¡OLÉ GUAPA!

  • Gepost op donderdag 11 februari 2010 om 21:04
  • door André Mommen

Men kan er de meesterwerken van de Nederlandse romankunst op nalezen, maar erotiek ontbreekt er veelal in. Alsof dat thema zich niet leent voor een literaire behandeling. De ruwere varianten van de seksualiteit echter wél. Te denken valt dan aan auteurs als Jan Cremer en Jan Wolkers die als jantjes van het platteland de ruwe handelingen niet schuwen. Hier neukt men er op los.

 

Ik denk dat dit mede komt doordat seks in Nederland eigenlijk iets heel gewoons is. Seks is niet alleen uitstekend verhandelbaar, het ligt ook lekker dicht tegen het werk op de boerderij aan. Veel vrouwen doen “het” nog altijd om een “gezin” te hebben. Het gaat hier om de voortplanting. En als dat gezin “compleet” is, dan gaat de “knip” erop. Ook kan men de kunst van de niet-betaalde seks herleiden tot het fantasieloos comfort. Door elkaar blindelings in bed te vinden, beperkt men menig risico. Want anders haal je je de koekoek. Volkse uitdrukkingen treffen de spijker altijd op de kop.

 

Maar hoe vindt men elkaar nu in deze seksjungle? Nog niet zo lang geleden deden sociologen de “opzienbarende” ontdekking dat de meeste Nederlanders in eigen kring trouwen. Geen avonturen dus en zeker niet met buitenlanders. Al tijdens de opleiding of later op het werk vindt men elkaar. Dat men ooit met “the boy or girl next door” trouwde, is nu compleet afgedaan. Doordat steeds meer vrouwen een opleiding volgen en daarna gaan werken, is hun kans op het vinden van een “vreemde” man exponentieel toegenomen.

 

Steeds meer huwelijken worden al snel ontbonden. En in de regel vindt men in no time een vervangende partner. Alsof men de oude auto inruilt voor een andere. Alleen vergt dat wel een strategie. Ondanks alle verschillen blijft de gehanteerde methode standaard. De Nederlandse man heet de gelegenheid te zoeken. De Nederlandse vrouw organiseert die dan wel. Zij spant de valstrik. Hij tuint er gewillig in. Want zo wil de ongeschreven wet van de seksjungle. Na eerst wat verkennend gekeuvel op een neutrale plek, volgt dan van haar kant al snel de nogal doorzichtige uitnodiging: “Zin om soms eens gezellig bij mij thuis een hapje te komen eten of een wijntje te drinken?”. Zo ja, dan volgt de veelbetekenende toevoeging: “Ach, we zien wel waar we het eindigt!” Breng in dat geval vooral je tandenborstel mee. De slaapkamer zal dan opgeruimd zijn. Het toilet met Ajax schoongemaakt.

 

Hier is dus niets aan het toeval overgelaten. Het risico van een “mismatching” is minimaal. Van liederlijk gedrag is in deze zeker geen sprake. Je moet alleen maar weten waar de klepel hangt. Dus de gedragscodes kennen. Ken je die niet, dan kun je een probleem hebben. De “matching” bestaat immers in het vinden van een geschikte partner tijdens een daartoe georganiseerde gelegenheid. Niet tijdens een wilde tocht door de duinen. Een mooi voorbeeld hiervan. Ooit wilde een vriend van me enkele kennissen in groep naar een danscursus brengen. Voor de gezelligheid, zo beweerde hij. Want hij liet zijn vrouw thuis en nam een vriendin mee. Kon ik dan als Einzelgänger wel mee? Geen probleem! Aan alles was al gedacht. De dansschool zorgde immers altijd voor een gelijk aantal vrouwen en mannen. En als er eentje niet kwam opdagen, dan danste de dansleraar of zijn vrouw wel met de boventallige deelnemer.

 

Na enkele avonden schuifelen op de maten van een slaapverwekkende Engelse wals, werd ineens het Latijns-Amerikaanse répertoire aangesproken. Kwestie van de Schwung erin te brengen. ¡Olé Guapa! kwam op de draaitafel. De dansleraar haalde de vaste koppels meteen uit elkaar. Tijd dat we de anderen ook eens leerden kennen. Changement de décor. Hij drukte me stevig in de armen van een klaarstaande vrouw. Zonder dat zij me een millimeter ademruimte gunde, vloog ik daarna met haar in een beenverstrengeling haastig tot voorbij de eerste bocht, alwaar ze me in het oor fluisterde: “Wij kennen elkaar!” – “Ja, waarvan dan ?” - “Van in de wijk! Jij woont op 291, ik een tiental huizen verderop… en ík rij in een witte Volvo 343 en jíj in een rode Citroën.” Dit was dus een perfecte “matching”.

 

De volgende dag betaalde ik al de nog bijkomende lessen. Briefje in de enveloppe: “Helaas, maar ik moet nu regelmatig voor mijn werk naar het buitenland. Ik kom daarom niet meer. Hier alvast het resterende geld. Duizend excuses aan mijn nieuwe danspartner.” Hollands zakelijk. Dit was de meest elegante oplossing. Mij ziek melden leek ongepast. Want dan zou mijn danspartner vast wel met een bloemetje aan de deur staan. En me voortaan in haar Volvootje naar de dansles willen meenemen. Waarna ze aan de bar met mij de laatste plooien kon gladstrijken.

 

Die partner van één tangoavond heeft nog enkele jaren in mijn straat gewoond. Haar sloep wilde blijkbaar nergens stranden. Op straat had ik altijd recht op haar schalks lachje. We zwaaiden ook wel eens naar elkaar. Zeker als ik haar met enkele vriendinnen naar de tennisclub zag fietsen. Ze was zoiets als la fille du régiment geworden. Ineens was haar Volvo 343 dan toch nog verdwenen. Een buurvrouw vertelde me dat ook dát huis daar nu verkocht was. “Ja, die mensen zijn ineens uit elkaar gegaan. Zoiets komt dan toch weer als een verrassing aan.”

 

Tijdens de vorige rommelmarkt op Koninginnedag zag ik in de wijk een oude LP van Malando liggen. Nog wel bij die van de Gereformeerde Kerk. Ik kocht hem. Voor die ene ¡Olé Guapa!. Want dat is pas dansmuziek.


 

Reacties

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.


In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog