In het vierde kwartaal is de economie sterk afgekoeld en is de BBP-groei volgens onze ramingen teruggevallen tot 2,8% t.o.v. het kwartaal voordien en op jaarbasis. De consumptie, die de economie stevig ondersteunde, heeft veel aan kracht ingeboet (dicht bij een nulgroei). Bovendien heeft de spectaculaire stijging van de olieprijzen in augustus en september de koopkracht van de gezinnen aangetast. Ook de aangekondigde afvloeiingen in de autosector speelden een rol bij de verzwakking van de consumptie. De nieuwe slechte prestatie van de buitenlandse handel heeft eveneens de economische groei afgeremd. Deze vertraging wordt bevestigd door de daling van de ISM-index.
Tijdens de eerste drie kwartalen van 2006 zal de groei ondermaats zijn. De consumptie zal immers op een laag pitje draaien. Het aantal nieuwe banen zal, als gevolg van de delokaliseringsgolf en de bedrijfsherstructureringen, onder het historische gemiddelde blijven. Dat zal het vertrouwen van de gezinnen ondermijnen en hun inkomen aantasten. Bovendien worden er steeds minder woningen gebouwd (aanbod van onverkochte huizen) en stijgen de bedrijfsinvesteringen iets minder snel (bestellingen van uitrustingsgoederen).
Toch zijn wij niet echt pessimistisch, want:
• de wereldeconomie groeit sterk (Verre Oosten, Japan, beterschap in Europa),
• de aanhoudend lage obligatierendementen vormen een opsteker voor de economie,
• de uitgaven voor de heropbouw na de orkanen zullen de economie ondersteunen,
• de olieprijzen zullen de komende maanden waarschijnlijk opnieuw dalen, wat ervoor zal zorgen dat de lonen in reële termen opnieuw zullen stijgen.
Wij verwachten geen bruuske inzinking van de vastgoedprijzen. Daarvoor zouden de obligatierendementen en de werkloosheid al sterk moeten stijgen, wat niet het geval is in ons scenario. Bijgevolg zal het BBP in die periode met iets meer dan 3% groeien.
Tegen het einde van 2006, wanneer ze de renteverhoging door de Fed verteerd zal hebben en de uitgestelde effecten van de dure olieprijzen verdwenen zullen zijn, zal de economie weer aantrekken. De economie is dus aan het vertragen, waardoor ze op adem kan komen. Deze vertraging zal echter beperkt in omvang en tijdelijk zijn (3 of 4 kwartalen).
Jacques De Pover, analist Dexia Bank
De Standaard Weblog om 16:04 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
De inflatie is gezakt van een piek van 4,7% in september tot 3,5% in november. De benzineprijzen zijn sinds hun top in september immers met bijna 26% gedaald.
Stevent de Amerikaanse economie af op een inflatiespiraal?
Heel wat elementen zijn niet geruststellend: de lonen en de dienstenprijzen zijn sneller aan het stijgen (van respectievelijk 2,6% en 3,1% in december 2004 tot respectievelijk 3,2% en 3,8% nu). Te oordelen naar de prijzen die de ondernemingen betalen (ISM), zal de inflatie niet zo gauw verder dalen. Bovendien is de werkloosheidsgraad vrij laag (5%), wat de lonen zou moeten omhoogduwen.
De val van de benzineprijzen is echter goed nieuws en de onderliggende inflatie daalt (2,1% in november). De appreciatie van de dollar zal de prijzen van de ingevoerde producten in bedwang houden en ook de openstelling van de grenzen zal een sterk matigende invloed hebben.
Al bij al zal de inflatie het moeilijk hebben om weer aan te knopen met het niveau van voor de oliecrisis. In 2006 zal ze nog 2,8% bedragen.
Jacques De Pover, Analist, Dexia bank
De Standaard Weblog om 09:55 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Laten we beginnen met een positieve verrassing: voor de eerste 10 maanden van het jaar merken we een sterke groei van de courante belastingontvangsten met 5,3% in nominale termen en 2,5% in reële termen. Deze stijging overtreft veruit de groei van het BBP.
Per belastingcategorie zien we de volgende nominale stijgingen:
· belasting op inkomens uit arbeid: +4,2%;
· vennootschapsbelasting: +10%;
· roerende voorheffing: +18,7%; dit is opmerkelijk, want de obligatierendementen zijn verder gedaald, wat de belastinggrondslag kleiner maakt. Eigenlijk ligt de repatriëring van kapitaal (als gevolg van de EBA en van de Europese fiscaliteit m.b.t. het sparen) aan de oorsprong van de sterke stijging van de roerende voorheffing;
· de registratierechten schieten met 20,9% omhoog;
· de BTW (+3,5%) blijft achter. De sterke uitvoerdaling eind vorig jaar en begin dit jaar leidt tot meer terugbetalingen van BTW. Dit fenomeen zal echter tijdelijk zijn; sinds kort beginnen de BTW-ontvangsten trouwens weer te stijgen.
Aan uitgavenzijde zijn er weinig reële gegevens beschikbaar over hun evolutie tijdens het lopende jaar. De uitgaven voor de gezondheidszorg, die in 2003 en 2004 ontspoord waren, lijken dit jaar minder snel gestegen te zijn.
Dankzij deze gunstige evolutie van de ontvangsten behoort een licht begrotingsoverschot (0,1% van BBP) voor dit jaar tot de mogelijkheden. Zonder de ‘one-shot’ operaties wordt 2005 afgesloten met een klein structureel tekort van 0,3% van het BBP (komende van 0,7% in 2004).
Volgens bepaalde geruchten zou Eurostat de ontvangsten uit de effectisering van achterstallige belastingschulden niet aanvaarden in de berekening van het financiële saldo. In dit scenario slaat het kleine overschot (+0,1%) om in een klein tekort (-0,1%). Maar daarmee is er nog geen man overboord! Eurostat zal geen enkel bezwaar hebben tegen de verwerking van deze ontvangsten bij de berekening van de overheidsschuld. In elk geval zal de effectisering waarschijnlijk gunstig uitvallen voor de schatkist, want ze legt het risico bij de beleggers. We hebben in onze ramingen geen rekening gehouden met de eventuele overname van de pensioenfondsen van de NMBS en de Antwerpse haven.
De laagconjunctuur heeft een negatief effect op de ontvangsten en de uitgaven (werkloosheid…), maar een positief effect op de rentelasten door de daling van de rentetarieven.
Voor 2006 hebben we verondersteld dat de belastingontvangsten de terugslag van hun verrassende stijging in 2005 zullen ondervinden. Misschien zijn wij te pessimistisch, want in 2004 en 2005 overtroffen ze de verwachtingen. Toch zal de substantiële belastingverlaging (1.300 miljoen euro) hoe dan ook de stijging van de courante ontvangsten beperken tot 1,2% in reële termen.
Wat de niet-courante ontvangsten betreft, zal het uitzonderlijke dividend dat Belgacom in 2005 uitkeerde (ongeveer 200 miljoen euro), zich niet herhalen. Anderzijds zullen er ook meer gebouwen worden verkocht (voor 720 miljoen euro in 2006, tegen 400 miljoen euro in 2005) en komt er een nieuwe EBA (400 miljoen euro). Bovendien zal de effectisering van de belastingachterstallen worden voorgezet, wat de schatkist volgend jaar 400 miljoen euro zou moeten opbrengen.
Aan uitgavenzijde zullen de subsidies aan de NMBS en de investeringen stijgen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Voor de investeringen verwachten we echter een minder sterke toename dan onze collega’s. Dat leiden wij af uit de evolutie van de kredieten aan de lokale besturen (+4,2% tussen het tweede kwartaal van 2004 en 2005 volgens de NBB) en uit de barometer van de civiele bouwkunde. Overigens realiseren de gemeenten hun investeringen vaak via gemeentebedrijven.
Ten slotte werd er een reeks besparingsmaatregelen genomen om de primaire uitgaven in bedwang te houden. De totale primaire uitgaven zullen in reële termen met 2,2% stijgen.
Zoals gezegd, zullen de lagere rentelasten de stijging van het deficit beperken. In 2006 zal het tekort 0,2% van het BBP bedragen. Zonder de ‘one-shot’ elementen zal het structurele tekort oplopen van 0,3% van het BBP in 2005 tot 0,7% in 2006.
Tegen de achtergrond van een slabakkende economie in de eurozone sinds 2001 is dat niet eens zo slecht. Is het trouwens opportuun meer te bezuinigen om een begrotingsoverschot van bijvoorbeeld 1% van het BBP te bereiken, terwijl de werkloosheid hoog is? Er werd een reeks maatregelen genomen (verlaging van sociale lasten en belastingen) om de economie aan te zwengelen. Het belangrijkste is uiteindelijk dat de overheidsschuld substantieel blijft verminderen, al was er in 2005 een onderbreking van de schuldafbouw door de belangrijke kwijtschelding van een groot deel van de schuld van de NMBS. De ratio overheidsschuld/BBP is gedaald van 113,5% in 1999 tot 93,8% in 2005 en zal afnemen tot 90,2% in 2006, wat nier meer zo ver van het Europese gemiddelde is.
Op structureel vlak, wordt de herstructurering van de overheidsbedrijven krachtdadig voortgezet. De jongste jaren zijn er hier tienduizenden banen verloren gegaan (Belgacom, Sabena, NMBS, De Post).
Jacques De Pover, Analist Dexia Bank
De Standaard Weblog om 08:51 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
De ECB slaat een steeds hardere toon aan en suggereert dat een onmiddellijke renteverhoging tot de mogelijkheden behoort.
Hoe is dat standpunt te verklaren, nu de inflatie onder controle is (de onderliggende inflatie bedraagt amper 1,4%) en de economie al 4 jaar in het slop zit? De conjunctuurbarometers voorspellen wel een verbetering, maar een voorbarige monetaire verstrakking zou het prille herstel in de kiem kunnen smoren (een renteverhoging is immers bedoeld om de inflatie af te remmen en de economie af te koelen).
Verschillende elementen kunnen een renteverhoging rechtvaardigen.
• De verzwakking van de euro baart de ECB zorgen. Als dit blijft duren, zal ze de ingevoerde producten duurder maken en de inflatiedruk weer opvoeren. Door haar rentevoeten te verhogen, trekt de ECB in theorie kapitaal aan, wat de euro naar boven zou duwen.
• De ECB wil een te groot verschil met de rentetarieven van de Fed vermijden, omdat dit verschil de koers van de euro tegenover de dollar beïnvloedt.
• Het plan om de Duitse BTW-tarieven op te trekken (met 3%-punten) zou tot een forse stijging van de inflatie leiden.
• De ECB wil de wereldwijde liquiditeitsoverschotten helpen afbouwen, o.a. omdat ze de vastgoedmarkt destabiliseren.
Een renteverhoging mag dan al gerechtvaardigd zijn, ze is ook riskant. Hoe gaan de financiële markten reageren? Gaan ze die beweging geloofwaardig vinden? Dat is verre van zeker, gezien de evolutie van de inflatie en van de economische groei. Als de markten deze beslissing veroordelen, kan dat de euro kelderen, terwijl de ECB net het tegenovergestelde wil bereiken. Maar een zwakkere euro zou wel het herstel van de Europese economie, waarop we al vier jaar wachten, kunnen versnellen.
Hoewel we een dergelijke verhoging voorbarig vinden, moeten we toch rekening houden met de andere toon die de ECB aanslaat. Aangezien een eenmalige verhoging met 25 basispunten (bp.) weinig zin heeft, zullen er nog meer volgen. Wij verwachten dus een verhoging van de reporente met telkens 25 bp. in het vierde kwartaal van 2005 en in het eerste en tweede kwartaal van 2006, zodat de reporente zal stijgen van de huidige 2% tot 2,75% over een jaar.
Die verhoging zou er snel kunnen komen, want de omstandigheden die een renteverhoging rechtvaardigen zijn aanwezig: de ECB kan aanvoeren dat de inflatie nu 2,5% bedraagt en dat de conjunctuurbarometers aan het verbeteren zijn. Misschien zijn die “gunstige” omstandigheden over enkele maanden weer verdwenen (als de inflatie weer onder 2% belandt of indien het economische herstel uitblijft). Daarom is de ECB gehaast (haar echte beweegredenen hebben noch met de inflatie, noch met de economische groei te maken).
Jacques De Pover, analist, Dexia Bank
De Standaard Weblog om 09:39 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack
Volgens sommige goeroes gaat de zeepbel van de vastgoedprijzen in de VS uiteenspatten, waardoor de economie sterk zal vertragen of zelfs in een recessie zal belanden… Van doemdenken gesproken !
De analyse toont dat de woningprijzen onbetwistbaar stijgen. Dit is te wijten aan de zeer lage rentestand, waardoor de gezinnen veel meer kunnen lenen om hun droom te realiseren. Bovendien profiteert de vastgoedmarkt wereldwijd van de enorme liquiditeitsoverschotten die de centrale banken sinds de Aziatische crisis hebben opgebouwd en die ze toch ergens kwijt moeten.
Vastgoedzeepbel ? Om op die vraag te antwoorden, willen we erop wijzen dat de woningprijzen over een lange periode niet alleen beïnvloed worden door de inflatie, maar ook door de grootte van de huizen (die alsmaar toeneemt) en door een verbetering van de inrichting van de woningen: meer badkamers, een zwembad (vooral in V.S.), …. Daarom kan men de ontwikkeling van de woningprijzen vergelijken met die van het nominale BBP. Volgens die vergelijking zou de overwaardering slechts 11 % bedragen (zie grafiek). Dat klopt met een analyse van Lehman Brothers, die de overwaardering op zo’n 15 % raamt (US Weekly 30/09/2005 p. 10). We kunnen dus besluiten dat de prijzen van woningen te hoog zijn, maar dat die overwaardering niet gigantisch is.
|
De huidige monetaire verstrakking door de Federal Reserve kan de liquiditeitsoverschotten verminderen en krediet duurder maken, waardoor de huizen goedkoper zouden worden. Dit zou echter geen vastgoedcrash veroorzaken (zelfs niet indien we van overwaardering naar onderwaardering zouden evolueren) en zal het vermogen van de particulieren waarschijnlijk niet dramatisch aantasten. De economie zou een dergelijke daling dus vrij gemakkelijk kunnen verteren.
En dan is er nog die andere alarmkreet: de gezinnen hebben te hoge schulden! In werkelijkheid is hun schuldenlast in verhouding tot hun inkomen gedaald van een piek van 132% in 2001 tot 114% vandaag. Tegen een rentevoet van 5 of 6% vertegenwoordigt de leninglast slechts een klein deel van het inkomen. Ook hier geen reden voor paniek dus.
Jacques De Pover, analist, Dexia Bank
De Standaard Weblog om 17:27 | Link | 4 Reacties | 0 TrackBack