Nieuwjaar

Je mag tot einde Januari een gelukkig Nieuwjaar wensen meen ik me te herinneren.
Dus bij deze: aan alle lezers van deze blog een gelukkig, succesvol en vooral een gezond 2010 toegewenst!
Zelf heb ik het nooit zo nauw genomen met data. Nu we op Bali wonen wordt alles echter nog een stukje gecompliceerder vermits ook de Balinese kalender erbij komt en daarin wordt niet gekeken op een feestdag meer of minder. Er is elke week wel wat aan de hand zodat de dames zich feestelijk mogen uitdossen en met een stapel offers op het hoofd richting tempel kunnen vertrekken.
Driekoningen wordt in België gevierd op 6 januari.
Dat heeft me er nooit van weerhouden om met de voorbereidingen van start te gaan ergens tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Er moesten drie kronen geknipt worden uit karton en bedekt met een laagje zilverpapier. Een weckfles moest worden voorzien van een handvat en beplakt met zilveren of gouden sterretjes. Die kocht je toen niet bij de Blokker in een pakje van vijftig, maar moest je zelf uitknippen. Daar gingen toch ook gauw een paar uurtjes in zitten. Wat kaarsvet op de bodem laten smelten en een stompje kaars erin vastzetten en we hadden onze lantaarn. De planning voorzag natuurlijk een paar reserve stompjes, dat spreekt vanzelf. We droegen om beurt de lantaarn om onze verkleumde vingers weer wat op te warmen want het kon flink koud zijn begin januari en van al dat zingen werden je handen heus niet warm. Jongens, wat hebben wij kou geleden tijdens die zangexpedities!
Er moesten mantels komen voor de koningen natuurlijk. Gelukkig was onze moeder wereldklasse met naald en draad en veranderde ze dat blauw geblokt tafelkleed en dat stuk gebloemd gordijn in gewaden van brokaat en hermelijn. Enfin, dat vonden wij toch.
De jaren dat vader's hulp werd ingeroepen bij het maken van de ster kon die ook echt draaien boven op de bezemsteel en dit dankzij een ingenieus mechanisme waarop hij (dachten wij) wel het patent moest hebben. Je trok aan een touwtje en de, met goudpapier beplakte, kartonnen ster begon te draaien tot verbazing van onze toehoorders. Dat leverde dan, naast de obligate koekjes of snoepjes toch algauw een extra muntje van een frank of (halleluja!) een stuk van 5 frank op.
Sinaasappels hadden we niet graag. Veel volume en gewicht dat je de hele tijd maar liep mee te zeulen. Snel opeten die handel.
Het belangrijkste attribuut was natuurlijk het blikje. Dat was vaak een potje van Kwatta chocopasta want daar zat een deksel op dat goed sloot en waarin je bovena
an een gleufje kon maken. Ook ons geldblikje werd gewikkeld in zilverpapier natuurlijk. De kunst bestond er nu in om tijdens het zingen van: 

Draai keeuninge, draai keeuninge, geft maai ne nieven (h)oed. Menenouwen is verslee-eete,  ons  moeder  magget nie wee-eete. Ons vader hévet geld, oep de rooster geteld.

discreet maar met nadruk en gevoel voor timing met het blikje te schudden. Voor we thuis vertrokken hadden we er al enkele één frank muntjes ingestoken. Anders heeft in het begin van de avond dat schudden niet veel effect natuurlijk. De mensen konden dan makkelijk denken dat je het gewoon koud had.
Het gerinkel van de centjes was een subtiele indicatie naar ons publiek toe dat we geen neen zouden zeggen tegen een beperkte hoeveelheid letterkoekjes of van die ronde met gekleurde suiker erop, maar dat het ons eigenlijk te doen was om de pecuniën.
Als we dan weer eens, na een doorleefde uitvoering van bovenstaand lied, beloond werden met zo'n zielig bruin muntje van 50 of (godbetert!) 20 centiemen dan zongen we op weg naar het volgende huis: Hoewg huis, leejg huis, der zit een gierige pin in huis.
Kwestie van onze frustratie en ontgoocheling even te ventileren en weer met een serene gelaatsuitdrukking bij het volgende huis aan te komen voor een nieuw vokaal hoogstandje.
Teneinde deze unieke opportuniteit om wat bij te verdienen maximaal te benutten, beperkten we ons natuurlijk niet tot 6 januari. Neen, soms starten we al op 4 januari en gingen dan tot 7 januari door. Dat gaf toch, na opmaken van de eindbalans een omzet die 2.5 tot 3 keer hoger lag dan de losers die alleen op 6 januari gingen zingen. 
Er werd er wel eens deur voor onze neus dicht geslagen wanneer we te vroeg of te laat aanbelden, maar dat namen we dan maar op de koop toe.
Onze omzet lag sowieso hoger omdat we in de voorbereidende fase (tussen kerst en Nieuwjaar weet u wel), onze zangroutes optimaliseerden. Geen straten met vrijstaande huizen en lange oprijlanen: de meeropbrengst woog niet op tegen het tijdverlies. Geen winkels want daar had je de kans dat ze je lieten wachten tot een klant bediend was. Neen, rijwoningen in een degelijke buurt zodat je al op de bel van de buren kon drukken wanneer de vrouw des huizes nog op zoek was naar haar portemonnee. Drie stappen zijwaarts en je kon opnieuw zingen.
Er zat ook een logica in de te volgen route zodat we op het einde van de avond weer bij ons huis aankwamen. In die vier dagen werkten we een soort spinnewebpatroon af rond huize Weemaes en de buit groeide met de dag.
Thuis, de schmink nog op onze gezichten, werden de tassen omgekeerd op de tafel en het geld geteld.
We voelden ons telkens weer de koning te rijk.

Dirk Weemaes uit Villa Sabandari - boutique hotel Ubud, Bali


 

Bliksemafleider

Wanneer u dit leest is het probleem opgelost. Vorige nacht, zo rond de klok van drie, heeft een blikseminslag namelijk het leven gekost aan mijn kabelmodem.
We zijn van de buitenwereld afgesloten. Geen e-mail, geen kranten lezen online, geen blogs lezen of posten, geen spam verwijderen uit het gastenboek op de website, geen reservaties lezen en ze dan prompt weigeren wegens 'nog niet klaar', geen online betalingen doen (wat dan is dan wel weer positief is ;-) en zo voort. Je merkt pas hoe afhankelijk je bent geworden van het internet als het er plots niet meer is. Dat is toch ook zo met andere dingen zoals gezondheid bijvoorbeeld of mensen die je na aan het hart liggen. Veel dingen zijn vanzelfsprekend tot ze er niet meer zijn. Tot zover dit filosofisch intermezzo. Mijn computerman heeft me beloofd dat hij vandaag een tweedehandsmodem plaatst in afwachting van de nieuwe die besteld is. Hoop doet leven. Heel dit verhaal om te zeggen dat ik niet begrijp hoe dit is kunnen gebeuren. We hebben namelijk een bliksemafleider geplaatst die boven alles uitsteekt en in en straal van 500 meter alle inslagen zou moeten opvangen. Hoe is die modem dan alsnog gesneuveld? Hoe kunnen we dit in de toekomst vermijden? Een vraag voor de technisch geschoolde lezers van dit verhaal. Gebruikt het reactieformulier om dit mysterie op te lossen. Waarvoor bij voorbaat dank.

dirk weemaes
villa sabandari - ubud boutique hotel

 

Een blad in de rivier

Een boogscheut van ons verwijderd ligt Maya Ubud Resort & Spa. Ik stuurde een mailtje naar de manager met de vraag om een kennismakingsmeeting. We zijn tenslotte bijna buren.
Er volgde prompt een lunchinvitatie.
Het resort heeft 106 kamers, drie restaurants en het domein is 10 hectare groot. Een tikkeltje intimiderend was het wel toen we de oprijlaan opreden. Ons 'intimate boutique hotel' zoals we het dan noemen, verhoudt zich tot Maya Ubud zoals de portierswoning tot het kasteel van de baron in vroegere tijden.
De general manager stelde voor te lunchen in het restaurant van de Spa. Na een gezonde wandeling kwamen we bij een lift die ons 30 meter lager voerde , door de rotsen heen, tot vlakbij de Petanu rivier. In de Spa werken 23 vrouwen en er worden tot 50 behandelingen per dag gegeven.
Het totale personeelsbestand: 297 medewerkers.
De overigens uiterst beminnelijke manager, heeft 36 jaar Indonesië ervaring, waarvan een groot gedeelte op Bali. Hij schetste een weinig hoopgevend beeld van de problemen waarmee hij sinds de start van het hotel, 11 jaar geleden werd geconfronteerd.
Het hotel wordt omringd door een aantal dorpsgemeenschappen, banjars. Die stelden allemaal, van tijdens de constructiefase van het hotel, onmogelijke eisen.
Twee chefs van omliggende banjars presteerden het 2000 sollicitatiebrieven te laten afgeven, met de vermelding dat al deze mensen in dienst moesten worden genomen. De vorige eigenaars van de percelen waarop het hotel werd gebouwd, eisten dat hun familie werd tewerkgesteld omdat het hotel op hun (weliswaar intussen verkochte...) grond stond. Om hun eisen kracht bij te zetten, posteerden zich honderden mensen op de hellingen rond het hotel, voorzien van spiegels waarmee ze de gasten voortdurend probeerden te verblinden. Met de regelmaat van een klok werden, voor zonsopgang, bamboekanonnen afgeschoten om de gasten te irriteren. Intimidatie door grote groepen dorpelingen bij de poort van het hotel was ook geen uitzondering. 'Belligerent' noemde de manager de Balinezen, en dat betekent toch zoveel als 'oorlogszuchtig'...
Bij de opening had Maya Ubud 10.000 sollicitatiebrieven ontvangen...
Getalenteerde mensen uit andere dorpen konden niet in dienst komen door de exorbitante eisen die werden gesteld in verband met het percentage 'eigen volk' dat in dienst moest komen. De manager gaf ook het voorbeeld van zijn huispersoneel; 2 mensen komen niet uit het dorp waar hij woont. Maandelijks moet hij daarom een belasting betalen aan de lokale ordedienst, de Pecalang omdat hij 'vreemdelingen' in dienst heeft. Weliswaar mensen uit een naburig dorp, maar het blijven voor de inwoners van de banjar vreemdelingen.   
Uiteindelijk draait het allemaal om geld. Op weg naar het restaurant zagen we op een helling een grote oppervlakte bedekt met wasgoed en midden daartussen een grote spiegel. Het is de manier van de vrouw, van wie het grondstuk is, om haar eis om in dienst te worden genomen kracht bij te zetten. 'Geef me werk of ik verpest je uitzicht', dat is wat het wasgoed zegt.
De politie verleent geen enkele assistentie bij dit soort conflicten. Het zijn sociale problemen en die moet je zelf met de banjar oplossen.
We moeten vooral oppassen voor de eigenaars van de rijstvelden waarop we uitkijken. Die zullen geld komen vragen voor het uitzicht dat de gasten hebben. Het zijn namelijk hun rijstvelden die zorgen voor het panorama en daar moet voor betaald worden. 
We mogen ons ook verwachten aan het bezoek van een afvaardiging van de tempel en de vraag naar een substantiële bijdrage.
Tegenover een bekend hotel 'Ubud Hanging Gardens', staat, aan de andere kant van de vallei een grote tempel. De verantwoordelijken van die tempel hebben grof geld geëist omdat de hotelgasten in zwempak een storende  aanblik boden aan de gelovigen in de tempel. Enkel al gezien de afstand tussen tempel en zwembad is het duidelijk dat dit een vals argument is. Overigens kijk ik vanuit mijn bureau uit op een afwateringskanaal aan de overkant van de sawah, en word ik daar dagelijks vergast op badende Balinezen in meer of mindere staat van ontkleding. Diezelfde goot wordt ook zonder enige gêne gebruikt als openbaar toilet. Maar waag het niet de overflow van je zwembad te lozen in een afwateringskanaaltje! Dan krijg je problemen met 'de subak', de traditionele verantwoordelijken voor de irrigatie van de rijstvelden. De verklaring is dan dat er geen water in de rijstvelden mag komen waarmee mensen zich hebben gewassen (zwemmen = wassen). Bij de blote konten waarop ik dagelijks uitkijk zal het dan waarschijnlijk niet gaan om 'wassen' maar om 'ritueel reinigen' vermoed ik.  
De manager citeerde een westerse auteur die in de vorige eeuw schreef dat wij westerlingen voor de Balinezen zijn als 'bladeren die voorbij drijven in de rivier', eventjes vervelend, maar ook snel weer weg. 
Eén ding is zeker, ons talent voor het zoeken naar compromissen en het diplomatisch oplossen van confrontaties zal nog danig op de proef worden gesteld.
 

 

Dorpspolitiek

De euforie na de geslaagde socialisatie bleek wat voorbarig.
De Kelihan, het hoofd van de banjar of dorpsgemeenschap, vroeg dag na de bijeenkomst of Dewa, onze chauffeur en intussen ook bemiddelaar in Balinese aangelegenheden, bij hem kon komen om een bericht voor mij op te halen.

Dat bericht was geen schriftelijke nota maar een mondeling overgebrachte eisenbundel.

Waarom die dingen niet tijdens de socialisatiemeeting op tafel waren gekomen is me een raadsel. Zoals wel meer dingen in dit land.
Vooraleer de banjar zijn formeel akkoord verleent met onze exploitatie moet er eerst een MoU (Memorandum of Understanding) worden opgemaakt waarin onze verplichtingen zullen worden neergeschreven.
Voor zover ik het begrijp gaat het om de volgende dingen:
  1. We moeten de overlast accepteren die onvermijdelijk het gevolg zal zijn van onze ligging vlak bij de tempel. We horen verder onze gasten duidelijk te maken dat de tempel een heilige plek is. Er zijn nl. gevallen bekend van hotels die hebben geëist dat de luidsprekers met de gezangen werden uitgeschakeld tijdens de tempelrituelen. Ook werden de gamelanrecitals stilgelegd. Verder presteren bepaalde toeristen het om, ongegeneerd en met minimale kledij dwars door plechtigheden heen te lopen, net of dat de normaalste zaak van de wereld is. Op zich lijken me dat legitieme bekommernissen en heb ik daar geen moeite mee. Ik denk trouwens dat de meeste toeristen die Bali hebben gekozen als vakantiebestemming, een tempelceremonie naast de deur helemaal niet erg zullen vinden. We stellen trouwens ceremoniële kleding ter beschikking, zodat de gasten, onder begeleiding van onze medewerkers, de tempel kunnen bezoeken om getuige zijn van de rituelen.
  2. Omdat we aan het rijstveld grenzen moeten we rekening houden met de eisen van de subak, de instantie die de irrigatie regelt.
  3. We moeten een eenmalige bijdrage betalen aan de banjar omdat we ons op hun grondgebied hebben gevestigd.
  4. We moeten elke 6 maanden 100 kg rijst of de tegenwaarde ervan in geld schenken aan de banjar.
  5. Minimaal 25% en maximaal 40% van ons personeelsbestand moet bestaan uit mensen van de banjar. Hier heb ik het wel moeilijk mee omdat het de bedoeling is met een minimale bezetting de hele operatie te runnen. Dat moeten dan wel allemaal goed gekwalificeerde mensen zijn. Het zal een dosis diplomatie vragen om hier een mouw aan te passen. Maar dat zal wel lukken. België is niet voor niets het land van de compromissen, dus voor een stukje ben ik door geboorte een ervaringsdeskundige.
Gisteren zou de Kelihan met een delegatie bij ons langskomen om dit alles door te spreken. Dat plan werd echter doorkruist door de Kepala desa van Peliatan, de burgemeester dus. Die staat in de hiërarchie een trapje hoger dan de Kelihan en heeft duidelijk gemaakt dat hij, om de zaken te vereenvoudigen, een MoU zou opmaken waarin de eisen van het dorp, de banjar, de tempel en de subak zouden worden gebundeld.
Het worden weer spannende dagen.
Villa Sabandari - Bali boutique hotel
 

Socialisatie

We hebben ons van bij het begin van ons bouwproject voorgenomen alles volgens de regels van de kunst te doen.
Netjes een bouwvergunning aangevraagd, verblijfs- en werkvergunningen in orde gebracht, een Indonesische firma gesticht, ons op gezette tijden gemeld bij de politie en ga zo maar door.
De Indonesische vlag is rood en wit en ik begin hoe langer hoe meer te denken dat het rood moet staan voor 'red tape'.
Al in april had ik een meeting gevraagd met Pak Mis, het hoofd van de banjar, de lokale gemeenschap. Toen de uitnodiging zonder gevolg bleef ben ik de kepala banjar zelf gaan opzoeken in zijn winkeltje. Hij stemde toe thee te komen drinken. Wanneer dat dan zou zijn, had ik gevraagd. 'Besok' had hij geantwoord. Besok betekent 'morgen'. De hele dag heb ik gewacht op Pak Mis; en de volgende dag en de hele week erna.
Pak Mis kwam niet.
Dewa, onze chauffeur en inmiddels zowat onze ombudsman voor Balinese aangelegenheden, moest een beetje lachen toen ik hem vertelde dat Pak Mis had beloofd 'morgen' langs te komen.
'Morgen' is in Bali, en eigenlijk in heel Indonesië, een flexibel begrip. Het betekent niet letterlijk 'de volgende dag' zoals wij westerlingen in al onze naïviteit veronderstellen. Neen, 'morgen' is een onbepaald moment in de toekomst. Net zoals 'kemarin' (gisteren) een onbepaald moment in het verleden is.
Enfin, ik stuurde Dewa opnieuw naar Pak Mis in de veronderstelling dat de communicatie dan iets duidelijker zou verlopen. En jawel hoor. Diezelfde namiddag zat hij, met Dewa erbij als vertaler, bij ons thuis thee te drinken. Ik legde hem uit waar we mee bezig waren en dat we de bedoeling hadden ons in de lokale gemeenschap te integreren en respect wilden opbrengen voor de lokale gebruiken en tradities. Het bezoek duurde anderhalf uur en we gingen uit elkaar met de belofte dat hij een keertje zou terugkomen met zijn vrouw; die was namelijk al in Europa geweest en sprak veel beter Engels dan hij.
Ik veronderstel dat 'een keertje' nog verder in de toekomst ligt dan 'morgen', maar dat zien we dan wel weer.
Socialisatie is een stap in het proces om de exploitatievergunning voor het hotelletje in orde te krijgen. Het betekent concreet dat er een meeting plaats moet vinden met de dorpsraad om het project toe te lichten en te laten goedkeuren. Je hebt immers 15 handtekeningen nodig van leden van de banjar om je vergunning te kunnen krijgen. De lokale gemeenschap heeft op Bali erg veel macht, vandaar waarschijnlijk deze volksraadpleging.
Na maanden van uitstel had dan eindelijk gisteravond de socialisatie plaats in het gemeenschapsgebouw van de banjar. Eigenlijk een grote, halfopen ruimte waar de mannen van het dorp regelmatig samenkomen. Vrouwen worden niet toegelaten.
De samenkomst was gepland om 19u en om kwart voor zeven kreeg ik al telefoon. Iedereen was aanwezig en ze wachtten op mij. Normaal is er dus absoluut nooit iemand op tijd voor een afspraak, jam karet weet u wel, en nu was ik de laatste op het appel!
Zo'n 50 mannen, allemaal in traditionele dubbele sarong, selendang en hoofddeksel stonden buiten te wachten. Bijna evenveel bromfietsen kris kras voor het gebouw geparkeerd. Gelukkig had ik op aanwijzing van Dewa ook een sarong aangetrokken. De sandalen bleven op een hoopje voor de poort achter, net zoals bij het binnengaan van een moskee. In het midden van de ruimte stond een laag rechthoekig tafeltje. De pas verkozen voorzitter nam daar achter plaats en mij werd de plek naast hem aangewezen. Door de drukte had ik niet gezien dat er nergens stoelen stonden. Iedereen ging soepel in kleermakerszit. Iedereen behalve ik natuurlijk. Zo goed en zo kwaad mogelijk nam ik een zithouding aan die niet al te veel uit de toon viel, veilig verstopt achter het tafeltje en onder mijn breed uitwaaierende sarong. Dat werd dus geen rugvriendelijk onderonsje.
In U-vorm voor ons tafeltje zaten 50 Balinezen de bleke snoeshaan aan een nauwgezet onderzoek te onderwerpen. De voorzitter kwam eerst aan het woord, daarna volgde een vragenronde uit het publiek. De toon was niet vriendelijk maar ik begreep er bitter weinig van. Bepaalde sprekers verhieven hun stemmen en keken me boos aan. Als laatste kwam Pak Mis aan het woord. Hij sprak lang en ook soms op luide toon, maar niet tegen mij, wel gericht tot de anderen. Later vertelde Dewa dat iedereen boos was omdat we al ver stonden met het project en niemand hen erover had ingelicht. Pak Mis legde uit dat ik al een half jaar geleden had aangedrongen op een meeting maar dat er telkens wat was tussengekomen. Een ceremonie, een crematie, de verkiezing van de nieuwe voorzitter enz. Ze moesten dus de hand in eigen boezem steken. Dat kalmeerde de gemoederen en er werd verder nog enkel gepraat over de overlast die de tempel zou kunnen geven bij drukke ceremoniën, het belang van de subak (waterhuishouding) in de rijstvelden waarop we uitkijken en mogelijke tewerkstelling van lokale mensen. Ik werd uitgenodigd om elke zes maanden een vergadering bij te wonen. De uitbating werd met eenparigheid van stemmen goedgekeurd.
 
Ongetwijfeld erg houterig kon ik eindelijk opstaan.
 
Tetelestai!
 
Dewa pikte feilloos mijn sandalen uit de stapel en we konden naar huis.
Even bijpraten en verslag uitbrengen bij een kopje koffie. Thee in Dewa's geval.
Het was weer een spannende dag.
 
Dirk Weemaes

 

Een tropische regenbui

Mijn grootvader leerde me, intussen alweer een halve eeuw geleden, dat het gaat regenen wanneer de zwaluwen laag vliegen. Het heeft iets te maken met insecten die ophooggestuwd worden door opstijgende warme lucht. Hoe het wetenschappelijk allemaal precies in elkaar zit weet ik niet, maar het klopt wel.

Gisteravond tijdens mijn dagelijkse 500 meter schoolslag scheerden ze weer vrolijk vlak over het water en leken ze elegant, over de rand van het zwembad, het rijstveld in te tollen.
 
Vannacht, rond de klok van drie begon dan het concert.
Wat gedonder in de verte als prelude.
Daarna het tingeltangel van afzonderlijke druppels die anders klinken afhankelijk van hun landingsplaats.
Doffe bassen voor dikke druppels op de grote bladeren van  heliconea's en pisangbomen.
Hogere tonen bij uiteenspatten op hout of steen.
Staccato gekletter op het water van het zwembad.
Je hoort de eigenlijke bui uit de verte naderen als een bewegende massa geruis die komt aangesneld.
Dan zit je er plots middenin.
Nu geen individuele druppels meer die hun ritmisch asynchrone composities spelen maar een golf die je met een ontzettend geraas overspoelt.
Het lijkt of iemand op de snelweg plots alle raampjes van de auto opendraait.
Op het moment dat je denkt dat het deze keer toch wel erg hard gaat, en net begint te piekeren over het feit of de rieten rolgordijnen in de open zitkamer naar beneden zijn of niet, komt de apotheose.
Geen open raampjes op de snelweg meer.
Het dak en de voorruit worden eraf geblazen en je moet roepen om elkaar te verstaan en zelfs dat lukt maar half. Net op het moment dat je lichte paniek begint te voelen stopt de tropische regenbui abrupt.
Letterlijk van het ene moment op het andere hoor je opnieuw de individuele druppels en even later is het stil.
De eerste moedige cicade begint weer te zoemen en hier en daar hoor je opnieuw 'gecko, gecko, geckoooo!'
Het is koel, het ruikt petrichor en de bui is alweer ver weg.
 

 

Kuningan

Het is de tiende dag na Galungan.
Weer een reden om te feesten.
Het feest heet ditmaal Kuningan.

De Galungan periode is een symbolische afspiegeling van de strijd tussen goed en kwaad en de belangrijkste functie van Kuningan is het vieren van de overwinning van het goede en  het herstel van  evenwicht en harmonie in de wereld. De geesten van de voorouders keren vandaag terug naar de hemel.

 
Kuningan_priyatnadp

‘Kuning’ betekent ‘geel’ en dat is voor inwoners van Bali de kleur die grootsheid en uitmuntendheid symboliseert. ‘Nasi kuning’, rijst die geel gekleurd wordt met kunyit (geelwortel of kurkuma) is één van de verplichte offergaven en daaraan ontleent het feest zijn naam. De ceremonies vinden meestal plaats in familiekring, in de huistempel (sanggah of merajan). Families die nog niet gecremeerde verwanten hebben, die in afwachting begraven zijn op het kerkhof, brengen ook offers bij het graf. De gebeden worden uitgesproken voor 12 uur want op het middaguur vertrekken de geesten weer naar hogere sferen. En morgen?
Dan ga je natuurlijk familie en vrienden bezoeken om hun een zalig en gelukkig Kuningan te wensen.
Alweer een vrije dag.
Het merendeel van onze bouwvakkers zijn mensen uit Java en Lombok en dat zijn meestal moslims en geen hindoes zoals de Balinezen. Voor hen is Kuningan bijna zo vreemd als voor mij vermoed ik.
Het geluid van de zaag- en polijstmachines en het getik van de hamers overstemt dan ook zonder enig probleem het geluid van de gamelan en het getinkel van de belletjes in het woudtempeltje aan de overkant van de sawah. De moslims zijn tenslotte pas terug van hun twee weken durende Idul Fitri (Suikerfeest) vakantie.
Ja jongens, hoe gaat dat hier in godsnaam ooit gedaan zijn met bouwen!

 

Eat, Pray, Love

‘Pretty Woman’ Julia Roberts komt één dezer dagen aan in Bali!
De Balinese provinciale regering heeft bevestigd dat de nodige vergunningen werden verleend voor de verfilming van de bestseller ‘Eat, Pray, Love’, een boek van Elizabeth Gilbert, tussen 16 oktober en 6 november.
Een groot gedeelte van de Balinese opnames zal gebeuren in ons stadje Ubud, onder andere op de traditionele markt en in Monkey Forest.
'Eat, Pray, Love' beschrijft een turbulente episode uit het leven van de schrijfster, die in een depressie raakt na haar scheiding en op zoek gaat naar zichzelf tijdens een reis die haar via Italië en India, in Indonesië brengt.
Het scenario is geschreven door Ryan Murphy, die de film ook zal regisseren. De productie gebeurt door ‘Plan B Entertainment’, de productiemaatschappij van Brad Pitt.
Naast Julie Roberts zullen sterren als Javier Bardem (No Country for Old Men), Richard Jenkins (The Visitor), Viola Davis (Doubt), Billy Crudup (Almost Famous), James Franco (Pineapple Express)en Luca Argentero (Lezioni di cioccolato) te zien zijn.
Een locaal productiehuis in Denpasar selecteerde een honderdtal locale acteurs gedurende een 2 dagen durende casting sessie.
De film moet eind 2010 wereldwijd worden gelanceerd.
Een goed verhaal, een prachtige cast en een paradijselijke locatie.
Het wordt zonder twijfel een kaskraker en een fantastische reclamespot voor Bali en voor Ubud in het bijzonder.
Als u mij nu wil excuseren.
Ik denk dat ik maar eens even quasi nonchalant door Ubud ga slenteren.
Misschien is Julia een beetje voor op schedule en heeft ze wat uitleg nodig over de locale geplogenheden, of is ze toch niet zo tevreden over haar hotel.
We zijn tenslotte op de wereld om elkaar te helpen nietwaar?
 
Dirk Weemaes

 

Galungan en Kuningan

Vandaag is het in Bali 'Galungan', het belangrijkste feest voor Balinese hindoes.
Qua gewicht een beetje de tegenhanger van Kerstmis en Pasen op de schaal van religieuze hoogdagen.
De schepper van het universum (Ida Sang Hyang Widhi) en de geesten van de voorouders worden in deze periode geëerd.
Het feest symboliseert de overwinning van het goede (Dharma) over het kwade (Adharma), en de Balinezen horen dankbaarheid te tonen aan de schepper en aan hun voorvaderen.
Galungan wordt één keer in de 210-dagen gevierd en markeert de tijd van het jaar waarin de geesten van de voorouders een bezoek brengen aan de aarde. Balinese hindoes voeren tijdens dit feest rituelen uit die bedoeld zijn om de geesten welkom te heten en hen te vermaken.
Families offeren voedsel en bloemen, uiten dankbaarheid en smeken bescherming af.
Overal op het eiland vindt u bij de ingangspoort van de huizen 'penjors', lange bamboe stokken  meestal versierd met vruchten, kokosbladeren en bloemen. Bij elke poort, zult u ook kleine bamboe altaartjes aantreffen, speciaal gemaakt voor het feest. Er worden offertjes gebracht, verpakt in geweven palmbladeren.
De voorbereidingen voor Galungan beginnen enkele dagen voor de eigenlijke feestdag.
Drie dagen voor Galungan is er 'Penyekeban' en begint men met de  voorbereidingen. 'Penyekeban' is afgeleid van het Balinese woord 'nyekeb' wat 'het rijpen (van fruit)' betekent. Groene bananen worden in grote potten van gebakken klei gestopt die worden afgedekt om het rijpingsproces te versnellen.
Twee dagen voor Galungan  volgt 'Penyajahan', een tijd van introspectie voor Balinezen, en minder prozaïsch, een tijd om Balinese taarten te maken bekend als 'jaja'. Deze gekleurde taarten gemaakt van gebakken rijstdeeg worden gebruikt als offergave maar net zo goed met veel plezier geconsumeerd door de gewone stervelingen.
De dag voor Galungan is 'Penampahan' of 'slachtdag'. De offerdieren moeten er op die dag aan geloven. Galungan wordt dan ook gekenmerkt door het plotse overvloedige aanbod van traditionele Balinese gerechten zoals lawar (varkensvlees in een pittige kokossaus) en saté.
Op Galungan dag zelf bidden de gelovigen in de tempels en brengen ze hun offers aan de geesten. U kan overal prachtig geklede vrouwen zien met hoge torens offergaven op het hoofd die sierlijk, vaak in ganzenpas, voorbij schrijden.
De dag na Galungan bezoekt men familie en vrienden.
De tiende dag na Galungan - 'Kuningan' - markeert het einde van de Galunganperiode, en wordt beschouwd als de dag waarop de geesten terug opstijgen naar de hemel. Op deze dag worden offertjes gebracht met gele rijst.
Tijdens Galungan wordt een ceremonie bekend als 'Ngelawang' uitgevoerd in de dorpen. 'Ngelawang' is een exorcismeceremonie uitgevoerd door een 'Barong' - een goddelijke beschermer in de vorm van een griezelig uitziende, mythische draak.
De Barong wordt uitgenodigd in de huizen op zijn rondgang door het dorp. Zijn aanwezigheid is bedoeld om het evenwicht te herstellen tussen goed en kwaad in een huis. De bewoners voor de dansende Barong en krijgen na afloop een stukje van diens vacht als souvenir.
Tijdens Galungan staat het openbare leven op een laag pitje omdat de Balinese werknemers naar hun respectievelijke dorpen gaan om daar het feest te vieren.
De Balinese kalender volgt een 210-daagse cyclus zodat Galungan tweemaal per jaar wordt gevierd, ongeveer elke zes maanden. Voor wie Galungan wil meemaken op Bali volgen hierna de data van de volgende feestperiodes:  
  • 14-24 oktober 2009
  • 12-22 mei 2010
  • 8-10 december 2010
  • 6-16 juli 2011
  • 1-11 februari 2012
Villa Sabandari zal gewoon geopend zijn.
We bedenken wel een eigen manier om het evenwicht tussen goed en kwaad te herstellen.

 

Crematie

Vorige week liet Komang, de tuinman, ons weten dat hij het hele weekend zou werken omdat hij deze week Upacara (ceremonie) had en dan graag een dag vrij wilde. Die ene dag werden er in de praktijk twee maar dat doet er nu niet toe. Via Made, de huishoudster, vernamen we dat de ceremonie in kwestie de crematie was van Komang's grootvader, 87 jaar en de week ervoor overleden. Ik vroeg Komang of we de crematie mochten bijwonen en dat was geen probleem, in tegendeel, we waren welkom.

Voor ons, buitenlanders, zijn er geen specifieke kledingsvoorschriften. De Balinezen dragen een sarong, zowel de mannen als de vrouwen. We huurden een auto en gingen om elf uur richting Blahbatuh, het dorp waar de crematie zou plaatsvinden. We = mijn vrouw, Willy, Made en ik. Made voor de gelegenheid in traditionele klederdracht. Bij een zijstraat met een tijdelijk verkeersbord: "Hati hati, ada Upacara" ("Voorzichtig, we hebben een ceremonie"), stopte de chauffeur. We zagen al op een afstand een kleurig bouwsel, verderop in de straat. Onze delegatie ging richting bouwsel waar een groot aantal mensen was verzameld. Komang, ook in traditionele kledij, stond ons al op te wachten. Hij leidde ons door een gangetje naar het huis van zijn grootvader. Er werden onmiddellijk stoelen aangedragen en we kregen een flesje Sprite en een stukje brood. Zoals alle Balinese huizen bestond ook dit huis uit een aantal aparte gebouwen en balés. In één van die balés lag het lichaam van de overledene in een kist met een wit doek erover en omringd door allerlei offergaven. Op mijn vraag hoe het lichaam in de warmte zo lang thuis kon blijven kreeg ik het korte antwoord: "Formol".

Op enige afstand zaten een man en een vrouw, voor mijn oren, op een verschrikkelijke manier te zingen en te declameren, de vrouw zong, de man declameerde. Het klonk griezelig en dreigend. Op de Balinezen maakte het geen enkele indruk. Ze liepen door elkaar, groetten links of rechts iemand, maakten een grapje of rookten een sigaret. Het leek eerder een receptie dan een begrafenis. Na drie kwartier stopte het gezang en begon men de balustrade van de balé waarin de overledene lag af te breken.De mensen stroomden toe en kregen takken met bloemen of offergaven uit de balé, waarna ze weer naar buiten gingen en zich , als een processie, voor de kleurige toren opstelden. Het was een bizar defilé, zowel kleine kinderen als ouderlingen met een wandelstok, die voorbijliepen met bloemen, gevlochten mandjes, een gebraden speenvarken of eend, aan een stok geregen, iets wat leek op een rituele speer of een tros bananen. Op het laatst werd de kist op de schouders getild en naar buiten gedragen. De muziek van het gamelanorkest werd alsmaar luider. De kist werd met man en macht helemaal bovenin de toren gehesen en daar, zo goed als mogelijk, vastgemaakt met witte repen stof. De priester en een aantal mannen bleven bovenop de toren, zo'n vijf meter boven de grond. Dan zette de stoet zich in beweging, mobiel gamelanorkest incluis. De overledene bracht een laatste bezoek aan zijn dorp. Op de kruispunten werd de toren een aantal malen rondgedraaid met alle gevolgen van dien voor het verkeer. Zo hoopt men de geest van de overledene in verwarring te brengen zodat hij de weg naar huis niet meer terug kan vinden. De Balinezen blijven daar rustig onder; je hoort geen enkele auto claxonneren.

Morgen is het misschien jouw Upacara.

We sloten als laatsten aan bij de stoet die richting kerkhof ging. We passeerden kleurig versierde zerken met Chinese opschriften. In tegenstelling tot de Hindoes worden de Chinezen gewoon begraven. Op de plaats van crematie aangekomen zagen we een groot beeld van een zwarte stier op een staketsel van bamboe. De bovenzijde van de rug was een deksel dat kon opengemaakt worden. Met man en macht werd de kist uit de toren gehaald en naar de stier gebracht. Het lichaam pastte in de buikholte van de stier en het deksel ging er opnieuw op. Intussen werd de versierde toren in brand gestoken. De rouwkransen, gemaakt van papieren bloemen belandden ook op de brandstapel.

Het fikte flink en ik verwachtte dat de stier boven het vuur zou worden getild. Dat was niet zo. Ik rilde, ondanks de warmte ,heel even toen ik de gasflessen in het oog kreeg, een eindje van de stier, half verborgen tussen de struiken. Van onder de struiken liepen bruine slangen naar iets wat leek op twee gigantische hogedrukreinigers. De muziek zwol weer aan toen de hogedrukreinigers vuur spuwden en de stier in brand staken. Het bleken vlammenwerpers te zijn. Ook in Bali heeft de tijd niet stil gestaan en is de klassieke brandstapel vervangen door tuigen die mij, orang bulé (witte man), onwillekeurig doen denken aan stervende mensen in bunkers aan de Atlantische kust of naakte mannen met baarden in Auschwitz. Tien jaar geleden duurde een crematie drie tot vier uur. Nu is de klus geklaard in een uurtje. Het zal wel een vooruitgang zijn zeker? Want tijd is geld? Ik vond het macaber. De stier was in een mum van tijd verdwenen. De kleur van de rookwolken veranderde haast onophoudelijk. Na enkele minuten bleef enkel nog de basis over. Die bestond uit dikke, groene bananenboomstammen, evenwijdig naast elkaar met een ruimte ertussen van ongeveer zeventig centimeter. Daartussen vielen de botten van de verbrande overledene, de zwart geblakerde schedel duidelijk zichtbaar .
Willy heeft van het hele gebeuren niets gezien; ze zat op de grond, veilig verscholen achter de ruggen van de toeschouwers. Te rillen vermoed ik. De 'begrafenisondernemers', in dit geval twee jonge mannen met een doek om het hoofd gebonden tegen de hitte, legden een stuk golfplaat op de stammen zodat een oven ontstond, open aan de beide uiteinden. Er werd regelmatig in gepookt met lange bamboestokken en met een zekere regelmaat tilde één van hen de golfplaat een eindje op en gluurde naar binnen, de hand als een dakje boven de ogen. Over wat hij precies controleerde denk ik liever niet na.
Toen de gasbranders uitgingen namen we afscheid van de familie. We hoorden dat de ceremonie nog zou doorgaan tot 's avonds en dat een deel van de as dan zou worden uitgestrooid in zee bij Sanur. Een ander gedeelte wordt bewaard in de huistempel. Op weg naar huis vertelden we Willy dat wij ook wilden gecremeerd worden. Ze bekeek ons, een beetje ongelovig, en zei dat, als haar vader zo zou worden gecremeerd, ze achter hem in de vlammen zou springen. Ze wist niet dat het in Bali, tot begin vorige eeuw, de gewoonte was dat de vrouwen van de koning hem achterna sprongen in het vuur bij zijn crematie. Romeo and Juliet(s) Bali style.
 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog