Octopus in Azijn

Terwijl Roosje de laatste hand legde aan haar succesvolle gastbijdragen op deze blog, is De Standaard Online overgeschakeld op een nieuw blogplatform voor "En Nu Even Elders".  Ik heb onderstaand stukje daar al geplaatst, maar klaarblijkelijk loopt er nog iets fout met de link vanop De Standaard Online.  Daarom hier nog maar eens opnieuw...

Maandag was het een vrije dag: Propere Maandag, het begin van de vasten.  Traditioneel worden er dan vliegers opgelaten en bloedloze zeedieren gegeten: kalamares, garnalen en natuurlijk het heerlijke octopus met azijn.  Het deed even het deprimerende economische nieuws vergeten.

Dat de economische toestand van Griekenland al wekenlang het Europese nieuws beheerst, dat is uiteraard geen nieuws.  Ook hier worden alle andere berichten weggespoeld in een stortvloed van tijdingen en speculaties, waarvan de ware betekenis voor mij, en met mij wellicht voor veel anderen, verborgen blijft onder een laag van jargon, tabellen, cijfertjes en afkortingen, en elkaar tegensprekende guru's en zelfverklaarde geldkenners.   En dan nog, al zou ik er mijn oude cursussen economie bijhalen, zou ik weten wat er echt gaande is?  Zou ik begrijpen waarom Premier Papandreou in het midden van de storm, wanneer zijn eigen minister van Financien het openlijk over een zinkende Titanic heeft, zich naar Rusland begeeft?  Wat belooft hij daar in ruil voor wat? 

"Titanic"?  Hij ziet het wat groots, denk ik.  Een vissersbootje zeker, een bootje waar het goed toeven is, goed dobberen in het lentezonnetje, bouzouki uit de radio, verse visjes op het dek, zo gezellig dat men vergeten was dat er nog een hele wereld buiten dat bootje is, ook onder al dat water, waaruit plots die grote octopus kwam, die nu met zijn lange armen de netten verstrikt en het bootje mee naar de bodem trekt...

Zo konden we onlangs ook vernemen dat de vorige regeringen ons, en alle andere Europeanen, eens goed te grazen hadden genomen door via reeksen financiele constructies, bedacht en opgezet door de ons inmiddels bekende financiers van Wall Street en van een vernuftigheid waarmee geen enkele Griekse regering ooit enig ander probleem heeft aangepakt, heelder delen van hun schulden verborgen en uit de boeken wisten te houden, verborgen voor ons, en voor Europa.  Dat waren ze daarna blijkbaar weer vergeten - uit het oog, uit het hart -, en aldus groeiden ze uit tot het achtarmige monster dat nu zo vreeswekkend aan ons bootje rammelt.

Enkele dagen geleden moest ik verschijnen voor de onderzoeksrechter van Maroussi, als getuige in een zaak waarbij mijn werkgever betrokken is.  In een zaal van ongeveer 8x8 meter stonden twee metalen tafeltjes, met elk twee stoelen, verder een kast, en verder niks.  Het dossier, twee kartonnen kaften uitpuilend van papier en notities, werd aangerukt en we konden beginnen.  Er was geen enkele computer in deze ruimte.  De onderzoeksrechter nam haar stylo en een potje typex, en begon te noteren.  Woord voor woord wat ik zei, zonder een vraag, zonder eenmaal op te kijken, behalve af en toe zuchtend en kreunend als een woord moest herschreven worden en de typex bovengehaald.  Handgeschreven verklaring in het dossier, dossier in de kruiwagen, kruiwagen naar de procureur.  Ik had met haar te doen, deze magistraat, een van de best betaalde ambtenaren van het land, met haar stylo, haar potje typex, al dat papier.  Geld voor vooruitgang is er de komende jaren alvast niet. 

Hoe zou zij een partij kunnen zijn voor de jongens en meisjes met hun SWAPS en Futures, die zo gesofisticeerd het land uitzuigen, met 8 lange armen tegelijk?



 

‘De omgekeerde migratie’: Ode aan de Pioniers (gastbijdrage - slot)

De omgekeerde migratie’: ode aan de pioniers

Door Dina Kalogrias

Toen Hans zijn voorstel voor een gastbijdrage op zijn blog over de ‘omgekeerde migratie’ lanceerde, werd ik niet alleen heen en weer geslingerd tussen een zekere persoonlijke weerstand en de overtuiging dat dit best wel een interessante invalshoek zou kunnen zijn, maar kreeg ik tegelijk een déjà-vu.


In de eerste plaats gingen mijn gedachten uit naar wijlen mijn ouders. Eerlijkheid, oprechtheid, rechtvaardigheid, trouw, hulpvaardigheid, respect, steeds opkomen voor de zwakkeren in de maatschappij, … hun hele leven stond in het teken van deze waarden, niet alleen in woorden maar ook en vooral in daden.

Mijn moeder, die haar man volgde naar een vreemd land, ver weg van haar dierbaren. Haar hele leven ten dienste van haar man en kinderen. De beschermengel van haar kinderen, haar kleinkinderen behoedend tegen alle onheil door haar diep Grieks-orthodox geloof. De stille kracht, àltijd aanwezig, die borg stond voor nestwarmte, rust, eerlijkheid, geborgenheid, samenhorigheid, gelijkheid. Al wat ze deed is van ons houden.

Mijn vader, de eens zo levendige, koppige, avontuurlijke man, de tong op het hart, meermaals door het oog van de naald gekropen..., die de laatste jaren van zijn leven dag en nacht aan de zuurstofmachine gekluisterd lag, met een lichaam dat ‘op’ was, wegkwijnend als een gewond vogeltje, weggerukt uit zijn natuurlijke biotoop: buiten was binnen; gevangen in de natuur van toen, met een raamlijst van nu er rond. De herinneringen uit zijn rijk verleden vormden het enige zijden draadje dat hem nog aan het leven bond. Of zoals een dorpsgenoot onlangs op zijn begrafenis zei: de laatste der Mohikanen.

Zij staan symbool voor een generatie Grieken die geschiedenis hebben geschreven. Een stukje geschiedenis waar op een dag zomaar een streep onder getrokken wordt; een stuk geschiedenis waarvan het tastbaar bewijs op een dag abrupt eindigt, terwijl de wereld lustig verder draait, alsof er nooit iets gebeurd is.



Gaandeweg werd ik gekatapulteerd in flash-backs: ik hoorde mijn vader gepassioneerd vertellen; ik zag mijn zoon zijn oogjes verwonderd glinsteren toen zijn papoe de tranen in de ogen sprongen bij het vertellen van bepaalde passages uit zijn leven (urenlang tussen tientallen lijken onbeweeglijk stil blijven liggen, uit vrees voor je eigen leven... Met Pasen, wanneer er voor één keer vlees op tafel komt en iedereen feest, als dertienjarige wees afhankelijk zijn van het blokje feta en een stukje vlees dat andere herders je schenken... ’s Zomers schoenen naaien van varkenshuid en ’s winters, als de regen,

sneeuw en wind toeslaat, dat zelfgemaakt schoeisel vochtig en nat zien worden en voelen wegrotten, waardoor het eelt op je voeten na een tijd zo dik wordt, dat je tegen alle stenen en distels bent bestand... Wat doet dat met een mens? Dat heb ik me meer dan eens afgevraagd.)

Ik zag de oude, vergeelde foto’s van Griekse families voor de Grieks-Orthodoxe kerk van Zwartberg.


Kerk


Ik zag de barakken van Texas en de mannen en vrouwen met hun kleine kinderen.


Tn Familie

Ik rook de zwarte geur van de mijnwerkers die naar boven kwamen.

Mijn

Ik hoorde de Griekse muziek die door de luidsprekers schalde in een aftandse zaal. Ik zag opnieuw de

discrepantie tussen mijn oudste broer en zus, die een totaal andere strijd hebben moeten leveren enerzijds en mezelf, als jongste van het gezin anderzijds. Ik zag de Griekse mannen met hun pijp in het kafenion in Hoevenzavel.


Mannen

Ik zag de rijke Griekse gemeenschap in de nachtmis op Stille Zaterdag.

Ik hoorde de vele verhalen, van kommer en kwel, van lief en leed, van vreugde en pijn, van blijdschap, van samenhorigheid, van heimwee, van weemoed, van geluk…


Kafe

Het gemak waarmee Grieken zich overgeven aan emotionele en irrationele impulsen is een karaktertrek die paradoxaal genoeg vaak wordt verzacht door een sterk pragmatische instelling.” Een fragment uit “Heimwee naar Griekenland” van Katherine Kizilos, want ook al zijn wij, Grieken, zo pragmatisch om in te zien dat er een beroerde keerzijde is aan de hedendaagse Griekse medaille, toch blijft de ‘zoektocht naar mijn roots’ een boeiende, immer voort-durende ontdekkingsreis.


Fiets

En elke reis is puur genieten, toch?

Want uiteindelijk zijn dat de geneugten des levens: op een vroege zomerochtend als zelfs de Grieken nog slapen en de zon als een rode bal boven de Griekse zee uit begint te stijgen héél alleen –één met de natuur- een duik nemen in het koude water, een Grieks ontbijt op het terras met je tenen in het zandstrand, een stevige wandeling in het eeuwenoud cultuurland, in bewondering staan voor de Griekse oudheid, deelnemen aan het levendige Griekse leven, een hartverkwikkende babbel met een oude Griek in het enige kafenion van een godvergeten bergdorp, om dan ’s avonds bij een flesje Retsina terug te blikken op het heerlijk Grieks maal waar je je vingers van aflikt, in het besef dat dít alles het leven de moeite waard maakt.



Dit is en was niet louter een ‘persoonlijk verhaal’; dit is een hommage aan de pioniers die zonder vrees, met levensmoed, hoop en houweel een bladzijde in de Belgisch-Griekse geschiedenisboeken hebben gebeiteld: http://www.youtube.com/watch?v=WR4yUPyhNd0.

Ik hoop dat de fourth, fifth, sixth… culture kids met veel be- en verwondering zullen luisteren en opkijken naar de waargebeurde relazen van hun Griekse (over)grootouders en hun wortels blijvend zullen bevestigen in hun Griekse voedingsbodem, zodat deze bladzijde niet tot een voetnoot in de Belgische en Griekse geschiedenis verwordt.



Dina Kalogrias



Met dank aan Hans Brems, voor zijn bemoediging, suggesties en (Griekse?) gastvrijheid!

Tevens mijn erkentelijkheid voor de leuke, leerrijke en hartverwarmende reacties!

Roosje Kalogrias






 

Een Eigen Taaltje - (gastbijdrage dl. 4)

' Roosje' is de bij vrienden en familie meer gebruikte naam, en ook de on-line identiteit van Dina Kalogrias, een tweede-generatie Griekse uit de Limburgse mijnstreek, die in haar reacties op verscheidene Griekenland-blogs vaak uitgebreid en raak uit de hoek komt. “Als ze het dan toch allemaal zo goed weet”, dacht ik een tijdje geleden, “waarom leen ik haar dan niet voor enkele weken mijn forum uit, dan kan ze eens uitgebreid vertellen” . Vandaar het idee om Roosje middels een aantal bijdragen aan het woord te laten over 'de omgekeerde migratie', niet de Belgen in Griekenland, dus, maar de Grieken in België, en hoe dat zoal meevalt.


Vandaag de vierde bijdrage. De volgende en laatste bijdrage volgt in de loop van de komende dagen. De eerdere bijdragen vindt u door een beetje naar beneden te scrollen.


De omgekeerde migratie’: een eigen taaltje


Door Dina Kalogrias


Rond mijn veertiende trad er een eeneiige tweeling toe tot onze jeugdbeweging.

Twee ranke, knappe grieten, intelligent, welbespraakt, vlot en sociaal. Als de uitdrukking “als twee druppels water” op iemand van toepassing was, was het wel op hen! Wat deze meisjes op een unieke wijze verbond, was hun manier van communiceren. Van jongs af hadden ze een eigen taaltje, dat zeer grappig klonk, maar niemand begreep. Het was hun onder-ons-taaltje.


Ook wij ontwikkelden thuis ons eigen taaltje: een mix van Nederlands, met Limburgs-Vlaamse invloeden enerzijds en Grieks anderzijds, dat ook nog eens afweek van ons dorpsdialect. Als kind vormden we woorden, die onze ouders, als ze met óns spraken, overnamen, waardoor die woorden op den duur een eigen leven gingen leiden. Het was vaak zelfs zo dat een woord gerelateerd werd aan één van de kinderen. Een buitenstaander zou er niets van begrijpen. Maar wij verstonden elkaar perfect!


Op de vijftigste huwelijksverjaardag van mijn ouders organiseerden we met z’n allen een verrassingsfeestje. Gangbaar is het niet in de Griekse cultuur om voor een gouden jubileum een heus familiefeest te organiseren, zoals dat in de Belgische cultuur gebruikelijk is. Maar het leek ons, na al de jaren van hard labeur, leuk om onze ouders in hun oude dag eens in de bloemetjes te zetten. Voor die gelegenheid maakten we een ludiek ‘rap’liedje, waarin we een aantal typische uitdrukkingen en woorden van onze familie verwerkten; een hip-hop-lied dat de kleinkinderen als verrassing ten berde brachten op het gouden jubileum van hun papoe en yaya. Hilariteit ten top!!! Alleen ons moeder lachte wat groen, omdat ze het altijd al ongehoord had gevonden dat we dialect spraken en het nu ook nog eens aan de kleinkinderen leerden.


Eigenlijk is dat taaltje niet voor publicatie vatbaar en de clou gaat voorbij aan wie geen Grieks kent, maar ik herinner me levendig de anekdote uit een artikel of reactie van @Hans waarin hij zijn dochtertje citeerde met “mag ik op dit knopje ‘patissen’?” (πατίσω = patiso = in de betekenis van ergens op drukken of duwen). Ik schoot spontaan in de lach toen ik dit las; het was zo herkenbaar, aandoenlijk en grappig tegelijk... over ‘omgekeerde migratie’ gesproken!

Daarom dan toch maar, voor linguïsten en liefhebbers van taal in het algemeen of de ontwikkeling van een eigen taaltje in het bijzonder, hieronder een greep uit ons zelf gebrouwd lexicon (fonetisch):


 

De Derde Generatie en Identiteit - (gastbijdrage dl. 3)

' Roosje' is de bij vrienden en familie meer gebruikte naam, en ook de on-line identiteit van Dina Kalogrias, een tweede-generatie Griekse uit de Limburgse mijnstreek, die in haar reacties op verscheidene Griekenland-blogs vaak uitgebreid en raak uit de hoek komt. “Als ze het dan toch allemaal zo goed weet”, dacht ik een tijdje geleden, “waarom leen ik haar dan niet voor enkele weken mijn forum uit, dan kan ze eens uitgebreid vertellen” . Vandaar het idee om Roosje middels een aantal bijdragen aan het woord te laten over 'de omgekeerde migratie', niet de Belgen in Griekenland, dus, maar de Grieken in België, en hoe dat zoal meevalt.


Vandaag de derde bijdrage. De volgende bijdragen volgen in de loop van de komende dagen en weken. De eerste twee bijdragen vindt u door een beetje naar beneden te scrollen.


De omgekeerde migratie’: de derde generatie en identiteit


Geschreven door Dina Kalogrias


Niet zo lang geleden was het nog heet van de naald: de Vlaming die op zoek is naar een eigen identiteit en ze maar niet kan vinden.

Ik kan er maar niet bij, bij de oeverloze communautaire strijd in dit landje en het feit dat Vlamingen nog steeds niet hun eigen culturele identiteit willen zien en/of kunnen vinden.


Alhoewel ik ben opgegroeid in twee verschillende culturen, heb ik nooit het gevoel gehad dat ik “op zoek” was/ben naar een identiteit.

Wellicht is het niet voor iedereen zo gelopen, wellicht hebben andere Grieken andere ervaringen en hebben ze wel een soort van (culturele) identiteitscrisis gehad.

Mogelijk heeft mijn perceptie te maken met het feit dat ik een inwoner ben van de Limburgse mijnstreek. Voor de Limburger is het allemaal zó evident dat we er niet bij stilstaan wat voor een mengelmoes van culturen het hier is in het dagdagelijkse leven en hoezeer het dagelijkse doen en laten van de Limburgers doordrongen is ervan; breng Belgen (Limburgers) in contact met andere culturen en ze zijn de meest joviale mensen, die zich soms met wat moeite aanpassen aan ‘nieuwe’ dingen, maar er vaak met een gulle lach voor open staan. Enkele jaren geleden werden we uitgenodigd op een scoutsfuif in Vlaams-Brabant. Na een tijdje hadden we pas door waarom we ons wat ongemakkelijk voelden; we zeiden bijna gelijktijdig tegen mekaar: “Het is hier zo Vlaams hè?!”. Er was geen één allochtoon te bespeuren. Een zeer vreemd beeld. De stijl, het taalgebruik, de looks, de algehele sfeer... het was zo kleurloos, zo monotoon. Een vreemde gewaarwording. Zoiets is onbestaande in de Limburgse mijnstreek.


Ik denk dat dit gegeven voor de derde generatie een belangrijke rol speelt, in hun zoektocht naar een eigen identiteit. Ik ben blij dat mijn kinderen (3de generatie, fourth culture kids?) hier, in Limburg, zijn opgegroeid en de voor- en nadelen van het samenleven met andere nationaliteitsgroepen aan den lijve hebben ondervonden. En ja hoor, ook zij geven regelmatig commentaar op de typisch Vlaamse hebbelijkheden van hun grootouders net zoals ze scherp zijn voor hun papoe (παππού of ‘opa’ in ’t Grieks) met zijn ‘onbezonnen’ gedrag, voor de luidruchtigheid en het gediscussieer van hun moeder en haar familie, voor sommige gedragingen van hun allochtone vrienden en klasgenoten... Doch, vaak slaan ze de nagel op de kop, net omdàt ze het niet “uit de boekskes” hebben, maar dagelijks te maken hebben met medeleerlingen, vrienden, buren en kennissen van andere nationaliteiten en met andere gewoonten, dag in dag uit samenleven met mensen uit andere culturen.


 

Third Culture Kids: Vreemd Pak in Vertrouwd Papier (gastbijdrage pt. 2)

'Roosje' is de bij vrienden en familie meer gebruikte naam, en ook de on-line identiteit van Dina Kalogrias, een tweede-generatie Griekse uit de Limburgse mijnstreek, die in haar reacties op verscheidene Griekenland-blogs vaak uitgebreid en raak uit de hoek komt. “Als ze het dan toch allemaal zo goed weet”, dacht ik een tijdje geleden, “waarom leen ik haar dan niet voor enkele weken mijn forum uit, dan kan ze eens uitgebreid vertellen” . Vandaar het idee om Roosje middels een aantal bijdragen aan het woord te laten over 'de omgekeerde migratie', niet de Belgen in Griekenland, dus, maar de Grieken in België, en hoe dat zoal meevalt.

Vandaag de tweede bijdrage. De volgende bijdragen volgen in de loop van de komende dagen en weken. De eerste bijdrage vindt u als u verder naar beneden scrollt.


De omgekeerde migratie’: Third Culture Kids: Vreemd Pak in Vertrouwd Papier


Bijdrage door Dina Kalogrias


Een gewezen vriend vroeg mij ooit of ik me niet gevangen voelde tussen twee culturen.

Vreemde vraag vond ik dat. Weliswaar waren mijn ouders, die mij moesten klaarstomen voor de wereld, zelf niet al te vertrouwd met hun omgeving, terwijl de wereld waar ze wel vertrouwd mee waren, duizenden kilometers en vele jaren van hen en van ons verwijderd was. Maar “gevangen tussen twee culturen”...!?

Ik vond het als klein meisje wel eens vervelend als ik naar een verjaardagsfeestje mocht van een Belgisch vriendinnetje en iedereen een mooi cadeautje bij had voor de jarige, terwijl ik daar stond met een doos koekjes, door mijn moeder zorgvuldig in cadeaupapier gedraaid, maar kon het wel plaatsen; ik wist dat mijn moeder dat met veel liefde had gedaan en het in haar denken al een grote geste was om die koekjes te kopen voor een voor haar ongekende gelegenheid.  

Zo ook houdt mijn levensgezel me altijd voor dat ik geen affiniteit heb met heel het gedoe rond Sinterklaas. Brieven worden geschreven, lijstjes gemaakt, liedjes gezongen, schoentjes gezet... voor mij was dit allemaal nieuw, toen ik moeder werd; ik had nooit een voorbeeldfunctie gehad in deze ouderrol: je kinderen jarenlang wijsmaken dat ze moeten geloven in de Heiligheid van een Verklede Man... Als kind al vond ik het wat vreemd dat al mijn klasgenoten geloofden in een man met pruik op en een vlassen baard. Dat hij niet ècht was, had ik in elk geval vrij snel door. In mijn kinderlijke logica rijmde het niet dat hij voor alle kinderen, uitgezonderd voor mij, speelgoed en allerhande dure spullen bracht. Voor mij was het tóen al een uitgemaakte zaak: hun ouders zaten hier voor iets tussen!

Maar kind in België was ik wel, want tegelijk flitsen er flashbacks door mijn hoofd dat Hij, de Belgische Kindervriend, ook bij ons kwam; en op die bangelijke, spannende momenten waarop ik in de vooravond plots een kletterend geluid hoorde tegen deuren en ramen en ik als de dood was om te gaan kijken, - de bloedstollende opwinding om het idee dat zwarte Piet ongemerkt in ons huis was geweest en als de bliksem weer verdwenen was!, de blijdschap om het snoepgoed (op z’n Grieks waren dat noten en mandarijnen) dat ie –ook bij ons(!)- had gegooid! -, op die momenten was mijn kinderlijke fantasie groot genoeg om de nuchtere reflecties die ik overdag maakte, compleet te verdringen. Wellicht zullen mijn oudste zus of broer hier voor iets tussen hebben gezeten, zoals ze dat vanuit hun positie wel vaker deden.

Ook de filmscènes met ‘de rare Griek’, waarin zij, als oudsten, maar al te vaak een rol kregen toebedeeld, ontbraken niet. Meer dan eens heb ik het verhaal van mijn broer aangehoord over zijn allereerste winkel-ervaring in België: hij ging als kleine jongen, samen met mijn vader, schoenen kopen. Mijn vader zag in een etalage voetbalschoenen (met stalen studs) staan en wilde die met alle geweld voor zijn zoon kopen. Hij had nog nooit in zijn leven zo een degelijke, stevige schoenen gezien! Die zouden vast nooit verslijten! Het vergde veel overredingskracht om mijn vader ervan te overtuigen dat zulke schoenen niet in het dagelijkse leven werden gedragen.

Vervelender werd het als er andere mensen bij betrokken waren, waarbij de kans groot was dat het schaamrood je, als kind zijnde, naar de wangen steeg. Op het strenge lyceum moest de schoolagenda wekelijks worden afgetekend, zodat pa en ma de vooruitgang van hun vlijtige spruiten konden volgen. Maar mijn moeder kon die lettertjes toch niet lezen, laat staan begrijpen wat de leerkracht of ik er de afgelopen week in genoteerd had. Om die reden liet ik haar enkele weken ‘vooruit’ tekenen. Het is me nog steeds een raadsel waarom de klastitularis van het tweede jaar humaniora tijdens een controle op maandagochtend, doorbladerde in mijn agenda en de handtekeningen ontdekte, ook op de lege pagina’s van de komende weken, als voortijdige goedkeuring van weken ... niets...


 

Omgekeerde Migratie - Gastbijdrage Pt. 1: "Tijd in Woorden"

Bijna 10 maanden nu houd ik een blog bij op De Standaard-Online. Eerst voor 'In alle Lidstaten', naar aanleiding van de Europese Verkiezingen in Juni 2009, daarna in de rubriek 'En Nu Even Elders'. Over het leven van Belgen in het buitenland moet die rubriek gaan, er zijn bloggers uit Spanje, Ierland, Nederland, Brazilië, Italië, … Wie leest dat allemaal? Ik weet het ook niet altijd, maar voor Griekenland merk ik dat de lezers voornamelijk uit 3 categorieën komen: Belgen en Nederlanders in Griekenland, Filhelleense Belgen en Nederlanders in België of Nederland, en, dat was voor mij onverwacht, tweede-generatie Grieken in België en Nederland. Dit is natuurlijk niet de enige nederlandstalige blog over Griekenland, er zijn er veel meer; een veelgelezen en becommentarieerde blog is die van Bruno Tersago, mijn voorganger bij 'En Nu Even Elders'. 'Roosje' is de on-line identiteit van Dina Kalogrias, een tweede-generatie Griekse uit de Limburgse mijnstreek, die in haar reacties, zowel op deze blog als op die van Bruno Tersago, vaak uitgebreid en raak uit de hoek komt. “Als ze het dan toch allemaal zo goed weet”, dacht ik een tijdje geleden, “waarom leen ik haar dan niet voor enkele weken mijn forum uit, dan kan ze eens uitgebreid vertellen” . Vandaar het idee om Roosje middels een aantal bijdragen aan het woord te laten over 'de omgekeerde migratie', niet de Belgen in Griekenland, dus, maar de Grieken in België, en hoe dat zoal meevalt.

Vandaag de eerste bijdrage. De volgende bijdragen volgen in de loop van de komende dagen en weken. Daarna kom ik terug. Als ik nog mag...

----                  


De omgekeerde migratie’: tijd in woorden 


Bijdrage door Dina Kalogrias


TIJD IN WOORDEN

Schrijven is het voorbijgaan stopzetten

een enkel woord zegt niets

maar een verhaal vertelt wat de tijd gedaan heeft.”

(Willem Bosma)


Dit citaat kreeg ik ooit doorgestuurd van mijn zus, toen ik haar vertelde dat ik mijn vaders levensverhaal aan het uitschrijven was. De aanleiding daartoe was een schoolwerkje van mijn zoon. Hij moest namelijk een interview afnemen van “iemand waarvoor je respect hebt” en hij had daarvoor zijn papoe (‘παππού’ of ‘opa’ in het Grieks) uitgekozen. Ik was hierdoor aangenaam verrast en wilde graag ingaan op zijn vraag om te vertalen. (Papoe heeft zich het Nederlands nooit helemaal meester gemaakt, en mijn zoon het Grieks niet.) Het uitschrijven ervan kreeg echter een staartje, een lange staart… één avond werden drie avonden… een half jaar werkte ik aan het uitschrijven van het verhaal en de afwerking ervan. Gaandeweg ontdekte ik dat het een waardevol, mooi, bij momenten ontroerend, bij momenten spannend, boeiend, rijk levensverhaal was geworden. Het werd een ‘boek’, een persoonlijk boek, dat ontroert, aan het denken zet, leesplezier schenkt.


Tijdens het beluisteren van mijn vaders levensverhaal, hoorde ik flarden van verhalen die ik in het verleden wel eens had opgevangen, maar ook kwamen belevenissen en ervaringen naar boven waar ik nooit enig vermoeden van had gehad. En ik vroeg me af: wat weten kinderen eigenlijk over hun ouders? Kinderen blijven immer hun ouders als hun vader of moeder zien, duwen ze altijd in de ouderrol. En vergeten, of willen niet weten dat een ouder ooit géén ouder was, maar een eigen identiteit had, een eigen ik -persoonlijke ervaringen, eigen kinderjaren, onafhankelijke jeugdjaren, autonome gevoelens, op zichzelf bestaande gedachten-, kortom een eigen leven leidde. En dat die ouder dat verleden altijd meedraagt, dat dat verleden hem/haar maakt tot wat hij/zij is geworden en dus onvermijdelijk tot wat het kind zelf geworden is en nog verder zal worden. Realiseren kinderen zich dat?


In ons geval stelt deze vraag zich nog scherper: Grieken van de eerste generatie hebben de tweede wereldoorlog meegemaakt én de daaropvolgende burgeroorlog in eigen land; hun migratie naar een ver land kwam daar nog eens bovenop. Realiseren kinderen van Griekse afkomst zich dat?


Kinderen van migranten zijn fysiek afgesloten van hun geschiedenis, de enige link zijn hun ouders, en hun familie eventueel. Hoe kunnen zij iets van hun afkomst leren, anders dan door de verhalen van hun ouders, de manier van opvoeden, van denken, van leven?


Ik ben zo een kind, een dochter van Griekse immigranten. Niet geboren in Griekenland, maar in België, in Limburg. In Griekenland: de dochter van emigranten, in België: de dochter van immigranten. Daar bestaat zelfs een term voor: ‘Third Culture Kid’ (TCK) (http://en.wikipedia.org/wiki/Third_culture_kid). Want uiteindelijk ben ik geen emigrant en ook niet een immigrant, aangezien ik hier het levenslicht heb gezien.


Als TCK’s gingen wij mee naar de Griekse mis, maar vonden dat best leuk omdat we buiten mochten spelen en babbelen in de kerk. We gingen mee naar familiefeesten en Griekse avonden. Dat was evident. Net als ik het evident vond om me als puber daarvan los te maken, mijn eigen weg te gaan, mijn eigen leven uit te bouwen: ik zocht mijn eigen vriendenkring op, luisterde naar “Westerse” muziek, kwam in aanraking met dezelfde én andere waarden, ging naar fuiven, liep school in het katholiek onderwijs, groeide buitenshuis op in een Nederlandstalige, westerse cultuur, leerde Nederlandstalige poëzie en theater appreciëren, …


Pas als ruime dertiger stelde ik vast dat vrienden en kennissen eigenlijk al die jaren zo goed als niets afwisten van mijn roots en ging ik me meer vragen stellen over mijn Griekse wortels, kwam de sluimerende nood aan kennis over mijn afkomst naar boven, waardoor ik Griekse cultuur op een andere manier ontdekte en er een rijke wereld voor me open ging en nog steeds open blijft gaan. Het is een indrukwekkend avontuur doorheen de culturele en historische rijkdom, waardoor je alles beetje bij beetje beter gaat begrijpen en de puzzelstukjes langzaam maar zeker op z’n plaats komen te liggen.


Toen Hans derhalve zijn voorstel voor een bijdrage op zijn blog over de ‘omgekeerde migratie’ lanceerde, werd ik heen en weer geslingerd tussen een gevoelsmatige weerstand (ik ben immers geen ‘schrijver’) en de ratio die me zegt dat dit best wel een interessante invalshoek is voor een breder publiek.


Over de migratiegeschiedenis van de (Griekse) mijnwerkers in de Limburgse mijnstreek bestaan er genoeg geschiedkundige boeken en kan eenieder terecht op informatieve websites.

(Bijv.http://nl.wikipedia.org/wiki/Kempens_steenkoolbekken http://nl.wikipedia.org/wiki/Steenkool , http://users.skynet.be/spf/socio.htm#Steenkool http://openlibrary.org/b/OL2425163M/In_de_mijn_is_iedereen_zwart .)

Mijn vaders levensverhaal heeft me echter geleerd dat de orale overlevering van de belevenissen van de Grieken in de Limburgse mijnstreek cultureel maar ook sociaal, historisch en economisch erfgoed is. Dit mag niet verloren gaan!


Bovendien stopt de migratie niet bij die eerste generatie, al gaat men daar maar al te vaak van uit. Ze werkt door, tot de twee generatie, de derde... en gelukkig maar.  Vandaar dat de rede het uiteindelijk won van mijn twijfels.


In het kielzog van mijn vader(s levensverhaal) zal ik dan ook NIET ‘de geschiedenis van de (omgekeerde) migratie’ belichten, maar mijn praktijkervaringen delen als tweede-generatie-kind. Geen data, geen feitelijke gegevens, geen historische omkadering (de Griekse burgeroorlogen, de migratiegolven, de mijnen...); voor mij primeert de mens achter het verhaal. Daarom heb ik gekozen voor een persoonlijk verhaal; mijn persoonlijk verhaal, doorspekt met anekdotes en concrete voorvallen uit mijn jeugdjaren, bekeken vanuit de ogen van een migrantenkind: de subjectieve beleving als mijnwerkersdochter van een Griekse immigrant.


Misschien dat het de geïnteresseerde lezer een piepkleine meerwaarde biedt aan zijn kijk op het leven.


Dina Kalogrias



 

Kindergeld

In mijn vorige bijdrage had ik het over de massale overcreditering van de Griekse huishoudens. De televisie zou niet zijn wat ze is, als ze daar niet een formatje had uitgeslagen; zo kunnen we nu elke donderdagavond, nootjes en pintje bij de hand, genieten van 'Voor Uw Rekening', een soort realityshow waarin een sympathiek en bezorgd kijkend boekhouderstype op bezoek gaat bij mensen of families die veelal zelf niet meer precies weten hoeveel ze aan wie moeten en waarom, en in welke volgorde. Altijd is het veel meer dan ze zelf in gedachten hadden. De totstandkoming van de de puinhoop wordt steevast uitgebreid behandeld, waarna de boekhouder gewoonlijk met een halfslachtige oplossing een vlammetje van hoop probeert op te wekken. Soms echter zijn de gedupeerden niet echt insolvabel, maar beseffen ze nog niet goed dat ze om uit de schulden te geraken, iets zullen moeten verkopen dat hen dierbaar is. Hun huis bijvoorbeeld, of hun boot. De boekhouder legt hen dat dan uit, met zachte stem en de door het format vereiste frons.


Ik kijk er graag naar, wellicht appeleert het aan een primitief overlevingsinstinct. Enkele weken geleden barstte mijn vrouw, Griekse, plots in lachen uit toen de boekhouder zijn oplossing voorlegde aan een dame van middelbare leeftijd, die veel luxe had gekend, maar zowat alles kwijt was gespeeld na de dood van haar man. Om precies te zijn: ze had gewoon dezelfde levensstijl aangehouden als toen haar man nog leefde, maar nu met geld van de bank. Dat bleek ook geen onopdroogbare bron, en dus zat ze aan de grond. Ze had nog een donker appartementje in Athene, en een mooi, in stenen en oude stijl gebouwd buitenverblijf met tuin ergens op de buiten. Dat buitenverblijf en nog wat landbouwgronden ernaast had ze van haar ouders geërfd, en was om ongekende reden nog onaangetast door hypotheken of andere lasten die haar status moesten ondersteunen. Dit huis zou ze nu moeten verkopen, deelde de boekhouder haar mee, voorzichtig, fluisterend bijna. En toen het lachsalvo...


"Die Grieken toch... die arme Griekse ouders toch, zelfs na hun dood moeten ze nog betalen voor het leven van hun kinderen!". En het is een feit: Griekse ouders blijven hun leven lang voor hun kinderen zorgen. Zowel met hun tijd als met hun vermogen. Niet alleen verlaten hun kinderen doorgaans pas laat het ouderlijk huis, rond hun vijfenderstigste is zeker niet ongebruikelijk, maar ook ervoor en erna staat alles in het teken van het zorgen voor hun volwassen kinderen.


Een belangrijk aspect hiervan is de zorg voor de kleinkinderen. Waar er gezonde en nabije grootmoeders zijn (grootvaders wordt geen enkele kunde toegeschreven, behalve zeuren, in de weg lopen en betalen), wordt het als volstrekt vanzelfsprekend beschouwd dat die de zorg voor de kleinkinderen op zich nemen; de zonderlinge grootmoeder die dat niet doet, wordt werkelijk met de nek aangekeken, ook door hun eigen kinderen, en nog veel meer door hun schoonkinderen. Die zorg houdt in: voltijdse zorg de eerste drie jaar tijdens de werkuren, zowat alle zaterdagavonden, opvang na de school tot het twaalfde levensjaar, en een groot deel van de schoolvakanties. Ik ken heelwat gevallen waar het nog veel verder gaat, waar de ouders beweren in de week geen tijd te hebben, en hun kinderen bijvoorbeeld enkel in het weekend in huis halen; door de week gaan ze hen dan af en toe bezoeken bij de grootouders, meestal net rond etenstijd.


En dan is er natuurlijk het 'spiti', het huis voor het kind. Het heeft jaren geduurd vooraleer ik werkelijk kon geloven dat het inderdaad een algemeen gebruik is, en niet de dolgedraaide obesessie van enkele zonderlingen, maar het grootste levendoel van volwassen Grieken bestaat erin voor elk van hun kinderen een huis te verwerven, of appartement in de praktijk, of toch minstens 'ne grond'. En dit bij voorkeur natuurlijk vooraleer ze trouwen; dochters hebben hierbij voorrang, het wordt dan 'prika' (bruidsschat) genoemd, maar ik vermoed dat deze bruidsschat niet langer meer in de eerste plaats dient om de onderhoudskosten voor de dochter/bruid te vergoeden, maar wel om dochterlief een buffer te bieden tegen de wispelturigheid van de bruidegom. Maar als het niet voor het huwelijk kan, dan is erna ook nog goed, als elk kind, of toch minstens elke dochter, maar 'een spiti' heeft, dat nog tijdens het leven geschonken kan worden.


De consternatie was dan ook groot toen de regering, in hun niet-aflatende zoektocht naar gemakkelijk te innen geld, aankondigde de belasting op ouderlijke schenkingen drastisch te verhogen. Ze konden niet snel genoeg in cacafonie aankondigen dat de maatregel meteen werd teruggetrokken. De ouderlijke schenking is zowat de hoeksteen van de Griekse familieplanning, die er ongeveer zo moet uitzien: "verwerf onroerend goed en geef aan kinderen - noot aan zelf: niet teveel kinderen maken".


En daadwerkelijk, de Grieken hebben niet veel kinderen. Eentje is normaal, twee wordt al op bravo's en bewondering onthaald, drie is een rariteit, enkel voor de heel armen of de heel rijken. Waar in Belgie, dat zich zo'n zorgen maakt over de vergrijzing, 1,64 kinderen per vrouw geboren worden, is dat in Griekenland amper 1,37 kinderen per vrouw. Twee kinderen per vrouw is doorgaans nodig om de populatie in stand te houden.


Maar het is heel moeilijk in Griekenland om meer dan twee kinderen groot te brengen. Overal kosten kinderen natuurlijk een hoop geld, maar de situatie in Griekenland is toch wel specifiek. Vooreerst is er de geboorte: de grote meerderheid van aanstaande moeders vermijdt de openbare ziekenhuizen, er toch gaan zadelt je met een stigma op. Bovendien zijn de meeste gyneacologen exclusief met een priveziekenhuis verbonden; de meeste Atheense vrouwen bevallen dus in een van de weinige, in een kartel opererende, priveziekenhuizen die zich volledige op geboortes toeleggen, een soort geboortefabrieken dus, met op het gelijkvloers een gemeentelijk registratiekantoor, winkels voor kinderkledij, banken, en diens meer. Afhankelijk van de situatie en de dokter kost een geboorte daar tussen de 4,000 en de 12,000 EURO, als er geen complicaties optreden. Veruit de meeste geboortes gebeuren met keizersnee, naar mijn vermoeden omdat de dokters dat kunnen plannen en ze er veel meer per dag kunnen doen dan bij al dat gewroet en geschreeuw bij natuurlijke geboortes.


Dan is er de opvang van de peuters. Kleuterschool is pas verplicht vanaf 5 jaar, en ook pas vanaf die leeftijd zijn er plaatsen voor elk kind. Voor kinderen jonger dan vijf is er in feite bijna niets: de gemeentes organiseren wel wat, maar de plaatsen zijn heel beperkt, en de kwaliteit vaak ondermaats (1 juf per 30 kinderen bijvoorbeeld). Dit is omdat er wordt vanuit gegaan dat de moeder niet werkt, of er toch minstens een grootmoeder is. Dat is natuurlijk lang niet altijd het geval. Dan blijven er dus twee oplossingen: een oppas in huis halen - tot 2,5 jaar is dit feitelijk de enige mogelijkheid - met een kost van 500 – 900 EURO per maand, afhankelijk van uren, dagen, verzekerd of niet, of een privé-kleuterschool, a rato van gemiddeld zo'n 400 EURO per maand. Die sluiten gewoonlijk wel rond half vier, dus als je later moet werken, moet je voor de extra uren ook nog iemand inhuren voor de opvang. Die 'oppasvrouwen' zijn doorgaans Bulgaars, Georgisch of Albanees uit Noord-Eipirus, de Griekssprekende regio van Albanië. Filippijnsen, zeer in trek als schoonmaaksters, worden hiervoor blijkbaar minder geapprecieerd. Een opkomende groep zijn zwarte dames uit Togo, Ghana of Gambia. Het zou mij evenwel niet verwonderen als blijkt dat de volgende generatie tieners vlotter Bulgaars dan Grieks zou spreken...


Daarna volgen de lagere school en de middelbare school: de openbare scholen zijn gratis. Rond 2 uur zijn ze wel gedaan, dus alweer, na 2 uur, betaalde opvang...


Daar blijft het niet bij: Griekenland kent een bijzonder intrigerend schoolsysteem: waar in België op school de nieuwe leerstof wordt aangeleerd, die dan met huiswerk moet worden ingeoefend, is dit in Griekenland omgekeerd: de ouders moeten thuis aan hun kinderen de nieuwe leerstof aanleren, en op school zou die dan verder worden ingeoefend: het zwaartepunt van het onderwijs ligt dus bij de ouders, de school is in feite maar een soort repetitieruimte en opvang. Ook hier dacht ik weer met een of andere dolgedraaide ouder te maken te hebben toen ik het voor het eerst hoorde, maar vele gesprekken met vele (klagende) ouders later, blijkt het wel degelijk te kloppen. Ongeveer anderhalf tot twee uur per dag per kind besteden de ouders dus aan 'huiswerk'. Uit alle studies blijkt dan ook dat kinderen waarvan een ouder, de moeder dus in de praktijk, niet uit gaat werken, het gemiddeld aanzienlijk beter doen op school dan kinderen van wie beide ouders uit gaan werken. Geheel volgens de locale logica wordt daar dan uit geconcludeerd dat kinderen “de psychologische stabiliteit van een huismoeder” nodig hebben. Dat het schoolsysteem op zijn kop staat, dat heb ik nog niemand horen opperen. “Het is zo”, wordt dan gezegd, en “wat is”, is altijd belangrijk voor de Grieken.”Wat is”, moet blijven.


Waar ook zowat iedereen het over eens is, is dat de openbare scholen de leerlingen niet voldoende klaarstomen voor de Nationale Staatsexamens, die toegang geven tot de universiteiten. Om je kinderen dus wel een kans te geven, moet je ze ofwel inschrijven in een privéschool (kost: 7.000 tot 12.000 EURO per jaar en per kind), ofwel in een 'frontistirio', een soort privéklasjes waar je wordt voorbereid op het specifieke format van de Nationale Staatsexamens; de kost hiervan is mij gelukkig nog onbekend, maar het zal ook wel in de duizenden lopen. Daarnaast volgen de meeste kinderen nog Engels of andere talen in privéschooltjes, ook alweer na de schooluren, en ook alweer met extra kosten.


Na dit alles mag je kind met veel geluk naar de universiteit, waar ze enkele jaren kunnen staken en met molotovs gooien, en de ouders de tijd krijgen om hun schulden af te betalen en iets anders te doen dan huiswerk maken.


En dan is er tenslotte nog het plaatsgebrek. Zowat alle Atheners wonen in een appartement, veelal tussen de 80 en 120 m²: living, badkamer, keuken, 2 tot 3 kleine kamers. Waar zouden ze die drie kinderen nog steken...?


In mijn vorige bijdrage had ik het over de ''poverty trap'. Ik zou hier het begrip 'Greek fertility trap' willen introduceren: als je in Griekenland meer dan twee kinderen wil grootbrengen die evenveel kansen op succes hebben als hun leeftijdsgenoten, dan moet een van de ouders thuisblijven, om de uit de pan swingende kosten van de opvang van peuters, kleuters en kinderen te vermijden, en om halve dagen vrij te hebben om je kinderen de nieuwe leerstof aan te leren; evenwel, als een van de ouders thuisblijft, kan het gezin onmogelijk de scholing en opleiding betalen die hun kind gelijke kansen garandeert. Dus houden de meeste gezinnen het op één, ten hoogste twee kinderen.


En daarmee is niemand gediend, al zeker het land niet, en het brengt de volgende paradox naar voren: hoe kan het gebeuren, dat een land dat altijd zo bevreesd is voor externe vijanden, bijna geruisloos zichzelf uitroeit?


 

In de Val - Troje Revisited

Niet enkel het land zelf leeft van dure kredieten, die het alsmaar moeilijker kan vinden en nog veel moeilijker kan afbetalen.  Ook de Griekse huishoudens gaan gebukt onder schulden, afbetalingen en 'toxische' kredietkaarten.

Ik ben schuldenvrij grootgebracht, alvast letterlijk: behalve voor het huis, werden in onze familie geen leningen aangegaan, zelfs onze auto's waren "cash-in-advance". Wat we niet in contanten konden betalen, werd simpelweg niet gekocht.  Toen ik rechten ging studeren, en moest leren over bankkredieten, consumentenkredieten, inpandneming, beslag en allerlei andere slim bedachte constructies waarmee iemand geld kan opdoen dat hij niet heeft, kon ik mij daar geen enkele voorstelling bij maken.  Ik kon dat wel leren allemaal, maar waar het eigenlijk over ging, de realiteit achter de lettertjes, daar had ik geen idee van.

Met echte schulden kwam ik pas voor het eerst in aanraking toen in als stagiair aan de Balie van Brussel mijn zogenaamde 'pro deo's' moest doen: verplichte bijstand aan mensen die beweren geen serieuze advocaat te kunnen betalen.  En plots zat ik daar met een legertje overgecrediteerden, mensen van alle slag, jong en oud, alleenstaand en met gezinnen, brusseleirs en marokkanen.  Sommigen hadden veel pech gehad in hun leven, maar de meesten waren er toch min of meer door eigen toedoen ingerold, hadden de kleine lettertjes niet willen lezen, hadden het gevaar niet ingezien van lening op lening, hadden zich laten verleiden door de beloftes van de woekeraars die toen zo agressief reclame maakten in de Brusselse metro's, of hadden zich een kredietkaart laten aansmeren door de Innovation, wellicht een van de eerste retailers met een eigen krediet voor kopen op afbetaling. 

Wat moest ik ermee, met al die mensen, met al die verhalen van ellende, vocht op de muren, verstopt achter al die nieuwe electro die nog niet was afbetaald, van kinderen die worden uitgelachen met hun versleten schoenen, en dus maar meteen de nieuwste en duurste moesten.  Ik schreef brieven naar de schuldeisers, "Geachte, ik schrijf u als raadsman van ... aub scheld de schulden kwijt, of de intresten, we zullen 80 frank per maand afbetalen...".  Tja, ... wat had je gedacht, vaak kregen we er in de antwoorden nog wat dreigementen van beslag bovenop, vooral als we gesuggereerd hadden dat hun praktijken de toenmalige wetgeving overtraden.  Mijn taak werd leuker toen in Belgie de Wet op de Collectieve Schuldenregeling van kracht werd: toen hoorde ik van de schuldeisers niets meer na mijn verzoekschriften bij de Beslagrechter.  Verdwaasd, in snelheid gepakt.  Maar of het mijn clienten werkelijk geholpen heeft, dat weet ik niet, ik denk dat zij toch vooral een ander soort hulp en aandacht nodig hadden, die ze bij de Beslagrechter wellicht niet konden vinden, en bij hun advocaat ook al niet.

Maar in Griekenland trok ik pas echt grote ogen.  Waar de overcreditering in Belgie, naar mijn aanvoelen althans, vooral beperkt was tot sociaal zwakkere groepen, mensen zonder al te veel opleiding of kritische zin, gemakkelijk te manipuleren, zo bleek het actief verzamelen van allerhande leningen en kredietkaarten een soort nationale hobby in Griekenland, een obsessie bijna...  De agressieve reclame voor kredieten was overal, op alle mogelijke manieren werd geprobeerd geld in je handen te duwen, vaak werd ik opgebeld door een of andere bank met de mededeling dat mijn krediet was goedgekeurd en ze op mij wachtten in het filiaal, of werden mij thuis kredietkaarten met code opgestuurd, met een goedgekeurde kredietlijn erbij.  En reken maar dat de Grieken gretig gebruik maakten van die nieuwe vorm van welvaart: snel geld zonder moeite, met zorgen in uitgesteld relais: het appeleert aan een diepgeworteld Grieks verlangen.  Speciale leningen werden ontworpen: reisleningen, trouwleningen, doopleningen, kerstleningen, begin-van-schooljaarleningen, ... zoals waspoeder natuurlijk: allemaal van dezelfde makelij, maar met een ander merk erop.  Ook zowat alle goederen werden op afbetaling aangeboden, niet enkel de klassieke electro, maar ook bijvoorbeeld kledij, keukengerei of olijfbomen voor in de tuintjes.  Een ding hadden ze allemaal gemeen: de intresten schommelden tot tegen de 20%, de contracten voorzagen allerhande verhogingen, boetes en schadevergoedingen, intrest op intrest, en zelf automatische verhogingen van het geleende kapitaal...

Het gevolg is evident: massale overcreditering, massaal onvermogen om al die leningen terug te betalen, massale inbeslagnames, ellende, levens bedolven onder een berg van schulden, gedevalueerde dromen.

Ik ben lang van mening geweest dat die mensen al bij al kregen wat ze verdienden, de dwazeriken.  "Ga dan werk zoeken en betaal je schulden af, in plaats van hier een gratis advocaat te misbruiken voor uw typewerk".  Maar ik heb dat oordeel toch wat gemilderd - is het de leeftijd, een soort 'wijsheid' godbetert, of het evidente inzicht dat "it doesn't take much for a man to see his whole life go down, to look up to the world from a hole in the ground"...(Bob Dylan - Only a Hobo)?  Er zijn nu eenmaal mensen die geen kans maken, voor wie het leven in deze tijd gewoonweg te complex is, te verraderlijk, die het simpelweg allemaal niet kunnen bevatten, de lettertjes niet begrijpen, de valkuilen niet zien.  Zij zijn een al te gemakkelijke prooi voor die genadeloze, georganiseerde en berekende uitbuiting, en de schuld - in beide betekenissen, lijkt mij dan toch minstens gedeeld.

De 'poverty trap' is de situatie waarin een arme werkloze niet wordt aangespoord om zijn situatie te verbeteren door werk te zoeken, omdat werk zijn situatie in feite niet verbetert.  Dit kan zich voordoen in welvaartsstaten, waar bijvoorbeeld de uitkering en andere voordelen die een werkloze krijgt (reductie op bus, trein, advocaten, ...) niet al te veel minder is dan het minimumloon, zodat zijn situatie er, na aftrek van de kosten om te gaan werken (kinderopvang, transport, stress ...), niet veel op vooruit zou gaan door effectief te gaan werken.  Dus werkt hij niet en kost hij geld aan de samenleving, waar hij zonder die 'poverty trap' zou bijdragen via zijn arbeid.  Op een ander niveau doet de poverty trap zich ook voor in Griekenland: met een minimumloon van 700-800 EURO, vaak onverzekerd, in een slecht gereguleerde arbeidsmarkt, met daarbovenop de extra kosten van transport, kledij, kinderopvang, ... daarmee kom je niet ver.  Dan blijf je beter thuis.  De uitgestoken, geopende hand van die vriendelijke mijnheer van de bank, die je zomaar centen aanbiedt, is dan wellicht een aanlokkelijk alternatief.

Nochtans zou je wel anders verwachten van die sluwe Grieken, die zo prat gaan op hun grootse geschiedenis;  dat Paard van Troje, dat prachtige geschenk met zijn vernietigende lading, hadden ze dat niet zelf ineengeknutseld?


 

Kop Omhoog, Borsten Vooruit!

"Julia Alexandratou zal haar nieuwe borsten tonen in avant-premiere in het volgende nummer van ...".  Het was op de autoradio, en door de verrassing  van deze mededeling heb ik niet gehoord in welk het tijdschrift het was.  Niet getreurd, na de avant-premiere volgt ongetwijfeld de openbaring aan het brede publiek.   Als ik me niet vergis, was de aanschaf van dat nieuwe stel ook het voorwerp van een 'making of'  realityshow op televisie, of was dat paar voor iemand anders bestemd?  

JuliaAlexandratou Griekenland mag dan wel bekend staan als eerder conservatief of preuts - als er ergens een combinatie bloot/kerk of bloot/vlag opduikt, kan je rekenen op straatprotest en nationale verontwaardiging -, maar dat betreft toch maar een uitstervende minderheid: bloot in alle andere verschijningsvormen is alomtegenwoordig, net als velerlei vormen van platvloersheid, reality-TV, gossip-shows en paparrazi: de Grieken krijgen er niet genoeg van, ook al zijn de formats vaak gebaseerd op de holland-import van Endemol.  Maar het aankondigen van de avant-premiere van Julia's nieuwe borsten, dat verlegt toch weer ergens een grensje.

Maar goed, het is crisis, voor iedereen bijna, en dus moeten we maar verkopen wat er nog is, onze laatste bezittingen, onze talenten, de kroonjuwelen...

En crisis is het wel degelijk, ook in Griekenland nu.  Waar alles enkele weken geleden nog afgedaan werd als een complot van Europa tegen de Grieken, lijkt het besef dat de situatie ernstig is nu ook doorgedrongen te zijn tot de bevolking.  De sfeer is gelaten, zeker niet uitgelaten. De Minister van Werk kondigde al aan dat zijn kassa leeg is, en de uitbetaling van 'den dop'  dus in gevaar kwam.  Het is ook allemaal zichtbaar op straat, zelfs tijdens de koopjesperiode is het rustig in de winkelstraten.  Een enorme hoeveelheid winkelpanden staat leeg, te huur, te koop, ...  Gisteren moest ik even naar het centrum van Glyfada, en op de wandeling van ongeveer 300 meter van mijn auto naar mijn bestemming, zag ik op zijn minst 15 lege panden, enkele ervan hieronder op de foto's, allemaal winkels die tot enkele weken geleden gewoon open waren. In heel Glyfada, tot niet zolang geleden toch een soort walhalla voor de betere shopper, staan er minstens 50 panden leeg, and counting...

DSCN1227 DSCN1229 DSCN1228 DSCN1234 DSCN1233 DSCN1235 DSCN1232 DSCN1231

Ook het dagelijks leven ontsnapt niet aan de neergang; de winkel in trouwkledij van een vriend van mij, sinds decennia voldoende voor twee families om goed van te leven, staat op de rand van het faillissement:huwelijken worden uitgesteld, jurken geleend, feesten beperkt. Gesprekken, zowel met Grieken als met anderen, gaan steeds meer over de leefbaarheid van het land, de leefbaarheid in het land; iedereen wist natuurlijk al vele jaren dat er veel schortte aan de infrastructuur, het onderwijs, de gezondheidszorg, de algemene modernisering zeg maar, maar er leefde een soort impliciete, onuitgesproken hoop, verwachting zelfs, dat dit langzaam allemaal zou verbeteren, dat de welvaart zou toenemen, de problemen een voor een aangepakt zouden worden, en dat Griekenland werkelijk het soort  'aards paradijs' zou worden dat het in zich draagt.  Maar nu smakt iedereen terug op de grond: de komende 10 jaren zal er niets verbeteren, een status-quo zal al goed zijn: geld voor vooruitgang is er niet, en zal er nog lang niet zijn.  Het was er, maar het is weg, op. Verkwanseld. Gestolen.  Er wordt weer ernstig aan weggaan gedacht, net als 50 jaar geleden.

Premier Giorgos Papandreou, verkozen met beloftes van totale ommeslag, modernisering, transparantie, welvaart, 'Griekenland het Denemarken van het Zuiden', vierde onlangs zijn 'eerste honderd dagen'. 

George

 Hij ziet er al verslagen uit, getergd en ontgoocheld.  Wellicht had hij de totale blokkering van het land onderschat, de blokkering in een web van privileges, verborgen agenda's, kwade trouw en eigenbelang.  Zijn palmares bestaat dan ook uit halve maatregelen, ingetrokken maatregelen, aangekondigde en weer afgevoerde maatregelen, onhandigheden, gestuntel, en een algemeen gebrek aan durf en politieke moed.  En nog voor hij enige echte maatregel heeft genomen, leggen de boeren nu al dagenlang het land plat, zonder tegenstand.  Waarom? Hun subsidies zijn nog niet aangekomen. Dat belooft.

Op zijn 100-dagenviering had hij dan ook niets om te tonen. Zonder praal stond hij daar, naakt.  En het was geen fraai zicht, Giorgos naakt.  Blote George.  Dunne beentjes, verschrompelde spierballetjes, een kiekeborst.

Dat is niet wat hij beloofd had!  Dat is niet wat wij willen!  Wij willen wat beloofd was: een nieuw Griekenland, geen oude kiekeborst, maar een nieuwe, trotse borst, die ons de richting aanwijst, weg uit de crisis.  George, neem een voorbeeld aan Julia, schaf je een nieuwe borst aan, of twee ineens, om de klappen te incasseren, om de richting te wijzen, en toon ze ons, trots en zonder schaamte, in avant-premiere, zo snel mogelijkl!


 

You'll Never Walk Alone

Het was weer een tijdje geleden dat ik nog eens naar Karaiskaki was geweest, een imposante constructie van grijs beton en rood staal, en het stadion van Olympiakos Pireus, de fiere vaandeldrager van het het Griekse voetbal.  Maar zondag was ik er dan toch geraakt, voor de wedstrijd tegen Larissa, een middenmotor uit midden-Griekenland, die wellicht liever thuis was gebleven; weinig Griekse ploegen geraken ongekneusd weg uit Karaiskaki.  Maar er zit tegenwoordig wat sleet op de motor van de 'Thrilos' (legende), het koosnaampje van de club.  Ze hebben zich weliswaar naar de tweede ronde van de Champions League kunnen krasselen, waar Bordeaux al staat te chambreren om hen een flinke kater toe te dienen, maar in de competitie draait het niet echt goed. 


Ziko-7-thumb-large Naar alombekende voetbaltraditie wordt dat dan toegeschreven aan de coach, in dit geval de Braziliaanse levende legende Ziko, een wereldvoetballer uit de jaren  '70 en '80, die op zijn beurt de vervanger was van een andere coach, die op verzoek van de spelers al begin september de laan was uitgestuurd.  En Ziko staat onder druk.  Zijn nakend ontslag was al dagen voorpagina-nieuws.  

Maar zondag was ook gewoon een prachtige dag, met een felblauwe hemel, stralende zon, en temperaturen rond de 20 graden.  En wie op korte tijd Griekenland - of de Grieken -  wil ontdekken, die moet ook maar eens een zondag doorbrengen in en rond het Karaiskakistadion, heel wat Grieksheid komt er samen.

Ik was al ruim op voorhand daar, om nog wat te keuvelen met Nikos, die ik ook alweer een tijdje niet meer gezien had.  'Om koffie te drinken', heet dat dan.  Grieken zullen overdag, en zelfs in de vooravond voor 22u, zelden een pintje of een glaasje drinken.  Grieken drinken koffie: filterkoffie, frape, espresso,  espresso fredo, capuccino, capuccino fredo, moccacino, en alle andere drankjes waar koffie in zit, behalve Griekse koffie; dat laatste is voorbehouden aan de papoudes in de kafeneia, die drankgelegenheden met TL-verlichting en kaarttafels.

Uiteraard was Nikos niet alleen.  Zijn vader was erbij, en zijn broer.  En ook nog Takis en Fotis, twee vrienden van Nikos, en zelf ook weer broers.  Het is een cliche, maar het is ook waar: Grieken hebben sterke familiebanden; ouders en kinderen, zelfs als ze al volwassen zijn, gaan samen op reis, op stap, op restaurant, naar de bouzoukia, en als het even kan, gaan de kleinkinderen ook mee.  Ter uitbreiding mogen ook de koumparoi mee (zie eerdere blog).  Daar stonden we dan: Nikos, Nikos' vader,  Nikos' broer, Takis (Nikos is peter van diens tweeling), Fotis (broer van Takis) en ik (Nikos is een koumparos van mij); ik maak me sterk dat heel het stadion volzat met dergelijke formeel gelinkte groepjes, over de generaties heen.

"hier, kom hier, hoeveel geven ze u? ik geef het dubbele voor vijf van die broden.  Kom hier of moet ik ze komen halen?  Hier is het geld, pak het dan, het dubbele zeg ik toch" - "wat?  gij moogt alleen aan mij leveren, anders koop ik niks meer van u, geen Euro meer krijgt ge, verstaat ge, hier... gvd 'tis nie waar he?".  Het was wel waar.  De broodjesleverancier van de worstenkraam achter ons verkocht zijn zak met broodjes aan het kraam ernaast, voor het dubbele.  Alles is te koop, en alles is te onderhandelen.  De Grieken zijn geen grote producenten, ze vervaardigen niet veel, ze bouwen geen grote industriele groepen uit;  het zijn traders, handelaars, mannen en vrouwen van de korte transactie, de lucratieve deal.  De hoogste bieder wint.  De overeenkomst met de andere?  ach, dat lossen we wel op.

"Stomme trut, snijden had ik toch gezegd? Doorsnijden, of moet ik die groenten in uw kop komen steken".  Vijf minuten na zijn broodjesslag, zat hij alweer zonder brood.  Hij deelde zijn vrouw mee dat ze mocht verdergaan met het groenten snijden.  Het was luid, onbeschoft, en onbeschaamd.  De vrouw zweeg en sneed.  Overdreven vormelijkheid is aan de Grieken niet besteed; naar Vlaamse normen, waar bescheidenheid en kop-in-kas als leuzes in de vlag zouden mogen (welke humorist heeft er ooit aan die leeuw gedacht?), zijn Grieken meestal ronduit onbeleefd, nors, onvriendelijk en bruut, al klaart dat allemaal wel op als ze je kennen.  Griekenland is ook, alweer zoals het cliche het wil, erg macho: de man is de baas, de vrouw luistert; zelfs bij jongere generaties is dat verrassend vaak het model.

De man stond nu vlak achter ons iets in zijn GSM te roepen.  Enkele minuten later kwam er een brommertje door de menigte gestoven, met een bak vol broodjes.   Grieken zijn fixers, regelaars, oplossers.  Als alle hoop verloren lijkt, de chaos kompleet, de paniek op een hoogtepunt, dan is de Griek op zijn best, dat is zijn biotoop: dan schiet hij in gang, rammelt aan zijn netwerk, brult door de telefoon, en de redding is nabij.  Waar wij soms nachten wakker liggen om alles tot in de puntjes te regelen en alle mogelijk onheil te voorkomen, gaat de Griek gewoon koffie drinken en nog wat rusten: actie is pas vereist als de problemen zich manifesteren.  Soms vermoed ik kwade wil, vooral als het scenario voorspelbaar is, maar meer en meer begin ik te beseffen dat ze het vaak echt niet zien aankomen, en gewoon rekenen op hun 'oploskunde'.

Image104

 Tijd om binnen te gaan, dan maar.  Er is niet zoveel volk.  Als het niet goed gaat, verliest de Griek al gauw zijn zelfvertrouwen, en haakt hij af.  "Wij zijn echt om mee te lachen", zegt Fotis.  "Ja, de idiootsten van allemaal", gromt Takis.  "Zo is het", aldus Nikos' vader, die op zijn leeftijd toch beter zou moeten weten, en nadat Olympiakos 12 titels heeft gewonnen in 13 jaar...

De stoeltjes zijn genummerd, en aangezien Nikos en zijn vader alle thuismatchen bijwonen met hun abonnement, kennen ze iedereen die bij ons in de buurt zit.  Een echte 'yeitonia', buurt, zeg maar.  Sommigen zitten, anderen staan, iedereen praat met iedereen, over Ziko vooral, maar ook over een andere vriend van Nikos, wiens vrouw twee dagen eerder bevallen was. "Ha, dan heeft hij de wedstrijd tegen AEK toch nog gehaald", iedereen opgelucht.  Grieken mogen dan al vaak nogal nors overkomen, in feite hebben ze een grote behoefte aan een  'yeitonia', een vertrouwde buurt, een dorpje, een pleintje, een kafeneio.  Wat geiten, een fetaboer, vrouwen in het zwart.  Reclamespots spelen er vaak op in, en soms komt het plots naar buiten: in de bus, aan de kassa's in de supermarkt, in de wachtzaal bij de dokter, dan breekt er een spontane groepsdiscussie los tussen onbekenden, die urenlang kan duren.  Het stadion is de plek bij uitstek.

Iedereen heeft een mening:  het is de schuld van Ziko,  hij had voor een 4-4-2 moeten kiezen, een andere linksachter misschien, heeft de Voorzitter wel goed ingekocht, ze trainen niet goed, ...  'Ik weet niet', 'misschien' of 'enerzijds, anderzijds': daar moet je in Griekenland niet mee afkomen: je mening moet absoluut zijn, en verdedigd worden tot het einde van de discussie; toegeven is uiteraard verboden.

De spelers komen op, iedereen recht, de namen worden afgeroepen, 'ole' bij elke speler;  "en onze coach, ZIKO!" ...  "woewoewoewoewoewoe' klinkt het massaal van bij Gate 7, de harde fans, de 'spionkop', een fluitconcert voor Ziko.  Algauw scandeert een ander deel van de supporters zijn naam, om hem te steunen.  Het evidente is gebeurd: polarisering.  Als het even kan, delen de Grieken zich op in twee kampen, die elkaar dan hardnekkig en fanatiek bestrijden.  In elke vereniging, club, organisatie of waar dan ook, alles valt altijd uiteen in twee kampen.  De oplossing ligt al evenzeer voor de hand, een gemeenschappelijke vijand: Skopje, Turkijke, de EU.  Of Panathinaikos: "Poutanas Gioi, Panathinaikoi", klinkt het algauw door heel het stadion, aangevuurd door Gate 7.  Vertaling is niet nodig, veronderstel ik.

De eenheid weer gered dus.  Niet zozeer omdat Gate 7 tot compromissen bereid is.  Een compromis is in Griekenland een zwaktebod.  Maar wel omdat Gate 7, de georganiseerde harde fans, afhankelijk zijn.  De supportersclubs worden gefinancierd door de voetbalclub, en hun leiders worden tewerkgesteld in de club, of in bedrijven van de voorzitters;  als ze iets mispeuteren, betaalt de club hun advocaten.  De leiders van de supportersclubs krijgen dan een megafoon, en gaan vooraan in Gate 7 voorzeggen wat er gescandeerd moet worden.  Zo wordt de orde afgekocht.  Vele zaken werken zo in Griekenland.  Bijvoorbeeld, en helaas, ook veel media: in ruil voor gunsten van politici of andere machthebbers, bijvoorbeeld werk voor een zoon of dochter, worden feiten vermeld, weggelaten, verdraaid, uit hun context gehaald, etc...  Grieken zien overal complotten, ze zijn werkelijk buitensporig wantrouwig, maar dikwijls is het ook terecht: veel van wat je ziet, is niet echt wat je ziet.  'Aan wie behoort hij toe?', is een veelgehoorde vraag.

De keerzijde is dat die leiders dan ook op hun beurt veelal afhankelijk zijn van die relatie.  Als de 'begunstigden' hun kar keren, is het met hun leiderschap vaak snel gedaan.  Griekenland hangt aaneen van groepen met elk hun eigen priviliges, eisen, gebruiken.  Elk groepje heeft zijn eigen verloning, bonussen, toelagen, sociale verzekering, belastingsvoordelen, enz...  het is dan ook quasi onmogelijk om een maatregel te nemen die niet minstens enkele van die groepen benadeelt, ten voordele van andere groepen.  En dat steekt natuurlijk, en dus wordt er gestaakt, geprotesteerd, gedreigd, en zo goed als altijd wordt er uiteindelijk toegegeven, en gebeurt er niks.  Ook de nieuwe regering, met goede bedoelingen gestart, lijkt er na 3 maanden al voor bezweken.  In Olympiakos is het bekend dat uiteindelijk Gate 7 het lot van de coach bepaalt.  Het awoertgeroep was dan wel even bezworen, de komende dagen of weken is gewoon het afwikkelen van een aangekondigd ontslag.

Image111 Tijdens de rust is het weer 'yeitonia'.  De heren naast ons vinden dat Ziko moet worden uitgejouwd, zodat hij vrijwillig vertrekt.  De heren voor ons vinden dat dat echt niet door de beugel kan: "Ziko is een Persoonlijkheid, die jouw je niet uit, die moet je respecteren", menen ze.  Wat dan wel, moet hij blijven?  "Neen, hij moet weg, maar gewoon door hem te ontslaan, zonder gejouw, hij verdient respect".  De heren naast ons blijven bij uitjouwen als beste tactiek, maar de heren voor ons krijgen het meeste meeval: Grieken houden van helden, persoonlijkheden.  Ze worden gerespecteerd, herinnerd, als voorbeeld aangehaald, vereerd: Kolokotronis, Bouboulina, Kapodistrias.  Ziko.

Olympiakos wint uiteindelijk met 2-1, na een flauwe vertoning.  Het is een middag met veel licht, een lichte sfeer, onbezorgd, vrolijk.  Ze hebben er talent voor, de Grieken, voor het leven. Ze leven graag, gulzig, vandaag.

Als ik dit schrijf, is Ziko er nog.  Als u dit leest, misschien al niet meer.  Maar dat kan niemand wat schelen.  Dan wachten we gewoon op de nieuwe leider, laten we ons meeslepen door nieuwe beloften, beloften van daadkracht, zeges, bekers, respect voor de kleuren, voor de vlag.  Dan gaan we met zijn allen naar de luchthaven, de nieuwe leider toejuichen als hij voet zet op Griekse bodem, met onze vlaggen, onze liederen, vol geloof en vertrouwen. Bij elke nieuwe coach, bij elke nieuwe premier.

En als ze ons dan weer ontgoochelen, het voorspelbare einde, dan vloeken we ze weer weg, wassen de vlag, en de auto in, naar de luchthaven.


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog