België: Bolwerk van de atoomlobby

Zonet gezien op einsextra, de infozender van de ARD: Het Europamagazin, waar steeds actuele Europese thema's ten berde worden gebracht. Deze keer het niet onbelangrijke thema energie met als grote boeman: België. Toon van het discours: Progressief Duitsland kijkt met opgeheven gezicht neer op het kleine België, "das Land der rasenden Stromzähler", waar stroom in degoutante hoeveelheden wordt verspild. Niet alleen de Grote Markt in Brussel en de steeds verlichte kantoorsgebouwen rond het Noordstation worden in het vizier genomen, maar ook het wereldwijd bekende fenomeen van de belichte autostrades.

Summier wordt Belgiës voorliefde voor atoomenergie opgediept: van het de Uraniummijnen in Belgisch Congo over de eerste continentale kerncentrale in Mol tot de obscure status van ex-staatsconcern Electrabel. Voor een Duitser onbegrijpbaar: Wie al eens door Duitsland heeft gereden, snapt wel waarom. Het land is bezaaid met ranke windmolens en voert al jaren een vrij groene politiek. Het mag pas echt duidelijk zijn dat ons land op het vlak van hernieuwbare energie hopeloos achterloopt op andere Europese landen, wanneer het tegenvoorbeeld Oostenrijk wordt aangehaald, waar in grote mate stroom uit waterkrachtcentrales wordt gewonnen.

Als afsluiter nog een sneer naar een reclame van het Forum Nucléaire en het met groene stroom verlichte Atomium.


 

Bijna helft Berlijnse taxi's rijdt om

Wie in Berlijn een taxi neemt, riskeert bijna de helft van de keren ongewenst een stukje sightseeing en een te hoge rekening. Uit een test van de Duitse tegenhanger van de VAB, de ADAC, blijkt dat 45 procent van de Berliner taxichauffeurs graag een stukje omrijdt, of gewoon de weg niet goed weet en zelf moet zoeken. Mijn eigen ervaring leert ook dat ze vaak niet weten hoe ze hun gps moeten gebruiken. Daardoor gaat de kilometerteller snel omhoog en wordt de rekening ook navenant. Volgens de ADAC-test koop je daarvoor dan wel de properste taxi's in Duitsland en een bovengemiddelde vriendelijkheid. Dat heb ik dan weer nog niet mogen ervaren... Ik zweer in ieder geval bij het openbaar vervoer. Een systeem waar elke Belgische stad een flinke punt aan kan zuigen.


 

De geur van de herfst

Het is herfst in Berlijn. Weg zonovergoten parken waar honderden barbecuestelletjes staan en jonge stelletjes ontstaan. Weg zijn de naakte lijven aan de tientallen betalende en niet-betalende stranden in en om de stad. Weg terrasjes waar 's avonds de toeristen teveel neertelden voor hun kleine biertjes. Nu zijn er enkel nog de Berliners, de migranten, en zij die tussen de twee hangen, zoals ik.

Maar ik vind het niet erg. De zomer in Berlijn was wat mij betreft gruwelijk overroepen. Nu het weer vroeg donker wordt (het schemer begint een uurtje vroeger dan in België) en de gezellige straatlichten de bedauwde klinkers weer doen glimmen, voel ik mij opperbest. Alles wat ik altijd fantastisch heb gevonden aan Berlijn, komt nu tot zijn recht: de warme gloed van de café's waarbinnen het plots een stukje drukker maar ook gezelliger is geworden, de gele en rode treintjes die continu het landschap doorkruisen.

En toch zijn daar nog die kleine dingetjes, die de blitse metropool-ervaring afwisselen met een vleugje verleden tijd. Als ik 's avonds na het werk warmpjes ingepakt door de straten terug naar huis wandel, ruik ik steeds weer die typische geur van de herfst, niet alleen gekleurd door het gebladerte van de talrijke bomen. Een van de voornaamste geuren van herfstig Berlijn is die van bruinkool. Zeker in de armere stadsgedeelten Neukölln, Friedrichshain en Kreuzberg verwarmen de mensen hun huizen nog met het bruine spul, dat ruikt naar turf of een fles goede, rokerige whisky. Geen wonder dat deze whisky-liefhebber na zessen graag een ommetje doet.

Ik raad sowieso iedereen aan om deze geur samen met de Berlijnse eens te komen opsnuiven. En tegelijkertijd een bezoekje te brengen aan ons Flachlandfest, dat muziek en film uit de lage landen tot in Berlijn brengt. Want cultuur en nachtleven staan uiteraard niet stil.


 

dEUS en Spinvis tijdens eerste editie Flachlandfest in Berlijn

 

berlijn - De Duitse lancering van de Nederlandse band Spinvis op 27 september opent tevens het Nederlands-Vlaamse cultuurfestival “Flachlandfest” in Berlijn. Ook dEUS speelt tijdens het festival.

Flachlandfest, zoals de naam misschien al doet vermoeden, is een multidisciplinair cultuurfestival dat erop gericht is om muziek, film en beeldende kunst uit de Lage Landen te promoten in Berlijn. Het festival, dat van 27 september tot 8 oktober plaatsvindt op verschillende locaties in de Duitse hoofdstad, is aan haar eerste editie toe. Toch mag er van een indrukwekkend programma worden gesproken. Zo is er elke dag wel een optreden en worden een vijftiental films gedraaid. Ook komt er een Antwerpse avond en wordt er in bepaalde bars Duvel geschonken.

Het initiatief voor Flachlandfest lag bij twee jonge Vlamingen en Nederlanders die een jaar geleden in Berlijn kwamen wonen. Selm Wenselaers (25) en Sarah Rombouts (24) vonden er snel steun van de Nederlanders Bas Bergervoet (23) en Peter Bijl (29), organisator van “Mitte Bitte!” een succesvol Duits cultuurfestival dat vorig jaar in Utrecht plaatsvond. Samen met nog een tiental andere Vlamingen en Nederlanders kwam het festival tot stand.

Met het festival hopen de organisatoren de Lage Landen stevig in de culturele wateren van Berlijn te verankeren. Onder de headliners bevinden zich naast enkele gevestigde waarden als Spinvis en dEUS ook aanstormend talent van eigen bodem, zoals The Germans, die vanzelfsprekend ook nog eens heel goed bij Duitsland passen. “We hopen hiermee de Berlijnse blikken naar het Westen te richten en geven tegelijkertijd onze kunstenaars een gedroomde kans zich internationaal te profileren,” zegt Selm Wenselaers. “Op deze manier blijft het niet bij losse optredens, maar is er een duidelijke rode draad: Dit is cultuur uit de lage landen!”

Berlijn is momenteel een van de meest bloeiende cultuursteden ter wereld. De lage huurprijzen trekken veel jonge kunstenaars uit de hele wereld naar de grootstad. Minder dan de helft van de inwoners kan zeggen: “ich bin ein Berliner”, wat zorgt voor een enorme diversiteit aan initiatieven. Ook staan heel veel gebouwen in de stad leeg, waardoor ze zich uitstekend leent voor evenementen allerhande. Kleinere bands, die geen hele zalen volspelen, kunnen bijvoorbeeld terecht in de talrijke gezellige cafés, terwijl mini-performances zoals die van Minzkov zelfs in huiskamers kunnen plaatsvinden. Bovendien rijdt tijdens het festival de Flachlandfest-promowagen rond, een opgelapte caravan, met animatie en live concerten van o.a. Racoon en Gram.

Voor het volledige programma, tickets en alle andere informatie kunt u terecht op: http://www.flachlandfest.de.


 

Werkloos in Kafkaland 2: Zelfstandig in Kafkaland

Het vervolg op deel 1 mag niet uitblijven, al is het soms te beschamend voor woorden.

Kort na het verkloten van mijn dagen in het Bürgeramt, stuurde men mij naar het ronkende LABO - Landesamt für Burger- und Ordnungsangelegenheiten Ausländerbehörde Abteilung IV. De naam mag een goed idee geven van de lengte van de wachtrijen. Twee uur wachten, geen minuut korter. Het eerste uur daarvan in de blakende zon (die eind juni al redelijk hoog staat om 8 uur, we zitten immers een uur voor op België), met een lege maag (het was nogal vroeg en ik moest een halfuur sporen om er te raken) en een te warme jas (bij het vertrek was het nog een beetje fris).

In mijn rij het klassieke gezelschap: mensen van over de hele wereld met hun peuters en geen twee die dezelfde taal spreken. Ik schuif aan achter een bloedmooie zwarte vrouw die vanuit de omhelzing van een duur geklede Britse zakenman in het rond kijkt. De buitenmuren van het complex doen met hun beton, prikkeldraad en glasscherven denken aan een gevangenis. En ik wacht. En schuifel. En wacht. Wanneer ik uiteindelijk aan het loket kom geef ik twee papieren af, zet een krabbel en ben een halve minuut later weer buiten.

Geloof het of niet, maar op dezelfde manier zou ik in de komende maanden nog veel mooie zomerdagen verliezen. Maar ik zat er niet mee in, mij werd immers Hartz IV beloofd, een soort sociale bijdrage die voornamelijk bestaat uit het betalen van ziekteverzekering en huurprijs.

In augustus kwam alles eindelijk in een stroomversnelling terecht. Ik kreeg twee afspraken, lekker vroeg op vrijdagmorgen, waar men mijn aanvraag zou bekijken en geven. Bij een saaie vrouw met een uitgesproken Russisch accent moest ik beloven minstens vijftien keer per maand op sollicitatiegesprek te gaan. Daarna zou ik aan Frau "Mottadella" verantwoording moeten afleggen.

Ze sprak Frau Mottadella uit op een manier die me deed denken aan het middelbaar onderwijs, waar graag werd gedreigd met een gesprekje met mevr. Claeys, de strenge onderdirectrice. Toen ik de gegevens van Frau Mottadella in handen kreeg, moest ik mijn best doen het niet uit te proesten. Op het kaartje stond: "Frau de la Motte". In officiële briefwisseling allicht: "Motte, de la". Ik nam me voor om een pakje Italiaanse Mortadella te kopen en het haar cadeau te doen.

Een volgende vrijdagmorgen moest ik weer op gesprek. "Het is raar dat u dit nu pas moet horen, na twee maand...". Oh-oh. "Maar u bent geen Duits staatsburger en hebt daarom geen recht op deze uitkering." Juist.

Sindsdien ben ik zelfstandig vertaler, copywriter en webdesigner. En hoop zo mijn levensonderhoud bijeen te krabbelen. Met nul euro op mijn bankrekening, een maand huurachterstand en drie maand ziektekasachterstand kruis ik mijn vingers en hoop op het beste. Ik ben ook uitgeschreven uit de Kerk, waardoor ik vanaf oktober geen maandelijkse Kirchensteuer van 20 euro meer hoef te betalen.


 

De slag om Tempelhof

Toen op het referendum van 27 april de hele Berlijnse bevolking liet uitschijnen dat het voortbestaan van de Tempelhof hen geen moer kan schelen (minder dan 25% kwam opdagen - het was ook zo'n mooie dag), was het lot van de legendarische luchthaven uit de Koude Oorlog voorgoed bezegeld. Ze zou in oktober haar deuren sluiten en daarmee schluss. Als "dank" aan, maar ferm tegen de goesting van de feestminnende Berliners heeft de luchthaven beslist geen openbaar feest te geven.

Het heeft niet lang geduurd voordat luchtvaartmaatschappijen, klein en groot, in een verbeten strijd verwikkeld raakten om op de sluitingsdag - 30 oktober 2008 - nog een laatste keer een zilveren romp over de tarmac te laten scheren - en dit uiteraard dik door te rekenen aan hun klanten. De Berliner Zeitung weet wie er allemaal een plaatsje heeft weten te veroveren.

De Junkers Ju-52 cirkelt sinds enige tijd dagelijks rondjes boven mijn huis en een korte blik op het internet leert me dat op 30 oktober uiteraard al alles is uitverkocht, en ook voor 29 en 28 oktober zijn geen tickets meer te krijgen. Wie 159 euro over heeft voor een rondje van een half uur, kan op het moment van schrijven nog mee op 27 oktober.

De allerlaatste lijnvlucht - uiteraard volzet - is die van Cirrus. De maatschappij liet in juli al weten dat ze het voor elkaar hadden gekregen om zo'n voor de nachtrustplicht op. De passagiers krijgen als extraatje een oorkonde en mogen 's avonds op het privé-sluitingsfeest aanwezig zijn.

Wat wel nog mogelijk is, is een ticket op de chartervlucht tussen Berlin-Tegel (de internationale luchthaven ten noorden van Berlijn) en "THF" op 30 oktober. Wie hiervoor een ticket bestelt, krijgt voor zijn 166 euro de koop een bezoek aan de West-Berlijnse airstrip.

De voorlopige winnaar van de Tempelhofrace is Thomas Kärger, de voorzitter van een pilootclub, die om 21.58u met zijn Cessna zal opstijgen. Daarmee dacht de man de allerlaatste te zijn om te mogen opstijgen, maar dat was buiten de waard gerekend. Want de verkeersleiding kan eventueel beslissen om in een geval van "speciaal openbaar belang" de luchthaven nog open te laten tot middernacht.

Ik ga op die 30ste oktober in ieder geval aan de omheining gaan staan. Benieuwd of, op een frissere dag dan die 27ste april, het lot van THF misschien meer harten kan bekoren. En of, naar goede Berlijnse gewoonte, een spontaan afscheidsfeest uitbreekt.


 

blote Turk

De eerste bal die Turan tegen de netten tikte was een verademing, de gelijkmaker van Kahveci een reden tot gejuich. Toen diezelfde spits even later de Turken naar de overwinning leidde, was het hek van de dam voor het bizarre gezelschapje aan een Berlijnse nachtwinkel dat de gebeurtenissen met argusogen had gevolgd. De eigenaar die voor zijn klanten een televisie annex terras klaarzette, zeulde met bakken bier als stoelen en naburige cafés de ogen uitstak met zijn grijze zone, mocht tevreden zijn.

Ook wij sprongen juichend gapende gaten in de lucht. Niet alleen is het enthousiasme van de Turken zo aanstekelijk, maar als Turkije niet had gewonnen, had dat de halve stad in mineur gestemd. Een Turkije dat verliest, is voor (vele delen van) Berlijn minstens even erg als een nederlaag voor Duitsland. En net nu we van Duitsland niet te zeker meer zijn dat het het nog -vooruit dan maar- ver zal schoppen, ben ik maar al te opgewekt dat er tenminste nog één volk feestviert!

En hoe. Kort na de afloop van de match snorden de dure Duitse wagens al door de straten. De Turken zitten op het dak, de motorkap, steken door alle ramen en zwaaien met hun vlaggen. Overal steken kleine militia's die luid "TÜRKIYE" scanderen hun rotjes af en een paar zeldzame mensen voor wie voetbal gewoon een reden is om op reis te gaan (jawel, overal dezelfde reclames), schrikken zich een Pruisisch helmpje als ze zich plots in de verkeersgekte bevinden.

Ik heb het twijfelachtige geluk in een Turkenbuurt te wonen en ga allicht een slapeloze nacht tegemoet (kijk! Daar loopt een poedelnaakte Turk met een rode vlag om zijn middel, de kasseien in mijn straat deren hem blijkbaar niet). Maar het raakt mijn kouwe kleren niet, Berlijn blijft op zijn minst nog een week het grote voetbalfeest vieren en dat kan zelfs mij -een gematigd voetbalfanaat- slechts gelukkig stemmen!


 

Berlijn beweegt weer (onder voorbehoud)

Bvgstreik019_2 Wie Berlijn in de komende dagen wil bezoeken, blijft beter nog maar even thuis. In nood kent men zijn vrienden, zegt men. Maar de BVG, de gele vriend die de Berlijners veilig door de elkaar afwisselende orkanen, sneeuw, gietende regen en koude zou moeten loodsen, is nu al een kleine twee weken nergens te bekennen.

Op dit moment brengt enkel het lange-afstandsverkeer (de S-Bahn) de paastoeristen en pendelaars nog door Berlijn. Veel inwoners die niet speciaal ergens moeten zijn, blijven in de buurt. De toeristen verstaan er geen jota meer van. De computerstem in de S-Bahn zegt nog steeds 'Overstap mogelijk op metro'. Eenmaal aan de metro, krijgen ze echter een stalen hek te zien met een bord, waarop dan in het Duits wordt uitgelegd dat er geen metro rijdt.

Ook het S-Bahnverkeer ligt dankzij de stakingen grondig in de knoop. Doordat de hele mensenmassa nu ongeveer integraal op de lange-afstandstreinen overstapt en daar vaak nog een fiets bij meeneemt ter vervanging van metro, bus of tram, komt geen enkele S-Bahn nog op tijd. De wagons en perrons zijn afgeladen met luidop mopperend volk. En als je dacht dat de taxichauffeurs misschien wel opgezet zouden zijn met de stakingen, heb je het ook mis. Op de Duitse equivalent van Radio 1 kloeg een Turkse taxichauffeur dat "mensen nu steeds vaker een taxi nemen tot om de hoek. We zijn continu in de weer en verdienen er heus niet meer door."

De stakingen van metro, bus en tram leggen overigens nog een aantal knelpunten bloot op de Berlijnse wegen. Sommige plaatsen in Berlijn zijn immers behoorlijk fietsonvriendelijk. Aan de meeste stations vind je gewoon geen plaats om je fiets te parkeren, laat staan vast te maken. Verder moeten fietsers in  bijvoorbeeld Neukölln maar gewoon kris-kras tussen het chaotische autoverkeer in fietsen. Gelukkig heeft het stadsbestuur beslist de busrijstroken niet voor auto's open te stellen. Zo kun je als fietser hier en daar toch nog een beetje uit de voeten.

Het oog van de storm

Vanaf morgen, maandag, heeft de stakende vakbond beloofd om het werk geleidelijk weer op te nemen. Ze beloven echter slechts een minimum-inzet, waardoor het net slechts voor 60% betrouwbaar wordt. Bovendien is er nog geen akkoord tussen de vakbonden en de BVG. Een nieuwe staking kan elk moment volgen.

Het is een goede zaak dat we morgen weer niet door de gietende regen naar het dichtsbijzijnde station moeten fietsen, maar de schade is voor velen onherstelbaar. Aan Potzdamer Platz raakte ik in gesprek met een punker. Die vertelde me dat twee van zijn (niet-punk) vrienden hun job verloren waren omdat ze door de stakingen niet op tijd op hun werk konden komen. Berlijn heeft een enorm overschot aan werkkrachten en de meeste bedrijven willen de stakingen niet als excuus aanvaarden.

Een andere dupe zijn de horecazaken die door de stakingen veel minder klanten kregen, om nog maar te zwijgen van de tientallen kioskjes die croissants, broodjes, drankjes, snoep, fruit en allerlei zaken verkochten in de nu verlaten stations. Volgens wat ik gehoord heb, zijn velen ervan gewoon failliet gegaan of hebben ze in ieder geval veel van hun mensen moeten ontslaan. Twee weken geen inkomsten, dat komt niet iedereen zomaar te boven.


 

Toch geen complete verkeerschaos

Na de stakingen van de machinisten van Duitse spoorweguitbater Deutsche Bahn de afgelopen maanden, is er een verdrag ontstaan tussen werkgevers en de bonden. De machinisten zouden wat meer gaan verdienen en gunstiger arbeidstijden krijgen, en daarmee ging de storm onmiddellijk liggen.

Maar het duurde niet lang tot deze weer opstak. Toen de uiteindelijke afspraken op papier moesten komen, trokken de werkgevers hun pen terug, hun beloftes in. Prompt rolden de vakbonden met hun spieren en dreigden ook het werk neer te leggen. Ook, want de bussen, trams en metro's in Berlijn zijn op dit moment ongeveer halverwege hun fameuze tien-dagen-staking. Als het treinverkeer en S-Bahnverkeer, dat aan Die Bahn toebehoort, ook nog gaan staken, raakt niemand nog waar-ie moet zijn in deze uitgestrekte stad.

Dit gevaar werd gelukkig een paar uur voordien afgewend. De Lokführer hebben hun zin gekregen en het verkeer was net iets minder chaotisch dan het had kunnen zijn.

Wel was het een vreemde ervaring om de afgelopen dagen door de stad te lopen. In de anders vrij rustige, grote lanen van Berlijn gromden nu massa's toeterende wagens en over de voetpaden zwermden de mensen. Anderen namen de fiets, iets wat je in Berlijn anders zelden ziet (ook al is het geen fietsonvriendelijke stad).

Het is gek om te bedenken hoeveel mensen dagelijks onder de grond of in de bussen zitten. De stad lijkt nu plots een beetje op Los Angeles (of wat ik ervan gezien heb in films) of Manhattan. Nu pas besef ik echt dat ik in een grootstad woon, die onder normale omstandigheden slechts een uit de kluiten gewassen provinciestad lijkt - door het uitstekende openbaar vervoer.


 

Rookverbod

Och ik geef jullie nog wat te lezen, terwijl ik wacht tot mijn CouchSurfer terug thuis is.

In Berlijn hebben ze zich sinds 1 januari 2008 voorgenomen om niet meer te roken in cafés, bars, restaurants, stations (ook buiten) en clubs. Maar dat rookverbod strookt duidelijk niet met het anarchistische en artistieke sfeertje dat in Berlijn heerst. In de meeste etablissementen (en dan vooral in de linkse buurten, zoals Neukölln, Friedrichshain en Kreuzberg) kun je de rook gewoon nog snijden.

De reden is ook wel dat het rookverbod er wel is, maar dat er pas sancties worden opgelegd vanaf 1 juni dit jaar. Tot die tijd is er een soort overgangsperiode, wat eigenlijk wil zeggen dat iedereen lustig door tuft. Een paar streberige Berlijners zijn wel gesignaleerd die, gewapend met hun camera-mobieltje, foto's nemen van rokers en dit dan doorgeven aan de politie.

Ik vind het nog allemaal best zo. Roken uit een café bannen creëert zo'n cleane sfeer. Voor mijn part investeren ze liever in betere afzuiginstallaties.

Voilà, mijn gast is thuis en ik sluit mijn oogjes.


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog