Octopus in Azijn

Terwijl Roosje de laatste hand legde aan haar succesvolle gastbijdragen op deze blog, is De Standaard Online overgeschakeld op een nieuw blogplatform voor "En Nu Even Elders".  Ik heb onderstaand stukje daar al geplaatst, maar klaarblijkelijk loopt er nog iets fout met de link vanop De Standaard Online.  Daarom hier nog maar eens opnieuw...

Maandag was het een vrije dag: Propere Maandag, het begin van de vasten.  Traditioneel worden er dan vliegers opgelaten en bloedloze zeedieren gegeten: kalamares, garnalen en natuurlijk het heerlijke octopus met azijn.  Het deed even het deprimerende economische nieuws vergeten.

Dat de economische toestand van Griekenland al wekenlang het Europese nieuws beheerst, dat is uiteraard geen nieuws.  Ook hier worden alle andere berichten weggespoeld in een stortvloed van tijdingen en speculaties, waarvan de ware betekenis voor mij, en met mij wellicht voor veel anderen, verborgen blijft onder een laag van jargon, tabellen, cijfertjes en afkortingen, en elkaar tegensprekende guru's en zelfverklaarde geldkenners.   En dan nog, al zou ik er mijn oude cursussen economie bijhalen, zou ik weten wat er echt gaande is?  Zou ik begrijpen waarom Premier Papandreou in het midden van de storm, wanneer zijn eigen minister van Financien het openlijk over een zinkende Titanic heeft, zich naar Rusland begeeft?  Wat belooft hij daar in ruil voor wat? 

"Titanic"?  Hij ziet het wat groots, denk ik.  Een vissersbootje zeker, een bootje waar het goed toeven is, goed dobberen in het lentezonnetje, bouzouki uit de radio, verse visjes op het dek, zo gezellig dat men vergeten was dat er nog een hele wereld buiten dat bootje is, ook onder al dat water, waaruit plots die grote octopus kwam, die nu met zijn lange armen de netten verstrikt en het bootje mee naar de bodem trekt...

Zo konden we onlangs ook vernemen dat de vorige regeringen ons, en alle andere Europeanen, eens goed te grazen hadden genomen door via reeksen financiele constructies, bedacht en opgezet door de ons inmiddels bekende financiers van Wall Street en van een vernuftigheid waarmee geen enkele Griekse regering ooit enig ander probleem heeft aangepakt, heelder delen van hun schulden verborgen en uit de boeken wisten te houden, verborgen voor ons, en voor Europa.  Dat waren ze daarna blijkbaar weer vergeten - uit het oog, uit het hart -, en aldus groeiden ze uit tot het achtarmige monster dat nu zo vreeswekkend aan ons bootje rammelt.

Enkele dagen geleden moest ik verschijnen voor de onderzoeksrechter van Maroussi, als getuige in een zaak waarbij mijn werkgever betrokken is.  In een zaal van ongeveer 8x8 meter stonden twee metalen tafeltjes, met elk twee stoelen, verder een kast, en verder niks.  Het dossier, twee kartonnen kaften uitpuilend van papier en notities, werd aangerukt en we konden beginnen.  Er was geen enkele computer in deze ruimte.  De onderzoeksrechter nam haar stylo en een potje typex, en begon te noteren.  Woord voor woord wat ik zei, zonder een vraag, zonder eenmaal op te kijken, behalve af en toe zuchtend en kreunend als een woord moest herschreven worden en de typex bovengehaald.  Handgeschreven verklaring in het dossier, dossier in de kruiwagen, kruiwagen naar de procureur.  Ik had met haar te doen, deze magistraat, een van de best betaalde ambtenaren van het land, met haar stylo, haar potje typex, al dat papier.  Geld voor vooruitgang is er de komende jaren alvast niet. 

Hoe zou zij een partij kunnen zijn voor de jongens en meisjes met hun SWAPS en Futures, die zo gesofisticeerd het land uitzuigen, met 8 lange armen tegelijk?



 

‘De omgekeerde migratie’: Ode aan de Pioniers (gastbijdrage - slot)

De omgekeerde migratie’: ode aan de pioniers

Door Dina Kalogrias

Toen Hans zijn voorstel voor een gastbijdrage op zijn blog over de ‘omgekeerde migratie’ lanceerde, werd ik niet alleen heen en weer geslingerd tussen een zekere persoonlijke weerstand en de overtuiging dat dit best wel een interessante invalshoek zou kunnen zijn, maar kreeg ik tegelijk een déjà-vu.


In de eerste plaats gingen mijn gedachten uit naar wijlen mijn ouders. Eerlijkheid, oprechtheid, rechtvaardigheid, trouw, hulpvaardigheid, respect, steeds opkomen voor de zwakkeren in de maatschappij, … hun hele leven stond in het teken van deze waarden, niet alleen in woorden maar ook en vooral in daden.

Mijn moeder, die haar man volgde naar een vreemd land, ver weg van haar dierbaren. Haar hele leven ten dienste van haar man en kinderen. De beschermengel van haar kinderen, haar kleinkinderen behoedend tegen alle onheil door haar diep Grieks-orthodox geloof. De stille kracht, àltijd aanwezig, die borg stond voor nestwarmte, rust, eerlijkheid, geborgenheid, samenhorigheid, gelijkheid. Al wat ze deed is van ons houden.

Mijn vader, de eens zo levendige, koppige, avontuurlijke man, de tong op het hart, meermaals door het oog van de naald gekropen..., die de laatste jaren van zijn leven dag en nacht aan de zuurstofmachine gekluisterd lag, met een lichaam dat ‘op’ was, wegkwijnend als een gewond vogeltje, weggerukt uit zijn natuurlijke biotoop: buiten was binnen; gevangen in de natuur van toen, met een raamlijst van nu er rond. De herinneringen uit zijn rijk verleden vormden het enige zijden draadje dat hem nog aan het leven bond. Of zoals een dorpsgenoot onlangs op zijn begrafenis zei: de laatste der Mohikanen.

Zij staan symbool voor een generatie Grieken die geschiedenis hebben geschreven. Een stukje geschiedenis waar op een dag zomaar een streep onder getrokken wordt; een stuk geschiedenis waarvan het tastbaar bewijs op een dag abrupt eindigt, terwijl de wereld lustig verder draait, alsof er nooit iets gebeurd is.



Gaandeweg werd ik gekatapulteerd in flash-backs: ik hoorde mijn vader gepassioneerd vertellen; ik zag mijn zoon zijn oogjes verwonderd glinsteren toen zijn papoe de tranen in de ogen sprongen bij het vertellen van bepaalde passages uit zijn leven (urenlang tussen tientallen lijken onbeweeglijk stil blijven liggen, uit vrees voor je eigen leven... Met Pasen, wanneer er voor één keer vlees op tafel komt en iedereen feest, als dertienjarige wees afhankelijk zijn van het blokje feta en een stukje vlees dat andere herders je schenken... ’s Zomers schoenen naaien van varkenshuid en ’s winters, als de regen,

sneeuw en wind toeslaat, dat zelfgemaakt schoeisel vochtig en nat zien worden en voelen wegrotten, waardoor het eelt op je voeten na een tijd zo dik wordt, dat je tegen alle stenen en distels bent bestand... Wat doet dat met een mens? Dat heb ik me meer dan eens afgevraagd.)

Ik zag de oude, vergeelde foto’s van Griekse families voor de Grieks-Orthodoxe kerk van Zwartberg.


Kerk


Ik zag de barakken van Texas en de mannen en vrouwen met hun kleine kinderen.


Tn Familie

Ik rook de zwarte geur van de mijnwerkers die naar boven kwamen.

Mijn

Ik hoorde de Griekse muziek die door de luidsprekers schalde in een aftandse zaal. Ik zag opnieuw de

discrepantie tussen mijn oudste broer en zus, die een totaal andere strijd hebben moeten leveren enerzijds en mezelf, als jongste van het gezin anderzijds. Ik zag de Griekse mannen met hun pijp in het kafenion in Hoevenzavel.


Mannen

Ik zag de rijke Griekse gemeenschap in de nachtmis op Stille Zaterdag.

Ik hoorde de vele verhalen, van kommer en kwel, van lief en leed, van vreugde en pijn, van blijdschap, van samenhorigheid, van heimwee, van weemoed, van geluk…


Kafe

Het gemak waarmee Grieken zich overgeven aan emotionele en irrationele impulsen is een karaktertrek die paradoxaal genoeg vaak wordt verzacht door een sterk pragmatische instelling.” Een fragment uit “Heimwee naar Griekenland” van Katherine Kizilos, want ook al zijn wij, Grieken, zo pragmatisch om in te zien dat er een beroerde keerzijde is aan de hedendaagse Griekse medaille, toch blijft de ‘zoektocht naar mijn roots’ een boeiende, immer voort-durende ontdekkingsreis.


Fiets

En elke reis is puur genieten, toch?

Want uiteindelijk zijn dat de geneugten des levens: op een vroege zomerochtend als zelfs de Grieken nog slapen en de zon als een rode bal boven de Griekse zee uit begint te stijgen héél alleen –één met de natuur- een duik nemen in het koude water, een Grieks ontbijt op het terras met je tenen in het zandstrand, een stevige wandeling in het eeuwenoud cultuurland, in bewondering staan voor de Griekse oudheid, deelnemen aan het levendige Griekse leven, een hartverkwikkende babbel met een oude Griek in het enige kafenion van een godvergeten bergdorp, om dan ’s avonds bij een flesje Retsina terug te blikken op het heerlijk Grieks maal waar je je vingers van aflikt, in het besef dat dít alles het leven de moeite waard maakt.



Dit is en was niet louter een ‘persoonlijk verhaal’; dit is een hommage aan de pioniers die zonder vrees, met levensmoed, hoop en houweel een bladzijde in de Belgisch-Griekse geschiedenisboeken hebben gebeiteld: http://www.youtube.com/watch?v=WR4yUPyhNd0.

Ik hoop dat de fourth, fifth, sixth… culture kids met veel be- en verwondering zullen luisteren en opkijken naar de waargebeurde relazen van hun Griekse (over)grootouders en hun wortels blijvend zullen bevestigen in hun Griekse voedingsbodem, zodat deze bladzijde niet tot een voetnoot in de Belgische en Griekse geschiedenis verwordt.



Dina Kalogrias



Met dank aan Hans Brems, voor zijn bemoediging, suggesties en (Griekse?) gastvrijheid!

Tevens mijn erkentelijkheid voor de leuke, leerrijke en hartverwarmende reacties!

Roosje Kalogrias






 

Onze jongen in Salzburg: Michael Dewitte

Er lopen deze dagen in Brugge nogal wat mensen ongelukkig rond, dat is met een paar Vlamingen in Wenen niet anders. Een overijverige jongen heeft voor commotie gezorgd, de gevolgen laten zich voelen.

En hoewel de Belgische pers op de toppen van haar tenen loopt en Michael Dewitte als casus uit de weg gaat, schreeuwt men in Oostenrijk van de daken hoe de reputatie van een prestigieus kultuurproject in Salzburg door onder andere een Vlaming de grond werd ingeboord. “Ik ben niet op de vlucht,” schreeuwt Dewitte, “ik moet in België een paar persoonlijke zaken afhandelen en ben ten laatste begin maart terug in Oostenrijk.” Alsof iemand anders dan de gerechtelijke instanties op zijn terugkeer zit te wachten. Verbrand, beschuldigd en verloren. Ze kunnen zich hier een paar dingen voorstellen van wat hij in België af te handelen heeft: druk overleg met financiële en juridische adviseurs, advocaten en diplomaten.

Dat de diplomatieke cel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in België met één en ander verveeld zit is duidelijk. De intendant van de Salzburger Osterfestspiele die in december werd ontslagen was ook ereconsul. Door de Koning benoemd. Met een bepaalde graad van immuniteit.

Dat tot vandaag de Belgische pers nog niet meer ruchtbaarheid heeft gegeven aan de heer Dewitte, heeft alles te maken met het feit dat één en ander moet worden uitgemest. Hij heeft namelijk, naast andere fouten die nog moeten bevestigd worden, een kapitale diplomatische fout begaan door het kantoor van zijn ere-consulaat in dezelfde ruimte onder te brengen van waaruit hij als directeur van het festival in Salzburg actief was.

Strafrechtdeskundige Christian Rosbaud van de Universiteit van Salzburg is duidelijk: “In overeenstemming met het Weens-consulaire verdrag zijn alleen ruimtes die uitsluitend voor consulaire doeleinden worden gebruikt beschermd tegen huiszoekingen." Het gevolg is dat ondertussen huiszoekingen aan de gang zijn waarbij het gerecht niet alleen inzage krijgt in de dossiers met betrekking tot eventuele fraude bij het Salzburgse festival, maar in alle dossiers die de ereconsul over zijn landgenoten in dezelfde ruimte heeft opgeslagen.

Wie belt naar het ere-consulaat in Salzburg wordt verzocht het consulaat in Wenen te contacteren. En dat de ereconsul nog andere zware schulden achterlaat is ondertussen ook bevestigd: op zijn huis in Elsbethen ligt nog een hypotheek van 1,16 miljoen Euro bij de Bawag bank. Uiteraard geldt het vermoeden van onschuld.  

Roel Verschueren, 11 februari 2010 – http://www.verschueren.at
 

¡OLÉ GUAPA!

Men kan er de meesterwerken van de Nederlandse romankunst op nalezen, maar erotiek ontbreekt er veelal in. Alsof dat thema zich niet leent voor een literaire behandeling. De ruwere varianten van de seksualiteit echter wél. Te denken valt dan aan auteurs als Jan Cremer en Jan Wolkers die als jantjes van het platteland de ruwe handelingen niet schuwen. Hier neukt men er op los.

 

Ik denk dat dit mede komt doordat seks in Nederland eigenlijk iets heel gewoons is. Seks is niet alleen uitstekend verhandelbaar, het ligt ook lekker dicht tegen het werk op de boerderij aan. Veel vrouwen doen “het” nog altijd om een “gezin” te hebben. Het gaat hier om de voortplanting. En als dat gezin “compleet” is, dan gaat de “knip” erop. Ook kan men de kunst van de niet-betaalde seks herleiden tot het fantasieloos comfort. Door elkaar blindelings in bed te vinden, beperkt men menig risico. Want anders haal je je de koekoek. Volkse uitdrukkingen treffen de spijker altijd op de kop.

 

Maar hoe vindt men elkaar nu in deze seksjungle? Nog niet zo lang geleden deden sociologen de “opzienbarende” ontdekking dat de meeste Nederlanders in eigen kring trouwen. Geen avonturen dus en zeker niet met buitenlanders. Al tijdens de opleiding of later op het werk vindt men elkaar. Dat men ooit met “the boy or girl next door” trouwde, is nu compleet afgedaan. Doordat steeds meer vrouwen een opleiding volgen en daarna gaan werken, is hun kans op het vinden van een “vreemde” man exponentieel toegenomen.

 

Steeds meer huwelijken worden al snel ontbonden. En in de regel vindt men in no time een vervangende partner. Alsof men de oude auto inruilt voor een andere. Alleen vergt dat wel een strategie. Ondanks alle verschillen blijft de gehanteerde methode standaard. De Nederlandse man heet de gelegenheid te zoeken. De Nederlandse vrouw organiseert die dan wel. Zij spant de valstrik. Hij tuint er gewillig in. Want zo wil de ongeschreven wet van de seksjungle. Na eerst wat verkennend gekeuvel op een neutrale plek, volgt dan van haar kant al snel de nogal doorzichtige uitnodiging: “Zin om soms eens gezellig bij mij thuis een hapje te komen eten of een wijntje te drinken?”. Zo ja, dan volgt de veelbetekenende toevoeging: “Ach, we zien wel waar we het eindigt!” Breng in dat geval vooral je tandenborstel mee. De slaapkamer zal dan opgeruimd zijn. Het toilet met Ajax schoongemaakt.

 

Hier is dus niets aan het toeval overgelaten. Het risico van een “mismatching” is minimaal. Van liederlijk gedrag is in deze zeker geen sprake. Je moet alleen maar weten waar de klepel hangt. Dus de gedragscodes kennen. Ken je die niet, dan kun je een probleem hebben. De “matching” bestaat immers in het vinden van een geschikte partner tijdens een daartoe georganiseerde gelegenheid. Niet tijdens een wilde tocht door de duinen. Een mooi voorbeeld hiervan. Ooit wilde een vriend van me enkele kennissen in groep naar een danscursus brengen. Voor de gezelligheid, zo beweerde hij. Want hij liet zijn vrouw thuis en nam een vriendin mee. Kon ik dan als Einzelgänger wel mee? Geen probleem! Aan alles was al gedacht. De dansschool zorgde immers altijd voor een gelijk aantal vrouwen en mannen. En als er eentje niet kwam opdagen, dan danste de dansleraar of zijn vrouw wel met de boventallige deelnemer.

 

Na enkele avonden schuifelen op de maten van een slaapverwekkende Engelse wals, werd ineens het Latijns-Amerikaanse répertoire aangesproken. Kwestie van de Schwung erin te brengen. ¡Olé Guapa! kwam op de draaitafel. De dansleraar haalde de vaste koppels meteen uit elkaar. Tijd dat we de anderen ook eens leerden kennen. Changement de décor. Hij drukte me stevig in de armen van een klaarstaande vrouw. Zonder dat zij me een millimeter ademruimte gunde, vloog ik daarna met haar in een beenverstrengeling haastig tot voorbij de eerste bocht, alwaar ze me in het oor fluisterde: “Wij kennen elkaar!” – “Ja, waarvan dan ?” - “Van in de wijk! Jij woont op 291, ik een tiental huizen verderop… en ík rij in een witte Volvo 343 en jíj in een rode Citroën.” Dit was dus een perfecte “matching”.

 

De volgende dag betaalde ik al de nog bijkomende lessen. Briefje in de enveloppe: “Helaas, maar ik moet nu regelmatig voor mijn werk naar het buitenland. Ik kom daarom niet meer. Hier alvast het resterende geld. Duizend excuses aan mijn nieuwe danspartner.” Hollands zakelijk. Dit was de meest elegante oplossing. Mij ziek melden leek ongepast. Want dan zou mijn danspartner vast wel met een bloemetje aan de deur staan. En me voortaan in haar Volvootje naar de dansles willen meenemen. Waarna ze aan de bar met mij de laatste plooien kon gladstrijken.

 

Die partner van één tangoavond heeft nog enkele jaren in mijn straat gewoond. Haar sloep wilde blijkbaar nergens stranden. Op straat had ik altijd recht op haar schalks lachje. We zwaaiden ook wel eens naar elkaar. Zeker als ik haar met enkele vriendinnen naar de tennisclub zag fietsen. Ze was zoiets als la fille du régiment geworden. Ineens was haar Volvo 343 dan toch nog verdwenen. Een buurvrouw vertelde me dat ook dát huis daar nu verkocht was. “Ja, die mensen zijn ineens uit elkaar gegaan. Zoiets komt dan toch weer als een verrassing aan.”

 

Tijdens de vorige rommelmarkt op Koninginnedag zag ik in de wijk een oude LP van Malando liggen. Nog wel bij die van de Gereformeerde Kerk. Ik kocht hem. Voor die ene ¡Olé Guapa!. Want dat is pas dansmuziek.


 

Seksloze engel of seksende bengel

Adam Giambrone, 32 jaar oud, gemeenteraadslid van Toronto, beschermeling van David Miller, de burgemeester en voorzitter van de TTC (de maatschappij voor openbaar vervoer van Toronto) had pas enkele dagen geleden officieel aangekondigd dat hij zou meedingen naar het burgemeesterschap van Toronto, alleen maar om gisterenochtend aan te kondigen dat hij zich terugtrok.

Wat was er veranderd op die korte tijd? Er was uitgelekt dat hij naast zijn vaste vriendin waarmee hij samenwoont nog enkele andere vriendinnetjes had, waarmee de sloeber zowaar "intieme betrekkingen" heeft gehad.

Je zou verwachten dat het privéleven van een politicus, en gelijk wie anders, na François Mitterand's ontwapenende "Oui, et alors?" niemand nog zou interesseren, en al zeker helemaal niet in het land waarvan eerste minister Pierre Trudeau ooit verklaarde dat de staat niets te zoeken heeft in de slaapkamers van de natie, maar zo is het dus niet gelopen. Blijkbaar moet je nog altijd een seksloze engel zijn als je een openbare functie bekleedt. Seksende bengels zijn niet gewenst.

TTC_Man_Sleeping[1] Om het voor de TTC nog leuker te maken, was er recent heel wat ophef over een loketbediende die in slaap gevallen was. Jason Wieler dacht er op het laatste nippertje aan om een foto te maken, en die is natuurlijk met veel plezier door iedereen overgenomen.

Dit incident komt net na een onpopulaire verhoging van de tarieven voor het openbaar vervoer, en de TTC wordt nu uiteraard beschuldigd van alles wat er misloopt in de wereld.

Al met al is het allemaal best leuk. Politiek gezien is Canada een saai land, politici zijn veel te braaf, of weten hun uitschuivers beter te verbergen dan elders, met als resultaat dat een groot deel van het dagelijks tv-journaal ingenomen wordt door schandaaltjes allerhande met Amerikaanse beroemdheden. Maar nu zijn we voor een tijdje dus verlost van Britney Spears en andere Belangrijke Figuren.

Nu nog een beetje zwijgen over de Olympische Spelen...


 

Een Eigen Taaltje - (gastbijdrage dl. 4)

' Roosje' is de bij vrienden en familie meer gebruikte naam, en ook de on-line identiteit van Dina Kalogrias, een tweede-generatie Griekse uit de Limburgse mijnstreek, die in haar reacties op verscheidene Griekenland-blogs vaak uitgebreid en raak uit de hoek komt. “Als ze het dan toch allemaal zo goed weet”, dacht ik een tijdje geleden, “waarom leen ik haar dan niet voor enkele weken mijn forum uit, dan kan ze eens uitgebreid vertellen” . Vandaar het idee om Roosje middels een aantal bijdragen aan het woord te laten over 'de omgekeerde migratie', niet de Belgen in Griekenland, dus, maar de Grieken in België, en hoe dat zoal meevalt.


Vandaag de vierde bijdrage. De volgende en laatste bijdrage volgt in de loop van de komende dagen. De eerdere bijdragen vindt u door een beetje naar beneden te scrollen.


De omgekeerde migratie’: een eigen taaltje


Door Dina Kalogrias


Rond mijn veertiende trad er een eeneiige tweeling toe tot onze jeugdbeweging.

Twee ranke, knappe grieten, intelligent, welbespraakt, vlot en sociaal. Als de uitdrukking “als twee druppels water” op iemand van toepassing was, was het wel op hen! Wat deze meisjes op een unieke wijze verbond, was hun manier van communiceren. Van jongs af hadden ze een eigen taaltje, dat zeer grappig klonk, maar niemand begreep. Het was hun onder-ons-taaltje.


Ook wij ontwikkelden thuis ons eigen taaltje: een mix van Nederlands, met Limburgs-Vlaamse invloeden enerzijds en Grieks anderzijds, dat ook nog eens afweek van ons dorpsdialect. Als kind vormden we woorden, die onze ouders, als ze met óns spraken, overnamen, waardoor die woorden op den duur een eigen leven gingen leiden. Het was vaak zelfs zo dat een woord gerelateerd werd aan één van de kinderen. Een buitenstaander zou er niets van begrijpen. Maar wij verstonden elkaar perfect!


Op de vijftigste huwelijksverjaardag van mijn ouders organiseerden we met z’n allen een verrassingsfeestje. Gangbaar is het niet in de Griekse cultuur om voor een gouden jubileum een heus familiefeest te organiseren, zoals dat in de Belgische cultuur gebruikelijk is. Maar het leek ons, na al de jaren van hard labeur, leuk om onze ouders in hun oude dag eens in de bloemetjes te zetten. Voor die gelegenheid maakten we een ludiek ‘rap’liedje, waarin we een aantal typische uitdrukkingen en woorden van onze familie verwerkten; een hip-hop-lied dat de kleinkinderen als verrassing ten berde brachten op het gouden jubileum van hun papoe en yaya. Hilariteit ten top!!! Alleen ons moeder lachte wat groen, omdat ze het altijd al ongehoord had gevonden dat we dialect spraken en het nu ook nog eens aan de kleinkinderen leerden.


Eigenlijk is dat taaltje niet voor publicatie vatbaar en de clou gaat voorbij aan wie geen Grieks kent, maar ik herinner me levendig de anekdote uit een artikel of reactie van @Hans waarin hij zijn dochtertje citeerde met “mag ik op dit knopje ‘patissen’?” (πατίσω = patiso = in de betekenis van ergens op drukken of duwen). Ik schoot spontaan in de lach toen ik dit las; het was zo herkenbaar, aandoenlijk en grappig tegelijk... over ‘omgekeerde migratie’ gesproken!

Daarom dan toch maar, voor linguïsten en liefhebbers van taal in het algemeen of de ontwikkeling van een eigen taaltje in het bijzonder, hieronder een greep uit ons zelf gebrouwd lexicon (fonetisch):


 

Op zoek naar de middenklasse

Dag allemaal, 

Mijn bijdrage voor deze week is gebaseerd op een conclusie/observatie die ik gehaald heb uit een gesprek dat ik hier met een vriend voerde enkele dagen terug.

De observatie is de volgende: “In een maatschappij zoals die van Mozambique hebben zowel de goedkoopste als de duurste producten zo goed als geen nood aan steun, terwijl de verkoop van goederen die vaak als ‘voor de middenklasse’ bestempeld worden bijzonder veel problemen ondervindt.

De echt dure producten en de hele goedkope producten hebben geen hulp nodig om verkocht te raken: grote waterpompen, flat screen TVs en laptops worden hier probleemloos verkocht aan wie het wilt kopen en kan betalen. Aan de andere kant vinden we de hele goedkope producten, waar we hetzelfde patroon terugvinden: mensen hebben voldoende geld om tomaten, zeep, lampen, of kleine auto-onderdelen te kopen, en deze producten verkopen bijwijze van spreke zichzelf – marketing is absoluut niet nodig. Winkeltjes en kraampjes die dit type product aanbieden vind je dan ook echt overal, en deze winkels hebben effectief een indrukwekkende turn-over.

Tussen deze twee groepen van producten in, vinden we dus producten die meestal met de middenklasse geassocieerd worden. Voor deze producten (ik denk bijvoorbeeld aan kleine black/white tvs en gewone desktop computers) blijkt het dus vrij moeilijk te zijn om een werkende product-markt combinatie te vinden.

Wanneer ik vergelijk met de types producten waarmee ik dagelijks betrokken ben, bevestigt dit bovenstaande observatie. De goedkoopste producten – zonnelantaarns en kleine ‘phone chargers’ – hebben amper promotie of marketing steun nodig. Mensen weten wat een lantaarn kan en niet kan, plus ze kunnen zich het product veroorloven. Aan de andere kant van de schaal vinden we ‘solar water pumps’ en grote systemen voor ziekenhuizen en scholen; ook hier is amper marketing nodig, vermits de kopende instantie meestal over voldoende middelen beschikt, en ook weet waar deze materialen te vinden zijn (vermits er in elke stad normaal gezien nooit meer dan één shop zal zijn die deze materialen in stock heeft).

Echter, de producten die hier tussen vallen – de kleinere systemen voor huishoudens voor verlichting en/of radio en tv – hebben echt die push nodig, want voorlopig is er echt nog geen sprake van een vlotte verkoop van deze type producten. Bij het gebrek aan een echte middenklasse met beperkte maar voldoende koopkracht, wordt de doelgroep voor deze producten verschoven naar die klanten die lantaarns en dergelijke kopen. Deze groep moet echter eerst overtuigd worden dat dit duurdere product effectief het product is dat aan hun noden voldoet en hun wensen vervult, waarna een nog grotere hindernis volgt in het vinden van effectieve en efficiënte manieren om het product te kunnen financieren. (Zie hiervoor mijn post van vorige week over financiële problemen in ontwikkelingslanden)

Tot zover mijn bijdrage van deze week. Ik hoop dat dit uitdagingen van werken met de private sector in veel ontwikkelingslanden (en zeker Mozambique) wat verduidelijkt.

Maar wie houdt er nu niet van een goede uitdaging?

Groeten vanuit Chimoio, Mozambique 

Luc


 

Zijn Japanse producten nog kwaliteitsproducten?

Gisteren, dinsdag, heeft de baas van Toyota aangekondigd dat het bedrijf wereldwijd 400.000 hybride Priusen terugroept wegens een mankement in het remsysteem. Een nieuwe zware slag voor Toyota na het gaspedaalprobleem in de Verenigde Staten dat al geleid heeft tot het terugroepen van miljoenen wagens.

De Prius is de best verkopende wagen in Japan. Het is de vaandeldrager van het Toyota-merk. De industriële sector in Japan en de overheid volgen de zaak met onrust. De vrees speelt dat de consument vertouwen verliest in Japanse producten, dat Japanse producten niet langer geassocieerd zouden worden met topkwaliteit.

Maar zijn Japanse producten wel kwaliteitsvol? Na 12 jaar leven in Japan ben ik daar niet altijd zo zeker van. Een boel dingen die ik me heb aangeschaft, hebben redelijk snel de geest gegeven. Mijn Sansui hifi-installatie moest altijd een klopje krijgen alvorens de CD-speler begon te werken. Mijn Sony MD-speler weigerde definitief dienst na een kleine val van een bureautafel. Mijn Toshiba-strijkijzer is uiteengevallen na een jaar. De motor van mijn peperdure elektrische Panasonic-fiets moest twee dagen na aankoop al volledig vervangen worden wegens defecte sensoren. En verleden maand was het onze 2 jaar oude Sharp-microgolfoven die een dure herstelling nodig had.

Ok, nu moet ik wel toegeven dat de dienstverlening goed is. Verleden week hebben we van Sanyo een splinternieuwe wasmachine/droogkast gekregen. Ter vervanging van ons 6 jaar oud model dat in zeldzame gevallen kortsluiting en brand zou kunnen veroorzaken. Sanyo heeft 160.000 wasmachines in Japan volledig kosteloos vervangen voor een gelijkaardig splinternieuw model. Een totale kost van 10 miljard yen (80 miljoen euro). Sanyo heeft dit trouwens niet overleefd. Het bedrijf is nu opgeslorpt door Panasonic. Onze nieuwe wasmachine is dus een Panasonic en die doet het voorlopig fijn.


 

Belgische ereconsul verdacht van fraude bij de Salzburgse “Osterfestspiele”

Een kandidaat ereconsul moet voldoen aan de volgende eigenschappen: blijk geven van rechtschapenheid, verbondenheid met België en goed geïntegreerd zijn in het lokale sociale milieu van het gastland. Allemaal kwaliteiten waaraan ereconsul in Salzburg Michaël Dewitte voldoet. “Voldeed” wordt in de Oostenrijkse pers geschreven, onmiddellijk gevolgd door de obligate zin: “Voor iedereen geldt het vermoeden van onschuld.”

Profil, News, Die Presse, Kurier, Der Standard… alle media smijten zich op het zoveelste schandaal dat Oostenrijk belaagt en de kritieken zijn niet mals, ook niet voor Dewitte, die in 1992 in het kielzog van Gerard Mortier als persoonlijk assistent van de intendant van het Salzburgse zomerfestival naar Oostenrijk trok.

Ondertussen werd hij administratief directeur van het Karajan-instituut en directeur van de prestigieuze “Osterfestspiele”.

Eind januari belandde bij de voorzitster van de Bondstaat Salzburg een audit van Audit Services Austria, die ze zelf in opdracht had gegeven en die leest als één lange aanklacht: Dewitte zou eigenmachtig zijn jaarsalaris van 117.000 euro regelmatig opgetrokken hebben zonder wettige overeenkomst en zich daarenboven nogal wat extra’s hebben toegeëigend zonder goedkeuring, noch overleg: 18.500 euro in 2001, tot 232.000 euro vorig jaar. In totaal zou hij de “Osterfestspiele” zo’n 1,2 miljoen euro lichter hebben gemaakt, met inbegrip van 5% provisie op sponsorgeld hoewel zijn arbeidsovereenkomst dit uitdrukkelijk verbiedt. Aldus de audit.

Dewitte verdedigt zich en stelt dat de Präsidialchef van Franz Schausberger, de toenmalige voorzitter van de Bondstaat, met deze extra’s zou hebben ingestemd.

Schausberger ziet dat anders: in 1996 werd het door Gerard Mortier opgerichte European Art Forum georganiseerd, een keer. In 2002 gingen stemmen op om het nog eens te organiseren. Tijdens een meeting met de toenmalige viceburgemeester van Salzburg, de christendemocraat Gollegger zat ook de Präsidialchef van het Bondsland aan tafel. Dewitte zou hem een papier onder de neus geschoven hebben, de beambte heeft het ondertekend. Met dit document wou Dewitte naast een honorarium van 35.000 euro ook een provisie van 5% per jaar op de sponsorgelden van het festival zeker stellen. “Dat was juridisch irrelevant, omdat het Kunstforum nooit meer heeft plaatsgevonden,” zegt Schausberger. “Dewitte heeft dus provisies op sponsorgelden gekregen die door niets of niemand waren goedgekeurd, en hij nam die provisies zelfs op sponsorbedragen die hij zelf niet had aangebracht.”

Ook toen de Amerikaan Donald Kahn een miljoen euro aan de “Osterfestspiele” schonk, eigende Dewitte zich – nog steeds volgens het auditverslag – 50.000 euro toe.

Het werd nog meer: toen de Russische sponsor Igor Videjaev 2,5 miljoen euro voor subsidie  voor jeugdwerking schonk (bedrag te betalen in schijven, jaarlijks tot 2018) eiste Dewitte in februari 2009 meteen zijn aandeel, ook op het nog niet uitbetaalde deel van het toegezegde bedrag. Vanuit “Art & Culture Consulting”, met residentie op Bélize, kwam de opdracht zijn provisie van 300.000 euro (12% van het bedrag) via een rekening in Cyprus over te maken.
De aanklacht is zwaarder dan dat en betreft tevens reisvergoedingen, salaris voor de echtgenote van Dewitte waarvoor nooit een contract werd ondertekend, enorme taxi-rekeningen…

De auditors van Deloitte en Ernst & Young die aangesteld zijn om de balansen van het festival te controleren lieten weten dat ze geen precieze audit-opdracht hadden gekregen, noch inzage in de boekhoudkundige stukken.
Daarop nam Gabi Burgsteller, voorzitster van het Bondsland Salzburg via een nieuwe audit het heft in handen, met alle gevolgen van dien.

Volgens een collega is Dewitte deze dagen onbereikbaar want op familiebezoek in België, en zou zijn huis in Salzburg te koop staan.

Onnodig te herhalen dat voor alle in dit artikel aangehaalde personen het vermoeden van de onschuld bestaat.

UPDATE:

De NY Times schrijft vanavond: “It involves non-existent companies and offshore bank accounts.” The announcement follows the dismissal in December of the festival’s executive director, Michael Dewitte, who is now being sought by the police on charges that he misused its funds and put its money into foreign bank accounts. Last week, The Independent said, the festival’s technical chief, Klaus Kretschmer, was found unconscious under a bridge in Salzburg, and is believed to have attempted suicide after being accused of charging the festival for non-existent services. Over all, the festival may have been defrauded of as much as $2.75 million.

Le Figaro schrijft vanavond: Les raisons de l'éviction de Michael Dewitte ? Déjouant le contrôle de gestion du festival, il se serait accordé des dépassements de salaire de 591 000 euros entre 2002 et 2009. Il aurait aussi touché des commissions illégales sur le sponsoring (50 000 euros sur la contribution d'un mécène américain et 300 000 sur celle d'un mécène russe). Ses remboursements de frais de transport et d'hébergement seraient passés de 33 000 euros en 2001-2002 à 91 000 euros en 2008-2009, sans justification apparente.

Die Zeit: http://www.zeit.de/kultur/2010-02/salzburger-festspiele-skandal

Onnodig te herhalen dat voor alle in dit artikel aangehaalde personen het vermoeden van de onschuld bestaat.

En niemand in België die een standpunt heeft?

Roel Verschueren, Wenen 9 februari 2010 – www.verschueren.at


 

Stempelaars in Polen

Een stempelaar is in België iemand die werkloos is, iemand die dus geen werk heeft en geacht wordt tot een bepaalde leeftijd werk te zoeken. Zowat 20 jaar geleden moest de werkloze elke dag naar het stempellokaal om een stempeltje te krijgen. Dit gold ook als een soort controle tegen zwartwerk.  De stempelaar was niet de persoon die het stempeltje zette (dat werd door een staatsambtenaar gedaan) maar de persoon die om een stempeltje vroeg! Het werkwoord ‘stempelen’ geraakte ook heel snel in voege.  ‘Stempelen’ kreeg dus de betekenis van ‘werkloos zijn’. In het West-Vlaams dialect geraakten  heel snel de synoniemen ‘doppen’ voor ‘stempelen’ en ‘dopper’ voor ‘stempelaar’ in gebruik.

Nu is het systeem gemoderniseerd. Er wordt niet meer gestempeld, maar het begrip ‘stempelaar’ wordt nog steeds gehanteerd. Er wordt een kaart met vakjes bijgehouden. Op zo’n kaart staan 31 vakjes, want elk vakje verwijst naar een dag van een bepaalde maand. Als je een bepaalde dag niet hebt gewerkt, dan laat je het vakje verwijzend naar die dag leeg, als je het geluk  (of ongeluk) hebt gehad dat je een dag hebt kunnen (moeten) werken, dan kleur je dat vakje zwart. Als je  tijdens een dag hebt gewerkt en je hebt het vakje niet zwart gekleurd, dan ben je volgens de Belgische wetgeving een zwartwerker, en zwartwerk wordt heel zwaar gestraft! Aan het begin van een volgende maand moet je de kaart indienen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorzieningen, de ‘RVA’.  Een computer verwerkt razendsnel de kaartgegevens en alles staat geregistreerd.

In  Polen zijn er vele stempelaars, eigenlijk is zowat iedereen een stempelaar. Dagdagelijks moet je als inwoner voor allerlei diensten stempeltjes en handtekeningen verzamelen. Hoe meer stempeltjes hoe beter, beter eentje teveel dan te weinig! Ik geef aan het woord ‘stempelaar’ dan wel een heel andere inhoudelijke betekenis dan deze voor België. Ik illustreer dit graag aan de hand van enkele voorbeelden uit mijn dagelijkse leven:

Als werknemer heb je een basisziekteverzekering. Ik werk als loontrekkende voor de Katholieke Universiteit van Lublin (KUL), ik ben dus verzekerd in geval van ziekte. Dat betekent dat ik gratis naar de eerstelijnsdokter kan, en indien die me doorverwijst naar een specialist, dan is dat bezoek ook kostenloos. Medicijnen moet ik wel zelf betalen. Voor zo’n gratis bezoek heb ik een ziekteboekje nodig. Nee, geen chipkaart, maar een ziekteboekje! Bovendien moet dit ziekteboekje elke maand van een nieuwe stempel en een handtekening voorzien zijn van de de werkgever.  Mijn vrouw, toen ze nog maar pas was afgestudeerd en nog niet werkte (nu heeft ze een eigen bedrijfje), was verzekerd op mijn naam. Maar zij had toen ook een ziekteboekje nodig, waarin eveneens elke maand een nieuwe stempel en handtekening van de secretariaatsbediende van KUL moest worden gezet. Ik moest dus elke maand met 2 boekjes naar de vriendelijke dame om 2 handtekeningkjes en 2 stempeltjes te vragen. Eens was ik door vergetelheid 2 dagen te laten met het afstempelen van de 2 ziekteboekjes. Ik moest echter dringend met mijn vrouw naar de dokter. Ze had een astma-aanval gekregen. Het bleek al onmiddellijk dat de voorschriften bikkelhard waren: eerst het stempeltje en de handtekening en pas daarna naar de dokter! Helaas was het reeds na 15u00 en was het secretariaat gesloten. Gelukkig was de dokter bereid om een snelle oplossing te vinden, ik kon ook betalen, 70 zloty of 18 EUR of 3,5% van mijn maandelijks salaris. Ik heb betaald, gelukkig maar. Mijn vrouw had dringend medicijnen nodig.

Dat stempeltje kan je alleen maar krijgen bij je werkgever, voor mij dus op het secretariaat in KUL, in Lublin. Dat zorgt voor een groot probleem, wanneer ik meer dan een maand niet in Lublin ben, want dan heb ik geen geldig stempeltje meer, en ben ik niet verzekerd. Dit probleem zou volgens mij op een heel simpele manier kunnen worden opgelost, nl. door 2 stempeltjes en 2 handtekeningen ineens te krijgen, voor 2 maanden. Maar zo werkt het systeem niet. Er zijn in geval van lange afwezigheid slechts 3 mogelijkheden: (1) een snelle dagreis heen en weer naar Lublin voor een stempeltje en een handtekening, (2) niet ziek worden, (3) betalen! Er is eigenlijk nog een 4de mogelijkheid, nl. de privéverzekering, maar die is niet zo goedkoop.

Nu moet je weten, beste lezer, dat er in KUL ongeveer 2 000 mensen op de een of andere manier tewerkgesteld zijn. Dat zijn dus maandelijk 2 000 stempeltjes en handtekeningen. Eigenlijk iets meer, want sommige mannelijke werknemers hebben beslist nog, net zoals ik vroeger, een vrouw ‘ten laste’. Het zetten van zo’n stempeltje en een handtekening kost gemiddeld een minuut. Er zijn dus maandelijks ongeveer 2 000 minuten nodig om alle personeelsleden van het nodige stempeltje en handtekening te voorzien. Dat zijn, afgerond, 33 betaalde werkuren alleen voor een stempeltje en een handtekening in het ziekteboekje.

Dit is slechts één voorbeeld uit de duizenden. Want voor alles en nog wat is een stempeltje nodig. Voor het verplichte medisch onderzoek (5 stempels voor 5 soorten onderzoeken), voor het belastingsformulier, voor de bestelling van wat papier, voor delegaties, voor de ontvangst van de docentenkaart, ... Ruw geschat denk ik dat ik gemiddeld zo’n 20 stempels en handtekeningen per maand verzamel. Als alle docenten zoals ik zoveel stempels verzamelen, dan komen we aan 2 000 x 20 = 40 000 minuten of 666 betaalde werkuren om te stempelen!!! Dit zijn 4,1 full-time jobs per maand!!!

Het stempelverhaal is nog niet gedaan. Ook studenten moeten vaak stempelen. Eigenlijk gedurende hun hele studieloopbaan, maar op het einde van de loopbaan is er nog een extra intensieve stempelactie. Zo’n 3 000 afgestudeerde studenten van 1 universiteit moeten in de maand juni dan 8 stempels en handtekeningen verzamelen op 8 verschillende plaatsen in de stad:  een stempel en een handtekening in de stadsbibliotheek als bevestiging dat alle boeken zijn ingeleverd, in het sportcentrum als bewijs dat alle schulden zijn vereffend, in de universitaire bibliotheek, op het decanaat, het studentenhome, ... Pas na het verkrijgen van alle stempels kan het diploma effectief in ontvangst genomen worden. Laten we hiervan de rekensom even maken: 3000 x 8= 24 000 minuten of 400 betaalde werkuren. Dit zijn maar liefst 2,5 fulltime jobs voor 1 volle maand!

Ik  zou nog tientallen, zelfs honderden bladzijden kunnen schrijven met tal van stempelverhalen. Maar dat doe ik niet, ik vind dat saai, even saai als stempels verzamelen. Ik leef nu in een stempelsamenleving, België is ondertussen veeleer een chipsamenleving geworden. Polen stempelen, Belgen ‘chippen’, Polen zijn stempelaars, Belgen zijn ‘chippers’.  Maar ik ben een Belg die in Polen stempelt. Ik leg me neer bij dit gegeven, ik heb immers niet de autoriteit om mijn stempel op de Poolse maatschappij te drukken.


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog