Man bijt hond.

Hier in Brunei hebben de meeste locals en expats een ‘Amah’. Amah betekent eigenlijk meid en is niet echt een vriendelijk woord. Velen worden ook niet goed behandeld en vaak onderbetaald, vooral door de lokale bevolking.  Sommige ‘Amahs’ werken deeltijds, als kuisvrouw, terwijl anderen inwonen bij hun baas en soms 7 dagen op 7 van s’ochtends vroeg tot s’avonds laat werken.

Crèches bestaan hier niet, dus hebben we ook een ‘Amah’, die op onze kindjes past. Ze heet Lanie en is heel lief en optimistisch. Ze is een van de weinige vrouwen die hier ook een man en kind heeft, want de meeste Filipina’s werken in het buitenland, terwijl de gootouders voor hun kinderen zorgen.

Gisteren was het Lanie’s verjaardag. Ze ging het bij een vriend vieren, die op dezelfde dag als haar verjaart. Een leuke dag dus. Daarom verbaasde ik me dat ze deze ochtend een beetje ingetogen was. Bleek dat haar vriend hond had klaargemaakt als verjaardagsdiner. Op zich al walgelijk genoeg. Maar een paar tranen verder bleek het dat het Lanie’s hond was. De vriend had Lanie’s man om de hond gevraagd. Omdat het diens verjaardag was, had de man niet neen durven zeggen. Dus werd het feestmaal bereid. Een paar slagen op de kop met een houten stok en de rest hoeft geen woorden meer.


 

Shrek in Sabah

Frog
Nu de grootouders op bezoek zijn in Brunei, hebben we ervan geprofiteerd om een kinderloos weekendje in Kota Kinabalu (Sabah, Maleisië) door te brengen. Vijf jaar geleden hebben we de rit per auto gedaan. Een afstand van niet meer dan 200 km die minstens 6 uur duurt omwille van Borneo’s vreemde geografie, de talrijke paspoortencontroles en mini-ferries die  bruggen vervangen.

Het was destijds best avontuurlijk, zo met de auto door de jungle, maar nu hadden we besloten het vliegtuig te nemen. We zaten letterlijk niet meer dan 20 minuten in de lucht en hadden een prachtig zicht over de brede bruine rivieren, de Zuidchinese zee en de voorlopers van Mount Kinabalu. Een herinnering aan het feit dat we wel degelijk in Borneo wonen en dat het eiland bedekt is met een van de oudste regenwouden ter wereld.

Een uurtje later kwamen we toe in ons hotel: de Jesselton. Een mix van gone glory, bizarre oud-Engelse en koloniale tradities. Een Maleisische man met een scoutsbroekje en een tropenhelm aan opende de deur. De kuisvrouw had een ouderwets zwart-witte uitrusting aan die tegenwoordig enkel nog in de sex shop onder ‘French maid’ wordt verkocht.

De stad zelf is in 5 jaar enorm geglobaliseerd. Maar het leukst van al vind ik nog steeds het lokale leven. De kleurige ‘sinterklaasboten’ met vlaggetjes die aan de haven gezellig liggen te zonnen, de nightmarket met de verse krab en gebakken maiskolven, en natuurlijk ook de ambachtelijke stalletjes van de ‘Filippino market’. Je vind er de mooiste parels van Borneo en het is er gezellig druk. De verkopers en hun kinderen zien er arm maar gelukkig uit en het is leuk terug in het ‘echte Borneo’ te zijn, na de kitcherige luxe van Brunei. En dan, alsof ze recht uit Shrek 1 kwamen, hingen ze daar. Een tiental opgeblazen kikkers, met een touwtje en een mini ritssluiting omgetoverd tot een handig portemonneetje. ‘All natural’, zei de verkoopster. Ze zagen er zo zielig uit, alsof de schrik nog in hun dikke puilogen hing. Hier in de tropen heb ik dikwijls op het luide onweergeloei van de kikkers gevloekt. Maar dit lot gunde ik hen nu ook weer niet. Dus heb ik toch maar gewoon de parels gekocht. Ik denk dat moeder en grootmoeder daar veel mooier mee zullen staan.  


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog