Circus Kostas - Nieuwe Voorstelling: Komt Dat Zien!

De Vastberadenheid, besluitvaardigheid en beginselvastheid waarvoor ex-premier Kostas Karamanlis en zijn Nea Dimokratia bekend staan, en waarmee ze vijf jaar lang (of vijf lange jaren) het land in hun greep hielden (een wurggreep weliswaar, langzaam alle ziel eruit knijpend), zijn geenszins aangetast door de uppercut die ze van de bevolking gekregen hebben bij de verkiezingen vorige maand. 

Terwijl Comical Costas terug met regelmaat gesignaleerd wordt in de betere bars en resto's van Kolonaki, waar hij zich ook voor zijn premierschap al gezellig thuis voelde, en daarmee ten overvloede aantonend dat  zijn pitsstop als premier in feite niet meer was dan een lastige familiale verplichting waar hij even door moest, heeft de rest van zijn circus al een nieuwe attractie uitgewerkt: de grandioze knoeiboel Nea Dimokratia. 

De dag na zijn nederlaag nam Karamanlis groothartig ontslag als voorzitter, wellicht niet na eerst een tafeltje geboekt te hebben in Cafe Central, en legde hij voorzittersverkiezingen vast voor 7 November, te houden met een beperkt aantal stemgerechtigden, zoals de statuten dat bepaalden.  Hij voegde er ook stellig aan toe geen dag langer te blijven dan 7 november.  We zijn nu zowat een maand verder, en ze zijn er bij Nea Dimokratia nog niet eens uitgeraakt welke procedure ze zullen volgen om die verkiezingen te houden.

Dat de statuten niet gevolgd zouden worden, dat werd door geen enkele kandidaat in vraag gesteld.  Vervolgens kwam iedere kandidaat met zijn eigen stemformules, waarbij de de Noord-Griekse clown en Gouverneur van Macedonia,  Panagiotis Psomiadis, de kroon spande, door voor te stellen dat 'iedereen die wilde' zou mogen komen stemmen, zelfs zonder identiteitsbewijs.  En dat terwijl toch al jaren vaststaat dat evenwichtsacrobate Dora Bakoyianni het kroontje zal winnen.  Dora is zo lang en zo lachend dat niemand ooit haar ware gelaat gezien heeft.  In geen van haar functies, burgemeester van Athene of Minister van Buitenlandse Zaken, wist ze een glimp van bekwaamheid te tonen.  Maar ze is een telg van de Mitsotakis-clan, en dat is in Griekenland nog steeds veel belangrijker dan om het even welke stemformule.  De families Mitsotakis, Papandreou en Karamanlis regeren al vele decennia in de Griekse democratie.

Het ziet er in elk geval naar uit dat de New-Democracy-show nog wel even zal duren, en we weten nu ook wel zeker wat we al wisten, dat een circus wel entertainment biedt, maar ook niet meer dan dat, en dat Circus Kostas zelf het grootste probleem was.

Inmiddels lijkt nu ook een andere voorzichtige voorspelling uit te komen, namelijk dat de Grieken, door zo massaal op PASOK te stemmen, in feite gewoon voor meer van dezelfde gekkigheid gekozen hebben:  enkele dagen geleden werden zes bewakers van een politiekantoor in een buitenwijk van Athene beschoten door zes belagers met machinegeweren; maar de nieuwe Minister van Bescherming van de Burger had de oplossing snel gevonden, dat men er niet eerder aan gedacht had: we schaffen de bewaking af, dan kan er niet meer op geschoten worden!  Het is bekend dat het een dunne lijn is tussen geniaal en getikt.

Kijk, ik heb ook een idee: heeft er iemand de moed om wat kogeltjes, verfkogels desnoods,  te richten op de hoofdwartieren van Nea Dimokratia (Odos Rigillis 18) en PASOK (Odos Ippokratous 22)? Dan kunnen we die ook meteen afschaffen, en dan kan niemand er nog op stemmen.  De televisiezenders zullen dan wel nieuwe komieken moeten zoeken voor hun nieuwsshows.


 

Universitas magistrorum et scholarium...

Audimax De bezetting van de grootste  Universitaire Aula in Oostenrijk, de Audimax in Wenen, gaat haar tweede week in. De Oostenrijkse Universiteiten hebben te weinig geld voor de massale aanloop van studenten, waarvan traditiegetrouw een groot deel uit Duitsland afkomstig is omdat daar een numerus clausus bestaat die het uitwijkmanoeuvre naar het buurland verklaart.

Het eisenpakket van de studenten is duidelijk: vrije toegang tot alle faculteiten zonder uitsluiting, gratis studeren voor iedereen, terug naar het oude Oostenrijkse systeem titels, dus tegen het Bologna akkoord (invoering van een eenvormig studiesysteem waar men na drie jaar Bachelor is en na nog eens ongeveer twee jaar Master), waardoor binnen Europa – aldus de studenten – ook hoger onderwijs tot eenheidsworst wordt gemaakt, zonder onderscheid in culturele en maatschappelijke nuances, die Europa precies gemaakt hebben tot wat het is: geen Verenigde Staten van Amerika.

In een rondetafelgesprek gisterenavond op de nationale televisiezender ORF, zaten vertegenwoordigers van de Universiteiten, de studentenorganisaties, de minister verantwoordelijk voor onderwijs en vorming (Johannes Hahn, die binnenkort van de problemen verlost is als hij Europees commissaris wordt van… hij weet nog niet wat) én grote baas van de werkgeversorganisatie.

H120091029142057 Uit dit gesprek werd duidelijk hoe ver de standpunten uit elkaar liggen. De interpretatie van Bologna die zowel door de politiek als de werkgevers wordt gehanteerd gaat in de richting: studenten moeten op die studierichtingen worden voorbereid die economisch zinvol zijn. Met andere woorden, Oostenrijk heeft geen nood aan 1000 nieuwe studenten architectuur per jaar, er zijn binnen de  bijna vierhonderd mogelijke studierichtingen ‘maatschappelijk en economisch’ meer relevante richtingen dan andere (bijvoorbeeld kunstrichting).

De burgerlijke ongehoorzaamheid van de studenten is te begrijpen. In een land waar zowel de politieke als de economische agenten invloed willen uitoefenen op het studieaanbod, beperkingen hanteren via numerus clausus, studierichtingen die niet onmiddellijk naar een arbeidsplaats leiden willen ontmoedigen, is met de basisidee wat grondig fout.

In de vele columns in de kranten komt telkens opnieuw de evaluatie van Bologna negatief over, want het systeem zou niet meer garantie op mobiliteit en uitwisseling van studenten geven, Bachelors hebben – ook mede de crisis – niet meer garantie op jobs dan vroeger, en het zou de universiteiten en hogescholen op kosten jagen die de staat niet meer dragen kan.

Wat in dit alles wordt vergeten, en bewust vergeten, is waar het aan de Universiteiten zou moeten om gaan: “waar universiteit op staat moet ook universiteit in zitten” formuleert de filosoof Konrad Paul Liessmann.

Audimax Wien En daar gaat het studenten ook om: hun eisen komen er eigenlijk op neer dat vrije jonge mensen creatief en eerst en vooral vanuit een eigen intellectuele behoefte vrij moeten kunnen kiezen welke universitaire opleiding op dat moment in hun leven belangrijk is. Ongeacht hoe het er buiten de muren van de Universiteit aan toe gaat. “Opleiding is niet te koop!”

Studeren mag niet herleid worden tot pure voorbereiding op een arbeidsplaats, het moet een vrije keuze en beslissing blijven, het gaat over persoonlijke ontwikkeling, creativiteit en enthousiasme voor de gekozen richting, niet om het homogeniseren van studies ter voorbereiding op de arbeidsmarkt. En elke student moet vrij zijn dat op zijn of haar eigen tempo te doen, in overeenstemming met zijn of haar sociale situatie (in Oostenrijk hebben meer dan de helft van alle studenten jobs tijdens hun studies).

Het eisenpakket in het kort:

1. Vorming in plaats van opleiding

2. Afschaffing van het inschrijvingsgeld, ook voor niet-EU studenten

3. Democratisering van de Universitaire structuren

4. Transparantie in de financiering en verdeling van de middelen

5. Gelijke rechten voor iedereen en de invoering van het vrouwenquotum van 50% binnen het universitair personeel.

De studenten zijn schitterend georganiseerd via het internet en zijn te volgen op Facebook, Twitter. Acties worden massaal via sms aangekondigd, de netwerken sluiten zich. Wordt vervolgd…

Roel Verschueren, Wenen 31 oktober 2009


 

Nostalgie - Sehnsucht - Heimwee

Leven, werken en wonen in een ander land doet je natuurlijk nadenken over wat er beter is in eigen land, welke dingen je mist van thuis. Voor mij zijn dat zonder twijfel het (goedkope) Belgische bier en Belgische chocolade. Als je een beetje zoekt, kan je hier wel Côte d'Or chocolade vinden, maar je betaalt al gauw 3 euro. Belgisch bier ben ik in mijn stad nog niet tegengekomen. Het Duitse bier Beck's is hier heer en meester, maar voor een pintje betaal je minstens 3,5 euro. Bij mijn bezoek aan Milaan betaalde ik in een gewone bar zelfs 5 euro voor een pintje. Pijnlijk voor iemand zoals ik die in eigen land met plezier een paar keer per week geniet van een pintje op café. Vrienden en familie zijn dan ook gewaarschuwd dat ze enkel van mijn gezelschap kunnen genieten na het overhandigen van een flesje Jupiler en een reep Côte d'Or chocolade.

Al vind ik dat we in een prachtig land leven met veel mogelijkheden en kansen en vind ik dat Gent één van de mooiste steden van ons landje is, missen doe ik ze niet echt. Mijn vrienden mis ik des te meer. Na 8 weken in Italië ken ik hier eigenlijk enkel de mensen van mijn werk. We doen wel veel dingen samen, maar ik zou graag daar buiten ook wat mensen leren kennen, maar dat verloopt ondanks mijn pogingen voorlopig nog niet zo vlot. De Noord-Italiaan staat toch niet zo open voor nieuwe mensen.

Mijn Duitse collega's hebben het na een aantal weken in hun nieuwe land heel wat moeilijker. Ze missen de Duitse punctualiteit en correctheid. Een afspraak bevestigd zien in dit land is een helse karwei. Een klein voorbeeldje uit de praktijk. Het vervoer naar en van school van mijn kinderen hier is een 'casino' (chaos). En dan wordt er een vergadering georganiseerd met een aantal mensen. De Italiaanse collega's geraken er na 2 uur discussiëren niet uit en besluiten het maar zo te laten. Wij gaan nog 2 minuten door, stellen een schema op en het is 'in de sjakos'; zoals ze dat zo mooi in mijn dialect zeggen. Nu, als je naar Italië komt, mag je wel aan wat chaos en gebrek aan punctualiteit verwachten. Sommige vooroordelen blijken soms wel eens waar te zijn.

 

Een verkouden vrije avond in Wenen

“Nee, ga maar. Geniet van de avond, ik blijf wel thuis.”
Ik voel me de laatste dagen wat verkouden, de ‘Mexicaanse griep?’, nee gewoon verkouden, kan ook nog, toch? Ik weet ondertussen op mijn leeftijd wel wat verkouden zijn is. Dat slaat van mijn neus op mijn keel, dan op mijn longen, en dan verlaat het, hoe dan ook, mijn lichaam en is alles opnieuw zoals het was. Duurt een paar dagen. Niets om je echt zorgen over te maken en ik klaag er ook niet over. Maar ga nu maar alleen, geniet ervan, de kinderen slapen, met mij is alles oké!
 
Voordeur afgesloten, nog eens de kinderen toegedekt, slaapkamer vensters dicht, een grog klaar op weg naar de badkamer. Zalig. Ik voel me nu al beter.
 
In de badkamer is een lamp gesprongen, door de EU verplicht te vervangen door een spaarlamp, heb ik bij de hand. Ik weet dat er ergens nog een flacon “Erkältungsbad” staat, het flesje naast het "Erholungsbad", warm aanbevolen voor wie het koud heeft en op trillende benen loopt.
 
Die drie volle pampers op de rand van het bad gaan snel in het speciale ‘reuk-neutraliserend’ zakje, ik spoel in het voorbijgaan het toilet nog eens door, de oudste had een vlotte stoelgang zonder aan de gevolgen te denken, en dan reik ik naar de kraan van het bad.
Ik heb in bijna vijf jaar geen bad meer genomen, douchen ligt me beter. Ik begrijp echter plots waaraan dat zou kunnen liggen.
Ik grijp eerst twee eendjes van de bodem, probeer met veel moeite de drie zuignappen van een soort waterspeeltuin los te krijgen van de wand, de rubberen mat heb ik onder mijn bips niet nodig en dan ben ik tien minuten bezig de tandpasta te verwijderen die mijn jongste – copycat van zijn oudere zus - bij gebrek aan hoogte ‘s morgens het bad in spuwt in plaats van in het wasbekken.
 
Drie auto’s, vier haarbandjes, een naakte pop en wat tandenborstels later, stroomt eindelijk water in het bad. Ik geef het bad tijd, een bad heeft tijd nodig.

Na de grog stap ik naakt op het bad toe, vertrap nog snel de kleine auto van mijn zoon onder de badmat - los ik morgen wel op - stel de babyfoon op de grond en kruip in het sop. Langzaam, vooral langzaam laten zakken, genieten van het hete water en het schuim. Ogen dicht. Volume verplaatst volume. Luisteren naar het zuigend wegtrekken van het te veel aan water. Tot het een soort gorgelen wordt. Dan gaat de kraan weer open.

"Mag ik plassen, papa?"

"Toch niet in bad schat?"

"Oh, ja, in het bad."

"Iedereen plast vroeg of laat in het bad," hoor ik iemand ergens zeggen.

“Mama!!! Mamma! Lala!”
‘Mama’ ken ik, die is vanavond niet thuis, wie weet waar die op dit moment uithangt, ik hoop ergens met vrienden aan een bar met een Caipi. ‘Lala’ is zijn tutje. Als hij dat verliest mag ik doen wat ik wil… vinden moet ik het!
Bad uit, koud, badmantel hangt niet waar hij zou moeten hangen, veel te kleine handdoek rond mijn natte lichaam, plasjes op het oude parket, half naakt in de donkere kamer op zoek naar een… tutje. Na een vloek of twee, een “ssssssst” of drie vind ik zijn tutje in zijn rechterhand en steek het in zijn mond. Hij heeft het koud. Ik dek hem warm onder, leg nog een dekentje bij en sluit de deur.
 
Ik ga douchen, snel en efficiënt, en schenk me een glas wijn in. Lijkt me praktischer in de gegeven omstandigheden.

En morgen komt zeker de vraag of ik genoten heb van ‘mijn’ vrije avond. Heb ik zeker, maar niet zoals ik het me had voorgesteld. Flexibel, dat moet een mens zijn, vooral flexibel.

Roel Verschueren, Wenen 28 oktober 2009


 

Letland getroffen door een meteoriet ... of toch niet?

Een zondag als een andere. Pas terug van een weekend in Liepaja (kuststad) en mijn echtgenote die de laatste berichten over de crisis wil weten van de Letse TV. Al het nieuws gaat trouwens over de crisis. Rechters die voor de tweede keer moeten inleveren bijvoorbeeld; eerst 20% en nu alweer 12%. Kunnen onze rechters nog een punt aan zuigen.

Maar terug naar de rustig kabbelende zondagavond. Plots wordt het nieuws onderbroken voor een dringende extra. Niet ver van de grens met Estland is een meteoriet ingeslagen. Volgens de plaatselijke brandweer met een krater van 20 meter doorsnede. Ik maakte nog de bedenking tegen mijn volkomen van de kaart zijnde echtgenote, dat met een beetje ongeluk, Estland trotse eigenaar van de meteoriet was geweest met alle internationale belangstelling vandien. Nu kon Letland zich voor één keer opmaken om de internationale pers te halen met een positief bericht, want bij nader onderzoek van de krater bleek er geen slachtoffer te zijn van de aanval uit het heelal.

Een horde wetenschappers haastte zich naar de krater om met het oog op de volksgezondheid te onderzoeken (wat wetenschappers meestal plegen te doen) of de meteoriet geen radioactiviteit uitstraalde. De Letse bevolking werd met aandrang gevraagd om niet in de buurt van de krater te komen.

Ramptoerisme is evenwel van alle tijden en van alle mensensoorten, maar in tijden van crisis had een snuggere Let al snel een afsluiting geplaatst en nieuwsgierige Letten werd vriendelijk gevraagd een kleine bijdrage te betalen om het 8ste wereldwonder te gaan aanschouwen.

De snuggere Let zal er wel niet rijk van geworden zijn, want maandagavond kon de nieuwslezer met een duidelijke snik in de keel aankondigen dat de krater niet van een meteoriet afkomstig was, maar netjes was uitgegraven door een GSM operator. Een stunt van een paar reclamejongens op zoek naar gratis publiciteit, want ook voor de reclame is het in Letland kommer en kwel. Aan de ontgoocheling van de Letten te zien is het echter weinig waarschijnlijk dat ze met deze stunt vele GSM zieltjes zullen hebben gewonnen.

Of hoe een enorme meteoriet plots een zeepbelletje bleek.


 

Trots(dem)

Alles was gisterenavond klaar: de Griekse vlaggetjes, vandaag geschilderd en geplakt, de leuzes, de verhalen:  vandaag wordt er ook in de eerste kleuterklas gemarcheerd en geroepen, allen tesamen uit tientallen kinderkeeltjes: "Ochi! Ochi! Ochi!".

De meeste landen zullen wel een nationale feestdag hebben die het einde van een oorlog viert, Wapenstilstand bijvoorbeeld.  Wellicht weinig landen hebben een nationale feestdag die in feite het begin van een oorlog viert.  Wel zo in Griekenland: 28 october is 'Ochi-Dag', de dag dat Griekenland onherroepelijk werd meegesleurd in de Tweede Wereldoorlog.  'Ochi' betekent 'neen' in het Grieks.  Niet de neen van 'neen, wat hebben we nu gedaan...', of de eerde Belgische neen, van 'neen, alsjeblieft niet schieten'.  Het is wel de 'neen' van de Griekse regering aan Mussolini, die gevraagd had of hij met zijn troepen delen van Griekenland mocht bezetten, delen die voor hem strategisch waren.  Niet dus, het mocht niet.  Het Griekse Ochi leidde tot een inval van de Italianen en de betrokkenheid van Griekenland in WOII.  De volgende jaren zouden Italianen en Duitsers lelijk huishouden. 

Dat 'neen' wordt in Griekenland algemeen als een heldendaad beschouwd, en wordt morgen dus uitbundig gevierd.  Dit in contrast met Belgie, dat, als ik het goed voorheb, na een korte terugtrekking van 18 dagen besloot de grenzen open te stellen en de bezetter binnen te laten.  De loopgraven van de Eerste Wereldoorlog waren wellicht nog aan het stinken en het smeulen.  Ik meen niet dat die Belgische houding tot een gevoel van nationale schaamte aanleiding geeft.  Ander volk, andere cultuur, andere invalshoek.

Grieken zijn trots op hun land, ziehier nog maar weer eens een cliche, ik begin erin te grossieren.  Patriotten.  Ze kennen hun volkslied; ze kennen hun helden, vrijheidsstrijders; ze kennen hun vijanden, hun buren; ze plengen tranen als Hellas nog eens groots is; en vlaggen, veel vlaggen, overal vlaggen, hangende vlaggen, wapperende vlaggen, vlaggen op auto's, op brommers, vlaggen in handen, op terrassen, aan gevels.  Er wordt al van jongsaf aan gewerkt: al vanop de kinderopvang kwam ze thuis op 25 maart, die andere feestdag, waar een overwinning tegen aartsvijand Turkije wordt gevierd, verkleed als Bouboulina, een vrijheidsstrijdster, bereid elke Turk op zijn minst te stampen, te pitsen of te knijpen.  'Er zijn ook lieve Turken', probeerde ik dan nog, maar erg overtuigend was het wellicht niet; in elk geval werd mijn gezag in zaken van Grieks Nationaal Belang niet aanvaard.  Bouboulina, Kolokotroni: ze zijn voor de Griekjes even vertrouwd als Dora The Explorer, Tomas het Treintje of Bob de Bouwer.

Waar slaat die trots op, ik ben niet zeker.  Is het het land, de staat?  Maar de Grieken zijn al zo vaak bijna crapuleus in de steek gelaten door hun land: in 1921, in het brandende Smyrni, toen de Griekse schepen rechtsomkeer maakten terwijl de vluchtende Grieken wanhopig van de kade in zee sprongen;  in 1967, toen een staatsgreep een potsierlijk, maar ook wreed, kolonelsregime installeerde, en zelfs de laatste decennia, waarin hun leiders hen steeds weer ontgoochelen door altijd maar opnieuw voor eigen profijt te kiezen.  Is het het volk, de medegrieken, een verbondenheid?  Maar de Grieken laten elkaar zo vaak in de steek.  In de afschuwelijke burgerloorlog vlak na WOII, maar ook op kleinere schaal, in de dagelijkse concurrentie, de hevige onderlinge afgunst, in de afwezigheid van een sociaal vangnet , het achterlaten van de zwaksten.

Wellicht is het meer een idee, een idee van een groots Griekenland, dat speciaal is, dat anders is, 'Ellada Elladitsa Mou'. Zoiets moet het zijn.  Zelf weet ik er geen blijf mee, het zit niet in mij.  Ik ken geen Belgisch of Vlaams gevoel van dat niveau.  Zouden er Vlamingen zijn die wel zoiets voelen? Die mannen op de Ijzervlakte, met hun ringbaarden, of met hun kale knikkers, zouden die iets gelijkaardigs voelen als ze de leeuw zien klauwen, de blauwvoet zien vliegen, wanneer op zee de storm stormt?  Of is dat een ander soort beleving, proberen die vendelzwaaiers toch eerder een frustratie uit te zingen dan een fierheid uit te dragen?  Wat er ook van zij, de Grieken zijn trots, zonder complexen, zonder er al te veel over na te denken, en het weze hen gegund. Ze worden er zichtbaar gelukkig van.   Ze hebben dan ook niet een, maar twee Nationale Feestdagen.

 ParelasiB ParelasiG


Een merkwaardig nevenverschijnsel van die Nationale Feestdagen is de 'Parade'.  In elk dorp, in elke wijk wordt er geparadeerd, onder het toeziend oog van de Burgemeester en de Pastoor, gezeten op roestige ijzeren stellingen, onder het geknetter van marsmuziek, overstemd door toespraken en aankondigingen uit metalen megafoons.  In rijen van vier komen ze aan, enkele uren lang, alle scholen, van de lagere tot het middelbaar, scouts, sportclubs, folkloristiche verenigingen.  De slimste van de klas mag de vlag dragen.  Ouders blinkend van trots, papou en giagia, nonos en nona, rijen dik, ratatata-boem-boem.  Het vlagdragen zorgt ook weer voor jaarlijkse discussies: in vele dorpen, zeker op het platteland, zijn de slimsten van de klas de albanese kindjes, zonen en dochters van de immigranten die op het veld komen werken, huizen bouwen, putten graven en al het andere werk komen doen dat Grieken liever niet zelf doen.  De jaloerse Griekse ouders vinden dan dat Albaneesjes niet met een Griekse vlag mogen rondlopen, schande voor de vlag.  En ja hoor, sommige scholen hebben daar wel oren naar, vooral als de kinderen van de directeur tweede in rang komen. De televisiezenders zijn er dan als de kippen (of de gieren) bij om die Albanese traantjes, in slow motion en met aangepaste muziek, te laten rollen.  De albaneesjes wennen er maar beter aan, want dit is maar een kleine vernedering in vergelijking met wat hen later nog te wachten staat. Ook daar zullen the times ooit wel eens a'changing, vermoed ik, en de dag zal wel komen dat de Albaneesjes de vlag niet meer willen dragen.

Wat er ook van zij, de parade is vaak ook wel een echte 'parade', een catwalk voor de Griekse jeugd.  Ontdaan van alle kreten en emoties, is het ook gewoon een leuk dagje uit.  Er is voor elk wat wils, voor klein en groot, ook voor de papa's.  Een uitje voor het hele gezin.  Een-Twee-Links-Rechts-Reteketetteketetteketet!

9998parelasi91 2parelasi12
Parelasi2 



 

Vanuit de bossen in Zweden

3 gemiste oproepen op mijn GSM... het is lang geleden dat mijn vrouw mij 3 keer op korte tijd probeerde op te bellen! De boodschap op het antwoordapparaat was dan ook belangrijk: ik heb een 'viltolycka' gehad, een ongeval met een wild dier. Hier in het zuiden van Zweden zitten zoveel wilde beesten (ree, eland, everzwijn, ...) dat je er enorm veel ziet en af en toe eens een bijna-ongeval hebt. Maar ze echt aanrijden is een minder leuke ervaring. Na de obligate melding via 112 stuurde de politie een spoorzoeker naar de plaats om met zijn honden het gewonde dier te zoeken en indien nodig af te maken.

En wat hebben we dan nog geleerd sinds we hier in juni zijn komen wonen?

  • Zweden is een land van goedkope, prachtige huizen, zolang je maar op het platteland wil gaan wonen en een badkamer wilt waar je nog geen varkens in wil houden. Ofwel is de comfortabele badkamer hier nog niet uitgevonden ofwel wassen de mensen zich hier amper en vinden het dus overbodige luxe. Ik moet het eens navragen. Minder grappig was onze afgang van vorige week. We hadden gehoord dat een prachtig huis te koop zou staan in het dorp. Toen we daar aanbelden en ons voorstelden als geïnteresseerden, fronste de man zijn wenkbrauwen en zei dat hij de pastoor was en zijn pastorij vanzelfsprekend niet te koop was.
  • Zweden is het land van de ecologische boerderij en groene energie maar laat aub wel overal in huis licht branden en stook tot het 25 graden is in huis. Rij rond met een zware Volvo of Saab en print elk niemendalletje 5 keer uit (dat komt de papierindustrie dan weer ten goede). Verder klopt het ‘groene imago’ van Zweden eigenlijk wel. 
  • Zweden is het land van gelijkheid en vrije meningsuiting maar zie dan wel dat je overal een mening over hebt en verkondig deze dan ook, liefst in de krant en op de radio. Van ‘s morgens tot ‘s avonds laat kan je programma’s beluisteren waar je je mening kan geven over boeiende onderwerpen zoals corruptie bij bejaarden in Italië, mogelijkheden voor de bestrijding van geelzucht met truffels, bankbiljetten in de vorm van werelddelen, ergonomische notenkrakers of GSM laders waarmee je kan bellen. Ook echt absurde discussieonderwerpen zijn populair.
  • In Zweden maak je gebruik van de meest moderne communicatiemiddelen maar verwacht geen antwoord op je mails, sollicitatiebrieven, vragen, … Ik denk dat ik binnenkort terug brieven ga beginnen schrijven.
  • Netwerken is zo ongelooflijk belangrijk en eigenlijk kom je gewoon niet aan de bak als je niet de juiste mensen kent. Dit maakt het vinden van werk als buitenlander even makkelijk als met een Ford Ka een Formule 1 wedstrijd te winnen.
  • In Zweden koop je alcohol in een staatswinkel. Een fleske wijn koop je niet in de supermarkt… Dit systeem zou ervoor moeten zorgen dat mensen matig alcohol consumeren en er geen jongeren aan de fles gaan. Maar op het elk feestje vind je er wel een paar die zich zo bezopen hebben dat het wel lijkt alsof ze een staatswinkel thuis hebben.
  • In Zweden zie je regelmatig mensen op hun rem gaan staan als ze in de verte een bordje ’50’ zien staan. Dat heb ik nog niet veel gezien in België! De Zweden zijn over het algemeen hoffelijke en correcte chauffeurs die elkaar in de minst voor de hand liggende gevallen voorrang van rechts, links, rechtdoor of achteruit geven.
  • In de categorie ‘vermeldenwaardig’ misschien nog dit: de muizen hebben hier een enorm in-your-face gehalte en doen sinds kort hun behoefte in de eetbak van onze Jack Russell. Zo gaan ze natuurlijk nooit vrienden worden… Ook de moeite zijn de geruchten in de Chinese pers dat er een Zweeds dorp is van 25.000 lesbische vrouwen met een bloeiende toeristische en bosbouwsector (iemand die hierover meer informatie heeft, mag mij altijd contacteren). Ik heb altijd wel gevonden dat lesbisch zijn goed samengaat met bosbouw en toerisme. Misschien zit hierin wel een ontwikkelingspotentieel voor Wallonië… bosbouw, toerisme… Wie graag Duitse, Deense en Hollandse nummerplaten fotografeert, kan hier in Småland zijn hart wel ophalen in de zomer. Met duizenden nestelen ze hier op campings, in vakantiehuizen of kamperen in het wild. Ze leggen hun spreekwoordelijke eieren in de vorm van al dan niet ontspannende vakantie-uitstapjes en pas tegen het einde van het seizoen worden de wegen vrij van campers en caravans. Het is hier een prachtige streek en kan ze dus geen ongelijk geven maar het maakt het op verlof gaan buiten het seizoen bijna een noodzaak.


 

De minister en zijn Hans...

Ik wil het even over België hebben. Niet omdat ik Oostenrijk beu zou zijn, Oostenrijk is niet sterk genoeg om me het zwijgen op te leggen, dit keer gaat het om iets anders.

Hans is de klos. Tenminste zo lees ik het in de Belgische kranten. Een man die ik gekend heb toen hij begon als advocaat in Gent, nog schuchter maar met een gezond verstand dat duidelijk boven het gemiddelde van de samenleving uitstak, een enthousiasteling met ambitie, vooral om zijn job te doen, het resultaat van vijf jaar studeren, twee tot drie jaar afzien als stagiair bij een onverbiddelijke maar grote 'meester', onderbetaald en toch al vader, en met een natuurlijke drang om te klimmen en uiteindelijk te geraken waar hij zich thuis dacht te voelen... de magistratuur.

Hans wordt vandaag met de vinger gewezen omdat hij zegt dat het genoeg is. En genoeg, ik garandeer u, ligt voor Hans nog een paar straten verder dan voor ons allen, als Hans zegt dat het genoeg is, is het ook echt wel genoeg.

De informatisering van justitie. Eigenlijk een 'running joke', want wie ooit als buitenstaander met het gerecht te maken had, dan bedoel ik als toehoorder, of als man van een rechter, of als vrouw van een advocaat, als journalist of als vader van een aankomende advocaat, weet waarover Hans het heeft.

Moed heb je als je een project aanvaardt dat maatschappelijk belangrijk is. Een project zo groot dat niemand het kan overschouwen, maar waar het ook niet anders kan dan dat een paar mensen er hun frêle schouders onder zetten, bovenop hun dagelijkse sleur, en hopen dat alles beter wordt.

Moed heb je ook als je met een aangeboren naïviteit aanvaardt dat een probleem dat zo groot is als de Belgische justitie kan worden opgelost door een leger waanzinnig duur betaalde informatici die zelf niet bij machte zijn om de hoe-grootheid van het project te begrijpen. Ze starten met de eerste programmaregel, zonder te weten wat de laatste zal zijn. Beter nog, ze zoeken zich wat ooit voor een ander 'project' voorgeprogrammeerde modules bijeen, weven daar nog een web rond van op justitie toepasselijke noodzakelijkheden, en leveren... niets. Niets dat functioneert. 

Eén keer mag zoiets fout gaan. Er zijn landen waar het twee keer fout gaat. Bij 'ons' gaat het permanent fout.

En het ergste voor Hans is dan een minister van justitie te hebben die binnen de kortste tijd weerlegt wat Hans als statement heeft afgelegd. Nadenken over wat Hans geschreven heeft of te zeggen heeft? Dat is voor later. Ontkennen, dat is voor nu. Oude school, Stefan, oeroude school. Stefan heeft het niet, hij heeft het nooit gehad en zal het nooit hebben. Zelfs West-Vlamingen kunnen ernstig fout zitten, en Stefan zit al zo lang fout als dat hij West-Vlaming is.

Ik ben over één ding gerust. Hans blijft Hans, integer en rechtvaardig rechter.

Ik ben ook over een tweede ding gerust. Stefan blijft Stefan, politieker en onterecht minister.

De ene heeft het voordeel dat hij kan zeggen dat het voor hem genoeg is. De andere heeft het nadeel dat hij alles altijd zal moeten blijven ontkennen. Maar daar is Stefan zeer goed in, tot ook hem ooit iemand zegt dat hij als politicus nooit zijn vervaldatum kan bereiken omdat hij nooit een versheidsdatum heeft gehad. Nu dus. Maar hij kan nog altijd in Oostenrijk terecht.

Als Rik Torfs niet kan preken, dan luistert niemand nog naar hem en krijgt hij niet het platform dat hij wonderlijk mooi en gevat bezet. Als Kim Clijsters de bal niet meer kan raken, dan komt ze op geen tennisveld meer aan haar trekken. Als Patrik Vankrunkelsven de draad kwijt is dan stopt hij met garen spinnen. Logica is mooi. Stefan krult dan zijn verbitterde lip omhoog, kijkt boven de rand van zijn bril, en kruipt geslagen in de op voorhand verloren verdediging. Hoe vaak moet je minister van justitie worden in België om daar de nodige lessen uit te trekken?

Roel Verschueren, Wenen 26 oktober 2009


 

Chi sono? - Wie ben ik?

Een eerst bericht van een nieuw blogger. Voor de titel grijp ik snel even terug naar een spelprogramma uit de beginjaren van de commerciële televisie in Vlaanderen: Wie ben ik? En dat is ook de vraag die ik in dit eerste bericht even wil beantwoorden.

Kort samengevat ben ik een 25 jarige Belg die zijn werk en leven in ons kleine landje heeft opzij geschoven om een droom waar te maken: leven en werken in Italië: een land met openhartige mensen (wel niet altijd even vriendelijk), een land met een ongelofelijk lekkere keuken (maar zeker niet altijd even gezond), met een prachtige taal die meer aan zingen dan aan praten doet denken, maar ook het land van de maffia van Don Corleone en van Berlusconi (u hoeft hier niet noodzakelijk een verband te zien).

Wat ik hier doe? Midden september ben ik dankzij het EVS-project (European Voluntary Service) van de Europese Commissie aan de slag gegaan als vrijwilliger bij SOS Vicenza Villaggio dei Bambini (bij ons beter gekend als SOS Kinderdorpen). Ik werk hier met 'ragazzi e bambini' die niet kunnen of niet willen opgroeien in hun eigen families. Als vrijwilliger help ik in het huishouden, doe ik de boodschappen, help ik met het huiswerk, organiseer ik activiteiten in de namiddagen en in het weekend en probeer ik waar nodig een luisterend oor te zijn en dit samen met 12 andere vrijwilligers uit andere Europese landen. 

En euh... Vicenza? Zelf had ik er ook nog nooit van gehoord. Maar mijn nieuwe thuis bevindt zich dus in Noord-Italië midden tussen Verona en Venetië. Gekend is deze stad voornamelijk door alle architectonisch pronkstukken van Andrea Palladio, een Italiaans architect uit de 16de eeuw. Una piccola città, ma molto carina! Een klein, maar gezellig stadje dus.

Door m'n studies (politieke wetenschappen en journalistiek) gaan mijn interesses vooral uit naar politiek, economie en actualiteit. En met Berlusconi als hoofdrolspeler van het Italiaanse politieke toneelstuk, valt er hier wel altijd een leuk verhaal te vertellen.

Maar ondertussen kan ik ook wat vertellen over de eetgewoonten hier, over de verschillen met het leven in België, wat ik mis uit ons landje, mijn moeilijkheden hier, mijn sociaal leven hier.

Stof genoeg dus voor een aantal (boeiende?) berichten op deze blog.


 

Belangrijke Zaken

 We kunnen hier in Catalunya weer op beide oren slapen. De kerstvakantie blijft kerstvakantie heten en de paasvakantie paasvakantie (of vacaciones de navidad en vacaciones de semana santa respectievelijk). In deze tijden van crisis, met bijna 20% van de Spaanse bevolking in de werkloosheid, was hier in Catalunya namelijk debat gerezen over de belangrijke vraag of een laïsche gemeenschap ja dan nee in christelijke termen naar bepaalde vakantieperiodes kan verwijzen. Zou het niet beter zijn het te hebben over winter- en lentevakantie (Vacaciones de Invierno y Primavera)? Ongetwijfeld een heet hangijzer en van het grootste belang voor het welzijn van de Catalaanse burgers... De Consejero de Educacción van de Generalitat liet vandaag gelukkig weten niet van plan te zijn de ingeburgerde namen te wijzigen.

Hè hè, die kogel is ook weer door de kerk... Dan kunnen we ons nu terug bezighouden met andere ‘futiliteiten’ zoals daar zijn de werkloosheid die in Catalunya sterker is gestegen dan in andere autonome regio’s en de armoedegrens waaronder steeds meer mensen wegzakken. Hoewel met de Vacaciones de navidad voor de deur, de mensen hier ongetwijfeld weer snel zullen afgeleid zijn door andere zaken van groot belang, zoals de inhoud van de cesta de navidad (mét of zonder pata de jamón?), de kerstpremie (winterpremie?) en de Gordo de Navidad (in welke autonome regio valt hij dit  jaar?).


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog