De Standaard Online

25-9-07

Verenigd Koninkrijk: economische groei versnelt

Volgens een eerste raming versnelde de Britse economische groei tijdens het tweede kwartaal tot 0,8% op kwartaalbasis tegenover 0,7% in het eerste kwartaal. Op jaarbasis ging het Britse BBP er tijdens het eerste en tweede kwartaal met 3% op vooruit.
De particuliere consumptie had een belangrijk aandeel in de fraaie economische groeiprestatie. De detailhandelsverkopen stegen immers met 1,4% op kwartaalbasis en met 4,0% op jaarbasis. In juli zette deze trend zich voort. Er worden de laatste maanden ook meer auto’s verkocht.
De hoogconjunctuur duwt de werkloosheid snel naar beneden, wat het vertrouwen en de uitgaven van de consumenten ondersteunt. In juli verminderde het aantal werklozen voor de tiende opeenvolgende maand en zakte de werkloosheidsgraad tot 2,6%.

Ondanks de forse prijsstijgingen van de afgelopen jaren en de voorbije renteverhogingen, koelt de Britse woningmarkt voorlopig niet af. Er is immers een structureel tekort aan woningen, wat nog in de hand gewerkt wordt door een sterke immigratiegolf. De nieuwe premier, Gordon Brown, verklaarde bovendien bij de voorstelling van zijn regeringsprogramma, dat hij de woningbouw wil stimuleren. Tegen 2016 wil hij 3 miljoen nieuwe woningen bij laten bouwen onder meer door bouwvergunningen sneller toe te staan en de toegang tot hypothecair krediet met een lange looptijd en een vaste rente te vergemakkelijken.
De woningen waren in juli nog altijd meer dan 10% duurder dan een jaar geleden. Het aantal toegestane hypothecaire leningen daalde in het tweede kwartaal met 2% tegenover een jaar geleden, maar hun waarde lag nog steeds 8,2% hoger dan toen.

De Britse Centrale Bank verhoogde haar basisrente op 5 juli met 25 basispunten tot 5,75% en wijzigde ze niet na haar vergadering op 2 augustus. In haar inflatierapport van augustus suggereerde de Bank dat er nog een renteverhoging van 25 basispunten nodig is om de inflatie tegen 2009 tot 2% terug te dringen.
Ondanks de inflatoire risico’s, is het weinig waarschijnlijk dat de Bank haar basisrente verder zal optrekken. De voorbije renteverhogingen verzwaren de financiële lasten voor de consumenten en zullen op termijn de woningmarkt doen afkoelen. Door de onrust op de financiële markten als gevolg van de hypothecaire kredietcrisis, zou een te strak monetair beleid nu erg ongelegen vallen en zal de centrale bank er wellicht de voorkeur aan geven om eerst de gevolgen van die crisis op de economie af te wachten. Ten slotte zal het dure pond sterling de stijging van de importprijzen blijven beperken, wat samen met een tragere economische groei de inflatiedruk volgend jaar zal verminderen.

Dexia Research - Dexia bank

De Standaard Weblog om 14:49 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack

19-10-06

Aandelenmarkten: vertrouwen gewettigd?

De inzinking die de beurzen midden mei lieten optekenen is ondertussen volledig uitgewist. De Bel20 slaagde erin een nieuw historisch maximum te bereiken. Deze goede prestatie houdt verband met de Suez-saga en de financiële waarden die de Bel20 positief beïnvloeden.

De veerkracht van de beurzen is niet zo verwonderlijk. Het is overduidelijk dat de beurzen geprofiteerd hebben van de spectaculaire daling van de olieprijs van 78 dollar tot minder dan 60 dollar. De forse prijsdaling toont aan dat er heel wat speculatie zat in de hoge prijs van enkele maanden geleden. Meteen vermindert dit de gevreesde opwaartse inflatiedruk en dus ook de noodzaak tot een verdere monetaire verstrakking door de Amerikaanse centrale bank. De laatste renteverhoging van de FED bank dateert van 29 juni 2006 en luidde het beursherstel in. Sindsdien liet ze de kortetermijnrente immers onveranderd op 5,25%. Bij de beleggers ruimde de vrees voor oplopende inflatie en extra renteverhogingen baan voor optimisme over een zachte landing van de Amerikaanse economie. Ook de bedrijfswinsten blijven de beurzen ondersteunen.

De combinatie van nog steeds lage rente (rente op 10 jaar 5,30%), goedkopere energie en lagere inflatie vormt een goede buffer tegen een te scherpe afkoeling van de Amerikaanse economie in 2007 en dus tegen een overdreven terugval van de Amerikaanse bedrijfswinsten. Een hoopgevend scenario voor de beurzen. Voor de eurozone geldt een analoog scenario hoewel hier de vrees voor de remmende invloed van de geplande Duitse BTW-verhoging in 2007 toch nog centraal staat. Daarnaast zal de ECB zeer waarschijnlijk de kortetermijnrente optrekken tot 3,50% tegen eind 2006. Ondertussen worden de economische vooruitzichten voor 2006 opwaarts herzien door de zeer goede economische prestatie in het eerste halfjaar. Analisten verwachten dan ook niet dat de bedrijfsresultaten zullen teruglopen in het 3de en 4de kwartaal.

Beleggers zitten geprangd tussen de vrees voor een economische groeivertraging en de hoop op een herneming van de groei. In de veronderstelling dat de koersen zich zouden handhaven op hun huidig peil, dan wordt 2006 opnieuw een goed beursjaar. Weliswaar ietsje minder riant dan in 2005, maar met toch een positieve return waarvan obligatiebeleggers slechts kunnen dromen.

Dexia Research – Dexia Bank

De Standaard Weblog om 16:52 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack

12-9-06

Grondstoffen: spanningen over Iran blijven olieprijzen gijzelen

Tot verleden week zette de olieprijs (Brent) het ene record na het andere neer. In juli was de opstoot van de olieprijzen te wijten aan het aanslepende dossier over de Iraanse nucleaire ambities, de Noord-Koreaanse rakettentests, een aanval op Nigeriaanse oliepijplijnen en de oorlog tussen Israël en de Hezbollah. Begin augustus zorgde de sluiting van het grootste Amerikaanse olieveld in Alaska, voor een nieuwe recordprijs voor ruwe olie.

Zonder de huidige politieke spanningen zou de olieprijs veel lager noteren. De Amerikaanse commerciële voorraden van ruwe olie bevinden zich nog steeds op een comfortabel peil. De Amerikaanse strategische oliereserves zijn nog steeds goed gevuld. Ze kunnen het tijdelijke wegvallen van de olietoevoer vanuit Alaska probleemloos opvangen. Bovendien heeft de OPEC beloofd om, indien nodig, meer olie op te pompen. Ondanks de grote vraag naar benzine tijdens de zomervakantie, zijn de Amerikaanse benzinevoorraden nog steeds groter dan verleden jaar. Met het einde van de zomervakantie in zicht, zullen de financiële markten hun aandacht verleggen naar de Amerikaanse stookolievoorraden. Ook hier is er geen enkel probleem, aangezien ze groter zijn dan een jaar geleden.

Op korte termijn zullen de onrust in het Midden-Oosten en het Iraanse nucleaire dossier de olieprijzen in hun greep blijven houden. Daarnaast kunnen de weersomstandigheden de olieprijzen tijdelijk naar omhoog stuwen. Het orkanenseizoen in de Golf van Mexico, dat nog tot november duurt, kan de komende weken een belangrijke invloed uitoefenen op de olieprijzen. Maar na het einde van het orkanenseizoen in het zuiden van de Verenigde Staten kan de olieprijs opnieuw dalen (zoals ook in de laatste maanden van 2005 het geval was).

De afwikkeling van het Iraanse nucleaire dossier zal de richting van de olieprijs de komende maanden blijven bepalen. Indien er een onderhandelde oplossing uit de bus komt, kan de olieprijs snel zakken. Maar indien de spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran op de spits gedreven worden, zullen de olieprijzen snel naar nieuwe recordhoogten boven de 80 dollar per vat stijgen.

We verwachten in 2007 een iets lagere gemiddelde olieprijs dan dit jaar, wegens de duidelijke groeivertraging van de wereldeconomie, die voor een minder sterke toename van de vraag naar ruwe olie zal zorgen. Bovendien stimuleert de aanhoudend hoge olieprijs de investeringen in nieuwe productiecapaciteit, waardoor het aanbod de stijgende vraag zal blijven volgen. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) verwacht dat de bijkomende investeringen in de oliesector tijdens de komende jaren tot een “comfortabelere reservecapaciteit” zullen leiden, wat de druk op de olieprijs zou moeten temperen.

Dexia Research – Dexia Bank

De Standaard Weblog om 15:29 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack

1-6-06

Aandelenmarkten: is de hogere langetermijnrente een bedreiging?

De voorbije drie weken waren het opnieuw turbulente tijden op de aandelenmarkten. De meeste beurzen kenden in die korte tijdspanne dalingen die de winsten sinds het begin van het jaar teniet deden.

Tegelijkertijd moesten ook de rentevoeten, die op zes maanden tijd met bijna 1% waren gestegen, terrein prijsgeven. De daling van de rente was echter heel wat minder uitgesproken dan deze op de aandelenmarkten.

Zijn de ondersteunende factoren van de voorbije maanden plots allemaal verdwenen? Zeker niet. De economische context op wereldvlak stemt hoopvol, zowel qua groei als qua inflatiebeheersing en werkloosheidsinkrimping. De monetaire verstrakking door de Federal Reserve en de Europese Centrale Bank is geen verrassing, vermits die al enige tijd bezig is. Voor de Fed zit het werk er trouwens bijna op. Wij verwachten dat 5 à 5,25% een mogelijk eindpunt zal zijn. Voor de ECB situeren wij dat rond 3%, maar hier is het mogelijk dat Jean Claude Trichet zelfs minder gehaast zal zijn dan wat de marktoperatoren anticiperen.

De bedrijfsresultaten voor 2005 vielen meestal best mee. Dit resulteerde veelal in een serieuze verhoging van de dividenden die rond deze periode worden uitbetaald. De aandeelhouders worden verwend omdat de bedrijven over een veel gezondere financiële basis beschikken en bovendien veel cash hebben. Zelfs bedrijven met fusie- en/of overnameplannen of zij die zouden kunnen worden overgenomen nemen deel aan deze actie. Daarenboven worden de programma’s van terugkoop van eigen aandelen verlengd. Als er natuurlijk overname-opportuniteiten zijn om de actieradius van een bedrijf te verruimen en/of een concurrent aan zich te binden, dan worden die beschikbare gelden hiervoor aangesproken. Toch valt op dat heel wat fusie- en overnameverrichtingen met cash gefinancierd worden of via een aandelen- en/of een kapitaalverhoging verlopen. Een forse opbouw van de obligatieschuldenpositie om een overname te financieren is veeleer een uitzondering.

Deze geruststellende achtergrond werd recentelijk belaagd door de versnelling in de opmars van de langetermijnrente. De Amerikaanse en de Duitse 10-jarige obligatierente bereikten resp. 5 en 4%, maar kenden de voorbije weken toch opnieuw een lichte correctie.

Die renteverhoging is voor een groot deel toe te schrijven aan de nieuwe speculatiegolf bij de grondstoffenprijzen met olie maar ook goud, zilver en koper als koplopers. De flink opgelopen geopolitieke spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran zijn hieraan niet vreemd. Ook de groeiende overtuiging dat de economie sterk blijft presteren en dus de vraag naar grondstoffen verder zou kunnen toenemen, speelt mee. Als dat wordt bevestigd dan is de kans groot dat de afbrokkeling van de inflatie een halt wordt toegeroepen en is het niet uitgesloten dat de centrale banken hun basisrentevoeten verder zullen moeten optrekken. Het is bovendien niet overbodig te onderlijnen dat het huidige korte- en langetermijnrentepeil nog steeds beduidend lager ligt dan in 2000. Toen steeg de rente versneld als antwoord op de opstoot van de inflatie die zelf werd veroorzaakt door de meer dan verdrievoudiging van de olieprijs in 1999-2000. Dit betekent dat de langetermijnrente nog niet echt een volwaardig alternatief voor aandelen is. De obligatiebeleggers hebben sinds begin 2006 een forse negatieve return moeten incasseren en het is zeer de vraag of het huidige rentepeil reeds voldoende hoog is om massaal nieuwe posities in te nemen.

Wij zijn van oordeel dat de grondstoffenspeculatie zich niet zal doorzetten omdat wij een diplomatieke oplossing voor het conflict met Iran verwachten. De vraag- en aanbod-indicatoren qua olie wettigen geenszins de verwachting van een nog hogere olieprijs. Bovendien stevent de Amerikaanse economie af op een zachte landing.

Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat de opmars van de langetermijnrente gevoelig zou kunnen vertragen. Ook een verdere monetaire verstrakking wordt dan vrijwel overbodig. Zijn deze niveaus dan voldoende voor een massale switch van aandelen naar obligaties? Volgens ons niet omdat de gisteren reeds vermelde steunfactoren voor aandelen hun kracht behouden (stijging van de dividenden, aanhoudende overname- en fusie-activiteit,…). Dit neemt niet weg dat winstnemingen frequenter zouden kunnen optreden maar met waarschijnlijk grotendeels herbeleggingen in achtergebleven aandelen en sectoren.

Op basis van al deze elementen behouden wij ons vertrouwen in de aandelenmarkten waarvan het return-potentieel groter blijft dan dat voor obligaties. Een return van +10% tot +15% voor het kalenderjaar 2006 is nog steeds een realistisch objectief na de zeer riante performance van de voorbije jaren.

Dexia Research – Dexia Bank

De Standaard Weblog om 14:40 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack

29-5-06

Japan: Japanners worden zelf optimistischer

Niet alleen het feit dat de vertrouwensbarometers van de bedrijven (Tankan) en de consumenten op een hoog niveau staan, maar ook de fors gestegen aandelenkoersen, wijzen op de terugkeer van het optimisme.

• De werkloosheid daalt en de lonen zijn bovendien gestegen.
• De relatief zwakke koers van de yen zorgt voor een stevig steuntje in de rug van de export.
• De bouwsector is na een lange crisis weer aan het heropleven. Het aantal opgestarte nieuwe werven voor de woningbouw staat op het hoogste peil sinds 1997.
• De bedrijfsinvesteringen stijgen snel en worden ondersteund door de ruime winsten en door de hoge bezettingsgraad van de productiecapaciteit.
• Bovendien is het monetaire beleid nog steeds bijzonder stimulerend. De reële interestvoeten zijn trouwens aan het dalen als gevolg van de stijging van de inflatie.

In 2006 zal de economische groei fors toenemen (+2,9%). Voor 2007 mikken we op een tragere economische groei als gevolg van de verstrakking van het beleid van de Japanse centrale bank en de uitdrukkelijke wens van de regering om meer de nadruk te leggen op het afbouwen van het aanzienlijke begrotingstekort. De yen zou ook kunnen appreciëren, indien alle munten van het Verre Oosten in onderling overleg gerevalueerd worden, zoals de G7 wenst.

Voor de vijfde opeenvolgende maand komt de onderliggende inflatie (0,5% in maart) uit op een positief cijfer. Tegenover de uit China afkomstige factoren die de deflatie aanwakkeren, staan nu ook de druk op de lonen en de te krappe beschikbare productiecapaciteit. De inflatie zal dan ook langzaam maar zeker toenemen.

Heropleving

Op 9 maart maakte de Japanse centrale bank een einde aan haar beleid om massaal liquiditeiten in de economie te pompen. Ze is zelfs begonnen met het verminderen van de hoeveelheid geld in omloop: de sleutelcomponent van de monetaire basis is gedaald van een bedrag van 33.600 miljard yen in januari tot 30.400 miljard yen in maart.

Verschillende analisten hebben de datum waarop zij verwachten dat de basisrentevoet voor het eerst zal worden verhoogd, nog wat vervroegd. Zij denken dat het in de zomermaanden zal zijn. Het is immers niet langer nodig om de economie fors te stimuleren, temeer omdat er signalen zijn die wijzen op het einde van de deflatie. Volgens verschillende ramingen zou een kortetermijnrente van 2% aangewezen zijn.

Volgens ons is dat cijfer echter te hoog. Wij gaan ervan uit dat de centrale bank geleidelijk te werk wil gaan, om te vermijden dat de economische heropleving ontspoort, temeer omdat de regering ook aan het bestuderen is of ze een BTW-verhoging kan doorvoeren. We denken dan ook dat de basisrentevoet zal stijgen van 0% nu tot 0,5% over twaalf maanden.

Dexia Research – Dexia Bank

De Standaard Weblog om 15:44 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack

23-5-06

Verenigd Koninkrijk: consumptie heeft een zwak eerste kwartaal achter de rug

Het consumentenvertrouwen daalde sterk in maart. Dit woog op de particuliere consumptie tijdens het eerste kwartaal. De woningprijzen en de hypothecaire kredietverlening nuanceren echter de verzwakking van het consumentenvertrouwen en van de detailhandelsverkopen.

De index van de aankoopmanagers daalde in maart, zowel in de verwerkende nijverheid als in de dienstensector. Maar beide indexen suggereren nog steeds een expansie van de activiteiten, wat in de verwerkende nijverheid wel heel langzaam verloopt. De officiële statistieken bevestigen de moeizame vooruitgang van de verwerkende nijverheid.

Maar de toekomstperspectieven verbeteren. In februari, maart en april namen de totale orders duidelijk toe. De bestellingen voor de export lagen in maart en april veel hoger dan op het einde van vorig jaar.

De toestand op de arbeidsmarkt blijft verslechteren. Het aantal werklozen neemt sinds juni 2005 in een versneld tempo toe op jaarbasis. De ongunstige evolutie van de arbeidsmarkt houdt de loonsverhogingen in toom, wat goed nieuws is voor de inflatie.

De inflatie zakte in maart beneden de drempel van 2,0% die de Britse centrale bank voor ogen houdt. De kerninflatie (dus zonder voeding, energie, tabak en alcohol) blijft al geruime tijd comfortabel beneden de 2%.

De Britse centrale bank wijzigde haar basisrente (4,50%) na de vergadering van 6 april niet. Een verlaging van de basisrente is weinig waarschijnlijk. De stijgende grondstoffenprijzen, vooral dan de energieprijzen, vormen een risico voor de toekomstige evolutie van de inflatie. De sterkere stijging van de woningprijzen maakt een renteverlaging overbodig.

We verwachten daarom een stabiele basisrente tot in het najaar. Wegens de versnelling van de economische groei in de loop van dit jaar en in 2007, zal de Britse centrale bank haar rente tegen het einde van het jaar waarschijnlijk met 25 basispunten optrekken, tot 4,75%.

Dexia Research - Dexia Bank

De Standaard Weblog om 14:31 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack

27-4-06

Verenigde Staten: solide groei in eerste kwartaal

De VS-economie behoudt al haar dynamisme…

De Amerikaanse economie komt steeds weer verrassend sterk uit de hoek. Na de vertraging van eind vorig jaar vertoont het bruto binnenlands product (bbp) tijdens de eerste drie maanden van 2006 een krachtige heropleving. Volgens de eerste beschikbare ramingen zou de Amerikaanse economie over het eerste kwartaal met 5% gestegen zijn ten opzichte van het vorige kwartaal.

…voorlopig althans

Op halflange termijn wordt in de Verenigde Staten echter een zachte vertraging verwacht. Verscheidene factoren zullen immers de krachtige conjunctuur afremmen: de heropleving van de korte rente (+3,75% sedert juni 2004) en  – meer recentelijk en minder uitgesproken – van de lange rente, de belangstelling voor buitenlandse producten (die tot uiting zal komen in een toename van het tekort van de handelsbalans), het verlies van marktaandeel van de Amerikaanse export van technologieproducten en de terugval van de vastgoedmarkt.
De economie gaat echter niet de richting van een echte vertraging uit: ze heeft goed stand gehouden tegen de tegengestelde trends (hoge vlucht van de grondstoffenprijs, indrukwekkende verstrakking van het monetair beleid, enz.) en de obligatierente blijft ondanks alles erg laag (en zal dat blijven). Na een uitstekend eerste kwartaal zal de economie dus weer minder fors groeien en zal het bbp in 2006 en 2007 vermoedelijk met respectievelijk 3,4% en 3,3% stijgen.

Prijzen nog altijd onder druk

Door de aanhoudende druk op de aardolieprijs zal de inflatie niet gevoelig dalen. In maart zijn de door de Amerikaanse consumenten betaalde prijzen ten opzichte van vorig jaar 3,4% gestegen. Terzelfder tijd is de inflatie, voeding en energie niet meegerekend, op maandbasis met 0,3% opgeveerd, d.i. de belangrijkste maandelijkse stijging in één jaar!

Verscheidene elementen roepen eveneens tot voorzichtigheid op. Zo nadert de werkloosheid, die momenteel 4,7% van de beroepsbevolking bedraagt, zachtjes aan haar historisch dieptepunt (van 3,8%). Men gaat dus naar een situatie van volledige werkgelegenheid, die de lonen de hoogte zou kunnen injagen. Ook blijkt uit de benuttingsgraad van de productiecapaciteit dat er steeds minder vrije capaciteit is en dat er dus op halflange termijn knelpunten in de productie zouden kunnen ontstaan.

Twee  extra verhogingen vóór het einde van de renteverhogingscyclus
De Fed zal haar korte termijn rente vermoedelijk tweemaal met 0,25% optrekken tijdens de komende twee maanden en zodoende de korte termijn rente op 5,25% brengen. Dat zal waarschijnlijk het einde betekenen van de lange haussetrend die begin juni 2004 werd ingezet. Zo zal wellicht tot minstens juni 2007 de rente van de « Fed funds » op dit peil worden behouden.

Dexia Research - Dexia Bank

De Standaard Weblog om 15:08 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack

25-4-06

België: slappe groei

Een evolutie met ups en downs

De Belgische economie kent sinds 2000 vele ups en downs. Aan de ene kant zien we dat de economie een bescheiden groei vertoont. In de voorbije 5 jaar bedroeg de groei van het bruto binnenlands product (BBP) slechts 1,5%. Door de toenemende globalisering zag België zijn concurrentievermogen bovendien dalen en verloor de Belgische export wereldwijd heel wat marktaandeel. De globalisering van de wereldeconomie impliceert immers dat de grenzen opengaan voor de concurrenten uit de lagelonenlanden. Aangezien de loonkosten in België gevoelig hoger liggen dan in die landen, volgen de delocalisaties elkaar op en dat weegt op de werkgelegenheid en het consumentenvertrouwen.

Een fenomeen dat niet typisch Belgisch is; heel West-Europa incasseert klappen ten gunste van Azië en Oost-Europa, de grote winnaars van de globalisatiebeweging. Het uitwijken naar andere landen vertaalt zich tevens in een desindustrialisering of een gestage terugval van het aandeel van de nijverheid in de Belgische economie. In 2005 vertegenwoordigde de industriesector nog slechts 19,3% van onze economie.

Het is echter niet allemaal kommer en kwel. Om te beginnen groeit de Belgische economie al enkele jaren sneller dan de economie van de eurozone.

Bovendien kent de dienstensector een vrij aardige ontwikkeling, wat de slechte prestaties van de door de globalisering getroffen nijverheidssector deels compenseert.

We stellen ook vast dat de economische groei gepaard gaat met een forse jobcreatie. De arbeidshervormingsmaatregelen van de laatste 12 jaar (daling van de patronale lasten, lancering van de dienstencheques en de werkbonussen,…) hebben dus een positieve invloed gehad.

Een ander positief gegeven, ten slotte, zijn de overheidsfinanciën, die duidelijk evolueren in de richting van de andere partners uit de eurozone.

Goede vooruitzichten voor 2006

Sinds vorige zomer zit de conjunctuurbarometer duidelijk in de lift. De reden voor deze gunstige evolutie is de stijging van de euro die, samen met het herstel van de Europese economie, de export opnieuw heeft aangezwengeld. Ook de consumptie toont tekenen van verbetering en de gezinnen hebben er opnieuw vertrouwen in.

Daarnaast zijn ook de bedrijfsinvesteringen, die vorig jaar met 8,9 % stegen, veelbelovend. Door al dat goede nieuws zou je geneigd zijn te denken dat er een nieuwe periode aanbreekt. Maar in het licht van de concurrentieproblemen, de aanhoudende delocalisaties en de risico’s die de dure olieprijzen meebrengen, blijven we voorzichtig en rekenen we voor dit jaar op een bescheiden groei van 2,3%.

Dexia Research - Dexia Bank

De Standaard Weblog om 16:17 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack

30-3-06

Grondstoffen: OPEC probeert de oliemarkten gerust te stellen

De olieprijs klom van 57,5 dollar per vat half februari tot 63 dollar begin maart, door het getouwtrek rond het Iraanse nucleaire programma, het geweld in Irak, een aanslag op de Saoedische olie-infrastructuur en de onlusten in Nigeria. Nadien kalmeerden de markten enigszins.

Nu de winter in het noordelijk halfrond ten einde loopt, zal de vraag naar ruwe olie verder verminderen. De OPEC-landen beslisten op 8 maart om hun productiequota te handhaven tot eind juni, zodat het aanbod van ruwe olie erg ruim zal blijven. De volgende vergadering van het oliekartel vindt plaats op 1 juni.

China blijft als tweede grootste olieconsument ter wereld (na de Verenigde Staten) een belangrijke invloed uitoefenen op de energiemarkten. Volgens het Chinese statistische bureau steeg het energieverbruik vorig jaar met 9,5%. China verbruikte vorig jaar 2,1% meer ruwe olie dan in 2004. Niettemin blijft steenkool de belangrijkste Chinese energiebron, waarvan het verbruik in 2004 met 10,6% steeg. Ook het verbruik van aardgas (+20,6%), waterkracht (+13,4%) en kernenergie (+3,7%) namen vorig jaar sterker toe dan de consumptie van aardolie. Dit wijst erop dat China de voorkeur geeft aan andere energiebronnen dan aardolie.

Ook de groei van de Chinese olie-invoer blijft vertragen, ondanks de enorme economische groei. In 2005 steeg de invoer van ruwe olie (in volume) maar met 3,5%, een kleine stijging in vergelijking met de jaren ervoor (2003: +31,3%, 2004: +34,8%). De Chinese overheid wil de komende vijf jaren een zuiniger en efficiënter energieverbruik opleggen. China zal ook de opbouw van zijn strategische oliereserve uitstellen. In combinatie met een minder sterke Chinese conjunctuur, zullen deze maatregelen op lange termijn de druk op de olieprijzen verminderen.

Indien het dispuut over het Iraanse kernprogramma niet op de spits gedreven wordt en het conflict in de Nigeriaanse olieprovincies niet escaleert, zal de olieprijs binnenkort waarschijnlijk zakken. Het warmere weer zal de vraag naar olie doen afnemen. Daarnaast zullen het ruime aanbod en de groeiende olievoorraden de olieprijs drukken. Vanaf het najaar zal de olieprijs terug stijgen, in de aanloop naar de winter. Naast politieke factoren, zoals Iran, Irak en Nigeria, kan het Amerikaanse orkanenseizoen vanaf de zomer de olie duurder maken dan we in ons basisscenario voorzien.

Dexia ResearchDexia Bank

De Standaard Weblog om 16:13 | Link | 0 Reacties | 0 TrackBack

DS Biz Blogs


Categorieën

Recente berichten

Bedrijfs- en CEO-blogs


Beursblogs


Marketingblogs


Meer biz blogs


DS Blogs