el sur

Niet alleen Noord-Europa, ook een groot deel van Spanje ploegt zich door sneeuw en ijs. Andalucia ontsnapt aan de (vries)kou, en zelfs de Sierra Nevada kan zichzelf voorlopig niet echt nevada noemen. Het is in Lagabella wel beginnen regenen -eindelijk- en dat laat steller dezes toe om -ook eindelijk- weer te berichten over dit deel van de wereld, dat zich de twee voorbije weken wentelde in conflicten met zijn zuiderse buren.

Het eerste is in wezen niet meer dan een faits-divers in het immer terugkerende haantjesgedrag van twee Europese staten: een boot van de Spaanse Guardia Civil die, naar eigen zeggen drugsmokkelaars achtervolgde, voer de territoriale wateren van Gibraltar in, werd door de Gibraltarese kustwacht onderschept en de Guardias mochten een aantal uur de binnenkant van de instellingen van hun collega's van dichterbij bewonderen. Een rimpel op de eeuwige zee, maar helaas zijn dergelijke incidenten steevast aanleiding tot een opstoot van nationalisme en gekwetste trots. Onlangs nog had ik een gemoedelijk gesprek met een -geëduceerd- persoon, waarbij -uiteraard- onder meer de economische en politieke problemen van dit land aan bod kwamen: het eindigde, als toppunt van alle kommer en kwel en  als ultieme verzuchting en ergernis, met een zeer gemeend "...y un Gibraltar libre!"  De "kwestie" Gibraltar sluimert, maar leeft. In de nasleep van de overdracht van Hong Kong aan China (1997), hoopte Spanje op een gelijkaardige oplossing van het "probleem". Gibraltar is sinds 1713 Engels en er is eigenlijk geen enkele Spaanse politicus die, ondanks al de opstoten van nationalisme, -verdragrechterlijk- dit Engelse bezit betwist. Wel had men in de jaren negentig gehoopt op een soort van co-bestuur maar dat is op niets uitgelopen. Puur verdragrechterlijk (we hebben het hier zelfs niet over Engels prestige of militaire argumenten) is het grote struikelblok dat Gibraltar niet eenzijdig onafhankelijk kan verklaard worden -om dan verder binnen de EU als een soort mini Luxemburg te functioneren-: Spanje heeft bij een eventuele souvereiniteitsafstand een eerste keus-recht en zou dat in voorkomend geval ook uitoefenen. Het probleem is dat de Gibraltarezen zich al in verschillende referenda met meerderheden die we enkel uit de voormalige volksrepublieken en arbeidersparadijzen kennen, tegen opname in Spanje hebben uitgesproken. Puur technische verwezenlijkingen van goed nabuurschap (zoals de voorbije week, de ook toeristisch interessante, reintroductie  - na 40 jaar !- van een ferry-service tussen Algeciras -Spanje- en Gibraltar) zullen dus ook de komende decennia nog regelmatig overschaduwd worden door politiek geïnspireerde, wederzijdse, nijdige pesterijen.

Van een gans andere orde en veel diepgaander was de diplomatieke aanvaring met Marokko. De aanleiding was de Marokkaanse weigering om een Saharawi-activiste weer tot het land toe te laten en haar daaropvolgende hongerstaking in de luchthaven van Tenerife waar ze gestrand was. (Het treurige verhaal van de Spaanse Westelijke Sahara is een Spaanse variante op het algemene Europees-Afrikaanse dekolonistatie-fiasco dat op hetzelfde moment -1975- onder meer de burgeroorlogen van Angola en Mozambique zou veroorzaken. Dit stukje is niet het middel om één en ander trachten te duiden: www.westelijkesahara.be kan dienen als inleiding).

De verhoudingen met Marokko zijn zeer gevoelig niet alleen op het niveau van staat tot staat (ik geef maar wat raakpunten: de Spaanse "enclaves" Ceuta en Melilla en de paar Spaanse rotsen in de Zee van Alboran vlak voor de Marokkaanse kust, mensentrafiek, drugstrafiek, terrorisme -de daders van de aanslagen op de Madrileense treinen waren van Marokkaanse origine-), maar zijn ook bijna tastbaar in de dagelijkse Andalousische praktijk. Al eerder verwees ik naar de geringe aandrang tot maurofilie bij de gemiddelde Andalou. Een nieuw akkoord met de EU dat Marokko zal toestaan beduidende hoeveelheden tomaten en andere groenten op de Europese markt te brengen zal daar niet veel aan verhelpen. Grote delen van -vooral- de provincie Almeria leven van de serre-groententeelt en dit akkoord wordt voorgesteld als de doodsteek voor de sector: naast de ineenstorting van la construccion zou het de volledige teloorgang van alle economische activiteit veroorzaken. Bij het begin van de volgende oogst mag u zich dus verwachten aan een nieuwe setting voor het leeghalen van trucks en weggooien van tonnen groenten: niet meer aan de Frans/Spaanse grens, zoals de voorbije jaren regelmatig gebeurde, maar ergens bij de invoerplaats van de Marokkaanse producten. Wat de entrepreneurs er niet bij zeggen is dat ze al een tiental jaar zelf in Marokko groenten- en fruit(aardbeien)plantages opstarten omdat de loonkost in Spanje ondanks alle zwarte (in alle mogelijke betekenissen van het woord) tewerkstelling, te hoog zou liggen.

Op de olijf(olie)markt is de Noord-Afrikaanse concurrentie voorlopig minder van tel. De olijvenoogst is een tweetal weken geleden op gang gekomen: het eindresultaat ervan (de oogst loopt tot ongeveer eind januari) wordt geschat op een miljoen ton olie, waarvan ongeveer de helft uit de provincie Jaen komt. (De oogst van eetolijven is al achter de rug: de opbrengst wordt geschat op een kleine 400.000 ton). Tachtig procent van de Spaanse niet gebottelde olijfolie wordt uitgevoerd naar Italië. Wordt ze daar gebotteld?  Vraagteken: wie heeft daar binnen de EU zicht op ? Misschien de nieuwe commisaris van handel, maar als het zo is, heeft "de beste olijfolie ter wereld" er al heel wat kilometers opzitten. Ons zal het niet echt raken: de beste olijfolie ter wereld komt uit Mondron, hier een twintigtal kilometer vandaan. Maar blijf niet waar u bent: ergens begin mei zal oogst 2010 al uitverkocht zijn.

Un saludo cordial.


 

Na ta Poume; (Mogen we ze Zingen?)

Ik had gisteren een collega uit San-Fransisco aan de telefoon: "Hey, jij kan volgende week nog wel werken zeker, want in Griekenland is Kerstmis toch pas later?".  Ik hield me wel in om een ironische opmerking te maken; Amerikanen houden er niet zo van, en bovendien lopen ze nu ook weer niet zo dik, de Amerikanen die weten dat de Grieken orthodox zijn, en dus 'een beetje anders'.  Het was ook bijna juist: Pasen valt meestal wel op een andere dag dan het katholieke Pasen.  Maar Kerstdag is dus wel dezelfde, ook hier op 25 december.

Kerstmis is zeker niet het belangrijkste religieuze feest voor de orthodoxen, zoals dat, geloof ik, wel het geval is voor de katholieken.  De Grieken lijken mij hier logischer, voor een keer: geboren worden we allemaal, maar verrijzen, ho maar, dat is toch wel iets speciaals.

De Grieken hebben een vreemdsoortige haat-liefde verhouding met Amerika, misschien is dat wel voer voor een afzonderlijke blog.  In elk geval doet de periode voor Kerstmis mij hier vaak erg Amerikaans aan, of althans wat ik mij daarbij voorstel: een lange aanloop, vanaf eind november, met werkelijk overdreven veel lichtjes, in alle kleuren (blauw?), wiebelend en flikkerend op de meest onmogelijke plaatsen, bomen, bloemen, planten, terrassen; intens 'versierde' woonkamers, kerstmannen op ladders, daken, schoorstenen;  en natuurlijk: shop, shop, shop, shop 'till you drop.  In december krijgen de werknemers een dubbel loon, en wat kan je daar nu mee aanvangen?  De Europese Commissie moet maar even wachten.

Maar Kerstmis klinkt wel anders in Griekenland.  Natuurlijk hoor je ook hier "I'll be home for Christmas" of "All I want for Christmas is you", zo stroperig als de melomakarona, de typische mierzoete kerstkoekjes; en ook de eerder noordse "Oh Denneboom" of "Stille Nacht" klinken wel eens door een paardjescarrousel,  maar het zijn toch vooral de 'kalanta' die de lucht vullen.

Kalanta zijn liedjes, spreekkoren bijna, gezongen van deur tot deur of door de straten, door kinderen of volwassenen, verkleed of niet verkleed.  Een beetje zoals Driekoningen in Vlaanderen dus.  Maar waar de driekoningenliederen toch eerder de sfeer van een braderie of vlaamse kermis oproepen ("... mijnen ouwe is ver-sleeee-ten, mijn moeder mag-et nie weeeee-ten..."), toveren de Griekse kalanta soms een beetje magie tevoorschijn; eindeloos lang, eerder monotoon naar westerse smaak, begeleid door snel triangelgetik, gesproken of gezongen door enkelen of tientallen tegelijk, meestal net niet synchroon, zijn ze vaak meeslepend, bedwelmend op hun best, prachtig, zoals hier (eerst Roemeens, daarna Grieks).

De zon mag dan wel schijnen, de kerstman te rood zijn, de lichtjes te nerveus, de schatkist leeg, als de kalanta weerklinken, dan is het Kerstmis.  Ook in Griekenland dus, al zoeken wij zelf wel voor twee weken de  Belgische  koude op, de kalanta moeten dan maar op de iPod.  Tot volgend jaar...

(Al is er natuurlijk ook dit...)


 

KAPITEIN ZEPPOS IN AMSTERDAM

Kapitein Zeppos mag dan wel borg staan voor Vlaams jeugdsentiment op de televisie, niemand zal de naam willen verbinden met culinaire hoogstandjes. In Amsterdam is dat echter anders. Daar staat restaurant Kapitein Zeppos garant voor “kwaliteit” en zelfs “gezelligheid”. Want je kunt er een hele avond tafelen. Het tempo waarmee de happen op tafel verschijnen is daar op berekend. De wijnkaart nodigt soms uit tot een tweede fles of een of twee Bénédictines. Zelfs aan de eetcultuurbedervende vegetariër is bij Kapitein Zeppos tactisch gedacht. Ideaal dus voor de fameuze “bedrijfsetentjes” met het voltallige personeel aan één lange tafel. Ze mogen er dan veel te luid praten en gieren van het lachen om elkanders grappen en grollen. Het mag allemaal. Er zitten natuurlijk ook zakenlieden die er na een gelukkige financiële deal alvast een deel van de winst vrolijk komen opsouperen. Voor één keer is nu eens niet echt Hollands. En er zijn de al of niet toevallige toeristen, veelal uit het Verenigd Koninkrijk, die er vooral snel eten en daarna wezenloos voor zich uit willen zitten staren.

 

Al pakt Kapitein Zeppos in de reclame uit met een “Belgische tafel”- men zal wel de keuken bedoelen -, toch hoeft men hier niet naar typisch Vlaamse of Waalse kost te zoeken. Of het zou de pan mosselen moeten zijn die er al jaren op de kaart prijkt. Dat komt doordat de exploitanten op twee gedachten hinken. Enerzijds herinnert Zeppos wel aan een Vlaamse televisieserie uit de jaren 1960, maar anderzijds kan men Zeppos ook gemakkelijk verwarren met een of andere dansende Griek. Dat komt goed uit. Het bedienende personeel doet mediterraans aan en praat er naar. En de wijnkaart bevestigt dat. Ik heb er pas nog een “biologische” rode wijn uit Sicilië mogen proeven. Echte bocht was het niet, maar lyrisch ben ik er niet van geworden. Van een overdadige hap, zoals sommigen op een restaurantwebsite beweren, is dan ook weer geen sprake. Tenzij men natuurlijk last van anorexia heeft. En voor het brood met “kruidenboter” moet men tegenwoordig zelfs extra betalen. Reken uit je calorieën.

Kapitein Zeppos heb ik in de voorbije jaren zien evolueren van een jazzcafé met podium tot restaurant. Aanvankelijk was het er vooral bier hijsen, met de befaamde Nederlandse “bitterballen” en “kaasblokjes” met mosterd toe. Later verscheen een warme of koude schotel op het toneel. Om de klanten meer plaats te gunnen werd de binnenplaats, waar het in de zomer koel toeven was, van een glazen overkapping voorzien. Bij regenweer roffelt dat lekker weg. De exploitant van Kapitein Zeppos zocht het daarna niet meer in de drankomzet, maar steeds meer in de warme hap. Vooral toen de vaste gasten uit de financiële wereld en de krantenuitgeverijen wegvielen nadat deze bedrijven zich aan de rand van de stad hadden gevestigd. Amsterdam had er immers een World Trade Center bij gekregen. Het sublieme Café Frascati even verderop legde daarna zelfs snel het loodje toen vooral het overgebleven journaille en de literatoren het er na een rampzalige facelift massaal lieten afweten.

De kroegtijgers waren inmiddels bij Kapitein Zeppos na zes uur ’s avonds niet meer welkom. Dan ging de keuken op volle toeren draaien. Zes uur is voor de meeste Nederlanders immers heilige bunkertijd. Met het excuus dat ze dan nog de hele avond voor zich hebben.

 

Kapitein Zeppos: Belderbos.

Ik ben toen maar verhuisd naar Café de Doelen, ook wel bekend als het Oorlam, waar de trappist uit Westmalle veelal te koud staat, maar - behalve een enkele keer in vele jaren - altijd wel voorradig is. Gelukkig heeft het Oorlam nog niet voor de brasserie gekozen. De zaak floreert er zonder toe te moeten geven aan de een of andere gril. Het onverwarmde terras op de stoep is zakelijk gezien een gouden greep gebleken. Want sinds de grote hedonistische revolutie zit de Nederlandse medemens graag wat schots en scheef op een terrasje te “genieten”. Zonder zich daarvoor nog calvinistisch te willen schamen

De transformatie van Kapitein Zeppos van café tot restaurant heb ik altijd met gemengde gevoelens bekeken. De locatie biedt namelijk het grote voordeel van de anonimiteit van de steeg die er het Gebed Zonder End heet. Hier was ooit een nonnenklooster gevestigd. Van binnengapers heeft men er door de beslotenheid van het gebouw allerminst last. Vandaar dat het etablissement steeds aan vreemdgangers en samenzweerders intimiteit kan garanderen. Nu Kapitein Zeppos een restaurant is geworden, is van een spontane aanloop geen sprake meer. Voor een tafel kun je best vooraf in alle vroegte reserveren. En kom dan vooral op tijd! Zoals ik onlangs nog mocht ervaren toen ik samen met een vriendin tien minuten te vroeg op de afspraak was verschenen. Dat gaf meteen enige discussie met de opperober. We werden niet voor straf ergens aan een tafel op de tocht gezet, maar dat had toen niet veel gescheeld. Gelukkig maar. Want de kleine lamskoteletjes smaakten daarna des te beter. Nee, voor het vreten van kilo’s spareribs in ketjab moet je niet bij Kapitein Zeppos zijn. Daarvoor kun je beter ergens in Amsterdam Oud-Zuid stranden. Maar de naam en het adres van die infame zaak verklap ik lekker niet, zeker nu te veel verkeerde vetzuren ons gezonde bestaan toch al bedreigen. En dat geldt uiteraard ook voor de zelfverklaarde pseudo-vegetariërs die zo graag met een overheerlijke spekbokking of een gerookte makreel uitpakken. Ook voor deze vette gasten is bij Kapitein Zeppos geen tafel beschikbaar.

http://www.iens.nl/restaurant/1210/amsterdam-kapitein-zeppos


 

Een blad in de rivier

Een boogscheut van ons verwijderd ligt Maya Ubud Resort & Spa. Ik stuurde een mailtje naar de manager met de vraag om een kennismakingsmeeting. We zijn tenslotte bijna buren.
Er volgde prompt een lunchinvitatie.
Het resort heeft 106 kamers, drie restaurants en het domein is 10 hectare groot. Een tikkeltje intimiderend was het wel toen we de oprijlaan opreden. Ons 'intimate boutique hotel' zoals we het dan noemen, verhoudt zich tot Maya Ubud zoals de portierswoning tot het kasteel van de baron in vroegere tijden.
De general manager stelde voor te lunchen in het restaurant van de Spa. Na een gezonde wandeling kwamen we bij een lift die ons 30 meter lager voerde , door de rotsen heen, tot vlakbij de Petanu rivier. In de Spa werken 23 vrouwen en er worden tot 50 behandelingen per dag gegeven.
Het totale personeelsbestand: 297 medewerkers.
De overigens uiterst beminnelijke manager, heeft 36 jaar Indonesië ervaring, waarvan een groot gedeelte op Bali. Hij schetste een weinig hoopgevend beeld van de problemen waarmee hij sinds de start van het hotel, 11 jaar geleden werd geconfronteerd.
Het hotel wordt omringd door een aantal dorpsgemeenschappen, banjars. Die stelden allemaal, van tijdens de constructiefase van het hotel, onmogelijke eisen.
Twee chefs van omliggende banjars presteerden het 2000 sollicitatiebrieven te laten afgeven, met de vermelding dat al deze mensen in dienst moesten worden genomen. De vorige eigenaars van de percelen waarop het hotel werd gebouwd, eisten dat hun familie werd tewerkgesteld omdat het hotel op hun (weliswaar intussen verkochte...) grond stond. Om hun eisen kracht bij te zetten, posteerden zich honderden mensen op de hellingen rond het hotel, voorzien van spiegels waarmee ze de gasten voortdurend probeerden te verblinden. Met de regelmaat van een klok werden, voor zonsopgang, bamboekanonnen afgeschoten om de gasten te irriteren. Intimidatie door grote groepen dorpelingen bij de poort van het hotel was ook geen uitzondering. 'Belligerent' noemde de manager de Balinezen, en dat betekent toch zoveel als 'oorlogszuchtig'...
Bij de opening had Maya Ubud 10.000 sollicitatiebrieven ontvangen...
Getalenteerde mensen uit andere dorpen konden niet in dienst komen door de exorbitante eisen die werden gesteld in verband met het percentage 'eigen volk' dat in dienst moest komen. De manager gaf ook het voorbeeld van zijn huispersoneel; 2 mensen komen niet uit het dorp waar hij woont. Maandelijks moet hij daarom een belasting betalen aan de lokale ordedienst, de Pecalang omdat hij 'vreemdelingen' in dienst heeft. Weliswaar mensen uit een naburig dorp, maar het blijven voor de inwoners van de banjar vreemdelingen.   
Uiteindelijk draait het allemaal om geld. Op weg naar het restaurant zagen we op een helling een grote oppervlakte bedekt met wasgoed en midden daartussen een grote spiegel. Het is de manier van de vrouw, van wie het grondstuk is, om haar eis om in dienst te worden genomen kracht bij te zetten. 'Geef me werk of ik verpest je uitzicht', dat is wat het wasgoed zegt.
De politie verleent geen enkele assistentie bij dit soort conflicten. Het zijn sociale problemen en die moet je zelf met de banjar oplossen.
We moeten vooral oppassen voor de eigenaars van de rijstvelden waarop we uitkijken. Die zullen geld komen vragen voor het uitzicht dat de gasten hebben. Het zijn namelijk hun rijstvelden die zorgen voor het panorama en daar moet voor betaald worden. 
We mogen ons ook verwachten aan het bezoek van een afvaardiging van de tempel en de vraag naar een substantiële bijdrage.
Tegenover een bekend hotel 'Ubud Hanging Gardens', staat, aan de andere kant van de vallei een grote tempel. De verantwoordelijken van die tempel hebben grof geld geëist omdat de hotelgasten in zwempak een storende  aanblik boden aan de gelovigen in de tempel. Enkel al gezien de afstand tussen tempel en zwembad is het duidelijk dat dit een vals argument is. Overigens kijk ik vanuit mijn bureau uit op een afwateringskanaal aan de overkant van de sawah, en word ik daar dagelijks vergast op badende Balinezen in meer of mindere staat van ontkleding. Diezelfde goot wordt ook zonder enige gêne gebruikt als openbaar toilet. Maar waag het niet de overflow van je zwembad te lozen in een afwateringskanaaltje! Dan krijg je problemen met 'de subak', de traditionele verantwoordelijken voor de irrigatie van de rijstvelden. De verklaring is dan dat er geen water in de rijstvelden mag komen waarmee mensen zich hebben gewassen (zwemmen = wassen). Bij de blote konten waarop ik dagelijks uitkijk zal het dan waarschijnlijk niet gaan om 'wassen' maar om 'ritueel reinigen' vermoed ik.  
De manager citeerde een westerse auteur die in de vorige eeuw schreef dat wij westerlingen voor de Balinezen zijn als 'bladeren die voorbij drijven in de rivier', eventjes vervelend, maar ook snel weer weg. 
Eén ding is zeker, ons talent voor het zoeken naar compromissen en het diplomatisch oplossen van confrontaties zal nog danig op de proef worden gesteld.
 

 

Tweeds is Kattevlees

Dat Griekenland bijna bankroet is, is onderhand wel bekend, dat het al jaren onjuiste cijfers voorlegt ook, en eveneens dat het dreigt zijn laatste reserve geloofwaardigheid kwijt te spelen. Het zullen harde jaren worden, pompen of verzuipen.  Pompen en verzuipen, misschien wel.  Jammer is dat, want vele Grieken verdienen beter dan dat.  De nieuwsbulletins worden beheerst door die economische onheilstijdingen. Spreads, credit ratings, intrestpeilen, IMF... ik begrijp het niet altijd allemaal ...  En al zou ik die termen wel begrijpen, zou ik dan  weten wat er echt aan de hand is?  Speculatie wellicht, door hedge funds en ander ongedierte. Een winnaar is er altijd. 

Maar het boeit me maar matig, mijn gedachten dwalen snel af.  Onlangs nog naar iets geheel anders: pleinspelen.  Dat was lang geleden.  'Pleinspelen' is zowat de verzamelnaam voor alle spelletjes in de openlucht waarvoor je veel volk, een beetje ruimte en weinig materiaal nodig hebt: verstoppertje, tikkertje, katje verhoog, kettingske, Dikke Berta, ...  Ik veronderstel dat ze al zo oud zijn als de pleinen zelf.  Ze worden nogal eens ingeroepen door vermoeide scouts- en chiroleiders zonder inspiratie, om de tijd op te vullen als hun voorbereide activiteit dan toch niet zo succesvol blijkt.   Het concept is steeds hetzelfde: iemand is 'eraan', die is de pineut die de anderen moet tikken, pakken, opheffen of vinden, totdat heel het plein 'gezuiverd' is. 

Ondanks, of dankzij hun simpel opzet, leiden pleinspelen vaak tot grote opwinding, geroep, getier, gehijg.  Soms worden de intensiteit en spanning wel eens te groot voor gevoelige kinderen, als ze bijvoorbeeld door drie gesplitste kettingen worden omsingeld, of net niet bij de boom kunnen, of gewoon, als ze geen adem meer kunnen happen, als visjes op het droge.  "TWEEDS", kon zo'n drommel dan roepen, twee vingertjes peace-gewijs in de lucht.  'Tweeds' betekende dat hij zijn joker inzette, dat hij zich tijdelijk 'wegbeamde' uit het spel, een veilige haven in, immuun voor zijn belagers.  'Tweeds' is het vangnet, waar kinderen altijd recht op hebben.  Waarom 'tweeds'? wie het weet, mag het zeggen.  Maar 'tweeds' mag natuurlijk niet misbruikt worden, er moest een goede reden zijn.  Als die reden er niet was, mocht de achtervolger "TWEEDS IS KATTEVLEES!" roepen (alweer, wie weet waarom juist dat, mag het zeggen), en vervolgens toch de executie volbrengen.

Athene was begin december een geschikte plek voor velerlei traditionele pleinspelen, zoals 'Fik de Flik', 'Polis en Dief', 'Tikkertje Matrak' of 'Kapot en In 't Cachot'.  Nu de jaarlijkse 17-november vieringen, traditioneel gepaard gaand met veldslagen tussen politie en vandalen, hun drive verloren lijken te hebben, als een comapatient die eenmaal per jaar opspringt met behulp van electroshocks, de ogen opengesperd, hebben de brekers, krakers, pyromanen en vandalen een nieuwe feestdag gevonden: 6 december, de herdenking van de dood van Alexis Grigoropoulos, de 15-jarige knaap die op 6 december 2008 door een gestoorde politieagent werd neergeschoten, met een ongeziene afbraak- en rooftocht tot gevolg doorheen het hele centrum van Athene.  De 'anarchisten, want zo noemen ze zichzelf ietwat aanmatigend, bestaan uit een mengeling van hooligans, professionele relschoppers, verveelde tieners en heelwat studenten van de Universiteit van Athene. Zij hebben klaarblijkelijk besloten om jaarlijks de stad af te breken en in brand te steken, in naam van Alexis, want zo wordt hij liefkozend genoemd door al dat tuig, waarvan ik vermoed dat de jongen, mocht hij nog leven, er niet hoog mee zou oplopen.  Dit ook tot groot ongenoegen en verdriet van de familie van de vermoorde jongen, maar dat kan hun pret niet drukken.

De truuk is als volgt: je trekt een kap over je hoofd, of een motorhelm, je hebt een zak vol molotovs, of een ijzeren staaf, en op aangeven van de Hoofdafbreker begin je dan als een gek te slagen, stoten, breken, branden, roepen en schoppen zo hard je kan, en dan, als de politie besloten heeft dat het nu wel welletjes is geweest - trompetgeschal, tataratataa - begint de snelle aftocht naar het dichtstbijzijnde universiteitsgebouw,  "TWEEDS!".  "Tweeds"??

Ja, 'tweeds'.  Want in de universiteiten mag de politie niet binnen, zelfs niet als ze weten dat er misdadigers binnenzitten, zelfs als ze weten wie en waar, ...  enkel de rector zou die toelating kunnen geven, maar die houdt zijn lijf en leden natuurlijk ook liever intact.  Tijdens die rellen lopen de universiteiten dan ook helemaal vol, en ook daar wordt alles afgebroken wat nog los hangt, na al die jaren niet zo heel veel meer.  Wie Athene bezoekt, moet in Kolonaki's Solonos Straat maar eens naar de rechtenfaculteit gaan kijken.  Als de politie dan weer verdwijnt, elders brandjes blussen, lopen de universiteiten weer leeg en kunnen ze ongestraft aan ronde twee beginnen.

Het 'asiel', want zo heet het fenomeen, is gebaseerd op een wet van 1982 en komt voor uit een studenteneis van de periode van na de opstand tegen de militaire junta door studenten in 1973.  Het is een Heilig Huisje, een Taboe.  Hoewel het meteen duidelijk lijkt dat het een door de werkelijkheid volkomen achterhaalde instelling is, een anachronisme, een absurditeit, mag er nog altijd bijna niet over gepraat worden. Ook de nieuwe Minister van Onderwijs durfde er niet aan, en verschool zich lafhartig  achter de rectoren, die dan maar de beslissingen moeten nemen.  De  rector van de Universiteit van Athene, die heel voorzichtig geopperd had dat het misschien wel eens tijd wordt om de voorwaarden van het asiel te bekijken, werd meteen door het geimmuniseerd schorem in elkaar geslagen en zijn Universiteit uitgestampt.  Hij nam ontslag.  "Na het toekijken hoe jonge mensen, die mijn kleinkinderen of studenten hadden kunnen zijn, de tempel van de vrije gedachten vandaliseerden, voel ik me dood vanbinnen", zei hij nog.

Voorzichtig gaan er nu toch hier en daar stemmen op om het asiel te herbekijken. Maar meteen kwamen duizenden jongeren op straat als protest. Ik begrijp er niks van.  Die jongeren, die studenten, willen die dan zelf niet dat het ophoudt, die gijzeling van studenten door politieke belangen, die vernieling van de gebouwen waar ze worden opgeleid, die fixatie op een voorbij verleden?  Willen ze niet de straat op voor een betere toekomst, voor beter en moderner onderwijs,  voor echte kansen, voor een rechtvaardige staat, voor beter bestuur?  Waarom betogen ze, zo ernstig en zo theatraal, met slogans en de taal van hun ouders, voor het behoud van een instelling die als geen ander symbool staat voor een verleden dat ze zouden moeten afschudden? Onderzoeken, bestuderen, lessen trekken en vooruitkijken. Er zijn spreads nu, en het IMF, en intresten, en een crisis: het land, ja, dat heeft asiel nodig, een veilige schutplaats. Al die meisjes en jongens met hun holle woorden, die willen doen zoals hun papa's en mama's in de wilde jaren '70. Maar alles is anders nu, hun slogans gaan verloren, hun eisen niet relevant.  Het is 2009, het is vijf voor twaalf.

Nu goed, protesteren is ieders goed recht.  Maar het vangnet? Dat was voor de kindjes.  Wil je als stoere vent of meid Tikkertje Matrak spelen, dan mag je eerst tikken, en daarna... 

Tweeds?  Neen, neen, Tweeds is Kattevlees.


 

Bye!

"The end" he wrote

and ended his sentence with a quote

Roel Verschueren, Wenen 16 december 2009

tot volgend jaar misschien, heel misschien. Ondertussen hier: http://blogs.tijd.be/expatscorner/wenen-oostenrijk/ of op mijn website.


 

El tió de Nadal of Cagatió

 
Even een kleine uitleg bij nog een typisch Catalaanse traditie die in gebruik genomen wordt op kerstavond en voor de ongeduldigen op 8 december (dag van de Onbevlekte Ontvangenis en vrije dag trouwens): el tió de Nadal oftewel de kerststronk. Het is een boomstronk op 2 of 4 pootjes waarop een grappig gezichtje staat afgebeeld en daarover hangt een doek, zodat je er niet onder kan kijken, maar volgens het verhaal omdat de tió geen kou zou lijden ‘s nachts. De kinderen moeten dan zingen en met stokken op de tió slaan opdat deze cadeau’tjes zou, sorry maar in het Catalaans wordt het nu eenmaal zo gezegd, “schijten”. Het doek wordt weggeschoven en de kinderen kunnen kleine cadeau’tjes grabbelen zoals snoep, een kleurboekje, etc. Vroeger werd de boomstronk op kerstmis verbrand zodat men ook kon profiteren van de warmte, maar dat wordt nu niet meer zoveel gedaan.

Cagatio

Het is echt leuk om in een Catalaans dorp te wonen: toen ik nog in Barcelona woonde, had ik geen flauw benul van al deze tradities. En bovendien worden er veel activiteiten georganiseerd voor klein en groot. Helemaal niet saai dus in ons dorpje!


 

Dublin is een fijne stad.

Voordat ik naar Ierland verhuisde, woonde ik acht jaar lang in Gent. De eerste zes jaar huisde ik er op een geweldig kot als student. Na mijn studies ben ik gebleven. Ik hou van Gent. Het is gewoon een vré wijze stad. Als fervent cultuurparticipant kwam ik er altijd aan mijn trekken. Ik had een theaterabonnement en dweilde alle tentoonstellingen met bijhorende vernissages af. De Hotsietotsie was mijn stamcafé en de Vooruit mijn tweede thuis. De pintjes zijn er goedkoop, er staat een frituur op iedere hoek van de straat en er valt altijd iets te beleven.  

Ondertussen woon ik iets meer dan een jaar in Drogheda, een provinciestadje in Ierland dat niet zo ver van de Dublin gelegen is en dat zo’n 40.000 inwoners telt. Het culturele leven in Drogheda is helaas nogal mager en de Ierse pub kent hier maar weinig variatie. Dus trek ik regelmatig naar Dublin om mijn culturele honger te stillen. Telkens ik door de straten van Dublin wandel, is het alsof ik me een beetje thuis waan, in Gent. De energieke lucht van een grote stad, de gezellige drukte, het aanbod aan winkels, de variatie aan cafés en de cocktailbars doen zowel een gevoel van heimwee als van thuiskomen opwellen. Dublin is een bruisende stad. Het leven gaat er vooruit. Het is alsof je werkelijk in een ander land terechtkomt. De mentaliteit en de levenshouding zijn er helemaal anders dan gelijk waar in Ierland. Meer en meer begrijp ik de dualiteit alsook rivaliteit tussen ‘The Dubs’ en de rest van het land. Dublin heeft een erg kosmopolitische sfeer. Je geniet er bovendien de typische anonimiteit van een grootstad. Niemand kijkt vreemd op als je een geflipte outfit draagt en vervolgens een danspasje waagt in het midden van Grafton Street. Als je daarna met je hoed rondgaat, kan je er trouwens nog iets aan verdienen. Er staat daar altijd wel één of andere clown de show te stelen en ambiance te verkopen.

In Drogheda heerst de klanmentaliteit. Familie is en blijft familie, ook als het verre neven en oneindig verre nichten zijn. Dat betekent dat men het voor elkaar opneemt en iedereen bijgevolg iedereen kent, via via weet je wel. De geruchtenmolen draait hier dan ook onnoemelijk snel. Ik moet toegeven dat het me soms een beetje nerveus maakt. Ik hou van die anonimiteit. Niet dat ik veel op mijn kerfstok heb, maar de idee alleen al maakt me onzeker.

Toch is het leven in Drogheda ook mooi. Ik hou van de eindeloze strandwandelingen hier. Ik vind het heerlijk om ‘s ochtends wakker te worden en de pure stilte te ervaren. Dat vind je nergens meer in Vlaanderen. Het is bovendien fantastisch dat ik in een stadje waar nauwelijks culturele faciliteiten zijn, kan bijdragen aan de uitbouw van nieuwe artistieke projecten. Het is een buitenkans om hier voltijds als kunstenaar en organisator van culturele evenementen te kunnen werken. Maar ik mis de stad, ik mis Gent en het bruisende sociale leven. Ligt het aan de tijd van het jaar of aan het aanhoudende slechte weer? Heeft het te maken met het feit dat het hier al om vier uur ’s namiddags donker is en er een algemene winterblues heerst onder de bevolking? Ik weet het niet. Eigenlijk doet het er niet toe. Heimwee naar wat was en moeite met de acceptatie van wat is, hebben we allemaal wel eens en daar is toch helemaal niks mis mee?


 

Een duomo in je gezicht...

Quasi onmogelijk om nu niet over Berlusconi te schrijven. De man heeft dus zondagavond een miniatuurbeeldje van de Duomo van Milaan in zijn gezicht gekregen. Massimo Tartaglia heet de dader. Of held? Politiek bestrijdt je met woorden, met politieke daden en acties en niet met geweld en dus lijkt de term held me zeker misplaatst.

Niet iedereen is het daarmee eens hier in Italië. Ik had de "eer" om dit nieuws zondagavond aan Italiaanse vrienden te vertellen. Links vrienden en tegen Berlusconi dus. Een glimlach was hun spontane reactie. Ze zijn heus niet alleen in dit land. We leven in een tijdperk van social networking en dus levert een korte zoektocht op Facebook al gauw tientallen fanpagina's voor Massimo Tartaglia op. Beetje luguber. De voornaamste pagina had zondagavond al gauw 50.000 fans. Nog maar kort geleden was er trouwens een pagina waar werd opgeroepen om Silvio te vermoorden. 10.000 fans. Wie weet was Massimo daar ook fan van en heeft hij eigenlijk z'n woorden in de praktijk proberen omzetten?

Deze ochtend was er het gebruikelijk vragenuurtje in het Italiaanse parlement. Een heftig debat waar door de meerderheid voor censuur van zulke pagina's werd geijverd. Met een wildgroei aan pagina's op het internet lijkt me dat een op voorhand verloren zaak. En wat dan met de Freedom of Speech?

Massimo Tartaglia is niet de enige met fans in deze zaak. De facebookgroep "Sosteniamo Silvio Berlusconi contro i fan di Massimo Tartaglia" (Wij steunen Berlusconi tegen de fans van Massimo Tartaglia) had in enkele uren 380.000 fans. Die man kan echt wel op een grote aanhang rekenen denk je dan. Een beetje onderzoek leert echter dat die groep tot zondag "Aboliamo il Superenalotto e diamo i soldi ai terremotati dell'abruzzo" (Laat ons de Lotto afschaffen en het geld geven aan de slachtoffers van de aardbeving in Abruzzo in april 2009). Je kan dus lid zijn van een groep die plots zonder waarschuwing van naam verandert. Facebook kan dan nog zonet z'n privacyregels verstrengd hebben. Als zoiets mogelijk blijft, dan is er nog werk aan de winkel voor Facebook-oprichter Mark Zuckerberg . Internetgebruiker, oppassen blijft de boodschap.


 

Decemberzegels of het postgeheim verkwanseld

 

Ergens begin december kocht ik op het postkantoor – althans wat daar voor door gaat, het was een TNT vestiging – postzegels. Medewerkster wou weten of ik decemberzegels wou, binnenlands tarief euro 0,34 in plaats van de gebruikelijk euro 0,44.  De medewerkster deelde hierbij nog mee: “de decemberzegels mogen uitsluitend gebruikt worden voor Kerstwensen”. Nu zat in de dichte enveloppe die ik ter plekke wou posten een Sinterklaaskaart. En die mocht niet met decemberzegels gefrankeerd worden, zo werd mij op het hart gedrukt. Ik protesteerde:

 

  1. dat we al in december waren,
  2. dat er wensen in zaten, die ook christelijk waren;
  3. dat geen mens dat zou weten aangezien de enveloppe gesloten was.

 

En toen kwam de aap uit de mouw. Medewerkster: “TNT heeft het recht de met decemberzegels verstuurde post te openen”. Big brother heeft hier nu een naam: TNT!  Het postgeheim verkwanseld voor euro 0,10?!?  Toen ik afzag van de aankoop van decemberzegels probeerde de medewerkster mij nog tot andere gedachten te brengen. Ik moest heus niet denken dat elke willekeurige medewerker in mijn post zou kijken. TNT heeft een speciale afdeling die bij verdenking van oneigenlijk gebruik van decemberzegels de post mag openen. En dat team zou mijn Sinterklaaskaart wel eens kunnen onderscheppen! Ik was gewaarschuwd. En zoals altijd: als ik hierover nog iets wou zeggen of vragen: kijkt u op onze website www.tnt.nl  


 

Terugkomst (voor even toch)

Ik zit nu half weg mijn vijfde maand in de Portugese ex-kolonie Mozambique.

Mijn werk hier – solar energy voor rurale gebieden – begint nu echt de goede richting uit te gaan. Dit is trouwens mijn laatste volle week op het continent voor 2009, want volgende woensdag stap ik op het vliegtuig voor een (al zeg ik het zelf) welverdiende en broodnodige rustpauze van een tweetal weken in mijn thuisland. Hoe dichter die 16e december komt, hoe meer zin ik heb om te vertrekken. Begrijp me niet verkeerd: Mozambique is een geweldig land, en bovendien een geweldig interessant land. Een vrij veilig land, ook niet te vergeten. Maar de voorbije weken en maanden – en maak er zelfs maar een jaar van – heb ik echt aan 200km/u geleefd, en heb ik nooit echt de tijd gehad om even om te kijken en alles eens goed te laten inzinken en te overschouwen. Afstand nemen. The bigger picture zien.

En dus kijk ik enorm uit naar die twee weken in België: vrienden, familie, familiefeesten, kerst, ... noem maar op. Maar ook een kans om eindelijk even op adem te komen ...

Begin januari land ik weer in Maputo, maar ondertussen zal ik nog wel eens wat posten hier.

Tot dan.

Luc


 

El "belén napolitano" in Valladolid. Kerststallen in Spanje. Deel I

ARGAÑÍN de SAYAGO (Zamora) -  Deze maand zie je ze nu al overal in Spanje, op de Plaza Mayor, in een cultuurcentrum en uiteraard in de religieuze tempelgebouwen waar ze ontstonden: kathedralen, kerken, ermitas, ... De scala is geweldig: van afschuwelijke kitsch naar diep-eenvoudige, ontroerende volkskunst. Van prutswerk tot artistiek hoofdstaand vakmanschap. Mij intrigeert het positief. Onder het mom van de geboorte van een kindje wordt in feite het millenia-oude  joelfeest in evocatie gebracht én mengt men o.a. de verhalen over de figuren Horus, Mithras en het paganisme op één hoop in het brokje ontwapenend-onschuldige celletjes, dat Jezus genoemd wordt. Het verschijnsel loopt officieel van 25 december tot en met 6 januari: het fenomeen van opbouw en bezoek, van echte en matuvu-adoratie en observatie rond de "belenes", de kerstkribben. Eén speciale uitschieter, mét stip: "El Belén napolitano" in Valladolid.

Fotodiego

Hierbij als illustratie van een gelijkaardig beeld in Valladolid, maar nu in Argañín de Sayago. Op zichzelf is die kerk al een museum op zich dat binnenin, dringend beschermd en gerestaureerd   moet worden. (Eigen foto)


 In de even-hoofdstad van het oude Spanje, Valladolid, de nieuwe en snel groeiende (geld van de EU) en nogal arrogante hoofdstad van de autonome gemeenschap Castilla y León (CyL) heeft iets eigenaardigs. Ze is niet geliefd bij "de" toerist uit het buitenland. Ze staat niet op de lijst van de weinige touraperators die Midden-Spanje en zeker CyL aandurven en algouw haar klassieke werelderfgoedsteden op zijn Yankee-Japans aandoen: Ávila, Salamanca en Segovia. Vanuit het andere koninkrijk van deze Siamese tweeling die CyL is, "León, wordt zeer geringschattend neergekeken op geld- en machtsslokop Valladolid.
 
Museo Nacional de Escultura
 
Deze stad  - die ook voor mij járen heeft gekost om haar te leren beminnen -  heeft enkele uitschieters. Eén ervan is het Museo Nacional de Escultura. Een groot complex in mooie historische gebouwen (o.a. de Kerk San Gregorio), uiteraard met tal van Vlaamse meesterwerken naast de grote Spaanse beeldhouwers, -snijders. Er is echter meer: het museum bezit een collectie van rond de 600 figuren en voorwerpen uit de regio rond Napels. Aangekocht in 1996 door het Ministerie van Onderwijs & Cultuur, van de gebroeders Emilio en Carmelo García de Castro. Jarenlang snuffelend in Italië om juist die elementen die bij een Napolitaanse Kerststal horen, bijeen te sprokkelen.

Hier een voorbeeld van een klein stukje kerstkijkkast "El Belén napolitano"

Toegangspagina van het San Gregoriocomplex in Valladolid 
 

¿Waarom Napolitaans?  Wel er gaat het verhaal rond dat ene Fransciscus van Assisi de kerststal zou "uitgevonden" hebben. Begin XIV de E. Eerst in kerken natuurlijk en beperkt tot de drie hoofdpersonages en twee beesten. Met levensgrote uitbeeldingen, poppen. Dit vijfmanschap is je wel bekend. Later kwamen er herders bij, de drie koningen, de kindermoorden, ...
 
In de XVIII de E zou deze viering een hoogtepunt kennen in alle vormen. Het verschijnsel verspreidde zich via de rijkelui, de notabelen, de hof-entourages vanuit Napoli naar de rest van Europa. En Spanje heeft via enkele koningen (Carlos III  - onze eigenste Carlos I ligt dus niet aan de basis ervan -  die ook het baasje was van de Beide Siciliën & Napels) dit gebruik ingevoerd op het schiereiland, ook al omdat de clerus er een goedkoop massabeïnvloedingswapen in zag. Beschouw dit als milde humor, porfa. 
 
"El Belén napolitano" verschilt van de meeste andere door de fenomenale opstelling van de figuurtjes, 30-35 cm groot en "tercinas" genoemd, in hun "entorno" die niks anders is dan een miniatuurwereld van dagdagelijkse belevenissen, gebeurtenissen, histories, aangename, rare, bedreigende, amoureuze, ... het zit er allemaal in. Alaam, muziekinstrumenten, huisdieren, voorwerpen, karren, tonnen, huizen, barretjes, winkels, ... kortom écht alles en dat maakt het juist zo boeiend en brengt je in dit soms irriterende digitale tijdperk terug naar de tijd van je eigen rijk der verbeelding. Heerlijk toch en zeker voor je kinderen.
 
En ach ja, als je goed kijkt zie je ergens dat lief kindje ook. Omringd door een gelukkig-lachende moeder en een vent die-de-vader-niet-mocht-zijn.  Het ligt voor de hand dat het afgelegen zaaltje op een van de verdiepingen van het moderne binnencomplex ... filevorming kent deze dagen. Zoals op zovele plaatsen in España.
 
¡Muy atentamente!
 

Dirk Renaat

 


 

HOLLANDSE RIESLING

 

 

 

 

Er wordt steeds meer wijn gedronken in Nederland. Dat is zo sinds de jaren ’70 gegroeid. Van wat zure bocht die men vroeger in een donker hoekje van de supermarkt kon kopen, zijn er nu drankwinkels met een uitgelezen assortiment ontstaan. Gedaan dus met de onsmakelijke gewoonte die vele Nederlanders tot voor enkele jaren aankleefden om bij de warme maaltijd niet te drinken. Onder het voorwendsel dat drinken bij het eten slecht voor de spijsvertering zou zijn omdat men de maag dan vulde met vocht. Het maagzuur kan dan blijkbaar zijn werk niet doen. In die maag hoorden ook zoveel mogelijk aardappels, spruitjes of andere kolen samen met varkensgehakt te worden gepropt.

 

Goedkope vakanties naar Frankrijk of Spanje lieten echter hun sporen na. De Nederlander leerde na verloop van tijd ook een “wijntje” te waarderen. Liefst samen met een goed gesprek als het even kon aan de open haard. Het ritueel van het ontkurken van een fles kreeg men na verloop van tijd letterlijk onder de knie en als dat niet lukte dan bood de schroefdop op de fles uitkomst. Met de wijnconsumptie rukte dus de beschaving op. Wijn hoorde er ineens bij. En hoe!

 

Nederlanders zijn haast van nature doe-het-zelvers. Nergens vindt men zo veel bouwmarkten als hier. Wat je zelf doet hoef je natuurlijk niet beter te doen, maar het is wél goedkoper dan een Poolse bouwvakker in te huren. En dat geldt ook voor wijn. Vandaar dat menige Nederlander in de eigen keuken of in het fietsenschuurtje wat aan het brouwen sloeg. Allerlei folders en boekjes moesten hem er bij helpen. Al was het maar met appelsap dat men uit de supermarkt haalde. Meestal met weinig doorslaand succes. Alleen de volhouders gaven niet zo maar op. Ze sloegen aan het aanplanten van ettelijke wijnstokken in de tuin of tegen de gevel. Of ze droomden na een bezoek aan een wijnkasteel in Frankrijk als snel van een eigen wijngaard. Liefst niet te ver van de eigen achterkeuken. Het hielp.

 

Vandaag telt Nederland meer dan 150 wijnboeren die samen een half miljoen flessen produceren. Daar zitten uiteraard veel amateurs tussen die hun wijn zelf en met de hulp van kennissen en familie opdrinken. Maar de wijnproductie neemt toe. Veelal in het segment van de goedkope riesling, een witte wijn die men nog het beste achteroverslaat op een warme dag of in de winter bij een pot zuurkool. Kortom, een riesling is de bodem van de markt. Dat wil uiteraard niet zeggen dat deze Hollandse riesling voor een habbekrats te koop is. Wie een dergelijke namaak-Elzasser wil kopen, moet al snel bij Gall&Gall meer dan 10 euro neertellen.

 

Er wordt wel eens meesmuilend gedaan over deze kleinschalige wijnproductie die het in economisch opzicht toch niet kan bolwerken tegen de grote wijngebieden in de zuidelijker gelegen streken. Doch daar gaat het eigenlijk niet om, zeggen de fans van de Hollandse riesling. Exclusiviteit verdraagt immers geen massaproductie. Wat ook telt is de amusementswaarde van een fles. Laten we maar zeggen dat een eventuele zure afdronk of later een “kransje” om je tong het nooit zal halen van de verbazing die het bezoek ten deel zal vallen bij het serveren van een fles van eigen bodem. Kortom, de wijn mag dan wel naar bocht smaken, toch houd je er een “goed gevoel” aan over. En alleen dat laatste telt echt.

 

Het “Wijngaardeniersgilde Nederland”, dat de belangen van de wijnboeren en de amateurs zegt te verdedigen, gewaagt ook over “Nederlandse wijn die met passie is gemaakt”. Ook liegen de ronkende loftuitingen er niet om. Uiteraard kent dat gilde gouden en zilveren medailles toe. En die medailles komen niet allemaal terecht in het Zuid-Limburgse heuvelland. Zelfs onder de rook van de chemische fabrieken in Pernis wordt nu wijn geproduceerd. Kortom, heel Nederland deelt mee in de wijnpret. En die pret is groot, want in september op de Nationale Wijnkeuring 2009 viel zelfs 63 procent van de ingestuurde wijnen in de prijzen.

 

Naast het vele goede nieuws over vergelijkbare “non-events” in de wijnsector is er ook het minder goede nieuws. Gezien het klimaat en de bodemgesteldheid blijft het voor vele wijnboeren in Nederland voortdurend vechten tegen de spreekwoordelijke bierkaai. Omwille van allerlei factoren kan een wijnboer soms met moeite iets bruikbaars van zijn oogst overhouden. Wespen, spreeuwen en schimmels zijn hem dan vaak voor geweest. Het invallen van een vroege vorst kan fataal zijn. En dan hoeft men nog niet te gewagen van het amateurisme dat eigen is aan diegenen die met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zich aan een wijngaard willen wagen. Veelal vergeten ze dat dit een zware investering is die slechts op de lange termijn kan renderen. Nee, dan kan men beter nog verkassen naar een zuiders land waar men met minder inspanningen en vaak met minder risico’s betere resultaten kan boeken. Doch die boodschap is aan dit publiek van bejaarde wijnamateurs niet besteed. Ze willen het applaus liever dicht bij huis in aanwezigheid van de kinderen en de kleinkinderen oogsten. En daar zorgt het inmiddels opgerichte “Wijngaardeniersgilde” wel voor.


 

Wakker

Op 24 augustus 2009, nog geen 4 weken na mijn aankomst in Mozambique, zag ik voor mijn ogen een dubbeldekker bus slippen en uit de bocht vliegen, en terwijl hij overkop ging nam de bus twee kinderen mee die langs de weg wandelden van het ene naar het volgende dorp. Ik las later in de krant dat er in totaal 7 doden waren gevallen. Het leven is hard, besef je dan. Die kinderen wandelen elke dag langs de weg, terwijl de auto’s letterlijk tegen 100km/u (wettelijk toegestane snelheid op de “autosnelweg”) voorbij scheuren. Ongelukken zijn onvermijdelijk, gezien de toestand van de weg en de toestand van de auto’s. Doch dit betekent niet dat ik het daarom minder moeilijk heb telkens ik een auto of een wrak langs de weg zie staan. En ergens vind ik het ook maar goed: ik wil het niet gewoon worden.

Zo ook met de armoede waarmee ik hier op dagelijkse basis geconfronteerd word. Neem nu als voorbeeld het dochtertje van 8 maanden van een lokale kennis die misschien malaria heeft opgelopen, maar niet de mogelijkheden heeft om haar te laten testen, laat staan te behandelen. Dit is slechts één van de talrijke gebeurtenissen en situaties die hier aan de lopende band voorkomen, en waar ik hier in het kleine stadje Chimoio veel duidelijker zie dan in de opgekuiste hoofdstad Maputo.

Het klinkt misschien wat contradictorisch, maar ik ben blij dat ik na 5 maanden Mozambique nog steeds vaak met een wrang gevoel ‘snachts wakker lig.


 

Palestinareis 31.10 – 07.11.2009

 

 

7. Nablus, de Samaritanen, Bedoeïenen, Sebastia

 

Nablus: eind 1995 is het bestuur van de stad overgedragen aan de Palestijnse autoriteit als onderdeel van de Oslo-verdragen. Het is een van de zogenoemde A-gebieden, wat inhoudt dat de Palestijnse autoriteiten controle hebben over het gebied. In 2002 heeft het Israëlische leger een grote anti terreur actie gehouden waarbij de binnenwanden van de huizen werden opgeblazen. Anno 2009 staat Nablus weer volledig onder bestuur van de Palestijnse autoriteiten. Veel  militanten hebben hun wapens ingeleverd, er is nu een vreedzame sfeer. Iedereen die hier is omgekomen ten gevolge van de bezetting krijgt de martelarenstatus; een barende vrouw die door de check- point controle niet tijdig een ziekenhuis heeft kunnen bereiken en is overleden, is ook een martelaar. Toeristen zijn nog een zeldzaamheid. We raken in gesprek met een man die vier jaar heeft vastgezeten in een Israëlische gevangenis: aanklacht onbekend. Bij een reis naar Jordanië in gezelschap van zijn moeder en zus is hij opgepakt. Zijn koffer is buiten de auto gezet en opgeblazen. Een beproefd middel voor een redelijk gevangenisregime is een hongerstaking van 10 à 20 dagen. Voorwaarde is wel dat er internationale aandacht aan besteed wordt; spreker kent geen haat of wraakgevoelens tegenover de Israëliërs, hij heeft zich in gevangenschap ontwikkeld en werkt nu als vrijwilliger aan de universiteit aan een bewustwordingsprogramma bekend onder de naam BDS: Boycot, Desinvestment en Sanctions.
Nablus is bekend om zijn zeepfabriek. Buiten de stad zijn er veel steen- en marmergroeven. Nablus is tevens thuishaven van de Knefeh, een warmzoet gerecht op basis van polenta, ricotta, suiker, cinnamon, water en rozenwater. Verrukkelijk!

Nederzettingen: tussen Jerusalem en Nablus ligt een van de grootste en rijkste nederzettingen in het gebied. Voor de nederzettingen is water geen probleem, er zijn zwembaden, er zijn groen gesproeide parken aangelegd. Opvallend is de eeuwenoude olijfboom die bij de entree van de nederzetting een symboolfunctie vervult, terwijl in de wijde omgeving duizenden jonge olijfbomen zijn gekapt voor security reasons: er zouden zich terroristen kunnen verstoppen achter een olijfboom! Er is dan ook geen gevaar voor olijfoogst door tientallen ‘terroristen’ tegelijk!

Een nederzetting of settlement herkent men onmiddellijk aan het ontbreken van waterreservoirs op het dak. Palestijnse huizen daarentegen hebben altijd een eigen tank, de bewoner moet noodgedwongen een eigen reserve aanleggen omdat de waterdruk erg laag is en er voor Palestijnen slechts enkele uren per dag water beschikbaar is. 

Samaritanen: de berg Gerizim is hun thuishaven en ligt buiten Nablus. Zij hebben een aparte status en drie paspoorten: Jordanees, Israëlisch en Palestijns.  Zij zijn de kleinste sekte in de wereld, ca. 750 personen. De priesters stammen in rechte lijn af van Levi, en de erfopvolging geschiedt in mannelijke lijn, de oudste priester is tevens hoofd van de sekte. De Samaritanen zijn Joden binnen het Jodendom, maar de Joden zoals wij ze kennen beweren uit Juda te komen, waarin men heel duidelijk het woord Jewish herkent. Tegelijkertijd leven zij als Arabieren onder de Arabieren. De Samaritanen erkennen één God, één Profeet en één Heilig boek: de Pentateuch. Zij leven in het jaar 3648. In hun visie zal de laatste dag de Messiah komen. De Samaritanen zijn zeer religieus, en besteden vele uren per dag aan hun religie. Zij hebben de oudste taal en een eigen schrift dat ook in een andere taal gelezen kan worden. Zo verwijst het Ancient Hebrew naar een teken van het lichaam als tand, oog, arm, enz… in het Assyrian Hebrew spreekt men de woorden anders uit, en toch verstaan zij elkaar. Heel binnenkort zal het eerste museum der Samaritanen geopend worden. Financiële steun hiervoor hebben ze van Arafat gekregen, nadat de Israëliërs een verzoek hadden geweigerd. Zij zijn zeer vredelievend. Volgens hen is vrede tussen de Israëliërs en de Palestijnen een basisvoorwaarde voor mondiale vrede. Verder onthouden zij zich van een politieke mening. Voor de Christenen zegt hij: ‘Jesus came with peace and love’. Hun oude stevig gevestigde status weerhoudt hen niet van moderne aansluiting met de wereld: zij hebben T.V., internet en ook Facebook. Zij hebben een vrouwen tekort en trekken regelmatig vrouwen aan van buitenaf die voorgeselecteerd worden in 25 Joodse, 5 Christenen en 3 Moslim, bij voorkeur Turkse moslims.

 

Bezoek aan de Samaritanen kan alleen via check-point controle. Hier moet in een soort veldhut het paspoort achtergelaten worden, zij worden op een campingtafeltje op een grote stapel gegooid, als dit maar goed gaat!? Gevolg: uren lang loop ik rond zonder paspoort en dat in bezet gebied! Ik probeer in gesprek te geraken met de dienstdoende militair maar de enige woorden die ik uit zijn mond heb gehoord zijn no, no, en nog eens no.

 

Bedoeïenen: Onderweg naar Nablus zien we herhaaldelijk kleine groepen Bedoeïenen. Hun vee staat onder schamele afdakjes, het regent die dag zwaar, de straten veranderen snel in modderweggetjes. Bedoeïenen mogen geen asfaltwegen aanleggen, er wordt geen afval opgehaald in hun gebied, er is geen verlichting. Israël wil de Bedoeïenen het liefst domesticeren, maar dat is lastig met een nomadenvolk. Israël erkent hun systeem van landbezit niet en zegt: jullie zijn Bedoeïenen, jullie hebben geen land, jullie zijn nomaden. Zij zouden afstand moeten doen van het land van hun voorvaderen, maar wijzen dit totaal af.

Sebastia: is bekend om zijn Romeinse ruines. Sebastia ligt in Palestijns gebied maar de Israël Nature and Park authorities bepalen wie hier mogen komen, voor bezoek aan de ruines is permissie nodig. Sinds de tweede Intifada komen nog zelden toeristen uit Jerusalem naar Sebastia, en als dat al gebeurt dan worden zij begeleid door Israëlische soldaten. Wij reizen op eigen houtje, zonder begeleiding, en hebben ons geen moment onveilig gevoeld. De lokale leerkracht is onze gids. Hij laat ons de gerestaureerde gedeeltes van de ruines zien, de sporen van een amfitheater, restanten pilaren langs de wegen. De Baptistenkerk van Johannes de Doper heeft een zelfde historische waarde als de Geboortekerk en andere Christelijke bouwwerken. De Kerk stamt uit de tijd van de  Kruisvaarders. Italianen en Fransen hebben vele restauraties gefinancierd. Een wandeling voert langs 600-700 jaar oude olijfbomen. Sebastia is de oude hoofdstad van Samaria, het land van de Samaritanen.

 

 


 

Merovingisch Festijn in Bruselas en ... de band met Castilla y León

Argañín/Hulste - Nog enkele dagen verblijf ik in Vlaanderen, tijd om enkele nachtelijke stonden door te brengen aan de diagonale lezing van het intrigerende receptenboek "Festins mérovingiens" van de auteurs Alain Dierkens (Prof. ULB mbt de Middeleeuwen) en Liliane Plouvier (stichtster van een historisch-gastronomisch centrum), basis van het Merovingisch festijn in het Jubelpark, op 1 december jl.  Nog niet in andere talen beschikbaar. Meer info in eerdere artikels. Tot mijn aangename ontdekking (niet verbazing) bekoorden me een aantal recepten die niet alleen verwijzen naar het oude Spanje maar vooral omdat ze ook nú nog bereid worden op het Iberische Schiereiland. Het werd dus letterlijk en figuurlijk een likkebaardende zoektocht.

Zoeken, jawel, want het boek telt zowat 240 pp. en bevat 55 recepten. Is uitvoerig voorzien van voetnoten en wetenschappelijke "op.cit's" en een bibliografie van wel 10 bladzijden. Nu ja, dat controleer ik nooit. Bueno, het is er wél voor de vérificateurs. Voor mij is het een boeiend werkobject aan het worden, want ik ga met mijn beperkte kennis van het Frans enkele recepten gewoon bestuderen en toepassen in mijn gastenverblijf. Te lo juro.

Het boek zelve

Grosso modo omvat het boek twee hoofddelen. Het eerste, na de nodige inleidingen, situeert de wetenschappelijke bronnen, schetst de historische, geo-politieke context van de Mero's op het smeltpunt van het Oud-Romeinse Rijk en het prille middeleeuwe ontluiken. Hun banketten (bijna schreef ik iets anders). Onuitgegeven teksten van de overleden Jean-Luis Flandrin. En dies meer.  

Dan in het tweede deel al de recepten op basis van een Latijnse tekst, omgezet in het Frans. De bronnen: P. Apicius, Anthime en Vinidarius, gelukkig dank zij Carl Deroux in een hedendaags taaltje omgezet.

 España, Hulste, Brussel KMKG 033

Hier een sfeerbeeld van het prachtrig gepresenteerde buffet, dank zij de idee en het budget van Dr. Alexandra de Poorter, conservator en met steun van directie en dienst communicatie van het KMKG. (Eigen foto)

Maar het zijn dan de superkoks Pierre Wynants en vooral de flegmatieke, concrete Yves Cousin (aanwezig op het KMKG) die alles leesbaar en eetbaar "construeerden"

¿En Spanje, dan?

Ja. Niet eens moeilijk. Ik hoef maar de pp. 206 en 207 open te slaan en zie op de eerste het volgende. Nr. 41.2.1 (in feite recept n°43) staan: "Galettes catalanes aux glands".

En bij het hoofdstuk "dranken", op de bladzijde ernaast, als eerste recept n° 45: "Cervoise". Waarin Orose (Vde E) en Isidoor van Sevilla (+ in 636) het hebben over dé Iberische drank: "Celia".

In hun eigen teksten verschijnen de woorden "Sicera" en "Caeliam" en, jawel  "Cervisia" ... wat in het huidige castellano gewoon "cerveza" wordt genoemd. De auteur Orose haalt zelfs aan dat de gasten van Numancia (bijna het huidige Soria) het op een "stapje in de wereld zetten" daarbij geen wijn drinkende maar wel "sed suco tritici per artem confecto, quem sucum a calefaciendo caelium vocant" m.a.w. dat ze een verwarmend brouwsel nuttigden, de cerveza, ons "bier". Punt uit. Drankje dat overigens voor het eerst door de Egyptenaren werd bedacht. Zo vertellen de bronnen het me toch.

Nog één extraatje; de fotografen Claude Huyghens en Françoise Danrigal die zo'n perfecte interpretaties maakten van de gerechten in hun samenhang met het culinair meubilair: de potten, vazen, bekers en pannen, dat ik zélf er in trapte en dacht dat het schilderijen waren, al vond ik de "meester" niet. Chapoo. Zij hebben daaraan jaren gewerkt om de techniek onder de bevallige knie te hebben.

Sayago

Welaan. In een andere hoofdstuk van het boek geeft Liliane enkele tips. Er waren geen borden, geen vorken en men gebruikte geen glas, porselein, als bord, maar gewoon een stuk brood of een kom, schaal.

Zo is dat nu nog in Sayago. Al ontdekte ik in mijn huis, bij de opruiming ervan bij de aankoop, exacte, gebruikte kopies van Romeinse vorken. Ik herkende ze van bezoeken aan het musem in Velzeke (O-Vl) en ... in  Conímbriga (PT). Zels nu nog ken ik winkels die ze (te duur) verkopen in de casco antiguo van het lieflijke Miranda do Douro (PT). Als je kijkt naar Bruegeliaanse schilderijen zie je bvb. bij het boerenbruiloft kerels met een houten lepel in hun muts en een mes aan hun gordel. Geen vork. Zo is dat. Houten lepels. Tss. Wat is ¿werkelijkheid en wat is fictie?

De tijdmachine draait volop verder.

De lekkere ham die ook in het Merovingische Brussel werd gepresenteerd  -  de overleving van de Kelten en Germanen zou mee te danken zijn aan het kweken en eten van het zwijn  -   werd ook geserveerd in het KMKG en is nu nog in Spanje het eerste wereldwijde uitvoerproduct: el jamón ibérico. Tot op de mesas van Japansse keizers, R.K. pausen of Obama in het Witte huis. Weet ik toevallig van de meester-snijder van CyL, na een cursus die ik er onlangs volgde.

 2009.09-11. Hulste. CyL 106 

De twee dames bij mijn cursus in een klasse-hotel in Toro (Zamora). De éne de inspectrice van de Junta de Castilla y León en de andere mijn collega: één ham uit Guijuelo (Salamanca) voor 2 personas. (Eigen foto)

En dit nog als uitsmijter. Zelfs de gangen van het eten zijn hetzelfde in Spanje. De "Gustaciones" van de Romeinen zijn hier de "tapas". De "Prima Mensa" en de "Secunda Mensa" zijn in Spanje: primer plato y segundo plato. En de "postre" werd vroeger "Epidipais" genoemd: zout of zoet. jawel.

Alleen het heerlijke kopje koffie hadden zij niet. Wij nu wel. De toegelate verslaving. Enne, de Portugese is de béste. Men zegge het niet voort.

¡Un saludo muy cordial!.

Dirk Renaat


 

Palestinareis 31.10 – 07.11.2009

 

6. Hebron, de Aartsvaders en the Hebron Rehabilitation Comm.

 

Bezetting, intimidatie, geweld, mitrailleurs, geloofsfanatici: Hebron heeft ze allemaal bij elkaar en overtreft hierin alle fantasieën. Hebron ligt volledig op Palestijns gebied. Het is van oudsher een handelsstad met 1001 kleine winkeltjes naar Arabische stijl. Met de komst van de militairen is dit drastisch veranderd: de stad is omgeven door wachttorens, er is een VN vluchtelingenkamp, ca. 500 huizen in de binnenstad zijn door militairen dichtgelast, een typisch voorbeeld van een Silent Wall. Ca. 1.000 winkels uit de binnenstad hebben vrijwillig hun deuren gesloten. In de smalle straten kan bij zware regenval het water niet weg, waardoor er overstroming ontstaat, alle dwarsstraten zijn ook dichtgelast. Dat alles om één reden: de kolonisten hebben met behulp van het leger huizen gebouwd boven de huizen van de oorspronkelijke bewoners. Over de smalle straten is een net gespannen ter bescherming tegen allerlei soorten afval als huisvuil en lege flessen, dat naar beneden wordt gegooid. Ca. 400 kolonisten worden er beschermd door zo’n 1500 militairen. In sommige straten mogen alleen Israëliërs en buitenlanders komen. De atmosfeer is bijzonder grimmig, we worden  geobserveerd vanuit wachttorens, overal zijn zwaar bewapende militairen.

 

De stad ziet er verlaten uit. The Hebron Rehabilitation Committee,  www.hebronrc.org doet er alles aan om mensen terug te doen keren, maar zij kunnen geen veiligheid garanderen, de oorspronkelijke bedrijvigheid is verdwenen, het is moeilijk om terug te gaan naar de normaliteit. Er is enige economische bedrijvigheid in de glas industrie en de aanbouw van druiven. Voorwaarde is o.a. ook dat er genoeg water beschikbaar is. We worden ontvangen door de HRC en zitten op de stoel waar Tony Blair een dag eerder zat. Wat hij verteld heeft weten we niet, in het Westen is de problematiek van Hebron zeer wel bekend.

 

We bezoeken ook het oord waarom al deze ellende draait: de begraafplaats van de Aartsvaders: Abraham of Ibrahimi, Jacob en Isaac liggen er, maar hen is weinig rust gegund. De Aartsvaders liggen er begraven met hun echtgenotes, behalve Rachel, die ligt in Jerusalem. Abraham zou het gebied gekocht hebben zo’n 3700 jaar terug. Wie spreekt hier de waarheid: de profeten waren goede vertellers en in die dagen was er nog geen kadaster! Arme Aartsvaders, het is goed dat ze niet weten hoe er met hun lijken wordt omgegaan!  Bezoek aan de graven doen Moslims en Joden ieder op hun stuk. Een half uur voor en na de diensten is er geen bezoek toegestaan. Er zijn beroemde schietpartijen geweest, allemaal op heilige grond, in 1929 schoten de Moslims op de Joden, in 1967 schoten de Joden op biddende Mohammedanen in de Moskee. Voor dat laatste kregen notabene de Palestijnen een jaar lang restricties bij het verlaten van hun huis. Het einde van de ellende is nog niet in zicht. De kolonisten willen de Moskee veranderen in een Synagoge. Het spreekt voor zich dat de Mohammedanen zich niet zomaar hun heiligdommen laten afpakken. Niet alle Joden zijn kolonisten, velen distantiëren zich van hen, van de staat Israël echter krijgen zij alle mogelijke ondersteuning en aanmoediging.

 

Een ander groot probleem: Israëliërs hebben spionnen en infiltranten aan Palestijnse zijde.. Een vermoed exemplaar krijgt het benauwd en neemt de benen als hij zich door een groep buitenlanders omringd weet in een koffiebar. Omgekeerde spionage komt zelden voor.

 

 

 


 

Als Rik Torfs de passie preekt…

Ik hou van Rik Torfs. Ik heb het hier al vaker over hem gehad, in de zijlijn dan, want als hoofdonderwerp zorgt hij genoegzaam voor zichzelf. Elke week, in deze krant.

De heer Torfs heeft beslist niet meer mee te spelen in de slimste mens en dat siert hem. Het werd wat pijnlijk op de duur, spontane invallen kleven bij hem beter op papier dan in de ether. Hij heeft ook beslist niet in de politiek te gaan, dat siert hem nog meer, want hoeveel Heren kan men dienen zonder (geloof)-waardigheid te verliezen.

Nee, geef mij maar de professor columnist. Beheerste gevatheid, overdacht geformuleerde zinnen, af en toe een onderwerp dat boeit, dat is wat zijn roeping is, naast zijn andere natuurlijk.

Ik zat ook al een paar dagen op zijn jongste column te wachten, het is december en bijna kerst, de professor heeft het in deze heilige periode wel vaker over geloof. Context is alles. En de professor wordt – net als ik – een dagje ouder, dat blijkt uit de regelmatige verwijzingen naar vroeger, toen alles beter was, duidelijker en met minder twijfel, toen discussie werd vermeden en alles werd aangenomen omdat een hogere autoriteit het had gezegd. We zijn allemaal gevolg van onze opvoeding, of we daar gelukkig mee zijn of niet. Echte revolte is niet meer van deze tijd, gelukkig kunnen hij en ik er over schrijven, er moet geen bloed meer vloeien, onze inkt volstaat.

Maar de professor wordt naar het jaareinde wat moe. De pen schiet soms eens wat verder uit, de opgebouwde redenering wil niet sluiten, dan klinkt zelfs een professor wat meer simplistisch dan normaal. We nemen het hem niet kwalijk, schrijven is harde arbeid, inspiratie schaars en volgehouden gevatheid een vak.

Voor wie zijn jongste column (nog) niet gelezen heeft: warm aanbevolen. Het is een les in nostalgie, een zorgvuldig verstopt verdriet over de teloorgang van het Godsgeloof en een reductie van het spanningsveld tot een simpele indeling in geloven en niet geloven, herleid tot denken en niet meer denken. Voorzichtig als hij is omsluiert hij zijn verdriet met de nodige zalving, de professor wil niemand kwetsen, er zijn ook goede mensen die niet geloven. En omdat hij wat moe wordt gaat hij niet in op ontvoogding, emancipatie van gedachten en zelfstandige mensen die voor zichzelf willen denken, hij heeft het niet over geloven buiten het kader van zijn kerk, zonder dogma’s en de “onuitroeibare christelijke zakkerigheid”. Mooi woord, ‘zakkerigheid’ en toepasselijk ook. Hij gaat niet in op de oneindige lijst van eigenlijke en feitelijke redenen van het geloofsverlies, op ontgoocheling in de kerk, op de twijfelachtige reputatie van sommige van Gods dienaars, op de dagelijks waarneembare intolerantie die de gelovigen uit Gods kerk verdrijft. Hij vermijdt te schrijven dat ongelovigen zo worden genoemd omdat er gelovigen zijn. Wie heeft het woord uitgevonden?

Nee, hij maakt het zich iets gemakkelijker.

Hij vergelijkt het verlies van geloof met het verlies van de liefde, ik begrijp het beeld wel, niet de intellectuele oneerlijkheid die er achter schuil gaat. Hij groepeert alle ongelovigen veilig geschaard achter de maatschappelijke mainstream van niet denkende burgers alsof ze met hun niet geloven een gemakzuchtige oplossing hebben gezocht, ergens willen bij horen zolang het maar niet tot het katholicisme is.

De vrije mens heeft ondertussen begrepen dat geloven niet langer een plicht is maar een recht. Iets wat niet geloven altijd al is geweest.

Roel Verschueren, Wenen 10 december 2009

 

staken in het openbaar vervoer: hoe het ook anders kan

Vandaag staakt het openbaar vervoer in de stad Graz (in het zuiden van Oostenrijk, thuisstad van de "Governator") uit vrees voor een slechtere CAO na een herstructurering.
De staking duurt ten eerste slechts van 8u tot 12u, zo werd toch aangekondigd, en ten tweede voorziet het bestuur van het openbaar vervoer gecharterde bussen van een privé-firma om een minimumdienst te verzorgen. Deze minimumdienst is dan een bus of tram om de 15-30 minuten, wat buiten de spitsuren nog heel goed meevalt.
De vakbondsafgevaardigde meldde deze morgen op de radio dat het niet hun bedoeling was de reizigers te pesten, maar veeleer een signaal richting directie te geven.
Conclusie: de vakbonden hebben hun grieven in de media kenbaar kunnen maken en de reizigers blijven niet in de kou staan: een idee voor Belgie om stakingen in het openbaar vervoer een keertje anders te organiseren?


 

Palestinareis 31.10 – 07.11.2009

In deze Advents- en Kerstperiode reizen vele Christelijke pelgrims naar Bethelehem.

 

5. Bethelehem, en de Muur

 

Een klein stukje rijden van Jerusalem begint de Muur, dé Muur, die we nog ontelbare keren zullen zien. De betonnen Muur is ca. acht (8) meter hoog, sommige stukken Muur bestaan uit gaas, dicht en hoog. Andere stukken Muur hebben een geveegde zandstrook zodat de voetsporen van ongewenste gasten getraceerd kunnen worden. Binnen 500 meter van de Muur mag er geen bebouwing zijn. We leren ook een stille Muur kennen. De Muur is twee keer zo lang als de grens met de Bezette Westelijke Jordaanoever.

 

1.   Een bijzondere plaats voor zij die de heilige plaatsen rondom Jesus willen opzoeken is Bethelehem. Bethelehem is belangrijk vanwege de Geboortekerk en de St. Catharinakerk aan, het Mangerplein. Bethelehem is een centrum van Christelijke religieuze activiteiten. In een nabijgelegen dorp Beit Sahour worden de herders herdacht. Hiervoor is wat fantasie nodig: wie zal ons zeggen of in deze grot – een grot zoals er vele zijn in de wereld – de herders hebben gelegen? Wij blijven maar bij de symboliek. Het dorp heeft er een toeristische attractie aan over gehouden. Met een speciale touringbus vanaf Jerusalem rijdt een toerist langs een aangepaste check-point, Bethelehem ligt immers op de bezette Westelijke Jordaanoever. Israël wil zijn toeristen niet confronteren met de behandeling die ze voor Palestijnen hebben bedacht. Dus: controle met een mild regime. Wij kiezen voor de gewone bus en krijgen te maken met een ‘gewone’ behandeling, of wat daar voor ‘gewoon’ doorgaat: de bus wordt bij het check-point leeg gemaakt, uitstappen, bagage meenemen, en dan komen we in een ruimte  onderverdeeld in torenhoge hekken met stalen pinnen en waar we via een tourniquet langzaam en een voor een voor controle langs mogen. Een ‘terminal’ is de officiële benaming. Bagage wordt gescand, paspoortcontrole. Daarna nog x-tunneltjes doorlopen, links en rechts zware hekken en als men dat allemaal heeft ondergaan is men op de bezette Westelijke Jordaanoever. Officieel mag het stukje land – of wat er van overgebleven is - zich geen Palestina noemen, het heeft geen onafhankelijke status. Zolang er geen zekerheid is over de definitieve grenzen tussen Israël en Palestina, is een volwassen pacificatie niet mogelijk. En zonder die pacificatie kan het echte gesprek over het samenleven binnen en/of buiten deze twee – volwaardige - landen niet beginnen. De Muur is officieel gebouwd om Israël te beschermen tegen Palestijnse aanvallen. Uiteraard mogen de Israëliërs die muur op hun eigen grondgebied bouwen,  net zoals elk land dat mag doen. Het probleem met de Muur is dat hij voor een groot gedeelte gebouwd is of gebouwd zal worden – de Muur is nog niet af - op Palestijns gebied. Israël is hiervoor veroordeeld in Den Haag, maar bouwt toch rustig verder.

2.   De echte reden voor de muur zijn annexatie van Palestijns gebieden en vooral ook identiteitscontrole.  Officieel behoren bezette gebieden niet aan Israël en Israël heeft geen enkele juridische zeggenschap  over de inwoners. Maar de praktijk is anders.

3.   Een blik op de website van Anja Meulebelt  www.anjameulebelt.com leert ons bv. hoe hier met kinderen wordt omgegaan. Hoewel Israël het Verdrag van de rechten van het Kind heeft geratificeerd, verklaart het vervolgens eenzijdig dat het niet van toepassing is in de bezette gebieden. Palestijnse kinderen worden daar ‘berecht’ door de militaire rechtbank. (Settler kinderen vallen onder burgerlijk strafrecht). Het is geen uitzondering dat een kind tot 18 maanden cel wordt veroordeeld voor het gooien van stenen tegen de omheining van een nederzetting of naar en legerjeep - en dat nadat zijn advocaat strafvermindering heeft weten te krijgen. Vrijspraak is vrijwel onmogelijk, ook als het kind onschuldig is. Kinderen bekennen altijd, die ondervragingen duren ca. 10 uur en bekentenissen zijn opgesteld in het Hebreeuws, een taal die een Arabisch kind niet kan lezen. Geen bekentenis betekent automatisch langer de cel in. En onderhandelen met de aanklager kan alleen na een bekentenis. Een Palestijns kind wordt vanaf 16 jaar als volwassenen ‘berecht’ - settler kinderen vanaf 18 jaar. De leeftijd (van Palestijnse kinderen) op het moment van het vonnis geldt, niet het moment van het vermeende vergrijp. Identiteitscontroles bij een check-point zijn hiervoor heel geschikt. Bezoek in de gevangenis wordt vaak niet toegestaan, helemaal niet als de gevangenis zich in Israël bevindt, dat is verboden terrein voor Palestijnse mensen.

 

4.   Groot Bethelehem liep vroeger tot de Dode Zee. De goed geasfalteerde weg tussen Jerusalem en Bethelehem is een by-pass road, en daarop mogen auto’s met een niet Israëlisch nummerbord alleen rijden als het de autoriteiten belieft. Belieft het hen die dag niet – uitleg wordt hierover niet gegeven – dan moet er omgereden worden langs een ingewikkelde route en secundaire wegen. Bethlehem kent zeven toegangswegen en is met zeven soldaten af te sluiten van de buitenwereld. Officieel hebben de Palestijnse Autoriteiten (PA) het hier voor het zeggen. Maar hun macht is zwak en zeer beperkt. Zo is het gebied ingedeeld in zones A, B en C. A gebied wordt geregeerd door de PA – hoewel wij langs Israëlische check-points kwamen – A en B gebieden vallen overdag onder gemengde controle, ’s avonds patrouilleren er Israëliërs, zoals overal met machinepistolen,  en in C gebieden hebben uitsluitend de Israëliërs het voor het zeggen. Op de grens met Beit Sahour ligt een klooster van een Italiaanse Franciscaner orde. Het is nu in zijn voortbestaan bedreigd door de bouw van de Muur. Soms lukt het religieuze instanties hierover in hun voordeel te onderhandelen.

 

In het Citadel restaurant in Bethelehem raken we in gesprek met een aantal lokalen. Zij vertellen ons dat de Israëliërs het hele land, incl. de bezette gebieden,  onder controle houden middels de ca. 780 check-points. Er is grote werkloosheid onder de Palestijnen. Een spreker komt zelf uit een familie met 14 personen waarvan slechts 2 personen werk hebben. Ook de handel is zwaar getroffen door de bouw van de Muur: had men vroeger op zaterdag een omzet van zo’n 1.000 shekels, nu is de dagomzet gedaald naar zo’n ca. 300 shekels. De grote verdienste van Arafat was zijn Awareness of Palestinians, verder is er veel kritiek op hem te horen. Niettegenstaande zijn corrupte omgeving had hij toch een halfgod status. Abbas wordt ervaren als de nieuwe marionet van Israël en USA, niemand spreekt zijn vertrouwen in hem uit.

 


 

Het is de vraag die telt...

Voor het eerst in mijn leven vroeg me iemand hoe ik daar mee omga.

Het was dan nog een priester, een man uit Portugal, die ik vijf jaar geleden kort gekend heb toen mijn dochter werd gedoopt. Zijn Duits was toen zo twijfelachtig als het mijne. Hij woont een paar straten verder, had geen probleem om met mij te praten hoewel hij wist dat ik met doopsels en alles wat daarop volgt nogal wat problemen heb. Hij had – tegen elke Oostenrijkse kerkregel in – geen probleem om een meisje van een paar maand oud te dopen omdat het voor haar moeder zo belangrijk was. En voor de familie van haar moeder. Hij wou vooral weten waarom de vader die daar niet achterstond er toch had mee ingestemd. Ik heb hem dat toen uitgelegd. Dat duurt drie minuten als mensen elkaar willen begrijpen.

Het was hij die me vroeg hoe ik met de komende weken klaarkom. Hoe ik het hele kerstverhaal, het kerstkind, de stal en de geschenken, de kaarsjes, de heisa en het gezang, de liturgie en de klokken, de late kerstboom op 24 december kan verdragen die – nog altijd volgens hem – voor mij de hel moeten zijn.

Ik zei hem dat dat ook zo is. Dat voor mij deze week de hel losbreekt. Dat niets, maar dan ook niets van alles wat vanaf nu zo noodzakelijk gepland en georganiseerd moet worden ook maar iets met mij te maken heeft. Dat ik toekijk zoals een aap naar een zieke koe. Hij vond de vergelijking grappig.

Dat ik dit alles onderga uit respect, uit de ingebakken overtuiging dat iedereen alles beleven mag zoals die denkt dat beleefd moet worden.

“Ook als het gevolg is dat je uitgesloten wordt?”

“Ik kan me wegcijferen,” zei ik nogal moedig.

Hij zag dat moedig ook emotioneel geladen kan zijn. Dat moedige mensen soms zichzelf uitsluiten omwille van anderen en alleen achterblijven, hoogstens met wat weggelachen begrip, maar nooit omdat ze volledig begrepen worden.

Hij was de eerste die me vroeg hoe ik daarmee omga. Een Portugees priester in Wenen, die even het inzicht had dat tolerantie in deze periode misschien wel mooier is dan de periode zelf.

Roel Verschueren, Wenen 9 december 2009


 

Palestinareis 31.10 – 07.11.2009

3. Jerusalem, en het geloof

 

Nauwelijks hebben we ons hotel verlaten, ontmoeten we een stoet bedevaarders die zich een weg baant door de souk: een lange rij prevelende gelovigen draagt het kruis tot de kerk van de VIIe statie, waar ze opgewacht worden; buitenstaanders wordt de toegang ontzegd. In dezelfde via Dolorosa zijn meerdere kerken, soms onopvallend achter een huizengevel verstopt zoals de kerk van de heilige Veronica of de VIe statie. We bezoeken het Jerusalem binnen de oude stadswallen, de kerk van het Heilig graf, de Calvarieberg, de Klaagmuur waar vrouwelijke en mannelijke devotie gescheiden worden.  De oude stad vormt een harmonisch geheel. Het is ingedeeld in vier stadsdelen: Joods, Arabisch, Armeens en Christelijk. Heel duidelijk zichtbaar is dat de voorzieningen in West Jerusalem en in de nederzettingen in Oost Jerusalem  heel goed georganiseerd zijn. Er zijn trottoirs, straatverlichting, parken, bankjes om te zitten en het afval wordt regelmatig opgehaald. In het Palestijnse deel van Jeruzalem zijn al deze voorzieningen niet of nauwelijks aanwezig, terwijl ze net zo goed belasting betalen aan de gemeente en aan de staat Israël. Een dwarsstraat richting Al Aqsa Moskee is versperd door een militair met machinegeweer: ‘it’s closed’ zegt hij bij herhaling. ‘Closed?’, ik zie toch dat de doorgang open is?! Meer dan ‘it ’s closed’ verneem ik niet, ik zal het er mee moeten doen. We maken kennis met het fenomeen joodse kolonisten: zij hebben zich gevestigd midden in een Arabische wijk, naast een kleine moskee. Zij genieten politiebescherming, en krijgen ondersteuning van het leger. Kolonisten staan in Israël buiten de wet, zij kunnen het zich zelfs permitteren bevelen van het Hoogste Gerechtshof te negeren. Elk stukje huis of land dat zij innemen, op wiens grondgebied dat ook zij, krijgt politiebescherming. Onder de label ‘Security’ kunnen zij ongestoord hun gang gaan. In gedachten ben ik nog een beetje in EU en stel mij zo voor: opeens vestigt zo’n kolonist zich in of bovenop mijn huis, verjaagt mij met machinepistolen, en dan sta ik daar rechteloos op straat!? We weten dat zoiets in Israël bestaat maar toen ik het zag komt het als onwezenlijk over. Bij een wandeling out of the Damascus gate komen we een demonstratie tegen van een Chassidische bewegingen. Het is zaterdag,  = sabbat. Een politieagente legt ons uit dat er elke zaterdag hele koren op straat komen ‘Sabbas Sabbas’ roepen ze, het is een demonstratie tegen betaald parkeren. 

Opvallend in een eerste contact met Jerusalem: overal is demonstratief het geloof, aanwezig. Joden al dan niet in witte gewaden en keppels, nonnen en Christenen uit alle windhoeken, Moslims met hoofddoekjes, soms gesluierd maar altijd zijn de ogen vrij.

 

Israël kent vier soorten paspoorten wat ook voor binnenlands reizen consequenties heeft.  Hillary Clinton verklaart diezelfde avond (31.10) tijdens een snelbezoek aan Jerusalem dat niet zij, doch president Abbas van Fatah, tegen de uitbreiding van Israëls nederzettingenpolitiek is. Maar Abbas kan niet zo veel, dat weet elk Israëliër. Volgens anderen bereidt Miss Clinton hier haar presidentsambities voor.

 

Op zondag mogen we de houten loopbrug oversteken die naast de Klaagmuur loopt en oversteekt naar de tuinen van de Al Aqsa moskee. Al jaren wordt onder de Tempelberg gegraven en gezocht naar bewijsstukken van het joodse karakter van de Tempelberg. Vriend en vijand weet dat daar geen religieuze Joodse plaatsen zijn maar toch blijven de Settlers, met steun van de regering,  maar graven en graven. Wachten op een nieuw mirakel?

 

Eerst moeten we een zware controle bij een check-point ondergaan: tourniquet door, bagage wordt gescand, vrouwen worden van mannen gescheiden en op bevel van de dienstdoend militair ook nog gefouilleerd. We staan midden in Arabisch gebied omgeven door Israëlische militairen. Elke controlepost, waar dan ook in het land, is altijd bemand door zwaar bewapende Israëliërs, helmen, machinepistolen, kogelvrije vesten. Legereenheden bestaan uitsluitend uit joodse Israëliërs, Arabische Israëliërs mogen niet in het leger. Mannen hebben drie jaar legerdienst, vrouwen twee jaar. Israëlische Bedoeïenen hebben wel legerdienst. Tot voor kort hadden de Bedoeïenen een ongeschreven bewakingsmonopolie van Israëls atoomonderzoekcentrum in Dimona. Zij zijn nu vervangen door een andere ‘underdoggroep’ in de hiërarchie: de Ethiopische Joden.

 

In de verte ligt de Olijfberg. Aan de rand van de Olijfberg zijn een paar olijfbomen bewaard gebleven. De Olijfberg is nu een begraafplaats voor Joden, het terrein is gehuurd voor 99 jaar. Alleen joodse Israëliërs mogen overal in het land terrein of huizen huren of kopen, ook in Palestijns gebied, terwijl Palestijnen niet eens in Israël mogen komen. Zij hebben hiervoor een speciaal pasje hebben. Speciale pasjes worden om religieuze redenen verstrekt, meestal één keer per jaar. Als er de dag waarop men reistoestemming heeft een speciale security reden van kracht is, dan is het pasje opeens waardeloos geworden. Palestijnen die in Israël willen werken moeten weer een ander speciaal pasje hebben, hiervoor moeten ze eerst ca. $ 100,--, investeren, ouder zijn dan 30 jaar en een familie gesticht hebben. Arabische Israëliërs mogen zich vrij bewegen.

 

Volgens de Israëlische grondwet is de Staat Laïc, en dat wil zeggen: seculier, wereldlijk, zonder kerkelijke binding. Maar … er is in Israël geen geschreven grondwet.

 

In het moderne stadsgedeelte van Jerusalem bezoeken we het King David hotel, waar alle groten der aarde hun handtekening hebben achtergelaten. In het King David hotel huisde vroeger de Britse Mandaatgroep; de akkoorden over de overdracht van Palestina zijn er ondertekend.

 

 

 

4. Diner buiten de Muur

 

Een grote eer viel ons te beurt: eten buiten de Muur. Het was een bijzondere ervaring. Eerst lopen we onder een hele hoge brug op peilers door: boven onze hoofden loopt een by-pass road uitsluitend te berijden door auto’s met een geel kenteken = joods of Arabisch Israëli. Wij zijn uitgenodigd bij een olijvenboer met een stuk land net buiten het dorp Beit Jalla, dat door Jerusalem geconfisqueerd is. De eigenaar is Palestijn en heeft alleen maar een Westbank ID (identiteitskaart) en is daardoor nu op zijn eigen land illegaal in Jerusalem. Zijn land is inmiddels alleen nog toegankelijk via twee hekken waarvan hij wel de sleutel heeft, maar zonder toestemming van de Israëlische commandant mag hij niemand binnenlaten. Gevolg: als wij in aantocht zijn wordt de militaire garde gebeld, zij komen met een vierkoppige bemanning aan, waarvan slechts eentje de jeep verlaat voor paspoortcontrole. Bij het verlaten van het terrein volgt hetzelfde ritueel. De Muur is op deze hoogte nog niet af, de lijnen zijn uitgezet door middel van gaas, prikkeldraad, en een hek. De taxi brengt ons tot het hek, soldaten controleren de grens. Het landschap is prachtig, zacht glooiende heuvels met ontelbare olijfbomen. Het huis is uit de Ottomaanse tijd en geniet om die reden afbraakbescherming. Anders is het gesteld met de keuken en de badkamer, die zijn later aangebouwd en worden nu  bedreigd door een afbraakverordening. Zonder keuken en badkamer wordt het huis niet alleen onleefbaar klein, de eigenaar moet zelf de afbraakkosten betalen. Het dak boven het terras moest om dezelfde reden al eerder afgebroken worden. Rechtsbijstand is voor een particulier een dure aangelegenheid. Militairen regeren over bezet gebied. In hetzelfde gebied hebben zich sinds kort nog een paar lieden gevestigd. Het is niet duidelijk wat zij willen en doen. De bewoners onderhouden geen relatie en zijn een bedreiging voor elkaar: met de aantallen neemt het risico toe dat de militairen hen allemaal de toegang ontzeggen. In de verte ligt een Franciscaner klooster met daarnaast een wijngaard waar de Cremisan wijnen worden gemaakt.

 

Menu: Warekdewali is de vrije uitspraak van het hoofdgerecht. Het is een druivenblad gevuld met een mengeling van rijst, lamsvlees, olijfolie, paprika, kruidnagel, zout en peper. Blad voor blad en met een engelengeduld wordt een hele pan gevuld en gerangschikt zodat er een structuur ontstaat. Daarna gaat er bepaalde dosis water en zout bij en het gerecht is klaar als het water is opgezogen. Dezelfde vulling gaat ook in kleine courgettes. We zitten buiten op het terras, alles om ons heen is aardedonker, stil met als enige geluiden het aflikken van alle vingers en een beetje smakken omdat het zo lekker is. Verder krijgen we nog les in olijven inmaken en traditioneel borduren, een specialiteit van onze gastvrouw. Het is een heel bijzondere avond, op dit stukje aarde buiten/binnen de Muur, we genieten van deze ongekende gastvrijheid, en de uniciteit van dit bezoek.

 

 

 
 

Vanuit de Merovingers in het Jubelpark - en al smikkelend - naar ... Kelt-Iberia.

 España, Hulste, Brussel KMKG 031

Bart Suys (Hoofd Communicatie KMKG) en conservator Dr. Alexandra de Poorter (Merovingische en middeleeuwse archeologische verzamelingen) - eilaas een beetje overbelicht - met een echte beker "caeliam" in de hand. Een bittere beker gerstenat ... Cerveza in het Spaans. (Eigen foto)

ARGAÑÍN/HULSTE -  Hier dan het beloofde smikkelartikel. Vervolg op dat eerdere uit het Jubelpark waar een heerlijke persconferentie uitmondde in een succulent en eerlijk maal van ... Merovingische gerechten. Nog nooit z'n geslaagd huwelijk tussen museum, persconferentie en aloude realiteit meegemaakt. Meegesmaakt. En dan die sterke band met mijn nieuw moederland: ¡Spanje! Als je dan weet dat ikzelf een soortgelijk evenement (als onderdeel van een groter Kelt-Iberisch - Romeins, historisch treffen) al jaren voorbereid in mijn regio, dan weet je dat dit mijn opperste interesse aanwakkerde.

Welaan in de persmap stond er een menu aangekondigd ter gelegenheid van de opening van de Merovingische en Gallo-Romeinse zalen.  Deze laatste zalen kon ik niet eens écht bekijken, had ik al wel eerder gedaan, maar kom, de meute journalisten en "supporters" zeg maar, wilde asap de Merovingische dis gaan keuren. En de Galliërs waren eraan voor hun moeite. Es la vida.

 España, Hulste, Brussel KMKG 030

Zowat het summum van didactische combinatie: de centrale vloer (en -muurverwarming soms), de kleurrijke wanden, de stookplaats (die in Spanje, nú nog gebruikt wordt in o.a. de provincies Burgos en Palencia, en zelfs in een hotel op de Camino de Santiago)  en een deco-kolom in een "Belgische"     Gallo-Romeinse villa.(Eigen foto).

Het menu omvatte dit, ik citeer gewoon: zalm met lavas (¡succulent!), afratus, sferae nivease (¿?), geitenkalfje met laser, gesmoord rundvlees met nardus en costus (mmm), raapjes met spek (lekker), kastanjepuree (een streling voor de smaakpupillen), dolik met komijn (mmm), bonen met garum (overheerlijk en net zoals in Spanje),  linzen met sumac (hier zondigde ik twee maal, die heerlijke "lentejas" deden me meteen naar Castilla y León afdwalen),  dulcia piperata (als dat pepers waren dan was het lekker), patina van vlierbloesem (die struik/boom groeit in mijn corral) en dan gerstenat (van Cantillon) en Franse wijn: de énige uitschuiver (weliswaar goede wijn) maar niet authentiek. Verder was er natuurlijk rogge- en tarwebrood en water en op een bepaald moment was ik een soort waterkers aan het plukken voor mijn bordje en brandde er een lichtje.  "Euhm, ouwe, waterkers pluk je niet uit een pot", klonk het. Waarempel, ik was groenvoer uit een decoratieve bloempot aan het serveren op mijn bord. Smaakte heel even erg bitter en pesticideachtig.

Verder waren er lekker-zure appeltjes voor de zure dorst, vijgen, uien, look, grof zeezout, mahonesa, sausjes, roomachtige toestanden en zoveel meer smaakmakers.

  España, Hulste, Brussel KMKG 032

Op de voorgrond die niet onnodige appeltjes en de speekseloproepende "lentejas", wat verder de perfect effe opgewarmde zalm en het gesmoorde vlees en rechts de vlijtige sympa-kok Yves Cousin: "In realiteit is alles echt simpel te bereiden" , in volle overgave. (Eigen foto)

De recepten gaan terug op verschillende Latijnse werken uit het verleden ( Apicius, Vinidiadus, Anthimus de arts van Theodorik I, zoon van Clovis) en het is Carl Deroux die me vertelde dat het hem heel wat hoofdbrekens heeft gekost om de Latijnse teksten uit dié tijden te vertalen naar modern-toepasbare recepten uit onze tijden, met ingrediënten die zowat hetzelfde zijn of zouden moeten zijn. Iemand vertelde me dat er stoffen bij zijn die nu verboden zijn. ¿Euh?

Bueno. Als we weten dat de Romeinen zowat leefden op een liggend hoofdmenu op basis van wijn, gerechten in olie en brood en de zittende Germaans-Noordse volkeren het meer hadden van melk, boter, veel vlees en bier dan weet je het al.

Dit werd perfect ge-illustreerd in de Vitrine 18 van het museum waarbij enkele gerechten uit het boek "Festins mérovingiens" (ISBN 2-9524032-2-8) waarempel getoond worden met quasi hetzelfde tafelalaam van uit die tijden. Bekijk de illustraties V "Lièvre à la sauce douce" en beeld VII met "Navets au lard". Je vindt in het boek meteen de recepten in het originele Latijn en dan de interpretatie-vertaling ervan in het Frans.

Dit zeer interessante (later meer met Spaanse details) werkboek moet asap én in het Nederlands en in het Engels en Spaans vertaald, m.i.

   España, Hulste, Brussel KMKG 034 

Zelfs algemeen directeur van het KMKG, Anne Cahen-Delhaye, met in haar gezelschap een gedistingeerd heerschap, kon het niet nalaten om effe op werkbezoek te komen. En zeer terecht. (Eigen foto)

Besluitend: een museum met pit kan een tentoonstelling attractief presenteren door zoals Alexandra het heeft gepresteerd: de opening via het "Rijk der zinnen" van de smaakpapillen.

In mijn project "EnZamorado de ti", komen daar dagdagelijkse taferelen uit het leven, poëzie, theater, kunst, musea, acties, dans, zang, opvoeding, muziek ook bij ... dit-eten-uit-die-tijden.

Ik heb ervaren dat de gewone mens in mijn comarca ook nog veel leeft zoals de Merovinger. Sober, genietend van de zuivere en niet vervuilde opbrengst van zijn akker en af en toe vlees soupperend. Ik zag dat vele van de gepresenteerde ingrediënten,  nu nog in Spanje en in Portugal, dagelijkse kost zijn of feestkost. Living history.

 2009.09-11. Hulste. CyL 078 

En ja, het driepikkel-kookpotje, typisch uit de keuken van pastores, nomaden en ¿Merovingers? of Sayagueses ... staat ook nu nog bij mij, als deco, jawel ...  maar ook als uitweg als we de natuur intrekken.  Handig, nuttig en simpel. En vooral praktisch. Zeg maar dat het voor mijzelf zowat het symbool is van de driesterren-stoofpot van de gezonde mens. (Eigen foto) 

 

Muy atentamente

Dirk Renaat

 


 

Shrek in Sabah

Frog
Nu de grootouders op bezoek zijn in Brunei, hebben we ervan geprofiteerd om een kinderloos weekendje in Kota Kinabalu (Sabah, Maleisië) door te brengen. Vijf jaar geleden hebben we de rit per auto gedaan. Een afstand van niet meer dan 200 km die minstens 6 uur duurt omwille van Borneo’s vreemde geografie, de talrijke paspoortencontroles en mini-ferries die  bruggen vervangen.

Het was destijds best avontuurlijk, zo met de auto door de jungle, maar nu hadden we besloten het vliegtuig te nemen. We zaten letterlijk niet meer dan 20 minuten in de lucht en hadden een prachtig zicht over de brede bruine rivieren, de Zuidchinese zee en de voorlopers van Mount Kinabalu. Een herinnering aan het feit dat we wel degelijk in Borneo wonen en dat het eiland bedekt is met een van de oudste regenwouden ter wereld.

Een uurtje later kwamen we toe in ons hotel: de Jesselton. Een mix van gone glory, bizarre oud-Engelse en koloniale tradities. Een Maleisische man met een scoutsbroekje en een tropenhelm aan opende de deur. De kuisvrouw had een ouderwets zwart-witte uitrusting aan die tegenwoordig enkel nog in de sex shop onder ‘French maid’ wordt verkocht.

De stad zelf is in 5 jaar enorm geglobaliseerd. Maar het leukst van al vind ik nog steeds het lokale leven. De kleurige ‘sinterklaasboten’ met vlaggetjes die aan de haven gezellig liggen te zonnen, de nightmarket met de verse krab en gebakken maiskolven, en natuurlijk ook de ambachtelijke stalletjes van de ‘Filippino market’. Je vind er de mooiste parels van Borneo en het is er gezellig druk. De verkopers en hun kinderen zien er arm maar gelukkig uit en het is leuk terug in het ‘echte Borneo’ te zijn, na de kitcherige luxe van Brunei. En dan, alsof ze recht uit Shrek 1 kwamen, hingen ze daar. Een tiental opgeblazen kikkers, met een touwtje en een mini ritssluiting omgetoverd tot een handig portemonneetje. ‘All natural’, zei de verkoopster. Ze zagen er zo zielig uit, alsof de schrik nog in hun dikke puilogen hing. Hier in de tropen heb ik dikwijls op het luide onweergeloei van de kikkers gevloekt. Maar dit lot gunde ik hen nu ook weer niet. Dus heb ik toch maar gewoon de parels gekocht. Ik denk dat moeder en grootmoeder daar veel mooier mee zullen staan.  


 

Palestinareis 31.10 – 08.11.2009

Een verslag over onze Palestinareis, in 9 fragmenten.

 

1. Wat voorafging.

 

De plannen begonnen met de ontdekking van Palestijnse olijfolie. We leerden de mensen kennen die de lokale contacten onderhouden en de olijfolie in Nederland importeren. We reisden in een groep, 14 personen, incl. mijn echtgenoot en ik zelf.

 

Bij het plannen van de reis zijn mij vooral twee dingen opgevallen:

 

  1. zodra ik zei ‘we gaan mee met een Fairtrade organisatie naar Palestina’ werd ik heel vaak angstig aangekeken: ‘durf je dat, is dat niet gevaarlijk’? Deze vraag kreeg ik zo vaak gesteld dat ik bijna begon te twijfelen, zou het echt niet gevaarlijk zijn? Ik kan nu met zekerheid zeggen: in Palestina heb ik me zeer veilig gevoeld. Het enige wat mij wel eens beangstigde waren de zwaar bewapende en alomtegenwoordige Israëlische militairen.

 

  1. zeggen dat je naar Palestina gaat roept bij veel mensen vragen en verwarring op: Palestina? terroristen? Ben je pro Palestina? Ben je tegen de Joden? Voor de duidelijkheid: wij zijn geen antisemieten, en naar Palestina gaan is geen getuigenis van antisemitisme. Israël is het land van de Joden, maar het is geen joods land. Israël kent officieel godsdienstvrijheid. Jammer genoeg wordt het land meer en meer door het Zionisme gedomineerd, iets wat veel vrome Joden ook een doorn in het oog is. De Israëli zullen zelf een samenlevingsvorm met de Palestijnen moeten bedenken. Voor ons, kinderen van een naoorlogse generatie, ben ik me bewust van de statement die we eens moeten maken: de weigering de Palestijnen blijvend slachteroffer te maken van de geschiedenis. Door weg te kijken en te zwijgen plaatsen we onszelf in een positie die ooit als ‘Wir haben es nicht gewüsst’ bekend is geworden.

 

2. Aankomen in Jerusalem

 

Aankomen in Tel Aviv verloopt probleemloos. Bij het loket ‘non Israeli’ wordt geïnformeerd wat het doel is van de reis. “Toerisme’, is het ware antwoord. Ik zie er blijkbaar betrouwbaar genoeg uit om een paspoortstempel te krijgen dat ik drie maanden mag blijven. Het is midden in de nacht, een taxi brengt ons naar Jerusalem. Ik had nooit andere beelden van de Muur gezien dan een hoge grijze muur - de Muur, ca. acht (8) meter hoog --  maar op de route Tel-Aviv Jerusalem heeft de Muur zowaar een beetje kleur, zacht geel met een okergeel motiefrandje. Ik informeer bij de chauffeur of dit nu de Muur is: ‘a present from the Jews’, is het antwoord van onze Jordanese chauffeur. Hij rijdt met een geel kenteken omdat hij in 1967 in het juiste stukje Jerusalem woonde om een Arabisch Israëlisch paspoort te krijgen. Anders zou hij hier niet eens mogen komen. Vervolgens heb ik binnen een uur meer soldaten gezien met machinepistolen in de aanslag dan ik ooit tevoren in mijn hele leven had gezien. Ik geef toe, ik houd niet van geweldfilms, maar dit is geen film maar real, echt, echt. Soldaten met machinepistolen die het straatbeeld bepalen, we moeten even wennen aan dit oorlogsbeeld. Zojuist hebben we gelezen: ‘Welcome in safe and beautiful Israel’. De Muur laat ons vervolgens nooit meer los, hij bepaalt het dagelijkse leven van zowel joodse & Arabische Israëliërs als Palestijnen. Later leren we vele soorten muur kennen – the silent Wall, de mobiele Muur,

 

Het eerste check-point is er eentje van de eenvoudigere soort, de chauffeur is blijkbaar eerder dit check-point gepasseerd, er wordt volstaan met gezichtscontrole met een zaklamp, we zwaaien met onze paspoorten, de weg is verder nagenoeg verlaten en goed controleerbaar. In de verte zien we soms lichtjes in de dorpen en huizen, maar ter hoogte van Ramallah komt de grijze Muur in zicht, kilometers rijden tussen betonplaten, zo hoog dat een claustrofobisch persoon misschien wel de eerste vlucht retour naar huis zou nemen. De Muur komt niet alleen: er is hoge prikkeldraad omheen, nog hoger dan de Muur zijn de wachttorens, met kleine spleetjes kijkraam, wie in de toren zit(ten) kunnen we niet zien. Er wordt duidelijk goed op ons gelet. Zou dat de safe Israel zijn?

 

Wij komen binnen via de Damascusgate, ons hotel ligt in de Arabische buurt binnen de stadsgrenzen van Jerusalem. De chauffeur parkeert buiten de gate en loopt met ons mee. Ook hier weer patrouilleren groepjes soldaten met machinegeweren. Zij zeggen iets tegen onze begeleider wat waarschijnlijk het equivalent moet zijn van onze ‘hoi’ of ‘goede avond’ of nog iets anders. Het kost mij moeite om te wennen en moet nog een knopje leren omdraaien: als dit ‘de vijand’ is, waarom zou ik hem dan groeten? Het dagelijkse leven met en tussen soldaten en machinepistolen is blijkbaar een stukje ingewikkelder.

 

Het is nog aardedonker als de Moskee oproept voor het eerste ochtendgebed. Maar wij moeten nog aan de nacht beginnen. 

 


 

Van Asopos naar Wulpen... - Update

Terwijl de wereld zich in Kopenhagen buigt over de vraag hoe ze zich met de minste pijn nog een beetje langer van haar voortbestaan kan verzekeren - het lijkt mij als leek dat ze moeten zoeken naar een merkwaardig compromis tussen doctorandi, wichelroedelopers, goochelaars, huichelaars, beroepsgokkers en boekhouders -,  is het misschien een geschikt moment om even terug te komen op een oud Grieks zeer: de verwaarlozing en de verloedering van bodem, lucht en water.

De nieuwe regering is tegemoetgekomen aan een vraag van iedereen die met het milieu begaan is, namelijk de oprichting van een eigen ministerie van milieu, en in elk geval de splitsing tussen milieu en openbare werken, twee bevoegdheden die tot voor kort in handen waren van een en dezelfde minister, die ook wel wist bij welke van die twee bevoegdheden de meeste commissies te rapen vielen.  De nieuwe Minister van Milieu is de tot dan onbekende Tina Birbili, die aanvankelijk vooral opviel door in jeans en sneakers te verschijnen in haar ministerie en op persconferenties.  Het blijft mij toch steeds weer verbazen dat zovelen die zich inzetten voor 'goede zaken', het milieu, vluchtelingen, kansarmen,  dat die zich zo vaak ook geroepen voelen zich in te zetten voor een andere strijd, die tegen traditionele sociale conventies; het lijkt mij dat ze daardoor al meteen een heel deel van de te overtuigen doelgroep tegen zich innemen, al meteen van bij de aanvang hun geloofwaardigheid op de helling zetten; het zou wellicht efficienter zijn die twee fronten gescheiden aan te pakken, als daar al behoefte aan zou bestaan. 

Maar goed, het programma van de nieuwe regering is ambitieus: gebruik maken van de natuur die in Griekenland zo overweldigend aanwezig is: water, wind, zon; reductie van 60% in broeikasgassen, leefbare steden, groene jobs, ...   Het zal moeten blijken.

Vooralsnog is het echter het oude, grijze, conservatieve bolwerk van de Raad van State dat de meest opvallende milieu-ingreep heeft gedaan.  Over de Asopos, de rivier die vanuit Centraal-Griekenland de Attica-regio binnenkomt, en in feite nog weinig anders is dan een purperen brij van Chromium 6 en andere giftige rommel, daarin ongestoord geloosd door een aantal aluminiumbedrijven, heb ik hier al eens eerder geblogd.  De bevolking in de regio sterft massaal aan kanker, en het water uit de kraan is er ondrinkbaar, al jarenlang.  Vorige regeringen hebben steeds gedaan alsof er niets aan de hand was, en hebben de bedrijven steevast de hand boven het hoofd gehouden.  Erin Brokovitch zelf, en het Europees Parlement hebben er zich mee beziggehouden.  De Asopos is een van de grootste blackspots van Europa. 

En nu, enige dagen geleden, hebben de knarren van de Raad van State geoordeeld dat 5 bedrijven die verantwoordeijk zijn voor het leeuwendeel van de lozingen, geen werkingsvergunning mogen krijgen, en dus hun deuren zullen moeten sluiten...

Er is een crisis, er is een nieuwe regering, een nieuw Ministerie van Milieu, en er is de Raad van State die bedrijven wil sluiten: Tina zal haar grote-mensen-kleren moeten aandoen en iets uit haar mouw moeten schudden, een oplossing bedenken.  To let her blue jean talk zal niet volstaan...

En wie weet, misschien komt dat fietstochtje langs de Asopos er toch van.  Zonder masker...


 

Onbarmhartige Samaritanen...

Ik vind de vergelijking onmenselijk cynisch en denigrerend, vooral als die komt van iemand die de situatie misbruikt. Hij noemt het een vorm van straatprostitutie, maar dan (bijna) uitsluitend door mannen bedreven.

Het zijn hoofdzakelijk Polen, Serviërs en Roemenen die van ’s morgens vroeg bij minder dan 3° Celsius verkleumd rond de bouwmarkten hangen, in de hoop letterlijk te worden opgepikt door een klant. Vijf euro per uur verdienen ze, af en toe, niet elke dag is een goede dag. Het zijn huisvaders die hun gezinnen achterlieten in hun dorpen, in de stille hoop in de ‘grote stad’ die Wenen is, in het ‘welvarende land’ dat Oostenrijk is in twee weken de 500 euro zwart te verdienen waar de familie thuis twee maanden kan mee overleven. Zwart, omdat de arbeidsvergunning ontbreekt.

Dat de Polen al heel vroeg in de morgen schnaps drinken om de kou te verdrijven stoort de Roemenen niet. Die spelen een of ander bordspel om de tijd te doden, de verveling en de kou te bekampen tot een klein busje stopt. Dan draait de bestuurder het raam rechts open, steekt eerst drie vingers in de lucht, werk voor drie mannen, dan vijf voor vijf uren werk, en dan nog eens vijf, vijf euro per uur. ‘Metsers’ roept hij.

Wie het eerst in het busje springt heeft de job. Ze rijden weg zonder te praten, zonder te weten waarheen. Misschien naar een werf in een afgelegen district van waar ze na het werk meer dan een uur moeten terug wandelen om ergens te kunnen overnachten waar niemand weet dat ze er overnachten.

Arbeidsprostitutie. Het zal wel van alle tijden zijn, het zal wel levensnoodzakelijk zijn, voor hun plezier staan deze mannen niet aan de bouwmarkt op straat, vaak dagen of weken zonder werk, wachtend op een busje en een stukje van de koek.

Dat diezelfde welstellende opdrachtgever dan ’s avonds naar huis rijdt, naar de warmte van zijn gezin, en zelf op de zwartwerkers meer heeft verdiend dan de mannen zelf, stoort hem niet. En dat hij aan tafel, met vrienden bij een glas bier oeverloos en schaamteloos zit te klagen over hoe zijn mooie land vervuild wordt door al die illegale migranten, vindt hij ook normaal.

Op kerstavond zit hij uitgedost met zijn gezin in de kerk en koopt zich via het offerblok op de kap van zijn medemens een geweten.

Roel Verschueren, Wenen 7 december 2009


 

Mozambique: een land van contrasten

Gedurende mijn eerste weken in Mozambique vielen mij bepaalde dingen meer op dan andere. Ja, ik werd op dagelijkse basis geconfronteerd met armoede en ziekte. Ja, er ligt veel afval op de al dan niet geasfalteerde straten. Ja, het gros van de gebouwen zijn oud, versleten en/of verrot – begrijpelijk met de 16 jaar durende burgeroorlog nog vers in het geheugen. Toch waren dit niet de dingen die mij specifiek opvielen, aangezien ik mij hier toch zo goed als mogelijk mentaal had op voorbereid. Wat mij het meeste opviel tijdens mijn eerste weken in de hoofdstad Maputo, waren de prachtige gerestaureerde Portugese villa’s, die nu zo goed als allemaal bezet worden door de internationale NGOs en United Nations-instellingen.

In mijn zoektocht naar accommodatie kwam ik tot een tweede verrassende vaststelling: de prijzen op de immobilliënmarkt zijn zelfs naar Europese normen hoog te noemen. Zo komt een kamertje in een appartement voor drie personen al gauw uit op $500 per maand, en dan zit je nog niet in het goede gedeelte van de stad en zijn de extra onkosten er nog niet bij gerekend. Net buiten de stad liggen overigens enkele zogeheten ‘gated communities’ – beschermde wijkjes met Westerse huisjes, waar voornamelijk expats wonen – die voor gemiddeld $2000 per maand op de markt staan.

Vandaag, 4 maanden later, woon ik in een klein bijhuisje in het kleine stadje Chimoio – 1000km ten noorden van Maputo. Hoe ik daar terecht ben gekomen, en wat ik er momenteel doe, vertel ik wel in een volgende post.

Luc


 

Intro

Naam: Luc Severi

Land: Mozambique

Sector: Hernieuwbare energie voor rurale gebieden

Profiel: 24 jaar, ex-KULer, net afgestudeerd aan de London School of Economics (MSc Development Management), en in Augustus vertrokken naar Mozambique om er te werken voor de Nederlandse NGO Rural Energy Foundation.

Doel: Met deze blog wil ik proberen om wat meer accurate informatiete verspreiden betreffende ontwikkelingshulp en leven in een ontwikkelingsland. Mijn verblijf in Mozambique heeft mij reeds vele inzichten verleend, die ik hier stelselmatig in blogposts zal neerschrijven.

Tot de volgende post,

Luc


 

Sinterklaas uit Nederland De dag na het heerlijk avondje

 

 

Vanochtend hadden de radiozenders het over het omsmelten van de niet verkochte chocolade, Sint met z’n Pieten zijn naar de zolder verhuisd, de kerstversiering is naar beneden gekomen, de volgende cadeautjesronde kan beginnen. Bij de kerstboom moet er niet gedicht worden, ook geen surprise, oef, wat een rust komt er – tijdelijk! - over het land. Vandaag en morgen hebben met name de grootwinkelbedrijven het nog druk met ruilen. Dat gaat zo: veel cadeaus zijn van praktische aard of hebben een plagerige ondertoon. Stel een vrouw heeft cup A en wil in het nieuwe jaar een borstvergroting laten doen. De gever die dat weet koopt als cadeau een b.h. cup F. Bij zo’n cadeau stop je dan wel het aankoopbonnetje.  

Deze week kan er weer gewoon gewerkt worden in dit land. Ik liet mij door een medewerker van een groot bedrijf vertellen dat er afgelopen woensdag geen contact mogelijk was met een leverancier. Reden: het voltallige personeel vierde Sinterklaas.

 

Die rust is heel betrekkelijk: in december moet het vuurwerk voor Oudejaarsavond besteld worden. Niet besteld = geen vuurwerk. Wie in het grensgebied woont spekt de Belgische kassa’s. De douanediensten draaien dan overuren.


 

STORMFRONT

Onlangs kreeg ik een uitnodiging van een vriendin uit Maagdenburg om er op 16 januari 2010 voor de democratie te komen demonstreren. In de meeste grote Duitse steden wordt die dag trouwens ook gedemonstreerd. Maar voor Maagdenburg is 16 januari tevens een triest moment in het collectieve geheugen. Want op die dag in 1945 werd de stad er door een geallieerd bombardement volledig in puin gelegd. Meer dan 2.500 doden bleven onder het puin liggen. Volgens het stadsbestuur van Maagdenburg hoort de komende demonstratie dan ook ondubbelzinnig tegen de oorlog te zijn én moet ze de nazi’s verantwoordelijk stellen voor de moord op en de dood van twaalf miljoen mensen.  

 

Ik kon mijn Maagdenburgse vriendin Paula alleen maar feliciteren met deze oproep. Het organiserend comité spreekt immers over een straßenbreite optocht met spandoeken over de grote boulevards. Dit jaar wil men meer dan de gebruikelijke 5.000 manifestanten op de been brengen. Bij de laatste verkiezingen van september werden de neonazi’s tegen elke verwachting plaatselijk van de kaart geveegd. In Maagdenburg waren de antifa’s er toen zelfs in gelaagd om de democratische partijen in één front tegen uiterst rechts te verenigen. Van de zomer waren er alle ramen van een leegstaande kantoortoren met hun affiches tegen de neonazi’s afgeplakt. Maagdenburgse Paula meende echter dat ook de “goede” Hollanders – ik werd voor de gelegenheid maar in die zak gestopt – bij deze gelegenheid op 16 januari 2010 niet aan de kant mochten blijven staan. Waarom niet meedoen? Zeker nu Nederlandse “stormfronters” in Duitsland regelmatig hun antisemitisch vuil kwamen spuiten.

Nederlandse “stormfronters”? Ja, inderdaad. Zo was op 2 augustus 2008 de Nederlandse neonazi Constant Kusters (Stormfront, Nederlandse Volksunie) in Bad Nenndorf door de Duitse politie gearresteerd nadat hij op een jaarlijkse manifestatie van neonazi’s antisemitische kreten had geslaakt en Kanselier Angela Merkel zelfs een pornoster had genoemd. En hij had de wens uitgesproken dat de hakenkruisvlag spoedig weer over Duitsland zou wapperen. Zijn kompaan Andreas Biere uit Maagdenburg meende daarna dat dan pas de “waarheid” weer in de geschiedenisboekjes zou verschijnen. Op 1 augustus 2009 liepen de neonazi’s andermaal door Bad Nenndorf. Hun eis was niet alleen het vertrek van het Amerikaanse “bezettingsleger”, maar ook het gedenken van de Duitse “slachtoffers”. De neonazi’s willen immers de oorlogsmisdadigers die in 1945 door de geallieerden in de gevangenis waren opgesloten en er werden “gefolterd”, nu als “slachtoffers” erkend zien. De geallieerde bombardementen op de Duitse steden worden door hen voortaan graag als “oorlogsmisdaden” gebrandmerkt.

http://www.youtube.com/watch?v=Y5LHnmtn1po&feature=related

Wat ook bij de laatste demonstratie te Bad Nenndorf opviel was het gebruik van zwarte vlaggen en witte hemden. Die hemden waren toen inderhaast over menige buik getrokken. En de volgende zang op rijm gaf de marsrichting aan:

Im braunen Hemd,
Im weißen Hemd
Brennt gleich für Deutschland unser Blut.
Fest wie ein Turm
Stehn wir im Sturm -
Zur Flamme peitscht ihr unsre Glut!

Al enkele jaren staat het zeer landelijke kuuroord Bad Nenndorf onder de rook van Hannover hierdoor als een fascistisch bolwerk op de kaart. Ook al omdat de burgemeester de neonazi’s er blijkbaar geen strobreed in de weg wil leggen. De gebruikelijke 400 neonazi’s mogen er jaarlijks ordelijk tussen een imposante politiemacht door paraderen. Dat is uiteraard een doorn in het oog van menige antifa. Maar bij een dergelijke gelegenheid tegen een paar honderd skinheads en aanverwante lieden demonstreren is nooit erg effectief gebleken. Op het terrein de confrontatie zoeken evenmin. De tactiek nu is om enerzijds deze neonazi’s in hun eigen vet te laten gaar bakken en om anderzijds een bredere massa te bereiken via de jaarlijkse Meile der Demokratie in de grote steden. Dat laatste haalt onvermijdelijke de grote media en lokt positieve respons uit bij de opiniemakers. Hierdoor zullen de neonazi's onvermijdelijk in een hoekje alleen maar hun racune  kunnen luchten en voor de rest worden afgedaan als zonderlingen die elk contact met de realiteit hebben verloren. Bruine hemden, witte hemden? Wat maakt het verder uit. Chaoten vindt men overal. En wie zijn of haar boekje te buiten gaat krijgt een proces aan de broek.


 

België: Bolwerk van de atoomlobby

Zonet gezien op einsextra, de infozender van de ARD: Het Europamagazin, waar steeds actuele Europese thema's ten berde worden gebracht. Deze keer het niet onbelangrijke thema energie met als grote boeman: België. Toon van het discours: Progressief Duitsland kijkt met opgeheven gezicht neer op het kleine België, "das Land der rasenden Stromzähler", waar stroom in degoutante hoeveelheden wordt verspild. Niet alleen de Grote Markt in Brussel en de steeds verlichte kantoorsgebouwen rond het Noordstation worden in het vizier genomen, maar ook het wereldwijd bekende fenomeen van de belichte autostrades.

Summier wordt Belgiës voorliefde voor atoomenergie opgediept: van het de Uraniummijnen in Belgisch Congo over de eerste continentale kerncentrale in Mol tot de obscure status van ex-staatsconcern Electrabel. Voor een Duitser onbegrijpbaar: Wie al eens door Duitsland heeft gereden, snapt wel waarom. Het land is bezaaid met ranke windmolens en voert al jaren een vrij groene politiek. Het mag pas echt duidelijk zijn dat ons land op het vlak van hernieuwbare energie hopeloos achterloopt op andere Europese landen, wanneer het tegenvoorbeeld Oostenrijk wordt aangehaald, waar in grote mate stroom uit waterkrachtcentrales wordt gewonnen.

Als afsluiter nog een sneer naar een reclame van het Forum Nucléaire en het met groene stroom verlichte Atomium.


 

Sinterklaas in Nederland. Heerlijk avondje is gekomen.

 

De verschillen tussen Vlamingen en Walen zijn kleiner dan de verschillen in Sinterklaasviering tussen Nederland en België. Erger nog, de Sinterverschillen met Nederland zijn niet eens in twee talen uit te drukken. Sinterklaas is hier synoniem voor ‘heerlijk avondje’. De leeftijd bepaalt alleen het al dan niet ‘geloven’, verder doet jong en oud hier aan Sinterklaas. En hoe ze dat doen?! In eerste instantie lijkt het simpel: met tekst en met een present(je). Tekst: je kan niet zomaar een wens of een gedachte uitwerken, nee, er moet gerijmd worden, voor één avond is iedereen ongeveer dichter des Vaderlands, althans des Sinterlands. ‘Dwangrijmerij’, noemen de anti’s het. De rijmen moeten liefst enige relatie hebben met de persoon – bv. een nieuwe auto of beenbreuk worden in casu altijd in het gedicht verwerkt -  verder is de inhoud secondair. Belangrijk is dat het rijmt. Handige geesten verwerken het hele alfabet in zo’n rijm, anderen houden het bij aa’s of oo’s of rijmen met lijmen, je doet maar wat, als het rijmt is het altijd goed. Kan je zelf niet rijmen, dan zijn hiervoor handige boekjes in de handel met tips en richtlijnen, en ook internet helpt rijmen.  Een professor aan de Universiteit van Amsterdam heeft het ooit gepresteerd een heel college in rijmen te geven. Geniaal! Een leerstoel ‘rijmen’ moet nog worden opgericht.

Een professor maakte goede sier,

een college op rijm is bijna vertier.

Gelijktijdig gaf hij onderricht

dat was zijn werk en ook zijn plicht.

Zwarte Pieten hebben moeilijke tijden achter de rug. Een aantal jaren terug mochten men in dit land niet zeggen dat ze ‘zwart’ zijn, ze zagen er wel zwart uit, maar toen heette het dat ze ‘gekleurd’ waren. In andere kringen moesten de Pieten groen, of rood of geel zijn. De kinderen raakten hiervan teveel in de war: ‘mama, waar is zwarte Piet?’ . Dit jaar is de “groene ‘ Piet op alle radiozenders te horen. Hij noemt zichzelf groen om reclame te maken voor fairtrade chocolade.

 

Volwassenen doen ook aan Sinterklaas. Uitnodigingen voor een Sinterklaasfeestje gaan vergezeld van twee opdrachten: voor wie moet je een ‘surprise’ bedenken en wat is de prijsrichtlijn. Nee, men neemt hier niet het risico dat je voor tien euro geeft en misschien slechts voor vijf euro terugkrijgt. De surprise is het moeilijkste onderdeel: je moet iets knutselen, hoe ingewikkelder hoe beter, het laat je genialiteit zien en je wil op zo’n avond nog  bewonderd worden voor het aantal uren dat je aan je surprise hebt besteed. Er is een samenhang tussen de surprise, het cadeau(tje) en het gedicht. De regie van een Sinterklaasfeest is heel strak, niets wordt aan het toeval overgelaten. Vooraf is er een verdeelsysteem, meestal een loterij, zodat je weet ‘wie jij hebt’ en dan begint het grote werk: surprise bedenken + cadeau kopen + gedicht rijmen. De meeste Sinterklaasfeesten zijn ook familiefeesten. Zo’n avond moet heel lang duren. Pepernoten en banketstaven zijn vaste ingrediënten voor het zoet houden.

 

… heerlijk avondje is gekomen … viert men hier op 5 december. Logisch, op 6 december is Hij immers in België.


 

Berlusconi in opspraak?

Berlusconi in opspraak (zonder vraagteken) was te lezen op het scherm tijden Het Journaal op één op vrijdag. Nu ja, als ik hier de verschillende telegiornali bekijk en de websites van de belangrijkste kranten raadpleeg, dan raad ik de eindredacteur van de VRT aan om toch een vraagteken te plaatsen.

Het heeft dus ook ons klein landje bereikt, maar toch nog even kort een antwoord op de volgende vraag: waarom in opspraak? Een spijtoptant (zo iemand die bereid is z'n geheimen prijs te geven om strafvermindering te bekomen) heeft tijdens een proces in beroep tegen een rechterhand van Berlusconi, diezelfde Berlusconi beschuldigt in de periode '93-'94 een tussenpersoon geweest te zijn voor de Cosa Nostra (de overkoepelende criminele organisatie van de verschillende Siciliaanse maffiafamilies). '93-'94 was een periode met heel wat aanslagen van de maffia in Italië én de periode vlak voor Berlusconi z'n opmars begon in de Italiaanse politiek met z'n partij Forza Italia! Berlusconi zou beloofd hebben om een aantal voor de maffia gunstige wetten te stemmen. De maffia zou in ruil geen aanslagen meer plegen. Berlusconi aan de macht dankzij de maffia?

Terecht, denk ik, kun je vragen stellen bij de waarde van die woorden, zeker omdat deze spijtoptant Berlusconi nooit heeft ontmoet, maar enkel z'n naam heeft gehoord. Maar toch... een spreekwoord in de Nederlandse taal zegt toch, waar rook is, is vuur. En het is niet de eerste keer dat er rook te zien is aan de hemel van Berlusconi. Op z'n minst zou de Italiaanse magistratuur moeten nagaan of er inderdaad geen vuur te vinden is.

Interessanter zijn wellicht de reacties op deze uitspraak. Berlusconi reageert zoals altijd: hij lacht de beschuldigingen letterlijk weg. Deze regering "ha fatto di più contro la mafia"; geen enkele regering heeft dus meer tegen de maffia gedaan. Logisch, toch? Dit is niet voor niets "de beste regering in 150 jaar" (de leeftijd van de Italiaanse staat), dixit Berlusconi. 8 maffialeden per dag gearresteerd vertellen de statistieken. Of dit effectief zo is.... moeilijk te achterhalen. Feit is dat ik inderdaad regelmatig zie op tv en lees in de kranten dat er weer eens een belangrijke maffiabaas is gearresteerd.

"Logico" zo'n uitspraak zegen zijn aanhangers. We hebben de maffia zodanig verzwakt dat ze de spijtoptant als wapen gebruiken; als wapen om een goed werkende regering ten val te brengen.

De oppositie... euhm... wacht even... ach ja, die heeft ook iets gezegd tijdens het journaal... of mogen zeggen. Het was me niet echt duidelijk of ze zich weer eens heel koest houdt of ze gewoon zoveel mogelijk van het scherm geweerd wordt. De Partito Democratico (de grootste oppositiepartij) reageerde met voorzichtigheid; met "cautelo" volgens de nieuwslezers van de RAI. "Tocca ai giudizi", het is aan de rechters om hier iets mee aan te vangen. Die zoektocht naar dat vuur dus.

Berlusconi in opspraak? (met vraagteken) Ach neen, ... dit is Italië. In de Belgische politiek zou het stormen, zou de regering misschien de handdoek in de ring gooien, zou op z'n minst de oppositie die handdoek eisen, maar hier zullen ze gewoon doorgaan.

Persoonlijk denk ik dat de magistratuur zeker wat vuile was kan vinden ten huize Berlusconi (er is een beetje te veel rook), maar hoe vuil die was wel is, moeilijk te zeggen en ik vrees er ook voor dat we dat pas zullen weten als Papì al een tijdje van het (politieke) toneel verdwenen zal zijn. Zo gaat het toch vaak, niet?



 

De Spaanse dodencultuur. Parte I. En kregelige gesprekken rond knekels ...

 2009.09-11. Hulste. CyL 077

Het piepkleine kerkhofje in Argañín de Sayago (Zamora), keurig onderhouden door liefhebbende familieleden en buren. (Eigen foto)

HULSTE/ARGAÑÍN - Hier zie je de opgesmukte graven in dat kleine dorpje in de Comarca Sayago, dd. 1 november jl. De eenvoud van de ietwat onmachtige en onbeholpen hulde aan de aflijvigen, de relatieve schoonheid van die simpele decoratieve elementen raakte me. Toen ik echter de antwoorden op mijn al jarenlange vraag die me bezighield aanhoorde keek ik ervan op en werd me meteen een en ander duidelijk. Het is echter een nogal bitsige reactie van iemand op mijn tekst over de graven der Merovingers die me noopte om het in een groter geheel te belichten.

Eerst die bewuste 8 graven der Merovingers in Harmignies (Henegouwen), opengelegd en officieel-professioneel "geplunderd" door deskundigen en daarna getransporteerd naar het Museum voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Sec is dat zo. Tja. Strikt genomen blijf ik erbij: dit is een vorm van grafschennis. Ook het begluren, er zo maar overheen lopen vind ik onkies. Niet netjes.

Een graf moet zijn echte betekenis behouden

Een graf is een laatste rustplaats en is in principe blijvend, tenminste in bepaalde culturen. In India verbrandt men zijn beminden, bij de "indígenas" in Noord-Amerika liet men het lijk over aan de elementen, weliswaar stevig ingepakt op hoge palen en de Vikingen bvb. eerden hun helden door ze in een brandend schip aan het "oerwater" toe te vertrouwen enz. Maar het "normale" graf (met tombe) zoals wij het kennen is bedoeld om gerust gelaten te worden. En dus ben ik tegen het openbreken en tentoonstellen van de inhoud, van de restanten. Voyeurisme onder het mom van cultuurinteresse. Tss.

Met de middelen die we nu hebben (vroeger kon men ook plaasterafgietsels maken bvb.) kan men alles digitaal, met hologrammen of met kunststofmodellen reproduceren en is het "educatieve" en "informatieve" element ook meteen aan zijn trekken gekomen. Da's mijn standpunt. Da's respect betuigen. Concreet voor kritikasters die de 8 graven in Henegouwen willen aanhalen, heb ik een oplossing: A. de graven horen op hun plaats te zijn waar ze zijn gevonden. Registreer, investariseer en bouw dan erom heen het necropolis  of museum. B. Zet daarna de replica's in de meest authentieke vormgeving te kijk in het nationale museum.

De Spaanse dodencultuur op het platteland

Mijn eerste opmerkelijke schok die ik kreeg toen ik de "jumelage" tussen mijn Kempens geboortedorp (nu 'n grotere gemeente) en Lora del Río(Sevilla) uitdiepte in 1987. Ik vertoefde bij mijn gastfamilie en we gingen ontbijten in ... een barretje. De zomer kondigde zich al aan. Daar hoorde ik dat er een jong meisje van 18 pas gestorven was en dat er onmiddellijk een uitvaartplechtigheid ging plaatsgrijpen. Dit greep me aan omwille van eerder persoonlijke ervaringen en ik stelde me al voor dat de vader in Granada met wegenwerkers weg was voor een week en ... ik besliste om het gebeuren bij te wonen. Het was zeer aangrijpend én concreet geregeld, bloednuchter. De groep buurtbewoners en vrienden vormden en hechte band en lieten me toe in de voetstoet naar het kerkhof, op 3 km van de stad verwijderd. Daar nam ik achteraf día's van het kerkhof en de opgestapelde pakken verdriet of participatievormen in de gedaante van bloemen.

De ¿redenen? De hitte, het ontbreken van enig tanatorio en zeker geen met koelkasten. Es la vida. En dus sloeg nog maar eens de "relativiteit" van ons bestaan me in mijn smoel.

 2009.09-11. Hulste. CyL 095

De zuivere kerk (de oudste van de comarca en van een buitensporige grootte), de doodsboom - hier een jeneverbes - en het kleine, ommuurde en goedonderhouden kerkhofje. (Eigen foto)

En dan nu naar Argañín de Sayago. Mij was al opgevallen dat een dorp dat een halve eeuw terug nog 353 bewoners kende en nu was teruggevallen op 79 ingeschreven dorpelingen een kerkhof kende dat al eeuwenlang maar plaats had voor 7 X 9 rijen graven. ¿En de voorouders? ¿Waar zijn hun knoken naartoe?

Antwoord. Bij elke dode zoekt men het oudst-aanwezige graf op, graaft het op, sprokkelt de knekels bijeen in een (nu plastic) zakje en verstopt dat wat dieper en ziezo ... de plaats is vrij voor de mooie en dure kist. Nou moe. Zelfs de opschriften en zo worden doodgewoon verwijderd, vernield of in uitzonderlijk geval meegenomen door de familie. Ik ontdekte daardoor zelfs een grafzerk op het openbare plein voor de kerk. Als afboording van een platform. Respect. Welleuh.

En eerder dit jaar bij het fotografisch inventariseren van mijn buurdorp Monumenta, bemerkte ik  dat er aan het kerkje, annexe kerkhofje een rare constructie plakte. Het bleek een osario (ossuarium) te zijn. Buiten gebruik geraakt. Allicht omdat wolven en honden er kwamen snuffelen. Maar dát was het bewijs dat men de resten van de aflijvige, na een bepaalde tijd in een soort massagraf plaatste, toevertrouwde, dumpte.

Alles is écht relatief. Zelfs de discussie in het huidige Spanje, tussen links en rechts ivm het opgraven van de massagraven van de recentste burgeroorlog. Het stinkt naar politiek eigenbelang en soms naar familiale persgeilheid. Ik denk dan echt aan Graná ...

¡Muy atentamente!

Dirk Renaat







 

Alles is mogelijk

"Weet je, Sinterklaas is geen beroep."

"Aha, wat is het dan wel?"

"Men is zo geboren, het kerstkind ook. Dat is ook geen beroep. Men is eenvoudig zo geboren of niet."

"Oké."

"Sinterklaas bijvoorbeeld, ja?, wel die is geboren zoals hij is."

"Dus zoals hij er nu uitziet?"

"Zoals hij is, hij is gewoon zo geboren. Kijk, die van vandaag in de kindertuin had bijvoorbeeld een bril. Dat heb ik nog nooit gezien, juist?, sinterklaas met een bril? Wel die is met zijn bril geboren."

"En met zijn baard ook?"

Ze laat mijn hand los, het wordt donker. Ze twijfelt en kijkt omhoog, op zoek naar mijn gezicht.

"Ik wil niet dat jij vragen stelt terwijl ik aan het vertellen bent. Dan weet ik niet meer wat ik aan het vertellen was."

Stilte.

"Papa?"

"Ja schat."

"Heb jij in Wenen ooit een kerstkind gezien dat met een bril geboren is?"

"Tot vandaag niet, maar je weet maar nooit."

"Ja, want alles is mogelijk, toch?"

"Ja schat, alles is mogelijk."


Roel Verschueren, Wenen 4 december 2009


 

En dat is niet eerlijk

Qua verdraagzaamheid scoren de Brazilianen allesbehalve. Neem nou weer die uitspraak van acteur Robin Williams, in een recente aflevering van de Late Show met David Letterman (zie hieronder). Robin zat nauwelijks in zijn zetel en maakte al meteen een opmerking over de keuze van Rio de Janeiro als host van de Olympische Spelen in 2016, een keuze die Chicago buitenspel zette als kandidaat. Hij zei letterlijk: "Ik hoop dat Oprah (Winfrey) niet verveeld zit met het feit dat wij de Olympics verloren. Chicago stuurde Oprah en Michelle, Brazilië stuurde 50 strippers en een halve kilo poeder (drugs), en dat is niet eerlijk weet je?"





Het voorval werd gemeld in de belangrijkste Braziliaanse kranten en het nieuws zorgde meteen voor een ganse reeks zure oprispingen van Brazilianen die zich beledigd voelden. Burgemeester Eduardo Paes van Rio de Janeiro klasseerde Robin Williams' grapje als "dor de corno" (het verdriet van iemand die bedrogen werd, het spel verloor). Het Olympisch Comité van Rio zei dat ze geen commentaar geven op Williams' uitspraak, maar dat ze de zaak in handen gaven van hun advocaten die moeten onderzoeken welke stappen er kunnen genomen worden in de Verenigde Staten. Een snelle peiling door de krant O Globo toont aan dat meer dan 40% van de ondervraagden het grapje klasseren als een toonbeeld van slechte smaak en van vooroordelen tegenover Brazilië in het algemeen, en Rio de Janeiro in het bijzonder. Nochtans is het niet de eerste keer dat er twijfels geuit worden over de keuze van Rio de Janeiro. Williams maakte enkel maar een grapje, of het nou leuk was of niet laat ik in het midden. Presentator Fareed Zakaria (CNN) gaf al wat meer ernstige kritiek in zijn programma GPS (zie hieronder) en maakte melding van de recente stroomuitval (waardoor miljoenen Brazilianen vele uren zonder stroom zaten) en het steeds voortdurende geweld in de favela's van Rio waar onlangs zelfs een helikopter werd neergehaald door drugshandelaars, met de dood van drie inzittenden als gevolg. Hij maakte ook een vergelijk tussen Rio en New York en haalde cijfers aan waarbij bleek dat er in NY (8 miljoen inwoners) 13 mensen werden doodgeschoten door de politie in 2008 tegenover 1.000 mensen in Rio de Janeiro (6 miljoen inwoners).





Rudolph Giuliani, voormalige burgemeester van New York, was gisteren in Rio de Janeiro. In een toespraak voor de “Guardas Municipais” (stedelijke bewakers) zei hij dat Rio een van de veiligste steden ter wereld kan worden en benadrukte dat de Wereldcup van 2014 en de Olympische Spelen van 2016 een erg belangrijke rol zullen spelen betreffende de verbetering van de orde in de stad. Gouverneur Sérgio Cabral kondigde later aan dat Giuliani Partners LLC (Rudy Giuliani’s consultancy bedrijf in de veiligheidssector) zal gecontracteerd worden om de veiligheid te helpen verbeteren in de “cidade maravilhosa”. Dit staat wel wat in contrast met de onverdraagzaamheid van de Brazilianen. Enerzijds wil men niet dat er kritiek gegeven wordt door "gringo's", maar anderzijds worden die wel aangezocht om problemen op te lossen. Misschien moeten ze er eens over denken om Robin Williams in te huren, al was het maar om wat meer gevoel voor humor aan te kweken.


 

monfies

De Sierras van het zuiden van Andalucia waren tot voor kort vrijwel ontoegankelijk: zo is "onze" huidige provincieweg die een aantal dorpen op de zuidkant van de Sierra de Tejeda verbindt -in vogelvlucht liggen ze alle op een 10-15 km van de zee- nog maar een vijftiental jaar geleden geasfalteerd. Voordien lag er een verharde grindweg, uitgekapt in de rotswand en waren de verbindingen traag, de dorpen afgelegen en op zichzelf gekeerd. Dat was (is) zo voor de Sierra de las Nieves (Ronda), de Montes de Malaga, de Sierra de Tejeda, en de Alpujarras die in het uiterste oosten geleidelijk aan overgaan in de mythische halfwoestijn van de Tabernas waar Clint Eastwoods geest, als good, bad of ugly, nog steeds doorheen waart. (Ik moet hier in alle eerlijkheid zeggen dat de relatief recente snelweg Almeria-Granada het mystieke van het landschap van de Tabernas enigszins ontluistert, maar komend van het Noorden, en afzakkend over de Filabres blijft het een uniek spektakel).

Het onherbergzame van de Sierras maakte hen tot uitstekende schuilplaatsen voor alle mogelijke groepen die op één of andere manier overhoop lagen met het gezag. De bandoleros (de Spaanse versie van de Amerikaanse outlaws, de laatste stierf in 1934) hebben intussen in Ronda hun eigen museum. In de loop der tijd hebben ze een Robin Hood-achtige faam gekregen, maar veelal waren ze eerder Jan de Lichte-achtige arme luizen. Dat was wellicht het enige kenmerk dat ze gemeen hadden met hun voorgangers, de monfies, die in hun tijd een religieus ideologische tint gaven aan het struikroversschap. De monfies waren moslim-struikrovers/bandoleros die na de reconquista van het koninkrijk Granada (1492), in een soort van politiek verzet, een guerrilla avant la lettre opzetten tegen de nieuwe -christelijke- machthebbers. De monfies-leiders waren (ondermeer omwille van hun kennis van het terrein) dan ook dikwijls de aanvoerders van de twee grote algemene opstanden van de resterende Moorse bevolking van dit vroegere koninkrijk Granada tegen de sociaal, economische en godsdienstige politiek van eerst Karel V en later Filips II; een aantal belangrijke episodes van deze opstanden speelden zich af in de bergen van de dorpen hier in de buurt. In een mij wat vreemd aandoende poging tot recuperatie van een tot voor kort ontkend/miskend verleden -duidelijk gericht op het toerisme en met een zweem van antiklerikalisme en opstoot van "tolerantie"-, hebben vrijwel al die dorpen in hun hoofdstraten nu azulejos hangen met de kroniek van de toenmalige gebeurtenissen -al dan niet rechtstreeks met betrekking tot het dorp zelf;  even was er zelfs sprake van de oprichting van een monfies-museum, maar blijkbaar is dat niet doorgegaan. De monfies zelf verdwenen als individuen en als fenomeen na de laatste opstand van 1569-70: alle moriscos werden uit het vroegere koninkrijk Granada verbannen naar andere delen van Spanje (vooral Valencia) of vluchtten naar Afrika.

Een museum van de guerrilla tegen Franco bestaat niet en zal wellicht nooit bestaan. Nochtans waren de beweegredenen van de meeste guerilleros vermoedelijk moreel hoogstaander dan die van de Ronda-bandoleros, al vrees ik dat de meesten van hen niet wisten waar ze aan begonnen toen ze de sierra introkken. In 1945 was de guerilla in wezen al ten dode opgeschreven: internationale geopolitiek zorgde voor de versteviging van het Franco-regime en de opname, vanaf 1950, in de internationale organisaties consolideerde het regime ten volle. De arme luizen in de bergen hadden geen enkel benul van de hogere politiek. In de provincie Malaga zijn een 1500 guerilleros gerecenseerd. Vrijwel zonder uitzondering waren het analfabeten die dikwijls onwetend/onwillend in een spiraal terechtkwamen waaruit ontsnappen onmogelijk was. Hun gereconstrueerde levensverhalen zijn van een ontzettende treurnis en banaliliteit, met amper een paar maanden tussen de beslissing de bergen in te trekken en de dood bij een schermutseling met de veel beter bewapende en georganizeerde repressiemacht of door executie na een schijnproces. De tijd in de bergen dagen, weken, maanden van honger, ontbering, kou, ontgoocheling, solidariteit, radeloosheid en onderlinge argwaan (verschillende guerilleros werden door hun compagnons geliquideerd omdat ze er van verdacht werden zich te willen overgeven). De steun of sympathie van de bevolking nam af of werd onmogelijk gemaakt. In 1951 was de guerrilla letterlijk een marginaal fenomeen geworden, teruggedrongen naar dezelfde grotten in de sierras als die van hun voorgangers de monfies een kleine vierhonderd jaar eerder, met sporadische overvallen op  boerenhoven als laatste stuiptrekkingen. In 1953 werden de laatste guerilleros geëxecuteerd. Het nieuws was voor het regime nog nauwelijks een faits-divers waard. Velen van hen liggen in het massagraf op het voormalige kerkhof van San Rafael in Malaga (waarover later meer).

Sindsdien zijn de sierras -buiten het jachtseizoen weliswaar- vrij van gewapende menselijke aanwezigheid, en de kennis van het terrein neemt af met elke anciano die sterft.  De enigen die de Sierras nog kennen zijn Salvador, die de gieren van aas voorziet, en de paar cabreros, de geitenkwekers die met hun kudden de bergen intrekken. Daarmee is de cirkel rond: cabreros werden door de guerrilla goed- of kwaadschiks gebruikt als verbindingsmannen, doorgeefluiken van voedsel en informatie. Tot het regime ook hun bewegingsvrijheid beperkte en de guerrilla letterlijk uithongerde. Ik vrees echter dat de huidige generatie cabreros nog amper iets af weet van de situatie van hun voorgangers. Daarin verschillen ze niet van de rest van hun dorpsgenoten: twee, drie generaties hebben hun herinneringen verdrongen en de volgende weet nog nauwelijks wie Franco was.

Un saludo cordial!

http://www.libreriarayuela.com/libros/CENSO-DE-GUERRILLEROS-Y-COLABORADORES-DE-AGRUPACION-GUERRILLERA-DE-MALAGA-GRANADA/72017/978-84-7785-615-3

http://www.museobandolero.com/


 

De schoolfoto

zonder commentaar...

David ©















Roel Verschueren, Wenen 2 december 2009


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog