Israël - Dat is waar het gebeurt?

Het is alweer een kleine twintig jaar geleden. Ik zat nog midden in de computeropleiding toen mijn vrouw aan de slag kon in Israël. Er was al een bedrijf in Nederland dat mij wilde aannemen zodra ik afstudeerde, maar nu moest ik opeens zoeken in dat vreemde land in het Middenoosten. Ik wendde mij tot mijn studiebegeleider voor advies.

"Israël, dat is waar het gebeurt," sprak hij met een mengeling van waardering en jaloezie. Ik had me dat nooit gerealiseerd, maar hij wist me snel bij te praten. Alles leuk en aardig in België of Nederland, maar naast de VS geschiedt de meest geavanceerde software-ontwikkeling in Israël. "Als u daar aan de slag kunt komen, zit u in het centrum van de industrie." Om een lang verhaal kort te maken, sindsdien werk ik in de Israëlische software industrie en ben ik deel geweest van menig innovatie.

Momenteel ben ik werkzaam voor het Israëlische bedrijf Jinni dat een vernieuwer is op het gebied van toegepaste semantiek. Het eerste terrein waar Jinni's technologie is ontwikkeld is de wereld van Film en Televisie. Met behulp van de semantische technologie is een aanbevelingssoftware gemaakt dat de gebruiker films en TV programma's kan aanraden conform diens smaak en voorkeuren.

Anders dan andere software die films (of andere media) aanbeveelt, gebruikt Jinni geen statistische maar een semantische methode. Om het anders te zeggen, de semantische technologie begrijpt de inhoud van films en tv en kan daardoor veel nauwkeuriger voorspellen welke titels elke specifieke kijker zullen bevallen. Het resultaat is dat de gebruiker zich veel beter herkent in de aanbevelingen en op een geheel intuïtieve manier zijn of haar weg kan vinden in het enorme aanbod van Film en TV-titels.

Voor mijn werk ben ik dagelijks in de slag om de kwaliteit van deze aanbevelingen te controleren en helpen verbeteren. Ik zou graag vertellen dat ik op kantoor met mijn set-top box televisie zit te kijken, maar helaas, voor mij zijn de aanbevelingen slechts titels in een zee van xml code. Het is bij onze eindgebruikers dat de technologie pas goed tot zijn recht komt.

Een van de eerste aanbieders in de media die de techniek van Jinni in zijn aanbod heeft verwerkt is Belgacom. Met een zekere jaloezie denk ik aan de kijkers van Belgacom TV. Die kunnen volop genieten van de code waar ik de hele tijd aan werk. Zo'n aanbieder heb je in Israël niet.

België - Dat is waar het gebeurt.
Belgacom-new-UI

 

Busje komt zo

Mas d’en Gall, Esparreguera , in de provincie Barcelona. Donderdagmorgen, marktdag, rond een
uur of half tien. Twee dames op leeftijd slaan een praatje aan de bushalte, terwijl ze met een half oog de straat afturen, kijkend of de bus al komt. De ene houdt een buitenmaatse plastic tas onder de arm geklemd, de andere leunt gemoedelijk op haar aftandse winkelkarretje. Onverwacht kokette handtasjes bungelen gemoedelijk van hun schouders.

Eindelijk komt de bus dan het heuveltje over getufd. Met een zucht glijden de deuren open en de dames stappen op. ‘¡Alfonso, ¿qué tal? ¿Qué frío que hace hoy, verdad?’, groeten ze luidruchtig de
buschauffeur alvorens verder door te schuiven, de bus in, waar nog meer bepakte en bezakte dames hen opwachten. ‘¡María,!,¡Josefina!... ah, mira usted, señora, también aquí otra vez?’ Dat laatste
tegen mijn moeder, die hier nog maar een paar maanden woont, nog niet de tijdheeft gehad om zich een auto aan te schaffen en dus wekelijks naar de markt trekt met de bus. Een rit of twee en ze werd al opgenomen in het clubje van de vaste klanten.

Mas d’en Gall is een klein gehucht dat deel uitmaakt van de gemeente Esparreguera. Aan de voet van de magische berg van Montserrat en op zo’n 50km van Barcelona City. Het werd zo’n 50 jaar geleden gebouwd als urbanización met kleine huisjes, meestal tweede woningen, voor de Barcelonezen die in de zomer de drukte en de hitte van de stad wilden ontvluchten, richting bossen envelden. Mettertijd werden ze verkocht en achtergelaten, vaak in lamentabele staat.

Sommige huisjes zijn opgeknapt door jonge gezinnen die groen verkiezen boven de gemakken van de stad. In anderen wonen mensen op leeftijd, bomen die te oud zijn om nog te verplanten, helemaal verworteld met de kleigrond van de streek. En dan zijn er nog de ‘probleemzones’, slecht onderhouden huisjes waar mensen wonen die al lang geleden van de sociale ladder zijn gevallen en er maar niet in slagen weer naar boven te klimmen. Jonge gezinnen, mensen op leeftijd en sociale randgevallen: Mas d’en Gall is geen luxewijk voor rijke mensen, laat dat duidelijk zijn.

Voor velen onder hen is de Bus Interurbà, die de wijk Mas d’en Gall op de heuvel verbindt met Esparreguera in het dal en dus met de buitenwereld, het enige middel van transport. En die bus wordt
per 1 januari afgeschaft. Besparingsmaatregelen. Crisis in Spanje, u hebt er vast wel van gehoord. Iedereen moet inleveren, u begrijpt het wel.

Eerlijk gezegd. We begrijpen het niet. Ja, er zijn ernstige problemen in Spanje. Ja, we moeten allemaal de broeksriem aanhalen en ons steentje bijdragen. Maar nee, we denken niet dat het isoleren van mensen op leeftijd en sociaal minder strijdbare personen op een heuveltop veel zoden aan de dijk zal zetten. Integendeel.
Natuurlijk is de lijn Mas d’en Gall-Esparreguera niet winstgevend. Maar daar gaat het toch niet om?
Voorzeker zijn er andere posten waarop bespaard kan worden zodat de bus Interurbà kan blijven rijden? Hang wat minder geraniums aan de straatpalen, geef wat mindern hondepoepzakjes gratis weg, organiseer wat minder braderijen in de hoofdstraat… ik zeg maar wat.

De afschaffing van de bus interurbà Mas d’en Gall-Esparreguera zal geen enkel nieuwsbericht halen. Geen hond die er om maalt, behalve dan misschien die dametjes, wachtend aan de bushalte, gepakt en gezakt, op een bus die niet langer komt.


 

Roemenie houdt niet van Roemenen...

Dit land geniet een trieste reputatie op gebied van verkeersveiligheid. Het latijns haantjesgedrag bij de mannen is een belangrijke factor. Maar ook het schrijnend gebrek aan & de in slechte staat verkerende infrastructuur is zonder twijfel de grootste bijdrage aan de statistieken van de verkeersellende. ‘Schuldig verzuim’ is zonder twijfel het verdict voor de politieke klasse van dit land.

Enkele voorbeelden van een talloze reeks : 

  1. Het moet een zaterdag geweest zijn dat plots de voorrangsregels veranderden op het kruispunt vlakbij ons huis. Ik bracht mijn voetbalzoon naar de zaterdagles, en op de terugrit merkte ik de vertwijfeling in de autos voor mij. Een aarzeling, waar men voorheen knalhard rechtdoor reed. En toen zag ik ‘het’. De omgekeerde driehoek. Standaard formaat. Op een van de drukste invalswegen naar Boekarest had men alleen die driehoek in zeven haasten neergepoot. Hoewel logisch, was dit in de begin gevaarlijk. Al snel hadden de weggebruikers van de zijweg door dat zij - mits doodsverachting – zich voor het verkeersgewoel konden gooien op weg naar de stad. Het koste een paar ongevallen voor men een tweede driehoek en wat schilderwerk aanbracht maar echt duidelijk is het nog altijd niet.

  2. Vangrails zouden levens moeten redden. In Roemenie nemen ze levens. Bijna nergens zie je een ‘proper’ afgewerkt begin van een vangrail die normaal schuinoplopend in de grond is verankerd. Meestal is het begin of eind een roestig scherp stuk die zich als een speer door de auto boort bij contact.
    Volgens mijn collegas zijn de meeste vangrails niet eens deftig verankerd en hebben alleen gediend om de prive kassa te spekken van uitbestedende overheid...

  3. De drukke viervaksweg (DN1) naar het Noorden telt weinig bruggen. Langs die weg net buiten Boekarest is een populaire residentiele stad, gelegen aan een meer – Snagov. Bij gebrek aan bruggen moet het verkeer van Snagov, de twee aanstormende verkeersstromen trotseren om zich daarna in de ‘fast lane’ in te voegen. Een voorwaar heikele opdracht.
    Dat het anders kan bewijst de ‘doe het zelf’ keten ‘Hornbach’. Deze laatste liet de DN1 ondertunnelen om zo de klanten veilig de weg te dwarsen, dit op een paar kilometer van Snagov.

 Blijkbaar houdt ‘Hornbach’ meer van zijn klanten dan de Roemeense overheid van zijn burgers houdt...


 

A room with a view.

A room with a viewJe leest dit nogal vaak in vakantiebrochures als ultieme verlokking om toch maar te boeken. Begin September zijn wij met Nederlandse vrienden naar de Donau delta gereden. De machtige Donau gooit zich door deltavertakking in Roemenie in de Zwarte Zee. Een pareltje van fauna en flora die nog voor massatoerisme te ontdekken is ! Je kan er lange wandelingen maken, specifieke vogelsoorten gaan spotten of met een boot de delta opvaren en genieten van het ongerepte landschap. Mooi dus !

Om onze talrijke kinderen (wij hadden er 7 voor 4 koppels) hun fantasie te stimuleren bezochten wij een kasteelruine. De ‘caretaker’ had voor zichzelf ook een ‘room with a view’ uitgekozen. Het primitieve toilet, een vervallen houten constructie zonder deur met dito gat eronder, geeft voor diegene die op het gemak zit een uniek uitzicht van de Zwarte Zee terwijl de natuur z’n beloop krijgt.

Een aanrader. (het totale paket dan J)


 

De omgekeerde wereld...

Sedert wij in Roemenie wonen, rijden wij ieder zomer naar Vlaanderen terug. Het is een rit van 2300 kilometer en enkel het stuk in Roemenie is een ware beproeving, bij gebrek aan behoorlijke wegeninfrastructuur.

Auto in de bergen

Wij rijden er 2 dagen over en door dat wij elkaar aan het stuur aflossen valt de rit nogal mee. De jongens op de achterbank verheugen zich ondertussen op die rit. Ze kunnen namelijk twee dagen niets 
anders doen dan DVD’s bekijken en zich verdiepen in de spelstructuren van hun Ninentendo DS. Zo ken ik ondertussen iedere Disney DVD uit het hoofd, althans het spraakgedeelte, de beelden zijn voor mijn fantasie bestemd.

 

Het viel mij keer op keer op dat bij het naderen van de Roemeense grens, op de terugweg, het aantal Spaanse, Italiaanse en Britse nummerplaten toeneemt. Ontluikend toerisme zou je denken. Niets is minder waar. Het toerisme heeft nog een hele weg af te leggen vooraleer men Italianen en Spanjaarden zal kunnen overhalen naar Roemenie te komen.

Naar schatting 2 miljoen Roemenen zijn hun land althans economisch ontvlucht. Het gros daarvan trok richting Latijnse cultuurverwantschap, met Italie als koploper. Daar genieten die Roemenen, een groot deel Roma zigeuners, niet een al te beste reputatatie. Soms is er een ware hetze tegen hen. Een kleine toplaag van die economisch emigrerende Roemenen is hoog geschoold en gaat op zoek naar grotere fortuinen. Maar de verpletterende meerderheid zit onderaan de economisch ladder. Dat belet niet om in de (late) zomer toch even te gaan uitpakken met de zuur verdiende tweede hands bolide bij de jaloerse achterblijvers in Roemenie. En zo gebeurt het dat bij de grensovergang de wereld op zijn kop staat. In de autos met westerse nummerplaten bevinden zich Roemenen, in de auto met Roemeense nummerplaat... Belgen. De omgekeerde wereld J


 

Verontwaardigd

Wat begon als een protestbeweging aan de vooravond van de verkiezingen in Spanje, een nee-stem, een ‘ik-doe-niet-meer-mee-aan-deze-zakkenvullerij’ begint stilaan te vervallen in opstootjes en relletjes van een zootje ongeregeld dat  zich verschuilt achter de M-15 beweging om overal het land doelloos op stelten te zetten.

M-15 beweging? Jawel, u herrinert het zich nog wel, al die Spanjaarden die vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 15 mei massaal op straat kwamen en op de belangrijkste pleinen van de grootste steden gingen bivakkeren, met de handen omhoog geheven als symbool van hun machteloosheid. De overgrote meerderheid jongeren, niet toevallig de bevolkingsgroep die het gros uitmaakt van de meer dan  20% werklozen in dit vakantieland.

La generación 1000-eurista (de 1000-euro-generatie in verwijzing naar het loon van de gemiddelde Spanjaard tussen 25-35 jaar oud), la generación ni-ni (ni estudia – ni trabaja: studeert noch werkt) die opriep niet te gaan stemmen omdat een stem voor de twee grootste partijen zowiezo een verloren stem is.

Ze konden rekenen op de sympathie en steun van de omwonenden. Huisvrouwen brachten hen plastic doosjes met lekkere hapjes, gepensioneerden brachten boeken en gezelschapsspelletjes om de lange nachten op de stadspleinen korter te maken. De M-15 beweging werd gehoord en gerespecteerd.

Goed drie weken na de verkiezingen begint de reputatie van de ‘indignados’, de verontwaardigden zoals ze zichzelf noemen, af te kalven. Teveel krakers en daklozen voegden zich bij de beweging om comfortabel te bivakkeren in het stadscentrum van Madrid, Valencia of Barcelona. De M-15 beweging was goed georganiseerd en had op de pleinen kookstellen, chemische toiletten en andere faciliteiten georganiseerd en dat inspireerde minder politiek actieve personen tot gratis kamperen. De kampementen veroorzaakten overlast, want verhinderden de toegang tot hotels, winkels en omliggende etablissement. Toeristen bleven weg van de protestpleinen. De plaatselijke economie begon te leiden onder de beweging. (De Madrileense zelfstandigen schatten de verliezen op 30 miljoen euro.)

De leiders van de M-15 beweging besloten dan ook dat het tijd werd om op te krassen. De verkiezingen waren voorbij en het werd tijd om op andere wijze actie te ondernemen en het land te veranderen. Er werd een dag geprikt in Madrid om de Plaza del Sol te ontruimen. In Barcelona klonken gelijkaardige stemmen.

Een aantal ‘indignados’ bleek het hier evenwel niet mee eens te zijn. Vreemd genoeg vooral squatters, daklozen, anders-globalisten en anarchisten.  Typische look: hoofd half-kaal en half-dreadlocks met verkleurde beads en bolletjes, uit de kluiten gewassen vlooierige hond en panfluit  of jongleerkegels in de hand. Draagt muffig luchtje met zich mee dat men bekomt na een aantal dagen ongewassen door stad en land te struinen, geparfumeerd met de geur van zelfgerollen joints.

Ze weigerden niet alleen de pleinen te ontruimen, maar meenden zelfs een aantal ‘ludieke protestacties’ te moeten ondernemen. Het bekogelen van parlementsleden met verf. Het omverduwen van een blind parlementslid en het stelen van diens blindegeleide-hond. Agressie en geweld onder het lema ‘wij zijn verontwaardigd’.

Wij zijn verontwaardigd, inderdaad. Verontwaardig omdat de handelszaken die nog niet door de crisis overkop zijn gegaan nu gefnuikd worden in hun pogingen het hoofd boven water te houden omdat een bende neo-hippies het nodig vindt op hun stoep te bivakkeren.

Verontwaardigd omdat een van de pot gerukte eikel meent Spanje een gunst te bewijzen door een blind parlementslid tegen de grond te kegelen en diens geleidehond te stelen. Waar blijft de MENSELIJKHEID?

Verontwaardig omdat sommige mensen zich schuilen achter de M-15 beweging om straffeloos de vandaal en de hooligan uit te hangen.

Verontwaardigd omdat we er weer maar eens in geslaagd zijn een prachtig initiatief van al zijn kracht te ontdoen. Wat een nieuwe mei ’68 had moeten worden, dreigt de geschiedenis in te gaan als een stuiptrekking van een zootje ongeregeld.

Estoy indignada.

 


 

De "cables" van de Amerikaanse ambassade in Den Haag

De laatste weken maakt men mee dat de Nederlandse regering voortdurend moet reageren op de mondjesmaat gepubliceerde "cables" die de Amerikaanse diplomaten vanuit Den Haag de laatste jaren naar Washington stuurden. Zoals elders komt daar eerder een ontluisterend beeld van de lokale politici naar voren. Dat Nederlandse politici en ambtenaren op zo een slaafse manier de Amerikaanse regering ter wille zijn, is elders zelden vertoond. Men waant zich, als men het leest, ergens in een bananenrepubliek.

Uiteraard komt dit alles niet als een grote verassing. De Nederlandse regering is, na de Britse, zowat het tweede schoothondje van Washington. Uit welbegrepen eigenbelang? Niet helemaal. Soms is het eigenbelang ver te zoeken. Men neme maar de missie naar Afghanistan. Die heeft uiteraard het Nederlandse bedrijfsleven geen cent opgeleverd en alleen maar gesneuvelde Nederlandse soldaten gekost. Maar toch besloot de Nederlandse regering, toen nog onder premier Balkenende, om onder de vlag van de NAVO soldaten te sturen hoewel het daar gevaarlijk was. Verleden jaar struikelde de regering Balkenende dan over het eventueel verlengen van het avontuur. Balkenendes coalitiepartner, de PvdA, weigerde hieraan nog langer te willen meewerken. Dit ondanks verhoogde Amerikaanse druk. Er volgden nieuwe verkiezingen, waarna de PvdA uit de regering werd gehouden.

Dat die Amerikaanse druk er was, is nooit een geheim geweest. Dat hoge Nederlandse ambtenaren de Amerikaanse regering adviseerden hoe ze het beste de tegenstribbelende Wouter Bos (toen minister van Financiën en vice-premier) konden aanpakken, is dat wel. Het is zelfs ongehoord. In geen enkel land zou een ambtenaar die zoiets doet, nog een dag langer in functie kunnen blijven. Zo niet echter in Nederland. De regering Rutte-Verhagen wist te melden dat al die "cables" die nu door Wikileaks zijn "gelekt", ten slotte alleen maar de visie van de Amerikaaanse ambassade in Den Haag vertolken. Als er al gesprekken waren geweest tussen de ambassadeur en hoge ambtenaren om het regeringsbeleid te beïnvloeden, dan is dat niet alleen "normaal", maar ook "functioneel". Diplomaten doen nu eenmaal zoiets. Van dergelijke gesprekken echter geen verslagen van gemaakt. Dus wat er precies allemaal besproken wordt bij een kop koffie, dat weten we niet. Voorts smukken diplomaten graag hun rapporten wat op. In dit geval om de bazen in Washington te behagen. Kortom, ze verzinnen soms wel wat. Soms begrijpen ze de plaatselijke codes maar half of zijn ze de lokale taal onvoldoende machtig. Maar wat dan te denken van de toenmalige Amerikaanse diplomaat Ivo Daalder die in Brussel bij de NAVO was gestationeerd? Ook hij kwam in Den Haag tussenbeide. Echter, Daalder spreekt perfect Nederlands, omdat hij uit Nederland komt. Vandaag heeft hij een topfunctie bij President Obama. Of Daalder ook nog, behalve zijn Amerikaans paspoort, een Nederlands paspoort heeft, dat bericht is nog niet in de media opgedoken. De rechtse populist Wilders, die een oorlogje voert tegen mensen met twee paspoorten, zwijgt hierover in alle talen.

Uit de hele affaire blijkt voorts dat Washington vooral op Nederland focust om het eigen buitenlands beleid beter aan de Europese landen te kunnen verkopen. Men zou dan kunnen verwachten dat het inmiddels tot volle wasdom gekomen populisme zich tot spreekbuis van de volkse verontwaardiging maakt. Maar niets daarvan. De grote populist Wilders houdt de kiezen op elkaar, ook al wordt hij in de "cables" alles behalve gunstig beschreven. En links dan? De PvdA gromt wel wat over hetgeen vooral ex-minister van Financiën Wouter Bos is aangedaan. Maar Bos heeft inmiddels de politiek verlaten voor een baan in het bedrijfsleven. Dus die zwijgt zelf liever. En de andere linkse partijen? GroenLinks zou graag de missie in Afghanistan verderzetten, ook al mort de achterban hierover. Dus van die kant ook geen revolte. De populistische SP dan? Die houdt het liever bij de strijd tegen de bezuinigingen, dus bij de binnenlandse politiek. D66 dan? Daar ziet men in de Verenigde Staten alleen maar een grote broer om tegen aan te schurken als het even kan. En de liberale VVD en het CDA zitten in een coalitie die graag de Amerikaanse politiek ondersteunt.

Een grote schoonmaak in het ambtelijk apparaat dan? Dat is ongewoon. De officiële ideologie is dat ambtenaren geen politieke mening hebben. Ze zorgen daarbij voor continuiteit. Ministers komen en gaan, ambtenaren blijven. Nee, politieke benoemingen van hogere ambtenaren zijn in Nederland niet bekend. Maar studies hebben wel al uitgewezen dat ze allemaal uit dezelfde scholen en universiteiten komen. Waarbij de Universiteit Leiden traditioneel bekend staat als de fabriek voor diplomaten van conservatieve signatuur en de Universiteit van Amsterdam voor bestuurders met een links imago. Beide bloedgroepen lopen elkaar niet voor de voeten. Want ze zoeken hun weg naar verschillende departementen. De eersten spoeden zich naar de "rechtse" departementen (Buitenlandse Zaken, Economische Zaken, Defensie) en de tweeden naar "linkse" departementen (Welzijn, Sociale Zaken, Onderwijs, etc.). De eersten zijn de "dealers" en de tweeden zijn de "spenders". Het wonderlijke zaakje wordt bij elkaar gehouden door de ministeries van Financiën en van Justitie waar men vooral technocraten aantreft die voor orde moeten zorgen. Het zijn nu vooral de "dealers" die door de Amerikaanse "cables" in beeld zijn gekomen. Want die doen immers "zaken" met Washington.

En ten slotte komt men tot de merkwaardige slotsom dat niemand deze verkavelde machtsblokken ter discussie wil stellen. Ook niet door de populisten van links en rechts. Vandaar dat de regering Rutte-Verhagen gewoon roerloos blijft zitten, wachtend tot de bui overgewaaid is. En die zal zijn overgewaaid als er geen smakelijke "cables" meer uit de koekjesdoos van Wikileaks komen. Inmiddels loopt iedereen zich warm voor de volgende verkiezingen in maart. Dan moeten provinciale raden worden gekozen die op hun beurt senatoren verkiezen.

 


 

Waarheid en politiek. (4) ‘Een vluggertje in 15 minuten’

Een vluggertje, in 15 minuten. Van 50 tot 800 zloty [12,5 EUR tot 200 EUR]. Voor werkenden, voor gepensioneerden en steuntrekkers, zonder toestemming van de echtgenote, op basis van een verklaring, zonder de centrale gegevensbank’, aldus de letterlijke vertaling van één van de duizenden reclames voor een krediet in mijn handen gestopt tijdens een recente  wandeling door Warschau. Er wordt van alles in je handen gestopt wanneer je door de straten van gelijk welke Poolse stad wandelt, maar in meerderheid gaat het om kredieten die je heel gemakkelijk op basis van een simpele verklaring kunt verkrijgen. Doorgaans weiger ik met een vriendelijke glimlach, maar toen heb ik het reclamekrantje aanvaard. Niet om 50 zloty te lenen, maar om dit artikel te schrijven. Laten we even stilstaan  bij de inhoud: je kan zonder al teveel formaliteiten (een simpele verklaring volstaat) in 15 minuten een bedrag lenen tussen de 50 en 800 zloty. Er wordt ook niet gekeken of je als ontlener op de zwarte banklijst staat (zonder de centrale gegevensbank). De doelgroep is duidelijk!  Hier worden arme, ontredderde mensen aangesproken die zich in een hopeloze financiële toestand bevinden. Zelfs mensen met schulden kunnen geld lenen! De man kan dit zelfs buiten weten van zijn echtgenote doen [ik vertaal gewoon letterlijk]!  Wie anders dan de maatschappelijke underdog leent een bedrag tussen de 12,5 en 200 EUR? Een bedrag van 200 EUR wordt niet geleend voor de aankoop van bijvoorbeeld een auto. Zo’n bedrag wordt vooral geleend door mensen die ten einde raad zijn omdat ze geen geld meer over hebben om bv. eten te kopen of in de winter de verwarmingsfactuur te betalen of in de feestperiode dan toch nog cadeautjes te kunnen kopen. En zo geraakt men in een vicieuze cirkel van feitelijke slavernij.

Banken en allerlei (soms duistere) financiële instellingen zijn heel actief aanwezig in het straatbeeld. Naast een immens aanbod aan kredieten is er een haast even groot aanbod aan spaarformules. De gemiddelde interest is niet hoog: tussen de 2 – 3 % op jaarbasis, maar het interestaanbod wordt bij zowat alle banken heel interessant wanneer je je geld voor een aantal maanden wil blokkeren. Een heel bekende bank geeft op dit moment 7,25% op jaarbasis als je je geld voor 9 maanden blokkeert, een andere grote bank geeft 6% voor het blokkeren van 3 maanden kapitaal. Mensen met een spaarboekje kunnen dus eigenlijk een mooi extraatje verdienen in Polen!

Een analyse van de diverse soorten van kredietverstrekkingen en spaarrekeningen geeft een goed beeld van hoe een vrije marktsamenleving in elkaar zit. Ik durf voor Polen te concluderen dat we met een duale samenleving te maken hebben:  simplistisch voorgesteld: er is een grote groep kapitaalkrachtigen naast een grote(re) groep armen. De middenklasse is nauwelijks vertegenwoordigd. Dit is volgens mij één van de grootste sociaal-economische verschillen met België. Dit wordt indirect bevestigd in een krantenartikel met als titel ‘Polen willen niet verhuizen van de ouders’  (Gazeta Wyborcza 10.10.2010: ‘Polacy nie chcą przeprowadzać się od rodziców’). In dit artikel staat dat ongeveer 44% mannelijke Polen en 30% vrouwelijke Polen tussen 25 en 34 jaar nog bij de ouders woont.  De krant vermeldt Eurostat als statistische bron. Hiermee staat Polen volledig alleen aan kop in de hele Europese Unie. In vele gevallen is dit geen vrije keuze, maar een economische noodzaak!

Laten we de vorige stelling in andere termen formuleren:  in Polen heb je een groep (permanente) spaarders naast een groep mensen met (permanente) schulden.  Een groot aantal families die normaal tot de arme groep zouden behoren hebben hun status kunnen optrekken doordat één of meerdere familieleden in het buitenland werken. De groep rijken bestaat vooral uit:

(1)    mensen die na de val van het communisme de kans hebben gehad om te profiteren van de grootschalige vaak spotgoedkope openbare verkopen van onroerend goed, bedrijven, aandelen en dies meer. Je kon in die periode bijvoorbeeld  je woonflat  die (of voor boeren het landbouwbedrijfje dat)  na de val van het communisme door de nieuwe vrije marktgeoriënteerde overheid voor een appel en een ei van de hand werd gedaan. Juist daarom is de oudere generatie er doorgaans in geslaagd om een bescheiden eigendom te verwerven. Vanaf 2006 zijn de vastgoedprijzen in een niet bij te houden tempo de hoogte gegaan waardoor het voor veel jongeren vandaag quasi niet mogelijk is om een eigendom te verwerven [toen ik in 2005 in Polen kwam wonen kon je in het centrum van Gdansk een flat van 50m2 voor 50 000 PLN kopen, vandaag staan dezelfde flats te koop voor 500 000 tot zelfs 600 000 PLN] ;

(2)    mensen die een lange tijd in het buitenland hebben gewerkt en met het gespaarde geld de juiste investeringen hebben kunnen doen in Polen;

(3)    mensen die door een combinatie van creativiteit, geluk en familiale solidariteit een eigen succesvolle zaak hebben kunnen opstarten en zo hogerop zijn kunnen opklimmen. Arm zijn degenen die slechts van één enkel Pools salaris moeten leven en natuurlijk degenen zonder werk. Dit laatste nuanceer ik onmiddellijk: in bepaalde sectoren zijn er hoge salarissen te verdienen en in bepaalde sectoren stijgen deze salarissen ook behoorlijk snel. Maar mensen tewerkgesteld  aan universiteiten, in warenhuizen, horeca, fabrieken en  ziekenhuizen hebben nog steeds zeer lage salarissen.

De groep werklozen is er natuurlijk het ergst aan toe. Een werkloostheidsvergoeding zoals in België bestaat niet, en als je er dan recht op hebt, dan is deze uitermate beperkt in tijd. Dit brengt ons bij het fenomeen van bedelarij. Het is quasi onmogelijk om in Polen  rond te lopen zonder bedelaars te ontmoeten. In stations, op parkings en drukke marktpleinen komen ze vaak rechtstreeks naar je toe en vragen om een beetje geld voor eten. Ik heb het zelf al honderden keren meegemaakt. Tot nu toe ben ikzelf nog nooit het slachtoffer geweest van fysische agressie [alhoewel ik reeds onaangename verhalen heb gehoord van goede kennissen], maar het blijft steeds een moeilijke confrontatie. In deze zoektocht naar geld proberen sommigen nog creatief te zijn. Naast het gewoon vragen naar geld voor eten, de moeder met kind voor de kerk of de man zonder benen op de stoep bieden sommigen hun diensten aan als bewaker van je auto op de parkeerplaats. Soms gebeurt het dat bedelaars een territorium op het binnenplein van een woonwijk afbakenen en er de ‘wacht’ houden voor de bewoners. Anderen zijn bereid om je bagage te dragen. In stations word je in een niet zeldzaam aantal gevallen aangesproken door iemand die net 2 zloty mist voor een treinticket. Deze personen zijn soms een hele dag 2 zloty aan het verzamelen voor zo’n treinticket. Ik heb geleerd om van mijn hart een stenen spons te maken. Aalmoezen geven stopt nooit en lost helaas fundamenteel niets op. Als compensatie voor deze hardheid heb ik mijn attitude ten opzichte van fooien geven veranderd. Niet zonder blozen geef ik toe dat ik op dit vlak vroeger in België wat gierig was. Mijn filosofie was: ‘Waarom fooien geven als iemand normaal wordt betaald? En waarom fooien geven aan bv. een opdienster van een restaurant terwijl dit nooit gegeven wordt aan een kassierster van een supermarkt ?’. In Polen heb ik geleerd om met de glimlach fooien te geven aan vriendelijk ogende mensen. Een vriendelijke taxichauffeur, een vriendelijk barmeisje of dito barman, met de glimlach geef ik een fooi. Ik verdien veel minder in Polen dan in België maar ik geef veel meer fooien uit dan tijdens mijn België-periode. Ik doe dat, omdat ik weet hoe hard deze mensen moeten werken voor een laag salaris. Als deze mensen erin slagen om toch nog vriendelijk te blijven, dan vind ik dat een prestatie dat met een concreet tegengebaar mag worden beantwoord. Ook straatmuzikanten die erin slagen om mij met hun muziek te ontroeren beloon ik doorgaans met een bescheiden muntje.

Wanneer ik België met Polen vergelijk dan merk ik, boutadisch geformuleerd, 1 groot verschil: ‘In België werken mensen om te leven, in Polen leven mensen om te werken’.  Het Belgische systeem werkt, want de mensen leven er veel langer (zie ook vorig artikel van mijn hand over de Poolse gezondheidszorg: http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/polen/ ), in Polen werken velen zo hard dat ze geen (normaal) familiaal leven meer hebben. Ook in Polen wordt vandaag onder politici heftig gediscussieerd om de pensioenleeftijd op te trekken van 65 naar 68, want de pensioenen zijn onbetaalbaar. Een sociale organisatie heeft naar aanleiding hiervan een paar maanden geleden een propagandaspot op de televisie laten zien. In deze spot zien we een aantal levensfasen van Maciek die op dezelfde bank zit en even nadenkt over zijn leven: ‘scène 1: Maciek 20 jaar, vol levensenergie, nog 48 jaar tot zijn pensioen; scène 2: Maciek 44 jaar, zwaar vermoeid van het werken, maar vol hoop, want hij reeds halverwege, nog 24 jaar tot zijn pensioen; scène 3:  Maciek 56 jaar, bijna uitgeput, nog even volhouden, slechts 12 jaar tot mijn pensioen;  scène 4: Maciek 65 jaar, volledig versleten, niet ophouden, we zijn er bijna, nog 3 jaar volhouden; ….  Scène 5: Maciek 68 jaar, slechts het geraamte zit op de bank, pensioen niet meer nodig’

Toch heeft de Poolse bevolking redenen om optimistisch te zijn. Ik citeer en duid terwijl de hoopvolle passages in onderlijnd vet aan: ‘ Polen is het enige EU-land dat in 2009 niet in een recessie verkeerde. De Poolse economie groeide dat jaar met 1,7 procent, terwijl de economie van de EU als geheel met 4,2 procent kromp. Daarmee stak Polen ook positief af bij diverse buurlanden die wel hun bbp in 2009 zagen dalen. Volgens de EIU zal de groei van de Poolse economie in 2010 en 2011 aantrekken tot respectievelijk 2,6 procent en 3,1 procent. De waarde van de import en de export bedroeg in 2009 respectievelijk 40,2 en 41,0 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Hiermee boekte Polen een overschot op de lopende rekening, na een tekort in voorgaande jaren. De EIU verwacht dat de Poolse import in 2010 en 2011 weer de export overstijgt, waarmee het land weer een (bescheiden) tekort op de lopende rekening zal hebben. De inflatie bedroeg in 2009 4,0 procent. Dit was iets lager dan in 2008 (4,2 procent), waarmee de inflatie-ontwikkeling ook dit jaar gematigd bleef. Volgens de EIU loopt de prijsstijging in 2010 en 2011 licht terug. Voor 2010 schat de EIU de inflatie op 2,8 procent, waarna de prijzen in 2011 met 2,4 procent zullen stijgen. Door de teruggang in economische groei is het aantal werklozen licht opgelopen. De werkloosheid bedroeg in 2009 8,2 procent, tegenover 7,1 procent in 2008. De verwachting is dat de werkloosheid in 2010 zal stijgen naar 10,0 procent. Volgens de EIU zullen de lonen de komende jaren gematigd stijgen, mede door de opgelopen werkloosheid. De terugkeer van Poolse werknemers uit het buitenland draagt eveneens bij aan de gematigde loonstijging. Dit heeft weer een neerwaarts effect op de inflatie. De particuliere consumptie groeide in 2009 met 2,3 procent (in volume). Daarmee omvatten de consumentenbestedingen 60,3 procent van het bbp. De EIU verwacht dat consumptieve uitgaven in 2010 met 1 procent groeien en in 2011 met 2,3 procent toenemen. (http://www.internationaalondernemen.nl/zoeken/showbouwsteen_dtb.asp?bstnum=4760 ). Eveneens van de EU blijkt de Poolse regering onlangs complimenten te hebben gekregen voor haar economische beleidsvoering (Gazeta Wyborcza, 29.11.2010: ‘Bruksela chwali polską gospodarkę, ale martwi się finansami publicznymi’). Maar de EU heeft eveneens een grote ‘MAAR’. De EU maakt zich immers enige zorgen over de besteding van de  openbare financiën.

Ikzelf schuif eveneens een grote ‘MAAR’ naar voren. Voor een crisisperiode zijn er inderdaad enkele hoopvolle vooruitzichten voor Polen te noteren. Toch vrees ik dat observators vanop afstand te weinig voeling hebben met wat er echt leeft in de maatschappij zelf en zich daardoor blind staren op zielloze cijfergegevens. Vandaar dat ik een aantal kritische kanttekeningen meen te moeten maken:

-          Polen maakt op dit moment gretig gebruik van een groot regionaal ontwikkelingsfonds van de EU. Polen heeft eveneens aanvulende kredieten gevonden via leningen bij het IMF. Dit geld wordt vooral geïnvesteerd in tal van bouwprojecten, de oprichting van zelfstandige ondernemingen, modernisering van bestaande grote ondernemingen en onderwijsprojecten. Het positieve korte-termijneffect is hierdoor duidelijk: de werkloosheid wordt hierdoor op korte-termijn in toom gehouden en hierdoor blijft de particuliere consumptie vergeleken met de andere jaren op peil. Maar deze EU-fondsen houden na 2013 op. Dat betekent dus dat 2013 het Jaar van de Waarheid wordt. Ofwel zal blijken dat het geld uit de fondsen goed werd geïnvesteerd, en dan zou Polen na 2013 een grote sprong voorwaarts moeten maken, ofwel zal blijken dat de fondsen in hun totaliteit niet goed werden aangewend wat zal betekenen dat Polen in 2014 in een grote economische crash terecht komt à la Griekenland.

-          Er is dus helaas  geen garantie dat dit positieve korte-termijneffect van de rijk gevulde EU-fondsen  zal overgaan naar een positief lange-termijneffect. De EU-fondsen geraken binnenkort op en dan moet blijken of hierdoor de economie voldoende aangezwengeld is geworden. Een aantal persoonlijke constateringen baren mij enige zorgen:

  • Polen is op bepaalde plaatsen 1 groot bouwwerf. Maar de werkzaamheden gaan traag vooruit. Vaak is men met bepaalde bouwwerken begonnen die ondertussen voor bepaalde tijd stilliggen. De organisatie is niet altijd voorbeeldig te noemen. Zo gaat de bouw van autowegen maar heel traag vooruit. Polen heeft vroeger reeds een bepaald bedrag aan Euro-subsidies moeten terugstorten omdat bepaalde wegenwerken niet waren uitgevoerd volgens afgesproken plan. Het is niet onmogelijk dat dit zich zal herhalen. Zonder goed autowegennet kan je echter geen goede duurzame economie opbouwen. Bovendien blijken vele projecten veel duurder uit te vallen dan bij aanvang geraamd waardoor particulieren en overheden extra schulden hebben moeten maken.
  • Elke particulier heeft het recht om een zaak op te starten en hiervoor eurostartkapitaal aan te vragen.  Als gevolg hiervan zie ik in sommige steden een explosie van kapperszaken, schoonheidssalons en taxichauffeurs. Ook het aantal privétaalscholen rijst als paddestoelen uit de grond. Dit heeft natuurlijk een gunstig korte-termijneffect op de huidige werkloosheidscijfers, maar ik merk dat vele zelfstandigen feitelijk werkloos zijn waardoor vele van die zaken gedoemd zijn om failliet te gaan. Vele kleine zaken krijgen de hele dag door nauwelijks klanten over de vloer. Zo moet ik bijvoorbeeld zelden wachten om mijn haar te laten knippen in de kapsalon, en ik maak nooit een afspraak.
  • Het is overduidelijk dat de overheid een aantal sectoren verwaarloost. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan de gezondheidssector en de wereld van de wetenschap. De zorg die de Poolse overheid draagt voor de universiteiten is lager dan ondermaats. Ik ga op deze materie dieper in in een volgende blog-artikel.
  • Indien de crisis zich in een aantal West-Europese landen zich doorzet, dan zal dit onvermijdelijk een dubbel negatief effect op Polen hebben. Veel interne consumptie in Polen draait immers rond geld dat buitenshuis werkende Polen importeren. Wanneer in Ierland bv. de  economie volledig zou ontsporen met ontslagen tot gevolg, dan zullen de honderdduizenden Polen die op dit moment in Ierland werkzaam zijn hier ook in delen en noodgedwongen werkloos moeten terugkeren naar Polen. Hierdoor dreigt een problematische kettingreactie te ontstaan die veroorzaakt wordt door een plotse daling van de interne consumptie. Ik ben in elk geval blij te mogen lezen dat de huidige prognoses voor Ierland voorzichtig optimistisch zijn.
  • In de krant Rzeczpospolita van 2 weken geleden (exacte referentie ben ik helaas verloren) las ik dat uit een studie blijkt dat Polen toch nog tot 30% buitenlandse investeringen zou  missen omwille van het vreselijke bureaucratische doolhof. Vele buitenlandse bedrijven worden hierdoor afgeschrikt. Ik sluit niet uit dat een aantal (kleinere) buitenlandse bedrijven die toch moedig geweest zijn om in Polen te investeren ontgoocheld kunnen geraakt zijn en zullen besluiten om uit Polen weg te trekken. Ik neem tijdens het schrijven van dit artikel de gelegenheid te baat om ook even mijn hart te luchten, ikzelf ben coördinator van een academisch bedrijf, nl de leerstoel voor Nederlandse filologie aan de Katholieke Universiteit te Lublin, en ik moet toegeven dat ik in de loop van 5 jaar zovele onverwachte bureaucratische problemen ben tegengekomen waardoor ik vaak 20 tot 30 uur extra onbetaalde stressvolle overuren in 1 week tijd heb moeten steken om deze op te lossen, dat ik het gevoel heb in die 5 jaar 15 jaar te zijn verouderd. Nee beste lezer, maak je geen zorgen, ik heb ondertussen al een aantal beslissingen genomen om ervoor te zorgen dat ik niet in het voetspoor van Maciek uit de propagandaspot zal treden. Ik sta op het punt om terug een verjongingskuur te ondergaan.

Ik vrees dat Polen veel te snel is geëvolueerd in de richting van een duale samenleving.  In bepaalde sectoren stijgen de lonen, in andere sectoren dalen ze zelfs. Er is nauwelijks een middenklasse. Op dit moment zijn er zowel veel rijke Polen als veel arme Polen. De rijke Polen doen de economie draaien. De kans is echter reëel dat in de heel nabije toekomst het aantal rijke Polen zal verminderen en het aantal arme Polen zal vermeerderen.  Hierdoor dreigt een negatieve economische kettingreactie te ontstaan.

West-Europese economieën hebben een sterke middenklasse die aan de basis ligt van een grootschalige consumptie wat op haar beurt het bedrijfsleven en de werkgelegenheid te goede komt. Zolang Poolse politici dit niet inzien zal Polen nooit een echte welvaatsstaat worden. Ik heb het gevoel dat Polen nog minstens 1 generatie nodig heeft om de extreme uitspattingen van de dualiteit beter onder controle


 

Tips voor een winterse treinreiziger in Polen

Vrijdag 17 december 2010, ik zit voor de zoveelste keer weer op te trein, Lublin-Gdansk, 610 km sporen (deze trein maakt nu een ommetje via Torun). Het hele traject duurt 8u40 minuten (als er geen problemen zijn natuurlijk). Het is een rechtstreekse verbinding, ik kan dus de hele dag lekker lui in de antieke treinzetel zitten tussen de 7 andere treinreizigers in de coupé van 1,5 m2 (ik heb het ooit tamelijk exact uitgerekend, 1x1,5m). Het is een TLK, een Tanie Linie Kolejowe of vertaald een Goedkope Trein Verbinding. De prijs van het treinticketje valt echt wel mee: 63 PLN of tegen de huidige wisselkoers 15,94 EUR. Het is wel 7 PLN duurder dan vorige week, maar we zullen niet klagen over deze 10% prijsstijging.  Er zijn vele TLK trajecten doorheen Polen, dus voor de Vlaams-Nederlandse toerist goed nieuws: je kan echt heel goedkoop door Polen reizen! Toch een paar tips van een ervaren man op middelbare leeftijd:

  • Zorg dat je een deken bij hebt. De verwarming werkt niet altijd. In Lublin was het deze morgen bij vertrek -10. De verwarming in de trein werkte niet gedurende 2 uur tot net voor Warschau. Ijsklompen overal zichtbaar, zowel binnen als buiten het lange voertuig. Dit is niet de eerste keer dat ik dit meemaak. Ik had gelukkig vandaag mijn slaapzak mee die ik gebruikt heb om mijn koude billen warm te houden. Mijn jeansbroek bleek immers niet voldoende isolerend te zijn. Ik heb natuurlijk ook mijn dikke jas aangehouden.
  • Zorg dat je stevige anti-slipbergschoenen aanhebt. De voettocht van de loketten tot en met de treincoupé is vol gevaren: geen roltrap of lift, op de trappen en zelfs in de ondergrondse gang die de verschillende perrons met elkaar verbindt ligt nog heel wat ijs. Ook op de hoge trappen die je moet nemen om in de trein te klauteren ligt veel ijs, tot zelf in de treingang.
  • Zorg ervoor dat je een waaiertje en verfrissingszakdoekjes bijhebt. Plots begint de verwarming te werken, en dan begint het heel snel te stomen. In 2 minuten tijd een temperatuursstijging van 25 graden. Iedereen zweet. Het is niet mogelijk om de verwarming af en toe gewoon af te zetten. De ramen zijn geblokkeerd door het ijs, geen mogelijkheid dus om het raam even open te doen. Ik zou ook bijna durven suggereren om een broekshort bij de hand te hebben, alhoewel ik nog niemand onder deze omstandigheden een short heb zien aantrekken. Ik ben nog iets te verlegen om dit soort baanbrekende acties te ondernemen.
  • Heb je eigen toiletpapier bij, best een heel rolletje. Of als alternatief een hele pak papieren zakdoekjes. Droog papier op de trein is een schaars goed. Enkele laagjes om rond de toiletbril te draaien om het achtergelaten menselijke restmateriaal te bedekken en natuurlijk nog enkele blaadjes om …
  • Neem ook zo’n flesje anti-bacteriële gel bij de hand. Dit is zo’n gel waarmee je je handen kunt inwrijven en zo ontsmetten zonder dat je water nodig hebt. Want het waterkraantje in het toilet werkt natuurlijk niet. Ik hoop dat alle reizigers zoiets bij zich hebben, want indien niet, dan zou dit betekenen dat niemand zijn handen wast na het beëindigen van de boodschap. Het doet er me trouwens aan denken dat ik vaak wat ziek ben na een lange treinreis. Misschien is er een verband.
  • Zorg dat je voldoende eten en drinken bij hebt. Er is niet altijd een barwagon, en het is eveneens niet gegarandeerd dat de coupéservice komt. Vandaag kwam de rijdende bardienst een half uur na het vertrek uit Lublin koffie en thee en wat snoepgoed (niet echt goedkoop) aanbieden. Dat was voor nog te vroeg mij, ik had pas ontbeten. Ik heb de persoon helaas geen 2de keer meer gezien en we zijn ondertussen 6u verder. Voor koffie- of theeliefhebbers is een eigen thermos echt wel een must. Dit is alvast mijn tip voor mijn kerstcadeautje.
  • Verfrissende pepermuntjes of kauwgom kunnen echt deugd doen. Het is ook een goed middel om de illusie te creëren de onaangename geurtjes in de treincoupé onder controle te houden.
  • Zorg natuurlijk voor enige lectuur
  • Voor de echte toerist is fototoestel eveneens een aanrader.

Je kunt ook voor de veel duurdere express- of intercitytreinen kiezen. De prijs is ongeveer het dubbele. Het is niet altijd gegarandeerd veel sneller maar dit zijn de verschillen:

  • Je krijgt een gratis koffie en thee
  • Er is een restauratiewagen (geen alkohol weliswaar, geen dronkemannen op de trein!)
  • Er zijn vaak stopcontacten in de coupé, ideaal voor laptops. Helaas werken die nooit.
  • De treinen zijn iets moderner, er is dus minder kans dat de verwarming niet werkt.
  • Soms heb je geluk dat je slechts met max. 6 personen in de treincoupé zit i.p.v. met 8. Als je dat gegarandeerd wilt, dan koop je beter een ticket 1ste klas. Dat is ongeveer 50% duurder.
  • Je hebt gereserveerde plaatsen, dus gegarandeerd een zitplaats. Dit is in de TLK niet steeds het geval. Ik heb in de TLK nog 4 tot 5 uur continu moeten rechtstaan in de gang.
  • Er is een mobiele barservice die ongeveer om de 2u naar je toekomt, en zoals gezegd, het 1ste drankje is gratis.

In ruil voor de ongemakken krijg je natuurlijk heel wat terug:

  • Prachtige uitgestrekte open sneeuwlandschappen waar kale bomen in lijken te zwemmen
  • Soms heb je het  geluk om een groep herten te zien, of zelfs een vos. (In de zomer soms ook een roofvogel en natuurlijk de ooivaar).
  • Tijd om na te denken, of wat slaapachterstand in te halen
  • Inspiratie die je artistieke prestaties bevorderen
  • Met wat geluk een interessante medepassagier met wie je een leerzaam en inspirerend gesprek voert (met wat geluk kan dat ook in het Engels, maar dit is verre van algemeen).
  • Tijd om iets te schrijven, zoals ik nu op dit moment

 

Eindejaarsgeld voor een Poolse werknemer

Oef, net op tijd mijn aanvraagdocument ingevuld en ingediend om mijn eindejaarsgeld te ontvangen. Het gaat om een bescheiden bedrag, ongeveer 500 zloty (ca. 130 EUR), maar alle baten helpen. We kunnen er in elk geval enkele bescheiden kerstcadeautjes mee kopen. Als universitaire medewerker krijg je dit eindejaarsgeld niet automatisch op je rekening. Je moet dit elk jaar op tijd aanvragen. Hiervoor moet je een bepaald standaarddocument invullen, ik vertaal letterlijk: een aanvraagdocument voor de toekenning van eindejaarssteun uit het fonds voor sociale voorzieningen van KUL [KUL= afkorting voor Katholieke Universiteit van Lublin]. Op dit document vul je in: Familienaam + Voornaam en de naam van de universitaire eenheid (Faculteit – Instituut). Hieronder staat de volgende gedrukte standaardtekst, ik vertaal opnieuw letterlijk: ’Ik richt me tot het fonds voor sociale voorzieningen van KUL met het verzoek tot toekenning van eindejaarssteun’. Onder deze tekst moet je vervolgens de datum en je handtekening plaatsen. Je brengt dat, net zoals je 2000 andere collega’s vóór 3 december bij het secretariaat binnen. Daar worden alle aanvragen verwerkt en voor kerstmis staat het geld op je rekening.

Ik heb nog goed nieuw! We hebben jaarlijks in juli ook recht op vakantiegeld! Wel niet vergeten om voor 15 juni (of een datum ergens hierrond, de exacte datum wordt nog uitgehangen!) een gelijkaardig aanvraagdocument in te vullen, gericht tot het zelfde fonds voor sociale voorzieningen. Alleen zal het woordje ‘vakantiesteun’ i.p.v. ‘eindejaarssteun’ op het document terug te vinden zijn. We zullen in juni wel nog een 2de document moeten invullen, nl. een document waarop je de exacte data van je vakantieperiode meedeelt en waarop je moet aanduiden of het om een ‘privévakantie’ gaat dan wel een ‘vakantiekamp’.


 

Zwijnerij

PIGS: Portugal, Italia (mag tegenwoordig ook vervangen worden door Ireland), Greece and Spain. Een bende zwijnen! ‘Viva la vida’-volkjes die liever niet al te hard werken maar wel graag geld door deuren en ramen naar buiten gooien en er dus een slabakkend economie op nahouden. Dat is alleszins de mening van verscheidene Angelsaksische economisten die de term reeds lang geleden uitvonden om de economieën van de meest zuidelijke lidstaten van de EU in een kwaad daglicht te stellen…. En misschien de aandacht af te leiden van hun eigen financiële perikelen?

 Nu ook Ierland Europese hulp aanvaard heeft om de economische crisis het hoofd te bieden en het land voor bankroet te behoeden, rijst weer de vraag hoelang het nog zal duren voor ook het Spaanse zwijn ter slachtbank wordt gevoerd. De Spaanse minister van Economie Elena Salgado houdt het been stijf en ontkent hartnekkig de mogelijkheid van dergelijk scenario voor Spanje. De strikte regels die de Banco Español oplegt aan financiële entiteiten verzekeren volgens haar de absolute gezondheid van het Spaanse bankensysteem.

 Waar of niet waar is moeilijk te doorgronden voor Jan met de Pet / Juanito con su Gorrito. Juanito begrijpt evenwel dat een werkloosheidscijfer van 19.8% bijzonder zorgwekkend is. Juanito ziet ook dat terwijl andere landen van de Eurozone uit de put van de crisis beginnen te kruipen, de economie in zijn dierbare vaderland maar niet aanzwengelen wil. Dat Zuid-Amerikaanse immigranten massaal hun boeltje beginnen te pakken en terugkeren naar Ecuador, Bolivia of Peru is ook veelzeggend. Het vet is duidelijk van de soep af... of van de cocido, zo u wil.          

 En zelfs al zwengelt de economie uiteindelijk terug aan, wie gaat dan al die duizenden werklozen weer van een baan willen voorzien? Veel werkgevers hebben gemerkt dat ze met de helft van het personeel, en dus de helft aan salariskosten, evenveel werk verzet krijgen. Waarom dan meer mensen aannemen?En wat moet er dan gebeuren met die duizenden werklozen die geen nieuwe baan vinden en na verloop van tijd het recht op dopgeld verliezen?           

 Een Spaans spreekwoord stelt: A cada cerdo llega su San Martín (voor elk varken komt de slachttijd). Ook voor dit PIG-landje?


 

Een week na de staking...

Het is alweer bijna een week geleden dat de vakbonden probeerden heel Spanje stil te leggen met een algemene staking. Het antwoord op de vraag of ze in hun opzet slaagden moet ik u evenwel schuldig blijven. Enerzijds omdat ik net die dag de Deutsche Heimat tegemoet vloog en anderzijds omdat het antwoord varieert al naargelang het aanspreekpunt. De vakbonden vinden uiteraard dat ze in hun opzet geslaagd zijn en de regering vindt dat het allemaal wel redelijk meeviel, want de warenhuizen van de Corte Inglés bleven gewoon de hele dag open, in Madrid reed de metro zoals altijd en een groot aantal werknemers ging gewoon aan de slag zoals andere dagen. De grootste respons kwam uiteraard uit sectoren waar vakbonden traditioneel sterk vertegenwoordigd zijn, zoals de transportsector en zware industrie.

De staking was bedoeld als duidelijk teken van protest tegenover de laastste hervormingen in de arbeidswet, waardoor het ondermeer mogelijk is het ontslag nóg goedkoper te maken (20 dagen per gewerkt jaar i.p.v. 45) en als algemeen protest tegenover de aanhoudende crisis, die Spanje zwaarder geraakt heeft dan enig ander land, met uitzondering misschien van Griekenland, en waarvoor de regering Zapatero verantwoordelijk wordt gesteld.

Hoewel de manifestaties in verschillende delen van het land vrij vreedzaam verliepen, kwam het op 29 september in het stadscentrum van Barcelona wél tot geweld. Vuilniscontainers werden in brand gestoken, winkels geplunderd en zelfs een politiewagen moest eraan geloven. Gedurende 9 uur leek het even oorlog in de Cuidad Condal. Bijna een week na de feiten blijkt dat van de 43 arrestanten er slechts 9 voor de rechter zullen moeten verschijnen, op beschuldiging van verstoring van de openbare orde, het gebruik van geweld tegenover agenten en het toebrengen van schade en verwondingen. Voor de overige arrestanten blijft de strafmaat waarschijnlijk beperkt tot het betalen van een boete. Wat best vreemd is gezien het feit dat 40% van de arrestanten over antecedenten beschikt. Het lijkt zowaar beter Attilla-gewijs door Barcelona te trekken en voor 262.000€ schade aan te richten, dan pakweg  dronken achter het stuur te kruipen. Een evenzeer laakbare daad, natuurlijk, die echter wél kan uitmonden in een bezoekje aan de gevangenis.  Twee keer raden, trouwens, uit welke zakken het geld voor alle reparaties zal mogen komen…

Volgens politiebronnen zullen de meeste arrestanten hun straf ontlopen omdat het gaat om buitenlanders die in de stad verblijven in het kader van een Erasmus -uitwisseling, bijna allemaal tussen de 18 en 25 jaar oud. Een gegeven waar ik toch even van opkijk. Toen ik 10 jaar geleden met Erasmus was in Barcelona brachten we alleen schade toe aan eigen lijf en lede, middels nachtelijke slemp- en braspartijen…. Moet ik hier nu uit afleiden dat ik écht niet meer met de tijd mee ben? Of zijn het de anderen die het noorden even kwijt zijn?


 

Levenskwaliteit

‘Zou je ooit nog terugkeren naar België?’, wordt me wel eens gevraagd.  Als het aan mij ligt toch al zeker niet. En waarom dan niet? Wat is er dan in Spanje dat je in België niet vinden kan? Levenskwaliteit, meneer, levenskwaliteit. In België heb je levensniveau, in Spanje levenskwaliteit. Meiner Meinung nach, natuurlijk. Levensniveau betekent een mooi loon, een groot huis, grote wagen, twee keer per jaar op vakantie en overal en altijd toegang tot de nieuwste technologie, met of zonder, maar meestal mét overheidssubsidies. Een groot social vangnet, mogelijkheid ¾, 4/5, 2/8 of 6/7 te werken… het maakt allemaal deel uit van dat levensniveau waar we in België zo aan gewend en gehecht zijn. Komt dan de volgende vraag: zijn we daar dan gelukkiger? Niet echt, zo te horen. Burnouts, depressies, angstaanvallen en stress, vooral stress. Een beetje overgewerkt want morgen moet dat rapport toch écht wel binnen zijn, dan hollen om de kinderen op te halen aan school en te droppen voor hun wekelijkse voetbaltraining, zwemles, kunstacademie,… vlug vlug nog even langs de Delhaize om een snelle edoch gezonde maaltijd klaar te zetten voor we zelf naar de pilates-les moeten en dan om 10 uitgeput naar bed om de volgende dag om 7 uur weer beginnen te rennen. Oef, ik hoef het nog maar op te schrijven of ik word er al moe van!

Wordt er in Spanje dan nooit gestresst? Natuurlijk wel! Maar in mindere mate. De toewijding van de Spanjaard aan zijn werk grenst soms aan het lakse. Werken tot 19.00h? Jawel, maar dan ook geen minuut langer! De snelheid waarmee iedereen hier de deur uitrent veroorzaakt rukwinden die de schaal van Beaufort niet eens meten kan!

Wat niet wil zeggen dat ‘s morgens dezelfde puntigheid in acht wordt genomen: tegen 9u komt iedereen rustig aanslenteren, er worden koffietjes gedronken, mails gecheckt…. Tot aan het ontbijt rond een uur of 10, wanneer een halfuurtje wordt uitgetrokken voor een broodje, una madalena en nog maar eens een koffietje. Het kantoorleven komt maar pas goed op gang rond 11 uur.

Dit rustige ritme leidt wel eens tot stresspieken wanneer er tóch eens een deadline dient te worden gehaald, maar oye… liever een dag op de rand van een zenuwzinking dan alle dagen stressen…

Het mooie weer helpt natuurlijk ook wel. Wie vanuit zijn Belgische kantoorraam naar buiten kijkt ziet bijna altijd grijze lucht en regenwolken… een mens keert vanzelf de blik weer richting computerscherm om niet depressief te worden! Maar met een stralende zon, een wolkenloze hemel en bijna overal een strand bij de hand… waarom tijd cadeau doen aan de baas?

Ik geef toe, deze viva-la-vida-mentaliteit botst wel eens met mijn nuchtere Belgische ingesteldheid. Maar haalt tegelijkertijd de druk van de ketel.

En ja, de lonen liggen hier een stuk lager en mijn koopkracht is nihil in vergelijking met die van de gemiddelde Belg, mijn auto is kleiner en mijn hypotheek is groter…maar ik zit hier wel mooi in het zonnetje. Zowat 300 dagen per jaar, als het er niet meer zijn. En wat de vitamine D van het zonlicht voor je lijf en geest doet… dát is onbetaalbaar. Levenskwaliteit, meneer, levenskwaliteit.


 

Waarheid en politiek in Polen. (3) De Poolse gezondheidszorg

Injectieschema

‘Mama, papa, jullie hebben een keuze! Jullie kunnen een combinatievaccin kiezen met minder pijn en minder tranen’, aldus de vertaling van de hoofdtekst van een overheidspromotiefolder voor het officiële vaccinatieprogramma (pasgeborenen – 3 jaar; zie foto). In Polen is het bij wet verplicht om baby’s te laten vaccineren tegen tuberculose, difterie, tetanus, kinkhoest, hepatitis B, Haemophilus influenzae type B, polio en de klassieke kinderziektes (mazelen, bof, rode hond).  Een aantal andere vaccins zoals deze tegen hepatitis A, het rotavirus, pneumopokken en de waterpokken worden aanbevolen maar zijn niet verplicht. In België is alleen het vaccin tegen kinderpolio bij wet verplicht, maar de meeste andere vaccins worden ten zeerste aanbevolen. Voor het toedienen van de vaccins moet een kalender worden gevolgd, een aantal vaccins moet worden herhaald  (zie foto). Er bestaan verschillende soorten vaccinatieprogramma’s. In Polen worden van overheidswege 3 programma’s voorgesteld. Het eerste programma is gratis: 21 spuitjes verspreid over 3 jaar. Het tweede programma kost in totaal ongeveer 500 PLN (125 EUR) en bevat 14 spuitjes verspreid over 3 jaar omdat er een combinatievaccin wordt gebruikt. Zoals de folder benadrukt: minder pijn, minder tranen. Het derde en laatste programma bevat 12 spuitjes (maar liefst 9 minder! wordt in de folder beklemtoond!) verspreid over 3 jaar met een kostenplaatje van ongeveer 1500 PLN (375 EUR, net iets hoger dan het maandloon van een assistent-docent aan een universiteit of een kassabediende in een supermarkt). Met andere woorden, het laatste – maar helaas het duurste programma – is het minst pijnvol voor de baby met het minst aantal tranen tot gevolg!

De hierboven besproken officiële reclamefolder  is  één van de meest immorele die ik ooit in mijn leven heb gezien!  Alsof mensen met gemiddelde Poolse salarissen werkelijk een keuze zouden hebben! Ikzelf heb voor mijn dochtertje betaald voor een programma met ‘minder tranen’, niet met geld van mijn Poolse rekening  waarvan het bedrag  zich altijd dichtbij het nulpunt bevindt, maar met geld van mijn Belgische spaarrekening!  

Er is trouwens nog een kleine praktische moeilijkheid verbonden met de toediening van zo’n combinatievaccin. De zorgcentra hebben deze immers niet in voorraad in hun medische koelkast. Je moet zelf met een briefje van de dokter naar de apotheek gaan om het gekozen combinatievaccin te bestellen. De volgende dag kan je die dan bij de apotheek oppikken. Je hebt dan maximum 30 minuten om naar de dokter te gaan die het vaccin toedient, want het is belangrijk dat het vaccin op lage  temperatuur wordt gehouden. Op een bijgevoegd papiertje noteert de apotheker immers heel exact de datum en het uur waarop het vaccin werd opgepikt. De dokter of verpleegster die het vaccin toedient moet dit controleren en mag het vaccin niet toedienen wanneer de termijn van 30 minuten werd overschreden.  Wij hadden trouwens bij het eerste vaccin een bizarre ervaring. Toen we het vaccin wilden ophalen gaf de apothekersvrouw met schaamte toe dat ze het vaccin had ontvangen maar onmiddelijk had moeten weigeren. De dienstdoende koerier van het medische magazijn waar het vaccin door de apothekersvrouw was besteld was zich niet bewust van het feit dat het vaccin het hele traject  in een koelzak op lage temperatuur moest gehouden worden. De apothekersvrouw was naar eigen zeggen zo verontwaardigd dat ze het vaccin in een ander magazijn had besteld. Ik weet niet of het  opgewarmde vaccin uiteindelijk werd vernietigd, maar we moesten omwille van deze reden ons doktersbezoek naar een andere datum verschuiven.

Het is niet mijn bedoeling om met de aanzet van dit artikel een persoonlijke klaagzang in het openbaar te introduceren, alhoewel het goed doet om enkele persoonlijke ervaringen schriftelijk vast te leggen en op die manier te delen met mijn landgenoten. Mijn keuze om dit artikel te beginnen met deze promotiefolder heeft vooral te maken met mijn mening dat dit gegeven typerend is voor de hele Poolse ziekenzorg! Tijdens het grote presidentiële verkiezingsdebat van 30 juni 2010 op TVP 1 werd  gesteld dat de Poolse ziekenzorg ‘gratis’ is.  Maar tussen theorie en praktijk  ligt een hemelbreed verschil.

In eerste instantie is er de vreselijke administratie die elke zorgtrekkende moet ondergaan om te kunnen genieten van de zogenaamde gratis ziekenzorg. Ik verwijs naar een vorige bijdrage van mijn hand van februari 2009 over de Poolse ‘stempelmaatschappij’ (http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/2010/02/stempelaars-in-polen.html)

Elke zorgbehoevende moet ingeschreven zijn in een ‘przychodnia’, een eerstelijnszorgcentrum. In zo’n centrum heb je een secretariaat waar je je moet inschrijven, en minstens 1 dokter voor algemene ziektes (wij noemen zo’n dokter een huisarts). Doorgaans zijn er ook nog een aantal specialisten verbonden aan zo’n przychodnia: otolaryngoloog, gynaecoloog, pneumoloog, pediater, ... Wegens besparingen zijn vele van deze zorgcentra gesloten met als gevolg dat de overblijvende zorgcentra veel meer klanten hebben. Ik hoor regelmatig van mensen dat ze uren moeten wachten in de gang alvorens bij de dokter te kunnen.  Jawel, in de gang!  Ikzelf heb nog nooit een zorgcentra gezien die een aparte wachtkamer had. Ook ziekenhuizen hebben zelden een wachtkamer, de gang functioneert als wachtkamer!  Bepaalde zorgcentra hebben het zo druk dat je pas over 1 of meerdere dagen bij de dokter terecht kan.  

Natuurlijk kan het allemaal veel sneller, er is gelukkig steeds de mogelijkheid om naar het privékabinet van de dokter te gaan, tegen betaling! Gemiddeld 80 tot 100 PLN (20-25 EUR) volledig uit eigen zak te betalen. Bijna alle dokters zijn verbonden aan 1 of meerdere zorgcentra en ziekenhuizen en hebben daarnaast nog een privépraktijk.

In geval van nood kan men zich steeds buiten de daguren aanmelden op de spoedafdeling van het ziekenhuis. Ikzelf heb dit reeds een aantal keer ervaren, eens voor mezelf, een aantal andere keren moest ik dringend naar de spoedafdeling voor mijn dochtertje, mijn vrouw en  2 keer met de grootouders van mijn vrouw. Daarnaast was ik reeds een aantal keer op ziekenbezoek. Achteraf bekeken zeer unieke ervaringen in schril contrast met de ervaringen die je opdoet in Belgische ziekenhuizen.  Maar ik hoop dat het wat mij betreft bij de reeds opgedane ervaringen mag blijven.

Persoonlijke ziekenhuiservaring 1: 2 jaar geleden in Lublin. Mijn vrouw kreeg ademnood waardoor ik het verstandig achtte om voor alle zekerheid naar de spoedafdeling te gaan. Het was ondertussen al laat op de avond. In het eerste ziekenhuis kregen we te horen dat er geen samenwerkingsakkoord bestond met ons eerstelijnszorgcentrum (verbonden met de universiteit waar ik werk) wat betekende dat we eerst moesten betalen om tot de dokter te worden toegelaten.  Dat was nieuw voor ons, het feit dat je op voorhand moet weten met welke ziekenhuizen de eerstelijnszorgcentra akkoorden hebben. Aangezien het ondertussen wat beter met mijn vrouw ging besloten we naar een ander ziekenhuis te gaan. Zelfde verhaal. Er werd gesuggereerd om naar het militaire ziekenhuis te gaan want vermoedelijk had dat ziekenhuis wel met ons universitair eerstelijnszorgscentrum een akkoord. We reden naar het militair ziekenhuis. Daar werd ons meegedeeld dat er vroeger een akkoord met het universitair zorgcentrum bestond, maar dat dit akkoord een jaar tevoren niet was verlengd. Wij dus naar het  4de ziekenhuis. Daar werden we heel vriendelijk en kostenloos behandeld.

Persoonlijke ziekenhuiservaring 2: Stevig in de geldbeugel getast om een dokter privé naar onze woning te laten komen om ons pasgeboren dochtertje van 1 week te onderzoeken. De dokter vermoedde  een infectieziekte en stuurde ons onmiddellijk naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. We schrijven januari 2010, hevige winter, pakken sneeuw. We rijden naar het provinciale ziekenhuis. Eerste probleem: geen parkeerplaats. Vrouw met schoonouders gedropt en dan met de auto een kilometer verder. Ik wandel terug naar het ziekenhuis, er blijken vele spoedgevallen te zijn. Een lange rij wachtende zieken in de gang! Ik doe samen met mijn vrouw alles om ons dochtertje te beschermen tegen de  mogelijke extra bacterieën die in de lucht hangen. De voordeur gaat geregeld open, een koude luchtstroom waait telkens naar binnen. We houden ons dochtertje warm. Na een paar uur blijkt dat ons dochtertje wel degelijk een bacterie te pakken had en worden we doorverwezen naar een ander ziekenhuis gespecialiseerd voor de behandeling van kinderen. Het is uiteindelijk allemaal goed gekomen na nog heel wat andere minder leuke ervaringen.

Persoonlijke ziekenhuiservaring 3: Met de grootmoeder van mijn vrouw  om 20u00 naar de spoedafdeling. Eerst inschrijven in de receptie en daarna naar de wachtgang. Daar wachten  tot 3u ’s morgens om eindelijk te vernemen dat grootmoeder een aantal dagen in het ziekenhuis moet blijven. Ze heeft vermoedelijk één of andere voedselvergiftiging opgelopen. Tijdens de lange wachttijd zijn we getuige van een schrijnend tafereel. Een oude vrouw ligt zieltogend op een draagberrie in de wachtgang. Haar dochter doet wat ze kan om haar te steunen. Telkens wanneer een verpleegster passeert vraagt ze met geïrriteerde stem wanneer de dokter komt. De verpleegster antwoordt dat ze dat niet weet, de dokter van nachtdienst is bezig met een spoedoperatie. De vrouw schreeuwt dat het schandalig is dat haar moeder aan het sterven is terwijl niemand haar kan helpen. Op een bepaald moment neemt ze haar gsm en telefoneert naar een journalist. Ze vertelt hem dat haar moeder in het ziekenhuis in de gang ligt te sterven terwijl niemand iets doet. Ze nodigt hem uit om naar het ziekenhuis te komen, dit wordt beslist een interessant verhaal voor de krant. De journalist kon zich blijkbaar niet vrijmaken. Ik weet niet in hoeverre de vrouw  al dan niet gedreven door paniek overdreef. Ik weet ook niet of de oude vrouw het heeft gehaald. Ik beschrijf alleen wat je kan meemaken als wachtende in het ziekenhuis.

Maar de ziekenzorg is gratis! Zo werd het tijdens het grote presidentiële verkiezingsdebat van 30 juni 2010 verkondigd. Er werd niet gezegd tijdens dat debat dat elke maand een overheidsinstantie op basis van statistieken bepaalt aan welke quota elk ziekenhuis zich moet houden. Concreet: om de kosten in de hand te houden wordt elke maand vastgelegd hoeveel geld een ziekenhuis mag uitgeven voor bv. operaties, chemotherapie, nierdialyses, ... Het gevolg: iedereen heeft het recht op heelkundige behandelingen, maar je moet soms wat geduld hebben. Ik ken persoonlijk een aantal mensen die 4 tot zelfs 6 maanden moeten wachten voor een hartoperatie of de heelkundige verwijdering van een gezwel. Dit kan natuurlijk veel sneller, als je privé gaat en betaalt! In het geval dat je daadwerkelijk aan het sterven bent dan heb je wel het recht op een prioritaire behandeling! Maar voor de interpretatie van dit gegeven bestaan geen eensluidende criteria.

Toch is niet alles gratis. Voor medicijnen wordt een kost aangerekend. Niet alle ziekenhuisbehandelingen zijn gratis. Voor bepaalde labo-onderzoeken wordt ook een kost aangerekend. Het begrip ‘gratis’ moet in haar context worden geplaatst.

‘De Poolse ziekenhuizen zijn niet geprivatiseerd’. Ik kom hier terug op de delicate discussie die tijdens de verkiezingscampagne van mei-juni 2010 werd gevoerd (zie eerste bijdrage van deze reeks over politiek en waarheid in Polen van 6 juli 2010: http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/2010/07/waarheid-en-politiek-verkiezingen-in-polen-1-inleidende-terreinverkenning.html). Private ziekenhuizen bestaan in Polen, maar die zijn in de minderheid. Maar de wijze waarop de officiële ziekenhuizen georganiseerd worden tart elke verbeelding.  Ik illustreer de situatie in Trójmiasto (het stedentrio Gdańsk-Sopot-Gdynia). In dit gebied zijn er 11 ziekenhuizen. 1 van deze 11 is volledig privaat (http://www.swissmed.com.pl/index.php?menuGlowne=1&page=onas.php). De 10 andere zijn overheidsziekenhuizen. Opmerkelijk is dat slechts 4 van die 10 ziekenhuizen een eigen bloedcentrum hebben en eigen labo’s. Voor bloedanalyses of bloedvloeistof (nodig voor transfusies) moeten 6 ziekenhuizen een beroep doen op privé-labo’s en de privébloedbank of op de labo’s van de 4 andere officiële ziekenhuizen (die vaak overbelast zijn). Er zijn in Gdańsk 2 privébloedbanken. Het moet gezegd dat deze bloedbanken  dankzij EU-kapitaal over de modernste apparatuur beschikken. Vaak gebeurt het als volgt. Een ziekenhuis in Gdańsk heeft dringend bloed  nodig. Er wordt getelefoneerd naar de bloedbank. Alles wordt in gereedheid gebracht en met de bloedtransportwagen 10 km verder naar het desbetreffende ziekenhuis gebracht. Pech voor het slachtoffer wanneer dit in een file-uur moet gebeuren. Ook voor wat betreft bloedanalyses kan men in 6 ziekenhuizen niet altijd efficiënt werken: het bloed moet gebracht worden naar het labo (soms 15 km verder), daar wordt het geanalyseerd en de gegevens worden dan doorgebeld. Ook andere onderdelen van de officiële ziekenhuizen zijn vaak geprivatiseerd: de maaltijddienst, de poetsdienst, de revalidatiedienst, en naar ik heb vernomen (maar ik heb dit nog niet kunnen verifiëren) soms ook de rőntgendienst.

Dokters en verpleegsters zijn overwerkt, onderbetaald en onderbemand. Ik heb al gewezen op het feit dat dokters heel vaak in 2 tot 3 ziekenhuizen en/of zorgcentra werken en daarnaast nog een eigen privépraktijk hebben. Dokters en verpleegsters werken doorgaans tussen de  70 en 90 uur per week. In mijn kennissenkring bevinden zich een aantal mensen die in de ziekenzorgsector werken. Een heel normaal werkpatroon: men werkt tijdens de dag (7u00-15u00) maar men moet daarnaast nog 7 tot 8 keer per maand de nacht doen. De nacht komt bovenop de dag (niet in plaats van), dus 15u00-7u00 komt daar nog bij. Het is niet zeldzaam dat dokters en verpleegsters 8 keer per maand 24 tot 26 uur in 1 blok presteren. Als het wat minder druk is hebben ze de mogelijkheid om zich even neer te leggen voor een nachtelijke siësta, maar vaak is het druk! Er wordt immers bespaard op personeel en salarissen, dus moet men steeds meer werken. De grootste problemen van het ziekenhuispersoneel zijn  oververmoeidheid en stress. Hierdoor worden extra fouten gemaakt, soms met fatale gevolgen! De kop van jut is natuurlijk de dokter of de verpleegster. Hierdoor lopen inderdaad ook vele norse, minder beminnelijke dokters en verpleegsters rond (hoewel ikzelf op dit vlak tot nu toe niet mag klagen). Ik bezie dit met verbijstering! Het systeem is verantwoordelijk voor een falende organisatie van de zorgsector.  Omdat ik me afvroeg of de gevolgen van dit alles statistisch zichtbaar is heb ik een kijkje genomen in de internationale gegevensbank van de CIA (https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/region/region_eur.html). Ik heb even België vergeleken met Polen voor het jaar 2009. Ik laat de volgende gegevens ongecommentarieerd voor zich spreken:

· Kindermortaliteit:  België:  4,44 per 1000 levendgeboren/ Polen: 6,8 per 1000 levendgeborenen [in Polen dus 50% meer kindermortaliteit]

· Levensverwachting vanaf de geboorte: België: 79,22 jaar/Polen: 75,63 jaar

· Percentage 65-plussers: Belgie: 17,6 %/Polen: 13,4%

· Fertiliteitsgraad: België: 1,65 geboortes per jaar per vrouw/Polen: 1,28 geboortes per jaar per vrouw  

 


 

Waarheid en politiek in Polen. (2) De strijd tegen het water

In mei 2010, nu ondertussen ruim 2 maanden geleden, voerde een deel van de Poolse bevolking een ongelijke strijd tegen het water. Hevige regens in combinatie met snel smeltende sneeuw uit de berggebieden (Polen heeft een extreem zware winter achter de rug, met dikke lagen samengeperste sneeuw in de berggebieden tot gevolg) deden het peil van een aantal rivieren in een ijltempo stijgen met een aantal dijkbreuken tot gevolg. Honderden huizen en zelfs enkele appartementsblokken kwamen volledig onder water te staan. Ongeveer 60 000 mensen moesten worden geëvacueerd, enkele duizenden onder hen verloren hebben en houden. Voor de meeste lezers van dit artikel is deze gebeurtenis voltooid verleden tijd want we hebben reeds volop kunnen genieten van - wat volgens de weerspecialisten werd beschreven als - één van de warmste zomers sinds het begin van de officiële meteorologische metingen. Maar enkele duizenden Polen leven nog steeds in die nachtmerrie. Sommigen hebben het geluk dat ze voor (on)bepaalde tijd onderdak hebben kunnen vinden bij familie, maar psychologisch is dat elke dag zwaarder te dragen want ze willen hun familieleden niet tot last zijn. Anderen hebben minder geluk en wonen in caravan- of barakachtige toestanden. Voor degenen die een hele woning hebben verloren is de maximumcheque van 100 000 PLN (ca. 25 000 EUR) overheidssteun verre van toereikend om op korte termijn de draad van het vroegere leven herop te nemen. Er gaat trouwens een hele lijdensweg vooraf om die overheidssteun te krijgen. Voor velen is die weg nog steeds niet afgelegd: foto’s nemen, tal van documenten invullen, expertises, ... Sommigen slagen er gewoonweg niet in om de juiste administratieve wegen te vinden!

De waterramp weekte vele maatschappelijke en – bijgevolg ook – politieke discussies los: Welke personen en/of instanties dragen de grootste verantwoordelijkheid? Hoe moeten de getroffenen geholpen worden? Wat kan en moet gedaan worden om een dergelijke ramp in de toekomst te vermijden? De ramp gebeurde een maand voor de eerste ronde van de Poolse presidentsverkiezingen van  20 juni 2010, aan de vooravond van de verkiezingscampagne dus! Bijgevolg werd dit een van de grote thema’s van de verkiezingsdebatten. Dit menselijke lijden kreeg hierdoor nog een extra wrange en zelfs cynische smaak. Grote woorden, grote beschuldigingen, grote beloftes tot uitdrukking gebracht op gebroken ruggen van menselijke ellende.

De discussie begon al onmiddellijk over het al dan niet officieel erkennen van de overstromingen als een natuurramp. Partij X vond dit een evidentie, partij Y vond dit een brug te ver. De regering (partij Y) beklemtoonde herhaaldelijk haar wil om een totaal bedrag van 2 000 000 000 PLN (500 000 000 EUR) aan noodhulp te reserveren met een maximum van 100 000 PLN (25 000 EUR) per gezin, maar het uitroepen van een natuurramp was niet nodig. Partij X wees erop dat bij het uitroepen van een natuurramp extra steun uit een Europees rampenfonds zou kunnen worden verkregen. Het statuut natuurramp werd uiteindelijk niet verleend. Elke kritische observator doorziet een belangrijke reden: de Poolse grondwet stipuleert dat bij een natuurramp voor bepaalde tijd geen verkiezingen mogen gehouden worden (Poolse grondwet hoofdstuk 12, artikel 228). Dit zou in het nadeel hebben kunnen gespeeld van één van de twee partijen. Als we dit inzicht confronteren met de geografische uitslag van de verkiezingen (zie 1ste bijdrage over waarheid en politiek op deze standaardblog van 6 juli 2010, http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/2010/07/waarheid-en-politiek-verkiezingen-in-polen-1-inleidende-terreinverkenning.html) dan blijkt wel degelijk dat de getroffen gebieden vooral potentiële kiezers van de oppositie bevatte. Een aantal getroffenen werden door journalisten geïnterviewd en doorgaans was het antwoord dat ze zoveel problemen hadden dat ze zich niet met politiek konden bezighouden. De meeste getroffenen zijn gewoon niet gaan stemmen. Voor velen van hen was stemmen ook formeel problematisch. Velen hebben door de watervloed alle documenten (inclusief identiteitskaart) verloren. Het kost wat tijd om dat alles via de bureaucratische mallemolen te herstellen. Sommigen slaagden er sowieso niet in om op tijd voor de verkiezingen een nieuwe identiteitskaart te bemachtigen. Bijgevolg konden sommigen gewoon niet gaan stemmen omwille van officiële identificatieproblemen.

Ikzelf was getuige van een andere cynisch gekleurde discussie op TVP 1 begin juni. Een vooraanstaand politicus van partij X verklaarde dat zijn partij  4 jaar geleden (toen zij de regeringsmeerderheid had) een plan had opgesteld om met geld uit een Europees fonds tal van waterwerken uit te voeren die waterrampen zouden moeten tegengaan. In 1997 werd Zuid-Polen immers ook geconfronteerd met een vreselijke waterramp, de Poolse regeringen zijn zich bewust van de enorme zwaktes die moeten worden aangepakt. In die discussie vroeg de politicus van partij X zich af waarom partij Y bij de machtsovername na de toenmalige parlementsverkiezingen dat plan niet had uitgevoerd. De politicus van partij Y antwoordde droogweg dat het plan niet goed was voorbereid. Ironie van het lot is dat Polen dreigt een deel van het geld terug te moeten storten aan de EU omdat elk project door de EU gesponsord binnen een bepaalde tijd moet worden gerealiseerd. Zo heeft Polen in het verleden reeds heel wat geld aan de EU moeten terugstorten omdat de bouw van autowegen niet op tijd was afgerond. Met bepaalde werken was (en is) men zelfs nu nog steeds niet begonnen!

De discussies worden nog pikanter wanneer het gaat over de verantwoordelijkheid. Tijdens de tweede ronde van het grote presidentiële verkiezingsdebat op 30 juni 2010 op TVP 1 ging het over een modern pas gebouwd appartementsblok in de Kozanówwijk te Wrocław waarvan een aantal verdiepingen volledig onder water kwamen te staan (http://wroclaw.gazeta.pl/wroclaw/1,35771,7930131,Dlaczego_Kozanow_nie_jest_chroniony_przed_powodzia.html) . Alle inwoners moesten worden geëvacueerd. Het gebouwencomplex is tot nader order onbewoonbaar verklaard. De kandidaat van  partij Y stelde dat de kopers ‘de risico’s kenden en bijgevolg zelf verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van hun koop’. Ironischer kan dit volgens mij niet. Ik had namelijk een drietal weken voor het debat een reportage op dezelfde tv-zender gezien waarin het ging over de bouw van het desbetreffende moderne appartementsblok in Wrocław. In 1997 werd Wrocław immers ook volledig door water overspoeld. Twee jaar later kreeg een bouwfirma van de stad Wrocław de toestemming van de stedelijke overheid om op die plaats die in 1997 volledig overstroomd was het moderne bouwcomplex neer te zetten. In de tv-reportage werd een interview getoond uit het jaar 1999 met een stadsbestuurslid. De journalist vroeg de lokale politicus of het geen risico was om net in deze wijk een modern appartement neer te zetten. Antwoord van de politicus: ‘Dergelijke rampen komen slechts 1 keer om de 500 jaar voor’.

Ik blik nog even terug op het grote presidentiële verkiezingsdebat van 30 juni 2010 op TVP 1. Op een bepaald moment stelde de kandidaat van partij Y dat de eigenaars van de appartementswoningen ook zelf verantwoordelijk zijn omdat je bij de aankoop van een eigendom de mogelijkheid hebt om een degelijke verzekering af te sluiten. Deze stelling klinkt heel aannemelijk, maar iemand die de Poolse realiteit kent weet wel beter! Voor de meeste gezinnen is het reeds een huzarenstuk om een eigendom van bescheiden formaat te bemachtigen. De lage lonen in Polen volstaan doorgaans niet. Heel vaak is de aankoop van een eigendom mogelijk door een combinatie van werken in het buitenland, overuren, sparen, sober leven en zware leningen afsluiten. Voor vele gezinnen is er gewoon geen geld meer over om een aanvullende dure verzekering af te sluiten. Men staat gewoon niet stil bij het feit dat de woning misschien wel eens zou verloren kunnen gaan door een overstroming.

Ik schrijf dit artikel omdat ik met machteloze woede toekijk op mensen die voor de rest van hun leven in de ellende zullen moeten leven door een falend systeem. Het laatste causale gedeelte van mijn vorige zin is – ik geef het toe – een persoonlijke conclusie, maar het eerste deel van de vorige zin is een feit. In een tv-reportage over de waterramp van 1997 – want er werd natuurlijk een vergelijking gemaakt – werden een aantal getroffenen geïnterviewd. Na 13 jaar leven velen nog steeds in barakken. Die barakken werden op de televisie getoond, ik vind het schrijnend. Ik durf te stellen dat het gaat om een falend systeem omdat men zich reeds lang bewust is van de problemen maar de daadwerkelijke aanpak steeds is blijven uitstellen. Nochtans is het mogelijk om de strijd tegen het water te winnen. Nederland heeft een vreselijke waterramp gehad in 1953, maar de Nederlandse regering heeft onmiddellijk de daad bij het woord gevoegd door met de deltawerken van start te gaan met een verbluffend succesvol resultaat tot gevolg. Bovendien is reeds lang Europees geld in Polen beschikbaar voor waterwerken, een deel van dat geld dreigt verloren te gaan door een te lang uitgestelde uitvoering. Er bestaan Poolse plannen om de strijd tegen het water te voeren, maar deze blijven vaak liggen. Daarbovenop lijkt het mij de evidentie zelve dat bevoegde politici moeten uitmaken welke gebieden veilig zijn voor nieuwbouwprojecten en welke niet. Gezagsdragers beschikken over wetenschappelijke studiecomités, politici hebben de plicht om de burger te beschermen door bv. geen bouwvergunningen te verlenen in risicogebieden. Het is maar al te gemakkelijk om de verantwoordelijkheid in de schoenen van de – vaak nietsvermoedende – burger te schuiven om op die manier eigen politieke carrières veilig te stellen.

Er mag niet gesteld worden dat de getroffenen totaal aan hun lot werden overgelaten. Ik heb reeds vermeld dat de overheid een rampenfonds van 2 000 000 000 PLN heeft opzij gezet. Helaas is de maximumcheque van 100 000 PLN voor velen verre van voldoende en slaagt niet iedereen erin om de weg in de administratie te vinden. Daarnaast werden tal van caritatieve acties op touw gezet: concerten, inzamelacties, verkoop van allerlei prullaria, ... In alle kerken werden een aantal collectes gehouden, de meeste kloosters (er zijn er nog veel in Polen!) hebben ook diverse intitiatieven ondernomen. Ik minimaliseer deze acties niet, onmiddellijke noodhulp en psychologische bijstand zijn zeker belangrijk. Maar helaas brengen deze acties geen structurele meerwaarde op. Voor de structurele meerwaarde zijn de politici integraal verantwoordelijk.


 

Ay, torito bravo... ay, torito guapo...

Een heugelijke dag vandaag voor dierenrechtenorganistaties en dierenliefhebbers in Catalonië en daarbuiten. Het Catalaans Parlement keurde vandaag een wetsvoorstel goed dat zal leiden tot een absoluut verbod op stierengevechten op Catalaanse bodem met ingang van 1 januari 2012. Hiermee komt een einde aan reeds lang aanslepende discussies tussen voor- en tegenstanders van de corridas. Voorstanders hebben het over een eeuwenlange Spaanse traditie, over cultuur en over sport. Tegenstanders beschouwen het als wreed en onnodig geweld tegen hulpeloze beesten die, hoe dapper ook, ten dode opgeschreven zijn zodra ze een poot in de arena zetten.

Natuurlijk kreeg het thema ook nog een dieper politiek tintje: de partijen die tegen de afschaffing stemden menen dat de ware reden van deze deze ‘actitud antitaurina’ schuilt in het feit dat het in werkelijkheid gaat om een ‘Spaanse’traditie waar de Catalaanse voorstemmers wat graag afstand van willen doen, in hun onafhoudelijke pogingen afbreuk te doen aan de Spaanse identiteit van Catalonië. Vamos, de afschaffing van stierengevechten is welzeker de zoveelste verdoken stap in de richting van onafhankelijkheid! Feit is dat stierengevechten oorspronkelijk niet bestonden in deze streek en dat ze vooral tijdens het Franco-regime sterk gepromoot werden als uiting van nationale identiteit en om buitenlandse toeristen te lokken.

Dit soort discours is evenwel allesbehalve verbazingwekkend. Catalonië is nog niet bekomen van de hevige discussies die voortvloeiden uit de overwinning van het Spaanse nationale team tijdens de wereldbeker. Plots bleek zowat heel Barcelona nationalistisch gezind en Chinese handelaars deden gouden zaken met de verkoop van Spaanse vlaggen, t-shirts en andere rood-gele bagatellen.. Carlos Pujol, die toch Spanje mee aan de overwinning hielp, kreeg de wind van voren omdat hij na de bekerfinale trots met de Catalaanse vlag rondparadeerde. Ook de Asturiaanse vlag was op het veld te bespeuren, maar daar tilde blijkbaar verder niemand aan. Nog weken daarna werden op FB en internetfora hevige discussies gevoerd over nationaal en regional sentiment, over provocatie, rechten en plichten.

Wat er ook van zij, en met welke bedoelingen ook het wetsvoorstel vandaag werd goedgekeurd, ik vind het alvast prachtig dat met ingang van  2012 de stieren in Catalonië niet langer hoeven te sterven ter meerdere eer en glorie van een in mijn ogen helemaal niet zo dappere torero in een glitterpakje.

 


 

Waarheid en Politiek. Verkiezingen in Polen. (1) Inleidende terreinverkenning

Tijdens gesprekken die we voeren vinden we het belangrijk dat mensen geloven dat we de waarheid spreken.  Meestal is dit een onbewust proces. We vertellen iets, de personen rondom ons knikken, en we voelen ons hierbij goed, want we hebben de indruk dat de inhoud van ons verhaal naar waarde wordt geschat. Wanneer iemand je tegenspreekt, dan komen emoties van een geheel andere orde los. Wanneer we nu even stil staan bij het begrip ‘waarheid’, dan valt het op dat ‘waarheid’, ‘geloof’ en ‘communicatie’ samenhangen. Een zin als: ‘deze politicus is waar’ heeft geen zin. Een uitspraak van of over de politicus kan waar of onwaar zijn, wat betekent dat wat de politicus zegt (of wat over de politicus wordt gezegd) ‘strookt met de feiten’. Om zeker te zijn of dit klopt, moet dit natuurlijk worden geverifieerd. Een zin als: ‘deze politicus is de ware’ kan wel een zinvolle betekenis hebben. Dit betekent dat de mensen die achter deze uitspraak staan geloven dat deze politicus het best in staat is om bepaalde actuele problemen aan te pakken. De toekomst moet in dit geval uitwijzen of dit met de feiten klopt.  Een zin als ‘deze politicus is de waarheid’ vind ik interessant. Een dergelijke zin wordt zelden gebruikt, de zin klinkt niet zinloos maar vooral verheven. Dit heeft te maken met de bekende analogie: ‘Jezus is de Waarheid’. Deze zin klinkt betekenisvol, omdat we ze al zo vaak gehoord hebben. Met betekenisvol spreek ik me niet uit over het waarheidsgehalte ervan, ik bedoel hiermee niets meer dan dat we begrijpen wat de zin betekent. Het is wel boeiend om te constateren dat van bepaalde dictators zo’n zin wel als normaal werd beschouwd: ‘Stalin als de Waarheid’, ‘Mao als de Waarheid’. Maar een zin als ‘Bart De Wever is de Waarheid’ klinkt helemaal niet omwille van de verheven en ondemocratische naklank.

Waarheid wordt een heel delicaat gegeven als we ons op het politieke terrein begeven. De doorsnee-mens vindt het belangrijk dat een politicus de waarheid zegt, de doorsnee-politicus vindt het vooral belangrijk dat de mensen geloven dat hij de waarheid spreekt. Een politicus moet dus de mensen overtuigen! Wanneer we het hele politieke schouwspel kritisch analyseren, dan valt het ons op dat de collectieve overtuiging dat iets waar is, veel belangrijker is dat de waarheid op zich! En daar draaien politieke debatten om, niet altijd om de waarheid zelf, maar om te overtuigen, te doen geloven! Als we, vanuit deze invalshoek, de uitslag van de recentste verkiezingen in België analyseren dan kunnen we stellen dat Bart De Wever gewonnen heeft omdat hij een groot deel van de Vlamingen heeft kunnen overtuigen dat een fundamentele hervorming van de Belgische staatsstructuur absoluut noodzakelijk is om België (met inbegrip van Vlaanderen) te besturen en op deze manier de welvaart in stand te houden. Veel mensen geloven dus zijn basisstelling: ‘zonder hervorming van de Belgische staatsstructuur geen efficiënt bestuur, en zonder efficiënt bestuur geen welvaart!’ Deze stelling is van zo’n complexe orde dat het waarheidsgehalte ervan niet onmiddellijk kan worden geverifieerd. Het gaat hier om een proces in tijd! Maar onbetwistbaar is dat een groot aantal mensen de indruk heeft dat de Belgische staatsstructuur niet meer goed werkt en aan een update toe is. Eigenlijk werd Yves Leterme een aantal jaar geleden omwille van een gelijkaardige redenering verkozen. Alleen, veel kiezers hebben de indruk dat hij er niet in geslaagd is om iets te veranderen.  Nu is Bart De Wever ‘de ware’, want op dit moment gelooft een groot aantal kiezers dat hij een goed inzicht heeft in de actuele situatie en dat hij erin kan slagen om met deze situatie om te gaan.

Als blijkt dat iemand niet de waarheid spreekt, dan kan dat 2 oorzaken hebben. Ofwel spreekt hij de waarheid niet omdat hij de feiten niet (volledig) kent. In dat geval zeggen we dat hij zich vergist. Ofwel spreekt iemand de waarheid niet omdat hij deze (bewust) wil verborgen houden. In dat geval zeggen we dat hij liegt. Algemeen wordt een vergissing sneller door de vingers gezien dan een leugen. In de politiek speelt dat onderscheid een heel grote rol. Een politicus die toegeeft dat hij een fout heeft gemaakt wordt veel sneller vergeven dat een politicus die blijkt te liegen. Natuurlijk mag een politicus zich niet te vaak vergissen, want dan schiet hij intellectueel tekort. Een politicus die liegt schiet moreel tekort. De ware politicus is deze die weinig fouten maakt in woord en daad (een teken van intelligentie) en steeds de waarheid nastreeft (moreel hoogstaand en dus betrouwbaar).

Ik heb in de vorige alinea’s gepoogd om een zo waarheidsgetrouw mogelijke, louter  objectieve analyse te maken van de relatie tussen waarheid en politiek, met een toepassing op België.  Mijn eigen oordeel  heb ik in mijn analyse niet ingesloten. Ik wil hetzelfde doen in een aantal bijdragen over de Poolse verkiezingen tijdens de voorbije  weken. Wat me vooral is opgevallen is dat ‘waarheid’ als invalshoek bij de analyse van de Poolse verkiezingen tot zeer boeiende inzichten leidt. Als begin van de verkiezingsperiode plaats ik als datum 18 april 2010, een week na de vliegtuigramp in Smolensk waarbij president Lech Kaczyński en ruim 90 Poolse hoogwaardigheidsbekleders omkwamen. 10-17 april 2010 was officieel een periode van nationale rouw, en nationale eenheid. Maar na deze week van rouw werden de messen geslepen ter voorbereiding van de grote verkiezingsoorlog. Gedaan met de verzoening, gedaan met de eenheid, gedaan met het respect. De oorlog om het presidentschap moest gewonnen.  Het viel me al onmiddellijk op dat er zich een bizarre relatie rond Waarheid en Politiek ontspon.  Over het ongeluk zelf is het laatste woord nog niet gezegd.  De eerste officiële informatie over het onderzoek naar de oorzaak van de ramp liet lang op zich wachten, af en toe kreeg de Poolse bevolking te horen dat Rusland nauwelijks wilde samenwerken met Polen in het onderzoek en dat Polen moest wachten tot  Rusland klaar was met de analyse van de zwarte doos en het ondervragen van de getuigen.  Pas op 1 juni (bijna 2 maanden na de ramp) werd de inhoud van gesprekken bewaard in de zwarte doos vrijgegeven voor het publiek. De meeste kranten publiceerden het hele stenogram.  Eergisteren nog verkondigde Jarosław Kaczyński tijdens zijn toespraak na de bekendmaking van zijn verkiezingsnederlaag dat het een kwestie van moraal is dat de absolute waarheid moet worden gekend.  Een dikke sluier blijft nog steeds hangen boven de waarheid rond Smolensk.   

Tijdens het communisme bestond er in Polen ook een heel bizarre relatie met de waarheid. Informatie werd verzwegen, verwijderd, verdraaid, en soms gebeurde dit op nogal gewelddadige wijze. Nu is Polen sinds 20 jaar een democratische, parlementaire republiek. Feiten kunnen door de perscontrole niet meer zo snel worden verborgen.  Er worden nu allerlei democratische trucs aangewend om de ene waarheid te doen prevaleren boven de andere. Er wordt gebruik gemaakt van slogans, eenzijdige accenten, het beklemtonen van de slechte eigenschappen van de tegenstander, het beklemtonen van de fouten die de tegenstander heeft gemaakt, soms een stemverheffing, een belediging, een showopvoering, en zelfs de rechtbank als hoge instantie. Ik heb doelbewust gewacht tot  na de laatste verkiezingsronde met de publicatie van deze artikels omdat ik mezelf volledig  buiten de verkiezingen alsdusdanig wil houden. Ik wil gewoon de waarheid schrijven over de hedendaagse Poolse politiek en de Poolse samenleving zoals ik deze heb kunnen observeren.

De meeste buitenlandse kranten hadden het over de Poolse verkiezingen als een strijd tussen de liberale PO  (Komorowski, Burgerplatform) en het conservatieve PIS (Kaczyński, Partij voor Recht en Rechtvaardigheid). Ikzelf behoed me steeds voor het gebruik van het woord ‘conservatief’. Ik citeer liever uit een onderzoek uit de Poolse krant Rzeczpospolita (30 juni 2010) waarin men in een steekproefenquěte gevraagd heeft aan de bevolking waarvoor volgens haar Kaczyński en Komorowski staan. De beeldvorming van de eigen Poolse bevolking over haar presidentskandidaten zegt veel meer dan een begrip als ‘conservatief’. Deze beeldvorming ligt ook aan de basis van het stemgedrag.  Ik vat een aantal basiskenmerken samen (%):

Eigenschap

Patriot

Werkt samen met de katholieke kerk

Zal politieke conflicten uitlokken

Bereid tot compromissen

Bekommerd om de landbouw

Streeft naar betere relaties met Rusland

Wil zich engageren voor het werk van de mensen

Engageert zich voor de kleine bedrijven

Engageert zich voor de grote bedrijven

Wil de positie van Polen versterken op internationaal vlak

Bekommert zich om veiligheid en orde

Bekommerd om het gezin

Bekommerd om goed verstandhouding met regering

Is voor de privatisering van de gezondheidszorg

Zal een sterke president zijn

Komorowski

59

32

27

69

66

71

47

48

62

66

58

55

78

62

50

Kaczyński

79

84

68

35

53

31

57

37

27

50

65

57

25

15

44

Zowat de helft van de Polen gelooft niet dat er een sterke president zal zijn, ongeacht de uitslag van de verkiezingen. Kaczyński is  (In vergelijking met Komorowski) meer patriot, minder gericht op internationale relaties, veel minder gericht tot compromissen, veel minder voor privatisering van de gezondheidszorg en veel minder gericht op de grote bedrijven.

Eergisteren werd aan een aantal mensen gevraagd voor wie ze zouden stemmen en waarom. Vaak was het antwoord ‘Komorowski’ met als hoofdreden dat er met Komorowski veel minder ruzie zou zijn in de politiek. Blijkbaar hebben nogal wat mensen problemen met het eindeloze gebakkelei.

Er zijn natuurlijk ook nog andere partijen in Polen, maar die spelen voorlopig een heel kleine rol. De enige partij die nog een beetje meedoet is SLD, het verbond van de linkse democraten. Voor veel Polen wordt zij beschouwd als de erfgenaam van de oude communistische partij.  De nog relatief jonge Napieralski (geboren 1974) deed het uiteindelijk tijdens de eerste ronde van de verkiezingen nog niet zo slecht. Hij haalde 13,7 % van de stemmen, genoeg om noch Kaczynski, noch Komorowski een 50% meerderheid te geven waardoor een 2de stemronde nodig was. Napieralski doet zijn best om de kiezers ervan te overtuigen dat modern links niet hetzelfde is als oud-communistisch.

In de Standaard van 21 juni 2010 las ik: Kaczynski's populariteit steeg gevoelig na de dood van zijn tweelingbroer. Lech Kaczynski, zijn vrouw en nog 94 anderen kwamen op 10 april om het leven toen hun vliegtuig tijdens de landing in Rusland verongelukte. Maar het verdriet en de sympathie waren onvoldoende om de oud-premier aan de overwinning te helpen’ Ikzelf geloof niet dat veel mensen voor Kaczyński stemden omwille van dit soort emotionaliteit. Mensen die voor Kaczyński stemmen doen dat vooral omdat PIS de klemtoon legt op het belang van katholieke waarden in de samenleving.

Op vrijdag 18 juni 2010 gaf Le Soir de volgende beschrijving van Polen aan de vooravond van de eerste verkiezingsronde van 20 juni: ’2 landen kiezen in Polen op zondag een nieuwe president. Deze vekiezingen zijn een confrontatie tussen 2 Polens, het Polen van de Rijken en het Polen van de Armen. Een confrontatie tussen degenen die wonnen na de transformatie en zij die verloren, tussen de modernen en degenen die wegkwijnen in het verleden.’  Op zondag 20 juni 2010 won Komorowski de eerste verkiezingsronde van Kaczyński met 41,5%  tegenover 36,5%. Als we uitslag per kiesdistrict bekijken, dan zien we iets heel merkwaardigs:

Geografische spreiding verkiezingen


Uit Gazeta Wyborcza 21 juni 2010

Polen blijkt inderdaad in 2 grote geografische kampen verdeeld. Om het met de typische clichés uit te drukken: het rijke industriële West-Polen tegenover het arme agrarische Oost-Polen.  Komorowski vertegenwoordigt de eerste groep, Kaczyński de tweede groep. De eerste groep is eerder pro-Europa en liberaal, de tweede groep veeleer eurosceptisch en op grotere schaal praktiserend katholiek.

Komorowski had uiteindelijk 5% meer stemmen behaald dan Kaczyński. Eergisteren heeft hij de tweede verkiezingsronde met een vergelijkbare voorsprong gewonnen. Toch kan je dit een eerder bescheiden resultaat noemen in het licht van de verkiezingsvoorspellingen voordien waarin soms zelfs aan Komorowski een overwinningsresultaat van 54% in de eerste verkiezingsronde werd toegezegd tegenover kaczyński 35%. Komorowski deed het veel minder goed dan voorspeld, Kaczyński deed het beter. Newsweek pakte uit met een artikel met als titel ‘Waarom liegen de Polen tijdens de verkiezingspeilingen’ (Newsweek, 4 juni 2010). In het artikel worden een aantal peilingen uit het verleden met hun respectievelijke feitelijke resultaten geconfronteerd. Doorgaans springt het verschil heel sterk in het oog. De auteur van het artikel, Piotr Bratkowski, poogt een dubbele verklaring te geven. Hij stelt dat een deel van de bevolking nog mentaal vecht met de spionnen van de politie uit het communistisch verleden. Bijgevolg worden deze peilingen, ongeacht het feit dat deze door private organisaties worden afgenomen, aangevoeld als een element van de staatsrepressie. Een tweede oorzaak zou te maken hebben met het feit dat Polen een heel laag zelfbeeld hebben. Polen vinden zichzelf slechter dan andere Europese landen, twijfelen continu, ... Het gevolg is dat velen nog plots van idee veranderen wanneer uiteindelijk de stem moet worden uitgebracht. Volgens mij is er nog een 3de reden die meespeelt. Polen is als land zo intern verdeeld, dat het niet simpel is om een relevante steekproef te maken voor een enquěte-onderzoek. Bijgevolg moet steeds rekening gehouden worden met een ruime foutenmarge.

De Poolse bevolking blijkt dus de waarheid niet te spreken! Maar ook de politici spreken soms volledig naast de waarheid. Het valt me op dat tijdens de verkiezingsdebatten tal van onwaarheden werden verkondigd. Ik spreek me niet uit of het hier gaat om vergissingen dan wel leugens. Zoals bijvoorbeeld de uitspraak van Komorowski tijdens het voorlaatste televisieverkiezingsdebat op maandag 28 juni. Hij stelde dat de salarissen van de leerkrachten in de voorbije 2 jaar met 30% zijn gestegen. Dit klopt gewoonweg niet! Ikzelf werk al 3 jaar als assistent aan de universiteit in Lublin, en mijn loon is zelfs netto naar beneden gegaan, want de sociale bijdrage stijgt af en toe. Ik heb geïnformeerd bij de collega’s van het middelbaar onderwijs. Zij zijn formeel: hun salaris is gemiddeld 7% gestegen! Bizar is dat een leerkracht in het middelbaar onderwijs gemiddeld ongeveer 500 PLN (125 EUR) meer verdient dan een assistent-doctorandus aan de universiteit die met een wetenschappelijk onderzoek bezig is. Tijdens gesprekken met mensen uit andere beroepssectoren blijkt dat de meesten echter geloof hechten aan wat tijdens dit debat werd beweerd. Over lonen in Polen bestaat immers vaak een zekere geheimhouding. Het bedrag ligt ook veel minder vast. Een assistent-doctorandus aan de universiteit krijgt een bruto-salaris tussen minimum 1740 PLN en maximum 3120 PLN (op dit moment delen door 4 om het Eurobedrag te kennen; Ministrieel besluit 22 december 2006). De inrichtende macht van de universiteit beslist autonoom welk bedrag het personeelslid krijgt. Normaal krijgt een beginnende docent het minimum, en vaak blijkt dat na een aantal jaar nog niet verhoogd. Het krijgen van een hoger loon hangt niet af van vastgelegde objectieve factoren (zoals bv. loopbaanduur, ervaring). Volgens mij diametraal in tegenspraak met Straatsburg. Indien docenten het idee zouden hebben om samen naar Straatsburg te trekken, dan geloof ik niet dat de Poolse overheid ook maar een schijn van kans heeft om de zaak voor deze hoge juridische Europese instantie te winnen.

Tijdens dezelfde discussie van maandag stelde Komorowski dat Kaczyński in 2006 in een interview met de  ‘European Voice’ had gezegd dat de EU haar dotaties aan de boeren zou moeten annuleren om meer geld over te houden voor een sterk Europees leger.  ‘Niet waar’ reageerde Kaczyński, ‘ wel waar’ riposteerde Komorowski. De Gazeta Wyborcza heeft het een dag later geverifieerd en de European Voice is formeel, Kaczyński heeft dit wel gezegd (Gazeta Wyborcza, 29 juni 2010).

Een andere waarheidsdiscussie gaat over het verwijt van Kaczyński tijdens een toespraak voor de eerste verkiezingsronde dat PO met Komorowski voor de privatisering van de gezondheidszorg zou zijn. Komorowski stelde dat dit niet klopt en dat tijdens de voorbije PO-regering niet 1 hospitaal was geprivatiseerd. Huidig premier (Tusk) was zelfs zo kwaad dat hij naar het gerecht trok. De uitspraak van het gerecht was verpletterend voor Kaczyński: wat Kaczyński zegt strookt niet met de waarheid en hij mag dit niet meer zeggen tijdens de verkiezingen.  (Gazeta Wyborcza 17 juni 2010). Zwijgverbod dus als het gaat over de privatisering van de hospitalen. Deze hele gerechtszaak rond de waarheid vind ik fascinerend. Het is ook behoorlijk uniek dat het gerecht wordt ingeroepen om zwijgverbod te geven rond een bepaalde stelling. Ik stel me trouwens de vraag wat dit zou geven als bv. in Belgie (en eigenlijk in gelijk wel democratisch land), bij elke onware uitspraak van een politicus tijdens een verkiezingscampagne de tegenpartij naar de rechtbank zou trekken. In België (en naar ik veronderstel in alle landen) worden ook soms onwaarheden  door politici verkondigd, maar is het aan de tegenpartij om met de juiste dossierkennis de juiste argumenten te vinden om deze onwaarheid te ontkrachten.  Zo werkt een gezonde democratie. De hele zaak wordt nog interessanter als we bovenstaande enquěte-onderzoek bekijken. Op de vraag ‘denkt u dat de kandidaat voor de privatisering van de gezondheidszorg is’ antwoordt 62% van de ondervraagden dat ze geloven dat dit wel degelijk het geval is bij Komorowski, resultaten 2 weken gepubliceerd na het verdict van de Hoge Poolse Rechtbank. Met andere woorden, 62 % van de bevolking (volgens de enquěte) hecht geen geloof aan de uitspraak van de rechter.  Laten we dan even kijken op het terrein. Het klopt dat er in Polen weinig ziekenhuizen  geprivatiseerd zijn, maar vele  ziekenhuizen hebben tal van onderdelen geprivatiseerd. Bv. de labo’s, de bloedbank, fysiotherapie en dergelijke werden geprivatiseerd om de financiële problemen op te lossen. Na een uitvoerig onderzoek blijkt dus dat Kaczyński eigenlijk had moeten zeggen dat in de loop van de voorbije jaren heel wat onderdelen van de ziekenhuizen werden geprivatiseerd. Ik schrijf in een volgend artikel uitvoeriger over de Poolse gezondheidszorg.

Tijdens de verkiezingsdebatten in Polen kwamen vele thema’s aan bod: de invoering van de Euro, de Poolse gezondheidszorg, Poolse pensioenen, internationale relaties (Polen-Rusland, Polen-VSA, Polen EU), ethische thema’s (in vitro fertilisatie, het homo-huwelijk, abortus), .... Het is interessant om al deze discussies te analyseren met de waarheidsvraag in het achterhoofd.  Ik heb  3 thema’s gekozen om in de diepte te analyseren die vaak de discussies  warm deden oplopen tijdens deze verkiezingen: (1) de strijd tegen het water, (2) de Poolse gezondheidszorg, (3) armoedebestrijding.  Mijn keuze heeft te maken met mijn overtuiging dat dit de grootste problemen zijn waarmee gewone mensen vandaag  te maken hebben in Polen.


 

België in de Spaanse pers

Na lange afwezigheid (sorry, topperiode voor de zonnebanksector) en een mislukte poging een blog te uploaden tijdens de historische sneeuwval van een paar maanden geleden, zijn we hier weer met de beste bedoelingen Vlaanderenland op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in Spanje.

De verkiezingen in België zijn hier niet onopgemerkt voorbijgegaan, toch wel opmerkelijk voor een land dat meestal vooral genegeerd wordt door de internationale pers. We zijn blijkbaar alleen de moeite van het becommentariëren waard als de regering valt of er ergens een dolle schutter gesignaleerd wordt. Ditmaal dus weer omwille van regeringsperikelen. Het is maar dat u het weet, maar België is volgens de nieuwsberichten op dit ogenblik het meest onstabiele land van Europa. Jawel. Vergeet de Balkan, vergeet Griekenland, vergeet alle troubles in de voormalige Oostbloklanden: België is het hete hangijzer! Alle Vlamingen zijn onbarmhartige voorstanders van de onafhankelijkheid, ten koste van de arme Walen die als enigen het vaderland een warm hart toedragen en o zo graag vriendjes zouden willen zijn met hun landgenoten uit het noorden.

Yeah right. Mijn echtgenoot kijkt er al lang niet meer van op wanneer ik tijdens de berichtgeving over België de commentaren van persoonlijke voetnoten voorzie en uiteindelijk de wanhoop nabij maar van kanaal verander omdat ik het niet langer kan aanhoren. Worden journalisten niet geacht hun berichten te ondersteunen met de nodige background research en dienen ze niet onpartijdig te zijn? Het zullen de gedeelde Romaanse roots wel zijn die hier de balans steeds richting Wallonië doen doorslaan of de vrees dat wat zich nu afspeelt in België wel eens tot inspiratie zou kunnen dienen van andere 'onbarmhartige' lieden in Catalaanse en Baskische gelederen.

Ik doe alvast mijn best het één en ander recht te zetten, aan de ontbijttafel op werk of tijdens de lunchpauze. Que no, que no vamos a independizarnos. En op mijn google chat prijkt sinds vandaag een fiere Vlaamse leeuw. Dat mijn collegaatje vroeg van welk automerk dat het logo was moeten we er dan maar bijnemen


 

Man bijt hond.

Hier in Brunei hebben de meeste locals en expats een ‘Amah’. Amah betekent eigenlijk meid en is niet echt een vriendelijk woord. Velen worden ook niet goed behandeld en vaak onderbetaald, vooral door de lokale bevolking.  Sommige ‘Amahs’ werken deeltijds, als kuisvrouw, terwijl anderen inwonen bij hun baas en soms 7 dagen op 7 van s’ochtends vroeg tot s’avonds laat werken.

Crèches bestaan hier niet, dus hebben we ook een ‘Amah’, die op onze kindjes past. Ze heet Lanie en is heel lief en optimistisch. Ze is een van de weinige vrouwen die hier ook een man en kind heeft, want de meeste Filipina’s werken in het buitenland, terwijl de gootouders voor hun kinderen zorgen.

Gisteren was het Lanie’s verjaardag. Ze ging het bij een vriend vieren, die op dezelfde dag als haar verjaart. Een leuke dag dus. Daarom verbaasde ik me dat ze deze ochtend een beetje ingetogen was. Bleek dat haar vriend hond had klaargemaakt als verjaardagsdiner. Op zich al walgelijk genoeg. Maar een paar tranen verder bleek het dat het Lanie’s hond was. De vriend had Lanie’s man om de hond gevraagd. Omdat het diens verjaardag was, had de man niet neen durven zeggen. Dus werd het feestmaal bereid. Een paar slagen op de kop met een houten stok en de rest hoeft geen woorden meer.


 

Shrek in Sabah

Frog
Nu de grootouders op bezoek zijn in Brunei, hebben we ervan geprofiteerd om een kinderloos weekendje in Kota Kinabalu (Sabah, Maleisië) door te brengen. Vijf jaar geleden hebben we de rit per auto gedaan. Een afstand van niet meer dan 200 km die minstens 6 uur duurt omwille van Borneo’s vreemde geografie, de talrijke paspoortencontroles en mini-ferries die  bruggen vervangen.

Het was destijds best avontuurlijk, zo met de auto door de jungle, maar nu hadden we besloten het vliegtuig te nemen. We zaten letterlijk niet meer dan 20 minuten in de lucht en hadden een prachtig zicht over de brede bruine rivieren, de Zuidchinese zee en de voorlopers van Mount Kinabalu. Een herinnering aan het feit dat we wel degelijk in Borneo wonen en dat het eiland bedekt is met een van de oudste regenwouden ter wereld.

Een uurtje later kwamen we toe in ons hotel: de Jesselton. Een mix van gone glory, bizarre oud-Engelse en koloniale tradities. Een Maleisische man met een scoutsbroekje en een tropenhelm aan opende de deur. De kuisvrouw had een ouderwets zwart-witte uitrusting aan die tegenwoordig enkel nog in de sex shop onder ‘French maid’ wordt verkocht.

De stad zelf is in 5 jaar enorm geglobaliseerd. Maar het leukst van al vind ik nog steeds het lokale leven. De kleurige ‘sinterklaasboten’ met vlaggetjes die aan de haven gezellig liggen te zonnen, de nightmarket met de verse krab en gebakken maiskolven, en natuurlijk ook de ambachtelijke stalletjes van de ‘Filippino market’. Je vind er de mooiste parels van Borneo en het is er gezellig druk. De verkopers en hun kinderen zien er arm maar gelukkig uit en het is leuk terug in het ‘echte Borneo’ te zijn, na de kitcherige luxe van Brunei. En dan, alsof ze recht uit Shrek 1 kwamen, hingen ze daar. Een tiental opgeblazen kikkers, met een touwtje en een mini ritssluiting omgetoverd tot een handig portemonneetje. ‘All natural’, zei de verkoopster. Ze zagen er zo zielig uit, alsof de schrik nog in hun dikke puilogen hing. Hier in de tropen heb ik dikwijls op het luide onweergeloei van de kikkers gevloekt. Maar dit lot gunde ik hen nu ook weer niet. Dus heb ik toch maar gewoon de parels gekocht. Ik denk dat moeder en grootmoeder daar veel mooier mee zullen staan.  


 

Japanse kers 3 weken vroeger in bloei in Toronto

Gisteren was ik in High Park, een van de grootste en oudste parken van Toronto. Hoewel we nog maar goed half april voorbij zijn, waren de sakura volop in bloei. In Japan is ohanami, letterlijk bloemenkijken, bijzonder populair. Mensen organiseren picknicks, kletsen over koetjes en kalfjes, zingen, maken muziek, allemaal onder de bloesempracht.


 

 

Natie in rouw, mensen in de kou

Er zijn zo van die mensen die geboren zijn voor het ongeluk, die op de één of andere manier steeds opnieuw alle mogelijk denkbare ellende naar zich toe trekken, alsof zij door het Noodlot werden uitgekozen om telkens weer de pechtvogelprijs in ontvangst te mogen nemen.  Ik denk dat je dit ook kunt zeggen van bepaalde naties. Ik denk vooral aan Polen. Het is niet moeilijk om een lange opsommingslijst te geven waaruit blijkt dat Polen in de loop van de voorbije 3 eeuwen herhaaldelijk door de Geschiedenis getracteerd is geworden met een fikse dosis pech.  Ik reduceer deze lijst tot 4 sleutelgebeurtenissen: op het einde van de 18de eeuw in 3 stukken gescheurd door Pruisen, Oostenrijk en Rusland; in de 19de eeuw gedomineerd door de 3 omringende grootmachten en in de 20ste eeuw bezet door Nazi-Duitsland en erna voor ruim 40 jaar gedomineerd door de Sovjet-Unie.

Katyn is voor Polen een begrip, een symbool voor de harde confrontatie die het Poolse volk met de Geschiedenis heeft moeten aangaan. In de bossen van Katyn, een plaats net over de grens in Wit-Rusland, werden in april 1940 op bevel van Stalin 22 000 potentieel lastige Poolse officieren afgemaakt. Stalin heeft gepoogd deze daad in de schoenen van Hitler te schuiven, maar de ware toedracht van een misdaad van een dergelijke omvang kon niet lang verborgen worden gehouden.

Voor Rusland is dit een vervelend historisch gegeven. Toch had Rusland uiteindelijk de herdenkingsplechtigheid ’70 jaar Katyn’ op 10 april 2010 niet tegengewerkt, meer zelfs, premier Poetin had toegezegd om op de plechtigheid aanwezig te zullen zijn ondanks het feit dat de relaties tussen Rusland en Polen allerminst hartelijk kunnen worden genoemd. In Polen werd de herdenkingsplechtigheid reeds lang voordien voorbereid. Vooraanstaanden uit de Poolse maatschappij zouden naar Katyn trekken om hulde aan de vermoorde Poolse helden te brengen.

Op 10 april 2010 werd het begrip Katyn een ware vloek. Het Poolse presidentiële vliegtuig gevuld met de ministeriële top, de legertop, het hoofd van de Poolse nationale bank, de clericale subtop, een aantal burgerlijke helden en president Lech Kaczynski met zijn vrouw daalde iets te snel, vloog op nauwelijks een kilometer afstand van de militaire luchthaven van Smolensk enkele meters te laag, raakte een  paar boomtoppen en spatte volledig uit elkaar. Al wat overbleef waren ontelbare brokstukken verspreid in een straal van zo’n 2 kilometer.  Ik denk dat dit de meest ironische gebeurtenis uit de geschiedenis van de mensheid kan worden genoemd. Je zou haast bijgelovig worden en denken dat de geest van Stalin is blijven ronddwalen door de bossen van Katyn om de Poolse natie te tracteren op een wansmakelijk cynisch dessert. Ik hoorde het nieuws  op straat op weg naar de slager, ik kon het niet geloven. Niemand kon het geloven. Een hele natie perplex.

Zondag 11 april, een dag na de tragedie, ik moest met de trein van Gdańsk naar Lublin. Dit is een traject van 500 kilometer dat ongeveer 8 uur duurt. Zoals gewoonlijk kocht ik in de kiosk de ‘Gazeta Wyborcza’. Er was iets raars met die krant. Het was – uiteraard – de weekendeditie, de krant die vrijdagavond was gedrukt bestemd voor zaterdag en zondag. De redactie heeft immers ook het recht op een weekend familiale rust. Voor mij leek het even alsof zaterdag 10 april 2010 nooit had bestaan. Ik las in de krant hoe op vrijdag 9 april reeds 300 mensen met de trein naar Katyn vertrokken waren, dat president Kaczynski zijn opperbest had moeten doen om een redevoering te schrijven in een diplomatische taal, dat de herdenkingsplechtigheid voor Polen uitermate belangrijk was, ... Ik las dit allemaal, op 11 april 2010, de dag na de tragedie. Voor het eerst in mijn leven voelde ik zo sterk dat een krant slechts over het verleden bericht en niet over de actualiteit, het begrip ‘actualiteitskrant’ is een contradictio in terminis. Nog nooit had ik zo sterk het gevoel gehad dat 1 gebeurtenis zo bruusk, zo radicaal plots en onverwacht kan plaatsvinden en een radicale breuk tussen heden en verleden kan creëren. Steeds heb ik gedacht dat de geschiedenis in golfbewegingen verloopt, maar 10 april 2010 is een uitzondering, 10 april 2010 is een historische breuklijn.

In welke richting Polen zal evolueren is op dit moment een vraag die niet wordt gesteld. Het land is voor 1 week in nationale rouw. De Poolse vlag hangt met een zwart lint overal halfstok, mensen verzamelen dagelijks op diverse moment in de kerk, ik zie zwarte kleren, mensen die een zwart lint hebben opgespeld, er wordt bezonnen, er wordt gebeden, kaarsen branden, foto’s van de nieuwe nationale helden verschijnen op steeds meer plaatsen, Poolse websites hebben een grijze kleur, Poolse magazines en tijdschriften hebben een grijze opmaak, ereprocessies worden georganiseerd, ...  De natie is onthoofd, de natie huilt, de natie bidt, de natie is nog steeds perplex, de natie wordt terug één, de natie rouwt, de natie bloedt, ...

Er zijn 3 zaken die mij in het bijzonder treffen. Het eerste is het feit dat het individu troost en steun zoekt in de massa. Men noemt het solidariteit en patriottisme. Voor mij is de naam niet belangrijk. Het raakt me wanneer ik zie op welke massale schaal mensen het verdriet met elkaar delen. Dit is een spontane en oprechte reactie, dit is volgens mij niet artificieel. Het tweede dat me positief raakt is de manier van communiceren van media tot maatschappij. Algemeen klinkt de boodschap dat het geen zin heeft om de speculeren over de oorzaak van de ramp. Eerst nationale rouw en hulde aan de slachtoffers, we moeten sereen afwachten naar de resultaten van het onderzoek en niet zelf wildweg speculeren.  Er wordt ook beklemtoond dat het belangrijk is dat de Poolse Natie één moet blijven  in het verwerken van het collectieve verdriet en dat politieke tegenstellingen nu niet meer bestaan. Een derde element dat me bijzonder diep treft is de soort berichtgeving in de media. Heel vaak wordt beklemtoond dat de slachtoffers niet alleen politici of militairen waren, maar ook gewone mensen met een gezin. Lech Kaczynski wordt voorgesteld als een man die altijd met zijn vrouw optrad, een liefhebbende echtgenoot met een dochter van 18 jaar, die nu als wees achterblijft. Het moet gezegd dat vóór de ramp Kaczynski niet zo vriendelijk werd behandeld door de pers, maar over de doden niets dan goeds! Ik denk dat vele journalisten eveneens enorm zijn getroffen door de gebeurtenis en vanuit een soort schuldgevoel iets goed proberen te maken.

Op donderdag 15 april ging ik met vrouw en kind in Gdańsk naar het Driekruisenplein voor de scheepswerven van Gdańsk om er een kaars aan te steken. Dit plein heeft grote symbolische waarde. Daar hield Lech Wałęsa in 1980 zijn bekende toespraken, daar bracht de Poolse vakbond Solidarność honderduizenden mensen op de been die zich tegen het communisme keerden, daar wordt het begin van de val van het communisme geplaatst. Een lange muur met opschriften brengt de gesneuvelde bestrijders van het communisme in herinnering. Een hoog monument van 3 kruisen symboliseert het lijden maar tegelijkertijd de kracht van de Poolse natie. Daar heb ik een brandende kaars achtergelaten tussen een mozaiëk van tienduizenden andere kaarsen, foto’s van de omgekomen helden en afscheidsboodschappen (zie foto). Onder 1 van de opschriften staat een hartverscheurende vraag: ‘Wat verlangt God aan de Polen en aan de wereld te tonen?’

DSC_1031

Ik hoor allerlei slogans. Zo ook de overtuiging dat Polen door God werd uitverkozen. Voor mij, Vlaming, moeilijk te vatten, alsof God je eerst laat lijden om je daarna in zijn hemelrijk op te nemen. Maar Gods wegen zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk. Ikzelf geloof niet in naties, ik geloof in mensen, in persoonlijkheden, en dat heeft niets met een lap grond te maken. Op woensdag 14 april zat ik de hele dag in de trein (terugtocht Lublin-Gdańsk). Ik had een boeiend gesprek met een heel nuchtere Pool. Hij vond dat het belangrijk is om in alles, zelfs in het meest verschrikkelijke, het meest positieve te proberen ontdekken en pas dan kan je constructief verder.  Het konden mijn eigen woorden zijn!  Hij zei dat het vliegtuigongeluk paradoxalerwijze ook als een overwinning van Polen op Rusland kan worden gezien. Immers, Katyn zal nu bekender dan ooit worden in de westerse wereld, Katyn zal nu beslist in de geschiedenislessen in West-Europese scholen worden behandeld, en dat is nu net wat Rusland steeds heeft proberen te vermijden. Lech Kaczynski is als een mythische held gestorven en heeft Katyn meer publiciteit gegeven dan ooit. Een grotere hulde aan de 22 000 vermoorde Poolse officiers kon niet worden gebracht.

Ik beleef dit allemaal als een Vlaming, maar het heeft ook mij diep getroffen. Ik leef mee met mijn Poolse levensgenoten. De gebeurtenis heeft me diep doen reflecteren over de Poolse maatschappij. Zo hoor ik continu dat opnieuw wordt bewezen dat Polen echte patriotten zijn en dat het Poolse volk één is.  Misschien kan je spreken van een bepaalde vorm van patriottisme, maar ik geloof niet dat dit met eenheid te maken heeft. Wat we zien is verdriet en verwarring, en mensen met verdriet proberen steun te vinden in elkaar. Dat verdriet heeft te maken met de schock veroorzaakt door de omvang, het plotse en onverwachte karakter van de gebeurtenis. Het verdriet is heel spontaan en oprecht. Het verdriet doet even de vele interne tegenstellingen vergeten, maar ik vrees dat deze daarom niet verdwijnen. Collectief verdriet heeft volgens mij niets te maken met eenheid, volgens mij is de Poolse eenheidsidee een illusie die op dit moment noodzakelijk is om kracht te verzamelen. Polen blijft een land met vele contrasten zoals bijvoorbeeld een enorm contrast tussen rijk en arm. Die kloof wordt onder andere veroorzaakt door de enorme salarisverschillen. Mensen in het onderwijs verdienen schandalig weinig (ca. 350 EUR netto per maand), een beginnend wetenschapper aan de universiteit verdient doorgaans niet veel meer, en 350 EUR is eveneens het gemiddelde loon dat de meeste verpleegsters in de ziekenhuizen verdienen. In andere sectoren ligt het loon echter opmerkelijk hoger (gemeentelijke ambtenaren, spoorwegbedienden, stadswerkers, ...).  In de tertiaire private sector liggen de lonen veel hoger. Dit zou volgens mij met een beetje politiek goede wil kunnen verbeteren. Zo kent het Poolse belastingssysteem 2 belastingsschijven: 18% en 32%. Dat betekent dat de hogere lonen maximum 32% worden belast. Dit lijkt me een immens verschil vergeleken met België waar de hoogste belastingsschijf 50% bedraagt. Ikzelf heb toen ik in België werkte nooit problemen gehad met het feit dat een deel van mijn salaris met 50% werd belast. Dit betekende immers dat ik niet zo slecht verdiende. Ik heb het steeds aangevoeld als een vorm van solidariteit met de maatschappij. Dankzij die 50% is de Belgische (Vlaamse) overheid in staat om leefbare weddes uit te betalen en goede salarissen betekent gemotiveerde leerkrachten, gemotiveerd verpleegkundig personeel, en zo kunnen we een hele kettingreactie van positieve effecten opbouwen. Steeds heb ik het gevoel gehad dat we mede dankzij het Belgische belastingssysteem een welvaarsstaat hebben, het met de glimlach betalen van belastingen is een vom van solidariteit met de maatschappij, en solidariteit is eenheid. Een ander deel van het belastingsgeld wordt gebruikt om de sociale zekerheid te betalen, en sociale zekerheid is solidariteit, meer eenheid. Ik denk dat de Poolse regering een 3de belastingsschijf zoals in België zou moeten doorvoeren. Hiermee zouden naar analogie met België betere salarissen kunnen worden uitbetaald aan onder andere leerkrachten en verpleegkundigen, er zou een algemeen kindergeld kunnen worden ingevoerd (dit bestaat niet in Polen), het sociale opvangnet zou kunnen worden verbeterd.  

Bovendien ligt het probleem van de lage salarissen in Polen aan de basis van een ander probleem. Om het hoofd enigszins boven het water te houden kunnen velen niet anders dan hard werken: een dubbele job, overuren, werken in het buitenland. Zo is het normaal dat verpleegkundigen 7 tot 10 keer per maand nachtwerk verrichten in de ziekenhuizen. Nachtwerk is niet in plaats van dagwerk, nachtwerk komt bovenop het dagwerk met als gevolg dat de verpleegsters tot 26u aan één stuk moeten werken. Dit geldt trouwens ook voor vele dokters. Vele dokters zijn verbonden aan 2 tot 3 ziekenhuizen en hebben ernaast nog een privépraktijk. In vele gezinnen gaat een gezinslid soms voor weken (zelfs maanden) naar het buitenland om in een bepaalde periode zoveel mogelijk geld op te sparen. De meeste docenten aan de universiteit hebben een voltijdse betrekking in 2 of zelfs 3 universiteiten (en/of werken in private scholen). Arbeiders werken overdag in een fabriek en doen daarnaast nog allerlei klusjes. Het gevolg is dat de vrouw er vaak helemaal alleen voor staat bij het grootbrengen van de kinderen. Het is vaak smachten tot manlief (of vaderlief) eens thuis is en zich kan engageren in het huishouden. Dit staat volgens mij volledig haaks op de hoge gezinswaarden die door zovele Poolse moraalbepleiters worden gepropagandeerd.  Vele van die moraalbezorgers verdedigen eveneens met hand en tand de strikte katholieke ethiek in verband met het huwelijk en seksualiteit. Geen seks zonder huwelijk, geen huwelijk zonder seks! In het huwelijk moet je openstaan voor het krijgen van kinderen. Geen anticonceptie dus, periodieke onthouding is eventueel nog net aanvaardbaar. Ik constateer gewoon dat dit voor vele gezinnen niet evident is: ofwel  is vader vaak thuis maar is er een te gering inkomen om normaal door het leven te gaan ofwel is het inkomen aanvaardbaar maar dan is vader nooit thuis. Laat de kinderen maar komen in deze omstandigheden!

Er wordt in Polen wel veel aan caritas gedaan en er worden behoorlijk veel aalmoezen uitgedeeld, maar dat is volgens mij gewetensusserij, door middel van caritas en het uitdelen van aalmoezen kan een maatschappij nooit structureel worden omhooggetild.

Al deze bedenkingen brengen mij opnieuw bij het belastingssysteem waarover ik het een paar alinea’s terug heb gehad. Pas wanneer de overgrote meerderheid van de Poolse bevolking haar steun zal betuigen om een hogere belastingsschijf door te voeren zal ik geloven in de daadwerkelijke eenheid van de Poolse natie.  Pas dan zal ik geloven dat het solidariteitsgevoel veel dieper gaat dan het zichtbare collectieve gebed en pas dan zal het mogelijk zijn om de waarde van het gezin niet alleen in theorie maar ook in de praktijk te verdedigen.


 

Het einde van deel 1: Au revoir, Mozambique

Deel 1 van dit verhaal eindigt waar het niet zo lang geleden begon. 240 dagen geleden zette ik voor het eerst voet op Mozambicaanse grond, in Maputo airport, om vervolgens rechtstreeks naar mijn tijdelijk verblijf in de lokale backpackers te rijden met het openbaar vervoer. We zijn nu 8 maanden en een hoop avonturen verder, en terwijl ik dit schrijf bevind ik me opnieuw in dezelfde backpackers, volledig gepakt om terug naar België te vertrekken. Operatie Mozambique is voltooid, en na een weekje welverdiende rust op Belgisch grondgebied vertrek ik naar Senegal voor een volgende uitdaging.

De voorbije 8 maanden zijn werkelijk voorbij gevlogen, zowel dankzij de uitdagingen – onder andere Portugees onder de knie krijgen – als dankzij de interessante en toffe mensen die deze periode gekleurd hebben. Niet geheel toevallig speelt de backpackers hierin een centrale rol. Vermits mijn thuisbasis de voorbije maanden het kleine stadje Chimoio is geweest, 1200km ten noorden van Maputo, en ik bijna maandelijks naar de hoofdstad moest afreizen, was mijn verblijfplaats hier steeds dezelfde: de backpackers. Een leuke atmosfeer, interessante mensen, en bijzonder vreemde karakters. Reeds op de eerste dag hier, we spreken eind Juli, ontmoette ik een Deense studente op jaaruitwisseling aan de universiteit te Maputo, die nog op zoek was naar accommodatie en dus ook haar eerste maand de backpackers als tweede thuis mocht ervaren. Op dezelfde plek ontmoette ik vervolgens een Duitse reiziger die ik 3 maanden later voor werk opnieuw tegen kwam als stagiair bij een gerelateerde NGO. Ook enkele Belgen kruisten mijn pad. Deze, en meer, mensen maakten het keer op keer een waar plezier om terug te keren naar de hoofdstad van Mozambique.

8 maanden geleden kwam ik naar Mozambique, en binnen enkele uren stap ik op het vliegtuig, niet wetend wanneer ik ooit ga terugkeren. Ik kijk nog even om naar mijn bed in de ‘dormitory’, niet toevallig hetzelfde bed als ik die eerste dag toegewezen kreeg (ook het personeel van de backpackers kent me ondertussen enorm goed).

The more things change, the more they stay the same.

Luc 

p.s. ik post dit nu pas aangezien ik er niet eerder toe gekomen ben. Eergisteren ben ik reeds begonnen aan mijn nieuw avontuur, ditmaal in Dakar. Deel 2 begint hier...


 

Biddende moslims opgepakt in ... moskee!

Ze kochten entree kaartjes, huurden een audiogids en begonnen aan een rondleiding. Toen ze even halt hielden om te bidden liep het mis. Veiligheidsagenten en politie kwamen er aan te pas en het incident ontaarde in een heuse rel. Resultaat: 2 toeristen aangehouden en 3 securityguards gewond.

Het toneel van dit spijtige voorval was de beroemde "Mezquita" van Cordoba: Symbool en architectonisch hoogtepunt van het Kalifaat van Cordoba dat duizend jaar geleden de plak zwaaide over "Al Andalus", het Spaanse moslimrijk. Alle oorlogen en plunderingen ten spijt stond Cordoba toen vooral te boek als een culturele wereldstad waar verschillende bevolkingsgroepen en godsdiensten relatief vreedzaam samenleefden.

Aan dit gulden tijdperk kwam een einde toen het kalifaat onder toenemende druk van de christelijke troepen in kleinere "Taifas" uiteen viel en radicale huurlingen de Straat van Gibraltaar overstaken om  de moslimstaatjes te verdedigen. Na meer dan 700 jaar moslimheerschappij viel Granada als laatste stad uiteindelijk in 1492. De katholieke vorsten bouwden de bestaande moskees om tot kerken en de bevolking werd "uitgenodigd" om zich te bekeren.

De makeover die de Mezquita van Cordoba in dit opzicht te verwerken kreeg, spant hoedanook de katholieke kroon: De nieuwe kathedraal van de voormalige hoofdstad werd pal in het midden van de moskee opgetrokken.. als een tang op een varken, de islamitische context ten spijt..

De "Mezquita" is ook vandaag nog steeds de belangrijkste katholieke tempel van de stad en de katholieke rite heeft er het monopolie. Hieraan verschillende geloofsuitingen worden dus niet geduld, ook niet als het gebouw in kwestie één van de fraaiste Europese voorbeelden van moslimarchitectuur blijkt te zijn.

Enkele jaren geleden werd een voorstel om de Mezquita om te vormen tot een oecumenische tempel voor christenen en moslims in de kiem gesmoord. Lang vervlogen zijn de tijden van het Cordobese Kalifaat en zijn culturele ontplooiing over de religieuze grenzen heen. 

De Mezquita in 3D

Het bericht in de lokale pers 

Move your Class



 

een onafhankelijke pers?

Neutraal en onafhankelijk. 2 woorden die volgens mij centraal zouden moeten staan bij elke vorm van berichtgeving in de media. Bij de weergave van feiten, bij het geven van achtergrond en analyse zou men naar objectiviteit moeten streven.

Die 2 kernwoorden zijn vaak ver te zoeken als je hier "il telegiornale" bekijkt op de verschillende zenders. De openbare zenders Rai1, Rai2, Rai3 worden gecontroleerd door de overheid en Berlusconi en zijn partij laten hier hun stempel na. De voorbije jaren werden mannetjes van Berlusconi bewust op strategische plaatsen gepost. Een te negatief beeld ophangen van Berlusconi is dan ook uit den boze.

Die neutrale, onafhankelijke invalshoek bij ItaliaUno, Rete4, Canale5 (de kanalen van Mediaset, de mediagroep met zakenman Berlusconi als eigenaar) terugvinden, is nog iets moeilijker. De controle van Il Cavaliere is daar zo goed als absoluut.

De Agcom (het controleorgaan van de media) zou hier tegen moeten optreden, maar hun mogelijkheden zijn beperkt. Mannetjes van Berlusconi zijn hier naar mijn weten (nog) niet te vinden, maar de voorbije weken is hier gebleken dat Berlusconi in hoogst eigen persoon dreigtelefoontjes gebruikt om een voor hem negatief optreden van Agcom te vermijden. Toch heeft deze week dit controleorgaan zijn job gedaan en TG1 (het journaal van Rai1) en TG5 (het journaal van Canale5) veroordeeld vanwege een te vertekend beeld in de berichtgeving: de PDL (Il Popolo della Libertà, de partij van Berlusconi) zou onevenredig veel aandacht krijgen in vergelijking met de grootste oppositiepartij, die centrumlinkse PD (Partito Democratico). De kleinere partijtjes zouden al helemaal niet aan bod komen volgens de onderzoekers van Agcom.

De onafhankelijkheid en neutraliteit van de geschreven pers probeer ik even met een voorbeeld aan te duiden. De linkse krant La Repubblica schreef gisteren naar aanleiding van het resultaat van de regionale verkiezingen van vorige zondag en maandag het volgende: "Ondanks het non beleid van Berlusconi is hij er in geslaagd om de verkiezingen ook deze keer te winnen (vrij vertaald)." Het was maar het begin van een woordelijke aanval op de premier. En zulke aanvallen kan je vrijwel elke dag terugvinden op de voorpagina van deze krant.

Het (centrum-rechtse) Libero: "Goed gedaan Silvio, applaus voor onze goeie premier." Het vervolg van de lofzang kan je deze ochtend op de voorpagina van dit Italiaanse dagblad terugvinden.

Ook in de "Vlaamse gazet" geeft al eens een redacteur zijn mening weer over de politiek gaan van zaken. Maar naar mijn mening gebeurt dat in Vlaanderen met een grotere afstand, zonder dat hij zich daar overduidelijk gaat positioneren op de links-rechts schaal. En al weten we allemaal dat De Morgen een links socialistisch verleden heeft en De Standaard een katholiek, toch kan ik die 2 kernwoorden terugvinden in hun berichtgeving. Bovendien heeft men daar in de Vlaamse pers een luikje 'opiniebijdrage' voor. In de Italiaanse pers duikt die opinie al te vaak op in de artikels, de plaats waar ik een onafhankelijke, neutrale weergave van de feiten verwacht.


 

Woningmarkt in Canada blijft sterker dan in andere ontwikkelde landen

De woningmarkt in Canada is heeft zich schijnbaar helemaal hersteld na de terugval van 2008. Scotiabank verwacht dat er ongeveer 510.000 woningen verkocht zullen worden dit jaar. Dat is maar liefst 10% meer dan in 2009. Het blijft wel nog een ietsje onder het cijfer van 2007, maar dat was dan ook een recordjaar.

Of dit een duurzame trend is, is nog maar de vraag. Er zijn wel tekenen dat de werkgelegenheid aan het stabiliseren is, maar het nationale "stimulusplan" van de regering Harper heeft het land een mooie schuldenberg opgeleverd. Om het nog erger te maken, heeft het Fraser Institute berekend dat het stimulusplan een pleister op een houten been is gebleken.

Daarbij komt nog dat de interesttarieven hier op een historisch dieptepunt zitten. Veel mensen haasten zich dan ook om een woning te kopen, en dat leidt vaak tot hilarische taferelen. Zo is de verkoop van appartementen in een nog te bouwen gebouw op de hoek van Bloor Street en Yonge Street begonnen in een complete chaos. Er stonden zoveel kooplustigen te wachten in de rij, dat er veiligheidsmensen aan te pas moesten komen om alles onder controle te houden.

Bij de verkoop van individuele huizen komt het vaak tot een "bidding war" waarbij potentiële kopers tegen elkaar opbieden en de verkoper uiteindelijk meer krijgt dan hij/zij eerst had gevraagd.

Het lijkt dus allemaal wel wat op een mini-uitvoering van de zeepbel die de recessie heeft veroorzaakt.

Er wordt voorspeld dat de interesttarieven in de tweede helft van het jaar weer gaan stijgen. Als dat gebeurt, dan kunnen we verwachten dat de woningmarkt weer gaat zakken.

Als en wanneer en als... het lijkt erop dat onze economisten bij Madame Soleil op school zijn geweest: ze lijken vooral goed in het voorspellen van het verleden.


 

Nieuw adres

Deze blog is verhuisd. Ontdek het nieuwe adres van deze weblog en de andere blogs van De Standaard Online op www.standaard.be/weblogs.
 

Guaranis in nood

Guaranis Het zit nog niet helemaal goed tussen de Brazilianen en de Indianen, eigenlijk de oorspronkelijke bevolking van dit immense land. Dat is nog zwakjes uitgedrukt als men het rapport erop naslaat, opgemaakt door de NGO Survival International. Het verslag (dat u hier kan downloaden) bevat 26 pagina's, werd naar de VN gestuurd net voor de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie (21 maart) en is niet erg lief voor de Braziliaanse autoriteiten. De Guarani-stam (Foto - Roosevelt Pinheiro/ABr) in de staat Mato Grosso do Sul is niet te benijden; hun situatie behoort tot de ergste van alle inheemse volkeren in beide Amerika's, aldus Survival International. De Guaranis lijden honger, worden onterecht opgesloten, beschoten door de "pistoleiros" van grootgrondbezitters, er heerst een hoge graad van alcoholisme en zelfmoord en ze worden van hun land verdreven. Dit laatste is volgens het rapport de voornaamste oorzaak van de pijnlijke situatie die explosief genoemd wordt. Er wordt ook gewaarschuwd dat de hogere vraag naar ethanol brandstof (voor voertuigen) nog meer land van de Guaranis zal opeisen, met alle gevolgen vandien. De staat Mato Grosso do Sul is nochtans welvarend met een sterk groeiende economie. Maar de inheemse bevolking leeft in grote armoede. Velen leven gewoon langs de rand van wegen, anderen in de overbevolkte reservaten waar ze afhankelijk zijn van wat de regering hen geeft. De feiten worden netjes opgesomd in het verslag. In 2008 werden er 42 Guaranis vermoord bij interne en externe conflicten. Meer dan 625 Guaranis pleegden zelfmoord sinds 1981 (bijna 1,5% van het totale aantal), in een bepaald geval ging het zelfs om een kind van negen jaar. Guarani arbeiders worden uitgebuit op de suikerrietplantages, de kindersterfte is erg hoog en de levensverwachting van dit volk ligt 20 jaar lager dan het nationaal Braziliaans gemiddelde. Erg veel valt er over dit alles niet te lezen in de Braziliaanse pers. Die hebben het te druk met de komende verkiezingen, corrupte politici en het aankomend proces tegen het koppel Nardoni dat ervan beschuldigd wordt hun eigen dochtertje Isabella (5) uit het raam van hun appartement te gooien, nu twee jaar geleden.


 

vrijheid van menigsuiting - libertà di parola

Dag mijnheer Van Roe. Yves Leterme hier, uw grote baas. Alles nog goed met de vrouw en de kinderen? ... ... Ja, ja, hier ook. Zeg hoor eens... De voorbije 2 weken in de Zevende Dag, dat kan niet hé. De oppositie is twee keer langs geweest en heeft kritiek op mij en mijn werk gegeven. Allez, Piet zeg nu zelf, wat moeten de mensen wel denken? Straks geloven ze mij niet meer! Kortom, doe daar eens iets aan. Haal dat programma gewoon een tijdje uit de eter, want straks zijn het regionale verkiezingen. En anders, tja, dan zou je je misschien wel eens opnieuw moeten inschrijven bij de VDAB.

Een telefoongesprekje tussen Piet Van Roe, de gedelegeerd bestuurder van de VRT en onze premier, Yves Leterme. Zo zou het Belgische equivalent kunnen gaan van wat er hier in Italië is gebeurt. Het Italiaans gerecht heeft 18 telefoongesprekken onderschept tussen Berlusconi, Augusto Minzolini, de directeur van il Telegiornale van RAI Uno en Gianocarlo Innocenzi, de commissaris van Agcom (de onafhankelijke (?) toezichthouder op de media).

Uit die telefoongesprekken zou blijken dat Berlusconi zware druk zou uitgeoefend hebben op zijn gesprekspartners. Het Agcom zou moeten ingrijpen want de voorbije weken zou in "Annozero" van Michele Santore (een populair politiek praatprogramma van de RAI) te vaak kritiek zijn geleverd op de premier. Uit de eter halen dus, want anders zou het voltalig personeel van Agcom wel eens op zoek moeten gaan naar een andere job, want 'che cazzo di organismo siete' (wat voor een kl*te organisatie zijn jullie anders).

Maar het gaat trouwens niet enkel om dat ene programma. Ook "Ballerò" van Giovanni Floris (een ander politiek praatprogramma van de RAI) zou hij liever 'mandare a quel paese' (opsturen naar een land ver weg hier vandaag).

Resultaat? De Italiaanse premier Berlusconi wordt dus (nog maar eens) vervolgd door de linkse, communistische magistratuur wegens misbruik van zijn machtspositie. Links, communistisch zijn dan natuurlijk de adjectieven die Berlusconi er maar al te graag aan toevoegt. Afwachten of het weer een onderzoek wordt dat snel in de ijskast beland of alvast pas op snelheid geraakt als de regionale verkiezingen van 28 en 29 maart alweer achter de rug zijn. 


 

Wir haben es nicht gewusst - collaboratie binnen de kerk anno 2010

Hij vond het nodig te zeggen dat hij nog altijd jezuïet was. Ik bouwde een korte pauze in, en dacht even na over hoe het kwam dat ik nooit de behoefte had om iemand te vertellen dat ik schrijver ben. Misschien is mijn beroep minder sacraal, hoewel we beiden roeping nodig hebben. Misschien liggen onze initiële verwachtingen te ver uit elkaar, hij wil immers zielen redden, ik wil het hart raken. Behoeftes kunnen wel degelijk verschillen.

Toen de pauze lang genoeg geduurd had, onderbrak ik de ijlheid, bracht het niets terug naar iets, en vroeg of hij daar een probleem mee had, met jezuïet zijn, had gelukkig ook hij meteen begrepen.

“Meer en meer”, zei hij bijna fluisterend, “eigenlijk meer en meer.” Ik was die nederigheid niet gewoon, wou hem dat ook duidelijk maken, ik verkies een gesprekspartner op ooghoogte, onderdanigheid past niet bij de kerk. Hij was tien jaar jonger dan ik, dus biechturen genoeg om te weten hoe het leven loopt, toevallig in de stad, toevallig op de plaats waar ik me bevond, hoewel toeval in deze situatie waarschijnlijk onwaarschijnlijk is. Waar ik op dit moment aan werkte, vroeg hij om een tweede stilte te vermijden. Onder andere aan jezuïeten, zei ik zonder schroom en liet zijn blik niet los. Hij bloosde als een dertienjarige.

Hij begreep meteen wat voor hem lag, dat iets bijzonders op de handgeschreven bladzijde stond, het ging uiteindelijk ook een beetje over hem. Hij keek naar het grote A4 schrift met blauwe lijnen, naar de ondersteboven zinnen. Zo zag ook hij eruit, wat ondersteboven, op zoek naar de vaste blauwe voorgedrukte leidraad waaraan mijn nog twijfelende zinnen zich vastgrepen omdat ze anders verloren zouden gaan. Klad, het onvermijdelijke voorspel. Woorden hebben context nodig, anders riskeren ze snel te verglijden naar een bijeen gevaagd hoopje niets, onderaan de bladzijde, tot iemand de moeizaam verzamelde stelling als kruimels van het blad wegvaagt en onder de bank verspreidt tot morgen de kuisvrouw komt.

            Hij had het moeilijk het gesprek te vinden dat hij in het gezelschap van een toevallige landgenoot aaneen wou rijgen tot iets wat zin geeft. Zingeving is voor een jezuïet van levensbelang, maar als ergens de moed ontbreekt, de passie gestorven is, het leven eerder als last dan als lust genuttigd wordt, dan komt een dialoog maar moeizaam op gang. We gaven elkaar nochtans alle kans, en ik bestelde zijn tweede koffie.

Ik besliste om dan maar met Rik Torfs te beginnen. Torfs opent goed, zelfs bij een jonge jezuïet, ook met zijn jongste boek dat ik nog de laatste achttien bladzijden schuldig ben. Ik probeerde een opening en sprak over de nieuwe collaboratie. Hoe interessant het was dat Torfs collaboratie herdefinieerde en probeerde een dimensie te geven waarover moest worden nagedacht. En hoe ik dacht dat mocht hij het boek vandaag herschrijven, hij collaboratie in verband zou brengen met al die kerkelijke gezaghebbers die stilzwijgend gevallen van misbruik verschoven van de ene parochie naar de andere, van het ene college in de stad naar een congregatie op de buiten. Omdat daardoor het probleem verschoven werd, en misschien alles weer goed zou worden, of het daardoor toch minstens stil zou blijven.

Waar ik eigenlijk op aanstuurde, vroeg hij onschuldiger dan hij leek. Ik probeerde de situatie te schetsen door middel van een lezersbrief die ik diezelfde dag in een krant had gevonden: een man verklaarde dat zijn geliefde hem altijd een sms stuurde voor ze met iemand anders seks had, ‘I love you’, stond er telkens weer. Hij was niet verondersteld te weten waar of met wie ze de avond doorbracht. Hij wist het gewoon. Ze zocht in haar korte boodschap vroegtijdige vergeving. Of priesters misschien een kruisteken maakten voor ze zich vergrepen? Een snel kruisteken, als verzoek voor een even vroegtijdige vergeving? De lezersbrief kwam niet goed aan, dus ik herpakte me. Dat in bijna elk interview met verantwoordelijken van de kerkelijke hiërarchie te lezen valt dat de geïnterviewde van het systematisch misbruik in zijn parochie, college, klooster, jeugdorganisatie of andere vorm van ‘pedagogisch samenzijn’ niet op de hoogte was. En dat niet alleen de herinnering aan de vergelijkbare ‘verontschuldiging’ door Oostenrijkse en Duitse militairen na de Tweede Wereldoorlog hernieuwde woede veroorzaakt, de verontwaardiging is des te groter omdat dit voortdurende en onbestrafte, verstopte en verloochende misbruik in vredestijd door priesters werd bedreven. Hier kwam geen bruin-dictatoriale opdracht tot genocide, hier gaat het over een nieuwe vorm van collaboratie, dit keer gebouwd op geheimhouding en leugenachtig zwijgen, wegkijken en de horde beschermen.

Toen hij bleef zwijgen nam ik Torfs’ boek bij de hand en las hem een passage voor:

“Het merkwaardige, en misschien ook wel verschrikkelijke, van collaboratie is dat je niets hoeft te doen om vreselijk in de fout te gaan. Gewoon meedoen, uitvoeren, gehoorzaam zijn tot in het kleinste detail, is voldoende. De collaborateur (…) glijdt geruisloos de criminaliteit binnen door niets te doen. (…) Wie niet wil collaboreren, en tegelijk de moed mist om zich te verzetten, kan natuurlijk naar vluchtwegen op zoek gaan. Maar dat is nu juist het probleem: vluchten, het opzoeken van de luwte, het kiezen voor strikte neutraliteit, het bewust niet willen weten, is een houding die mogelijk door de beugel kan in een democratische samenleving in vredestijd, maar niet op momenten van wreedheid en schending van alles wat menselijk is. (…) Vanaf wanneer wordt het niet weten schuldig, wordt het collaboratie?”

Hij nipte aan zijn cappuccino en liet mijn ogen niet los zolang ik zelf aan het blad gekluisterd was. Ik zag ook dat hij constant knikte, alsof een euro viel die te lang was blijven steken. Een schrijver ziet dat, die heeft een derde oog voor de lezer, die weet wanneer iemand aan zijn lippen hangt, ook als hij iemand anders’ verhaal vertelt. Ik had het gevoel dat hij wist waar ik op aanstuurde, hij had dezelfde tekst gelezen, hij kende Torfs, echter zonder tot mijn conclusie te komen. Een jezuïet laat zich niet sturen, dacht ik zo, dus dan vergaat de behoefte om dat te proberen even snel als de nood om met hem ergens over te discussiëren. Wat te nauw aan de huid komt wordt afgeschud. “IHS”. Een logo, ‘a brand’, een teken dat ergens voor staat, anders hadden ze het niet uitgevonden. Een teken ondertussen voor velen verworden tot een brandmerk, en het was precies de schroom om het met hem daarover te hebben die aan de basis van de stiltes lag. Maar ik had tijd, en hij had nood. Lotgenoten onder mekaar. En beiden met respect voor Torfs, hoewel de hoogleraar nooit kon vermoeden dat een frisse tekst uit 2009 zo toepasselijk voor de onfrisse kerk van 2010 kon zijn, zoals mijn toevallige gesprekspartner woord na woord ontdekte.

Ik zei hem dat iedereen deze dagen op zoek is naar het causaal verband tussen celibaat, gesloten gemeenschappen, de periode tussen de jaren zestig en tachtig van de vorige eeuw, patriarchale opvoedingssystemen en geestelijken, en alles wat sinds meer dan een paar maanden de kranten vult. Eerst in de US, dan in Ierland, vervolgens in Duitsland en nu in Oostenrijk. Er lijkt geen einde aan te komen, daar waren we het beiden over eens. Misbruik maakt ons onwennig, we hebben de houding nog niet gevonden die erbij past, eerst komt de verontwaardiging, dan het gevoel van onpasselijkheid, vervolgens woede, dan haat. Te veel houding zou wijzen op begrip, en dat is in deze fase van het verzamelen van feiten zo niet ongepast, dan zeker te vroeg. Processen hebben hun eigen verloop.

        53.216 personen verlieten in 2009 de kerk in Oostenrijk. Officieel uitgetreden. Dat is 43,5% meer dan in 2008 toen priester Gerhard Maria Wagner werd voorgedragen als bisschop voor Linz, niettegenstaande zijn uitspraken over homoseksualiteit die volgens hem “geneesbaar” zou zijn. Dat bisschop Elmar Fischer zich bij dit standpunt aansloot en homoseksualiteit met “andere psychische ziekten” zoals alcoholisme vergeleek heeft dit uittredingsproces zeker versneld. En dat in 2008! In 2009 en 2010 gaat het over Kloster Neustifte in Brixen, het internaat van de Zisterzienserstift Wilhering, het Bregenzer jongensinternaat, klooster Mehrerau, het Regensburger Domspatzen-internaat, het Haus der Salesianen Don Boscos in Wenen, de Erzabtie St. Peter in Salzburg, de Wiener Sängerknaben… de lijst is nog maar een begin, de klachten zijn nog maar begonnen. De tsunami is nog in wording.

Hij had geen antwoord op mijn vraag waarom in Vlaanderen de hel nog niet is losgebarsten. Waarom de kranten alleen over het buitenland berichten en niet op zoek gaan naar wat in eigen land zou kunnen gebeurd zijn. Of zijn we echt zo anders?

            Hij had geen standpunt toen ik nogal gemeen vroeg of de moedermelk in Vlaanderen wat zuiverder is? Of we onze kinderen anders opvoeden, of onze ouders alerter en wantrouwiger waren over wat achter de gesloten deuren van onze scholen gaande was en daardoor deze schande bij ons vermeden werd? Of zijn we beter in het verdringen? Zijn onze priesters beter opgeleid, vond hij zichzelf beter voorbereid op zijn taak, was hij meer in het reine met zijn eigen seksualiteit dan zijn buitenlandse broeders? Selecteert de kerk in Vlaanderen alleen bewezen niet-kandidaat kinderschenders, of zijn we zo opgevoed dat niemand van ons ooit daarover zal spreken? Omdat we het voorrecht hadden te mogen studeren, deel uit te maken van de katholieke elite waarvan elk jaar opnieuw bewezen werd dat ze aan de universiteit de hoogste kansen had? Willen we onze Vlaamse elite niet in opspraak brengen? De lange lijst oud-studenten die de uitzonderlijke opvoeding genoten en dankzij een of ander college vandaag schitteren als coniferen binnen onze samenleving?

We kunnen toch de pedagogische impact niet verloochenen die de Vlaamse colleges hadden op mensen zoals Emile Verhaeren, Maurice Maeterlinck, Joris van Severen, August de Schryver, Marcel Strome, Jacques Rogge, Gerard Mortier, Philippe Herreweghe, Bert de Graeve, Geert Hoste, Marc Coucke, Vincent van Quikenborne, Sven Ornelis en ga zo maar door. Allemaal door de handen van jezuïeten gegaan, hopelijk alleen figuurlijk.

Als in Oostenrijk alleen meer dan 56.000 mensen de kerk verlieten in 2009, dan betekent dat wat. Want ze moeten daarvoor een niet eenvoudige procedure doorlopen waardoor op alle officiële documenten het betalend lidmaatschap van de kerk wordt geschrapt, en daardoor ook de kerkbijdrage van gemiddeld 100 euro wordt geannuleerd. De kerk verloor 5.600.000 euro aan bijdragen het voorbije jaar. Gesponsord misbruik geannuleerd.

Mijn toevallige gesprekspartner vond het wel onrechtvaardig dat alle berichtgeving zuiver op de kerk was toegespitst. Dat buiten de organisatie van de kerk minstens evenveel – zo niet meer – kindermishandeling en seksueel misbruik van jongeren plaatsvond. Een techniek als een andere, zeggen dat de misdaad ook door anderen werd bedreven vermindert natuurlijk het gewicht van de misdaad niet, maar wat kan hij anders zeggen? Wie kan met de gegevens hoe dan ook rationeel om? De slachtofferrol van het niet-geïsoleerde geval waarin hij zich probeerde te wentelen, is typisch en helpt soms, maar in dit geval was het een lafbekkerige verdraaiing van de realiteit. “Anderen ook!”, “we zijn niet alleen”, ze staan inderdaad niet alleen met hun problemen daar. Toen ik hem dat met zoveel woorden zei, met een ongehoorde vriendelijkheid en openheid, en eraan toevoegde dat er spijts zijn argument toch nog een onderscheid was, liet hij zich hulpeloos zakken, en dronk zijn glas water.

Het onderscheid moet gezocht worden in de bijzondere rol die de dienaars van God – dus ook hij – zichzelf hadden toebedeeld. In het morele gezag, de heilige missie die de kerk zich sinds eeuwen toevertrouwt, het maatschappelijk statuut van priesters en opvoeders, de bijna genootschappelijke onschendbaarheid die ze in stand proberen te houden. De kerk is in deze niet alleen dader, maar wil ook zelf de enige rechter zijn. De kerk had een tot voor kort hermetisch gesloten eigen geweten, hoewel ze zich als instituut en instantie steeds met het geweten van haar gelovigen heeft bemoeid. Zwijgen is in dit geval mededaderschap, collaboratie in de ergste vorm.

Ondertussen is beschreven hoe paus Benedikt XVI in 1980, tijdens zijn ambt als aartsbisschop in München, zelf instemde met de overplaatsing van een priester van Essen naar München die een elfjarige jongen seksueel had misbruikt. Dezelfde priester werd later wegens herhaling van delicten veroordeeld. Nee, paus zou niemand willen zijn, en een collaborerende paus nog minder. Maar aan feiten is niet te ontkomen, ook als de herinnering vervaagt.

Als leiders wankelen, struikelt het volk,” schrijft Torfs. We mogen dat ondertussen met een korrel zout corrigeren als: “Als het volk spreekt, wankelen de leiders.” Het is alleen nog de vraag wanneer in Vlaanderen eindelijk iemand  begint te spreken.

“Een kwestie van tijd,” zegt mijn landgenoot, en blijft graag nog even zitten. Ik ook. Een jezuïet en een ignost, beladen met eenzelfde probleem, in het buitenland bekommerd om wat thuis nog niet is begonnen. Wachtend op de eerste. Want statistiek is wel te verloochenen, vermijden kan men niet.

Wie knielt, verheft zich om wie niet knielt te vernederen,” citeer ik Torfs.

We beslisten beiden om voor niemand nog te knielen.

Roel Verschueren, Wenen 16 maart 2010 - www.verschueren.at



 

Vrede in Costa Rica, maar oorlog op de weg

Als jullie denken dat de Italianen slecht rijden, maak dan maar eens een ritje in downtown San José! En als je dat zonder blutsen en bulten er vanaf brengt, kan je verder rijden richting de Caraïbische kust over de "Highway to Heaven" (een terechte naam!).

Om deze situatie enigszins te doen omslaan, keurde het parlement vorig jaar een nieuwe wetgeving goed. Deze zou strenge straffen en hoge boetes opleggen voor chauffeurs die niet rijden volgens de regels. "A hell of a job" voor de verkeerspolitie! Deze cultureel ingebakken "macho" rijstijl is immers moeilijk zo plots te veranderen. Daardoor werd de uitvoering ook een half jaar uitgesteld. Maar sinds maandag is de wet dan toch in werking getreden. Desondanks blijf ik heel wat auto's zien die het rode licht negeren, geen geldig rijbewijs hebben (dit wordt geschat op 400.000!) snel rijden, plots via de middenberm van de autostrade terugkeren, voetgangers bijna omver rijden, enz..

Natuurlijk zijn er ook heel wat mensen die hun beklag doen over de nieuwe wet, inclusief de parlementsleden die eerder hun goedkeuring gaven. Deze laatsten zijn nu in aller ijl (voor de machtsoverdracht in Mei) bezig de wet weer te hervormen en heel wat artikels te schrappen. Terug naar af... Maar in ieder geval zijn de files de laatste dagen ongewoon kort.
 

politiek & sneeuw

Terwijl ik dit schrijf, ligt heel het noorden van Italië onder een vers pak sneeuw. Op een paar uur tijd lag hier gisteren in mijn thuisstad Vicenza (ergens midden tussen Verona en Venetië) alweer 10 cm sneeuw. Voor de 5de keer sinds december passeert een sneeuwfront het noorden van het land. Ongezien in deze contreien. Het klimaat ontregeld? Een gril van de natuur?

Wat stond er ondertussen deze week alweer op het Italiaanse menu? 8 maart: Internationale Vrouwendag. Bij ons in België wordt daar op 11 november aandacht aan besteed. Die dag valt dan samen met Wapenstilstand. Ik vind het persoonlijk een rare combinatie: de eerste wereldoorlog herdenken en onze vrouwtjes in de bloempjes zetten op één en dezelfde dag. In de bloempjes werden ze inderdaad gezet die Italiaanse vrouwen. "Auguri!" (Gefeliciteerd!) en de standaard twee kussen. De hele dag door waren de Italiaanse mannen hun vrouwen aan het bedanken, aan het feliciteren. Dat die vrouwen het verdienen daar wil ik niet aan twijfelen, maar toch wel een beetje een raar zicht voor de buitenlander die ik ben. Want die internationale vrouwendag is de voorbije jaren toch wel een beetje ongezien (shame on me!) aan mij voorbij gegaan

Op politiek vlak maken ze er hier ondertussen weer een knoeiboel van. 28 en 29 maart zijn het hier regionale verkiezingen. De lijsten van Il Popolo della Libertà (PDL, de centrumrechtse partij van Berlusconi) werden niet aanvaard in Lazio (de regio met Roma als hoofdstad) en Lombardia (de regio met Milano als capoluogo). Reden: te laat ingediend. Jammer, maar helaas. In een land als Italië stelt die PDL doodleuk een nooddecreet voor om toch de lijsten goedgekeurd te zien. De regels van het spel veranderen dus als je het spel al gestart bent. Moord en brand zou men schreeuwen mocht het gebeuren in België, maar ook het Vaticaan gooit zich dan even in de politieke wateren. Scheiding van Kerk en Staat. Tja, mooi in theorie, maar moeilijk in de praktijk als het Vaticaan op wandelafstand van het parlement ligt.

En vandaag dan weer heeft de Senaat een nieuwe immuniteitswet goedgekeurd op maat van Berlusconi volgens de oppositie. Voor een periode van 18 maand kan niemand van de regering voor de rechter gedaagd worden. Daar hebben we toch geen tijd voor, we moeten het land besturen (of redden van de ondergang). De vorige immuniteitswet werd door het Grondwettelijk hof eind vorig jaar weggestemd en dus moest er snel snel een nieuwe gemaakt worden.

Iedereen gelijk voor de wet. Maar in Italië is de éne (lees: Berlusconi & Co) precies al wat gelijker voor de wet dan de rest van het volk. En die processen tegen Berlusconi wegens corruptie en belastingsfraude? Kijk maar even in de Italiaanse koelkast.


 

Historische sneeuwval

Historische sneeuwval. Zo werd de chaos die gisteren Cataluña overdekte vanmorgen op het journaal genoemd. Maandagmorgen werden we in Mas d’en Gall wakker onder een witte deken... Voor het eerst in tien jaar tijd, volgens de buren. Er dwarrelt wel eens een verloren vlokje neder, maar zo’n sneeuwtapijt... nee, dat was jaren geleden. De sneeuwpret was snel over toen bleek dat de politie de uitrit van onze urbanización had afgezet tot nader order. Niemand kwam er in en niemand mocht er uit. Te gevaarlijk. Tegen een uur of 11 werd er dan toch zout gestrooid en mochten de durvers richting werk vertrekken... Het bleef de hele dag onafgebroken sneeuwen. Al vlug werden de media overspoeld met berichten van kettingbotsingen, onderbroken trein- en buslijnen... chaos alom. Zelf in Barcelona-city bleef de sneeuw stilletjesaan liggen, teken dat het serieuze business was...Toen ik om half drie in de middag besloot huiswaarts te keren, om niet het risico te lopen halverwege op de autostrade te stranden, lag er zelfs in Barcelona-ciudad al een centimer of twee sneeuw...

Thuis in Mas d’en Gall besefte ik pas echt de omvang van de sneeuwval: straten spekglad en niet door te komen, ik gleed bijna het ravijn in toen ik voorzichtig mijn wagen onze straat in laveerde... Echtgenoot kwam een uur later ook thuis, met de boodschap dat de politie alleen nog wagens met sneeuwkettingen naar boven liet komen en dat hij twee vrienden uit de buurt, die aan de voet van onze berg gestrand waren, moest gaan ontzetten.

Vanmorgen begon de dooi in te zetten, maar de ravage was aanzienlijk: dikke plakken ijs maakten het onmogelijk de auto’s te starten en wie er dan toch in slaagde zijn vehikel op gang te krijgen kon maar beter over goed schaatstalent beschikken want er lag een centimeter of twee ijs onder het pak sneeuw. Mooie beelden dat wel. Montserrat onder de sneeuw... witte palmbomen... feeërieke ijspegels...

En voor wie er nog aan twijfelde dat Spanjaarden er steeds in slagen over het beste uit te halen: hierbij een foto uit het centrum van Barcelona... ziet u daar die eenzame skiër vrolijk rondschuifelen?? Nieve en barcelona


 

Octopus in Azijn

Terwijl Roosje de laatste hand legde aan haar succesvolle gastbijdragen op deze blog, is De Standaard Online overgeschakeld op een nieuw blogplatform voor "En Nu Even Elders".  Ik heb onderstaand stukje daar al geplaatst, maar klaarblijkelijk loopt er nog iets fout met de link vanop De Standaard Online.  Daarom hier nog maar eens opnieuw...

Maandag was het een vrije dag: Propere Maandag, het begin van de vasten.  Traditioneel worden er dan vliegers opgelaten en bloedloze zeedieren gegeten: kalamares, garnalen en natuurlijk het heerlijke octopus met azijn.  Het deed even het deprimerende economische nieuws vergeten.

Dat de economische toestand van Griekenland al wekenlang het Europese nieuws beheerst, dat is uiteraard geen nieuws.  Ook hier worden alle andere berichten weggespoeld in een stortvloed van tijdingen en speculaties, waarvan de ware betekenis voor mij, en met mij wellicht voor veel anderen, verborgen blijft onder een laag van jargon, tabellen, cijfertjes en afkortingen, en elkaar tegensprekende guru's en zelfverklaarde geldkenners.   En dan nog, al zou ik er mijn oude cursussen economie bijhalen, zou ik weten wat er echt gaande is?  Zou ik begrijpen waarom Premier Papandreou in het midden van de storm, wanneer zijn eigen minister van Financien het openlijk over een zinkende Titanic heeft, zich naar Rusland begeeft?  Wat belooft hij daar in ruil voor wat? 

"Titanic"?  Hij ziet het wat groots, denk ik.  Een vissersbootje zeker, een bootje waar het goed toeven is, goed dobberen in het lentezonnetje, bouzouki uit de radio, verse visjes op het dek, zo gezellig dat men vergeten was dat er nog een hele wereld buiten dat bootje is, ook onder al dat water, waaruit plots die grote octopus kwam, die nu met zijn lange armen de netten verstrikt en het bootje mee naar de bodem trekt...

Zo konden we onlangs ook vernemen dat de vorige regeringen ons, en alle andere Europeanen, eens goed te grazen hadden genomen door via reeksen financiele constructies, bedacht en opgezet door de ons inmiddels bekende financiers van Wall Street en van een vernuftigheid waarmee geen enkele Griekse regering ooit enig ander probleem heeft aangepakt, heelder delen van hun schulden verborgen en uit de boeken wisten te houden, verborgen voor ons, en voor Europa.  Dat waren ze daarna blijkbaar weer vergeten - uit het oog, uit het hart -, en aldus groeiden ze uit tot het achtarmige monster dat nu zo vreeswekkend aan ons bootje rammelt.

Enkele dagen geleden moest ik verschijnen voor de onderzoeksrechter van Maroussi, als getuige in een zaak waarbij mijn werkgever betrokken is.  In een zaal van ongeveer 8x8 meter stonden twee metalen tafeltjes, met elk twee stoelen, verder een kast, en verder niks.  Het dossier, twee kartonnen kaften uitpuilend van papier en notities, werd aangerukt en we konden beginnen.  Er was geen enkele computer in deze ruimte.  De onderzoeksrechter nam haar stylo en een potje typex, en begon te noteren.  Woord voor woord wat ik zei, zonder een vraag, zonder eenmaal op te kijken, behalve af en toe zuchtend en kreunend als een woord moest herschreven worden en de typex bovengehaald.  Handgeschreven verklaring in het dossier, dossier in de kruiwagen, kruiwagen naar de procureur.  Ik had met haar te doen, deze magistraat, een van de best betaalde ambtenaren van het land, met haar stylo, haar potje typex, al dat papier.  Geld voor vooruitgang is er de komende jaren alvast niet. 

Hoe zou zij een partij kunnen zijn voor de jongens en meisjes met hun SWAPS en Futures, die zo gesofisticeerd het land uitzuigen, met 8 lange armen tegelijk?



 

‘De omgekeerde migratie’: Ode aan de Pioniers (gastbijdrage - slot)

De omgekeerde migratie’: ode aan de pioniers

Door Dina Kalogrias

Toen Hans zijn voorstel voor een gastbijdrage op zijn blog over de ‘omgekeerde migratie’ lanceerde, werd ik niet alleen heen en weer geslingerd tussen een zekere persoonlijke weerstand en de overtuiging dat dit best wel een interessante invalshoek zou kunnen zijn, maar kreeg ik tegelijk een déjà-vu.


In de eerste plaats gingen mijn gedachten uit naar wijlen mijn ouders. Eerlijkheid, oprechtheid, rechtvaardigheid, trouw, hulpvaardigheid, respect, steeds opkomen voor de zwakkeren in de maatschappij, … hun hele leven stond in het teken van deze waarden, niet alleen in woorden maar ook en vooral in daden.

Mijn moeder, die haar man volgde naar een vreemd land, ver weg van haar dierbaren. Haar hele leven ten dienste van haar man en kinderen. De beschermengel van haar kinderen, haar kleinkinderen behoedend tegen alle onheil door haar diep Grieks-orthodox geloof. De stille kracht, àltijd aanwezig, die borg stond voor nestwarmte, rust, eerlijkheid, geborgenheid, samenhorigheid, gelijkheid. Al wat ze deed is van ons houden.

Mijn vader, de eens zo levendige, koppige, avontuurlijke man, de tong op het hart, meermaals door het oog van de naald gekropen..., die de laatste jaren van zijn leven dag en nacht aan de zuurstofmachine gekluisterd lag, met een lichaam dat ‘op’ was, wegkwijnend als een gewond vogeltje, weggerukt uit zijn natuurlijke biotoop: buiten was binnen; gevangen in de natuur van toen, met een raamlijst van nu er rond. De herinneringen uit zijn rijk verleden vormden het enige zijden draadje dat hem nog aan het leven bond. Of zoals een dorpsgenoot onlangs op zijn begrafenis zei: de laatste der Mohikanen.

Zij staan symbool voor een generatie Grieken die geschiedenis hebben geschreven. Een stukje geschiedenis waar op een dag zomaar een streep onder getrokken wordt; een stuk geschiedenis waarvan het tastbaar bewijs op een dag abrupt eindigt, terwijl de wereld lustig verder draait, alsof er nooit iets gebeurd is.



Gaandeweg werd ik gekatapulteerd in flash-backs: ik hoorde mijn vader gepassioneerd vertellen; ik zag mijn zoon zijn oogjes verwonderd glinsteren toen zijn papoe de tranen in de ogen sprongen bij het vertellen van bepaalde passages uit zijn leven (urenlang tussen tientallen lijken onbeweeglijk stil blijven liggen, uit vrees voor je eigen leven... Met Pasen, wanneer er voor één keer vlees op tafel komt en iedereen feest, als dertienjarige wees afhankelijk zijn van het blokje feta en een stukje vlees dat andere herders je schenken... ’s Zomers schoenen naaien van varkenshuid en ’s winters, als de regen,

sneeuw en wind toeslaat, dat zelfgemaakt schoeisel vochtig en nat zien worden en voelen wegrotten, waardoor het eelt op je voeten na een tijd zo dik wordt, dat je tegen alle stenen en distels bent bestand... Wat doet dat met een mens? Dat heb ik me meer dan eens afgevraagd.)

Ik zag de oude, vergeelde foto’s van Griekse families voor de Grieks-Orthodoxe kerk van Zwartberg.


Kerk


Ik zag de barakken van Texas en de mannen en vrouwen met hun kleine kinderen.


Tn Familie

Ik rook de zwarte geur van de mijnwerkers die naar boven kwamen.

Mijn

Ik hoorde de Griekse muziek die door de luidsprekers schalde in een aftandse zaal. Ik zag opnieuw de

discrepantie tussen mijn oudste broer en zus, die een totaal andere strijd hebben moeten leveren enerzijds en mezelf, als jongste van het gezin anderzijds. Ik zag de Griekse mannen met hun pijp in het kafenion in Hoevenzavel.


Mannen

Ik zag de rijke Griekse gemeenschap in de nachtmis op Stille Zaterdag.

Ik hoorde de vele verhalen, van kommer en kwel, van lief en leed, van vreugde en pijn, van blijdschap, van samenhorigheid, van heimwee, van weemoed, van geluk…


Kafe

Het gemak waarmee Grieken zich overgeven aan emotionele en irrationele impulsen is een karaktertrek die paradoxaal genoeg vaak wordt verzacht door een sterk pragmatische instelling.” Een fragment uit “Heimwee naar Griekenland” van Katherine Kizilos, want ook al zijn wij, Grieken, zo pragmatisch om in te zien dat er een beroerde keerzijde is aan de hedendaagse Griekse medaille, toch blijft de ‘zoektocht naar mijn roots’ een boeiende, immer voort-durende ontdekkingsreis.


Fiets

En elke reis is puur genieten, toch?

Want uiteindelijk zijn dat de geneugten des levens: op een vroege zomerochtend als zelfs de Grieken nog slapen en de zon als een rode bal boven de Griekse zee uit begint te stijgen héél alleen –één met de natuur- een duik nemen in het koude water, een Grieks ontbijt op het terras met je tenen in het zandstrand, een stevige wandeling in het eeuwenoud cultuurland, in bewondering staan voor de Griekse oudheid, deelnemen aan het levendige Griekse leven, een hartverkwikkende babbel met een oude Griek in het enige kafenion van een godvergeten bergdorp, om dan ’s avonds bij een flesje Retsina terug te blikken op het heerlijk Grieks maal waar je je vingers van aflikt, in het besef dat dít alles het leven de moeite waard maakt.



Dit is en was niet louter een ‘persoonlijk verhaal’; dit is een hommage aan de pioniers die zonder vrees, met levensmoed, hoop en houweel een bladzijde in de Belgisch-Griekse geschiedenisboeken hebben gebeiteld: http://www.youtube.com/watch?v=WR4yUPyhNd0.

Ik hoop dat de fourth, fifth, sixth… culture kids met veel be- en verwondering zullen luisteren en opkijken naar de waargebeurde relazen van hun Griekse (over)grootouders en hun wortels blijvend zullen bevestigen in hun Griekse voedingsbodem, zodat deze bladzijde niet tot een voetnoot in de Belgische en Griekse geschiedenis verwordt.



Dina Kalogrias



Met dank aan Hans Brems, voor zijn bemoediging, suggesties en (Griekse?) gastvrijheid!

Tevens mijn erkentelijkheid voor de leuke, leerrijke en hartverwarmende reacties!

Roosje Kalogrias






 

Onze jongen in Salzburg: Michael Dewitte

Er lopen deze dagen in Brugge nogal wat mensen ongelukkig rond, dat is met een paar Vlamingen in Wenen niet anders. Een overijverige jongen heeft voor commotie gezorgd, de gevolgen laten zich voelen.

En hoewel de Belgische pers op de toppen van haar tenen loopt en Michael Dewitte als casus uit de weg gaat, schreeuwt men in Oostenrijk van de daken hoe de reputatie van een prestigieus kultuurproject in Salzburg door onder andere een Vlaming de grond werd ingeboord. “Ik ben niet op de vlucht,” schreeuwt Dewitte, “ik moet in België een paar persoonlijke zaken afhandelen en ben ten laatste begin maart terug in Oostenrijk.” Alsof iemand anders dan de gerechtelijke instanties op zijn terugkeer zit te wachten. Verbrand, beschuldigd en verloren. Ze kunnen zich hier een paar dingen voorstellen van wat hij in België af te handelen heeft: druk overleg met financiële en juridische adviseurs, advocaten en diplomaten.

Dat de diplomatieke cel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in België met één en ander verveeld zit is duidelijk. De intendant van de Salzburger Osterfestspiele die in december werd ontslagen was ook ereconsul. Door de Koning benoemd. Met een bepaalde graad van immuniteit.

Dat tot vandaag de Belgische pers nog niet meer ruchtbaarheid heeft gegeven aan de heer Dewitte, heeft alles te maken met het feit dat één en ander moet worden uitgemest. Hij heeft namelijk, naast andere fouten die nog moeten bevestigd worden, een kapitale diplomatische fout begaan door het kantoor van zijn ere-consulaat in dezelfde ruimte onder te brengen van waaruit hij als directeur van het festival in Salzburg actief was.

Strafrechtdeskundige Christian Rosbaud van de Universiteit van Salzburg is duidelijk: “In overeenstemming met het Weens-consulaire verdrag zijn alleen ruimtes die uitsluitend voor consulaire doeleinden worden gebruikt beschermd tegen huiszoekingen." Het gevolg is dat ondertussen huiszoekingen aan de gang zijn waarbij het gerecht niet alleen inzage krijgt in de dossiers met betrekking tot eventuele fraude bij het Salzburgse festival, maar in alle dossiers die de ereconsul over zijn landgenoten in dezelfde ruimte heeft opgeslagen.

Wie belt naar het ere-consulaat in Salzburg wordt verzocht het consulaat in Wenen te contacteren. En dat de ereconsul nog andere zware schulden achterlaat is ondertussen ook bevestigd: op zijn huis in Elsbethen ligt nog een hypotheek van 1,16 miljoen Euro bij de Bawag bank. Uiteraard geldt het vermoeden van onschuld.  

Roel Verschueren, 11 februari 2010 – http://www.verschueren.at
 

¡OLÉ GUAPA!

Men kan er de meesterwerken van de Nederlandse romankunst op nalezen, maar erotiek ontbreekt er veelal in. Alsof dat thema zich niet leent voor een literaire behandeling. De ruwere varianten van de seksualiteit echter wél. Te denken valt dan aan auteurs als Jan Cremer en Jan Wolkers die als jantjes van het platteland de ruwe handelingen niet schuwen. Hier neukt men er op los.

 

Ik denk dat dit mede komt doordat seks in Nederland eigenlijk iets heel gewoons is. Seks is niet alleen uitstekend verhandelbaar, het ligt ook lekker dicht tegen het werk op de boerderij aan. Veel vrouwen doen “het” nog altijd om een “gezin” te hebben. Het gaat hier om de voortplanting. En als dat gezin “compleet” is, dan gaat de “knip” erop. Ook kan men de kunst van de niet-betaalde seks herleiden tot het fantasieloos comfort. Door elkaar blindelings in bed te vinden, beperkt men menig risico. Want anders haal je je de koekoek. Volkse uitdrukkingen treffen de spijker altijd op de kop.

 

Maar hoe vindt men elkaar nu in deze seksjungle? Nog niet zo lang geleden deden sociologen de “opzienbarende” ontdekking dat de meeste Nederlanders in eigen kring trouwen. Geen avonturen dus en zeker niet met buitenlanders. Al tijdens de opleiding of later op het werk vindt men elkaar. Dat men ooit met “the boy or girl next door” trouwde, is nu compleet afgedaan. Doordat steeds meer vrouwen een opleiding volgen en daarna gaan werken, is hun kans op het vinden van een “vreemde” man exponentieel toegenomen.

 

Steeds meer huwelijken worden al snel ontbonden. En in de regel vindt men in no time een vervangende partner. Alsof men de oude auto inruilt voor een andere. Alleen vergt dat wel een strategie. Ondanks alle verschillen blijft de gehanteerde methode standaard. De Nederlandse man heet de gelegenheid te zoeken. De Nederlandse vrouw organiseert die dan wel. Zij spant de valstrik. Hij tuint er gewillig in. Want zo wil de ongeschreven wet van de seksjungle. Na eerst wat verkennend gekeuvel op een neutrale plek, volgt dan van haar kant al snel de nogal doorzichtige uitnodiging: “Zin om soms eens gezellig bij mij thuis een hapje te komen eten of een wijntje te drinken?”. Zo ja, dan volgt de veelbetekenende toevoeging: “Ach, we zien wel waar we het eindigt!” Breng in dat geval vooral je tandenborstel mee. De slaapkamer zal dan opgeruimd zijn. Het toilet met Ajax schoongemaakt.

 

Hier is dus niets aan het toeval overgelaten. Het risico van een “mismatching” is minimaal. Van liederlijk gedrag is in deze zeker geen sprake. Je moet alleen maar weten waar de klepel hangt. Dus de gedragscodes kennen. Ken je die niet, dan kun je een probleem hebben. De “matching” bestaat immers in het vinden van een geschikte partner tijdens een daartoe georganiseerde gelegenheid. Niet tijdens een wilde tocht door de duinen. Een mooi voorbeeld hiervan. Ooit wilde een vriend van me enkele kennissen in groep naar een danscursus brengen. Voor de gezelligheid, zo beweerde hij. Want hij liet zijn vrouw thuis en nam een vriendin mee. Kon ik dan als Einzelgänger wel mee? Geen probleem! Aan alles was al gedacht. De dansschool zorgde immers altijd voor een gelijk aantal vrouwen en mannen. En als er eentje niet kwam opdagen, dan danste de dansleraar of zijn vrouw wel met de boventallige deelnemer.

 

Na enkele avonden schuifelen op de maten van een slaapverwekkende Engelse wals, werd ineens het Latijns-Amerikaanse répertoire aangesproken. Kwestie van de Schwung erin te brengen. ¡Olé Guapa! kwam op de draaitafel. De dansleraar haalde de vaste koppels meteen uit elkaar. Tijd dat we de anderen ook eens leerden kennen. Changement de décor. Hij drukte me stevig in de armen van een klaarstaande vrouw. Zonder dat zij me een millimeter ademruimte gunde, vloog ik daarna met haar in een beenverstrengeling haastig tot voorbij de eerste bocht, alwaar ze me in het oor fluisterde: “Wij kennen elkaar!” – “Ja, waarvan dan ?” - “Van in de wijk! Jij woont op 291, ik een tiental huizen verderop… en ík rij in een witte Volvo 343 en jíj in een rode Citroën.” Dit was dus een perfecte “matching”.

 

De volgende dag betaalde ik al de nog bijkomende lessen. Briefje in de enveloppe: “Helaas, maar ik moet nu regelmatig voor mijn werk naar het buitenland. Ik kom daarom niet meer. Hier alvast het resterende geld. Duizend excuses aan mijn nieuwe danspartner.” Hollands zakelijk. Dit was de meest elegante oplossing. Mij ziek melden leek ongepast. Want dan zou mijn danspartner vast wel met een bloemetje aan de deur staan. En me voortaan in haar Volvootje naar de dansles willen meenemen. Waarna ze aan de bar met mij de laatste plooien kon gladstrijken.

 

Die partner van één tangoavond heeft nog enkele jaren in mijn straat gewoond. Haar sloep wilde blijkbaar nergens stranden. Op straat had ik altijd recht op haar schalks lachje. We zwaaiden ook wel eens naar elkaar. Zeker als ik haar met enkele vriendinnen naar de tennisclub zag fietsen. Ze was zoiets als la fille du régiment geworden. Ineens was haar Volvo 343 dan toch nog verdwenen. Een buurvrouw vertelde me dat ook dát huis daar nu verkocht was. “Ja, die mensen zijn ineens uit elkaar gegaan. Zoiets komt dan toch weer als een verrassing aan.”

 

Tijdens de vorige rommelmarkt op Koninginnedag zag ik in de wijk een oude LP van Malando liggen. Nog wel bij die van de Gereformeerde Kerk. Ik kocht hem. Voor die ene ¡Olé Guapa!. Want dat is pas dansmuziek.


 

Seksloze engel of seksende bengel

Adam Giambrone, 32 jaar oud, gemeenteraadslid van Toronto, beschermeling van David Miller, de burgemeester en voorzitter van de TTC (de maatschappij voor openbaar vervoer van Toronto) had pas enkele dagen geleden officieel aangekondigd dat hij zou meedingen naar het burgemeesterschap van Toronto, alleen maar om gisterenochtend aan te kondigen dat hij zich terugtrok.

Wat was er veranderd op die korte tijd? Er was uitgelekt dat hij naast zijn vaste vriendin waarmee hij samenwoont nog enkele andere vriendinnetjes had, waarmee de sloeber zowaar "intieme betrekkingen" heeft gehad.

Je zou verwachten dat het privéleven van een politicus, en gelijk wie anders, na François Mitterand's ontwapenende "Oui, et alors?" niemand nog zou interesseren, en al zeker helemaal niet in het land waarvan eerste minister Pierre Trudeau ooit verklaarde dat de staat niets te zoeken heeft in de slaapkamers van de natie, maar zo is het dus niet gelopen. Blijkbaar moet je nog altijd een seksloze engel zijn als je een openbare functie bekleedt. Seksende bengels zijn niet gewenst.

TTC_Man_Sleeping[1] Om het voor de TTC nog leuker te maken, was er recent heel wat ophef over een loketbediende die in slaap gevallen was. Jason Wieler dacht er op het laatste nippertje aan om een foto te maken, en die is natuurlijk met veel plezier door iedereen overgenomen.

Dit incident komt net na een onpopulaire verhoging van de tarieven voor het openbaar vervoer, en de TTC wordt nu uiteraard beschuldigd van alles wat er misloopt in de wereld.

Al met al is het allemaal best leuk. Politiek gezien is Canada een saai land, politici zijn veel te braaf, of weten hun uitschuivers beter te verbergen dan elders, met als resultaat dat een groot deel van het dagelijks tv-journaal ingenomen wordt door schandaaltjes allerhande met Amerikaanse beroemdheden. Maar nu zijn we voor een tijdje dus verlost van Britney Spears en andere Belangrijke Figuren.

Nu nog een beetje zwijgen over de Olympische Spelen...


 

Een Eigen Taaltje - (gastbijdrage dl. 4)

' Roosje' is de bij vrienden en familie meer gebruikte naam, en ook de on-line identiteit van Dina Kalogrias, een tweede-generatie Griekse uit de Limburgse mijnstreek, die in haar reacties op verscheidene Griekenland-blogs vaak uitgebreid en raak uit de hoek komt. “Als ze het dan toch allemaal zo goed weet”, dacht ik een tijdje geleden, “waarom leen ik haar dan niet voor enkele weken mijn forum uit, dan kan ze eens uitgebreid vertellen” . Vandaar het idee om Roosje middels een aantal bijdragen aan het woord te laten over 'de omgekeerde migratie', niet de Belgen in Griekenland, dus, maar de Grieken in België, en hoe dat zoal meevalt.


Vandaag de vierde bijdrage. De volgende en laatste bijdrage volgt in de loop van de komende dagen. De eerdere bijdragen vindt u door een beetje naar beneden te scrollen.


De omgekeerde migratie’: een eigen taaltje


Door Dina Kalogrias


Rond mijn veertiende trad er een eeneiige tweeling toe tot onze jeugdbeweging.

Twee ranke, knappe grieten, intelligent, welbespraakt, vlot en sociaal. Als de uitdrukking “als twee druppels water” op iemand van toepassing was, was het wel op hen! Wat deze meisjes op een unieke wijze verbond, was hun manier van communiceren. Van jongs af hadden ze een eigen taaltje, dat zeer grappig klonk, maar niemand begreep. Het was hun onder-ons-taaltje.


Ook wij ontwikkelden thuis ons eigen taaltje: een mix van Nederlands, met Limburgs-Vlaamse invloeden enerzijds en Grieks anderzijds, dat ook nog eens afweek van ons dorpsdialect. Als kind vormden we woorden, die onze ouders, als ze met óns spraken, overnamen, waardoor die woorden op den duur een eigen leven gingen leiden. Het was vaak zelfs zo dat een woord gerelateerd werd aan één van de kinderen. Een buitenstaander zou er niets van begrijpen. Maar wij verstonden elkaar perfect!


Op de vijftigste huwelijksverjaardag van mijn ouders organiseerden we met z’n allen een verrassingsfeestje. Gangbaar is het niet in de Griekse cultuur om voor een gouden jubileum een heus familiefeest te organiseren, zoals dat in de Belgische cultuur gebruikelijk is. Maar het leek ons, na al de jaren van hard labeur, leuk om onze ouders in hun oude dag eens in de bloemetjes te zetten. Voor die gelegenheid maakten we een ludiek ‘rap’liedje, waarin we een aantal typische uitdrukkingen en woorden van onze familie verwerkten; een hip-hop-lied dat de kleinkinderen als verrassing ten berde brachten op het gouden jubileum van hun papoe en yaya. Hilariteit ten top!!! Alleen ons moeder lachte wat groen, omdat ze het altijd al ongehoord had gevonden dat we dialect spraken en het nu ook nog eens aan de kleinkinderen leerden.


Eigenlijk is dat taaltje niet voor publicatie vatbaar en de clou gaat voorbij aan wie geen Grieks kent, maar ik herinner me levendig de anekdote uit een artikel of reactie van @Hans waarin hij zijn dochtertje citeerde met “mag ik op dit knopje ‘patissen’?” (πατίσω = patiso = in de betekenis van ergens op drukken of duwen). Ik schoot spontaan in de lach toen ik dit las; het was zo herkenbaar, aandoenlijk en grappig tegelijk... over ‘omgekeerde migratie’ gesproken!

Daarom dan toch maar, voor linguïsten en liefhebbers van taal in het algemeen of de ontwikkeling van een eigen taaltje in het bijzonder, hieronder een greep uit ons zelf gebrouwd lexicon (fonetisch):


 

Op zoek naar de middenklasse

Dag allemaal, 

Mijn bijdrage voor deze week is gebaseerd op een conclusie/observatie die ik gehaald heb uit een gesprek dat ik hier met een vriend voerde enkele dagen terug.

De observatie is de volgende: “In een maatschappij zoals die van Mozambique hebben zowel de goedkoopste als de duurste producten zo goed als geen nood aan steun, terwijl de verkoop van goederen die vaak als ‘voor de middenklasse’ bestempeld worden bijzonder veel problemen ondervindt.

De echt dure producten en de hele goedkope producten hebben geen hulp nodig om verkocht te raken: grote waterpompen, flat screen TVs en laptops worden hier probleemloos verkocht aan wie het wilt kopen en kan betalen. Aan de andere kant vinden we de hele goedkope producten, waar we hetzelfde patroon terugvinden: mensen hebben voldoende geld om tomaten, zeep, lampen, of kleine auto-onderdelen te kopen, en deze producten verkopen bijwijze van spreke zichzelf – marketing is absoluut niet nodig. Winkeltjes en kraampjes die dit type product aanbieden vind je dan ook echt overal, en deze winkels hebben effectief een indrukwekkende turn-over.

Tussen deze twee groepen van producten in, vinden we dus producten die meestal met de middenklasse geassocieerd worden. Voor deze producten (ik denk bijvoorbeeld aan kleine black/white tvs en gewone desktop computers) blijkt het dus vrij moeilijk te zijn om een werkende product-markt combinatie te vinden.

Wanneer ik vergelijk met de types producten waarmee ik dagelijks betrokken ben, bevestigt dit bovenstaande observatie. De goedkoopste producten – zonnelantaarns en kleine ‘phone chargers’ – hebben amper promotie of marketing steun nodig. Mensen weten wat een lantaarn kan en niet kan, plus ze kunnen zich het product veroorloven. Aan de andere kant van de schaal vinden we ‘solar water pumps’ en grote systemen voor ziekenhuizen en scholen; ook hier is amper marketing nodig, vermits de kopende instantie meestal over voldoende middelen beschikt, en ook weet waar deze materialen te vinden zijn (vermits er in elke stad normaal gezien nooit meer dan één shop zal zijn die deze materialen in stock heeft).

Echter, de producten die hier tussen vallen – de kleinere systemen voor huishoudens voor verlichting en/of radio en tv – hebben echt die push nodig, want voorlopig is er echt nog geen sprake van een vlotte verkoop van deze type producten. Bij het gebrek aan een echte middenklasse met beperkte maar voldoende koopkracht, wordt de doelgroep voor deze producten verschoven naar die klanten die lantaarns en dergelijke kopen. Deze groep moet echter eerst overtuigd worden dat dit duurdere product effectief het product is dat aan hun noden voldoet en hun wensen vervult, waarna een nog grotere hindernis volgt in het vinden van effectieve en efficiënte manieren om het product te kunnen financieren. (Zie hiervoor mijn post van vorige week over financiële problemen in ontwikkelingslanden)

Tot zover mijn bijdrage van deze week. Ik hoop dat dit uitdagingen van werken met de private sector in veel ontwikkelingslanden (en zeker Mozambique) wat verduidelijkt.

Maar wie houdt er nu niet van een goede uitdaging?

Groeten vanuit Chimoio, Mozambique 

Luc


 

In samenwerking met


Schrijf mee

Woont u in het buitenland? Wil u ook meeschrijven aan En Nu Even Elders? Stuur een e-mail naar weblog@standaard.be



Zoeken op deze blog