Ay, torito bravo... ay, torito guapo...

Een heugelijke dag vandaag voor dierenrechtenorganistaties en dierenliefhebbers in Catalonië en daarbuiten. Het Catalaans Parlement keurde vandaag een wetsvoorstel goed dat zal leiden tot een absoluut verbod op stierengevechten op Catalaanse bodem met ingang van 1 januari 2012. Hiermee komt een einde aan reeds lang aanslepende discussies tussen voor- en tegenstanders van de corridas. Voorstanders hebben het over een eeuwenlange Spaanse traditie, over cultuur en over sport. Tegenstanders beschouwen het als wreed en onnodig geweld tegen hulpeloze beesten die, hoe dapper ook, ten dode opgeschreven zijn zodra ze een poot in de arena zetten.

Natuurlijk kreeg het thema ook nog een dieper politiek tintje: de partijen die tegen de afschaffing stemden menen dat de ware reden van deze deze ‘actitud antitaurina’ schuilt in het feit dat het in werkelijkheid gaat om een ‘Spaanse’traditie waar de Catalaanse voorstemmers wat graag afstand van willen doen, in hun onafhoudelijke pogingen afbreuk te doen aan de Spaanse identiteit van Catalonië. Vamos, de afschaffing van stierengevechten is welzeker de zoveelste verdoken stap in de richting van onafhankelijkheid! Feit is dat stierengevechten oorspronkelijk niet bestonden in deze streek en dat ze vooral tijdens het Franco-regime sterk gepromoot werden als uiting van nationale identiteit en om buitenlandse toeristen te lokken.

Dit soort discours is evenwel allesbehalve verbazingwekkend. Catalonië is nog niet bekomen van de hevige discussies die voortvloeiden uit de overwinning van het Spaanse nationale team tijdens de wereldbeker. Plots bleek zowat heel Barcelona nationalistisch gezind en Chinese handelaars deden gouden zaken met de verkoop van Spaanse vlaggen, t-shirts en andere rood-gele bagatellen.. Carlos Pujol, die toch Spanje mee aan de overwinning hielp, kreeg de wind van voren omdat hij na de bekerfinale trots met de Catalaanse vlag rondparadeerde. Ook de Asturiaanse vlag was op het veld te bespeuren, maar daar tilde blijkbaar verder niemand aan. Nog weken daarna werden op FB en internetfora hevige discussies gevoerd over nationaal en regional sentiment, over provocatie, rechten en plichten.

Wat er ook van zij, en met welke bedoelingen ook het wetsvoorstel vandaag werd goedgekeurd, ik vind het alvast prachtig dat met ingang van  2012 de stieren in Catalonië niet langer hoeven te sterven ter meerdere eer en glorie van een in mijn ogen helemaal niet zo dappere torero in een glitterpakje.

 


 

Waarheid en Politiek. Verkiezingen in Polen. (1) Inleidende terreinverkenning

Tijdens gesprekken die we voeren vinden we het belangrijk dat mensen geloven dat we de waarheid spreken.  Meestal is dit een onbewust proces. We vertellen iets, de personen rondom ons knikken, en we voelen ons hierbij goed, want we hebben de indruk dat de inhoud van ons verhaal naar waarde wordt geschat. Wanneer iemand je tegenspreekt, dan komen emoties van een geheel andere orde los. Wanneer we nu even stil staan bij het begrip ‘waarheid’, dan valt het op dat ‘waarheid’, ‘geloof’ en ‘communicatie’ samenhangen. Een zin als: ‘deze politicus is waar’ heeft geen zin. Een uitspraak van of over de politicus kan waar of onwaar zijn, wat betekent dat wat de politicus zegt (of wat over de politicus wordt gezegd) ‘strookt met de feiten’. Om zeker te zijn of dit klopt, moet dit natuurlijk worden geverifieerd. Een zin als: ‘deze politicus is de ware’ kan wel een zinvolle betekenis hebben. Dit betekent dat de mensen die achter deze uitspraak staan geloven dat deze politicus het best in staat is om bepaalde actuele problemen aan te pakken. De toekomst moet in dit geval uitwijzen of dit met de feiten klopt.  Een zin als ‘deze politicus is de waarheid’ vind ik interessant. Een dergelijke zin wordt zelden gebruikt, de zin klinkt niet zinloos maar vooral verheven. Dit heeft te maken met de bekende analogie: ‘Jezus is de Waarheid’. Deze zin klinkt betekenisvol, omdat we ze al zo vaak gehoord hebben. Met betekenisvol spreek ik me niet uit over het waarheidsgehalte ervan, ik bedoel hiermee niets meer dan dat we begrijpen wat de zin betekent. Het is wel boeiend om te constateren dat van bepaalde dictators zo’n zin wel als normaal werd beschouwd: ‘Stalin als de Waarheid’, ‘Mao als de Waarheid’. Maar een zin als ‘Bart De Wever is de Waarheid’ klinkt helemaal niet omwille van de verheven en ondemocratische naklank.

Waarheid wordt een heel delicaat gegeven als we ons op het politieke terrein begeven. De doorsnee-mens vindt het belangrijk dat een politicus de waarheid zegt, de doorsnee-politicus vindt het vooral belangrijk dat de mensen geloven dat hij de waarheid spreekt. Een politicus moet dus de mensen overtuigen! Wanneer we het hele politieke schouwspel kritisch analyseren, dan valt het ons op dat de collectieve overtuiging dat iets waar is, veel belangrijker is dat de waarheid op zich! En daar draaien politieke debatten om, niet altijd om de waarheid zelf, maar om te overtuigen, te doen geloven! Als we, vanuit deze invalshoek, de uitslag van de recentste verkiezingen in België analyseren dan kunnen we stellen dat Bart De Wever gewonnen heeft omdat hij een groot deel van de Vlamingen heeft kunnen overtuigen dat een fundamentele hervorming van de Belgische staatsstructuur absoluut noodzakelijk is om België (met inbegrip van Vlaanderen) te besturen en op deze manier de welvaart in stand te houden. Veel mensen geloven dus zijn basisstelling: ‘zonder hervorming van de Belgische staatsstructuur geen efficiënt bestuur, en zonder efficiënt bestuur geen welvaart!’ Deze stelling is van zo’n complexe orde dat het waarheidsgehalte ervan niet onmiddellijk kan worden geverifieerd. Het gaat hier om een proces in tijd! Maar onbetwistbaar is dat een groot aantal mensen de indruk heeft dat de Belgische staatsstructuur niet meer goed werkt en aan een update toe is. Eigenlijk werd Yves Leterme een aantal jaar geleden omwille van een gelijkaardige redenering verkozen. Alleen, veel kiezers hebben de indruk dat hij er niet in geslaagd is om iets te veranderen.  Nu is Bart De Wever ‘de ware’, want op dit moment gelooft een groot aantal kiezers dat hij een goed inzicht heeft in de actuele situatie en dat hij erin kan slagen om met deze situatie om te gaan.

Als blijkt dat iemand niet de waarheid spreekt, dan kan dat 2 oorzaken hebben. Ofwel spreekt hij de waarheid niet omdat hij de feiten niet (volledig) kent. In dat geval zeggen we dat hij zich vergist. Ofwel spreekt iemand de waarheid niet omdat hij deze (bewust) wil verborgen houden. In dat geval zeggen we dat hij liegt. Algemeen wordt een vergissing sneller door de vingers gezien dan een leugen. In de politiek speelt dat onderscheid een heel grote rol. Een politicus die toegeeft dat hij een fout heeft gemaakt wordt veel sneller vergeven dat een politicus die blijkt te liegen. Natuurlijk mag een politicus zich niet te vaak vergissen, want dan schiet hij intellectueel tekort. Een politicus die liegt schiet moreel tekort. De ware politicus is deze die weinig fouten maakt in woord en daad (een teken van intelligentie) en steeds de waarheid nastreeft (moreel hoogstaand en dus betrouwbaar).

Ik heb in de vorige alinea’s gepoogd om een zo waarheidsgetrouw mogelijke, louter  objectieve analyse te maken van de relatie tussen waarheid en politiek, met een toepassing op België.  Mijn eigen oordeel  heb ik in mijn analyse niet ingesloten. Ik wil hetzelfde doen in een aantal bijdragen over de Poolse verkiezingen tijdens de voorbije  weken. Wat me vooral is opgevallen is dat ‘waarheid’ als invalshoek bij de analyse van de Poolse verkiezingen tot zeer boeiende inzichten leidt. Als begin van de verkiezingsperiode plaats ik als datum 18 april 2010, een week na de vliegtuigramp in Smolensk waarbij president Lech Kaczyński en ruim 90 Poolse hoogwaardigheidsbekleders omkwamen. 10-17 april 2010 was officieel een periode van nationale rouw, en nationale eenheid. Maar na deze week van rouw werden de messen geslepen ter voorbereiding van de grote verkiezingsoorlog. Gedaan met de verzoening, gedaan met de eenheid, gedaan met het respect. De oorlog om het presidentschap moest gewonnen.  Het viel me al onmiddellijk op dat er zich een bizarre relatie rond Waarheid en Politiek ontspon.  Over het ongeluk zelf is het laatste woord nog niet gezegd.  De eerste officiële informatie over het onderzoek naar de oorzaak van de ramp liet lang op zich wachten, af en toe kreeg de Poolse bevolking te horen dat Rusland nauwelijks wilde samenwerken met Polen in het onderzoek en dat Polen moest wachten tot  Rusland klaar was met de analyse van de zwarte doos en het ondervragen van de getuigen.  Pas op 1 juni (bijna 2 maanden na de ramp) werd de inhoud van gesprekken bewaard in de zwarte doos vrijgegeven voor het publiek. De meeste kranten publiceerden het hele stenogram.  Eergisteren nog verkondigde Jarosław Kaczyński tijdens zijn toespraak na de bekendmaking van zijn verkiezingsnederlaag dat het een kwestie van moraal is dat de absolute waarheid moet worden gekend.  Een dikke sluier blijft nog steeds hangen boven de waarheid rond Smolensk.   

Tijdens het communisme bestond er in Polen ook een heel bizarre relatie met de waarheid. Informatie werd verzwegen, verwijderd, verdraaid, en soms gebeurde dit op nogal gewelddadige wijze. Nu is Polen sinds 20 jaar een democratische, parlementaire republiek. Feiten kunnen door de perscontrole niet meer zo snel worden verborgen.  Er worden nu allerlei democratische trucs aangewend om de ene waarheid te doen prevaleren boven de andere. Er wordt gebruik gemaakt van slogans, eenzijdige accenten, het beklemtonen van de slechte eigenschappen van de tegenstander, het beklemtonen van de fouten die de tegenstander heeft gemaakt, soms een stemverheffing, een belediging, een showopvoering, en zelfs de rechtbank als hoge instantie. Ik heb doelbewust gewacht tot  na de laatste verkiezingsronde met de publicatie van deze artikels omdat ik mezelf volledig  buiten de verkiezingen alsdusdanig wil houden. Ik wil gewoon de waarheid schrijven over de hedendaagse Poolse politiek en de Poolse samenleving zoals ik deze heb kunnen observeren.

De meeste buitenlandse kranten hadden het over de Poolse verkiezingen als een strijd tussen de liberale PO  (Komorowski, Burgerplatform) en het conservatieve PIS (Kaczyński, Partij voor Recht en Rechtvaardigheid). Ikzelf behoed me steeds voor het gebruik van het woord ‘conservatief’. Ik citeer liever uit een onderzoek uit de Poolse krant Rzeczpospolita (30 juni 2010) waarin men in een steekproefenquěte gevraagd heeft aan de bevolking waarvoor volgens haar Kaczyński en Komorowski staan. De beeldvorming van de eigen Poolse bevolking over haar presidentskandidaten zegt veel meer dan een begrip als ‘conservatief’. Deze beeldvorming ligt ook aan de basis van het stemgedrag.  Ik vat een aantal basiskenmerken samen (%):

Eigenschap

Patriot

Werkt samen met de katholieke kerk

Zal politieke conflicten uitlokken

Bereid tot compromissen

Bekommerd om de landbouw

Streeft naar betere relaties met Rusland

Wil zich engageren voor het werk van de mensen

Engageert zich voor de kleine bedrijven

Engageert zich voor de grote bedrijven

Wil de positie van Polen versterken op internationaal vlak

Bekommert zich om veiligheid en orde

Bekommerd om het gezin

Bekommerd om goed verstandhouding met regering

Is voor de privatisering van de gezondheidszorg

Zal een sterke president zijn

Komorowski

59

32

27

69

66

71

47

48

62

66

58

55

78

62

50

Kaczyński

79

84

68

35

53

31

57

37

27

50

65

57

25

15

44

Zowat de helft van de Polen gelooft niet dat er een sterke president zal zijn, ongeacht de uitslag van de verkiezingen. Kaczyński is  (In vergelijking met Komorowski) meer patriot, minder gericht op internationale relaties, veel minder gericht tot compromissen, veel minder voor privatisering van de gezondheidszorg en veel minder gericht op de grote bedrijven.

Eergisteren werd aan een aantal mensen gevraagd voor wie ze zouden stemmen en waarom. Vaak was het antwoord ‘Komorowski’ met als hoofdreden dat er met Komorowski veel minder ruzie zou zijn in de politiek. Blijkbaar hebben nogal wat mensen problemen met het eindeloze gebakkelei.

Er zijn natuurlijk ook nog andere partijen in Polen, maar die spelen voorlopig een heel kleine rol. De enige partij die nog een beetje meedoet is SLD, het verbond van de linkse democraten. Voor veel Polen wordt zij beschouwd als de erfgenaam van de oude communistische partij.  De nog relatief jonge Napieralski (geboren 1974) deed het uiteindelijk tijdens de eerste ronde van de verkiezingen nog niet zo slecht. Hij haalde 13,7 % van de stemmen, genoeg om noch Kaczynski, noch Komorowski een 50% meerderheid te geven waardoor een 2de stemronde nodig was. Napieralski doet zijn best om de kiezers ervan te overtuigen dat modern links niet hetzelfde is als oud-communistisch.

In de Standaard van 21 juni 2010 las ik: Kaczynski's populariteit steeg gevoelig na de dood van zijn tweelingbroer. Lech Kaczynski, zijn vrouw en nog 94 anderen kwamen op 10 april om het leven toen hun vliegtuig tijdens de landing in Rusland verongelukte. Maar het verdriet en de sympathie waren onvoldoende om de oud-premier aan de overwinning te helpen’ Ikzelf geloof niet dat veel mensen voor Kaczyński stemden omwille van dit soort emotionaliteit. Mensen die voor Kaczyński stemmen doen dat vooral omdat PIS de klemtoon legt op het belang van katholieke waarden in de samenleving.

Op vrijdag 18 juni 2010 gaf Le Soir de volgende beschrijving van Polen aan de vooravond van de eerste verkiezingsronde van 20 juni: ’2 landen kiezen in Polen op zondag een nieuwe president. Deze vekiezingen zijn een confrontatie tussen 2 Polens, het Polen van de Rijken en het Polen van de Armen. Een confrontatie tussen degenen die wonnen na de transformatie en zij die verloren, tussen de modernen en degenen die wegkwijnen in het verleden.’  Op zondag 20 juni 2010 won Komorowski de eerste verkiezingsronde van Kaczyński met 41,5%  tegenover 36,5%. Als we uitslag per kiesdistrict bekijken, dan zien we iets heel merkwaardigs:

Geografische spreiding verkiezingen


Uit Gazeta Wyborcza 21 juni 2010

Polen blijkt inderdaad in 2 grote geografische kampen verdeeld. Om het met de typische clichés uit te drukken: het rijke industriële West-Polen tegenover het arme agrarische Oost-Polen.  Komorowski vertegenwoordigt de eerste groep, Kaczyński de tweede groep. De eerste groep is eerder pro-Europa en liberaal, de tweede groep veeleer eurosceptisch en op grotere schaal praktiserend katholiek.

Komorowski had uiteindelijk 5% meer stemmen behaald dan Kaczyński. Eergisteren heeft hij de tweede verkiezingsronde met een vergelijkbare voorsprong gewonnen. Toch kan je dit een eerder bescheiden resultaat noemen in het licht van de verkiezingsvoorspellingen voordien waarin soms zelfs aan Komorowski een overwinningsresultaat van 54% in de eerste verkiezingsronde werd toegezegd tegenover kaczyński 35%. Komorowski deed het veel minder goed dan voorspeld, Kaczyński deed het beter. Newsweek pakte uit met een artikel met als titel ‘Waarom liegen de Polen tijdens de verkiezingspeilingen’ (Newsweek, 4 juni 2010). In het artikel worden een aantal peilingen uit het verleden met hun respectievelijke feitelijke resultaten geconfronteerd. Doorgaans springt het verschil heel sterk in het oog. De auteur van het artikel, Piotr Bratkowski, poogt een dubbele verklaring te geven. Hij stelt dat een deel van de bevolking nog mentaal vecht met de spionnen van de politie uit het communistisch verleden. Bijgevolg worden deze peilingen, ongeacht het feit dat deze door private organisaties worden afgenomen, aangevoeld als een element van de staatsrepressie. Een tweede oorzaak zou te maken hebben met het feit dat Polen een heel laag zelfbeeld hebben. Polen vinden zichzelf slechter dan andere Europese landen, twijfelen continu, ... Het gevolg is dat velen nog plots van idee veranderen wanneer uiteindelijk de stem moet worden uitgebracht. Volgens mij is er nog een 3de reden die meespeelt. Polen is als land zo intern verdeeld, dat het niet simpel is om een relevante steekproef te maken voor een enquěte-onderzoek. Bijgevolg moet steeds rekening gehouden worden met een ruime foutenmarge.

De Poolse bevolking blijkt dus de waarheid niet te spreken! Maar ook de politici spreken soms volledig naast de waarheid. Het valt me op dat tijdens de verkiezingsdebatten tal van onwaarheden werden verkondigd. Ik spreek me niet uit of het hier gaat om vergissingen dan wel leugens. Zoals bijvoorbeeld de uitspraak van Komorowski tijdens het voorlaatste televisieverkiezingsdebat op maandag 28 juni. Hij stelde dat de salarissen van de leerkrachten in de voorbije 2 jaar met 30% zijn gestegen. Dit klopt gewoonweg niet! Ikzelf werk al 3 jaar als assistent aan de universiteit in Lublin, en mijn loon is zelfs netto naar beneden gegaan, want de sociale bijdrage stijgt af en toe. Ik heb geïnformeerd bij de collega’s van het middelbaar onderwijs. Zij zijn formeel: hun salaris is gemiddeld 7% gestegen! Bizar is dat een leerkracht in het middelbaar onderwijs gemiddeld ongeveer 500 PLN (125 EUR) meer verdient dan een assistent-doctorandus aan de universiteit die met een wetenschappelijk onderzoek bezig is. Tijdens gesprekken met mensen uit andere beroepssectoren blijkt dat de meesten echter geloof hechten aan wat tijdens dit debat werd beweerd. Over lonen in Polen bestaat immers vaak een zekere geheimhouding. Het bedrag ligt ook veel minder vast. Een assistent-doctorandus aan de universiteit krijgt een bruto-salaris tussen minimum 1740 PLN en maximum 3120 PLN (op dit moment delen door 4 om het Eurobedrag te kennen; Ministrieel besluit 22 december 2006). De inrichtende macht van de universiteit beslist autonoom welk bedrag het personeelslid krijgt. Normaal krijgt een beginnende docent het minimum, en vaak blijkt dat na een aantal jaar nog niet verhoogd. Het krijgen van een hoger loon hangt niet af van vastgelegde objectieve factoren (zoals bv. loopbaanduur, ervaring). Volgens mij diametraal in tegenspraak met Straatsburg. Indien docenten het idee zouden hebben om samen naar Straatsburg te trekken, dan geloof ik niet dat de Poolse overheid ook maar een schijn van kans heeft om de zaak voor deze hoge juridische Europese instantie te winnen.

Tijdens dezelfde discussie van maandag stelde Komorowski dat Kaczyński in 2006 in een interview met de  ‘European Voice’ had gezegd dat de EU haar dotaties aan de boeren zou moeten annuleren om meer geld over te houden voor een sterk Europees leger.  ‘Niet waar’ reageerde Kaczyński, ‘ wel waar’ riposteerde Komorowski. De Gazeta Wyborcza heeft het een dag later geverifieerd en de European Voice is formeel, Kaczyński heeft dit wel gezegd (Gazeta Wyborcza, 29 juni 2010).

Een andere waarheidsdiscussie gaat over het verwijt van Kaczyński tijdens een toespraak voor de eerste verkiezingsronde dat PO met Komorowski voor de privatisering van de gezondheidszorg zou zijn. Komorowski stelde dat dit niet klopt en dat tijdens de voorbije PO-regering niet 1 hospitaal was geprivatiseerd. Huidig premier (Tusk) was zelfs zo kwaad dat hij naar het gerecht trok. De uitspraak van het gerecht was verpletterend voor Kaczyński: wat Kaczyński zegt strookt niet met de waarheid en hij mag dit niet meer zeggen tijdens de verkiezingen.  (Gazeta Wyborcza 17 juni 2010). Zwijgverbod dus als het gaat over de privatisering van de hospitalen. Deze hele gerechtszaak rond de waarheid vind ik fascinerend. Het is ook behoorlijk uniek dat het gerecht wordt ingeroepen om zwijgverbod te geven rond een bepaalde stelling. Ik stel me trouwens de vraag wat dit zou geven als bv. in Belgie (en eigenlijk in gelijk wel democratisch land), bij elke onware uitspraak van een politicus tijdens een verkiezingscampagne de tegenpartij naar de rechtbank zou trekken. In België (en naar ik veronderstel in alle landen) worden ook soms onwaarheden  door politici verkondigd, maar is het aan de tegenpartij om met de juiste dossierkennis de juiste argumenten te vinden om deze onwaarheid te ontkrachten.  Zo werkt een gezonde democratie. De hele zaak wordt nog interessanter als we bovenstaande enquěte-onderzoek bekijken. Op de vraag ‘denkt u dat de kandidaat voor de privatisering van de gezondheidszorg is’ antwoordt 62% van de ondervraagden dat ze geloven dat dit wel degelijk het geval is bij Komorowski, resultaten 2 weken gepubliceerd na het verdict van de Hoge Poolse Rechtbank. Met andere woorden, 62 % van de bevolking (volgens de enquěte) hecht geen geloof aan de uitspraak van de rechter.  Laten we dan even kijken op het terrein. Het klopt dat er in Polen weinig ziekenhuizen  geprivatiseerd zijn, maar vele  ziekenhuizen hebben tal van onderdelen geprivatiseerd. Bv. de labo’s, de bloedbank, fysiotherapie en dergelijke werden geprivatiseerd om de financiële problemen op te lossen. Na een uitvoerig onderzoek blijkt dus dat Kaczyński eigenlijk had moeten zeggen dat in de loop van de voorbije jaren heel wat onderdelen van de ziekenhuizen werden geprivatiseerd. Ik schrijf in een volgend artikel uitvoeriger over de Poolse gezondheidszorg.

Tijdens de verkiezingsdebatten in Polen kwamen vele thema’s aan bod: de invoering van de Euro, de Poolse gezondheidszorg, Poolse pensioenen, internationale relaties (Polen-Rusland, Polen-VSA, Polen EU), ethische thema’s (in vitro fertilisatie, het homo-huwelijk, abortus), .... Het is interessant om al deze discussies te analyseren met de waarheidsvraag in het achterhoofd.  Ik heb  3 thema’s gekozen om in de diepte te analyseren die vaak de discussies  warm deden oplopen tijdens deze verkiezingen: (1) de strijd tegen het water, (2) de Poolse gezondheidszorg, (3) armoedebestrijding.  Mijn keuze heeft te maken met mijn overtuiging dat dit de grootste problemen zijn waarmee gewone mensen vandaag  te maken hebben in Polen.


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog