China, whether you love or hate it...

N659270425_1341484_7736 'What do you think of China? Do you like it, Miss Mei?’ Me? ‘Yes, you, waiguoren (buitenlander)...’ Dit is de vraag die elke Chinees, jong en oud, zich afvraagt indachtig je antwoord of je reactie. Na een tijdje wist ik welk antwoord ik moest vormen om hen te plezieren, maar na verloop van tijd veranderde dat antwoord en werden mijn meningen minder gekleurd, laat staan meer realiteitsgetrouw, afhankelijk van de indrukken die zich dag na dag hadden gevormd. Zelfs als ik mijn studenten recht in de ogen kijk en we allen hevig aan het discussiëren zijn, kan ik slechts eerlijk zijn over wat zij hun ‘guojia’ of (thuis)land noemen, genaamd China. Of dat nu gaat over de Communist Party (CCP), Tienanmen ’89, HIV, hun impressies over buitenlanders, het blokkeren van internetsites of sex onder jongeren, geen enkel onderwerp schuw ik, ondanks dat ik moet opletten met wat ik ‘verkondig’ of zeg. In de ruimte die we samen creëren, laat ik ze fantaseren over de rest van de wereld, hun idealen en dromen, creativiteit ten top. We reizen het verre Europa af met zijn diversiteit aan landen en talen, maken kennis met  het kleine België dat ik in mijn kielzog achterliet, en laat ik in een paar uur hun eigen gedachten zegevieren, een zelfstandig denken dat in het Chinese onderwijssysteem zelden aan bod komt, laat staan aangemoedig wordt. Het hedendaagse China kweekt jammergenoeg ‘marionetten’. Van kindsaf aan worden hersenen slechts getraind om te functioneren naargelang wat hun opgedragen wordt, wordt de nadruk in het onderwijs op wetenschap en wiskunde gelegd, maar kan het denken jammergenoeg niet volgen op de machine, het overkoepelend ‘brain’ dat dit immense land voedt, stuwt en leidt. Het individueel denken zou namelijk het algemene systeem kunnen ondermijnen, wat ten alle kosten vermeden moet worden. Vaak vraag ik mijn studenten wat ze denken van hun eigen land en regering en wat ze graag zouden veranderen. En tot ieders verbazing –en tot mijn opluchting- merk ik dat ze toch enigszins hebben nagedacht over de toekomst van dit immense land, dit vaak gepaard gaande met enig ongenoegen, een tikkeltje onderhuidse rebellie die laat uitschijnen dat ze behoren tot een generatie die niet alles klakkeloos aanvaardt. Het getuigt van een sterkte, van een denken dat nooit volledig kan getraind worden, laat staan omgebogen kan worden zonder medeweten van de persoon in se.  

Iedere buitenlander, woonachtig in mainland China (dit is dus nièt Hongkong en Taiwan) vertelt me hetzelfde verhaal alsof het om een liefdesverhouding gaat die niet te verklaren valt, een tweestrijd die eeuwig ter discussie wordt gesteld. Ofwel houd je van dit land met zijn 1,3 miljard inwoners, 56 minoriteiten en een taal die soms als ‘Chinees in de oren klinkt’ -letterlijk dan. Als er één land is dat vol contrasten zit, dan is het wel China. Elke dag loop je tegen een muur van onbegrip, ongeloof of verwondering. Elke dag is een nieuw Oosters avontuur, een sprong in het diepe, in een land waar vrijheid een andere betekenis gekregen heeft. Elke dag stel ik mezelf en de Chinese cultuur in vraag met als besluit dat ‘nothing makes sense here’...Maar wellicht ben ik niet de enige. Wat ze ook schrijven over China, wat de media Oost en West laat uitschijnen, wat er ook op TV, via films, documentaires of op het internet wordt vertoond, één ding is zeker: China moèt je proeven, het 'China syndroom' moet je ‘ondergaan’, moet je voelen en gewaarworden om het land beter te kunnen begrijpen. In China liet ik mezelf toe om mijn eigen afkomst, ideeën en gedachten in vraag te stellen. Daarbij kwam ik slechts tot één vaststelling: ‘Het China dat ik 12 jaar geleden leerde kennen, is niet meer. Samen met mijn dromen, zo ook veranderde het Chinese landschap...’ Het is een haat-liefde verhouding geworden.


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog