Je mag tot einde Januari een gelukkig Nieuwjaar wensen meen ik me te herinneren.
Dus bij deze: aan alle lezers van deze blog een gelukkig, succesvol en vooral een gezond 2010 toegewenst!
Zelf heb ik het nooit zo nauw genomen met data. Nu we op Bali wonen wordt alles echter nog een stukje gecompliceerder vermits ook de Balinese kalender erbij komt en daarin wordt niet gekeken op een feestdag meer of minder. Er is elke week wel wat aan de hand zodat de dames zich feestelijk mogen uitdossen en met een stapel offers op het hoofd richting tempel kunnen vertrekken.
Driekoningen wordt in België gevierd op 6 januari.
Dat heeft me er nooit van weerhouden om met de voorbereidingen van start te gaan ergens tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Er moesten drie kronen geknipt worden uit karton en bedekt met een laagje zilverpapier. Een weckfles moest worden voorzien van een handvat en beplakt met zilveren of gouden sterretjes. Die kocht je toen niet bij de Blokker in een pakje van vijftig, maar moest je zelf uitknippen. Daar gingen toch ook gauw een paar uurtjes in zitten. Wat kaarsvet op de bodem laten smelten en een stompje kaars erin vastzetten en we hadden onze lantaarn. De planning voorzag natuurlijk een paar reserve stompjes, dat spreekt vanzelf. We droegen om beurt de lantaarn om onze verkleumde vingers weer wat op te warmen want het kon flink koud zijn begin januari en van al dat zingen werden je handen heus niet warm. Jongens, wat hebben wij kou geleden tijdens die zangexpedities!
Er moesten mantels komen voor de koningen natuurlijk. Gelukkig was onze moeder wereldklasse met naald en draad en veranderde ze dat blauw geblokt tafelkleed en dat stuk gebloemd gordijn in gewaden van brokaat en hermelijn. Enfin, dat vonden wij toch.
De jaren dat vader's hulp werd ingeroepen bij het maken van de ster kon die ook echt draaien boven op de bezemsteel en dit dankzij een ingenieus mechanisme waarop hij (dachten wij) wel het patent moest hebben. Je trok aan een touwtje en de, met goudpapier beplakte, kartonnen ster begon te draaien tot verbazing van onze toehoorders. Dat leverde dan, naast de obligate koekjes of snoepjes toch algauw een extra muntje van een frank of (halleluja!) een stuk van 5 frank op.
Sinaasappels hadden we niet graag. Veel volume en gewicht dat je de hele tijd maar liep mee te zeulen. Snel opeten die handel.
Het belangrijkste attribuut was natuurlijk het blikje. Dat was vaak een potje van Kwatta chocopasta want daar zat een deksel op dat goed sloot en waarin je bovena
an een gleufje kon maken. Ook ons geldblikje werd gewikkeld in zilverpapier natuurlijk. De kunst bestond er nu in om tijdens het zingen van:
Draai keeuninge, draai keeuninge, geft maai ne nieven (h)oed. Menenouwen is verslee-eete, ons moeder magget nie wee-eete. Ons vader hévet geld, oep de rooster geteld.
discreet maar met nadruk en gevoel voor timing met het blikje te schudden. Voor we thuis vertrokken hadden we er al enkele één frank muntjes ingestoken. Anders heeft in het begin van de avond dat schudden niet veel effect natuurlijk. De mensen konden dan makkelijk denken dat je het gewoon koud had.
Het gerinkel van de centjes was een subtiele indicatie naar ons publiek toe dat we geen neen zouden zeggen tegen een beperkte hoeveelheid letterkoekjes of van die ronde met gekleurde suiker erop, maar dat het ons eigenlijk te doen was om de pecuniën.
Als we dan weer eens, na een doorleefde uitvoering van bovenstaand lied, beloond werden met zo'n zielig bruin muntje van 50 of (godbetert!) 20 centiemen dan zongen we op weg naar het volgende huis: Hoewg huis, leejg huis, der zit een gierige pin in huis.
Kwestie van onze frustratie en ontgoocheling even te ventileren en weer met een serene gelaatsuitdrukking bij het volgende huis aan te komen voor een nieuw vokaal hoogstandje.
Teneinde deze unieke opportuniteit om wat bij te verdienen maximaal te benutten, beperkten we ons natuurlijk niet tot 6 januari. Neen, soms starten we al op 4 januari en gingen dan tot 7 januari door. Dat gaf toch, na opmaken van de eindbalans een omzet die 2.5 tot 3 keer hoger lag dan de losers die alleen op 6 januari gingen zingen.
Er werd er wel eens deur voor onze neus dicht geslagen wanneer we te vroeg of te laat aanbelden, maar dat namen we dan maar op de koop toe.
Onze omzet lag sowieso hoger omdat we in de voorbereidende fase (tussen kerst en Nieuwjaar weet u wel), onze zangroutes optimaliseerden. Geen straten met vrijstaande huizen en lange oprijlanen: de meeropbrengst woog niet op tegen het tijdverlies. Geen winkels want daar had je de kans dat ze je lieten wachten tot een klant bediend was. Neen, rijwoningen in een degelijke buurt zodat je al op de bel van de buren kon drukken wanneer de vrouw des huizes nog op zoek was naar haar portemonnee. Drie stappen zijwaarts en je kon opnieuw zingen.
Er zat ook een logica in de te volgen route zodat we op het einde van de avond weer bij ons huis aankwamen. In die vier dagen werkten we een soort spinnewebpatroon af rond huize Weemaes en de buit groeide met de dag.
Thuis, de schmink nog op onze gezichten, werden de tassen omgekeerd op de tafel en het geld geteld.
We voelden ons telkens weer de koning te rijk.
Dirk Weemaes uit Villa Sabandari - boutique hotel Ubud, Bali
- del.icio.us
- MySpace
- Netlog
Dat bericht was geen schriftelijke nota maar een mondeling overgebrachte eisenbundel.
Waarom die dingen niet tijdens de socialisatiemeeting op tafel waren gekomen is me een raadsel. Zoals wel meer dingen in dit land.
- We moeten de overlast accepteren die onvermijdelijk het gevolg zal zijn van onze ligging vlak bij de tempel. We horen verder onze gasten duidelijk te maken dat de tempel een heilige plek is. Er zijn nl. gevallen bekend van hotels die hebben geëist dat de luidsprekers met de gezangen werden uitgeschakeld tijdens de tempelrituelen. Ook werden de gamelanrecitals stilgelegd. Verder presteren bepaalde toeristen het om, ongegeneerd en met minimale kledij dwars door plechtigheden heen te lopen, net of dat de normaalste zaak van de wereld is. Op zich lijken me dat legitieme bekommernissen en heb ik daar geen moeite mee. Ik denk trouwens dat de meeste toeristen die Bali hebben gekozen als vakantiebestemming, een tempelceremonie naast de deur helemaal niet erg zullen vinden. We stellen trouwens ceremoniële kleding ter beschikking, zodat de gasten, onder begeleiding van onze medewerkers, de tempel kunnen bezoeken om getuige zijn van de rituelen.
- Omdat we aan het rijstveld grenzen moeten we rekening houden met de eisen van de subak, de instantie die de irrigatie regelt.
- We moeten een eenmalige bijdrage betalen aan de banjar omdat we ons op hun grondgebied hebben gevestigd.
- We moeten elke 6 maanden 100 kg rijst of de tegenwaarde ervan in geld schenken aan de banjar.
- Minimaal 25% en maximaal 40% van ons personeelsbestand moet bestaan uit mensen van de banjar. Hier heb ik het wel moeilijk mee omdat het de bedoeling is met een minimale bezetting de hele operatie te runnen. Dat moeten dan wel allemaal goed gekwalificeerde mensen zijn. Het zal een dosis diplomatie vragen om hier een mouw aan te passen. Maar dat zal wel lukken. België is niet voor niets het land van de compromissen, dus voor een stukje ben ik door geboorte een ervaringsdeskundige.
Mijn grootvader leerde me, intussen alweer een halve eeuw geleden, dat het gaat regenen wanneer de zwaluwen laag vliegen. Het heeft iets te maken met insecten die ophooggestuwd worden door opstijgende warme lucht. Hoe het wetenschappelijk allemaal precies in elkaar zit weet ik niet, maar het klopt wel.
Weer een reden om te feesten.
Het feest heet ditmaal Kuningan.
De Galungan periode is een symbolische afspiegeling van de strijd tussen goed en kwaad en de belangrijkste functie van Kuningan is het vieren van de overwinning van het goede en het herstel van evenwicht en harmonie in de wereld.
De geesten van de voorouders keren vandaag terug naar de hemel.
Dan ga je natuurlijk familie en vrienden bezoeken om hun een zalig en gelukkig Kuningan te wensen.
Alweer een vrije dag.
Het merendeel van onze bouwvakkers zijn mensen uit Java en Lombok en dat zijn meestal moslims en geen hindoes zoals de Balinezen. Voor hen is Kuningan bijna zo vreemd als voor mij vermoed ik.
Het geluid van de zaag- en polijstmachines en het getik van de hamers overstemt dan ook zonder enig probleem het geluid van de gamelan en het getinkel van de belletjes in het woudtempeltje aan de overkant van de sawah. De moslims zijn tenslotte pas terug van hun twee weken durende Idul Fitri (Suikerfeest) vakantie.
Ja jongens, hoe gaat dat hier in godsnaam ooit gedaan zijn met bouwen!
Overal op het eiland vindt u bij de ingangspoort van de huizen 'penjors', lange bamboe stokken meestal versierd met vruchten, kokosbladeren en bloemen. Bij elke poort, zult u ook kleine bamboe altaartjes aantreffen, speciaal gemaakt voor het feest. Er worden offertjes gebracht, verpakt in geweven palmbladeren. - 14-24 oktober 2009
- 12-22 mei 2010
- 8-10 december 2010
- 6-16 juli 2011
- 1-11 februari 2012
Vorige week liet Komang, de tuinman, ons weten dat hij het hele weekend zou werken omdat hij deze week Upacara (ceremonie) had en dan graag een dag vrij wilde. Die ene dag werden er in de praktijk twee maar dat doet er nu niet toe. Via Made, de huishoudster, vernamen we dat de ceremonie in kwestie de crematie was van Komang's grootvader, 87 jaar en de week ervoor overleden. Ik vroeg Komang of we de crematie mochten bijwonen en dat was geen probleem, in tegendeel, we waren welkom.
Voor ons, buitenlanders, zijn er geen specifieke kledingsvoorschriften. De Balinezen dragen een sarong, zowel de mannen als de vrouwen. We huurden een auto en gingen om elf uur richting Blahbatuh, het dorp waar de crematie zou plaatsvinden. We = mijn vrouw, Willy, Made en ik. Made voor de gelegenheid in traditionele klederdracht. Bij een zijstraat met een tijdelijk verkeersbord: "Hati hati, ada Upacara" ("Voorzichtig, we hebben een ceremonie"), stopte de chauffeur. We zagen al op een afstand een kleurig bouwsel, verderop in de straat. Onze delegatie ging richting bouwsel waar een groot aantal mensen was verzameld. Komang, ook in traditionele kledij, stond ons al op te wachten. Hij leidde ons door een gangetje naar het huis van zijn grootvader. Er werden onmiddellijk stoelen aangedragen en we kregen een flesje Sprite en een stukje brood. Zoals alle Balinese huizen bestond ook dit huis uit een aantal aparte gebouwen en balés. In één van die balés lag het lichaam van de overledene in een kist met een wit doek erover en omringd door allerlei offergaven. Op mijn vraag hoe het lichaam in de warmte zo lang thuis kon blijven kreeg ik het korte antwoord: "Formol".
Op enige afstand zaten een man en een vrouw, voor mijn oren, op een verschrikkelijke manier te zingen en te declameren, de vrouw zong, de man declameerde. Het klonk griezelig en dreigend. Op de Balinezen maakte het geen enkele indruk. Ze liepen door elkaar, groetten links of rechts iemand, maakten een grapje of rookten een sigaret. Het leek eerder een receptie dan een begrafenis. Na drie kwartier stopte het gezang en begon men de balustrade van de balé waarin de overledene lag af te breken.De mensen stroomden toe en kregen takken met bloemen of offergaven uit de balé, waarna ze weer naar buiten gingen en zich , als een processie, voor de kleurige toren opstelden. Het was een bizar defilé, zowel kleine kinderen als ouderlingen met een wandelstok, die voorbijliepen met bloemen, gevlochten mandjes, een gebraden speenvarken of eend, aan een stok geregen, iets wat leek op een rituele speer of een tros bananen. Op het laatst werd de kist op de schouders getild en naar buiten gedragen. De muziek van het gamelanorkest werd alsmaar luider. De kist werd met man en macht helemaal bovenin de toren gehesen en daar, zo goed als mogelijk, vastgemaakt met witte repen stof. De priester en een aantal mannen bleven bovenop de toren, zo'n vijf meter boven de grond. Dan zette de stoet zich in beweging, mobiel gamelanorkest incluis. De overledene bracht een laatste bezoek aan zijn dorp. Op de kruispunten werd de toren een aantal malen rondgedraaid met alle gevolgen van dien voor het verkeer. Zo hoopt men de geest van de overledene in verwarring te brengen zodat hij de weg naar huis niet meer terug kan vinden. De Balinezen blijven daar rustig onder; je hoort geen enkele auto claxonneren.
Morgen is het misschien jouw Upacara.
We sloten als laatsten aan bij de stoet die richting kerkhof ging. We passeerden kleurig versierde zerken met Chinese opschriften. In tegenstelling tot de Hindoes worden de Chinezen gewoon begraven. Op de plaats van crematie aangekomen zagen we een groot beeld van een zwarte stier op een staketsel van bamboe. De bovenzijde van de rug was een deksel dat kon opengemaakt worden. Met man en macht werd de kist uit de toren gehaald en naar de stier gebracht. Het lichaam pastte in de buikholte van de stier en het deksel ging er opnieuw op. Intussen werd de versierde toren in brand gestoken. De rouwkransen, gemaakt van papieren bloemen belandden ook op de brandstapel.
Het fikte flink en ik verwachtte dat de stier boven het vuur zou worden getild. Dat was niet zo. Ik rilde, ondanks de warmte ,heel even toen ik de gasflessen in het oog kreeg, een eindje van de stier, half verborgen tussen de struiken. Van onder de struiken liepen bruine slangen naar iets wat leek op twee gigantische hogedrukreinigers. De muziek zwol weer aan toen de hogedrukreinigers vuur spuwden en de stier in brand staken. Het bleken vlammenwerpers te zijn. Ook in Bali heeft de tijd niet stil gestaan en is de klassieke brandstapel vervangen door tuigen die mij, orang bulé (witte man), onwillekeurig doen denken aan stervende mensen in bunkers aan de Atlantische kust of naakte mannen met baarden in Auschwitz. Tien jaar geleden duurde een crematie drie tot vier uur. Nu is de klus geklaard in een uurtje. Het zal wel een vooruitgang zijn zeker? Want tijd is geld? Ik vond het macaber. De stier was in een mum van tijd verdwenen. De kleur van de rookwolken veranderde haast onophoudelijk. Na enkele minuten bleef enkel nog de basis over. Die bestond uit dikke, groene bananenboomstammen, evenwijdig naast elkaar met een ruimte ertussen van ongeveer zeventig centimeter. Daartussen vielen de botten van de verbrande overledene, de zwart geblakerde schedel duidelijk zichtbaar .
Willy heeft van het hele gebeuren niets gezien; ze zat op de grond, veilig verscholen achter de ruggen van de toeschouwers. Te rillen vermoed ik. De 'begrafenisondernemers', in dit geval twee jonge mannen met een doek om het hoofd gebonden tegen de hitte, legden een stuk golfplaat op de stammen zodat een oven ontstond, open aan de beide uiteinden. Er werd regelmatig in gepookt met lange bamboestokken en met een zekere regelmaat tilde één van hen de golfplaat een eindje op en gluurde naar binnen, de hand als een dakje boven de ogen. Over wat hij precies controleerde denk ik liever niet na.
Schrijf mee
Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.beWie is wie?
Laatste berichten
Zoeken op deze blog
Categorieën
Blogs De Standaard









