Een Eigen Taaltje - (gastbijdrage dl. 4)

  • Gepost op donderdag 11 februari 2010 om 10:16
  • door Hans Brems
  • in Griekenland

' Roosje' is de bij vrienden en familie meer gebruikte naam, en ook de on-line identiteit van Dina Kalogrias, een tweede-generatie Griekse uit de Limburgse mijnstreek, die in haar reacties op verscheidene Griekenland-blogs vaak uitgebreid en raak uit de hoek komt. “Als ze het dan toch allemaal zo goed weet”, dacht ik een tijdje geleden, “waarom leen ik haar dan niet voor enkele weken mijn forum uit, dan kan ze eens uitgebreid vertellen” . Vandaar het idee om Roosje middels een aantal bijdragen aan het woord te laten over 'de omgekeerde migratie', niet de Belgen in Griekenland, dus, maar de Grieken in België, en hoe dat zoal meevalt.


Vandaag de vierde bijdrage. De volgende en laatste bijdrage volgt in de loop van de komende dagen. De eerdere bijdragen vindt u door een beetje naar beneden te scrollen.


De omgekeerde migratie’: een eigen taaltje


Door Dina Kalogrias


Rond mijn veertiende trad er een eeneiige tweeling toe tot onze jeugdbeweging.

Twee ranke, knappe grieten, intelligent, welbespraakt, vlot en sociaal. Als de uitdrukking “als twee druppels water” op iemand van toepassing was, was het wel op hen! Wat deze meisjes op een unieke wijze verbond, was hun manier van communiceren. Van jongs af hadden ze een eigen taaltje, dat zeer grappig klonk, maar niemand begreep. Het was hun onder-ons-taaltje.


Ook wij ontwikkelden thuis ons eigen taaltje: een mix van Nederlands, met Limburgs-Vlaamse invloeden enerzijds en Grieks anderzijds, dat ook nog eens afweek van ons dorpsdialect. Als kind vormden we woorden, die onze ouders, als ze met óns spraken, overnamen, waardoor die woorden op den duur een eigen leven gingen leiden. Het was vaak zelfs zo dat een woord gerelateerd werd aan één van de kinderen. Een buitenstaander zou er niets van begrijpen. Maar wij verstonden elkaar perfect!


Op de vijftigste huwelijksverjaardag van mijn ouders organiseerden we met z’n allen een verrassingsfeestje. Gangbaar is het niet in de Griekse cultuur om voor een gouden jubileum een heus familiefeest te organiseren, zoals dat in de Belgische cultuur gebruikelijk is. Maar het leek ons, na al de jaren van hard labeur, leuk om onze ouders in hun oude dag eens in de bloemetjes te zetten. Voor die gelegenheid maakten we een ludiek ‘rap’liedje, waarin we een aantal typische uitdrukkingen en woorden van onze familie verwerkten; een hip-hop-lied dat de kleinkinderen als verrassing ten berde brachten op het gouden jubileum van hun papoe en yaya. Hilariteit ten top!!! Alleen ons moeder lachte wat groen, omdat ze het altijd al ongehoord had gevonden dat we dialect spraken en het nu ook nog eens aan de kleinkinderen leerden.


Eigenlijk is dat taaltje niet voor publicatie vatbaar en de clou gaat voorbij aan wie geen Grieks kent, maar ik herinner me levendig de anekdote uit een artikel of reactie van @Hans waarin hij zijn dochtertje citeerde met “mag ik op dit knopje ‘patissen’?” (πατίσω = patiso = in de betekenis van ergens op drukken of duwen). Ik schoot spontaan in de lach toen ik dit las; het was zo herkenbaar, aandoenlijk en grappig tegelijk... over ‘omgekeerde migratie’ gesproken!

Daarom dan toch maar, voor linguïsten en liefhebbers van taal in het algemeen of de ontwikkeling van een eigen taaltje in het bijzonder, hieronder een greep uit ons zelf gebrouwd lexicon (fonetisch):

* kalaboèr (grapje maken, gekken)

* vakànsj (vakantie - wij zeiden nooit διακοπές = dhiakopès = vakantie)

* dhósjme appesjíen (geef me een sinaasappel - δώσε μένα πορτοκάλι = dhóse m’ ena portokàli)

* sjadhó, sjakí, sjapàn, sjakàt (langs hier, langs daar, naar boven/omhoog, naar onder/omlaag – normaliter is dat: προς εδώ= pros edhó, προς εκεί = pros ekí, , προς τα πάνω = pros ta pàno, προς τα κάτω = pros ta kàto)

* boezj (ijskoud – typisch Macedonisch, blijkbaar afkomstig van het Turks)

* príesjka (ik heb meer als genoeg, ik ben voldaan of beter gezegd: ik ontplof; allemaal in de betekenis van ‘eten’ – in het algemeen beschaafd Grieks is dat χορτάτος = chortàtos = verzadigd)

* sjapoén (zeep – σαπούνι = sapoéni)

* rizíel (in affronten vallen/je belachelijk maken: ‘kànoeme rizíel’ – Turks-Grieks)

* chlàmbara, chloémbara (‘zo en zo’ – Turks-Grieks)

* idhga ràtsa, idhga fàtsa (van dezelfde stamboom/hetzelfde ras, dus uit het zelfde hout gesneden of de appel valt niet ver van de boom; letterlijk: ίδια ράτσα = hetzelfde ras, ίδια φάτσα = hetzelfde gezicht/dezelfde smoel – maar dit is misschien wel een uitdrukking die ook bij een breder publiek gekend is).

De meest inventieve vondst is echter die van mijn ondertussen volwassen neef, Giannis, die het als kleuter op een dag welletjes vond dat zijn broer, Charis genaamd, bij elk dankwoord vernoemd werd (efcharistó = ευχαριστώ= dank je). Op een dag eiste hij zijn portie aandacht méér dan op, door er als vierjarige op het gepaste moment luidkeels “efgiannisto” uit te flappen!


En kijk, net zoals wij (de tweede generatie) met onze ouders (de eerste generatie) een eigen taaltje ontwikkelden, net zo hadden onze kinderen (de derde generatie) en hun grootouders zovele jaren later hún ‘eigen taal’. Een ‘taaltje’ zonder al te veel woorden, want papoe en yaya konden niet zo goed Nederlands en de kleinkinderen bijna geen Grieks. En toch begrepen ze elkaar, op een heel bijzondere manier. Een twinkel in de ogen, een knipoog, een Grieks gebaar, een schouderklopje, een kus, een hartelijke omhelzing, een glimlach, een gelaatsuitdrukking, de voor zich sprekende lichaamstaal voor blijheid, verdriet of woede,... Noodgedwongen communiceerden zij met weinig woorden en ook al vonden ze het op latere leeftijd jammer dat ze geen diepgaand gesprek konden voeren met hun papoe en yaya, toch heeft dat vreemd genoeg op de één of andere manier een unieke band geschept.

Ze hadden een speciale taal, waarin woorden overbodig waren.



Dat brengt me bij de algemeen aanvaarde opvatting dat het leren van de taal van een land cruciaal is voor een goede integratie. Ik ben de laatste om dit te ontkennen. Ik zou, nu al meer dan twintig jaren, niet werken met allochtonen die Nederlands komen leren, als ik er niet in geloofde en doe mijn job nog steeds met hart en ziel.

Bovendien vind ik het elke vakantie weer, frustrerend dat -ook al ben ik de Griekse taal dan machtig- mijn Grieks spreek- en schrijfniveau benedenmaats is. Ik weet verdomd goed hoe het voelt om iets niet te kunnen uitdrukken zoals je het graag zou willen zeggen.


Toch vind ik ‘taal op zich’ niet prioritair voor een goede integratie. Mijn vader sprak haast beter Italiaans dan Grieks; we hadden een Italiaanse buurman. Bovendien sprak men in de mijnen Italiaans, Grieks, Pools, Hongaars... en Nederlands. Er ontstonden tuinwijken en cités rond de mijngebouwen, waaruit een sociaal leven groeide en de middenstand floreerde in die tijd. Als je er als mijnwerker naar de winkel ging, werd je door de winkelier steevast in het Italiaans verder geholpen.


Maar fundamenteel belangrijk is naar mijn mening en ervaring (zowel privé als professioneel) iemands ingesteldheid: een open, communicatieve basisattitude.

Al die jaren waarin wij nog te jong waren om ‘grote-mensen-dingen’ op te pakken óf als we niet thuis waren, konden mijn ouders een beroep doen op onze buurvrouw. Zij werd erbij gehaald als er plots iemand aan de deur stond en een goede communicatie niet mogelijk bleek. Zij kwam altijd ‘vertalen’, terwijl ze... geen woord Grieks sprak. Het had te maken met haar algehele houding, haar bereidheid, haar stijl, haar inborst, haar taalgebruik, haar aanpassingsvermogen, haar openheid, elk gebaar, elke houding die iets uitdrukte. Ze hadden evenzeer een eigen taal; ‘madam M.’ kon het met handen en voeten op zó een manier in het Nederlands uitleggen, dat mijn ouders het begrepen.

Ook beroepshalve is taal niet het DOEL, maar beschouw ik taal als een MIDDEL tot goede communicatie en integratie is. Mensen die een taal komen, moeten of willen leren, hebben in de eerste plaats waardige, respectvolle omgangsvormen nodig. Mensen krijgen vleugels als ze geliefd worden en waardering krijgen. Pas dan ontstaat er volwaardige interactie. En dan is goede communicatie altijd mogelijk.

Het gold voor de eerste generatie die geen Nederlands sprak, het geldt voor de derde generatie die weinig Grieks kent, het geldt voor alle mensen over de hele wereld die vertoeven in een voor hen vreemd land.


Toen mijn moeder een aantal jaren geleden in het ziekenhuis werd opgenomen en we ettelijke geneesheren de revue zagen passeren, schonken we een keer een dankkaartje aan een dokter, met een spreuk er op, die nog het best samenvat wat ik wil aangeven:

Eén taal en alleen één taal

geeft uiting aan ons plezier, onze vreugde en blijdschap,

en zo ook onze zorgen en onze pijn.

Dat is de taal die voor zich spreekt.

De kunst is enkel ze te verstaan !”


Dina Kalogrias


 

Reacties

 Norbert zei op 11 februari 2010 om 14:19

Weer heerlijk "uit het leven gegrepen". En een prachtige woordenlijst met Grieks-Nederlands "bargoens". Je maakt me overigens nieuwsgierig over hoe je aan "Roosje" gekomen bent.

 Norbert zei op 11 februari 2010 om 14:36

Wat hebben jullie beleefd in de eerste kleuterklas Roosje, en vooral dan de ouste kinderen uit het gezin? Mijn oudste kleindochter in Griekenland sprak thuis Nederlans met de mama, die meest bij haar was, en Grieks met de papa, terwijl de ouders Engels spraken met elkaar. Ik heb steeds de indruk gehad dat het kindje in de eerste kleuterklas zich zeer onwennig gevoeld heeft. Na een tijdje ging dit wel beter, maar toen haar zusje naar de eerste kleuterklas ging was die al heel wat beter in staat om Grieks te spreken. Haar mama sprak het overigens tegen dan ook al beter.

 Norbert zei op 11 februari 2010 om 14:48

Onze kleinkinderen in Griekenland heb ik nog niet betrapt op een mengtaal. Dank zij de avondschool, die gesteund wordt door de Nederlandse overheid begrijpen ze echter reeds uitstekend Nederlands en spreken het zeer behoorlijk. Ook steken ze heel wat op van de Nederlandse en Vlaamse televisie zenders. Ze kennen dan ook K3, Mega Mindy en Het huis van Anubis (Ja zelfs dit angstaanjagend programma). Maar het helpt hen met de neefjes en nichtjes te spelen als ze in ons land zijn, en ook om hier op sportkamp te gaan. In ieder geval heel wat meer mogelijkheden om de twee talen te leren dan toen jullie klein waren denk ik. Maar toch zeer zwaar voor die kleine gasten. Dit beseffen we des te meer nu wij hedendaags Grieks aan het leren zijn.(Helaas met minder succes dan de kleinkinderen bij het leren van het Nederlands)

 Roosje zei op 11 februari 2010 om 19:01

@Norbert, ik herinner me eigenlijk weinig concreets in verband met mijn taalverwerving, wat er op duidt dat het als vanzelf is gegaan. Maar ik was/ben dan ook de jongste, inderdaad; wij spraken thuis met de kinderen onder mekaar Nederlands (en met ons ouders Grieks). Kinderen leren spelenderwijs; naar mijn ervaring was dat toen niet “zwaar”. Maar misschien willen mijn oudste zus of broer, die in Griekenland zijn geboren, hier wel iets meer over zeggen… dat laat ik aan hen over.
Het enige dat ik me herinner, is dat de juffen van het derde tot en met het zesde leerjaar van de lagere school de stelwerkjes doorgaans voor de helft op inhoud en voor de andere helft op spelling quoteerden en dat ze besloten om mij alleen punten te geven op de inhoud, omdat ik anders een 4 of 5 op 10 (= 0 op 5 voor spelling) op mijn rapport zou hebben staan en ze dat zonde vonden omdat mijn opstelletjes altijd “zo goed” waren (echt!, ik mocht het mijne altijd voorlezen in de klas ;-)) ’t Vreemde aan dit verhaal is dat niemand zich in het middelbaar onderwijs ooit de moeite heeft genomen om mij de spellingsregels uit te leggen. Ik heb verschrikkelijke dt-fouten geschreven tot mijn achttiende en men liet me maar betijen… Tot ik ging verder studeren en ik gebuisd was op spelling, waarvoor ik een vakantietaak kreeg. Tijdens die vakantie ging er een nieuwe wereld voor me open: ik leerde en begreep voor het eerst hoe werkwoorden vervoegd moeten worden. Dat is, voor zover ik me herinner, het enige ‘probleem’ dat ik ooit heb gehad. Oh ja, ik heb jàrenlang “met te voet” (in plaats van “te voet”) gezegd; níemand die me verbeterde! En “herinner” heb ik zowaar een decennium als “herhinner” geschreven.
Wat de Griekse school betreft: daar heb ik nare herinneringen aan. Ik werd er op zaterdagvoormiddag naartoe gestuurd, op mijn elfde of zo, maar voelde me daar helemaal niet huis. Ik heb het een jaar (of twee jaar?) uitgezeten, maar toen mijn ouders zagen hoe ongelukkig ik er was, mocht ik ermee stoppen. Nochtans ken ik hier heel veel Grieken die dit wel hebben afgemaakt en veel, veeeel beter Grieks spreken en schrijven als ik. ’t Is dus weer maar eens een persoonlijke ervaring. Vorig jaar pas heb ik de stap gezet naar Griekse avondlessen en nu, als volwassene, vind ik het wèl vreselijk zwaar en wreed moeilijk!
Alleszins veel succes met de Griekse les èn de Nederlandse ‘lessen’ van je kabouters!
Hoe ik aan de roepnaam ‘Roosje’ ben gekomen, heb ik hier al eens ooit op de blog verteld, maar dat is lang geleden. Ik kopieer het even (zie bij de reacties), dan moet ik het verhaal niet opnieuw doen (-:
http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/2006/04/meeneemvastenma.html#reacties
en
http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/2006/04/paarse_donderda.html#reacties

 Norbert zei op 12 februari 2010 om 08:13

Bedankt voor het antwoord. De taalachterstand gedurende de jeugd werd blijkbaar perfect weggewerkt. Heb inmiddels ook gelezen hoe je aan je naam kwam. Moet tof geweest zijn om als tiener een nieuwe naam te kunnen aannemen.

 Jenny zei op 12 februari 2010 om 11:29

@Roosje , heb jij op de lagere school niet moeten voordragen :
Ik drink nooit T
Jij drinkt altijd T
hij/zij drinkt T als ie aanwezig is ?:)
Als ik schrijf zit het er bij mij nog altijd in !:)
En van Jargon gesproken : als m'n man en ik samen converseren snapt niemand er wat van :het is zogezegd een coctail van Engels,Grieks,Vlaams,Turks,Frans en wat we al die jaren hier en daar opgestoken hebben omdat die woorden soms veel kleuriger zijn en voor ons inhoud hebben .Maar moet toegeven dat ik dikwijls naar de vertaling van een woord in het Nederlands zit te zoeken als ik schrijf .
Eens in een restaurant in London , draaide de ober discreet rond ons tot hij tot barstens toe (na skassi) van nieuwsgierigheid heel beleefd kwam vragen :" Sorry , but what language are you speaking ?" :)

 Jenny zei op 12 februari 2010 om 12:04

Toen ik pas in GR aankwam waren we uitgenodigd op een bruiloft . De bruid was het meest scheelziend mens dat ik ooit ontmoet heb en fluisterde in het oor van een kozijn :"Afto to nifi einai ligaki straboulokitazi " (sorry Vlamingen , het is bijna onvertaalbaar :dat bruid is ietwat verstuikendziend ?)Op hetwelk de kozijn zei " en niet zo een beetje !" en is de kerk uitgerend om het uit te proesten . Het woord is bijgebleven !

 Roosje zei op 13 februari 2010 om 15:37

Hi @Norbert, die ‘taalachterstand’ was in één vakantie weggewerkt. Nu is het zeker zo klaar als een klontje, @Jenny. Dat probleem lijkt intussen een eeuwigheid geleden. Net daarom dat ik het nog steeds vreemd vind dat niemand me het eerder aan het verstand had kunnen/willen brengen. Nú vind ik het ook allemaal evident.
Mijn oudste zus keek daar trouwens van op. Het ligt haar niet zo om dingen uit te schrijven, maar ze vertelde me met plezier dat haar grammatica altijd perfect is geweest. Dàt, in combinatie met uitspraak en het spreken van ABN, is iets waar ze op school altijd heel goed in was. Zij denkt dat het had te maken met het feit dat wij thuis geen Vlaams dialect spraken en dus geen verkeerde moedertaal hebben meegekregen. Ze leerde direct ABN spreken op school, daar waar ze vaststelde dat anderen er wel veel problemen mee hadden. Ze zei erbij dat ze wel nooit een opstel heeft mogen voorlezen, waarmee ze wilt aangeven dat het een kwestie van aanleg is. Haar conclusie: het één heb je (aanleg), het ander kan je als kind leren.
Nog tweede bedenking van haar is dat ‘taal op zich’ inderdaad niet prioritair is, maar dat onvoldoende taalbeheersing in combinatie met een negatieve houding en een slechte communicatieve sfeer, toch vaak ook veel misverstanden veroorzaakt(e). Het gebrek aan taal was/is –in haar ervaring, voor mijn ouders- wel een gemis om diepgang te krijgen in gesprekken.

 Anne-Mie zei op 14 februari 2010 om 13:28

Superboeiend. Als je vaak gedichten leest, welke taal dan ook, leer je veel van die taal, het gevoel van de cultuur, ik deed (en doe zo vaak het kan) het sinds ik - ahum - Dalaras ontdekte. De gedichten, teksten en vooral de inhoud ervan (niet altijd letterlijk verwoord) die ik al ben tegengekomen maken me alleen nog nieuwsgieriger.
Taal is inderdaad geen doel op zich, het is een middel, maar verdorie wat een sterk middel. Stel je even, heel even voor, een leven zonder taal. Beroepshalve ben ik het al tegengekomen en het maakt me nederig en dankbaar dat ik zo'n sterke interesse heb in taal en -bijna- ten alle tijde kan inroepen. Zelfs nonverbale uitingen en lichaamstaal (mimiek, intonatie, luidheid, ... )
Proficiat en van harte bedankt voor je bijdragen, Roosje.

 Roosje zei op 15 februari 2010 om 20:53

Ook jij bedankt, Annemie! Het wordt evenwel hoog tijd dat je je idool ;-) even laat voor wat het is en ook eens de door –ahum- Mikis Theodorakis getoonzette gedichten van Yiannis Ritsos eens onder de loep neemt! Ik breng je zijn ‘Romiosini’ vrijdag mee!

 Manolis G. zei op 18 januari 2012 om 19:10

misschien ligt het aan de tweede generatie die niet zo geinteresseerd was om hun moedertaal door tegeven aan hun kinderen, misschien wel beetje cultuurbabaars? of schrik om niet geintegreerd genoeg te zijn, pantos o'ti kai na einai einai poly krima. want taal is een belangrijke brug naar u "roots'

ghd flat irons zei op 17 juli 2012 om 11:55

"Het beste moet nog komen" ???
En Marine Tanghe..."bevroren diepte roert zich in de diepte tot het ijsdek scheurt" ...helaas ik heb weinig diepte gevonden en het ijdsek is niet gescheurd !

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.


In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog