Stempelaars in Polen

  • Gepost op dinsdag 9 februari 2010 om 13:34
  • door Rinaldo Neels
  • in Polen

Een stempelaar is in België iemand die werkloos is, iemand die dus geen werk heeft en geacht wordt tot een bepaalde leeftijd werk te zoeken. Zowat 20 jaar geleden moest de werkloze elke dag naar het stempellokaal om een stempeltje te krijgen. Dit gold ook als een soort controle tegen zwartwerk.  De stempelaar was niet de persoon die het stempeltje zette (dat werd door een staatsambtenaar gedaan) maar de persoon die om een stempeltje vroeg! Het werkwoord ‘stempelen’ geraakte ook heel snel in voege.  ‘Stempelen’ kreeg dus de betekenis van ‘werkloos zijn’. In het West-Vlaams dialect geraakten  heel snel de synoniemen ‘doppen’ voor ‘stempelen’ en ‘dopper’ voor ‘stempelaar’ in gebruik.

Nu is het systeem gemoderniseerd. Er wordt niet meer gestempeld, maar het begrip ‘stempelaar’ wordt nog steeds gehanteerd. Er wordt een kaart met vakjes bijgehouden. Op zo’n kaart staan 31 vakjes, want elk vakje verwijst naar een dag van een bepaalde maand. Als je een bepaalde dag niet hebt gewerkt, dan laat je het vakje verwijzend naar die dag leeg, als je het geluk  (of ongeluk) hebt gehad dat je een dag hebt kunnen (moeten) werken, dan kleur je dat vakje zwart. Als je  tijdens een dag hebt gewerkt en je hebt het vakje niet zwart gekleurd, dan ben je volgens de Belgische wetgeving een zwartwerker, en zwartwerk wordt heel zwaar gestraft! Aan het begin van een volgende maand moet je de kaart indienen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorzieningen, de ‘RVA’.  Een computer verwerkt razendsnel de kaartgegevens en alles staat geregistreerd.

In  Polen zijn er vele stempelaars, eigenlijk is zowat iedereen een stempelaar. Dagdagelijks moet je als inwoner voor allerlei diensten stempeltjes en handtekeningen verzamelen. Hoe meer stempeltjes hoe beter, beter eentje teveel dan te weinig! Ik geef aan het woord ‘stempelaar’ dan wel een heel andere inhoudelijke betekenis dan deze voor België. Ik illustreer dit graag aan de hand van enkele voorbeelden uit mijn dagelijkse leven:

Als werknemer heb je een basisziekteverzekering. Ik werk als loontrekkende voor de Katholieke Universiteit van Lublin (KUL), ik ben dus verzekerd in geval van ziekte. Dat betekent dat ik gratis naar de eerstelijnsdokter kan, en indien die me doorverwijst naar een specialist, dan is dat bezoek ook kostenloos. Medicijnen moet ik wel zelf betalen. Voor zo’n gratis bezoek heb ik een ziekteboekje nodig. Nee, geen chipkaart, maar een ziekteboekje! Bovendien moet dit ziekteboekje elke maand van een nieuwe stempel en een handtekening voorzien zijn van de de werkgever.  Mijn vrouw, toen ze nog maar pas was afgestudeerd en nog niet werkte (nu heeft ze een eigen bedrijfje), was verzekerd op mijn naam. Maar zij had toen ook een ziekteboekje nodig, waarin eveneens elke maand een nieuwe stempel en handtekening van de secretariaatsbediende van KUL moest worden gezet. Ik moest dus elke maand met 2 boekjes naar de vriendelijke dame om 2 handtekeningkjes en 2 stempeltjes te vragen. Eens was ik door vergetelheid 2 dagen te laten met het afstempelen van de 2 ziekteboekjes. Ik moest echter dringend met mijn vrouw naar de dokter. Ze had een astma-aanval gekregen. Het bleek al onmiddellijk dat de voorschriften bikkelhard waren: eerst het stempeltje en de handtekening en pas daarna naar de dokter! Helaas was het reeds na 15u00 en was het secretariaat gesloten. Gelukkig was de dokter bereid om een snelle oplossing te vinden, ik kon ook betalen, 70 zloty of 18 EUR of 3,5% van mijn maandelijks salaris. Ik heb betaald, gelukkig maar. Mijn vrouw had dringend medicijnen nodig.

Dat stempeltje kan je alleen maar krijgen bij je werkgever, voor mij dus op het secretariaat in KUL, in Lublin. Dat zorgt voor een groot probleem, wanneer ik meer dan een maand niet in Lublin ben, want dan heb ik geen geldig stempeltje meer, en ben ik niet verzekerd. Dit probleem zou volgens mij op een heel simpele manier kunnen worden opgelost, nl. door 2 stempeltjes en 2 handtekeningen ineens te krijgen, voor 2 maanden. Maar zo werkt het systeem niet. Er zijn in geval van lange afwezigheid slechts 3 mogelijkheden: (1) een snelle dagreis heen en weer naar Lublin voor een stempeltje en een handtekening, (2) niet ziek worden, (3) betalen! Er is eigenlijk nog een 4de mogelijkheid, nl. de privéverzekering, maar die is niet zo goedkoop.

Nu moet je weten, beste lezer, dat er in KUL ongeveer 2 000 mensen op de een of andere manier tewerkgesteld zijn. Dat zijn dus maandelijk 2 000 stempeltjes en handtekeningen. Eigenlijk iets meer, want sommige mannelijke werknemers hebben beslist nog, net zoals ik vroeger, een vrouw ‘ten laste’. Het zetten van zo’n stempeltje en een handtekening kost gemiddeld een minuut. Er zijn dus maandelijks ongeveer 2 000 minuten nodig om alle personeelsleden van het nodige stempeltje en handtekening te voorzien. Dat zijn, afgerond, 33 betaalde werkuren alleen voor een stempeltje en een handtekening in het ziekteboekje.

Dit is slechts één voorbeeld uit de duizenden. Want voor alles en nog wat is een stempeltje nodig. Voor het verplichte medisch onderzoek (5 stempels voor 5 soorten onderzoeken), voor het belastingsformulier, voor de bestelling van wat papier, voor delegaties, voor de ontvangst van de docentenkaart, ... Ruw geschat denk ik dat ik gemiddeld zo’n 20 stempels en handtekeningen per maand verzamel. Als alle docenten zoals ik zoveel stempels verzamelen, dan komen we aan 2 000 x 20 = 40 000 minuten of 666 betaalde werkuren om te stempelen!!! Dit zijn 4,1 full-time jobs per maand!!!

Het stempelverhaal is nog niet gedaan. Ook studenten moeten vaak stempelen. Eigenlijk gedurende hun hele studieloopbaan, maar op het einde van de loopbaan is er nog een extra intensieve stempelactie. Zo’n 3 000 afgestudeerde studenten van 1 universiteit moeten in de maand juni dan 8 stempels en handtekeningen verzamelen op 8 verschillende plaatsen in de stad:  een stempel en een handtekening in de stadsbibliotheek als bevestiging dat alle boeken zijn ingeleverd, in het sportcentrum als bewijs dat alle schulden zijn vereffend, in de universitaire bibliotheek, op het decanaat, het studentenhome, ... Pas na het verkrijgen van alle stempels kan het diploma effectief in ontvangst genomen worden. Laten we hiervan de rekensom even maken: 3000 x 8= 24 000 minuten of 400 betaalde werkuren. Dit zijn maar liefst 2,5 fulltime jobs voor 1 volle maand!

Ik  zou nog tientallen, zelfs honderden bladzijden kunnen schrijven met tal van stempelverhalen. Maar dat doe ik niet, ik vind dat saai, even saai als stempels verzamelen. Ik leef nu in een stempelsamenleving, België is ondertussen veeleer een chipsamenleving geworden. Polen stempelen, Belgen ‘chippen’, Polen zijn stempelaars, Belgen zijn ‘chippers’.  Maar ik ben een Belg die in Polen stempelt. Ik leg me neer bij dit gegeven, ik heb immers niet de autoriteit om mijn stempel op de Poolse maatschappij te drukken.


 

Reacties

 Een poolse zei op 9 februari 2010 om 21:55

Een dat is jammer, dat je je stempel op de Poolse maatschappij kan niet drukken! Wij, Polen, zijn slechte economisten en soms nauwelijks logisch. Belgen zijn veer beter. Dat is erge waar... Ik hoop dat het zal eens veranderen. Ik duim voor dat.

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.


In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog