BIBEB EN MEULENBELT

Onlangs overleed de grote journaliste Bibeb. Zij was stokoud geworden. Zichzelf overleefd, heet dat. Ze was ooit een begrip. Omdat ze in het weekblad Vrij Nederland het zogenaamde “diepte-interview” beoefende. Wilde je in die tijd in Nederland iets betekenen, dan moest je eerst bij Bibeb zijn geweest om je door haar in je ziel te laten knijpen.

Bibeb heeft ooit, toen ik pas in Nederland was, van op afstand nog een rol in mijn leven gespeeld. Het moet eind 1971 zijn geweest dat ik een advertentie zag waarin het veertiendaagse magazine Jeugdwerk Nu een journalist vroeg. Op mijn sollicitatiebrief volgde de mededeling dat men een geschiktere persoon had gevonden, maar dat ik, gezien mijn vermeende kwaliteiten, als vaste medewerker welkom was. Ene Anja Meulenbelt had inmiddels de baan gekregen. Zij heette erg deskundig in de leefwereld van opstandige jonge vrouwen en meisjes te zijn. Intussen rolde ik wel in het journalistieke bedrijf. Conflicten in het jeugd- en jongerenwerk overal. Dus viel hier heel wat in Jeugdwerk Nu over te schrijven en te interviewen.

Wie voor zo een interview werd uitgezonden, die kreeg steevast de raad “dieper dan Bibeb” te graven. Tot op het bot. Dieper dan het topje van de ijsberg. De interviews van Bibeb in Vrij Nederland bestuderen was dus de boodschap. De fijne kneepjes in de vingers krijgen lukte me steeds beter. Alleen miste ik soms de broodnodige zelfverzekerdheid. Want er was de angst om na afloop met lege handen buiten te staan. Dan kon je ook fluiten naar het honorarium. Maar al doende leerde ik mij uit de slag te trekken. Een geïnterviewde kon ik desnoods wat in de mond leggen: “Je zou ook zeggen dat….”  Waarna wel een diagnose volgde met de passende remedie: opruimen die rotzooi hier!

Op een goede dag haalde ik het laatste nummer van Jeugdwerk Nu uit de wikkel. Mijn blik viel meteen op de omslagfoto. Daar prijkte zowaar Rosa Luxemburg. Wat deed die hier? Het middenkatern ging ogenschijnlijk over haar. Maar dan niet echt. Daar stond een lang verhaal geschreven door ene Huib Riethof, van wie ik wist dat hij voor de Pacifistische Socialistische Partij (PSP) in de Amsterdamse gemeenteraad zat en aan een internationaal historisch instituut werkte, maar ook dat hij beslist geen medewerker van Jeugdwerk Nu was. Het artikel bleek een regelrechte aanval op mijn waandenkbeelden te zijn. Ik bleek een nieuwe Lenin te zijn die de naar autonomie en authenticiteit snakkende jongerenwerkers onder een ijzeren discipline wilde brengen en daarbij de opstandige jeugd in een keurslijf wilde proppen. Om ze beter te kunnen overleveren aan…

Een telefoontje van de hoofdredacteur volgde. Leuk he! Practical joke! Ik mocht in het volgende nummer een even lange reactie plaatsen. Met een foto van mezelf erbij. De fotograaf stond al te popelen. Ik haastte me daarom naar de leeszaal van het internationaal historisch instituut. Want daar stonden de verzamelde werken van Lenin op de plank om als achtergrond bij mijn foto te dienen. Al snel vernam ik ook dat de bewuste Riethof toevallig de levenspartner van Anja Meulenbelt was. En dat zij … Vreemd, maar ik had in de redactievergaderingen voordien nooit één onvertogen woord met haar gewisseld. Haar blik ontvluchtte toen steevast de mijne. Ze mocht me dus niet, maar wat dan noch?

Meulenbelt verdween gelukkig weer uit mijn blikveld. Want andere bladen zaten op haar groot schrijftalent te wachten. Haar succesboek “De schaamte voorbij” heb ik later niet eens gelezen. Ik weet alleen dat ze hierin van Riethof gehakt heeft gemaakt. Die laatste schijnt daarna, om aan dat scabreuze boek te ontsnappen, in Brussel een baan te hebben gevonden. En Bibeb? Haar ster zou nog enige tijd blijven schitteren. Toen de geïnterviewden de interviewtekst graag eerst wilden goedkeuren, ging ook Bibeb voor de bijl. Ze bleek immers geen bandopnames te maken van haar interviews. Kortom, ze deed het vooral met veel fantasie. Het “diepte-interview” stierf  al gauw een stille dood toen het daarna werd ontmaskerd als een vorm om gemakkelijk aan veel kopij te komen. En Jeugdwerk Nu? Dat hield er na verloop van tijd gewoon mee op toen de subsidiekraan werd dichtgedraaid. Meulenbelt schijnt zich veel later, toen ook haar ster was getaand, ooit op aandringen van Huub Oosterhuis tot het katholieke geloof te hebben bekeerd en nu de Palestijnen een warm hart toe te dragen. Ze zit voor de Socialistische Partij (SP) in de Senaat, een functie die ze met de waardigheid van een Rosa Luxemburg uitoefent. O tempora, o mores!


 

In de Val - Troje Revisited

Niet enkel het land zelf leeft van dure kredieten, die het alsmaar moeilijker kan vinden en nog veel moeilijker kan afbetalen.  Ook de Griekse huishoudens gaan gebukt onder schulden, afbetalingen en 'toxische' kredietkaarten.

Ik ben schuldenvrij grootgebracht, alvast letterlijk: behalve voor het huis, werden in onze familie geen leningen aangegaan, zelfs onze auto's waren "cash-in-advance". Wat we niet in contanten konden betalen, werd simpelweg niet gekocht.  Toen ik rechten ging studeren, en moest leren over bankkredieten, consumentenkredieten, inpandneming, beslag en allerlei andere slim bedachte constructies waarmee iemand geld kan opdoen dat hij niet heeft, kon ik mij daar geen enkele voorstelling bij maken.  Ik kon dat wel leren allemaal, maar waar het eigenlijk over ging, de realiteit achter de lettertjes, daar had ik geen idee van.

Met echte schulden kwam ik pas voor het eerst in aanraking toen in als stagiair aan de Balie van Brussel mijn zogenaamde 'pro deo's' moest doen: verplichte bijstand aan mensen die beweren geen serieuze advocaat te kunnen betalen.  En plots zat ik daar met een legertje overgecrediteerden, mensen van alle slag, jong en oud, alleenstaand en met gezinnen, brusseleirs en marokkanen.  Sommigen hadden veel pech gehad in hun leven, maar de meesten waren er toch min of meer door eigen toedoen ingerold, hadden de kleine lettertjes niet willen lezen, hadden het gevaar niet ingezien van lening op lening, hadden zich laten verleiden door de beloftes van de woekeraars die toen zo agressief reclame maakten in de Brusselse metro's, of hadden zich een kredietkaart laten aansmeren door de Innovation, wellicht een van de eerste retailers met een eigen krediet voor kopen op afbetaling. 

Wat moest ik ermee, met al die mensen, met al die verhalen van ellende, vocht op de muren, verstopt achter al die nieuwe electro die nog niet was afbetaald, van kinderen die worden uitgelachen met hun versleten schoenen, en dus maar meteen de nieuwste en duurste moesten.  Ik schreef brieven naar de schuldeisers, "Geachte, ik schrijf u als raadsman van ... aub scheld de schulden kwijt, of de intresten, we zullen 80 frank per maand afbetalen...".  Tja, ... wat had je gedacht, vaak kregen we er in de antwoorden nog wat dreigementen van beslag bovenop, vooral als we gesuggereerd hadden dat hun praktijken de toenmalige wetgeving overtraden.  Mijn taak werd leuker toen in Belgie de Wet op de Collectieve Schuldenregeling van kracht werd: toen hoorde ik van de schuldeisers niets meer na mijn verzoekschriften bij de Beslagrechter.  Verdwaasd, in snelheid gepakt.  Maar of het mijn clienten werkelijk geholpen heeft, dat weet ik niet, ik denk dat zij toch vooral een ander soort hulp en aandacht nodig hadden, die ze bij de Beslagrechter wellicht niet konden vinden, en bij hun advocaat ook al niet.

Maar in Griekenland trok ik pas echt grote ogen.  Waar de overcreditering in Belgie, naar mijn aanvoelen althans, vooral beperkt was tot sociaal zwakkere groepen, mensen zonder al te veel opleiding of kritische zin, gemakkelijk te manipuleren, zo bleek het actief verzamelen van allerhande leningen en kredietkaarten een soort nationale hobby in Griekenland, een obsessie bijna...  De agressieve reclame voor kredieten was overal, op alle mogelijke manieren werd geprobeerd geld in je handen te duwen, vaak werd ik opgebeld door een of andere bank met de mededeling dat mijn krediet was goedgekeurd en ze op mij wachtten in het filiaal, of werden mij thuis kredietkaarten met code opgestuurd, met een goedgekeurde kredietlijn erbij.  En reken maar dat de Grieken gretig gebruik maakten van die nieuwe vorm van welvaart: snel geld zonder moeite, met zorgen in uitgesteld relais: het appeleert aan een diepgeworteld Grieks verlangen.  Speciale leningen werden ontworpen: reisleningen, trouwleningen, doopleningen, kerstleningen, begin-van-schooljaarleningen, ... zoals waspoeder natuurlijk: allemaal van dezelfde makelij, maar met een ander merk erop.  Ook zowat alle goederen werden op afbetaling aangeboden, niet enkel de klassieke electro, maar ook bijvoorbeeld kledij, keukengerei of olijfbomen voor in de tuintjes.  Een ding hadden ze allemaal gemeen: de intresten schommelden tot tegen de 20%, de contracten voorzagen allerhande verhogingen, boetes en schadevergoedingen, intrest op intrest, en zelf automatische verhogingen van het geleende kapitaal...

Het gevolg is evident: massale overcreditering, massaal onvermogen om al die leningen terug te betalen, massale inbeslagnames, ellende, levens bedolven onder een berg van schulden, gedevalueerde dromen.

Ik ben lang van mening geweest dat die mensen al bij al kregen wat ze verdienden, de dwazeriken.  "Ga dan werk zoeken en betaal je schulden af, in plaats van hier een gratis advocaat te misbruiken voor uw typewerk".  Maar ik heb dat oordeel toch wat gemilderd - is het de leeftijd, een soort 'wijsheid' godbetert, of het evidente inzicht dat "it doesn't take much for a man to see his whole life go down, to look up to the world from a hole in the ground"...(Bob Dylan - Only a Hobo)?  Er zijn nu eenmaal mensen die geen kans maken, voor wie het leven in deze tijd gewoonweg te complex is, te verraderlijk, die het simpelweg allemaal niet kunnen bevatten, de lettertjes niet begrijpen, de valkuilen niet zien.  Zij zijn een al te gemakkelijke prooi voor die genadeloze, georganiseerde en berekende uitbuiting, en de schuld - in beide betekenissen, lijkt mij dan toch minstens gedeeld.

De 'poverty trap' is de situatie waarin een arme werkloze niet wordt aangespoord om zijn situatie te verbeteren door werk te zoeken, omdat werk zijn situatie in feite niet verbetert.  Dit kan zich voordoen in welvaartsstaten, waar bijvoorbeeld de uitkering en andere voordelen die een werkloze krijgt (reductie op bus, trein, advocaten, ...) niet al te veel minder is dan het minimumloon, zodat zijn situatie er, na aftrek van de kosten om te gaan werken (kinderopvang, transport, stress ...), niet veel op vooruit zou gaan door effectief te gaan werken.  Dus werkt hij niet en kost hij geld aan de samenleving, waar hij zonder die 'poverty trap' zou bijdragen via zijn arbeid.  Op een ander niveau doet de poverty trap zich ook voor in Griekenland: met een minimumloon van 700-800 EURO, vaak onverzekerd, in een slecht gereguleerde arbeidsmarkt, met daarbovenop de extra kosten van transport, kledij, kinderopvang, ... daarmee kom je niet ver.  Dan blijf je beter thuis.  De uitgestoken, geopende hand van die vriendelijke mijnheer van de bank, die je zomaar centen aanbiedt, is dan wellicht een aanlokkelijk alternatief.

Nochtans zou je wel anders verwachten van die sluwe Grieken, die zo prat gaan op hun grootse geschiedenis;  dat Paard van Troje, dat prachtige geschenk met zijn vernietigende lading, hadden ze dat niet zelf ineengeknutseld?


 

Nieuwjaar

Je mag tot einde Januari een gelukkig Nieuwjaar wensen meen ik me te herinneren.
Dus bij deze: aan alle lezers van deze blog een gelukkig, succesvol en vooral een gezond 2010 toegewenst!
Zelf heb ik het nooit zo nauw genomen met data. Nu we op Bali wonen wordt alles echter nog een stukje gecompliceerder vermits ook de Balinese kalender erbij komt en daarin wordt niet gekeken op een feestdag meer of minder. Er is elke week wel wat aan de hand zodat de dames zich feestelijk mogen uitdossen en met een stapel offers op het hoofd richting tempel kunnen vertrekken.
Driekoningen wordt in België gevierd op 6 januari.
Dat heeft me er nooit van weerhouden om met de voorbereidingen van start te gaan ergens tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Er moesten drie kronen geknipt worden uit karton en bedekt met een laagje zilverpapier. Een weckfles moest worden voorzien van een handvat en beplakt met zilveren of gouden sterretjes. Die kocht je toen niet bij de Blokker in een pakje van vijftig, maar moest je zelf uitknippen. Daar gingen toch ook gauw een paar uurtjes in zitten. Wat kaarsvet op de bodem laten smelten en een stompje kaars erin vastzetten en we hadden onze lantaarn. De planning voorzag natuurlijk een paar reserve stompjes, dat spreekt vanzelf. We droegen om beurt de lantaarn om onze verkleumde vingers weer wat op te warmen want het kon flink koud zijn begin januari en van al dat zingen werden je handen heus niet warm. Jongens, wat hebben wij kou geleden tijdens die zangexpedities!
Er moesten mantels komen voor de koningen natuurlijk. Gelukkig was onze moeder wereldklasse met naald en draad en veranderde ze dat blauw geblokt tafelkleed en dat stuk gebloemd gordijn in gewaden van brokaat en hermelijn. Enfin, dat vonden wij toch.
De jaren dat vader's hulp werd ingeroepen bij het maken van de ster kon die ook echt draaien boven op de bezemsteel en dit dankzij een ingenieus mechanisme waarop hij (dachten wij) wel het patent moest hebben. Je trok aan een touwtje en de, met goudpapier beplakte, kartonnen ster begon te draaien tot verbazing van onze toehoorders. Dat leverde dan, naast de obligate koekjes of snoepjes toch algauw een extra muntje van een frank of (halleluja!) een stuk van 5 frank op.
Sinaasappels hadden we niet graag. Veel volume en gewicht dat je de hele tijd maar liep mee te zeulen. Snel opeten die handel.
Het belangrijkste attribuut was natuurlijk het blikje. Dat was vaak een potje van Kwatta chocopasta want daar zat een deksel op dat goed sloot en waarin je bovena
an een gleufje kon maken. Ook ons geldblikje werd gewikkeld in zilverpapier natuurlijk. De kunst bestond er nu in om tijdens het zingen van: 

Draai keeuninge, draai keeuninge, geft maai ne nieven (h)oed. Menenouwen is verslee-eete,  ons  moeder  magget nie wee-eete. Ons vader hévet geld, oep de rooster geteld.

discreet maar met nadruk en gevoel voor timing met het blikje te schudden. Voor we thuis vertrokken hadden we er al enkele één frank muntjes ingestoken. Anders heeft in het begin van de avond dat schudden niet veel effect natuurlijk. De mensen konden dan makkelijk denken dat je het gewoon koud had.
Het gerinkel van de centjes was een subtiele indicatie naar ons publiek toe dat we geen neen zouden zeggen tegen een beperkte hoeveelheid letterkoekjes of van die ronde met gekleurde suiker erop, maar dat het ons eigenlijk te doen was om de pecuniën.
Als we dan weer eens, na een doorleefde uitvoering van bovenstaand lied, beloond werden met zo'n zielig bruin muntje van 50 of (godbetert!) 20 centiemen dan zongen we op weg naar het volgende huis: Hoewg huis, leejg huis, der zit een gierige pin in huis.
Kwestie van onze frustratie en ontgoocheling even te ventileren en weer met een serene gelaatsuitdrukking bij het volgende huis aan te komen voor een nieuw vokaal hoogstandje.
Teneinde deze unieke opportuniteit om wat bij te verdienen maximaal te benutten, beperkten we ons natuurlijk niet tot 6 januari. Neen, soms starten we al op 4 januari en gingen dan tot 7 januari door. Dat gaf toch, na opmaken van de eindbalans een omzet die 2.5 tot 3 keer hoger lag dan de losers die alleen op 6 januari gingen zingen. 
Er werd er wel eens deur voor onze neus dicht geslagen wanneer we te vroeg of te laat aanbelden, maar dat namen we dan maar op de koop toe.
Onze omzet lag sowieso hoger omdat we in de voorbereidende fase (tussen kerst en Nieuwjaar weet u wel), onze zangroutes optimaliseerden. Geen straten met vrijstaande huizen en lange oprijlanen: de meeropbrengst woog niet op tegen het tijdverlies. Geen winkels want daar had je de kans dat ze je lieten wachten tot een klant bediend was. Neen, rijwoningen in een degelijke buurt zodat je al op de bel van de buren kon drukken wanneer de vrouw des huizes nog op zoek was naar haar portemonnee. Drie stappen zijwaarts en je kon opnieuw zingen.
Er zat ook een logica in de te volgen route zodat we op het einde van de avond weer bij ons huis aankwamen. In die vier dagen werkten we een soort spinnewebpatroon af rond huize Weemaes en de buit groeide met de dag.
Thuis, de schmink nog op onze gezichten, werden de tassen omgekeerd op de tafel en het geld geteld.
We voelden ons telkens weer de koning te rijk.

Dirk Weemaes uit Villa Sabandari - boutique hotel Ubud, Bali


 

BIG BROTHER EN DE BODYSCANS

Onlangs maakte men zich in Nederland nog eens behoorlijk druk, nu weer over de bodyscans op de luchthaven Schiphol. Alle passagiers voor risicobestemmingen, nu is dat nog de Verenigde Staten, zouden door zo een apparaat moeten stappen waardoor men de oppervlakte van het lichaam beter op allerhande explosieven zou kunnen controleren. Behalve ethische bezwaren tegen het bekijken van het naakte lichaam, rezen er natuurlijk ook vragen over een oprukkende Big Brother.

Uiteraard draaide de discussie vooral rond het in gevaar brengen van de privacy. Alsof er met die bodyscan principieel iets nieuws aan de hand was. Geweten is immers dat men op Schiphol weinig scrupules heeft bij het controleren van de medemens. Reizigers met El Al worden al decennialang in een aparte afdeling aan de tand gevoeld. En meer dan dat zelfs. Na 9/11 leek het erop alsof op Schiphol de CIA ineens de dienst uitmaakte. Voor een vlucht naar de Verenigde Staten werd ik toen ooit stevig ondervraagd over mijn reisdoel en over de mensen met wie ik er in contact wilde komen. Graag namen en adressen. Aan de overkant werd bij het passeren van de politie de procedure herhaald.

Wie vanuit Suriname landt op Schiphol wordt in de regel feestelijk ontvangen. Manuele controle is dan regel. De zogenaamde “bolletjesslikkers” (mensen met drugs in hun lichaam verborgen) of mensen die daar voor worden aangezien krijgen een aparte kuur. Een paar jaar geleden werd zelfs een Surinaamse minister van een vlucht uit Parimaribo eruit gepikt en ze werd daarna gevisiteerd op drugsbezit. Gelukkig wel door een vrouwelijke agent. Het kwam toevallig in de krant. Een diplomatiek incident daarna? De Surinaamse regering had wel gewild. Maar Nederland gaf geen krimp. Men had immers in Nederland zwaar ingezet op het tegenhouden van de drugstrafieken uit de Cariben. Hier dus geen gedoogbeleid. Ex-kolonie Suriname was immers aangemerkt als een narco-staat!

Volgens pessimisten zullen binnenkort alle toegangspoorten tot de perrons voor de internationale treinen van bodyscans worden voorzien. Bewegingen van passagiers kunnen nu al elektronisch via hun betaalkaarten ook aan andere databanken worden gekoppeld en opgeslagen. Passagiers met een verhoogd risicoprofiel kan men er dus zo uitpikken. En dan even kijken wat de satellieten weten te vertellen over wat in hun achtertuintje gebeurt. Of nog meer, want infrarood kamera’s spieden toch al door de dikste muren heen. En dan is er nog al het afgetapte telefoonverkeer waarmee Nederland het hoogste in de wereld scoort. Privacy?

Het wonderbaarlijke is nu dat al dit preventief controleren en bespieden zich haast moeiteloos heeft kunnen veralgemenen. Bij de geheime dienst AIVD werken nu duizenden functionarissen. Wat ze allemaal precies uitspoken is uiteraard geheim. Dat weet de bevoegde minister alleen maar. En wat de geheime dienst kwijt wil. Aan de leden van de bevoegde kamercommissie. Zonder het befaamde breed maatschappelijk debat te hebben uitgelokt is het land dus een Big Brother staat geworden. Als gevolg van een domino-effect van maatschappelijke conflicten. Het is dus niet alleen de terrorismedreiging, maar ook de straatschenderij die hieraan een bijdrage heeft geleverd. Een paar jaar geleden introduceerden zowel Rotterdam als Amsterdam het “preventief” fouilleren in bepaalde stadsdelen. Het kan je dus gebeuren dat je nu als “eerzaam burger” na het verlaten van je werkplek in het nabije metrostation wordt vastgegrepen door een agent. En gefouilleerd. Veel later lees je dan in de krant dat de politie weer die maand zoveel verboden steek- en vuurwapens heeft buitgemaakt. Kwestie van de mensen gerust te stellen. Alleen dalen de cijfers van de gewapende overvallen niet. Wie dus zijn wapen kwijtraakt bij een controle, die rent onmiddellijk naar de handelaar om zich een ander aan te schaffen.

Straatcriminaliteit is, anders dan het internationale terrorisme, typisch wijkgebonden. De deelgemeente Holendrecht in Amsterdam is op die manier uitgegroeid tot deels een no-go-area. De middenstand klaagt steen en been over de reeksen gewapende overvallen en de straatschenderij. Ondanks het preventief fouilleren. Toch zegt de gemeente de zaak onder controle te krijgen. Door het inzetten van “straathoekwerkers” of contactagenten. De criminaliteit in en rond het plaatselijke metrostation zou bij voorbeeld zijn verminderd na de invoering van automatische poortjes, waardoor zwartrijden onmogelijk is gemaakt. Daardoor zwermen de criminele jongeren niet zo maar meer uit. Vergeet het maar gauw. De criminele zwartrijder wacht gewoon een betalende medereiziger op en glipt zo mee door het poortje. En de bewakingskamera dan? Helaas, maar die registreert wel alles, maar onderneemt niets. Daarvoor heb je nog altijd agenten nodig. En die zijn toevallig altijd elders preventief aan het fouilleren.

Het grote gekanker in de media en de politiek richt zich haast uitsluitend op de terroristen, de inbrekers en de straatschenders. En hoe ze kwijt te raken. Ja, hoe? Welk positief model verzinnen? Een paar jaar geleden pakte de rechts-liberale VVD uit met het krankzinnige idee dat Nederland een soort New York van West-Europa moest worden. Dus ook een soort voorbeeld voor Europa. Een kosmopolitische grootstad waar iedereen aan zijn of haar trekken kon komen. Met een snel groeiende financiële sector en veel internationaal verkeer uiteraard. Perfect liberaal ook nog. New York stond eveneens met burgemeester Rudy Giuliani model voor een succesvolle bestrijding van de criminaliteit. Zero tolerance dus ook hier. Welnu, dat model New York is, evenals het kosmopolitisme, na de financiële crash snel weer in de kast verdwenen. Maar de zero tolerance is op de agenda gebleven. Ditmaal als lik-op-stuk-beleid.

Vraag is natuurlijk of de meeste Nederlanders zich dan geen zorgen maken over deze ontwikkelingen? In het algemeen niet of nauwelijks. Omdat de meeste mensen er niet dagelijks mee worden geconfronteerd. De kamera hangt immers hoog en droog. Telefoontaps en het gefilter van je e-mails merk je niet. Geen rechercheur die de brieven nog hoeft te openen. Kortom, veel is vanzelf gegaan, dus geruisloos en op initiatief van de regering. En voorts hebben de meeste Nederlanders een opperbeste opinie over zichzelf en hun land behouden. Hier is immers alles goed geregeld en dus in orde. Dat scheelt. Dan ben je gemakkelijk Trots op Nederland.


 

Kop Omhoog, Borsten Vooruit!

"Julia Alexandratou zal haar nieuwe borsten tonen in avant-premiere in het volgende nummer van ...".  Het was op de autoradio, en door de verrassing  van deze mededeling heb ik niet gehoord in welk het tijdschrift het was.  Niet getreurd, na de avant-premiere volgt ongetwijfeld de openbaring aan het brede publiek.   Als ik me niet vergis, was de aanschaf van dat nieuwe stel ook het voorwerp van een 'making of'  realityshow op televisie, of was dat paar voor iemand anders bestemd?  

JuliaAlexandratou Griekenland mag dan wel bekend staan als eerder conservatief of preuts - als er ergens een combinatie bloot/kerk of bloot/vlag opduikt, kan je rekenen op straatprotest en nationale verontwaardiging -, maar dat betreft toch maar een uitstervende minderheid: bloot in alle andere verschijningsvormen is alomtegenwoordig, net als velerlei vormen van platvloersheid, reality-TV, gossip-shows en paparrazi: de Grieken krijgen er niet genoeg van, ook al zijn de formats vaak gebaseerd op de holland-import van Endemol.  Maar het aankondigen van de avant-premiere van Julia's nieuwe borsten, dat verlegt toch weer ergens een grensje.

Maar goed, het is crisis, voor iedereen bijna, en dus moeten we maar verkopen wat er nog is, onze laatste bezittingen, onze talenten, de kroonjuwelen...

En crisis is het wel degelijk, ook in Griekenland nu.  Waar alles enkele weken geleden nog afgedaan werd als een complot van Europa tegen de Grieken, lijkt het besef dat de situatie ernstig is nu ook doorgedrongen te zijn tot de bevolking.  De sfeer is gelaten, zeker niet uitgelaten. De Minister van Werk kondigde al aan dat zijn kassa leeg is, en de uitbetaling van 'den dop'  dus in gevaar kwam.  Het is ook allemaal zichtbaar op straat, zelfs tijdens de koopjesperiode is het rustig in de winkelstraten.  Een enorme hoeveelheid winkelpanden staat leeg, te huur, te koop, ...  Gisteren moest ik even naar het centrum van Glyfada, en op de wandeling van ongeveer 300 meter van mijn auto naar mijn bestemming, zag ik op zijn minst 15 lege panden, enkele ervan hieronder op de foto's, allemaal winkels die tot enkele weken geleden gewoon open waren. In heel Glyfada, tot niet zolang geleden toch een soort walhalla voor de betere shopper, staan er minstens 50 panden leeg, and counting...

DSCN1227 DSCN1229 DSCN1228 DSCN1234 DSCN1233 DSCN1235 DSCN1232 DSCN1231

Ook het dagelijks leven ontsnapt niet aan de neergang; de winkel in trouwkledij van een vriend van mij, sinds decennia voldoende voor twee families om goed van te leven, staat op de rand van het faillissement:huwelijken worden uitgesteld, jurken geleend, feesten beperkt. Gesprekken, zowel met Grieken als met anderen, gaan steeds meer over de leefbaarheid van het land, de leefbaarheid in het land; iedereen wist natuurlijk al vele jaren dat er veel schortte aan de infrastructuur, het onderwijs, de gezondheidszorg, de algemene modernisering zeg maar, maar er leefde een soort impliciete, onuitgesproken hoop, verwachting zelfs, dat dit langzaam allemaal zou verbeteren, dat de welvaart zou toenemen, de problemen een voor een aangepakt zouden worden, en dat Griekenland werkelijk het soort  'aards paradijs' zou worden dat het in zich draagt.  Maar nu smakt iedereen terug op de grond: de komende 10 jaren zal er niets verbeteren, een status-quo zal al goed zijn: geld voor vooruitgang is er niet, en zal er nog lang niet zijn.  Het was er, maar het is weg, op. Verkwanseld. Gestolen.  Er wordt weer ernstig aan weggaan gedacht, net als 50 jaar geleden.

Premier Giorgos Papandreou, verkozen met beloftes van totale ommeslag, modernisering, transparantie, welvaart, 'Griekenland het Denemarken van het Zuiden', vierde onlangs zijn 'eerste honderd dagen'. 

George

 Hij ziet er al verslagen uit, getergd en ontgoocheld.  Wellicht had hij de totale blokkering van het land onderschat, de blokkering in een web van privileges, verborgen agenda's, kwade trouw en eigenbelang.  Zijn palmares bestaat dan ook uit halve maatregelen, ingetrokken maatregelen, aangekondigde en weer afgevoerde maatregelen, onhandigheden, gestuntel, en een algemeen gebrek aan durf en politieke moed.  En nog voor hij enige echte maatregel heeft genomen, leggen de boeren nu al dagenlang het land plat, zonder tegenstand.  Waarom? Hun subsidies zijn nog niet aangekomen. Dat belooft.

Op zijn 100-dagenviering had hij dan ook niets om te tonen. Zonder praal stond hij daar, naakt.  En het was geen fraai zicht, Giorgos naakt.  Blote George.  Dunne beentjes, verschrompelde spierballetjes, een kiekeborst.

Dat is niet wat hij beloofd had!  Dat is niet wat wij willen!  Wij willen wat beloofd was: een nieuw Griekenland, geen oude kiekeborst, maar een nieuwe, trotse borst, die ons de richting aanwijst, weg uit de crisis.  George, neem een voorbeeld aan Julia, schaf je een nieuwe borst aan, of twee ineens, om de klappen te incasseren, om de richting te wijzen, en toon ze ons, trots en zonder schaamte, in avant-premiere, zo snel mogelijkl!


 

Bucharest Marathon

Iedere stad die zichzelf respecteert organiseert een stadsmarathon. Althans in de landen van de ‘oude’ economie. De hype rond ‘start to run’ en het lange afstandslopen is in Oost Europa nog niet zo ingeburgerd. Hier kiest men om in flashy outfit zich mooi te maken in een al even flashy fitness club, als je al beschikt over de nodige fondsen wel te verstaan. Sporten voor de massa moet duidelijk nog een hele weg af leggen J

 

Ik las met meer dan bijzondere interesse de avonturen van de Standaard medewerker die de New York marathon liep & erover blogde. Blijkbaar is het normaal dat zo’n event door een grootbank wordt gesponserd. Het is alvast minder duur dan pakweg ... formule 1 racen. Dus naar analogie van de ING New York Marathon, was er in de herfst de Raiffeissen Bucharest Marathon. Tot daar de gelijkenissen.

 

Op een druilerige zondagochtend is de ganse binnenstad (bijna) verkeersvrij gemaakt. Een grote tent vlak voor het imposante parlementsgebouw doet dienst als kleedruimte. Geheel in lijn met democratische principes is de scheiding tussen de ruimte voor mannen en vrouwen eerder symbolisch. Men moet duidelijk nog leren. Je zou verwachten dat de deelnemers ergens achter de start/aankomstlijn moeten aanschuiven. Niet dus, je wordt verwacht de lijn voorbij te wandelen en dan zo vriendelijk te zijn de latere deelnemers nog even te laten passeren. Iets of wat chaotisch dus. Net voor de start wordt iedereen verzocht nog even een paar metertjes achteruit te stappen om zo de afrikaanse ‘huurlingen’ op de eerste rij te laten starten. Wij zijn gelukkig met niet te veel. Zo’n 700 deelnemers voor beide evenementen, halve + volle marathon en het valt op dat er zo goed of geen Roemeens te horen is. Nu overtreffen de deelnemers ruim het aantal toeschouwers...  

 

Gelukkig had mijn gezin en Nederlandse vrienden het gure weer getrotseerd. Boekarest heeft dus nog een lange weg af te leggen om tot het kransje van ‘must do’ marathons te behoren... Na de aankomst


 

The big freeze.

Het klimaat in Ierland wordt voor een groot deel bepaald wordt door de invloeden van de Atlantische Oceaan en is dus erg gematigd. De winters zijn hier gevoelig warmer dan in België en de zomers heel wat frisser. Het verschil tussen de seizoenen is eigenlijk helemaal niet zo groot. Regen, wolken en miezerige temperaturen behoren tot elke tijd van het jaar. Tijdens de winter zijn de dagen erg kort. De zon rijst met moeite van achter de heuvels waardoor ik bijna dagelijks prachtige oranjegekleurde landschappen en heerlijke zonsondergangen gepresenteerd krijg. We hebben hier dus zachte winters, waarbij de thermometer af en toe zijn best doet om ’s nachts tot net onder nul te zakken. Over de zomer valt helaas weinig positiefs te zeggen.

Een stevig koudefront trok de laatste weken over Europa met temperaturen ver onder het vriespunt en op vele plaatsen grote pakken sneeuw.  De Ieren waren dan ook heel verbaasd dat dit koude winterweer het groene eiland voor een keer niet links liet liggen. Het was dus ook in Ierland barkoud en op het einde van de kerstvakantie viel er zelfs enkele centimeters sneeuw. Een nationale chaos was het gevolg. De voorraad strooizout raakte in geen tijd op waardoor de meeste wegen al snel zo goed al onberijdbaar werden. Dit had tot gevolg dat grote gebieden volledig geïsoleerd raakten. Dergelijk weer is werkelijk een kleine catastrofe voor een land als Ierland. Hier is men daar gewoon niet op voorzien. De regering besloot om de scholen nog een week langer dicht te houden na de kerstvakantie. Men vond het risico te groot om al die studenten te laten pendelen met dit gure weer. Bovendien zouden vele leerkrachten toch niet tot op school geraken met de wagen. 'Better safe than sorry', zeggen ze hier dan. Dus viel het openbare leven volledig stil. Winkels sloten, het openbaar vervoer bleef op stal. Waterbekkens vroren dicht zodat sommige gebieden een tekort aan drinkwater hadden. De bevoorrading van winkels kwam in het gedrang. In Drogheda waren er gedurende een week nauwelijks verse groenten, fruit, brood en vlees te vinden. De waterleidingen barstten waardoor er zich ware ijspistes vormden op straat en ook onze eigen badkamer kwam onder water te staan. Velen moesten het al helemaal zonder water stellen wegens bevroren leidingen.  Kortom, het leven in Ierland kwam op standby te staan en iedereen bleef knus binnen. Het is toch immers veel te gevaarlijk om met dergelijk weer je kop buiten te wagen, vindt men hier. De modale Ier was eigenlijk best tevreden dat hij een weekje in de zetel kon doorbrengen, lekker ingeduffeld in een dozijn dekens en gezellige kledij. De enige oplossing die men hier voor een dergelijke situatie ziet, is wachten tot het begint te dooien. En dus wachtte iedereen geduldig en kalm. Paniek en stress kennen de Ieren nauwelijks.

Ondertussen is Ierland volledig ontdooid en wordt het land weer wakker uit haar winterslaap. Sinds enkele dagen komt het gewone leven langzamerhand opnieuw op gang. Het koude winterweer bracht echter enkele onaangename gevolgen met zich mee. Er zitten op vele plaatsen gigantische gaten in het wegdek. Putten vullen is dus de boodschap, en wel zo snel mogelijk. Vele gebieden hebben bovendien een tekort aan drinkwater aangezien de waterreservoirs zo goed als leeg zijn. Als de leidingen barsten, gaat er natuurlijk veel water verloren. Bovendien vonden velen het nodig om gedurende de drie weken vrieskou de kraan te laten openstaan zodat de leidingen niet zouden dichtvriezen. In Ierland is leidingwater nog steeds gratis, dus aan een hoge waterrekening hoeft niemand zich te verwachten. Door het vele smeltwater staan de rivieren tot slot gevaarlijk hoog en op enkele plaatsen zijn al overstromingen gemeld.

Vandaag is het 7 graden buiten. Het regent en af en toe piept de zon eens van achter de bomen. Dit is typisch Iers winterweer en daar zijn we hier wel op voorzien . Deze winter gaat hier nu al de geschiedenis in als ‘the big freeze’ en de koudste in vijftig jaar.


 

Budgetcontrole

Ook Roemenie zit met een groot aantal weinig productieve ambtenaren. Een te groot deel van de ‘actieve’ bevolking is in dienst van een weinig efficiente overheid. ‘What’s new ?’ hoor ik jullie denken, het Zuiden van ons dierbaar vaderland zit met een gelijkaardig fenomeen opgescheept. Toch, er zijn een paar significante verschillen. De Roemeense overheid zit nogal krap bij kas. Een eufimisme. Het IMF moest al bijspringen om de lopende kastekorten bij te passen. 

 

Aan creativiteit bij de hogere overheid is er geen nood. De laatste 3 weken van december werden de meeste ambenaren vriendelijk – maar dwingend – verzocht om verlof op te nemen. Leuk hoor ik je al denken, de bezorgdheid van de overheid voor z’n personeel in drukke kerstshopping periode is ongezien. Wel er is een klein detail. Het betreft onbetaald verlof, om zo de al het zeer bezwaard budgettekort niet verder te laten ontsporen.

 

“Allo, Michel Daerden ? Oui, on vient de me révéler une idée.... “


 

Bamboccioni

32 is ze ondertussen en nog steeds volop aan het studeren aan de universiteit. Filosofie. Wel reeds acht jaar als 'vrij student'. 3 jaar geleden is de vader (ondertussen gescheiden van de moeder van de studente en daardoor verplicht tot het betalen van alimentatie) het beu. De dochter trekt blijkbaar haar plan, want gedurende 3 jaar klaagt noch zaagt ze aan het oor van papa. Tot ze onlangs toch wel weer wat centjes nodig had (om verder te studeren?) en papa botweg 'Neen' zei. Dochterlief stapt naar mijnheer de rechter en.... krijgt gelijk. De vader moet verder alimentatie betalen tot het meisje op eigen benen kan staan. "La donna quindi può continuare a prendersela comoda." (vrij vertaald: de vrouw kan verder op haar gemak van het leven/het studeren genieten), was de reactie van een journalist.

Een rechterlijke uitspraak die ook wat polemiek in de Italiaanse politiek veroorzaakte. Minister Renato Brunetta gaf met schaamrood op de wangen toe dat het op z'n 30ste nog steeds z'n mama was die z'n bed moest opmaken, want zelf kon hij het niet. Hij was dus zelf ook een "bambocciono" (zo heeft hier iemand die iets te lang in het ouderlijke nest blijft plakken). Brunetta lanceerde daarom het voorstel om dan maar een wet te maken die voorziet dat kinderen vanaf 18 jaar het huis zouden MOETEN verlaten. Een voorstel dat wellicht even snel weer zal ingeslikt worden als het uitgespuwd werd. 

Een onderzoek wijst uit dat het vooral de mannen zijn die bij mama blijven plakken en dat ze dat warme nest enkel willen inruilen voor die andere zekerheid: het huwelijk en 'la moglie' (de echtgenote) die voortaan de was en de plas kan/wil doen.

"Ho provato a farmi il bucato da solo: disastro." (Ik heb geprobeerd om mijn was zelf te doen: een ramp!), zegt zo'n bamboccione van 31. "Sbagliando si impara" (door fouten te maken leer je wel hoe het moet), zegt men zo mooi in het Italiaans. Ook mijn eerste was, was een ramp, maar als je alles na een eerste maal opgeeft, zal je inderdaad nooit 'Hotel Mama' uit geraken.

Zelf ben ik blij dat ik op mijn 17de naar het 'verre' Gent ben vertrokken om te gaan studeren, leven, koken, slapen (en feesten). En - al vloekte ik de eerste maand - ben ik blij dat mijn moeder mijn was niet meer wilde doen na mijn studies (op mijn 22ste).

Kinderen verplichten om op 18 jaar het huis te verlaten, zou voor velen de garantie zijn op chaos, financiële, culinaire en gezondheidsproblemen. Maar een land vol met mannen die op hun 30 hun eigen bed niet kunnen opmaken, geen hemd kunnen wassen en strijken, geen ei kunnen bakken, en nauwelijks zelf kunnen plassen... dat is de garantie op een vastgeroest land. Als zoveel jongeren in dit land op privévlak niet vooruitgaan, geen initiatief nemen, op z'n minst op een bepaald deel zich niet persoonlijk ontwikkelen, niet zelfstandig worden, hoe wil je dan dat het in het land in z'n geheel vooruitgaat? Er zal wel geen lineair verband bestaan tussen individuele ontwikkeling en economische ontwikkeling van het land, maar een verband, een invloed zal er volgens mij wellicht wel zijn.


 

Piata Danny Huwé

Piata Danny Huwe

 

Wij waren er niet met Kerst & Nieuwjaar. Wij knepen er nog snel een mini strandvakantie uit met het gezin. Zo misten wij de media aandacht voor de revolutie van 20 jaar geleden. Wij hadden de indruk dat ook in Roemenie, weinig mensen echt bezig waren met het ophalen van herinneringen.

 

Nochthans is Roemenie het enige land die de ‘overgang’ van communisme naar democratie met bloed en geweld hebben bekomen. Latijnse furie, niet ? Nicolae Ceaucescu is de enige voormalige dictator die er het (de) loodje(s) bij legde. Geexcuteerd door zijn eigen troepen. Niet zomaar een vuurpeloton, nee, verschillende magazijnen van kalasjnikov’s werden door het lijf van Helena & Nicolae Ceaucescu heen leeggeschoten en dat van op korte afstand. ‘An overkill’ als geen ander. Vandaar dat ik van velen hoor en lees dat Roemenie geen revolutie kende maar een zuivere ‘coup d’état’ onderging. Het entourage van het glamour koppel zou de megalomanie al lang beu zijn geweest, althans...

Plots bleken er verschillende kampen te zijn. Dat die ook nogal flink bewapend waren geeft het vermoeden van zorgvuldige planning.

 

Boekarest heeft her en der nog littekens van die dramatische december omwenteling. Soms zie je nog de impact op flatgebouwen van geconcentreerd machinevuur. Dit was niet zomaar wild op massa’s schieten. Mijn CFO merkte ooit op dat vele van de nieuwe miljardairs nog veel hebben uit te leggen wat er tijdens en kort na December 1989 is gebeurd.

 

Als prille twintiger was ik ook geschrokken toen de pas naar VTM overgestapte journalist Danny Huwé zijn professionele drang met het leven bekocht ergens in de straten van Boekarest. Ik herinner mij dat de man vooral een warme radiostem had. Eén van de drukste pleinen van Boekarest is hernoemd naar de gevallen Vlaamse journalist.

De ‘Piata Danny Huwé’ werd opgefrist deze zomer ter wille van het staatsbezoek van Koning Albert. Men verzuimde echter op de nieuwe naamborden een korte uitleg te geven wie die nobele onbekende was. (dit in tegenstelling tot menig ‘oud’ naambord) Ik verwed dat zogoed of niemand van de Roemenen weet waarom dit drukke plein deze naam draagt. Behalve dan  mijn nabije medewerkers die het verhaal al verschillende keren moesten aanhoren.


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog