Japanse kers 3 weken vroeger in bloei in Toronto

Gisteren was ik in High Park, een van de grootste en oudste parken van Toronto. Hoewel we nog maar goed half april voorbij zijn, waren de sakura volop in bloei. In Japan is ohanami, letterlijk bloemenkijken, bijzonder populair. Mensen organiseren picknicks, kletsen over koetjes en kalfjes, zingen, maken muziek, allemaal onder de bloesempracht.


 

 

Natie in rouw, mensen in de kou

Er zijn zo van die mensen die geboren zijn voor het ongeluk, die op de één of andere manier steeds opnieuw alle mogelijk denkbare ellende naar zich toe trekken, alsof zij door het Noodlot werden uitgekozen om telkens weer de pechtvogelprijs in ontvangst te mogen nemen.  Ik denk dat je dit ook kunt zeggen van bepaalde naties. Ik denk vooral aan Polen. Het is niet moeilijk om een lange opsommingslijst te geven waaruit blijkt dat Polen in de loop van de voorbije 3 eeuwen herhaaldelijk door de Geschiedenis getracteerd is geworden met een fikse dosis pech.  Ik reduceer deze lijst tot 4 sleutelgebeurtenissen: op het einde van de 18de eeuw in 3 stukken gescheurd door Pruisen, Oostenrijk en Rusland; in de 19de eeuw gedomineerd door de 3 omringende grootmachten en in de 20ste eeuw bezet door Nazi-Duitsland en erna voor ruim 40 jaar gedomineerd door de Sovjet-Unie.

Katyn is voor Polen een begrip, een symbool voor de harde confrontatie die het Poolse volk met de Geschiedenis heeft moeten aangaan. In de bossen van Katyn, een plaats net over de grens in Wit-Rusland, werden in april 1940 op bevel van Stalin 22 000 potentieel lastige Poolse officieren afgemaakt. Stalin heeft gepoogd deze daad in de schoenen van Hitler te schuiven, maar de ware toedracht van een misdaad van een dergelijke omvang kon niet lang verborgen worden gehouden.

Voor Rusland is dit een vervelend historisch gegeven. Toch had Rusland uiteindelijk de herdenkingsplechtigheid ’70 jaar Katyn’ op 10 april 2010 niet tegengewerkt, meer zelfs, premier Poetin had toegezegd om op de plechtigheid aanwezig te zullen zijn ondanks het feit dat de relaties tussen Rusland en Polen allerminst hartelijk kunnen worden genoemd. In Polen werd de herdenkingsplechtigheid reeds lang voordien voorbereid. Vooraanstaanden uit de Poolse maatschappij zouden naar Katyn trekken om hulde aan de vermoorde Poolse helden te brengen.

Op 10 april 2010 werd het begrip Katyn een ware vloek. Het Poolse presidentiële vliegtuig gevuld met de ministeriële top, de legertop, het hoofd van de Poolse nationale bank, de clericale subtop, een aantal burgerlijke helden en president Lech Kaczynski met zijn vrouw daalde iets te snel, vloog op nauwelijks een kilometer afstand van de militaire luchthaven van Smolensk enkele meters te laag, raakte een  paar boomtoppen en spatte volledig uit elkaar. Al wat overbleef waren ontelbare brokstukken verspreid in een straal van zo’n 2 kilometer.  Ik denk dat dit de meest ironische gebeurtenis uit de geschiedenis van de mensheid kan worden genoemd. Je zou haast bijgelovig worden en denken dat de geest van Stalin is blijven ronddwalen door de bossen van Katyn om de Poolse natie te tracteren op een wansmakelijk cynisch dessert. Ik hoorde het nieuws  op straat op weg naar de slager, ik kon het niet geloven. Niemand kon het geloven. Een hele natie perplex.

Zondag 11 april, een dag na de tragedie, ik moest met de trein van Gdańsk naar Lublin. Dit is een traject van 500 kilometer dat ongeveer 8 uur duurt. Zoals gewoonlijk kocht ik in de kiosk de ‘Gazeta Wyborcza’. Er was iets raars met die krant. Het was – uiteraard – de weekendeditie, de krant die vrijdagavond was gedrukt bestemd voor zaterdag en zondag. De redactie heeft immers ook het recht op een weekend familiale rust. Voor mij leek het even alsof zaterdag 10 april 2010 nooit had bestaan. Ik las in de krant hoe op vrijdag 9 april reeds 300 mensen met de trein naar Katyn vertrokken waren, dat president Kaczynski zijn opperbest had moeten doen om een redevoering te schrijven in een diplomatische taal, dat de herdenkingsplechtigheid voor Polen uitermate belangrijk was, ... Ik las dit allemaal, op 11 april 2010, de dag na de tragedie. Voor het eerst in mijn leven voelde ik zo sterk dat een krant slechts over het verleden bericht en niet over de actualiteit, het begrip ‘actualiteitskrant’ is een contradictio in terminis. Nog nooit had ik zo sterk het gevoel gehad dat 1 gebeurtenis zo bruusk, zo radicaal plots en onverwacht kan plaatsvinden en een radicale breuk tussen heden en verleden kan creëren. Steeds heb ik gedacht dat de geschiedenis in golfbewegingen verloopt, maar 10 april 2010 is een uitzondering, 10 april 2010 is een historische breuklijn.

In welke richting Polen zal evolueren is op dit moment een vraag die niet wordt gesteld. Het land is voor 1 week in nationale rouw. De Poolse vlag hangt met een zwart lint overal halfstok, mensen verzamelen dagelijks op diverse moment in de kerk, ik zie zwarte kleren, mensen die een zwart lint hebben opgespeld, er wordt bezonnen, er wordt gebeden, kaarsen branden, foto’s van de nieuwe nationale helden verschijnen op steeds meer plaatsen, Poolse websites hebben een grijze kleur, Poolse magazines en tijdschriften hebben een grijze opmaak, ereprocessies worden georganiseerd, ...  De natie is onthoofd, de natie huilt, de natie bidt, de natie is nog steeds perplex, de natie wordt terug één, de natie rouwt, de natie bloedt, ...

Er zijn 3 zaken die mij in het bijzonder treffen. Het eerste is het feit dat het individu troost en steun zoekt in de massa. Men noemt het solidariteit en patriottisme. Voor mij is de naam niet belangrijk. Het raakt me wanneer ik zie op welke massale schaal mensen het verdriet met elkaar delen. Dit is een spontane en oprechte reactie, dit is volgens mij niet artificieel. Het tweede dat me positief raakt is de manier van communiceren van media tot maatschappij. Algemeen klinkt de boodschap dat het geen zin heeft om de speculeren over de oorzaak van de ramp. Eerst nationale rouw en hulde aan de slachtoffers, we moeten sereen afwachten naar de resultaten van het onderzoek en niet zelf wildweg speculeren.  Er wordt ook beklemtoond dat het belangrijk is dat de Poolse Natie één moet blijven  in het verwerken van het collectieve verdriet en dat politieke tegenstellingen nu niet meer bestaan. Een derde element dat me bijzonder diep treft is de soort berichtgeving in de media. Heel vaak wordt beklemtoond dat de slachtoffers niet alleen politici of militairen waren, maar ook gewone mensen met een gezin. Lech Kaczynski wordt voorgesteld als een man die altijd met zijn vrouw optrad, een liefhebbende echtgenoot met een dochter van 18 jaar, die nu als wees achterblijft. Het moet gezegd dat vóór de ramp Kaczynski niet zo vriendelijk werd behandeld door de pers, maar over de doden niets dan goeds! Ik denk dat vele journalisten eveneens enorm zijn getroffen door de gebeurtenis en vanuit een soort schuldgevoel iets goed proberen te maken.

Op donderdag 15 april ging ik met vrouw en kind in Gdańsk naar het Driekruisenplein voor de scheepswerven van Gdańsk om er een kaars aan te steken. Dit plein heeft grote symbolische waarde. Daar hield Lech Wałęsa in 1980 zijn bekende toespraken, daar bracht de Poolse vakbond Solidarność honderduizenden mensen op de been die zich tegen het communisme keerden, daar wordt het begin van de val van het communisme geplaatst. Een lange muur met opschriften brengt de gesneuvelde bestrijders van het communisme in herinnering. Een hoog monument van 3 kruisen symboliseert het lijden maar tegelijkertijd de kracht van de Poolse natie. Daar heb ik een brandende kaars achtergelaten tussen een mozaiëk van tienduizenden andere kaarsen, foto’s van de omgekomen helden en afscheidsboodschappen (zie foto). Onder 1 van de opschriften staat een hartverscheurende vraag: ‘Wat verlangt God aan de Polen en aan de wereld te tonen?’

DSC_1031

Ik hoor allerlei slogans. Zo ook de overtuiging dat Polen door God werd uitverkozen. Voor mij, Vlaming, moeilijk te vatten, alsof God je eerst laat lijden om je daarna in zijn hemelrijk op te nemen. Maar Gods wegen zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk. Ikzelf geloof niet in naties, ik geloof in mensen, in persoonlijkheden, en dat heeft niets met een lap grond te maken. Op woensdag 14 april zat ik de hele dag in de trein (terugtocht Lublin-Gdańsk). Ik had een boeiend gesprek met een heel nuchtere Pool. Hij vond dat het belangrijk is om in alles, zelfs in het meest verschrikkelijke, het meest positieve te proberen ontdekken en pas dan kan je constructief verder.  Het konden mijn eigen woorden zijn!  Hij zei dat het vliegtuigongeluk paradoxalerwijze ook als een overwinning van Polen op Rusland kan worden gezien. Immers, Katyn zal nu bekender dan ooit worden in de westerse wereld, Katyn zal nu beslist in de geschiedenislessen in West-Europese scholen worden behandeld, en dat is nu net wat Rusland steeds heeft proberen te vermijden. Lech Kaczynski is als een mythische held gestorven en heeft Katyn meer publiciteit gegeven dan ooit. Een grotere hulde aan de 22 000 vermoorde Poolse officiers kon niet worden gebracht.

Ik beleef dit allemaal als een Vlaming, maar het heeft ook mij diep getroffen. Ik leef mee met mijn Poolse levensgenoten. De gebeurtenis heeft me diep doen reflecteren over de Poolse maatschappij. Zo hoor ik continu dat opnieuw wordt bewezen dat Polen echte patriotten zijn en dat het Poolse volk één is.  Misschien kan je spreken van een bepaalde vorm van patriottisme, maar ik geloof niet dat dit met eenheid te maken heeft. Wat we zien is verdriet en verwarring, en mensen met verdriet proberen steun te vinden in elkaar. Dat verdriet heeft te maken met de schock veroorzaakt door de omvang, het plotse en onverwachte karakter van de gebeurtenis. Het verdriet is heel spontaan en oprecht. Het verdriet doet even de vele interne tegenstellingen vergeten, maar ik vrees dat deze daarom niet verdwijnen. Collectief verdriet heeft volgens mij niets te maken met eenheid, volgens mij is de Poolse eenheidsidee een illusie die op dit moment noodzakelijk is om kracht te verzamelen. Polen blijft een land met vele contrasten zoals bijvoorbeeld een enorm contrast tussen rijk en arm. Die kloof wordt onder andere veroorzaakt door de enorme salarisverschillen. Mensen in het onderwijs verdienen schandalig weinig (ca. 350 EUR netto per maand), een beginnend wetenschapper aan de universiteit verdient doorgaans niet veel meer, en 350 EUR is eveneens het gemiddelde loon dat de meeste verpleegsters in de ziekenhuizen verdienen. In andere sectoren ligt het loon echter opmerkelijk hoger (gemeentelijke ambtenaren, spoorwegbedienden, stadswerkers, ...).  In de tertiaire private sector liggen de lonen veel hoger. Dit zou volgens mij met een beetje politiek goede wil kunnen verbeteren. Zo kent het Poolse belastingssysteem 2 belastingsschijven: 18% en 32%. Dat betekent dat de hogere lonen maximum 32% worden belast. Dit lijkt me een immens verschil vergeleken met België waar de hoogste belastingsschijf 50% bedraagt. Ikzelf heb toen ik in België werkte nooit problemen gehad met het feit dat een deel van mijn salaris met 50% werd belast. Dit betekende immers dat ik niet zo slecht verdiende. Ik heb het steeds aangevoeld als een vorm van solidariteit met de maatschappij. Dankzij die 50% is de Belgische (Vlaamse) overheid in staat om leefbare weddes uit te betalen en goede salarissen betekent gemotiveerde leerkrachten, gemotiveerd verpleegkundig personeel, en zo kunnen we een hele kettingreactie van positieve effecten opbouwen. Steeds heb ik het gevoel gehad dat we mede dankzij het Belgische belastingssysteem een welvaarsstaat hebben, het met de glimlach betalen van belastingen is een vom van solidariteit met de maatschappij, en solidariteit is eenheid. Een ander deel van het belastingsgeld wordt gebruikt om de sociale zekerheid te betalen, en sociale zekerheid is solidariteit, meer eenheid. Ik denk dat de Poolse regering een 3de belastingsschijf zoals in België zou moeten doorvoeren. Hiermee zouden naar analogie met België betere salarissen kunnen worden uitbetaald aan onder andere leerkrachten en verpleegkundigen, er zou een algemeen kindergeld kunnen worden ingevoerd (dit bestaat niet in Polen), het sociale opvangnet zou kunnen worden verbeterd.  

Bovendien ligt het probleem van de lage salarissen in Polen aan de basis van een ander probleem. Om het hoofd enigszins boven het water te houden kunnen velen niet anders dan hard werken: een dubbele job, overuren, werken in het buitenland. Zo is het normaal dat verpleegkundigen 7 tot 10 keer per maand nachtwerk verrichten in de ziekenhuizen. Nachtwerk is niet in plaats van dagwerk, nachtwerk komt bovenop het dagwerk met als gevolg dat de verpleegsters tot 26u aan één stuk moeten werken. Dit geldt trouwens ook voor vele dokters. Vele dokters zijn verbonden aan 2 tot 3 ziekenhuizen en hebben ernaast nog een privépraktijk. In vele gezinnen gaat een gezinslid soms voor weken (zelfs maanden) naar het buitenland om in een bepaalde periode zoveel mogelijk geld op te sparen. De meeste docenten aan de universiteit hebben een voltijdse betrekking in 2 of zelfs 3 universiteiten (en/of werken in private scholen). Arbeiders werken overdag in een fabriek en doen daarnaast nog allerlei klusjes. Het gevolg is dat de vrouw er vaak helemaal alleen voor staat bij het grootbrengen van de kinderen. Het is vaak smachten tot manlief (of vaderlief) eens thuis is en zich kan engageren in het huishouden. Dit staat volgens mij volledig haaks op de hoge gezinswaarden die door zovele Poolse moraalbepleiters worden gepropagandeerd.  Vele van die moraalbezorgers verdedigen eveneens met hand en tand de strikte katholieke ethiek in verband met het huwelijk en seksualiteit. Geen seks zonder huwelijk, geen huwelijk zonder seks! In het huwelijk moet je openstaan voor het krijgen van kinderen. Geen anticonceptie dus, periodieke onthouding is eventueel nog net aanvaardbaar. Ik constateer gewoon dat dit voor vele gezinnen niet evident is: ofwel  is vader vaak thuis maar is er een te gering inkomen om normaal door het leven te gaan ofwel is het inkomen aanvaardbaar maar dan is vader nooit thuis. Laat de kinderen maar komen in deze omstandigheden!

Er wordt in Polen wel veel aan caritas gedaan en er worden behoorlijk veel aalmoezen uitgedeeld, maar dat is volgens mij gewetensusserij, door middel van caritas en het uitdelen van aalmoezen kan een maatschappij nooit structureel worden omhooggetild.

Al deze bedenkingen brengen mij opnieuw bij het belastingssysteem waarover ik het een paar alinea’s terug heb gehad. Pas wanneer de overgrote meerderheid van de Poolse bevolking haar steun zal betuigen om een hogere belastingsschijf door te voeren zal ik geloven in de daadwerkelijke eenheid van de Poolse natie.  Pas dan zal ik geloven dat het solidariteitsgevoel veel dieper gaat dan het zichtbare collectieve gebed en pas dan zal het mogelijk zijn om de waarde van het gezin niet alleen in theorie maar ook in de praktijk te verdedigen.


 

Het einde van deel 1: Au revoir, Mozambique

Deel 1 van dit verhaal eindigt waar het niet zo lang geleden begon. 240 dagen geleden zette ik voor het eerst voet op Mozambicaanse grond, in Maputo airport, om vervolgens rechtstreeks naar mijn tijdelijk verblijf in de lokale backpackers te rijden met het openbaar vervoer. We zijn nu 8 maanden en een hoop avonturen verder, en terwijl ik dit schrijf bevind ik me opnieuw in dezelfde backpackers, volledig gepakt om terug naar België te vertrekken. Operatie Mozambique is voltooid, en na een weekje welverdiende rust op Belgisch grondgebied vertrek ik naar Senegal voor een volgende uitdaging.

De voorbije 8 maanden zijn werkelijk voorbij gevlogen, zowel dankzij de uitdagingen – onder andere Portugees onder de knie krijgen – als dankzij de interessante en toffe mensen die deze periode gekleurd hebben. Niet geheel toevallig speelt de backpackers hierin een centrale rol. Vermits mijn thuisbasis de voorbije maanden het kleine stadje Chimoio is geweest, 1200km ten noorden van Maputo, en ik bijna maandelijks naar de hoofdstad moest afreizen, was mijn verblijfplaats hier steeds dezelfde: de backpackers. Een leuke atmosfeer, interessante mensen, en bijzonder vreemde karakters. Reeds op de eerste dag hier, we spreken eind Juli, ontmoette ik een Deense studente op jaaruitwisseling aan de universiteit te Maputo, die nog op zoek was naar accommodatie en dus ook haar eerste maand de backpackers als tweede thuis mocht ervaren. Op dezelfde plek ontmoette ik vervolgens een Duitse reiziger die ik 3 maanden later voor werk opnieuw tegen kwam als stagiair bij een gerelateerde NGO. Ook enkele Belgen kruisten mijn pad. Deze, en meer, mensen maakten het keer op keer een waar plezier om terug te keren naar de hoofdstad van Mozambique.

8 maanden geleden kwam ik naar Mozambique, en binnen enkele uren stap ik op het vliegtuig, niet wetend wanneer ik ooit ga terugkeren. Ik kijk nog even om naar mijn bed in de ‘dormitory’, niet toevallig hetzelfde bed als ik die eerste dag toegewezen kreeg (ook het personeel van de backpackers kent me ondertussen enorm goed).

The more things change, the more they stay the same.

Luc 

p.s. ik post dit nu pas aangezien ik er niet eerder toe gekomen ben. Eergisteren ben ik reeds begonnen aan mijn nieuw avontuur, ditmaal in Dakar. Deel 2 begint hier...


 

Biddende moslims opgepakt in ... moskee!

Ze kochten entree kaartjes, huurden een audiogids en begonnen aan een rondleiding. Toen ze even halt hielden om te bidden liep het mis. Veiligheidsagenten en politie kwamen er aan te pas en het incident ontaarde in een heuse rel. Resultaat: 2 toeristen aangehouden en 3 securityguards gewond.

Het toneel van dit spijtige voorval was de beroemde "Mezquita" van Cordoba: Symbool en architectonisch hoogtepunt van het Kalifaat van Cordoba dat duizend jaar geleden de plak zwaaide over "Al Andalus", het Spaanse moslimrijk. Alle oorlogen en plunderingen ten spijt stond Cordoba toen vooral te boek als een culturele wereldstad waar verschillende bevolkingsgroepen en godsdiensten relatief vreedzaam samenleefden.

Aan dit gulden tijdperk kwam een einde toen het kalifaat onder toenemende druk van de christelijke troepen in kleinere "Taifas" uiteen viel en radicale huurlingen de Straat van Gibraltaar overstaken om  de moslimstaatjes te verdedigen. Na meer dan 700 jaar moslimheerschappij viel Granada als laatste stad uiteindelijk in 1492. De katholieke vorsten bouwden de bestaande moskees om tot kerken en de bevolking werd "uitgenodigd" om zich te bekeren.

De makeover die de Mezquita van Cordoba in dit opzicht te verwerken kreeg, spant hoedanook de katholieke kroon: De nieuwe kathedraal van de voormalige hoofdstad werd pal in het midden van de moskee opgetrokken.. als een tang op een varken, de islamitische context ten spijt..

De "Mezquita" is ook vandaag nog steeds de belangrijkste katholieke tempel van de stad en de katholieke rite heeft er het monopolie. Hieraan verschillende geloofsuitingen worden dus niet geduld, ook niet als het gebouw in kwestie één van de fraaiste Europese voorbeelden van moslimarchitectuur blijkt te zijn.

Enkele jaren geleden werd een voorstel om de Mezquita om te vormen tot een oecumenische tempel voor christenen en moslims in de kiem gesmoord. Lang vervlogen zijn de tijden van het Cordobese Kalifaat en zijn culturele ontplooiing over de religieuze grenzen heen. 

De Mezquita in 3D

Het bericht in de lokale pers 

Move your Class



 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog