In Letland moet centrale verwarming letterlijk genomen worden

Het is herfst en na een warme zomer wuiven de vallende bladeren de laatste zonnestralen uit. Het kleuren van de bladeren is in Letland een hele gebeurtenissen en de Letten trekken in massa naar de vele natuurparken om het spektakel te aanschouwen.

Daar gaat het nu niet om. Nu de natuurlijke verwarming is weggevallen, moet de techniek het van de zon overnemen. Maar waar in België met een vloeiende draai van de knop een gezellige warmte het binnenleven binnenstroomt, is dit niet zo in Letland.

Ik woon in Riga. Het wordt kil en koud in Riga. Maar ik kan de verwarming niet zo maar met een vloeiende beweging aanzetten. Hier wordt de verwarming letterlijk centraal geregeld. Ergens in Riga, ik vermoed in een ouderwets, stoffig kantoor, zit een bediende van de CVM (de centrale verwarmingsmaatschappij) te twijfelen of de kou van vandaag een premature winterse oprisping is, die morgen alweer is verdwenen dan wel of dit het begin is van de koude winter. En zolang deze bediende, die waarschijnlijk de weersverwachtingen op de voet volgt, twijfelt, draait hij de verwarmingskraan niet open. Met de crisis is het zelfs niet uitgesloten dat hij een premie krijgt voor elke dag dat hij de kraan toe houdt. Die kraan is de centrale kraan waarmee gans Riga verwarmd wordt. Die bediende is de almachtige God van de warmte, die zich voor het komende half jaar Ra mag noemen, zoals de zonnegod uit de Egyptische mythologie.

Ik hoop dat het Ra ook gauw koud aan de voeten wordt, zodat hij niet talmt met het opendraaien van de warmtekraan.


 

Honger

“Hunger” zegt hij en hij wijst gretig naar de koekjestrommel, zo’n twee meter hoger op een rek in de keuken.

“David, het eten is binnen tien minuten klaar, je krijgt nu geen koekje.”

“Hunger” herhaalt hij en kijkt me aan met die ogen die ik als vader niet kan weerstaan. Ik hou me in, en probeer hem niet uit te leggen dat 'honger' iets anders is dan datgene wat hij wilt. Timing is alles.

Ik kijk of in de gang naast de keuken iemand bezwaar zou hebben dat ik mijn zoon van 20 maanden een snoepje geef voor het avondeten klaar is. De kust is veilig. Ik neem de koekjestrommel van het hoogste rek, haal het deksel eraf en ga zitten op de vloer, rug tegen de afwasmachine. Hij waggelt drie pamperstapjes in mijn richting, zoekt zijn zitje op mijn dij en wacht geduldig. Hij kan kiezen en neemt de tijd. Hij strijkt met zijn vingertje over het aanbod, raakt een met suiker bedekt vierkant koekje aan en streelt nog een paar andere. Eentje met chocoladebrokjes en eentje in de vorm van een hart.

“Eentje” zeg ik.

“Ja” antwoordt hij. Ik had evengoed kunnen zeggen dat de Eifeltoren was ontploft.

Hij neemt het suikerkoekje, geeft me zijn tutje en knabbelt met konijnentandjes aan de rand van zijn geluk. Hij laat zich zachtjes achterovervallen, leunt met zijn warme lichaam tegen mij, en vergeet de wereld.

“Auto” zegt hij. Ik raap zijn kleine rode tractor van de vloer en geef het in zijn andere hand.

“Vliegtuig” Ook het uit Zaventem meegebrachte KLM vliegtuigje stop ik in zijn hand. Hij kijkt naar mij. Ik kijk naar hem. Hij lacht. Ik smelt. Mannen ondereen, op de koude keukenvloer.  

Roel Verschueren, Wenen 29 september 2009


 

Salud

Er zit een priester in de gevangenis. Geen missionaris in een paradijs van arbeiders en boeren, geen zendeling in een islamdictatuur, maar een eenvoudige dorpspastoor in het zonnige zuiden van Spanje. 

Padre Pepe was populair in zijn stad Medina Sidonia. Hij droeg het habijt van de franciskaner, leidde een bejaardentehuis -erkend en deels gesubsidieerd door de Junta- , organizeerde processies, opende een museumpje van religieuze beelden, troggelde zijn bejaarden hun geld af, kocht en verkocht terreinen en gebouwen, werd voorzitter van de plaza de toros, investeerde in kippenkwekerijen, verlegde zijn werkterrein naar Madrid en werd uiteindelijk opgepakt in een discotheek in Torremolinos waarvan men vermoedt dat ze zijn eigendom is. Padre Pepe bleek geen echte padre, maar kon wel twee decennia doen alsof. 

Het kan wellicht overal gebeuren, mensen willen opgelicht worden. Onlangs werd in Murcia een metser opgepakt die zich uitgaf voor tandarts en orthodontist. Hij ontving in korte broek en strandslippers, en behandelde zijn patiënten zonder handschoenen of masker. Zijn tandartsstoel was een witte plastic strandzetel. Zijn patiënten waren voornamelijk Zuidamerikaanse, al dan niet illegale, immigranten. In de communidad Murcia zouden een twintigtal van dergelijke individuen opereren. In Andalucia kan dat enkel maar een veelvoud zijn. Tientallen magazines, krantjes en websites richten zich hier, in de taal van hun doelpubliek -Engels, Duits, Nederlands, Zweeds,..- op de verschillende guiri-gettos langs de costa's. Allen staan ze vol met advertenties van quidammen die expert zijn in iets. Blijkbaar volstaat het om uit een vliegtuig te stappen en voet te zetten op Spaanse grond om op slag expert te worden: neuraltherapie, reflexologie, natuurgeneeskunde, voetmassage, thaise massage, chinese massage, argentijnse massage, pinguinmassage, reiki, sheisi, shitaki, nuti, tutu, etherische olie, olijfolie, natuurzeep, bruine zeep, ze kunnen alles. Eén en ander komt onder meer omdat de getto's het Spaanse gezondheidssysteem niet vertrouwen, of gewoon omdat ze domweg geen woord Spaans spreken. 

Het systeem is ook loodzwaar georganiseerd en zeer traag. Sinds begin jaren '80 zijn de communidades autonomas (verg. Vlaamse/Franse gemeenschap), dus onder meer Andalucia, verantwoordelijk voor de praktische organisatie van het gezondheidssysteem. Eén van de eerste maatregelen was het creëren van een centro de salud in elk dorp hoe klein ook. In ons dorp bvb. komt er in het centro tweemaal per week een dokter(es) gedurende vijf uur, en is er bijna elke dag gedurende een paar uur een verpleger/verpleegster aanwezig. Het probleem is dat je aan dat centro gebonden bent, en zelf geen enkel initiatief kan nemen om een specialist te raadplegen of een onderzoek te organiseren. Bovendien verloopt alles zeer traag: gemiddeld moet je vier maand wachten eer je een specialist te zien krijgt (voor een pediater zelfs zes maand: in de tussentijd is de kleine vrijwel volwassen geworden). 

Wellicht uit dergelijke overwegingen heeft, zoals zo velen, ook de toenmalige vrouw van de president van Nigeria niet geopteerd voor het openbare systeem, maar voor een privé-kliniek, in Marbella weliswaar, en voor het uitvoeren van een ongetwijfeld levensnoodzakelijke liposuctie. Qua operatie wellicht wat cynisch voor een primera dama van een land dat achtste staat op de hitlijst qua kindersterfte, maar soit, samen met het ouder worden, worden we ook indulgenter.

Stella Obasanjo heeft de ingreep in de privékliniek helaas niet overleefd. Misschien had ze toch maar naar een vulgair centro de salud moeten gaan. Had ze in elk geval nog vele maanden langer geleefd.


 

Vluchthaven

Zaterdagmorgen, ondraaglijk vroeg, luchthaven Schwechat, Wenen. Kleine koffer als handbagage, instapkaart via internet en paspoort in aanslag, gewoon doorlopen naar de gate. Instapkaart ingescand en koffer doorgelicht, alles oké, vol vliegtuig, tijdig in Brussel. Vlotter kan het niet.  

Zondagavond, ondraaglijk druk, luchthaven Zaventem. Kleine koffer als handbagage, instapkaart via internet en paspoort in aanslag, gewoon doorlopen naar de gate. Nou ja, eerst twintig minuten lang aanschuiven en dan door een van de acht controleposten voor bagage. Koffer op de band, alles in een bakje, schoenen uit! Door de scannerpoort, gefouilleerd. De dame achter het X-ray scherm roept vragend en letterlijk ‘of iemand nog zin heeft om vandaag te werken?’ Drie mannen in uniform staan te schertsen en negeren haar. Koffer moet open. Een uit Wenen meegebrachte bus scheerschuim, een flacon aftershave, een tube tandpasta en haargel, en een dure bodylotion worden aangeslagen. Het verdwijnt allemaal in een kleine lage open plastic box onder de tafel van de dame achter het scherm.
Schoenen aan, koffer dicht, ik loop door naar de roltrappen. Ik kijk nog eens om, de aftershave en de bodylotion waren al uit de open box verdwenen.


Ze hadden in Schwechat misschien wat strenger moeten zijn, maar de bagagecontrole in Zaventem gebeurt door een leger arrogante nietsnutten, die zich boven elke wet achten, doen waar ze zin in hebben en hun eigen tempo bepalen. Ze voelen zich machtig en laten dat ook blijken. Het enige verschil met bijvoorbeeld Oeganda of Zimbabwe is dat ik niet stiekem heb moeten betalen. Zo snel mogelijk weg!

Zaventem. Ik mocht al blij zijn dat er niet werd gestaakt.

Roel Verschueren, Wenen 28 september 2009


 

Voor Vlag en Vaderland, (en Liefst Contant)

Ik las in de De Standaard-Online dat Miss Belgie voor de rechtbank wordt gedaagd, omdat ze bij de verkiezingen in juni niet was komen opdagen als bijzitter in een stembureau. De arme meid had het waarschijnlijk te druk, of misschien waren haar linten net in de was.  Het dienen van de democratie is in Belgie nooit heel populair geweest. Ik herinner mij de kwade kreten en vloeken van familie en kennissen die werden opgeroepen als voorzitter, bijzitter of secretaris van een stembureau.  Achteraf bleek het altijd wel allemaal mee te vallen, zolang de Voorzitter maar genoeg pistolets had gekocht, met voldoende variatie in het beleg: de gelukkigen hadden een gulle Voorzitter, die zijn team trakteerde op americain met ajuin, geperste kop of smeerpate met augurken, de zuinigen hielden het op voorverpakte kaas en een doorzichtig schelletje hesp.  Gelachen werd er overal.

In Athene was het dringen en aanschuiven enkele weken geleden, bij de inschrijvingen voor de kandidaat-voorzitters van een stembureau.  Zoveel kandidaten waren er, dat de gelukkigen uiteindelijk per lottrekking moesten worden aangeduid.  Hebben de Grieken dan zoveel burgerzin dat ze graag een weekend of zelfs langer opofferen aan het dienen van de democratie? Is hun vaderlandsliefde zo groot dat ze met zijn allen, borst vooruit, vlag in de hand, glimmend van volksverbondenheid staan te dringen voor de bootjes die hen naar afgelegen rotsen brengen, of verloren gehuchten hoog in de bergen, om aldaar een stembureau op te zetten en zodoende ook de drie plaatselijke herders en de vier gebarsten weduwen hun plaats te geven in deze voorbeeldige participatiedemocratie?  Misschien wel, ik weet het niet, maar ik denk dat er in elk geval ook een ander motief meespeelt: het bezoekje aan de bank na het volbrengen van hun missie: voorzitters van stembureaus ontvangen in Griekenland tussen de 800 en 1200 Euro, afhankelijk van de locatie.  Hiervoor moeten ze naar de toegewezen kieskring gaan, een stembureau openen en sluiten, de stemmen laten tellen en verzegeld naar de dichtsbijzijnde rechtbank brengen, eventueel per boot of vliegtuig. Het is dus dringen voor de plaatsjes. Uiteraard komt hiervoor niet iedereen in aanmerking: de eer is voorbehouden aan die burgers die excelleren in voorbeeldgedrag, betrouwbaarheid en bekwaamheid: de advocaten en gerechtelijke ambtenaren...  het kruim van de Griekse samenleving.  Of was het het schuim...?

Oudere advocaten met familie verkiezen vaak de kieskringen in de grotere steden, jongere advocaten, die met hun eigenlijke dagtaak zelden zoveel verdienen, geven veelal de voorkeur aan de eilanden, waar het werk minder is, de verloning hoger, en het amusement gegarandeerd.  Mijn echtgenote kwam vaak terug met, behalve een cheque,  hilarische verhalen uit afgelegen bergdorpen, met in de hoofdrol veelal tavernes, grillfestijnen, de plaatselijke vertegenwoordiger van de Communistische Partij en nachtelijke stoeten op zoek naar de rechtbank. Of ik dan 's morgens de pistoleetjes met americain klaarmaakte?  Neen, dat is in Griekenland niet nodig, de Voorzitter wordt, zeker buiten de steden, door alle partijen van voldoende vlees en drank voorzien, voor, tijdens en na het stemmen.  

Deze keer is ze helaas niet uitgeloot voor de verkiezingen van volgende week.  Hopelijk valt de nieuwe regering weer snel, dan kunnen we nog eens meedingen.  We kunnen wel eens een nieuwe zetel gebruiken.


 

FEITJES STAMPEN

Groot nieuws dat de media haalde was dat de Europese Unie voortaan de aanwerving van haar ambtenaren niet meer via een vergelijkend examen zal laten verlopen. Voor Nederlanders was dat examen vaak een niet te nemen horde. In examens afleggen zeggen de Nederlanders niet zo goed te zijn. Omdat hun onderwijssysteem daar niet op afgestemd is. De Nederlandse overheid kent daarbij het systeem van aanwerven na een vergelijkend examen niet. Dus Nederlandse kandidaten zakken daardoor veelal als ze zich melden voor een functie bij een internationale instelling.

Er is uiteraard meer aan de hand dan dit. De Nederlandse sollicitant bij een internationale instelling heeft het veelal ook al eens met succes bij de Nederlandse overheid geprobeerd, maar wil daar graag weg. Uit carrièrezucht of om andere horizonten te verkennen. Een praatjesmaker krijgt bij een sollicitatieronde bij de Nederlandse overheid altijd een redelijke kans om binnen te komen. Zeker als hij of zij tot een passend “traditioneel netwerk” blijkt te behoren. De ambtelijke toppen vormen hierdoor in Nederland een bolwerk van “oude jongens”, waarop de “politisering”, zoals men die in België kent, geen vat heeft gekregen. En in zo een systeem van “ons kent ons” zijn uiteraard vergelijkende examens bij aanwerving of bevordering uit den boze. Vandaar ook de weerzin van vele Nederlandse kandidaten voor een baantje bij een internationale instelling om zich alsnog aan een dergelijke beproeving te onderwerpen.

De andere Europese staatsburgers zouden gemakkelijker in die examens slagen omdat hun onderwijscultuur ook veel meer dan de Nederlandse op feitjes stampen is afgestemd. Het Nederlandse onderwijssysteem, superieur als het hier heet te zijn, legt daarentegen zwaar de nadruk op het aankweken van “vaardigheden” . Het resultaat hiervan is inderdaad op vele niveaus van de ambtenarij te merken. Vooral dan in de stroperige “vergadercircuits” en in de regelneverij. Met alle kostbare gevolgen van dien. Neem nu de totaal in de soep gedraaide bouw van de Noord-Zuid verbinding van de metro in Amsterdam. Gebleken is nu, en dat na vele jaren van geknoei, dat het de betrokken ambtenaren en politici ontbrak aan bij voorbeeld enige “vaardigheid” om een bouwplan te “lezen”. Of om bij de Europese aanbesteding een offerte in een vreemde taal te kunnen “begrijpen”. Die gebreken compenseerden ze dan maar door wat meer en vooral langer te vergaderen en elkaar daarbij kundig vliegen af te vangen. En de aannemers daarna wat meer voor de voeten te lopen.

In Europa weet zowat iedereen nu dat het hier zo superieur geachte Nederlandse onderwijssysteem in een zware crisis verkeert en daardoor steeds meer analfabeten aflevert. Daar is het onderwijssysteem, dat de laatste decennia zwaar op “vaardigheden” heeft ingezet, samen met de vele opeenvolgende verantwoordelijke ministers, zelf schuldig aan. Die ministers hebben sinds de jaren zestig permanent het onderwijs hervormd. Dat gebeurde uiteraard met de beste bedoelingen en onder de vlag van spreiding van “macht, kennis en inkomen”. Het staat immers als een paal boven water dat mensen met een diploma meer macht en een hoger inkomen voor zich zelf kunnen verwerven en dat we daar als samenleving dan ook nog eens collectief beter van worden.

Waardoor is het dan de laatste decennia met die nobele doelstelling zo in de fout kunnen gaan? Op die vraag heeft nog niemand een passend antwoord gevonden. Men kan enkel op de puinhopen wijzen en op de algemene onvrede die dat onder het onderwijzend personeel heeft veroorzaakt. De leerlingen reageren hier graag op met baldadig gedrag en vooral grote ongeïnteresseerdheid in de aangeboden kennisinhouden. Maar toch zou iedereen uiteindelijk als de eindtermen zijn gehaald moeten afzwaaien met een papiertje. En weldra moet ook ongeveer de helft van de afgestudeerde cohorten op de middelbare school later een diploma van hoger onderwijs zien te behalen om daarmee de aangekondigde “kenniseconomie” te helpen schragen.

Dat laatste voornemen zal handen vol geld aan studiebeurzen, infrastructuren en docenten kosten. Plannen bestaan al om het hoger onderwijs na “Bologna” nog eens stevig op de schop te nemen. Die hervormingsplannen hebben het hoger onderwijs in de Amerikaanse staat Californië voor model genomen. Want men wil de alsmaar duurder wordende universiteiten graag ontlasten van de studiebeurstoeristen die - via een of ander pretpakket - aan een al te modieus - dus waardeloos - diploma geraken. Men hoopt dan ook dat deze kletskousen, in plaats van eerst een wereldreis te maken, ook snel een baantje in een supermarkt of bij de krijgsmacht zullen vinden. Of, zonder feitjes te hoeven stampen, zich voor een Europees of ander internationaal ambtenarenbaantje zullen melden.


 

Durga Puja

Vrijdagavond een conferentie over investeren in groene energie in India gehad. Georganiseerd door mijn werkgever, Evolution Markets India en de World Energy Council. Daar, samen met wat collega's, aan de praat geraakt met Dr. Prodipto Ghosh, onze hoofdspreker en zowat de klimaat-expert van de Indische regering. Na het eten nodigde hij ons uit om de volgende dag naar de Durga Puja in zijn wijk te komen.

Durga Puja is een jaarlijks Hindu festival toegewijd aan de Godin Durga. Het vindt zijn oorsprong eigenlijk in West-Bengalen, de streek rond Calcutta, maar wordt ook gevierd in alle grote steden van het land. In Delhi alleen al zijn er 400 verschillende Puja's.

Aangezien mijn collega Tanushree ons reeds had uitgenodigd om samen met haar familie naar de Puja in haar wijk te gaan, besloten we om met iedereen eerst naar de Puja van Dr. Ghosh te gaan. Een eerder kleine Puja, maar toch leuk om de hindu tradities aan het werk te zien. Mijn oorspronkelijke aarzeling bij het deelnemen aan deze tradities, bleek niet nodig. De Indiërs moedigden participeren aan en keken helemaal niet vreemd op. Hierna dan naar de andere Puja gegaan. Een veel grotere, in Egyptische stijl gedecoreerde 'tempel' opgezet naast de echte tempel en hierrond allerlei stalletjes met Indisch eten. Zeer aangename en typisch indische activiteit. Geen enkele toerist weet hier namelijk van.
 

kip met appelmoes

Jawel hoor, ik ben er nog.  Het is even stil geweest.  Niet dat er niks te schrijven viel, maar "de goesting" was er eventjes niet.
Vandaag kip met appelmoes en frietjes klaargemaakt.  Ik hoor u al denken " is dat nu een blog waard?"...
In Vlaanderen waarschijnlijk niet.  Het was intussen alweer bijna 10 jaar geleden dat ik nog kip met compote gegeten had, het zijn van die kleine dingen die je mist. 
Een dezer dagen staat er rode kool op het menu, tis te hopen dat die er beter ingaan bij mijn vriendin en mijn dochtertje als de spruitjes van enkele dagen geleden.  ttz, de kleine meid lustte de spruitjes wel, de grote daarentegen...
Het zijn van die dingen waar een inwoner van een land met de afmetingen van Argentina geen weet van heeft. De meesten weten zelfs niet waar die regio ter grootte van een speldekop die Vlaanderen heet zich bevindt.  En toch hebben we een verrassend rijke keuken.  Maar je moet vér van de Vlaamse keukentafel zitten om ze tenvolle te aprecieren.  Wat natuurlijk niet wil zeggen dat de Argentijnse keuken kommer en kwel is.  Veel Italiaanse invloeden, maar dan met vlees en absoluut géén pikant.  Armand Argentijn lust in tegenstelling tot Bert Boliviaan absoluut geen pikant...  Ach, je leert ermee leven.
Zelf groeide ik op in Elewijt, hartje van de witloofstreek, en maandelijks heb ik wel een visioen of twee van gestoofd witloof of  witloof in hesp met puree.  Afgezien van de schrikbarend hoge prijzen van het witte goud en de erbarmelijke kwaliteit (roze voet en groene tippen) is het ook bijna nergens te vinden.  Die roze voet wijst op hydrocultuur, iets waar deze kluppel nogal vies van is als het op witloof aankomt.  Grondloof moet het zijn (mocht ik nu aan zaaigoed komen, zou ik het zelf kweken.  Een mee-lezende witloofboer die me mischien een pakje kan opsturen?)
Kip met appelmoes, de gewoonste zaak van de wereld, niks om naar huis over te schrijven zou mijn grootmoeder gezegd hebben.  En toch...

Hier in Argentina zijn corruptie en politiegeweld, verdwenen kinderen, dengue, erbarmelijke woontoestanden in en rond Buenos Aires (en niet alleen daar, in Misiones en Jujuy is het huilen met de pet op om van de Chaco nog te zwijgen), gestolen en uitgebrandde autos, voddenboeren die de laatste pk uit hun  uitgemergelde paardje zien te halen, "cartoneros (letterlijk kartonophalers)",werkende kinderen, stelende kinderen, kinderen die nooit de binnenkant van een school zien, kinderen die op straat leven en nooit een bord kip met appelmoes zullen zien, de gewoonste zaak van de wereld.


En de media?  Wel, de ruzietjes van de "sterren" onder elkaar omdat X zei van Y dat haar jurk te kort/te lang/te bedekkend/te verhullend, vul zelf maar aan was.  Programmas die zich vullen met de nulliteiten van andere programmas die op hun beurt weer dienen om de zendtijd van andere programmas te vullen...  En de alomtegenwoordige "Zulma Lobato". Hier hebt u een voorbeeldje http://www.youtube.com/watch?v=8nmbq9nIFd4
Een travestiet, niks op tegen trouwens, die zelf rotsvast gelooft in haar eigen talent. Of ze speelt een rol, en dan is het een verbazend knappe actrice, of het mens gelooft er werkelijk in, en dan is het een kwestie van tijd voor de media haar uitspuugt.  Zendtijdvulling. Hersendodende spijs.  Kip met appelmoes...

Staat u ervan versteld dat ik steevast de TV uitschakel als we aan tafel zitten?













 

Een teken van leven

Zoals zo vaak gezegd; van uitstel komt afstel... wat mij inderdaaad het laatste jaar op deze blog echt wel van toepassing is geweest. Jammer eigenlijk - want hoewel deze blog stil lag, heb ik niet stil gezeten, en heeft de tijd in Dubai ook niet stil gestaan - ondanks ' de crisis '

Wat mezelf betreft - zou mijn profiel beetje mogen aangepast worden... Die 8 jaar geleden trok Veerle naar Dubai mag intussen gelezen worden als ' 12 jaar geleden' ... en mijn job bij destijds nog Export Vlaanderen en vervolgens ' Flanders Investment and Trade' genaamd, zegde ik intussen meer dan een jaar gelden  vaarwel voor een nieuwe uitdaging in het verzekeringswezen. De 4 kinderen, wel dat is zo gebleven, al zijn ze intussen al wel een pakje groter geworden, wat op zich ook wel verandering met zich meebrengt. Andere activiteiten, en ja - weer een beetje meer tijd om Dubai op een andere manier te verkennen.

Wat Dubai betreft, tja, heb ik de crisistijd hier op de blog laten voorbij gaan, al had dit uiteraard voor heel veel voer voor discussie kunnen zorgen. Misschien had ik er geen zin in, omdat het dagelijks leven al meer dan genoeg gevuld was met gesprekken en speculaties en de directe voelbare gevolgen van de crisis - wat voor de meesten van ons expats het vertrek van vele vrienden betekende. Nog nooit hebben we op korte termijn zoveel afscheid moeten nemen, en zoveel mensen naar ander werelddelen zien vertrekken - genoeg om zelf een blog te starten...

En toch, wie had gedacht dat Dubai verlaten zou blijven na de zomervakantie, die had het fout. De scholen zijn niet leeg, de filles zijn jammer genoet terug, en de nieuwkomers blijven komen..het leven gaat door, en op volle snelheid..


 

Pruimentijd in Polen

Overal vind je ze, de pruimen. Pruimen in de bomen, pruimen op de grond, pruimen verkocht voor veel minder dan een appel  en een  ei op de talrijke volksmarkten die Lublin rijk is.  Een doorsnee Pools gezin heeft naast een kleine flat (vaak niet meer dan 35 tot 40 m2) ergens nog een volkstuintje. Het is een erfenis van het communisme.  Rijk mocht men niet worden, rijkdom was een staatsbegrip, overleven was een volksbegrip. Maar iedereen die zich conformeerde aan  het systeem had het recht op een dak boven het hoofd. En ... een tuintje, dat volstond om eigen groentjes te kweken. Sommigen hadden ook een paar fruitbomen die  appels, peren, noten, pruimen of kersen opbrachten. Voor eigen consumptie natuurlijk. Of een frambozen- of bessenstruik.

Die tuintjes liggen er nog steeds. Een aantal basisrechten van vroeger zijn aan de nieuwe tijdsgeest aangepast. Zo is het recht op een dak boven het hoofd aan allerlei voorwaarden verbonden.  Blijkbaar zijn die voorwaarden voor bepaalde mensen te hoog gegrepen. Maar ik constateer dat sommigen creatief zijn, ze hebben een aantal planken tegen elkaar geslagen en zelf een huisje gebouwd, in hun volkstuintje. Sommigen hebben noch een dak, noch een volkstuintje. Ze wonen onder een brug, onder een trap, of zelfs in een drooggelegde riool.

De lonen in Polen zijn laag, heel  laag. Een arbeider in een grootwarenhuis verdient gemiddeld 250 Euro per maand, een onderwijzer verdient zo’n 300 Euro. Maar vaak hebben ze nog een volkstuintje. Om frambozen en aardbeien of andere vruchten te plukken. Nu worden vooral nog pruimen geplukt. Ook appels en peren.  En een deel van die vruchten probeert men te verkopen op een volksmarktje.  In juni vind je zo overal tonnen aardbeien, in juli bessen, in augustus frambozen en kersen, begin september de eerste pruimen, maar ook appels en peren, en binnenkort komen de okkernoten eraan.  Ik leer terug leven op het ritme van de natuur.

Er is geen bananentijd in Polen!  Bananen worden uit Afrika of Latijns-Amerika geïmporteerd en doorgaans niet op de volksmarkten verkocht. Bananen worden naast bespoten pruimen, appels en peren in de grootwarenhuizen verkocht.  Er is wel een komkommertijd. En die duurt lang, heel lang! Van juli tot september!

Het leven in Polen is duur, heel duur. De lonen in Polen zijn, zoals reeds gezegd, tot 5 keer lager dan in België. De prijzen zijn niet bepaald veel lager. Auto’s zijn niet veel goedkoper dan in België. Benzine ook niet. Pampers voor baby’s, broeken, jurken, boeken, cd’s van internationale groepen, bestek, toiletpapier, ...  kosten gemiddeld evenveel als in België. Het is soms wel een beetje goedkoper, maar dat hangt vooral af van de wisselkoers (in Polen is nog steeds de złoty in omloop, maar men bereidt zich voor op de euro). En natuurlijk zijn er ook de solden !  In Polen is er geen uitgesproken koopjesperiode, dus sommige winkels hebben het hele jaar door solden.

Maar de pruimen! Die zijn goedkoop, spotgoedkoop, vooral in september. Iedereen probeert zijn overschot kwijt op de volksmarkt, en dat drukt de prijs omlaag. Een halve euro voor een hele kilo, en er valt nog te onderhandelen. In juni zijn de aardbeien spotgoedkoop, in juli de bessen, in augustus de frambozen en de kersen en ook de appels en de peren, en straks, ik voorspel het reeds, de okkernoten! Er wordt dus nogal veel fruit gegeten. En fruit is gezond, bevat vele vitaminen.

Toch kan je afvragen hoe het mogelijk is dat de gemiddelde lonen zo laag zijn terwijl de prijzen van zoveel gebruiksartikelen hoog zijn.  Deze contradictie wordt zelfs nog sterker aangevoeld  wanneer je in de grote Poolse steden de modernste gebouwen en winkelcentra kunt zien. En in die winkelcentra krioelt het  van mensen, die net zoals in België, consumeren.  De conclusie is al snel gemaakt, Polen is een klassenmaatschappij.  Je zou kunnen denken dat er een grote groep armen en een kleinere groep rijken in Polen aanwezig is. Hoewel dit niet helemaal onjuist is, is de reële situatie toch iets ingewikkelder. In vele gezinnen woont iemand die in het buitenland werkt, soms voor enkele maanden, soms langer. Zo wordt een deel van het in het buitenland verdiende geld aangewend voor consumptie in Polen. En dat doet de prijzen stijgen! Maar de prijs voor de pruimen stijgt niet, integendeel. Misschien  eten Polen die in het buitenland werken geen pruimen ? Ik  eet wel pruimen. Maar ik ben dan ook een buitenlander die zich in Polen heeft gevestigd. Ik ben reeds maatschappelijk geïntegreerd.

 

Sommige Polen hebben geen volkstuintje. Maar er zijn in Polen veel bossen. En in de bossen groeien na de regen in de late zomer tot zelfs de herfst paddestoelen. De meeste Polen kunnen de eetbare van de oneetbare heel snel onderscheiden. De eetbare paddestoelen worden geplukt, en vaak verkocht. Net zoals de bosbessen, plukvrij voor iedereen. De voedelverzamelaars nemen dan plaats langs de Poolse autowegen en wachten tot een chauffeur stopt om de geplukte paddestoelen of bosvruchten te kopen.

In vele Poolse gezinnen worden de zelf gekweekte groentes en zelfgeplukte vruchten in conserveerbokalen gedaan. Of er worden sappen en jams gemaakt van het fruit. Zo is het mogelijk om ook de winter te overleven.  Van een deel van het fruit worden natuurlijk ook geestrijke dranken gemaakt.

Ook ik heb reeds mijn voorraad ingedaan. Mijn kast is vol met bokalen gevuld met bonen, paddestoelen, tomaten, confituren en flessen met siropen en vruchtensappen. Ik heb ook op een verborgen plaats geestrijke drank, want ik doe veel aan geestesarbeid. Nee beste lezer, maak je om mij maar geen zorgen, ik overleef de harde winter wel!


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog