Vakantie-impressie: Zuid-Kreta (2)

Onze route langs Zuid-Kreta bracht ons tot aan de golf van Messara, via de archeologische sites Gortys en Festos. Beide plaatsen zijn verplichte kost: Gortys was een Minoïsche stad tussen 1600 en 1100 voor Christus en was de hoofdstad van Kreta onder de Romeinse overheersing. Karakteristiek voor de site, zijn de Griekse wetten die in een muur van het parlement van de stad zijn gebeiteld. Niet zomaar van links naar rechts, zoals we gewend zijn in het Grieks, maar in een soort van "ploeg-schrift": de eerste regel lees je van links naar rechts, en de tweede regel volgt van rechts naar links en zo voort.
Festos is het grootste Minoïsche paleis, na Knossos. Hier heeft geen archeoloog zijn persoonlijke interpretatie gegeven, maar wordt alles min of meer gepresenteerd zoals het is gevonden.
Verder voorbij deze sites liggen de populaire bestemmingen Matala en Agia Galini. We lasten een pauze in bij Agia Galini, een plaatsje dat blijkbaar heel populair is bij landgenoten, want ik hoorde er erg veel Vlaams.
Agiagalini We vonden een kamer in het symathieke hotelletje Minos, waar het ons bijzonder goed beviel (het zicht over de golf van Messara was erg mooi), zodat we besloten om er 3 dagen te blijven. Agia Galini is erg klein, en vooral erg toeristisch. We zagen het meer als een uitvalsbasis, want hoewel het strand en de zee er aanlokkelijk uitzagen, zijn er toch prettiger plaatsen om te zwemmen. Verder zijn de plaatselijke taverna's niet om over naar huis te schrijven.


 

Vakantie-impressie: Zuid-Kreta (1)

Nog even zwemmen bij volle maan bij Vai (inclusief de eclips) en het was tijd om te vertrekken uit Oost-Kreta. We waren namelijk flink onder de indruk van het westen van Kreta gekomen 2 jaar geleden (u vist de relevante posts er hier wel uit), en we wilden nog graag daar een paar dagen doorbrengen in de gekende plaatsjes. Maar de afstand van oost naar west overbruggen in 1 dag is echt wel de veel: het is toch wel een goeie 400 km en die gaan niet meteen over een rechte autosnelweg. Dus besloten we om via het zuiden van Kreta naar het westen te trekken. Het zuiden is toeristisch minder uitgebuit en zo kregen we de kans om deze omgeving ook eens te bekijken, zij het slechts cursorisch. De route ging via Sitia naar Ierapetra en zo verder naar de golf van Messara.
Ierapetra is de meest zuidelijke stad van Europa en ligt in een andere klimaatszone en dat zullen we geweten hebben! Toen we er langs kwamen, was het er ondraaglijk heet. We waren niet zo dol op de stad, ze bood een beetje een afgeleefde indruk (en dat terwijl Sitia echt leek opgebloeid). En blijkbaar weet de plaatselijke bevolking dat ook, want nog voor je echt in de stad komt, staan er overal grote borden met aankondigingen: TICKETS TO CHRISSI ISLAND.


 

TreeBies: Belgen in het Braziliaanse Bahia

Als expat heb je altijd wel belangstelling voor landgenoten die dezelfde keuze maakten, al was het maar uit nieuwsgierigheid. Ik was al eens eerder in Salvador waar ik Jo Craenen en vrouwtje Toos Smet ontmoette, twee Vlamingen die een leuke B&B uitbaten in het kleine plaatsje Poças. Niet zo ver daar vandaan ligt het dorpje Subaúma. Ook daar zijn enkele Vlamingen actief, meer bepaald bij het TreeBies project, tegelijkertijd een Charme Hotel en een "Condomínio de Férias". Hen ben ik deze week gaan bezoeken.


 

Misdaad tegen de natuur in Oost-Kreta

Ik heb u in een vorige post al gemeld dat Oost-Kreta bijzonder droog en woest gebied is. Ten oosten van Sitia is weinig groen te vinden, behalve op het palmenstrand van Vai en in de buurt van bronnetjes in de heuvels. Verder groeit er enkel laag struikgewas. Dergelijke omgeving kan ja dan ook bezwaarlijk ideaal noemen om een golfterrein aan te leggen. En nochtans, daar bestaan plannen voor. De Griekse overheid wil een nieuw soort toeristen aantrekken om naar Griekenland te komen. De rugzaktoerist is niet langer gewenst, men wil de toerist met de dikke portemonnee die luxe zoekt. Verder wil Griekenland ook de congresgangers aantrekken. Die moet worden verwend op cruiseschepen, in spa's en in zijn vrije tijd moet die natuurlijk ook een beetje golf gaan spelen. Kreta heeft al 1 golfterrein: in Chersonissos.
De Minoan Group wil niet minder dan 3 golfterreinen aanleggen op Cavo Sidero, een gebied van 26 km2 tussen het Toplou klooster en Vai (Ik heb het er eerder al eens over gehad). De plannen zijn er en zullen door het ministerie van Openbare Werken en Milieu wellicht snel worden goedgekeurd, ondanks het feit dat het gebied onder het Natura 2000 netwerk van de Europese Unie valt.


 

Vakantie-impressies: Oost-Kreta (3)

Valt er nog wat meer te vertellen over Oost-Kreta? Zeker wel, maar gedurende de week dat wij er waren, bleven de activiteiten beperkt tot wat ik in de vorige 2 posts heb geschreven. Hoewel de streek rond Sitia niet erg toeristisch is (wat voor velen net een speciale aantrekkingskracht heeft), wordt er wel aan agrotoerisme gedaan. De zoon van de eigenaar van het hotelletje waar we verbleven (Itanos) stippelt dergelijke wandelingen uit en begeleidt zelfs mensen buiten het hoogseizoen. Hij sprak ons van Minoïsche heiligdommen en graven die nog maar recent zijn ontdekt door herders, over een waterval van 15 meter in het dorpje Hamezi (halverweg tussen het mooie kustplaatsje Mochlos en Sitia) en nog heel wat meer. Het lijkt me bijzonder de moeite om met Jorgos op stap te gaan, maar het zal voor een andere keer zijn.


 

Vakantie-impressies: Oost-Kreta (2)

Xerokambos_2 Gisteren vermeldde ik 2 belangrijke bezienswaardigheden in Oost-Kreta: het palmstrand van Vai en het Minoïsche paleis van Kato Zakros. Wie in Sitia verblijft, kan daar natuurlijk ook aan het strand gaan zitten. Maar veruit het mooiste hoekje van Oost-Kreta, is het strand van Xerokambos (zie foto). 10 jaar geleden geraakte je er enkel via een verharde weg; nu ligt er asfalt. Nochtans blijken weinig mensen de weg te vinden naar Xerokambos (vanuit Zakros staat nogal onopzichtig een verkeersbord). Wij waren er op het drukste moment van het jaar (15 augustus) en er was echt weinig volk. Xeromkambos is nog grotendeels ongeschonden, en je kunt er kamers huren. We zagen er de ijsvogeltjes (halkyoniden) voorbij vliegen en af en toe naar een visje duiken. Een locale herder knoopte een gesprek met ons aan in het warme ondiepe water. Hij was 79 jaar oud en komt er elke dag zwemmen, ook in de winter. Hij was gestopt met roken, maar raki drinken deed ie nog wel. Ik zou me heel gelukkig prijzen als ik in dezelfde gezondheid zal verkeren op die leeftijd! Xerokambos is eigenlijk een verzameling van kleine strandjes. Sommige zijn zandstrandjes, en er is zelfs een "kleistrand" waar de locale bevolking vaak een modderbad komt nemen om de huid te verzorgen. Men noemt het daar "argilos", naar de Griekse naam voor pottenbakkersklei.


 

Vakantie-impressies: Oost-Kreta (1)

Het was ongeveer 10 jaar geleden dat ik de uiterste oostkant van Kreta nog een keer had bezocht. Dat zou dan ook de voornaamste bestemming van onze vakantie dit jaar worden. Het oosten van Kreta (en dan bedoel ik zelfs oostelijker dan Aghios Nikolaos) is erg droog en heeft weinig begroeiing, behalve laag struikgewas en verschillende kruiden (thijm, oregano, enz.).
Sitia werd onze uitvalsbasis. Ik herinnerde me Sitia als een rustig, bijna slaperig stadje met ongeveer 20.000 inwoners in een winderig baaitje. Het waait er nog steeds lekker hard, maar de stad is opgesmukt, en is gevuld met grote plasma schermen (tot in onze hotelkamer toe) en real estate kantoren. Blijkbaar is de oostkant van Kreta zeer gegeerd bij buitenlanders, want die kopen daar en masse oude huisjes in afgelegen dorpjes op. Er is zowaar een nachtleven (met een populair "rakadiko") en de accommodatie is ook flink verbeterd.
De stad is gegroeid en telt ondertussen 40.000 zielen en die groei is ten koste gegaan van de traditie. Vroeger herinnerde ik me nog de "Giorti tis Soultaninas" (het feest van de sultanina-druif), maar dat behoort ondertussen tot het verleden, evenals de wijngaarden aan de rand van de stad.


 

Methyltrienolone

Ziezo, we zijn terug van Kreta, het megalonissos of Grote Eiland, zoals de Grieken het plegen te noemen. Voor ik mijn ervaringen met u deel, wilde ik nog even stilstaan bij de Olympische Spelen. Of liever, bij de dopingperikelen van de Grieken. Zoals Jacques Rogge het al aangaf: Griekenland behaalde de gouden medaille der dopingzondaars. In totaal zijn de afgelopen maanden zeker 15 athleten betrapt of het gebruik van verboden middelen: 11 gewichtheffers, 3 sprinters en 1 zwemmer. Het bijzondere is dat de meesten op gebruik van hetzelfde middel zijn betrapt: methyltrienolone. Dat wijst op een systematisch dopinggebruik, wellicht via dezelfde kanalen. De Griekse sportwereld is (al dan niet gespeeld) geschokt. Een parlementaire onderzoekscommissie die in 2004 werd opgericht (naar aanleiding van de affaire Kenteris-Thanou) heeft al aangeduid dat Griekenland wordt beschouwd als een draaischijf in de handel voor illegale middelen. Reeds in 2005 luidde het verdict dat doping een publiek geheim is. Trainers geven het bewust aan hun athleten en het argument dat de federaties van niks weten, is op zijn minst een beetje duf te noemen. Verder wordt aangegeven dat athleten worden bekeken als medaillemachines die geld opbrengen via subsidies en sponsors. Het gebruik van doping wordt aangewakkerd door het feit dat de athleten de lippen op elkaar houden. Vele van de athleten zijn overigens erg jonge mensen uit arme families, laag opgeleid, meestal van families van inwijkelingen (judoka Elias Eliades is bvb. afkomstig uit Georgië en spreek nauwelijks Grieks, Pyrrhos Dimas is een Albanees die men voor het gemak noord-epiroot noemt, en ga zo maar door).
De voorzitter van de Nationale Drugsbestrijdingsorganisatie heeft al aangegeven dat Griekenland erg veel verboden middelen uitvoert, en dat een laboratorium in Korinthe tot 1,4 miljoen dozen anabole steroïden per jaar produceert. Een paar maanden na deze uitlatingen heeft man ontslag genomen omdat hij met de dood werd bedreigd.
Dergelijke voorvallen zorgen er wel voor dat de herinnering aan de geslaagde Olympische Spelen van Athene een bittere nasmaak krijgt.


 

Afscheid

Na drie jaar werken en wonen in Tanzania ben ik definitief teruggekeerd naar België. Ik ben toe aan een nieuwe professionele uitdaging en ben momenteel intensief aan het solliciteren naar een job in de journalistiek.

Het afscheid van Tanzania was uiteindelijk makkelijker dan verwacht. De laatste weken merkte ik dat ik intoleranter werd tegenover de uitwassen van de Tanzaniaanse maatschappij. Corrupte politiemannen, hooghartige hotelmanagers, lompe obers, ik had er nog maar weinig begrip voor. Was mijn houding van de laatste dagen een psychologisch mechanisme om het toekomstige gemis te compenseren en de aanpassing in België te vergemakkelijken?

Terug in België voel ik me bij momenten verloren. Alles is vertrouwd, alles lijkt net als vroeger en toch heb ik soms de indruk dat ik de voeling met de zeden en gewoonten der Belgen ben verleerd. Maar alles is relatief, want op de keper beschouwd ervaar ik een slechts fractie van hoe ik me drie jaar geleden, nieuw in een vreemd land, voelde. En het is dit gevoel van vervreemding dat een buitenlander die voor het eerst ons land aandoet, moet voelen.

Maar over het algemeen ervaar ik mijn terugkeer als een gelukkig weerzien met mijn wortels, in de eerste plaats familie en vrienden. Daarnaast wil ik me tegoed doen aan de zee van culturele activiteiten die België rijk is, na een structurele ontbering in de afgelopen Afrikaanse jaren. En vol overgave laaf ik me aan de weelde van de westerse maatschappij: het snelle internet, de gladde wegen, de efficiëntie en vooral het overweldigende aanbod aan overheerlijk eten. Ik heb me de afgelopen dagen al te vaak verwonderd over de uitpuilende rekken in de supermarkten, de keuze aan kant-en-klaar producten, nieuwe producten en nieuwe verpakkingsuitvoeringen.

Dit is mijn laatste bericht op deze weblog. Veel verhalen zijn ongeschreven gebleven: over het meisje dat haar diploma middelbaar onderwijs kocht, zodat ze politievrouw kon worden; over de pesterijtjes van Tanzaniaanse bureacraten ten opzichte van bedrijven; over een Belgisch onderzoeksproject dat ratten inzet om tuberculose op te sporen. Maar de verhalen die wel zijn gepubliceerd vormen een bundeltje herinneringen aan mijn leven in Tanzania, een ervaring die me heeft gevormd en mijn visies voorgoed heeft veranderd. Een ervaring ook die ik voor geen geld zou hebben willen  missen.

Het is een afscheid van de Tanzania weblog, maar wie weet begint het binnen enkele jaren opnieuw te kriebelen en zoek ik weer verre oorden op. En nu even elders kan dan vanzelfsprekend niet ontbreken. 


 

Blazen op zee

De "Lei Seca" (die twee maanden geleden werd ingevoerd en een nul tolerantie oplegt betreffende drinken & rijden) zorgde ervoor dat het aantal dodelijke ongevallen in Brazilië daalde met 13,6% tegenover vorig jaar. De boetes voor dronken bestuurders liepen op tot een totaal van 1.839. In dezelfde periode van vorig jaar werden slechts 1.030 bestuurders beboet voor het rijden onder invloed. Sinds 20 juni registreerde de politie 1.091 doden op de Braziliaanse wegen. In 2007 (zelfde periode) waren er dat 1.250. De daling betekent ook een minder uitgave voor het land van R$ 48,4 miljoen, geld dat nu kan gebruikt worden voor slachtofferhulp en dekking van de opgelopen schade aan voertuigen, private of publieke eigendommen, aldus de Polícia Rodoviária Federal.

Alcoholcontrole op zee

Als het aan de Braziliaanse marine ligt zullen in de nabije toekomst ook alcoholcontroles uitgevoerd worden op zee, dit vanaf de zomer (in december). De kustwacht mikt op de bestuurders van motorboten, jachten, zeilers en zelfs jet ski's. Hiervoor moeten de normen en bevoegdheden van de kustwacht aangepast worden. Er kwam al tegenwind van zeilers die vinden dat er andere regels voor hen moeten gelden; zij vinden dat een zeiler in ieder geval nuchter en oplettend moet zijn, zoniet zou het wel eens kunnen dat hij niet terugkeert.

Alternatieve verkeersstraffen

De Braziliaanse kamer keurde deze week ook een project goed om de "Código Brasileiro de Trânsito" te wijzigen. Het is de bedoeling om veroordeelde bestuurders van voertuigen alternatieve straffen op te leggen in een omgeving die gerelateerd is aan verkeersongevallen. Volgens het voorstel zullen de straffen uitgevoerd worden in de weekends bij eenheden van het brandweerkorps en andere instanties (zoals klinieken en hospitalen) die de eerste hulp verlenen bij ongevallen. Het objectief bestaat erin om de veroorzakers van ongevallen te confronteren met de gevolgen. Het project gaat nu naar de senaat voor verdere analyse. Het is de Brazilianen blijkbaar menens met de verstrenging van de verkeersregels.


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog