Pril en geil... a Dutchman in Gent

Ik was een weekendje in Gent. Gent is altijd verfrissend, vooral als eind november alle straten opengebroken liggen en het zo hard regent en waait dat vele toeristen met heel veel moeite en duidelijke spijt over de vooruit betaalde citytrip hun regenscherm proberen in te halen.

Het koppel dat naast me zat in De Maegd van Ghent was duidelijk even fris als Hollands, en zat met de knieën verstrengeld op twee hoge barkrukken Corona te drinken. Dat kan in dit café niet aan een gebrek aan keuze liggen, het Mexicaanse bier in Belgische handen kan dan wel lekker zijn, een alternatief voor onze Duvel, Leffe, Westmalle en enkele honderd andere echte Belgische bieren is het op een druilerige avond zoals deze niet. Maar wat exotisch is voor onze noorderbuur moet niet noodzakelijk exotisch zijn voor ons, zij zijn al blij in Gent te zijn, het buitenland ligt soms dichtbij.

Ik speurde die prille onwennigheid tussen twee mensen die nog op zoek zijn naar de bevestiging dat ze wel bij elkaar zouden kunnen passen, de 'voorwaardelijkheid' zit nog als derde persoon bij hen aan tafel, aftasten is een subtiel spel van geven en nemen, van testen en getest worden, in de wetenschap dat beiden hetzelfde doen. De glimlach als reactie is eerder afwachtende bescherming, een blijk van hoop dat vertrouwen zich stilaan mag nestelen waardoor de 'voorwaardelijkheid' opstaat en naar buiten gaat.

Ik zag wel dat het haar stoorde, dat constant op en weer wippen met zijn linkerbeen, onbedwingbare zenuwen verworden tot een tic.

Ze deden het echter goed, ook na de derde Corona en wat strelen over en weer en spijts het feit dat hij af en toe een stukje droge snot bekeek dat hij zorgvuldig uit zijn neus had gedraaid.

Ik had hoop, hier zat een potentieel paar verliefd te worden, zin na zin, blik na blik, vingertoppen kunnen vliegen als het moet. De zijne toch, bijna alle twee minuten over de toetsen van zijn gsm, wanneer het schermpje oplichtte en een schriel gepiep door de grijze lucht van het café sneed.

Het was echter toen Hans, de wat klein uitgevallen Nederlander, iets tegen Marijke zei wat ik niet kon verstaan dat de betovering plots verbroken leek. Marijke stond rustig recht, stopte haar gsm en pakje sigaretten in een kleine handtas, dronk haar flesje Corona met schijfje limoen in een slok leeg, trok haar minirok wat naar beneden en stapte op.

Hans bleef zitten, alsof hij daar de ganse avond al alleen had gezeten.

Of ik dat nu begreep? vroeg hij wat verveeld. Ik antwoordde dat ik niet had gevolgd wat gaande was.

“Gewoon omdat ik haar vroeg of ik een filmpje van haar mocht maken, een geil, in haar blootje op de kamer van ons hotel!” zei hij nogal verontwaardigd. En na een paar slokken bier sloot hij af met “Preutse kut!”

Ik was wel zeker dat Marijke gelijk had op te stappen en dat ze het ruimschoots zou overleven, dus ging ik haar niet achterna. Iets waartoe ik af en toe nogal de neiging heb. Dat ze ergens anders zou slapen dan gepland wist ik wel zeker. Pril en geil pasten voor haar vanavond niet zo samen.

Ik bestelde een “Mort Subite” voor Hans voor ik naar buiten ging en legde nog pasgeld toe voor een tweede. Je moet mannen die afgewezen worden en niet begrijpen waarom soms een handje toesteken.

Roel Verschueren, Wenen 30 november 2009


 

BOLOGNA EN DE NEDERLANDSE DOCTORANDUS

Tien jaar geleden werd door het aannemen van het Verdrag van Bologna de organisatie van het hoger onderwijs in de EU behoorlijk op de schop genomen. Na verloop van tijd moesten alle lidstaten hun universiteiten een gelijkaardig regime opleggen. Op die manier konden dan de studenten veel gemakkelijker in een ander land gaan studeren en wist iedereen ook beter wat de waarde van elkanders diploma was. Een revolutie was dat, want van de vrolijke universitaire diversiteit is inmiddels niets meer overgebleven. Naar Angelsaksisch model leveren de Europese universiteiten over enkele jaren enkel nog bachelors en masters af.

Toch was eigenlijk niemand echt enthousiast over deze hervorming. Daar had men goede redenen voor. Universiteiten hebben nooit graag willen hervormen. De universitaire organisaties zijn immers log en kennen vele loopgraven en bolwerken. Daarbij zijn niet alle universiteiten van dezelfde omvang of wetenschappelijke betekenis. Men vermoedde vooral bij de kleintjes dat “Bologna” wel eens tot een grote schoonmaak zou kunnen leiden, waarbij alleen de grote en rijke universiteiten zouden overblijven. Wetenschappers waren bang dat met de hervorming de managers nog meer macht zouden krijgen. De studenten vreesden dat er intussen meer tempo in de studie zou komen, dus ook verschoolsing en vervlakking van het aanbod. En ook dat tempo maken ten koste van hun vele bijbaantjes en hun hang naar gezelligheid zou gaan. Vandaar soms protestacties. Zoals laatst nog in Duitsland waar de hervorming pas nu van start is gegaan.

Nederland liep redelijk voorop in de Bologna-hervorming. Er was eerder al veel hervormd. En gestroomlijnd. Studenten moesten leren tempo maken op straffe van verlies van de studiebeurs. Niet altijd met even veel succes overigens. Veelal kwam dat als gevolg van de bijbaantjes die elke student er pleegt op na te houden. Gemiddeld zo een 20 uur per week. De hele horeca in de universiteitssteden zou plat liggen zonder de studenten. Vandaar dat de studievertraging nooit effectief is aangepakt.

Met de Bologna-hervorming werd ook euthanasie op de Nederlandse doctorandus (drs.) gepleegd. Niets was tot voor kort zo symbolisch voor het Nederlandse standsbewustzijn als het voeren van een academische titel. Veelal door drs. voor de initialen en de naam te plaatsen. Uiteraard waren er naast doctorandussen ook nog ingenieurs (ir.) en vooral de meesters in de rechten (mr.). En gepromoveerden pronkten graag met hun doctorstitel. Het veroveren van zo een elitair papiertje liet men niet onverlet. Dan was het uitbundig feest na een protserig promotieritueel. Naambordjes op de deur werden dan ijlings aangepast en de nieuwe titel haalde meteen het telefoonboek. De veel gehoorde dooddoener dat in Nederland niemand geacht wordt boven het maaiveld uit te steken op straffe van een kastijding, mag men dus met een korreltje zout nemen.

Ja, en wat is dat dan een doctorandus? Die doctorandustitel was in de vele buitenlanden totaal onbekend. Men moest er voor in het woordenboek duiken om het te kunnen vernemen. Of het gewoon vragen als de kans zich voordeed. Als nieuwsgierige buitenlander die de plaatselijke codes nog onvoldoende beheerste, vroeg ik ooit eens aan een mevrouw die zich als doctoranda Zus-en-Zo had voorgesteld wat dat nu eigenlijk was een “doctorandus”.  Door deze onbeschofte vraag te stellen bleek ik haast een gerichte aanslag op haar eerbaarheid te hebben gepleegd. Want ik had hiermee haar sociale status ter discussie gesteld.

Een doctorandus was ooit iemand die doorleerde voor het behalen van een doctorstitel. Dat stond in het woordenboek dat ik na dat incident met die doctoranda had geraadpleegd. En dat klopte formeel ook, maar helaas niet meer in de toenmalige tegenwoordige tijd. Na de Tweede Wereldoorlog werd een doctorandustitel het eindpunt van een universitaire studie. Men had er zich in Nederland blijkbaar mee verzoend dat de universiteiten geen geleerde doctores meer hoefden af te leveren. Alleen nog maar doctorandussen. (De doctorstitel werd gereserveerd voor de uitslovers die in het toenmalige taalgebruik een "dissertatie" schreven.) Maar wee diegene die onrechtmatig met een doctorandustitel wilde pronken. Zo had een nieuwslezer van de Hilversumse omroep die ooit eens tot staatssecretaris was benoemd, zijn mager curriculum onrechtmatig met een doctorandustitel opgetuigd. Die leugen kostte hem meteen de politieke kop. Een andere baan vinden in Nederland zat er daarna voor hem niet meer in. Daar zorgden de door hem gekwetste doctorandussen wel voor.

Het maatschappelijk prestige van de doctorandus was ook relatief. Hij werd al snel geïdentificeerd met de nogal pedante veelprater die de binnenband van zijn fiets niet kon repareren. Of die lurkend aan een pijp op gedragen toon gemeenplaatsen debiteerde. De vrouwelijke varianten hielden van mantelpakjes en praatten met kopstemmetjes. Totdat deze generatie vervangen werd door de universitaire spijkerbroekengeneratie die koffie dronk uit een plastic bekertje en shaggies draaide. Deze doctorandussenfolklore is sinds “Bologna” voorbij. De Nederlandse natie heeft er zich daar ogenschijnlijk zonder al te veel morren graag bij neergelegd. Zelfs de populist Geert Wilders, overigens een eenvoudige jongen, heeft er zich niet druk over willen maken. De jongere generatie studenten zal het eveneens allemaal een zorg zijn. Academische titels klinken tegenwoordig stoffig. Wie doctorandus zegt, die kan soms per vergissing voor een of ander uitgestorven reptielensoort worden genomen. Subtiel maar waar: je bent geen master, maar je hebt er eentje. Een doctorandus was je. Daarmee is de discussie ook afgesloten.


 

De Taliban zijn in Brussel!

Dat de scheiding tussen Kerk en Staat iets minder strikt wordt opgevat in Italië dan in België, dat wist u wellicht al. Een paar weken geleden veroordeelde het Hof voor de Rechten van de Mens de Italiaanse staat voor de aanwezigheid van kruisbeelden in klaslokalen. Het vloekt met het geven van een neutrale opvoeding aan onze kinderen. Moeilijke discussie. Of je nu gelovig bent of niet, het valt niet te ontkennen dat het katholicisme een aardige rol heeft gespeeld in onze westerse geschiedenis, maar om onze toekomst daar aan te herinneren, lijkt me een les geschiedenis nog iets meer aangewezen dan een kruisbeeld. Reactie in Italië: moord en brand natuurlijk. "Brussel (zo noemt men Europa hier) heeft zich daar niet mee te moeien; ze raken aan onze identiteit." Ik dacht dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg zitting hield, maar kom.

Berlusconi sprong wellicht een gat in de lucht bij het horen van dit nieuws. Want door zich op te stellen als verdediger van de kruisbeelden en dus van het Vaticaan, kan hij weer op een goed blaadje staan bij de Paus. Dat blaadje was immers wat rot geworden, sinds bekend werd dat hij wel eens een groen blaadje (mits betaling) en een lijntje (cocaïne) lust.

En de Italiaans scholen? Schoolvoorbeeld van een omgekeerd effect. Sommige scholen waar GEEN kruisbeeldjes aanwezig waren, hebben er nu wel één in elke klas. Eat this, Europe!

Deze morgen bij mijn eerste blik op de website van de "Corriere della Sera" staat een voorstel te lezen van een parlementslid van de Lega Nord (zo een beetje het Vlaamse Belang van Noord-Italië) om op de tricolore een kruisteken af te beelden. Is Benedictus ondertussen al over de kleur van het kruis aan het nadenken of denkt hij toch 'neen, liever niet'?

En waarom deze titel? De moet u gewoon even op de foto kijken. Die rechters van het Europees Hof uit Straatsburg zijn gewoon vermomde Taliban leden die zich schuilhouden in Brussel. U weze gewaarschuwd.

DSC03269


 

Mlk

In 2016 mag een Spaanse (en een Poolse) stad zich Culturele Hoofdstad van Europa noemen. Het lijkt nog veraf, maar de Hoofdstad 2015 (Mons -Bergen-) is al een tijd bekend, en voor Spanje 2016 moet in volgend jaar één en ander in een stroomversnelling geraken. Zestien steden hebben zich kandidaat gesteld, de meesten zijn in de recente traditie van het Cultureel Hoofdstedendom relatief onbekend (Oviedo, Gijon), al staan een aantal van hen op de Unesco lijst van het Patrimonium van de Mensheid (wat hen helaas bij het grote publiek niet veel bekender maakt of heeft gemaakt: Cuenca, Tarragona, Caceres, Alcala, Segovia, wie is er ooit geweest of voor wie vaut het un détour ?). In vrijwel alle zestien steden ben ik aantal keer geweest, sommigen zijn mij zeer bevallen (Burgos, Zaragoza, Cuenca), voornamelijk Caceres kon me niet enthousiasmeren, maar dat is uiteraard puur subjectief (een groot aantal steden heeft Extremadura sowieso niet: de schoonheid ligt in zijn dorpen, landschappen en verlatenheid, al blijven Merida en Trujillo m.i. wel een must).

Bij de zestien zijn ook twee Andalousische pretendenten: Malaga en Cordoba (dat ook op voornoemde Unesco-lijst staat). Om hun kandidaturen aan te prijzen, hebben ze beiden (voorlopig?) in elk geval een totaal oninteressante, bureaucratische website gemeen waar de individuen die met de uitwerking van een eventueel project belast zijn, belangrijker lijken dan het project zelf. Hoe dan ook: Cordoba gaat zijn verleden van de "drie culturen" (islam, joods, christelijk) uitspelen; voor Malaga wordt Picasso de spilfiguur van een eventuele organisatie. Op Cordoba en het beeld van de drie culturen, kom ik in een later bericht terug.

Kiezen voor Picasso als centrale figuur voor de Malagueense kandidatuur is eerbaar: hij werd in Malaga geboren en bleef er tot zijn tiende wonen (Gent kan op zijn Keizer Karel niet veel langer prat gaan). Na 1901 is hij er echter nooit meer geweest (hij stierf in 1973) en specifieke referenties in zijn werk en leven naar (situaties in) de stad zijn uiterst schaars. Daarmee is tevens het grote probleem aangegeven van het huidige Museo Picasso in Malaga: het gebrek aan "grote" werken (die nu eenmaal in Parijs, New York, Madrid of Barcelona hangen) en het daarmee gepaard gaande gebrek aan puur artistieke aantrekkingskracht. Om de figuur "Picasso" in Malaga te integreren heb je maw een visie nodig die verder reikt dan het pure wedden op de naam. Geen van de drie directeurs van het Museo die elkaar sinds de opening zes jaar geleden hebben opgevolgd, heeft dergelijke visie kunnen ontplooien. Dit neemt uiteraard niet weg dat er zeer mooie werken hangen (én dat het museum als gebouw op zich al de moeite waard is). In elk geval is het de bedoeling om Malaga -Culturele Hoofdstad of niet- op de landkaart van de moderne en hedendaagse kunst te zetten: in 2011 zou normaal gezien het Museo Carmen Thyssen Bornemisza, van de gelijknamige flamboyante barones, née Carmen Cervera, miss Spanje 1961, zijn deuren openen. (La Carmen is één van die figuren die de verkoopcijfers van de "revistas de corazon" -"de boekskes", Hola!- de hoogte instuwen: voor de kunst doe je al eens wat; maar afgezien daarvan is het "hoofdhuis", het Museum Thyssen, de derde grote pijler van het kunstaanbod in Madrid, naast het Prado en het Reina Sofia).

In de sousterrains van het Picassomuseum bevinden zich de interessante archeologische resten van het Malaga toen het nog Mlk (Fenicisch) en later Malaca (Romeins) was. In de buurt bevindt zich het Romeinse theater dat op dit moment ten volle geëxploreerd wordt; boven het theater ligt het Moorse Alcazaba van toen Malaga nog Malaqa was. Ook al zijn deze resten van een andere aard (we spreken uiteraard niet over "waarde") dan de kathedraal (mezquita) van Cordoba, het zou jammer zijn mocht dat verleden geen rol spelen in de eventuele projecten van de eventuele Culturele Hoofdstad: het ongekende succes van het nieuwe "interpretatiecentrum" van Medina Azahara bij Cordoba bewijst de toeristische waarde van goed uitgewerkte ideeën over het valoriseren van materieel-archeologisch cultureel erfgoed.

Un saludo cordial!


 

Dorpspolitiek

De euforie na de geslaagde socialisatie bleek wat voorbarig.
De Kelihan, het hoofd van de banjar of dorpsgemeenschap, vroeg dag na de bijeenkomst of Dewa, onze chauffeur en intussen ook bemiddelaar in Balinese aangelegenheden, bij hem kon komen om een bericht voor mij op te halen.

Dat bericht was geen schriftelijke nota maar een mondeling overgebrachte eisenbundel.

Waarom die dingen niet tijdens de socialisatiemeeting op tafel waren gekomen is me een raadsel. Zoals wel meer dingen in dit land.
Vooraleer de banjar zijn formeel akkoord verleent met onze exploitatie moet er eerst een MoU (Memorandum of Understanding) worden opgemaakt waarin onze verplichtingen zullen worden neergeschreven.
Voor zover ik het begrijp gaat het om de volgende dingen:
  1. We moeten de overlast accepteren die onvermijdelijk het gevolg zal zijn van onze ligging vlak bij de tempel. We horen verder onze gasten duidelijk te maken dat de tempel een heilige plek is. Er zijn nl. gevallen bekend van hotels die hebben geëist dat de luidsprekers met de gezangen werden uitgeschakeld tijdens de tempelrituelen. Ook werden de gamelanrecitals stilgelegd. Verder presteren bepaalde toeristen het om, ongegeneerd en met minimale kledij dwars door plechtigheden heen te lopen, net of dat de normaalste zaak van de wereld is. Op zich lijken me dat legitieme bekommernissen en heb ik daar geen moeite mee. Ik denk trouwens dat de meeste toeristen die Bali hebben gekozen als vakantiebestemming, een tempelceremonie naast de deur helemaal niet erg zullen vinden. We stellen trouwens ceremoniële kleding ter beschikking, zodat de gasten, onder begeleiding van onze medewerkers, de tempel kunnen bezoeken om getuige zijn van de rituelen.
  2. Omdat we aan het rijstveld grenzen moeten we rekening houden met de eisen van de subak, de instantie die de irrigatie regelt.
  3. We moeten een eenmalige bijdrage betalen aan de banjar omdat we ons op hun grondgebied hebben gevestigd.
  4. We moeten elke 6 maanden 100 kg rijst of de tegenwaarde ervan in geld schenken aan de banjar.
  5. Minimaal 25% en maximaal 40% van ons personeelsbestand moet bestaan uit mensen van de banjar. Hier heb ik het wel moeilijk mee omdat het de bedoeling is met een minimale bezetting de hele operatie te runnen. Dat moeten dan wel allemaal goed gekwalificeerde mensen zijn. Het zal een dosis diplomatie vragen om hier een mouw aan te passen. Maar dat zal wel lukken. België is niet voor niets het land van de compromissen, dus voor een stukje ben ik door geboorte een ervaringsdeskundige.
Gisteren zou de Kelihan met een delegatie bij ons langskomen om dit alles door te spreken. Dat plan werd echter doorkruist door de Kepala desa van Peliatan, de burgemeester dus. Die staat in de hiërarchie een trapje hoger dan de Kelihan en heeft duidelijk gemaakt dat hij, om de zaken te vereenvoudigen, een MoU zou opmaken waarin de eisen van het dorp, de banjar, de tempel en de subak zouden worden gebundeld.
Het worden weer spannende dagen.
Villa Sabandari - Bali boutique hotel
 

duemila dodici

Warner Village, Vincenza, woensdagavond. Eerste vaststelling: € 5,50 voor een avondje film op woensdagavond en dus best wel betaalbaar in vergelijking met België. De andere avonden betaal je wel € 7,50. Tweede vaststelling: caldissimo! Veel te warm dus in de zalen. In een land zoals dit verwacht je toch op z'n minst airco in de zalen. Niet dus. Dan de film. Hollywood kan me meestal maar matig bekoren, maar voor rampenfilms maak ik graag een uitzondering. Al stel ik me zeer de vraag of 2012 niet eerder een komedie was. Op z'n mist een komische rampenfilm. En als er een Oscar voor Meest Voorspelbare Film zou bestaan, graag 2012 nomineren aub.

De regisseur had bovendien z'n Westerse bril stevig op gehouden. De G8 (de 8 rijkste economiën van de wereld) redden de wereld. The world has changed a bit these past few years, my dear! Hollywood heeft wellicht nog even tijd nodig om dat in te zien. Ook mijn nieuwe thuisland (Italië dus) maakt deel uit van dat selecte groepje. En de minister-president van Italië had besloten om naar het Vaticaan te gaan om daar (in tegenstelling tot de andere wereldleiders) de dood samen met z'n volk in de ogen te kijken. Iets wat een applausje opleverde in de zaal én een 'ah ja dat is logisch hé... Berlusconi hé' van de man naast mijn. Nu de minister president in de film geleek in de verste verte niet op Berlusconi, maar kom.

Mijn gezelschap die avond was trouwens ook een aanhanger van Papì (Berlusconi). Wel, aanhanger is een groot woord, maar hij had er toch al 2 keer voor gestemd. Tot voor kort kwam ik hier enkel tegenstanders tegen van Papì, vooral omdat ik vooral contact heb met jonge mensen hier en die in grote getalle tegen het Italië stijl Berlusconi zijn. Maar deze week dus m'n eerste jonge aanhanger van Berlusconi. En waarom? Hij is tevreden. Dankzij Belusconi draait dit land best wel goed vindt hij. Persoonlijk vind ik dat dit land soms meer vierkant draait dankzij Papì. Het verschil? Ik kijk met een andere bril naar de politiek hier. Misschien moet hij eens mijn bril opzetten. En ik de zijne. Het kan alleen maar verrijkend zijn. Niet?


 

De kanonnen worden op Letland gericht

Het was niet eens zo'n groot bericht, maar als in de Vlaamse media het woord "Letland" opduikt, gaat er plots een knipperlicht aan. Riga krijgt het bezoek van een Belgisch koningspaar. Neen, niet Albert en Paola; die zijn hier reeds op bezoek geweest, een paar jaar terug en alle Belgen mochten naar de ontvangst, een pianoconcert van een Antwerpse winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd en daarna een buffet met de best koks. Alleen waren de beste beetjes weg en de overblijvende hapjes koud toen het onze beurt was.

Neen, wij krijgen het bezoek van Herman en Yves. Het bezoek van de premier kaderde in de voorbereiding op het Belgisch voorzitterschap van de Europese unie voor de tweede helft van 2010. De premier zou alsdan vergezeld geworden zijn door zijn  minister van buitenlandse zaken. Maar die premier kreeg ondertussen een andere naam en de oude premier werd ondertussen president en de oude minister van buitenlandse zaken werd premier.

Vermits Dehaene druk bezig is in BHV en dus niet mee kan om op moeilijke vragen te antwoorden in plaats van Yves, komt het goed uit dat Herman erbij is om de weg voor Yves te bereiden en te berijden zodat hij geen domme dingen doet en op tijd komt waar hij verwacht wordt.

Herman heeft hier trouwens nog iets goed te maken. Bij de verkiezingen tot president heeft hij de enige vrouwelijke kandidaat figuurlijk een poepje laten ruiken. Laat nu die vrouwelijke kandidaat de Letse Vaira Vike Freiberga zijn, een pronte dame van 70 en vroeger alom geliefde presidente van Letland.

Zoals vandaag Mathilde, na de missie in Marokko, op aandoenlijke wijze wist te vertellen dat zij en haar bebaarde echtgenoot een complementair team waren, zo vormen Herman en Yves ook een complementair team. Ze drukken mekaars voetsporen: Yves gaf de sleutels aan Herman en Herman gaf ze terug aan Yves. Herman is de rustige vastheid zelve en Herman de onrustige spichtigheid in persoon. Laat ze dat nu doortrekken: Herman is de vastberaden spreker en Yves de bedaarde zwijger.

Dan snappen de Letten misschien wie er op bezoek komt en wat ze hier komen doen en dan blijft in de nationale pers het bezoek ergens in een klein artikel op pagina 15 vermeld.

Of wij Belgen in Letland deze keer weer worden uitgenodigd om onze complementaire Siamese tweeling te ontmoeten bij een drankje en een warm hapje? We zullen u ervan verslag doen mocht het zo zijn.


 

Het regent, het regent...

Het regent in Ierland, al dagenlang. Af en toe piept de zon even door de wolken, maar in de verte komt de volgende lading donderwolken alweer met volle kracht aangewaaid. Ook de wind maakt er hier een waar feest van dat gepaard gaat met eclectische muziek die in de vallei van de rivier Boyne weerklinkt. Met een kracht tussen de 90km en de 120km per uur noemen ze dat in België een storm. Hier is dit normaal voor de tijd van het jaar. De bomen groeien krom. De wind waait langs de heuvels en de huizen. Ze zoeft door de schoorstenen, en komt langs spleten en kieren naar binnen, vergezeld door een kolonie muizen, die het leven in de weiden in deze tijd van het jaar ook maar niks vinden. De regen klettert op het dak en tegen de ruiten met zo’n lawaai dat het bij momenten moeilijk is mekaar te verstaan.

Ierland is een erg muzikaal land en plots begrijp ik waar de melancholische inspiratie vandaan komt. De klanken van de wind, het gekletter van de regen en de zwaarmoedigheid van de herfst vormen een ideale combinatie tot gecomponeerde uitmuntendheid. En zoals ik gisteren las, blijken creatievelingen nood te hebben om hun smarten van zich af te schrijven, te schilderen, te componeren of te zingen. Het moet gezegd, nooit zag ik meer creatieve mensen om me heen dan in Ierland. Bijna iedereen bespeelt hier een instrument en maakt op een zeker moment in zijn leven deel uit van minstens één muziekgroep. Overal in de pubs weerklinken coverbands, akoestische solo’s en traditionele Ierse muziek.

De bevolking trekt zich terug voor een winterslaap voor de tv met een occasioneel uitje naar de pub. Om vijf uur ’s avonds is het hier pikdonker en op 21 december begint het om 3 uur te schemeren en is het om 4u nacht. Als je naar de pub trekt om in deze donkere en gure tijd van het jaar een beetje warmte en gezelligheid te vinden buitenshuis, zet dan vooral geen mutsen op en neem zeker geen paraplu mee, want dat is verloren moeite en weggewaaid geld.

Dit jaar gaat de regenachtige herfst gepaard met nationale miserie. In het westen en het zuiden van Ierland zijn grote gebieden overstroomd. Scholen zijn gesloten, ganse steden en dorpen zijn ondergelopen, mensen worden geëvacueerd, grote gebieden hebben geen stromend water en het blijft maar regenen. Het is alsof de volledige Atlantische oceaan verdampt is en zich nu neerstort op dit al door de recessie in ellende verzonken eiland. Vreemd genoeg komt een dergelijke natuurramp niet eens in het nieuws in België.

Maar iedereen is hoopvol, want kerstmis komt eraan. De kerstverlichting hangt al op in de straten. In elke stad maakt de kerstman momenteel zijn officiële intocht. Kerstmis is het evenement van het jaar in Ierland. Massa’s gekleurde lichtjes, tonnen cadeautjes waar duchtig voor geshopt moet worden, het voorbereiden van de traditionele Christmas cake of Chritmas pudding en uiteraard de jacht op de beste kalkoen, vrolijken de boel nu al op. In België moet de sint nog passeren, maar hier is de kerstgekte al volop aan de gang. Ik ontving op 1 november, de dag na Halloween, mijn eerste kerstkaartje.


 

De dochterlijke macht...

Mijn oudste oogappel plant een kind. Weloverwogen zoals dertigers dat doen, doordacht zoals schorpioenen zoiets aanpakken, emotioneel geladen zoals dochters daar mee omgaan.

Ik ben haar vader, dus dat betekent dat haar beslissing ook voor mij gevolgen heeft.

Zij heeft de macht over mijn status, mijn positie in onze genealogie, sibbekunde is een prachtig woord. Zij beslist of mijn naam een generatie naar boven schuift, dan wel rustig blijft hangen waar die nu hangt, een plek waar ik me eigenlijk opperbest voel. Ik heb mijn tak op mijn stamboom gevonden.

Ik ben plots tot het ontnuchterend besef gekomen dat een dochter kan bepalen wanneer haar vader grootvader wordt, of niet. Dat vind ik een nogal zware ingreep op mijn zorgzaam verworven plaats in deze op zich al complexe samenleving. Dat iemand anders, en dan nog iemand die me zo dierbaar is, iets in mijn plaats kan bepalen is eigenlijk nooit bij me opgekomen. Jaren strijd tegen alles wat en wie zonder mijn toestemming iets over mij zou beslissen worden met een eenvoudige dochterbeslissing van de kaart geveegd. Machteloos overgeleverd moet ik me neerleggen bij het feit dat iemand anders over mijn toekomstige koosnaam beslist (opa, papi, vake, oudje), mij overlaadt met connotaties en attributen die aan het grootvaderschap kleven, een nieuw taalgebruik en dito verwachtingen zonder dat ik daar inspraak bij krijg.

Dat doe je deze man niet aan. Daarvoor heeft hij te lang gevochten tegen elke symboliek en woordenschat die volgens de vitale blaadjes met zijn leeftijd gepaard zouden moeten gaat. Deze (nog niet) grootvader is tot op vandaag nog gewoon vader, dus jonger, verondersteld dynamischer en gewild meer bij vandaag dan bij morgen betrokken. Ik koop geen mountainbike om mijn tijd te verdrijven, ik zou niet weten welke tijd. Ik neem niet deel aan groepsreizen met andere vitale grootouders en praat niet over kleinkinderen, ik ga niet golven in Algarve en ik kuier niet zorgeloos in de parken in de Cotswold keuvelend over bloemen en plantjes. Ik heb mijn volume nodig om mijn eigen kroost te overstemmen. Ik ververs verdomme nog pampers elke dag!

Let wel, ik wil ook die van mijn (eventueel toekomstige) kleinkinderen verversen als het moet, zolang ze me maar geen opa noemen. Ik leer ze van zodra ze kunnen horen me bij mijn voornaam te noemen. Counteren is het enige wat me kan redden.

Roel Verschueren, Wenen 25 november 2009


 

De Jolige Yogabanners

Behalve de opeenvolgende regeringen en hun halfbakken maatregelen, is er in Griekenland nog een andere eindeloze bron van leute en vermaak: de Orthodoxe Bisschoppen.  Nu het land op een faillisement afstevent en de politici dus tot hun en onze verbazing met ernstige zaken bezig zijn, springen de bisschoppen graag in.


In een gecoördineerde actie, door klaarblijkelijke urgentie ingegeven, hebben enkele 'Metropolieten', waaronder die van Pireus, een 'fatwa' uitgevaardigd tegen ... yoga.  Orthodoxe zielen die zich weleens in kleermakerszit wagen teneinde hun hoofd leeg te maken van al het lawaai, gevloek, gebonk, geloop en geflits van het Atheense stadsleven, begeven zich voortaan op een gevaarlijk pad, het hellepad.

Yoga zou immers niets minder zijn dan een wervingscampagne van de boeddhisten, niet minder dan een blasfemie, een godslastering, die gebruik maakt van antichristelijke methodes, zoals het uittreden van lichaam en ziel, een truuk die, als ik het goed voorheb, is voorbehouden aan de Heilige Geest. Yoga is een vorm van magie en hekserij, die duivels kan oproepen in het Orthodoxe Griekenland, waar, zoals we weten, anders enkel niet-gevallen engelen vertoeven.

Waar ze het halen is mij niet meteen duidelijk, maar het lijkt wel een scène uit een strip van Suske en Wiske: de oosterse magiër, in kleermakerszit en handen gevouwen, lichtjes boven de grond zwevend, met een bordje 'terug binnen 5 minuten'...

In elk geval, ik ben blij dat die prangende kwestie opgelost is, en we verder kunnen met de volgende programmapunten: ping-pong en bonzaiknippen.  Dat komt ook uit het oosten.

Zo, dan ga ik nu mijn vliegend tapijt stofzuigen.


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog