Lang, langer, langst

Een vriend van me in Wenen vroeg me wat het langste woord in het Nederlands is. Hij vindt Nederlands namelijk een komische en eerder kinderlijke taal, hij heeft waarschijnlijk te veel van mijn gesprekken met mijn kroost meegekregen. Ik vermoed echter eerder dat hij graag van onderwerp veranderde, het lag nogal moeilijk.
Ik stond met mijn mond vol tanden want ik ben als schrijver niet noodzakelijk op zoek naar het langste maar wel naar het meest accurate woord, zo niet het meest relevante en leesbare.

Het langste woord in het Nederlands (uitgeroepen door  Actueel op Nederland 1) is:

Kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedencomitéleden

en telt 60 letters.

Ooit was het langste Duitse woord:

Donaudampfschiffahrtselektrizitätenhauptbetriebswerkbauunterbeamtengesellschaft

De officiële benaming voor een dochteronderneming van de Donaudampfschiffahrtsgesellschaft in Wenen. Het woord kwam in het Guinnessbook of Records en telde 79 letters. Na de spellinghervorming van 1996 moest het woord echter als volgt geschreven worden:

Überorganisation Erste Donau-Dampfschiffahrts-Gesellschaft en het verloor dus haar status tot grote droefheid van de Oostenrijkers.

Sinds 1999 is officieel het langste Duitse woord met 66 letters:

Rindfleischetikettierungsüberwachungsaufgabenübertragungsgesetz

Het verschil tussen het Nederlandse en het nieuwe Duitse woord is dat het Nederlandse woord grammaticaal en inhoudelijk correct is maar niet bestaat.

Het Duitse woord bestaat officieel.

De literatuurcritici en beoordelaars van manuscripten die zich destijds uit eigenbelang collectief achter het “Less is more” principe hebben geschaard beschouw ik eerder als luie lezers, hun exemplaar van James Joyce’s Ulysses staat ongelezen in hun gratis rijkelijk gevulde boekenkast. Voor hen heb ik opgezocht wat de langste roman is die ooit werd geschreven. Niet dat ze er zich ooit zullen aan wagen, ze stellen zich hun vak iets minder arbeidsintensief voor.

De langste roman wordt onofficieel toegeschreven aan Mark Leach.

“Marienbad My Love” telt 17 miljoen woorden. Miljoen. De roman mag dan wel als experimentele literatuur worden omschreven en de keuze van de woorden mag al niet in overeenstemming zijn met wat ik als de meest relevante definieer, hij werd toch maar geschreven.

Mocht iemand zich geroepen voelen beter te doen... snel aan beginnen zou ik zeggen.

Roel Verschueren, Wenen 31 juli 2009


 

Gripe Suína

Na het nieuws van het eerste dodelijke slachtoffer van de Mexicaanse griep in België, zullen er zeker mensen zijn die zich zorgen beginnen te maken. De Belgische gezondheidszorg is echter van die aard dat het zeker niet zo 'n vaart zal lopen als in sommige andere landen, zoals Brazilië. Tot nog toe vielen hier minstens al 59 doden. De ziekte staat hier trouwens bekend als "Gripe Suína" (varkensgriep), niet als Mexicaanse griep. De regeringen van de staten Rio de Janeiro, Rio Grande do Sul en São Paulo besloten om de scholen verder gesloten te houden. Hierdoor moeten zowat 11 miljoen leerlingen thuisblijven. De nationale regering voert campagnes op de televisie en probeert de bevolking gerust te stellen. Maar aan de deuren van de publieke hospitalen staan vele mensen aan te schuiven. Die hospitalen draaien sowieso al vierkantig, laat staan dat ze deze toevloed kunnen verwerken. Het geval Manuela Costa is nauwelijks drie weken oud, maar deze week kwam de publieke gezondheidszorg andermaal op onfrisse wijze in het nieuws.

Dokteres Ana Murai, werkend in die sector in Rio de Janeiro, werd gearresteerd op bevel van een rechter. De reden: het niet uitvoeren van een gerechterlijk bevel tot internering van een zieke vrouw van 64. De familie van de vrouw had een klacht ingediend na enkele vergeefse pogingen in diverse hospitalen om haar te laten opnemen in een intensieve afdeling wegens hartklachten. Na een verhoor van enkele uren werd Ana Murai weer vrijgelaten. Vandaag was het de beurt aan Sérgio Cortes, de staatssecretaris voor gezondheid van Rio de Janeiro, om een klacht in te dienen. Hij protesteert omdat hij meent dat de rechter overdreef in zijn beslissing. Het is gewoon een feit dat al die hospitalen bedden tekort hebben, slecht onderhouden worden, kortom toestanden die men zich in België al lang niet meer kan voorstellen. De dokteres had wel voor een opname gezorgd als dat mogelijk was, maar ze kon toch moeilijk de apparaten van een andere zieke afkoppelen, aldus de secretaris.

Hij heeft gelijk. Ik heb zelf kunnen kennismaken met de publieke gezondheidszorg toen ik vorig jaar onverwacht geveld werd door dengue (knokkelkoorts). De horrorfilm die ik toen zag komt af en toe nog eens terug in een nachtmerrie. Een goede ziekteverzekering is de enige remedie, en dan nog moeten de kleine lettertjes van het contract zeer goed gelezen worden. De zieke vrouw in het verhaal hierboven was verzekerd en kon eigenlijk terecht in een privé hospitaal. Detail: haar ziekteverzekering gaf haar slechts het recht om niet meer dan 12 uur in een intensieve afdeling verzorgd te worden. Volgens de Braziliaanse wet zijn de publieke hospitalen verplicht om dergelijke verzekerden op te nemen indien zij niet meer kunnen verzorgd worden door het hospitaal van de verzekering. Maar die publieke hospitalen zijn dus volzet, tot in de gangen. En aan de ingang staan nu vele tientallen mensen aan te schuiven met griepverschijnselen, bang dat ze "gripe suína" hebben. Je zal hier maar ziek worden.


 

Hoezo Sabandari?

We zouden dus een klein boutique hotelletje beginnen.
Dan moet het kind natuurlijk ook een naam hebben. Alle kleine hotelletjes of guesthouses heten in Bali "Villa Huppeldepup" waar "Huppeldepup" te vervangen is door één of andere exotisch klinkende naam. "Villa Hibiscus", "Villa Cempaka", "Villa Mahayani",...
Dan konden wij ons optrekje toch moeilijk "Huisje Weltevree" of "De Purperen Hei" gaan noemen. Het moest iets Oosters en mysterieus klinkend worden.
Er staan een aantal frangipanibomen in de tuin en we dachten daarom eerst aan 'Villa Frangipani'. We, lees mijn vrouw, vonden dat wel leuk klinken.
Ikzelf associeerde die naam eerder met een frangipanetaart. Dus niet.
Er staat ook een kruidnagelboom, aan de linkerkant zodra je de poort binnenkomt. Kruidnagel in het Maleis is "Cengkeh" en het is één van de kruiden die typisch zijn voor de Molukken. 'Villa Cengkeh' dan maar?
We stelden ons al voor hoe die naam zou worden vermassacreerd door de verschillende taalgroepen en stapten ook van dit idee af.
Het moest dus niet alleen een naam worden met een hoog Multatuligehalte, maar ook één die door iedereen ongeveer op dezelfde manier zou worden uitgesproken.
Back to the drawing board.
'Ons huis' in het dialect van Allang is 'Luma Ité'. 'Villa Luma Ité'? We vonden het wel een goed idee om een link te hebben met de Molukse roots van mijn vrouw.
Ik was nog niet echt tevreden met de naam en surfte nog maar wat verder
Nu moet u weten dat één van de bekendste en meest exclusieve hotels van Bali het Amandari Hotel is. Rod Stewart is er voor de x-ste keer getrouwd en Trina, één van de masseuses heeft de Beckhams, Demi Moore, David Copperfield en Jimmy Carter onder handen genomen.
De stap van Amandari naar Villa Sabandari was klein en voor de hand liggend.
Mijn vrouw's familienaam is Sabandar.
Ik vond het onmiddellijk goed en voor inspiraties met een buikgevoel moet je respect hebben. Het klonk Oosters, was makkelijk uit te spreken én bevatte een link naar de Molukken.
De klankverwantschap met het Amandari was ook mooi meegenomen.
S. vond het eerst een raar idee maar draaide snel bij. De Sabandars hebben de reputatie notoire ijdeltuiten te zijn. Op een leuke manier.
De naam 'Sabandar' is al heel oud en betekent zoiets als 'havenmeester".
U herkent er "Shah" in wat koning of meester betekent en "Bandar" wat haven betekent in Bahasa Indonesia, Maleis en Perzisch.

'... In this disposition of mind towards us, they had come to a determination to seize our house, and to send all our people prisoners to the top of a high rock, the consent only of the sabandar being a-wanting for taking possession of our goods, though some even began to take our goods forcibly. On the arrival of the sabandar, Mr Spalding waited upon him, and remonstrated upon the unjust conduct of the islanders in taking away our goods, craving his protection. The sabandar then said, that the islanders were resolved we should not do as the Hollanders had done, and were therefore resolved to make all the English prisoners; for the ship was gone, and our intentions seemed bad towards them.'
Uit "Fourth Voyage of the English East India Company, in 1608, by Captain Alexander Sharpey


 

Sachertorte in ruil voor een Apostel of Kruithof. Hoe wanhopig moet men zijn?

Ik heb nog les gekregen van Leo Apostel. Logica.
Leo Apostel Dat doet wat met een mens. Niet alleen realiseert hij zich dat hij stilaan wat ouder wordt, maar ook dat hij het voorrecht heeft gehad te mogen luisteren naar een van de grootsten die aan de Rijksuniversiteit Gent hebben gedoceerd.

Ik heb ook nog les gehad van Jaap Kruithof. Nog zo'n moraalwetenschapper die ons dit jaar is ontvallen.Images-3
Ik herinner me vooral het verschil tussen beiden: Apostel was de verzonken murmelende denker, Kruithof eerder de verheven prater en boeiend argumenteerder. Een echt vrijzinnig humanist, en een linkse rat zoals er tegenwoordig spijtig genoeg geen meer rondlopen.

Ik moet meer en meer vaststellen dat ik opnieuw nood heb om hun boeken te herlezen.

Maar ik heb die niet meer.
Ze zijn nauwelijks nog op Amazon te vinden maar kosten tot wel 68$ (waarom moeten die trouwens dollars kosten, en dan nog zo veel), en het aanbod is beperkt tot onbestaand. En eBay mag je compleet vergeten.

Vandaar mijn oproep... zijn er ergens nog lezers die een of ander werk van beide coryfeeën in een oude koffer hebben opgeborgen?
Vooral de volgende titels zouden plezieren:
Atheïstische spiritualiteit van Leo Apostel
en Eticologie van goede oude Jaap zaliger.

Want ik moet hier dringend wat weerwerk beginnen geven tegen Oostenrijkse iconen en het geheugen heeft af en toe nood aan een opfrisbeurt.

Images-1 Ik stuur graag een Sachertorte als dank, hoewel ik vermoed dat eigenaars van deze werken daarop niet zitten te wachten.

Roel Verschueren, Wenen 28 juli 2009


(kwestie van een fotootje te hebben)


 

Greece Recycled

Deze blog gaat eigenlijk nergens over, maar gisteren was een dag met een paar echte Griekenlandmomenten, die ook een aantal eerdere blogs in herinnering brachten.

's Avonds ben ik in een buurtcafe (een Kafeneio eigenlijk) naar een voetbalmatch gaan kijken.  Als eerder geblogd, de Grieken zijn behoorlijk voetbalgek (zie hier de link naar de blog' Bala Bala'): einde juli, zomeravond, eerste wedstrijd van een dubbele confrontatie in een simpele prekwalificatiematch, en de kafeneio zat stampvol... zowel binnen als buiten; ik zoch mij een goed plekje op het terras, maar tot mijn verbazing waren alle tafels 'gereserveerd'... Sinds enkele weken is in Griekenland een rookverbod van kracht (zie ook een eerdere blog 'Aangedampt Glas'), maar de Griekse commercant laat zich daardoor niet ringeloren: alle tafeltjes buiten waren gereserveerd, niet voor fanatieke fans, maar  exclusief voor rokers; als niet-roker werd ik met aandrang verzocht binnen te zitten.  Dat heb ik dan maar gedaan: buiten alle jongeren, binnen ikzelf met de zeventigplussers, die van hun dokter niet meer mogen roken.  Het Griekse middenstandsbrein is creatief.

Eerder op de dag was mijn vrouw erachter gekomen dat ze van haar sociale verzekeringsfonds 80 EURO per maand terug krijgt voor de kinderopvang.  Toen ze de regels nalas, bleek dat dit enkel geldt voor vrouwelijke verzekerden; met andere woorden, voor de opvang van de kinderen van mannelijke verzekerden is er geen terugbetaling.   Hierop aangesproken, antwoordde de (vrouwelijke) bediende, met een toon 'dat spreekt toch vanzelf, wat vraag jij nu', dat "als de vrouw niet werkt, er toch geen opvang nodig is" en op de vraag of dat dan wel nodig is als de vrouw werkt en de man niet, kwam het antwoord, nu met een gezicht dat erop wees dat ze begreep te maken te hebben met een lichtjes mentaal vertraagde persoon, "een man kan toch niet een hele dag voor kinderen zorgen?".  Nu is mijn vrouw gelukkig een vrouw, en stelde het probleem zich dus niet, maar ik zag wel opnieuw scherp in hoe anders de zaken hier soms zijn (zie ook hier een eerde blog 'Aangedampt Glas') en dat ik dat, hoewel die regeling overduidelijk onwettelijk moet zijn, maar best mijn mentale knop omdraai (zie de eerder blog 'De Knop van Hadise') en 'go with the flow'...



 

Love at first sight.

We gingen op bezoek bij vrienden, die twee jaar eerder België ruilden voor Sanur, Indonesië. Ze hadden ons al een grote dienst bewezen door als "mystery guests" een evaluatie te maken van "Mandala Desa". We brachten bij hen verslag uit van het mislukken van ons project.

Tijdens het gesprek suggereerde G. dat we eens moesten praten met een Belg die al jaren in Indonesië woont en een restaurant heeft in Ubud. Hij kende Bali erg goed en zou ons zeker raad geven. Ze had ook gehoord dat de man van plan was zijn huis, in de omgeving van Ubud te verkopen.

We reserveerden voor het diner de volgende avond. Tijdens het eten sprak ik de blanke tuan (= mijnheer) aan die in het restaurant rondliep als een kapitein op zijn schip en, waar nodig, instructies gaf aan het bedienend personeel. Ik stelde mezelf voor en vroeg hem een digestiefje met ons te drinken. R. is een heel extraverte en open persoon en we hadden een leuk gesprek. Het bleek te kloppen dat zijn huis te koop was en we maakten een afspraak om de volgende middag te gaan kijken.

Na de lunch bracht de man ons naar zijn huis in Peliatan, een paar minuten buiten het centrum van Ubud. Op het einde van de hoofdstraat draai je drie kwart mee met de rotonde en dan gaat het omhoog over een smal, geasfalteerd weggetje. Na het passeren van een tempel moet je stijl links omhoog, een verhard paadje op. Onze gastheer parkeerde zijn 4x4 vlak voor een poort in Balinese stijl. Het terrein is, naar Balinese gebruik, volledig ommuurd om de boze geesten buiten te houden.

We gingen de poort binnen en ik hoorde aan de reactie van mijn vrouw dat we niet verder hoefden te zoeken. Ze deed geen enkele moeite om haar enthousiasme te verbergen. Het uitzicht op de sawah (= het rijstveld) was fantastisch, de gebouwen smaakvol en de tuin mooi aangelegd. Het zwembad leek naadloos over te lopen in de rijstvelden. R. bleek links en rechts van het bebouwde perceel nog twee percelen in lease te hebben. We zagen in onze verbeelding al een huis voor onszelf staan op één van de aangrenzende stukken. Na een korte rondleiding en een frisse pint was de koop gesloten. We kochten het huis en een van de percelen ernaast. R. zou zelf opnieuw bouwen op zijn derde perceel. We kregen dus een Belgische buur aan de éne kant en een Balinese tempel als buur aan de andere kant.

Tijdens onze laatste week op Bali moesten we spijkers met koppen slaan: het hele zaakje juridisch correct structureren en een goede architect zoeken. 


 

De vraag achter de vraag

ImagesIk ben op zoek naar een verklaring voor een ingesteldheid die ik hier onder Oostenrijkse vrienden heb vastgesteld. Ik kan me voorstellen dat die benadering niet typisch Oostenrijks is, u helpt me wel bij de besluitvorming.

Veronderstel: u kookt spaghetti, u mag zelf kiezen welke saus, die is voor het verhaal irrelevant.
U staat aan het fornuis en mijmert in het kokend water, roert af en toe de slierten uit elkaar als plots uw partner binnenkomt. U zegt dat u even nog iets anders moet doen en vraagt of hij/zij op de spaghetti zou willen letten.
Komt de vraag: "hoe lang ligt de pasta er al in?"

Had u niet - net als ik - de vraag verwacht: "Binnen hoeveel minuten moet de pasta eruit? Of wanneer is de spaghetti klaar?"

Iemand die de eerste vraag stelt is toch verplicht nog snel een rekensommetje te maken?
Het tweede antwoord vereist alleen maar een blik op de klok, en het antwoord is al gekend?

Het voorbeeld is natuurlijk slechts een aanleiding, zo snel was u ook wel mee.
Ik geef er nog een:
De vrouw van de arts belt haar man en vraagt om hoe laat hij komt eten.
De arts antwoordt dat hij zijn laatste patiënt heeft om half zeven.
Echte communicatie kan men dit korte gesprek niet noemen.
Had de vrouw gevraagd wanneer hij zijn laatste patiënt heeft, had hij zeker geantwoord "waarom?"

Er zijn mensen die hun vragen zo formuleren, dat er duidelijk nog een vraag achter komt.

"Ben je thuis vanavond?"
Ik antwoord dan steevast met een andere vraag: "waarom?" Wat is de relevantie van mijn thuisblijven vanavond. Dat wil ik toch weten?
Het kan ook anders: "Mocht je thuis zijn vanavond dan zou ik met een vriendin iets gaan drinken."
Voilà, klaar en duidelijk, geen misverstand mogelijk.

"Was je al in de supermarkt?" Daar schuilt toch nog een andere vraag achter, of voelt u ze niet?
"Mocht je nog niet naar de supermarkt zijn geweest, kan je dan pampers meebrengen?" De vraag is niet of iemand al in de supermarkt was, maar pampers waren het onderwerp.

Waarom zijn sommige mensen - zoals in mijn spaghetti voorbeeld -  geïnteresseerd in de minuten die al voorbij zijn, en niet in de minuten die nog moeten komen?
Waarom veronderstelt de arts dat zijn vrouw zelf zal berekenen om hoe laat hij thuis zal zijn als zijn laatste patiënt om half zeven komt?

Ik heb een kleine test gedaan.
Ik heb diegenen die altijd met een vraag achter de vraag komen met gesloten ogen van 0 tot  60 seconden laten tellen.
Die personen die hun vragen zo formuleerden dat slechts één antwoord nodig was, zonder te moeten rekenen of nadenken, telden altijd te snel.
De anderen telden altijd ver voorbij zestig voor ze dachten dat ze klaar waren.

Ergens wordt tijd verloren en worden overbodige vragen gesteld.
Ik ben wel zeker dat u ondertussen al weet tot welke categorie u behoort.
U moet slechts met gesloten ogen 60 seconden proberen af te tellen.

Ik moet het absoluut volgende keer ook in Gent uittesten, of u in Athene, Denpassar, Oslo, Parijs,...

Roel Verschueren, Wenen 27 juli 2009


 

Een Plataan op een Plein (of Mag het Iets Meer Zijn?)

Ik vraag me wel eens af wat de tot Grootste Griek verkozen Alexander de Grote (zie ook hier een eerdere blog, 'Alexander Waer Bestu Bleven', in de reeks In Alle Lidstaten) ervan zou denken...  Alexander bleef niet graag thuis, hij wilde op pad, nieuwe dingen zien, nieuwe streken veroveren, nieuwe geuren opsnuiven, nieuwe smaken proeven.  Daadkracht, avontuur, onbevreesd en een blik op de toekomst.

De moderne Grieken zijn geen grote reizigers.  Ze blijven graag thuis, of toch alleszins in de buurt, ergens waar ze het kennen.  Reizen voor toerisme, voor het plezier van het reizen, het is geen deel van de Griekse cultuur.  Grieken reizen om te studeren aan Duitse en Engelse universiteiten, en soms ook om carriere te maken in het buitenland.  Ze hebben ook een grote traditie van emigratie, in de eerste helft van de twintigste eeuw als ontsnapping uit de verpauperde hongergebieden in Noord-Griekenland en de kleine dorre eilandjes, of uit Klein-Azie na de verdrijving door de Turken, toen vooral naar Australie en Amerika (een prachtig verhaal deels hierover is het fantastische boek 'Middlesex' van de Griek-Amerikaan Jeffrey Eugenides), of later nog, in de jaren '50 en '60, om in de Belgische en Duitse mijnen te komen werken of anderszins hun geluk te beproeven.

Als het Griekse vaderland dan toch al eens wordt verlaten, is het bijna altijd met een georganiseerde groepsreis.  Vrienden zijn op huwelijksreis naar het onherbergzame Italie geweest met een georganiseerde rondreis ... ; mijn schoonzus gaat deze zomer 6 dagen naar de gevaarlijke Benelux met een... georganiseerde rondreis.  De gedachte dat net in het voorbereiden, het onbekende, het zoeken, het onverwachte, de geneugtes van het reizen liggen, stuit enkel op volstrekt onbegrip.  Buitenlandse reizen worden bij voorkeur in de winter gemaakt (achteraf opscheppen over hoe koud het wel was), moeten kort zijn, volledig georganiseerd (transport, overnachtingen, eten, activiteiten), en natuurlijk met veel tijd om te shoppen.   Als je erop let, zal je zien dat de stewards aan de gates met bestemming Athene niet zenuwachtig worden als er enkele minuten voor boarding nog geen levende ziel is.  Zodra hij een eerste keer het vertrek aankondigt, kan je vanuit de verte een steeds aanzwellend gezoem horen, en even later wringt de massa zich door de gate, elke passagier met 2 kinderen in de ene hand, twee tassen handbagage in de andere hand, een geopende doos Godiva ergens daartussen en een wirwar van zakken en dozen daaromheen, met daarin cadeautjes voor zichzelf, de kinderen, de giagia, de papou, de neefjes en nichtjes, alle koumbarous, en de buren. 150 passagiers maal 7 zakken, dat zijn dus zo'n 1000 zakken die in de cabine ergens een plaats moeten vinden.  Bij Olympic Airways malen ze er niet om (vandaar ook mijn voorkeur voor OA), maar bij Brussels Airlines moet het boordpersoneel soms toch even gaan zitten...

Maar goed, avontuurlijke reizigers zijn de Grieken dus niet. Maar wat doen ze dan wel?  Dat is eenvoudig: Grieken gaan op vakantie naar Hun Dorp.  Van de 4-5 miljoen Atheners zijn er maar weinigen die zich Athener noemen, zelfs al zijn ze hier geboren en getogen.  Allemaal hebben ze 'Hun Dorp', en dat is dan het dorp of de stad waar hun ouders of grootouders vandaan komen, meestal ergens op een klein eiland, in Noord- of West-Griekenland, of in de Peloponnesos.   Vaak wacht hen daar dan een (met de rest van de familie gedeeld) huisje, een grootmoeder, de obligate ongetrouwde tante en een werkloze neef.  Verbazend vaak komen man en vrouw uit dezelfde streek, en liggen 'Hun Dorpen' dus dicht bij elkaar. Die dorpen zijn overigens lang niet altijd charmante postkaartdorpjes, meestal is het slechts een stoffige steenweg met wat huisjes en een kerk errond.  Voor de gelukkigen is er nog een plein met een oude plataan. Daar blijven de meesten dan twee of drie weken, elk jaar opnieuw, tot de familie uiteenvalt.  Geen Alexanders dus, maar altijd weer terug naar het nest, het verleden, een dorp dat enkel in de zomer bestaat.

Zelf ben ik inmiddels volledig geintegreerd met wat ik  beschrijf: een van de spijtige neveneffecten van in een ander land wonen, is dat je niet veel meer kan reizen: de vakanties gaan steeds naar dezelfde plek.  En waar ga ik volgende week dan naartoe: wel,  ... naar Mijn Dorp...  Het Dorp Leuven, bij het Hageland en tegen de taalgrens.  Wel pleinen, geen platanen.



 

Het verloren verlangen

Je kunt een bierland natuurlijk niet met een wijnland vergelijken, dat zou oneerlijk zijn. Maar toen ik de voorbije week met mijn gezinnetje vanuit Wenen naar Gent vloog, begon ik onbewust over de verschillen tussen beide steden na te denken. En dan laat ik het bijna één en een half miljoen inwoners grootste verschil nog buiten beschouwing.

Het was het begin van de Gentse Feesten. Een geboren en getogen Gentenaar die in Wenen woont wil daar af en toe wel een graantje van meepikken. Trots en fierheid mogen dan al mee migreren, af en toe bijtanken kan geen kwaad.

Een eerste opmerkelijk verschil tussen feestend Wenen en feestend Gent heeft alles met lozen te maken. Een fuifnummer dat zich respectievelijk zwaar in wijn dan wel bier smijt ontkomt er niet aan.

In Gent doen ze dat zo:

Images

In Wenen eerder zo:

IMG_0568

Een tweede groot verschil is dat je in Wenen tijdens dergelijke grote straatfeesten eigenlijk hetzelfde eet als altijd: schnitzel, honderd soorten braadworst en Frankfurter, goulash en aardappelen. Bij ons ontstaat tijdens de Feesten één grote wereldkeuken in de straten, waar we ons kunnen tegoed doen aan alles wat ons hartje begeert, ook al zijn de obligate mosselen en frietjes omnipresent. Mijn zoon van anderhalf heeft zelfs garnalenkroketjes gegeten. Vlaamser wordt hij nooit.

In Vlaanderen kennen we nog rondtrekkende kermissen. Wenen heeft er één, dan wel een enorm grote en het hele jaar door. Maar het verschil is dat je in het “Wurstelprater” 1 Euro betaalt voor 1 schot in het schietkraam. Daar leg je in Gent al snel meer dan één krijten pijpje voor om.

250px-Wiener_Riesenrad_DSC02378 Het ‘reuzenrad’ uit 1897 in het Prater heeft sinds lang aan prestige ingeboet. Er zijn tientallen grotere, mooiere en meer interessante in de wereld, maar bescheidenheid is een woord dat in het onbestaande Oostenrijkse woordenboek werd geschrapt.

Het grootste verschil vond ik (samen met mijn Weense gezellen) de vriendelijkheid. In Gent liepen de mensen gelukkig rond. Een grote potpourri van leeftijden, herkomst en taal. Je wordt er nog als gast onthaald en evenredig vriendelijk bediend. In Wenen lijken ze zich allemaal voort te slepen met een vage erfelijke belasting die hen ervan weerhoudt eens gewoon echt uit de bol te gaan. Er is een enorm verschil in levensvreugde. De spontane feestvierder is in Wenen eerder een “Kampftrinker”, iemand die eerst en vooral een voldoende promille in het bloed moet hebben vooraleer die zich vrijgeeft, even in zijn kaarten laat kijken, om dan terug dicht te klappen.

Toen we België verlieten zei mijn dochtertje dat ze het in Gent had leuk gevonden. Ze zou er kunnen wonen, zei ze. Dat doet mijn Vlaams vaderhart natuurlijk een slagje overslaan, maar dan een kleintje. Want zij denkt dat het in Gent altijd Gentse Feesten zijn. Dat er altijd zo veel plezier wordt gemaakt en de mensen altijd zo zonnig rondlopen, dat er doorlopend muziek wordt gespeeld en het kindercircus in het Baudelopark elke dag opnieuw wordt uitgevonden.

365 dagen kermis is geen kermis meer. Die kermis wordt ‘normaal’. En wat normaal is wordt vervelend, routine vermoordt plezier, dagelijkse toegankelijkheid doodt het verlangen dat tijdens het wachten ontstaat en het wachten ook draaglijk maakt.

IMG_0462

Mijn dochter verlangt vandaag al meer naar de volgende Gentse Feesten dan dat ze naar het Prater verlangt. Ik heb het haar allemaal kunnen uitleggen. Opvoeding kan mooi zijn. En... een kinderhand...

 

Roel Verschueren, Wenen 24 juli 2009

 

 

 


 

brandende barbecues

Het is vandaag, op één week na, exact vier jaar geleden dat 11 brandweerlieden stierven bij een bosbrand in de buurt van de stad Guadalajara. Deze week stierven 6 mensen, ditmaal in Catalonië. De brand van Guadalajara stuurde een schokgolf door het land, die zelfs de Junta de Andalucia bereikte (Spanje bestaat uit 18 communidades autonomas, waarvan Andalucia er één is; de "Andalusische regering" heet de Junta de Andalucia°). 

Bosbranden kennen een veelvoud van oorzaken. De recente brand in Catalonië zou het gevolg zijn van een blikseminslag in een boom, het vuur zou zijn blijven sluimeren en pas vier dagen later door de wind aangewakkerd zijn. Dikwijls is echter individuele of georganiseerde lichtzinnigheid de oorzaak. Een tweetal jaar geleden gingen een paar duizend hectaren in de Sierra Nevada in rook op nadat twee verloren gelopen toeristen er niets beter op hadden gevonden dan een vuurtje te maken om de aandacht te trekken, en de tragische brand van Guadalajara zelf was een gevolg van een niet onder controle te houden barbecue.

Spanjaarden zijn gek op barbecues: op het strand, in het park, onder een dennenboom. In mijn dorp heeft de gemeente een barbecueplaats ingericht (ze heeft dit bij andere overheden kunnen verkopen als de inrichting van een "kampeerterrein" -aanschurend bij één van de doelstellingen van de provincie Malaga om, naast de costa, ook  het turismo del interior te promoten- en heeft daar 8.000€ Europees geld voor gekregen; ik heb er in de zeven jaar dat het terrein bestaat nog niet één tent gezien): de barbecues zijn grote gemetste installaties, naast en onder kurkdroge pins parasols, aan de rand van een door de Junta beheerd Parque Natural. Eén vonk is genoeg om het hele park in de fik te stekenHet heeft geduurd tot de tragedie van Guadalajara, vooraleer de gemeente, onder druk van de Junta, het barbecuen in de zomermaanden verbood. Veel helpt het niet: gisteravond rond half elf, het was nog steeds meer dan 30°, zien we een paar honderd meter verder de ontegensprekelijke gloed van een stevig barbecue-vuur, en, gedragen door de wind, de klanken van Radio Olé.

De huidige reeks bosbranden waren voorspeld. Het is al wekenlang zeer warm, en alle heuvels zijn bruingeel dor met enkel olijfbomen als groene vlekken. Het voorjaar was echter nat en het is blijven regenen tot ver na de winteropruimingswerken in de sierras. De Junta heeft de jongste drie jaar opmerkelijke menselijke, technische en financiële middelen ingezet om branden (trachten) te voorkomen. Achter ons hier in het Parque Natural zijn verschillende ploegen dagenlang bezig geweest met het opruimen van de begroeiing en alleen al in de provincie Malaga zijn 1300km cortafuegos (brandgangen) getrokken. Wie zich het Andalousische reliëf wat voor ogen houdt, kan de inspanning appreciëren. 

De grote regenval van de voorbije winter en begin van de lente, heeft er echter voor gezorgd dat gras en struikgewas onder en tussen de bomen is kunnen groeien: dat is nu kurkdroog stro en perfect aanmaakhout. Wellicht nog meer dan andere zomers is het met een klein hart wachten op de eerste regen (nog een zes-, zevental weken?) en hopen dat één of andere kluns niet te ver gaat in de uitvoering van zijn onweerstaanbare drang naar gebraden vlees.



 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog