Van Asopos naar Wulpen... - Update

Terwijl de wereld zich in Kopenhagen buigt over de vraag hoe ze zich met de minste pijn nog een beetje langer van haar voortbestaan kan verzekeren - het lijkt mij als leek dat ze moeten zoeken naar een merkwaardig compromis tussen doctorandi, wichelroedelopers, goochelaars, huichelaars, beroepsgokkers en boekhouders -,  is het misschien een geschikt moment om even terug te komen op een oud Grieks zeer: de verwaarlozing en de verloedering van bodem, lucht en water.

De nieuwe regering is tegemoetgekomen aan een vraag van iedereen die met het milieu begaan is, namelijk de oprichting van een eigen ministerie van milieu, en in elk geval de splitsing tussen milieu en openbare werken, twee bevoegdheden die tot voor kort in handen waren van een en dezelfde minister, die ook wel wist bij welke van die twee bevoegdheden de meeste commissies te rapen vielen.  De nieuwe Minister van Milieu is de tot dan onbekende Tina Birbili, die aanvankelijk vooral opviel door in jeans en sneakers te verschijnen in haar ministerie en op persconferenties.  Het blijft mij toch steeds weer verbazen dat zovelen die zich inzetten voor 'goede zaken', het milieu, vluchtelingen, kansarmen,  dat die zich zo vaak ook geroepen voelen zich in te zetten voor een andere strijd, die tegen traditionele sociale conventies; het lijkt mij dat ze daardoor al meteen een heel deel van de te overtuigen doelgroep tegen zich innemen, al meteen van bij de aanvang hun geloofwaardigheid op de helling zetten; het zou wellicht efficienter zijn die twee fronten gescheiden aan te pakken, als daar al behoefte aan zou bestaan. 

Maar goed, het programma van de nieuwe regering is ambitieus: gebruik maken van de natuur die in Griekenland zo overweldigend aanwezig is: water, wind, zon; reductie van 60% in broeikasgassen, leefbare steden, groene jobs, ...   Het zal moeten blijken.

Vooralsnog is het echter het oude, grijze, conservatieve bolwerk van de Raad van State dat de meest opvallende milieu-ingreep heeft gedaan.  Over de Asopos, de rivier die vanuit Centraal-Griekenland de Attica-regio binnenkomt, en in feite nog weinig anders is dan een purperen brij van Chromium 6 en andere giftige rommel, daarin ongestoord geloosd door een aantal aluminiumbedrijven, heb ik hier al eens eerder geblogd.  De bevolking in de regio sterft massaal aan kanker, en het water uit de kraan is er ondrinkbaar, al jarenlang.  Vorige regeringen hebben steeds gedaan alsof er niets aan de hand was, en hebben de bedrijven steevast de hand boven het hoofd gehouden.  Erin Brokovitch zelf, en het Europees Parlement hebben er zich mee beziggehouden.  De Asopos is een van de grootste blackspots van Europa. 

En nu, enige dagen geleden, hebben de knarren van de Raad van State geoordeeld dat 5 bedrijven die verantwoordeijk zijn voor het leeuwendeel van de lozingen, geen werkingsvergunning mogen krijgen, en dus hun deuren zullen moeten sluiten...

Er is een crisis, er is een nieuwe regering, een nieuw Ministerie van Milieu, en er is de Raad van State die bedrijven wil sluiten: Tina zal haar grote-mensen-kleren moeten aandoen en iets uit haar mouw moeten schudden, een oplossing bedenken.  To let her blue jean talk zal niet volstaan...

En wie weet, misschien komt dat fietstochtje langs de Asopos er toch van.  Zonder masker...


 

"'t Zijn Zotten Die Werken, ...."

Werken, ja, dat zouden we doen!  Als we geluk hadden. Als we zover zouden geraken, en een baan zouden vinden... 

Ik ben geboren in het jaar van de eerste oliecrisis, opgegroeid en opgeleid in een tijd van werkloosheid ("doppers"), crisisen, staatsschulden, nog eens crisisen, en, natuurlijk, de Bom. Zelfs in onze stripverhalen was er de bom:de Suskes en Wiskes 'de Gouden Circel' en 'de Texasrakkers'  waren nauwelijks verholen toespelingen op die bom die vroeg of laat op onze hoofden zou vallen.  'Voordat De Bom Valt', van Doe Maar, zelfs met carnaval:'Joke stop toch met koken, kom uit die keuken, want ik wil gezellig samen met je neu-tronenbommenstickers op mijn nieuwe tas gaan plakken' van De Leidse Sleutelgaten; de macabere, verontrustende  film 'The Day After' uit 1983, we kregen er niet genoeg van.  Het verleden was kleurrijk, maar de toekomst was maar grauw in de jaren '70...

En nu, enkele decennia later, als mijn generatie aan de beurt is om het roer over te nemen, worden onze voorzichtig uitgestoken kopjes weer hardhandig naar beneden gemept: weer crisis, weer besparingen, weer geen feest, zeker hier niet, in mijn nieuwe thuisland, het bijna failliete Griekenland, met een officiële werkloosheid van 15,7% en een verborgen werkloosheid van nog eens het dubbele.  Wanneer die crisis dan weer wijkt, zullen we wellicht moeten opschuiven voor de volgende generatie: de doeners en de dromers van de 'tech-boom', die opgewekte knullen, opgegroeid in de sprankelende jaren '90, voor wie het dorp al vroeg te klein was, en de wereld een klein dorp, met hun ideeën, hun plannen, hun daadkracht.

Mijn generatie kent weinig dromers.  Wij droomden niet van het veranderen van de wereld, zoals die voor ons, die pas midden jaren '80 in de gaten kreeg dat de kermis was opgebroken, en voor wiens gekkigheden wij nu levenslang moeten afbetalen.  Wij droomden ook niet van het veroveren van de wereld, zoals die na ons, voor wie de kermis nog maar pas gesloten is.  Die jaren '70 moeten diep in ons bewustzijn verankerd zitten, wij zijn de generatie van het haalbare, het realistische, het voorbehoud.  Weinig bevlogen politici, weinig kunstenaars, weinig schrijvers.  Zelfs de voetballers van mijn leeftijd hadden weinig branie, weinig lef: geen Coppens, geen Van Himst, geen Kompany of Dembele.  Wel Timmy Simons, en Wesley Sonck.

Maar goed, werken dus:werk vinden met wat zekerheid, dat je dan zogezegd graag zou doen, dat was het plan.  Ik geloof ferm dat die instelling zwaarder op mijn generatie heeft ingebeukt dan op andere, maar het is wellicht ook wel iets echt Vlaams, van alle tijden: "Waarken, govderdomme, tot we d'er bij neervallen...!", rochelde en vloekte de harde, wrede Boer Speeltie uit de serie Hard Labeur, vorm gegeven door Jo De Meyere in de rol van zijn leven.  Het klonk echt, geloofwaardig.  Het klonk ook bekend, het is iets waar we vertrouwd mee zijn.  Na de opleiding gaan we werken, zo hard we kunnen, zonder omzien.  Er eens wat jaartjes tussenuit knijpen om te reizen of wat te lummelen, om te zien wat er zoal te koop is, zoals de Scandinaven of de Amerikanen, dat zit niet in de Vlaamse aard.

Werken is in België zowat een doel op zich.  Je wordt er van jongsafaan op voorbereid: gaan werken, dat is wat je later gaat doen.  Je wordt dan een richting uitgeduwd waarvan je dan leert te geloven dat het iets is dat je graag gaat doen.  Daar bestaat een heel apparaat voor: de scholen, de psychosociale begeleiding (de bebaarde PMS-ers!): "Jij bent iemand die graag aan een bureau zit", "Jij bent iemand die graag een put graaft", "Jij bent iemand die graag de pampers van oude mensen ververst", enz...  en 'off we go'... Werken wordt voorgesteld als een zingevende activiteit, die je persoonlijkheid aanvult en verrijkt, en strekt tot voldoening en zelfontplooiing.  Het loon, ach je, dat is niet zo belangrijk, als je het maar graag doet...

Grieken, want daarover moet het hier eigenlijk gaan, werken niet voor hun persoonlijke voldoening en zelfontplooiing.  Hoewel Grieken zich wel vaak en graag praatjes laten verkopen, kan je hen op dit vlak niet veel wijsmaken: Grieken werken voor het geld. Als er geld komt van een andere bron (erfenis, huurhuis, taxi, ...), dan werken de Grieken liever niet.  Voldoening zullen ze wel elders halen. Als er gekozen moet worden tussen een zogenaamd voldoening gevende job of een zogenaamd afstompende job die met meer vrije tijd of meer loon komt, dan is de keuze snel gemaakt.  In België is zoiets een dilemma, hier is dat amper een echte keuze.  En als er dan toch gewerkt moet worden, dan liefst voor zichzelf: de eenmanszaak is wellicht nergens in Europa populairder dan in Griekenland: werken waar je wil, wanneer je wil, hoe je wil en vooral, hoeveel je wil: de weg van het minste kwaad.  Jonge Grieken zijn ook helemaal niet gehaast om te gaan werken.  Als er geen goede mogelijkheid is, blijven ze wel gewoon wat jaartjes thuis, bij hun ouders, gezellig wat lummelen en uitgaan.  Pas tegen hun dertigste begeven ze zich stilaan op de arbeidsmarkt.  Of de lakmoesproef: ik hoor Belgen weleens in ernst verklaren dat ze zouden blijven werken als ze twee miljoen EURO zouden winnen met de loterij: dat soort grapjes zal je hier niet snel horen. 

Het komt mij voor dat zelfs de Griekse Communistische Partij weinig heil ziet in de toch eerder Marxistische gedachte dat werken leidt tot de zelfontplooiing van de arbeiders; me dunkt zijn ze niet zo geinteresseerd in de verdeling van de productiemiddelen, dan wel in de verdeling van de productie, de opbrengst...

Hiermee kunnen allerlei andere fenomen gelinkt worden: de aberrante overcreditering van de Griekse huishoudens (naar schatting 1/3 van de Griekse gezinnen kan zijn consumptieleningen niet meer afbetalen) zal ook wel deels hiermee te maken hebben: als je het geld gewoon bij de bank kan halen, waarom dan werken?  Over de Panellinia heb ik al wel eens geblogd: staatsexamens die de studenten in een nationale rangschikking ordenen, waarbij voor elke studierichting een bepaalde minimuscore vereist is en een maximaal aantal studenten: de eersten mogen dan eerst hun richting kiezen, enz...  Ik vermoed dat dit systeem ook deels bestaat omdat anders iedereen die richtingen zou kiezen waarvan men vermoedt dat ze toegang geven tot snel geld: rechten, dokters, boekhouders.  Weinig Griekse twintigers dromen van een carriere als psycholoog, pedagoog of sociaal wetenschapper, zoals klaarblijkelijk een groot deel van de Vlaamse jeugd, die spontaan de aula's van die faculteiten binnenstroomt;  wie in Griekenland Psychologie studeert, die doet dat zelden uit zuivere interesse of uit een drang naar zingeving, maar wel omdat hij niet genoeg punten had om dokter te worden.  Ook meen ik dat voor veel Griekse meisjes en vrouwen uit gaan werken allerminst als een uiting van emancipatie wordt beschouwd: de meeste meisjes en vrouwen die ik ken, gaan werken omdat ze het geld nodig hebben.  Als papa of manlief betaalt, dan blijven ze gewoon thuis, diploma in de kast, en zonder complexen.

Zijn de Grieken dan lui, zoals het cliche het wil?  neen, dat denk ik niet, toch niet meer dan andere Europeanen.  Het is een kwestie van prioriteiten en oriëntatie.  En werken, zeker werken in loondienst, staat nu eenmaal niet hoog op de lijst van manieren om gelukkig te worden.  "Het leven is meer dan afwassen alleen".

Van alle cultuurschocks die ik in Griekenland heb doorstaan, en nog steeds doorsta, was dit voor mij misschien wel de allergrootste om te verwerken en aan te wennen: werken is 'overrated',  overschat, overgewaardeerd.

In loon uitgedrukt, daarentegen, en daarover zullen we het vast wel allemaal eens zijn, Grieken en Belgen gelijk, is werk altijd ondergewaardeerd.

Blijft te zien of de generatie van doeners en dromers het patroon kan doorbreken: zullen zij droomjobs hebben, met droomsalarissen?  Of luisteren ze toch gewoon naar het PMS?


 

De Jolige Yogabanners

Behalve de opeenvolgende regeringen en hun halfbakken maatregelen, is er in Griekenland nog een andere eindeloze bron van leute en vermaak: de Orthodoxe Bisschoppen.  Nu het land op een faillisement afstevent en de politici dus tot hun en onze verbazing met ernstige zaken bezig zijn, springen de bisschoppen graag in.


In een gecoördineerde actie, door klaarblijkelijke urgentie ingegeven, hebben enkele 'Metropolieten', waaronder die van Pireus, een 'fatwa' uitgevaardigd tegen ... yoga.  Orthodoxe zielen die zich weleens in kleermakerszit wagen teneinde hun hoofd leeg te maken van al het lawaai, gevloek, gebonk, geloop en geflits van het Atheense stadsleven, begeven zich voortaan op een gevaarlijk pad, het hellepad.

Yoga zou immers niets minder zijn dan een wervingscampagne van de boeddhisten, niet minder dan een blasfemie, een godslastering, die gebruik maakt van antichristelijke methodes, zoals het uittreden van lichaam en ziel, een truuk die, als ik het goed voorheb, is voorbehouden aan de Heilige Geest. Yoga is een vorm van magie en hekserij, die duivels kan oproepen in het Orthodoxe Griekenland, waar, zoals we weten, anders enkel niet-gevallen engelen vertoeven.

Waar ze het halen is mij niet meteen duidelijk, maar het lijkt wel een scène uit een strip van Suske en Wiske: de oosterse magiër, in kleermakerszit en handen gevouwen, lichtjes boven de grond zwevend, met een bordje 'terug binnen 5 minuten'...

In elk geval, ik ben blij dat die prangende kwestie opgelost is, en we verder kunnen met de volgende programmapunten: ping-pong en bonzaiknippen.  Dat komt ook uit het oosten.

Zo, dan ga ik nu mijn vliegend tapijt stofzuigen.


 

O Koumbaros kai i Koumbara, Mia Fora Tin Evdomada...

(De koubaros en de koubara, eenmaal per week...) - Volks Gezegde

We waren op een feestje een tijdje geleden. De Canadese echtgenoot van een ex-collega wilde zijn kookkunsten laten zien, en zijn Canadese wijn en whisky delen.  Dat klonk niet slecht, maar we wisten dat het riskant was:  mijn ex-collega onderhield ook nog contact met een andere collega en zijn vrouw: G. en M.  En een avond met G. en M., neen, dat zagen we niet zitten.  Na enig aandringen kwamen we te weten wie de andere gasten zouden zijn: geen G. en M.  "OK, we zullen er zijn".  Een half uurtje na aankomst, een eerste Canadese whisky in de hand, gaat de bel.  "Oh ja, we hebben ook G. en M. nog gevraagd, die kennen jullie ook wel". Mijn vrouw en ik wisselen een blik uit, die spreekt wellicht boekdelen. "... is er iets?".   ".....".  

G. en M. komen binnen, kusjes uitdelend, handjes schuddend, tot ze ons zien.  Even verstijven ze, maar ze herpakken zich snel en nemen plaats aan de tafel.  We maken alle gangen rond, witte Canadese wijn, rode Canadese wijn, Canadese dessertwijn, conversaties over Canada en Dubai, waar de gastheer en -vrouw jaren gewoond hebben.  We nemen afscheid, we gaan naar huis.  Heel die tijd hebben we met G. en M. geen woord gewisseld, behalve mijn "Dag. Hoe gaat het met de baby" en M's "Grummp, OK".  Geen handen geschud, geen wangen gekust, geen blikken gekruist.  M. en mijn vrouw zijn jarenlang beste vriendinnen geweest, vanaf het lager middelbaar. G. is een collega.  Wij hebben G. en M. aan elkaar voorgesteld.  Ik heb M's telefoonnummer aan G. doorgespeeld.  Wij hebben G. en M. getrouwd.  G. en M. zijn onze 'koubari'.

We hebben er 11, koubari: geen slechte oogst.  Kostas en Kostadina hebben ons getrouwd, wij hebben Nikos en Nadia, Javier en Despina, en G. en M. getrouwd, Theodoros en Maria hebben onze zoon gedoopt, en Vangelis is peter van onze dochter; daarnaast natuurlijk ook nog de Belgische getuigen/meters, maar die tellen hier niet mee.  "Koubari" is de verzamelnaam voor allerlei vormen van 'patronage': over een huwelijk, vaak is de koubaros dan ook de getuige, maar dat is niet noodzakelijk zo; over een doopsel, de koubaros en de koubara zijn dan peter en meter.  Zowel de doper en de getuige als de ouders van de gedoopte en de getrouwden zelf zijn 'koubari', het werkt dus wederzijds.

De 'Koubaria', het 'koubarosschap', gaat een heel stuk verder dan het getuige of peter of meter zijn in een Belgische context, waar dit wat verworden is tot een eerder typische aangelegenheid: de obligate nieuwjaarsbrief (zenuwen! paniek!) in ruil voor de doos playmobil of de voetbalschoenen met afvijsbare toppen, en tot volgend jaar. De Griekse koubaria schept een officieuze band, ergens halverwege tussen vriendschapsband en familieband.  Het is een instituut uit de Byzantijnse tijd, later overgenomen door de Orthodoxie, dat de mogelijkheid gaf om banden te doen ontstaan tussen families en mensen, flexibeler dan die van bloed- of aanverwantschap.  De koubaros was dan gewoonlijk een welvarend persoon, die zich ontfermde over een iets minder welvarende familie, als helper in harde tijden.

Die functie heeft de koubaria natuurlijk allang verloren, maar het blijft een verbazingwekkend belangrijk instituut in het Griekenland van 2009.  Koubari zijn 'als familie', en krijgen altijd voorrang op andere vrienden of kennissen.   Voor heel veel Grieken die ik ken, speelt hun sociaal leven zich voor zowat 90% af met familie, neven en nichten, en koubari: er zijn alle naamdagen en verjaardagen van elke koubaros of koubara en hun echtgenoten en kinderen, daarnaast moeten al die koubari elkaar ook regelmatig uitnodigen voor een etentje of een avondje uit, en er moet nog geregelder getelefoneerd worden.  Als je bv 8 koubari hebt die in totaal 5 kinderen hebben, dan heb je al 26 naam- en verjaardagen te vieren, die elk via een feestje, uitnodiging, drankje of etentje gevierd moeten worden.  Veel taart, veel souvlakis, veel wijn, veel cadeautjes.  Ik vermoed trouwens dat het er ook de oorzaak van is dat zoveel inwijkelingen erover klagen hoe moeilijk het wel is om in Griekenland een sociaal netwerk, een vriendengroep uit te bouwen: vrienden zijn niet zo belangrijk voor de Grieken, tenzij ze koubari worden, en bovendien blijft er nog maar weinig tijd over voor de niet-koubari.

Maar het is niet altijd allemaal dansen en feesten.  De koubaria is ook een bron van een hoop miserie, gebroken vriendschappen, onoplosbare ruzies, frustraties en misverstanden.  Het instituut is inmiddels ontdaan van zijn oorspronkelijke roots, de inwoners van de sociale staten van de 21ste eeuw hebben geen nood aan een 'patron' een 'beschermheer'.  Maar de Grieken laten moeilijk los, ze houden van hun tradities, hun gewoontes, en zo ook de koubaria: een traditie op drift, verder en verder dobberend, omgeven door onduidelijkheid, tegenstrijdigheid en onuitgesproken verwachtingen.  Wat wordt er nu eigenlijk verwacht van de koubaros, niemand kan het precies zeggen, zelfs niet wat zijn essentiele taken zijn bij bijvoorbeeld het huwelijk.  Dat hij de huwelijkskroon moet betalen, de grote kaarsen, de priester, de speldjes voor de genodigden, dat staat vast.  Maar daarbuiten: de bloemen voor de kerk? sommigen zeggen ja, anderen zeggen neen.  Nog een extra cadeau? sommigen zeggen ja, anderen zeggen neen.  Suikerbonen? sommigen zeggen ja, anderen zeggen neen.  En wat moeten de gehuwden aan de koubaros geven?  een cadeau, ja, dat staat vast, maar wat en van welke waarde?  Sommigen zeggen een juweel, anderen zeggen 'om het even wat', sommigen zeggen rond de 100 EURO, anderen zeggen rond de 1000 EURO...  En wat na de eigenlijke procedure, het huwelijk, de doop...?  Volgens sommigen moeten koubari elkaar bijna wekelijks zien, volgens anderen is verjaardagen en naamdagen genoeg, volgens sommigen moet de koubaros zich als pseudo-familie gedragen, en dus ook de ouders, broers en zussen van zijn koubari 'eren' met uitnodigingen en telefoontjes. 

Onduidelijkheid is troef, en de verhalen van landurige vriendschappen die erop stuklopen zijn niet te tellen.  Grieken zullen dat soort zaken niet snel openlijk op tafel gooien: "dit, dat, zoveel en zoveel, op die manier", dat is niet erg Grieks.  De communicatie blijft dus altijd vaag, maar de verwachtingen meestal heel concreet.  De koubaria lijkt verworden tot het verzekeren, verzegelen bijna, van een sociaal netwerk, maar met een onnodige en ongedefineerde beladenheid:  met familie is er bloed- of aanverwantschap, de situatie blijft stabiel voor altijd, de banden en gerelateerde plichten zijn zelden betwist.  Bij vrienden is er weinig verplichting, het is gebaseerd op een vrijwillige band, je geeft en neemt zoveel als je wil of kan, de situatie evolueert met het leven van de betrokkenen, oude vrienden verdwijnen, nieuwe komen, dat kan zonder al te veel formaliteiten of frustraties.  Bij de koubaria is er geen bloed- of aanverwantschap, maar de verplichtingen zijn wel groot, maar ook grotendeels onbekend.  Het is weinig flexibel, het kan moeilijk mee evolueren: een koubaros op je 20ste is ook nog je koubaros op je 80ste, weinig aan te doen. Het is beladen met symboliek en traditie.  Voeg hier nog een saus aan toe bestaande uit onduidelijkheid en onuitgesproken verwachtingen, geld (want een koubaria kan al gauw oplopen tot enkele duizenden EURO's), en een  hele schep eergevoel (koubari moeten elkaar 'eren', op een of andere manier, bv via aandacht, geschenkjes, uitnodigingen, etc...), en je hebt het recept voor een bijzonder explosieve sociale molotov.  En als die ontploft, dan hoor je een grote 'boem', en daarna stilte, want gepraat worden zal er niet...

Wat dan met G.en M., waar liep het mis?  Wat dacht u, we weten het eigenlijk niet...  Het zal wel iets onnozels zijn, met een gekrenkte eer of een niet-betaalde rekening voor de versiering van de kerk.  We hebben nog een koubaroscadeau gekregen: een setje glazen dat ze zelf als cadeau hadden gekregen en niet meer nodig hadden, heringepakt. En daarna was er niets meer.   Eer, geld, traditie, onuitgesproken verwachtingen, onuitgesproken ergenis.  Onnozel.  En het zal voor altijd onuitgesproken blijven.  Want wij zijn de koubari, wij zijn in onze eer gekrenkt.  Of was het andersom?


PS - en de titel? ... van dat soort problemen zijn we vooralsnog gespaard gebleven...


 

Koningsdag - "Dag Koningske"?

Op lange zondagnamiddagen in de jaren '70, ik was nog een kleuter, moesten wij wel eens met het hele gezin in onze puffende Simca van Leuven naar Antwerpen. Daar woonden oma en opa, in een appartement in het centrum van 't Stad.  Voor hen zal het wel comfortabel geweest zijn, maar voor mijn zussen en ik, en onze neefjes en nichtjes, viel er niet veel te beleven.  In de living stond een glazen salontafel die vervaarlijk kantelde als we op de rand gingen zitten, met boze blikken van ouders en nonkels tot gevolg, en even verder hing een waarlijk vreeswekkend Afrikaans masker aan de muur, dat me nu soms nog aanstaart, als ik even niet oplet. 

Bleef enkel de lange smalle gang over om te spelen, maar dat volstond.  In die gang stond een grote, hoge houten stoel, waar we dan een voor een op gingen zitten, als Koning.  De andere kinderen moesten dan langskomen, "Dag Koningske" zeggen, en snel weglopen, om een reden die ik mij niet meer kan herinneren.  Wellicht waren er nog wel wat regels, maar ik vond het zo al spannend genoeg, zeker als de vluchtroute langs het masker liep.

Rond deze tijd van het jaar moet ik er telkens weer aan denken.  Op 15 november is het Koningsdag, een feest voor de Belgische Dynastie.  Dat zou al jarenlang zo zijn, maar ik moet bekennen dat ik er nog nooit van had gehoord, voor ik naar Griekenland verhuisde.  Wat is dat nu ook, een feestdag zonder vrije dag, wat voor feest kan dat worden?  Zou de Koning ook werken op Koningsdag, is hij op zijn troon gekropen om te regeren?

Voor de Belgen in Griekenland, en blijkbaar ook in andere landen, is Koningsdag wel een beetje feest.  Dan worden we immers uitgenodigd door de Ambassadeur in zijn residentie,  een prachtige villa met een schitterende tuin in een fraaie buitenwijk van Athene.  Daar worden we dan opgewacht door de Heer Ambassadeur Pierre Vaesen, en wat hapjes en drankjes in de tuin.  Dit dus merkwaardigerwijs niet op de Nationale Feestdag, maar wel op Koningsdag.  Zou de Ambassadeur, een aimabel en tweetalig man, misschien de Koning hoger achten dan de Natie?

Of alle Belgen in Griekenland worden uitgenodigd, dat weet ik niet, maar in elk geval wel alle leden van de - uiteraard twee - Belgische verenigingen: de Vlaamse Kring  en l' Amicale belgo-hellénique.  Een erg actief lid ben ik niet van die Vlaamse kring, maar tradities als Sinterklaas of paaseitjes rapen, dat probeer ik wel over te leveren, of het etentje bij chefkok Bart van Capellen natuurlijk, in het restaurant Le Petit Sommelier.  Stoofvlees met Retsina.  Een taalprobleem is er overigens niet op die jaarlijkse recepties: de voertaal is doorgaans Grieks...  De meeste aanwezigen hebben een Griekse man of vrouw, en die beheersen eerder zelden een van onze landstalen op conversatieniveau. 'En betje' dikwijls wel, maar meestal toch maar 'en hel klen betje'.  Maar Belgen zijn in dat soort zaken pragmatischer dan sommigen ons weleens willen doen geloven.  We zouden al snel Chinees leren als het ons helpt zonder gezeur te genieten van een verse Leffe in een mooie tuin.

Ambassadeur Vaesen houdt zijn feestje evenwel niet op Koningsdag, 15 november, maar wel op 17 november.  En 17 november is in Griekenland de dag van de revolutie, de dag dat in 1974 de opstand tegen de dictators begon, en tegelijk ook tegen koning Constantijn II, die ervan beschuldigd werd het kolonelsregime stilzwijgend gesteund te hebben, of althans niet genoeg gedaan te hebben om zijn volk te bevrijden. 

Zou de Ambassadeur hiermee een bedoeling hebben?  Een speciaal plan?  Niet 'Koningsdag', maar 'Dag Koningske'?   Zegt de uitnodiging 'guerillakledij' als ik er een kaars onderhoud? Moet ik revolutionair gereedschap meenemen, een vlag bijvoorbeeld?  Maar welke dan...  ik heb er maar twee in mijn kast: een van Griekenland, en een van Stella Artois. 

Ik hoop maar dat het volstaat.


 

Ουί Καν Ντιτ Λέζεν;

Verbazend veel Vlamingen hebben op school een beetje, of veel, oud-Grieks geleerd, genoeg in veel gevallen om de Griekse lettertjes te ontcijferen tijdens een reis naar Griekenland.  Voor veel vrienden en kennissen die mij hier weleens komen bezoeken, is het ontcijferen van reclamepanelen of krantekoppen dan ook een bijkomende attractie.  Bij sommigen lijkt het wel dwangmatig gedrag, tijdens een rondje door de stad, op cafe, op het strand,  de hele tijd is er dat gemurmel: "do-re-an par-kink", "mo-na-di-kij pros-fo-ra", "mo-no 14 ther-mi-des", "pa-sok a-la-gij kai ne-a ar-chij", "krish-na-ha-re-krish-na"..., en dan het onvermijdelijke "ik versta er niks van".  Een bestseller is ook het oude gedicht van Anacreon '" Ἡ γῆ μέλαινα πίνει", dat op Vlaamse scholen al decennialang het eerste jaar oud-Grieks inluidt - trots en luid wordt dat dan gedeclameerd aan alle Grieken die zich niet snel genoeg uit de voeten maken : "HIJ GIJ MELAJNA PINIJ...".

Over mijn kennismaking met het nieuwgrieks heb ik al eens eerder geblogd.  Hieronder kunnen de liefhebbers nog wat oefenen, teneinde bij het volgende Griekenlandbezoek wat vlotter te kunnen murmelen.  Wat u nog moet weten:

-al deze letters worden als 'i' uitgesproken:η, ι, οι, ει en υ
- de w, d, b, v en h bestaan niet in het Grieks alfabet, dat wordt ου of γου, ντ, μπ, β en χ.

Dit wordt vooral leuk als internationale termen of namen moeten worden geschreven.  Oefen maar:

"Op de μπρίφινγκ van de Europese top was Χέρμαν βαν Ρομπιί de man van het moment.  Dat was niet naar de zin van Τόνι Μπλερ, Ζαν Κλοντ Γιούνκερ, Γιαν Πέτερ Μπαλκενέντε en Γκι Φερχοφσταντ.  Μπαράκ Ομπάμα kan het niet veel schelen"

"Herr Ρεχάγκελ zal de komende dagen stress hebben.  Als ze zich niet plaatsen, moet hij het misschien eens in het basket proberen, bv in de NBA, bij de Ουόριορς,  Όκλαντ, Τίμπεργουλβς of Γκόλντεν Στέιτ".

"Als ik geld had, dan belegde ik het op Γουόλ Στριτ, of kocht ik bloemen voor Μπρίτνι Σπίαρς of Μπιγιονσέ".

Οφ ουατ χατ ου χεντάχτ;


 

Vluchten Kan Niet Meer

Tsjoek tsjoek, stop. Rood licht. Voor en achter mij vormt zich een rij auto's, de meesten bestofd en wat besmeurd.  Een donkere jongen, rond de twintig, draait zijn aftandse zwabber in de emmer met grijsbruin water, en begint aan de rij.  'Neen', "neen', vaak zonder woorden, gewoon een knik met de kin omhoog, lippen in een circel, 'tsk', de Griekse lichaamstaal voor 'neen'; een enkele keer zelfs zonder woorden, iemand die gewoon twee meter verder rijdt zonder omkijken zodra de zwabber richting voorruit gaat. Ik ben de volgende, ik steek mijn hand al op om neen te wuiven, maar de jongen doet niks.  De zwabber blijft omlaag, en hij kijkt me wat vreemd aan;  "E, file ('he makker), pou pas ('waar ga je naartoe')?"."... euh, naar de supermarkt", antwoord ik naar waarheid.  Het is 10.30 op een weekdag, ik heb flexibele werkuren.  "Hebt gij geen werk misschien?" vraagt hij me.  "euh... toch wel"... en even later flap ik eruit, wellicht ongepast "en gij, hebt gij geen werk misschien?". Nu is het zijn beurt om me niet begrijpend aan te kijken.  "Maar ik ben toch op mijn werk, ziet gij dat nu niet??".  Hoofdschuddend neemt hij zijn zwabber en vervolgt hij de rij.  Enigszins verbouwereerd mis ik het groen licht.  De dame in de jeep achter mij zou me de kop inslaan, als ze niet net haar nagels had geverfd.

Aan de ontelbare lichten en kruispunten van Athene staan er duizenden zoals hij, twintigers uit Pakistan en Bangladesh, zwabber in de aanslag, ruiten wassend tegen dumpingprijzen.  Vaak zijn ze merkwaardig goed gezind.  Doen ze speciale paddestoelen in hun rijst, of zijn ze gewoon blij?  Misschien wel het laatste.  In elk geval lijken ze beter af dan vele andere, tienduizenden vluchtelingen en mensen zonder verblijfsrecht in Griekenland.

Vorige week nog verdronken acht vluchtelingen voor de kust van Lesbos: hun Turkse smokkelaar deed het bootje zinken toen de Griekse kustwacht hen in het vizier kreeg.  Het is dagelijkse kost geworden, en net zoals in andere landen, laat het ook de Griekse bevolking grotendeels koud.  Niets wees er overigens op dat de kustwacht zich nat had gemaakt om de verdrinkende sukkelaars uit het water te halen. Het vluchtelingenkamp op Lesbos staat niet bekend als Club Med, vorige week nog laakte de VN Vluchtelingenorganisiatie het gewelddadige politieoptreden in Lesbos.

Griekenland heeft internationaal een belabberde reputatie in de behandeling van vluchtelingen en vreemdelingen.  Dat hen een glaasje ouzo, een huisgemaakte moussaka en een leuke babbel wordt aangeboden, dat gelooft enkel de Guide du Routard nog.

Volgens het Europees Verdrag van Dublin moeten asielzoekers asiel aanvragen in het land waar ze de EU binnenkomen.  Indien dat niet gebeurt, moeten ze naar dat land worden teruggestuurd.  Maar de laatste tijd weigeren sommige landen asielzoekers terug naar Griekenland te sturen vanwege de onmenselijke behandeling die hen hier wacht...

Nog vorige maand laakte Human Rights Watch het Griekse asielbeleid: minder dan 1% van de aanvragen wordt aanvaard, en de beroepsmogelijkheid werd afgeschaft.  In Belgie ligt het percentage rond de 20%, in Engeland 24%, in Italie zelfs 45%  In hetzelfde rapport maakt Human Rights Watch gewag van gesloten kampen, met onvoldoende eten, geen medische zorgen, te weinig kledij, te wenig hygienische voorzieningen, waar ook kinderen verblijven, zonder familie, begeleiders of bescherming.  Vele getuigen van nachtelijke operaties waarbij de Griekse politie de kinderen de rivier Ebro overjaagt, aan de grens met Turkije, en ze daar alleen, aan hun lot overlaat, in een vreemd land, zonder eten, zonder iets...

Daarbovenop komt dan nog het politiegeweld. Racisme, afranselingen, folteringen, georganiseerd misbruik, ook tegenover vluchtelingen in de kampen, en ook tegen minderjarigen.  Amnesty International heeft er veel aandacht aan besteed in zijn jaarlijkse rapporten, en Griekenland is er zelfs voor veroordeeld door het Europees Hof van de Rechten van de Mens.  De Griekse politie heeft een reputatie, en het lijkt er niet op te verbeteren.

Op deze site houden vluchtelingen in Thessaloniki zelf een blog bij, voor 'first hand testimony'.

Behalve een schande, is het ook erg vernederend: Griekenland wordt door de regeringen en rechtbanken van de andere EU-leden, en door alom gerespecteerde instellingen als Human Rights Watch en Amnesty International, niet gezien als een land waar elementaire rechten gerespecteerd worden... 

Eenvoudig is het natuurlijk allemaal niet.  Geen enkel land, ook niet de grotere, de rijkere, hebben een sluitende oplossing bedacht voor de niet-aflatende stroom vluchtelingen, op zoek naar een job, een toekomst, een boterham, een bestoft autoraam om te kuisen.  Griekenland heeft zijn ligging niet mee, de eerste post voor de duizenden vluchtelingen uit Afghanistan, Irak, Pakistan, Bangladesh, die berooid en door de Turkse smokkelaars van hun laatste bezittingen ontdaan in Griekenland aankomen.  Hulp is nodig, de Europese landen zullen moeten bijspringen in de opvang, de begeleiding, de 'filtering' en eventueel de terugkeer van al die tienduizenden mensen, en niet enkel met woorden.

En Griekenland? Is Griekenland niet het land van de gastvrijheid?  Is Griekenland niet het land van Plato, van de rationele staat, van de matiging, van de samenleving gebaseerd op intellect en wetenschap? Hoe rijmen we dat met een politie die zich afreageert tegen de allerzwaksten, de hulpelozen, degenen die om wat hulp komen smeken? Heeft Griekenland zelf geen grote diaspora, zijn de Grieken zelf geen volk van economische vluchtelingen?  Werden die dan ook in kampen gestoken, afgeranseld, uitgeziekt en uitgehongerd, daar in Amerika, Australie, Canada? Mochten ze niet binnen?  Waarom dan nu zo wreed de deur dichtsmijten, zo onverschillig de andere kant opkijken?

Griekenland zal moeten opstaan, de kop uit het zand trekken, het probleem confronteren, de mouwen oprollen en aan het werk gaan.  Niet langer vluchten voor de vluchtelingen.  Dit is een kans voor Griekenland, een kans om haar grootsheid te tonen, om vooruit te komen.

Hongerige kinderen achterlaten in een donker bos, in een vreemde streek, waar ze niet weten wat hen te wachten staat ... wie weet, misschien wel de vleesetende reus: "vrouw, ik ruik kindjesvlees".  Laten we Klein Duimpje opgepeuzeld worden, of helpen we hem in de zoektocht naar de Zevenmijlslaarzen, weg uit het bos?


 

Circus Kostas - Nieuwe Voorstelling: Komt Dat Zien!

De Vastberadenheid, besluitvaardigheid en beginselvastheid waarvoor ex-premier Kostas Karamanlis en zijn Nea Dimokratia bekend staan, en waarmee ze vijf jaar lang (of vijf lange jaren) het land in hun greep hielden (een wurggreep weliswaar, langzaam alle ziel eruit knijpend), zijn geenszins aangetast door de uppercut die ze van de bevolking gekregen hebben bij de verkiezingen vorige maand. 

Terwijl Comical Costas terug met regelmaat gesignaleerd wordt in de betere bars en resto's van Kolonaki, waar hij zich ook voor zijn premierschap al gezellig thuis voelde, en daarmee ten overvloede aantonend dat  zijn pitsstop als premier in feite niet meer was dan een lastige familiale verplichting waar hij even door moest, heeft de rest van zijn circus al een nieuwe attractie uitgewerkt: de grandioze knoeiboel Nea Dimokratia. 

De dag na zijn nederlaag nam Karamanlis groothartig ontslag als voorzitter, wellicht niet na eerst een tafeltje geboekt te hebben in Cafe Central, en legde hij voorzittersverkiezingen vast voor 7 November, te houden met een beperkt aantal stemgerechtigden, zoals de statuten dat bepaalden.  Hij voegde er ook stellig aan toe geen dag langer te blijven dan 7 november.  We zijn nu zowat een maand verder, en ze zijn er bij Nea Dimokratia nog niet eens uitgeraakt welke procedure ze zullen volgen om die verkiezingen te houden.

Dat de statuten niet gevolgd zouden worden, dat werd door geen enkele kandidaat in vraag gesteld.  Vervolgens kwam iedere kandidaat met zijn eigen stemformules, waarbij de de Noord-Griekse clown en Gouverneur van Macedonia,  Panagiotis Psomiadis, de kroon spande, door voor te stellen dat 'iedereen die wilde' zou mogen komen stemmen, zelfs zonder identiteitsbewijs.  En dat terwijl toch al jaren vaststaat dat evenwichtsacrobate Dora Bakoyianni het kroontje zal winnen.  Dora is zo lang en zo lachend dat niemand ooit haar ware gelaat gezien heeft.  In geen van haar functies, burgemeester van Athene of Minister van Buitenlandse Zaken, wist ze een glimp van bekwaamheid te tonen.  Maar ze is een telg van de Mitsotakis-clan, en dat is in Griekenland nog steeds veel belangrijker dan om het even welke stemformule.  De families Mitsotakis, Papandreou en Karamanlis regeren al vele decennia in de Griekse democratie.

Het ziet er in elk geval naar uit dat de New-Democracy-show nog wel even zal duren, en we weten nu ook wel zeker wat we al wisten, dat een circus wel entertainment biedt, maar ook niet meer dan dat, en dat Circus Kostas zelf het grootste probleem was.

Inmiddels lijkt nu ook een andere voorzichtige voorspelling uit te komen, namelijk dat de Grieken, door zo massaal op PASOK te stemmen, in feite gewoon voor meer van dezelfde gekkigheid gekozen hebben:  enkele dagen geleden werden zes bewakers van een politiekantoor in een buitenwijk van Athene beschoten door zes belagers met machinegeweren; maar de nieuwe Minister van Bescherming van de Burger had de oplossing snel gevonden, dat men er niet eerder aan gedacht had: we schaffen de bewaking af, dan kan er niet meer op geschoten worden!  Het is bekend dat het een dunne lijn is tussen geniaal en getikt.

Kijk, ik heb ook een idee: heeft er iemand de moed om wat kogeltjes, verfkogels desnoods,  te richten op de hoofdwartieren van Nea Dimokratia (Odos Rigillis 18) en PASOK (Odos Ippokratous 22)? Dan kunnen we die ook meteen afschaffen, en dan kan niemand er nog op stemmen.  De televisiezenders zullen dan wel nieuwe komieken moeten zoeken voor hun nieuwsshows.


 

Trots(dem)

Alles was gisterenavond klaar: de Griekse vlaggetjes, vandaag geschilderd en geplakt, de leuzes, de verhalen:  vandaag wordt er ook in de eerste kleuterklas gemarcheerd en geroepen, allen tesamen uit tientallen kinderkeeltjes: "Ochi! Ochi! Ochi!".

De meeste landen zullen wel een nationale feestdag hebben die het einde van een oorlog viert, Wapenstilstand bijvoorbeeld.  Wellicht weinig landen hebben een nationale feestdag die in feite het begin van een oorlog viert.  Wel zo in Griekenland: 28 october is 'Ochi-Dag', de dag dat Griekenland onherroepelijk werd meegesleurd in de Tweede Wereldoorlog.  'Ochi' betekent 'neen' in het Grieks.  Niet de neen van 'neen, wat hebben we nu gedaan...', of de eerde Belgische neen, van 'neen, alsjeblieft niet schieten'.  Het is wel de 'neen' van de Griekse regering aan Mussolini, die gevraagd had of hij met zijn troepen delen van Griekenland mocht bezetten, delen die voor hem strategisch waren.  Niet dus, het mocht niet.  Het Griekse Ochi leidde tot een inval van de Italianen en de betrokkenheid van Griekenland in WOII.  De volgende jaren zouden Italianen en Duitsers lelijk huishouden. 

Dat 'neen' wordt in Griekenland algemeen als een heldendaad beschouwd, en wordt morgen dus uitbundig gevierd.  Dit in contrast met Belgie, dat, als ik het goed voorheb, na een korte terugtrekking van 18 dagen besloot de grenzen open te stellen en de bezetter binnen te laten.  De loopgraven van de Eerste Wereldoorlog waren wellicht nog aan het stinken en het smeulen.  Ik meen niet dat die Belgische houding tot een gevoel van nationale schaamte aanleiding geeft.  Ander volk, andere cultuur, andere invalshoek.

Grieken zijn trots op hun land, ziehier nog maar weer eens een cliche, ik begin erin te grossieren.  Patriotten.  Ze kennen hun volkslied; ze kennen hun helden, vrijheidsstrijders; ze kennen hun vijanden, hun buren; ze plengen tranen als Hellas nog eens groots is; en vlaggen, veel vlaggen, overal vlaggen, hangende vlaggen, wapperende vlaggen, vlaggen op auto's, op brommers, vlaggen in handen, op terrassen, aan gevels.  Er wordt al van jongsaf aan gewerkt: al vanop de kinderopvang kwam ze thuis op 25 maart, die andere feestdag, waar een overwinning tegen aartsvijand Turkije wordt gevierd, verkleed als Bouboulina, een vrijheidsstrijdster, bereid elke Turk op zijn minst te stampen, te pitsen of te knijpen.  'Er zijn ook lieve Turken', probeerde ik dan nog, maar erg overtuigend was het wellicht niet; in elk geval werd mijn gezag in zaken van Grieks Nationaal Belang niet aanvaard.  Bouboulina, Kolokotroni: ze zijn voor de Griekjes even vertrouwd als Dora The Explorer, Tomas het Treintje of Bob de Bouwer.

Waar slaat die trots op, ik ben niet zeker.  Is het het land, de staat?  Maar de Grieken zijn al zo vaak bijna crapuleus in de steek gelaten door hun land: in 1921, in het brandende Smyrni, toen de Griekse schepen rechtsomkeer maakten terwijl de vluchtende Grieken wanhopig van de kade in zee sprongen;  in 1967, toen een staatsgreep een potsierlijk, maar ook wreed, kolonelsregime installeerde, en zelfs de laatste decennia, waarin hun leiders hen steeds weer ontgoochelen door altijd maar opnieuw voor eigen profijt te kiezen.  Is het het volk, de medegrieken, een verbondenheid?  Maar de Grieken laten elkaar zo vaak in de steek.  In de afschuwelijke burgerloorlog vlak na WOII, maar ook op kleinere schaal, in de dagelijkse concurrentie, de hevige onderlinge afgunst, in de afwezigheid van een sociaal vangnet , het achterlaten van de zwaksten.

Wellicht is het meer een idee, een idee van een groots Griekenland, dat speciaal is, dat anders is, 'Ellada Elladitsa Mou'. Zoiets moet het zijn.  Zelf weet ik er geen blijf mee, het zit niet in mij.  Ik ken geen Belgisch of Vlaams gevoel van dat niveau.  Zouden er Vlamingen zijn die wel zoiets voelen? Die mannen op de Ijzervlakte, met hun ringbaarden, of met hun kale knikkers, zouden die iets gelijkaardigs voelen als ze de leeuw zien klauwen, de blauwvoet zien vliegen, wanneer op zee de storm stormt?  Of is dat een ander soort beleving, proberen die vendelzwaaiers toch eerder een frustratie uit te zingen dan een fierheid uit te dragen?  Wat er ook van zij, de Grieken zijn trots, zonder complexen, zonder er al te veel over na te denken, en het weze hen gegund. Ze worden er zichtbaar gelukkig van.   Ze hebben dan ook niet een, maar twee Nationale Feestdagen.

 ParelasiB ParelasiG


Een merkwaardig nevenverschijnsel van die Nationale Feestdagen is de 'Parade'.  In elk dorp, in elke wijk wordt er geparadeerd, onder het toeziend oog van de Burgemeester en de Pastoor, gezeten op roestige ijzeren stellingen, onder het geknetter van marsmuziek, overstemd door toespraken en aankondigingen uit metalen megafoons.  In rijen van vier komen ze aan, enkele uren lang, alle scholen, van de lagere tot het middelbaar, scouts, sportclubs, folkloristiche verenigingen.  De slimste van de klas mag de vlag dragen.  Ouders blinkend van trots, papou en giagia, nonos en nona, rijen dik, ratatata-boem-boem.  Het vlagdragen zorgt ook weer voor jaarlijkse discussies: in vele dorpen, zeker op het platteland, zijn de slimsten van de klas de albanese kindjes, zonen en dochters van de immigranten die op het veld komen werken, huizen bouwen, putten graven en al het andere werk komen doen dat Grieken liever niet zelf doen.  De jaloerse Griekse ouders vinden dan dat Albaneesjes niet met een Griekse vlag mogen rondlopen, schande voor de vlag.  En ja hoor, sommige scholen hebben daar wel oren naar, vooral als de kinderen van de directeur tweede in rang komen. De televisiezenders zijn er dan als de kippen (of de gieren) bij om die Albanese traantjes, in slow motion en met aangepaste muziek, te laten rollen.  De albaneesjes wennen er maar beter aan, want dit is maar een kleine vernedering in vergelijking met wat hen later nog te wachten staat. Ook daar zullen the times ooit wel eens a'changing, vermoed ik, en de dag zal wel komen dat de Albaneesjes de vlag niet meer willen dragen.

Wat er ook van zij, de parade is vaak ook wel een echte 'parade', een catwalk voor de Griekse jeugd.  Ontdaan van alle kreten en emoties, is het ook gewoon een leuk dagje uit.  Er is voor elk wat wils, voor klein en groot, ook voor de papa's.  Een uitje voor het hele gezin.  Een-Twee-Links-Rechts-Reteketetteketetteketet!

9998parelasi91 2parelasi12
Parelasi2 



 

"Kokkinos, Kokkinos, Kokkinos Theos ...

... Thryle eisai enas, o monadikos, he!"  ("Rode, Rode, Rode God, Legende, je bent enig en uniek")

Vanavond staat Olympiakos - Standard op het programma, Champions League.  Jarenlang heb ik een abonnement gehad op Olympiakos, maar dit jaar niet.  Dit jaar spelen ze de meeste thuiswedstrijden op zaterdagavond, en dan ga ik liever zelf nog wat tegen een bal aantrappen, zolang mijn knoken en gewrichten mij dat  toelaten.  Zonder abonnement is het zowat onmogelijk aan tickets te geraken, het zal dus televisie worden.

De brave titelhymne klinkt wat lullig in het Nederlands.  De Griekse voetballiederen zijn doorgaans veel agressiever, en betreffen een variatie aan onderwerpen, zoals de mannelijke onderbuik, de vrouwelijke onderbuik, het beroep van de moeder van de spelers van de tegenpartij, geplande activiteiten uit te voeren met de moeder van de spelers van de tegenpartij, of de afstamming langs vaderlijke kant van de spelers van de tegenpartij.

Voetbal is meer dan een spel in Griekenland, het is een levenswijze, soms bijna een religie, en het komt in familieverpakking- daarover heb ik hier al eens geblogd.

De vraag die ik de laatste dagen wel eens krijg is: 'je supportert toch voor Standard' (van de Belgen) dan wel 'je supportert toch voor Olympiakos' (van de Grieken).  In Belgie was ik (ben ik?) mauve-et-blanc, dus zeker niet voor Standard.  Maar Belgen supporteren doorgaans voor elke Belgische ploeg als die zich op de internationale scene begeeft, of 'waagt' is misschien beter tegenwoordig.  Ik gun mijn blauw-zwarte vrienden hun zege tegen de Ijslandse vice-kampioen, hun leven is zo al zwaar genoeg.  Grieken doen dat helemaal niet: als een andere Griekse ploeg dan de hunne een Europese wedstrijd afwerkt, hopen de Grieken dat de Griekse ploeg verliest - dat kwam mij altijd heel vreemd over, en misschien zegt het wel wat over de samenleving.  Het is een kwestie van aanvoelen, supporteren voor een ploeg, je kan dat niet forceren.  Standard maakt het de Belgische supporters ook niet echt gemakkelijk de laatste maanden.  De arrogantie van coach Boloni en sterren als Steven Defour (overigens zelf met een Griekse getrouwd, benieuwd welke vlag er ten huize Defour zal uithangen vanavond nu Steven het huis uit is) overtrof veelvuldig de kwaliteit van hun eerder bescheiden prestaties...

6a00d8341c658953ef011570d335f4970c


Maar goed, je kan dat dus niet kiezen, het is geen rationele keuze, het komst zoals het komt, en ik weet dat ik er spijt van ga hebben als ik in mijn zetel zit, en de ploegen komen op, en de hel breekt los, en de hymne van de Champions League wordt overstemd door de 35,000 Grieken, dan al zeker van de zege. En ik weet dat ik uit mijn zetel zal springen bij de 1-0, en bij de 2-0, en bij de 3-0, en ik weet ook dat ik zal blijven zitten, naar de koelkast lonkend, mochten Les Rouches er toch eentje tegen de netten jagen...   "Edo, Edo, Sto Gipedo Auto, G....ste Tous Ti Mana, Na Valoune Mualo; EDO, EDO STO GIPEDO AUTO ..." - (Kijk hier eens op deze link)


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog