Winst van de Amerikaanse ondernemingen

  • Gepost op donderdag 4 september 2008 om 16:21
  • door De Standaard Online
  • in Patrick Vandenhaute

De publicatie van de kwartaalresultaten van Amerikaanse bedrijven is een gebeurtenis waar analisten en beleggers elke keer opnieuw naar uitkijken. Vandaag is dat meer dan ooit het geval. Nu de beurs zulke woelige tijden doormaakt, kan de publicatie van de winstevolutie van ondernemingen de lucht enigszins doen opklaren en het kaf van het koren scheiden.

Grote ongelijkheid tussen de sectoren
Over het algemeen ligt de balans van het tweede kwartaal van 2008 in de lijn van de drie voorgaande kwartalen: de winst van de Amerikaanse ondernemingen gaat achteruit. Op basis van de cijfers die gepubliceerd werden (Bron : Bloomberg 19 augustus 2008) door 475 van de 500 ondernemingen die samen de S&P 500, de sterindex van de Amerikaanse beurs, vormen, bedraagt de gemiddelde winstdaling ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar 23,8%. Achter dit globale cijfer gaat echter een grote ongelijkheid tussen de verschillende sectoren schuil. Als we de cijfers van dichtbij bekijken, wordt duidelijk dat twee sectoren verantwoordelijk zijn voor deze povere prestatie. De eerste schuldige is de banksector, met een winstdaling van 94% op een jaar tijd. Dat is de slechtste prestatie, gevolgd door de sector van de cyclische verbruiksgoederen (-55,8%). Anderzijds gaat de winst van zeven van de tien sectoren erop vooruit. Zonder de financiële waarden stijgt de winst van de ondernemingen globaal genomen met 3,9%.

Evolutie van de winst van Amerikaanse bedrijven over 1 jaar (%), ingedeeld per sector
Dex0409

De financiële en cyclische sector moeten het ontgelden
De slechte resultaten van de Amerikaanse financiële sector zijn geen verrassing. Sinds het uitbreken van de subprimecrisis maakt deze sector een financiële crisis door, die volgens heel wat observatoren "de zwaarste sinds het einde van de jaren ‘20” kan worden genoemd. Sinds het begin van deze crisis lieten de Amerikaanse banken voor meer dan 250 miljard dollar aan waardeverminderingen op activa of aan verliezen op kredieten optekenen (Door de toepassing van IFRS-normen moeten financiële ondernemingen de verliezen die voortvloeien uit de waardedaling van bepaalde financiële instrumenten, in hun boeken opnemen – ongeacht of ze door de ondernemingen in kwestie verkocht werden of niet).

Ondernemingen uit de sector van de cyclische verbruiksgoederen (auto-industrie, kledingbranche, duurzame verbruiksgoederen, media) zien hun winst eveneens dalen.

Enerzijds gaan hun productiekosten de hoogte in door de stijging van de grondstofprijzen. Anderzijds slagen ze er niet in deze kostenstijging door te rekenen in hun verkoopprijzen, aangezien de doorsnee Amerikaan minder geld uitgeeft en hun producten links laat liggen. En terecht! In de Verenigde Staten is de moed de consumenten in de schoenen gezonken. Het aantal inbeslagnemingen van onroerende goederen is sterk gestegen, de vastgoedprijzen zijn ingestort en de werkloosheid is toegenomen. Bovendien heeft de spectaculaire stijging van de energie- en voedselprijzen de koopkracht uitgehold. Bijgevolg laten de consumenten de cyclische verbruiksgoederen links liggen, omdat ze deze producten het eerst laten varen als ze de vinger op de knip moeten houden. Een frappant voorbeeld is dat van de Amerikaanse auto-industrie. Ford en General Motors lieten verschrikkelijk slechte resultaten optekenen. Amerikaanse autobestuurders kopen immers geen nieuwe SUV of pick-up die liters brandstof verslindt en daardoor te duur in gebruik is.

De prognoses voor 2008 werden neerwaarts bijgesteld
De publicatie van de resultaten van de ondernemingen bleef niet zonder gevolgen voor de prognoses van de analisten. Op 20 juli voorspelden ze voor 2008 een groei met twee cijfers voor de winst van de ondernemingen van de S&P 500 (+11,5%). Op 10 augustus was die voorspelling al gedaald tot +4,3%. Deze neerwaartse bijstelling van de winstvoorzieningen is niet nieuw. In het begin van het jaar gingen de analisten immers nog uit van een stijging van de winst met 14,7%.

Het zijn natuurlijk de sectoren met de slechtste resultaten waarvoor de analisten de prognoses het sterkst moesten bijsturen. De raming van de winstgroei daalde van +9,1% naar -38,2% voor de financiële sector en van +22,3% naar -5,3% voor de sector van de cyclische verbruiksgoederen. Maar de adviezen werden niet altijd neerwaarts herzien. Voor de energiesector steeg de verwachte winstgroei van +3,3% naar +37,2% als gevolg van de positieve kwartaalresultaten.

Wat mogen we verwachten voor 2009?
Op dit ogenblik bedraagt de raming van de winstgroei 23,3% voor alle ondernemingen van de S&P 500 voor 2009. Een aanzienlijk deel van deze groei is afkomstig van de financiële sector, waarvoor de winststijging op 102% wordt geschat. Toch moet dat cijfer met de grootste voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Hoewel de resultatenrekeningen van de financiële instellingen dit jaar zware klappen moesten incasseren vanwege de waardeverminderingen op activa voor een hele reeks risicoactiva, zullen ze nog geconfronteerd worden met verliezen op minder risicovolle kredieten, waarvan de terugbetalingen zullen verslechteren door de economische malaise.

Patrick Vandenhaute - Investment Strategy - Dexia Bank


 

Reacties





Beursblogs