Duitsland regelmatig hun antisemitisch vuil kwamen spuiten.

Nederlandse “stormfronters”? Ja, inderdaad. Zo was op 2 augustus 2008 de Nederlandse neonazi Constant Kusters (Stormfront, Nederlandse Volksunie) in Bad Nenndorf door de Duitse politie gearresteerd nadat hij op een jaarlijkse manifestatie van neonazi’s antisemitische kreten had geslaakt en Kanselier Angela Merkel zelfs een pornoster had genoemd. En hij had de wens uitgesproken dat de hakenkruisvlag spoedig weer over Duitsland zou wapperen. Zijn kompaan Andreas Biere uit Maagdenburg meende daarna dat dan pas de “waarheid” weer in de geschiedenisboekjes zou verschijnen. Op 1 augustus 2009 liepen de neonazi’s andermaal door Bad Nenndorf. Hun eis was niet alleen het vertrek van het Amerikaanse “bezettingsleger”, maar ook het gedenken van de Duitse “slachtoffers”. De neonazi’s willen immers de oorlogsmisdadigers die in 1945 door de geallieerden in de gevangenis waren opgesloten en er werden “gefolterd”, nu als “slachtoffers” erkend zien. De geallieerde bombardementen op de Duitse steden worden door hen voortaan graag als “oorlogsmisdaden” gebrandmerkt.

http://www.youtube.com/watch?v=Y5LHnmtn1po&feature=related

Wat ook bij de laatste demonstratie te Bad Nenndorf opviel was het gebruik van zwarte vlaggen en witte hemden. Die hemden waren toen inderhaast over menige buik getrokken. En de volgende zang op rijm gaf de marsrichting aan:

Im braunen Hemd,
Im weißen Hemd
Brennt gleich für Deutschland unser Blut.
Fest wie ein Turm
Stehn wir im Sturm -
Zur Flamme peitscht ihr unsre Glut!

Al enkele jaren staat het zeer landelijke kuuroord Bad Nenndorf onder de rook van Hannover hierdoor als een fascistisch bolwerk op de kaart. Ook al omdat de burgemeester de neonazi’s er blijkbaar geen strobreed in de weg wil leggen. De gebruikelijke 400 neonazi’s mogen er jaarlijks ordelijk tussen een imposante politiemacht door paraderen. Dat is uiteraard een doorn in het oog van menige antifa. Maar bij een dergelijke gelegenheid tegen een paar honderd skinheads en aanverwante lieden demonstreren is nooit erg effectief gebleken. Op het terrein de confrontatie zoeken evenmin. De tactiek nu is om enerzijds deze neonazi’s in hun eigen vet te laten gaar bakken en om anderzijds een bredere massa te bereiken via de jaarlijkse Meile der Demokratie in de grote steden. Dat laatste haalt onvermijdelijke de grote media en lokt positieve respons uit bij de opiniemakers. Hierdoor zullen de neonazi's onvermijdelijk in een hoekje alleen maar hun racune  kunnen luchten en voor de rest worden afgedaan als zonderlingen die elk contact met de realiteit hebben verloren. Bruine hemden, witte hemden? Wat maakt het verder uit. Chaoten vindt men overal. En wie zijn of haar boekje te buiten gaat krijgt een proces aan de broek.


 

België: Bolwerk van de atoomlobby

Zonet gezien op einsextra, de infozender van de ARD: Het Europamagazin, waar steeds actuele Europese thema's ten berde worden gebracht. Deze keer het niet onbelangrijke thema energie met als grote boeman: België. Toon van het discours: Progressief Duitsland kijkt met opgeheven gezicht neer op het kleine België, "das Land der rasenden Stromzähler", waar stroom in degoutante hoeveelheden wordt verspild. Niet alleen de Grote Markt in Brussel en de steeds verlichte kantoorsgebouwen rond het Noordstation worden in het vizier genomen, maar ook het wereldwijd bekende fenomeen van de belichte autostrades.

Summier wordt Belgiës voorliefde voor atoomenergie opgediept: van het de Uraniummijnen in Belgisch Congo over de eerste continentale kerncentrale in Mol tot de obscure status van ex-staatsconcern Electrabel. Voor een Duitser onbegrijpbaar: Wie al eens door Duitsland heeft gereden, snapt wel waarom. Het land is bezaaid met ranke windmolens en voert al jaren een vrij groene politiek. Het mag pas echt duidelijk zijn dat ons land op het vlak van hernieuwbare energie hopeloos achterloopt op andere Europese landen, wanneer het tegenvoorbeeld Oostenrijk wordt aangehaald, waar in grote mate stroom uit waterkrachtcentrales wordt gewonnen.

Als afsluiter nog een sneer naar een reclame van het Forum Nucléaire en het met groene stroom verlichte Atomium.


 

Sinterklaas in Nederland. Heerlijk avondje is gekomen.

 

De verschillen tussen Vlamingen en Walen zijn kleiner dan de verschillen in Sinterklaasviering tussen Nederland en België. Erger nog, de Sinterverschillen met Nederland zijn niet eens in twee talen uit te drukken. Sinterklaas is hier synoniem voor ‘heerlijk avondje’. De leeftijd bepaalt alleen het al dan niet ‘geloven’, verder doet jong en oud hier aan Sinterklaas. En hoe ze dat doen?! In eerste instantie lijkt het simpel: met tekst en met een present(je). Tekst: je kan niet zomaar een wens of een gedachte uitwerken, nee, er moet gerijmd worden, voor één avond is iedereen ongeveer dichter des Vaderlands, althans des Sinterlands. ‘Dwangrijmerij’, noemen de anti’s het. De rijmen moeten liefst enige relatie hebben met de persoon – bv. een nieuwe auto of beenbreuk worden in casu altijd in het gedicht verwerkt -  verder is de inhoud secondair. Belangrijk is dat het rijmt. Handige geesten verwerken het hele alfabet in zo’n rijm, anderen houden het bij aa’s of oo’s of rijmen met lijmen, je doet maar wat, als het rijmt is het altijd goed. Kan je zelf niet rijmen, dan zijn hiervoor handige boekjes in de handel met tips en richtlijnen, en ook internet helpt rijmen.  Een professor aan de Universiteit van Amsterdam heeft het ooit gepresteerd een heel college in rijmen te geven. Geniaal! Een leerstoel ‘rijmen’ moet nog worden opgericht.

Een professor maakte goede sier,

een college op rijm is bijna vertier.

Gelijktijdig gaf hij onderricht

dat was zijn werk en ook zijn plicht.

Zwarte Pieten hebben moeilijke tijden achter de rug. Een aantal jaren terug mochten men in dit land niet zeggen dat ze ‘zwart’ zijn, ze zagen er wel zwart uit, maar toen heette het dat ze ‘gekleurd’ waren. In andere kringen moesten de Pieten groen, of rood of geel zijn. De kinderen raakten hiervan teveel in de war: ‘mama, waar is zwarte Piet?’ . Dit jaar is de “groene ‘ Piet op alle radiozenders te horen. Hij noemt zichzelf groen om reclame te maken voor fairtrade chocolade.

 

Volwassenen doen ook aan Sinterklaas. Uitnodigingen voor een Sinterklaasfeestje gaan vergezeld van twee opdrachten: voor wie moet je een ‘surprise’ bedenken en wat is de prijsrichtlijn. Nee, men neemt hier niet het risico dat je voor tien euro geeft en misschien slechts voor vijf euro terugkrijgt. De surprise is het moeilijkste onderdeel: je moet iets knutselen, hoe ingewikkelder hoe beter, het laat je genialiteit zien en je wil op zo’n avond nog  bewonderd worden voor het aantal uren dat je aan je surprise hebt besteed. Er is een samenhang tussen de surprise, het cadeau(tje) en het gedicht. De regie van een Sinterklaasfeest is heel strak, niets wordt aan het toeval overgelaten. Vooraf is er een verdeelsysteem, meestal een loterij, zodat je weet ‘wie jij hebt’ en dan begint het grote werk: surprise bedenken + cadeau kopen + gedicht rijmen. De meeste Sinterklaasfeesten zijn ook familiefeesten. Zo’n avond moet heel lang duren. Pepernoten en banketstaven zijn vaste ingrediënten voor het zoet houden.

 

… heerlijk avondje is gekomen … viert men hier op 5 december. Logisch, op 6 december is Hij immers in België.


 

Berlusconi in opspraak?

Berlusconi in opspraak (zonder vraagteken) was te lezen op het scherm tijden Het Journaal op één op vrijdag. Nu ja, als ik hier de verschillende telegiornali bekijk en de websites van de belangrijkste kranten raadpleeg, dan raad ik de eindredacteur van de VRT aan om toch een vraagteken te plaatsen.

Het heeft dus ook ons klein landje bereikt, maar toch nog even kort een antwoord op de volgende vraag: waarom in opspraak? Een spijtoptant (zo iemand die bereid is z'n geheimen prijs te geven om strafvermindering te bekomen) heeft tijdens een proces in beroep tegen een rechterhand van Berlusconi, diezelfde Berlusconi beschuldigt in de periode '93-'94 een tussenpersoon geweest te zijn voor de Cosa Nostra (de overkoepelende criminele organisatie van de verschillende Siciliaanse maffiafamilies). '93-'94 was een periode met heel wat aanslagen van de maffia in Italië én de periode vlak voor Berlusconi z'n opmars begon in de Italiaanse politiek met z'n partij Forza Italia! Berlusconi zou beloofd hebben om een aantal voor de maffia gunstige wetten te stemmen. De maffia zou in ruil geen aanslagen meer plegen. Berlusconi aan de macht dankzij de maffia?

Terecht, denk ik, kun je vragen stellen bij de waarde van die woorden, zeker omdat deze spijtoptant Berlusconi nooit heeft ontmoet, maar enkel z'n naam heeft gehoord. Maar toch... een spreekwoord in de Nederlandse taal zegt toch, waar rook is, is vuur. En het is niet de eerste keer dat er rook te zien is aan de hemel van Berlusconi. Op z'n minst zou de Italiaanse magistratuur moeten nagaan of er inderdaad geen vuur te vinden is.

Interessanter zijn wellicht de reacties op deze uitspraak. Berlusconi reageert zoals altijd: hij lacht de beschuldigingen letterlijk weg. Deze regering "ha fatto di più contro la mafia"; geen enkele regering heeft dus meer tegen de maffia gedaan. Logisch, toch? Dit is niet voor niets "de beste regering in 150 jaar" (de leeftijd van de Italiaanse staat), dixit Berlusconi. 8 maffialeden per dag gearresteerd vertellen de statistieken. Of dit effectief zo is.... moeilijk te achterhalen. Feit is dat ik inderdaad regelmatig zie op tv en lees in de kranten dat er weer eens een belangrijke maffiabaas is gearresteerd.

"Logico" zo'n uitspraak zegen zijn aanhangers. We hebben de maffia zodanig verzwakt dat ze de spijtoptant als wapen gebruiken; als wapen om een goed werkende regering ten val te brengen.

De oppositie... euhm... wacht even... ach ja, die heeft ook iets gezegd tijdens het journaal... of mogen zeggen. Het was me niet echt duidelijk of ze zich weer eens heel koest houdt of ze gewoon zoveel mogelijk van het scherm geweerd wordt. De Partito Democratico (de grootste oppositiepartij) reageerde met voorzichtigheid; met "cautelo" volgens de nieuwslezers van de RAI. "Tocca ai giudizi", het is aan de rechters om hier iets mee aan te vangen. Die zoektocht naar dat vuur dus.

Berlusconi in opspraak? (met vraagteken) Ach neen, ... dit is Italië. In de Belgische politiek zou het stormen, zou de regering misschien de handdoek in de ring gooien, zou op z'n minst de oppositie die handdoek eisen, maar hier zullen ze gewoon doorgaan.

Persoonlijk denk ik dat de magistratuur zeker wat vuile was kan vinden ten huize Berlusconi (er is een beetje te veel rook), maar hoe vuil die was wel is, moeilijk te zeggen en ik vrees er ook voor dat we dat pas zullen weten als Papì al een tijdje van het (politieke) toneel verdwenen zal zijn. Zo gaat het toch vaak, niet?



 

De Spaanse dodencultuur. Parte I. En kregelige gesprekken rond knekels ...

 2009.09-11. Hulste. CyL 077

Het piepkleine kerkhofje in Argañín de Sayago (Zamora), keurig onderhouden door liefhebbende familieleden en buren. (Eigen foto)

HULSTE/ARGAÑÍN - Hier zie je de opgesmukte graven in dat kleine dorpje in de Comarca Sayago, dd. 1 november jl. De eenvoud van de ietwat onmachtige en onbeholpen hulde aan de aflijvigen, de relatieve schoonheid van die simpele decoratieve elementen raakte me. Toen ik echter de antwoorden op mijn al jarenlange vraag die me bezighield aanhoorde keek ik ervan op en werd me meteen een en ander duidelijk. Het is echter een nogal bitsige reactie van iemand op mijn tekst over de graven der Merovingers die me noopte om het in een groter geheel te belichten.

Eerst die bewuste 8 graven der Merovingers in Harmignies (Henegouwen), opengelegd en officieel-professioneel "geplunderd" door deskundigen en daarna getransporteerd naar het Museum voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Sec is dat zo. Tja. Strikt genomen blijf ik erbij: dit is een vorm van grafschennis. Ook het begluren, er zo maar overheen lopen vind ik onkies. Niet netjes.

Een graf moet zijn echte betekenis behouden

Een graf is een laatste rustplaats en is in principe blijvend, tenminste in bepaalde culturen. In India verbrandt men zijn beminden, bij de "indígenas" in Noord-Amerika liet men het lijk over aan de elementen, weliswaar stevig ingepakt op hoge palen en de Vikingen bvb. eerden hun helden door ze in een brandend schip aan het "oerwater" toe te vertrouwen enz. Maar het "normale" graf (met tombe) zoals wij het kennen is bedoeld om gerust gelaten te worden. En dus ben ik tegen het openbreken en tentoonstellen van de inhoud, van de restanten. Voyeurisme onder het mom van cultuurinteresse. Tss.

Met de middelen die we nu hebben (vroeger kon men ook plaasterafgietsels maken bvb.) kan men alles digitaal, met hologrammen of met kunststofmodellen reproduceren en is het "educatieve" en "informatieve" element ook meteen aan zijn trekken gekomen. Da's mijn standpunt. Da's respect betuigen. Concreet voor kritikasters die de 8 graven in Henegouwen willen aanhalen, heb ik een oplossing: A. de graven horen op hun plaats te zijn waar ze zijn gevonden. Registreer, investariseer en bouw dan erom heen het necropolis  of museum. B. Zet daarna de replica's in de meest authentieke vormgeving te kijk in het nationale museum.

De Spaanse dodencultuur op het platteland

Mijn eerste opmerkelijke schok die ik kreeg toen ik de "jumelage" tussen mijn Kempens geboortedorp (nu 'n grotere gemeente) en Lora del Río(Sevilla) uitdiepte in 1987. Ik vertoefde bij mijn gastfamilie en we gingen ontbijten in ... een barretje. De zomer kondigde zich al aan. Daar hoorde ik dat er een jong meisje van 18 pas gestorven was en dat er onmiddellijk een uitvaartplechtigheid ging plaatsgrijpen. Dit greep me aan omwille van eerder persoonlijke ervaringen en ik stelde me al voor dat de vader in Granada met wegenwerkers weg was voor een week en ... ik besliste om het gebeuren bij te wonen. Het was zeer aangrijpend én concreet geregeld, bloednuchter. De groep buurtbewoners en vrienden vormden en hechte band en lieten me toe in de voetstoet naar het kerkhof, op 3 km van de stad verwijderd. Daar nam ik achteraf día's van het kerkhof en de opgestapelde pakken verdriet of participatievormen in de gedaante van bloemen.

De ¿redenen? De hitte, het ontbreken van enig tanatorio en zeker geen met koelkasten. Es la vida. En dus sloeg nog maar eens de "relativiteit" van ons bestaan me in mijn smoel.

 2009.09-11. Hulste. CyL 095

De zuivere kerk (de oudste van de comarca en van een buitensporige grootte), de doodsboom - hier een jeneverbes - en het kleine, ommuurde en goedonderhouden kerkhofje. (Eigen foto)

En dan nu naar Argañín de Sayago. Mij was al opgevallen dat een dorp dat een halve eeuw terug nog 353 bewoners kende en nu was teruggevallen op 79 ingeschreven dorpelingen een kerkhof kende dat al eeuwenlang maar plaats had voor 7 X 9 rijen graven. ¿En de voorouders? ¿Waar zijn hun knoken naartoe?

Antwoord. Bij elke dode zoekt men het oudst-aanwezige graf op, graaft het op, sprokkelt de knekels bijeen in een (nu plastic) zakje en verstopt dat wat dieper en ziezo ... de plaats is vrij voor de mooie en dure kist. Nou moe. Zelfs de opschriften en zo worden doodgewoon verwijderd, vernield of in uitzonderlijk geval meegenomen door de familie. Ik ontdekte daardoor zelfs een grafzerk op het openbare plein voor de kerk. Als afboording van een platform. Respect. Welleuh.

En eerder dit jaar bij het fotografisch inventariseren van mijn buurdorp Monumenta, bemerkte ik  dat er aan het kerkje, annexe kerkhofje een rare constructie plakte. Het bleek een osario (ossuarium) te zijn. Buiten gebruik geraakt. Allicht omdat wolven en honden er kwamen snuffelen. Maar dát was het bewijs dat men de resten van de aflijvige, na een bepaalde tijd in een soort massagraf plaatste, toevertrouwde, dumpte.

Alles is écht relatief. Zelfs de discussie in het huidige Spanje, tussen links en rechts ivm het opgraven van de massagraven van de recentste burgeroorlog. Het stinkt naar politiek eigenbelang en soms naar familiale persgeilheid. Ik denk dan echt aan Graná ...

¡Muy atentamente!

Dirk Renaat







 

Alles is mogelijk

"Weet je, Sinterklaas is geen beroep."

"Aha, wat is het dan wel?"

"Men is zo geboren, het kerstkind ook. Dat is ook geen beroep. Men is eenvoudig zo geboren of niet."

"Oké."

"Sinterklaas bijvoorbeeld, ja?, wel die is geboren zoals hij is."

"Dus zoals hij er nu uitziet?"

"Zoals hij is, hij is gewoon zo geboren. Kijk, die van vandaag in de kindertuin had bijvoorbeeld een bril. Dat heb ik nog nooit gezien, juist?, sinterklaas met een bril? Wel die is met zijn bril geboren."

"En met zijn baard ook?"

Ze laat mijn hand los, het wordt donker. Ze twijfelt en kijkt omhoog, op zoek naar mijn gezicht.

"Ik wil niet dat jij vragen stelt terwijl ik aan het vertellen bent. Dan weet ik niet meer wat ik aan het vertellen was."

Stilte.

"Papa?"

"Ja schat."

"Heb jij in Wenen ooit een kerstkind gezien dat met een bril geboren is?"

"Tot vandaag niet, maar je weet maar nooit."

"Ja, want alles is mogelijk, toch?"

"Ja schat, alles is mogelijk."


Roel Verschueren, Wenen 4 december 2009


 

En dat is niet eerlijk

Qua verdraagzaamheid scoren de Brazilianen allesbehalve. Neem nou weer die uitspraak van acteur Robin Williams, in een recente aflevering van de Late Show met David Letterman (zie hieronder). Robin zat nauwelijks in zijn zetel en maakte al meteen een opmerking over de keuze van Rio de Janeiro als host van de Olympische Spelen in 2016, een keuze die Chicago buitenspel zette als kandidaat. Hij zei letterlijk: "Ik hoop dat Oprah (Winfrey) niet verveeld zit met het feit dat wij de Olympics verloren. Chicago stuurde Oprah en Michelle, Brazilië stuurde 50 strippers en een halve kilo poeder (drugs), en dat is niet eerlijk weet je?"





Het voorval werd gemeld in de belangrijkste Braziliaanse kranten en het nieuws zorgde meteen voor een ganse reeks zure oprispingen van Brazilianen die zich beledigd voelden. Burgemeester Eduardo Paes van Rio de Janeiro klasseerde Robin Williams' grapje als "dor de corno" (het verdriet van iemand die bedrogen werd, het spel verloor). Het Olympisch Comité van Rio zei dat ze geen commentaar geven op Williams' uitspraak, maar dat ze de zaak in handen gaven van hun advocaten die moeten onderzoeken welke stappen er kunnen genomen worden in de Verenigde Staten. Een snelle peiling door de krant O Globo toont aan dat meer dan 40% van de ondervraagden het grapje klasseren als een toonbeeld van slechte smaak en van vooroordelen tegenover Brazilië in het algemeen, en Rio de Janeiro in het bijzonder. Nochtans is het niet de eerste keer dat er twijfels geuit worden over de keuze van Rio de Janeiro. Williams maakte enkel maar een grapje, of het nou leuk was of niet laat ik in het midden. Presentator Fareed Zakaria (CNN) gaf al wat meer ernstige kritiek in zijn programma GPS (zie hieronder) en maakte melding van de recente stroomuitval (waardoor miljoenen Brazilianen vele uren zonder stroom zaten) en het steeds voortdurende geweld in de favela's van Rio waar onlangs zelfs een helikopter werd neergehaald door drugshandelaars, met de dood van drie inzittenden als gevolg. Hij maakte ook een vergelijk tussen Rio en New York en haalde cijfers aan waarbij bleek dat er in NY (8 miljoen inwoners) 13 mensen werden doodgeschoten door de politie in 2008 tegenover 1.000 mensen in Rio de Janeiro (6 miljoen inwoners).





Rudolph Giuliani, voormalige burgemeester van New York, was gisteren in Rio de Janeiro. In een toespraak voor de “Guardas Municipais” (stedelijke bewakers) zei hij dat Rio een van de veiligste steden ter wereld kan worden en benadrukte dat de Wereldcup van 2014 en de Olympische Spelen van 2016 een erg belangrijke rol zullen spelen betreffende de verbetering van de orde in de stad. Gouverneur Sérgio Cabral kondigde later aan dat Giuliani Partners LLC (Rudy Giuliani’s consultancy bedrijf in de veiligheidssector) zal gecontracteerd worden om de veiligheid te helpen verbeteren in de “cidade maravilhosa”. Dit staat wel wat in contrast met de onverdraagzaamheid van de Brazilianen. Enerzijds wil men niet dat er kritiek gegeven wordt door "gringo's", maar anderzijds worden die wel aangezocht om problemen op te lossen. Misschien moeten ze er eens over denken om Robin Williams in te huren, al was het maar om wat meer gevoel voor humor aan te kweken.


 

monfies

De Sierras van het zuiden van Andalucia waren tot voor kort vrijwel ontoegankelijk: zo is "onze" huidige provincieweg die een aantal dorpen op de zuidkant van de Sierra de Tejeda verbindt -in vogelvlucht liggen ze alle op een 10-15 km van de zee- nog maar een vijftiental jaar geleden geasfalteerd. Voordien lag er een verharde grindweg, uitgekapt in de rotswand en waren de verbindingen traag, de dorpen afgelegen en op zichzelf gekeerd. Dat was (is) zo voor de Sierra de las Nieves (Ronda), de Montes de Malaga, de Sierra de Tejeda, en de Alpujarras die in het uiterste oosten geleidelijk aan overgaan in de mythische halfwoestijn van de Tabernas waar Clint Eastwoods geest, als good, bad of ugly, nog steeds doorheen waart. (Ik moet hier in alle eerlijkheid zeggen dat de relatief recente snelweg Almeria-Granada het mystieke van het landschap van de Tabernas enigszins ontluistert, maar komend van het Noorden, en afzakkend over de Filabres blijft het een uniek spektakel).

Het onherbergzame van de Sierras maakte hen tot uitstekende schuilplaatsen voor alle mogelijke groepen die op één of andere manier overhoop lagen met het gezag. De bandoleros (de Spaanse versie van de Amerikaanse outlaws, de laatste stierf in 1934) hebben intussen in Ronda hun eigen museum. In de loop der tijd hebben ze een Robin Hood-achtige faam gekregen, maar veelal waren ze eerder Jan de Lichte-achtige arme luizen. Dat was wellicht het enige kenmerk dat ze gemeen hadden met hun voorgangers, de monfies, die in hun tijd een religieus ideologische tint gaven aan het struikroversschap. De monfies waren moslim-struikrovers/bandoleros die na de reconquista van het koninkrijk Granada (1492), in een soort van politiek verzet, een guerrilla avant la lettre opzetten tegen de nieuwe -christelijke- machthebbers. De monfies-leiders waren (ondermeer omwille van hun kennis van het terrein) dan ook dikwijls de aanvoerders van de twee grote algemene opstanden van de resterende Moorse bevolking van dit vroegere koninkrijk Granada tegen de sociaal, economische en godsdienstige politiek van eerst Karel V en later Filips II; een aantal belangrijke episodes van deze opstanden speelden zich af in de bergen van de dorpen hier in de buurt. In een mij wat vreemd aandoende poging tot recuperatie van een tot voor kort ontkend/miskend verleden -duidelijk gericht op het toerisme en met een zweem van antiklerikalisme en opstoot van "tolerantie"-, hebben vrijwel al die dorpen in hun hoofdstraten nu azulejos hangen met de kroniek van de toenmalige gebeurtenissen -al dan niet rechtstreeks met betrekking tot het dorp zelf;  even was er zelfs sprake van de oprichting van een monfies-museum, maar blijkbaar is dat niet doorgegaan. De monfies zelf verdwenen als individuen en als fenomeen na de laatste opstand van 1569-70: alle moriscos werden uit het vroegere koninkrijk Granada verbannen naar andere delen van Spanje (vooral Valencia) of vluchtten naar Afrika.

Een museum van de guerrilla tegen Franco bestaat niet en zal wellicht nooit bestaan. Nochtans waren de beweegredenen van de meeste guerilleros vermoedelijk moreel hoogstaander dan die van de Ronda-bandoleros, al vrees ik dat de meesten van hen niet wisten waar ze aan begonnen toen ze de sierra introkken. In 1945 was de guerilla in wezen al ten dode opgeschreven: internationale geopolitiek zorgde voor de versteviging van het Franco-regime en de opname, vanaf 1950, in de internationale organisaties consolideerde het regime ten volle. De arme luizen in de bergen hadden geen enkel benul van de hogere politiek. In de provincie Malaga zijn een 1500 guerilleros gerecenseerd. Vrijwel zonder uitzondering waren het analfabeten die dikwijls onwetend/onwillend in een spiraal terechtkwamen waaruit ontsnappen onmogelijk was. Hun gereconstrueerde levensverhalen zijn van een ontzettende treurnis en banaliliteit, met amper een paar maanden tussen de beslissing de bergen in te trekken en de dood bij een schermutseling met de veel beter bewapende en georganizeerde repressiemacht of door executie na een schijnproces. De tijd in de bergen dagen, weken, maanden van honger, ontbering, kou, ontgoocheling, solidariteit, radeloosheid en onderlinge argwaan (verschillende guerilleros werden door hun compagnons geliquideerd omdat ze er van verdacht werden zich te willen overgeven). De steun of sympathie van de bevolking nam af of werd onmogelijk gemaakt. In 1951 was de guerrilla letterlijk een marginaal fenomeen geworden, teruggedrongen naar dezelfde grotten in de sierras als die van hun voorgangers de monfies een kleine vierhonderd jaar eerder, met sporadische overvallen op  boerenhoven als laatste stuiptrekkingen. In 1953 werden de laatste guerilleros geëxecuteerd. Het nieuws was voor het regime nog nauwelijks een faits-divers waard. Velen van hen liggen in het massagraf op het voormalige kerkhof van San Rafael in Malaga (waarover later meer).

Sindsdien zijn de sierras -buiten het jachtseizoen weliswaar- vrij van gewapende menselijke aanwezigheid, en de kennis van het terrein neemt af met elke anciano die sterft.  De enigen die de Sierras nog kennen zijn Salvador, die de gieren van aas voorziet, en de paar cabreros, de geitenkwekers die met hun kudden de bergen intrekken. Daarmee is de cirkel rond: cabreros werden door de guerrilla goed- of kwaadschiks gebruikt als verbindingsmannen, doorgeefluiken van voedsel en informatie. Tot het regime ook hun bewegingsvrijheid beperkte en de guerrilla letterlijk uithongerde. Ik vrees echter dat de huidige generatie cabreros nog amper iets af weet van de situatie van hun voorgangers. Daarin verschillen ze niet van de rest van hun dorpsgenoten: twee, drie generaties hebben hun herinneringen verdrongen en de volgende weet nog nauwelijks wie Franco was.

Un saludo cordial!

http://www.libreriarayuela.com/libros/CENSO-DE-GUERRILLEROS-Y-COLABORADORES-DE-AGRUPACION-GUERRILLERA-DE-MALAGA-GRANADA/72017/978-84-7785-615-3

http://www.museobandolero.com/


 

De schoolfoto

zonder commentaar...

David ©















Roel Verschueren, Wenen 2 december 2009


 

De schande van de katholieke kerk in Dublin

Het Murphy rapport over het seksueel misbruik van kinderen door priesters in het dioscesaan Dublin en de manier waarop de kerkelijke overheid hiermee is omgegaan tussen 1975 en 2004 is om het zachtjes uit te drukken storend.

Ik heb nu stilletjes aan medelijden met Aartsbischop Diarmuid Martin, die de katholieke kerk voor de zoveelste keer moet zien te redden.

Ach de kerk zal wel niet vergaan, daarvoor zijn de Ieren genoeg gebrainwashed. Of zoals een kerkganger het uitlegde: 'Ik weet niet waarom ik nog naar de kerk ga, waarschijnlijk omdat het er bij ons ingeslagen werd'

Het gaat om duizenden gevallen van seksueel misbruik en de behandeling van klachten tegen 46 priesters.

Niet alleen de kerk , ook de politie diensten werden erbij betrokken.

Hier is een brief van de aartsbischop.

Ja, wat kan je hierop nog zeggen?


 

"'t Zijn Zotten Die Werken, ...."

Werken, ja, dat zouden we doen!  Als we geluk hadden. Als we zover zouden geraken, en een baan zouden vinden... 

Ik ben geboren in het jaar van de eerste oliecrisis, opgegroeid en opgeleid in een tijd van werkloosheid ("doppers"), crisisen, staatsschulden, nog eens crisisen, en, natuurlijk, de Bom. Zelfs in onze stripverhalen was er de bom:de Suskes en Wiskes 'de Gouden Circel' en 'de Texasrakkers'  waren nauwelijks verholen toespelingen op die bom die vroeg of laat op onze hoofden zou vallen.  'Voordat De Bom Valt', van Doe Maar, zelfs met carnaval:'Joke stop toch met koken, kom uit die keuken, want ik wil gezellig samen met je neu-tronenbommenstickers op mijn nieuwe tas gaan plakken' van De Leidse Sleutelgaten; de macabere, verontrustende  film 'The Day After' uit 1983, we kregen er niet genoeg van.  Het verleden was kleurrijk, maar de toekomst was maar grauw in de jaren '70...

En nu, enkele decennia later, als mijn generatie aan de beurt is om het roer over te nemen, worden onze voorzichtig uitgestoken kopjes weer hardhandig naar beneden gemept: weer crisis, weer besparingen, weer geen feest, zeker hier niet, in mijn nieuwe thuisland, het bijna failliete Griekenland, met een officiële werkloosheid van 15,7% en een verborgen werkloosheid van nog eens het dubbele.  Wanneer die crisis dan weer wijkt, zullen we wellicht moeten opschuiven voor de volgende generatie: de doeners en de dromers van de 'tech-boom', die opgewekte knullen, opgegroeid in de sprankelende jaren '90, voor wie het dorp al vroeg te klein was, en de wereld een klein dorp, met hun ideeën, hun plannen, hun daadkracht.

Mijn generatie kent weinig dromers.  Wij droomden niet van het veranderen van de wereld, zoals die voor ons, die pas midden jaren '80 in de gaten kreeg dat de kermis was opgebroken, en voor wiens gekkigheden wij nu levenslang moeten afbetalen.  Wij droomden ook niet van het veroveren van de wereld, zoals die na ons, voor wie de kermis nog maar pas gesloten is.  Die jaren '70 moeten diep in ons bewustzijn verankerd zitten, wij zijn de generatie van het haalbare, het realistische, het voorbehoud.  Weinig bevlogen politici, weinig kunstenaars, weinig schrijvers.  Zelfs de voetballers van mijn leeftijd hadden weinig branie, weinig lef: geen Coppens, geen Van Himst, geen Kompany of Dembele.  Wel Timmy Simons, en Wesley Sonck.

Maar goed, werken dus:werk vinden met wat zekerheid, dat je dan zogezegd graag zou doen, dat was het plan.  Ik geloof ferm dat die instelling zwaarder op mijn generatie heeft ingebeukt dan op andere, maar het is wellicht ook wel iets echt Vlaams, van alle tijden: "Waarken, govderdomme, tot we d'er bij neervallen...!", rochelde en vloekte de harde, wrede Boer Speeltie uit de serie Hard Labeur, vorm gegeven door Jo De Meyere in de rol van zijn leven.  Het klonk echt, geloofwaardig.  Het klonk ook bekend, het is iets waar we vertrouwd mee zijn.  Na de opleiding gaan we werken, zo hard we kunnen, zonder omzien.  Er eens wat jaartjes tussenuit knijpen om te reizen of wat te lummelen, om te zien wat er zoal te koop is, zoals de Scandinaven of de Amerikanen, dat zit niet in de Vlaamse aard.

Werken is in België zowat een doel op zich.  Je wordt er van jongsafaan op voorbereid: gaan werken, dat is wat je later gaat doen.  Je wordt dan een richting uitgeduwd waarvan je dan leert te geloven dat het iets is dat je graag gaat doen.  Daar bestaat een heel apparaat voor: de scholen, de psychosociale begeleiding (de bebaarde PMS-ers!): "Jij bent iemand die graag aan een bureau zit", "Jij bent iemand die graag een put graaft", "Jij bent iemand die graag de pampers van oude mensen ververst", enz...  en 'off we go'... Werken wordt voorgesteld als een zingevende activiteit, die je persoonlijkheid aanvult en verrijkt, en strekt tot voldoening en zelfontplooiing.  Het loon, ach je, dat is niet zo belangrijk, als je het maar graag doet...

Grieken, want daarover moet het hier eigenlijk gaan, werken niet voor hun persoonlijke voldoening en zelfontplooiing.  Hoewel Grieken zich wel vaak en graag praatjes laten verkopen, kan je hen op dit vlak niet veel wijsmaken: Grieken werken voor het geld. Als er geld komt van een andere bron (erfenis, huurhuis, taxi, ...), dan werken de Grieken liever niet.  Voldoening zullen ze wel elders halen. Als er gekozen moet worden tussen een zogenaamd voldoening gevende job of een zogenaamd afstompende job die met meer vrije tijd of meer loon komt, dan is de keuze snel gemaakt.  In België is zoiets een dilemma, hier is dat amper een echte keuze.  En als er dan toch gewerkt moet worden, dan liefst voor zichzelf: de eenmanszaak is wellicht nergens in Europa populairder dan in Griekenland: werken waar je wil, wanneer je wil, hoe je wil en vooral, hoeveel je wil: de weg van het minste kwaad.  Jonge Grieken zijn ook helemaal niet gehaast om te gaan werken.  Als er geen goede mogelijkheid is, blijven ze wel gewoon wat jaartjes thuis, bij hun ouders, gezellig wat lummelen en uitgaan.  Pas tegen hun dertigste begeven ze zich stilaan op de arbeidsmarkt.  Of de lakmoesproef: ik hoor Belgen weleens in ernst verklaren dat ze zouden blijven werken als ze twee miljoen EURO zouden winnen met de loterij: dat soort grapjes zal je hier niet snel horen. 

Het komt mij voor dat zelfs de Griekse Communistische Partij weinig heil ziet in de toch eerder Marxistische gedachte dat werken leidt tot de zelfontplooiing van de arbeiders; me dunkt zijn ze niet zo geinteresseerd in de verdeling van de productiemiddelen, dan wel in de verdeling van de productie, de opbrengst...

Hiermee kunnen allerlei andere fenomen gelinkt worden: de aberrante overcreditering van de Griekse huishoudens (naar schatting 1/3 van de Griekse gezinnen kan zijn consumptieleningen niet meer afbetalen) zal ook wel deels hiermee te maken hebben: als je het geld gewoon bij de bank kan halen, waarom dan werken?  Over de Panellinia heb ik al wel eens geblogd: staatsexamens die de studenten in een nationale rangschikking ordenen, waarbij voor elke studierichting een bepaalde minimuscore vereist is en een maximaal aantal studenten: de eersten mogen dan eerst hun richting kiezen, enz...  Ik vermoed dat dit systeem ook deels bestaat omdat anders iedereen die richtingen zou kiezen waarvan men vermoedt dat ze toegang geven tot snel geld: rechten, dokters, boekhouders.  Weinig Griekse twintigers dromen van een carriere als psycholoog, pedagoog of sociaal wetenschapper, zoals klaarblijkelijk een groot deel van de Vlaamse jeugd, die spontaan de aula's van die faculteiten binnenstroomt;  wie in Griekenland Psychologie studeert, die doet dat zelden uit zuivere interesse of uit een drang naar zingeving, maar wel omdat hij niet genoeg punten had om dokter te worden.  Ook meen ik dat voor veel Griekse meisjes en vrouwen uit gaan werken allerminst als een uiting van emancipatie wordt beschouwd: de meeste meisjes en vrouwen die ik ken, gaan werken omdat ze het geld nodig hebben.  Als papa of manlief betaalt, dan blijven ze gewoon thuis, diploma in de kast, en zonder complexen.

Zijn de Grieken dan lui, zoals het cliche het wil?  neen, dat denk ik niet, toch niet meer dan andere Europeanen.  Het is een kwestie van prioriteiten en oriëntatie.  En werken, zeker werken in loondienst, staat nu eenmaal niet hoog op de lijst van manieren om gelukkig te worden.  "Het leven is meer dan afwassen alleen".

Van alle cultuurschocks die ik in Griekenland heb doorstaan, en nog steeds doorsta, was dit voor mij misschien wel de allergrootste om te verwerken en aan te wennen: werken is 'overrated',  overschat, overgewaardeerd.

In loon uitgedrukt, daarentegen, en daarover zullen we het vast wel allemaal eens zijn, Grieken en Belgen gelijk, is werk altijd ondergewaardeerd.

Blijft te zien of de generatie van doeners en dromers het patroon kan doorbreken: zullen zij droomjobs hebben, met droomsalarissen?  Of luisteren ze toch gewoon naar het PMS?


 

State of the Union in Wenen

180px-Werner_Faymann_Wien08-2008a Wat doe je als Bondskanselier als je na een jaar besturen het volk toespreekt? Hangt ervan af hoe je als belangrijkste politicus van het land hebt gepresteerd, zou ik zo zeggen.

Dat het crisis is weet iedereen, dat die in hoofdzaak met ongebreidelde beursgeilheid in de USA te maken heeft zegt iedereen. Dus dat de Bondskanselier dat ook doet kan hem niet verweten worden.

Dat de steunpakketten voor banken en bedrijven die op springen stonden nodig waren kan hij bewijzen, evengoed als bewezen is dat ze waarschijnlijk nog niet voldoende waren.

Dat het Oostenrijk minder slecht gaat dan andere Europese landen moet hij niet bewijzen, dat is een algemeen bejubeld en in stand gehouden politiek dogma waarvan zelfs de burger zich niet laat afbrengen.

Dat Oostenrijk succesvol begonnen is aan de sanering van haar sociale zekerheid is een feit, laat begonnen en veel verloren, maar de aanzet is daar.

Dat in Oostenrijk de jeugdwerkloosheid een van de laagste is binnen de 27 landen van Europa is een even groot feit, dat als bewijs genomen wordt voor hoe goed de een jaar jonge regering Faymann het heeft gedaan.

Hofburg Toen hij vanmorgen om tien uur in de imposante Hofburg zijn "State of the Union" bracht luisterden duizend vooraf geselecteerde genodigden aandachtig toe. Want de partij van hun Bondskanselier verliest vijf verkiezingen op rij en de man wordt een te zachte, te minzame aanpak verweten die als teller boven de noemer van de besluiteloosheid en het angstig vermijden van conflicten staat.

De obligate Bondspresident, de kardinaal en andere voor Oostenrijk zo belangrijke hoogwaardigheidsbekleders waren in de minderheid. Veel jongeren, uit alle lagen van de bevolking en origine, veel diplomaten, vertegenwoordigers van andere geloofsbelijdenissen, gewone mensen uit de andere bondslanden, pers, studenten. En ze luisterden allemaal alsof voor hen een zopas nieuw verkozen kanselier stond die nog alle krediet verdient en hoop wekt. Ik stond er bij en ik keek ernaar.

Wat Faymann vanmorgen echter heeft gepresteerd zal zijn volgende drie jaren regeren sterk beïnvloeden: hij stond er als een echt staatsman, sterk en met veel zelfvertrouwen, met een ontzettend verfrissende schijnbaar uit de hand voorgedragen verklaring, origineel gebracht en creatief dialectisch opgebouwd. De vertegenwoordigers van de Oostenrijkse samenleving hingen aan zijn lippen, je zou voorwaar vergeten hoe ze hun Bondskanselier de afgelopen twaalf maanden verguisden en belachelijk hebben gemaakt. Wie hem voor deze aanpak geadviseerd heeft zullen we nooit weten, ze hebben Oostenrijk alvast meer dan een uur lang een andere kanselier voorgeschoteld, een kanselier die hij tot op vandaag niet was.

Mocht dat morgen ook nog zo zijn, dan is er iets veranderd, dan heeft conflictbeheersing gewerkt, verzoening zin en politiek opnieuw een heel klein beetje aan geloofwaardigheid gewonnen. Iets waar Oostenrijk hoogdringend nood aan heeft.

En dat is precies het probleem in dit land. Terwijl ze uitgenodigd zijn, fraai uitgedost deelnemen, elkaar begroeten en omarmen omdat ze er bij mogen zijn, lof spreken enkele seconden na de rede en elkaar verdringen op weg naar het buffet waar ze het glas zullen heffen en de warmte van het samenzijn genieten, broeden reeds de gedachten die een half uur later naar buiten zullen wandelen: saai, te braaf, al het slechte komt van buiten, maar laten we lief zijn voor elkaar, het gaat ons - Oostenrijkers - toch goed. Vooral geen ruzie, discussiëren doet pijn, en wij doen elkaar geen pijn. Het leven is mooi, spijts wat tegenslagen, maar we slaan ons hier allen - Gemeinsam - wel door.

Of hoe een goed gebrachte State of the Union beperkte impact heeft als de vorm en stijl de inhoud overtroeft.

Roel Verschueren, Wenen 2 december 2009


 

Vanuit Kelt-Iberia naar de Merovingers in het Jubelpark

 España, Hulste, Brussel KMKG 035 

In een gelijkaardig tafereel (kast ernaast) heeft men een historische schilderij uit het boek "Festins mérovingiens" van uitgeverij Le Livre Timperman, nagebootst in een kijkkast met quasi dezelfde schalen en flessen.     .   (Eigen foto)

ARGAÑÍN/BRUSSEL - Gisteren was ik uitgenodigd door Bart Suys, hoofd communicatie, op de presentatie van de compleet vernieuwde Merovingische zaal - daarbij mooi aansluitend op de al perfect opgesmukte Gallo-Romeinse zalen  -  in het Koninklijk Museum van Kunst en Geschiedenis, zeg maar een onderdeel van het Jubelparkmuseumcomplex te Brussel. Het werd een boeiende gebeurtenis, niet alleen omwille van het heerlijke enthousiasme van conservator Dr. Alexandra de Poorter (Merovingische en middeleeuwse archeologische verzamelingen)  maar ook doordat zij uit haar eigen zeer beperkt budget aan de gasten een heerlijk Merovingisch middagmaal offreerde. Ik voelde me bijna disgenoot aan een "decadent" maar vast en zeker, succulent festijn.

 

Ofschoon de voorwerpen grotendeels uit België komen (verrassend zuiver-mooie intacte voorwerpen uit Oost-Vlaanderen, de rest vooral uit Wallonië) lagen er stukken of replica's uit Frankrijk, Nederland en Duitsland in de collectie. A.d.h. van tekeningen, schaalmodellen, didactisch mooi opgestelde uitbeeldingen "levensechte" taferelen bij uitvaartplechtigheden bvb., een weefgetouw en de vele echte relieken werd er in het intieme kelderzalen een zeer aangename, sfeer weergegeven die een familiaal bezoek niet tot een marteling maakt. Integendeel. De acht, nu speciaal gerestaureerde graven (Henegouwen) en degelijk verlichte tomben met skeletten en grafgiften erbij ogen spectaculair. Al heb ik steeds mijn bedenkingen bij het tentoonstellen van echte skeletten en lijken (mummies bvb.) want ¿waar blijft het respect voor de aflijvigen in dit geval? Replica's, ja. Ik zou nooit dulden dat men een skelet van mijn zoon, moeder tentoonstelt.

Kelten, Franken, Wisigoten, Merovingers ...

Dus een rijke, aantrekkelijke expo van keramiek, wapentuig, alaam, textiel, bouwwijzen en verrassend zalig gepresenteerd door de "arte" in drie grote, gefotografeerde schilderijen van de Poolse striptekenaar, de geestelijke vader van Thorgal: Grzegorz Rosinsky.

 

 España, Hulste, Brussel KMKG 028 

Een kleurrijk detail van een groots "Merovingisch" dorpstafereel met natuurlijk niemand minder dan Thorgal en sibbe. (Eigen foto)

Een ander pluspunt van initiatiefneemster De Poorter is de aanschaf van een korte filmvoorstelling die de versmelting, verdrijving, hertekening van de geopolitieke kaarten voor de periode van de Merovingers (5de E tot 8ste E) toont. Een Duits werk rond de volksverhuizingen. Opm. de Kelten  -  in vele werken die ik heb worden ook de Franken erbij gerekend   -  zie ik niet op de Europakaart. Noch werd het Iberische schiereiland er goed uitgewerkt. Bueno. visigodos , Franken, celtas, Merovingers lopen hierbij door mekaar. Net zoals nu, Europa een andere soort volksverhuizing meemaakt. Als Unie.

 España, Hulste, Brussel KMKG 037

Hier zijn de twee scharnierfiguren die bijdroegen tot het welslagen van de heropening van de  Merovingische zalen.     Pierre en Alexandra. (Eigen foto)

Voluntariado

In de boeiende nagesprekken (over de achtergronden en het boek mbt de feestdis spreek ik later wel) die ik had met de Moeder van de Zaal, dr. Alexandra de Poorter (Roeselare) en Pierre Devulder (Harelbeke) , restaurator en decorator, onthou ik vooral dat ondanks het zeer krappe budget van 15.000 euro de dame heeft getoverd en gelukkig steun had van enkele zélf aangezochte sponsors, het personeel van het KMKG en voorál een schare mensen uit het "voluntariado". Haar dochters, haar man, zijzelf dag en nacht bijna en vooral de hulp van de al gepensionneerde museumwitteraaf en medewerker, Pierre , voor panelen, kijkkasten, banken, sokkels, etc. Die anecdotes zijn een apart artikel waard.

De opmerking van een collega dat er geen visie is bij het beleid van het Museum en dat de zalen van het complex geen uniformiteit kennen beaam ik niet helemaal.

Er is een visie, 'n gebrekkige jawel en je voelt soms onderhuids een "Francofonie"-Vlaamse moeilijkheidsknobbel, maar dank zij het gebrek aan een Stasi-visie, heeft Alexandra tenminste de vrijheid gekregen om initiatieven te (moeten) nemen en om als een kloek voor haar jong te zorgen en een parel tevoorschijn te toveren.

Ik ben tevens maar al te blij dat de "kijkkasten" niet overal hetzelfde, zeg maar, Aldi/Ikea-effect hebben. De collecties zijn sowieso al verschillend. En dus laat de kijkkasten dat dan ook maar zijn.  ¡Ojalá!

En de ¿relatie met Spanje? Ha. Komt in het smikkelartikel.

¡Muy atentamente!

Dirk Renaat


 

Pril en geil... a Dutchman in Gent

Ik was een weekendje in Gent. Gent is altijd verfrissend, vooral als eind november alle straten opengebroken liggen en het zo hard regent en waait dat vele toeristen met heel veel moeite en duidelijke spijt over de vooruit betaalde citytrip hun regenscherm proberen in te halen.

Het koppel dat naast me zat in De Maegd van Ghent was duidelijk even fris als Hollands, en zat met de knieën verstrengeld op twee hoge barkrukken Corona te drinken. Dat kan in dit café niet aan een gebrek aan keuze liggen, het Mexicaanse bier in Belgische handen kan dan wel lekker zijn, een alternatief voor onze Duvel, Leffe, Westmalle en enkele honderd andere echte Belgische bieren is het op een druilerige avond zoals deze niet. Maar wat exotisch is voor onze noorderbuur moet niet noodzakelijk exotisch zijn voor ons, zij zijn al blij in Gent te zijn, het buitenland ligt soms dichtbij.

Ik speurde die prille onwennigheid tussen twee mensen die nog op zoek zijn naar de bevestiging dat ze wel bij elkaar zouden kunnen passen, de 'voorwaardelijkheid' zit nog als derde persoon bij hen aan tafel, aftasten is een subtiel spel van geven en nemen, van testen en getest worden, in de wetenschap dat beiden hetzelfde doen. De glimlach als reactie is eerder afwachtende bescherming, een blijk van hoop dat vertrouwen zich stilaan mag nestelen waardoor de 'voorwaardelijkheid' opstaat en naar buiten gaat.

Ik zag wel dat het haar stoorde, dat constant op en weer wippen met zijn linkerbeen, onbedwingbare zenuwen verworden tot een tic.

Ze deden het echter goed, ook na de derde Corona en wat strelen over en weer en spijts het feit dat hij af en toe een stukje droge snot bekeek dat hij zorgvuldig uit zijn neus had gedraaid.

Ik had hoop, hier zat een potentieel paar verliefd te worden, zin na zin, blik na blik, vingertoppen kunnen vliegen als het moet. De zijne toch, bijna alle twee minuten over de toetsen van zijn gsm, wanneer het schermpje oplichtte en een schriel gepiep door de grijze lucht van het café sneed.

Het was echter toen Hans, de wat klein uitgevallen Nederlander, iets tegen Marijke zei wat ik niet kon verstaan dat de betovering plots verbroken leek. Marijke stond rustig recht, stopte haar gsm en pakje sigaretten in een kleine handtas, dronk haar flesje Corona met schijfje limoen in een slok leeg, trok haar minirok wat naar beneden en stapte op.

Hans bleef zitten, alsof hij daar de ganse avond al alleen had gezeten.

Of ik dat nu begreep? vroeg hij wat verveeld. Ik antwoordde dat ik niet had gevolgd wat gaande was.

“Gewoon omdat ik haar vroeg of ik een filmpje van haar mocht maken, een geil, in haar blootje op de kamer van ons hotel!” zei hij nogal verontwaardigd. En na een paar slokken bier sloot hij af met “Preutse kut!”

Ik was wel zeker dat Marijke gelijk had op te stappen en dat ze het ruimschoots zou overleven, dus ging ik haar niet achterna. Iets waartoe ik af en toe nogal de neiging heb. Dat ze ergens anders zou slapen dan gepland wist ik wel zeker. Pril en geil pasten voor haar vanavond niet zo samen.

Ik bestelde een “Mort Subite” voor Hans voor ik naar buiten ging en legde nog pasgeld toe voor een tweede. Je moet mannen die afgewezen worden en niet begrijpen waarom soms een handje toesteken.

Roel Verschueren, Wenen 30 november 2009


 

BOLOGNA EN DE NEDERLANDSE DOCTORANDUS

Tien jaar geleden werd door het aannemen van het Verdrag van Bologna de organisatie van het hoger onderwijs in de EU behoorlijk op de schop genomen. Na verloop van tijd moesten alle lidstaten hun universiteiten een gelijkaardig regime opleggen. Op die manier konden dan de studenten veel gemakkelijker in een ander land gaan studeren en wist iedereen ook beter wat de waarde van elkanders diploma was. Een revolutie was dat, want van de vrolijke universitaire diversiteit is inmiddels niets meer overgebleven. Naar Angelsaksisch model leveren de Europese universiteiten over enkele jaren enkel nog bachelors en masters af.

Toch was eigenlijk niemand echt enthousiast over deze hervorming. Daar had men goede redenen voor. Universiteiten hebben nooit graag willen hervormen. De universitaire organisaties zijn immers log en kennen vele loopgraven en bolwerken. Daarbij zijn niet alle universiteiten van dezelfde omvang of wetenschappelijke betekenis. Men vermoedde vooral bij de kleintjes dat “Bologna” wel eens tot een grote schoonmaak zou kunnen leiden, waarbij alleen de grote en rijke universiteiten zouden overblijven. Wetenschappers waren bang dat met de hervorming de managers nog meer macht zouden krijgen. De studenten vreesden dat er intussen meer tempo in de studie zou komen, dus ook verschoolsing en vervlakking van het aanbod. En ook dat tempo maken ten koste van hun vele bijbaantjes en hun hang naar gezelligheid zou gaan. Vandaar soms protestacties. Zoals laatst nog in Duitsland waar de hervorming pas nu van start is gegaan.

Nederland liep redelijk voorop in de Bologna-hervorming. Er was eerder al veel hervormd. En gestroomlijnd. Studenten moesten leren tempo maken op straffe van verlies van de studiebeurs. Niet altijd met even veel succes overigens. Veelal kwam dat als gevolg van de bijbaantjes die elke student er pleegt op na te houden. Gemiddeld zo een 20 uur per week. De hele horeca in de universiteitssteden zou plat liggen zonder de studenten. Vandaar dat de studievertraging nooit effectief is aangepakt.

Met de Bologna-hervorming werd ook euthanasie op de Nederlandse doctorandus (drs.) gepleegd. Niets was tot voor kort zo symbolisch voor het Nederlandse standsbewustzijn als het voeren van een academische titel. Veelal door drs. voor de initialen en de naam te plaatsen. Uiteraard waren er naast doctorandussen ook nog ingenieurs (ir.) en vooral de meesters in de rechten (mr.). En gepromoveerden pronkten graag met hun doctorstitel. Het veroveren van zo een elitair papiertje liet men niet onverlet. Dan was het uitbundig feest na een protserig promotieritueel. Naambordjes op de deur werden dan ijlings aangepast en de nieuwe titel haalde meteen het telefoonboek. De veel gehoorde dooddoener dat in Nederland niemand geacht wordt boven het maaiveld uit te steken op straffe van een kastijding, mag men dus met een korreltje zout nemen.

Ja, en wat is dat dan een doctorandus? Die doctorandustitel was in de vele buitenlanden totaal onbekend. Men moest er voor in het woordenboek duiken om het te kunnen vernemen. Of het gewoon vragen als de kans zich voordeed. Als nieuwsgierige buitenlander die de plaatselijke codes nog onvoldoende beheerste, vroeg ik ooit eens aan een mevrouw die zich als doctoranda Zus-en-Zo had voorgesteld wat dat nu eigenlijk was een “doctorandus”.  Door deze onbeschofte vraag te stellen bleek ik haast een gerichte aanslag op haar eerbaarheid te hebben gepleegd. Want ik had hiermee haar sociale status ter discussie gesteld.

Een doctorandus was ooit iemand die doorleerde voor het behalen van een doctorstitel. Dat stond in het woordenboek dat ik na dat incident met die doctoranda had geraadpleegd. En dat klopte formeel ook, maar helaas niet meer in de toenmalige tegenwoordige tijd. Na de Tweede Wereldoorlog werd een doctorandustitel het eindpunt van een universitaire studie. Men had er zich in Nederland blijkbaar mee verzoend dat de universiteiten geen geleerde doctores meer hoefden af te leveren. Alleen nog maar doctorandussen. (De doctorstitel werd gereserveerd voor de uitslovers die in het toenmalige taalgebruik een "dissertatie" schreven.) Maar wee diegene die onrechtmatig met een doctorandustitel wilde pronken. Zo had een nieuwslezer van de Hilversumse omroep die ooit eens tot staatssecretaris was benoemd, zijn mager curriculum onrechtmatig met een doctorandustitel opgetuigd. Die leugen kostte hem meteen de politieke kop. Een andere baan vinden in Nederland zat er daarna voor hem niet meer in. Daar zorgden de door hem gekwetste doctorandussen wel voor.

Het maatschappelijk prestige van de doctorandus was ook relatief. Hij werd al snel geïdentificeerd met de nogal pedante veelprater die de binnenband van zijn fiets niet kon repareren. Of die lurkend aan een pijp op gedragen toon gemeenplaatsen debiteerde. De vrouwelijke varianten hielden van mantelpakjes en praatten met kopstemmetjes. Totdat deze generatie vervangen werd door de universitaire spijkerbroekengeneratie die koffie dronk uit een plastic bekertje en shaggies draaide. Deze doctorandussenfolklore is sinds “Bologna” voorbij. De Nederlandse natie heeft er zich daar ogenschijnlijk zonder al te veel morren graag bij neergelegd. Zelfs de populist Geert Wilders, overigens een eenvoudige jongen, heeft er zich niet druk over willen maken. De jongere generatie studenten zal het eveneens allemaal een zorg zijn. Academische titels klinken tegenwoordig stoffig. Wie doctorandus zegt, die kan soms per vergissing voor een of ander uitgestorven reptielensoort worden genomen. Subtiel maar waar: je bent geen master, maar je hebt er eentje. Een doctorandus was je. Daarmee is de discussie ook afgesloten.


 

De Taliban zijn in Brussel!

Dat de scheiding tussen Kerk en Staat iets minder strikt wordt opgevat in Italië dan in België, dat wist u wellicht al. Een paar weken geleden veroordeelde het Hof voor de Rechten van de Mens de Italiaanse staat voor de aanwezigheid van kruisbeelden in klaslokalen. Het vloekt met het geven van een neutrale opvoeding aan onze kinderen. Moeilijke discussie. Of je nu gelovig bent of niet, het valt niet te ontkennen dat het katholicisme een aardige rol heeft gespeeld in onze westerse geschiedenis, maar om onze toekomst daar aan te herinneren, lijkt me een les geschiedenis nog iets meer aangewezen dan een kruisbeeld. Reactie in Italië: moord en brand natuurlijk. "Brussel (zo noemt men Europa hier) heeft zich daar niet mee te moeien; ze raken aan onze identiteit." Ik dacht dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg zitting hield, maar kom.

Berlusconi sprong wellicht een gat in de lucht bij het horen van dit nieuws. Want door zich op te stellen als verdediger van de kruisbeelden en dus van het Vaticaan, kan hij weer op een goed blaadje staan bij de Paus. Dat blaadje was immers wat rot geworden, sinds bekend werd dat hij wel eens een groen blaadje (mits betaling) en een lijntje (cocaïne) lust.

En de Italiaans scholen? Schoolvoorbeeld van een omgekeerd effect. Sommige scholen waar GEEN kruisbeeldjes aanwezig waren, hebben er nu wel één in elke klas. Eat this, Europe!

Deze morgen bij mijn eerste blik op de website van de "Corriere della Sera" staat een voorstel te lezen van een parlementslid van de Lega Nord (zo een beetje het Vlaamse Belang van Noord-Italië) om op de tricolore een kruisteken af te beelden. Is Benedictus ondertussen al over de kleur van het kruis aan het nadenken of denkt hij toch 'neen, liever niet'?

En waarom deze titel? De moet u gewoon even op de foto kijken. Die rechters van het Europees Hof uit Straatsburg zijn gewoon vermomde Taliban leden die zich schuilhouden in Brussel. U weze gewaarschuwd.

DSC03269


 

Mlk

In 2016 mag een Spaanse (en een Poolse) stad zich Culturele Hoofdstad van Europa noemen. Het lijkt nog veraf, maar de Hoofdstad 2015 (Mons -Bergen-) is al een tijd bekend, en voor Spanje 2016 moet in volgend jaar één en ander in een stroomversnelling geraken. Zestien steden hebben zich kandidaat gesteld, de meesten zijn in de recente traditie van het Cultureel Hoofdstedendom relatief onbekend (Oviedo, Gijon), al staan een aantal van hen op de Unesco lijst van het Patrimonium van de Mensheid (wat hen helaas bij het grote publiek niet veel bekender maakt of heeft gemaakt: Cuenca, Tarragona, Caceres, Alcala, Segovia, wie is er ooit geweest of voor wie vaut het un détour ?). In vrijwel alle zestien steden ben ik aantal keer geweest, sommigen zijn mij zeer bevallen (Burgos, Zaragoza, Cuenca), voornamelijk Caceres kon me niet enthousiasmeren, maar dat is uiteraard puur subjectief (een groot aantal steden heeft Extremadura sowieso niet: de schoonheid ligt in zijn dorpen, landschappen en verlatenheid, al blijven Merida en Trujillo m.i. wel een must).

Bij de zestien zijn ook twee Andalousische pretendenten: Malaga en Cordoba (dat ook op voornoemde Unesco-lijst staat). Om hun kandidaturen aan te prijzen, hebben ze beiden (voorlopig?) in elk geval een totaal oninteressante, bureaucratische website gemeen waar de individuen die met de uitwerking van een eventueel project belast zijn, belangrijker lijken dan het project zelf. Hoe dan ook: Cordoba gaat zijn verleden van de "drie culturen" (islam, joods, christelijk) uitspelen; voor Malaga wordt Picasso de spilfiguur van een eventuele organisatie. Op Cordoba en het beeld van de drie culturen, kom ik in een later bericht terug.

Kiezen voor Picasso als centrale figuur voor de Malagueense kandidatuur is eerbaar: hij werd in Malaga geboren en bleef er tot zijn tiende wonen (Gent kan op zijn Keizer Karel niet veel langer prat gaan). Na 1901 is hij er echter nooit meer geweest (hij stierf in 1973) en specifieke referenties in zijn werk en leven naar (situaties in) de stad zijn uiterst schaars. Daarmee is tevens het grote probleem aangegeven van het huidige Museo Picasso in Malaga: het gebrek aan "grote" werken (die nu eenmaal in Parijs, New York, Madrid of Barcelona hangen) en het daarmee gepaard gaande gebrek aan puur artistieke aantrekkingskracht. Om de figuur "Picasso" in Malaga te integreren heb je maw een visie nodig die verder reikt dan het pure wedden op de naam. Geen van de drie directeurs van het Museo die elkaar sinds de opening zes jaar geleden hebben opgevolgd, heeft dergelijke visie kunnen ontplooien. Dit neemt uiteraard niet weg dat er zeer mooie werken hangen (én dat het museum als gebouw op zich al de moeite waard is). In elk geval is het de bedoeling om Malaga -Culturele Hoofdstad of niet- op de landkaart van de moderne en hedendaagse kunst te zetten: in 2011 zou normaal gezien het Museo Carmen Thyssen Bornemisza, van de gelijknamige flamboyante barones, née Carmen Cervera, miss Spanje 1961, zijn deuren openen. (La Carmen is één van die figuren die de verkoopcijfers van de "revistas de corazon" -"de boekskes", Hola!- de hoogte instuwen: voor de kunst doe je al eens wat; maar afgezien daarvan is het "hoofdhuis", het Museum Thyssen, de derde grote pijler van het kunstaanbod in Madrid, naast het Prado en het Reina Sofia).

In de sousterrains van het Picassomuseum bevinden zich de interessante archeologische resten van het Malaga toen het nog Mlk (Fenicisch) en later Malaca (Romeins) was. In de buurt bevindt zich het Romeinse theater dat op dit moment ten volle geëxploreerd wordt; boven het theater ligt het Moorse Alcazaba van toen Malaga nog Malaqa was. Ook al zijn deze resten van een andere aard (we spreken uiteraard niet over "waarde") dan de kathedraal (mezquita) van Cordoba, het zou jammer zijn mocht dat verleden geen rol spelen in de eventuele projecten van de eventuele Culturele Hoofdstad: het ongekende succes van het nieuwe "interpretatiecentrum" van Medina Azahara bij Cordoba bewijst de toeristische waarde van goed uitgewerkte ideeën over het valoriseren van materieel-archeologisch cultureel erfgoed.

Un saludo cordial!


 

Dorpspolitiek

De euforie na de geslaagde socialisatie bleek wat voorbarig.
De Kelihan, het hoofd van de banjar of dorpsgemeenschap, vroeg dag na de bijeenkomst of Dewa, onze chauffeur en intussen ook bemiddelaar in Balinese aangelegenheden, bij hem kon komen om een bericht voor mij op te halen.

Dat bericht was geen schriftelijke nota maar een mondeling overgebrachte eisenbundel.

Waarom die dingen niet tijdens de socialisatiemeeting op tafel waren gekomen is me een raadsel. Zoals wel meer dingen in dit land.
Vooraleer de banjar zijn formeel akkoord verleent met onze exploitatie moet er eerst een MoU (Memorandum of Understanding) worden opgemaakt waarin onze verplichtingen zullen worden neergeschreven.
Voor zover ik het begrijp gaat het om de volgende dingen:
  1. We moeten de overlast accepteren die onvermijdelijk het gevolg zal zijn van onze ligging vlak bij de tempel. We horen verder onze gasten duidelijk te maken dat de tempel een heilige plek is. Er zijn nl. gevallen bekend van hotels die hebben geëist dat de luidsprekers met de gezangen werden uitgeschakeld tijdens de tempelrituelen. Ook werden de gamelanrecitals stilgelegd. Verder presteren bepaalde toeristen het om, ongegeneerd en met minimale kledij dwars door plechtigheden heen te lopen, net of dat de normaalste zaak van de wereld is. Op zich lijken me dat legitieme bekommernissen en heb ik daar geen moeite mee. Ik denk trouwens dat de meeste toeristen die Bali hebben gekozen als vakantiebestemming, een tempelceremonie naast de deur helemaal niet erg zullen vinden. We stellen trouwens ceremoniële kleding ter beschikking, zodat de gasten, onder begeleiding van onze medewerkers, de tempel kunnen bezoeken om getuige zijn van de rituelen.
  2. Omdat we aan het rijstveld grenzen moeten we rekening houden met de eisen van de subak, de instantie die de irrigatie regelt.
  3. We moeten een eenmalige bijdrage betalen aan de banjar omdat we ons op hun grondgebied hebben gevestigd.
  4. We moeten elke 6 maanden 100 kg rijst of de tegenwaarde ervan in geld schenken aan de banjar.
  5. Minimaal 25% en maximaal 40% van ons personeelsbestand moet bestaan uit mensen van de banjar. Hier heb ik het wel moeilijk mee omdat het de bedoeling is met een minimale bezetting de hele operatie te runnen. Dat moeten dan wel allemaal goed gekwalificeerde mensen zijn. Het zal een dosis diplomatie vragen om hier een mouw aan te passen. Maar dat zal wel lukken. België is niet voor niets het land van de compromissen, dus voor een stukje ben ik door geboorte een ervaringsdeskundige.
Gisteren zou de Kelihan met een delegatie bij ons langskomen om dit alles door te spreken. Dat plan werd echter doorkruist door de Kepala desa van Peliatan, de burgemeester dus. Die staat in de hiërarchie een trapje hoger dan de Kelihan en heeft duidelijk gemaakt dat hij, om de zaken te vereenvoudigen, een MoU zou opmaken waarin de eisen van het dorp, de banjar, de tempel en de subak zouden worden gebundeld.
Het worden weer spannende dagen.
Villa Sabandari - Bali boutique hotel
 

duemila dodici

Warner Village, Vincenza, woensdagavond. Eerste vaststelling: € 5,50 voor een avondje film op woensdagavond en dus best wel betaalbaar in vergelijking met België. De andere avonden betaal je wel € 7,50. Tweede vaststelling: caldissimo! Veel te warm dus in de zalen. In een land zoals dit verwacht je toch op z'n minst airco in de zalen. Niet dus. Dan de film. Hollywood kan me meestal maar matig bekoren, maar voor rampenfilms maak ik graag een uitzondering. Al stel ik me zeer de vraag of 2012 niet eerder een komedie was. Op z'n mist een komische rampenfilm. En als er een Oscar voor Meest Voorspelbare Film zou bestaan, graag 2012 nomineren aub.

De regisseur had bovendien z'n Westerse bril stevig op gehouden. De G8 (de 8 rijkste economiën van de wereld) redden de wereld. The world has changed a bit these past few years, my dear! Hollywood heeft wellicht nog even tijd nodig om dat in te zien. Ook mijn nieuwe thuisland (Italië dus) maakt deel uit van dat selecte groepje. En de minister-president van Italië had besloten om naar het Vaticaan te gaan om daar (in tegenstelling tot de andere wereldleiders) de dood samen met z'n volk in de ogen te kijken. Iets wat een applausje opleverde in de zaal én een 'ah ja dat is logisch hé... Berlusconi hé' van de man naast mijn. Nu de minister president in de film geleek in de verste verte niet op Berlusconi, maar kom.

Mijn gezelschap die avond was trouwens ook een aanhanger van Papì (Berlusconi). Wel, aanhanger is een groot woord, maar hij had er toch al 2 keer voor gestemd. Tot voor kort kwam ik hier enkel tegenstanders tegen van Papì, vooral omdat ik vooral contact heb met jonge mensen hier en die in grote getalle tegen het Italië stijl Berlusconi zijn. Maar deze week dus m'n eerste jonge aanhanger van Berlusconi. En waarom? Hij is tevreden. Dankzij Belusconi draait dit land best wel goed vindt hij. Persoonlijk vind ik dat dit land soms meer vierkant draait dankzij Papì. Het verschil? Ik kijk met een andere bril naar de politiek hier. Misschien moet hij eens mijn bril opzetten. En ik de zijne. Het kan alleen maar verrijkend zijn. Niet?


 

De kanonnen worden op Letland gericht

Het was niet eens zo'n groot bericht, maar als in de Vlaamse media het woord "Letland" opduikt, gaat er plots een knipperlicht aan. Riga krijgt het bezoek van een Belgisch koningspaar. Neen, niet Albert en Paola; die zijn hier reeds op bezoek geweest, een paar jaar terug en alle Belgen mochten naar de ontvangst, een pianoconcert van een Antwerpse winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd en daarna een buffet met de best koks. Alleen waren de beste beetjes weg en de overblijvende hapjes koud toen het onze beurt was.

Neen, wij krijgen het bezoek van Herman en Yves. Het bezoek van de premier kaderde in de voorbereiding op het Belgisch voorzitterschap van de Europese unie voor de tweede helft van 2010. De premier zou alsdan vergezeld geworden zijn door zijn  minister van buitenlandse zaken. Maar die premier kreeg ondertussen een andere naam en de oude premier werd ondertussen president en de oude minister van buitenlandse zaken werd premier.

Vermits Dehaene druk bezig is in BHV en dus niet mee kan om op moeilijke vragen te antwoorden in plaats van Yves, komt het goed uit dat Herman erbij is om de weg voor Yves te bereiden en te berijden zodat hij geen domme dingen doet en op tijd komt waar hij verwacht wordt.

Herman heeft hier trouwens nog iets goed te maken. Bij de verkiezingen tot president heeft hij de enige vrouwelijke kandidaat figuurlijk een poepje laten ruiken. Laat nu die vrouwelijke kandidaat de Letse Vaira Vike Freiberga zijn, een pronte dame van 70 en vroeger alom geliefde presidente van Letland.

Zoals vandaag Mathilde, na de missie in Marokko, op aandoenlijke wijze wist te vertellen dat zij en haar bebaarde echtgenoot een complementair team waren, zo vormen Herman en Yves ook een complementair team. Ze drukken mekaars voetsporen: Yves gaf de sleutels aan Herman en Herman gaf ze terug aan Yves. Herman is de rustige vastheid zelve en Herman de onrustige spichtigheid in persoon. Laat ze dat nu doortrekken: Herman is de vastberaden spreker en Yves de bedaarde zwijger.

Dan snappen de Letten misschien wie er op bezoek komt en wat ze hier komen doen en dan blijft in de nationale pers het bezoek ergens in een klein artikel op pagina 15 vermeld.

Of wij Belgen in Letland deze keer weer worden uitgenodigd om onze complementaire Siamese tweeling te ontmoeten bij een drankje en een warm hapje? We zullen u ervan verslag doen mocht het zo zijn.


 

Het regent, het regent...

Het regent in Ierland, al dagenlang. Af en toe piept de zon even door de wolken, maar in de verte komt de volgende lading donderwolken alweer met volle kracht aangewaaid. Ook de wind maakt er hier een waar feest van dat gepaard gaat met eclectische muziek die in de vallei van de rivier Boyne weerklinkt. Met een kracht tussen de 90km en de 120km per uur noemen ze dat in België een storm. Hier is dit normaal voor de tijd van het jaar. De bomen groeien krom. De wind waait langs de heuvels en de huizen. Ze zoeft door de schoorstenen, en komt langs spleten en kieren naar binnen, vergezeld door een kolonie muizen, die het leven in de weiden in deze tijd van het jaar ook maar niks vinden. De regen klettert op het dak en tegen de ruiten met zo’n lawaai dat het bij momenten moeilijk is mekaar te verstaan.

Ierland is een erg muzikaal land en plots begrijp ik waar de melancholische inspiratie vandaan komt. De klanken van de wind, het gekletter van de regen en de zwaarmoedigheid van de herfst vormen een ideale combinatie tot gecomponeerde uitmuntendheid. En zoals ik gisteren las, blijken creatievelingen nood te hebben om hun smarten van zich af te schrijven, te schilderen, te componeren of te zingen. Het moet gezegd, nooit zag ik meer creatieve mensen om me heen dan in Ierland. Bijna iedereen bespeelt hier een instrument en maakt op een zeker moment in zijn leven deel uit van minstens één muziekgroep. Overal in de pubs weerklinken coverbands, akoestische solo’s en traditionele Ierse muziek.

De bevolking trekt zich terug voor een winterslaap voor de tv met een occasioneel uitje naar de pub. Om vijf uur ’s avonds is het hier pikdonker en op 21 december begint het om 3 uur te schemeren en is het om 4u nacht. Als je naar de pub trekt om in deze donkere en gure tijd van het jaar een beetje warmte en gezelligheid te vinden buitenshuis, zet dan vooral geen mutsen op en neem zeker geen paraplu mee, want dat is verloren moeite en weggewaaid geld.

Dit jaar gaat de regenachtige herfst gepaard met nationale miserie. In het westen en het zuiden van Ierland zijn grote gebieden overstroomd. Scholen zijn gesloten, ganse steden en dorpen zijn ondergelopen, mensen worden geëvacueerd, grote gebieden hebben geen stromend water en het blijft maar regenen. Het is alsof de volledige Atlantische oceaan verdampt is en zich nu neerstort op dit al door de recessie in ellende verzonken eiland. Vreemd genoeg komt een dergelijke natuurramp niet eens in het nieuws in België.

Maar iedereen is hoopvol, want kerstmis komt eraan. De kerstverlichting hangt al op in de straten. In elke stad maakt de kerstman momenteel zijn officiële intocht. Kerstmis is het evenement van het jaar in Ierland. Massa’s gekleurde lichtjes, tonnen cadeautjes waar duchtig voor geshopt moet worden, het voorbereiden van de traditionele Christmas cake of Chritmas pudding en uiteraard de jacht op de beste kalkoen, vrolijken de boel nu al op. In België moet de sint nog passeren, maar hier is de kerstgekte al volop aan de gang. Ik ontving op 1 november, de dag na Halloween, mijn eerste kerstkaartje.


 

De dochterlijke macht...

Mijn oudste oogappel plant een kind. Weloverwogen zoals dertigers dat doen, doordacht zoals schorpioenen zoiets aanpakken, emotioneel geladen zoals dochters daar mee omgaan.

Ik ben haar vader, dus dat betekent dat haar beslissing ook voor mij gevolgen heeft.

Zij heeft de macht over mijn status, mijn positie in onze genealogie, sibbekunde is een prachtig woord. Zij beslist of mijn naam een generatie naar boven schuift, dan wel rustig blijft hangen waar die nu hangt, een plek waar ik me eigenlijk opperbest voel. Ik heb mijn tak op mijn stamboom gevonden.

Ik ben plots tot het ontnuchterend besef gekomen dat een dochter kan bepalen wanneer haar vader grootvader wordt, of niet. Dat vind ik een nogal zware ingreep op mijn zorgzaam verworven plaats in deze op zich al complexe samenleving. Dat iemand anders, en dan nog iemand die me zo dierbaar is, iets in mijn plaats kan bepalen is eigenlijk nooit bij me opgekomen. Jaren strijd tegen alles wat en wie zonder mijn toestemming iets over mij zou beslissen worden met een eenvoudige dochterbeslissing van de kaart geveegd. Machteloos overgeleverd moet ik me neerleggen bij het feit dat iemand anders over mijn toekomstige koosnaam beslist (opa, papi, vake, oudje), mij overlaadt met connotaties en attributen die aan het grootvaderschap kleven, een nieuw taalgebruik en dito verwachtingen zonder dat ik daar inspraak bij krijg.

Dat doe je deze man niet aan. Daarvoor heeft hij te lang gevochten tegen elke symboliek en woordenschat die volgens de vitale blaadjes met zijn leeftijd gepaard zouden moeten gaat. Deze (nog niet) grootvader is tot op vandaag nog gewoon vader, dus jonger, verondersteld dynamischer en gewild meer bij vandaag dan bij morgen betrokken. Ik koop geen mountainbike om mijn tijd te verdrijven, ik zou niet weten welke tijd. Ik neem niet deel aan groepsreizen met andere vitale grootouders en praat niet over kleinkinderen, ik ga niet golven in Algarve en ik kuier niet zorgeloos in de parken in de Cotswold keuvelend over bloemen en plantjes. Ik heb mijn volume nodig om mijn eigen kroost te overstemmen. Ik ververs verdomme nog pampers elke dag!

Let wel, ik wil ook die van mijn (eventueel toekomstige) kleinkinderen verversen als het moet, zolang ze me maar geen opa noemen. Ik leer ze van zodra ze kunnen horen me bij mijn voornaam te noemen. Counteren is het enige wat me kan redden.

Roel Verschueren, Wenen 25 november 2009


 

De Jolige Yogabanners

Behalve de opeenvolgende regeringen en hun halfbakken maatregelen, is er in Griekenland nog een andere eindeloze bron van leute en vermaak: de Orthodoxe Bisschoppen.  Nu het land op een faillisement afstevent en de politici dus tot hun en onze verbazing met ernstige zaken bezig zijn, springen de bisschoppen graag in.


In een gecoördineerde actie, door klaarblijkelijke urgentie ingegeven, hebben enkele 'Metropolieten', waaronder die van Pireus, een 'fatwa' uitgevaardigd tegen ... yoga.  Orthodoxe zielen die zich weleens in kleermakerszit wagen teneinde hun hoofd leeg te maken van al het lawaai, gevloek, gebonk, geloop en geflits van het Atheense stadsleven, begeven zich voortaan op een gevaarlijk pad, het hellepad.

Yoga zou immers niets minder zijn dan een wervingscampagne van de boeddhisten, niet minder dan een blasfemie, een godslastering, die gebruik maakt van antichristelijke methodes, zoals het uittreden van lichaam en ziel, een truuk die, als ik het goed voorheb, is voorbehouden aan de Heilige Geest. Yoga is een vorm van magie en hekserij, die duivels kan oproepen in het Orthodoxe Griekenland, waar, zoals we weten, anders enkel niet-gevallen engelen vertoeven.

Waar ze het halen is mij niet meteen duidelijk, maar het lijkt wel een scène uit een strip van Suske en Wiske: de oosterse magiër, in kleermakerszit en handen gevouwen, lichtjes boven de grond zwevend, met een bordje 'terug binnen 5 minuten'...

In elk geval, ik ben blij dat die prangende kwestie opgelost is, en we verder kunnen met de volgende programmapunten: ping-pong en bonzaiknippen.  Dat komt ook uit het oosten.

Zo, dan ga ik nu mijn vliegend tapijt stofzuigen.


 

quebrantahuesos

Gier webfoto

De gieren zijn terug. Het heeft dit jaar wat langer geduurd, maar sinds een paar dagen cirkelen ze weer bij tientallen boven Lagabella.

De Junta de Andalucia (mutatis mutandis: de Vlaamse regering) heeft een aantal jaar geleden een reïntroductie-/instandhoudingsprogramma opgestart ter bescherming van de Vale Gier. Het centrumpje ervan (niet meer dan een kot en een stevige afspanning) ligt hier wat verderop, een halfuurtje stappen de berg op. Het programma is een succes, al moeten de beestjes bijna dagelijks van aas voorzien worden. Een viertal vrouwelijke giertjes zijn hier permanent, hun pennen zijn uitgetrokken -waardoor ze niet kunnen vliegen-, en ze dienen dus letterlijk als lokvogel. (Een tweetal jaar geleden was er eentje weggehuppeld en zat aan de rand van onze tuin, foto). Het grote probleem is uiteraard de druk van de mens op het natuurlijk habitat van de dieren, niet zozeer door de steeds toenemende bewoning, maar vooral door de praktijk van het achterlaten van vergiftigd voedsel, waarbij gieren, als laatste in de ketting, de kadavers eten van vossen, everzwijnen, etc die het doel zijn van dit giftig aas achtergelaten door landbouwers en kleinveehouders (kippen, geiten,..).

Dergelijke praktijken treffen niet enkel "onze" Vale Gieren: ook de Iberische Lynx en de Lammergier, beiden onderwerp van twee van de meest prestigieuze projecten van de Junta, zijn er het slachtoffer van. Het zijn beiden projecten van lange adem, met vooral voor de lynx veel tegenslagen en terugval, maar sinds een paar maanden zijn de rapporten voorzichtig optimistisch. Het totale aantal diertjes zou nu op een kleine tweehonderd liggen, een tachtigtal meer dan zes jaar geleden, toen de soort met uitsterven bedreigd was. Het optimisme is vooral gestoeld op het aantal "vrije" geboorten (dus niet in "gevangenschap gestimuleerd"). Het is een zeer intensief programma, met veel actoren die moeten overtuigd worden om mee te werken (of in elk geval niet tegen te werken: één van de nevenprogramma's is bvb jagers ervan te overtuigen bij de jacht op konijnen en patrijzen een deel van de populatie over te houden voor "hun concurrenten", de lynx). De lammergier (de quebrantahuesos) was in Andalucia al uitgestorven en in geheel Spanje was er nog enkel een kleine populatie in de Pyreneeën toen de Junta haar project opstartte. De lammergier is wellicht de grootste vogel van Europa (met een spanwijdte tot 2m70). Het is een project (centrum in de Sierra de Cazorla) van zeer lange adem: op zeven jaar is het aantal "zich reproducerende koppels" amper van één naar vijf gestegen, en het aantal borelingen in die periode is niet meer dan 21. Een fascinerend aspect aan dit project is dat alle nieuwelingen zijn uitgerust met een GPS-zender, zodat alle vluchten kunnen gevolgd en in kaart gezet worden. Ook hier is men voorzichtig optimistisch in verband met de uiteindelijke slaagkansen, en begint men onder meer te denken aan een tweede kweek-/protectiecentrum dat hier dan in ons dorp, Sedella, zou komen.

Het succes en de ambitie van deze programma's zijn helaas geen graadmeter voor de ideeën over zijn natuurlijke omgeving vanwege de modale Andalou, (qua zuiver behoud van de species is op dit moment één van de nijpende problemen de quasi industriële stroperij op inmaduros, te kleine, te jonge vissen waarvoor blijkbaar een grote afzet is bij restaurants en individuen) of van zijn overheden -inclusief andere departementen van de Junta de Andalucia- voor wie gemakkelijk geldgewin en prestigeprojecten (golfterreinen) met een steeds weerkerend reukje van speculatie en corruptie, veel zwaarder doorwegen dan het behoud of welzijn van een "paar dieren, bomen of landschappen".

Un saludo cordial

links: -in het Spaans maar laat u daar niet door afschrikken: alleen de foto's zijn al de moeite waard-

1. http://www.gypaetus.org/portada.html

2. het adres van de junta is te lang, daarom: http://www.juntadeandalucia.es/medioambiente/site/web , doorklikken "informacion ambiental", idem: "biodiversidad", "fauna", "gestion y conservacion", 

en dan voor de lynx: "programas de conservacion", en dan "lince iberico"

voor de quebrantahuesos (lammergier): "programas de reintroduccion"


 

Vraag... en antwoord.

Mijn dochter van vijf vroeg me gisteren wat er met ons gebeurt als we dood zijn.

Een wat grote vraag uit een kleine mond. Een nogal grote vraag uit om het even welke mond. Omdat ik niet snel genoeg antwoordde drong ze ongeduldig aan waardoor ik me plots in een hoek gedrongen voelde.

Ik heb de neiging aan te nemen dat zo’n vraag op een rustig antwoord wacht, in een gewisse intimiteit van de woonkamer, aan de rand van het bed of tijdens een lange wandeling in het bos. Ik wil mijn gedachten correct formuleren, voorzichtige nuances leggen, alle mogelijkheden verpakken in een paar zinnen met zin.

Dat wil met een vijfjarige niet zo lukken, voor haar ben ik het orakel dat toch altijd op alles een antwoord heeft, snel en duidelijk, gemakshalve soms een halve waarheid als het niet anders kan, maar daarvoor is haar vraag te existentieel, mijn antwoord te belangrijk, hoewel ik haar dat niet kan uitleggen.

En ze stelt de vraag terwijl op de achtergrond joelende kinderen, dartele vriendjes die met haar poppen en kinderwagen mogen spelen, luidruchtig mijn concentratie verbreken en dus mijn antwoord te lang op zich laat wachten.

Ik zei dat ik daar eerst even moest over nadenken en daar later – als alles wat rustiger was – zou op terugkomen. Terwijl ze wegliep riep ze: “zoek het dan op in het internet!”

 

Roel Verschueren, Wenen 24 november 2009


 

O Koumbaros kai i Koumbara, Mia Fora Tin Evdomada...

(De koubaros en de koubara, eenmaal per week...) - Volks Gezegde

We waren op een feestje een tijdje geleden. De Canadese echtgenoot van een ex-collega wilde zijn kookkunsten laten zien, en zijn Canadese wijn en whisky delen.  Dat klonk niet slecht, maar we wisten dat het riskant was:  mijn ex-collega onderhield ook nog contact met een andere collega en zijn vrouw: G. en M.  En een avond met G. en M., neen, dat zagen we niet zitten.  Na enig aandringen kwamen we te weten wie de andere gasten zouden zijn: geen G. en M.  "OK, we zullen er zijn".  Een half uurtje na aankomst, een eerste Canadese whisky in de hand, gaat de bel.  "Oh ja, we hebben ook G. en M. nog gevraagd, die kennen jullie ook wel". Mijn vrouw en ik wisselen een blik uit, die spreekt wellicht boekdelen. "... is er iets?".   ".....".  

G. en M. komen binnen, kusjes uitdelend, handjes schuddend, tot ze ons zien.  Even verstijven ze, maar ze herpakken zich snel en nemen plaats aan de tafel.  We maken alle gangen rond, witte Canadese wijn, rode Canadese wijn, Canadese dessertwijn, conversaties over Canada en Dubai, waar de gastheer en -vrouw jaren gewoond hebben.  We nemen afscheid, we gaan naar huis.  Heel die tijd hebben we met G. en M. geen woord gewisseld, behalve mijn "Dag. Hoe gaat het met de baby" en M's "Grummp, OK".  Geen handen geschud, geen wangen gekust, geen blikken gekruist.  M. en mijn vrouw zijn jarenlang beste vriendinnen geweest, vanaf het lager middelbaar. G. is een collega.  Wij hebben G. en M. aan elkaar voorgesteld.  Ik heb M's telefoonnummer aan G. doorgespeeld.  Wij hebben G. en M. getrouwd.  G. en M. zijn onze 'koubari'.

We hebben er 11, koubari: geen slechte oogst.  Kostas en Kostadina hebben ons getrouwd, wij hebben Nikos en Nadia, Javier en Despina, en G. en M. getrouwd, Theodoros en Maria hebben onze zoon gedoopt, en Vangelis is peter van onze dochter; daarnaast natuurlijk ook nog de Belgische getuigen/meters, maar die tellen hier niet mee.  "Koubari" is de verzamelnaam voor allerlei vormen van 'patronage': over een huwelijk, vaak is de koubaros dan ook de getuige, maar dat is niet noodzakelijk zo; over een doopsel, de koubaros en de koubara zijn dan peter en meter.  Zowel de doper en de getuige als de ouders van de gedoopte en de getrouwden zelf zijn 'koubari', het werkt dus wederzijds.

De 'Koubaria', het 'koubarosschap', gaat een heel stuk verder dan het getuige of peter of meter zijn in een Belgische context, waar dit wat verworden is tot een eerder typische aangelegenheid: de obligate nieuwjaarsbrief (zenuwen! paniek!) in ruil voor de doos playmobil of de voetbalschoenen met afvijsbare toppen, en tot volgend jaar. De Griekse koubaria schept een officieuze band, ergens halverwege tussen vriendschapsband en familieband.  Het is een instituut uit de Byzantijnse tijd, later overgenomen door de Orthodoxie, dat de mogelijkheid gaf om banden te doen ontstaan tussen families en mensen, flexibeler dan die van bloed- of aanverwantschap.  De koubaros was dan gewoonlijk een welvarend persoon, die zich ontfermde over een iets minder welvarende familie, als helper in harde tijden.

Die functie heeft de koubaria natuurlijk allang verloren, maar het blijft een verbazingwekkend belangrijk instituut in het Griekenland van 2009.  Koubari zijn 'als familie', en krijgen altijd voorrang op andere vrienden of kennissen.   Voor heel veel Grieken die ik ken, speelt hun sociaal leven zich voor zowat 90% af met familie, neven en nichten, en koubari: er zijn alle naamdagen en verjaardagen van elke koubaros of koubara en hun echtgenoten en kinderen, daarnaast moeten al die koubari elkaar ook regelmatig uitnodigen voor een etentje of een avondje uit, en er moet nog geregelder getelefoneerd worden.  Als je bv 8 koubari hebt die in totaal 5 kinderen hebben, dan heb je al 26 naam- en verjaardagen te vieren, die elk via een feestje, uitnodiging, drankje of etentje gevierd moeten worden.  Veel taart, veel souvlakis, veel wijn, veel cadeautjes.  Ik vermoed trouwens dat het er ook de oorzaak van is dat zoveel inwijkelingen erover klagen hoe moeilijk het wel is om in Griekenland een sociaal netwerk, een vriendengroep uit te bouwen: vrienden zijn niet zo belangrijk voor de Grieken, tenzij ze koubari worden, en bovendien blijft er nog maar weinig tijd over voor de niet-koubari.

Maar het is niet altijd allemaal dansen en feesten.  De koubaria is ook een bron van een hoop miserie, gebroken vriendschappen, onoplosbare ruzies, frustraties en misverstanden.  Het instituut is inmiddels ontdaan van zijn oorspronkelijke roots, de inwoners van de sociale staten van de 21ste eeuw hebben geen nood aan een 'patron' een 'beschermheer'.  Maar de Grieken laten moeilijk los, ze houden van hun tradities, hun gewoontes, en zo ook de koubaria: een traditie op drift, verder en verder dobberend, omgeven door onduidelijkheid, tegenstrijdigheid en onuitgesproken verwachtingen.  Wat wordt er nu eigenlijk verwacht van de koubaros, niemand kan het precies zeggen, zelfs niet wat zijn essentiele taken zijn bij bijvoorbeeld het huwelijk.  Dat hij de huwelijkskroon moet betalen, de grote kaarsen, de priester, de speldjes voor de genodigden, dat staat vast.  Maar daarbuiten: de bloemen voor de kerk? sommigen zeggen ja, anderen zeggen neen.  Nog een extra cadeau? sommigen zeggen ja, anderen zeggen neen.  Suikerbonen? sommigen zeggen ja, anderen zeggen neen.  En wat moeten de gehuwden aan de koubaros geven?  een cadeau, ja, dat staat vast, maar wat en van welke waarde?  Sommigen zeggen een juweel, anderen zeggen 'om het even wat', sommigen zeggen rond de 100 EURO, anderen zeggen rond de 1000 EURO...  En wat na de eigenlijke procedure, het huwelijk, de doop...?  Volgens sommigen moeten koubari elkaar bijna wekelijks zien, volgens anderen is verjaardagen en naamdagen genoeg, volgens sommigen moet de koubaros zich als pseudo-familie gedragen, en dus ook de ouders, broers en zussen van zijn koubari 'eren' met uitnodigingen en telefoontjes. 

Onduidelijkheid is troef, en de verhalen van landurige vriendschappen die erop stuklopen zijn niet te tellen.  Grieken zullen dat soort zaken niet snel openlijk op tafel gooien: "dit, dat, zoveel en zoveel, op die manier", dat is niet erg Grieks.  De communicatie blijft dus altijd vaag, maar de verwachtingen meestal heel concreet.  De koubaria lijkt verworden tot het verzekeren, verzegelen bijna, van een sociaal netwerk, maar met een onnodige en ongedefineerde beladenheid:  met familie is er bloed- of aanverwantschap, de situatie blijft stabiel voor altijd, de banden en gerelateerde plichten zijn zelden betwist.  Bij vrienden is er weinig verplichting, het is gebaseerd op een vrijwillige band, je geeft en neemt zoveel als je wil of kan, de situatie evolueert met het leven van de betrokkenen, oude vrienden verdwijnen, nieuwe komen, dat kan zonder al te veel formaliteiten of frustraties.  Bij de koubaria is er geen bloed- of aanverwantschap, maar de verplichtingen zijn wel groot, maar ook grotendeels onbekend.  Het is weinig flexibel, het kan moeilijk mee evolueren: een koubaros op je 20ste is ook nog je koubaros op je 80ste, weinig aan te doen. Het is beladen met symboliek en traditie.  Voeg hier nog een saus aan toe bestaande uit onduidelijkheid en onuitgesproken verwachtingen, geld (want een koubaria kan al gauw oplopen tot enkele duizenden EURO's), en een  hele schep eergevoel (koubari moeten elkaar 'eren', op een of andere manier, bv via aandacht, geschenkjes, uitnodigingen, etc...), en je hebt het recept voor een bijzonder explosieve sociale molotov.  En als die ontploft, dan hoor je een grote 'boem', en daarna stilte, want gepraat worden zal er niet...

Wat dan met G.en M., waar liep het mis?  Wat dacht u, we weten het eigenlijk niet...  Het zal wel iets onnozels zijn, met een gekrenkte eer of een niet-betaalde rekening voor de versiering van de kerk.  We hebben nog een koubaroscadeau gekregen: een setje glazen dat ze zelf als cadeau hadden gekregen en niet meer nodig hadden, heringepakt. En daarna was er niets meer.   Eer, geld, traditie, onuitgesproken verwachtingen, onuitgesproken ergenis.  Onnozel.  En het zal voor altijd onuitgesproken blijven.  Want wij zijn de koubari, wij zijn in onze eer gekrenkt.  Of was het andersom?


PS - en de titel? ... van dat soort problemen zijn we vooralsnog gespaard gebleven...


 

Brenda

Brenda is dood. Donderdag is ze teruggevonden in haar appartement in Rome. Verkoold.

Wie was Brenda nu? Wel op haar .... euh zijn paspoort staat Wendell Mendes Paes. Een transseksueel dus. En Brenda speelt de hoofdrol in wat ze hier 'il caso Marrazzo' noemen. De bal die deze zaak aan het rollen bracht was de arrestatie van 4 politieagenten. Zij zouden Pierre Marrazzo gechanteerd hebben, omdat ze in het bezit waren van een video; een video met beelden uit het privéleven van deze gouverneur van Lazio (de regio met Rome als voornaamste stad). Deze video zou beelden bevatten van een feestje met één of meer transeksuelen. Na aanvankelijk de feiten ontkent te hebben, heeft Marazzo alles toegegeven; ook het durggebruik dat er mee samenging.  Onder politieke druk, zowel binnen zijn eigen partij (de Partito Della Libertà van Berlusconi) als de oppositie, heeft hij zijn ontslag aangeboden. En daarmee verdween ook een beetje de aandacht voor deze zaak in de pers. Tot donderdag dus. Want dan werd Brenda, de transseksueel die beweerde nog beelden te hebben van haar met de ondertussen ex-gouverneur, dood teruggevonden. Een ongeluk? Moord? Het onderzoek moet het uitwijzen, maar ondertussen is Brenda opnieuw hét hoofdpunt in alle journaals. En neen, zelfs de aanstelling van onze Van Rompuy kon daar niets aan veranderen.


 

Poolse woonruimte

Toevallige botste ik op een artikel dat ruim een jaar geleden in het Nederlandse NRC-handelsblad verscheen waarin de onmenselijke leefomstandigheden van Poolse gastarbeiders in Nederland worden aangekaart (http://www.nrc.nl/economie/article1875294.ece/Slag_om_de_Polen_begonnen).

In het artikel wordt minister van sociale zaken Donner geciteerd die toegaf dat het soms gebeurt dat ’16 tot 17 mensen samenleven in een kamer voor 5 personen’. Minister Donner beloofde toen om een einde te maken aan deze wanpraktijken, want Poolse gastarbeiders zijn ‘zonder twijfel’ nodig voor de Nederlandse economie. Een bijbehorende foto ‘toont’ de lezer de ernst van de situatie. Op die foto zien we een kleine kamer (ik schat ongeveer 3 op 4 meter) met links en rechts een stapelbed. Tussen de twee stapelbedden is net genoeg plaats om een klein tafeltje te plaatsen en helemaal rechts van het kamertje bevindt zich een kleine radiator waarop enkele handdoeken te drogen liggen. Wat hoger aan de wand is nog net een plaatsje voor een schilderij om het kamertje wat artistiek op te smukken. Ik vind het een mooi schilderij. Eigenlijk vind ik het tafeltje ook esthetisch gezien aanvaardbaar. En de wand ziet er eigenlijk ook niet zo slecht uit, ik bedoel, ik zie geen vuile, vieze plekken op de wand, de beige kleur ligt minder in mijn smaak.

Ik hoop dat ik de lezer niet heb gechockt met mijn bovenstaande persoonlijke bemerkingen. Ik relativeer de ernst van het feit, namelijk dat 4 mensen een kamertje van ongeveer 12 m2 moeten delen, helemaal niet! Ik wil gewoon zeggen dat de auteur van het artikel volgens mij een foto heeft gekozen die helemaal niets zegt. Op de foto zien we dat 4 mensen een niet slecht onderhouden kamer delen. De kamer ziet er niet vies uit, de kamer is gewoon klein. De foto geeft ons geen informatie over de achtergrond van deze specifieke huisvesting. Werden deze 4 arbeiders onderbetaald? Werden deze 4 arbeiders gedwongen om in deze kamer te slapen? Hoe lang moesten deze arbeiders in deze kamer wonen? Hoeveel moesten deze arbeiders betalen voor deze kamer? Deze bemerkingen borrelen in mij op omdat in Polen veel mensen in dergelijke omstandigheden wonen. Ik beweer niet dat dit de algemene regel is, maar het komt vaak voor. Vraag me niet hoe vaak, het is in elk geval veel te vaak. Het spreekt voor zich dat dit sterk verschilt van regio tot regio.

De meeste Polen wonen in een flatgebouw. Deze conclusie is niet het resultaat van een diepgaand wetenschappelijk onderzoek. Ze is het gevolg van een aantal persoonlijke observaties. Zo kan je gewoonweg niet naast de talrijke appartementsblokkenwijken kijken die doorgaans het beeld van elke Poolse stad domineren. Ik onderscheid algemeen 2 of misschien zelfs 3 type-appartementen, nl. de grijze, grauwe betonblokken als getuigenis van het communistisch verleden naast de talrijke moderne flats die nog steeds als paddestoelen uit de grond oprijzen. Daarnaast werden sommige grijze communistische bouwwerken onder een geel,groen of blauw verflaagje verstopt en deze stralen zo een wat frissere adem uit. In Polen wordt vandaag heel veel gebouwd! En natuurlijk wil iedereen een eigen flat hebben. Maar een flat is duur! Afhankelijk van de locatie en het bouwjaar betaal je 1000 tot 3000 euro per vierkante meter.  Een leraar in het middelbaaronderwijs verdient ongeveer 300 euro per maand. Een toiletruimte van 1 vierkante meter is dus hetzelfde als ruim 3 maanden je volledige salaris sparen en streng diëten. En dan heb je het toilet nog niet! Huren is eveneens niet goedkoop. In Lublin, één van de goedkopere steden in Polen, bedraagt de gemiddelde huurprijs voor een flat van ongeveer 40 m2 (exclusief water en electriciteit) ongeveer 1200 PLN of 300 euro per maand. Polen moeten dus heel creatief zijn om te kunnen wonen.

Een eerste oplossing om met weinig geld toch te kunnen wonen is tevreden zijn met een kleine woonruimte. De gemiddelde Pool woont met zijn gezin in een flat van ca 40 m2 met als klassieke ingrediënten een woonkamer met een keukenannex die ’s nachts wordt omgetoverd tot de slaapkamer van de ouders, een slaapkamer voor de kinderen, een  kleine inkomhal en een badkamertje. Dit wordt beschouwd als een gemiddelde standaard, want er zijn ook heel wat Polen (zelf ken ik een aantal personen uit mijn nabije omgeving voor wie dit geldt) die het moeten stellen met 20 m2 tot 30 m2 (1 multifunctionele keuken-woon-slaapkamer voor man, vrouw en 2 kinderen + badkamert en inkomhalletje). Mijn schoonvader moest tijdens het communisme overleven samen met zijn 2 broers en zus en zijn ouders in een woning van 25 m2. Je telt het goed, ze waren met z’n zessen! De ene woonkamer diende tijdens de dag als werkatelier van de vader, en ’s nachts werden de stapelbedden uitgeklapt en de zitzetels omgetoverd tot bedden. Ik constateer dat dit vandaag nog steeds voorkomt. Mensen gaan nu wel eens op internet te rade bij elkaar hoe in dergelijke omstandigheden te overleven. Ik vertaal een paar getuigenissen (http://www.babyboom.pl/forum/rodzenstwo-f37/dwoje-dzieci-i-rodzice-w-jednym-pokoju-11639/index6.html)

(1)    Wij wonen op 37m2, wij met mama. Mama slaapt in de keuken, en wij drieën in de grote kamer. Ik weet niet wat dit zal worden wanneer ons 2de kind geboren wordt’ (3 oktober 2009).

(2)    Ik huur met mijn echtgenoot een woning van 39m2, we hebben 2 kinderen en ik vind het nog niet zo slecht. We hebben 2 kamers waaronder 1 met een keukenannex, ik geef toe dat een extra kamer ons goed zou uitkomen, ik hoop dat dit nog verandert in de loop van het jaar, maar indien niet, nou ja, ik klaag niet, de kinderen slapen in hun kamer en wij slapen in die kamer met de keukenannex en we trekken wel ons plan’

(3)    Ik woon nog samen met de kinderen in een eenkamerswoning van 32 m2. Over een half jaar verhuizen we naar een  huisje. Deze 3 jaren waren niet gemakkelijk, maar ergens overleef je het wel.’

(4)    Hai! Ik woon samen met mijn schoonouders en we hebben 1 kamer, weliswaar een heel grote kamer... in het begin was dat zelfs leuk (met de schoonouders konden we lang praten), het was in het begin zeker niet slecht, integendeel, Emilka wist altijd wel iets te doen. Ik, mijn echtgenoot en ons kind in 1 kamer en mijn schoonouders in de 2de kamer (sic), de keuken en de badkamer gemeenschappelijk. Maar de laatste tijd begint het me soms wel te storen, dat gedrag van de schoonouders, ....’

Omdat een woning uit de privémarkt duur is, zoeken vele mensen naar alternatieven. Bepaalde steden hebben ook sociale woningen die goedkoper worden verhuurd. Niet iedereen heeft hiervan echter de kans. Een voor mij merkwaardig gegeven is dat ook sommige Poolse universiteiten een aantal flats tegen een heel goedkope huurprijs ter beschikking van hun personeelsleden stellen! Doorgaans is hier echter de vraag veel hoger dan het aanbod. Bovendien moet je tevreden zijn met een heel beperkte leefruimte. Ikzelf behoor tot die gelukkigen! 4 jaar geleden, aan het begin van mijn universitaire loopbaan, kreeg ik een kamertje van 13m2 ter mijner beschikking. Een contrast met het kasteel in Torhout (zo noemen mijn schoonouders mijn ouderlijke woning in Belgie althans), maar een boeiende ervaring. Omdat ik ondertussen al getrouwd ben heb ik een ruimere woning van maar liefst 21 m2 gekregen (grote kamer van 15 m2, badkamer 3 m2 en inkomhal 3 m2). Ik heb vooral geleerd creatief om te gaan met ruimte. Onze tafel kan langs beide zijden worden opgeklapt, onze zetel wordt ’s nachts uitgetrokken tot een bed, onze klerenkast heeft schuifdeuren,... Soms hebben we wel eens een moeilijke situatie. Zo moest ik vorige week om 6u ’s morgens het bed uit, mijn vrouw kon nog wat blijven liggen. Ik had echter mijn hemd de avond tevoren vergeten te strijken. Maar de kamer is te  klein met dat uitgetrokken bed om behoorlijk te kunnen strijken. Er zat toen niets anders op dan mijn vrouw te verzoeken om even naar de badkamer te gaan, vervolgens kon ik het bed in elkaar schuiven tot een zetel, daarna had ik plaats om de strijkplank uit te halen en te strijken. Natuurlijk heb ik de strijkplank weer netjes opgeborgen en het bed terug gemaakt zodat mijn vrouw weer verder kon slapen. Deze toestanden zullen echter voor ons over een aantal dagen tot het verleden behoren. Voor mij was deze woonvorm een boeiende ervaring, maar een ervaring die niet langer meer hoeft te duren. Gelukkig verkeren mijn vrouw en ik (en onze bijna geboren dochter) in de mogelijkheid om een andere en ruimere oplossing te vinden. Vele Polen hebben deze mogelijkheid echter niet. Onze rechterbuur is een dame die samen met haar broer een woonruimte van 13 m2 deelt, onze overbuurvrouw woont samen met haar 2 zonen in een kamer van 20 m2.

Een tweede oplossing om met weinig geld toch te kunnen wonen is samenwonen met vrienden of familieleden. Het is in Polen heel normaal dat kinderen lang samenwonen met hun ouders en grootouders. Dit ligt natuurlijk vaak aan de oorzaak van de voorspelbare problemen.

Als derde oplossing laten sommige mensen zich verleiden door de vele kredietverstrekkers die soms op een nogal opdringerige manier reclamefoldertjes in je handen stoppen wanneer je op straat aan het wandelen bent. Dat vele mensen hierdoor hun hele leven lang gebukt gaan onder onmenselijke schulden hoef ik niet te vertellen.

De vierde oplossing is het wonen in een (bijna) krot of caravan in je moestuintje. Hoewel niet altijd even legaal, komt het toch voor.

Tenslotte vermeld ik de vele Polen die voor een bepaalde tijd in het buitenland gaan werken. Zij willen in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk geld verdienen om hiermee een ruimere woning te kopen in Polen. Het is doorgaans dankzij het werk in het buitenland dat vele gezinnen zich een ruimere woning kunnen permitteren. Het feit dat vader of moeder voor enkele maanden niet thuis is weegt natuurlijk op de gezinssituatie, maar anderzijds is dit voor vele gezinnen de enige manier om een normaler leven te kunnen leiden. Ik weet vanuit mijn eigen vriendenkring dat deze Polen het liefst van al zo weinig mogelijk geld verspillen aan wonen in het buitenland. Een kleine kamer, zoveel mogelijk geld sparen en met dat geld terug naar Polen! Dit is doorgaans een vrije keuze! En hiermee kom ik terug bij minister Donner van Nederland. Ik vind het heel positief dat hij de strijd wil aanbinden met malafide werkgevers, want die bestaan! Het spreekt voor zich dat de gastarbeiders het wettelijk minimumloon moeten krijgen en de wettelijke sociale bescherming! En natuurlijk moeten de gastarbeiders de vrijheid hebben om hun eigen woning te kiezen.  Maar we moeten heel voorzichtig zijn wanneer we met onze cultureelbepaalde kwaliteitscriteria ons oordeel vellen over de 'wanpraktijken in de huisvesting'. Daarnaast hoop ik vooral dat de hoofdmotivatie van minister Donner niet te maken heeft met het feit dat de Poolse gastarbeiders nodig zijn voor de Nederlandse economie, maar dat het in de eerste plaats te maken heeft met menselijke rechtvaardigheid waar alle mensen fundamenteel recht op (zouden moeten) hebben.


 

het waarom

Was het mijn lot of was het mimetisme, dat is de vraag. In ieder geval, kan ik zeggen dat ik enigszins in de voetsporen van mijn vader ben getreden. Het reizigersvirus is besmettelijk en heeft zich van vader op dochter overgedragen. Als kind uitte dat zich in een afkeer van mijn eigen roots. Ik wilde weg, het gras is steeds groener aan de andere kant. De fantastische reizen naar exotische oorden vanaf mijn kinderjaren hebben hier aan bijgedragen. Heerlijk was het verwend te worden aan boord van Sabenavliegtuigen. De stewardessen hielden ervan het UMmeke (UM = Unaccompanied minor) van 4 onder hun hoede te nemen. Ik voelde me groot, flink en zelfstandig. Op bestemming maakten mijn vader en ik er liedjes over: "Helemaal alleen naar Afrika gaat die kleine Laura". 

Het is een hele eer elke vakantie weg te mogen vliegen, weg van de grijs- en grauwheid in ons Belgenlandje. Ik ruilde de regen even voor palmbomen, woestijnen, tropische stranden, en nieuwe kleuren, geuren en smaken. Ik leefde van die momenten, ik kon niet wachten om weer een wolkenlandschap te zien en brieven op kotszakjes te schrijven op wankele klaptafeltjes. En even een deel van een andere wereld te zijn. Opgroeien in meerdere werelden heeft me beslist wat schizofreniteit aan de hand gedaan. Vandaar dat ik vaak word overvallen door onrust (dat virus) en wil vertrekken, even adem halen. Ik ga ervan uit dat mijn 'geschiedenis' de reden is voor de nood me in een ander land als mijn thuisland te vestigen en een ander en nieuwe plek te exploreren.


 

Ierland onder water/ deel2

Hier een paar foto's van Bandon. waar onze kinderen naar school gaan, de dag na de overstroming.

Nadien een youtube photomantage van Cork, nadat ESB de floodgates van de Inniscarra dam had geopend!

CIMG0001

CIMG0005 

  CIMG0004


 

DE KROON ONTBLOOT

Kamerlid Arend Jan Boekestijn van de liberale VVD heeft deze week ontslag genomen. Hij heeft de eer aan zichzelf gehouden omdat hij uit de school had geklapt. Uiteraard, politici klappen graag uit de school. Loslippigheid komt hen vaak goed uit. Dat heet soms ook “lekken” naar de media. Boekestijn had evenwel de pech dat zijn loslippigheid niet werd gesmaakt.

 

Na een besloten bijeenkomst van de leden van de Tweede Kamer met Koningin Beatrix had hij tegenover journalisten verteld wat er zoal allemaal was gezegd. In België heet dat ook “de kroon ontbloten”. Een constitutioneel vorst opereert immers onder ministeriële verantwoordelijkheid. En wat die vorst over staatszaken in vertrouwen te zeggen heeft, dat moet ook niet naar buiten worden gebracht. Ziedaar de spelregels. Het Kamerlid Boekestijn kende die regels uitaard wel. But so what? Hij kletste er lustig op los in het bijzijn van journalisten. Het werd hem daarna niet in dank afgenomen. Zijn fractieleider Mark Rutte had onmiddellijk een indringend gesprek met hem. Boekestijn sloeg mea culpa en nam ontslag. Zo gaat dat blijkbaar onder de zindelijke burgerheren van de liberale VVD.

Men mag aannemen dat Mark Rutte vooraf een telefoontje van Beatrix had gekregen. Beatrix had tien jaar lang geweigerd nog met Kamerleden een groepsgesprek te hebben nadat enkelen uit de school hadden geklapt. Daar was het toen bij gebleven. Beatrix voelde zich ditmaal door Boekestijn echt voor schut gezet. Ze had zich immers in haar toespraak afgezet tegen de “hyperige cultuur” in de Tweede Kamer en het stijgend aantal spoeddebatten waarbij ministers zich om de haverklap moesten komen verantwoorden. De slechte werking van de vertegenwoordigende instellingen zou volgens haar kunnen leiden tot politieke instabiliteit. Dat moest dus anders.

Dit nogal futiele incident geeft ook goed de gespannen verhouding tussen Kroon en Kamer weer. Het botert immers niet tussen de politieke klasse en het staatshoofd. Er gaan steeds meer stemmen op om de bevoegdheden van de Koningin drastisch in te perken. Dus om de monarchie tot haar eenvoudigste uitdrukking te herleiden. De grote politieke invloed die Beatrix nog heeft lijkt niet meer modern. En daarbij storen zich steeds meer politici aan haar autoritaire optreden en haar hooghartige houding. Van Premier Balkenende wordt gezegd dat hij haar krullenjongen is geworden. Alle uitglijders van de leden van de koninklijke familie mag hij afdekken. En wat er zich allemaal in het Paleis afspeelt is allerminst transparant. Dat wil men liefst anders zien. Nu hoeft men niet te denken dat deze gevoelens alleen maar bij de geuzen leven. Zelfs in de liberale VVD, die tot nu toe de partij van de orde was, kent men ongenoegens. Boekestijns onzorgvuldig gedrag hoeft dus niet toevallig te zijn.

Voor de laatste verkiezingen had zijn vriend Mark Rutte hem gevraagd voor een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Daarvoor liet hij zijn baan van docent geschiedenis aan de Universiteit Utrecht schieten. Niet zo gek ten slotte. In vele debatten op de televisie en in de kranten had hij nogal agressief het buitenlands beleid van Bush verdedigd. Dat betekende echter nog niet dat hij als volksvertegenwoordiger ook hoge ogen zou gooien. Integendeel zelfs. Zijn branie was al eerder opgevallen. Zijn onbezonnenheid ook. Maar er was nog meer dat vooral zijn collega's stoorde. Terwijl anderen onopvallend een krantje opensloegen, zat Boekestijn dikke boeken te lezen. Dat compenseerde hij geenszins door intelligent optreden in de media. Verleden jaar liet hij zich voor het oog van de kamera ontvallen dat zijn fractieleider Mark Rutte geen ideeën had en dat zijn partij domme fouten maakte. Dit voorjaar nog merkte hij op dat hij wel eens spleetogen over het hoofd zag als hij het had over dictators in de wereld. Telkens moest hij zijn excuses aanbieden. Maar daar bleef het alsnog bij. Maar nu is hij mooi weg. Toch zal zijn passage in de Tweede Kamer nog even blijven nazinderen. De laatste maanden had hij immers stemming gemaakt tegen de ontwikkelingshulp omdat die toch geen resultaten kon voorleggen. Hij hoopte hiermee te kunnen scoren nu zijn partij in de oppositie zat. Binnenkort verschijnt trouwens een boek van zijn hand over dat thema. Deze boodschap dreigt echter met Boekestijn zoniet in de afvalcontainer terecht te komen, dan toch door de rechtse populist en ex-VVD’er Geert Wilders te worden ingepikt. Ook dat moet voor Boekestijn zuur zijn. Of hij ooit nog een mooie baan zal vinden is zeer onwaarschijnlijk. Voorts hoeft hij niet meer te rekenen op een voortzetting van zijn universitaire carrière. Anders dan in België kent men in Nederland niet de regeling dat leraren en ambtenaren naar hun oude functie mogen terugkeren. Lezingen en opiniestukken in de “kwaliteitspers” worden hem allicht wel gegund. Tenslotte is hij een intellectueel. Maar ook in dat schnabbelcircuit zal de concurrentie groot zijn.


 

Toch politiek...

Het is alweer een hele poos geleden dat ik nog een blog postte. Natuurlijk kan ik daarvoor de gangbare excuses aanvoeren – geen tijd, geen zin, ik zit voor het werk al de hele tijd voor de computer – maar de echte oorzaak ligt dieper. Ik had me namelijk vast voorgenomen NIET over politiek te schrijven. Geen knotsgekke wetsvoorstellen die even snel uitdoven als ze uitgekraamd worden, geen katholieke kerk die te pas en te onpas haar in brokaat gehulde voet tussen de deur wil,  en vooral – GEEN Berlusconi. Die dingen worden al genoeg over de pers uitgesmeerd, dacht ik zo. De wereld kijkt al meesmuilend genoeg op het arme Italië neer zonder dat een bijwijlen verbitterde expat die open deuren nog eens extra uit hun hengels schopt. Laten we het over de mooie kanten van dit land hebben, dacht ik, want die zijn er toch ook? Leuke feitjes, grappige kanten van de Italianen waar de Belgische medemens eens om kan glimlachen. Dacht ik. Laten we de politiek eens laten voor wat ze is.

Het probleem is dat “politiek” hier net iets anders is dan in het gezapige Vlaanderen (de huidige Van Rompuy-euforie even niet te na gesproken). Hier geen gezellig communautair gekissebis of de monsterfiles van de dag of drie kleine negertjes op hotel in Brussel. In ons regenlandje wordt elke muis een olifant –misschien omdat er in zo’n klein goedgesmeerd staatje niet genoeg echte olifanten meer zijn om het publiek te boeien, durf ik er in een gemene bui dan wel eens bij te denken. Hier in Italië gebeurt het omgekeerde: de media –tenminste die media waar 90% van de Italianen mee in contact komt- geven elke olifant twee kartonnen knaagtanden en een stuk kaas in zijn bek, om de kijker/lezer ervan te overtuigen dat ze in werkelijkheid met een muis te maken hebben.

De – o zo katholieke- eerste minister houdt er een halve harem aan escortdames op na? Ach ja, het is nu eenmaal een viriele kerel, onze mister B! Een echte Italiaanse man! Diezelfde eerste minister maakt de ene wet “ad personam” na de andere om aan zijn processen te ontkomen? Ach ja, maar wij hebben hem toch verkozen? Laat de arme man toch zijn werk doen, als hij in de gevangenis zit kan hij het Italiaanse volk niet meer leiden en dan slepen de communisten ons regelrecht naar de verdoemenis! In de Kamer houden de meerderheidspartijen een wet tegen die de discriminatie van homoseksuelen verbiedt? Ach ja, maar die kerels hebben het toch zelf gezocht? Moeten ze maar netjes een vrouw neuken zoals het in de bijbel staat. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

“Politiek” zit hier gevaarlijk dicht op je huid, klaar om een nieuw stukje van je vrijheid en je rechten weg te vreten zodra je even niet oplet. Kunstmatige bevruchting en ivf? Afgevoerd met een referendum in 2005, de katholieke hoek kraait victorie. Euthanasie? Nee, hier houden we patiënten liever in leven tot ze vanzelf creperen, met Berlusconi die begin dit jaar trots verklaarde over Eluana Englaro, die al zeventien jaar in coma lag: “Ik zal alles doen om te voorkomen dat ze een vrouw vermoorden die in theorie nog vruchtbaar is en kinderen zou kunnen krijgen”. Macaber.

De laatste vondst? De regering wil de verjaringstermijnen van processen inkorten tot maximum zes jaar (dit geldt niet voor het strafrecht). Wat goed van Berlusconi, zingen de media ons opgetogen voor. Eindelijk wordt er een mouw gepast aan die oertrage, zich generaties voortslepende Italiaanse rechtszaken. Snellere gerechtigheid voor iedereen, is dat niet fijn! Ja, dat is fijn. Alleen: als de processen zo lang aanslepen, heeft dat een reden. Het systeem is traag, bewijzen komen maar mondjesmaat aan de oppervlakte. En alleen de termijn inkorten zal daar heus niets aan veranderen. Als het hele systeem niet wordt hervormd, blijft alles even traag gaan en na zes jaar wordt de hele onopgeloste zaak geseponeerd en gaat meneer de oplichter/dief/maffiabaas/belastingontduiker vrolijk vrijuit. Meer zelfs, wie wil weet nu dat hij straffeloos zijn medemens kan oplichten en fraude kan plegen. En voor de eerlijke burgers wordt het leven –alweer- een stukje moeilijker.


 

Godzijdank is alles inderdaad relatief...

Ik heb met interesse het stukje van Roel Verschueren gelezen. Ook ik werk en woon (sinds bijna 3 jaar) in Oostenrijk (Wenen).

Natuurlijk was de benoeming van Herman Van Rompuy tot eerste president van Europa een grote brok in het Oostenrijkse journaal, gisterenavond. Deze morgen op de radio was echter het nieuws dat Tom Cruise op de luchthaven van Salzburg geland was, om een stukje van zijn nieuwe film aldaar in te blikken, al een groter en langer item. Het contrast werd echt groot toen het één minuut lang ging over welke wijn nu Cameron Diaz (speelt in dezelfde film en is dus logischerwijze ook in Salzburg, wel in eigen privé-vliegtuig vanzelfsprekend, plane-poolen kennen die sterren niet) in een Salzburgs elite-café gedronken had. Zo zie je maar dat roem en bekendheid relatief zijn en tegelijk dat Oostenrijk niet echt wakker ligt van, noch warm loopt voor Europa (EU).

Dat gezegd zijnde, was ik er toch best trots op dat onze Herman het gehaald had. Het moet een van de zeldzame keren geweest zijn dat ik als Vlaming fier was een Belg te zijn en heb ik er dan ook een (oostenrijks) pintje op gedronken.
Bovendien vind ik dat we niet in de typisch Belgische ziekte mogen vervallen door Van Rompuy als "kleinste gemene deler" te gaan bestempelen en geringschattend over hem te gaan doen. Het is een grote eer dat een Belg wordt verkozen door de andere regeringsleiders in Europa, ook al zou dat proces democratischer kunnen en werd Van Rompuy vooral op basis van zijn "low profile" uitverkoren. In dit verband is de keuze voor de vrouwelijke Britse "Buitenlandminister" nog veel meer een apothekerweegschaal-keuze: ze is verkozen omdat ze vrouw is, uit het Verenigd Koninkrijk komt en misschien ook wel omdat ze bepaalde politieke talenten heeft (hoewel dat volgens bepaalde, ook Britse, krantencommentatoren allesbehalve zeker is).

Van Rompuy heeft in de federale regering niet veel bereikt, dat is juist. Maar wees eens eerlijk: was dat onder de gegeven omstandigheden (5 partijen, PS en MR die elkaar naar het leven staan, communautaire scherpslijpers aan Vlaamse kant, BHV, chronisch geldgebrek aan Waalse en Brusselse kant met tegelijk lege federale kassen, economische crisis, enz.) wel realistisch? De stijl Van Rompuy kan niet meer verschillend zijn van de stijl Verhofstadt; ik geloof anderzijds niet dat de politieke daadkracht en efficientie van Verhofstadt zoveel groter zijn dan die van Van Rompuy.

Wanneer Roel Verschueren schrijft dat Van Rompuy een typische jezuiet is, heeft hij gelijk (ook ik heb 6 jaar lang in de elitaire soep van een jezuieten-college mogen "garen"). Ik hoop enkel dat Van Rompuy (en ook ik...) dankzij de harde maar goede jezuietenopleiding zich met minder dt-fouten door het leven kunnen slaan.


 

Godzijdank!

De drie collega’s van drie verscheidene kranten die me vanavond belden om een reactie over de benoeming van Herman Van Rompuy, stelden – tegen alle verwachtingen in – drie totaal verschillende vragen.

• De eerste vroeg me hoe ik me als Belg voelde bij de keuze.

Hoewel ik hem dat vroeger al eens had uitgelegd, kon ik niet anders dan herhalen dat ik Vlaming en Europeeër ben en als Belg niets kan voelen. Als Vlaming bewonder ik elke andere Vlaming die – om welke reden dan ook – door andere mensen wordt verkozen om een functie in te vullen die door iedereen als belangrijk wordt beschouwd. De wekenlange speculaties die ik in internationale kranten heb gevolgd, altijd gespeend van nationalistische en chauvinistische argumenten, waarbij eigen kandidaten als kanshebbers worden gevierd, vervallen door deze benoeming als loos alarm en hebben de respectieve kandidaten, of die nu Oostenrijkers waren of niet, geen goed gedaan. Niemand wil opgehemeld worden zonder echte kansen te hebben.

• De tweede vroeg me wat ik van Van Rompuy vind.

Die vraag ligt me wat moeilijker. Omdat ik van nature uit iets tegen de “Van Rompuys” van ons land heb. Hij belichaamt voor mij te veel wat ik in mijn leven heb gehaat, staat voor een kerk die de mijne niet is omdat nooit een kerk de mijne zal zijn, voor een partij die te lang Vlaanderen heeft geknecht, vernederd en onderworpen, hoewel hij daar zelf geen schuld aan heeft. Ik zie “IHS” staan op zijn voorhoofd, Jezuïeten hebben hem zowel als mij gevormd – ik heb de indruk dat ik daarvan iets vlugger ben hersteld dan hij. Het geduld, de milde glimlach, het contemplatieve worden bij hem als kwaliteiten gevierd, mij boezemen ze angst in, ik heb te veel andere paters gezien met dezelfde blik. De zelfonderschattende valse onschuld. Het Vaticaan is er gelukkig niet in geslaagd haar opvatting in de voorlopige Europese grondwet te laten opnemen als 'standaard', in dat 'voorlopig' ben ik ondertussen met de nieuwe President niet zo gerust meer in.

• De derde vroeg me wat hij voor Europa zal betekenen.

Koffiedik kijken is niet mijn specialiteit, maar ik heb een fundamenteel probleem met het feit dat hij niet door de Europeanen is gekozen. Alleen een direct verkozen President mag zich uitverkoren voelen. Het politieke machtspel dat er voor gezorgd heeft dat onze Herman uiteindelijk de eerste President van Europa wordt heeft iets pervers, reflecteert wat mij betreft niet wat oorspronkelijk de bedoeling was, en stelt Ierse, Duitse, Franse, Britse en Spaanse burgers voor een niet te onderschatten dilemma: als een grijze muis president van Europa kan worden, wat zegt dat dan over Europa? Is hij de vertegenwoordiger van wat in Europa leeft? Mocht dit zo zijn, dan arm Europa. Europa heeft kracht nodig, de echte kracht, niet de veronderstelde.

De man mag intelligent zijn, integer en alle talen beheersen die men hem toeschrijft, maar charisma, een Europees profiel – laat staan een Europees plan – heeft hij niet. Wie wil compromis zijn? Wie wil een dergelijk belangrijke functie waarnemen dank zij de uitsluiting van anderen? Wie wil ‘overblijven’ en dus als grootste algemene deler van een politieke collectiviteit verkozen worden om vooral geen grote golven te slaan, geen deining teweeg te brengen, wie wil hoe dan ook Koning worden?

Van Rompuy is de Koning Albert van Europa. Omdat Herman Van Rompuy is wie hij is, zal hij daar nooit bovenuit stijgen, spijts zijn intelligentie en politiek vakmanschap. Omdat de functie die hij zal bekleden een zwaargewicht vereist, geen compromis persoon.

Antwoorden gegeven.

Toen mijn levenspartner me vanavond vroeg waarom ik met een grijns op mijn gezicht rondliep, zei ik heel bewust iets wat ze niet van me verwachtte: “Godzijdank!”

“Godzijdank wat?” Ze weet dat ik dat typisch Oostenrijks woord nooit gebruik.

“Een Vlaming en geen Oostenrijker!”

Alles is relatief.


Roel Verschueren, Wenen 19 november 2009


 

Vrijdag de dertiende, een heerlijke dag!

Ik weet niet of ik ooit geloofd heb in het ongeluk dat vrijdag de dertiende met zich zou meebrengen. Toch rinkelt er iedere keer dat het zich voordoet een klein belletje in mijn hoofd ‘opletten geblazen, het zou wel eens mis kunnen gaan vandaag’. Hoewel de Ieren zeer gelovig en bijgelovig zijn, kraaide hier afgelopen vrijdag trouwens geen haan naar die zogenaamde speciale datum.

 

Het was een fijne dag. Een dag zoals ik er al lang geen meer beleefd had. De dag begon ’s ochtends met een lieve tijd-om-op-te-staan-knuffel, waarna mijn lief me een heerlijk ontbijt serveerde. Hij had zelfs verse exotische vruchtensap gemaakt. Ik bracht hem naar zijn werk en ging vervolgens zelf naar de les. Het was een ochtend van intense theorieën met zowaar een moment van openbaring: ‘waauw, het leven is de max, dat ik daar nog niet aan gedacht had’. Vervolgens lunchte ik met enkele vriendinnen en ik kwam niet meer bij van het lachen met hun straffe verhalen van afgelopen week. Opeens besefte ik dat ik hier in Ierland echte vrienden heb. Bovendien ontdekte ik dat dit etablissement zowaar pasta’s met geitenkaas serveert, één van mijn lievelingsgerechten, en nog wel tegen democratische prijzen. Dat ik hier nog nooit eerder geluncht had! Daarna ging ik inkopen doen voor de vernissage van onze tentoonstelling diezelfde avond. In een hippe kleerwinkel stelden we de werken tentoon van een groep tieners die bij ons een schildersworkshop gevolgd hadden. De nodige hapjes en drankjes werden voorzien en de avond was een waar succes. Een hoog pubergehalte, maar ook vele van onze vrienden kwamen langs om dit jonge talent te bewonderen. Er werd zelfs een schilderij verkocht. Met enkele plakkers van op de tentoonstelling eindigden we de dag in de wijnbar, met een heerlijk diner en goddelijk lekkere wijn. Het is eens iets anders dan de traditionele Ierse pub. Toen de lachspieren niet langer bedwongen konden worden, besloten we dat dit een mooi moment was om naar huis te gaan. Een waar feest, die vrijdag de dertiende, weliswaar zonder spectaculaire gebeurtenissen. Het was gewoon een heel leuke dag. Het plezier zit soms in de aaneenschakeling van kleine, fijne momenten. Laat maar komen die vrijdag de dertiende, ik kan er tegen. Zaterdag de veertiende was een veel minder aangename dag. 


 

Een beestig verhaal vanuit Sayago

Ik woon definitief op zo'n 750 m boven de zeespiegel in Argañín de Sayago, in een natuurpark (PN) van 200.000 ha. 'n Totaal ongerepte regio op etnografisch, geologisch en natuurkundig gebied.  
 
De comarca Sayago (en het PN Arribes del Duero) is een paradijs voor dierenliefhebbers: 206 vogelsoorten, 22 reptielen, 13 amfibieën en 15 variëteiten vissen. Bij de reptielen bevinden zich minstens 5 soorten slangen die niet dodelijk giftig zijn voor de mens. Ikzelf heb al 3 soorten in levende kruiperigheid ontmoet. Ahum. Andere toppers zijn de Zwarte ooievaar en in de rand van het PN de grootste concentratie van de Iberische wolf op het Iberische schiereiland. Dus één open dierentuin en een soort mini-safarigevoel als je langs de rivierwanden trekt of de Spaanse savanne doorloopt: la dehesa. Er is nog veel meer lyrisch hierover te doen, maar laat ik het hierbij houden.

Slangen
 
Het verhaal gaat over twee soorten slangen in ons huis en ook over andere beestengedoe. Lui met interesse, stel je zoekrobot in op "natrix naura". Klik niet dit: "malpolon monspesullanus", want dan zie je drie teksten (waaronder Grieks) die onleesbaar zijn voor mij toch, maar zoek dit op: "culebra bastarda". Mooie foto's en prachtteksten. Eind mei 2003 ontvingen we de sleutel van onze eigendom op het notariaat. Een boerderij die al vijf jaar lang verlaten was na het overlijden van de eigenaar. Twee dagen later, in juni, begonnen we al meteen de ruime, ommuurde corral op te ruimen. Rot hout, brokken puin, afval.  Het wilde gras tierde welig en de grote, hoge verdorde distels straalden een woeste deco-pracht uit. Ideaal voor de betere bloemstukken.
 
De kinderen hadden de heerlijke natuurlijke koelte van het aloude huis opgezocht en speelden creatief met wat ze allemaal vonden. In de volle zon riep mijn partner me ineens. Vlak bij haar bewoog er iets en opeens schoof een zigzaggende slang van bijna 2 m van haar af. Een "Culebra bastarda" in het Castellano. In het Latijn een "malpolon monspesullanus". Ik las later dat het dier wel 2,4 m lang kan worden. Verstijfd van angst smeet ik de stok  waarmee ik granietblokken aan het opruimen was naar die duivel in wormgedaante. ¿Raak? Jawel, maar dan een meter ernaast. Het dier was allang verdwenen, net onder een muur van een stalling, vlakbij de huis en bij de stapel garnietblokken. In mijn mannelijke  "dapperheid"  had ik nog brullend de laconiek reagerende partner onder de balconada gejaagd en de kinderen verboden om buiten te komen. De ramen stonden open, ze wisten dat er wat was gebeurd.
 
Als een gek heb ik die momenten de hele hoop stenen blokken, puin zeg maar, opgeruimd. Langs geen kanten een slang te zien.
Nada.
 
Die avond las ik alles over de reptielen in de comarca en was ik opgelucht: geen enkele dodelijk giftig voor de mensensoort. Later hebben we tijdens de rondritten er vele gezien op de rijweg: aangereden. Of zagen we ze sierlijk wegschuiven voor onze ogen. En hoorden we ook de oudere buren zeggen dat er veel zijn en dat je ze moet doden, waarbij ik het argument bovenhaalde dat ze nuttig waren. Een rare blik was het antwoord.
 
Een week later was het de beurt aan de "despensa", de voorraadruimte in het huis die stonk naar de vele muizenkorrels. Ik besloot ze op te ruimen en had de helft al opgekuist toen ik een geritsel hoorde bovenop een schab, achter enkele dozen met suiker. Met een borstelstok schoof ik die dozen weg en stond ik perplex, ja weeral bevroren te kijken naar een fantastisch kop van een "bastardoe" (zoals ze het in het dialect zeggen) die uit de muur naar mij staarde. Het dier had zijn kop en lijf er al 20 cm uitgestoken. Vliegensvlug trok ik me terug om mijn diatoestel op te halen en de kinderen sissend toe te hijgen dat ze niet mochten bewegen.
 
Het dier was weg. Mijn ratten- en muizenjager. Mijn eco-opruimer. Hoedanook, die dag werden alle gaten voorlopig afgestopt met draconische maatregelen: rotsblokken, baksteen, cement, want alle muren waren vervaardigd uit die fantastisch isolerende adobe ... ideaal voor kruipdiertjes om er gangen in te graven en dus ook ideaal voor ... jawel, slangen.
 
Er ging een jaar (2004) voorbij met een paar werkbezoeken vanuit Vlaanderen en contacten om aannemers te zoeken voor de groooote werken. Geen slangenverhalen meer. Tenzij in de grote vakantie, net voor de aanvang van de verbouwing in september. Een tof koppel natuurliefhebbers -  collega's van het werk van mijn partner -  waren op bezoek. Voor een week. Aangename lui die spontaan ons een handje toestaken en zo ondermeer de slechte kalklagen van de buitenmuur, richting corral en net onder de balconada, begonnen af te bikken.

Gevangen en bevrijd
 
Op een bepaald moment riep "R" onze "middelste" jongen (zes jaar was ie) dat er een slang onderaan een blootgekapte granietblok uit de muur kwam gekropen. Een fijne en eentje dat ik nog nooit had gezien maar ergens rinkelde een belletje: het was een dier dat bij water leeft. Weer iederaan achteruit en nu was ik rapper: meteen met een emmer de "natrix naura" ofte culebra viperina, van zo'n 50 cm opgevangen (ze worden 70 cm) en dan eindelijk een dia getrokken om dan stoetsgewijs het beestje naar de waterbron achter het huis te gaan brengen. Onze drie kinderen voelden zich apentrots: het safarigevoel weetjewel. Precies of we een vervaarlijke leeuw gingen terugzetten in zijn habitat.  Zij wisten toen al dat slangen nuttig waren en alhier toch ongevaarlijk, zolang ze niet in hals of tong bijten én voelden zich gelukkig dat we "iets" belangrijks deden. Dat de slang zich meteen verstopte en geen zichtbaar rondje zwom vonden ze maar min.
 
Weer een nazomer later (2005) was er een nogal slome, jonge kerel op "ruststage" (met vrijwillige hulp) bij mij. De familie was toen al terug in Vlaanderen: school- en werkdagen. Krasse buurman Gabriël, van zo'n 75 jaar, kwam me opgewonden vertellen dat er wéér een grote "bastardu" aan mijn voordeur lag. "Hay que matarlo" riep hij uit. "Ge moet hem doden". Ik sneerde hem met een dikke godverdomme toe dat dat mijn zaak was, dat het "mijn" rattenvanger was en dus dat het beestje niet mocht gedood worden en dat ik hem wel zou "wegdrijven" en dattem er dus met zijn pikkels moest afblijven. En nog wat "joders" erachteraan plaatsend. Hij stond al klaar met een spade.
 
De jonge gast haalde echter bliksemsnel zijn gesofistikeerde camera boven -  zo'n gastjes hebben zo van die voordelen hee - en samen liepen we naar de voorkant van ons huis. En ja, een majestatisch, fascinerend mooi dier bewoog zich geruisloos en elegant zigzaggend langsheen de voorgevel toen het ons hoorde komen aanlopen. Het dier werd bijna een halve minuut gevolgd en verdween dan onder de dikke muren van een ruïne ... Een huisje verder.
 
Ik beschik nu over tastbare bewijzen van een van onze heldendaden, hahaha, neen, meer van een bescheiden toegepast eco-bewustzijn.

Dirk Renaat

Nog wat extra beestigs:

* Zo ontmoette een vrouwelijke gast die bij ons even logeerde , in de zomer van 2008, op een 100 m van ons huis een solitaire jabalí (everzwijn) die vanachter een muurtje kwam gesprongen. Het beest schrok zich eerder een bult want zette het op een verder rennen in en andere richting. * En een vorige zomer (2007, m.i. een gevolg van de vele bosbranden die hun habitat verwoestten) werden er wolven gesignaleerd door buren, op zo'n 1.100 m van mijn huis. * En zowat 7 jaar terug, bij een ijskoude winter, doodde een wolf een schaap op 50 m van het huis-dat-toen-het-mijne-niet-was. 

Tja ... dat ietsiepietsie méér dan Marbella, ¿niet?


 

Het schipperskwartier in Stockholm

Ik veronderstel dat de doorsnee Standaard-lezer geen uitgesproken interesses heeft in het onderwerp, laat staan een regelmatige gebruiker/aanbieder is van deze vorm van dienstverlening maar men heeft mij altijd gezegd dat de bezoekers van bordelen in alle lagen van de bevolking gevonden kunnen worden. Het kan je buurman, baas of beste vriend zijn. 

Maar dus, wat ik effe met de wereld wilde delen, het schipperskwartier in Stockholm… Behalve wat ronddwalende schippers en zwerfkatten zullen je er geen roze of blauwe neonlampen vinden… Geen bordeel te zien. En het feit dat je er geen vindt, wil niet zeggen dat je ergens anders in de stad moet gaan zoeken, of in een andere stad… ze bestaan niet. In Zweden is al vele jaren elke vorm van prostitutie verboden. Nu ja, je mag prostituee zijn maar je zal niet veel klanten hebben want het is bij wet verboden te betalen voor sex of gerelateerde diensten. De onderliggende redenering is dat betaalsex een vorm is van geweld tegenover de vrouw en iedereen die dus geld neer wil tellen voor een vlugge wip, begaat een misdaad. Niet dat je hier gestenigd of opgehangen wordt of zo maar de boetes zijn niet min en voor zoveel geld kan je beter een travelpussy in een Duits tankstation gaan kopen, of een lief zoeken natuurlijk.

Zweden is een tijdje uniek geweest wat deze redenering en wetgeving betreft maar enkele landen zijn recent gevolgd.  

Opletten dus de volgende keer dat je in Zweden weer naar een schaars geklede dame stapt en zegt “You, me? 500?”


 

Ierland onder water!

het is al sinds gisterenavond aan het stormen. het is nu 14.30 u. Er staan al 10.000 woningen onder water in Ierland, en het is laag tij.

Vanmorgen leek de straat naar Bandon op een rivier. Omdat het weert erger en erger werd, ben ik de kinderen vroeger uit school gaan halen, op de weg terug leek de baan meer op een waterval. We hebben een paar grote omwegen gemaakt om thuis te geraken.

Alle scholen zijn vroeger gesloten, bussen werden afgeschaft. Wij zijn eventjes tot aan het strand gereden, de golven waren spectaculair, maar de straat naast het strand stond ook helemaal onder water.

Hier een paar foto'sCIMG0006
CIMG0011
CIMG0009
CIMG0005
CIMG0001
Heeft er nog iemand een ark?


 

Ook dochters worden dertig ...


... zelfs mijn oudste, en ik weet wat het voor haar betekent, ik kreeg daar druppelsgewijs wat inzicht in.


Het heeft te maken met keuzes, want wat achter haar ligt wordt stilaan omvangrijk genoeg om de vraag te stellen hoe het verder moet. Dat doet een mid-vijftiger als vader wat minder. Daar denkt een twintiger  hoe dan ook nog niet aan.

Maar een dertiger voelt de druk, vanwaar die dan ook mag komen, misschien het meest nog van zichzelf, en wil stappen zetten, beslissingen nemen, plannen en doorgaan.


Haar geboortejaar herinner ik me als gisteren.

De diplomatische relaties tussen China en de USA werden geformaliseerd. Pol Pot en de Khmer Rouge worden omvergegooid door de Vietnamese troepen, en de Shah van Iran moet naar Egypte vluchten. Santa Lucia verklaart zich onafhankelijk van Groot-Brittannië en er wordt een vredesakkoord getekend in Washington tussen Anwar al-Sadat, Menachem Begin en Jimmy Carter.

Sadam Hussein wordt president van Irak. Israël en Egypte tekenen het "Camp David" akkoord en John Wayne sterft aan longkanker terwijl Moeder Teresa de Nobelprijs voor de Vrede krijgt.

Het is het jaar waarin Margaret Tatcher als eerste vrouw Eerste Minister van Groot-Brittannië wordt en "Alien" de bioscopen verovert. De eerste "Walkman" verschijnt in de winkels terwijl het ruimtestation Skylab terug naar de aarde komt. De Sandinisten gooien het Somoza regime overboord in Argentinië, een maand later sterft Lord Mountbatten door een bomaanslag van de IRA in Sligo. Een dag later ontploft zelfs een bom van de IRA op de grote markt in Brussel. De Nato opperbevelhebber Alexander Haig ontsnapt in datzelfde Brussel aan een aanslag van de Baader-Meinhof Groep. In Zweden mogen ouders hun kinderen niet meer lichamelijk straffen terwijl twee families uit Oost-Duitsland met een ballon naar het westen vluchten.


De paus kust als eerste paus de grond in de USA, Nelson Rockefeller sterft aan een hartaanval, niet omwille van de paus.

En wie dacht dat autobouwers pas nu in crisis zijn, Chrysler vroeg de US regering 1 miljard steun om niet failliet te gaan. Geschiedenis herhaalt zich.

Bokasa I verdwijnt van het toneel, Panama krijgt het Panamakanaal terug van de US, en Namco brengt het spelletje Pac-Man op de markt in Japan.

Rhodesië wordt Zimbabwe en de eerste Europese Ariane raket wordt gelanceerd.

De eerste Post-it notitieblok wordt uitgevonden en tweehonderdduizend mensen eisen tijdens de eerste "Gay Rights March" in Washington het einde van sociale, economische juridische en wettelijke onderdrukking van homo's en lesbiennes. Dat doen ze vandaag nog altijd. Overal, soms met succes, soms zonder. België heeft een pioniersrol gespeeld op dit vlak, Oostenrijk keurde slechts (uitgerekend) deze week het homohuwelijk goed in het parlement. Maar toch nog eens met een beperking opgedrongen door de ÖVP (onze CD&V): er mag niet gevierd worden op de burgerlijke stand dat is nog altijd een hetero privilege, het officiële huwelijk wordt verwezen naar de plaatselijke districten. Adoptie komt niet in vraag, geen kinderen voor deze mensen. Schijnheilige vooruitgang.


En ik herinner me haar geboortejaar nog als gisteren omdat dat alles in 1979 allemaal aan mij voorbij  is gegaan. Want mijn oudste werd geboren. Wat is er meer wereldschokkend voor een vader dan een dochter?

Ik wens haar vanuit Wenen een gelukkige verjaardag.

Met de boodschap dat nogal wat vrouwen van veertig en zelfs vijftig me verteld hebben dat dertig worden nog zo erg niet is.
Dus, relax en geniet.


Roel Verschueren, Wenen 19 November 2009



 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog