Clairoix, les Conti's, suite et fin?

Zoals ik al eerder op deze blog vertelde over het trieste lot van de met verdwijnen gedoemde bandenfabriek van Continental in bovengenoemde piepkleine plaatsje vlakbij Compiègne, ten noorden van Parijs, in een streek waar nogal wat van onze familie woont, en waartegen het personeel - begrijpelijkerwijs - in opstand kwam, personeelsleden die in heel Frankrijk ondertussen bekend staan als 'les Conti's', zou ik u op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen in deze zaak. Een delegatie van de werknemers had immers in een vlaag van woede om een eerder vonnis dat tegen de arbeiders was uitgesproken de onderprefectuur van Compiègne grondig verbouwd, met zo'n 60,000 euro schade tot gevolg. Vandaag werden een aantal werknemers om deze actie op hun beurt veroordeeld, maar tot voornamelijk voorwaardelijke straffen. De werknemers zijn niettemin woedend en denken eraan om alsnog opnieuw in beroep te gaan.
Deze acties passen in een stramien van acties die overal in Frankrijk plaatshadden en plaatshebben tegen fabrieksluitingen en massale ontslagen. Daarbij werden op verschillende plekken kaderleden en directieleden  van bedrijven gegijzeld. Vandaag was er het zo mogelijk nog straffere geval van de werknemers van een bedrijf in het Zuidwesten van Frankrijk die om de fabriek een keten van butaangasflessen hadden opgesteld en ermee dreigden om indien de ontslagen niet werden ongedaan gemaakt, het hele bedrijf op te blazen. Zover ik het vandaag heb begrepen, is er nu sprake van een billijkere ontslagpremie waarmee de meeste mensen zich zouden kunnen verzoenen. 16,000 euro is inderdaad niet veel om mee verder te moeten, en de woede was dan ook niet helemaal absurd.
Anderzijds maak ik mij ernstig zorgen over de waanzinnige acties die in de komende maanden nog kunnen opdoemen als 'wraak' van werknemers tegen bedrijven. De werkloosheidscijfers die na de zomervakantie worden verwacht zijn wellicht - niet enkel in Frankrijk, maar in heel Europa - nog een stuk erger dan wat we tot nu toe hebben gezien. Wat mogen we dan verwachten? Revolutie? Een arbeidersopstand?
Het is moeilijk om geen sympathie te voelen voor al deze mensen die plots in de ellende zitten, maar zou de reputatie van het land in de internationale bedrijfswereld hier geen blijvende schade door kunnen oplopen? Snijden de werknemers dan niet in eigen vlees?
Het doet mij er vooral aan denken dat Europa na het verkiezingsspelletje rond Barroso nu wel dringend werk moet maken van een gestructureerd plan om Europa economisch terug op de rails te krijgen. Wat mij betreft zouden een aantal werknemersorganisaties vooral daar wat meer druk op de ketel mogen zetten. Geen dom geweld, maar wel een gericht initiatief om de Europese politici wakker te schudden. Het is dringend, jongens. Europa is altijd trots geweest op zijn relatief grotere sociale stabiliteit in verhouding tot vele andere regio's in de wereld. Maar die stabiliteit heeft ook een keerzijde. Wanneer de enorme flexibiliteit van bijvoorbeeld de Amerikaanse economie ervoor zorgt dat de herneming ook vrij snel en soepel verloopt, gaat het in Europa door zijn talloze remmen in  de andere richting ook zoveel trager om de machine terug aan de praat te krijgen.

Hopelijk hebben we dan te maken met bedrijfsleiders en werknemersorganisaties die er samen met verstandige politici in slagen om iedereen toch op dezelfde golflengte te krijgen, die van het algemeen belang. Zowel aan werkgevers als werknemerszijde heeft men tot op heden geen verlicht Frans voorbeeld getoond van wijsheid en samenwerking. Ik heb moeite om te geloven dat Europa nu plots een antwoord kan geven op de dringende noden van vele miljoenen Europeanen. Ik hoop dat ik ongelijk heb.


 

En als Lange Wapper nu eens een windmolen of negen was?

Onze boerderij ligt in de Franse Ardennen, zo'n dertig kilometer Frankrijk in. Ik wilde zeker niet steeds in België blijven, ik wilde er op elke moment wanneer we er zin in hadden weg kunnen vluchten, ook op een willekeurige vrijdagavond. Ik wilde ook niet het zuiden, want dan kom je overal tussen toeristen terecht. Ik haat toeristen en al zeker toerisme. Ik wilde elders deel uitmaken van een plaatselijke gemeenschap, me er wat voor engageren. En ik wilde toch ook wel een stukje avontuur. Twee uur en een kwartier rijden is wat mij betreft niet echt ver, het ziet er helemaal niet uit als de Ardennen (want ik hou niet echt van de Ardennen: ik vind die dennenbossen deprimerend somber), eerder als iets tussen Normandië en midden-Frankrijk, in een streek die door de meeste mensen over het hoofd wordt gezien. Officieel heet het daar de Thièrache Ardennaise, en we zitten op enkele tientallen kilometers van de grens van de Aisne. We zijn er in een woeste 'ik wil uit dit verdomde rotland, België, weg-vlaag' heen gevlucht. Het spijt me maar mijn vrouw, een lieve Française, had er zelfs nooit om gevraagd. Mijn Parisienneke heeft zich altijd perfect aan haar nieuwe landje aangepast. Toen ze klein waren hebben we onze zonen na het raadplegen van boeken daarover in het Nederlands opgevoed. Pas als ze iets groter werden, voegden we er wat Frans aan toe. Ik ken veel Franstaligen in PokkenBelgië die aan deze inspanningen van mijn Parisienneke nog een punt mogen zuigen. Vandaag zijn onze kinderen perfect tweetalig, en op televisie en in de pers zappen wij vrolijk van taal naar taal. Het enige moment wanneer we echt niet naar de Franse televisie kijken is wanneer er een in het Frans gedubde film is te zien. We haten allebei gedubde films. Ondertitels graag. Originele versies. Hoe willen jullie nu anders verdomme andere talen leren? Ook al is het verdorie Tjechisch, dat is toch de couleur locale van een cultuur, deel van haar rijkdom, deel van de rijkdom van zo'n film? Het zit overigens in de familie want de zus van mijn echtgenote heeft lang in Londen gewoond, en haar dochtertje woont daar nu ook en samen met haar Engelse super-bijna-albinoblonde vriendje. En haar broer is met een Corsikaanse getrouwd en qua taal is ook dat toch nog even anders dan het Italiaans en het Frans.

Maar ik wilde dus uit dit rotland weg. Vlaanderen vind ik op enkele verloren plekken  en enkele steden na foeilelijk. Het doet me pijn aan de ogen. Als kind snakte ik er al naar om in Kieldrecht of zo de grens over te rijden en de gruwelijke lelijkheid van België achter me te laten. En dat gevoel heb ik nog steeds als ik wanneer we na Cul des Sarts en zijn bakstenen lintbebouwing, enkele kilometers Frankrijk in, het landschap voor onze ogen zien openbloeien en zich ongerepte heuvels en  open ruimte voor ons zien uitstrekken. Vanaf 1994 zijn we eerst bij mensen iets gaan huren in het dorpje Anthény. Een coup de foudre. Na iets meer dan een jaar vielen we per toeval  tijdens een wandeling op een mooie 'ruïne', een versleten en half bouwvallig witstenen huis in de gemeente Estrebay, enkele kilometers verderop waarvan we ons afvroegen, voor de grap, wat het kon kosten. We schrokken van de lage prijs, een goeie 10,000 euro of zoiets. Lange tuin van wel 200 meter de heuvel af, eindigend op een bos. Het paradijs. We boden af en ons bod werd meteen aanvaard.

Ondertussen wonen we er dus al jaren en zitten we er om de twee tot  drie weken. Als ik wanneer het eindelijk zomervakantie is voor enkele weken in deze gemeenschap van een goeie tachtig zielen binnenstap, voelt het alsof ik thuiskom. Ze kennen ons vijf dorpen ver, en het is wederzijds. Als Antwerpen er niet was geweest, was ik al lang definitief verhuisd. Ik heb de pest aan België. Het doet me pijn aan de ogen. Ik heb geen enkel gevoel van tederheid voor deze opeenstapeling van koterij. Het is ook niet poëtisch. Gooi er een bom of wat op, vooral de kuststrook zou ik met enig gevoel van rancune willen viseren. Opdoeken die hap. Ooit was er de avond als we er aankwamen openlucht-cinema in een schuur in het dorp, en toen ik daar tussen al die mensen uit die dorpen zat, terwijl ik die middag nog aan mijn bureautje zat op het werk, had ik een krop in de keel zo groot als heel Antwerpen. En god weet dat ik toch echt wel van Antwerpen hou.

Maar kijk, ook het lot neemt ter zijner tijd op zijn beurt wraak voor mijn België, dan wel Vlaanderen-haat. Sedert vorig jaar weten we dat er tussen Auvillers, Champlin en Anthény 9 gruwels van windmolens zijn gepland. Als iemand met een groen hart durf je er niet eens iets van zeggen. Het moet toch goed zijn voor het algemeen belang, of niet? En ook ik ken het fenomeen 'not in my backyard'. Ik ga me nu toch niet laten kennen? Maar als ik van het zwemmeertje in Signy le Petit de 11 kilometers naar ons huis reed na het zwemmen, in een bucolisch zomerlandschap over kleine weggetjes, met mooi Frans chanson op de autoradio, dan bloedde mijn hart wanneer ik er aan dacht dat volgend jaar 9 monsters dit paradijs zullen openrijten. Omdat boeren daar goed voor worden betaald door energiemaatschappijen en gemeentes daar jaarlijks taksen op kunnen heffen. Geen actiegroep die hier 'ademloos' voor met petities rond gaat, er zijn niet veel straten die hier Straten Generaal zouden kunnen heten . Er wonen hier ook veel te weinig mensen voor een referendum. En een buurman die bij EDF werkt, zegt me dat het bovendien dure energie is. Hij pleit voor de nieuwe generatie kernenergiecentrales. Ik ben geneigd om hem even geen ongelijk te geven. De landschappen worden vernietigd. Als ik van Antwerpen naar Couvin rijd, kom ik wel zes van die bossen met draaiende monsters tegen. AFSCHUWELIJK! PURE VERKRACHTING! Maar er is geen actiegroep die een zier om deze landschappen geeft. Een lange wapper is veel telegenieker in de alternatieve pers. Op Cap Corse, op de uiterste plek waar het schitterende eiland de zee in steekt, staan er ook vele tientallen. Dat was één van de mooiste plekken van het eiland. Groene jongens dragen oogkleppen, weet ik inmiddels. Als Stefaan Brijs er een opiniestuk over pleegt, blijft het angstaanjagend stil. Toch heb je gelijk, Stefaan. Volgend jaar nodig ik je graag uit in mijn verdwenen paradijs voor een trieste 'visite guidée'. En bij het referendum in oktober ga ik gegarandeerd voor de Lange Wapper stemmen. Ik heb nooit veel om geld gegeven, maar ook dit huwelijk tussen de groenen en geld vind ik maar niks. Het draait niet om de natuur. Het draait om valse principes, valse ideologie.  Hier wordt een ideologie uitgevonden met een vreemde bijsmaak. Alles in mij komt hiertegen in opstand. Ik haat hypocrisie. Ik haat fanatisme.


 

Hoofddoeken, hoofddoeken en nog eens hoofddoeken...en een goeie vriend.

De eedaflegging van een Brussels parlementslid met een hoofddoek, was ook in Frankrijk op de televisie belangrijk nieuws. Daar speelt het debat over het dragen van de boerka, nicaab en andere radicale sluiers op dit moment een belangrijke rol. Het dragen van te extreme lichaam-bedekkende kleding staat hier immers al lang ter discussie. In het openbare onderwijs is het dragen van een hoofddoek al geruime tijd verboden, en dit geldt in het openbaar onderwijs overigens voor alle uiterlijke religieuze tekenen. Op zich is deze keuze voor strikte neutraliteit erg begrijpelijk en rechtvaardig, en kadert deze in de opvattingen die men in Frankrijk over de lekenstaat heeft. Als alternatief is er het privéonderwijs, dat vaak Christelijke dan wel Katholieke kenmerken draagt, maar dat ook wel vrij duur is voor bijvoorbeeld Islamitische migranten uit meestal zeer bescheiden milieus.
Maar ik ben wel verplicht om ook na te denken over alternatieven. Is het een betere oplossing om Islamitische scholen op te richten, waar enkel nog gelijkgestemden les krijgen? Is dat niet wat men in bijvoorbeeld Nederland doet met scholen die opereren onder een streng gereformeerde onderwijskoepel? En wat is dan het verschil met een mogelijke Islamschool? En bestaat er in het Antwerpse geen school die opereert onder het Judaïsme? En waarom zijn die scholen dan wel of niet een goed idee? De idee dat iemand zijn godsdienst vrij moet kunnen beleven - of men van die godsdienst houdt of niet - is op zich, denk ik, een onaanvechtbaar principe. Maar waar liggen de grenzen van wat wij als samenleving nog kunnen absorberen, dan wel aanvaarden? Waar en wanneer wordt een godsdienst een onderdrukking en is er dan nog echt sprake van godsdienstvrijheid? En is het echt wel verstandig om ook voor deze godsdienst een onderwijsnetwerk op te richten dat de toch al moeilijke integratie nog meer zal belemmeren, en zelfs de meest bescheiden emancipatie van Islam-vrouwen allicht nog ingewikkelder zal maken?
Dat de druk vanuit het mannelijke deel van de Islamitische gemeenschap op de vrouwen groot is, is absoluut onaanvaardbaar en ook niet te ontkennen. Dat maatregelen moeten overwogen worden om deze chantage in te dijken, met de schamele middelen waarover de overheid op dat vlak beschikt, lijkt mij een rechtvaardige maar ook aartsmoeilijke opdracht. Het is echter mijn oprechte overtuiging dat het neutrale deel van onze samenleving de plicht heeft om bepaalde grenzen te stellen, en ook haar verantwoordelijkheid te nemen. Enkele honderden leerlingen hebben er onder aanvuring van een toch vrij radicale  imam in Antwerpen mee gedreigd om hun meisjes vanaf 1 september niet meer naar school te sturen. Dat is erg schokkend en absoluut niet aanvaardbaar. In dat geval is het aan de overheid om met een actief debat en daarna een vervolgingsbeleid deze kinderen terug naar school te dwingen. Als dit het enige ware gezicht van de Islam zou zijn, zou ik er weinig moeite mee hebben om deze godsdienst uit onze samenleving te verdringen met alle mogelijke wettelijke middelen. Ik geloof echter absoluut niet dat dit het enige ware gezicht van de Islam is. Ik ben er ook van overtuigd dat - na een initiële protest-golf - de gemoederen wel weer zullen bedaren. Er is immers buiten de schoolpoort niemand die deze meisjes het recht  ontzegt om zichzelf te zijn, ook als het over hun godsdienst gaat. En misschien moeten een aantal organisaties eens de hand in eigen boezem steken, en in plaats van met doorgedreven tolerantie, actiever durven door te redeneren over wat goed is voor mensen en wat onrechtvaardig. De gettovorming in bepaalde wijken is ook een sociaal onrecht, voor de onderdrukte vrouwen, maar ook voor de vele kansarme autochtonen die al zoveel moeilijkheden hebben om te overleven in een voor hen alsmaar ondoorzichtiger samenleving. In vele wijken in Frankrijk is de boerka een frequent deel van het dagelijkse leven, en ik kan best begrip opbrengen voor mensen die dat als bedreigend ervaren. Dat wij zullen moeten leren leven met de aanwezigheid van de Islam in onze samenleving lijkt me op zich normaal. Maar kan er bijvoorbeeld niet gewerkt worden aan een actiever spreidingsbeleid, en zou het voor de hele gemeenschap niet beter zijn om in het onderwijs een algemeen verbod op religieuze symbolen uit te vaardigen, zodat hierover geen discussie meer kan ontstaan? En zou het dan niet opbouwend en creatiever zijn om de mogelijkheid van Islamitische lessen in zowel openbaar als privéonderwijs te vergroten, en bijvoorbeeld tijdens Islamitische keuzelessen wél tijdelijk het dragen van hoofddoeken toe te staan? Ik zeg maar iets, het is maar een denkpiste.

Ik heb op deze pagina's wekenlang in de aanloop naar de verkiezingen de verdediging op me genomen van een beleid en discussie zonder haat en zonder de bittere anti-vreemdelingenpraatjes die je her en der de laatste tijd weer veelvuldig tegenkomt. Bij deze wil ik graag getuigen van het schrijnende conflict dat ik met één van mijn beste vrienden over dit onderwerp heb. Hij woont schuin tegenover het Atheneum in Antwerpen waar zich het huidige conflict afspeelt. We hebben allebei een groot gevoel van sympathie en solidariteit voor de zwakkere in de samenleving, we verschillen enkel in onze mening over de manier waarop en hoe we hun problemen zouden kunnen aanpakken. Ik ben oprecht van mening dat een hoofddoekenverbod een aanvaardbare en  terechte keuze kan zijn. Toen ik mijn keuze probeerde uit te leggen was hij geschokt en wilde de komende tijd niet meer met me spreken. Beste vriend, je reactie heeft me natuurlijk gekwetst (en zeer diep)en al zeker omdat mijn eigen opkomen voor naastenliefde en de zwakkere steeds ook mijn eerste prioriteit is geweest. Bovendien liet je me aanvoelen dat er naast jouw manier van denken geen andere weg meer bestaat, dat ik als het ware niet meer op mijn eigen manier opbouwend over deze problematiek mag nadenken. Je zweeg lange minuten aan de telefoon en hing toen op. Je hebt niet echt naar me geluisterd. Als we niet meer mogen denken en discussieren zonder taboe's is het fout, en zeker als ook ik vanuit de naastenliefde probeer te vertrekken. Ik heb er een halve nacht van wakker gelegen, wat wellicht  ook je bedoeling was. Maar ik hou nog steeds van je want je bent mijn dierbaarste vriend, en dat blijf je ook, want ik weet vanuit welke edele bedoelingen en groot hart je denkt, en daarom zie ik je ook graag. Maar ik zie al deze moslima's ook graag, beste vriend, en zelfs die vermaledijde moslimmannen met hun soms akelige mentaliteit. Het zijn ook voor mij mensen, en geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om het haatverhaal van de tweede wereldoorlog te herhalen. Of het nu in Frankrijk is of hier, laten we dat debat, in Godsnaam en in naam van de Medemenselijkheid, ten gronde en zonder taboes voeren. En mogen uitkomen waarvoor we staan.


 

Beloftevolle presidentskandidaat voor de socialisten in Frankrijk?

Eindelijk nog eens reden voor de Franse linkerzijde om zich te verheugen. Zonet heeft Manuel Valls zich in het journaal van France 2 eindelijk kandidaat gesteld voor de volgende presidentsverkiezingen. Ik heb die man al jaren in de gaten, en zijn toch ook linkse discours is het eerste verfrissende geluid sedert eeuwen aan de Franse linkerzijde. Hij heeft roots ergens in de buurt van het Spaanse Barcelona, maar Manuel Valls is de eerste socialist die eindelijk de dingen zegt waarop heel links Frankrijk al jaren en jaren zit te wachten. Hij wordt niet voor niets de socialistische Sarkozy genoemd, en zou wel eens een sterk geluid kunnen betekenen in de strijd tegen Sarko, die in de laatste opiniepeilingen overigens wel terrein heeft weten terug te winnen. Valls durft eindelijk de moeilijke kwesties aansnijden die ter linkerzijde al jaren het debat vergiftigen, durft bijvoorbeeld open en bloot een lans breken voor de ondernemingen en hun kracht en meerwaarde voor de economie, en dat op een ondubbelzinnige en intelligente wijze. Hij laat er daarbij ook geen twijfel over bestaan dat het vechten voor gezonde ondernemingen ook een sociaal belang van de eerste orde is. Hij gelooft ook dat hoe Frankrijk omgaat met immigratie een ware sociale schande is, waarvan vaak vooral de kleine man de dupe is. Ook de timing van Manuel Valls is natuurlijk perfect. Meteen na de desastreuze verkiezingsuitslag waarbij de PS werd gereduceerd tot de risée van de Europese socialistische partijen, en de verdeeldheid waarmee niemand echt raad weet in die partij, bestond er een levensgroot machtsvacuum. Hoe groot dat vacuum was, werd bewezen door het succes van de ecologische partijen en een linkse (Trotskistische) groupuscule rond babyface en dameslieveling, en ex-postbode, Olivier Besancenot. Al jaren was Valls stilletjes aan de weg aan 't timmeren, en elke interview met hem was een verademing in het politiek-correcte geleuter tussen en bij traditioneel links. De analyses die overal in Europa over veel socialistische partijen werden gemaakt, en die er vaak op neer kwamen dat links de voeling met zijn eigen achterban aan het verliezen was, maakte Valls ook heel helder en verfrissend. En wat erger is: het socialisme was ook zijn visie op de moderne wereld stilaan aan het verliezen. Vandaag zou ik ongetwijfeld in Frankrijk voor de door velen zo verfoeide Sarkozy stemmen, maar Valls zou mij wel eens kunnen overtuigen dat net hij beschikt over die lucide en interessante kijk op de toekomst van Frankrijk en Europa. Dat alleen is al een revolutie: dat ik dat vandaag terug opnieuw durf overwegen. Nog even de kat uit de boom kijken, maar zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd had.


 

Clairoix (deel 3)

Enkele opmerkingen tussendoor: het Franse economische model houdt onder Sarko maar zeker ook omdat het een typisch sociaal en staatgericht model is, in deze crisistijden erg goed stand in verhouding tot het buitenland. De grote protestacties tegen 'Sarko de verschrikkelijke' lokten heel wat minder volk dan verwacht. Bovendien heerst ter linkerzijde absolute chaos en hebben weinig mensen zin om achter de oude linkse idealen mee te stappen. Bovendien beschikt Frankrijk met Konh-Bendit over een sterke figuur in de groene beweging, ook al moet daar een democratische hooligan/terrorist als José Bové op de koop toe worden bij genomen (die overigens ter linkerzijde nog op flink wat sympathie kan rekenen). Daarenboven heeft de ecologist Nicolas Hulot in Frankrijk een status die hem boven de partijen doet uitstijgen. Hij tekende met de verschillende kandidaten voor de presidentsverkiezingen in 2007 een pakt voor de natuur, dat nu achteraf zonder veel stugge ideologische haarklieverij opening biedt naar een gevarieerde invulling met bijpassende economische strategie. Het is misschien wel deze ondogmatische aanpak, op geen enkele manier te vergelijken met het rigide (links-progressieve) denken van groen in Vlaanderen, dat de ecologische bewegingen in Frankrijk maar ook in Wallonië zo'n groot succes heeft bezorgd. Bij ons in Estrebay in de Franse Ardennen is er nu plots sprake van de inplanting van een hele reeks windmolens in een bucolisch landschap dat ik daardoor definitief als verminkt beschouw. Maar hoe afschuwelijk ik deze verminking ook vind, toch weet mijn rationele ik maar al te goed dat dit soort evoluties in de toekomst onvermijdelijk zullen worden, en besef ik dat het algemeen belang hier primeert op mijn privé-esthetische belang. Tussen Mon Idée, Anthény, Auvillers, Champlin en nog enkele andere dorpjes, zal vanaf volgend jaar het landschap er radicaal anders uitzien.

Ondertussen gaat de doodstrijd van de bandenfabriek van Clairoix onverminderd verder. Er waren acties  tegen de sluitingsregeling die erg zuinig was, er waren verbroederingsmanifestaties met de werknemers in de Duitse fabrieken, maar uiteindelijk werd na harde onderhandelingen een voordeligere financiële  regeling bedongen die eenieder recht geeft op zo'n 50,000 euro. Elke week was de fabriek met zijn onafwendbare doodstrijd wel een keer in het nieuws. Pas nog omdat ook in Amiens een  bandenfabriek over moest gaan tot afslanking en forse ontslagen. Een delegatie van de 'Conti's' (de ex-werknemers van Continental in Clairoix, die inmiddels door iedereen zo werden genoemd) trok meteen naar Amiens om solidariteit te betuigen met de arbeiders daar. In avondvullende televisieprogramma's over de crisis werden ze als getuigen aan het woord gelaten en in de studio uitgenodigd, en soms bijna als helden onthaald. Toch kwamen ze ook op een negatieve manier in het nieuws omdat een delegatie van de arbeiders toen het verdict van een proces in hun nadeel uitviel, de boel kort en klein sloeg in de onder-prefectuur van Compiègne. Maar de waarschuwing van de regering dat dergelijke acties niet meer zouden worden getolereerd door de overheid volstond kennelijk om het daarbij te laten.

Grosso modo waren er drie grote crisis-verhalen die voortdurend de belangstelling haalden: De sluiting van de fabriek in Clairoix (en de moeilijkheden van de toeleveringsbedrijven voor de auto-industrie die daarmee samen hing), de gijzeling van hogere kaderleden in het bedrijfsleven, en de discussie over de schuld van de banken.  Verder was er ook even een poging tot protectionisme vanwege de Fransen in de persoon van de president zelf (maar die door zeer veel Fransen wordt onderschreven) waarbij werd overwogen om buitenlandse vestigingen van Franse bedrijven uit  Oost-Europa terug naar Frankrijk over te plaatsen. Iedereen die iets van economie kent, weet dat dit een rampzalige evolutie zou zijn geweest, en achteraf besefte ik dat dit wellicht dan ook vooral een uitspraak was voor het binnenlandse electoraat en intern nationaal gebruik.

Bij de gewone mensen kregen dat soort 'linkse' verhalen over patrons die stiekem hun fabrieken leeghaalden om machines te redden flink wat weerklank. In ons dorpje bestond de zogenaamde club 'der eenzame vrouwen', met kranige besjes die hun mannen mettertijd waren kwijtgespeeld, en die onder het mom van het bidden van rozenkransen in de dorpjes rondom geregeld bij mekaar kwamen. Maar bij de koffie, het gebak en iets sterkers achteraf kregen de discussies vaak een vrij rebelse dimensie. Er werd zonder schroom over de paus en zijn instituut gepalaverd,  priesters mochten best trouwen, homoseksualiteit was aanvaardaar, en banken konden zich voorlopig maar beter een beetje stilletjes houden. De crisis leefde dus ook in deze rozenkranssessies en een kranige straffe dame als onze Françoise uit Mon Idée (suikerziek en bijna volledig blind, rozenkransen biddend maar in alle naastenliefde een ware passionaria van de linkse gedachte en een trouwe kijkster van het elke zaterdag laat uitgezonden discussieprogramma 'On n'est pas couché' met Laurent Ruquier), zweeg geen moment over wat ze sociale onrechtvaardigheid noemde. Ik heb deze oude dame - ik ben zelf eerder centrum rechts - innig lief en heb ook het grootste respect voor mensen die belangrijke dingen in het leven zo goed gescheiden kunnen houden van bijzaken. Op geen enkel moment was er in het leven van deze lieve dames een tegenstelling tussen het bidden van een rozenkrans en sociale rechtvaardigheid. Daar doe ik nederig mijn hoed voor af.

Graag verwijs ik naar nog een andere rel in de Franse pers. In het hierboven vermelde televisieprogramma 'On n'est pas couché' treedt elke aflevering een duo commentatoren op dat de politieke en andere actualiteit op een nogal dwarse manier onder de loupe neemt. Vooral de eerder rechtse maar vooral erg onconventionele Eric Zemmour is op dit ogenblik met zijn nogal politiek incorrecte commentaren in Frankrijk 'the man you love to hate'. En om maar eens te laten zien dat ook links moreel soms behoorlijk over de schreef kan gaan: Zemmour werd omwille van zijn wat schlemielige uiterlijk intussen door de goegemeente al voor jood uitgemaakt. Er circuleren petities om hem uit het programma weg te krijgen. Er zijn sites waarop je hem mag uitschelden. Hoe meer ik over de man las, hoe aardiger en slimmer ik hem begon te vinden. Zo ben ik wel. Sommige Franse socialisten zouden misschien beter het boek dat Bernard Henri Lévy over de Franse linkerzijde heeft geschreven eens wat aandachtiger lezen. Tolerantie is geen alleenrecht van links. En net dit soort reacties toont aan hoe ziek links in Frankrijk maar ook elders in Europa misschien wel is. Gelukkig is er nog mijn brommerige Françoise uit de 'club des femmes seules' om me met links te verzoenen. Echte politiek van het grote hart komt immers precies van zo'n mensen die nog met een open geest durven nadenken over wat er in de wereld gebeurt. I love Eric Zemmour! (en mijn knorrige schat van een Françoise...en, gemeend, Nicolas Hulot)


 

La France digne de son non?

Zaterdagnacht, half drie, porte clignancourt. Deze buurt wordt als gevaarlijk beschouwd. Onveilig, vol tuig, vreemdelingen en crackdealers, uiteraard sterk af te raden voor vrouwen alleen, in het holst van de nacht. Toch zie ik niets bijzonders. Of misschien net wel. Voor een afbladderend reclamebord staan twee jongens van een jaar of zestien een beetje te lummelen. Als ik voorbij komt scheurt een van de twee een affiche los. Hij houdt hem met uitgestrekte armen voor zich uit en leest luidop : “Non à la constitution européenne”. Zijn vriend knikt aandachtig. “Voilà, daar ben ik het nu echt mee eens!”. Zegt hij, terwijl hij strijdlustig aan zijn sigaret trekt.


 

sans papiers

Woensdagmiddag half mei half vier. Buiten schijnt de zon en de doorschijnend groene blaadjes van de kastanjeboom voor mijn raam trillen in de warme middaglucht. Concentratie blijkt onmogelijk. Ook mijn collega’s staren met onverholen verveling naar hun computerscherm.
De stilte maakt me kalm en slaperig, maar plots schrik ik op. Uit de aangrenzende tentoonstellingszaal klinkt opeens een massaal gejoel. Zou er weer een schoolbezoek uit de hand zijn gelopen? Elk excuus is goed om deze ineengezakte houding achter mijn computer te verlaten en samen met mijn collega openen we de deur van onze bureau. Het gejoel zwelt aan. We steken het gangetje naar de tentoonstellingszaal over en openen de deur. Wat we zien overtreft alle verwachtingen: in de zaal staan zo’n slordige 2 à 300 voornamelijk zwarten te springen en te schreeuwen.


 

Dîner parisien (3)

Ondertussen zijn ook Guillaume (oef !), Jean-François en zijn hoogzwangere vriendin Emmanuelle binnengekomen. Na een apéritief met kir en olijven gaan we allemaal aan tafel.
Je hebt een beetje een accent, zegt Jean-François, die naast me zit plots.Waar kom je vandaan ? Jean-François is een zeer sympathieke en eerder timide journalist die tentoonstellingen bespreekt voor beaux-arts magazine, een, zoals de naam verraad, degelijk kunsttijdschrift. Een beroep waar hij nauwelijks van kan leven en toch, tot mijn opluchting, niet arrogant over loopt op te scheppen. Jean-François weet uiteraard best waar ik vandaan komt, maar is, zo vermoed ik, op zoek naar een gespreksonderwerp dat ons meer inspireert dan de canard à l’orange op ons bord.


 

dîner pârisien (2)

“Leuk, Belgisch bier!”, zegt Stéphanie, terwijl ze me twee kussen geeft. Maar dan kijkt ze verschrikt over mijn schouder. “Waar is Guillaume?”. Ik heb het gevoel alsof ik net vijf luidruchtige monoglot Engelstalige Britse voetbalsupporters de woonkamer heb binnengeloodst, zo onverhuld gegeneerd kijkt ze me aan. Aangezien ik er Stéphanie in stilte van verdenk die vijf luidruchtige Britten, onder andere omstandigheden dan, best wel te weten te appreciëren, ga ik ervan uit dat die onthutste blik juist te wijten is aan het gebrek aan een man aan mijn zijde. Een afwezigheid die angstwekkend veel redenen kan hebben en heel wat vervelende gevolgen.


 

Dîner parisien (1)

Gisterenavond viel mij een grote eer te beurt. Gisterenavond was ik namelijk uitgenodigd voor een dîner bij vrienden. Of liever, WIJ waren uitgenodigd, als koppel, want spelregel nr 1, als het om parijse diners gaat, is dat je op z’n minst met z’n tweeën bent. Vier mag ook, maar oneven aantallen zijn te vermijden. En vrijgezellen zijn al helemaal vervelend. Die impliceren immers dat er plots koortsachtig naar een tweede vrijgezel moet worden gezocht die dan heel subtiel naast of rechtover de andere eenling kan worden geplaatst. (Een vrijgezel zorgt dus liefst zelf voor zijn of haar tafelpartner, dat bespaart iedereen een hoop tijd, moeite en genante situaties.)


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog