De val van de Muur in Wenen

Ik lees in de "Opinie", vandaag 09.11.2009 op DS Online, dat Vlaanderen maar matig geprofiteerd heeft van de opening van de grenzen naar het Oosten. Dat kan kloppen (hoewel ik Oost-Europa opvallend dikwijls Stella en Leffe vind).
Hier in Oostenrijk hebben grote banken en verzekeringsmaatschappijen wel degelijk intensief van de nieuwe markten in Oost-Europa geprofiteerd. In elke oosteuropese hoofdstad vind je zo goed als alle (grotere) oostenrijkse banken: Raiffeisen, Bank Austria (deel van Unicredit), Erste Bank, enz.
De hoofdkwartieren van deze financiele giganten in Wenen werden in de laatste 20 jaar onophoudelijk verfraaid en uitgebouwd, alles met de winsten uit het voormalige Oostblok. Tot zelfs een kinderachtige race "ik wil de hoogste toren hebben", tussen de 2 grootste verzekeringsmaatschappijen.
Van deze haast ongelimiteerde groei hebben natuurlijk ook Oostenrijker Modaal, maar vooral de aandeelhouders en de topmanagers geprofiteerd. Met de financiele crisis (en het bijna-bankroet van sommige oosteuropese landen, zoals Letland, Oekraine of Hongarije) is ook hier precies dat gebeurd wat in Belgie gebeurd is: de grote winstjagers (=banken, verzekeringen), geleid door de grote poenpakkers (topmanagers) zijn bij Vadertje Staat (Oostenrijker Modaal, belastingbetaler) komen aankloppen om met belastingsgeld de brokken van hun ongetemd winstbejag te lijmen.
Of hoe ook een (bijna) 20 jaar durend sprookje van bank-bomen die tot in de hemel groeien, niet noodzakelijk een happy end heeft...


 

Ik heb vandaag de Heilige Maria gezien...

Ik heb vandaag de Heilige Maria gezien. De Maagd bedoel ik. Zij mij ook.

Ik was op weg naar de supermarkt, zoals meestal op vrijdagnamiddag, ingeduffeld met sjaal en warme jas, als het wintert moet een mens zich beschermen. Er ligt van alles op de loer. Een Mexicaans griepje, een sluipende etterende angina of begin van een longontsteking, verantwoordelijkheid over het eigen lichaam groeit met de leeftijd.

Ze was me niet onmiddellijk opgevallen zoals ze daar stond, wat afzijdig en beschut in de plooi van het portiek, geleund tegen de glazen wand die bij het openschuiven van de deuren een paar millimeter meegaf en trilde. Ik had haar waarschijnlijk niet onmiddellijk herkend omdat ze normaal gekleed was, niet zoals ik van Maria zou kunnen verwachten, geen edel blauw lang linnen kleed met gouden bies, geen fijne sandaal uit lichtbruin leder die een bruingebrande voet omsluit, geen ragfijne zijden sjaal gesluierd om de zwarte lokken. Het is winter!

Het was de aura die me trof. Niet het soort zwevend kransje, niet het gouden aureool, niet de suggestie van heiligheid die ik van de prentjes ken. Ze had geen aura aan de ingangsdeur van de supermarkt, ze was aura, een en al aura.

Ik schatte haar ongeveer achttien, hoewel ik weet dat verschil in leeftijd ook het inschatten ondermijnt. Een man van mijn leeftijd heeft referentiepunten, vriendinnen, dochters, vriendinnen van dochters, en peilt meer op gevoel, verstand komt op de tweede plaats. Ik vond de situatie plots wat onwennig worden, tenminste voor mij, ik was het die al meer dan een minuut naar haar stond te staren en dat is lang voor een wat oudere vent die een meisje fixeert die zijn dochter kon zijn. Hoewel zij daar geen last scheen van te hebben, haar open gezicht waarop een gladde onschuld in een warme blik gebonden lag, haar houding waaruit geen enkele verwachting sprak, de vanzelfsprekendheid waarmee ze daar in haar hoekje stond, bijna nonchalant, als ik dat woord voor een heilige mag gebruiken. Ik was de voyeur. Zij zou dat nooit kunnen zijn.

Ik stapte licht verward door de glazen deur, keek nog kort om, stak een euro in de gleuf van de inkoopwagen en opende de rits van mijn jas. De warmeluchtinstallatie  bracht me terug naar mijn inkooplijst en ik vulde snel en systematisch mijn kar, ik weet hoe de rekken van een warenhuis worden gevuld.

Het kwam aanvankelijk als een shock – ergens tussen de wasmiddelen en de luiers – te begrijpen  dat ik onbewust toch een voorstelling van Maria had voor ik haar in levende lijve tegenkwam. Ergens is een beeld binnengeslopen dat ik niet heb afgeweerd. Een beeld van de veronderstelde moeder van God, de God die zo ver weg is, de theoretische zoon waarover ik wel wil discussiëren, waarover ik alles lees wat geschreven wordt, maar ook de God die puur onderwerp is, lijdend voorwerp misschien, maar daar houdt het op. Belijdenis is voor anderen.

Maria is oké. Zij zou nog kunnen, zeker zoals ze daar stond in het portiek. Het beeld is niet onaangenaam, de jonge vrouw heeft wel wat, de aura bedoel ik, die ik vandaag heb vastgesteld.

Ik krijg de lijst niet afgewerkt. Een boodschappenlijst leest anders tijdens het winkelen dan wanneer ze wordt opgesteld. Heb ik nu echt al deze dingen nodig of kom ik nog eens langs als de nood echt hoog is? Hoeveel keukenrollen moet ik in reserve hebben, en toiletpapier gaat snel maar met minder kan het ook. Misschien gaan we morgen wel uit eten en kook ik niet wat nu in de kar geschoven wordt?

Maar vanwaar plots die twijfel? Ik twijfel zelden, toch nooit tijdens de wekelijkse inkopen op vrijdag. Doch vandaag overvalt me twijfel die ik niet anders dan met Maria in verband kan brengen.

Mariologie is niet mijn sterkste punt en toch kan ik zeggen dat ik haar ken. Anders had ik haar niet herkend. Tussen de rayon conserven en hondenvoer heb ik een vrije blik op waar ze staat. Ze heeft haar linkerbeen opgetrokken en leunt met een voet achteloos tegen de muur. Hoewel ik Maria ook nooit achteloos zou willen noemen. Een vrouw die een Jozefshuwelijk aangaat weet waar ze mee bezig is. Die heeft nagedacht, berekend of niet, maar die staat niet losjes met een opgetrokken been tegen de zijmuur van een supermarkt.

Of ze me over God mocht vertellen, vroeg ze nadat ik had afgerekend. Ze stond kaarsrecht, straalde een perfecte mond tanden bloot, ademde een rust uit die ik sinds lang niet meer kende. De lucht, de paar centimeter ruimte tussen ons vibreerde, ik kon de zware inkooptassen niet meer dragen en zette ze langzaam naast me neer. Ze zoog mijn blik en bedwelmde mijn gedachten.

“Mag ik met jou over God praten, heel even maar?”

Zong ze of praatte Maria altijd zo?

“Over jouw zoon?” vroeg ik aarzelend.

“Als je het zo wilt zien, dan vertel ik je graag over mijn zoon,” zei ze minzaam.

Waarom ze daar behoefte aan had, vroeg ik en probeerde een houding te vinden die bij de Heilige Maria past.

“Misschien heb jij daar behoefte aan,” zei ze zonder vraagteken op het einde van haar zin.

Was er iets aan mij waaruit dat bleek? Had ik vanmorgen in de spiegel iets over het hoofd gezien dat voor Maria een teken was om me aan te spreken? Misschien zag ze dat ik moe was, of dat ik de trivialiteit inzag van het winkelen op een drukke vrijdagnamiddag, maar dat is nog geen reden om met mij over God te beginnen. Of zag ze dingen die ik nog niet wist? Er zijn immers zieners, ze kijken kort diep in de pupillen van je ogen en zeggen dat je binnenkort zult sterven. Kanker of levercirrose, hartaanval of hersenbloeding, vanaf een zeker leeftijd, weet je wel?

Ik had daar alvast geen behoefte aan. Ik praat zelden over God, eigenlijk alleen als me daar naar gevraagd wordt. Zoals toen ik mijn verblijfsvergunning invulde in het overdrukke kantoor op de vijfde verdieping van het districtgebouw in Wenen en gevraagd werd alsnog mijn geloofsovertuiging in te vullen. Toen dacht ik kort aan God, heel kort, eerder om hem uit te sluiten dan als een optie.

“God is geen optie,” zei ze vriendelijk maar vastberaden.

Nee, God is geen optie, ik was verrast dat ze wist waaraan ik dacht, maar ik was het ook duidelijk met haar eens.

“Een zoon is geen optie,” ging ze door, “die wordt geboren, groeit, valt en staat op, wordt volwassen en sterft. Behalve één.”

Hoe een woord voor mensen een andere betekenis kan hebben, dacht ik terwijl ik de boodschappentassen optilde en aan haar jong gestorven zoon dacht. Ik vertelde haar hoe ik noemde, zei dat we elkaar waarschijnlijk altijd in alles anders zullen begrijpen en wenste haar een fijne avond. “Diepvriesproducten,” voegde ik er nog aan toe met mijn hoofd wijzend naar de tas in mijn linkerhand.

Ik wachtte om te zien of ze nog iets te vergeven had. Een wereldtijdschrift of daklozenblad, de Wachttoren of een zegen. Ze schonk me een milde warme lach.

Toen ik me na drie onzekere stappen kort nog even omdraaide, was ze weg.

Ik stak twee straten verder de sleutel in de voordeur van mijn huis toen iemand achter me vroeg: “Heeft u misschien mijn moeder gezien?”

Ik keek geschrokken om, maar zag niemand.

“Ze stond daarnet nog aan de supermarkt,” zei ik luid tegen niemand en nam de lift naar boven. Toen de liftdeur in de grendel klikte en de kooi begon te stijgen, leek het alsof die nooit meer zou stoppen.

Roel Verschueren, Wenen 8 november 2009


 

Het waar, wat en waarom van mijn nieuwe habitat in Centraal-Spanje

Fotitas de España 109.JPG

Septiembre 2009. ICSE, GEE, Hulste, viaje y Sayago 046.JPG

Septiembre 2009. ICSE, GEE, Hulste, viaje y Sayago 047.JPG

Septiembre 2009. ICSE, GEE, Hulste, viaje y Sayago 048.JPG

 Oktober 2009. JCyL. Argañín. Elecciones MDD 004.JPG

Fotitas de España 193.JPG


 

die Mauer!

Die MauerIn het eerste leerjaar leerden we na de korte klanken, de iets langere. Onder andere de uu. Muur was een sleutelwoord. Muur leerde ons de uu. Eén jaar nadat ik deze muur schrijven kon, viel hij. Op 9 november 1989. Niet direct helemaal, maar toch. Op 9 november 2009, precies 20 jaar na deze heugelijke dag, zal ik in Berlijn zijn. De vele festiviteiten hieromtrent volg ik uiteraard op de voet en laatst ben ik op Mauertocht getrokken. Ik begon aan de Brandenburger Tor, waar een fototentoonstelling loopt over deze val. Men spreekt trouwens altijd over een val, in de geschiedenislessen zag ik verbeeldingsgewijs een enorme muur die als dominosteentjes teneer gaat, maar op dat moment zelf viel die muur niet helemaal. De bekende beelden tonen een triomfantelijke menigte die bovenop de muur met de beentjes zit te bengelen. Mannen, kinderen, vrouwen die op de muur klimmen en er langs de andere kant af’vallen’.

De muur zelf is ongeveer helemaal verdwenen. Behalve the East Side Gallery, vind je enkel in de Friedrichstrasse nog een 200 meter terug, bewaard in de staat zoals hij was in  de jaren negentig, kapotgeslagen, vernield. Daar waar hij ooit stond, is er een kasseistrookje aangelegd. Op die manier ervaar ik wezenlijk hoe absurd de splitsing was. Ik volgde die kasseistrook tot aan checkpoint Charlie, om te stoten op een toeristische massa en een hoop souvenirkraampjes. Momenteel is dit checkpoint een druk kruispunt, met middenin twee pseudo-Amerikaanse soldaten die geld staan te verdienen door het zich laten fotograferen voor een hoop zandzakjes. Waanzinnig, en eigenlijk levensgevaarlijk, want om er te komen word je bijna van je sokken gereden en om dan de foto te trekken nog een keer. Ik heb me er niet aan gewaagd…

Bovendien, blijkt, was er nogal wat onenigheid over de aanleg van de kasseistrook die de plaats van de muur moet aanduiden. De muur was een dubbele muur. Je had een West-Berlijnse én een Oost-Berlijnse. Daartussen was er niemandsland, dat op sommige plaatsen tot enkele honderden meters breed kon zijn. De muuraanduiding die momenteel terug te vinden zijn, is de West-Berlijnse, wat voor wat gemor bij de Oost-Berlijners zorgde…

Ondertussen leer ik een stad kennen die er 20 jaar geleden totaal anders uitzag. Berlijn staat niet stil en dat steekt aan. Zelden zoveel gedaan en geleerd in de korte tijd dat ik hier al ben. Er is altijd en overal wel iets te zien of te beleven. Ganz Toll!


 

Socialisatie

We hebben ons van bij het begin van ons bouwproject voorgenomen alles volgens de regels van de kunst te doen.
Netjes een bouwvergunning aangevraagd, verblijfs- en werkvergunningen in orde gebracht, een Indonesische firma gesticht, ons op gezette tijden gemeld bij de politie en ga zo maar door.
De Indonesische vlag is rood en wit en ik begin hoe langer hoe meer te denken dat het rood moet staan voor 'red tape'.
Al in april had ik een meeting gevraagd met Pak Mis, het hoofd van de banjar, de lokale gemeenschap. Toen de uitnodiging zonder gevolg bleef ben ik de kepala banjar zelf gaan opzoeken in zijn winkeltje. Hij stemde toe thee te komen drinken. Wanneer dat dan zou zijn, had ik gevraagd. 'Besok' had hij geantwoord. Besok betekent 'morgen'. De hele dag heb ik gewacht op Pak Mis; en de volgende dag en de hele week erna.
Pak Mis kwam niet.
Dewa, onze chauffeur en inmiddels zowat onze ombudsman voor Balinese aangelegenheden, moest een beetje lachen toen ik hem vertelde dat Pak Mis had beloofd 'morgen' langs te komen.
'Morgen' is in Bali, en eigenlijk in heel Indonesië, een flexibel begrip. Het betekent niet letterlijk 'de volgende dag' zoals wij westerlingen in al onze naïviteit veronderstellen. Neen, 'morgen' is een onbepaald moment in de toekomst. Net zoals 'kemarin' (gisteren) een onbepaald moment in het verleden is.
Enfin, ik stuurde Dewa opnieuw naar Pak Mis in de veronderstelling dat de communicatie dan iets duidelijker zou verlopen. En jawel hoor. Diezelfde namiddag zat hij, met Dewa erbij als vertaler, bij ons thuis thee te drinken. Ik legde hem uit waar we mee bezig waren en dat we de bedoeling hadden ons in de lokale gemeenschap te integreren en respect wilden opbrengen voor de lokale gebruiken en tradities. Het bezoek duurde anderhalf uur en we gingen uit elkaar met de belofte dat hij een keertje zou terugkomen met zijn vrouw; die was namelijk al in Europa geweest en sprak veel beter Engels dan hij.
Ik veronderstel dat 'een keertje' nog verder in de toekomst ligt dan 'morgen', maar dat zien we dan wel weer.
Socialisatie is een stap in het proces om de exploitatievergunning voor het hotelletje in orde te krijgen. Het betekent concreet dat er een meeting plaats moet vinden met de dorpsraad om het project toe te lichten en te laten goedkeuren. Je hebt immers 15 handtekeningen nodig van leden van de banjar om je vergunning te kunnen krijgen. De lokale gemeenschap heeft op Bali erg veel macht, vandaar waarschijnlijk deze volksraadpleging.
Na maanden van uitstel had dan eindelijk gisteravond de socialisatie plaats in het gemeenschapsgebouw van de banjar. Eigenlijk een grote, halfopen ruimte waar de mannen van het dorp regelmatig samenkomen. Vrouwen worden niet toegelaten.
De samenkomst was gepland om 19u en om kwart voor zeven kreeg ik al telefoon. Iedereen was aanwezig en ze wachtten op mij. Normaal is er dus absoluut nooit iemand op tijd voor een afspraak, jam karet weet u wel, en nu was ik de laatste op het appel!
Zo'n 50 mannen, allemaal in traditionele dubbele sarong, selendang en hoofddeksel stonden buiten te wachten. Bijna evenveel bromfietsen kris kras voor het gebouw geparkeerd. Gelukkig had ik op aanwijzing van Dewa ook een sarong aangetrokken. De sandalen bleven op een hoopje voor de poort achter, net zoals bij het binnengaan van een moskee. In het midden van de ruimte stond een laag rechthoekig tafeltje. De pas verkozen voorzitter nam daar achter plaats en mij werd de plek naast hem aangewezen. Door de drukte had ik niet gezien dat er nergens stoelen stonden. Iedereen ging soepel in kleermakerszit. Iedereen behalve ik natuurlijk. Zo goed en zo kwaad mogelijk nam ik een zithouding aan die niet al te veel uit de toon viel, veilig verstopt achter het tafeltje en onder mijn breed uitwaaierende sarong. Dat werd dus geen rugvriendelijk onderonsje.
In U-vorm voor ons tafeltje zaten 50 Balinezen de bleke snoeshaan aan een nauwgezet onderzoek te onderwerpen. De voorzitter kwam eerst aan het woord, daarna volgde een vragenronde uit het publiek. De toon was niet vriendelijk maar ik begreep er bitter weinig van. Bepaalde sprekers verhieven hun stemmen en keken me boos aan. Als laatste kwam Pak Mis aan het woord. Hij sprak lang en ook soms op luide toon, maar niet tegen mij, wel gericht tot de anderen. Later vertelde Dewa dat iedereen boos was omdat we al ver stonden met het project en niemand hen erover had ingelicht. Pak Mis legde uit dat ik al een half jaar geleden had aangedrongen op een meeting maar dat er telkens wat was tussengekomen. Een ceremonie, een crematie, de verkiezing van de nieuwe voorzitter enz. Ze moesten dus de hand in eigen boezem steken. Dat kalmeerde de gemoederen en er werd verder nog enkel gepraat over de overlast die de tempel zou kunnen geven bij drukke ceremoniën, het belang van de subak (waterhuishouding) in de rijstvelden waarop we uitkijken en mogelijke tewerkstelling van lokale mensen. Ik werd uitgenodigd om elke zes maanden een vergadering bij te wonen. De uitbating werd met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.
 
Ongetwijfeld erg houterig kon ik eindelijk opstaan.
 
Tetelestai!
 
Dewa pikte feilloos mijn sandalen uit de stapel en we konden naar huis.
Even bijpraten en verslag uitbrengen bij een kopje koffie. Thee in Dewa's geval.
Het was weer een spannende dag.
 
Dirk Weemaes

 

Taal

Taal is een heel raar beestje. Ik heb voor het eerst sinds bijna 2 maand weer voor lange tijd in mijn moedertaal moeten spreken. Een week lang ben ik hier op stap geweest in het gezelschap van mijn ouders. Vicenza, Venetië, Verona en Bassano del Grappa stonden op het programma. Mijn ouders waren ook zo vriendelijk geweest om meteen wat Belgisch weer mee te brengen. "Aqua alta" op het San Marcoplein in Venetië was dinsdag het resultaat.

Maar dus opnieuw een weekje in het Nederlands. Het voelde raar aan. Hier in Italië communiceer ik zo goed als enkel in het Italiaans, af en toe wel eens in het Engels met één van de andere Europese vrijwilligers, maar ook dat steeds minder aangezien ook zij meer en meer een basiskennis Italiaans aan het verwerven zijn. Werken met kinderen is wellicht de ideale leerschool om een nieuwe taal snel onder de knie te krijgen.

Raar dus, dat Nederlands. Dat ik meer en meer 'Italiaans' aan het worden ben, had ik al gemerkt, omdat ook m'n gedachten vaak in het Italiaans én omdat ik al wel eens in het Italiaans gedroomd heb. Wat ik droom, heeft vaak te maken met wat ik heb meegemaakt en dus over wat ik hier meemaak en dus ook in de taal die ik hier gebruik. 

Tijdens dat weekje met m'n ouders zijn me 2 dingen opgevallen: enerzijds dat zijzelf wel degelijk heel veel dialect spreken, anderzijds dat ik er niet in slaag om 2 zinnen in het Nederlands te zeggen zonder er wat Italiaans tussendoor te gooien; al is het maar een "si, capito" of een "come?"

Wat zal dat worden bij een volgende bezoek uit mijn geboorteland?


 

Martha 50 jaar Willem Tell

Er was eens...
Er was eens een klein dorpje net boven de Grote Stad en net onder die Andere Grote Stad.
In dat dorp was er een cafeetje waar de tijd bleef stilstaan en waar de waardin tijd maakte voor een praatje met de klanten.  En waar de koffiepot op de stoof stond, klaar om te schenken...
Als er met de kaarten werd gespeeld, en de waardin speelde een aardig spelletje mee, dan werd het doodstil.  Het enige geluid was het ruisen van de speelkaarten op de tafel en de "annonce"...  abbondance, miserie, schuppen troef...  "mijn bloed begint te koken als er achter de kaarten wordt gesproken" als lijfrede op een tegeltje aan de muur. 
En ook een stichtende waarschuwing die je aanmaande tot het achterwege laten van roddel en achterklap.  Roddel werd niet toegestaan, daar waakte de waardin over! 
De kat waakte over de rust in de luie zomernamiddagen en in de koude winters rolde ze zich dicht bij de stoof in een bolletje.

U weet wel waarover ik het heb.
En nu zegt U, dat bestaat niet meer in deze tijd...  en in gedachten pinkt u een nostalgisch traantje weg...

Maar het bestaat nog, ook in Vlaanderen!  Dit stukje gaat dan ook niet over Argentina, maar over een goede vriendin van me, Martha van Café Willem Tell in Elewijt.  Ook is ze enkele jaartjes ouder dan ik, Martha is iemand die je niet in de steek laat en tijd voor je maakt.  Iemand die in je hart een plaatsje verovert en die je nooit vergeet.   En dus gaat Martha mee waar ik ga...  Af en toe stuur ik haar nog eens wat nieuwtjes, via de email van een van de vrienden, en dan is ze naar verluid enorm opgetogen.  En ik ben dan blij dat haar dag weer goedgemaakt is.

Dit jaar is het vijftig (jawel 50!) jaar geleden dat Martha de deur van Willem Tell opende. En dat moet gevierd worden natuurlijk!  Via het wonder van Internet en email kwam ik dus te weten dat er volgende zaterdag een feest gepland is in Elewijt, in de Vekestraat, vanaf 16.00. 
Zelf kan ik er jammer genoeg niet bij zijn, er is een video boodschap gestuurd, maar het zou Martha (en ook mij, zei de zot) een enorm plezier doen als er "onbekenden" op komen dagen.  Martha is nog steeds graag onder de mensen. En zeg dan dat ge door "de Pitte, die met zijn lang haar dat in Argentina woont" bent gestuurd.  Dat is het mooiste kadoo dat U en ik Martha kunnen schenken.
Men zegge het voort, maar niet aan Martha zelve, ik denk dat het feest en verrassing moet zijn voor haar. En wees nu niet verlegen en spring er de volgende week ook eens binnen, bij Martha is het altijd feest voor wie van de kleine dingen weet te genieten.

 

 

En hoeveel vrienden heb jij? De Facebook, Linkedin en andere pesten...

Wordt U er niet nerveus van? Ik wel!

Er gaat geen dag voorbij of ik word verondersteld me aan te melden op Facebook, Linkedin en andere sociale netwerken omdat iemand vindt dat ik dat beter zou doen. Waarom die persoon dat vindt staat er niet bij, alsof het een absolute normaliteit is dat iemand zit te wachten op nog maar eens een 'vriend' die me aan zijn lijst wil toevoegen. Omgekeerde wereld, toch? Ik dacht dat ik vrij kon beslissen met wie ik bevriend kan zijn, op welke manier, aan welke frequentie, en binnen welke context. En dat ik daarover geen uitleg verschuldigd zou moeten zijn, tenzij ik dat zelf aan mijn 'vriend' wil meedelen.

En omdat ik deze e-mails negeer, komt een week later steevast een herinnering en die wordt dan nog een paar maal herhaald.

Het staat alle mensen vrij te doen wat ze willen. Zich te wenden in sociale netwerken en business groepjes, er zal wel een reden zijn waarom de systemen zo succesvol zijn, er zal wel nood zijn aan deze vorm van sociale interactie. Maar er is ook nood aan amateurvoetbal, of collectief joggen, fietsen in de regen allen op één rij, daarom moet ik er nog niet elke dag aan herinnerd worden dat ik die nood niet heb. Een bepaald isolement heeft ook wat, hoe expressief men als individu ook mag zijn, ik verplicht ook niemand deze blog te lezen.

"Is dit niet de heer of mevrouw xxxx die u zoekt? Probeer dan hier!" En zodra ik op "hier" druk moet ik me eerst aanmelden.

Nu, lekker niet. Ik ben een overtuigd weigeraar. Wie me wilt bereiken kan me bereiken. Wie me wilt lezen kan me lezen, wie niets met mij te maken wilt hebben laat ik toch ook met rust? Ik dacht dat vriendschap weinig van doen had met aantallen. Ben ik een meer sympathiek of een interessanter persoon omdat ik officieel, door iedereen controleerbaar honderdvijfentwintig vrienden heb? Voegt de wetenschap dat iemand zichzelf uitroept tot mijn vriend iets toe aan wie die persoon is?

Lieve vrienden, ik laat wel iets van me horen, direct dus zonder omwegen, als ik iets te zeggen of te vragen heb. En dat verwacht ik van jullie ook. Maar dan even direct, en zonder de omwegen waar iedereen blijkbaar niet meer omheen kan.

Roel Verschueren, Wenen 5 november 2009


 

De Magdalenes van Ierland



Ze waren jong, ze hadden plezier. Sommigen hadden voorhuwelijkse betrekkingen, sommigen waren te mooi. Sommigen waren ongehuwd zwanger, anderen waren verkracht, en sommigen hadden een moeder die een buitenhuwelijkse relatie had. Soms waren het meisjes uit een arme familie.

Ze werden allemaal opgesloten en tot dwangarbeid verplicht in de Magdalene Laundries of wasserijen. daar bleven ze voor onbepaalde tijd, dikwijls voor de rest van hun leven. Hun naam werd er veranderd om met het verleden te breken. De babies die er geboren werden werden opgegeven voor adoptie, dikwijls na een paar maanden. De Vrouwen, 'penitent s' genoemd, moesten boeten voor hun zondig verleden. Zoals Maria Magdalena moesten ze de zonden wegwassen. Maar Maria Magdalena's zonden werden in één keer weg gewassen, de Magdalenes moesten blijven wassen. Ze mochten niet met elkaar praten, moesten constant bidden om vergiffenis te vragen voor hun zondelijk verleden, en werden lichamelijk en geestelijk misbruikt door wrede nonnen.
Niemand sprak erover, tenzij om de kinderen angst aan te jagen. Het was, net zoals de kinderen in de industriele scholen , een onderwerp waar niemand iets wilde over weten.
Maar als een vader zijn dochter 's morgensvroeg weg bracht, en het kind niet meer gezien werd, werd er nooit een vraag over gesteld.

Toen in 1993 de zusters van barmartigheid in Dublin een stuk van hun eigendom dat voordien als wasserij gebruikt werd terug verkochten aan de staat, werden er 133 naamloze graven ontdekt in het kerkhof van het klooster. Het waren de lijken van Magdalenes, die er gestorven waren en waarvan nooit melding gegeven was aan de familie. De lijken werden gecremeerd en naar een ander kerkhof gebracht. Tijdens de exhumatie werden er nog 22 extra lijken ontdekt.
Het bleek ook dat de dood van verschillende vrouwen nooit officieel was aangegeven.

De laatste Magdalene Laundry werd pas in 1996 gesloten.
Noch de staat, noch de kerk heeft zich verontschuldigd tegenover de overlevende slachtoffers of de familie van de overledenen.

Toen de overlevende slachtoffers, net als de overlevenden uit de industriele scholen , compensatie eisten ,werd hun dat geweigerd. De staat beweert er niets mee te maken te hebben, Mr Bat O' Keefe, de minister van Onderwijs, verwees naar de vrouwen als 'werknemers ' van de wasserijen.

De Magdalenes zijn nu vastbesloten om de overheid en de congregaties voor het gerecht te brengen wegens schending van mensenrechten

Een paar weken geleden kreeg ik plots en onverwachts bezoek van twee Vlamingen, Ierland-liefhebbers en, zo bleek, lezers van mijn blog.
Ik had spijtig genoeg niet veel tijd, want ik was net op weg om mijn dochter en haar vriendje naar de athletiek training te brengen. We hadden dus een kort gesprek over de omgeving en Ierland en ik kreeg een lekker drankje paardemelk te drinken.

Net voor ik echt moest vertrekken, begon mijn bezoeker te praten over het morele verval van Belgie, over homofiele en lesbische koppels, enzovoort.
Volgens hem heeft het geloof in Ierland, en dus de katholieke kerk, het land gered van morele ondergang. Hier wordt nog getrouwd, abortus mag niet ( maar je mag wel naar Engeland om het daar te laten uitvoeren), scheidingen worden niet gemakkelijk gemaakt, en er wordt nog gekweekt.
Het drong pas later tot me door dat dit waarschijnlijk een kritiek was op mijn niet zo'n vriendelijke verhouding met de katholieke kerk in mijn blog.
Is er dan echt iemand die, na de verhalen over kindermisbruik in katholieke instituties en de verhalen van de Magdalenes, nog respect kan opbrengen voor die kerk?
We praten allemaal graag over de onderdrukking van de vrouw in de Islam, maar wat ze de vrouwen hier hebben aangedaan is minstens even erg!

Mocht U iets willen doen om deze vrouwen te helpen, zoals dit verhaal verspreiden of een brief schrijven naar Bat O'Keefe, ga dan naar deze website
 

Brood en Spelen

Er zijn zo van die dagen waar een en ander gebeurt. Vandaag is zo'n dag, tenminste in Oostenrijk toch, hoewel in België het spoor ook plat ligt.

Faymann Nadat Bondskanselier Werner Faymann in de korte tijdspanne van 48 uur drie maal zijn standpunt wijzigde betreffende de problemen aan de Oostenrijkse universiteiten, begrijpt binnen zijn eigen socialistische partij geen mens meer wat nu eigenlijk de partijlijn is. Chaos alom. Chaos ook vandaag in Wenen: de studenten zullen massaal demonstreren en tegen 16 uur één van de belangrijkste verkeersaders van de stad, de "Gürtel" lamleggen.

Images De verantwoordelijke minister, Johannes Hahn (Christendemocraat) die zich verzekerd weet van een post als EU-commissaris wil nu plots wel met een delegatie praten, hij heeft niets meer te verliezen en probeert zijn afscheid van de binnenlandse politiek nog iets heldhaftig te geven. De studenten zeggen niet 'nee' maar vragen zich terecht af waarom ze deze afscheidnemende minister nog ernstig zouden nemen. Hij weigert pertinent, en dit al sinds weken, enige vorm van overleg. Het wordt heet vandaag, en niet alleen in Wenen, ook in Innsbruck en Graz en aan enkele solidaire universiteiten in Duitsland. "Die Zeit" kopt vandaag: "Het Uni-debacle. De regering is radeloos en vindt geen manier om met de rebellerende studenten in dialoog te treden." Tijdens het debat op ATV gisterenavond werd nog eens duidelijk hoe zeer de politiek steeds terugvalt op "Leistung", prestatie. Als de universiteit dan voor iedereen toegankelijk is, als die dan bijna gratis moet zijn, mag van de studenten 'prestatie' worden verwacht. Het hele oorspronkelijke concept van universiteit wordt onder de tafel geveegd, de hele idee dat mensen ook recht hebben te studeren alleen voor zichzelf, voor hun persoonlijke ontwikkeling, om hun specifieke intellectuele honger te stillen zonder dat daar automatisch een belastbare job moet uit voortspruiten, komt zelfs niet meer aan de orde. Gelukkig was het bitsige en gevatte geweten van intellectueel Oostenrijk aanwezig, journalist, auteur, criticus Robert Menasse die zich gelukkig nog echt kwaad kan maken. Eén man, als een Don Quichot in een lamme arena politici die het niet meer weten.

Plasnik Ondertussen wordt de in Oostenrijk opzij geschoven en licht verguisde Ursula Plasnik (ex-minister buitenlandse zaken) in Parijs opgenomen als officier in het "Légion d'honneur".

Schönborn Gelijktijdig is in dit diep-christelijke land grote beroering ontstaan over de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat religieuze symbolen in scholen veroordeelt. De halflege kerken zijn plots te klein om het protest van zowel de Oostenrijkse Kardinaal Christoph Schönborn als alle politieke partijen (behalve Groen) te herbergen. De uitspraak wordt unaniem en categorisch genegeerd, ze is op Italië toepasselijk, niet op het Alpenland. Oostenrijkse oplossing.

Om alles voor vandaag af te ronden, in de meest noordelijke autonome provincie van Italië, Zuid Tirol, broeit een nieuw conflict: moeten de meer dan 60.000 wegwijzers voor de duizenden wandelaars die dit prachtig stukje ex-Oostenrijk elk jaar doorkruisen tweetalig worden of volstaat eentalig Duits, zoals nu het geval is? Voor de ex-Oostenrijkers zou een bewegwijzering in het Italiaans te pijnlijke herinneringen aan het fascisme oproepen, dat aan de grondslag ligt van de toewijzing van dit 7400m2 stukje Oostenrijk aan Italië.
Waar een natie groot kan in zijn.

Maar tegen vanavond is alles vergeten. Dan speelt Rapid Wien tegen Tel-Aviv in de UEFA. Kwestie van de dag met een licht gemoed te kunnen afsluiten. Panem et circenses.

Roel Verschueren, Wenen 5 november 2009


 

Straffe mannen die ijshockeyspelers, of toch niet?

Commotie in de pers hier in Zweden. De ijshockeyploeg Leksand wil zijn match tegen Sundsvall niet verplaatsen naar een latere datum. De ploeg uit Sundsvall wordt op dit moment geplaagd door een massale uitval van spelers die de Mexicaanse griep zouden hebben en enkel de doelman en nog een paar minder goede spelers zijn beschikbaar.

In principe zou het andersom moeten zijn en zou Leksand niet tegen Sundsvall moeten willen spelen omdat ze ook niet ziek zouden willen worden. Maar nee, de gasten van Leksand zijn VOOR de massavaccinatie van de Zweedse bevolking al gevaccineerd. Op zich niet zo merkwaardig ware het niet dat voorlopig enkel de risicogroepen een spuit mogen krijgen en die bestaat uitsluitend uit verplegend personeel, zwangere vrouwen en chronisch zieken. Maar blijkbaar was de dokter van de ploeg van oordeel dat zijn 25 jarige stoere knapen, die in de fleur van hun leven zouden moeten zijn, ook een risicogroep waren "wegens het vele sociale contact dat zij door hun sport hebben en het feit dat er nogal wat met astma zijn in de ploeg"...

Nu, dat is net een redenering waar nogal wat mensen het hier moeilijk mee hebben. Als de beperkte hoeveelheid vaccins al gaan naar sportmensen opdat zij hun matchen zouden kunnen spelen, dan worden toch wel twijfelachtige criteria gebruikt om te selecteren wie wel en wie nog niet gevaccineerd mag worden. En het argument dat zij extra risico lopen door de vele sociale contacten zou dan niet opgaan voor bankbedienden, leraars, vertegenwoordigers, buschauffeurs, ... 

Gelukkig zullen de bevoegde instanties een grondig onderzoek voeren naar de feiten (in Zweden wordt naar alles een grondig onderzoek gevoerd) en indien mogelijk, de nodige juridische stappen ondernemen. 


 

Vluchten Kan Niet Meer

Tsjoek tsjoek, stop. Rood licht. Voor en achter mij vormt zich een rij auto's, de meesten bestofd en wat besmeurd.  Een donkere jongen, rond de twintig, draait zijn aftandse zwabber in de emmer met grijsbruin water, en begint aan de rij.  'Neen', "neen', vaak zonder woorden, gewoon een knik met de kin omhoog, lippen in een circel, 'tsk', de Griekse lichaamstaal voor 'neen'; een enkele keer zelfs zonder woorden, iemand die gewoon twee meter verder rijdt zonder omkijken zodra de zwabber richting voorruit gaat. Ik ben de volgende, ik steek mijn hand al op om neen te wuiven, maar de jongen doet niks.  De zwabber blijft omlaag, en hij kijkt me wat vreemd aan;  "E, file ('he makker), pou pas ('waar ga je naartoe')?"."... euh, naar de supermarkt", antwoord ik naar waarheid.  Het is 10.30 op een weekdag, ik heb flexibele werkuren.  "Hebt gij geen werk misschien?" vraagt hij me.  "euh... toch wel"... en even later flap ik eruit, wellicht ongepast "en gij, hebt gij geen werk misschien?". Nu is het zijn beurt om me niet begrijpend aan te kijken.  "Maar ik ben toch op mijn werk, ziet gij dat nu niet??".  Hoofdschuddend neemt hij zijn zwabber en vervolgt hij de rij.  Enigszins verbouwereerd mis ik het groen licht.  De dame in de jeep achter mij zou me de kop inslaan, als ze niet net haar nagels had geverfd.

Aan de ontelbare lichten en kruispunten van Athene staan er duizenden zoals hij, twintigers uit Pakistan en Bangladesh, zwabber in de aanslag, ruiten wassend tegen dumpingprijzen.  Vaak zijn ze merkwaardig goed gezind.  Doen ze speciale paddestoelen in hun rijst, of zijn ze gewoon blij?  Misschien wel het laatste.  In elk geval lijken ze beter af dan vele andere, tienduizenden vluchtelingen en mensen zonder verblijfsrecht in Griekenland.

Vorige week nog verdronken acht vluchtelingen voor de kust van Lesbos: hun Turkse smokkelaar deed het bootje zinken toen de Griekse kustwacht hen in het vizier kreeg.  Het is dagelijkse kost geworden, en net zoals in andere landen, laat het ook de Griekse bevolking grotendeels koud.  Niets wees er overigens op dat de kustwacht zich nat had gemaakt om de verdrinkende sukkelaars uit het water te halen. Het vluchtelingenkamp op Lesbos staat niet bekend als Club Med, vorige week nog laakte de VN Vluchtelingenorganisiatie het gewelddadige politieoptreden in Lesbos.

Griekenland heeft internationaal een belabberde reputatie in de behandeling van vluchtelingen en vreemdelingen.  Dat hen een glaasje ouzo, een huisgemaakte moussaka en een leuke babbel wordt aangeboden, dat gelooft enkel de Guide du Routard nog.

Volgens het Europees Verdrag van Dublin moeten asielzoekers asiel aanvragen in het land waar ze de EU binnenkomen.  Indien dat niet gebeurt, moeten ze naar dat land worden teruggestuurd.  Maar de laatste tijd weigeren sommige landen asielzoekers terug naar Griekenland te sturen vanwege de onmenselijke behandeling die hen hier wacht...

Nog vorige maand laakte Human Rights Watch het Griekse asielbeleid: minder dan 1% van de aanvragen wordt aanvaard, en de beroepsmogelijkheid werd afgeschaft.  In Belgie ligt het percentage rond de 20%, in Engeland 24%, in Italie zelfs 45%  In hetzelfde rapport maakt Human Rights Watch gewag van gesloten kampen, met onvoldoende eten, geen medische zorgen, te weinig kledij, te wenig hygienische voorzieningen, waar ook kinderen verblijven, zonder familie, begeleiders of bescherming.  Vele getuigen van nachtelijke operaties waarbij de Griekse politie de kinderen de rivier Ebro overjaagt, aan de grens met Turkije, en ze daar alleen, aan hun lot overlaat, in een vreemd land, zonder eten, zonder iets...

Daarbovenop komt dan nog het politiegeweld. Racisme, afranselingen, folteringen, georganiseerd misbruik, ook tegenover vluchtelingen in de kampen, en ook tegen minderjarigen.  Amnesty International heeft er veel aandacht aan besteed in zijn jaarlijkse rapporten, en Griekenland is er zelfs voor veroordeeld door het Europees Hof van de Rechten van de Mens.  De Griekse politie heeft een reputatie, en het lijkt er niet op te verbeteren.

Op deze site houden vluchtelingen in Thessaloniki zelf een blog bij, voor 'first hand testimony'.

Behalve een schande, is het ook erg vernederend: Griekenland wordt door de regeringen en rechtbanken van de andere EU-leden, en door alom gerespecteerde instellingen als Human Rights Watch en Amnesty International, niet gezien als een land waar elementaire rechten gerespecteerd worden... 

Eenvoudig is het natuurlijk allemaal niet.  Geen enkel land, ook niet de grotere, de rijkere, hebben een sluitende oplossing bedacht voor de niet-aflatende stroom vluchtelingen, op zoek naar een job, een toekomst, een boterham, een bestoft autoraam om te kuisen.  Griekenland heeft zijn ligging niet mee, de eerste post voor de duizenden vluchtelingen uit Afghanistan, Irak, Pakistan, Bangladesh, die berooid en door de Turkse smokkelaars van hun laatste bezittingen ontdaan in Griekenland aankomen.  Hulp is nodig, de Europese landen zullen moeten bijspringen in de opvang, de begeleiding, de 'filtering' en eventueel de terugkeer van al die tienduizenden mensen, en niet enkel met woorden.

En Griekenland? Is Griekenland niet het land van de gastvrijheid?  Is Griekenland niet het land van Plato, van de rationele staat, van de matiging, van de samenleving gebaseerd op intellect en wetenschap? Hoe rijmen we dat met een politie die zich afreageert tegen de allerzwaksten, de hulpelozen, degenen die om wat hulp komen smeken? Heeft Griekenland zelf geen grote diaspora, zijn de Grieken zelf geen volk van economische vluchtelingen?  Werden die dan ook in kampen gestoken, afgeranseld, uitgeziekt en uitgehongerd, daar in Amerika, Australie, Canada? Mochten ze niet binnen?  Waarom dan nu zo wreed de deur dichtsmijten, zo onverschillig de andere kant opkijken?

Griekenland zal moeten opstaan, de kop uit het zand trekken, het probleem confronteren, de mouwen oprollen en aan het werk gaan.  Niet langer vluchten voor de vluchtelingen.  Dit is een kans voor Griekenland, een kans om haar grootsheid te tonen, om vooruit te komen.

Hongerige kinderen achterlaten in een donker bos, in een vreemde streek, waar ze niet weten wat hen te wachten staat ... wie weet, misschien wel de vleesetende reus: "vrouw, ik ruik kindjesvlees".  Laten we Klein Duimpje opgepeuzeld worden, of helpen we hem in de zoektocht naar de Zevenmijlslaarzen, weg uit het bos?


 

Corruptie

Wat doe je eraan? Er aan meedoen of toch maar proberen om de regels te volgen? Er aan meedoen is een manier om het in de hand te werken. De regels volgen en daardoor een voorbeeld stellen daarentegen is meestal duurder en vraagt meer administratie.

Deze ochtend werd ik voor de zoveelste keer gestopt door de politie omdat ik een oranje verkeerslicht negeerde. Zoals in Belgie, stonden de zwaantjes mooi achter een bocht verstopt. Soit, ze doen natuurlijk hun werk. Je moet weten dat ik dat verkeerslicht in anderhalf jaar vrijwel nooit heb zien werken. Ik was dus stomverbaasd dat ze me een boete van 20 dollars probeerden op te leggen. 

- Sorry sir, but I don't think this robot is working... (Robot is het woord dat men in zuidelijk Afrika gebruikt voor trafficlights), so how can you stop me for neglecting an amber light?

- Oh, but it is working, sir!

- Really? Do you mind if I turn around to check it out? (Dit is het moment waar ik een "allé, 't is goe, rij maar door" verwacht)

- Sure, I'll join you and we can check it out together.

De agent stapt in en ik maak rechtsomkeer (over een dubbele witte lijn, maar daar had hij geen erg in), steek het kruispunt weer over om opnieuw rechtsomkeer te maken zodat de agent en ik kunnen vaststellen of de lichten in de richting waar ik vandaan kwam effectief werken (opnieuw over een dubbele witte lijn).

- You see, sir, all three colours are working. We wouldn't be standing there if we weren't sure that they would be working. So the ticket is 20 dollars. But that's expensive, hey. How much do you want to pay?

Tja, wat zeg je dan?

- 10 dollars?

- That's fine sir. (Ik haal een briefje van 10 boven). Please make sure my collegues don't see this. Thank you sir, you can go now. Have a nice day.

Later op het werk vertel ik het voorval aan Zimbabweaanse collegas. "Ha, je wordt een echte Zimbabweaan. Maar 10 USD, dat is nog veel te veel! Praat wat in Shona en zeg dat het leven niet gemakkelijk is, dat je geen geld hebt, dat het je heel erg spijt, en geef ze dan 2 dollar. Daar zijn ze meestal content mee."


 

Economische heropleving

Een vriendin stelde onlangs "waarom moet economisch heropleving gepaard gaan met ochtendfiles?". Ja hoor, elke dag verlengt mijn rit naar het werk 's ochtends met een paar minuten. Er is voldoende benzine beschikbaar aan redelijke prijzen (1,15 dollar of 78 eurocent per liter), en dat is een goede redenen om het statussymbool bij uitstek uit de stal te halen.

Hoofdstad Harare (wat in Shona "de stad die niet slaapt" betekent) staat niet stil. Het centrum wordt opengebroken en waterleidingen vervangen. P010909_13.49 Er zijn geruchten dat er glasvezel kabels vanuit Mozambique worden getrokken. Meer en meer verkeerslichten worden hersteld (wat bijdraagt tot de ochtendfiles). Een groeiend aantal wijken heeft minder en minder te kampen met water- en stroomonderbrekingen. Mijn vuilnis werd voor de allereerste keer in anderhalf jaar opgehaald. Twee stedelijke zwembaden zijn weer open (mét proper blauw water). Een van de GSM operatoren investeert in UMTS (wat mij toelaat op live naar StuBru te luisteren!). En er staan weer potten Nutella in de winkelrekken!

Nu ja, met dit alles is Zimbabwe natuurlijk nog lang niet uit het slop getrokken. 


 

Boek

Figuur.aspx Zin om meer te weten over het dagelijkse leven en indrukken van Zimbabweanen, Belgen en Nederlanders die al lang of minder lang in Zimbabwe wonen? Dit boek (waar uw nederige dienaar mezelve heeft aan meegewerkt) geeft een leuk overzicht... .

"Met de opbrengst van het boek wordt steun verleend aan Zimbabwean Lawyers for Human Rights en aan Fairhome, een thuishaven voor straatkinderen." En hiermee hoop ik geen inbreuk te doen op De Standaard's "geen reklame" regel... ;-)

http://www.boekenroute.nl/gasten/gtn1Boek.aspx?BoekID=19175


 

Hou je handen van mijn pint!

CIMG0092

De Dáil of het Ierse Parlement, is zoals in elk land, een plaats waar er dagelijks gedebatteerd wordt over de dagelijkse zaken. Er zijn de regeringspartijen, en de oppositie.
De laatste tijd, omwille van de recessie en de besparingsmaatregelen, zijn deze debatten dikwijls nogal luid en passioneel. De backbenchers van de regeringspartijen blijven echter de regeringsbeslissingen steunen.
Niemand vond het blijkbaar onaanvaardbaar dat de cervicale kanker vaccinatie voor jonge meisjes werd afgeschaft, de manier waarop de Magdalenes behandeld worden blijkt ook geen reden voor opstand te zijn.

En toen ging het over alcohol !

De regering had een wetsvoorstel ingediend waarbij het maximum toegelaten alcoholgehalte in het bloed voor bestuurders zou verlaagd worden van 0.8 tot 0.5 promille.
Dit ging te ver! Een 20 tal TD's( parlementsleden) van de regerende partijen revolteerden luid. Het waren voornamelijk TD's uit het platteland. Volgens hen zou zulke wet de oudere boeren nog meer isoleren, en de pubs zouden één voor één sluiten.

Nu is de relatie tussen Ieren en hun pint wel gekend, maar dat ze het zó serieus namen, was wel verbazingwekkend. Vooral als je eraan denkt dat een groot deel van fatale ongelukken een gevolg zijn van alcoholgebruik.

Ach ja, ik kan de oudere boeren wel begrijpen. Ze wonen dikwijls ver afgelegen van het dorp, en het enige contact dat ze nog hebben met andere mensen is in de pub, waar ze de buren ontmoeten en over de hurling discussieren. Hoe kan dat nu zonder een lekkere Stout op de toog?
Na de invoering van het rookverbod bleven er al meer mensen thuis, en de vrees is dat er bijna niemand nog naar de pub zal komen als ze nu ook niet (genoeg) meer mogen drinken. Met als gevolg een nog grotere isolatie van de rurale bevolking, met alle gevolgen vandien.

Sommige pubs hebben al een vervoerdienst ter beschikking gesteld, de alcoholbus dus, die mensen thuis oppikt en ze ook weer terug brengt. Maar niet elke pub wil dit zomaar gratis doen.

Volgens de Road Safety Authority zullen er volgend jaar tenminste 10 mensen sterven als het maximum toegelaten alcoholgehalte niet verlaagd zou worden.
Een moeilijke zaak dus voor de Taoiseach. Zonder de steun van deze 20 TD's kan hij de wet er niet doorkrijgen en zou hij zeker afgemaakt worden door de oppositie.
Hij was er uiteindelijk toe verplicht een compromis te zoeken.

En dat is er nu gekomen. De meeste TD's hebben laten weten dat ze akkoord zullen gaan met het nieuwe voorstel, waarbij iemand die met een alcoholgehalte tussen 0.5 en 0.8 mg een kleinere boete zal moeten betalen, en niet meteen zijn rijbewijs zal verliezen. Ik denk dus dat de gardaí (politie) op het platteland bij een 0.7 promille, hun ogen zullen sluiten. In de steden zullen ze strenger zijn, maar hier kunnen we lustig verder drinken!

 

Schipper mag ik overvaren, ja of nee?

Ik lees nogal wat kranten per dag, Oostenrijkse, Engelse, Duitse, Franse… elk zichzelf respecterend koffiehuis in Wenen heeft elke morgen een biljarttafel vol Europese dagbladen – van de dag zelf dus – in de typische krantenklemmen uitgestald voor de trouwe klanten die hun tweede koffie komen drinken. De eerste dronken ze thuis, vroeg bij de eerste krant die aan huis werd bezorgd. Het is een traditie, niet alleen in Wenen, voor mensen die niet aan een 'nine to five' job gebonden zijn en hun dag kunnen indelen zoals ze dat zelf willen.

Eerst dacht ik dat dit een voorrecht was voor mensen die al een halve of hele loopbaan achter zich hebben, maar je vindt ze in alle leeftijden, met de meest uiteenlopende beroepen, mannen zowel als vrouwen, Oostenrijkers zowel als buitenlanders.

Er is in Wenen geen Belgische krant van de dag zelf te krijgen. Toch niet in de koffiehuizen, op de luchthaven misschien, ze worden in elk geval niet in het assortiment opgenomen.

Voor informatie hoe het met Belgische Europese commissarissen is gesteld moeten we dus de online kranten napluizen, en dat gebeurt gewoonlijk nadat alle buitenlandse kranten zijn verwerkt.

Het is hoogtij in Brussel. De stoelendans is begonnen en moet door Barroso snel worden afgewerkt.

Als je zo de kranten mag geloven wordt Jan Peter Balkenende dé grote mijnheer in Europa. Goed voor Holland, maar de Britten hebben het tot voor kort op Blair gehouden, terwijl de Oostenrijkers sinds vandaag zelfs twee mogelijke kandidaten in de running hebben, de een gesteund door Merkel, de andere door Oostenrijk zelf: Schüssel wordt getipt als President van de Europese Raad en Gusenbauer als EU-minister Buitenland, beiden buiten het Alpenland door niemand gekend, nochtans door hun landgenoten zwaar getipt, want Oostenrijk verdient een president in Europa. Ware het niet dat de huidige Kanselier Werner Faymann zijn partijgenoot en ex-kanselier Gusenbauer niet steunt, en dat in Brussel nog niemand zijn naam heeft laten vallen als mogelijk kandidaat. En die vergeten natuurlijk ook de Brit David Miliband of de Fin Paavo Lipponen mocht het met Miliband niet lukken, want Frankrijk, Duitsland, Spanje en Portugal willen geen Brit.

Maar ondertussen is de Oostenrijker Hahn al zeker van een post, hoewel hij nog niet weet dewelke, maar verliest hij die mocht een andere Oostenrijker EU-minister Buitenland worden, en dus automatisch Europees vicepresident. En Hahn wil absoluut zijn Oostenrijkse post van Minister voor Onderwijs zo snel mogelijk dumpen, want het wordt hem met de staking aan zijn Universiteiten te heet onder de voeten.

Luxemburg zet uiteraard, soms met de steun van Frankrijk, soms met die van Duitsland op Jean-Claude Junker, maar dan mag je toch Herman Van Rompuy of de Italiaan d’Alema niet onderschatten.

Elke dag een nieuwe kandidaat, elke dag een nieuwe intrige. Elk uur een veranderde mening, elke seconde een nieuw voorstel. Het politieke raderwerk draait weer op volle toeren, politieker dan dit spel zal het spel nooit worden. En de lezer legt zijn krant neer en wacht wel af. Wat morgen geschreven wordt heeft eigenlijk niet het minste belang, zolang de Europese burgers de commissarissen niet rechtstreeks mogen kiezen. Misschien zitten we dit rondje uit en lezen we iets anders, tot de heren hebben beslist wie welk postje krijgt.


Roel Verschueren, Wenen 2 november 2009


 

MACHANGULO EN PRINS PILS

Het schandaal rond de ondergang van de DSB Bank van Dirk Scheringa heeft gedurende enkele weken de kwestie van een vakantievilla die Prins Willem-Alexander aan een strand in Mozambique laat bouwen, even uit het nieuws gehouden. Maar de fameuze villa is nu weer helemaal terug van weggeweest.

Prins Willem-Alexander stond voorheen bekend als een niet al te intellectuele losbol die ongeschikt was voor de functie van Koning. Prins Pils werd hij smalend in de buitenlandse bladen genoemd. Hij vloog voor de lol regelmatig met de Concorde naar New York om er de bloemmetjes buiten te zetten. Hij had er geen moeite mee om soms een auto in de vangrail te plaatsen. Kortom, hij liet zien schijt aan het volk te hebben. Een bruid uitzoeken was ook al een probleem. Totdat hij zijn Máxima vond in de internationale jetset. Helaas bleek dat meisje de dochter van een ex-dienaar van de Argentijnse militaire junta te zijn. Met enig kunst- en vliegwerk ging het huwelijk dan toch door. En vooral Willem-Alexander deed wat van hem verwacht werd: kinderen verwekken bij zijn eigen vrouw. Soms zit in een losbol toch nog een goede manager en huisvader.

Speciale ideeën over zijn toekomstige taak en rol had Willem-Alexander niet. Hij liet zijn privé kundig afschermen door de Rijksvoorlichtingsdienst en hij kon er zich over verheugen dat zijn Máxima intelligenter en geliefder dan hij was. Men vergaf haar nu dat ze de “dochter van” was. Op advies van anderen ging Willem-Alexander de wereld rond reizen om mensen te leren kennen. Hij zette zich in voor het watermanagement in de wereld. Zo verscheen hij op congressen waar hij in toespraken “zijn” inzichten over water kon ventileren. Water is immers een neutraal onderwerp, op voorwaarde dat er niet over het water van de Jordaan of de Nijl wordt gepraat. Want daar zijn er conflicten rond. En voor de rest zou de belangstelling van de Prins voor water wel eens oprecht kunnen zijn. Is water niet een grondstof voor het brouwen van pils?

Kortom, alles liet nu voorzien dat Beatrix spoedig kon aftreden. Daar is sinds enkele weken alsnog geen sprake van. De Prins heeft zich door het laten bouwen van een strandvilla in Mozambique in nesten gewerkt. Toen het bericht een aantal maanden geleden werd gepubliceerd, dacht iedereen dat er een veredelde safarihut in het verre Mozambique in aanbouw was. Het was wel ver vliegen, maar ook in Afrika heeft de Stichting Nederlandse Vrijwilligers (waarvoor geen vrijwilligers werken, wel Nederlandse ambtenaren) waterprojecten. Kan de Prins, later de Koning, daar af en toe eens een kijkje nemen. Lekker meegenomen, die mengeling van privé en publiek. Erg modern. Niets mis mee dus.

Al snel werd duidelijk dat Willem-Alexander in zee was gegaan met een projectontwikkelaar die er een heel park met kapitale villa’s wilde neerzetten. Kortom, een miljoenenproject. Deze kerel, een Zuidafrikaan, bleek een eerder louche type te zijn. Het binnenhalen van de Prins was voor hem uitermate gunstig om andere kopers te lokken. Die konden dan samen met de Prins aan het strand gaan liggen, paardrijden of een balletje opslaan. En dat alles op het schiereiland Machangulo aan de baai van Maputo. Daar zou zich een Mozambikaans pendant van Florida ontwikkelen. Ook nu was nog niets bijzonders aan de hand. Probleem waren de grondrechten en het lot van de lokale bevolking. In Mozambique mogen buitenlanders geen grond bezitten. Hoe kon dat nu? Over het lot van de lokale bevolking werd bericht dat die vooral over de te scheppen werkgelegenheid enthousiast was. Alle rijke eigenaren zouden immers huishoudelijk en ander personeel kunnen gebruiken.

Helaas voor Prins Pils doken journalisten op die ter plekke onderzoek gingen doen. Het leverde smeuïge verhalen op over arme boeren die van hun gronden werden verdreven, over arrogante miljonairs en slampampers die zich in een neokoloniaal paradijs zouden wanen en corrupte ambtenaren die gesmeerd werden. De regering kwam meteen zwaar onder vuur te liggen. Onder politieke druk besloot de Prins van de zomer om een stichting in het leven te roepen die zijn bezit in Machangulo zou beheren. Daarmee was echter de kous nog niet af. Men vond dat project ineens extravagant in een tijd dat velen werkloos werden en gekort werden op alles. Men twijfelde ook openlijk aan het inlevingsvermogen van Willem-Alexander met de armen hier en daar achter. Toen de storm aanwakkerde moest Premier Balkenende met grote tegenzin een kamerdebat over de financiën van het Koninklijk Huis op 8 oktober 2009 toestaan. Kon ook daar niet worden bezuinigd?

Het is inmiddels zo ver gekomen dat er zich een politieke meerderheid begint af te tekenen die schoon schip wil maken. Te veel is voor de politici verborgen gebleven. De Prins had zonder medeweten van de regering over zijn project met de Mozambikaanse President Armando Guebuza onderhandeld. De Prins zou verleden jaar zelfs met een aantal medestanders een “coup” hebben gepleegd om de macht over het project in handen te krijgen. Er werd daarna nog haastig met nieuw opgerichte naamloze vennootschappen geschoven. De voorzitter van de stichting die de Prins uit de wind moest houden, bleek ineens zelf aandeelhouder van het project te zijn. En nog van dat fraais. Het laat zich inmiddels aanzien dat Premier Balkenende die telkens in beeld komt als de grote ministeriële verantwoordelijke voor het doen en laten van de Prins, klem zit. Het lijkt vrijwel zeker dat er een grote meerderheid in het parlement in de maak is die zal willen instemmen met een meer ceremoniële functie voor het staatshoofd. Men verwijst in dit verband graag naar Zweden waar de koning alleen maar handjes schudt, een toast uitbrengt en zijn hondje uitlaat.

En Mozambique dan? Als het even meezit, dan mag Willem-Alexander met echtgenote en kinderen daar toch op vakantie gaan. Hij heeft al aangegeven daar graag een “deel van het jaar” te willen verblijven. En dat omdat hij een speciale band met Afrika zou hebben. “Dankzij mijn vader en grootvader zit Afrika mij in de genen”, beweerde hij nogal lomp. Ja, inderdaad, zijn vader Prins Claus von Amsberg is in Tanzania op de farm van zijn ouders opgegroeid. Dat kan tellen als uitleg om nu naar een villa in Mozambique te verkassen. Toch smaakten de genen van Willem-Alexander wat bitter. Prins Claus was ooit ook lid van de Hitlerjugend geweest. De vader van Claus was immers een overtuigde nazi. En dan is er nog die andere grootvader, nl. Prins Bernhard, Graf von Biesterfeld die ooit nog bij een nevenorganisatie van de SS had gediend, omdat hij daar gratis auto had kunnen rijden. Kortom, Willem-Alexander heeft met zijn verkeerde genen ineens al het krediet dat hij had opgebouwd, in één klap weer verspeeld. Hij is nu aangeschoten wild voor de roddelbladen. Ieder spatje op zijn huwelijk zal voortaan worden uitvergroot. De politici zullen hem geen millimeter ruimte meer gunnen. Zijn geparadeer in marineuniform zal nu iedereen de strot uitkomen. En men zal zich afvragen waar dit toekomstig staatshoofd nu werkelijk in het leven voor staat. Kortom, functie en persoon zullen ineens niet meer naar zeer oud-Hollands gebruik in elkaar vallen. Exit Prins Pils.


 

Circus Kostas - Nieuwe Voorstelling: Komt Dat Zien!

De Vastberadenheid, besluitvaardigheid en beginselvastheid waarvoor ex-premier Kostas Karamanlis en zijn Nea Dimokratia bekend staan, en waarmee ze vijf jaar lang (of vijf lange jaren) het land in hun greep hielden (een wurggreep weliswaar, langzaam alle ziel eruit knijpend), zijn geenszins aangetast door de uppercut die ze van de bevolking gekregen hebben bij de verkiezingen vorige maand. 

Terwijl Comical Costas terug met regelmaat gesignaleerd wordt in de betere bars en resto's van Kolonaki, waar hij zich ook voor zijn premierschap al gezellig thuis voelde, en daarmee ten overvloede aantonend dat  zijn pitsstop als premier in feite niet meer was dan een lastige familiale verplichting waar hij even door moest, heeft de rest van zijn circus al een nieuwe attractie uitgewerkt: de grandioze knoeiboel Nea Dimokratia. 

De dag na zijn nederlaag nam Karamanlis groothartig ontslag als voorzitter, wellicht niet na eerst een tafeltje geboekt te hebben in Cafe Central, en legde hij voorzittersverkiezingen vast voor 7 November, te houden met een beperkt aantal stemgerechtigden, zoals de statuten dat bepaalden.  Hij voegde er ook stellig aan toe geen dag langer te blijven dan 7 november.  We zijn nu zowat een maand verder, en ze zijn er bij Nea Dimokratia nog niet eens uitgeraakt welke procedure ze zullen volgen om die verkiezingen te houden.

Dat de statuten niet gevolgd zouden worden, dat werd door geen enkele kandidaat in vraag gesteld.  Vervolgens kwam iedere kandidaat met zijn eigen stemformules, waarbij de de Noord-Griekse clown en Gouverneur van Macedonia,  Panagiotis Psomiadis, de kroon spande, door voor te stellen dat 'iedereen die wilde' zou mogen komen stemmen, zelfs zonder identiteitsbewijs.  En dat terwijl toch al jaren vaststaat dat evenwichtsacrobate Dora Bakoyianni het kroontje zal winnen.  Dora is zo lang en zo lachend dat niemand ooit haar ware gelaat gezien heeft.  In geen van haar functies, burgemeester van Athene of Minister van Buitenlandse Zaken, wist ze een glimp van bekwaamheid te tonen.  Maar ze is een telg van de Mitsotakis-clan, en dat is in Griekenland nog steeds veel belangrijker dan om het even welke stemformule.  De families Mitsotakis, Papandreou en Karamanlis regeren al vele decennia in de Griekse democratie.

Het ziet er in elk geval naar uit dat de New-Democracy-show nog wel even zal duren, en we weten nu ook wel zeker wat we al wisten, dat een circus wel entertainment biedt, maar ook niet meer dan dat, en dat Circus Kostas zelf het grootste probleem was.

Inmiddels lijkt nu ook een andere voorzichtige voorspelling uit te komen, namelijk dat de Grieken, door zo massaal op PASOK te stemmen, in feite gewoon voor meer van dezelfde gekkigheid gekozen hebben:  enkele dagen geleden werden zes bewakers van een politiekantoor in een buitenwijk van Athene beschoten door zes belagers met machinegeweren; maar de nieuwe Minister van Bescherming van de Burger had de oplossing snel gevonden, dat men er niet eerder aan gedacht had: we schaffen de bewaking af, dan kan er niet meer op geschoten worden!  Het is bekend dat het een dunne lijn is tussen geniaal en getikt.

Kijk, ik heb ook een idee: heeft er iemand de moed om wat kogeltjes, verfkogels desnoods,  te richten op de hoofdwartieren van Nea Dimokratia (Odos Rigillis 18) en PASOK (Odos Ippokratous 22)? Dan kunnen we die ook meteen afschaffen, en dan kan niemand er nog op stemmen.  De televisiezenders zullen dan wel nieuwe komieken moeten zoeken voor hun nieuwsshows.


 

Universitas magistrorum et scholarium...

Audimax De bezetting van de grootste  Universitaire Aula in Oostenrijk, de Audimax in Wenen, gaat haar tweede week in. De Oostenrijkse Universiteiten hebben te weinig geld voor de massale aanloop van studenten, waarvan traditiegetrouw een groot deel uit Duitsland afkomstig is omdat daar een numerus clausus bestaat die het uitwijkmanoeuvre naar het buurland verklaart.

Het eisenpakket van de studenten is duidelijk: vrije toegang tot alle faculteiten zonder uitsluiting, gratis studeren voor iedereen, terug naar het oude Oostenrijkse systeem titels, dus tegen het Bologna akkoord (invoering van een eenvormig studiesysteem waar men na drie jaar Bachelor is en na nog eens ongeveer twee jaar Master), waardoor binnen Europa – aldus de studenten – ook hoger onderwijs tot eenheidsworst wordt gemaakt, zonder onderscheid in culturele en maatschappelijke nuances, die Europa precies gemaakt hebben tot wat het is: geen Verenigde Staten van Amerika.

In een rondetafelgesprek gisterenavond op de nationale televisiezender ORF, zaten vertegenwoordigers van de Universiteiten, de studentenorganisaties, de minister verantwoordelijk voor onderwijs en vorming (Johannes Hahn, die binnenkort van de problemen verlost is als hij Europees commissaris wordt van… hij weet nog niet wat) én grote baas van de werkgeversorganisatie.

H120091029142057 Uit dit gesprek werd duidelijk hoe ver de standpunten uit elkaar liggen. De interpretatie van Bologna die zowel door de politiek als de werkgevers wordt gehanteerd gaat in de richting: studenten moeten op die studierichtingen worden voorbereid die economisch zinvol zijn. Met andere woorden, Oostenrijk heeft geen nood aan 1000 nieuwe studenten architectuur per jaar, er zijn binnen de  bijna vierhonderd mogelijke studierichtingen ‘maatschappelijk en economisch’ meer relevante richtingen dan andere (bijvoorbeeld kunstrichting).

De burgerlijke ongehoorzaamheid van de studenten is te begrijpen. In een land waar zowel de politieke als de economische agenten invloed willen uitoefenen op het studieaanbod, beperkingen hanteren via numerus clausus, studierichtingen die niet onmiddellijk naar een arbeidsplaats leiden willen ontmoedigen, is met de basisidee wat grondig fout.

In de vele columns in de kranten komt telkens opnieuw de evaluatie van Bologna negatief over, want het systeem zou niet meer garantie op mobiliteit en uitwisseling van studenten geven, Bachelors hebben – ook mede de crisis – niet meer garantie op jobs dan vroeger, en het zou de universiteiten en hogescholen op kosten jagen die de staat niet meer dragen kan.

Wat in dit alles wordt vergeten, en bewust vergeten, is waar het aan de Universiteiten zou moeten om gaan: “waar universiteit op staat moet ook universiteit in zitten” formuleert de filosoof Konrad Paul Liessmann.

Audimax Wien En daar gaat het studenten ook om: hun eisen komen er eigenlijk op neer dat vrije jonge mensen creatief en eerst en vooral vanuit een eigen intellectuele behoefte vrij moeten kunnen kiezen welke universitaire opleiding op dat moment in hun leven belangrijk is. Ongeacht hoe het er buiten de muren van de Universiteit aan toe gaat. “Opleiding is niet te koop!”

Studeren mag niet herleid worden tot pure voorbereiding op een arbeidsplaats, het moet een vrije keuze en beslissing blijven, het gaat over persoonlijke ontwikkeling, creativiteit en enthousiasme voor de gekozen richting, niet om het homogeniseren van studies ter voorbereiding op de arbeidsmarkt. En elke student moet vrij zijn dat op zijn of haar eigen tempo te doen, in overeenstemming met zijn of haar sociale situatie (in Oostenrijk hebben meer dan de helft van alle studenten jobs tijdens hun studies).

Het eisenpakket in het kort:

1. Vorming in plaats van opleiding

2. Afschaffing van het inschrijvingsgeld, ook voor niet-EU studenten

3. Democratisering van de Universitaire structuren

4. Transparantie in de financiering en verdeling van de middelen

5. Gelijke rechten voor iedereen en de invoering van het vrouwenquotum van 50% binnen het universitair personeel.

De studenten zijn schitterend georganiseerd via het internet en zijn te volgen op Facebook, Twitter. Acties worden massaal via sms aangekondigd, de netwerken sluiten zich. Wordt vervolgd…

Roel Verschueren, Wenen 31 oktober 2009


 

Nostalgie - Sehnsucht - Heimwee

Leven, werken en wonen in een ander land doet je natuurlijk nadenken over wat er beter is in eigen land, welke dingen je mist van thuis. Voor mij zijn dat zonder twijfel het (goedkope) Belgische bier en Belgische chocolade. Als je een beetje zoekt, kan je hier wel Côte d'Or chocolade vinden, maar je betaalt al gauw 3 euro. Belgisch bier ben ik in mijn stad nog niet tegengekomen. Het Duitse bier Beck's is hier heer en meester, maar voor een pintje betaal je minstens 3,5 euro. Bij mijn bezoek aan Milaan betaalde ik in een gewone bar zelfs 5 euro voor een pintje. Pijnlijk voor iemand zoals ik die in eigen land met plezier een paar keer per week geniet van een pintje op café. Vrienden en familie zijn dan ook gewaarschuwd dat ze enkel van mijn gezelschap kunnen genieten na het overhandigen van een flesje Jupiler en een reep Côte d'Or chocolade.

Al vind ik dat we in een prachtig land leven met veel mogelijkheden en kansen en vind ik dat Gent één van de mooiste steden van ons landje is, missen doe ik ze niet echt. Mijn vrienden mis ik des te meer. Na 8 weken in Italië ken ik hier eigenlijk enkel de mensen van mijn werk. We doen wel veel dingen samen, maar ik zou graag daar buiten ook wat mensen leren kennen, maar dat verloopt ondanks mijn pogingen voorlopig nog niet zo vlot. De Noord-Italiaan staat toch niet zo open voor nieuwe mensen.

Mijn Duitse collega's hebben het na een aantal weken in hun nieuwe land heel wat moeilijker. Ze missen de Duitse punctualiteit en correctheid. Een afspraak bevestigd zien in dit land is een helse karwei. Een klein voorbeeldje uit de praktijk. Het vervoer naar en van school van mijn kinderen hier is een 'casino' (chaos). En dan wordt er een vergadering georganiseerd met een aantal mensen. De Italiaanse collega's geraken er na 2 uur discussiëren niet uit en besluiten het maar zo te laten. Wij gaan nog 2 minuten door, stellen een schema op en het is 'in de sjakos'; zoals ze dat zo mooi in mijn dialect zeggen. Nu, als je naar Italië komt, mag je wel aan wat chaos en gebrek aan punctualiteit verwachten. Sommige vooroordelen blijken soms wel eens waar te zijn.

 

Een verkouden vrije avond in Wenen

“Nee, ga maar. Geniet van de avond, ik blijf wel thuis.”
Ik voel me de laatste dagen wat verkouden, de ‘Mexicaanse griep?’, nee gewoon verkouden, kan ook nog, toch? Ik weet ondertussen op mijn leeftijd wel wat verkouden zijn is. Dat slaat van mijn neus op mijn keel, dan op mijn longen, en dan verlaat het, hoe dan ook, mijn lichaam en is alles opnieuw zoals het was. Duurt een paar dagen. Niets om je echt zorgen over te maken en ik klaag er ook niet over. Maar ga nu maar alleen, geniet ervan, de kinderen slapen, met mij is alles oké!
 
Voordeur afgesloten, nog eens de kinderen toegedekt, slaapkamer vensters dicht, een grog klaar op weg naar de badkamer. Zalig. Ik voel me nu al beter.
 
In de badkamer is een lamp gesprongen, door de EU verplicht te vervangen door een spaarlamp, heb ik bij de hand. Ik weet dat er ergens nog een flacon “Erkältungsbad” staat, het flesje naast het "Erholungsbad", warm aanbevolen voor wie het koud heeft en op trillende benen loopt.
 
Die drie volle pampers op de rand van het bad gaan snel in het speciale ‘reuk-neutraliserend’ zakje, ik spoel in het voorbijgaan het toilet nog eens door, de oudste had een vlotte stoelgang zonder aan de gevolgen te denken, en dan reik ik naar de kraan van het bad.
Ik heb in bijna vijf jaar geen bad meer genomen, douchen ligt me beter. Ik begrijp echter plots waaraan dat zou kunnen liggen.
Ik grijp eerst twee eendjes van de bodem, probeer met veel moeite de drie zuignappen van een soort waterspeeltuin los te krijgen van de wand, de rubberen mat heb ik onder mijn bips niet nodig en dan ben ik tien minuten bezig de tandpasta te verwijderen die mijn jongste – copycat van zijn oudere zus - bij gebrek aan hoogte ‘s morgens het bad in spuwt in plaats van in het wasbekken.
 
Drie auto’s, vier haarbandjes, een naakte pop en wat tandenborstels later, stroomt eindelijk water in het bad. Ik geef het bad tijd, een bad heeft tijd nodig.

Na de grog stap ik naakt op het bad toe, vertrap nog snel de kleine auto van mijn zoon onder de badmat - los ik morgen wel op - stel de babyfoon op de grond en kruip in het sop. Langzaam, vooral langzaam laten zakken, genieten van het hete water en het schuim. Ogen dicht. Volume verplaatst volume. Luisteren naar het zuigend wegtrekken van het te veel aan water. Tot het een soort gorgelen wordt. Dan gaat de kraan weer open.

"Mag ik plassen, papa?"

"Toch niet in bad schat?"

"Oh, ja, in het bad."

"Iedereen plast vroeg of laat in het bad," hoor ik iemand ergens zeggen.

“Mama!!! Mamma! Lala!”
‘Mama’ ken ik, die is vanavond niet thuis, wie weet waar die op dit moment uithangt, ik hoop ergens met vrienden aan een bar met een Caipi. ‘Lala’ is zijn tutje. Als hij dat verliest mag ik doen wat ik wil… vinden moet ik het!
Bad uit, koud, badmantel hangt niet waar hij zou moeten hangen, veel te kleine handdoek rond mijn natte lichaam, plasjes op het oude parket, half naakt in de donkere kamer op zoek naar een… tutje. Na een vloek of twee, een “ssssssst” of drie vind ik zijn tutje in zijn rechterhand en steek het in zijn mond. Hij heeft het koud. Ik dek hem warm onder, leg nog een dekentje bij en sluit de deur.
 
Ik ga douchen, snel en efficiënt, en schenk me een glas wijn in. Lijkt me praktischer in de gegeven omstandigheden.

En morgen komt zeker de vraag of ik genoten heb van ‘mijn’ vrije avond. Heb ik zeker, maar niet zoals ik het me had voorgesteld. Flexibel, dat moet een mens zijn, vooral flexibel.

Roel Verschueren, Wenen 28 oktober 2009


 

Letland getroffen door een meteoriet ... of toch niet?

Een zondag als een andere. Pas terug van een weekend in Liepaja (kuststad) en mijn echtgenote die de laatste berichten over de crisis wil weten van de Letse TV. Al het nieuws gaat trouwens over de crisis. Rechters die voor de tweede keer moeten inleveren bijvoorbeeld; eerst 20% en nu alweer 12%. Kunnen onze rechters nog een punt aan zuigen.

Maar terug naar de rustig kabbelende zondagavond. Plots wordt het nieuws onderbroken voor een dringende extra. Niet ver van de grens met Estland is een meteoriet ingeslagen. Volgens de plaatselijke brandweer met een krater van 20 meter doorsnede. Ik maakte nog de bedenking tegen mijn volkomen van de kaart zijnde echtgenote, dat met een beetje ongeluk, Estland trotse eigenaar van de meteoriet was geweest met alle internationale belangstelling vandien. Nu kon Letland zich voor één keer opmaken om de internationale pers te halen met een positief bericht, want bij nader onderzoek van de krater bleek er geen slachtoffer te zijn van de aanval uit het heelal.

Een horde wetenschappers haastte zich naar de krater om met het oog op de volksgezondheid te onderzoeken (wat wetenschappers meestal plegen te doen) of de meteoriet geen radioactiviteit uitstraalde. De Letse bevolking werd met aandrang gevraagd om niet in de buurt van de krater te komen.

Ramptoerisme is evenwel van alle tijden en van alle mensensoorten, maar in tijden van crisis had een snuggere Let al snel een afsluiting geplaatst en nieuwsgierige Letten werd vriendelijk gevraagd een kleine bijdrage te betalen om het 8ste wereldwonder te gaan aanschouwen.

De snuggere Let zal er wel niet rijk van geworden zijn, want maandagavond kon de nieuwslezer met een duidelijke snik in de keel aankondigen dat de krater niet van een meteoriet afkomstig was, maar netjes was uitgegraven door een GSM operator. Een stunt van een paar reclamejongens op zoek naar gratis publiciteit, want ook voor de reclame is het in Letland kommer en kwel. Aan de ontgoocheling van de Letten te zien is het echter weinig waarschijnlijk dat ze met deze stunt vele GSM zieltjes zullen hebben gewonnen.

Of hoe een enorme meteoriet plots een zeepbelletje bleek.


 

Trots(dem)

Alles was gisterenavond klaar: de Griekse vlaggetjes, vandaag geschilderd en geplakt, de leuzes, de verhalen:  vandaag wordt er ook in de eerste kleuterklas gemarcheerd en geroepen, allen tesamen uit tientallen kinderkeeltjes: "Ochi! Ochi! Ochi!".

De meeste landen zullen wel een nationale feestdag hebben die het einde van een oorlog viert, Wapenstilstand bijvoorbeeld.  Wellicht weinig landen hebben een nationale feestdag die in feite het begin van een oorlog viert.  Wel zo in Griekenland: 28 october is 'Ochi-Dag', de dag dat Griekenland onherroepelijk werd meegesleurd in de Tweede Wereldoorlog.  'Ochi' betekent 'neen' in het Grieks.  Niet de neen van 'neen, wat hebben we nu gedaan...', of de eerde Belgische neen, van 'neen, alsjeblieft niet schieten'.  Het is wel de 'neen' van de Griekse regering aan Mussolini, die gevraagd had of hij met zijn troepen delen van Griekenland mocht bezetten, delen die voor hem strategisch waren.  Niet dus, het mocht niet.  Het Griekse Ochi leidde tot een inval van de Italianen en de betrokkenheid van Griekenland in WOII.  De volgende jaren zouden Italianen en Duitsers lelijk huishouden. 

Dat 'neen' wordt in Griekenland algemeen als een heldendaad beschouwd, en wordt morgen dus uitbundig gevierd.  Dit in contrast met Belgie, dat, als ik het goed voorheb, na een korte terugtrekking van 18 dagen besloot de grenzen open te stellen en de bezetter binnen te laten.  De loopgraven van de Eerste Wereldoorlog waren wellicht nog aan het stinken en het smeulen.  Ik meen niet dat die Belgische houding tot een gevoel van nationale schaamte aanleiding geeft.  Ander volk, andere cultuur, andere invalshoek.

Grieken zijn trots op hun land, ziehier nog maar weer eens een cliche, ik begin erin te grossieren.  Patriotten.  Ze kennen hun volkslied; ze kennen hun helden, vrijheidsstrijders; ze kennen hun vijanden, hun buren; ze plengen tranen als Hellas nog eens groots is; en vlaggen, veel vlaggen, overal vlaggen, hangende vlaggen, wapperende vlaggen, vlaggen op auto's, op brommers, vlaggen in handen, op terrassen, aan gevels.  Er wordt al van jongsaf aan gewerkt: al vanop de kinderopvang kwam ze thuis op 25 maart, die andere feestdag, waar een overwinning tegen aartsvijand Turkije wordt gevierd, verkleed als Bouboulina, een vrijheidsstrijdster, bereid elke Turk op zijn minst te stampen, te pitsen of te knijpen.  'Er zijn ook lieve Turken', probeerde ik dan nog, maar erg overtuigend was het wellicht niet; in elk geval werd mijn gezag in zaken van Grieks Nationaal Belang niet aanvaard.  Bouboulina, Kolokotroni: ze zijn voor de Griekjes even vertrouwd als Dora The Explorer, Tomas het Treintje of Bob de Bouwer.

Waar slaat die trots op, ik ben niet zeker.  Is het het land, de staat?  Maar de Grieken zijn al zo vaak bijna crapuleus in de steek gelaten door hun land: in 1921, in het brandende Smyrni, toen de Griekse schepen rechtsomkeer maakten terwijl de vluchtende Grieken wanhopig van de kade in zee sprongen;  in 1967, toen een staatsgreep een potsierlijk, maar ook wreed, kolonelsregime installeerde, en zelfs de laatste decennia, waarin hun leiders hen steeds weer ontgoochelen door altijd maar opnieuw voor eigen profijt te kiezen.  Is het het volk, de medegrieken, een verbondenheid?  Maar de Grieken laten elkaar zo vaak in de steek.  In de afschuwelijke burgerloorlog vlak na WOII, maar ook op kleinere schaal, in de dagelijkse concurrentie, de hevige onderlinge afgunst, in de afwezigheid van een sociaal vangnet , het achterlaten van de zwaksten.

Wellicht is het meer een idee, een idee van een groots Griekenland, dat speciaal is, dat anders is, 'Ellada Elladitsa Mou'. Zoiets moet het zijn.  Zelf weet ik er geen blijf mee, het zit niet in mij.  Ik ken geen Belgisch of Vlaams gevoel van dat niveau.  Zouden er Vlamingen zijn die wel zoiets voelen? Die mannen op de Ijzervlakte, met hun ringbaarden, of met hun kale knikkers, zouden die iets gelijkaardigs voelen als ze de leeuw zien klauwen, de blauwvoet zien vliegen, wanneer op zee de storm stormt?  Of is dat een ander soort beleving, proberen die vendelzwaaiers toch eerder een frustratie uit te zingen dan een fierheid uit te dragen?  Wat er ook van zij, de Grieken zijn trots, zonder complexen, zonder er al te veel over na te denken, en het weze hen gegund. Ze worden er zichtbaar gelukkig van.   Ze hebben dan ook niet een, maar twee Nationale Feestdagen.

 ParelasiB ParelasiG


Een merkwaardig nevenverschijnsel van die Nationale Feestdagen is de 'Parade'.  In elk dorp, in elke wijk wordt er geparadeerd, onder het toeziend oog van de Burgemeester en de Pastoor, gezeten op roestige ijzeren stellingen, onder het geknetter van marsmuziek, overstemd door toespraken en aankondigingen uit metalen megafoons.  In rijen van vier komen ze aan, enkele uren lang, alle scholen, van de lagere tot het middelbaar, scouts, sportclubs, folkloristiche verenigingen.  De slimste van de klas mag de vlag dragen.  Ouders blinkend van trots, papou en giagia, nonos en nona, rijen dik, ratatata-boem-boem.  Het vlagdragen zorgt ook weer voor jaarlijkse discussies: in vele dorpen, zeker op het platteland, zijn de slimsten van de klas de albanese kindjes, zonen en dochters van de immigranten die op het veld komen werken, huizen bouwen, putten graven en al het andere werk komen doen dat Grieken liever niet zelf doen.  De jaloerse Griekse ouders vinden dan dat Albaneesjes niet met een Griekse vlag mogen rondlopen, schande voor de vlag.  En ja hoor, sommige scholen hebben daar wel oren naar, vooral als de kinderen van de directeur tweede in rang komen. De televisiezenders zijn er dan als de kippen (of de gieren) bij om die Albanese traantjes, in slow motion en met aangepaste muziek, te laten rollen.  De albaneesjes wennen er maar beter aan, want dit is maar een kleine vernedering in vergelijking met wat hen later nog te wachten staat. Ook daar zullen the times ooit wel eens a'changing, vermoed ik, en de dag zal wel komen dat de Albaneesjes de vlag niet meer willen dragen.

Wat er ook van zij, de parade is vaak ook wel een echte 'parade', een catwalk voor de Griekse jeugd.  Ontdaan van alle kreten en emoties, is het ook gewoon een leuk dagje uit.  Er is voor elk wat wils, voor klein en groot, ook voor de papa's.  Een uitje voor het hele gezin.  Een-Twee-Links-Rechts-Reteketetteketetteketet!

9998parelasi91 2parelasi12
Parelasi2 



 

Vanuit de bossen in Zweden

3 gemiste oproepen op mijn GSM... het is lang geleden dat mijn vrouw mij 3 keer op korte tijd probeerde op te bellen! De boodschap op het antwoordapparaat was dan ook belangrijk: ik heb een 'viltolycka' gehad, een ongeval met een wild dier. Hier in het zuiden van Zweden zitten zoveel wilde beesten (ree, eland, everzwijn, ...) dat je er enorm veel ziet en af en toe eens een bijna-ongeval hebt. Maar ze echt aanrijden is een minder leuke ervaring. Na de obligate melding via 112 stuurde de politie een spoorzoeker naar de plaats om met zijn honden het gewonde dier te zoeken en indien nodig af te maken.

En wat hebben we dan nog geleerd sinds we hier in juni zijn komen wonen?

  • Zweden is een land van goedkope, prachtige huizen, zolang je maar op het platteland wil gaan wonen en een badkamer wilt waar je nog geen varkens in wil houden. Ofwel is de comfortabele badkamer hier nog niet uitgevonden ofwel wassen de mensen zich hier amper en vinden het dus overbodige luxe. Ik moet het eens navragen. Minder grappig was onze afgang van vorige week. We hadden gehoord dat een prachtig huis te koop zou staan in het dorp. Toen we daar aanbelden en ons voorstelden als geïnteresseerden, fronste de man zijn wenkbrauwen en zei dat hij de pastoor was en zijn pastorij vanzelfsprekend niet te koop was.
  • Zweden is het land van de ecologische boerderij en groene energie maar laat aub wel overal in huis licht branden en stook tot het 25 graden is in huis. Rij rond met een zware Volvo of Saab en print elk niemendalletje 5 keer uit (dat komt de papierindustrie dan weer ten goede). Verder klopt het ‘groene imago’ van Zweden eigenlijk wel. 
  • Zweden is het land van gelijkheid en vrije meningsuiting maar zie dan wel dat je overal een mening over hebt en verkondig deze dan ook, liefst in de krant en op de radio. Van ‘s morgens tot ‘s avonds laat kan je programma’s beluisteren waar je je mening kan geven over boeiende onderwerpen zoals corruptie bij bejaarden in Italië, mogelijkheden voor de bestrijding van geelzucht met truffels, bankbiljetten in de vorm van werelddelen, ergonomische notenkrakers of GSM laders waarmee je kan bellen. Ook echt absurde discussieonderwerpen zijn populair.
  • In Zweden maak je gebruik van de meest moderne communicatiemiddelen maar verwacht geen antwoord op je mails, sollicitatiebrieven, vragen, … Ik denk dat ik binnenkort terug brieven ga beginnen schrijven.
  • Netwerken is zo ongelooflijk belangrijk en eigenlijk kom je gewoon niet aan de bak als je niet de juiste mensen kent. Dit maakt het vinden van werk als buitenlander even makkelijk als met een Ford Ka een Formule 1 wedstrijd te winnen.
  • In Zweden koop je alcohol in een staatswinkel. Een fleske wijn koop je niet in de supermarkt… Dit systeem zou ervoor moeten zorgen dat mensen matig alcohol consumeren en er geen jongeren aan de fles gaan. Maar op het elk feestje vind je er wel een paar die zich zo bezopen hebben dat het wel lijkt alsof ze een staatswinkel thuis hebben.
  • In Zweden zie je regelmatig mensen op hun rem gaan staan als ze in de verte een bordje ’50’ zien staan. Dat heb ik nog niet veel gezien in België! De Zweden zijn over het algemeen hoffelijke en correcte chauffeurs die elkaar in de minst voor de hand liggende gevallen voorrang van rechts, links, rechtdoor of achteruit geven.
  • In de categorie ‘vermeldenwaardig’ misschien nog dit: de muizen hebben hier een enorm in-your-face gehalte en doen sinds kort hun behoefte in de eetbak van onze Jack Russell. Zo gaan ze natuurlijk nooit vrienden worden… Ook de moeite zijn de geruchten in de Chinese pers dat er een Zweeds dorp is van 25.000 lesbische vrouwen met een bloeiende toeristische en bosbouwsector (iemand die hierover meer informatie heeft, mag mij altijd contacteren). Ik heb altijd wel gevonden dat lesbisch zijn goed samengaat met bosbouw en toerisme. Misschien zit hierin wel een ontwikkelingspotentieel voor Wallonië… bosbouw, toerisme… Wie graag Duitse, Deense en Hollandse nummerplaten fotografeert, kan hier in Småland zijn hart wel ophalen in de zomer. Met duizenden nestelen ze hier op campings, in vakantiehuizen of kamperen in het wild. Ze leggen hun spreekwoordelijke eieren in de vorm van al dan niet ontspannende vakantie-uitstapjes en pas tegen het einde van het seizoen worden de wegen vrij van campers en caravans. Het is hier een prachtige streek en kan ze dus geen ongelijk geven maar het maakt het op verlof gaan buiten het seizoen bijna een noodzaak.


 

De minister en zijn Hans...

Ik wil het even over België hebben. Niet omdat ik Oostenrijk beu zou zijn, Oostenrijk is niet sterk genoeg om me het zwijgen op te leggen, dit keer gaat het om iets anders.

Hans is de klos. Tenminste zo lees ik het in de Belgische kranten. Een man die ik gekend heb toen hij begon als advocaat in Gent, nog schuchter maar met een gezond verstand dat duidelijk boven het gemiddelde van de samenleving uitstak, een enthousiasteling met ambitie, vooral om zijn job te doen, het resultaat van vijf jaar studeren, twee tot drie jaar afzien als stagiair bij een onverbiddelijke maar grote 'meester', onderbetaald en toch al vader, en met een natuurlijke drang om te klimmen en uiteindelijk te geraken waar hij zich thuis dacht te voelen... de magistratuur.

Hans wordt vandaag met de vinger gewezen omdat hij zegt dat het genoeg is. En genoeg, ik garandeer u, ligt voor Hans nog een paar straten verder dan voor ons allen, als Hans zegt dat het genoeg is, is het ook echt wel genoeg.

De informatisering van justitie. Eigenlijk een 'running joke', want wie ooit als buitenstaander met het gerecht te maken had, dan bedoel ik als toehoorder, of als man van een rechter, of als vrouw van een advocaat, als journalist of als vader van een aankomende advocaat, weet waarover Hans het heeft.

Moed heb je als je een project aanvaardt dat maatschappelijk belangrijk is. Een project zo groot dat niemand het kan overschouwen, maar waar het ook niet anders kan dan dat een paar mensen er hun frêle schouders onder zetten, bovenop hun dagelijkse sleur, en hopen dat alles beter wordt.

Moed heb je ook als je met een aangeboren naïviteit aanvaardt dat een probleem dat zo groot is als de Belgische justitie kan worden opgelost door een leger waanzinnig duur betaalde informatici die zelf niet bij machte zijn om de hoe-grootheid van het project te begrijpen. Ze starten met de eerste programmaregel, zonder te weten wat de laatste zal zijn. Beter nog, ze zoeken zich wat ooit voor een ander 'project' voorgeprogrammeerde modules bijeen, weven daar nog een web rond van op justitie toepasselijke noodzakelijkheden, en leveren... niets. Niets dat functioneert. 

Eén keer mag zoiets fout gaan. Er zijn landen waar het twee keer fout gaat. Bij 'ons' gaat het permanent fout.

En het ergste voor Hans is dan een minister van justitie te hebben die binnen de kortste tijd weerlegt wat Hans als statement heeft afgelegd. Nadenken over wat Hans geschreven heeft of te zeggen heeft? Dat is voor later. Ontkennen, dat is voor nu. Oude school, Stefan, oeroude school. Stefan heeft het niet, hij heeft het nooit gehad en zal het nooit hebben. Zelfs West-Vlamingen kunnen ernstig fout zitten, en Stefan zit al zo lang fout als dat hij West-Vlaming is.

Ik ben over één ding gerust. Hans blijft Hans, integer en rechtvaardig rechter.

Ik ben ook over een tweede ding gerust. Stefan blijft Stefan, politieker en onterecht minister.

De ene heeft het voordeel dat hij kan zeggen dat het voor hem genoeg is. De andere heeft het nadeel dat hij alles altijd zal moeten blijven ontkennen. Maar daar is Stefan zeer goed in, tot ook hem ooit iemand zegt dat hij als politicus nooit zijn vervaldatum kan bereiken omdat hij nooit een versheidsdatum heeft gehad. Nu dus. Maar hij kan nog altijd in Oostenrijk terecht.

Als Rik Torfs niet kan preken, dan luistert niemand nog naar hem en krijgt hij niet het platform dat hij wonderlijk mooi en gevat bezet. Als Kim Clijsters de bal niet meer kan raken, dan komt ze op geen tennisveld meer aan haar trekken. Als Patrik Vankrunkelsven de draad kwijt is dan stopt hij met garen spinnen. Logica is mooi. Stefan krult dan zijn verbitterde lip omhoog, kijkt boven de rand van zijn bril, en kruipt geslagen in de op voorhand verloren verdediging. Hoe vaak moet je minister van justitie worden in België om daar de nodige lessen uit te trekken?

Roel Verschueren, Wenen 26 oktober 2009


 

Chi sono? - Wie ben ik?

Een eerst bericht van een nieuw blogger. Voor de titel grijp ik snel even terug naar een spelprogramma uit de beginjaren van de commerciële televisie in Vlaanderen: Wie ben ik? En dat is ook de vraag die ik in dit eerste bericht even wil beantwoorden.

Kort samengevat ben ik een 25 jarige Belg die zijn werk en leven in ons kleine landje heeft opzij geschoven om een droom waar te maken: leven en werken in Italië: een land met openhartige mensen (wel niet altijd even vriendelijk), een land met een ongelofelijk lekkere keuken (maar zeker niet altijd even gezond), met een prachtige taal die meer aan zingen dan aan praten doet denken, maar ook het land van de maffia van Don Corleone en van Berlusconi (u hoeft hier niet noodzakelijk een verband te zien).

Wat ik hier doe? Midden september ben ik dankzij het EVS-project (European Voluntary Service) van de Europese Commissie aan de slag gegaan als vrijwilliger bij SOS Vicenza Villaggio dei Bambini (bij ons beter gekend als SOS Kinderdorpen). Ik werk hier met 'ragazzi e bambini' die niet kunnen of niet willen opgroeien in hun eigen families. Als vrijwilliger help ik in het huishouden, doe ik de boodschappen, help ik met het huiswerk, organiseer ik activiteiten in de namiddagen en in het weekend en probeer ik waar nodig een luisterend oor te zijn en dit samen met 12 andere vrijwilligers uit andere Europese landen. 

En euh... Vicenza? Zelf had ik er ook nog nooit van gehoord. Maar mijn nieuwe thuis bevindt zich dus in Noord-Italië midden tussen Verona en Venetië. Gekend is deze stad voornamelijk door alle architectonisch pronkstukken van Andrea Palladio, een Italiaans architect uit de 16de eeuw. Una piccola città, ma molto carina! Een klein, maar gezellig stadje dus.

Door m'n studies (politieke wetenschappen en journalistiek) gaan mijn interesses vooral uit naar politiek, economie en actualiteit. En met Berlusconi als hoofdrolspeler van het Italiaanse politieke toneelstuk, valt er hier wel altijd een leuk verhaal te vertellen.

Maar ondertussen kan ik ook wat vertellen over de eetgewoonten hier, over de verschillen met het leven in België, wat ik mis uit ons landje, mijn moeilijkheden hier, mijn sociaal leven hier.

Stof genoeg dus voor een aantal (boeiende?) berichten op deze blog.


 

Belangrijke Zaken

 We kunnen hier in Catalunya weer op beide oren slapen. De kerstvakantie blijft kerstvakantie heten en de paasvakantie paasvakantie (of vacaciones de navidad en vacaciones de semana santa respectievelijk). In deze tijden van crisis, met bijna 20% van de Spaanse bevolking in de werkloosheid, was hier in Catalunya namelijk debat gerezen over de belangrijke vraag of een laïsche gemeenschap ja dan nee in christelijke termen naar bepaalde vakantieperiodes kan verwijzen. Zou het niet beter zijn het te hebben over winter- en lentevakantie (Vacaciones de Invierno y Primavera)? Ongetwijfeld een heet hangijzer en van het grootste belang voor het welzijn van de Catalaanse burgers... De Consejero de Educacción van de Generalitat liet vandaag gelukkig weten niet van plan te zijn de ingeburgerde namen te wijzigen.

Hè hè, die kogel is ook weer door de kerk... Dan kunnen we ons nu terug bezighouden met andere ‘futiliteiten’ zoals daar zijn de werkloosheid die in Catalunya sterker is gestegen dan in andere autonome regio’s en de armoedegrens waaronder steeds meer mensen wegzakken. Hoewel met de Vacaciones de navidad voor de deur, de mensen hier ongetwijfeld weer snel zullen afgeleid zijn door andere zaken van groot belang, zoals de inhoud van de cesta de navidad (mét of zonder pata de jamón?), de kerstpremie (winterpremie?) en de Gordo de Navidad (in welke autonome regio valt hij dit  jaar?).


 

De Oostenrijkse staat is een jaar jonger dan ik, en dat zal altijd zo blijven.

Images
26 oktober is altijd een bijzondere dag. Niet omdat het de Nationale Feestdag van de Republiek Oostenrijk is, maar vooral omdat deze Nationale Feestdag mij er elk jaar opnieuw aan herinnert wanneer ik aan mijn tweede leven ben begonnen dat zich – toeval oh toeval – in Oostenrijk afspeelt. Ik was in Zuid-Afrika op 26 oktober 2002 en soms slaat in een mens zijn leven de bliksem in. Sinds vijf jaar ben ik buitenlander in Wenen, een en ander om even bij stil te staan.

En ik bevond me dit weekend in goed gezelschap. Alle kranten en tijdschriften in het Alpenland besteden hele katernen vol aan de ‘heimat’, hoe het met het land is gesteld, geven politieke beschouwingen en laten vooral, en dat is nieuw, niet-Oostenrijkers aan het woord die hier sinds korter of langer om welke reden dan ook al dan niet hun plek hebben gevonden, of juist omwille van hele duidelijke redenen het land hebben verlaten. Ik laat vandaag de anderen aan het woord. Mevrouw en Mijnheer Oostenrijk zijn dus 54, en ze zullen het geweten hebben.

Even kort en krachtig: Oostenrijk is eigenlijk een Republiek sinds 1918, maar heeft in 1955 door middel van het ‘Staatsverdrag’ haar definitieve nieuwe grenzen moeten aanvaarden. Daar begint de jaartelling van het nieuwe Oostenrijk dat in 1995 lid werd van de Europese Unie, in 2002 de Euro invoerde en in 2008 het Verdrag van Lissabon ratificeerde. Een jonge bruid dus, toch vanuit Europees perspectief.

250px-OoNL1786
Maar in het echt een oude taaie tante, diep in de burgers ingebakken, die met een steeds opnieuw opduikende nostalgie terugdenkt aan de gloriejaren, in gesprekken met mij meer bijzonder graag verwijst naar de tijd toen Vlaanderen behoorde tot de Oostenrijkse Nederlanden. Kwestie van ervoor te zorgen dat ik met de nodige nederigheid én onderdanigheid blijvend respect opbreng voor dit gereduceerd overblijfsel van de Habsburgse Dynastie.

Er zijn niet toevallig twee boeken verschenen deze week, totaal verschillend, echter met een gemene deler: ze beschrijven beide het ‘bizarre’ en het ‘absurde’ over Oostenrijk, dat waarschijnlijk deels aan deze ‘reductie’, deze amputatie van macht en territorium ten grondslag ligt. “Ach Austria – verrücktes Alpenland,” van Marion Kraske en “Dem Österreichschen auf der Spur,” van Charles E. Ritterband. Nee, ze zijn nog niet vertaald, aan het eerste begin ik binnenkort. De rode draad doorheen beide boeken gaat zo diep door de Oostenrijkse samenleving, dat men er stil van wordt. Maar het soort stil waarbij nogal wat wordt gelachen, gegrijnsd en gemeesmuild.

Christian Ankowitsch, redacteur Cultuur van Der Standard, verliet beroepshalve Wenen in 1993 en trok naar Hamburg. “Ik dacht dat ik naar een andere stad verhuisde en alles over Oostenrijk wist,” zegt hij, “maar ik vergiste me drie keer op een rij.” Zeven jaar later, woont hij in Berlijn en is voor hem Oostenrijk nog altijd een ‘troebel beeld’ dat hij maar niet scherp gesteld krijgt. Vanuit Berlijn bekijkt hij de Oostenrijkse politiek  als iets waar hij zich liefst niet te veel zou willen mee bezig houden: omwille van de neiging naar provincialisme, het durend hervervallen in dezelfde zonden en de steeds weer opduikende haatgevoelens. En het is met vele andere Oostenrijkers in het buitenland niet anders gesteld. “Ik heb me in mijn land vergist,” zegt hij, “want als het erom gaat wie staatsburger van mijn land kan worden, of wie dat NIET kan worden, gaat het over vele migranten. En om mijn eigen kinderen. Want hun moeder is Duitse en we zijn niet getrouwd, dus is er geen kans dat mijn kinderen ooit Oostenrijkse staatsburgers worden. En zelfs als dit voor mijn familie geen existentieel probleem is, wat voor vele migranten wel zo is, doet die koude houding van mijn land me pijn omdat het blijkbaar niet geïnteresseerd is zich als mensvriendelijke staat te profileren.”

'Mensvriendelijkheid' is geen gemiddelde karaktertrek van de Oostenrijker.
Zoals Lisa Bjurwald, een Zweedse journaliste die een beurs kreeg om in Wenen verder te studeren ervaart aan boord van haar Austrian Airlines vlucht naar wat ze denkt een soort beter gelegen, groter Stockholm te zijn: proper en met veel cultuur en meer dan een miljoen inwoners. Nieuwsgierig leest ze het on-board magazine waarin uitgebreid over een Oostenrijkse karaktertrek wordt geschreven: het klagen. Welk land wil zich zo in de kijker stellen?

De in het ‘Anschluss’-jaar 1938 in Wenen geboren filosoof Rudolf Burger, gekend voor zijn controversiële maar altijd sterk onderbouwde en kritische maatschappelijke en politieke essays over zijn geboorteland, gaat meestal een stuk dieper. “Oostenrijk is een klein dik land, buiten of aan de rand van het wereldhistorisch gebeuren, het is zelf geen acteur, houdt zich buiten conflicten omwille van haar ‘neutraliteit’. Dat vernauwt natuurlijk ook het zicht. En leidt tot zelfgenoegzame schijnheiligheid, met een lichte neiging tot hysterie.”

Neutraliteit als vlucht uit de realiteit.

Het woord “Wiedergutmachung” in de ruimere betekenis van het Nederlandse “schadeloosstelling” of het Engelse “restitution” was een Duits concept, waarmee de regering onder andere overlevenden van de Holocaust of werkkampen financieel compenseerde en daardoor een streep wou trekken onder het grauwe verleden, in de mate dat zoiets überhaupt mogelijk is. Maar het was de grondreden waarom een nieuwe Duitse staat een nieuwe start kon nemen, mensen verder konden met hun leven, een teken werd gegeven van schulderkenning waarna moeizaam aan verzoening kon worden gedacht. In Oostenrijk heeft dit nooit zo plaats gevonden, was en bleef alles meer tweespaltig, weerspiegelt het zoveel meer een houding van onderdrukte schuld die zich verstopt achter de rol van slachtoffer, omdat die leefbaarder is, draaglijker, maar waardoor ook niemand met zichzelf echt en volledig in het reine komt. Vergeving is een onmogelijk moeilijk idee, verwerking een werkwoord zonder einde. Alsof de Oostenrijker dit nodig heeft, om niet verder te moeten, niet door te gaan zoals dat in Duitsland wel is gelukt. Het grenst aan intellectueel masochisme.

“Zolang de Oostenrijker nog bruin bier en worst heeft, revolteert hij niet,” zei Ludwig van Beethoven, maar die had dan ook alle redenen om kritisch te zijn, de voorvaderen van zijn ouders kwamen uit Mechelen.

“In Oostenrijk wordt men slechts een grote man, als men iets buitengewoons niet doet,” typeert de Weense auteur, criticus en theaterdirecteur Egon Friedell. Hij sprong in 1938 uit het venster om tien uur ’s avonds toen twee SA’ers hem thuis wilden arresteren. Hij riep “Pas op, uit de weg!” naar voetgangers onder hem voor hij sprong en stierf.

Oostenrijk heeft – in tegenstelling tot Duitsland - nooit geprobeerd systematisch de destijds vrijwillig weggetrokken (lees: gevlucht) of niet vrijwillig verstoten landgenoten terug naar huis te halen. Carl Djerassi, scheikundige en schrijver, hersenonderzoeker Eric Kandel en gelauwerd scheikundige Walter Kohn werden in 1938/39 uit Wenen verdreven. Hoewel ze af en toe om beroepsredenen naar hun thuisland terugkeren zeggen ze bijna in koor ‘volledige verzoening zal er nooit zijn’, hoewel de situatie zich iets heeft verbeterd. Maar het steeds opnieuw opduikende antisemitisme en vijandigheid tegenover vreemdelingen blijft hun grootste probleem.

“Voor ik sterf wil ik graag terug naar huis,” dichte Theodor Kramer, maar zodra hij effectief ook in Wenen terug was klaagde hij: “Slechts in mijn thuisland voel ik me eeuwig vreemd…”

De feestelijkheden zijn aan de gang. Oostenrijk viert vandaag. De stemmen van de redenaars op de radio klinken verdacht metaalachtig en hol, ze lijken te stammen uit een ver verleden. De tanks rollen, de helikopters vliegen, de fanfare speelt, de vlaggen wapperen. Ik blijf vandaag ver weg van de “Heldenplatz”. Het verleden ligt voor deze jonge natie nog altijd onverwerkt dichtbij.

Roel Verschueren, Wenen – Nationale feestdag, 26 oktober 2009

 


 

River Plate-BocaJuniors: 1-1

Vandaag was het eindelijk zover: River Plate vs. Boca Juniors , de enige echte superklassieker, stond op het programma. Het stadion was gevuld met  met 60000 uitzinnige fans en gedurende 90 minuten viel er op straat geen kat meer te bespeuren. De Argentijnse eerste voetbalklasse bestaat voor meer dan de helft uit ploegen van  Buenos Aires. Elke week wordt er dus wel ergens een derby op leven en dood gespeeld maar River –Boca steekt er wat fanatisme betreft ver bovenuit.

De match is op 1-1 geeindigd. Vuurwerk na elk doelpunt. Tal van coryfeeën uit de jaren negentig stonden op het veld: Riquelme, Almeyda, Gallardo en Ortega. Die laatste speelt terug in River nadat hij vorig jaar uit de ontwenningskliniek is ontslagen. Blijkbaar heeft hij voor de match begon opnieuw naar de fles gegrepen want hij miste op onbegrijpelijke wijze een strafschop. Van uitbollen is voor die vedetten op retour evenwel geen sprake: de druk is enorm en iedereen moet elke week volop aan de bak.

Dit jaar worden alle voetbalwedstrijden op de openbare omroep uitgezonden. In tijden van crisis heeft de staat 600 miljoen pesos geïnvesteerd ( 100 miljoen euro) om alle wedstrijden live uit te zenden. Een manoeuvre van de Kirchners om hun tanende populariteit wat op te krikken na de verkiezingsnederlaag twee maanden geleden. De rust duurt nu 20 in plaats van de gebruikelijke 15 minuten. Die 5 minuten extra-time zitten vol met regeringspropaganda. Voetbal is nu wel voor iedereen, gezondheidszorg en onderwijs zijn dat nog altijd veel minder. Er is zelfs opnieuw sprake van hongersnood in noordelijke provincies zoals Chaco, Salta en Misiones maar geen haan die er naar kraait. Zolang de bal maar rolt.  


 

Een tropische regenbui

Mijn grootvader leerde me, intussen alweer een halve eeuw geleden, dat het gaat regenen wanneer de zwaluwen laag vliegen. Het heeft iets te maken met insecten die ophooggestuwd worden door opstijgende warme lucht. Hoe het wetenschappelijk allemaal precies in elkaar zit weet ik niet, maar het klopt wel.

Gisteravond tijdens mijn dagelijkse 500 meter schoolslag scheerden ze weer vrolijk vlak over het water en leken ze elegant, over de rand van het zwembad, het rijstveld in te tollen.
 
Vannacht, rond de klok van drie begon dan het concert.
Wat gedonder in de verte als prelude.
Daarna het tingeltangel van afzonderlijke druppels die anders klinken afhankelijk van hun landingsplaats.
Doffe bassen voor dikke druppels op de grote bladeren van  heliconea's en pisangbomen.
Hogere tonen bij uiteenspatten op hout of steen.
Staccato gekletter op het water van het zwembad.
Je hoort de eigenlijke bui uit de verte naderen als een bewegende massa geruis die komt aangesneld.
Dan zit je er plots middenin.
Nu geen individuele druppels meer die hun ritmisch asynchrone composities spelen maar een golf die je met een ontzettend geraas overspoelt.
Het lijkt of iemand op de snelweg plots alle raampjes van de auto opendraait.
Op het moment dat je denkt dat het deze keer toch wel erg hard gaat, en net begint te piekeren over het feit of de rieten rolgordijnen in de open zitkamer naar beneden zijn of niet, komt de apotheose.
Geen open raampjes op de snelweg meer.
Het dak en de voorruit worden eraf geblazen en je moet roepen om elkaar te verstaan en zelfs dat lukt maar half. Net op het moment dat je lichte paniek begint te voelen stopt de tropische regenbui abrupt.
Letterlijk van het ene moment op het andere hoor je opnieuw de individuele druppels en even later is het stil.
De eerste moedige cicade begint weer te zoemen en hier en daar hoor je opnieuw 'gecko, gecko, geckoooo!'
Het is koel, het ruikt petrichor en de bui is alweer ver weg.
 

 

EXIT SCHERINGA

De val van de DSB Bank een week geleden heeft eigenlijk meer stof doen opwaaien dan de déconfiture van Fortis nu een jaar geleden. Fortis werd toen genationaliseerd. Dat was in het belang van de Nederlandse natie en lokte dus weinig discussies uit. Het faillissement van de DSB Bank stuitte echter hier en daar op nogal wat volks onbegrip. Niet in het minste omdat stichter-eigenaar Dirk Scheringa zich met hand en tand ertegen verzette. Het debat erover werd ook nog eens publiekelijk gevoerd. Wat de regering en de toezichthoudende Nederlandsche Bank (DNB) allerminst goed uitkwam. De eerste moest aantonen dat de DSB Bank niet meer te redden was. De DNB moest duidelijk maken dat Scheringa tegen beter weten in maandenlang de boel had verziekt.

 

Inmiddels is al dat stof wat gaan liggen. Zo heeft de regering met cijfermateriaal kunnen aantonen dat geld pompen in DSB Bank alleen maar de doodstrijd had kunnen verlengen. De resterende spaarders zouden immers meteen hun centen weghalen. Tekenend was dat er zich geen overnemer wilde melden. DNB meldde tevens dat men maanden voordien al twee waakhonden in het hoofdkantoor van de DSB Bank had geparkeerd, maar dat de heersende bedrijfscultuur aldaar de noodzakelijke hervormingen had lopen te vertragen. Probleem was dat DSB Bank haar winsten uit dure koopsompolissen en “wurghypotheken” puurde, niet uit de zuivere bankactiviteiten. Even zo ernstig was dat eigenaar Dirk Scheringa geld uit de bank haalde om zijn hobby’s (voetbalstadion, kunstverzameling annex museum, sportclubs) te financieren. Pure oplichterij dus.

 

Scheringa had zich in de loop van het gevecht voor het oog van de camera’s van dader tot slachtoffer ontpopt. Het maakte van hem een held in de ogen van zijn voetbalsupporters. De gewone volksjongen met de geitenwollensokken en een schaapstal dicht bij huis moest failliet, terwijl de “systeembanken” verleden jaar allemaal werden gered. Scheringa zou terug slaan Hij zou lezingen in den lande gaan geven, er zou een boek van zijn hand verschijnen, hij dacht aan een film, hij eiste een parlementaire enquête en zoniet wilde hij wel met een eigen politieke partij beginnen. Een lijst waar de verzamelde verslaggevers paf van stonden.

 

Probleem is echter niet dat Ome Dirk authentiek oogt, maar wel dat hij verbaal niet zo sterk is en wat hoekig beweegt. Voor de boeren in de omtrek hoeft dat geen bezwaar te zijn. Misschien wél voor potentiële kiezers in de grote stad. Hulp is dus geboden wil zijn politieke partij voor gewone mensen eventueel van de grond komen. Kan daarom niemand hem, als ghostwriter, een intellectueel zetje meegeven? En die film dan? Och, dat hoeft geen superproductie uit Hollywood te worden. Tien minuten is lang genoeg voor op Youtube. Van Scheringa is nog niet vernomen of hij de migranten het land wil uitbonjouren.

 

Scheringa heeft wel een sterk punt. In tegenstelling tot de andere populistische calimero’s kan hij zich  als het absolute slachtoffer van het establishment presenteren. Dat is veel, maar tegelijk ook heel weinig. Of de gevestigde politieke partijen van Scheringa wakker zullen liggen is dus allerminst zeker. Exit Scheringa dus? Ja, want zo kopte de rechtse De Telegraaf een paar dagen geleden dat Scheringa de voorbije jaren 45 miljoen euro uit zijn bankactiviteiten had weten te slepen. Dat is niet niks en dat zou wel eens negatief op hem kunnen afstralen. Voor de goede orde: dat cijfer is afkomstig uit de natte vinger van Pieter Lakeman die zich met het hypotheekleed van een groep klanten van Scheringa bezig houdt.

 

Intussen is de ontmanteling van het imperium van Scheringa in volle gang. De meeste spaarders mogen hopen hun centen vóór de Kerst in handen te hebben. De schilderijencollectie werd door de AbnamroBank in beslag genomen. De aannemer die het museum afbouwt, heeft al bewarend beslag op het voetbalstadion gelegd. En het bankpersoneel dat niet nodig is om de failliete boedel af te wikkelen, is ontslagen. Als de voetclub AZ door haar liquide middelen heen is en de spelers daarna verkocht zijn, dan mogen de houders van een seizoenkaart zelf een balletje in stadion komen trappen. Voor de rest zal de oude rust terug over het Noord-Hollandse platteland neerdalen. Het zal de spijsvertering van de koeien en schapen er ten goede komen. Dag Scheringa, het waren wel spannende dagen hoor!


 

Dinheiro fala mais alto

Wie overweegt om in Brazilië te komen wonen, die zal best over een ijzersterke gezondheid beschikken, of op zijn minst over een ijzersterk inkomen. Ondanks alle gezeur is het wat dat betreft zeker beter gesteld in ons eigen land waar de publieke gezondheidszorg op een behoorlijk peil staat, met goede sociale voorzieningen als ruggensteun. Wie zich hier geen (peperdure) ziekteverzekering kan veroorloven, is afhankelijk van het "Sistema Único de Saúde" (SUS), de publieke gezondheidszorg. De Braziliaanse regering zegt dat het een van de grootste publieke gezondheidsvoorzieningen ter wereld is (zal wel, met bijna 200 miljoen Brazilianen), met een gratis opvang die gaat van eerste hulp bij ongevallen tot orgaantransplantaties. Gratis is correct. Maar in werkelijkheid spelen er zich alle dagen schrijnende toestanden af in die publieke hospitalen. Sommige functioneren al wat beter als de anderen, maar lange wachttijden zijn er overal. Verder hebben ze vrijwel allemaal gemeen dat er te weinig personeel is dat bovendien slecht betaald wordt, dat er te weinig geneesmiddelen zijn en dat de hygiëne vaak te wensen over laat. Langs de andere kant wordt men wel geholpen, ook al is een stevige portie geduld nodig. De schrijnende toestanden slaan dan ook vooral op mensen die dringend moeten geholpen worden en niet kunnen wachten.

Ben je dan beter af met een privé verzekering? In principe wel. Maar de verzekeringsmaatschappijen willen vooral winst maken, een prioriteit die niet altijd ten goede komt van de verzekerden, ook al betalen ze forse premies. Wie een verzekering neemt moet om te beginnen zes maanden betalen vooraleer hij er kan van genieten. De meeste hospitalen van dergelijke maatschappijen zijn goed uitgerust, hebben getraind personeel en een min of meer behoorlijke opvang. Toch is het daar ook vaak aanschuiven. Wil je medische examens laten uitvoeren, dan moet er dikwijls eerst toelating gevraagd worden, een bureaucratische bedoening die (weeral) tijd kost. Het is ook absoluut noodzakelijk om de kleine lettertjes van de contracten uit te pluizen vooraleer een handtekening te zetten. Het gebeurt immers vaak dat bepaalde heelkundige ingrepen of sommige dure medische onderzoeken niet inbegrepen zijn. Het hoogste gerechtshof van Brazilië veroordeelde deze week de maatschappij Unimed (een van de grootste Braziliaanse ziektekostenverzekeraars) tot het betalen van een schadevergoeding van R$ 150.000 (60.000 euro) aan een man die zijn moeder verloor omdat de maatschappij te lang treuzelde om een hartoperatie goed te keuren. Ondertussen besteedt Unimed wel jaarlijks miljoenen reaís aan het sponsoren van Braziliaanse voetbalclubs die niet eens hoog scoren. Een bekend gezegde in Brazilië luidt "Dinheiro fala mais alto" (de taal van het geld klinkt luider). Dit geldt heus niet alleen voor Brazilië, maar als iemand hier het glas heft in mijn aanwezigheid en zegt "Op uw gezondheid", dan neem ik dat wel bijzonder letterlijk.


 

Kuningan

Het is de tiende dag na Galungan.
Weer een reden om te feesten.
Het feest heet ditmaal Kuningan.

De Galungan periode is een symbolische afspiegeling van de strijd tussen goed en kwaad en de belangrijkste functie van Kuningan is het vieren van de overwinning van het goede en  het herstel van  evenwicht en harmonie in de wereld. De geesten van de voorouders keren vandaag terug naar de hemel.

 
Kuningan_priyatnadp

‘Kuning’ betekent ‘geel’ en dat is voor inwoners van Bali de kleur die grootsheid en uitmuntendheid symboliseert. ‘Nasi kuning’, rijst die geel gekleurd wordt met kunyit (geelwortel of kurkuma) is één van de verplichte offergaven en daaraan ontleent het feest zijn naam. De ceremonies vinden meestal plaats in familiekring, in de huistempel (sanggah of merajan). Families die nog niet gecremeerde verwanten hebben, die in afwachting begraven zijn op het kerkhof, brengen ook offers bij het graf. De gebeden worden uitgesproken voor 12 uur want op het middaguur vertrekken de geesten weer naar hogere sferen. En morgen?
Dan ga je natuurlijk familie en vrienden bezoeken om hun een zalig en gelukkig Kuningan te wensen.
Alweer een vrije dag.
Het merendeel van onze bouwvakkers zijn mensen uit Java en Lombok en dat zijn meestal moslims en geen hindoes zoals de Balinezen. Voor hen is Kuningan bijna zo vreemd als voor mij vermoed ik.
Het geluid van de zaag- en polijstmachines en het getik van de hamers overstemt dan ook zonder enig probleem het geluid van de gamelan en het getinkel van de belletjes in het woudtempeltje aan de overkant van de sawah. De moslims zijn tenslotte pas terug van hun twee weken durende Idul Fitri (Suikerfeest) vakantie.
Ja jongens, hoe gaat dat hier in godsnaam ooit gedaan zijn met bouwen!

 

Alle woorden met een "i"

"En? Hoe was het in de 'Vorschule?'"

"Schön!"

Ze springt terwijl ze naast me loopt, als een dartele hinde, en haar rugzak springt met haar mee.

"We hebben vandaag alle woorden met een "i" geleerd."

"Alle?"

"Bijna alle," remt ze zichzelf wat af. "Alle is te veel."

"Zoals?"

"Muziek, lied, schrift, stift, telefoon, computer..."

"Telefoon, computer?"

"Zoals die van jou, jij hebt toch een iPhone?"

Zo kan men het ook bekijken. En een iMac heb ik ook. Een mens leert zo van die dingen op een druilerige donderdag...

Roel Verschueren, Wenen 22 oktober 2009


 

Beer

De deksels van de beerputten van twee gemeenten hier relatief dichtbij (Almogia en Alfarnatejo) werden deze week even opgeheven; van een derde gemeente, El Ejido, wat verder verwijderd, is het al sinds een tiental jaar onmogelijk het deksel er weer stevig op te krijgen. De beer is het kluwen van corruptie, machtsmisbruik, samenzwering, oplichting, geldhonger, uitbuiting, cliëntelisme, ongeletterdheid en populisme dat zich op alle politieke en administratieve échelons, over alle partijen heen, in dit land heeft ingeworteld.  De abcessen hebben dertig jaar kunnen gisten en worden pas sinds kort, af en toe, onderzocht; of ze ook zullen worden weggesneden staat nog lang niet vast. 

Het evenement in Alfarnatejo kan gelden als paradigma voor de verdraaide geestestoestand waarin een gemeenschap van ongeletterde boeren verzeild raakt, eerst wanneer het geld onverwachts, van alle kanten, moeiteloos en quasi onophoudelijk binnenstroomt, en dan wanneer plots, bijna van slag op slinger de kraan wordt dichtgedraaid.  In een nacht van de voorbije week werd er een relatief amateuristische aanslag gepleegd (een soort van brandbom met twee ketels petroleum) op het huis van de burgemeester. Geen gewonden, geen doden, wel veel schade. Onmiddellijk werd de aanslag in verband gebracht met het kernprobleem van deze streek (en bij uitbreiding van alle Spaanse kuststreken en van alle Spaanse grootsteden): grondspeculatie en illegale bouwprojecten op verboden terreinen, tot in de Parques Naturales toe. Tot voor kort was het leven hier simpel: Pepe had een stuk land op een berghelling, liet er een terras op trekken, verkocht zijn stuk land aan een guiri (de dag voordien geland op Malaga-luchthaven, en nog nooit eerder in Spanje geweest), vertelt de guiri dat zijn schoonbroer een aannemer is die voor een prijsje een huis kan zetten en dat hij alles wel zal regelen. Guiri doodgelukkig met die buitenkans en de dag nadien back to England. Pepe en zijn schoonbroer zetten inderdaad -zonder enige factuur of zonder voorafgaande toestemming- iets wat op een huis lijkt, incasseren en beginnen aan een volgend stuk land dat ze nog wel ergens liggen hebben, en aan een volgend en aan een volgend... Iedereen content. Burgemeester doet net hetzelfde, heeft bovendien dikwijls een negocio in bouwmaterialen, laat op geregelde basis wat geld in zijn richting schuiven en ziet uiteraard niet dat de huizen als paddestoelen verschijnen in suelo non urbanizable. In onze streek, de Axarquia, (32 gemeenten) schommelt de schatting van het aantal illegale woningen tussen de 10.000 (gemeenten zelf) en de 22.000 (Ecologistas en accion) eenheden. Afgezien van de aanslag op de natuur en het landschap, heeft de toevloed van el dinero facil gezorgd voor een aberrante mentaliteit: "welke reglementering ook, ze staat onze welvaart in de weg"; wat met een zeker cynisme beschouwd, nog correct is bovendien. Een tweede aberratie is namelijk dat el dinero facil ervoor gezorgd heeft dat geen enkele jongere ook maar enige ambitie had om te studeren; allen rolden ze de construccion binnen zonder ook maar enige opleiding. Om het wat lapidair te zeggen: ze kunnen niets anders dan metsen. (Terzijde: één van de gevolgen daarvan is dat alle huizen die ze neerplantten, gebouwd zijn met overjaarse, oubollige technieken. Vraag bvb. nooit een aannemer wat isolatie is, of een ramenmaker wat de K-waarde is).

Het begin van het einde van de Wild West was het optreden van politie en gerecht vanaf 2006 tegen de corruptie in Marbella (om kort te gaan: vrijwel het gehele gemeentebestuur afgezet en beschuldigd, ongeveer 30.000 illegale wooneenheden, persoonlijk fortuin van de organisator van het systeem geschat op meer dan een miljard euro). Het gerecht begon zich daarop ook te interesseren voor de praktijken in andere gemeenten: intussen zijn al vijf (ex-)burgemeesters van de Axarquia effectief beschuldigd van corruptie en aanverwanten (alle zaken zijn nog hangend), en al de anderen krijgen schrik want allen hebben ze boter op het hoofd: sinds kort leggen ze illegale bouwwerken stil of weigeren nog één en ander te arrangeren. Dat leidt dan weer tot nijd, wrok en afgunst bij de "gedupeerden" ("hij mocht wel en ik niet!") in een kleine gemeenschap waarvan de leden, van hoog tot laag ongecultiveerd, zich nooit hebben willen houden aan, voor hen, externe regels opgelegd door een overheid die zich niet met hen hoort te moeien. Komt daarbij de hier exponentiële boom van de crisis, in een economie die enkel en alleen gebaseerd was op de construccion (in de dorpen van de Axarquia heerst 70-80% werkloosheid) en de abcessen barsten open.

El Ejido is nog een kwadratering van al het voorgaande. Kort: alles wat Noord-Europa eet aan groenten wordt geproduceerd in de serrecultuur in en om El Ejido. Gaat u eens op Google Earth: alle witte plekken die u ziet als u inzoomt -over een oppervlakte van een 500km²- zijn serres: el mar del plastico. De mensen die er werken zijn bijna allen immigranten, de meesten illegaal, hun aantal -per definitie- niet te schatten (30.000?). Uitbuiting en/van miserie. Onversneden racisme, drijvend op het populisme van de burgemeester, die, typerend voor dat slag individuen en naar het grote voorbeeld van Jesus Gil in Marbella, zijn eigen partij oprichtte om te "kunnen uitvoeren wat het volk wil".

Of de beerputten geruimd zullen worden? Of Spanje, Andalucia, het land is om een civitas te ontwikkelen, waarbij de poltieke klasse zichzelf reglementeert en een etische code opstelt? Tsja...


 

Alle Belgen gelijk voor de wet? Ook de expats?

Er is de laatste dagen nogal wat discussie ontstaan op deze blog over de rol van de ambassades en hoe die met hun expats omgaan. Ik heb even gewacht, wat gestudeerd en gelezen, met wat mensen gesproken, en kan niet anders dan daar nog eens op terugkomen.

Op mijn zoektocht naar de definitie van de rol van bijvoorbeeld een Belgische ambassade in welk land dan ook, kom ik niet veel verder dan:

“De ambassade zorgt voor communicatie en onderhandelingen tussen de twee landen en voor culturele uitwisseling. Ook fungeert ze vaak als aanspreekpunt voor burgers van het thuisland die op dat moment in het gastland verblijven.”

Ik begrijp het deel over communicatie, een ambassadeur is iemand die bij machte moet zijn een standpunt over te brengen, zorgen uit te drukken, en zijn regering te vertegenwoordigen waar nodig. Ik versta ook het deel over onderhandelingen: als er zich dan al een wrijving voordoet tussen thuisland en gastland, moet een ambassadeur, in naam van zijn land, één en ander proberen te bewerkstelligen.

Waar ik compleet de mist in ga is het deel “fungeert VAAK als aanspreekpunt voor burgers van het thuisland.”

“Vaak” komt etymologisch van “vak” en is een bijwoord van frequentie. Betekenissen zijn: soms, dikwijls, veelvuldig.

Nu vind ik deze betekenis nogal vrijblijvend, want willekeurig. Wie beslist er over hoe “vaak” een ambassade als aanspreekpunt voor burgers van het thuisland optreedt, waarom en waarover de problemen dan mogen gaan? Betekent dit dat dit “aanspreekpunt” geen garantie is en dus afhankelijk is van hoe de ambassadeur heeft geslapen afgelopen nacht? Waarom staat daar niet dat de ambassade het onvoorwaardelijk aanspreekpunt is, het altijd te bereiken klankbord, de gegarandeerde overlevingsboei voor burgers van het thuisland? Een met gepassioneerde mensen bemand loket voor landgenoten die al zorgen genoeg hebben met het buitenland, zodat ze van dit plaatsvervangend binnenland toch een en ander mogen verwachten?

Als ik me niet vergis is de staat er voor de burger, en niet omgekeerd. In dit geval gaat de rede: vraag niet wat de staat voor u kan doen maar wat gij kunt doen voor de staat niet op, de belastingbetaler subsidieert deze buitenlandse vestingen en mag er dan ook alles van verwachten, lijkt me zo.

En ik loop in deze column op de tippen van mijn tenen, want als morgen de FPÖ aan de macht komt en ik me zo snel mogelijk in dekking moet stellen, dan heb ik graag dat de deur van dit stukje België in Wenen voor me open gaat en ik beschutting kan vinden. Dan heb ik die paar exterritoriale en onschendbare vierkante meter hard nodig. Dus ik schrijf braaf, en in overleg met de burgerzin die men in deze context van mij verwacht.

Ik ga hier dus niet in op de vraag waarom de vorige ambassadrice in Wenen, Mevrouw Christina Funes-Noppen het na enkele maanden voor bekeken hield. Anderen zeggen dat ze wat problemen had met ‘haar Duits’. Een landgenoot vroeg zich onlangs terecht af of men zoiets in Brussel niet had kunnen weten. Niet dus. Ik hoop dat haar Spaans wat beter is daar in Argentinië, dat ze zich daar echt gelukkig voelt en dat onze regering bij volgende benoemingen dit soort taalproblemen wat vroeger in beschouwing neemt. Spaart wat verhuisgeld. Maar ik heb daar verder geen mening over.

Ik ga ook niet in op de vraag waarom drie opeenvolgende ambassadeurs in Wenen Franstalig waren. Zowel Mevrouw Christina Funes-Noppen als de kersverse ambassadeur Claude Rijmenans hebben MR-signatuur maar dat zou zelfs niet belangrijk mogen zijn, dus zwijg ik erover. De ambassadeur in Oostenrijk en in Bosnië en Herzegovina is tevens Permanent Vertegenwoordiger van België bij het Bureau van de Verenigde Naties te Wenen, bij het IAEA en bij de Voorbereidende Commissie van de CTBTO, en heeft zijn pluimen op diverse posten in het buitenland al lang verdiend. En ik wil me hoe dan ook niet mengen in het gevestigd systeem van politieke benoemingen, onderlinge partijafspraken en het moeilijke evenwicht tussen wat goed is voor België en wat goed is voor onze (hoofdzakelijk Vlaamse) burgers in het Alpenland. Ik wil het daar helemaal niet over hebben.

Waar ik me wel vragen mag bij stellen is hoe gelijk Belgen zijn volgens de wetten van de ambassades in het buitenland. Vertrekkend van het principe “alle Belgen zijn gelijk voor de wet”, mag je verwachten dat een Ambassadeur die het met zijn landgenoten goed voor heeft alle burgers ook als gelijken beschouwt. Ambassadeur zijn mag dan al iets nobels hebben, een hard werkende Vlaming in het buitenland heeft ook zo zijn rechten, en onderscheidt zich – wat mij betreft – geenszins van de hardwerkende ambassadeur.

Een vriend die in een buurland van Oostenrijk woont wist me onlangs te vertellen dat op de dag van de Dynastie dit jaar niet alle Belgen door de Ambassade werden uitgenodigd voor een drink en een babbel. Hij wel, maar een paar van zijn vrienden niet. Ik ben er dit jaar in Wenen wel bij. En omdat de dag van de Dynastie op een zondag valt, is alles op 11 november gepland. Ik kijk er al naar uit en kom hier zeker nog eens op terug. De symboliek van 11 november in combinatie met de Dynastie… dat belooft.


Roel Verschueren, Wenen 21 oktober 2009


 

Brazilië grootmacht van de 21ste eeuw?

Columnist Michael Skapinker van de Financial Times schreef een evenwichtig stukje over Brazilië nadat hij het land onlangs bezocht. Hij trok ernaar toe met enkele voorafbepaalde indrukken: Brazilië doorstond de recente economische crisis en kwam er sterk uit. Brazilië heeft net enorme olievoorraden ontdekt. Brazilië is het gastland voor twee belangrijke sportevenementen, de Wereldcup in 2014 en de Olympische Spelen in 2016. Brazilië deed het erg goed op de beurzen. Brazilië beschikt over rijke natuurlijke bronnen, leeft in vrede met zijn buurlanden en kampt niet met grote sociale onlusten in eigen land. Anderzijds vallen de moordcijfers van Brazilië wel binnen de normen van de Verenigde Naties die terugslaan op een bescheiden burgeroorlog. Dit laatste staat ook te lezen in het boek "A Death in Brazil" van Peter Robb (uit 2004). Michael Skapinker werd gespaard van het geweld tijdens zijn aanwezigheid. Maar enkele dagen na zijn vertrek brak de hel weer uit in de veelgeplaagde stad Rio de Janeiro. Tot op vandaag (sinds vorige zaterdag) werden er al 29 doden geteld waaronder drie politiemannen die omkwamen nadat een helikopter werd neergeschoten door drugshandelaars. Minstens 8 bussen werden in brand gestoken (busmaatschappij Rio Ônibus schat de schade op R$ 2,5 miljoen).


 

Er groeien geen bananen in Oostenrijk...

Men kan de jongste tijd met stijgende regelmaat in kranten en tijdschriften lezen hoe rechters en openbare aanklagers in Oostenrijk Vrouwe Justitia behandelen, en dat is echt niet fraai. Een veelgebruikt woord, ook deze week in Die Zeit zowel als in enkele Oostenrijkse kranten, is "willekeur." En er wordt vaak gezegd dat zodra het onderwerp 'overheidscorruptie of -gesjoemel" opduikt, parallellen worden getrokken met exotische landen. Hoewel dit "politiek niet correct" is aldus Die Zeit, kan men niet anders dan het land als bananenrepubliek bestempelen.

Alle lagen van het justitieel apparaat zijn betroffen, van openbare aanklagers, via ministeriële kabinetten tot de gerechtshoven toe. En de lijst schandalen wordt elke dag langer.

Sinds een paar weken verschijnen in "Falter", een zeer onafhankelijk en kritisch weekblad in de stijl van Le Canard Enchaîné maar dan zonder het gehalte satire, dossiers die door een anonieme informant in een papieren zak aan de redactie werd bezorgd. Het gaat vooral over hoe het gerecht omgaat met klachten tegen politici en dubieuze industriëlen, over de bewezen belangenvermenging tussen justitie en politiek.

Flagrante overtredingen worden weggewimpeld met uitspraken zoals: "de betrokkene was onwetend", "er was geen voorbedachtheid", "persoon X is slachtoffer van een hetze tegen hem."

Voor een paar jaar was er de "BAWAG"-affaire, waar uiteindelijk één zondebok werd geofferd en voor de rest de betroffen bank op alle steun van de overheid mocht rekenen om niet ten onder te gaan. Alle anderen bleven in mindere of meerder mate buiten schot.

Er loopt nu de "BUWOG"-affaire, waar ex-minister van Financiën Grasser een private overnamekandidaat voor 60.000 woningen die eigendom waren van de staat, de juiste overnameprijs heeft ingefluisterd. Vanuit het Ministerie van Financiën dan nog. Miljoenen Euro's consultancy honorarium vloeiden via via naar enkele offshore ondernemingen van vrienden van de minister.

Er loopt een zaak over steekgeld aan een half leger politiefunctionarissen die de transportsector in Oostenrijk duizenden Euro per maand/per man hebben gekost. Een aard van private wegentol werd door de overijverige ambtenaren geëist opdat ze bij wegcontroles en bevrachting bepaalde transportfirma's zouden met rust laten.

Er is de affaire Natascha Kampusch, waar een ijverige onderzoeksrechter die ervan overtuigd is dat nog een tweede dader-ontvoerder in het spel was, systematisch wordt gediffameerd en gehinderd in zijn onderzoek.

Er was de zaak met de rechter die openlijk toegaf cash geld, reizen en een wapen te hebben aanvaard, en die gerechtelijk volledig buiten schot is gebleven.

Er wordt gejongleerd met verjaringstermijnen, gewerkt met gefingeerde ziektes, sabotage van onderzoekscommissies, verschuiven van personeel om strafonderzoek te vertragen, getuigen monddood gemaakt.

Het gaat over het vrijspreken van beklaagden in het ongeluk in de gletsjertunnel in Kaprun waarbij 115 mensen het leven hebben verloren en waar de Duitse Justitie zelf spreekt van een slordig, onvolledig en gemanipuleerd onderzoek door haar Oostenrijkse collega's.

De politiek zwijgt, wat je eerder van Vrouwe Justitia zou verwachten. De vriendjespolitiek van de elite staat garant voor een "hermetisch gesloten systeem," zo schrijft Johannes Voggenhuber, voormalig lid van het Europees Parlement voor de Groenen.

De politiek in Oostenrijk laat de staatsrechtelijke principes aan willekeur over, spijts een zware veroordeling in 2006 door de Europese Raad wegens gebrek aan onafhankelijkheid en verregaande politisering van Justitie. Het is Oostenrijk en de Oostenrijkers "Würst." Binnenskamers pruttelt alles gewoon verder, een regelrechte aantijging van de democratische principes en de constitutioneel gegarandeerde onafhankelijkheid van het gerecht.

Oostenrijk staat bij het Hooggerechtshof van Straatsburg op nummer 1 op de lijst van Europese landen die zondigen tegen persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Het overtreft hiermee zelfs de status van Rusland.

En niemand ligt er wakker van. De Oostenrijker jodelt dat alles met een kwinkslag weg, drinkt zijn wijn, eet zijn schnitzel en boert. En er groeien geen bananen in Oostenrijk...

Roel Verschueren, Wenen 20 oktober 2009

Nabericht: vandaag verscheen de ranking van "Reporters zonder Grenzen" die zelf een lijst opstelt van hoe vrij de pers is in Europa. Oostenrijk staat op de dertiende plaats, België op de elfde, samen met Malta. Het betreft hier uitsluitend persvrijheid.
 

"Kokkinos, Kokkinos, Kokkinos Theos ...

... Thryle eisai enas, o monadikos, he!"  ("Rode, Rode, Rode God, Legende, je bent enig en uniek")

Vanavond staat Olympiakos - Standard op het programma, Champions League.  Jarenlang heb ik een abonnement gehad op Olympiakos, maar dit jaar niet.  Dit jaar spelen ze de meeste thuiswedstrijden op zaterdagavond, en dan ga ik liever zelf nog wat tegen een bal aantrappen, zolang mijn knoken en gewrichten mij dat  toelaten.  Zonder abonnement is het zowat onmogelijk aan tickets te geraken, het zal dus televisie worden.

De brave titelhymne klinkt wat lullig in het Nederlands.  De Griekse voetballiederen zijn doorgaans veel agressiever, en betreffen een variatie aan onderwerpen, zoals de mannelijke onderbuik, de vrouwelijke onderbuik, het beroep van de moeder van de spelers van de tegenpartij, geplande activiteiten uit te voeren met de moeder van de spelers van de tegenpartij, of de afstamming langs vaderlijke kant van de spelers van de tegenpartij.

Voetbal is meer dan een spel in Griekenland, het is een levenswijze, soms bijna een religie, en het komt in familieverpakking- daarover heb ik hier al eens geblogd.

De vraag die ik de laatste dagen wel eens krijg is: 'je supportert toch voor Standard' (van de Belgen) dan wel 'je supportert toch voor Olympiakos' (van de Grieken).  In Belgie was ik (ben ik?) mauve-et-blanc, dus zeker niet voor Standard.  Maar Belgen supporteren doorgaans voor elke Belgische ploeg als die zich op de internationale scene begeeft, of 'waagt' is misschien beter tegenwoordig.  Ik gun mijn blauw-zwarte vrienden hun zege tegen de Ijslandse vice-kampioen, hun leven is zo al zwaar genoeg.  Grieken doen dat helemaal niet: als een andere Griekse ploeg dan de hunne een Europese wedstrijd afwerkt, hopen de Grieken dat de Griekse ploeg verliest - dat kwam mij altijd heel vreemd over, en misschien zegt het wel wat over de samenleving.  Het is een kwestie van aanvoelen, supporteren voor een ploeg, je kan dat niet forceren.  Standard maakt het de Belgische supporters ook niet echt gemakkelijk de laatste maanden.  De arrogantie van coach Boloni en sterren als Steven Defour (overigens zelf met een Griekse getrouwd, benieuwd welke vlag er ten huize Defour zal uithangen vanavond nu Steven het huis uit is) overtrof veelvuldig de kwaliteit van hun eerder bescheiden prestaties...

6a00d8341c658953ef011570d335f4970c


Maar goed, je kan dat dus niet kiezen, het is geen rationele keuze, het komst zoals het komt, en ik weet dat ik er spijt van ga hebben als ik in mijn zetel zit, en de ploegen komen op, en de hel breekt los, en de hymne van de Champions League wordt overstemd door de 35,000 Grieken, dan al zeker van de zege. En ik weet dat ik uit mijn zetel zal springen bij de 1-0, en bij de 2-0, en bij de 3-0, en ik weet ook dat ik zal blijven zitten, naar de koelkast lonkend, mochten Les Rouches er toch eentje tegen de netten jagen...   "Edo, Edo, Sto Gipedo Auto, G....ste Tous Ti Mana, Na Valoune Mualo; EDO, EDO STO GIPEDO AUTO ..." - (Kijk hier eens op deze link)


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog